BP Gouv. Houbenstraat 1
Tekst van het document
Bestemmingsplan GOUVERNEUR HOUBENSTRAAT 1, NIEUWSTADT Gemeente Echt-Susteren
STATUS:
VASTGESTELD
DATUM:
2 maart 2023
IMRO IDN:
NL.IMRO.1711.BP20220709-VG01
OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl
OPDRACHTGEVER Meijer & Van Eerden Ingenieursbureau Postbus 7344 2701 AH Zoetermeer
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 28 juli 2022 1 augustus 2022 1 november 2022 2 maart 2023
VERSIE 1e versie 1e versie 3e versie 1e versie
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
7 7 7 7 8
Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Bestaande situatie
9 9
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren
11 11 12
Hoofdstuk 4 Beleidskaders 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
15 15 17 19
Hoofdstuk 5
23
5.1 5.2 5.3
Water
Inleiding Beleidskader Waterhuishouding
23 23 24
Hoofdstuk 6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna
25 25 34 36
Hoofdstuk 7 Juridische planbeschrijving 7.1 Algemene opzet 7.2 Toelichting op regels 7.3 Handhaving bestemmingsplan
39 39 39 41
Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Vaststellingsprocedure 8.4 Beroep
43 43 43 43 43
Bijlagen bij toelichting
45
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
46
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek industielawaai
105
Bijlage 3
Plasbrandberekening
154
Bijlage 4
Notitie Stikstofdepositie
166
3
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Bijlage 5
AERIUS-berekening 20 oktober 2022
Regels
183
191
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
192 192 199
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Bedrijf
201 201
Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels
206 206 207 209 210 211 212 213
Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
214 214 215
Bijlagen bij regels
217
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
218
Bijlage 2
Aan huis verbonden beroepen en bedrijven
226
Bijlage 3
Parkeerkencijfers
228
4
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Toelichting
Toelichting
5
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
6
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Gouverneur Houbenstraat 1 in Nieuwstadt is een tankstation met LPG gevestigd. Op de begane grond staat een verkoopshop met op de eerste verdieping een bedrijfswoning. Het voornemen is om de bestaande verkoopshop met bovenwoning te slopen. Hiervoor in de plaats komt een nieuwe servicewinkel ten dienste van het tankstation van circa 87 m² met ondergeschikte horeca van 35 m². Op de verdieping wordt een bovenwoning teruggebouwd die door derden kan worden bewoond. Gelijktijdig wordt de gebiedsaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met LPG' geschrapt om plaats te maken voor een onbemand tankstation waar uitsluitend benzine en dieselolie kan worden getankt. Vanuit planologische en milieutechnische overwegingen is het saneren van tanken met LPG een verbetering, omdat een dergelijke voorziening vanuit oogpunt van milieuzonering en externe veiligheid niet wenselijk is in de bebouwde kom met nagenoeg alleen woonbebouwing rondom de planlocatie. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken is een partiële herziening van het bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt tussen de Gouverneur Houbenstraat 1 en Hoordstraat in Nieuwstadt. Aan de zuidzijde ligt de Millenerpoort met aansluitend woonbebouwing. Aan de noordzijde van het plangebied was vroeger een timmerwerkfabriek gevestigd. Tegenwoordig zit aan de zijde van de Hoordstraat een kantoor. Het gedeelte aan de Gouverneur Houbenstraat wordt gebruikt voor opslag (figuur 1).
Figuur 1: Bestaande situatie en omgeving. Plangebied rood gestippeld omlijnd.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor onderhavig plangebied geldt het volgende bestemmingsplan:
Toelichting
7
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Bestemmingsplan “Stedelijk gebied"
Raadsbesluit 6 december 2015
Uitspraak ABRvS 4 april 2016
Na bestuurlijke lus opnieuw vastgesteld op 26 mei 2016 In het bestemmingsplan is het plangebied bestemd voor 'Bedrijf' met de functieaanduidingen 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' en 'bedrijfswoning'. Rondom het vulpunt ligt de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg' (figuur 2). De bedrijfswoning mag uitsluitend worden gebruikt voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming, gewenst en/of noodzakelijk is. Om bewoning door derden mogelijk te maken is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig, waarbij gelijktijdig het verkooppunt met LPG en de 'veiligheidszone - lpg' worden geschrapt en een servicewinkel ten dienste van het tankstation met ondergeschikte horeca mogelijk wordt gemaakt.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Stedelijk gebied'.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de bestaande situatie. De planbeschrijving van de nieuwe toestand is opgenomen in Hoofdstuk 3. In Hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor de realisatie van het bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid beschreven. De Waterparagraaf is opgenomen in Hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 omvat de omgevingsaspecten, te weten milieu, archeologie en natuur. Hoofdstuk 7 bevat de juridische vertaling. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de uitvoerbaarheid. Hier wordt met name ingegaan op de maatschappelijke uitvoerbaarheid, het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening en de uitkomsten van de inspraak.
8
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Bestaande situatie
Het plangebied ligt tussen de Gouverneur Houbenstraat en Hoordstraat in de kern Nieuwstadt. Met uitzondering van het tankstation en een noordelijk gelegen kantoor en opslagruimte (waar voorheen een timmerwerkfabriek was gevestigd) maakt het plangebied onderdeel uit van een woongebied met grondgebonden woningen. Het aan de Hoordstraat gevestigde kantoor is geformaliseerd (legaal aanwezig). Planspecifiek Op het perceel is een onbemand tankstation gevestigd. Het tanken gebeurt onder een luifel met aan de noordzijde een verkoopshop met bovenwoning. De bestaande situatie is weergegeven in figuur 3. In figuren 4 en 5 zijn twee foto's opgenomen van het plangebied.
Figuur 3: bestaande situatie plangebied.
Toelichting
9
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Figuur 4: bestaande situatie (bron Google Earth).
Figuur 5: De bestaande verkooopshop met bovenwoning (bron Google Earth).
10
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Nieuwe situatie
Er wordt een onbemand tankstation gerealiseerd/voortgezet waar uitsluitend benzine en dieselolie kan worden getankt. Het benzineverkooppunt is (al) voorzien van een luifel. Het tanken met LPG vervalt. Op de plaats van de bestaande bebouwing wordt een nieuwe servicewinkel ten dienste van het tankstation van circa 87 m² bvo (netto vloeroppervlak 59 m²) met ondergeschikte horeca van 35 m² bvo (netto vloeroppervlak 22 m²) gerealiseerd. Op de verdieping wordt een bovenwoning teruggebouwd die niet meer gebonden is aan het bedrijf. De bouwhoogte is maximaal 7,2 meter. De verkoopruimte is met name bedoeld voor klanten van het tankstation die voor/tijdens/na het tanken een versnapering kunnen halen. Een combinatie van tankstation met bijbehorende verkoopruimte waar etenswaar en drank verkrijgbaar zijn is niet ongebruikelijk. Vanuit planologische en milieutechnische overwegingen wordt deze ontwikkeling toegejuicht, omdat tanken met LPG vanuit veiligheidsoverwegingen niet wenselijk is in bestaand dorpsgebied. In figuur 6 is de nieuwe situatie opgenomen. Aanzichttekeningen van de nieuwe situatie is opgenomen in figuur 7.
Figuur 6: Tekening nieuwe situatie.
Toelichting
11
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Figuur 7: Aanzichttekeningen nieuwe situatie.
3.2
Verkeer en parkeren
Verkeer Het tankstation is bereikbaar vanaf de Gouverneur Houbenstraat en Hoordstraat. In noordelijke richting ligt het centrum van Nieuwstadt. In zuidelijke richting is Sittard bereikbaar. De verkeersgeneratie zal nagenoeg niet toenemen, omdat de servicewinkel voornamelijk is bedoeld voor personen die gebruik maken van het onbemand tanken met hun voertuig. Deze ontwikkeling zal niet tot problemen in de verkeersafwikkeling leiden. Het geringe extra aantal vervoersbewegingen per etmaal past binnen de maximale capaciteit van het wegennet van de Gouverneur Houbenstraat en naastgelegen Hoofdweg. Parkeren Voor een berekening van het aantal parkeerplaatsen hanteert de gemeente Echt-Susteren de CROW-norm (parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering). Bij het gebruik van parkeerkencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. De vraag naar parkeerplaatsen wordt namelijk bepaald door de locatie van de functie en het aanbod en de kwaliteit van alternatieve vervoerwijzen. Uit parkeerstudies blijkt dat functies in centra een lagere parkeervraag hebben dan functies van dezelfde aard elders in de bebouwde kom of in de periferie van een kern. Deze bevinding is aanleiding geweest om de parkeerkencijfers te onderscheiden naar
12
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
stedelijke zones. Brandstofverkooppunt Voor een brandstofverkooppunt zijn in CROW publicatie 381 (december 2018) geen parkeerkencijfers opgenomen. Parkeergelegenheid is als regel niet nodig voor een tankstation. Servicewinkel met ondergeschikte horeca In tabel 2.1 zijn de maximum parkeerkencijfers opgenomen voor een winkel en cafetaria (rest bebouwde kom/ matig stedelijk). Deze kengetallen uit de CROW kunnen worden aangehouden voor een servicewinkel en ondergeschikte horeca. Uitgangspunt is dat parkeren plaatsvindt op eigen terrein. Tabel 2.1: Parkeerkencijfers restaurant rest bebouwde kom. Functies Aantal Per 100 m² bvo Oppervlakte Aantal pp Servicewinkel (buurt- en dorpscentrum) 4,7 87 m² 4,0 Ondergeschikte horeca (cafetaria) 7,0 35 m² 2,4 Woning (koop, appartement, midden) 1 2,0 Totaal benodigd aantal parkeerplaatsen 8,4 pp Afgerond zijn voor de bovenwoning en servicewinkel met ondergeschikte horeca acht parkeerplaatsen nodig. Voor de woning worden twee parkeerplaatsen aangelegd. Daarnaast worden er 2 x 3 parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd voor tankbezoekers die ook gebruik maken van de servicewinkel/ broodjeshoek/ snackhoek. In figuur 6 zijn de acht parkeerplaatsen opgenomen. Dit betekent dat kan worden voldaan aan de gemeentelijke parkeerkencijfers. Bij uitwerking van het bouwplan wordt hiermee rekening gehouden.
In de Algemene bouwregels van het bestemmingsplan wordt dit in artikel 5.2 het parkeren geborgd. Conclusie Op eigen terrein is voldoende parkeergelegenheid om te kunnen voldoen aan de door de gemeente gehanteerde parkeernorm voor de beoogde functies. Dit betekent dat de parkeerbehoefte kan worden opgevangen op eigen terrein.
Toelichting
13
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
14
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskaders
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling
Toelichting
15
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
voorziet in de herontwikkeling van een bestaand tankstation met een woning in bestaand dorpsgebied. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan de 'Ladder' voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijk ordening. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk.
Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de Ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De Ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond.
Bij het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd: Eerst wordt beoordeeld of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het plan voorziet in het toestaan van de verkoop van reguliere brandstoffen, een servicewinkel ten dienste van het tankstation met ondergeschikte horeca en woning. Deze bebouwing past al binnen het huidige bestemmingsplan. Er is geen sprake van nieuw ruimtebeslag. Daarmee is er alleen sprake van een functiewijziging. In haar uitspraak van 6 april 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:915) oordeelt de ABRvS dat een bestemmingsplan dat voorziet in een functiewijziging niet voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de aard van de functies waarin het huidige plan ten opzichte van het voorheen geldende plan voorziet weliswaar verschilt, maar dat de omvang van hetgeen binnen de nieuwe functies mogelijk wordt gemaakt, relatief gering is. Het plan wordt op grond van bovenstaande niet beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
16
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie Limburg is een strategische en lange termijn visie (2030-2050) op de fysieke leefomgeving. In de visie wordt echter breder gekeken dan alleen naar de fysieke leefomgeving, er wordt ook ingegaan op onderwerpen als gezondheid en veiligheid, economie en sociale aspecten. Zodoende sluiten de opzet en scope van de omgevingsvisie - fysieke leefomgeving in brede zin - aan bij de komende Omgevingswet. De provincie onderscheidt drie hoofdopgaven. Deze opgaven spelen Limburg-breed, de accenten verschillen echter per gebied en per sector. De hoofdopgaven zijn: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving a. in stedelijk c.q. bebouwd gebied b. in landelijk gebied 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie) 3. Klimaatadaptatie en energietransitie De Omgevingsvisie Limburg is geen blauwdruk voor de toekomst, uitgangspunt is zoeken naar balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en onze vrije tijd besteden. Bij (nieuwe) ontwikkelingen zijn nog keuzes mogelijk. Het gaat dan om maatwerk, rekening houdend met het karakter en de mogelijkheden van een gebied en afweging van belangen op de lokale schaal.
Afwegingen vinden op basis van de volgende Limburgse principes: De provincie streeft naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving. De inrichting en ontsluiting van gebieden nodigt uit tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. Meer stad, meer land. De provincie koestert de variatie in gebieden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. De provincie gaat zorgvuldig om met de ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. Zij zet in op een sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In lijn met de Omgevingswet gaat zij in de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel. Bij het principe van ‘Meer stad, meer land’ hoort een algemene zonering. Het toekomstbeeld voor Limburg is te vangen in een algemene indicatieve zonering. Er wordt onderscheid gemaakt tussen landelijke gebieden, bebouwde gebieden en infrastructuren. De Omgevingsvisie is echter een visie in tekst en bevat geen specifiek kaartmateriaal.
Daarom worden de begrenzingen van de zoneringen en andere werkingsgebieden welke voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen op thema’s in de Omgevingsvisie verankerd in het kaartmateriaal behorende bij de (ontwerp) Omgevingsverordening Limburg. Op het thema ‘Wonen en leefomgeving’ is in de Omgevingsvisie Limburg gesteld dat wonen in beginsel alleen maar in bestaand bebouwd gebied is toegestaan. Toetsing aan provinciaal beleid Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten zoveel mogelijk een plek krijgen binnen het bebouwd gebied. Dit om de diversiteit tussen stad en land, tussen dynamisch en rustiger en tussen wonen, werken en recreëren als kwaliteit van de leefomgeving te kunnen behouden. Het plangebied ligt in bebouwd gebied in de categorie landelijke kern. De leefbaarheid en vitaliteit van de kern is belangrijk. Een aantal kernen vervult op sommige terreinen een regionale verzorgende functie met onderwijs, zorg, cultuur, winkels en werklocaties. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Planspecifiek Het tankstation met LPG, servicewinkel en bovenwoning is opgenomen in het bestemmingsplan waarmee Gedeputeerde Staten eerder hebben ingestemd. De leefbaarheid wordt verbeterd, omdat de
Toelichting
17
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
verkoop van LPG wordt gestaakt. Hiervoor in de plaats komt een tankstation met alleen benzine en dieselolie, een servicewinkel ten dienste van het tankstation met ondergeschikte horeca, alsmede een nieuwe duurzame bovenwoning. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. De provinciale belangen zijn niet in het geding. Deze herontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg Provinciale Staten van Limburg hebben op 12 december 2014 de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Door de jaren heen is deze verordening op grond van wijzigingsverordeningen meerdere keren aangepast. De geconsolideerde versie van de verordening is de actueel geldende versie. In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn in één verordening ondergebracht. Met de komst van de Omgevingswet is er ter vervanging van de Omgevingsverordening Limburg 2014 een nieuwe omgevingsverordening vereist. Die nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) hebben Provinciale Staten op 17 december 2021 vastgesteld.
Het betreft hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014, maar bevat tevens enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen. Het gaat onder andere om instructieregels aan gemeenten op het onderwerp wonen. Omdat deze Omgevingsverordening is gebaseerd op de Omgevingswet kan deze niet eerder in werking treden dan de Omgevingswet zelf. De meest recente versie van de Omgevingsverordening Limburg 2014 betreft de geconsolideerde versie van 22 november 2019. Het plan maakt onderdeel uit van bebouwd gebied (figuur 8).
Figuur 8: Uitsnede Kaart 2 Omgevingsverordening; duurzame verstedelijking en bestuursafspraken regionale uitwerking POL 2014. Ladder voor duurzame verstedelijking De Omgevingsvisie zet sterk in op het zoveel mogelijk concentreren van nieuwe stedelijke
18
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied. In de omgevingsverordening komt dit tot uiting in de Ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 2.2, artikel 2.2.2). Daarin wordt gesteld dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening houdt met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Daarbij worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3 van de omgevingsverordening onderzocht. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop hieraan invulling is gegeven. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het tankstation met bovenwoning ligt in bestaand stedelijk gebied. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zoals dat in paragraaf 4.1.3 is aangetoond. De Ladder hoeft geen verdere bespreking meer. Wonen In artikel 2.4.2 (Wonen) is in lid 2 opgenomen dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg.
Toetsing aan artikel 2.4.2 Dit bestemmingsplan maakt alleen de herbouw van een bovenwoning mogelijk, met dien verstande dat deze niet alleen beschikbaar komt voor een huishouden die aan het bedrijf is gebonden, maar voor een ieder. Er wordt geen woning toegevoegd. Het plan is in overeenstemming met het bepaalde in artikel 2.4.2. Detailhandel In artikel 2.4.3 (Detailhandel) is in lid 2 opgenomen dat een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg niet voorziet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad detailhandel, alsmede aan de bestaande planvoorraad detailhandel anders dan in overeenstemming met de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.3 van POL2014, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg, zoals verwoord in de bij deze paragraaf behorende bijlage 2. Toetsing aan artikel 2.4.3 Dit bestemmingsplan maakt alleen de herbouw van een servicewinkel ten dienste van een tankstation met ondergeschikte horeca mogelijk. Er wordt geen detailhandel toegevoegd. De bestuursafspraken regionale uitwerking zijn niet in het geding. Het plan is in overeenstemming met het bepaalde in artikel 2.4.3.
Conclusie De herontwikkeling van een tankstation met een servicewinkel/ondergeschikte horeca en bovenwoning is in overeenstemming met artikel 2.2.2 (Ladder), artikel 2.4.2 (Wonen) en artikel 2.4.3 (Detailhandel) van de Omgevingsverordening. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Structuurvisie Echt-Susteren 2025 De gemeenteraad van Echt-Susteren heeft op 12 december 2012 de Structuurvisie Echt-Susteren 2025 vastgesteld (hierna: Structuurvisie) vastgesteld. In de structuurvisie is het toekomstperspectief voor de gemeente geschetst en wordt op hoofdlijnen de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting aangegeven voor de hele gemeente. De gemeenteraad moet zich aan deze visie houden en mag er slechts gemotiveerd van afwijken. Voor de inwoner geeft de visie inzicht in de ontwikkelingsmogelijkheden die er zijn in een bepaald gebied. De delen A en B van de structuurvisie geven de hoofdlijnen aan waarbinnen ruimte wordt gelaten aan voorziene, maar vooral ook aan nog niet te voorziene ontwikkelingen. Daarvan zijn de thema's wonen en recreatie & toerisme verder uitgewerkt. In de structuurvisie zijn de verschillende beleidslijnen samengebracht. Voor inwoners en ondernemers geeft de structuurvisie inzicht in de ontwikkelingsmogelijkheden die er zijn in een bepaald gebied. De structuurvisie wordt vertaald in bestemmingsplannen zodat het beleid verder kan worden uitgewerkt en
Toelichting
19
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
vastgelegd. Ambities en principes De volgende ambities zijn opgenomen voor het stedelijk gebied: realisatie van een woningvoorraad die kwantitatief en kwalitatief aansluit op de vraag; gericht ruimtegebruik voor en door alle typen bedrijven; concentratie van verstedelijking gericht op behoud van een onderscheidend detailhandelsaanbod; concentratie en combinatie van maatschappelijke voorzieningen; behoud van (be)leefbare kernen; optimale bereikbaarheid van stedelijke functies; het zijn van een veilige en duurzame gemeente. De volgende zes leidende principes worden toegepast bij elke ruimtelijke afweging: 1. meer aandacht voor de onderste lagen (bodem, wat er, landschap, natuur, cultuurhistorie en infrastructuur); 2. zorgvuldig ruimtegebruik (met oog voor beeld kwaliteit én economie); 3. grensoverschrijdend denken en handelen; 4. tegengaan van verdere verstening van het buitengebied; 5. kwaliteit belangrijk er dan kwantiteit; 6. bereikbaarheid belangrijk er dan aanwezigheid of nabijheid. Het te realiseren beleid wordt in deel C vertaald naar ruimtelijke ontwikkelingen, plannen en projecten. Ook wordt in deel C de vertaling van het Limburgs Kwaliteitsmenu naar gemeentelijk niveau behandeld. Bij niet-gebiedseigen ontwikkelingen is altijd een financiële bijdrage vereist.
Detailhandelsvoorzieningen Hoofddoel in het hoofdwinkelcentrum in Echt is komen tot een krachtig functionerend centrum. Bij het toewijzen van nieuwe vestigingslocaties voor detailhandelsbedrijven in Echt voert de gemeente gericht beleid: Bij voorkeur ziet zij dat een detailhandelsbedrijf zich vestigt in het ‘kernwinkelgebied’. Als dat niet lukt, heeft de ‘randzone’ de voorkeur. Pas in de laatste plaats is vestiging in de aan de randzone grenzende ‘pdv-gdv-locatie’ aan de orde. Wonen In het stedelijk gebied ligt de nadruk op inbreiden, herstructureren en temporiseren met extra inzet op reductie van (onbenutte) particuliere bouwrechten. Het aantal woningen in Echt-Susteren bedraagt op dit moment ruim 14.000. Het merendeel hiervan ligt in het stedelijk gebied, de rest in het buitengebied. De gemeente neemt de regie om de kwaliteit van de woonomgeving, zowel in bestaande woongebieden alsook bij nieuwe projecten, te verbeteren c.q. garanderen. Op die manier blijft de gemeente aantrekkelijk als woongebied en als vestigingsgebied. Kwantitatief gezien dient in de kleine kernen alleen te worden gebouwd voor de natuurlijke behoefte. In de grote kernen (Echt en Susteren) is er meer behoefte. Kwalitatief gezien dient er meer voor de huursector te worden gebouwd, en minder voor de koopsector.
Met name in het segment duurdere eengezinswoningen moet gereduceerd worden om ruimte te maken voor zorg- en levensloopbestendige nultredenwoningen. Externe veiligheid en duurzaamheid De gemeente streeft ernaar om een veilig leef- en werkklimaat te scheppen voor haar burgers en bedrijven. Situaties waarbij sprake is van onaanvaardbare externe veiligheidsrisico’s of knelpunten wil zij voorkomen. Zij heeft hiertoe in een vroeg stadium van ruimtelijke planvorming oog voor veiligheid. Daarnaast streeft de gemeente duurzame ontwikkeling na. Zij zal kansen grijpen en creëren voor innovatieve en duurzame concepten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing planinitiatief De Structuurvisie geeft de integrale koers en ambities van de gemeente Echt-Susteren voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot en met 2025. De Structuurvisie is er primair op gericht om de kwaliteit van het leefmilieu te behouden en waar mogelijk te versterken. Samenwerking tussen verschillende partijen staat centraal en is noodzakelijk om deze doelen te bereiken. De visie is opgesteld vanuit een brede blik, waarbij ruimtelijke ordening, milieu, economie en bereikbaarheid met elkaar worden verbonden. De herontwikkeling van het tankstation is vanuit externe veiligheid en duurzaamheid een verbetering,
20
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
omdat externe veiligheidsrisico’s worden verkleind door het schrappen van tanken met LPG. De servicewinkel met ondergeschikte horecafunctie ligt in een randzone. Ten opzichte van de bestaande situatie is er nagenoeg geen sprake van uitbreiding. De winkel voorziet in een behoefte voor met name klanten van het tankstation. De vervangende nieuwbouw van de bovenwoning komt vrij voor woningzoekenden in Nieuwstadt. De ruimtelijke kwaliteit van het plangebied wordt met deze nieuwbouw opgewaardeerd. Conclusie De Structuurvisie heeft een hoog abstractieniveau, waarin geen uitspraken worden gedaan op perceelsniveau. De herontwikkeling van een bestaand benzinestation met servicewinkel en ondergeschikte horeca draagt bij aan de doelstelling tot het streven naar behoud van voldoende voorzieningen. De bovenwoning voorziet in de woningbehoefte in het middensegment. Gelijktijdig wordt het tanken met LPG planologisch onmogelijk gemaakt wat vanuit milieuzonering en externe veiligheid een verbetering is. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Structuurvisie Echt-Susteren 2025. 4.3.2 Welstandsnota Echt-Susteren 2022 De gemeenteraad van Echt-Susteren heeft in zijn vergadering van 15 december 2021 de Welstandsnota Echt-Susteren 2022 vastgesteld. Het beleid is op 1 januari 2022 in werking getreden.
Het doel van deze nieuwe nota is om de scheidslijn tussen "welstandsplicht" en "welstandsvrijheid" duidelijker te trekken en om het welstandstoezicht te dereguleren, zonder hierbij de greep op de historisch en in architectonisch opzicht belangwekkende en karakteristieke gebieden en objecten te verliezen. De nota bevat de beleidsregels met daarin criteria die de gemeente toepast bij de welstandsbeoordeling van bouwplannen. In de volgende welstandsplichtige gebieden zijn drie welstandsniveaus vastgesteld, te weten: welstandsniveau 1, plannen betreffende de rijksmonument en in de van rijkswege beschermde stads- en dorpsgezichten (deze laatste komen thans niet voor in Echt-Susteren); welstandsniveau 2, plannen in gebieden die in het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie' tevens bestemd zijn als 'Waarde – Cultuurhistorie' en daarnaast panden die zijn aangemerkt als karakteristiek in datzelfde bestemmingsplan (zie hiervoor ook www.ruimtelijkeplannen.nl); welstandsniveau 3, plannen in de gebieden waar tevens een beeldkwaliteitsplan is vastgesteld. Welstandsvrij De overige gebieden en panden/bouwwerken in de gemeente Echt-Susteren zijn welstandsvrij en worden derhalve, in het geval van een aanvraag omgevingsvergunning niet vooraf aan welstandseisen getoetst.
Voor bouwwerken die op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vergunningsvrij zijn (en dus ook welstandsvrij) of die op basis van deze nota welstandsvrij zijn, blijft de excessenregeling van toepassing, waardoor er toch handhavend kan worden opgetreden tegen buitensporigheden (die ook door een leek op het vakgebied van ruimtelijke kwaliteit als zodanig wordt aangemerkt). De welstandscriteria vormen de kern van het welstandsbeleid. Ze vormen het door de gemeenteraad vastgesteld kader, waarbinnen burgemeester en wethouders en de Omgevingscommissie MER de welstandsbeoordeling uitvoeren. Er wordt in dit verband een onderscheid gemaakt tussen: Algemene welstandscriteria (vangnetcriteria); Welstandscriteria bij ingrepen in bestaande gebieden (op basis van gebiedsbeschrijving); Welstandscriteria bij grotere ontwikkelingsprojecten (nader uit te werken beeldkwaliteitsplannen); Welstandscriteria voor specifieke typen bouwwerken. Ter ondersteuning van het beleid is een niveau- en gebiedenkaart gemaakt. De invulling van de beleidskaart is een vertaling van de hoofdlijnen van de ruimtelijke kwaliteit in Echt-Susteren ten behoeve van de toetsen van het uiterlijk van bouwwerken op zichzelf en in hun omgeving. De planlocatie maakt in de Nota onderdeel uit van een welstandsvrij gebied in Nieuwstadt woonbuurt. Dit betekent dat er geen welstandsadvies nodig is.
Conclusie Het plangebied maakt onderdeel uit van een woonbuurt in Nieuwstadt. Dit betreft een welstandsvrij gebied. Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van nieuwe servicewinkel ten dienste van het
Toelichting
21
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
tankstation met ondergeschikte horeca en bovenwoning mogelijk. De bebouwing wordt afgestemd met de omliggende bebouwing. Het plan is op eigen initiatief aan de welstandscommissie voorgelegd en akkoord bevonden. De aanvraag omgevingsvergunning houdt rekening met redelijke eisen van welstand. 4.3.3 Duurzaamheid Duurzaam bouwen is gericht op het beperken van de negatieve milieuaspecten in alle fasen van het bouwproces en het vergroten van de ecologische kwaliteiten van het leefgebied. Concreet betekent dit het terugdringen van verspilling van grondstoffen, het verlengen van de levensduur, een flexibeler gebruik van gebouwen en het bevorderen van hergebruik van bouwmaterialen. Bij duurzaam bouwen wordt o.a. aandacht besteed aan waterhuishoudingsaspecten (bijvoorbeeld afkoppeling hemelwaterafvoer), stedenbouwkundige structuur (bijv. oriëntatie van gebouwen op de zon) en bouwkundige maatregelen (isolatie, zonnecollectoren, materiaalgebruik). Ook het gebruik van niet logende bouwmaterialen valt onder de noemer duurzaam bouwen. Dit is van belang voor de waterkwaliteit. Duurzame gemeente Vanaf 2050 moet elke woning in Nederland van het aardgas afgesloten zijn en duurzaam verwarmd worden. Bij een verbouwing is het verstandig om hier rekening mee te houden en de woning hierop voor te bereiden.
De gemeente heeft een Duurzaam Bouwloket ingezet om inwoners te helpen bij het maken van de juiste keuzes bij het verduurzamen van hun woning om de woning toekomstbestendig te maken. Als gemeente wil zij de lat van verduurzamen hoog leggen. Als landelijke gemeente gaat zij een stevige bijdrage leveren aan een verstandig klimaatbeleid. De gemeente beseft dat rond 2050 het aardgas zo'n beetje op zal zijn en dat zij daarom vanaf heden moet toewerken naar een energieneutrale woningvoorraad die niet langer met aardgas verwarmd hoeft te worden. Zij wil een duurzame ontwikkeling stimuleren door ook in te zetten op energiezuinige woningen en energiebesparing. Conclusie De bovenwoning en servicewinkel worden duurzaam gebouwd overeenkomstig de eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De woning wordt zonder gasaansluiting gerealiseerd. Op het dak worden zonnepanelen aangebracht. Bij uitwerking van het bouwplan wordt gestreefd naar het bouwen van een bijna energie neutrale woning.
22
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Hoofdstuk 5 5.1
Water
Inleiding
Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik zoals locaties voor stadsuitbreiding. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een Watertoets geeft aan wat de gevolgen zijn van een ruimtelijk plan voor de waterhuishouding in het betreffende gebied. Doel van de Watertoets is de relatie tussen planvorming op het gebied van de ruimtelijke ordening en de waterhuishouding te versterken.
5.2
Beleidskader
5.2.1 Rijk Op 10 december 2015 hebben de minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 – 2021 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is het formele rijksplan voor het nationale waterbeleid en is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. In de Waterwet is vastgelegd dat het Rijk dit plan eens in de zes jaar actualiseert. Het NWP2 geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot duurzaam waterbeheer. Het NWP2 richt zich op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. In het Nationaal Waterplan zijn de maatregelen benoemd die worden genomen om de verschillende doelen te bereiken. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement; Nederlanders leven waterbewust.
Het waterbeleid zoals geformuleerd in het NWP2 werkt door op provinciaal en regionaal niveau, om zo te komen tot gebiedsgericht beleid. Via het provinciaal en gemeentelijk waterbeleid en het beleid van de waterschappen dient het rijksbeleid zoals geformuleerd in het NWP door te werken tot op bestemmingsplanniveau. De watertoets, die is geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening, blijft een belangrijk instrument om de waterbeheerder vroegtijdig bij ruimtelijke planprocessen te betrekken. Daarnaast is in het NWP2 aangegeven dat aandacht moet worden geschonken aan de planologische borging van beschermingszones van primaire waterkeringen, door deze vast te leggen in bestemmingsplannen. Eén en ander is op rijksniveau in het Barro vastgelegd. 5.2.2 Waterschap Limburg Op 22 december 2015 is het Waterbeheerplan 2016-2021 'Water in beweging', zoals op 14 oktober 2015 vastgesteld door de Algemeen besturen van waterschap Roer en Overmaas en waterschap Peel en Maasvallei, in werking getreden. Dit plan is een gezamenlijk plan van beide waterschappen vooruitlopend op de inmiddels gerealiseerde fusie tot waterschap Limburg, waarmee de koers voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg wordt uitgezet. Het deelstroomgebied Maas wordt beheerd door een vijftal waterschappen, waaronder waterschap Limburg.
Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben de waterschappen intensief samengewerkt. Dit heeft onder andere geresulteerd in het nieuwe waterbeheerplan. In het waterbeheerplan is het integrale beleid opgenomen inzake veiligheid, watersysteembeheer en afvalwaterketen. Er zal worden geïnvesteerd in het creëren van extra waterberging, aanpassing van de waterhuishouding, de bestrijding van verdroging, het aanpassen van een aantal rioolwaterzuiveringsinstallaties en het renatureren van beken. Om de beleidstaken uit te voeren beschikt het waterschap over verschillende instrumenten. De belangrijkste hiervan is de keur met bijbehorende legger. De Keur Waterschap Limburg
Toelichting
23
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Voor het waterschap Limburg is de Keur op 1 april 2019 vastgesteld. In de keur staan regels over wat er wel en niet mag in en rondom het water in Limburg. Met deze regels worden dijken, sloten, waterstanden en grondwaterstanden beschermd. Bepaalde activiteiten bij het water of een dijk zijn alleen toegestaan als het waterschap daarvoor een vergunning heeft verleend. De legger maakt duidelijk wat men waar van het waterschap mag verwachten. Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een kaart. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. Voor Echt-Susteren zijn geen specifieke maatregelen opgenomen in het Waterbeheersplan.
5.3
Waterhuishouding
Veiligheid en Waterkeringen Het plangebied ligt niet in het keringenbeleid en beschermingszone van de waterkering. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Oppervlaktewater Op de Legger oppervlaktewater zijn geen watergangen aanwezig in het plangebied. De bebouwing ligt buiten de beschermingszones. Er zijn geen beperkingen voor het plangebied. Beschrijving waterkwantiteit De gronden zijn bestemd voor 'Bedrijf'. Het perceel is nagenoeg helemaal verhard. De bestaande bebouwing wordt gesloopt. In de plaats hiervan wordt een nieuwe winkel met bovenwoning teruggebouwd. In de nieuwe situatie zal aan de zuidzijde groen worden aangelegd. Op grond van de richtlijnen van het waterschap is geen extra watercompensatie nodig. Waterafvoer en duurzaamheid Het hemelwater zal zo mogelijk worden afgevoerd op de zuidelijk gelegen watergang (Geleenbeek). Het afvalwater wordt aangesloten op de riolering overeenkomstig het gemeentelijke rioleringsbeleid. Bij nieuwbouwactiviteiten worden alleen duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toegepast om diffuse verontreinigingen van water en bodem te voorkomen. Zink, lood, koper en PAK´s-houdende materialen worden uitsluitend toegepast als deze worden voorzien van een coating. Conclusie Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen bestaan er geen bezwaren tegen de gevraagde planontwikkeling.
24
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Hoofdstuk 6
M ilieu en omgevingsaspecten
De beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening groeien de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe. Ook op rijksniveau wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de wisselwerking tussen milieu en ruimtelijke ordening. Milieubeleid kan beperkingen opleggen aan de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen maar is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die een rol spelen bij deze ruimtelijke ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt.
6.1
Milieu
De te behandelen thema's die vanuit een oogpunt van milieu van belang zijn voor deze planontwikkeling zijn M.E.R., Milieuzonering, Geluid, Bodem, Luchtkwaliteit en Externe veiligheid. 6.1.1 M.E.R. Wettelijk kader In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling ook uitgevoerd moet worden als een project, dat wordt genoemd in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r., nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Omdat dit project wordt genoemd in de D-lijst (categorie D 11.2, stedelijk ontwikkelingsproject), maar de omvang ruim onder de drempelwaarde van 200.000 m² bedrijfsvloeroppervlak en/of 2.000 woningen ligt, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling, die onderdeel moet zijn van het bestemmingsplan. De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994.
In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Onderzoek/ beoordeling Met dit bestemmingsplan wordt het oprichten van een onbemand brandstofverkooppunt met servicewinkel ten dienste van het tankstation en bovenwoning mogelijk gemaakt. De ontwikkeling op deze plaats is om de volgende redenen niet te beschouwen als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.: fysieke wijziging: deze is beperkt, omdat er alleen sprake is van een herontwikkeling in bestaand dorpsgebied, waarin bovengenoemde functies al zijn toegestaan; lokale context: de voorziening blijft gehandhaafd naast een wijkontsluitingsweg; planologische mogelijkheden: de gronden zijn in het geldende bestemmingsplan al bestemd voor tankstation, verkoopshop met bovenwoning. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, en dus ook niet m.e.r.-plichtig. De fysieke wijzigingen zijn beperkt, omdat het plangebied als is bestemd voor 'Bedrijf' met de functieaanduidingen 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' en 'bedrijfswoning'.
Zoals de hieronder beschreven milieuparagrafen en -onderzoeken aantonen heeft het bestemmingsplan ook om andere redenen dan de omvang (zoals bijvoorbeeld de aard van de ontwikkeling of een ligging nabij een gevoelig gebied) geen significante nadelige gevolgen voor het milieu.
Toelichting
25
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
6.1.2 Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijvigheid is een milieubelastende activiteit. Ten gevolge van aanwezige bedrijvigheid kan mogelijk hinder voor de omgeving optreden met betrekking tot de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Nieuwe situaties, waarin milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies met elkaar worden gecombineerd, moeten worden beoordeeld op mogelijke hindersituaties. Daarbij wordt getoetst aan de Wet milieubeheer, Algemene Maatregelen van Bestuur onder de Wet milieubeheer en de brochure Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009). De richtafstanden in Bedrijven en Milieuzonering gelden ten opzichte van een milieugevoelige functie, zoals bedoeld tot de omgevingstypen rustige woonwijk of rustig buitengebied. In het geval de milieugevoelige functies zijn gelokaliseerd in omgevingstype gemengd gebied kan een afwijkende systematiek worden toegepast, die meer ruimte biedt aan bedrijven. De richtafstanden uit de VNG-publicatie voor de omgevingstypen bij verschillende hindercategorieën zijn in tabel 6.1 vermeld. Tabel 6.1: Richtafstanden en omgevingstype Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype Richtafstand tot omgevingstype rustig woongebied gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m Onderzoek/ beoordeling Het tankstation met servicewinkel ligt aan een wijkontsluitingsweg.
Ten noorden hiervan is een kantoor aan de Hoordstraat gevestigd. Aan de zijde van de Gouverneur Houbenstraat 3 vindt opslag plaats. Het gebied kan daarom worden beschouwd als gemengd gebied. Een benzineservicestation zonder LPG valt onder milieucategorie 2 (SBI-2008 373) met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De dichtstbijzijnde woningen van derden staan op 16 m afstand aan de Millenersweg 5 en Hoordstraat 44 in Nieuwstadt, zodat voor deze milieugevoelige functies een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. De nieuwe bovenwoning ligt binnen 20 meter van een afleverzuil van een type C-bedrijf. Met inachtneming van de in paragraaf 6.1.3.3 genoemde maatregelen zijn er geen beperkingen. Het noordelijk gelegen kantoor aan de Hoordstraat ligt op minimaal 13,6 meter afstand van de te vervangen bovenwoning. Datzelfde geldt voor de opslag in het gebouw aan de zijde van de Gouverneur Houbenstraat. Dit betekent dat het kantoor en de opslagruimte niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering, omdat wordt voldaan aan de richtafstand van 0 meter in gemengd gebied en 10 meter in rustig gebied. Gelet hierop kan in de nieuwe situatie een aanvaardbaard woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Conclusie Vanuit het aspect milieuzonering bestaan er geen bezwaren tegen realisatie van dit bestemmingsplan. De planontwikkeling geeft vanuit milieuzonering geen beperkingen.
26
Toelichting
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
6.1.3
Geluid
6.1.3.1 Wegverkeerslawaai Wettelijk kader Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) iedere weg in beschouwing te worden genomen, tenzij deze binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. Deze wegen hebben een zone. Dit is een aandachtsgebied waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden, voor zover sprake is van gevoelige functies. De grootte van de zones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Buitenstedelijk is het gebied dat buiten de bebouwde kom is gelegen en het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend langs een autosnelweg. Het overige gebied is binnenstedelijk. Onderzoek/ beoordeling De relevante weg in de directe omgeving van het plangebied is de Gouverneur Houbenstraat - De Brug. Op deze wegen is de maximum snelheid 50 km/h. De wegen zijn binnenstedelijk en hebben een zonebreedte van 200 meter. De overige wegen binnen een zone van 200 meter zijn zogenaamde 30 km/uur gebieden. In deze situatie is er sprake van bestaande wegen en vervangende nieuwbouw van een woning. De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe woningen bedraagt (inclusief aftrek) 48 (dB) Lden met een maximale ontheffingswaarde van 63 (dB) Lden.
Indien de berekende belasting genoemde waarde overschrijdt, dient in eerste instantie onderzocht te worden of maatregelen mogelijk zijn die de geluidsbelasting verlagen tot de voorkeursgrenswaarde of minder. In verband met het vorenstaande is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Cauberg Huygen te Maastricht (rapport van 18 oktober 2022, referentie 09081-56769-01v3, Bijlage 2). Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 (dB) Lden ten gevolge van de Gouverneur Houbenstraat - De Brug wordt overschreden voor de woning. De maximale waarde bedraagt 62 dB na 5 dB aftrek volgens artikel 110g van de Wet geluidhinder. In verband hiermede is een hogere waarde procedure nodig. Niet gezoneerde wegen Bij een nieuwe ontwikkeling dient op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), in het kader van een goede ruimtelijke ordening, het akoestische klimaat inzichtelijk te worden gemaakt en te worden beoordeeld indien er sprake is van geluidgevoelige bestemmingen ter plaatse van of nabij de ruimtelijke ontwikkeling. Het akoestisch klimaat wordt bepaald door alle aanwezige geluidsbronnen samen. In dat kader dienen de niet gezoneerde wegen (30 km/uur wegen) bij de beoordeling te worden betrokken. Aangetoond dient te worden dat als gevolg van de gecumuleerde geluidbelasting geen sprake is van onaanvaardbare negatieve effecten op het woon- en leefklimaat.
Een wettelijk grenswaarde is hierbij niet aan de orde. Als toetsingskader voor een beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt uitgegaan van een toetsing aan de Milieukwaliteitsmaat (MKM Lden). De Milieukwaliteitsmaat MKM Lden is een methode om de gecumuleerde geluidsbelasting te beoordelen op hinderlijkheid. Hiertoe wordt de gewogen geluidsbelasting (Lden) omgerekend naar de bijbehorende milieukwaliteitsmaat (MKM Lden). De omrekening geschiedt op identieke wijze als omschreven in hoofdstuk 2 van bijlage 1 van de Reken en Meetvoorschrift geluid (Rmg) 2012. Tabel 6.2 toont de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving in Lden. Tabel 6.2: Classificering kwaliteit akoestische omgeving in Lden Gecumuleerde Lden Classificering milieukwaliteit <50 Goed 50 - 55 Redelijk 55 - 60 Matig 60 - 65 Tamelijk slecht 65 - 70 Slecht >70 Zeer slecht
Toelichting
27
bestemmingsplan Gouverneur Houbenstraat 1, Nieuwstadt
Om inzicht te krijgen in de hoogte van de geluidbelasting afkomstig van 30 km/uur wegen, is in het akoestisch rapport van Cauberg Huygen in het kader van een goede ruimtelijke ordening de invloed van de nabijgelegen 30 km/uur wegen inzichtelijk gemaakt. Hierbij gaat het om de Hoordstraat, de Millenerpoort, de Millenerweg, de Elseneweg en de Schutterskamp. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de optredende geluidbelasting (na aftrek ingevolge art. 110g Wgh). Hieruit blijkt dat ten gevolge van wegverkeer op de Hoordstraat (binnenstedelijk) niet overal wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (maximaal 49 dB (inclusief 5 dB aftrek art. 110g Wgh)). De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Voor de overige straten is er geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. De totale geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer op de omliggende wegen bedraagt maximaal 67 dB Lden (exclusief aftrek). Daarmee is de kwaliteit van de akoestische omgeving te classificeren als slecht. Deze classificatie past binnen de bandbreedte van de Wet geluidhinder en daarmee is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Maatregelen ter reductie van het geluid ten gevolge van de binnenstedelijke wegen zijn in relatie tot het onderhavige project vanwege overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard, niet realiseerbaar.
Conclusie Uit de akoestische berekeningen volgt dat de geluidsituatie van de woning geclassificeerd wordt als 'slecht', omdat de gecumuleerde geluidbelasting in de range van 65-70 Lden ligt. Onder de volgende voorwaarden is de gemeente bereid hogere waarden vast te stellen voor de geluidbelasting van het wegverkeer: voldaan wordt aan de vereiste geluidwering vanwege de gecumuleerde geluidbelasting Lcum,v l , voor de zuidoost-, noordoost- en de noordwestgevel; de zuidwestgevel wordt uitgevoerd als een dove gevel, met een geluidwering van tenminste 31 dB; de buitenruimte/loggia wordt voorzien van afsluitbare ramen (bijvoorbeeld: schuiframen). De geluidwering dient te worden bepaald op basis van de gecumuleerde geluidbelasting wegverkeer én industrielawaai, de grootheid Lcum,v l , (zie hiervoor paragraaf 5.5 en bijlage III van het akoestisch onderzoek industrielawaai (Cauberg-Huygen, 27 september 2022, zoals opgenomen in Bijlage 1). Met inachtneming hiervan bestaan er vanuit de Wet geluidhinder, onderdeel wegverkeerslawaai, geen beperkingen tegen deze planontwikkelingen, nadat voor de woning een procedure hogere grenswaarde ten gevolge van het wegverkeerslawaai is doorlopen. In het kader van het Bouwbesluit zal voor de te herbouwen woning nog een onderzoek uitgevoerd worden naar de geluidwering van de gevels van de woning.
Bij dit onderzoek wordt uitgegaan van de cumulatieve geluidsbelasting van alle wegen zonder aftrek op grond van artikel 110 Wet geluidhinder. Dit rapport zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Bij realisatie van het bouwplan wordt hiermee rekening gehouden. 6.1.3.2 Spoorweglawaai Wettelijk kader Op 1 juli 2012 is de regeling voor hoofdspoorwegen gewijzigd. Middels de vaststelling van geluidproductieplafonds (gpp’s) is een grens voor de maximale optredende geluidniveaus voor langs Rijksinfrastructuur vastgelegd. De bij vaststelling gehanteerde gegevens zijn vastgelegd in het bronregister. Voor de beoordeling van een plan blijft de Wgh van toepassing maar dient gebruik te worden gemaakt van de brongegevens uit het register. Onderzoek/ beoordeling De planontwikkeling ligt niet binnen een onderzoekzone van een spoorlijn, zodat het Besluit geluidhinder niet van toepassing is voor deze ontwikkeling. Conclusie Vanuit spoorweglawaai vormt deze planontwikkeling geen belemmering.