CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2025

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Kadernota 202512.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

In Echt-Susteren vieren we het goede leven. We zijn met trots een Cittaslow gemeente. Meer informatie op www.echt-susteren.nl/cittaslow.

Kadernota 2025 meerjarenperspectief 2025-2028

Kadernota 2025

1

Kadernota 2025

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

2.

Financiële kaders

6

3.

Ontwikkelingen

20

4.

Financiële vertaling ontwikkelingen

27

5.

Financiële recapitulatie

29

6.

Meerjareninvesteringsprogramma

30

Kadernota 2025

3

Kadernota 2025

4

1. Inleiding De nu voorliggende kadernota bevat de kaders voor de nog op te stellen ontwerpbegroting 2025. Het gaat hierbij om zowel beleid als budget. De nota bevat keuzes over bestaand en nieuw beleid en bijbehorende baten en lasten. De discussie en de afweging over de inzet van de financiële middelen vindt pas plaats bij de begrotingsbehandeling. Moment raadsbehandeling: Raadsvergadering voor de zomervakantie van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting (waarvoor de kadernota kaders stelt) betrekking heeft. Regelgeving: Verordening Uitgangspunten van het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Echt-Susteren (vastgesteld 9 november 2023) Artikel 4. Kaders ontwerp-begroting 1. Het college biedt vóór 15 juni aan de raad een Kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de ontwerp-begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze Kadernota vóór 15 juli vast. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 103.500 opgenomen. Tekort Bij het opstellen van deze kadernota was de meicirculaire 2024 nog niet bekend. Alleen de doorrekening van de Voorjaarsnota rijk is al in deze kadernota verwerkt. Deze kadernota sluit met een tekort voor de jaren vanaf 2026.

Om dit tekort te dekken worden een tweetal voorstellen gedaan: a. Reserve afschrijvingslasten investeringen Ten behoeve van de dekking van het tekort wordt een dotatie gedaan aan de reserve afschrijvingslasten investeringen. Op deze wijze wordt structureel ruimte gecreëerd in de meerjarenbegroting door afschrijvingslasten te dekken uit de reserve. Investeringen met een restant looptijd tot en met 2030 worden hiervoor in kaart gebracht. Het doel is om op deze wijze ongeveer € 400.000 ruimte te creëren voor de jaren 2025 tot en met 2030. Dit betekent dat de reserve ongeveer € 2,4 miljoen groot moet zijn. Nagegaan wordt welke investeringen hiervoor in aanmerking komen. b. Taakstellingen begroting Doordat het rijk voorlopig niet met voldoende extra middelen over de brug komt om een sluitende meerjarenbegroting te presenteren, moeten in de begroting vanaf het jaar 2026 taakstellingen ter hoogte van € 2.000.000 worden opgenomen. Om de taakstellingen te realiseren kunnen incidentele meevallers worden ingezet, maar wordt de raad ook voorgesteld om bij enkele verbonden partijen als zienswijze mee te geven dat er besparingen moeten worden doorgevoerd, zodat de gemeentelijke bijdrage verlaagd kan worden. Denk hierbij aan het SC MER en de Veiligheidsregio Limburg-Noord.

Over de realisatie van de taakstellingen in onze begroting wordt gerapporteerd in de 1e en 2e bestuursrapportage van het betreffende jaar. Indien er toch de komende jaren extra middelen van het rijk komen, dan worden deze bij voorkeur in minderring gebracht op de opgelegde taakstelling. Uitnodiging aan de raad Gelet op bovenstaande onzekerheid en het opnemen van een taakstelling ad € 2.000.000 in de begroting vanaf het jaar 2026 betekent, mocht de meicirculaire 2024 geen positief resultaat opleveren, dat er keuzes gemaakt moeten worden. De raad wordt dan ook nadrukkelijk uitgenodigd met voorstellen te komen om aan te geven op welke wijze de taakstelling gerealiseerd kan worden.

Kadernota 2025

5

2. Financiële kaders Geldende kaders eerdere begrotingen De gemeente staat voor de plicht met een structureel sluitende begroting te werken. Dit is niet alleen een voorschrift van de toezichthouder, de provincie Limburg, maar is ook een plicht die de gemeente in het kader van het BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden Provincies en Gemeenten) en een gezond financieel beleid moet vervullen. Uitgangspunt is dat nieuw beleid gerealiseerd kan worden als bestaand beleid wordt ingeleverd. Wanneer de raad dit niet wil, moeten de inkomsten verhoogd worden i.c. de OZB-belastingen. Verhoging van de tarieven is het laatste redmiddel. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de beperkingen die vanuit het rijk aan de OZB-verhoging is opgelegd. Allereerst wordt gekeken naar efficiency en wordt bestaand beleid ter discussie gesteld. Repressief toezicht De raad moet volgens artikel 189, lid 2 Gemeentewet zorgen voor evenwicht in de begroting. Evenwicht wil zeggen dat de structurele lasten in de begroting met structurele baten worden gedekt en dat de ramingen volledig en realistisch zijn. De toezichthouder, provincie Limburg, gaat na of de raad zich aan deze wettelijke opdracht houdt.

Is dat niet het geval, en is er dus sprake van een tekort in de begroting dat ook aan het eind van de meerjarenraming nog steeds bestaat, dan plaatst zij op basis van artikel 203, lid 1 Gemeentewet een dergelijke begroting onder preventief toezicht. Advies VNG Gelet op de financiële problemen die veel gemeenten in Nederland hebben, heeft in juni 2023 de VNG haar leden geadviseerd om geen sluitende begroting te maken voor de jaren vanaf 2026. Deze uitzonderlijke maatregel is volgens het bestuur nodig omdat de gemeentelijke financiën onvoldoende zijn voor het uitvoeren van het huidige takenpakket. Taken teruggeven Tijdens de Algemene Ledenvergadering (ALV) van de VNG op 14 juni 2023 bleek dat een meerderheid van de gemeenten inmiddels bereid is om taken terug te gaan geven aan het rijk. Als het rijk niet nog in september van 2023 de aangekondigde opschalingskorting en een andere miljardenbezuiniging op het gemeentefonds schrapt, komen er wat de gemeenten betreft zogeheten teruggeefgesprekken. Ravijnjaar Naar aanleiding van de uitkomst van de ALV heeft het bestuur van de VNG het kabinet gevraagd om erkenning van de financiële opgave waar gemeenten zich nog steeds voor gesteld zien. Daarop heeft het kabinet nog niet gereageerd.

In afwachting van het antwoord van het kabinet adviseert de VNG nu om de nadelige financiële gevolgen van het kabinetsbeleid zichtbaar op te nemen in de meerjarenramingen vanaf 2026, het gevreesde ‘ravijnjaar’. Duidelijke tekorten Concreet stelt de VNG dat gemeenten niets anders moeten doen dan een realistische begroting indienen voor de komende jaren. ‘Baseer deze op het huidige takenpakket, de noodzakelijke investeringen, de inflatie, de stijgende rente, de ambities uit uw coalitieakkoord en geschatte mee- en tegenvallers. Naar verwachting zullen de meerjarenramingen 2026 en 2027 dan duidelijk tekorten aangeven.’ Uitzonderlijk Het bestuur van de VNG erkent dat het een uitzonderlijk advies is. Het is echter besproken in het landelijk Vakberaad Gemeentefinanciën van de provinciale toezichthouders, en zij herkennen het standpunt van de VNG. Het Interprovinciaal Overleg en het ministerie van Binnenlandse Zaken zijn in kennis gesteld. Verdiepingsonderzoek (VDO) Elke gemeente wordt één keer per vier jaar grondig onderzocht met een financieel verdiepingsonderzoek. Als dit financieel verdiepingsonderzoek dat mogelijk maakt, wordt de gemeente vervolgens voor vier jaar repressief toezicht verleend. De gemeente wordt dan in deze periode op meer afstand gevolgd. Kadernota 2025

6

Alleen als de gemeente in die periode financieel ernstig uit evenwicht raakt, kan de meerjarige uitspraak ingetrokken worden. Bij de gemeenten in Midden-Limburg, waaronder Echt-Susteren, heeft in het voorjaar van 2021 voor de vierde keer een financieel verdiepingsonderzoek plaatsgevonden. Aan onze gemeente is voor de jaren 2022-2025 repressief toezicht verleend. De provincie heeft bij de begrotingsbrief 2024 d.d. 5 december 2023 laten weten dat in 2024 geen financiële verdiepingsonderzoeken bij gemeenten uitgevoerd worden. De provincie is de verdiepingsonderzoeken aan het evalueren. Na afloop van het evaluatieproces informeert de provincie de gemeenten. Beheerplannen Een van de pijlers voor goed inzicht in de financiële positie is het beschikken over actuele, door de raad vastgestelde beheerplannen, waarbij ook het kwaliteitsniveau wordt bepaald. Dit is ook een eis van de toezichthouder in het kader van het verdiepingsonderzoek. Beheerplannen Plannen

Verkeer, GVVP 2016-2025 Waterketenplan 2022-2026 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026 Verlichtingsplan 2024-2027 Uitvoeringsplan Civieltechnische Kunstwerken 2022-2026 Onderhoudsplan Gebouwen 2023-2032 Kadernota Regie op Groen 2016 Aanpak hondenpoepoverlast 2021 - 2025 Groenbeheerplan 2019-2023 Wegbeheerplan 2022-2026 Bomennota 2024-2034

Kadernota 2025

Vastgesteld door de raad

Nieuwe planning in raad/ college

Financiële vertaling begroting/meer- jarenraming

Achterstallig onderhoud

Ja Ja Ja

2025 2026 2026

Ja Ja Ja

Nee Nee Nee

Ja Ja

2027 2026

Ja Ja

Nee Nee

nee

2032

Ja

Nee

n.v.t.

Nee

Uitgesteld onderhoud Nee

Nee

n.v.t.

Ja

Nee

Nee Ja Ja

n.v.t. 2026 2034

Ja Ja Ja

Nee Nee Nee

7

Heffingenbeleid Het heffingenbeleid bevat informatie over het tarievenbeleid voor de gemeentelijke heffingen, de ontwikkeling van de lokale heffingen en het kwijtscheldingsbeleid van de gemeente. Soorten belastingen In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan de inwoners en bedrijven mag opleggen. Echt-Susteren kent de volgende heffingen, op basis van door de raad vastgestelde verordeningen: I.

Belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is:

OZB (onroerendezaakbelasting) De onroerendezaakbelastingen zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen waarvan de opbrengst tot de algemene middelen behoort en dus naar eigen inzicht kan worden besteed. De hoogte van de aanslagen is zowel afhankelijk van de waarde van een object, zoals die elk jaar wordt bepaald op basis van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ), als van de door de raad vastgestelde tarieven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen tarieven voor eigenaren van woningen, eigenaren van niet-woningen en gebruikers van niet-woningen. Vanaf 1 oktober 2016 zijn WOZ-waarden van woningen verplicht openbaar. Door de gerealiseerde aansluiting van Echt-Susteren medio oktober 2017 op de landelijke voorziening (LV-WOZ) voldoet de gemeente aan deze wettelijke plicht. Beleid:  In het hoofdlijnenakkoord 2022-2026 is aangegeven dat de onroerendezaakbelasting in de periode 2023-2026 met maximaal het inflatiepercentage te laten stijgen en indien mogelijk daar onder te blijven. Uitgangspunt hierbij is om op of onder het provinciaal gemiddelde te blijven.  Bij het vaststellen van de begroting 2024 is bepaald, gelet op het hoge inflatiecijfer in 2022 en 2023, de OZB voor woningen in 2025 met 3,25% te verhogen en voor niet-woningen met 4,00%.  De grondslag voor de aanslagen OZB 2025 is de, naar prijspeil 1 januari 2024, vastgestelde waarden van het onroerend goed.

Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een algemene belasting en daarmee een algemeen dekkingsmiddel. De belasting is gebaseerd op de gedachte dat door personen die binnen de gemeentegrenzen verblijven en niet zijn ingeschreven in het BRP, maar wel gebruik maken van de (algemene) gemeentelijke voorzieningen, een bijdrage leveren aan deze algemene voorzieningen. De belasting moet dan ook worden gezien als een tegemoetkoming in de kosten van de gemeente voor de instandhouding van die voorzieningen. De belasting wordt verschuldigd voor het houden van verblijf met overnachting tegen vergoeding en wordt geheven van degene die verblijf biedt. Deze is dan op grond van regelgeving bevoegd de belasting te verhalen op de persoon of personen die verblijf houden. Beleid:  Om bij de toeristenbelasting onderscheid te maken in het tarief tussen het kort verblijf van arbeidsmigranten in verblijven met een niet-recreatieve bestemming (bijvoorbeeld huisvesting volgens de beleidsnotitie ‘huisvesting shortstay-arbeidsmigranten gemeente Echt-Susteren’ enerzijds en elke andere vorm van kort verblijf anderzijds, is vanaf 2018 de lijst van definities uitgebreid en is onderscheid gemaakt in het van toepassing zijnde tarief per persoon per nacht. Het onderscheid is gebaseerd op de aard van het verblijf dat voor overnachting ter beschikking wordt gesteld.

Een en ander houdt in dat verblijf door bijvoorbeeld arbeidsmigranten in verblijven met een recreatieve bestemming (of verblijven die bepaalde perioden van het jaar als zodanig worden gebruikt), belast wordt tegen het reguliere (hogere) tarief.  Het tarief voor de toeristenbelasting bedraagt vanaf 2024 € 1,75 per persoon per overnachting. Voorgesteld wordt het tarief vanaf 2025 te verhogen naar € 2,00 p.p.p.n.  Het tarief voor kort verblijf arbeidsmigranten is € 1,00 per persoon per nacht.

Kadernota 2025

8

Forensenbelasting Met ingang van 2022 is een forensenbelasting ingevoerd om zodoende de niet-ingezetene die in de gemeente een tweede woning hebben, bij te laten dragen in de algemene voorzieningen die de gemeente biedt. De eigenaar betaalt weliswaar onroerendezaakbelasting over zijn bezit, net als de ingezetene met een eigen huis in de gemeente, maar voor de niet-ingezetene wordt geen vergoeding via de algemene uitkering ontvangen. De forensenbelasting wordt direct geheven bij de niet-ingezetene die de beschikking heeft over een woonruimte. Voorwaarde voor het heffen van een forensenbelasting is dat de eigenaar geen ingezetene is, meer dan 90 dagen beschikt over de tweede woning en dat de woning gemeubileerd is. De niet-ingezetene betaalt een vast bedrag per jaar. Beleid: De tarieven voor de forensenbelasting worden jaarlijks aangepast met het stijgingspercentage van de onroerendezaakbelasting. Het percentage is 3,25%. Hondenbelasting De hondenbelasting is volgens de Gemeentewet een algemene belasting. De gemeente kan kiezen voor welk beleidsdoel ze de opbrengst van deze belasting aanwendt. De gemeente heft hondenbelasting voor het houden van een hond. Het bedrag van de aanslag is afhankelijk van het aantal honden. Beleid: Het tarief voor de hondenbelasting wordt met ingang van 2023 aangepast met het stijgingspercentage van de onroerendezaakbelasting. Het percentage is 3,25%.

Precariobelasting De gemeente heft precariobelasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Vanaf 2021 geldt een nieuwe verordening precariobelasting. De gemeenteraad heeft ermee ingestemd dat geen precariobelasting meer wordt geheven voor terrassen, omdat de gemeente het belang erkent dat terrassen de leefbaarheid van kernen vergroten en centra aantrekkelijker worden voor winkelend publiek. Beleid: De tarieven voor 2025 worden niet verhoogd en zijn gelijk gebleven aan de tarieven van 2022. II. Belastingen om kosten mee te verhalen: de bestemmingsheffingen en rechten. De opbrengst is niet vrij besteedbaar maar is gerelateerd aan een gemeentelijke zorgplicht of aan specifieke dienstverlening. Hiertoe behoren: Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een bestemmingsbelasting. De rijksoverheid heeft bepaald dat de gemeente de opbrengst van de afvalstoffenheffing gebruikt voor de dekking van de kosten van het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. De tarieven van de afvalstoffenheffing: - Vast recht per aansluiting voor een éénpersoons huishouden. - Vast recht per aansluiting voor een meerpersoons huishouden. - Een variabel deel dat wordt geheven per lediging. Beleid:  Het nieuwe systeem voor de inzameling van het huishoudelijk afval is op 1 januari 2020 gestart.

De raad heeft in de vergadering van 21 februari 2019 gekozen voor een moderne en duurzame afvalinzameling, volgens de startnotitie Van Afval Naar Grondstoffen. Het scheidingsgedrag van de inwoners wordt maximaal gestimuleerd met een goede service en een financiële prikkel.  De tarieven zijn 100% kostendekkend en als de inwoners het afval goed scheiden betalen zij een lagere afvalstoffenheffing dan voorheen. Vanaf 2023 draagt RWM zorg voor de afvalinzameling binnen de gemeente.

Kadernota 2025

9

Rioolheffing De rioolheffing is een bestemmingsbelasting. De rijksoverheid heeft bepaald dat de gemeente de opbrengst van de rioolheffing gebruikt voor de dekking van de kosten van: - de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, ook zuivering van huishoudelijk afvalwater; - de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, evenals het treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te bereiken. De tarieven van de rioolheffing: - Tarief voor eigenaren van een woning die is aangesloten op de gemeentelijke riolering. - Tarief voor eigenaren van een niet-woning (bijvoorbeeld een kantoor of een winkel) die is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Beleid:  De raad heeft op 18 januari 2023 het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2022-2026 vastgesteld. Het vertrekpunt voor het nieuwe GRP was het Waterketenplan 2021-2025. Dit plan beschrijft de gezamenlijk visie vanuit het samenwerkingsverband Waterpanel Noord met betrekking tot de toekomst van de waterketen in onze regio. Het Waterketenplan 2021-2025 geeft de ambities voor een water- en klimaatbestendig Noord- en Midden-Limburg.

Het GRP 2022-2026 beschrijft de invulling van die prioriteiten op lokaal niveau voor onze gemeente en bestaat uit een visie, een plan en een programma. Volgens het GRP 2022-2026 worden de tarieven voor de rioolheffing jaarlijks met 3,5% verhoogd.  Streven is 100% kostendekkende tarieven. Leges De gemeente heft leges voor door haar verstrekte diensten, genoemd in de bij de legesverordening behorende tarieventabel. De tarieventabel is onderverdeeld in drie titels: - Hoofdstuk 1 Algemene Dienstverlening. Onder andere: burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen, verstrekkingen uit de basisregistratie personen. - Hoofdstuk 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning. Onder andere: bouwvergunning, aanlegvergunning en sloopvergunning. - Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn. Onder andere: horeca en organiseren evenementen. Beleid:  De tarieven voor de leges werden voorheen jaarlijks verhoogd met consumentenprijs-indexcijfer (CPI). Door de economische onrust steeg de CPI voor Nederlandse begrippen naar grote hoogte. Daarom heeft de raad bij de vaststelling van de belastingverordeningen 2023 besloten om af te wijken van deze lijn. Met ingang van 2023 worden de niet wettelijk vastgestelde legestarieven aangepast met het stijgingspercentage van de onroerende zaakbelasting. Het percentage is 3,25%.

 De Nota kostentoerekening 2024 vermeldt maximale kostendekkendheid als uitgangspunt bij de kostentoerekening. Dit betekent dat de hoogte van de tarieven (en dus de opbrengsten) zo dicht mogelijk bij de begrote kosten liggen, tenzij er aantoonbare redenen of beleidsmatige afwegingen zijn om hiervan af te wijken.  De hoogte en de kostendekkendheid van de tarieven worden in december door de gemeenteraad vastgesteld. Kruissubsidiëring: Binnen hoofdstuk 1 is kruissubsidiëring toegestaan. Zo mag bijvoorbeeld het tarief voor huwelijksvoltrekkingen meer dan kostendekkend worden vastgesteld ter compensatie van een niet kostendekkend tarief voor paspoorten. Ook binnen hoofdstuk 2 is kruissubsidiëring toegestaan en ook tussen hoofdstuk 1 en 2. Niet kostendekkende tarieven voor de diensten die vallen onder hoofdstuk 1 mogen dus gecompenseerd worden door meer dan kostendekkende tarieven voor de omgevingsvergun-

Kadernota 2025

10

ning uit hoofdstuk 2. Op grond van de Europese Dienstenrichtlijn is binnen hoofdstuk 3 kruissubsidiëring niet toegestaan. Grafrechten De gemeente heft lijkbezorgingsrechten voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen Annahof in Echt en Elsene in Nieuwstadt. Beleid: Hoewel de grafrechten van openbare begraafplaatsen niet kostendekkend zijn worden deze niet verder verhoogd. Er is duidelijk een maatschappelijke trend zichtbaar dat het aantal crematies toeneemt en het aantal begravingen afneemt. Dit heeft tot gevolg dat de lasten van de begraafplaatsen over minder begravingen moet worden omgeslagen, waardoor de kosten per begraving sterk stijgen. Hierdoor wordt de keuze voor een begraving of crematie om financiële redenen bijna onmogelijk. Dit is een onwenselijke ontwikkeling. Daarom zijn de tarieven van begravingen bevroren op het niveau van het jaar 2015. Lastendruk De gemeente staat er door een jarenlange conservatieve begrotingspolitiek financieel goed voor. In het hoofdlijnenakkoord 2022-2026 is afgesproken dat dit beleid gecontinueerd wordt waarbij jaarlijks sluitende meerjarenbegrotingen uitgangspunt zijn in combinatie met een aanvaardbare lokale lastendruk voor de huishoudens die onder het provinciaal gemiddelde ligt.

Uit het belastingoverzicht 2024 van de provincie Limburg blijkt dat de gemeente er in geslaagd is om vanaf 2020 onder het niveau van dit provinciale gemiddelde te komen. Dit komt met name door de nieuwe systematiek van afvalinzameling. De gemiddelde lastendruk voor meerpersoonshuishoudens is in 2024 € 30 lager dan het provinciale gemiddelde. Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Conform artikel 21 lid 2 van de Financiële verordening gemeente Echt-Susteren 2023 dient het beleid inzake het risicomanagement te worden vastgelegd in een "Nota Risicomanagement". Deze Nota Risicomanagement Echt-Susteren 2022 geeft hier invulling aan. Het doel van deze nota is om kaders voor de uitvoering van risicomanagement in de gemeente Echt-Susteren te stellen. Hierbij staan de volgende vragen centraal: • Wat verstaan we onder risicomanagement? • Waarom doen we aan risicomanagement? • Hoe doen we het risicomanagement? • Wat moet het risicomanagement opleveren? Conform artikel 21 lid 2 van de Financiële verordening gemeente Echt-Susteren 2017 dient de gemeente te beschikken over een "Nota Weerstandsvermogen". Deze Nota Weerstandsvermogen EchtSusteren 2022 geeft hier invulling aan. Het doel van deze nota is om beleidskaders te stellen voor het weerstandsvermogen.

Hierbij staan de volgende vragen centraal: • Waarom bepalen we het weerstandsvermogen? • Wat verstaan we onder weerstandsvermogen? • Hoe bepalen we het weerstandsvermogen? • Wat moet de bepaling van het weerstandsvermogen opleveren? Op 3 november 2022 heeft de raad de nota’s risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. De nota’s worden tenminste één maal per raadsperiode geactualiseerd. Beleid reserves De nota reserves en voorzieningen wordt elke twee jaar aan de raad ter vaststelling aangeboden. In de tussenliggende jaren vindt er alleen een cijfermatige bijstelling van de reserves plaats, voor zover dat nodig is. De nota reserves en voorzieningen 2023 is in november 2023 tegelijk met de begroting 2023 door de raad vastgesteld. Een aantal reserves worden vanwege hun specifieke doel apart toegelicht.

Kadernota 2025

11

Algemene reserve De algemene reserve moet worden beschouwd als een buffer voor het opvangen van risico´s waarvoor geen bestemmingsreserves of voorzieningen bestaan. De omvang van de benodigde weerstandscapaciteit en de normatieve ondergrens van het absolute weerstandsvermogen wordt tweemaal per jaar herrekend, zie de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en de jaarrekening. De algemene reserve is onderdeel van de weerstandscapaciteit. Reserve vermindering kapitaallasten In de Kadernota 2018, vastgesteld door de raad in de vergadering van 13 juli 2017 is bepaald dat substantiële incidentele meevallers in principe toegevoegd worden aan de reserve vermindering kapitaalasten. Deze kan worden ingezet om structureel ruimte te creëren binnen het meerjarenperspectief van de begroting. Reserve revolverende investeringen Deze reserve diende tot 2020 als buffer voor de beleggingsportefeuille ad € 24 miljoen bij APG. In verband met de aflossing van de belegging is de reserve omgevormd naar een reserve revolverende investeringen. Het doel van de reserve is te investeren in investeringen waarmee een rendement behaald kan worden, waaronder duurzaamheid. Doordat het geïnvesteerde bedrag wordt terugverdiend, wordt dit weer toegevoegd aan de reserve om het vervolgens te investeren voor nieuwe projecten.

Verder is (conform kaderbrief 2021) besloten om de opbrengst verkoop gemeentelijke eigendommen toe te voegen aan de reserve revolverende investeringen, zodat ook met de verkoopopbrengsten inkomsten kunnen worden gegenereerd. Eigen financieel beleid Verder is in de loop der jaren nog financieel beleid ontwikkeld over: Algemene uitkering Voor wat betreft de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt in de begroting 2025 uitgegaan van de meicirculaire (2024) en de daarin opgenomen uitkeringsfactoren. Bij de bepaling van de accressen voor de jaren na het begrotingsjaar houden de beheerders van het gemeentefonds rekening met een mutatie van de prijsontwikkeling van het BBP (Bruto Binnenlands Product). De gemeente begroot de algemene uitkering voor de jaren 2025-2028 op basis van constante prijzen en houdt aan de lastenkant van de meerjarenraming geen rekening met een inflatiepercentage. Verordening artikel 212 In artikel 212 van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad bij verordening de uitgangspunten voor het financieel beleid vaststelt. Het gaat hierbij om uitgangspunten die binnen de verslaggevingsregels van het BBV ter invulling aan de gemeente zijn gelaten en die kunnen worden afgestemd op de specifieke omstandigheden van de gemeente. Door de uitgangspunten vast te leggen in de verordening wordt invulling gegeven aan de kaderstellende rol van de raad.

Hiermee wordt voor een ieder helderheid verstrekt over keuzes die over het financieel beleid zijn gemaakt en de argumentatie daarbij. Ook is hiermee helder welke spelregels bij de begrotingsuitvoering moeten worden gevolgd en geeft dit waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De verordening is in november 2023 opnieuw door de raad vastgesteld. Onvoorziene uitgaven In de begroting is een bedrag van € 103.500 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Om praktische redenen is het college gemandateerd een beroep te kunnen doen op deze post en daarover de raad pas achteraf te informeren door één van de beide bestuursrapportages of de jaarrekening. Stelposten In de begroting zijn een aantal stelposten opgenomen om uitgaven te dekken die vooraf nog niet te ramen zijn.

Kadernota 2025

12

a. Stelpost cao-ontwikkelingen. Het vaststellen van een cao-voor gemeenteambtenaren, (de laatste cao heeft een looptijd van 1 januari 2024 tot 1 april 2025), heeft tot gevolg dat de brutosalarissen stijgen, maar heeft ook vaak gevolgen voor de diverse werkgeversafdrachten. Daarnaast heeft deze cao ook gevolgen voor de bijdrage aan de verbonden partijen waarop deze cao eveneens van toepassing is, met name het SC MER. Ook andere verbonden partijen met een eigen cao, zoals sinds een aantal jaren de veiligheidsregio’s zullen de gemeenten om een hogere bijdragen vragen. b. Stelpost toekomstige ontwikkelingen algemene uitkering In de diverse circulaires inzake de algemene uitkering worden vaak middelen aan de gemeenten beschikbaar gesteld, waarvoor eerst nog beleid ontwikkeld moet worden. Zolang er nog geen directe bestemming aan de middelen kan worden gegeven worden deze “geparkeerd” in deze stelpost. c. Stelpost verrekeningen algemene uitkering Deze stelpost is bestemd om afrekeningen met het rijk inzake de algemene uitkering te dekken. Vaak vindt de afrekening pas na een of twee jaar plaats. d. Stelpost accres / BTW-compensatiefonds In de begroting is een bedrag opgenomen van € 50.000 als stelpost op verrekening van het btwcompensatiefonds.

Als alle gemeenten in Nederland gezamenlijk meer BTW compenseren dan in het fonds aanwezig is, vindt een verrekening plaats op de algemene uitkering. Deelfondsen 3D’s In 2015 is de uitvoering van het sociaal domein (zorg, jeugdhulp en werk) gedecentraliseerd naar de gemeenten. Hiervoor ontvingen de gemeenten aparte uitkeringen in de vorm van deelfondsen. Het rijk heeft besloten om de budgetten voor de drie pijlers met ingang van 2019 te ontschotten en deel uit te laten maken van de algemene uitkering. In het hoofdlijnenakkoord 2018-2022 is afgesproken dat de budgetten op basis van de bedragen uit de begroting 2018 geoormerkt blijven voor het sociaal domein en mogelijke tekorten binnen bepaalde pijlers binnen het programma op te vangen. Overschotten blijven geoormerkt binnen de bestaande (egalisatie-) reserves voor het sociaal domein. Indexering budgetten Het is regel dat budgetten niet automatisch geïndexeerd worden. De indexering moet gezocht worden door het maken van slimme keuzes. Het is in sommige gevallen onoverkomelijk dat dit ten koste gaat van de kwaliteit (lager uitvoeringsniveau). De jaarlijkse inflatie moet worden opgevangen door het interen op de huidige budgetten. Gelet op de hoge inflatie die zich in 2022 en 2023 heeft voorgedaan, zullen de kosten van uit te voeren werken en diensten behoorlijk toenemen.

Het is niet zeker dat deze hogere kosten binnen de bestaande begrotingsposten opgevangen kunnen worden, waardoor overschrijdingen onoverkomelijk zijn. Uw raad wordt hierover via de bestuursrapportages of raadsinformatiebrieven geïnformeerd. Incidentele meevallers Substantiële incidentele meevallers worden in principe toegevoegd aan de reserve vermindering kapitaalasten. Deze kan worden ingezet om structureel ruimte te creëren binnen het meerjarenperspectief van de begroting. Naast de incidentele meevallers is bij elke reserve (voor zover mogelijk) een plafond ingesteld. Het surplus dat boven dit plafond uitgaat, wordt toegevoegd aan de reserve vermindering kapitaallasten of aan de reserve revolverende investeringen. Overheveling niet volledig bestede budgetten Bij het niet volledig besteden van budgetten uit de 2e bestuursrapportage vóór 31 december van het boekjaar, mag een bestemmingsreserve worden gevormd, waaruit in een volgend jaar deze specifieke lasten worden gedekt. Voorafgaand aan het opnieuw beschikbaar stellen van het budget wordt voorgesteld om in het daarop volgende boekjaar wel al uitgaven te doen ten laste van het nog door de raad opnieuw beschikbaar te stellen budget.

Kadernota 2025

13

Uitgaven uit reserves Wanneer uitgaven uit reserves gedekt worden en deze aan het einde van enig boekjaar niet volledig zijn uitgevoerd, maar in het daarop volgende jaar nog nodig zijn, is het toegestaan in het daarop volgende boekjaar al uitgaven te doen ten laste van het nog door de raad opnieuw beschikbaar te stellen budget. Voorbereidingskrediet faciliterende en actieve grondexploitaties. Wanneer de gemeente overweegt om zelf of in samenwerking met een projectontwikkelaar, een (uitleg)gebied te (laten)ontwikkelen, moeten hiervoor, met name in de initiatief- en voorbereidingsfase, kosten worden gemaakt. Vervolgens kan definitief worden besloten om de gronden al dan niet in exploitatie te nemen of de exploitatie daarvan te faciliteren. Bij een actieve grondexploitatie ontwikkelt de gemeente de gronden zelf en bij een faciliterende grondexploitatie faciliteert de gemeente de randvoorwaarden voor een gewenste ontwikkeling van gronden door een derde partij. Het algemeen budgetrecht is een raadsbevoegdheid. Normaal gesproken mag het college geen kosten voor grondexploitaties maken, voordat de raad hiervoor geld ter beschikking heeft gesteld. De raad kan het college echter de ruimte bieden om binnen kaders zelfstandig financiële besluiten hierover te nemen.

Vanwege de doorlooptijden van raadsvoorstellen is het niet te doen om met name bij de veelvoud aan kleinere projecten, per project een voorbereidingskrediet door de raad te laten vaststellen voordat voorbereidende kosten kunnen worden gemaakt. Om toch in de voorbereidingsfase al kosten te kunnen maken, deze op juiste wijze te registreren en dekking daarvoor te regelen, wordt het volgende voorgesteld: Limiet De raad geeft het college de ruimte om jaarlijks zonder voorafgaande tussenkomst van de raad tot een totaal bedrag van maximaal € 100.000 bestedingen te doen voor de voorbereiding van actieve- en faciliterende grondexploitaties, dit met inachtneming van de volgende voorwaarden die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor voorbereidingskosten dwingend voorschrijft:  De kosten moeten passen binnen de kostensoortenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening / bijlage IV bij het Omgevingsbesluit; en  De kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven. Na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve of faciliterende grondexploitatie dan wel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat of er moet een voorziening worden getroffen. De in de beginfasen te maken voorbereidingskosten zijn meestal planontwikkelingskosten, maar kunnen ook bestaan uit o.a. beheerskosten, sloopkosten, (strategische) verwervingskosten en rente.

Afhankelijk van de indeling in een actieve- of faciliterende grondexploitatie, worden kosten die al worden gemaakt voordat het grondexploitatiecomplex mag worden geopend, volgens het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verantwoord onder ‘Immateriële Vaste Activa (ImVA)’ of ‘Overlopende activa’. Overgang naar exploitatie Worden deze plannen daadwerkelijk in ontwikkeling genomen. dan worden de onder ImVA of overlopende activa geactiveerde voorbereidingskosten overgeheveld naar het actieve of faciliterende grondexploitatiecomplex. Afboeking De op ImVA of overlopende activa verantwoorde kosten waarvan de 5 jaarstermijn in het actuele boekjaar verstrijkt, worden in dat actuele boekjaar afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. Als dekking wordt hiervoor de algemene reserve grondbedrijf gebruikt. Indien er een voorziening is gevormd, hoeven de kosten niet te worden afgeboekt, maar kunnen ze later alsnog worden ingebracht in de grondexploitatie als de raad daartoe heeft besloten. Risicobeheersing Om te voorkomen dat op enig moment meer voorbereidingskosten worden gemaakt dan de algemene reserve grondbedrijf kan afdekken, wordt met de verantwoording van kosten op het voorbereidingskrediet telkenmale ook een claim opgenomen op de algemene reserve grondbedrijf.

Kadernota 2025

14

Algemeen voorbereidingskrediet Om de uitvoering van de projecten volgens het meerjareninvesteringsplan (MIP) te kunnen realiseren is het noodzakelijk om de voorbereiding een jaar eerder te starten dan vermeld in het MIP. Hiervoor moet jaarlijks een algemeen voorbereidingskrediet van € 250.000 beschikbaar zijn voor alle kredieten die in het MIP zijn opgenomen. In het jaar dat een bepaald project in het MIP is opgenomen, worden gemaakte voorbereidingskosten overgeheveld naar het krediet voor dat project. Op dit voorbereidingskrediet wordt niet afgeschreven. Bovenstaande is al besloten in de 1e bestuursrapportage 2013. Naast bovenstaande investeringen van het MIP kunnen ook in de loop van het jaar nieuwe investeringen worden voorbereid. Deze staan dan nog niet op het MIP vermeld. Ook voor deze investeringen geldt dat voorbereidingskosten worden gemaakt, voordat de vraag om een krediet beschikbaar te stellen aan de raad wordt voorgelegd. De raad geeft het college de ruimte om jaarlijks zonder voorafgaande tussenkomst van de raad binnen het genoemde voorbereidingskrediet bestedingen te doen voor het maken van voorbereidingskosten voor (nieuwe) investeringen. Als de raad afwijzend besluit over het beschikbaar stellen van een krediet, dan moeten de gemaakte voorbereidingskosten ten laste worden gebracht van de reserve vermindering kapitaallasten.

Wordt het krediet wel beschikbaar gesteld, dan worden de voorbereidingskosten overgebracht naar het dit krediet. Uitgangspunten Aantal inwoners Voor de begroting 2025 wordt uitgegaan van een inwonertal van 32.100. Het werkelijk aantal inwoners op 1 januari 2024 is 32.060 inwoners. Rentepercentage In de begroting 2025 wordt een rekenpercentage toegepast van 2%. De rente voor langlopende leningen bedraagt per 22 februari 2024 voor een 10 jarige lineaire lening 2,94%, voor 20 jaar lineair 3,01% en voor 30 jaar lineair 3,06%. De rente voor langlopende leningen schommelt vanaf 2023 tussen de 3 en 4%. Als de rente verder gaat stijgen, kan de begroting onder druk komen te staan en zullen de rentelasten toenemen. In 2019 is besloten tot het aantrekken van financieringsmiddelen voor een totaalbedrag ad € 40 miljoen tegen verschillende looptijden. Voorwaarde was en is dat de rente negatief moet zijn. Ná de onzekere periode in november 2019 is de rente weer stilaan gestegen, totdat eind januari 2020 de rente voor lang geld weer begon te dalen. Op 9 maart 2020 werd de rente voor het eerst negatief en er zijn toen twee lineaire geldleningen van € 10 miljoen elk aangetrokken. Een geldlening met een looptijd van 15 jaar en een rente van -/- 0,11%. De tweede geldlening met een looptijd van 20 jaar en een rente van -/- 0,02%.

Per 15 oktober 2020 is de rente weer gedaald en is nog een geldlening afgesloten van € 10 miljoen met een looptijd van 20 jaar tegen een rente van -/- 0,035%. Met de aangetrokken € 30 miljoen kunnen investeringswerken en aflossingen van langlopende schuld gefinancierd worden. De middelen die niet direct nodig zijn worden “geparkeerd" bij de schatkist. Doordat we beschikken over voldoende financieringsmiddelen, waarvan de rente die ruim onder de huidige marktrente ligt, is de rekenrente niet verhoogd en gehandhaafd op 2%. Uitzetten overtollige middelen Een gemeente mag geen middelen aantrekken en vervolgens uitzetten om inkomsten te genereren. De gemeente is verplicht om de overtollige liquide middelen te parkeren bij de schatkist. Hierop is één uitzondering. Een gemeente mag de overtollige liquide middelen wel uitlenen aan ander decentrale overheden. Sinds de rente in het 2e halfjaar 2022 aan het stijgen is, is de vraag van collega gemeenten groot om overtollige liquide middelen van een collega gemeentes te kunnen lenen. Het mes snijdt dan aan twee kanten: De uitlenende gemeente ontvangt een hogere rente dan bij de schatkist, de lenende gemeente betaalt een lager rente dan bij de bank. Per 22 februari 2024 was een bedrag van € 11,8 miljoen uitgeleend aan collega gemeenten.

Meerjarige liquiditeitenplanning Voor de normale exploitatielasten wordt uitgegaan van het principe dat jaarlijkse uitgaven worden voldaan uit de jaarlijkse inkomsten. Voor een goede liquiditeitenplanning zijn twee zaken van belang, namelijk de verwachte investeringen en de renteontwikkeling op korte en op lange termijn.

Kadernota 2025

15

Voor de investeringen wordt uitgegaan van het meerjareninvesteringsplan. De renteontwikkeling wordt dagelijks bijgehouden en per kwartaal met de portefeuillehouder financiën besproken. Als de renteontwikkeling daarvoor aanleiding geeft wordt in direct overleg met de portefeuillehouder gehandeld, om mogelijke renterisico’s te beperken. Naast de investeringen wordt ook in de liquiditeitenplanning meegenomen de eventuele verkoopopbrengsten uit het grondbedrijf. Door deze aspecten regelmatig te monitoren wordt optimaal gebruik gemaakt van de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Aandachtspunten en aanvullende notities commissie BBV Met ingang van 2017 zijn er wijzigingen aangebracht in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en zijn een aantal notities van de commissie BBV verschenen met dwingende voorschriften. Daarnaast heeft de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording door het college met ingang van het jaar 2024 over het jaar 2023 genoodzaakt tot wijzigingen in de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet. Deze is opnieuw vastgesteld door de raad op 9 november 2023. De volgende elementen zijn van toepassing bij het opstellen van de begroting. Activeren van investeringen Het activeren van investeringen heeft financiële effecten.

Enerzijds leidt het activeren tot structurele kapitaallasten, die structureel gedekt moeten worden. Daarnaast kent het activeren op de langere termijn ook een kostenverhogend effect, namelijk de rentecomponent. Dit is een extra kostenpost, die is opgenomen in onze (meerjaren)- begroting en de beheerplannen. Anderzijds kan het zijn, dat in de startjaren incidentele ruimte binnen de begroting ontstaat door een gefaseerde invoering (alleen nieuwe investeringen worden geactiveerd). Veelal werden investeringen gedekt uit incidentele middelen (reserves). Door te activeren zijn structurele middelen nodig in plaats van de eventueel beschikbare incidentele middelen. Het is natuurlijk ook mogelijk dat beschikbare incidentele middelen gebruikt worden voor de vorming van een bruteringsreserve. De structurele kapitaallasten kunnen dan gedekt worden uit deze bruteringsreserve. Financiële kengetallen In de begroting en de jaarstukken is de gemeente verplicht een basisset van vijf financiële kengetallen op te nemen. Deze kengetallen zijn bedoeld om de gemeentelijke financiële positie inzichtelijker te maken en de vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten. Een afzonderlijk kengetal zegt weinig over hoe uw financiële positie moet worden beoordeeld.

De kengetallen moeten altijd in samenhang worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Het is dan ook van belang dat de kengetallen door het college worden voorzien van een adequate toelichting. Vanuit de controlerende en kaderstellende rol is het aan de raad om eventueel bijstellingen te verlangen. Bij de invoering van de kengetallen is een bewuste keuze gemaakt om geen norm op te leggen. Een kengetal of de ontwikkeling van een kengetal is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde en worden ze betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie van de gemeente. Kengetalen en indicatoren In 2016 zijn door de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoorden provincies en gemeenten) een aantal indicatoren verplicht gesteld. Deze wettelijke indicatoren zijn oorspronkelijk bedoeld om gemeenten en provincies beter met elkaar te kunnen vergelijken. Door de jaren heen zijn er steeds meer indicatoren toegevoegd, zowel op verzoek van de raad als op eigen initiatief van het college en de budgethouders. Met ingang van de begroting 2025 zijn de kengetallen en indicatoren kritisch onder de loep genomen. Kengetallen en indicatoren moeten een toegevoegde waarde hebben.

Tevens is bekeken welke minimumeisen aan kengetallen en indicatoren worden gesteld. De bevindingen hiervan leveren op dat een groot aantal kengetallen en indicatoren kunnen vervallen of op een andere wijze worden gepresenteerd. Onderstaande verbeteringen zijn doorgevoerd: - Indicatoren worden maar éénmalig vermeld in de begroting op de plaats waar ze het meeste thuishoren. Kadernota 2025

16

-

De bron van de indicator wordt vermeld in de begroting. Hierdoor is het voor iedereen duidelijk waar ze moeten zoeken en welke bron gehanteerd is. Indicatoren worden niet meer meerjarig opgenomen. Dit is namelijk vanuit het BBV geen verplichting. Alle indicatoren worden gepresenteerd in één totaaloverzicht per programma. Dit geeft meer “rust” in de begroting. Nu staan onder elk product indicatoren vermeld. Eigen indicatoren toevoegen kan. Deze moeten dan wel aan de volgende voorwaarden voldoen: - een duidelijke bron die goed te vinden is. - het geven van stuurinformatie.

Disconteringsvoet De disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde voor het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties is voor alle gemeenten gelijk gesteld en gekoppeld aan het streefpercentage van de ECB voor de inflatie, zijnde 2%. Looptijd grondexploitatiecomplex Om de risico’s die samenhangen met zeer lang lopende projecten te beperken is de richttermijn van een grondexploitatiecomplex maximaal 10 jaar. Deze 10 jaar moet voortschrijdend worden bezien en er kan alleen gemotiveerd van worden afgeweken. Een gemotiveerde afwijking houdt in dat deze motivatie is geautoriseerd door de raad en verantwoord is in de begroting en de jaarstukken. De motivatie moet zijn voorzien van passende risico-beperkende beheersmaatregelen op basis van de specifieke omstandigheden.

Hierbij kan gedacht worden aan:  het hebben van daadwerkelijke afzetcontracten voor de periode verder dan 10 jaar;  het hebben van herleidbare afspraken (intenties van projectontwikkelaars/corporaties) voor de periode verder dan 10 jaar;  het hebben van harde opbrengsten in eerdere jaren die alle kosten van de exploitatie over de gehele looptijd op voorhand dekken;  voor de berekening van het eindsaldo (en het bepalen van de mogelijke verliesvoorziening) niet rekenen met een indexering op de opbrengsten die verder liggen dan 10 jaar;  andere maatregelen die de omvang van het geïnvesteerd vermogen beperken en daarmee de risico’s verkleinen op onvoldoende dekking vanuit (nog te realiseren) grondexploitatiebaten. Notitie Materiële vaste activa De commissie BBV heeft in januari 2020 de geactualiseerde notitie Materiele vaste activa gepubliceerd over investeren, activeren, waarderen, afschrijven en onderhoud kapitaalgoederen. In de notitie zijn in relatie tot materiele vaste activa relevante onderwerpen aan bod gekomen, zoals:  omvangscriterium bij vaste activa  afschrijvingsbeleid vaste activa  stelsel- en schattingswijzigingen  instellen van onderhoudsvoorzieningen. Autorisatie van (restant)budgetten investeringen Investeringsbudgetten worden door de raad vastgesteld, hetzij via de vastgestelde begroting, hetzij via een afzonderlijk besluit van de raad.

Op basis van de Gemeentewet heeft het college van burgemeester en wethouders een actieve informatieplicht aan de raad. Bij routine-investeringen wordt regelmatig de behoefte gevoeld de investeringsbudgetten gedeeltelijk over te hevelen naar het volgende boekjaar. Dit om te voorkomen dat er (tijdelijk) geen budget is, maar toch uitgaven gedaan moeten kunnen worden. Wanneer een besparing ontstaat op de toegekende budgetten, is het aan de raad om te besluiten wat er met de restantbudgetten gebeurt. Met de raad moeten nog afspraken gemaakt worden, zoals:  op welk moment gerapporteerd moet worden over de restantbudgetten en het voorstel om een budget af te sluiten dan wel open te houden voor toekomstige uitgaven;  het minimum bedrag wat overgeheveld kan worden (per gemeente te bepalen). Deze afspraken (rapporteringscriteria) kunnen worden vastgesteld in de financiële verordening op grond van artikel 212 Gemeentewet.

Kadernota 2025

17

Beheersing budget: termijn van open houden van een budget In de praktijk blijkt hoe moeilijk het is om investeringsbudgetten te beheersen, omdat de doorlooptijd van investeringen lang is. Het kan voorkomen dat investeringsbudgetten overschreden worden, termijnen van uitvoering niet gehaald worden en dat jaargrenzen onbedoeld worden gepasseerd. Door de planning van het verloop van investeringen- waarin inzichtelijk is voor welk bedrag het budget uitgeput gaat worden - kan inzicht worden verkregen in een eventuele vertraging bij de uitvoering van het project. Om te voorkomen dat investeringsbudgetten keer op keer door een begrotingswijziging worden opgevoerd, kunnen hierover afspraken met de raad worden gemaakt. Afgesproken kan worden dat budgetten die langer dan 3 jaar uitlopen, vrij vallen. Als het investeringsbudget toch nog langer nodig is, moet het college dit aan de raad voorleggen door een budgetvoorstel. Notitie Overhead 2023 De Notitie overhead 2023 is een actualisatie van de Notitie overhead uit 2016 en gaat in op de inhoud en reikwijdte van het begrip ‘overhead’ zoals voorgeschreven in artikel 1 van het Besluit begroting en verantwoording (‘BBV’). Daarnaast wordt in deze notitie duiding gegeven aan de onderwerpen die in directe relatie met de overhead staan.

Aanvankelijk werd vanaf 2016 gebruik gemaakt van de definitie zoals deze werd toegepast binnen Venster voor bedrijfsvoering (‘VvB’). Met de actualisatie van de notitie wordt die verbinding losgelaten, maar niet verbroken. De definitie van overhead is binnen VvB een dynamisch begrip en past, als zodanig, bij de doelstellingen van dit platform. Het is een nuttig instrument voor het uitwisselen van best practices en het vergelijken van organisaties. De commissie BBV is echter van mening dat de aanhaking bij VvB geen duurzame definitie oplevert, terwijl deze wel noodzakelijk is voor de rechtszekerheid. Met name ten aanzien van de lokale heffingen is er behoefte aan een eenduidige, duurzame basis. Vanwege deze opvatting komt in deze notitie de definitie van overhead meer uitgebreid aan de orde. Door deze definitie te gebruiken kan een meer eenduidig inzicht worden gegeven in de lasten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden. Deze geactualiseerde notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting. Deze geactualiseerde notitie is van toepassing vanaf de begroting 2025. Notitie grondbeleid in begroting en jaarstukken 2023 Deze Notitie grondbeleid in begroting en jaarstukken 2023 is een actualisatie van de Notitie grondbeleid uit 2019.

Vanwege de invoering van de Omgevingswet is een actualisatie noodzakelijk. Alle wijzigingen in de notitie die te maken hebben met de Omgevingswet treden in werking gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Alle overige wijzigingen treden in werking met ingang van begrotingsjaar 2025. Toepassing met ingang van de jaarrekening 2024 is mogelijk maar niet verplicht. Voor de tussenliggende periode is de notitie uit 2019 leidend aangevuld met het addendum uit december 2022 inzake warme gronden. In bijlage 12 van de notitie is een overzicht opgenomen van consequenties van de sinds 2016 doorgevoerde wetswijzigingen. Naast aanpassingen in terminologie vanwege wijzigingen in wet- en regelgeving heeft de invoering van de Omgevingswet met name gevolgen voor de verslaggevingsaspecten bij faciliterend grondbeleid. Deze notitie gaat met name in op gemeentelijke grondexploitaties en faciliterend grondbeleid. In deze nieuwe notitie is rekening gehouden met de strekking van alle gegeven antwoorden uit de vraag- en antwoordrubriek. De commissie BBV verwerkt alle aandachtspunten voortkomend uit de vraag- en antwoordrubriek in haar notities. Ook voor deze Notitie grondbeleid zijn, aanvullend op de wijzigingen als gevolg van de invoering van de Omgevingswet, enkele verduidelijkingen doorgevoerd die vanuit de vraag- en antwoordrubriek naar voren zijn gekomen.

Notitie rente 2023 In de Notitie rente 2023 wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). Kadernota 2025

18

De belangrijkste wijziging betreft de rentetoerekening aan de grondexploitaties. Vanaf 2016 was in verband met de invoering van de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor grondexploitaties de rentetoerekening gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage over het vreemde vermogen. In de praktijk hanteert de Belastingdienst een andere toerekening van rente aan de grondexploitaties. Hiermee is de noodzaak voor een afwijkend rentepercentage voor grondexploitaties vervallen en ligt het voor de hand de renteomslag ook te gebruiken voor de rente aan de grondexploitaties. In het publiekrechtelijke kostenverhaal bij faciliterende grondexploitaties moet overeenkomstig de Omgevingswet voor de rentetoerekening wel een ander rentepercentage worden gehanteerd. Bij kostenverhaal op basis van een overeenkomst kunnen uiteraard ook afspraken worden gemaakt over het verrekenen van rente. De hoogte van het rentepercentage is dan onderdeel van de afspraken in de overeenkomst en kan afwijken van de omslagrente. De bepalingen en richtlijnen van deze notitie treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2025. Eerdere toepassing bij de begroting 2024 is toegestaan. Met het verschijnen van deze notitie wordt de eerdere versie (gepubliceerd in 2017) buiten werking gesteld.

Kadernota 2025

19

3.

Ontwikkelingen

Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen die in 2025 en volgende jaren op ons afkomen. Het is uitdrukkelijk de bedoeling een realistisch beeld neer te zetten over de financiën van onze gemeente. Deze kadernota kan dienen als discussiestuk om na te gaan welke maatregelen genomen kunnen worden, om het gezonde en voorzichtige financiële beleid van de gemeente voort te zetten. Opgemerkt wordt dat de beschreven ontwikkelingen een momentopname zijn. De inhoud van deze kadernota moet dan ook gezien worden als dynamisch. Zodra er ontwikkelingen zijn, wordt de informatie bijgesteld en wordt de raad geïnformeerd door een raadsinformatiebrief of wordt de laatste stand van zaken verwerkt in de 1e begrotingswijziging 2025. In de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat posten, kleiner dan € 50.000, niet toegelicht hoeven te worden. Omdat er maar 2 posten in deze kadernota staan die kleiner zijn dan € 50.000 is er voor gekozen om alle posten toe te lichten. Subsidies worden te allen tijde toegelicht ook al is het bedrag lager dan € 50.000.

Programma’s 1 Bevolking en bestuur Geen mutaties Programma 2 openbare orde en veiligheid Geen mutaties Programma 3 Beheer openbare ruimte  3.3.1 Voorziening wegen (beheer en onderhoud) In de door de raad vastgestelde nieuwe Wegbeheernota 2022-2026 is gebleken dat de onderhoudskosten vanaf 2027 zijn berekend op € 1.515.000 structureel. Door uitbreiding van het te beheren areaal, prijsstijgingen van materiaal en uitvoeringskosten wordt voorgesteld de storting in de voorziening wegen vanaf 2027 te verhogen met structureel € 175.000 (een en ander conform de goedgekeurde weg- en beheernota in de raadsvergadering 18 januari 2023). 

3.3.2 Ondergrondse Afval Inzameling (OGI's) Enkel tekstuele toelichting Momenteel wordt gewerkt aan een meerjaren inrichtingsplan voor de ondergrondse afval inzameling (OGI's). De grootschalige vervanging van de huidige OGi's waarvan de eerste tranche in 2011 is uitgerold, is aanstaande. Bijkomende noodzaak is dat voor de vernieuwing van de inzetbakken het overgrote deel van de ondergrondse betonfundering en klapvloer (eigendom gemeente) niet geschikt is voor de nieuwe inzetbakken. Omdat hier investeringsruimte voor vrijgemaakt dient te worden is het noodzakelijk een goede projectering voor OGi's te realiseren. Gedurende 2024 zal een kwalitatieve en kwantatieve analyse gemaakt worden voor de vervanging en inrichting van de OGI's en bijbehorende fracties die ingezameld worden. Ook de systematiek van inzameling restafval voor hoogbouw zal gaan veranderen. Hierin wordt ook de koppeling met het uitvoeringsplan (UVP) herinrichting milieuparken (MP) meegenomen. Welke afvalstromen worden centraal ingenomen bij het MP en welke afvalstromen dienen in satelietparken ondergebracht te worden. Mede het feit dat er momenteel geen acute inzamelproblematiek ervaren wordt is het zaak in 2024 pas op de plaats te maken.

Streven is voor de begrotingscyclus 2025 een integraal meerjarenplan, afgestemd met ketenpartners klaar te hebben om zodoende een goed toekomstbestendig beleid hierin te kunnen voeren met bijbehorend investeringsoverzicht.

3.3.3 Gebiedsvisie Pey Enkel tekstuele toelichting In de Raadsvergadering van 4 juli 2023 is gevraagd om te onderzoeken of het plantechnisch mogelijk is om de herinrichting van de wegen in de gebiedsvisie Pey betiteld gebied 'Pey-dorp" zoveel mogelijk naar voren te halen. De werkzaamheden waren gefaseerd gepland tot 2030. De voordelen van de voorgestelde schaalvergroting zijn: 1. Minder aanbestedingen, zowel van adviesdiensten als uitvoering (aannemers), dus tijdwinst.

Kadernota 2025

20

2. Door het ontwerp bij één partij neer te leggen is de kans op eventuele fouten geringer, bovengronds en met name van de ondergrondse infrastructuur. 3. Om de tijdsduur van de werkzaamheden (lees: eventuele overlast) te minimaliseren is het in één gang aanpakken van een groter plangebied wenselijk. Het is tevens duidelijker en overzichtelijker voor de bewoners van het gebied. 4. Grootschaliger aanbesteden is normaliter financieel gunstiger. De gevolgen van het plantechnisch naar voren halen zijn van interne personele / organisatorische aard. De kosten (huidig prijspeil) voor de totale herinrichting van Pey-dorp zijn op € 12.000.000 geraamd. Na de uitvoering van de Herinrichting Wolfsberg (ook Gebiedsvisie Pey) is van de huidige beschikbare MIP-gelden nog € 1.000.000 beschikbaar. Dat betekent dat nog € 11.000.000 nodig is. Het voorstel is om de uitvoeringstijdsduur in te korten naar ca. twee jaar uitvoeringstermijn 2025 en 2026 en de MIP kredieten Gebiedsvisie Pey 2025 t/m 2027 hierop aan te passen. MIP 2025 verhogen naar € 6.000.000, MIP 2026 verhogen naar € 5.000.000 en MIP 2027 laten vervallen. Het probleem van personele en organisatorische aard te ondervangen door het in tijd verschuivingen van andere investeringen binnen het MIP. De voorstellen worden in het nieuwe MIP 2025-2028 verwerkt en aan de raad voorgelegd ter goedkeuring.

Programma 4 Onderwijs  3.4.1 Leerlingenvervoer bewegingsonderwijs De gemeente verzorgt het vervoer van leerlingen van school naar de sporthal voor de scholen die zelf geen sportfaciliteiten hebben. Aan het einde van het schooljaar 2023-2024 loopt het contract met de huidige vervoerder af. Om deze reden is er een nieuwe aanbesteding uitgezet begin 2024. De opdracht is gegund aan de inschrijver met de laagste prijs. Op basis hiervan zijn de verwachte jaarlijkse kosten € 105.000. Op dit moment is er jaarlijks € 80.000 beschikbaar voor het leerlingenvervoer bewegingsonderwijs. Het nieuwe tarief dient pas betaald te worden vanaf de start van het nieuwe schooljaar in augustus 2024, hierdoor blijven de kosten voor het jaar 2024 (berekend op € 73.700) nog binnen het geraamde budget. Voorgesteld wordt om vanaf 2025 structureel € 25.000 bij te ramen. Programma 5 Cultuur en Sport  3.5.1 Subsidieplafonds vrijwilligersorganisaties In verband met de verhoging van 10% van de subsidiebedragen in 2023 voor vrijwilligersorganisaties zijn 2 subsidieplafonds overschreden. Het subsidieplafond voor de vrijwilligersorganisaties maatschappelijk domein is vastgesteld op € 80.795 terwijl € 85.958 nodig was om de verhoogde subsidiebedragen te verlenen. Voorgesteld wordt het subsidieplafond voor 2024 en volgende jaren te verhogen naar € 87.000.

De overschrijding wordt binnen de huidige budgetten opgevangen. Het subsidieplafond 2024 voor de parochiebesturen is vastgesteld op € 29.315 terwijl een bedrag van € 29.468 nodig was om de verhoogde subsidies 2024 te verlenen. Voorgesteld wordt het subsidieplafond voor 2024 en volgende jaren te verhogen naar € 30.815. Voor 2024 wordt de overschrijding binnen het huidige budget opgevangen. Voorgesteld wordt om voor 2025 en volgende jaren het budget voor de subsidiëring van de parochies met € 1.500 te verhogen.

Kadernota 2025

21

3.5.2 Subsidie Stichting Bombarie Basilika In 2023 vond op 't Salvatorplein in Susteren de première van de Boetezitting Bombarie Basilika plaats. Dit evenement trok maar liefst 1.200 bezoekers en kreeg veel lovende reacties. Ook Bombarie Basilika 2024 is succesvol verlopen. Het evenement kan, in navolging van het Platsspektakel, op grond van de ‘Subsidieregeling evenementen Echt-Susteren 2015’ worden aangemerkt als een groot evenement. Voorgesteld wordt de benodigde middelen voor jaarlijkse ondersteuning van Bombarie Basilika met een bedrag van € 5.000 vanaf 2025 beschikbaar te stellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=5ed956e0-a1d7-4733-90c6-2e4a2e26539d