Concept Jaarrek RD Maasland 2022
Tekst van het document
2.2.b. Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Ook bij dit kengetal moet worden bedacht dat het wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In principe is het volledige Eigen Vermogen van een Gemeenschappelijke van de deelnemende Gemeenten. Elke vorm van solvabiliteit “groter dan 0” is dan ook te beschouwen als buffer. Uit de afspraken rondom de te vormen reserves (zie onder 1.) resulteert een gewenste solvabiliteit van tenminste ca. 15%. Solvabiliteitsratio in % > 15%
2019 Realisatie 15 %
2020 Realisatie 16 %
2021 Realisatie 11 %
2022 Realisatie 8%
De beweging van deze ratio staat sterk onder invloed van de afloop van de desintegratievergoeding van Peel en Maas (uitgeput per 31-12-2022).
30
Jaarstukken 2022
2.2.c. Structurele Exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten (verminderd met de incidentele lasten) en structurele lasten (verminderd met de incidentele baten), plus het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.
Structurele Exploitatieruimte
2019
2020
2021
2022
Realisatie
Realisatie
Realisatie
Realisatie
-/- 2 %
5%
0%
0%
in % Progr 1 2 3: > 0%
Bij RD Maasland schommelt dit saldo normaal rondom 0 %, soms licht positief, soms licht negatief. Dat wordt veroorzaakt door (zeer geringe) incidentele baten c.q. lasten.
2.2.d. EMU-saldo Voor een deel-overheid als een Gemeente (laat staan voor een Gemeenschappelijke Regeling) zegt het Kengetal EMU-saldo weinig tot niets: de berekening ervan draagt slechts bij tot het op “(inter)nationaal-niveau” kunnen beoordelen van het EMU-saldo. Aangezien het kengetal verplicht moet worden aangeleverd volgt toch enige toelichting: Het EMU-saldo is een kengetal dat (in 1992) in het leven is geroepen om Europese regels af te spreken op het gebied van overheidsfinanciën. D.m.v. het EMU-saldo worden grenzen gesteld aan het begrotingstekort en de overheidsschuld. Door het Rijk is dit vertaald in onder andere een tekortnorm voor het EMU-saldo van decentrale overheden van – 0,3% van het BBP. Deze norm wordt niet verdeeld over de decentrale overheidslagen, en dus zijn er geen referentiewaarden voor individuele overheden bepaald, en zodoende is het EMU-saldo voor een individuele overheidsgeleding geen stuurinstrument. Het EMU-saldo komt in grote mate overeen met het exploitatiesaldo, vertrekt daar ook van, maar pleegt enkele correcties en aanvullingen, met name kapitaaltransacties zoals investeringen. Daardoor wordt voor de bepaling van het EMU-saldo het transactiemoment bepalend, terwijl dat voor het exploitatiesaldo het moment van gebruik is. Via een CBS-enquête worden de gegevens voor het EMU-saldo opgevraagd.
Voor RD Maasland zien de EMU-saldi er als volgt uit: EMU-saldo (x € 1.000) Norm n.v.t.
2019 Realisatie -616
2020 Realisatie -194
2021 Realisatie -979
2022 Realisatie -312
Zichtbaar is dat het EMU-saldo van het ene op het andere jaar aanzienlijk op en neer beweegt, de ene keer positief, de andere keer negatief. Met name het investerings(volume)-patroon, de desintegratievergoeding die als opbrengst is ingeboekt en het resultaat zijn hier debet aan. 31
Jaarstukken 2022
Investeringen (x € 1.000)
2019 Realisatie 618
2020 Realisatie 689
2021 Realisatie 1.519
2022 Realisatie 942
Investeringen zijn in de berekening van het EMU-saldo een aftrekpost. Aangezien alle andere posten (met name: exploitatiesaldo en afschrijvingen) redelijk constant zijn, bepaalt het wisselend volume van investeringen mede het verloop van het EMU-saldo. Overigens zou het beeld minder wisselend zijn wanneer er sprake zou zijn van een zgn. ideaalcomplex: een evenwichtige “leeftijdsverdeling” van de activa, waardoor het bedrag aan investeringen in elk jaar ongeveer zo groot is als de afschrijvingen. Voor 2021 en 2022 geldt dat er ten opzichte van het verleden meer investeringen zijn gedaan in de aanloop naar het nieuw beleid.
2.2.e. Conclusies o.b.v. Financiële Kengetallen Zoals in de inleiding van deze paragraaf 2.2 vermeld dienen conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) in Jaarstukken en Begroting financiële kengetallen te worden opgenomen. Twee daarvan (te weten: Grondexploitatie en Belastingcapaciteit) zijn voor RD Maasland niet van toepassing. De andere drie (Netto Schuldquote, Solvabiliteit en Structurele Exploitatieruimte) zijn in de voorgaande paragrafen opgenomen en voorzien van een toelichting. De algehele conclusie op basis daarvan is dat RD Maasland een financieel gezonde positie heeft (en dat die ook in stand blijft, zie de Begroting). Aandachtspunt is de hoogte van de Algemene Reserve, welke net boven het gewenste niveau ligt, en een drukkend effect op de solvabiliteit heeft. Tijdelijk overigens worden de kengetallen sterk beïnvloed door de Desintegratie Reserve a.g.v. de uittreding van Peel & Maas. De solvabiliteit zal de komende jaren bij gelijkblijvend beleid zakken beneden de 15%, dit mede omdat in 2022 de laatste onttrekking plaats vindt uit de Desintegratie Reserve. Het is voorts aan het Bestuur om te bepalen welk beleid voor de toekomst zal worden ontwikkeld.
32
Jaarstukken 2022
2.3.
Onderhoud Kapitaalgoederen
In deze paragraaf worden de bedragen die worden uitgegeven aan het verkrijgen / vervaardigen en onderhouden van kapitaalgoederen toegelicht. Voor RD Maasland betreft dit: a. Gebouwen b. Voertuigen c. Milieupark Kapitaalgoederen (x € 1.000)
2019 Realisatie
2020 Realisatie
2021 Realisatie
2022 Realisatie
Gebouwen -Vervanging -Onderhoud
24 68
6 10
0 7
0 9
282 139
489 166
593 184
316 166
0 11
0 15
0 14
0 13
Voertuigen -Vervanging -Onderhoud
Milieupark -Vervanging -Onderhoud
Voor elk van de drie categorieën is een financiële planning opgesteld. De vervanging vindt plaats na het verstrijken van de economische en/of technische levensduur. De in de tabel genoemde bedragen worden verwerkt in de begroting.
33
Jaarstukken 2022
2.4.
Financiering
2.4.a. Liquiditeitsrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeiten- en investeringsplanning.
2.4.b. Kredietrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s op waardedaling van vorderingen ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door tegenpartij.
2.4.c. Renterisiconorm Met behulp van dit instrument wordt het risico van een rentewijziging bij herfinanciering beheerst. Herfinanciering moet gelijkmatig worden gespreid, zodanig dat in enig jaar over niet meer dan 20% van het begrotingstotaal een renteherziening plaatsvindt. Renterisico (x € 1.000) Toegest. Renterisico Renterisico Ruimte
2019 Realisatie 1.519 704 815
2020 Realisatie 1.637 742 895
2021 Realisatie 1.825 763 1.062
2022 Realisatie 1.988 608 1.380
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane renterisiconorm.
2.4.d. Kasgeldlimiet Om de renterisico’s binnen de perken te houden is er een limiet gesteld aan de toelaatbare omvang van de netto vlottend schulden: max. 8,2% van het totaal van de begrote uitgaven. Kasgeldlimiet (x € 1.000) Toegest. kasgeld Netto vl schuld Ruimte
2019 Realisatie 296 -/- 1.736 2.032
2020 Realisatie 343 -/- 526 869
2021 Realisatie 374 -/- 1.624 1.998
2022 Realisatie 399 -/- 1.767 2.166
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane Kasgeldlimiet.
34
Jaarstukken 2022
2.5.
Risicobeheersing
2.5.a. Reguliere Risico’s De meest voorkomende risico’s en te verwachten gebeurtenissen, alsmede de maatregelen om de effecten ervan te beheersen, zijn beschreven in paragraaf 2.1 en 2.4.
2.5.b. Niet-reguliere Risico’s Daarnaast zijn er risico’s waarvan de voorspelbaarheid niet groot is en/of de mogelijk nadelige gevolgen moeilijk zijn te kwantificeren. Te denken valt hierbij onder meer aan de uittreding van een gemeente, onderling conflicterend gemeentelijk beleid, nieuwe wet- en regelgeving, technologische ontwikkelingen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, rampen of calamiteiten, schommelingen in vergoedingen voor recyclebare grondstoffen, ICT-kwetsbaarheid, arbeidsmarktontwikkelingen, fiscale wijzigingen, misbruik en oneigenlijk gebruik. RD Maasland heeft in 2018 en 2019 een risico-inventarisatie-sessie opgesteld, waarmee deze risico’s zo goed mogelijk in kaart zijn gebracht. Daarbij is tevens vastgesteld welke maatregelen zijn te nemen om de gevolgen ervan zo beperkt mogelijk te doen zijn. Deze exercitie dient jaarlijks te worden herhaald. De meest majeure risico’s zijn momenteel: 2022: - Dienstenpakket Programma twee ( vegen en kolkenzuigen ) is relatief duur, uitbreiding noodzakelijk; - Extra (financiele) inspanningen benodigd om VANG-doelstellingen te halen; - Leeftijdsopbouw personeel; - Externe kostenstijgingen en inflatie; - Kwetsbaarheid (digitaal) archief; - De gehele financiële afwikkeling van het PMD verpakkingengebeuren tot 2021;
2.6.
Administratieve Organisatie / Interne Beheersing (AO/IB)
Alle informatie op basis waarvan de toekomstgerichte strategie van RD Maasland wordt bepaald en / of die wordt verstrekt als verantwoording over hetgeen is gerealiseerd dient betrouwbaar te zijn. Daartoe is een stelsel van maatregelen ontworpen ten behoeve van de inrichting van de administratieve organisatie (AO) en de toetsing van de werking ervan, de interne beheersing (IB). Vaak zijn deze maatregelen vooral impliciet aanwezig. In 2018 is een aanvang gemaakt met explicitering hiervan welke doorloopt in de komende jaren.
35
Jaarstukken 2022
2.7.
Personeel & Organisatie
Arbeidsvoorwaarden De CAO SGO kende een looptijd van 1 januari 2021 tot 1 januari 2023. De schaalbedragen zijn per 1 april 2022 verhoogd met 2,4%. Per diezelfde datum is een minimum salarisbodem vastgesteld van € 14,00 per uur. In februari 2022 heeft de uitbetaling van de eenmalige uitkering plaatsgevonden welke betrekking had op december 2021. Het bedrag bestond uit € 900,00 en € 300,00 (naar rato arbeidsduur). Deze uitkering gold voor medewerkers die op peildatum 3 november 2021 in dienst waren. In december 2022 is een eenmalige uitkering uitgekeerd van € 750,00 voor medewerkers tot en met schaal 8 en € 375,00 voor medewerkers vanaf schaal 9 (naar rato arbeidsduur) en die per 1 december 2022 in dienst waren. Opleidingen Voor chauffeurs met een rijbewijs C is op Europees niveau een permanente nascholingsverplichting ingesteld, de zogenaamde code 95. Code 95 is een aanduiding op het rijbewijs, die achter een voertuigcategorie is geplaatst. Deze code is verplicht voor het beroepsmatig besturen van een voertuig waarvoor rijbewijs C en D noodzakelijk is. De code is vijf jaar geldig en kan verlengd worden door het volgen van nascholing, waarbij in totaal 35 studiepunten behaald dienen te worden. RD Maasland heeft ervoor gekozen deze nascholing structureel en voor de lange termijn vorm te geven.
In 2022 hebben diverse individuele opleidingen en meerdere groepstrainingen plaatsgevonden. De groepstrainingen waren o.a. techniek en veiligheid, schadepreventie en omgaan met agressie in de praktijk. Arbo en kwaliteit VCA: De kwaliteitsmeting VCA is bedoeld om dienstverlenende organisaties veiliger te laten werken en het aantal ongevallen te verminderen. Het VCA*-certificaat is in 2022 opnieuw behaald. De jaarlijkse audit wees uit dat RD Maasland aan alle eisen voldoet om het kwaliteitsmerk VCA te mogen blijven dragen en dat de kwaliteit en veiligheid binnen haar organisatie goed geborgd zijn. NEN-EN-ISO 9001:2015: Nadat het arbozorgsysteem VCA geïmplementeerd is, is in 2013 de volgende stap gezet door het certificaat te behalen van het kwaliteitsmanagementsysteem NEN-EN-ISO. De jaarlijkse audit wees opnieuw uit dat RD Maasland ook in 2022 voldoet aan alle eisen van het kwaliteitsmanagementsysteem ISO 9001:2015 (het continue verbeteren van de organisatie). PMO: in verband met de coronamaatregelen en drukte bij de arbodienst is het in 2022 niet mogelijk geweest om Periodiek Medisch Onderzoeken (PMO) in te plannen. In 2023 zal dit georganiseerd worden. Ondernemingsraad In 2022 hebben drie medewerkers zich gemeld voor de nieuwe ondernemingsraad.
Omdat de ondernemingsraad van RD Maasland uit 3 leden bestaat zijn er geen verkiezingen georganiseerd en zijn deze drie medewerkers automatisch gekozen. De nieuwe ondernemingsraad is op 20 oktober 2022 geïnstalleerd. Personeel In 2022 hebben een aantal personeelsmutaties plaatsgevonden. Zes medewerkers zijn uit dienst getreden en zes medewerkers zijn in dienst getreden. Op 31 december 2022 waren er 43,7 fte (fulltime equivalent), verdeeld over 48 medewerkers, in dienst van RD Maasland. Verdeling in fte: 33,1 in de inzameling en milieuparken 10,6 in administratieve-/managementfuncties
36
Jaarstukken 2022
Ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage is ten opzichte van voorgaande jaar toegenomen, namelijk naar 8,8% (in 2021 was dit 6,5%). Ook in 2022 verzuimden regelmatig medewerkers in verband met Corona. Verder waren er meerdere casussen in verband met langdurige arbeidsongeschiktheid.
ziekteverzuim RD Maasland 12 10
%
8 2018 2019 2020 2021 2022
6 4 2 0 buitendienst
kantoor
totaal
Vanwege langdurige aandoeningen verzuimen oudere werknemers meer en langduriger dan jongere. Oudere werknemers hebben vaker te maken met aandoeningen die een hoog ziekteverzuim kennen, zoals hart- en vaatziekten, ernstige chronische ziektes en gewrichtsklachten. Om de risico’s van kosten door een hoog ziekteverzuimpercentage te beperken is dit risico per 2022 verzekerd. Bij deze ziekteverzuimverzekering is tevens een nieuwe arbodienst ondergebracht. Leeftijdsopbouw De leeftijdsopbouw van RD Maasland is een constant punt van aandacht. In 2022 is de gemiddelde leeftijd in de buitendienst verder gestegen naar 42 jaar (2020 = 40,3 jaar, 2021 = 40,5 jaar). Door het opschuiven van de pensioenleeftijd en de enorme krapte van vrachtwagenchauffeurs op de arbeidsmarkt is aandacht geven aan duurzame inzetbaarheid essentieel. leeftijdsopbouw totaal RD Maasland 2022 < 30 jaar
> 50 jaar 30-39 jaar
40-49 jaar
37
Jaarstukken 2022
2.8.
Verbonden Partijen
Voor de onderstaande deelnemende gemeenten is de Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland een “verbonden partij” (naar de betekenis van het Besluit Begroting en Verantwoording: een organisatie waarin een gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft): - Gemeente Leudal - Gemeente Maasgouw - Gemeente Roerdalen - Gemeente Echt-Susteren Formeel zijn er echter geen verbonden partijen.
2.9.
Rechtmatigheid
In het kader van de beheersing van het rechtmatig handelen zijn door het bestuur van RD Maasland de volgende verordeningen (in 2005, 2006 en 2010) vastgesteld: • Verordening ex artikel 212 van de gemeentewet “Financiële verordening GR Rein. Maasland”, betreffende de uitgangspunten voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het openbaar lichaam. • Verordening ex artikel 213 van de gemeentewet “Controle verordening GR Rein. Maasland’’, betreffende de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling. • “Treasurystatuut van de gem. reg. Reinigingsdienst Maasland”, waarin de voorwaarden en bevoegdheden aangaande de geldstromen zijn vastgesteld. In het controleprotocol wordt voorts vastgesteld dat de accountant bij de controle van de jaarrekening de rechtmatigheid zal betrekken en daarover ook een oordeel zal uitspreken. Hierbij worden jaarlijks via het controleprotocol overeengekomen reguliere goedkeurings- en rapporteringstoleranties gehanteerd. Daarnaast is RD vanzelfsprekend gehouden aan de hogere wetgeving. Om naleving van de vastgestelde normen (tussentijds) te kunnen toetsen, laat RD Maasland deze controle jaarlijks uitvoeren door de accountant.
38
Jaarstukken 2022
3.
Jaarrekening
3.1. Balans per 31 december (bedragen x € 1.000) ACTIVA
Ultimo 2021
Ultimo 2022
Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut: - gronden uitgegeven in erfpacht - overige investeringen met een economisch nut - Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend een maatschappelijk nut
6.696
6.854
0 6.696
0 6.854
0
0
Totaal vaste activa
6.696
Vlottende activa Voorraden - Gereed product en handelsgoederen
6.854
12 12
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Verstrekte kasgeldleningen - Rekening-courantverhoudingen met de staat - Overige vorderingen - Overige uitzettingen
267 0 1.875 438 0
Liquide middelen - Kassaldi - Banksaldi
0 27
102 102
2.580
739 290 0 250 199 0
27
Overlopende activa - Van Eur of Ned overheden nto voorschotbedragen specifieke uitkeringen - Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen Totaal vlottende activa Totaal generaal
39
2.146 0 2.146
1.181 0
582 0
1.181
582 3.800
3.569
10.496
10.423
Jaarstukken 2022
(bedragen x € 1.000) PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Desintegratie reserve Peel&Maas - (Nog te bestemmen) resultaat
Ultimo 2021
Ultimo 2022 987
615 398 249 -275
Voorzieningen (zie ook bladzijde 26,44 en 47) -Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Onderhoudsegalisatievoorzieningen - Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting Vaste schulden met rentetypische looptijd van één jaar of langer - Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met rentetypische looptijd < één jaar - Banksaldi
811 640 398 0 -227
145 90 55
243 171 72
5.309 5.309
4.796 4.796
6.441
5.850
54 54
Overlopende passiva
0 0
4.001
- Nog te betalen bedragen - Van Eur.of Ned.overheidslichamen ontvangen n.t.b.spec.uitk. - Overige vooruitontvangen bedragen Totaal vlottende passiva
1.100 0 2.901
4.573 1.316 0 3.257
4.055
4.573
Totaal generaal
10.496
10.423
Gewaarborgde geldleningen Garantstellingen
0 0
0 0
Voor de volledigheid wordt aangegeven dat er lopende het jaar 2022, naast de halfjaarsrapportage, een begrotingswijziging is gemeld bij het Algemeen Bestuur met de belangrijkste opmerkingen c.q. veranderingen. Het resultaat is in bovenstaand overzicht opgevoerd als een bedrag na vpb (-€226.617).
40
Jaarstukken 2022
3.2.
Programmarekening 2022
Omschrijving programma (bedragen x € 1.000) Programma 1 Programma 2 Programma 3 *Subtotaal programma’s *Waarvan intern doorbelast min *Waarvan Overhead *Waarvan Vpb
Raming begrotingsjaar vóór wijziging Baten Lasten Saldo
Raming begrotingsjaar ná wijziging Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
7.764
8.013
-249
7.092
7.341
-249
7.249
7.504
-255
726
726
0
801
801
0
704
833
-129
1.218
1.218
0
1.193
1.193
0
1.200
1.292
-92
9.708
9.957
-249
9.086
9.335
-249
9.153
9.629
-476
1.016
1.016
0
1.368
1.368
0
1.541
1.541
0
0
1.358
-1.358
0
1.516
-1.516
0
1.617
-1.617
0
5
-5
0
5
-5
0
2
-2
654
-654
654
-654
647
-647
Doorgeschoven BTW Dekking doorgeschoven BTW Subtotaal algemene dekkingsmiddelen plus
654 654
Subsaldo Toevoeging/onttrekking aan reserves: Programma 1
654
654
654
0
654
-249
654
654
647
0
647
-249
647 647
0
-476
249
249
249
249
249
249
249
249
249
249
249
249
Programma 2 Programma 3 Subtotaal mutaties reserves Resultaat na reservemutaties Onbestemd Resultaat (na vpb)
0
0
-227
0
0
-227
41
Jaarstukken 2022
Staat van baten en lasten conform BBV 2022 ( bedragen x €. )
Baten
Lasten
Saldo
Programma 1
2.806.068
6.238.719
-3.432.651
Programma 2
264.571
736.796
-472.225
Programma 3
1.200.121
1.021.586
178.535
Totaal P 1-2-3
4.270.760
7.997.101
-3.726.342
1.617.307
-1.617.307
1.716
-1.716
-
-
-
4.270.760
9.616.124
-5.345.364
249.100
-
249.100
Saldo na mutaties reserves
4.519.860
9.616.124
-5.096.264
Dekking gemeenten
4.869.647
Overhead VPB P1 en P3 Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutaties reserves
Resultaat
4.869.647 -226.617
42
Jaarstukken 2022
3.3.
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke.
Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Verwachtingen kort geld Met de op te stellen ramingen worden de gemeentelijke bijdragen als leidraad gebruikt om te voldoen aan de verplichtingen op korte termijn. Daar waar problemen ontstaan, kan een kasgeldlening uitkomst bieden of een verzoek aan de deelnemende gemeenten de bijdragen eerder beschikbaar te stellen. Op dit moment worden geen problemen verwacht om te voldoen aan de korte termijnverplichtingen. Verwachtingen lang geld Investeringen worden afgedekt met leningen. De onrust in de financiële sector leidt op dit moment niet tot problemen voor RD Maasland om lang geld aan te trekken.
Vuistregels bij aantrekken financiering Hoewel de voorspelbaarheid (door ons) van de rente gering is, gaan wij voor het aangaan van financiële transacties in principe steeds uit van de navolgende vuistregels: • Bij een verwachte daling van de lange rente verdient het de voorkeur om het aantrekken van vaste/langlopende leningen zoveel mogelijk uit te stellen tot de rentedaling is ingetreden; • Bij een verwachte stijging van de lange rente verdient het de voorkeur, structurele financieringsbehoeften (zoveel mogelijk) vroegtijdig af te dekken, waarbij flexibiliteit niet uit het oog mag worden verloren;
43
Jaarstukken 2022
Treasurybeleid Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van RD Maasland een zo optimaal rendement te verkrijgen dan wel de lasten zo veel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico’s zo goed mogelijk worden beheerst. De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 3. Het realiseren van een flexibele en controleerbare cash management in de organisatie. RD heeft geen leningen in vreemde valuta en ook geen aandelen waardoor geen koersrisico’s en valutarisico’s wordt gelopen. Het liquiditeitsrisico’s wordt beperkt door de treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), evenals een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 3 jaar. Kredietrisico wordt beperkt doordat uitzettingen uitsluitend plaatsvindt bij: 1. Nederl. overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een solvabiliteitsratio van 0%; 2. Financiële instellingen met minimaal een AA-rating, van een van de volgende erkende ratingbureaus: Moody’s, Standard & Poors ( S&P ) of Fitch IBCA.
Relatiebeheer/ kasbeheer Met relatiebeheer en kasbeheer wordt beoogd het realiseren van zo gunstig mogelijke c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiermee wordt minimalisering van de rentekosten en maximalisatie van de rentebaten binnen RD Maasland nagestreefd. Relaties worden alleen aangegaan met instellingen die voldoen aan de in de treasurystatuut opgenomen voorwaarden. Schatkistbankieren ( SKB ) De overheid heeft eind december 2021 aangepaste richtlijnen opgesteld voor lokale overheden, waaronder RD Maasland, voor wat betreft het aanhouden van gelden. Behoudens een werkkapitaal van €. 1.000.000 moeten alle overige vrije kapitaalstromen verplicht bij het Ministerie van Financiën worden geplaatst.
Balans Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q. vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij een jaar na ingebruikneming van het gerelateerde materiële vaste actief. Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Na afstemming met de accountant en de deelnemende gemeenten worden vanaf 2012 geen annuïtaire afschrijvingsmethoden gebruikt. 44
Jaarstukken 2022
Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De gehanteerde afschrijvingstermijnen in jaren: Investering op:
Afschrijvingstermijn in jaren
Gronden en terreinen
n.v.t. voor gronden, 30 voor terreinen
Woonruimten
n.v.t.
Bedrijfsgebouwen
30
Vervoermiddelen
7-8
Machines, apparaten en installaties
5-10-15
Overige materiële vaste activa
5 (inventarissen) 3 (automatisering)
Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut RD Maasland beschikt niet over dit soort investeringen. Financiële vaste activa RD Maasland beschikt niet over dergelijke activa. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt bepaald o.b.v. de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De onderhoudsegalisatievoorziening stoelt op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake geformuleerd zijn. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Verwerking Subsidie Nedvang: De subsidie van Nedvang ten aanzien van het kunststof, drankkartons en holglas wordt verwerkt op basis van de kilo’s afval in het boekjaar 2022. Metalen verpakkingen genereren in dit gebeuren geen opbrengsten.
Alle stromen worden op basis van voorschotfacturen door Nedvang in de exploitatie van RD Maasland meegenomen. 45
Jaarstukken 2022
3.4.
Toelichting op de balans (bedragen x € 1.000)
ACTIVA VASTE ACTIVA Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2022
Overige investeringen met een economisch nut
6.696
6.854
Totaal
6.696
6.854
De overige investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2022
Gronden en terreinen
1.671
1.663
Bedrijfsgebouwen
507
468
Civiel werken MP
488
456
Vervoermiddelen
1.796
1.758
Machines, apparaten en installaties en ov.
2.234
2.509
Totaal
6.696
6.854
46
Jaarstukken 2022
Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de overige investeringen met economisch nut weer: Boekwaarde 31-12-2021
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Bijdragen HerBoekwaarde van derden rubricering 31-12-2022
Gronden en terreinen
1.671
0
0
8
0
0
1.663
Bedrijfsgebouwen
506
0
0
38
0
0
468
Civiel werken
489
0
0
33
0
0
456
Vervoermiddelen
1.796
316
32
322
0
0
1.758
Machines, apparaten en installaties en ov.
2.234
626
0
351
0
0
2.509
Totaal
6.696
942
32
752
0
0
6.854
Onder bijdragen van derden zijn de bijdragen van derden opgenomen, die direct gerelateerd zijn aan de investering. VLOTTENDE ACTIVA Voorraden De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2022
Gereed product en handelsgoederen
12
102
Totaal
12
102
Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde 31-12-2021
Voorziening oninbaarheid 2021*
Balanswaarde 31-12-2022
Voorziening oninbaarheid 2022*
Vorderingen op openbare lichamen
267
0
290
0
Verstrekte kasgeldleningen
0
0
0
0
Rekening-courant verhoudingen met de staat
1.875
0
250
0
Overige vorderingen
438
0
199
0
Overige uitzettingen
0
0
0
0
Totaal
2.580
0
739
0
*Zie hiervoor ook bladzijde 26,38 en 44.
De aard en de omvang van de waardeverminderingen op de vorderingen dient te worden toegelicht: Dit betreft Oninbaarheid dubieuze bedrijfsmatige klanten.
47
Jaarstukken 2022
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2022
Kassaldi
0
0
Banksaldi
27
2.145
Totaal
27
2.145
De bankrekeningen met een negatief saldo zijn in 2022 opgenomen onder de post Bank- en girosaldi van de Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar.
Kredietlimiet • RD Maasland heeft een rekening-courantkrediet bij de BNG van € 226.890,11 per 17 december 2010 t/m 31 december 9999 • RD Maasland heeft een doorlopend rekening-courantkrediet bij de Rabobank van € 50.000,-
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2022
Vooruitbetaalde bedragen
148
185
Nog te ontvangen bedragen
1.033
397
Totaal
1.181
582
48
Jaarstukken 2022
PASSIVA Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2022
Algemene reserve
615
640
Bestemmings reserves
398
398
Desintegratie reserve Peel&Maas
249
0
Nog te bestemmen resultaat
-275
-227
Totaal
987
811
Het verloop in 2022 wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven.: Min/Max Drempelbedrag
Boek waarde 31-12-2021
Algemene Reserve Overheidstaken
240/490
385
Algemene Reserve Bedrijfsmatig
255/510
230
24
254
615
24
640
Tot. Algem.Reserve
Toev.
Onttr.
Resultaat Resultaat Afrek. Boekvorig 2022 gemeent Waarde boekjaar Pr.1-2-3 31-12-2022 385
Res.Kap.lasten vrijval Mini’s
0/352
214
214
Res.Kap.lasten vrijval wagens
0/143
109
109
Reserve WIA e.r.
0/75
75
75
Tot. Bestem.Res.
398
398
Desintegratie Reserve Peel&Maas
249
(on)Bestemd Res 2021
-275
Onbest Res.2022
0
249
0 275 -227
0 -227
Tot. (on)bestemd Totaal reserves
987
24
49
249
-227
275
811
Jaarstukken 2022
(Onder “Resultaat” staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaand boekjaar. Zie voorts ook opmerkingen hoofdstuk 1 inzake weerstandsvermogen en hoofdstuk 2.1 ) De volgende reserves zijn gevormd: Algemene-Reserve a. Overheidstaken: deze reserve is bedoeld voor bijv. onderzoeks- en advieskosten en vastgesteld op 5 à 10% van de Gemeentelijke Bijdragen (i.c. tussen € 240.000 en € 490.000) b. Zakelijke dienstverlening: Deze reserve is bedoeld ter dekking van het marktrisico, aangezien een gemeentelijk vangnet voor zakelijke dienstverlening ontbreekt. De hoogte is vastgesteld op een niveau dat toereikend is om de overheadkosten van ca. twee jaren te kunnen dekken (i.c. een niveau tussen € 255.000 à € 510.000) Bestemmings-Reserve c. Egalisatiereserve instandhouding Mini-Containerpark (ten behoeve van opvang éénmalige/grootschalige vervanging, ter grootte van twee jaren): max € 352.000 d. Egalisatiereserve instandhouding Wagenpark (ten behoeve van opvang calamiteitenvervanging en/of inhaalslag, ter grootte van twee voertuigen): max. € 143.000 e. Reserve Eigen Risico WIA (als alternatief voor herverzekeren): € 75.000 Desintegratie Reserve Uittreding Peel & Maas f.
Desintegratiereserve Peel & Maas, ter dekking van niet direct af te bouwen vaste kosten, na uittreding uit de Gemeenschappelijke Regeling van de Gemeente Peel & Maas per 1-1-2018.
Verloop resultaat ( overschotten / tekorten ) - Invloed op gemeentelijke bijdrage Begroting 2022
Begroting 2022 na wijziging
Realisatie 2022
Saldo van baten en lasten
-249
-249
-476
Mutaties Reserve
249
249
249
Resultaat
0
0
-227
0
0
-227
Uitkering o.b.v. generiek besluit Nog te bestemmen resultaat (na vpb)
De mutaties zijn via de primaire begroting (in 2021 vastgesteld) dan wel via de wijzigingen door het Algemeen Bestuur in 2022 goedgekeurd. Het nog te bestemmen resultaat overschot/tekort zal via een Bestuursbesluit lopende 2023 worden bestemd.
50
Jaarstukken 2022
Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in 2022 wordt in onderstaand overzicht weergegeven: Boekwaarde 31-12-2021
Toevoeging
Vrijval
Aanwending
Boekwaarde 31-12-2022
Voorziening Cafetariamodel
40
88
7
0
121
Voorziening Onderhoud Gebouwen
55
17
0
0
72
Voorziening Dub.Deb.*
0
0
0
0
0
Voorziening MP Mbracht
50
0
0
0
50
Totaal
145
105
7
0
243
*zie hiervoor opmerking op bladzijde 26.
In de kolom vrijval zijn de bedragen opgenomen welke ten gunste van de rekening van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht. De aard en de reden van iedere voorziening wordt hieronder per voorziening toegelicht, evenals de mutaties die hebben plaatsgevonden. Voorziening Cafetaria • Aard voorziening: dekking gespaarde uren in brutobedrag • Reden voorziening: opnemen lang verlof of sabbatical • In 2022 is de totale urenstand per medewerker uitgedrukt in geld weer aangepast aan het in 2022 geldende uurloon Voorziening Gebouwen • Aard voorziening: dekking conform onderhoudsplan • Reden voorziening: zie geactualiseerde onderhoudsplanning • In 2022 is volgens plan een bedrag toegevoegd aan de voorziening. • In 2021 is een nieuwe opzet met geactualiseerde planning opgesteld. Voorziening Dubieuze debiteuren • Aard voorziening: oninbaarheid bedrijfsmatige vorderingen • Reden voorziening: risicodekking • In 2021 heeft de risico-analyse tot een afname van de voorziening geleid. Voorziening Milieupark Maasbracht • In 2010 is bij de bouw van het milieupark te Maasbracht een juridisch geschil ontstaan met de aannemer over het gebruik van materialen voor de vloersamenstelling. In 2017 is hieraan een eind gekomen en is overeengekomen dat een bedrag ter hoogte van €.
50.000 niet vergoed hoeft te worden aan de aannemer maar gebruikt wordt als voorziening in het geval het mankement zal optreden.
51
Jaarstukken 2022
VASTE SCHULDEN MET EEN LOOPTIJD LANGER DAN ÉÉN JAAR De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2022
Onderhandse leningen
0
0
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen
5.309
4.796
Totaal
5.309
4.796
In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2022: Saldo 31-12-2021
Vermeerderingen
Aflossingen
Saldo 31-12-2022
Onderhandse leningen
5.309
0
513
4.796
Totaal
5.309
0
585
4.796
De totale rentelast voor het jaar 2022 met betrekking tot de vaste schulden bedraagt €. 95.000,= De totale kapitaallasten vallen ruim €. 9.000 lager uit dan geraamd wegens gunstigere rentetarieven op nieuwe leningen.
VLOTTENDE PASSIVA Onder de vlottende passiva zijn opgenomen: Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2022
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar
54
0
Overlopende passiva
4.001
4.573
Totaal
4.055
4.573
De bankrekeningen met een negatief saldo zijn in 2022 opgenomen onder de post Bank- en girosaldi van de Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar.
52
Jaarstukken 2022
Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar De in de balans opgenomen Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar kunnen als volgt gespecificeerd worden: Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2022
Kasgeldleningen
0
0
Bank- en girosaldi
54
0
Overige schulden
0
0
Totaal
54
0
De bankrekeningen met een negatief saldo zijn in 2022 opgenomen onder de post Bank- en girosaldi van de Netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar.
De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2022
Vooruit ontvangen bedragen
2.901
3.257
Nog te betalen bedragen
1.100
1.316
Totaal
4.001
4.573
53
Jaarstukken 2022
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Uit hoofde van Europese aanbestedingen heeft RD Maasland per jaareinde de volgende lopende contractuele verplichtingen: Soort verplichting EU aanbesteding
Inzamelvoertuig Opslag, overslag, transport en verwerking van HRA & GFT Inkoop PMD zakken leveren en uitzetten inzamel- en bewaarmiddelen + levering en plaatsing containers in openbare ruimte Onderhoud & reparatie opbouw
Inzameling en verwerking KCA Levering brandstof Verwerking afval Grof en KWDI Electriciteit (via inkoopcentrale Zuid) Gas (via inkoopcentrale Zuid)
Leverancier
Indicatie waarde verplichting 2023 € 180.000,-
Ingang
Einde
14-2-2023
14-2-2023
P*Q
12-04-2013
12-04-2023
Dimensio Verpakkingen BV DVL Milieuservice BV
P*Q
01-01-2020
31-12-2023
P*Q
01-10-2021
30-09-2025
Haller Benelux BV
P*Q
Sinds eerste aanbesteding wagen
Renewi Nederland BV Vollenhoven BV Remondis Recycling BV Vattenvall
P*Q P*Q P*Q P*Q
01-01-2019 01-10-2019 01-01-2019 01-01-2023
Tot moment van verkoop van de wagen 31-12-2023 30-09-2023 31-12-2023 31-12-2024
Vattenvall
P*Q
01-01-2023
31-12-2024
Allers Bedrijfswagens BV Attero Zuid BV
54
Jaarstukken 2022
3.5.
Toelichting op de programmarekening
Belangrijke verschillen tussen de realisatie en de begroting na wijziging moeten systematisch worden toegelicht voor ieder afzonderlijk onderdeel van de programmarekening. Hier wordt per programma de financiële uiteenzetting weergegeven analoog aan het overzicht van baten en lasten, zoals dat is opgenomen in de financiële begroting van het desbetreffende jaar. Programma 1
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd Resultaat
Raming begrotingsjaar voor wijziging 7.764 8.013 -249 -249
Raming begrotingsjaar na wijziging 7.092 7.341 -249 -249
Realisatie begrotingsjaar 7.249 7.504 -255 -255
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar 0 0 0 0
249 0 0
249 0 0
249 -6 -6
0 0 0
Raming begrotingsjaar voor wijziging
Raming begrotingsjaar na wijziging
Realisatie begrotingsjaar
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar
726 726 0 0
801 801 0 0
704 833 -129 -129
0 0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 -129 -129
0 0 0
Raming begrotingsjaar voor wijziging 1.218 1.218 0 0
Raming begrotingsjaar na wijziging 1.193 1.193 0 0
Realisatie begrotingsjaar 1.200 1.292 -92 -92
Incidenteel gerealiseerd in het boekjaar 0 0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 -92 -92
0 0 0
Programma 2
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd resultaat
Programma 3
Baten Lasten Saldo Saldo van baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves Resultaat (On)bestemd Resultaat
De aangepaste begroting na wijziging kent voor alle Programma’s geen onbestemde resultaten. De gerealiseerde cijfers geven per saldo een onbestemd resultaat welk lopende 2023 door een Bestuursbesluit een definitieve bestemming krijgt.
55
Jaarstukken 2022
Voor Programma 1 is het tekort € 6.000 waarvan verwacht wordt dat dit wordt afgerekend met de deelnemers. Programma 2 wordt altijd afgerekend met de deelnemers, Programma 3 genereert een verlies waarvan verwacht wordt dat dit ook wordt afgerekend met de deelnemers. De belangrijkste verschillen tussen de realisatie en de raming (na wijziging) zijn: • Extra inhuur binnen de programma’s vanwege (langdurige) ziekte en corona. • Enerzijds hogere PMD Nedvang vergoedingen. Hier staat echter tegenover de nagekomen verwerkingskosten PMD uit oude jaren. Per saldo heeft dit tot een negatief effect geleid; • Hogere salariskosten als gevolg van een dotatie ultimo boekjaar aan de (nieuwe) voorziening verlofsparen a.g.v. een CAO aanpassing. Gedurende 2022 was de impact van deze CAO wijziging nog niet bekend. BTW compensatiefonds Met ingang van 1 januari 2003 hebben provincies en gemeenten te maken met het BTW compensatiefonds. RD Maasland maakt, na goedkeuring van alle aangesloten gemeenten, onderdeel uit van dit gebeuren. En wel in die zin, dat alle btw die niet in de vooraftrek thuishoort van RD Maasland, zal worden doorgeschoven naar de betrokkenen naar rato van aansluitingen (In onderstaand overzicht is de eindafsluiting van het jaar 2022 opgenomen). Hierna is een overzicht weergegeven van de doorgeschoven BTW in 2022. Gemeente
Door te schuiven BTW Raming 2022
Door te schuiven BTW Realisatie 2022
Leudal
283
299
Maasgouw
199
207
Roerdalen
92
96
Echt-Susteren
80
45
Totaal
654
647
Deze component kan als gevolg van investeringen of onverwachte tegenvallers ( b.v. meer afval via de Milieuparken) jaarlijks wijzigen en zelfs sterk afwijken van de primaire raming. Aangezien deze btw grotendeels doordrukt in de afvalstoffenheffing is het wellicht raadzaam voor elke individuele gemeente hiervoor een egalisatierekening in te richten.
56
Jaarstukken 2022
Overige algemene dekkingsmiddelen De RDM rekent rentelasten aan de diverse programma’s toe, zodat die programma’s een integraal beeld geven van de kosten die met de uitvoering gemoeid zijn. Onvoorzien Op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen zijn de deelnemende gemeenten verplicht eventuele tekorten aan te vullen bij een dergelijk samenwerkingsverband. Daarom is de post onvoorzien bij RD Maasland als bedrag te verwaarlozen. Overzicht incidentele baten en lasten Hiervoor is reeds op diverse plaatsen via een kolom “incidenteel gerealiseerd in het boekjaar” aangegeven dat er geen sprake was van incidentele baten en lasten. Uiteraard heeft ook RD Maasland de gevolgen van Corona ervaren. De impact hiervan zit met name in het feit dat medewerkers regelmatig afwezig waren omdat er enerzijds een vermoeden was op Corona of dat de medewerkers in quarantaine moesten. Deze afwezigheid is als ziekte/arbeidsongeschiktheid geregistreerd en heeft soms geleid tot extra inhuur van personeel. Het exacte incidentele effect is hiervan echter niet te kwanticeren in geld en om deze reden niet meegenomen in de incidentele lasten.
57
Jaarstukken 2022
Analyse begrotingsafwijkingen en begrotingsrechtmatigheid Omschrijving
Raming begrotingsjaar ná wijziging Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
Begrotingsafwijking Baten Lasten Saldo
Waarvan onrechtmatig1 Baten Lasten Saldo
Programma 1
7.092
7.341
-249
7.249
7.504
-255
157
-163
-6
157
-163
-6
Programma 2
801
801
0
704
833
-129
-97
-32
-129
-97
-32
-129
Programma 3
1.193
1.193
0
1.200
1.292
-92
7
-99
-92
9.086
9.335
-249
9.153
9.629
-476
67
-294
-227
1.368
1.368
0
1.541
1.541
0
-173
173
0
0
1.516
-1.516
0
1.617
-1.617
0
-101
-101
0
5
-5
0
2
-2
0
3
3
654
-654
647
-647
7
-7
Subtotaal programma’s *Waarvan intern Doorbelast *Waarvan Overhead *Waarvan Vpb
Doorgeschoven BTW Dekking doorgeschoven BTW Subtotaal algemene dekkingsmiddelen
654
654
647
647
7
7
654
654
0
647
647
0
7
7
0
Subsaldo
7.718
7.967
-249
7.612
8.088
-476
240
-467
-227
Toevoeging/ onttrekking aan reserves: Programma 1
249
249
249
249
0
249
249
249
249
0
Programma 2 Programma 3 Subtotaal mutaties reserves Resultaat na reservemutaties (On)bestemd Resultaat (na vpb)
7.967
7.967
0
8.088
0
-227 -227
240
-467
-227 -227
Analyse begrotingsafwijkingen Hiervoor is ook reeds per programma en voor de algemene dekkingsmiddelen ingegaan op de verschillen tussen de realisatie en de begrotingscijfers voor en na wijziging. Bij dit totaaloverzicht behoeft aanvullend geen verdere toelichting te worden gegeven. Voor de zakelijke dienstverlening (programma 3) geldt dat de hevige concurrentie van invloed is op cijfers.
1
Op grond van artikel 189, lid 3 Gemeentewet kunnen – behoudens de uitzonderingen ex artikel 208 en 209 Gemeentewet – ten laste van de gemeente
slechts lasten en daarmee overeenstemmende balansmutaties worden genomen tot de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht.
58
Jaarstukken 2022
Analyse begrotingsrechtmatigheid In de toelichting op de programmarekening moet een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en programmarekening worden gemaakt (artikel 28, onderdeel a BBV). Deze verplichte analyse is ook prima geschikt om een analyse inzake de begrotingsrechtmatigheid te vervaardigen. Voor programma 1 geldt dat de hogere baten (€ 157.000) gecombineerd met hogere lasten (€ 163.000) leidt tot een tekort van € 6.000. De hogere lasten zijn met name te wijten aan de extra verwerkingkosten voor de PMD verpakkingen als gevolg van hogere volumes en naverrekeningen over oude jaren. Hierdoor zou een onrechtmatigheid ontstaan. De lastenoverschrijding is echter (tijdig) gemeld en genotuleerd bij en door het bestuur. Ook was de in de risicoparagraaf van de jaarrekening 2021 de financiele afwikkeling van het PMD als niet-regulier risico vermeld omdat destijds de omvang van de naverrekening nog niet betrouwbaar kon worden ingeschat. Voor programma 2 geldt dat de lagere baten (€ 97.000) gecombineerd met hogere lasten (€ 32.000) leidt tot een tekort van € 129.000. De hogere lasten zijn met name het gevolg van hogere personeelskosten en extra inhuur van personeel als gevolg van ziekte. De daadwerkelijke veeguren zijn echter ook hoger dan begroot. Hierdoor zou een onrechtmatigheid ontstaan van € 53.000.
De lastenoverschrijding is echter (tijdig) gemeld en genotuleerd bij en door het bestuur. Daarnaast is de afspraak met de deelnemers dat de verschillen binnen dit programma afgerekend zullen worden.
3.6 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) Sinds 1 januari 2013 is de WNT van kracht. Deze wet regelt onder meer dat overheidsinstellingen jaarlijks bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoeding van hun functionarissen dienen te publiceren. Voor topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen worden deze gegevens ongeacht de hoogte gepubliceerd. Voor het verslagjaar 2022 is de generieke maximum bezoldigingsnorm vastgesteld op €. 216.000. Dit is inclusief belaste kostenvergoedingen en pensioen. De WNT is op RD Maasland van toepassing. Publicatie van bezoldigingsgegevens dienen onder meer openbaar te worden gemaakt via het financieel jaarverslag. Bij de definiëring van topfunctionarissen gaat het om personen die tot de hoogste uitvoerende en toezichthoudende organen van een rechtspersoon of instelling behoren en / of hoogst leidinggevenden binnen een rechtspersoon of instelling. Hieronder vallen de leden van het Algemeen en Dagelijks Bestuur en de functionarissen die formeel lid zijn van een (centraal) management- of directieteam.
59
Jaarstukken 2022
Tabel WNT Topfunctionaris Tabel 1A Leidinggevende topfunctionaris
Bedragen x € 1
A.A.H. Smedts
J.M.A.R. van der Broek
Functie Duur dienstverband in 2022 Omvang dienstverband (in fte) Gewezen topfunctionaris Echte dienstbetrekking
Directeur NVT NVT NVT NVT
Directeur 1/1 - 31/12 1 nee ja
Individueel WNT-Maximum
NVT
216.000
Bezoldiging Beloning Belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
NVT NVT NVT
103.065 1.900 18.212
Subtotaal
NVT
123.177
Totaal bezoldiging
NVT
123.177
Motivering indien overschrijding
NVT
NVT
Gegevens 2021 Duur dienstverband in 2021 Omvang dienstverband 2021 (in fte)
1/1 - 31/8 0,9
1/9 - 31/12 1
Bezoldiging in 2021 Beloning Belastbare onkostenvergoeding
73.382 632
33.905 935
Beloningen betaalbaar op termijn Totaal bezoldiging 2021 Individueel WNT-maximum 2021
13.133 87.147 125.228
6.107 40.948 69.858
Minus Onverschuldigde betaald bedrag
Toelichting WNT: indien de vergoeding van de zakelijke km-vergoeding boven de 0,19 per km onder de WKR ( Werkkostenregeling ) wordt opgenomen, wordt het bedrag, gemeld als belastbare onkostenvergoeding, hiervoor in het kader van de WNT op nul gesteld. 60
Jaarstukken 2022
Tabel WNT Topfunctionaris Tabel 1D Topfunctionarissen met een totale bezoldiging van € 1.800 of minder Gegevens 2022 Naam topfunctionaris T.J. Blomen * A.C.A.G. Smits H. van der Linden * H.H.J.M. Van Helden * H.E.J.M. Meuwissen M.H.E. Wilms J. Westhelle-Aelen * P.H.G. Verlinden ** J.A.L. Lalieu ** M.J.A. Thevissen **
Functie Voorzitter DB Vice-voorzitter DB Lid DB Lid AB Lid AB Lid AB Lid AB Voorzitter DB Vice-voorzitter DB Lid AB
* In dienst vanaf 13/07/2022 ** Uit dienst vanaf 13/07/2022
61
Jaarstukken 2022
3.7.
Controleverklaring
62
Jaarstukken 2022
3.8.
Bijlagen
63
Jaarstukken 2022
64
Jaarstukken 2022
Kengetal 4 EMU- saldo: Dit saldo ( of wel het vorderingssaldo ) is het financieringssaldo minus deelname aan bedrijven en inkomsten uit kredietverstrekkingen, uitgedrukt in geld, voor een overheid die lid is van de EMU ( Economische en Monetaire Unie ). Omschrijving
1. 2. 3. 4. 5.
6.
7.
8. 9. 10.
11. a b
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves ( zie BBV, artikel 17c ) +/+ Afschrijvingen ten laste van de exploitatie +/+ Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie -/- Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd +/+ Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 +/+ Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa ( tegen verkoopprijs ), voor zover niet op exploitatie verantwoord -/- Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. ( alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan ) +/+ Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord -/- Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze met derden betreffen -/- Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves ( inclusief fondsen en dergelijke ) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van de bovenstaande posten Verkopen van effecten: Gaat u effecten verkopen ( ja/nee ) -/- Zo ja, wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de verkoop BEREKEND EMU- SALDO RD Maasland
65
Rekening 2022
Begroting 2022
x €. 1.000
x €. 1.000
Begroting 2022 na wijziging x €. 1.000
-249 781
-249 911
-249 826
98
21
21
942
553
553
0
5
5
nee
nee
nee
-312
125
40
Jaarstukken 2022
66
Jaarstukken 2022
Overhead In het Staatsblad nummer 101 is een Besluit van 5 maart 2016 geplaatst, waarin gemeenten onder meer een apart overzicht dienen op te nemen met betrekking tot de kosten van de overhead. Dit om de raad een beter inzicht te geven in de totale kosten van de overhead. Wettelijk is het voldoende om alleen het totaalbedrag aan overhead op te nemen. De definitie van het begrip overhead en de specificatie van de kostengroepen welke hiertoe behoren, zijn nauwkeurig beschreven in de notitie van juli 2016 van de commissie BBV. Verderop wordt een opsomming gegeven van de elementen. Door de Provincie Limburg wordt er zonder meer van uit gegaan dat dit verplichte overzicht ook betrekking heeft op de gemeenschappelijke regeling en wel vanaf het begrotingsjaar 2018. Hoewel specialisten in Nederland op dit gebied elkaar tegenspreken en het gros van de samenwerkingsverbanden in Nederland op het gebied van afvalinzameling geen gehoor geven aan dit Besluit, neemt RD Maasland in dit verslag toch een overzicht op met daarin de presentatie van de cijfers voor het jaar 2022. Toch plaatst RD Maasland enkele kanttekeningen hierbij. Immers, de deelnemende gemeenten presenteren deze cijfers niet in hun eigen verslaglegging. De totale bijdrage voor de programma’s wordt gebruikt voor de samenstelling van diverse heffingen.
Deze methode zou ook worden toegepast indien de dienst zou worden uitbesteed. Bij de facturatie hiervan zal door de leverancier ook geen overhead apart zichtbaar worden gemaakt. Aangezien de afvalwerkzaamheden onderhevig zijn aan concurrentie is het niet bevorderlijk dergelijke detailinformatie openlijk te delen. De deelnemende gemeenten behoren met de tarieven van de afvalstoffenheffing tot de laagste van Nederland. Overhead : alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit houdt in dat de volgende kosten onder overhead vallen: • Leidinggevenden primair proces behalve projectleiding; • Financiën, toezicht en interne controle; • P&O / HRM; • Inkoop; • Interne en externe communicatie behalve klachtencommunicatie en project; • Juridische zaken; • Bestuurszaken en –ondersteuning; • Informatievoorziening en automatisering; • Facilitaire zaken en huisvesting ( voor zover kantoorruimte betreft), receptie, catering, gebouwenbeheerders; • Kaderstellenden, adviseurs, archiefmedewerkers; • Managementondersteuning primair proces. Directe kosten worden derhalve zoveel als mogelijk direct toegerekend aan de betreffende taakvelden. Ondersteunende taken welke worden uitbesteed zijn niet direct dienstbaar. Voor zover sprake is van functiescheiding kunnen kosten worden toegewezen.
Bij RDM worden de ondersteunende kostenplaatsen Huisvesting en Algemene kosten sinds jaar en dag toegerekend aan de uit te voeren diensten voor de deelnemende gemeenten. Dit geschiedt respectievelijk op basis van m2 en urenverdeling. Bij de kosten van de binnendienst zijn immer op basis van geschreven uren kosten toegerekend aan de primaire diensten. De niet toe te wijzen kosten zijn opgevoerd bij de Algemene kosten. 67
Jaarstukken 2022
In de opstelling welke nu in de laatste tabel wordt gepresenteerd met overhead apart opgevoerd, geldt dus dat alle kosten van de binnendienst, algemeen en kantoorruimte samen zijn gevoegd. 2022 ( bedragen x €. )
Baten
Lasten
Saldo
Programma 1
2.806.068
6.238.719
-3.432.651
Programma 2
264.571
736.796
-472.225
Programma 3
1.200.121
1.021.586
178.535
Totaal P 1-2-3
4.270.760
7.997.101
-3.726.342
1.617.307
-1.617.307
1.716
-1.716
-
-
-
4.270.760
9.616.124
-5.345.364
249.100
-
249.100
Saldo na mutaties reserves
4.519.860
9.616.124
-5.096.264
Dekking gemeenten
4.869.647
Overhead VPB P1 en P3 Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten Mutaties reserves
Resultaat
4.869.647 -226.617
De overheadkosten in 2022 bedragen ruim € 1.617.000, oftewel afgerond 17 %. Volgens “de Hoofdlijnen Vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording” d.d. juni 2015 (Paragraaf 2.5: Inzicht in overhead en kosten) is het landelijke percentage 25 à 50%. RD Maasland presteert daarmee dus ruimschoots beter dan het gemiddelde.
68
Jaarstukken 2022
Uitvoeringsmatrix taakvelden RD Maasland heeft 3 verschillende programma’s met daarin de volgende taakvelden: -
Programma 1 Huishoudelijk afval: taakveld 7.3 Afval Programma 2 Openbare Ruimte: taakveld 7.4 Milieubeheer Programma 3 Zakelijke dienstverlening: taakveld 0.8 VPB: taakveld 0.9 Overhead: taakveld 0.4
De begrotings- en realisatiecijfers per taakveld zijn weergegeven in de tabel programmarekening 2022, vermeld onder paragraaf 3.2.
69