Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
Met het oog op een energieneutraal Echt-Susteren in 2040 en de wijze waarop het beoordelingsproces is opgepakt (aandacht voor de verschillende belangen), maakt dat het initiatief volledig binnen het Cittaslow principe past. Ad f. Uit de toelichting van het Klimaatakkoord blijkt dat CO2-opslag plaatsvindt in bomen, bodem en gras. Daarnaast leidt een minimale grondbewerking en gebruik van lichtere machines tot reductie van CO2-uitstoot. Uit het landschapsplan (bijlage 1 van de planregels) blijkt dat de gronden met een bloemrijk grasland mengsel ingezaaid zullen worden. Gras slaat CO2 op. Dit grasland wordt verder maximaal 2 keer per jaar gemaaid. Daarmee vindt er dus geen grondbewerking meer plaats en worden de gronden minder bereden door zware landbouwmachines. Tevens wordt het gehele zonnepark met groen ingepast. Ook dit groen slaat CO2 op. Gelet op het voorgaande sluit het
17
agrarische medegebruik en de landschappelijke inpassing van de gronden dus aan bij de landbouwdoelstellingen van het Klimaatakkoord, zijnde CO2 opslag en CO2 reductie. Ad g. Zie de beantwoording onder punt 2. 7.
Volgens reclamant heeft de wethouder tijdens een voorlichtingsbijeenkomst aangegeven dat er niet voldoende dakoppervlak beschikbaar is om aan de eisen van de rijksoverheid te voldoen. Daarom zijn er 5 zonneparken noodzakelijk. Indiener heeft daarom zelf naar relevante informatie gezocht. De conclusie van indiener is dat er 62,8 ha potentieel dakoppervlak op de bestaande daken in de gemeente aanwezig is. Dit levert een besparing van 170 ha aan landbouwgebied op ofwel 8 keer de grootte van het zonnepark Putbroekerbosweg. Het plan zonnepark Putbroekerbosweg hoeft dus niet uitgevoerd te worden als slechts 15% van al deze daken worden vol gelegd. Met het vol leggen van ca. 25 % van het dakoppervlak hoeven de andere parken ook niet aangelegd te worden. Er is dus geen enkele reden om op dit moment zonneparken in landbouwgebied aan te leggen. Standpunt gemeente Alternatief versus aanvraag De initiatiefnemer van dit zonnepark heeft bij de gemeente een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag.
Immers, uit de jurisprudentie6 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Reclamant stelt dat de zonneparken niet gerealiseerd hoeven te worden als 25% van de dakoppervlakte, zoals door reclamant berekend, vol gelegd wordt met zonnepanelen. Initiatiefnemer is echter geen eigenaar van de daken. Hierdoor is op voorhand al duidelijk dat met het alternatief geen gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Het door reclamant aangedragen alternatief is dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden. Berekening dakoppervlakte Reclamant heeft een berekening gemaakt van het aanwezige dakoppervlak in de gemeente. Op basis van deze berekening heeft hij de conclusie getrokken dat er voldoende dakoppervlakte in de gemeente aanwezig is en dat daarom de zonneparken niet noodzakelijk zijn. In de bijgevoegde bijlage 2 is onderbouwd waarom deze berekening een vertekend beeld geeft en dus in twijfel wordt getrokken.
8.
Ten slotte verwacht reclamant dat het verweer van de gemeente is, dat ze geen zeggenschap heeft over koopwoningen en bedrijfspanden. Het is reclamant echter niet bekend dat de gemeente stappen heeft gezet om de eigenaren aan te sporen om zonnepanelen te plaatsen. De gemeente zou bijvoorbeeld met derden partijen zonnepanelen kunnen voorfinancieren. Een ander voorbeeld is zonnepanelen boven parkeerplaatsen. Standpunt gemeente Zoals uit de onderbouwing van de zonneladder blijkt, zet de gemeente zowel in op trede 1 (zon op dak) als op trede 4 (zon op landbouwgrond). Er is een RES (Regionale Energie Strategie Midden – Limburg) brede aanpak voor het stimuleren van de aanleg van zonnepanelen op dak. Deze regionale aanpak richt zich naast de particuliere daken ook op daken van bedrijven en commercieel vastgoed. MKB-bedrijven die willen verduurzamen worden hier vanuit de gemeente in ondersteund.
Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. 6
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.
18
Zienswijze 8 1.
Reclamant stelt allereerst dat het wenselijk beleid van de overheid niet is gevolgd. De zogenaamde zonneladder moet voorkomen dat landbouw- en natuurgrond worden benut voor zonnepanelen, tenzij in uiterste noodzaak. Zowel bij particulieren als bij bedrijven is nog dakoppervlak beschikbaar. Enorme warehouses hebben geen zonnepanelen op de daken. Deze warehouses hebben ook al groen opgeslokt. Enige compensatie door zonnepanelen op de daken lijkt reclamant terecht. Bermen langs wegen en spoorlijnen zijn ook een optie volgens reclamant. Standpunt gemeente In bijlage 9 van de toelichting bij het bestemmingsplan is de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder opgenomen. De provincie Limburg heeft tijdens de zienswijzenperiode medegedeeld geen aanleiding te zien om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Dit betekent dus dat de provincie Limburg akkoord is gegaan met de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder. Uit de onderbouwing van de zonneladder blijkt dat de gemeente inzet op treden 1 (zon op dak) en 4 (zon op landbouwgronden) van de zonneladder. Dit betekent kortom dat er niet volop wordt ingezet op zon op land, maar ook op zon op dak. Tevens wordt ingezet op het besparen van energie. Wat niet verbruikt wordt, hoeft namelijk ook niet opgewekt te worden.
Wat betreft trede 1 is aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. Wat betreft de invulling van de treden 2 en 3 is reeds in de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder aangegeven dat locaties ook voorhanden moeten zijn. In de zienswijze wordt als voorbeeld de bermen langs wegen en spoorlijnen aangehaald. Wat betreft de realisatie van zonnepanelen in bermen langs wegen is contact geweest met Rijkswaterstaat (RWS). De berm langs de A2 is immers een potentiële locatie om zonnepanelen aan te leggen. Echter, de grond is eigendom van RWS en deze heeft aangegeven geen zonnepanelen te willen plaatsen. Ook is het voormalige rangeerterrein in Susteren een potentiële locatie om zonnepanelen te plaatsen. Deze locatie wordt momenteel onderzocht op haalbaarheid. Kortom, er heeft wel degelijk een beoordeling van locaties in en buiten de bebouwde kom plaatsgevonden, maar deze zijn om verschillende redenen (nog) niet inzetbaar of gewoonweg niet voorhanden (bv.
voormalige stortplaatsen of restruimten op bedrijventerreinen).
2.
Ten tweede stelt reclamant het volgende. Landbouwgebied blijft in de toekomst nodig. Wanneer minder vlees de norm wordt, zal meer plantaardig voedsel verbouwd moeten worden. Dit vergt veel meer oppervlakte. Beplanting neemt CO2 en stikstof op. Verder is groen gebied een trekpleister voor toerisme, waarmee ook de lokale economie gebaat is. Standpunt gemeente Landbouwgrond noodzakelijk voor voedselvoorziening De totale ontwikkeling van de 5 zonneparken betreft +/- 55 ha. Dit is een relatief klein gedeelte (1,1 %) van de totale landbouwgrond binnen de gemeente (+/- 5.000 ha). De agrarische sector en de primaire productie van voedsel, voer en/of grondstoffen wordt daarmee niet in onevenredige mate aangetast. Door het feit dat er sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik is er verder geen sprake van een totale onttrekking van de gronden aan de landbouw. De landbouwmogelijkheden zijn uiteraard beperkter, maar niet geheel onmogelijk. Bovendien geldt voor alle parken een tijdelijkheid, waardoor de gronden op termijn weer volledig voor de landbouw ingezet kunnen worden. Opname CO2 door beplanting
19
Uit de toelichting van het Klimaatakkoord blijkt dat CO2-opslag plaatsvindt in bomen, bodem en gras. Daarnaast leidt een minimale grondbewerking en gebruik van lichtere machines tot reductie van CO2-uitstoot. Uit het landschapsplan (bijlage 1 van de planregels) blijkt dat de gronden met een bloemrijk grasland mengsel ingezaaid zullen worden. Gras slaat CO2 op. Dit grasland wordt verder maximaal 2 keer per jaar gemaaid. Daarmee vindt er dus geen grondbewerking meer plaats en worden de gronden minder bereden door zware landbouwmachines. Tevens wordt het gehele zonnepark met groen ingepast. Ook dit groen slaat CO2 op. Gelet op het voorgaande sluit het agrarische medegebruik en de landschappelijke inpassing van de gronden dus aan bij de landbouwdoelstellingen van het Klimaatakkoord, zijnde CO2 opslag en CO2 reductie. Groen en toerisme Voor de realisatie van de zonneparken heeft de gemeente in december 2019 een collectieve uitvraag aan de markt gedaan. De gemeente heeft 17 initiatieven voor zonneparken ontvangen. Deze initiatieven zijn door een panel van deskundigen beoordeeld aan de hand van de drie beleidspijlers: landschappelijke kwaliteit, (financiële) participatie en draagvlak. Het onderhavige zonnepark is één van de vijf plannen die het beste hebben gescoord op de toetsingscriteria. De beoordeling van het plangebied heeft plaatsgevonden door een daartoe deskundig panel.
Op basis van de gemeentelijke beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit', onderdeel landschappelijke inrichting, heeft dit panel beoordeeld of het plan leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap. Er is beoordeeld of er sprake is van een integrale ontwikkeling, waarbij de karakteristieken van het landschap het vertrekpunt zijn in het landschapsinrichtingsplan (inclusief zichtlijnenstudie, visualisatie) en of het zonnepark in samenhang met het gebied is bezien. Het panel heeft geoordeeld dat er sprake is van een goede landschappelijke inrichting. Naast het onderdeel landschappelijke inrichting heeft het panel het plan ook beoordeeld op het onderdeel multifunctioneel ruimtegebruik. Ook dit onderdeel valt onder de beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit'. Het plan is binnen dit kader beoordeeld op de mogelijkheden om natuurwaarden te ontwikkelen en een medegebruik van landbouw en recreatie. Hierop heeft het panel geadviseerd dat dit nader uitgewerkt moest worden. Dit is gebeurd. Qua recreatie worden er wandelmogelijkheden gecreëerd, informatieborden en picknickbanken geplaatst. Gelet op het voorgaande wordt dus niet ingezien waarom het zonnepark geen positieve bijdrage levert aan het groene toerisme en de lokale economie. 3.
Reclamant stelt ten derde dat de beoogde zonneparken slechts een fractie van de benodigde energie leveren. Komt de opgewekte energie terecht bij de gewone burgers in de huishoudens? Standpunt gemeente De gemeentelijke ambitie is om in 2030 70% van de elektriciteit duurzaam op te wekken. Om deze ambitie te halen, heeft de gemeente ingezet op 5 zonneparken en 5 windturbines. Verder heeft de aanleg van het zonnepark niet tot doel om bepaalde huishoudens te voorzien van de stroom die dit zonnepark produceert. Het doel is om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen. Het uiteindelijke gemeentelijke doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Het doel vanuit het Klimaatakkoord is om alle energie in 2050 duurzaam op te wekken.
4.
Reclamant benoemt ten slotte dat internet een grootverbruiker van elektrische stroom is. Tevens zijn wij met zijn allen meer stroom gaan gebruiken. Er is een grote kentering in de maatschappij noodzakelijk: consuminderen in plaats van consumeren. Dit is moeilijk, maar zonneparken in het groen is geen oplossing voor de lange termijn. Standpunt gemeente Voor wat betreft de noodzaak van de zonneparken wordt verwezen naar het gestelde onder 1. Het gestelde over het consumentengedrag wordt verder voor kennisgeving aangenomen.
Conclusie
20
Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Mededeling 1 Samenvatting mededeling Het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen. Er bestaat geen aanleiding om ten aanzien van het plan een zienswijze in te dienen. Standpunt gemeente Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.
21
HOOFDSTUK 3. AMBTSHALVE WIJZIGINGEN Voorgesteld wordt om in het ontwerpbestemmingsplan een aantal ambtshalve wijzigingen door te voeren. Het betreft de volgende wijzigingen: Toelichting Regels Verbeelding Bijlagen
In artikel 3.5.2 wordt 2 jaar gewijzigd naar 1 jaar, waarbij de termijn gaat lopen na realisatie van het zonnepark. Bijlage 7: op pagina 8 staat onder het kopje ‘Rekenresultaat’: De berekening met Aerius Calculator 2020 voor de realisatiefase genereert een ‘leeg’ rapport. De tekst wordt gewijzigd zodat duidelijk is dat het resultaat '0,00' bedraagt. In bijlage 9 wordt voor het zonnepark Bosserheide de netto oppervlakte gewijzigd naar 4,9 ha. Het totaal aantal ha zonnepark wordt gewijzigd naar 41,3 ha. De memo 'Resultaten plantenonderzoek' van AnteaGroup van 24 juni 2021 wordt als bijlage 10 toegevoegd.
22
BIJLAGE 1: Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren
23
BIJLAGE 2: Memo met korte reactie op berekening
24