Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
Tekst van het document
NOTA VAN ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN ontwerpbestemmingsplan ‘Zonnepark Dominicusweg Maria Hoop’ (NL.IMRO.1711.BP20200071-OW01)
HOOFDSTUK 1. INLEIDING
A. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan ‘Zonnepark Dominicusweg Maria Hoop’ heeft overeenkomstig het coördinatiebesluit ex artikel 3.30 van de Wro, vastgesteld door de raad op 8 april 2021, vanaf 30 april 2021 zeven1 weken (tot en met 17 juni 2021) ter inzage gelegen op het gemeentehuis aan de Nieuwe Markt 55 te Echt. Het ontwerpbestemmingsplan is tevens beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen de ter inzage termijn is een ieder de mogelijkheid geboden om schriftelijke en/of mondeling zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen bij de gemeenteraad van Echt-Susteren. Tijdens de ter inzage termijn heeft tevens de bijbehorende ontwerp-omgevingsvergunning voor zienswijzen ter inzage gelegen. De afhandeling van deze zienswijzen is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. In dit rapport wordt daarom niet inhoudelijk op deze zienswijzen ingegaan. Er zijn 19 zienswijzen binnen de daartoe voorgeschreven termijn ingediend. Daarmee zijn deze zienswijzen ontvankelijk. Eén zienswijze is buiten de daartoe voorgeschreven termijn ingediend. Deze zienswijze is daarom niet ontvankelijk. Verder is er 1 mededeling binnengekomen. B. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de zienswijzen samengevat.
Per zienswijze wordt een gemeentelijk standpunt geformuleerd en is, wanneer van toepassing, een overzicht opgenomen van de aanpassingen die in het bestemmingsplan worden doorgevoerd naar aanleiding van de ingediende zienswijze. De samenvatting van de zienswijze heeft overigens alleen tot doel de leesbaarheid van deze Nota te vergroten. Bij de beoordeling van de zienswijze is de volledige brief, zoals deze bij de gemeente is ingediend en kenbaar gemaakt, meegenomen. Het is verder noodzakelijk om een aantal ambtelijke wijzigingen door te voeren op het ontwerpplan. In hoofdstuk 3 is een overzicht opgenomen van deze wijzigingen.
1
In de titel van de publicatie van 29 april 2021 was alleen het ontwerpbestemmingsplan genoemd en niet de ontwerpomgevingsvergunning. Daarom is de ter inzage legging van het ontwerpplan en de ontwerpvergunning op 6 mei 2021 opnieuw gepubliceerd.
1
HOOFDSTUK 2. SAMENVATTING ZIENSWIJZEN EN GEMEENTELIJK STANDPUNT
Zienswijze 1 1. Reclamant kan zich voorstellen dat de energietransitie moet versnellen, echter niet door het inrichten van grootschalige zonneparken in het relatief kleine Nederland. Er zijn genoeg minder dichtbevolkte EU-lidstaten met voldoende landoppervlak voor alternatieve energiebronnen. Standpunt gemeente In 2019 heeft Nederland in het Klimaatakkoord afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2030 49% lager moet zijn dan in 1990. Dit is tevens vastgelegd in de Klimaatwet. Om dit doel te bereiken is onder andere afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen. Hierbij moet 35 TWh aan hernieuwbare productie op land plaatsvinden. Dit is een nationale opgave en moet dus binnen de grenzen van Nederland gerealiseerd worden. De gemeente Echt-Susteren heeft zich binnen het kader van het Klimaatakkoord ten doel gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit wil zeggen dat er binnen de gemeentegrenzen niet meer energie wordt verbruikt dan dat er duurzaam wordt opgewekt. Deze doelstelling moet deels bereikt worden door zonneparken op landbouwgronden te realiseren, zoals blijkt uit het 'Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt – Susteren' en de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 – 2022'. Voor de realisatie van de zonneparken heeft de gemeente in december 2019 een collectieve uitvraag aan de markt gedaan.
De gemeente heeft 17 initiatieven voor zonneparken ontvangen. Deze initiatieven zijn door een panel van deskundigen beoordeeld aan de hand van de drie beleidspijlers: landschappelijke kwaliteit, (financiële) participatie en draagvlak. Het onderhavige zonnepark is één van de vijf plannen die het beste hebben gescoord op de toetsingscriteria. Voor de daadwerkelijke realisatie van het onderhavige park heeft initiatiefnemer een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Immers, uit de jurisprudentie2 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Als alternatieve locatie wordt door reclamant minder bevolkte gebieden in EU-lidstaten aangehaald. De opgave die Nederland vanuit het Klimaatakkoord heeft, moet echter binnen de Nederlandse grenzen behaald worden. Daarnaast heeft de gemeente haar eigen energiedoelstellingen die zij binnen haar grenzen gerealiseerd wil zien. Op voorhand is daarom reeds duidelijk dat door verwezenlijking van het aangehaalde alternatief geen gelijkwaardig resultaat wordt behaald met aanmerkelijk minder bezwaren.
Immers, de locaties liggen niet in Nederland. De aangedragen alternatieve locaties zijn dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden. 2. Ook leidt dit zonnepark tot een ernstige aantasting van het kleinschalige, cultuurhistorische en landschappelijk waardevolle landschap, aldus reclamant. Tevens wordt kostbare landbouwgrond verkwist en wordt het meest groene en onbebouwde gebied van de gemeente verder versnipperd. Dit draagt niet bij aan het toeristisch imago van het smalste stukje Nederland. Standpunt gemeente Zoals onder 1 reeds aangegeven heeft de beoordeling van de locatie plaatsgevonden door een daartoe deskundig panel. Op basis van de voornoemde beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit', onderdeel landschappelijke inrichting, heeft dit panel beoordeeld of het plan leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap. Er is beoordeeld of er sprake is van een integrale ontwikkeling, waarbij de karakteristieken van het landschap het vertrekpunt zijn in het landschapsinrichtingsplan (inclusief zichtlijnenstudie, visualisatie) en of het zonnepark in samenhang
2
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.
2
met het gebied is bezien. Het panel heeft geoordeeld dat er sprake is van een goede landschappelijke inrichting. Naast het onderdeel landschappelijke inrichting heeft het panel het plan ook beoordeeld op het onderdeel multifunctioneel ruimtegebruik. Ook dit onderdeel valt onder de beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit'. Het plan is binnen dit kader beoordeeld op de mogelijkheden om natuurwaarden te ontwikkelen en een medegebruik van landbouw en recreatie. Hierop heeft het panel geadviseerd dat dit nader uitgewerkt moest worden. Dit is gebeurd. Qua recreatie worden er wandelmogelijkheden gecreëerd, informatieborden en picknickbanken geplaatst. Er wordt dus niet ingezien waarom deze ontwikkeling geen bijdrage levert aan het toeristisch imago van ‘t Smalste stukje Nederland. Ten slotte wordt in de zienswijze opgemerkt dat goede landbouwgrond wordt verkwist. Allereerst betreft de totale ontwikkeling van de 5 zonneparken +/- 55 ha. Dit is een relatief klein gedeelte (1,1 %) van de totale landbouwgrond binnen de gemeente (+/- 5.000 ha). De agrarische sector en de primaire productie van voedsel, voer en/of grondstoffen wordt daarmee niet in onevenredige mate aangetast. Door het feit dat er sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik is er verder geen sprake van een totale onttrekking van de gronden aan de landbouw.
De landbouwmogelijkheden zijn uiteraard beperkter, maar niet geheel onmogelijk. Bovendien geldt voor alle parken een tijdelijkheid, waardoor de gronden op termijn weer volledig voor de landbouw ingezet kunnen worden. 3. Reclamant vervolgt door te stellen dat de zonneladder niet voldoende wordt gevolgd. Alle aandacht gaat uit naar het oprichten van zonneparken in het landschap. De mogelijkheden van zonneparken op daken, langs wegen/spoorlijnen en andere alternatieven in en buiten de bebouwde kom zijn onvoldoende onderzocht en uitgewerkt. Standpunt gemeente In bijlage 9 van de toelichting bij het bestemmingsplan is de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder opgenomen. De provincie Limburg heeft tijdens de zienswijzenperiode medegedeeld geen aanleiding te zien om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Dit betekent dus dat de provincie Limburg akkoord is gegaan met de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder. Uit de onderbouwing van de zonneladder blijkt dat de gemeente inzet op treden 1 (zon op dak) en 4 (zon op landbouwgronden) van de zonneladder. Dit betekent kortom dat er niet volop wordt ingezet op zon op land, maar ook op zon op dak. Tevens wordt ingezet op het besparen van energie. Wat niet verbruikt wordt, hoeft namelijk ook niet opgewekt te worden.
Wat betreft trede 1 is aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. Wat betreft de invulling van de treden 2 en 3 is reeds in de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder aangegeven dat locaties ook voorhanden moeten zijn. In de zienswijze wordt als voorbeeld de bermen langs wegen en spoorlijnen aangehaald. Wat betreft de realisatie van zonnepanelen in bermen langs wegen is contact geweest met Rijkswaterstaat (RWS). De berm langs de A2 is immers een potentiële locatie om zonnepanelen aan te leggen. Echter, de grond is eigendom van RWS en deze heeft aangegeven geen zonnepanelen te willen plaatsen. Ook is het voormalige rangeerterrein in Susteren een potentiële locatie om zonnepanelen te plaatsen. Deze locatie wordt momenteel onderzocht op haalbaarheid. Kortom, er heeft wel degelijk een beoordeling van locaties in en buiten de bebouwde kom plaatsgevonden, maar deze zijn om verschillende redenen (nog) niet inzetbaar of gewoonweg niet voorhanden (bv.
voormalige stortplaatsen of restruimten op bedrijventerreinen).
3
4. Er wordt volgens reclamant gesuggereerd dat er binnen het stedelijke gebied geen 9 ha vrijgemaakt kunnen worden als alternatieve locatie voor dit zonnepark. Dat is een logische conclusie als je het beschikbare (particuliere) dakoppervlak niet meetelt. Tevens gaat het netto maar om 5,3 ha (incl. onderhoudspaden) zonnepanelen. Het ruimtegebruik voor dit park buiten stedelijk gebied is dus inefficiënt. Standpunt gemeente Zoals onder punt 3 reeds is aangeven, is wat betreft trede 1 (zon op dak) aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. 5. Ten slotte wordt door reclamant gesteld dat de gemeente niet kan garanderen dat de opgewekte stroom van dit zonnepark terecht komt bij de genoemde huishoudens, waarvoor het zonnepark bedoeld is. Standpunt gemeente De aanleg van het zonnepark heeft niet als doel om de gestelde huishoudens te voorzien van de stroom die dit zonnepark produceert. Het doel is om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen.
Het uiteindelijke gemeentelijke doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Het doel vanuit het Klimaatakkoord is om alle energie in 2050 duurzaam op te wekken. Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 2 1. Reclamant kan zich voorstellen dat de energietransitie moet versnellen, echter niet door het inrichten van grootschalige zonneparken in het relatief kleine Nederland. Er zijn genoeg minder dichtbevolkte EU-lidstaten met voldoende landoppervlak voor alternatieve energiebronnen. Standpunt gemeente In 2019 heeft Nederland in het Klimaatakkoord afgesproken dat de CO2-uitstoot in 2030 49% lager moet zijn dan in 1990. Dit is tevens vastgelegd in de Klimaatwet. Om dit doel te bereiken is onder andere afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen. Hierbij moet 35 TWh aan hernieuwbare productie op land plaatsvinden. Dit is een nationale opgave en moet dus binnen de grenzen van Nederland gerealiseerd worden. De gemeente Echt-Susteren heeft zich binnen het kader van het Klimaatakkoord ten doel gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit wil zeggen dat er binnen de gemeentegrenzen niet meer energie wordt verbruikt dan dat er duurzaam wordt opgewekt.
Deze doelstelling moet deels bereikt worden door zonneparken op landbouwgronden te realiseren, zoals blijkt uit het 'Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt – Susteren' en de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 – 2022'. Voor de realisatie van de zonneparken heeft de gemeente in december 2019 een collectieve uitvraag aan de markt gedaan. De gemeente heeft 17 initiatieven voor zonneparken ontvangen. Deze initiatieven zijn door een panel van deskundigen beoordeeld aan de hand van de drie beleidspijlers: landschappelijke kwaliteit, (financiële) participatie en draagvlak. Het onderhavige zonnepark is één van de vijf plannen die het beste hebben gescoord op de toetsingscriteria. Voor de daadwerkelijke realisatie van het onderhavige park heeft initiatiefnemer een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Immers, uit de jurisprudentie3 blijkt dat indien een project op zichzelf 3
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.
4
aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Als alternatieve locatie wordt door reclamant minder bevolkte gebieden in EU-lidstaten aangehaald. De opgave die Nederland vanuit het Klimaatakkoord heeft, moet echter binnen de Nederlandse grenzen behaald worden. Daarnaast heeft de gemeente haar eigen energiedoelstellingen die zij binnen haar grenzen gerealiseerd wil zien. Op voorhand is daarom reeds duidelijk dat door verwezenlijking van het aangehaalde alternatief geen gelijkwaardig resultaat wordt behaald met aanmerkelijk minder bezwaren. Immers, de locaties liggen niet in Nederland. De aangedragen alternatieve locaties zijn dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden. 2. Ook leidt dit zonnepark tot een ernstige aantasting van het kleinschalige, cultuurhistorische en landschappelijk waardevolle landschap, aldus reclamant. Tevens wordt kostbare landbouwgrond verkwist en wordt het meest groene en onbebouwde gebied van de gemeente verder versnipperd. Dit draagt niet bij aan het toeristisch imago van het smalste stukje Nederland.
Standpunt gemeente Zoals onder 1 reeds aangegeven heeft de beoordeling van de locatie plaatsgevonden door een daartoe deskundig panel. Op basis van de voornoemde beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit', onderdeel landschappelijke inrichting, heeft dit panel beoordeeld of het plan leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap. Beoordeeld is of er sprake is van een integrale ontwikkeling, waarbij de karakteristieken van het landschap het vertrekpunt zijn in het landschapsinrichtingsplan (inclusief zichtlijnenstudie, visualisatie) en of het zonnepark in samenhang met het gebied is bezien. Het panel heeft geoordeeld dat er sprake is van een goede landschappelijke inrichting. Naast het onderdeel landschappelijke inrichting heeft het panel het plan ook beoordeeld op het onderdeel multifunctioneel ruimtegebruik. Ook dit onderdeel valt onder de beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit'. Het plan is binnen dit kader beoordeeld op de mogelijkheden om natuurwaarden te ontwikkelen en een medegebruik van landbouw en recreatie. Hierop heeft het panel geadviseerd dat dit nader uitgewerkt moest worden. Dit is gebeurd. Qua recreatie worden er wandelmogelijkheden gecreëerd, informatieborden en picknickbanken geplaatst. Er wordt dus niet ingezien waarom deze ontwikkeling geen bijdrage levert aan het toeristisch imago van ‘t Smalste stukje Nederland.
Ten slotte wordt in de zienswijze opgemerkt dat goede landbouwgrond wordt verkwist. Allereerst betreft de totale ontwikkeling van de 5 zonneparken +/- 55 ha. Dit is een relatief klein gedeelte (1,1 %) van de totale landbouwgrond binnen de gemeente (+/- 5.000 ha). De agrarische sector en de primaire productie van voedsel, voer en/of grondstoffen wordt daarmee niet in onevenredige mate aangetast. Door het feit dat er sprake is van multifunctioneel ruimtegebruik is er verder geen sprake van een totale onttrekking van de gronden aan de landbouw. De landbouwmogelijkheden zijn uiteraard beperkter, maar niet geheel onmogelijk. Bovendien geldt voor alle parken een tijdelijkheid, waardoor de gronden op termijn weer volledig voor de landbouw ingezet kunnen worden. 3. Reclamant vervolgt door te stellen dat de zonneladder niet voldoende wordt gevolgd. Alle aandacht gaat uit naar het oprichten van zonneparken in het landschap. De mogelijkheden van zonneparken op daken, langs wegen/spoorlijnen en andere alternatieven in en buiten de bebouwde kom zijn onvoldoende onderzocht en uitgewerkt. Standpunt gemeente In bijlage 9 van de toelichting bij het bestemmingsplan is de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder opgenomen. De provincie Limburg heeft tijdens de zienswijzenperiode medegedeeld geen aanleiding te zien om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen.
Dit betekent dus dat de provincie Limburg akkoord is gegaan met de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder.
5
Uit de onderbouwing van de zonneladder blijkt dat de gemeente inzet op treden 1 (zon op dak) en 4 (zon op landbouwgronden) van de zonneladder. Dit betekent kortom dat er niet volop wordt ingezet op zon op land, maar ook op zon op dak. Tevens wordt ingezet op het besparen van energie. Wat niet verbruikt wordt, hoeft namelijk ook niet opgewekt te worden. Wat betreft trede 1 is aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. Wat betreft de invulling van de treden 2 en 3 is reeds in de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder aangegeven dat locaties ook voorhanden moeten zijn. In de zienswijze wordt als voorbeeld de bermen langs wegen en spoorlijnen aangehaald. Wat betreft de realisatie van zonnepanelen in bermen langs wegen is contact geweest met Rijkswaterstaat (RWS). De berm langs de A2 is immers een potentiële locatie om zonnepanelen aan te leggen. Echter, de grond is eigendom van RWS en deze heeft aangegeven geen zonnepanelen te willen plaatsen.
Ook is het voormalige rangeerterrein in Susteren een potentiële locatie om zonnepanelen te plaatsen. Deze locatie wordt momenteel onderzocht op haalbaarheid. Kortom, er heeft wel degelijk een beoordeling van locaties in en buiten de bebouwde kom plaatsgevonden, maar deze zijn om verschillende redenen (nog) niet inzetbaar of gewoonweg niet voorhanden (bv. voormalige stortplaatsen of restruimten op bedrijventerreinen). 4. Er wordt volgens reclamant gesuggereerd dat er binnen het stedelijke gebied geen 9 ha vrijgemaakt kunnen worden als alternatieve locatie voor dit zonnepark. Dat is een logische conclusie als je het beschikbare (particuliere) dakoppervlak niet meetelt. Tevens gaat het netto maar om 5,3 ha (incl. onderhoudspaden) zonnepanelen. Het ruimtegebruik voor dit park buiten stedelijk gebied is dus inefficiënt. Standpunt gemeente Zoals onder punt 3 reeds is aangeven, is wat betreft trede 1 (zon op dak) aan de hand van de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) nader onderbouwd dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Daarnaast kan niemand gedwongen worden om zonnepanelen op het dak te plaatsen. De gemeente kan dit alleen stimuleren. Tot slot volgt uit deze memo dat de gemeente met alleen zon op dak haar klimaatdoelen niet gaat halen. 5.
Ten slotte wordt door reclamant gesteld dat de gemeente niet kan garanderen dat de opgewekte stroom van dit zonnepark terecht komt bij de genoemde huishoudens, waarvoor het zonnepark bedoeld is. Standpunt gemeente De aanleg van het zonnepark heeft niet als doel om de gestelde huishoudens te voorzien van de stroom die dit zonnepark produceert. Het doel is om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen. Het uiteindelijke gemeentelijke doel is om in 2040 energieneutraal te zijn. Het doel vanuit het Klimaatakkoord is om alle energie in 2050 duurzaam op te wekken. Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 3 Samenvatting zienswijze Reclamant verzoekt om in artikel 3.2.3 van de planregels de hoogte voor een inkoopstation te wijzigen van 3,10 meter naar 3,50 meter.
6
Standpunt gemeente Er bestaan geen bezwaren om de hoogte voor een inkoopstation te verhogen met 0,40 m. Het wijzigen van de hoogte leidt namelijk niet tot wezenlijke veranderingen van het totale project. Conclusie Deze zienswijze wordt gegrond verklaard en geeft aanleiding tot de onderstaande aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan: Toelichting Regels
Verbeelding Bijlagen
-
In artikel 3.2.3 van de planregels wordt de hoogte van een inkoopstation gewijzigd naar 3,50 meter.
Zienswijze 4 1. Het betreffende plan leidt volgens reclamant tot een verslechtering van de leefomgeving. Kwalitatief goede landbouwgrond wordt ingeruild voor de opwek van duurzame energie. In de provinciale omgevingsvisie wordt echter opgeroepen om de Limburgse Zonneladder toe te passen. Het plan voor een zonnepark aan de Dominicusweg is door een deskundigenkoppel getoetst aan drie beleidspijlers (landschappelijke kwaliteit, draagvlak en (financiële) participatie). Op basis hiervan is geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke integrale afweging, de instandhouding van landschapsstructuren met bijbehorende kenmerken, dat er aandacht is voor lokaal draagvlak en participatie alsmede dat de procedures zorgvuldig zijn doorlopen. De brief van de provincie Limburg met de nadrukkelijke oproep om de zonneladder te gebruiken is door uw gemeente naast zich neergelegd. Standpunt gemeente In bijlage 9 van de toelichting bij het bestemmingsplan is de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder opgenomen. Het in gebruik nemen van landbouwgrond voor een zonnepark (trede 4) is onderbouwd aan de hand van het zogenaamde 'nee, tenzij principe' en zoals omschreven in de bedoelde brief van de provincie Limburg van 23 februari 2021.
Dit 'nee, tenzij principe' is onderbouwd aan de hand van de drie beleidspijlers (landschappelijke kwaliteit, draagvlak en (financiële) participatie) en zoals verwoord in het bestemmingsplan. De provincie Limburg heeft tijdens de zienswijzenperiode medegedeeld geen aanleiding te zien om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Dit betekent dus dat de provincie Limburg akkoord is gegaan met de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder. Binnen dit kader wordt ook verwezen naar de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) waarin nader onderbouwd is dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Uit de memo volgt tevens dat, wil de gemeente haar klimaatdoelen halen, landbouwgronden ingezet moeten worden. 2. Reclamant stelt vast dat de afweging om in plaats van aan de Dominicusweg op het industrieterrein Echt-Noord een zonnepark te realiseren, niet is meegenomen. Standpunt gemeente De initiatiefnemer van dit zonnepark heeft bij de gemeente een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag.
Immers, uit de jurisprudentie4 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op 4
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.
7
voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Initiatiefnemer heeft op het industrieterrein Echt-Noord geen eigendommen. Hierdoor is op voorhand al duidelijk dat met het alternatief geen gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Het aangedragen alternatief is dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden. 3. Het plan leidt volgens reclamant tot een verslechtering van de landschappelijke kwaliteit van de omgeving waar hij woont. In tegenstelling tot wat in het kader van de Structuurvisie Echt-Susteren 2012 – 2025 is beargumenteerd, wordt de openheid van het gebied wel degelijk in negatieve zin aangetast voor wat betreft de doorkijk van de Pepinusweg naar Montfort. Voorts wordt de biodiversiteit, als gevolg van de beschreven acties en in tegenstelling tot wat uw gemeente beweert, in zijn geheel niet bevorderd. Onderzoek heeft aangetoond dat er in circa 97 % van de zonneparken sprake is van een achteruitgang van biodiversiteit. Ten slotte is het agrarisch bedrijf Pepinushof VOF bezig met uitbreiding van haar recreatieve activiteiten ten koste van de agrarische activiteiten. De realiteit strookt niet met de beschreven afwegingen van uw gemeente.
Standpunt gemeente Landschap en biodiversiteit Bij het plan voor de landschappelijke inpassing is terdege rekening gehouden met de karakteristieken van het aanwezige landschap en het landschapstype. Als basis voor deze karakteristieken en landschapstype geldt de 'Structuurvisie Echt - Susteren, 2012 - 2025'. Ten opzichte van het huidige agrarische gebruik worden er groenstructuren en beplantingen toegevoegd die passen bij het landschapstype en bovendien gebiedseigen en inheems zijn. In vergelijking met het intensieve agrarische gebruik, de mono-cultures en de toepassing van bestrijdingsmiddelen, vormt de voorgestelde inrichting wel degelijk een meerwaarde voor landschap en biodiversiteit. Bij de totstandkoming van de plannen is terdege rekening gehouden met het realiseren van ecologische waarden, zowel bij de aanleg als het beheer. Natuurlijk zal de voedselrijke uitgangssituatie ten gevolge van het eerdere agrarische gebruik niet onmiddellijk leiden tot een optimale situatie. Echter, door inrichting en beheer gericht op verschraling, zal de vegetatie op termijn aansluiten bij de natuurlijke vegetatie die je ter plaatse mag verwachten. Verder leidt het toevoegen of wijzigen van een functie in een gebied altijd tot een verandering van het beeld.
De inpassing van het zonnepark vormt een verandering van de locatie, maar past binnen de eigenschappen, schaal en kenmerken van het landschap en het landschapstype ter plaatse. Aanvullend dient opgemerkt te worden dat het landschapsplan beoordeeld is door een onafhankelijke deskundige commissie, de LKM-commissie. Deze heeft het plan op 30 december 2020 voor akkoord bevonden. Gelet op het voorgaande wordt dus niet ingezien waarom het plan niet passend is binnen de landschapskenmerken zoals bedoeld in de 'Structuurvisie Echt-Susteren 2012 – 2025'. Pepinushof Wat ten slotte de activiteiten bij het agrarische bedrijf Pepinushof VOF betreft het volgende. Het is bij de huidige agrarische bedrijven heel normaal om nevenactiviteiten te hebben zoals recreatieve activiteiten. Dit levert voor de agrariër een extra inkomen op. Dit valt alleen maar toe te juichen. Zolang de recreatieve activiteiten ondergeschikt blijven aan de agrarische activiteiten is er sprake van een agrarisch bedrijf. Op dit moment is er geen aanleiding om te veronderstellen dat Pepinushof geen passende bestemming heeft. Dit betekent dus dat bij de onderbouwing uitgegaan is van de juiste bedrijfssituatie bij Pepinushof. 4.
Verder merkt reclamant op dat het gebied wordt ingesloten door twee Natura 2000 gebieden waarmee er niet kan worden uitgesloten dat het zonnepark een potentieel negatief effect teweeg kan brengen voor beide Natura 2000 gebieden. Reclamant mist in het onderzoek een zorgvuldige afweging en een gedegen onderzoek naar potentiële negatieve effecten. Verder mist reclamant in
8
het onderzoek en afwegingen de juiste berekening van de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de aanleg van het zonnepark. Standpunt gemeente Het plangebied ligt in de nabijheid van het Natura 2000 gebied Abdij Lilbosch en voormalig klooster Maria Hoop dat uit twee delen bestaat. In de Natuurtoets Zonnepark Dominicusweg van 11 maart 2021 (bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan) wordt in paragraaf 4.3.1. dit Natura 2000 gebied beschreven. In paragraaf 5.2.2. en 5.3.1. worden de effecten van het plan beschreven en getoetst. Geconcludeerd is dat (met uitzondering van stikstof waarvoor een aeriusberekening nodig is) negatieve effecten zijn uitgesloten. De “stikstoftoets (aeriusberekening)” valt buiten het kader van de Natuurtoets en is separaat uitgevoerd en als bijlage 7 bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. In bijlage 7 is de berekening opgenomen met daarnaast een toelichting op de invoergegevens van de berekening. De berekening laat zien dat er geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jaar zijn. Hiermee is onderbouwd dat het zonnepark niet voor negatieve effecten zal zorgen in Natura 2000 gebieden. 5. Reclamant constateert verder dat er meerdere beschermde diersoorten voorkomen ter plaatse van het potentiële plangebied.
Standpunt gemeente Een eerste stap in een natuurtoets/quickscan is het nagaan welke soorten (mogelijk kunnen) voorkomen in een plangebied. Vervolgens wordt getoetst of er negatieve effecten (kunnen) optreden door de nieuwe ontwikkeling. Dit is ook gedaan in de Natuurtoets zonnepark Dominicusweg van 11 maart 2021 (bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Geconcludeerd is dat in alle redelijkheid kan worden gesteld dat het voorgenomen plan geen invloed zal hebben op soort(groep)en binnen en rondom het plangebied met inachtneming van de aangegeven voorbehouden en uitgangspunten. 6. Een afweging vanuit het feit dat de gemeente integraal onderdeel is van Visit Zuid-Limburg, waarbij de bescherming van het landschap bovenaan alle lijstjes prijkt, herkent reclamant in zijn geheel niet terug in de afwegingen die er binnen de gemeente zijn gemaakt. Standpunt gemeente Voor de realisatie van de zonneparken heeft de gemeente in december 2019 een collectieve uitvraag aan de markt gedaan. De gemeente heeft 17 initiatieven voor zonneparken ontvangen. Deze initiatieven zijn door een panel van deskundigen beoordeeld aan de hand van de drie beleidspijlers: landschappelijke kwaliteit, (financiële) participatie en draagvlak. Het zonnepark aan de Dominicusweg te Maria Hoop is één van de vijf plannen die het beste hebben gescoord op de toetsingscriteria.
Op basis van de voornoemde beleidspijler 'Landschappelijke kwaliteit', onderdeel landschappelijke inrichting, heeft dit panel beoordeeld of het plan leidt tot een onevenredige aantasting van het landschap. Beoordeeld is of er sprake is van een integrale ontwikkeling, waarbij de karakteristieken van het landschap het vertrekpunt zijn in het landschapsinrichtingsplan (inclusief zichtlijnenstudie, visualisatie) en of het zonnepark in samenhang met het gebied is bezien. Het panel heeft geoordeeld dat er sprake is van een goede landschappelijke inrichting. Ten behoeve van het bestemmingsplan is het landschapsplan op detailniveau uitgewerkt. Dit landschapsplan is vervolgens beoordeeld door een onafhankelijke deskundige commissie, de LKMcommissie. Deze heeft het plan op 30 december 2020 voor akkoord bevonden. Er wordt dus niet ingezien waarom de bescherming van het landschap niet in voldoende mate is meegenomen in de afweging om op de onderhavige locatie een zonnepark te ontwikkelen. 7. Reclamant constateert dat de gemeente onzorgvuldig gehandeld heeft met betrekking tot het gebruik van de juiste software voor het vaststellen van de stikstofdepositie. Standpunt gemeente
9
Voor het uitvoeren van een stikstofberekening met betrekking tot stikstof en de Wet natuurbescherming is AERIUS verplicht. De versie die gebruikt dient te worden, is de versie die via www.aerius.nl online beschikbaar is. In Artikel 2.1 van de Regeling natuurbescherming is de wettelijke verplichting voor het gebruik van AERIUS vastgelegd. Zoals hieronder te lezen, moet de stikstofdepositie berekend worden met AERIUS Calculator versie 2020. Dit is ook de versie waarmee de aeriusberekening (bijlage 7 van de toelichting van het bestemmingsplan) is uitgevoerd. Regeling natuurbescherming § 2.1.1. Stikstofberekening Artikel 2.1
1 Voor de vaststelling of een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, afzonderlijk of in combinatie met plannen of andere projecten significante gevolgen kan hebben voor dat gebied door het veroorzaken van stikstofdepositie in het gebied op een voor stikstof gevoelige habitat, wordt de stikstofdepositie berekend met AERIUS Calculator versie 2020.
2 AERIUS Calculator wordt beheerd onder verantwoordelijkheid van de minister.
8. Ten slotte stelt reclamant dat er onvoldoende bodemonderzoek is gedaan naar de gevolgen van het aanbrengen van kabel in de grond op een diepte groter dan 40 cm. Standpunt gemeente Regelgeving Bij de voorbereiding en ontwikkeling van een bestemmingsplan heeft een gemeente een onderzoeksplicht naar verschillende aspecten die bij de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan een rol (kunnen) spelen, waaronder een bodemonderzoek. Ingevolge artikel 3.1.6 Bro moet de toelichting bij een (ontwerp-) bestemmingsplan ook de inzichten van de uitvoerbaarheid van een plan bevatten. Analoog hieraan kan de noodzaak van bodemonderzoek zich voordoen bij procedures voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo). Op basis van de onderzoeksresultaten toetst de gemeente voor bestemmingsplannen, dan wel in het kader van de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan of de bodem milieuhygiënisch geschikt is voor de geplande vorm van bodemgebruik. Lokaal beleid Met uitzondering van de voorwaarden genoemd in Module 2, paragraaf 2.4. Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 dient voor een bestemmingswijziging altijd een vooronderzoek conform NEN5725 uitgevoerd te worden.
Indien uit dit vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is voor bodemverontreiniging kan de bodemkwaliteitskaart in combinatie met het vooronderzoek als bewijsmiddel dienen. De bodemkwaliteitskaart in combinatie met een vooronderzoek is géén geldig bewijsmiddel in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of bestemmingsplanprocedure wanneer uit het vooronderzoek conform NEN5725 blijkt dat de locatie of een gedeelte van de locatie verdacht is. Dan dient altijd minimaal een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd te worden. Resultaat onderzoek In onderhavige situatie is in voldoende mate aangetoond dat de bodem geschikt is voor de (bodem-) functie. Er zijn geen aanwijzingen dat op de locatie een bodemverontreiniging aanwezig is. De bodemtoets is in voldoende mate uitgevoerd. Graafwerkzaamheden Vanwege het feit dat het vooronderzoek geen verdenking van bodemverontreiniging heeft aangetoond is de Bodemkwaliteitskaart conform lokaal beleid voldoende bewijsmiddel om aan te tonen dat de bodem niet alleen geschikt is voor haar nieuwe functie, maar dat er ook geen (ernstige) verontreinigingen zijn te verwachten die graafwerkzaamheden kunnen beïnvloeden of belemmeren. Voor wat betreft de gevolgen van het aanbrengen van kabel zijn er vanuit bodemoptiek geen milieuhygiënische consequenties te verwachten.
10
Conclusie Deze zienswijze wordt ongegrond verklaard en geeft geen aanleiding tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 5 1. Reclamant stelt dat de communicatie omtrent de ligging van het zonnepark niet geheel duidelijk is voor bewoners die genieten van wandelingen in en rond de natuur grenzend aan de kern Pey. Reclamant vraagt zich af of er voldoende inspanning is geweest om wandelaars, bewoners in de kern Pey-Echt te informeren omtrent de situering van het zonnepark. Standpunt gemeente Verwezen wordt naar bijlagen 2 en 8 bij de toelichting van het bestemmingsplan. In deze twee rapporten is uitvoerig omschreven hoe het communicatieplan er uit heeft gezien en hoe het uitgevoerd is. 2. Is de gemeente op de hoogte van de brief van de provincie Limburg met het advies om geen goede landbouwgronden te gebruiken voor het plaatsen van zonneparken voor zowel nieuwe als lopende aanvragen? Zo ja, hoe denkt de gemeente in deze situatie hiermee om te gaan? Standpunt gemeente In bijlage 9 van de toelichting bij het bestemmingsplan is de onderbouwing van de Limburgse Zonneladder opgenomen. Het in gebruik nemen van landbouwgrond voor een zonnepark is onderbouwd aan de hand van het zogenaamde 'nee, tenzij principe' en zoals omschreven in de bedoelde brief van de provincie Limburg van 23 februari 2021.
Dit 'nee, tenzij principe' is onderbouwd aan de hand van de drie beleidspijlers (landschappelijke kwaliteit, draagvlak en (financiële) participatie) en zoals verwoord in het bestemmingsplan. De provincie Limburg heeft tijdens de zienswijzenperiode medegedeeld geen aanleiding te zien om een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Dit betekent dus dat de provincie Limburg akkoord is gegaan met de onderbouwing van het 'nee, tenzij principe' om landbouwgronden in gebruik te kunnen nemen voor zonneparken. Binnen dit kader wordt ook verwezen naar de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1) waarin nader onderbouwd is dat er te weinig geschikte daken in Echt-Susteren aanwezig zijn om te voorzien in de huidige en de toekomstige elektriciteitsvraag. Uit de memo volgt tevens dat, wil de gemeente haar klimaatdoelen halen, landbouwgronden ingezet moeten worden. 3. Reclamant stelt verder dat de waarde van het vastgoed afneemt door schitteringen van zonnestralen op de panelen en door het uitzicht op de zonneparken. De woning is hoger gelegen met een vrij en groen uitzicht aan de voor- en achterzijde. Het woongenot wordt beperkt door het uitzicht op het zonnepark evenals de geplande haag met een hoogte van 2 meter.
Standpunt gemeente Uitzicht op zonnepark Bij het plan voor de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met de karakteristieken van het aanwezige landschap en het landschapstype. Als basis voor deze karakteristieken en landschapstype geldt de 'Structuurvisie Echt - Susteren, 2012 - 2025'. Uit het inpassingsplan (bijlage 1 van de planregels) blijkt dat het zonnepark nagenoeg volledig omzoomd wordt met robuuste groenstructuren van hagen, fruitbomen en bloem- en kruidenrijke vegetaties. De panelen in het zonnepark worden verder op een hoogte van 1,5 meter geplaatst. Op verzoek van omwonenden is bovendien een enkele doorkijk naar het park geboden. Dat beeld past bij het landschap ter plaatse en doet zeker geen afbreuk aan de omgevingskwaliteit. Aanvullend dient opgemerkt te worden dat het landschapsplan is beoordeeld door een onafhankelijke deskundige commissie, de LKMcommissie. Deze heeft het plan op 30 december 2020 voor akkoord bevonden.
11
Gelet op het voorgaande is dus sprake van een landschappelijke inrichting passend bij de landschapsstructuren. Het beeld en de zichtlijnen veranderen, maar dat wil niet zeggen dat het afbreuk doet aan de karakteristieke landschapskenmerken. Schittering zonnepanelen Door Qing is een schitteringsonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek wordt als bijlage toegevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat er geen sprake is van hinder door schittering. Waardevermindering vastgoed Mocht er sprake zijn van een waardedaling van de betreffende onroerende zaak als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan dan bestaat de mogelijkheid om een aanvraag voor planschade in te dienen. De wetgever voorziet in hoofdstuk 6 Financiële bepalingen van de Wet ruimtelijke ordening in een tegemoetkoming in de vermindering van de waarde van een onroerende zaak bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Mocht hier sprake van zijn dan kan reclamant altijd een aanvraag om planschade bij de gemeente indienen. Blijkt dat er daadwerkelijk sprake is van een waardedaling dan zal reclamant hier financieel in tegemoet worden gekomen. 4. Volgens reclamant is in de aanvraag onduidelijk welke kruidsoorten toegepast gaan worden. Verzocht wordt om kruiden te gebruiken die niet woekeren en actief zaad verspreiden vanwege het opgegeven beperkte beheer van deze kruiden.
Veel oogsten zijn gevoelig voor inmenging van diverse kruidsoorten, waardoor de oogsten afgekeurd kunnen worden. Reclamant wil graag een gedegen plan zien waarbij gegarandeerd wordt dat deze kruiden tijdens de duur van het park en daarna de landerijen niet kunnen besmetten. Indien deze wel besmet worden met deze kruid hoe gaat initiatiefnemer de daartoe ontstane schade aan de oogst vergoeden? Standpunt gemeente Via de ambtelijke wijzigingen wordt bijlage 10 (Resultaten plantenonderzoek) aan de toelichting toegevoegd. Hier uit blijkt dat in de huidige inrichting ook reeds een stuk kruidenrijk grasland aanwezig is voor patrijzen. Dat is vooral begroeid met kaardenbollen, venkel, klaversoorten en grassoorten. Dat stuk komt te vervallen en er komt een nieuwe strook voor terug. In het zaaimengsel zitten verder geen woekersoorten. Uiteraard kunnen grassen zich verspreiden, maar dat kan in de huidige situatie ook al gebeuren. Aanvullend wordt hierbij opgemerkt dat de grazige vegetaties grotendeels aan de binnenzijde van het park zijn gepland, tussen de zonnepanelen gesitueerd. Doordat het park rondom wordt begrensd door robuuste groensingels is de verspreiding van zaden naar de omliggende percelen beperkt. Zoals hiervoor aangegeven, zullen zaden zich kunnen verspreiden via de wind, gezien de beslotenheid van het park zal dat echter beperkt zijn. 5.
In het plan worden bomen en struiken geplaatst in en rondom het zonnepark. Wat zijn de consequenties door verstoring bij landbewerking rondom deze hagen en bomen? Standpunt gemeente Met de aanplant wordt afstand gehouden tot de belendende percelen. Op die manier kunnen groensingels uitgroeien zonder daarbij overmatige overlast te veroorzaken naar de naastgelegen percelen. Natuurlijk zorgt een houtsingel voor enige vochtonttrekking en schaduwwerking. Onder andere om die reden is er gekozen voor struwelen met bomen in plaats van bosschages met voornamelijk boomvormers. Met de voorgestelde inrichting hoeft er niet kort langs hagen of bomen geploegd te worden. Door de grenzen te respecteren blijft ‘overlast’ aanvaardbaar en kan de beplanting tot wasdom komen. 6. Reclamant stelt dat het geplande wandelpad geen officieel aangemerkt wandelpad is. Tevens ligt het direct aan de landbouwpercelen die actief bewerkt worden door diverse agrarische bedrijven.
12
Reclamant is geen voorstander van een wildgroei aan wandelpaden langs of door de landbouwgronden. Indien de noodzaak er is, hoe wordt gezorgd dat er geen 'rotzooi' weggegooid wordt op of nabij de landerijen en wie draait op voor de kosten van de vervuiling? Standpunt gemeente Er worden geen wandelpaden door omliggende landbouwpercelen aangelegd. Routes verlopen buitenom en over het zonnepark. Verder dient elke wandelaar zijn eigen afval mee naar huis te nemen of in een prullenbak in de openbare ruimte te gooien. Bovendien geldt op basis van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied', ter plaatse van het plangebied, de bestemming artikel 4 'Agrarisch met waarden - landschapswaarden'. In artikel 4.1.ad is bepaald dat de gronden met deze bestemming tevens bestemd zijn voor wegen en paden. Dit betekent dus dat deze wandelpaden onder het nu geldende planologische regime ook al aangelegd kunnen worden. 7. Onofficieel heeft reclamant te horen gekregen dat er een kabeltraject door de landbouwgronden van reclamant getrokken zal worden. Reclamant is hier niet voor benaderd en wil hier graag duidelijk over geïnformeerd worden. Wat is de bedoeling en wat kan reclamant verwachten? Standpunt gemeente Op onderstaande figuur is het kabeltracé in geel aangegeven. Hieruit blijkt dat dit tracé via de openbare weg loopt en niet via landbouwgronden.
8. Reclamant stelt dat in de omgeving diverse ooievaren hun verblijfsomgeving vlak bij de boerderij hebben gekozen. Hoe wordt geborgd dat deze verblijfplaats niet verstoord wordt? Welke impact heeft het zonnepark op deze ooievaren en overige vogels, vleermuizen en overig bodemleven? Standpunt gemeente De nesten van ooievaars zijn jaarrond beschermd. In de Natuurtoets zonnepark Dominicusweg van 11 maart 2021 (bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan) is onder paragraaf 5.2.1. het effect van de ontwikkeling op jaarrond beschermde nesten in de (directe) omgeving van het plangebied getoetst. Bij het uitvoeren van de natuurtoets is de ooievaar niet aangemerkt als mogelijk aanwezige vogelsoort in of in de directe nabijheid van het plangebied. Door middel van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming wordt geborgd dat er verstoring optreedt. De Wet natuurbescherming verbiedt: het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4);
13
het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
De impact die het zonnepark heeft op overige vogels en vleermuizen is onderbouwd in de hiervoor genoemde Natuurtoets onder paragraaf 5.2. Geconcludeerd is dat negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Zoals hierboven beschreven is de ooievaar geen diersoort die in het natuuronderzoek naar voren is gekomen als een soort die in of in de directe nabijheid van het plangebied voorkomt. Voor wat betreft de impact op het overig bodemleven. De Wet natuurbescherming beschermt, naast Nederlandse natuurgebieden, planten- en diersoorten. En daarmee dus ook in de bodem levende diersoorten. Ook hierbij moet men zich houden aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat er bij een ruimtelijke ontwikkeling en bij bestendig beheer en onderhoud voor een aantal diersoorten (gedurende het gehele jaar of een gedeelte van het jaar) een vrijstelling geldt op de verboden in artikel 3.10 eerste lid onder a en b van de Wet natuurbescherming. De diersoorten waarvoor deze vrijstelling geldt, zijn terug te vinden in de Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014 (artikel 3.8.3 en bijlage III). 9.
Reclamant verzoekt om het zonnepark maximaal achter de woning aan de Dominicusweg 3 te plaatsen, waardoor deze aan het directe zicht wordt onttrokken en de landerijen niet besmet kunnen raken met de diverse nog onduidelijke kruidensoorten. Standpunt gemeente De initiatiefnemer van dit zonnepark heeft bij de gemeente een aanvraag ingediend tot herziening van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Immers, uit de jurisprudentie5 blijkt dat indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Het voorstel van reclamant leidt er toe dat het park kleiner gemaakt moet worden. Hierdoor is op voorhand al duidelijk dat met het alternatief geen gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Het door reclamant aangedragen alternatief is dus geen argument om medewerking aan de aanvraag te onthouden. 10.Ten slotte stelt reclamant dat een zandweg is gesitueerd langs het park en door het park. Wellicht is het mogelijk om een wandelroute door het park en over de zandwegen te situeren i.p.v. door of nabij de landbouwgronden van diverse agrariërs.
Standpunt gemeente Er worden geen wandelpaden door omliggende landbouwpercelen aangelegd. Routes verlopen buitenom en over het zonnepark. Hier wordt dus rekening mee gehouden. Zie tevens het gestelde onder punt 6. Conclusie Deze zienswijze wordt deels gegrond verklaard en geeft aanleiding tot aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan: Toelichting Regels Verbeelding Bijlagen
5
Toelichting aanvullen met resultaten schitteringsonderzoek.
Het schitteringsonderzoek wordt als bijlage aan de toelichting gevoegd.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de ABRvS van 23 januari 2019, 201804681/1/A1, ECLI:NL:RVS:2019:178.
14
Zienswijze 6 13x ingediend 1.
Reclamant stelt dat de gemeente rekening moet houden met de nieuwe Omgevingswet zeker bij ingewikkelde ruimtelijke vraagstukken waarbij een ruimtelijke en maatschappelijke motivatie voorwaardelijk is voor uitgebreide ruimtelijke procedures zoals nodig voor zonneparken in een landschappelijk buitengebied. Standpunt gemeente De Omgevingswet is geen geldend wettelijk kader. Deze wet treedt naar verwachting pas in juli 2022 in werking. Het onderhavige bestemmingsplan moet daarom voldoen aan het nu geldende wettelijke kader zijnde de Wet ruimtelijke ordening.
2.
De Nederlandse regering heeft het Klimaatakkoord van Parijs getekend en ter invulling daarvan een Klimaatplan 2021-2030 opgesteld, met volgens reclamant, bindende spelregels. Door reclamant wordt aangenomen dat landelijke beleidskaders invloed moeten hebben op gemeentelijke beslissingen. In paragraaf 2.2.5 is het nationaal beleid voor landbouw en landgebruik geformuleerd. De rijksoverheid hecht groot belang aan het goed gebruik van landbouwgrond. Ze geeft aan dat in 2030 alle Nederlandse landbouwbodems duurzaam beheerd worden, waarbij ook CO2 opslag wordt bevorderd. Het klimaatplan geeft tevens aan hoe de ruimtelijke inpassing van een duurzaam energiesysteem wordt ingevuld. De Nederlandse overheid geeft niet alleen het belang van duurzame energie, maar ook van landbouw voor Nederland aan. Hier moet zorgvuldig mee omgegaan worden. De rijksoverheid stimuleert samen met de LTO een transitie naar kringlooplandbouw en alternatieve landbouw. Voor al deze ontwikkelingen zijn landbouwgronden nodig, welke schaars zijn in Nederland. Standpunt gemeente Om een goede afweging te kunnen maken voor het inzetten van landbouwgronden voor zonneparken is in het Klimaatakkoord de zonneladder opgenomen. Deze zonneladder is tevens verwerkt in de Omgevingsvisie van de provincie Limburg. In de zonneladder is een voorkeursvolgorde opgenomen voor locaties voor het plaatsen van zonnepanelen.
De inzet van de landbouwgronden voor zonneparken wordt zowel in de rijks- als in de provinciale zonneladder niet uitgesloten. Wel moet er een zorgvuldige afweging gemaakt worden. Deze afweging is ook in het voorliggende bestemmingsplan gemaakt. Zie bijlage 9 van de bestemmingsplantoelichting waar de Limburgse Zonneladder is onderbouwd. Binnen dit kader wordt tevens verwezen naar de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt - Susteren' (bijlage 1). In deze bijlage is onderbouwd waarom met alleen zon op dak de gemeente haar klimaatdoelen niet gaat halen.
3.
Reclamant vervolgt door te stellen dat de natuur- en milieufederaties een zonneladder hebben opgesteld. Deze bestaat uit 4 treden. Er wordt door de gemeente ingezet op treden 3 (combineren met gevoelige functies) en 4 (grootschalige enkelvoudig). Waarschijnlijk heeft de gemeente geen beleid dat rekening houdt met de zonneladder. Standpunt gemeente In het gemeentelijke beleid is de zonneladder inderdaad niet opgenomen. Echter, initiatieven moeten naast het rijks- en gemeentelijke beleid ook getoetst worden aan het provinciale beleid. Zoals onder punt 2 reeds aangegeven is in de (ontwerp)Omgevingsvisie Limburg de Limburgse Zonneladder opgenomen. In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft de provincie Limburg de gemeente geadviseerd om deze zonneladder nader te onderbouwen. Zie bijlage 9 van de bestemmingsplantoelichting waar de Limburgse Zonneladder is onderbouwd. Binnen dit kader wordt tevens verwezen naar de bijgevoegde 'Memo bijdrage zon-pv op daken, gemeente Echt Susteren' (bijlage 1). Uit deze memo volgt dat met alleen zon op dak de gemeente haar klimaatdoelen niet gaat halen.
4.
De gemeente heeft volgens reclamant geen beleid vastgesteld voor zonneparken en lift nu mee met een aantal initiatieven van derden. De gemeente houdt hierbij geen enkele rekening met de
15
zonneladder. Er is geen beleid en daardoor is de ruimtelijke motivatie beperkt tot ad hoc en enkel geldend voor de voorliggende plannen. Standpunt gemeente De stelling dat de gemeente geen beleid heeft vastgesteld, is niet juist. De raad heeft in de vergadering van 26 september 2019 het ‘Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt-Susteren’ vastgesteld. Dit beleid omvat drie beleidspijlers ‘landschappelijke kwaliteit’, ‘draagvlak’ en ‘(financiële) participatie’. De initiatieven die zijn ingediend, zijn aan de hand van deze drie beleidspijlers getoetst. Verder is, zoals onder punt 2 en 3 reeds aangegeven, ook rekening gehouden met de zonneladder. 5.
De gemeente maakt zich sterk met het Cittaslow keurmerk en wil dit uitdragen. Een zonnepark van deze omvang en inbreuk op het buitengebied past hier niet in volgens reclamant. Duurzame landbouw (kringlooplandbouw) die voor voedsel in de regio zorgt, past hier uitdrukkelijk in. Zowel de landelijke als de gemeentelijke overheid dient invulling te geven aan het Klimaatakkoord van Parijs. Gemeentes dienen zich aan het klimaatplan van de rijksoverheid te houden. Naast afspraken over het opwekken van duurzame energie staan hierin ook afspraken over landbouw en natuurontwikkeling, biodiversiteit en nieuwe vormen van landbouw. Standpunt gemeente Initiatiefnemer heeft een aanvraag ingediend voor de realisatie van een zonnepark. De raad dient een besluit te nemen op deze aanvraag. Binnen dit kader weegt de raad af of dit project op zichzelf aanvaardbaar is. Hierbij wordt ook getoetst of het project past binnen het rijksbeleid. Deze toetsing aan het rijksbeleid is opgenomen in de toelichting behorende bij het bestemmingsplan. Hier uit blijkt dat het project binnen het beleid past.
6.
Reclamant heeft moeite met de aanleg van hectares zonnepanelen, omdat: a. Het uitgangspunt hoort te zijn dat we de aarde niet hebben geërfd van onze voorouders, maar te leen hebben van onze kinderen. Dat geeft een grote verantwoordelijkheid voor de gemeente om te beslissen hoe voor de komende 30 jaar om te gaan met de grond waar we nu over praten. b. Voor 30 jaar wordt landbouwgrond onttrokken aan het gebruik, zelfs aan toekomstig ander agrarisch gebruik zoals agroforestry en voedselbossen. Er is te verwachten dat deze vormen de komende paar jaren sterk opkomen. De gemeente geeft echter voor 30 jaar 22 hectare goede grond weg aan een zonnepark. Dat getuigt niet van een lange termijn visie. c. Het geld dat verdiend wordt met de aanleg van het zonnepark verdwijnt uit de gemeente. Dit gaat namelijk naar de grondeigenaar en investeerders. d. Door het aanleggen van zonneparken wordt het buitengebied verschraald, waardoor voor 30 jaar ontwikkelingen die voor inkomsten kunnen zorgen worden tegen gehouden. Denk aan recreatie, nieuwe vormen van landbouw, natuurontwikkeling en eventueel woningbouw. e. De aanleg van de zonneparken is in strijd met de Cittaslow erkenning en gedachte. f. De aanleg van de zonneparken belemmert de opslag van CO2 in de bodem (door vastleggen koolstof). g.
De aanleg van de 5 zonneparken in landelijk gebied is in strijd met het klimaatplan 2021-2030 van de rijksoverheid. Standpunt gemeente Ad a. Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Ad b. Allereerst worden de landbouwgronden voor 25 jaar ingezet voor het gebruik als zonnepark en niet voor 30 jaar. De totale omvang van het onderhavige zonnepark ontwikkeling bedraagt verder circa 9 ha en geen 22 ha. Daarnaast worden de gronden niet geheel onttrokken aan de landbouw. Uit het landschapsplan blijkt dat de gronden tevens voor extensieve landbouwdoeleinden worden gebruikt. Dit is ook passend binnen het gemeentelijke beleidskader. Uit de beleidspijler
16
‘landschappelijke kwaliteit’ volgt immers dat er sprake moet zijn van multifunctioneel gebruik van de gronden. Ad c. Deze stelling is te kort door de bocht. Uit de beleidspijler ‘(financiële) participatie’ volgt dat er sprake moet zijn van een profijtplan dat er voor moet zorgen dat ook de lokale gemeenschap kan profiteren van het zonnepark. Hier beneden wordt kort ingegaan op de afspraken die gemeente hierover heeft gemaakt met initiatiefnemer. Lokaal eigendom Initiatiefnemer heeft een anterieure overeenkomst met de gemeente gesloten. Bepaald is dat de lokale gemeenschap minstens voor 50% eigenaar moet zijn en blijven van het zonnepark. Met de lokale gemeenschap wordt bedoeld inwoners/bedrijven van de gemeenten Echt-Susteren, Roerdalen en Maasgouw. Als het realiseren van 50% lokaal eigendom onmogelijk blijkt te zijn dan moet de exploitant met de Echt-Susteren Energie Coöperatie 'Echt Duurzaam' U.A. in overleg treden met de gemeente hoe verder te gaan. Bijdrage omgevingsfonds Ook de inwoners die niet kunnen of niet willen investeren moeten kunnen profiteren van het zonnepark. Dit doet de exploitant door, gedurende de looptijd van het zonnepark, een jaarlijkse bijdrage te storten in een omgevingsfonds van de gemeente. Deze bijdrage is geregeld in de met initiatiefnemer gesloten anterieure overeenkomst en bedraagt € 0,40,-- per jaarlijks geproduceerde MWh.
De gelden worden ingezet voor de lokale gemeenschap die in de nabijheid van het zonnepark wonen. De gelden zijn bedoeld voor ruimtelijke ontwikkelingen met een maatschappelijk/publiek doel. Ad d. Verwezen wordt naar ad c. waaruit blijkt dat uit het zonnepark inkomsten worden genereerd. Verder is onder ad b al aangegeven dat er sprake dient te zijn van multifunctioneel grondgebruik. Naast het gebruik van de gronden voor extensieve landbouw volgt uit het landschapsplan dat de gronden tevens worden ingezet voor recreatief gebruik en natuurontwikkeling. Qua recreatie worden er wandelmogelijkheden gecreëerd, informatieborden en picknickbanken geplaatst. Gelet hierop wordt dus niet ingezien waarom er sprake zou zijn van een verschraling van het buitengebied. Ad e. De gemeente wil in 2040 energieneutraal zijn. Om deze duurzaamheidsdoelstelling te kunnen halen zijn zonneparken op landbouwgrond noodzakelijk. Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken, is door de raad het beleidskader ‘Beleidskader zonneparken en windparken gemeente Echt-Susteren’ vastgesteld. Door een deskundig panel is vervolgens beoordeeld of de aanvraag voldoet aan de drie beleidspijlers van dit beleidskader zijnde: ‘landschappelijke kwaliteit’, ‘draagvlak’ en ‘(financiële) participatie’. Geoordeeld is dat het initiatief passend is binnen deze drie beleidspijlers.