CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Gemeenteraad 14 december 2022, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Bedrijvenpark De Loop, Echt'26.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In afwachting van de aanpassing van een ruimtelijk plan blijven bedrijfskavels met een oppervlakte groter dan 5 ha planologisch toegestaan als dit reeds in het betreffende ruimtelijke plan werd toegestaan. Ten tijde van het in procedure brengen van de ontwerpwijziging was het bestemmingsplan Bedrijvenpark De Loop reeds in procedure en ook de vergunningaanvraag was reeds gedaan. In de mededeling van de portefeuillehouder aan Provinciale Staten d.d. 13 september 2022 is dit ook gememoreerd. Expliciet wordt daarin vermeld dat de ontwikkeling niet strijdig is met de vigerende Omgevingsverordening en dat het niet opportuun is een voorbereidingsbesluit te nemen. De tussenconclusie moet zijn dat de gemeente Echt-Susteren, mede gelet op de rechtszekerheid richting initiatiefnemer, niet zomaar kan anticiperen op de ontwerpwijzigingsverordening; dit temeer waar onduidelijk is in het ontwerp welke rol de afwijkingsmogelijkheid op basis van "regionale meerwaarde" zal krijgen en vaststaat dat het bestemmingsplan Bedrijvenpark De Loop, waarvan de vaststellingsdatum op 14 december 2022 is gesteld, onder het overgangsrecht valt. Dat neemt niet weg dat de gemeente Echt-Susteren, net als de provincie, zuinig ruimtegebruik hoog in haar vaandel heeft staan. In dit verband moet het volgende worden opgemerkt.

De opzet van Bedrijvenpark De Loop is compact, maar laat tegelijkertijd een grootschalige invulling toe. Met een compacte opzet is bedoeld dat de bebouwing wordt geconcentreerd. Dat heeft verschillende voordelen, juist als het gaat om zuinig ruimtegebruik, waarop hieronder nader wordt ingegaan. Zowel de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt als het concrete bouwplan dat voorligt, zet in op een duurzame, multifunctionele en toekomstgerichte invulling. Zowel gemengde, kleinschalige bedrijvigheid als meer grootschalige distributieve activiteiten zijn mogelijk, zowel planologisch als op basis van de inrichting van de (geschakelde) gebouwen. Gelet op de behoefte aan bedrijventerrein bestaat geen aanleiding om deze specifieke distributieve functie uit te sluiten. Juist ook omdat met die functie regionale meerwaarde kan worden gecreëerd. De in het bestemmingsplan toegestane en in het bouwplan opgenomen clustering van bebouwing, waardoor in één geval de maat van 5 ha kan worden overschreden, heeft

Pagina 24 van 66 - REFNUMBER

bovendien ook belangrijke ruimtelijke voordelen. Buiten de mogelijkheid van flexibiliteit, waarmee een duurzame ontwikkeling tot stand komt, die ook ruimte biedt voor groei van regionale bedrijven of vestiging van grote bedrijven die een regionale meerwaarde hebben, gaat het dan om de volgende aspecten: -

-

Doordat het bedrijvenpark een centrale ingang krijgt, ontsloten op de Havenweg, wordt de nieuwe Oude Lakerweg ook ontlast, ten gunste van bestemmingsverkeer naar Berkelaar en recreatief gebruik. Zonder geclusterde bebouwing zou de nieuwe Oude Lakerweg een belangrijke ontsluitingsfunctie gaan vervullen. De bebouwing komt zoveel mogelijk van de aardgasleiding te liggen door deze te clusteren. Ook ontstaat een overzichtelijke lay-out, hetgeen de veiligheid ten goede komt. Door de clustering van bebouwing, in combinatie met de verlegging van de Oude Lakerweg, ontstaat één geheel, waardoor de bebouwing beter kan worden ingepast in het landschap. Daarnaast is hiermee het landschappelijk inpassingsplan en groenplan mogelijk geworden, waarmee behoud van de kernkwaliteiten en optimalisatie van bestaande natuur kan plaatsvinden. De robuuste groene inpassing aan de noordzijde is daarvan een goed voorbeeld. Meer natuur op een gunstigere locatie. Dit bevordert ook het recreatief gebruik van de nieuwe Oude Lakerweg.

Zoals uit de plantoelichting blijkt, bestaat de ontwikkeling die met het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt en met het bouwplan wordt geconcretiseerd uit twee gebouwen. Gebouw één bestaat uit vier gebouwdelen met elk een eigen kantoor. Gebouw twee bestaat uit twee gebouwdelen met elk een eigen kantoor. Elk gebouwdeel kan vervolgens worden verdeeld in kleinere verhuurbare units tot bijvoorbeeld 5.000 m2. Hierdoor kunnen de gebouwen ook worden gebruikt als bedrijfsverzamelgebouw en wordt het aantrekkelijk voor regionale en lokale bedrijven. De clustering met al zijn voordelen maakt het ook mogelijk dat grotere gebruikers zich vestigen, maar met deze opzet wordt alleszins voldaan aan het criterium "zuinig ruimtegebruik". Ook is voldaan aan het kennelijk op basis van het nog vast te stellen beleid te hanteren criterium van regionale meerwaarde op het gebied van circulariteit, ketenvorming/clustering, innovatie en (bij de regionale markt aansluitende) werkgelegenheid. Hiervoor wordt ook verwezen naar de paragraaf duurzaamheid, opgenomen in de plantoelichting, waarin is toegelicht hoe de planuitwerking plaatsvindt voor de hoofdpijlers van de circulaire economie. Dat betreft de pijlers energie, biodiversiteit, materialen, water, welzijn en menselijke activiteiten.

Initiatiefnemer heeft bovendien aangegeven nog verdergaande ambities te hebben en ontwikkelt plannen om Bedrijvenpark De Loop grotendeels off-grid te laten functioneren. De zienswijze vermeldt terecht dat de verplichting tot het aantonen van regionale meerwaarde nog niet geldt. Daar waar mogelijk is in de voorbereiding met het beleid in wording rekening gehouden en in de zienswijze wordt verzocht om de eindredactie van de passage omtrent de inspanningsverplichting van initiatiefnemer uit de exploitatieovereenkomst kenbaar te maken. Artikel 10-D.1 van de exploitatieovereenkomst luidt: "De exploitant spant zich in om met het plan regionale meerwaarde te creëren. Onder meerwaarde wordt in dit verband uitsluitend verstaan de inzet om voor het bouwprogramma bedrijven aan te trekken die (deels) een binding een hebben met, (deels) werkzaam zijn in, dan wel (deels) zijn gericht op de regio. Onder de regio wordt verstaan het gebied dat aan de noordzijde wordt begrensd door de gemeenten Peel en Maas en Venlo en aan de zuidzijde door (het verlengde van) de A79. Aan de

Pagina 25 van 66 - REFNUMBER

inspanningsverplichting is voldaan indien de exploitant zich na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan specifiek tot (bedrijfs)makelaars in de regio richt om de kavels in de regio aan te bieden, waarbij in uitingen zal worden gewezen op het bouwprogramma dat zich ook leent voor een verkaveling met kavels tot 5 ha en in het bijzonder ook geschikt is voor de herhuisvesting van gevestigde bedrijven. En voorts dat kan worden aangesloten bij de aanwezige regionale economische clusters." Deze formulering is geënt op de ten tijde van het sluiten van de exploitatieovereenkomst bekende elementen van "regionale meerwaarde". Zoals uit het voorgaande blijkt mikt de initiatiefnemer daar ook op door de gebouwen aldus vorm te geven dat zij zowel geschikt zijn voor kleinschaliger als voor grootschaliger gebruik, zowel voor productiebedrijvigheid als voor opslag. Daarnaast is het bouwplan zo ingericht dat vestiging van value added services bij logistiek mogelijk is en daarmee de regionale bedrijvigheid wordt gestimuleerd. Initiatiefnemer heeft aangegeven de marktbewerking gericht op het aantrekken van regionale bedrijvigheid met gebruikmaking van regionale (bedrijfs)makelaars en het eigen netwerk op korte termijn te intensiveren. Samenvattend moet worden vastgesteld dat het plan voldoet aan de geldende omgevingsverordening.

Daarnaast heeft de gemeente, indachtig de provinciale beleidsvoornemens, met initiatiefnemer aanvullende afspraken gemaakt en is de concrete planuitwerking zoveel als mogelijk afgestemd op het toekomstige beleid. Voor een van de twee gebouwen is een invulling groter dan 5 ha mogelijk, maar blijft de inspanning gericht op een invulling met regionale meerwaarde. 

Wat betreft de regionale afstemming wordt opgemerkt dat de regionale afstemmingsprocedure is doorlopen doordat het initiatief dat een grotere omvang heeft dan 1.500 m2 bvo is voorzien van een Ladderonderbouwing die is afgestemd. De afstemming heeft zoals de procedure voorschrijft eerst ambtelijk plaatsgevonden en heeft daarna ook op bestuurlijk niveau plaatsgevonden. Conclusie Deze zienswijze leidt tot een aanpassing van de plantoelichting, de verbeelding en de regels: - de plantoelichting wordt aangevuld met een verwijzing naar de reactie op vooroverlegreactie, in hoofdstuk 6. - bijlage 3 (het groenplan) wordt aangevuld met een paragraaf die de relatie tussen artikel 2.7.2. van de omgevingsverordening en de maatregelen beschrijft. In de plantoelichting is bij de bespreking van de omgevingsverordening nog eens naar de bijlagen 2 en 22 verwezen. - de staat van bedrijfsactiviteiten is aangepast. - de plantoelichting is gewijzigd op het onderdeel verwijzing naar onderdeel D (11.3) - de plantoelichting is aangevuld met de uitkomsten van de regionale afstemming.

4.

Zienswijze Stichting Leefbaar Berkelaar, ingekomen d.d. 1 september 2022

Samenvatting zienswijze 

Noodzaak tot uitbreiden Noodzaak is niet voldoende aangetoond. Bestaande terreinen moet men eerst optimaliseren (afspraken provincie). Na 2030 is er geen uitbreidingsvraag meer. Ontwikkeling leidt na 2030 tot leegstand.

Pagina 26 van 66 - REFNUMBER

Maatschappelijk belang op nationaal niveau Door de CO2-crisis komt de transportsector onder druk te staan. Door nieuw beleid zullen DC’s leeg komen te staan. Wat is de maatstaf voor de stelling dat mens en planeet centraal staan in het ontwerpproces en uit welk rapport blijkt dit? Distributie is namelijk CO2 bevorderend. Is de nationale CO2 en fijnstof aanpak verwerkt in de aanname dat de ecommerce en smart logistics sector doorgroeit? DC past niet in een CO2-neutrale toekomst en heeft daarom geen maatschappelijk toegevoegde waarde.

Financiële haalbaarheid Het bouwen van een distributiecentrum is een risicovolle ontwikkeling gelet op de kwetsbaarheid van huidige productieketens door de crises in de wereld.

Verdozing Er moet een pas op de plaats komen totdat er een evenwichtig “dozen” beleid komt. Dit dient op provinciaal niveau geregeld te worden.

Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik (natuur, energie, klimaat etc.) is niet voldoende gemotiveerd. Meerwaarde voor de regio is niet voldoende af te leiden. Dit kan alleen als de gebruiker bekend is.

Verkeersafwikkeling Uit de verkeersanalyse wordt opgemaakt dat het plan zal leiden tot toename van het aantal verkeersbewegingen op enkele ontsluitingswegen terwijl deze in de huidige situatie op piekmomenten al zwaar belast zijn. Het probleem naar een later moment afschuiven en afwentelen op de toekomst is onacceptabel. De verkeersonveilige situatie die zal ontstaan is onacceptabel. De Stichting eist een gedegen verkeersonderzoek met oplossingen van de knelpunten voordat het bestemmingsplan goedgekeurd wordt.

Sluipverkeer Er wordt in het plan geen aandacht besteed aan de gevolgen voor het verkeer voor de kern en het buitengebied van Berkelaar. Er zijn zorgen over een verdere toename van sluipverkeer en ‘kamperende’ vrachtwagenchauffeurs. De stichting eist een afsluiting voor gemotoriseerd verkeer/vrachtverkeer op de Breulderweg en maatregelen om “Kamperen” te voorkomen. De bewoners van Berkelaar moeten nog wel kunnen passeren, daar moet een voorziening voor worden getroffen.

Soortenbescherming De biodiversiteit, CO2, klimaat en bosambitie moeten beter onderzocht en beschermd worden. De onderzoeken naar de beschermde soorten zijn nog niet afgerond. De aanwezigheid van beschermde diersoorten is niet voldoende uit te sluiten en de eventuele aanpak mitigatie en compensatie is niet voldoende uitgewerkt. Er is niet voldoende onderzoek gedaan vleermuizen en met name of de kamsalamander nog in het gebied aanwezig is. Men moet terughoudend zijn met het kappen van de houtopstanden.

Milieuwetgeving en vergunningen De hoge milieucategorie 5.1 ter plaatse van de asfaltcentrale moet worden wegbestemd.

Zonering De Stichting eist een maximale zonering tot 3.2, zonder enige uitzondering. In de regels wordt de mogelijkheid geboden om de zonering alsnog te verhogen tot 5.1.

Pagina 27 van 66 - REFNUMBER

Milieuonderzoeken Milieuonderzoeken zijn gebaseerd op de bestemming en niet op de invulling. De invulling is echter al gegeven door de coördinatieregeling. Het is onjuist om die invulling te negeren. Milieubelasting van Baars is onterecht meegenomen omdat het grootste deel buiten het plangebied valt. Er kan met dit plan niet worden voorkomen dat milieubelastende activiteiten op de kavel van Baars wordt uitgevoerd. De milieuonderzoeken moeten gebaseerd worden op de daadwerkelijke invulling.

Groen De groene kwaliteit moet controleerbaar en afdwingbaar worden vastgelegd.

Inpassing De groene noordgevel wordt niet voldoende geborgd. Er ontbreken bewezen technieken waarbij een gevel van 14 meter met groenaanplant duurzaam in stand blijft. De Stichting eist een groene bufferzone van min. 80 meter breed vanaf de Slagmolenweg en niet aan het gebouw.

Kwaliteit landschap De Stichting eist een kleinschaligere opzet van het ontwerp door de huidige bestemmingsgrens te respecteren, een strook van 80 meter in te richten met hoog groeiende bomen en aanleg van biotopen voor de kamsalamander. De Molenbeek moet omgelegd worden. Er moet een soort parkaanleg gerealiseerd worden (Cittaslow).

Ontwerp gebouwen De voorgestelde hoogte is een te grote aantasting van het landschap. Er wordt een maximale hoogte van 15 meter geëist voor gebouwen en 24 meter voor kleinschalige bouwwerken zoals lichtmasten. Er is niet voldoende aangetoond hoe de gezondheid van de gebruikers van het DC is geborgd.

Arbeidsplaatsen Het argument ‘meer arbeidsplaatsen’ is niet legitiem als onderbouwing van de financiële kant. De arbeidskrachten zullen vooral arbeidsmigranten zijn.

Standpunt gemeente 

Het al dan niet bestaan van een noodzaak vormt geen criterium om een ruimtelijk plan al dan niet vast te stellen. Wel dient uiteraard behoefte aan de ontwikkeling te bestaan. Deze behoefte aan bedrijventerrein bestaat zowel kwantitatief als kwalitatief en zowel voor de regionale bedrijvigheid als voor grootschalige bedrijvigheid. In bijlage 4 van de plantoelichting, de laddertoets, is die behoefte aan bedrijventerrein nader onderbouwd. Economische verwachtingen van reclamant vormen geen aanleiding het bestemmingsplan niet verder in procedure te brengen. In Nederland is een omslag in de distributieve keten gaande, waarbij in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van grootschalige distributiecentra om fijnmazige distributie in en om steden mogelijk te maken. Dat grootschalige logistieke opstallen na 2030 overbodig zullen zijn of leeg komen te staan, is niet aannemelijk en volgt ook niet uit onderzoek. Er is juist recent onderzoek waaruit blijkt dat de behoefte aan logistieke oplossingen steeds verder toeneemt. Een belangrijk deel van de markt geeft aan dat men minder afhankelijk wil worden van importgoederen en de toeleveringsketen wil verkorten en dus zelf meer wil opslaan. Veel gebruikers geven aan grotere voorraden te willen aanhouden, maar ook meer verschillende leveranciers te willen aanhouden om de afhankelijkheid te verkleinen.

Ook automatisering van opslagvoorzieningen blijft een trend die ruimtevraag oproept (logistiek.nl d.d. 28 september 2022). De regio Midden-Limburg wijkt daarin niet af, maar geeft dezelfde marktsignalen af. Dit strookt ook met het door de provincie vastgestelde missiegedreven economisch beleidskader, waarin op pagina 73 e.v. is verwoord dat de logistieke sector ook zal

Pagina 28 van 66 - REFNUMBER

bijdragen aan de missie ‘Limburg maakt energiek’ en waarin automatisering een belangrijke rol speelt naast, zoals dit beleidskader het noemt: ‘concepten als ketenregie, multimodaal transport, 4C logistiek, block chain etc. doen hun intrede en dragen bij aan innovatieve logistieke bedrijvigheid’. Internationale bereikbaarheid is daarbij van belang. 

Initiatiefnemer is een van Europa's toonaangevende ontwikkelaars voor toekomstbestendige magazijnoplossingen. De mens en de planeet staan centraal in het ontwerpproces. In het ontwerpproces komt dit tot uitdrukking door het ontwerp te optimaliseren in termen van oriëntatie, compactheid, flexibiliteit en functionaliteit. Ook wordt er gebruik gemaakt van energie van duurzame bronnen, zoals daglicht en zonnewarmte. De bebouwing wordt BREEAM* gecertificeerd. Ten aanzien van de energievoorziening kan worden aangegeven dat er zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van duurzame energiebronnen zoals daglicht, zonnewarmte en wind. Het volledig (100%) ‘off grid’ (energetisch zelfvoorzienend) maken van het plan is op deze locatie technisch nog niet mogelijk; vooralsnog wordt gestreefd naar circa 90% ‘off grid’. Biodiversiteit wordt gekoesterd door allerlei lokale diersoorten een plek te geven en een mogelijkheid te geven om in en rondom het terrein te leven. Daarvoor wordt het landschap ook opnieuw ingericht, conform het landschappelijk inpassingsplan. De bebouwing wordt flexibel opgericht, zodat deze gemakkelijk aangepast kan worden naar de behoeften van de gebruiker. Daarnaast wordt de bebouwing gemakkelijk demontabel gemaakt, zodat de impact op de natuur zo laag mogelijk blijft. Tevens worden er biologisch verantwoorde materialen of hergebruikte/gerecyclede materialen gebruikt.

Het aspect water wordt geïmplementeerd in het plan door onder andere de aanleg van waterretentievoorzieningen, gebruik van waterbesparend sanitair, het toepassen van zelfsluitende watertoevoer en het planten van vegetatie die goed gedijt op basis van de jaarlijkse neerslag. Verder wordt de bebouwing zo vormgegeven dat sprake is van genoeg natuurlijk daglicht, vrij zicht op de omgeving en op een groene omgeving. Dit ontwerpproces is toegepast in de aangevraagde omgevingsvergunning, waarmee de beoogde bebouwing zowel voor verplaatsers als voor nieuwe bedrijvigheid een optimale omgeving vormt. *BREEAM is een beoordelingsmethode om de duurzaamheidprestatie van gebouwen te bepalen. BREEAM zelf staat voor Building Research Establishment Environmental Assessment Method. Met BREEAM wordt inzicht geboden in de werkelijke duurzaamheidsprestatie van een project. Niet alleen op het gebied van energie, maar in de volle breedte. Op die manier kan zichtbaar en meetbaar gewerkt worden aan het behalen van duurzaamheidsambities.

Het standpunt dat vragen bestaan bij de financiële haalbaarheid, omdat het bouwen van een distributiecentrum een risicovolle ontwikkeling is, gelet op de kwetsbaarheid van de huidige productieketens door de crisis in de wereld, kan niet worden gevolgd. Niet alleen is de behoefte aan de ontwikkeling uitvoerig onderbouwd, los van conjuncturele ontwikkelingen blijft de trend naar schaalvergroting en verplaatsing naar duurzame productie en opslagfaciliteiten bestaan. Concrete stellingen of een onderbouwing dat het plan financieel niet haalbaar is, ontbreken. Met de anterieure overeenkomst is het kostenverhaal voor de gemeente verzekerd. Aan de planontwikkeling en realisatie zijn voor de gemeente geen kosten verbonden.

Het standpunt dat een pas op de plaats moet worden gemaakt totdat er een evenwichtig ‘dozenbeleid’ bestaat, zoals op provinciaal niveau geregeld moet worden, kan evenmin worden gevolgd. Verwezen wordt naar het standpunt van de gemeente ten opzichte van de

Pagina 29 van 66 - REFNUMBER

zienswijze van de provincie over het voornemen om de omgevingsverordening te wijzigen. Het initiatief voldoet aan alle kenbare onderdelen van dit voorgenomen beleid. Daarmee wordt daar waar mogelijk op het komende beleid vooruitgelopen, terwijl het initiatief daar formeel helemaal niet op kan worden beoordeeld. Het nieuwe beleid is nog niet van toepassing omdat het nog niet is vastgesteld. Daar waar duidelijk is wat de provincie met het nieuwe beleid beoogt is daarmee desalniettemin rekening mee gehouden. 

Het plan getuigt van zorgvuldig ruimtegebruik. De opzet van Bedrijvenpark De Loop is compact, maar laat tegelijkertijd een grootschalige invulling toe. Zowel de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt als het concrete bouwplan dat voorligt, zetten in op een duurzame, multifunctionele en toekomstgerichte invulling. Zowel gemengde, kleinschalige bedrijvigheid als meer grootschalige distributieve activiteiten zijn mogelijk, zowel planologisch als op basis van de inrichting van de (geschakelde) gebouwen. De in het bestemmingsplan toegestane en in het bouwplan opgenomen clustering van bebouwing heeft bovendien ook belangrijke ruimtelijke voordelen. Buiten de mogelijkheid van flexibiliteit, waarmee een duurzame ontwikkeling tot stand komt, die ook ruimte biedt voor groei van regionale bedrijven of vestiging van grote bedrijven die een regionale meerwaarde hebben gaat het dan om de volgende voordelen: -

-

doordat het bedrijvenpark een centrale ingang krijgt, ontsloten op de Havenweg, wordt de nieuwe Oude Lakerweg ook ontlast, ten gunste van bestemmingsverkeer naar Berkelaar en recreatief gebruik. Zonder geclusterde bebouwing zou de nieuwe Oude Lakerweg een belangrijke ontsluitingsfunctie gaan vervullen. de bebouwing komt zoveel mogelijk van de aardgasleiding te liggen door de bebouwing zoveel mogelijk te clusteren. Ook ontstaat een overzichtelijke lay-out, hetgeen de veiligheid ten goede komt. door de clustering van bebouwing in combinatie met de verlegging van de Oude Lakerweg ontstaat één geheel waardoor de bebouwing beter kan worden ingepast in het landschap. daarnaast is hiermee het landschappelijk inpassingsplan en groenplan mogelijk geworden, waarmee behoud van de kernkwaliteiten en optimalisatie van bestaande natuur kan plaatsvinden. Een robuuste groene inpassing aan de noordzijde is daarvan een goed voorbeeld; meer natuur op een gunstigere locatie. Dit bevordert ook het recreatief gebruik van de nieuwe Oude Lakerweg. Ook op het onderdeel verkeersafwikkeling bestaat geen aanleiding de zienswijze gegrond te verklaren. Uit de aangepaste bijlage 29 bij de plantoelichting, een geactualiseerde verkeersgeneratieberekening, blijkt dat de verkeersanalyse die aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag is gelegd deugdelijk is.

Daaruit blijkt dat het plan slechts een beperkte extra belasting geeft op enkele ontsluitingswegen, die niet leidt tot nieuwe knelpunten. Dat blijkt ook uit onderstaande tabel die uit dit rapport komt en de maximale wachtrijlengtes weergeeft in de beoordeelde situaties.

Pagina 30 van 66 - REFNUMBER

De situatie in de tabel ‘Ref 2030’ ziet op de situatie die zonder planontwikkeling ontstaat in 2030. De situatie 1A ziet op het oorspronkelijk beoordeelde plangebied als gemengd bedrijventerrein en 1B ziet op het oorspronkelijk beoordeelde plangebied als distributieterrein. De situatie 2A ziet op het vast te stellen bestemmingsplangebied als gemengd bedrijventerrein en situatie 2B ziet op het vast te stellen bestemmingsplangebied als distributieterrein, zodat alle varianten in het verkeersonderzoek zijn betrokken. De in de tabel opgenomen nummers met richtingaanduiding stroken met de nummers in onderstaande verkeerssituatie.

Als gevolg van louter autonome ontwikkelingen zal de druk op de ontsluitingswegen wel toenemen, waarvoor te zijner tijd enkele maatregelen kunnen en zullen worden getroffen. Van een verkeersonveilige situatie zal geen sprake zijn. Uit de als bijlage bij de verkeersanalyse opgenomen Adviesnota Verkeersintensiteiten blijkt dat verkeerstellingen uitwijzen dat het gehanteerde verkeersmodel een aanzienlijke overschatting van met name de maatgevende avondspits kent en dat de oversteekbaarheid van de aansluitingen op de A2 redelijk tot goed is. Er bestaat geen aanleiding tot verdergaand verkeersonderzoek gelet op deze resultaten. Verwezen wordt naar de uitgebreidere toelichting hierop eerder in deze zienswijzennota en naar onderstaande grafiek waarop de overschatting van de verkeersintensiteit in de avondspits in het model is verbeeld. De actuele telling van de avondspits is als oranje stip in de grafiek gezet.

Pagina 31 van 66 - REFNUMBER

Ten aanzien van sluipverkeer, waarvoor wordt gevreesd, kan het volgende worden opgemerkt. Het plan voorziet in een ontsluiting voor het bedrijvenpark via de Havenweg. Door de Oude Lakerweg te verleggen en niet in te zetten voor de ontsluiting van bedrijven zal de huidige situatie verbeteren. Toenemende overlast vanwege het vrachtverkeer is daarom niet aannemelijk. Dat neemt niet weg dat de geuite vrees, in combinatie met door andere reclamanten gemaakte opmerkingen over het verkeer, aanleiding is verdergaande verbeteringen te treffen. Deze maatregelen zijn niet noodzakelijk om tot een ruimtelijk aanvaardbaar plan te komen, maar zullen wel getroffen worden. De Oude Lakerweg en de Breulderweg zullen gedeeltelijk worden afgesloten met uitneembare flexibele palen, waarvan er een komt te staan op de kruising Oude Lakerweg/Slagmolen en de andere net voorbij de manege (aan de westzijde). Door met flexibele palen te werken, zijn de wegen bereikbaar voor langzaam verkeer en tractoren, maar niet meer voor autoverkeer en vrachtwagens. Calamiteitenverkeer zal wel van de wegen gebruik kunnen maken, omdat de palen uitneembaar zijn. Een en ander zal middels begeleidende bebording een apart te nemen en uit te werken verkeersbesluit vorm worden gegeven.

In het kader van soortenbescherming is ook na de reeds aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag gelegde onderzoeken verdergaand onderzoek uitgevoerd. Alle onderzoeken zijn afgerond, de rapportages zijn aan de plantoelichting toegevoegd. Als bijlage 37 wordt aan de plantoelichting het nader natuuronderzoek naar elf soorten en één soortgroep op de locatie Havenweg in Echt toegevoegd. Dit onderzoek van Foreest Green Consult van 4 oktober 2022 laat zien dat nader onderzoek is gedaan naar de vleermuis, huismus, das, steenmarter, boerenzwaluw, roofvogels, blauwe reiger, grote vos, teunisbloempijlstaart, grote gele kwikstaart en muurhagedis. Het resultaat is dat voor de muurhagedissen en twee vliegroutes van vleermuizen een ontheffing dient te worden aangevraagd. Uit het onderzoek blijkt dat deze verleenbaar zijn. Als bijlage 38 wordt de voortoets Natura 2000 op de locatie Havenweg in Echt van Foreest Green Consult 4 oktober 2022 aan de plantoelichting toegevoegd. Daaruit blijkt dat ook het ingestelde verdere onderzoek leidt tot de conclusie dat geen significante effecten op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden te verwachten zijn. Als bijlage 39 wordt nog toegevoegd de omgevingscheck voor de buizerd, waaruit volgt dat wordt voldaan aan de beleidsregels passieve soortenbescherming onder de Wnb in Limburg.

Voor het aangetroffen nest van de buizerd bestaan binnen het leefgebied voldoende alternatieven, zodat geen overtreding zal plaatsvinden.

De kamsalamander is in het gebied niet aangetroffen. Er wordt wel gekapt, maar de beperkte houtopstanden die worden gekapt worden gecompenseerd en ze worden ook gecompenseerd met betere houtopstanden. Ook daarvoor is een ontheffing ingevolge de Wnb aangevraagd en in het landschappelijk inpassingsplan is voorzien in ruime compensatie. Kwalitatief wordt deze compensatie zodanig vormgegeven dat sprake is van versterking van de kenmerken en kernkwaliteiten die nu in het gebied worden aangetroffen. De laanstructuur langs de Slagmolen wordt versterkt door naast bestaande esdoorns andere soorten toe te voegen met overeenkomende vorm, zodat de laan minder kwetsbaar wordt en de kwaliteit voor de toekomst wordt versterkt. De nieuwe Oude Lakerweg zal als bomenlaan worden ingericht met drie verschillende soorten bomen, waarmee de huidige monocultuur van, deels door taksterf ziekte aangetaste, essenbomen toekomstgericht wordt vervangen. De Echter Molenbeek wordt opgewaardeerd doordat het plangebied zo wordt ingericht dat de Echter Molenbeek weer een actieve beek wordt. Specifiek maaibeheer zal ervoor zorgen dat pionierplanten zich kunnen vestigen, waarmee de biodiversiteit wordt verrijkt. Voor de landschappelijke inpassing is tot slot gebruik gemaakt van de integrale beplantingsmethode, zodat aan geldend provinciaal beleid wordt voldaan.

Het verzoek om de hoge milieucategorie 5.1 ter plaatse van de "asfaltcentrale" weg te bestemmen, kan worden gehonoreerd. Bedoeld zal zijn de locatie van Baars Recycling, voor zover in het plangebied opgenomen. En mogelijk ook de categorie 5.1 bedrijfsactiviteiten die op het zuidelijk deel van het plangebied ingevolge het

Pagina 32 van 66 - REFNUMBER

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Loop Echt 2012 eerste herziening mogelijk zijn. De milieuzonering zal worden teruggebracht tot bedrijven tot en met categorie 3.2. 

Gelet op de afstand tot gevoelige bestemmingen bestaat overigens geen ruimtelijke noodzaak tot deze beperking. Integendeel, met het betrekken van de woningen aan de Slagmolen 1 en 2 bij de planvorming is juist de mogelijkheid ontstaan om een ruimere milieucategorie toe te staan. Omdat op dit moment geen sprake is van een concreet beoogde vestiging van een bedrijf in categorie 4.1 of hoger wordt deze aanpassing thans doorgevoerd. Indien blijkt dat zich alsnog ter plaatse een (regionaal) bedrijf met een hogere categorie dan 3.2 wil vestigen, zal maatwerk worden geleverd. Hiervoor zal een binnenplanse afwijkingsprocedure moeten worden doorlopen.

Zowel de oplegnotitie Milieuonderzoek (bijlage 12 bij de plantoelichting) als de oplegnotitie Verkeersanalyse (bijlage 29 bij de plantoelichting) worden vervangen door oplegnotities waarin ook is ingegaan op een invulling van het bedrijvenpark met louter distributieve bedrijvigheid. Ook deze worstcasebenadering leidt niet tot andere conclusies, namelijk dat aan alle normen wordt voldaan en de aspecten stikstof, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, milieuzonering en verkeer niet aan het plan in de weg staan. De opmerking dat de milieubelasting van Baars onterecht is meegenomen, omdat het grootste deel buiten het plangebied valt, is niet terecht. Enkel de milieuactiviteiten die daadwerkelijk worden gestaakt, zijn in de onderzoeken meegenomen.

De opmerking dat de groene kwaliteit controleerbaar en afdwingbaar moet worden vastgelegd, is terecht en in het ontwerpplan (zomede het vast te stellen plan) is daarin voorzien. Middels een voorwaardelijke verplichting (en middels de exploitatieovereenkomst) is de realisatie van het landschappelijk inpassingsplan voorgeschreven. Ook de groene noordgevel is voldoende geborgd. Om mogelijke discussies over de wijze waarop aan groene gevelbeelden kan worden voldaan te voorkomen, is aan het groenplan dat ingaat op de uitvoering van de landschappelijk inpassing nog een toelichting toegevoegd. Gebruik wordt gemaakt van snelgroeiende klimplanten, zoals blauweregen of bruidssluier, in combinatie met een beregeningsinstallatie voor water en voeding, waarmee de ontwikkeling wordt gegarandeerd. Binnen vijf jaar wordt de hoogte van 14 meter bereikt.

Aan het verlangen tot een kleinschaligere opzet van het ontwerp en een inrichting van een strook van 80 meter met hoog groeiende bomen wordt niet tegemoetgekomen. In het landschappelijk inpassingsplan is juist reeds aan de noordzijde een voldoende bufferzone en ruim opgezet groen ingebracht. Dichte bosschages en groene gevels leiden tot een aanvaardbare inpassing. De (te versterken) lanenstructuur langs de Slagmolen completeert dit aan de noordzijde. In de plannen wordt de Echter Molenbeek versterkt doordat deze weer watervoerend zal worden. Een omlegging van de beek is niet wenselijk bevonden door het Waterschap Limburg. Voor zowel het waterschap als de initiatiefnemer is de voorgestelde oplossing de optimale oplossing. Daarenboven wordt de betreffende zone ingezet voor een wandel- en fietspad, waarvoor ook het nodige groen zal worden aangebracht. De versterkte kernkwaliteiten komen daarmee ook voor de recreant en de gebruikers van de bedrijventerreinen optimaal tot gelding.

De opmerking met betrekking tot de hoogte van de gebouwen wordt gehonoreerd. Zoals ook in reactie op andere zienswijzen is verwoord, zal middels aanduidingen op de verbeelding en aanpassing van de regels voor het gehele plangebied de hoogte van 14 meter bouwhoogte worden vastgelegd. Daarop zal een gebruikelijke binnenplanse afwijkingsregeling (10%-regeling) van toepassing zijn.

Pagina 33 van 66 - REFNUMBER

Het bestemmingsplan wordt vastgesteld op grond van een ruimtelijke afweging. Daarbij wordt meegenomen dat er een behoefte aan vestigingsmogelijkheden voor bedrijven is. De stelling dat het argument meer arbeidsplaatsen niet legitiem is als onderbouwing van de financiële kant wordt daarom niet gedeeld. Het bedrijvenpark zal een bijdrage aan de economische kracht van Echt-Susteren leveren.

Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van het plan. De bijlagen 12 en 29 bij de plantoelichting worden vervangen. De bijlagen 37 tot en met 39 worden toegevoegd aan de plantoelichting. Ook wordt op verschillende plaatsen de plantoelichting aangevuld. De regels worden aangepast, zodat de hoogste milieucategorie 3.2 zal zijn en de bouwhoogte wordt beperkt tot maximaal 14 meter. Op beide regelingen zijn de gebruikelijke binnenplanse afwijkingsbevoegdheden van toepassing. Bijlage 2 bij de plantoelichting, de landschappelijke inpassing, wordt aangevuld. Ook wordt door de gemeente een apart besluit genomen om sluipverkeer door Berkelaar tegen te gaan.

5.

Zienswijze M.C.L.M. Demandt, ingekomen d.d. 29 augustus 2022 Deze zienswijze is niet-ontvankelijk.

6.

Zienswijze E.J. Slijpen-Craemers, ingekomen d.d. 29 augustus 2022 Deze zienswijze is niet-ontvankelijk.

7.

Zienswijze S.M.F. van Wegberg-Engels, ingekomen d.d. 29 augustus 2022 Deze zienswijze is niet-ontvankelijk.

8.

Zienswijze S.H.C. Geurts, ingekomen d.d. 29 augustus 2022

Samenvatting zienswijze 

Stop de aantasting van het natuurlijke landschap. Het historisch waardevolle gebied wordt ernstig aangetast.

Er

De natuur wordt vernietigd en een groen uitloopgebied gaat verloren.

In

In het landschappelijk inpassingsplan is niets te vinden over de wijze van compensatie van de negatieve effecten op de landschapswaarden.

Er wordt maar liefst 118.929 m2 verhard oppervlak aangebracht, hetgeen tot verdroging of wateroverlast kan leiden. De plannen bevatten hiervoor geen oplossingen.

Er wordt in de plannen geen garantie gegeven voor natuur inclusief bouwen en duurzaam bouwen met een groene inpassing.

Bij vestiging van bedrijven die in milieucategorie 3.2 tot en met 5.1 vallen, ontstaat risico op geluid-, stank- en overige overlast voor burgers die wonen in de omgeving.

is

de

veel

behoefte

structuurvisie

aan

woningen

is alleen

en

uitbreiding

geen

van

behoefte

bestaande

Pagina 34 van 66 - REFNUMBER

aan

distributiecentra.

bedrijven toegestaan.

De verkeers- en milieuonderzoeken zijn gebaseerd op de bestemming en niet op de invulling als distributiecentra. Er zullen aanzienlijk meer verkeersbewegingen van vrachtwagens zijn en de verkeersproblemen rondom de kern Echt zullen veel groter zijn. Ook zal de fijnstofproblematiek daardoor veel hoger zijn.

De Natuur en Milieufederatie Limburg heeft de stikstofberekeningen onderzocht en concludeert dat er fouten zijn gemaakt.

De provincie Limburg en de Natuur en Milieufederatie Limburg kunnen zich niet vinden in de plannen op Bedrijvenpark De Loop.

Standpunt gemeente 

De cultuurhistorisch waardevolle elementen in het gebied worden behouden en/of versterkt. Er is geen sprake van een onaanvaardbare aantasting van het natuurlijke landschap. Met het landschappelijk inpassingsplan, dat middels een voorwaardelijke verplichting en verankering in de exploitatieovereenkomst moet worden gerealiseerd, wordt het natuurlijk landschap waar mogelijk versterkt, met name ook aan de noordzijde. Zowel in het landschappelijk inpassingsplan als in het memo Cultuurhistorie (bijlage 22) zijn de waarden in het plangebied beschreven en door deskundigen getoetst. Voor de cultuurhistorische waarden is dit ook gebeurd door consultatie van het externe bureau RAAP, dat ook is betrokken bij de waardestellingen in het bestemmingsplan Cultuurhistorie Echt-Susteren. Dit bureau constateert dat Slagmolen 2 dateert van 1964 en daarom al ‘te jong’ is en Slagmolen 1 dateert van voor 1940, maar is niet aangemerkt als karakteristiek. Verder concludeert het bureau dat de panden niet bijzonder zijn en niet gelden als cultuurhistorisch waardevol object.

Het is niet realistisch dit plangebied in te zetten voor de realisatie van woningbouwplannen. De ligging ten opzichte van het gezoneerde industrieterrein De Loop, het Julianakanaal en de A2 maken dit onwenselijk zo niet onmogelijk. Het plangebied is al sinds 2012 voorzien als uitbreiding voor bedrijventerrein De Loop (Structuurvisie Echt-Susteren 2025).

Het standpunt dat niets te vinden is over de wijze van compensatie van de negatieve effecten op de landschapswaarden is onjuist. Hoe aan het landschappelijk inpassingsplan verder invulling wordt gegeven staat in bijlage 3 bij de plantoelichting, het groenplan. In een aanvulling op het groenplan wordt het nog uitvoeriger toegelicht, ook tegen de achtergrond (artikel 2.7.2) van de omgevingsverordening, maar in de ter inzage gelegde versie is al een uitgebreide beschrijving gegeven van het historisch landschap (paragraaf 1.4), de huidige situatie (paragraaf 1.5), waarna in paragraaf 2 de concrete landschappelijke inpassing is beschreven: dubbele bomenlanen bij de verlegde nieuwe Oude Lakerweg; het aanplanten van bomenrijen langs fiets- en wandelpad; het aanplanten van dichte bosschages op de noordoostelijke en noordwestelijke zijde van het plangebied; het inrichten van groene parkeerterreinen; het realiseren van uitlopers met bomen, heesters en natuurvriendelijke oevers langs de gehele A2-zone en langs de Havenwegzone; en groene gevels.

Door compact te bouwen en de inrichting van groene parkeerterreinen voor te schrijven, zomede door circa 20% van het plangebied in te richten voor groenbeplanting en groenvoorzieningen, is voldoende in een goede waterhuishouding voorzien. Vanwege de toename van het verhard oppervlak is een bergingsberekening uitgevoerd en de voorziene

Pagina 35 van 66 - REFNUMBER

waterretentie van ruim 12.000 m3 kan goed in het plangebied worden verwerkt. De ligging van deze retentie is op onderstaande figuur te zien.

De stelling dat in de plannen geen garantie wordt gegeven voor natuurinclusief bouwen en duurzaam bouwen met een groene inpassing kan niet worden gevolgd. Door middel van een voorwaardelijke verplichting, maar ook door middel van de exploitatieovereenkomst is de uitvoering van het landschappelijk inpassingsplan geborgd. In dat landschappelijk inpassingsplan en het groenplan dat daaraan ten grondslag ligt zijn diverse onderdelen van natuurinclusief bouwen opgenomen. Hieronder een impressie die ook in de plantoelichting zijn opgenomen en een beeld geven van de groene gevels en het gebruik van hout.

In de plantoelichting is ook het duurzame karakter van het plan nader toegelicht. Op het gebied van energie: gebruik maken van zonlicht, daglicht en wind onder meer met zonnepanelen en BREEAM-certificering. Op het gebied van circulariteit door demontabele bebouwing te realiseren, met gebruikmaking van recyclede materialen, maar ook door de bebouwing multifunctioneel vorm te geven.

Pagina 36 van 66 - REFNUMBER

 

De vestiging van bedrijven in milieucategorie 3.2 tot en met 5.1 schept geen risico op geluid-,stank- en overige overlast voor burgers die wonen in de omgeving. De dichtstbij gelegen woningen aan de Slagmolen 1 en 2 zijn in het plan opgenomen zodat er in de directe omgeving geen sprake meer is van woningen. Aan de richtafstanden van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering wordt voldaan. Daar komt bij dat in het geldende bestemmingsplan weliswaar bedrijven tot milieucategorie 5.1 zijn toegestaan, maar in het ontwerpbestemmingsplan niet. In het ontwerpbestemmingsplan is slechts de vestiging van bedrijven categorie 4.1 toegestaan en indirect – door middel van een binnenplanse afwijking waarbij aan een goed woon- en leefklimaat wordt getoetst – ook categorie 5.1. Om diverse redenen wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan de maximale categorie bedrijven teruggeschroefd naar milieucategorie 3.2. Dat betekent dat de regels en de verbeelding zodanig worden aangepast dat nog slechts bedrijven tot en met categorie 3.2 zijn toegestaan.

De verkeers- en milieuonderzoeken zijn inderdaad afgestemd op de bestemming. Omdat het inderdaad mogelijk is dat het plangebied geheel of nagenoeg geheel met logistieke bedrijvigheid wordt ingevuld, is ook aanvullend onderzoek gedaan. De oplegnotitie Milieuonderzoeken (bijlage 12 bij de plantoelichting) en de oplegnotitie Verkeersanalyse (bijlage 29 bij de plantoelichting) zijn daarop geactualiseerd. De verkeersgeneratie is opnieuw berekend voor zowel een invulling met gemengde bedrijvigheid als voor een invulling met louter logistieke bedrijvigheid. Voor beide situaties is de berekening uitgevoerd op basis van het exacte deel van het plangebied dat de bestemming bedrijventerrein heeft gekregen, te weten 15,07 ha. Op grond van de CROW-richtlijnen dient de verkeersgeneratie immers te worden bepaald aan de hand van de oppervlakte terrein die bestemming bedrijventerrein heeft gekregen. De conclusie ten aanzien van verkeer is dat geen sprake is van nieuwe knelpunten als gevolg van het plangebied c.q. het plan. Vanwege de autonome verkeersontwikkeling kan tegen het jaar 2030 sprake zijn van een tweetal mogelijke knelpunten, te weten een lange wachtrij op de oprit van de A2 richting noorden of een wachtrij tussen de twee rotondes (zie figuur verkeersstructuur hieronder, meetpunt 102).

Van de op deze figuur met een nummer voorziene meetpunten zijn met het verkeersmodel de wachtrijlengtes voor de verschillende situaties berekend. De tabel met uitkomsten is hieronder weergegeven.

Pagina 37 van 66 - REFNUMBER

In de tabel is te zien dat er één knelpunt is, te weten meetpunt 202, waarbij dat knelpunt zich in de autonome situatie al ontstaat in de avondspits en dat knelpunt ook niet groter wordt in de verschillende plansituaties. De situatie in de tabel ‘Ref 2030’ ziet op de situatie die zonder planontwikkeling ontstaat in 2030. De situatie 1A ziet op het oorspronkelijk beoordeelde plangebied als gemengd bedrijventerrein en 1B ziet op het oorspronkelijk beoordeelde plangebied als distributieterrein. De situatie 2A ziet op het vast te stellen bestemmingsplangebied als gemengd bedrijventerrein en situatie 2B ziet op het vast te stellen bestemmingsplangebied als distributieterrein, zodat alle varianten in het verkeersonderzoek zijn betrokken. Of het knelpunt zich zal voordoen is bovendien nog maar zeer de vraag, omdat uit verkeerstellingen is gebleken dat de verkeersaantallen waarvan in het gebruikte model gebruik is gemaakt, in werkelijkheid substantieel lager liggen in de voor de analyse maatgevende avondspits. Onderstaande grafiek laat de overschatting van de verkeersintensiteit in de avondspits in het model zien. De actuele telling van de avondspits is als oranje stip in de grafiek gezet.

Buiten de avondspits zijn hoe dan ook geen knelpunten voorspeld. Mocht het knelpunt zich in 2030 toch voordoen vanwege de autonome ontwikkeling, dan zijn daarvoor oplossingen beschikbaar. 

De Natuur en Milieufederatie Limburg heeft inderdaad de stikstofberekeningen betwist. Deze betwisting wordt bij de betreffende zienswijze (zienswijze 18) besproken. Daar wordt de conclusie getrokken dat de stikstofberekeningen geen onjuistheden bevatten en de conclusie correct is.

Pagina 38 van 66 - REFNUMBER

Het is juist dat zowel de provincie Limburg als de Natuur en Milieufederatie Limburg een zienswijze hebben ingediend. Deze zienswijzen (provincie Limburg onder zienswijze 3 en de Natuur en Milieufederatie onder zienswijze 18) zijn in deze zienswijzennota uitvoerig besproken en weerlegd. Conclusie De vestiging van bedrijven in de milieucategorieën 4.1 en indirect 5.1 wordt geschrapt. Het groenplan (bijlage 3) wordt aangevuld. De oplegnotities voor milieuonderzoeken en verkeersanalyse worden geactualiseerd met medeneming van de mogelijkheid dat het plangebied uitsluitend wordt ingevuld met logistiek.

9.

Zienswijze P.L.H.E. Leenders ingekomen, d.d. 30 augustus 2022

Samenvatting zienswijze 

Intospace neemt een loopje met de gemeente Echt-Susteren. Gevels met groenbeplanting vormen schijngroen. In dit smalste stukje van Nederland is geen plaats voor mastodontische bebouwing met zware belasting voor de aanwezige infrastructuur.

De gemeente Echt-Susteren wordt geheel afgezet met megaloodsen. De inwoners van de kernen komen daardoor verder in de verdrukking. Er is voldoende ruimte voor gezond wonen en recreëren nodig. De druk op de infrastructuur neemt toe.

De megaloodsen leveren geen vooruitgang voor de inwoners van de gemeente. De werkgelegenheid voegt ook niets toe, omdat werknemers van buiten de gemeente en buiten Nederland ingezet moeten worden.

Er is geen noodzaak voor de bouw van megaloodsen vanwege een eventuele economische bijdrage.

Het plan is in strijd met het bidboek van Cittaslow, waarin onder meer staat dat elke kans om natuur in stand te houden wordt aangegrepen.

Er zijn voldoende alternatieven op industrieterrein De Berk en het De Valk-terrein.

De verdozing van het landschap moet worden gestopt. Aangesloten moet worden bij de mening van de provincie Limburg en het College van Rijksadviseurs over de grenzen aan verdozing. Het plan bevat vooral 'landschapscamouflage'.

De maximale bouwhoogte voor het zuidelijk deel van 24 meter, tot maximaal 30 meter, is te hoog.

In plaats van megaloodsen zijn woningen nodig.

De bronsgroene landschapszone/groenblauwe mantel wordt onvoldoende gecompenseerd. In dit landschapsplan is niets te vinden over de eisen die artikel 2.7.2 van de provinciale omgevingsverordening stelt. Het eikenbosje van circa 1 ha moet worden behouden. Hetgeen wordt terug geplant heeft jaren nodig om dezelfde hoogte en omvang te bereiken. Indien dit wordt vernietigd worden niet alleen de bomen gekapt maar vindt ook aantasting plaats van de reigerkolonie en broedende buizerds.

Pagina 39 van 66 - REFNUMBER

De Oude Lakerweg geldt als aanvliegroute voor vleermuizen. Het onderzoek is nog niet afgerond. De bijburcht voor de das heeft volgens de Dassenwerkgroep Limburg een belangrijke functie voor de das die met cameravallen twee maal is gesignaleerd.

In het plangebied wordt maar liefst 118.929 m2 verhard oppervlak toegevoegd, waardoor problemen met verdroging of wateroverlast toenemen.

De maximaal toegelaten categorie bedrijven zou 3.2 moeten bedragen. Zwaardere categorieën zouden niet moeten worden toegelaten.

Onderzoeken zijn gebaseerd op de bestemming en niet op de invulling. In plaats van gemengd bedrijventerrein is ook distributiecentrum mogelijk en ook aangevraagd. Ook moet duidelijkheid worden gegeven over de relatie tot de bestaande milieubelasting van Baars Recycling, dat niet meer tot het plangebied behoort.

Er zijn fouten gemaakt in de stikstofberekening.

Standpunt gemeente 

Het bestemmingsplan komt op een zorgvuldige wijze tot stand, in nauwe samenspraak tussen de gemeente en initiatiefnemer. Het plan is (alvorens het in procedure is genomen) voorzien van een positief advies van de omgevingscommissie. De commissie overwoog: De commissie komt tot het oordeel dat het hier om een goed doordacht plan gaat. Architectuur en ruige begroeiing sluiten goed op elkaar aan en er is sprake van een borging van het planvoornemen. De commissie stemt derhalve in met het plan. Aan de landschappelijke inpassing wordt veel zorg besteed en deze wordt geborgd met een voorwaardelijke verplichting en middels de exploitatieovereenkomst. Onderdeel van de landschappelijke inpassing zijn de gevels met groenbeplanting. Deze vormen geen schijngroen, maar een onderdeel van de gehele groene inpassing. Van een zware belasting voor de aanwezige infrastructuur is blijkens uitvoerig en deskundig onderzoek geen sprake. De bijdrage van het plangebied aan de verkeersgeneratie is beperkt.

Er is sprake van een behoefte aan bedrijventerrein in Echt-Susteren, die met een deskundig onderzoek is onderbouwd. Het bedrijvenpark wordt voorzien in een deel van de gemeente, ingeklemd tussen A2, Julianakanaal en het bestaande bedrijventerrein De Loop, waardoor het een logische afronding van de bebouwing vormt. Juist door het aan de noordzijde landschappelijk extra zorgvuldig in te passen, wordt recht gedaan aan de omgeving.

Per saldo vindt natuurverbetering plaats. De landschappelijke inpassing zorgt voor een verbetering van de groenelementen, terwijl tegelijkertijd geconcentreerd bebouwing (zuinig ruimtegebruik) plaatsvindt om de behoefte aan bedrijvigheid maximaal op te vangen. Natuurverbetering vindt plaats doordat de Echter Molenbeek weer watervoerend zal worden, maar ook doordat, naast de groene invulling aan de noordoost- en noordwestzijde, de verlegde Oude Lakerweg zal worden voorzien van dubbele bomenrijen in een variatie die deze recreatieve route ook toekomstbestendig maakt. Verschillende ingrepen leiden tot de mogelijkheid van meer biodiversiteit in het plangebied. De bijdrage die de intensieve akkerbouw, die deels in het plangebied aanwezig was, aan natuurontwikkeling levert, was zeer beperkt.

In het ladderonderzoek is rekening gehouden met het bestaande aanbod op De Berk en het De Valk-terrein. Deze bedrijventerreinen hebben ook een ander profiel. Het aanbod is onvoldoende om in de vraag te voorzien. Het ladderonderzoek wijst uit dat er behoefte is aan dit bedrijvenpark, zowel voor het geval het wordt ingevuld met logistieke bedrijvigheid, als voor het geval sprake zal zijn van gemengde bedrijvigheid.

Pagina 40 van 66 - REFNUMBER

Dat de provincie Limburg en het College van Rijksadviseurs spreken over grenzen aan verdozing betekent niet dat hier geen bedrijvenpark zou moeten worden gerealiseerd. Verwezen wordt naar de bespreking van de zienswijze van de provincie. Daaruit blijkt dat de nieuwe regels die de provincie ontwerpt, geen toetsingskader kunnen vormen voor dit plan. Maar ook blijkt daaruit dat zoveel als mogelijk wordt getracht aan de geest van die nieuwe regels te werken. De regels zijn echter nog niet uitgekristalliseerd. Feit is dat met de geconcentreerde bebouwing en de grote aandacht voor landschappelijke inpassing aan de eisen van zuinig ruimtegebruik wordt voldaan.

De maximale bouwhoogte van 24 respectievelijk 30 meter wordt teruggebracht tot 14 meter voor het gehele plangebied.

Deze locatie leent zich niet voor de ontwikkeling van woningen. Sedert 2012 is de locatie geoormerkt voor de uitbreiding van bedrijventerrein De Loop. De ligging tussen Julianakanaal, A2 en aansluitend op bedrijventerrein De Loop maakt de locatie tot een ideale afronding met een bedrijvenpark. Daarom is ook met name aan de noordzijde aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing, zodat aldaar een buffer naar het buitengebied richting Berkelaar ontstaat.

In het landschappelijk inpassingsplan is beschreven hoe de kernkwaliteiten van het landschap zoveel mogelijk worden behouden en eventueel verbeterd. Ook is daarin de compensatie beschreven die zal worden gerealiseerd. Het landschappelijk inpassingsplan is verder aangevuld met een beschrijving van de kernkwaliteiten en de wijze waarop deze zoveel mogelijk worden behouden. Verwezen wordt naar de bespreking van de zienswijze van de provincie op dit onderdeel. Vanwege de aanvliegroute voor de vleermuizen is een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) aangevraagd en deze kan worden verleend. Door de verlegde Oude Lakerweg eerst te realiseren en daarna de huidige Oude Lakerweg te verwijderen, wordt voor de vleermuizen voorzien in een alternatief waaraan zij kunnen wennen. Ten aanzien van de reigerkolonie is onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 31 bij de toelichting). De conclusie uit dit onderzoek is dat het verdwijnen van drie bomen niet zal leiden tot een afname van de functionaliteit van het gebied en de plaatselijke populatie reigers. De drie bomen met daarin de reigernesten kunnen hierdoor zonder het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden geveld. Ten aanzien van de buizerd is eveneens onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 39 bij de toelichting).

Hierin is geconcludeerd, dat indien dit nest verdwijnt dit niet zal leiden tot een afname van de functionaliteit van het gebied en dat de buizerd zelfstandig een nieuwe locatie kan vinden. Essentiele onderdelen van het foerageergebied gaan niet verloren. Hiermee is vastgesteld dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de soort om zich te kunnen vestigen. Hiermee wordt voldaan aan de beleidsregels passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. De nestboom met daarin het nest van de buizerd kan hierdoor zonder het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden geveld. Van een bijburcht voor de das is geen sprake, zo heeft deskundig onderzoek geleerd. Dat er tot twee maal toe middels cameravallen een das is gesignaleerd in het gebied heeft tot nader onderzoek geleid, waarbij is vastgesteld dat geen das verblijf heeft in het gebied.

Door compact te bouwen en de inrichting van groene parkeerterreinen voor te schrijven, zomede door circa 20% van het plangebied in te richten voor groenbeplanting en groenvoorzieningen, is voldoende in een goede waterhuishouding voorzien. Vanwege de

Pagina 41 van 66 - REFNUMBER

toename van het verhard oppervlak is een bergingsberekening uitgevoerd en de voorziene waterretentie van ruim 12.000 m3 kan goed in het plangebied worden verwerkt. De ligging van deze retentie is op onderstaande figuur te zien.

De vestiging van bedrijven in milieucategorie 3.2 tot en met 5.1 schept geen risico op geluid-, stank- en overige overlast voor burgers die wonen in de omgeving. De dichtstbij gelegen woningen aan de Slagmolen 1 en 2 zijn in het plan opgenomen zodat er in de directe omgeving geen sprake meer is van woningen. Aan de richtafstanden van de VNGbrochure Bedrijven en milieuzonering wordt voldaan. Daar komt bij dat in het geldende bestemmingsplan weliswaar bedrijven tot milieucategorie 5.1 zijn toegestaan, maar in het ontwerpbestemmingsplan niet. In het ontwerpbestemmingsplan is slechts de vestiging van bedrijven categorie 4.1 toegestaan en indirect – door middel van een binnenplanse afwijking waarbij aan een goed woon- en leefklimaat wordt getoetst – ook categorie 5.1. Om diverse redenen wordt bij de vaststelling van het bestemmingsplan de maximale categorie bedrijven teruggeschroefd naar milieucategorie 3.2. Dat betekent dat de regels en de verbeelding zodanig worden aangepast dat nog slechts bedrijven tot en met categorie 3.2 zijn toegestaan.

De verkeers- en milieuonderzoeken zijn inderdaad afgestemd op de bestemming. Omdat het inderdaad mogelijk is dat het plangebied geheel of nagenoeg geheel met logistieke bedrijvigheid wordt ingevuld, is ook aanvullend onderzoek gedaan. De oplegnotitie Milieuonderzoeken (bijlage 12 bij de plantoelichting) en de oplegnotitie Verkeersanalyse (bijlage 29 bij de plantoelichting) zijn daarop geactualiseerd. DE conclusies wijzigen niet. De verkeersgeneratie is opnieuw berekend voor zowel een invulling met gemengde bedrijvigheid als voor een invulling met louter logistieke bedrijvigheid. Voor beide situaties is de berekening uitgevoerd op basis van het exacte deel van het plangebied dat de bestemming bedrijventerrein heeft gekregen, te weten 15,07 ha. Op grond van de CROWrichtlijnen dient de verkeersgeneratie immers te worden bepaald aan de hand van de oppervlakte terrein die bestemming bedrijventerrein heeft gekregen. De conclusie ten aanzien van verkeer is dat geen sprake is van nieuwe knelpunten als gevolg van het plangebied c.q. het plan. Vanwege de autonome verkeersontwikkeling kan

Pagina 42 van 66 - REFNUMBER

tegen het jaar 2030 sprake zijn van een tweetal mogelijke knelpunten, te weten een lange wachtrij op de oprit van de A2 richting noorden of een wachtrij tussen de twee rotondes (zie figuur verkeersstructuur hieronder, meetpunt 102).

Van de op deze figuur met een nummer voorziene meetpunten zijn met het verkeersmodel de wachtrijlengtes voor de verschillende situaties berekend. De tabel met uitkomsten is hieronder weergegeven.

In de tabel is te zien dat er één knelpunt is, te weten meetpunt 202, waarbij dat knelpunt zich in de autonome situatie al ontstaat in de avondspits en dat knelpunt ook niet groter wordt in de verschillende plansituaties. De situatie in de tabel ‘Ref 2030’ ziet op de situatie die zonder planontwikkeling ontstaat in 2030. De situatie 1A ziet op het oorspronkelijk beoordeelde plangebied als gemengd bedrijventerrein en 1B ziet op het oorspronkelijk beoordeelde plangebied als distributieterrein. De situatie 2A ziet op het vast te stellen bestemmingsplangebied als gemengd bedrijventerrein en situatie 2B ziet op het vast te stellen bestemmingsplangebied als distributieterrein, zodat alle varianten in het verkeersonderzoek zijn betrokken. Of het knelpunt zich zal voordoen is bovendien nog maar zeer de vraag, omdat uit verkeerstellingen is gebleken dat de verkeersaantallen waarvan in het gebruikte model gebruik is gemaakt, in werkelijkheid substantieel lager liggen in de voor de analyse maatgevende avondspits. Onderstaande grafiek laat de overschatting van de verkeersintensiteit in de avondspits in het model zien. De actuele telling van de avondspits is als oranje stip in de grafiek gezet.

Pagina 43 van 66 - REFNUMBER

Buiten de avondspits zijn hoe dan ook geen knelpunten voorspeld. Mochten het knelpunt zich in 2030 toch voordoen vanwege de autonome ontwikkeling, dan zijn daarvoor oplossingen beschikbaar. 

De Natuur en Milieufederatie Limburg heeft inderdaad de stikstofberekeningen betwist. Deze betwisting wordt bij de betreffende zienswijze (zienswijze 18) besproken. Daar wordt de conclusie getrokken dat de stikstofberekeningen geen onjuistheden bevatten en de conclusie correct is. Conclusie De vestiging van bedrijven in de milieucategorieën 4.1 en indirect 5.1 wordt geschrapt. Het groenplan (bijlage 3) wordt aangevuld. De oplegnotities voor milieuonderzoeken en verkeersanalyse worden geactualiseerd met medeneming van de mogelijkheid dat het plangebied uitsluitend wordt ingevuld met logistiek.

10.

Zienswijze Stichting Ad Arbitrium Nostrum, ingekomen d.d. 29 augustus 2022 Deze zienswijze is niet-ontvankelijk.

11.

Zienswijze M.M. Stassen-Kanters, ingekomen d.d. 30 augustus 2022 Deze zienswijze is niet-ontvankelijk.

12.

Zienswijze C.E.H. Heutmekers, ingekomen d.d. 31 augustus 2022 Deze zienswijze is niet-ontvankelijk.

13.

Zienswijze E.M.G. Granzier, ingekomen d.d. 29 augustus 2022

Samenvatting zienswijze 

Noodzaak tot uitbreiden Noodzaak is niet voldoende aangetoond. Bestaande terreinen moet men eerst optimaliseren (afspraken provincie). Na 2030 is er geen uitbreidingsvraag meer. Ontwikkeling leidt na 2030 tot leegstand.

Pagina 44 van 66 - REFNUMBER

Maatschappelijk belang op nationaal niveau Door de CO2-crisis komt de transportsector onder druk te staan. Door nieuw beleid zullen DC’s leeg komen te staan. Wat is de maatstaf voor de stelling dat mens en planeet centraal staan in het ontwerpproces en uit welk rapport blijkt dit? Distributie is namelijk CO2 bevorderend. Is de nationale CO2 en fijnstof aanpak verwerkt in de aanname dat de ecommerce en smart logistics sector doorgroeit? DC past niet in een CO2-neutrale toekomst en heeft daarom geen maatschappelijk toegevoegde waarde.

Financiële haalbaarheid Het bouwen van een distributiecentrum is een risicovolle ontwikkeling gelet op de kwetsbaarheid van huidige productieketens door de crises in de wereld.

Verdozing Er moet een pas op de plaats komen totdat er een evenwichtig “dozen” beleid komt. Dit dient op provinciaal niveau geregeld te worden.

Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik (natuur, energie, klimaat etc.) is niet voldoende gemotiveerd. Meerwaarde voor de regio is niet voldoende af te leiden. Dit kan alleen als de gebruiker bekend is.

Verkeersafwikkeling Uit de verkeersanalyse wordt opgemaakt dat het plan zal leiden tot toename van het aantal verkeersbewegingen op enkele ontsluitingswegen terwijl deze in de huidige situatie op piekmomenten al zwaar belast zijn. Het probleem naar een later moment afschuiven en afwentelen op de toekomst is onacceptabel. De verkeersonveilige situatie die zal ontstaan is onacceptabel. De Stichting eist een gedegen verkeersonderzoek met oplossingen van de knelpunten voordat het bestemmingsplan goedgekeurd wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=b3fac37b-1b12-48d8-88cf-4baaa8301a5f