Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Blad 15 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Vanwege het ontbreken van bomen en andere opgaande beplanting binnen het plangebied is het voorkomen van verblijfplaatsen van eekhoorns eveneens uitgesloten. Tevens is het plangebied hierdoor ongeschikt als foerageergebied voor deze soort. Verblijfplaatsen (burchten) van dassen ontbreken eveneens binnen het plangebied. Tijdens het terreinbezoek is in het plangebied en directe omgeving (bosranden) specifiek gelet op sporen die op aanwezigheid van dassen kunnen duiden, zoals burchten, prentafdrukken, graafsporen, uitwerpselen en wissels (looproutes). Deze zijn niet aangetroffen. Het is echter niet uitgesloten dat de akkerpercelen binnen het plangebied toch (essentiële) waarde hebben als foerageergebied voor dassen die in de omgeving een burcht hebben. Er zou zich een dassenburcht in Duitsland bevinden ongeveer 500 meter ten zuidwesten van het plangebied (pers. med. Peter Verbeek). Voor steenmarter geschikte verblijfplaatsen ontbreken binnen het plangebied. Wel kunnen takkenhopen die langs de zuidwestrand van het plangebied aanwezig zijn (zie Figuur 4.1a) onderdak bieden voor steenmarter. Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het foerageergebied voor steenmarter.
Echter vanwege het ontbreken van voor steenmarter belangrijke elementen als groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen om in te foerageren wordt de aanwezigheid van essentieel leefgebied binnen het plangebied uitgesloten. Vaste rust -en verblijfplaatsen van wilde zwijnen zijn evenmin aanwezig binnen het plangebied. Deze bevinden zich in bos met voldoende dekking. Tijdens het terreinbezoek zijn wel loopsporen gevonden in de akkerpercelen. Wroetsporen zijn echter niet aangetroffen. Op basis hiervan wordt verwacht dat de percelen geen essentieel onderdeel uitmaken van het leefgebied voor wild zwijn. Gevolgen van het plan op foeragerende dassen wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Amfibieën Zoals blijkt uit de bureaustudie zijn boomkikker, poelkikker en rugstreeppad waargenomen in de omgeving van het plangebied. Door het ontbreken van oppervlaktewater is de aanwezigheid van voortplantingsplaatsen van deze soorten binnen het plangebied uitgesloten. Geschikt landbiotoop voor deze soorten is evenmin aanwezig. De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied is hiermee uitgesloten. Wel dient er rekening gehouden te worden met intrek van rugstreeppad uit de (wijde) omgeving indien het plangebied aantrekkelijk gemaakt wordt als voortplantingsplaats voor deze soort door de (tijdelijke) ontwikkeling van plekken waar water in kan stagneren.
Gevolgen van het plan op (eventuele) intrek van rugstreeppad wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Reptielen Zoals blijkt uit de bureaustudie is levendbarende hagedis waargenomen in de omgeving van het plangebied. Voor deze soort is geen geschikt leefgebied aanwezig binnen het plangebied vanwege onder meer het ontbreken van bermen en ruigten. Nachtvlinders Zoals blijkt uit de bureaustudie is de nachtvlinder teunisbloempijlstaart waargenomen in de omgeving van het plangebied. Voor deze soort is geen geschikt leefgebied aanwezig binnen het plangebied vanwege het ontbreken van nectar- en waardplanten.
Blad 16 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Flora Uit de bureaustudie zijn geen waarnemingen bekend van beschermde planten die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Het voorkomen van beschermde planten binnen het plangebied kan uitgesloten worden door de tot aan de perceelsgrenzen ingezaaide groenbemester.
4.2.3
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.
Soort Vogels met jaarrond beschermd nest [buizerd, havik, bosuil, ransuil]
Beschermingsregime
Aanwezigheid
Toelichting Plangebied mogelijk onderdeel functionele leefomgeving van eventueel aanwezige broedplaatsen in omliggend bos
Artikel 3.1
Mogelijk
Overige broedvogels
Artikel 3.1
Mogelijk / vrijwel zeker in broedseizoen
Broedende vogels tijdens het broedseizoen vrijwel zeker aanwezig in directe omgeving plangebied
Vleermuizen
Artikel 3.5
Mogelijk
Bosranden mogelijk onderdeel foerageergebied
Das
Artikel 3.10
Mogelijk
Rugstreeppad
Artikel 3.5
Mogelijk
4.3
Beschermde gebieden
4.3.1
Natura 2000-gebieden
Plangebied mogelijk onderdeel functionele leefomgeving van eventueel aanwezige verblijfplaatsen in omgeving Intrek mogelijk indien geschikte voortplantingsplaatsen ontstaan tijdens aanlegwerkzaamheden
Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop ligt op 1,6 kilometer afstand van het plangebied. Dit gebied is aangewezen onder de Habitatrichtlijn. De gebouwen in dit Natura 2000-gebied herbergen kraamkolonies van de habitatsoort ingekorven vleermuis. Het Natura 2000-gebied Roerdal ligt op ruim 8 kilometer afstand. Dit gebied is eveneens aangewezen onder de Habitatrichtlijn en bevat voor stikstofdepositie gevoelige habitattypen en soorten. In Figuur 4.2 is de ligging van Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied weergegeven.
Blad 17 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Figuur 4.2. Ligging Natura 2000-gebieden (in geel) ten opzichte van het plangebied (rode ster). Bron: Aerius Calculator (2020).
Gevolgen van het plan op Natura 2000-gebieden wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.
4.3.2
Provinciaal natuurbeleid Het noordelijke deel van het plangebied is onderdeel van de Zilvergroene natuurzone. Daarnaast grenst het plangebied aan de Goudgroene natuurzone. In Figuur 4.3 is de ligging van de natuurzones ten opzichte van het plangebied weergegeven en in Figuur 4.4 zijn de natuurbeheertypen binnen de Goudgroene natuurzone aangeduid.
Figuur 4.3. Ligging Goudgroene natuurzone (in donkergroen) en Zilvergroene natuurzone (in lichtgroen) ten opzichte van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Viewer Omgevingsverordening provincie Limburg (2020).
Blad 18 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Figuur 4.3. Ligging natuurbeheertypen (in donkergroen Dennen-, eiken- en beukenbos, in bruingroen Droog bos met productie) ten opzichte van het plangebied (rood omlijnd). Bron: Viewer Natuurbeheerplan provincie Limburg (2020).
Gevolgen van het plan op provinciaal natuurbeleid wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.
Blad 19 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
5
Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het provinciaal natuurbeleid en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: Akkervegetatie wordt verwijderd; Grond wordt vergraven. Hierbij kan tijdens de aanlegfase tijdelijk verstoring plaatsvinden door geluid, trillingen alsook optische verstoring. Tevens is niet uitgesloten dat als gevolg van inzet van machines stikstofdepositie optreedt.
5.2
Toetsing effect op beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat het plangebied en directe omgeving potentieel geschikt (essentieel) leefgebied vormt voor vogels, zoogdieren (das) en amfibieën (rugstreeppad), zie ook Tabel 4.2. Om deze reden is er enkel op deze soort(groep)en een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soort(groep)en. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen.
5.2.1
Vogels Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1) Jaarrond beschermde nesten Er is een aantal vogelsoorten in de provincie Limburg waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats alsook aantasting van de functionele leefomgeving daarvan altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Het is niet uit te sluiten dat het plangebied onderdeel uitmaakt van de functionele leefomgeving van roofvogels en uilen die vaste rust- en verblijfplaatsen hebben in de (directe) omgeving van het plangebied. Voor deze soorten geldt dat aantasting van de functionele leefomgeving van de broedplaatsen niet zonder meer toegestaan is. Met het plan zal de functionele leefomgeving echter niet aangetast worden. Door de aanplant en ontwikkeling van mantel- en zoomvegetatie, hagen en bloemrijk grasland naast plaatsing van zonnepanelen zal het plangebied er niet op achteruit gaan in waarde als foerageergebied. Potentiële verstoring van broedende soorten roofvogels en uilen tijdens de aanleg dient echter wel voorkomen te worden door werkzaamheden binnen 75 meter afstand van de bosranden niet uit te voeren gedurende de broedtijd (voor buizerd circa februari tot en met augustus).
Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient vooraf aan de werkzaamheden de naastgelegen bosrand gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van (in gebruik zijnde) nesten van roofvogels en uilen door een deskundig ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van in gebruik zijnde nesten nabij het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied rondom deze nestplaatsen niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden daar uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.
Blad 20 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Overige (algemeen voorkomende) broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door werkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet Natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in de bosranden rondom het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Door een afstand van ten minste 15 meter aan te houden wordt verwacht dat verstoring van algemeen voorkomende soorten niet plaats zal vinden als gevolg van aanlegwerkzaamheden van het zonnepark. Indien het niet mogelijk is om binnen 15 meter van de bosrand buiten het broedseizoen om te werken dan dient voorafgaand aan de werkzaamheden de bosrand gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedende vogels door een deskundig ecoloog.
Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatiespecifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied ter plaatse van het broedgeval niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.
5.2.2
Zoogdieren Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn beschermd en staan vermeld op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Verwacht wordt dat de randen van het plangebied gebruikt wordt als foerageergebied voor vleermuizen. De ontwikkeling van het plangebied zal hier geen negatief effect op hebben. Uitgangspunt hierbij is wel dat met de aanleg van het zonnepark geen gebruik gemaakt wordt van nachtelijke verlichting die uitschijnt op de bosranden tijdens het actieve seizoen voor vleermuizen (april-november). De toekomstige inrichting met mantel- en zoomvegetatie zal de foerageermogelijkheden voor vleermuizen in het plangebied verhogen. Negatieve effecten voor vleermuizen worden hierdoor uitgesloten. Beschermingsregime ‘Andere soorten’ (artikel 3.10) Das De das is beschermd en staat vermeld op de Nationale soortenlijst van de Wnb. Het is niet uitgesloten dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het foerageergebied voor dassen die in de omgeving een burcht hebben. De ontwikkeling van het plangebied zal hier geen negatief effect op hebben. Door de aanplant en ontwikkeling van mantel- en zoomvegetatie, hagen en bloemrijk grasland naast plaatsing van zonnepanelen zal het plangebied er niet wezenlijk op achteruit gaan in waarde als foerageergebied.
Hiermee wordt voorkomen dat de gunstige staat van instandhouding van de lokale populatie dassen in het geding komt.
2
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 21 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
5.2.3
Amfibieën Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Rugstreeppad De rugstreeppad is beschermd en staat vermeld op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Met de ontwikkeling van het plangebied wordt grond vergraven. Op basis van de verwachte vergravingen in combinatie met de hooggelegen ligging (en diepe grondwaterstand) van het plangebied wordt het ontstaan van (tijdelijke) ondiepe wateren geschikt als voortplantingsplaats voor rugstreeppad, niet verwacht binnen het plangebied. Van potentiële intrek van rugstreeppadden uit de omgeving zal dan geen sprake zijn. Negatieve effecten op rugstreeppad worden hierdoor uitgesloten.
5.2.4
Conclusie beschermde soorten In alle redelijkheid kan worden gesteld dat het voorgenomen plan geen invloed zal hebben op bovengenoemde soort(groep)en binnen en rondom het plangebied met inachtneming van de aangegeven voorbehouden en uitgangspunten. Voor wat betreft soortbescherming zijn er geen belemmeringen ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Het plan is wat betreft de soortbescherming uitvoerbaar.
5.3
Effecten op beschermde gebieden
5.3.1
Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop op respectievelijk 1,6 en 3,7 kilometer afstand van het plangebied liggen. Het is niet geheel uit te sluiten dat de voor deze gebieden aangewezen ingekorven vleermuis foerageert langs de randen van het plangebied. De ontwikkeling van het plangebied heeft echter geen negatieve effecten op vleermuizen (zie paragraaf 5.2.2). Negatieve effecten op de Natura 2000-gebieden Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop zijn hierdoor uitgesloten. Uit de bureaustudie blijkt tevens dat het Natura 2000-gebied Roerdal ligt op ruim 8 kilometer afstand. Dit gebied is eveneens aangewezen onder de Habitatrichtlijn en bevat voor stikstofdepositie gevoelige habitattypen en -soorten. Dit Natura 2000-gebied ligt buiten het invloedsgebied van het plan wat betreft alle storingsfactoren (zoals verstoring door geluid, trillingen en licht), met uitzondering van een tijdelijke toename van stikstofdepositie tijdens de aanlegwerkzaamheden. In verband met de aard van de ontwikkeling (inzet van machines) is sprake van een tijdelijke en beperkte toename van stikstof in de omgeving. Tot 29 mei 2019 kon dan een Aerius-berekening uitgevoerd worden om het exacte effect te berekenen en de vervolgstappen binnen het Programma Aanpak Stikstof (PAS) te bepalen.
Echter, Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State uitspraak gedaan inzake het PAS. Naar aanleiding van deze uitspraak mag het PAS niet meer worden gebruikt als basis voor het verlenen van vergunningen voor projecten en daarmee het aantonen van de uitvoerbaarheid van een plan. Daarom zijn vervolgstappen met betrekking tot stikstofdepositie voor het project maatwerk. Voorstel is om eerst een Aeriusberekening te laten uitvoeren met behulp van de meest recente versie van Aerius Calculator. Op basis van deze berekening is een advies op maat mogelijk. Een Aerius-berekening kan inzicht geven of er mogelijk een extern effect van stikstofdepositie optreedt voor de hiervoor gevoelige habitattypen die gelegen zijn in Natura2000-gebieden in de omgeving.
Blad 22 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Zonder deze informatie kan niet met zekerheid gesteld worden dat de gebiedsbescherming de uitvoering van het plan niet belemmert.
5.3.2
Effecten op provinciaal natuurbeleid Uit de bureaustudie blijkt dat het noordelijke deel van het plangebied onderdeel is van de Zilvergroene natuurzone. Daarnaast grenst het plangebied aan de Goudgroene natuurzone. Het regime ter bescherming van de Goudgroene natuurzone kent geen externe werking. Derhalve worden eventuele effecten als gevolg van het plan die zouden kunnen ontstaan op de Goudgroene natuurzone niet getoetst. Toetsing van mogelijke effecten op de binnen het plangebied gelegen Zilvergroene natuurzone wordt hier ten eerste gedaan aan het ‘groene karakter’ van het plangebied. In het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg zijn de natuurlijke kernkwaliteiten van een Plateauontginning, waartoe het plangebied behoort, akkerranden die plaats bieden aan akkerkruiden en aan akkers gerelateerde dieren. In de huidige situatie zijn akkerranden echter niet aanwezig binnen het plangebied. Met het plan wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan het ‘groene karakter’ binnen het plangebied. Ten tweede wordt de waarde van het plangebied als ecologische verbinding tussen gebieden gelegen binnen de Goudgroene natuurzone getoetst. In de huidige situatie kunnen dieren vrij de akkerpercelen op en zo migreren tussen de bosgebieden aan weerszijden. Met het plan wordt een ecologische verbindingszone gecreëerd zodat deze migratie ook in de toekomst mogelijk blijft.
Negatieve effecten op de waarde van het plangebied als ecologische verbinding zijn hierdoor uitgesloten. Als laatste wordt de waarde van het plangebied met het oog op de instandhouding van de natuurbeheertypen in de aangrenzende gebieden van de Goudgroene natuurzone getoetst. In de huidige situatie vormen de natuurbeheertypen ‘Dennen-, eiken- en beukenbos’ en ‘Droog bos met productie’ de waarden van de Goudgroene natuurzone aan weerszijden van het plangebied. Met het plan worden mantel- en zoomvegetaties ontwikkeld wat de waarde van deze natuurbeheertypen zal vergroten. In de huidige situatie ontbreken deze waardevolle vegetaties in de overgang tussen bos en akker. De ontwikkeling van bloemrijk grasland zal tevens de waarde van het plangebied voor de omringende natuurbeheertypen vergroten. Negatieve effecten op de waarde van het plangebied voor de omringende Goudgroene natuurzone zijn hierdoor eveneens uitgesloten. Vanuit dit oogpunt zijn er voor het provinciaal natuurbeleid geen belemmeringen. Het provinciaal natuurbeleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.
Blad 23 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
6
Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocumenten Soorten – Natuurbescherming (geraadpleegd kennisdocument buizerd, das en rugstreeppad) Overig: AERIUS calculator NDFF www.natura2000.nl www.ravon.nl www.zoogdiervereniging.nl www.vlinderstichting.nl www.limburg.nl (POL-viewer en Atlas Limburg via kaarten en cijfers)
Blad 24 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Bijlagen
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het plangebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam
Amfibieën
Dagvlinders
Haften
boomkikker
hamster
geelbuikvuurpad
otter
heikikker
bever
kamsalamander
Zoogdieren
knoflookpad
landzoogdieren lynx
rugstreeppad
noordse woelmuis
vroedmeesterpad
wilde kat
poelkikker
wolf
moerasparelmoervlinder
baardvleermuis
apollovlinder
bechsteins vleermuis
boszandoog
bosvleermuis
donker pimpernelblauwtje
brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
pimpernelblauwtje
gewone grootoorvleermuis
tijmblauwtje
grijze grootoorvleermuis
zilverstreephooibeestje
grote hoefijzerneus
oeveraas
grote rosse vleermuis
brede geelrandwaterroofkever
Kevers
Libellen
Nachtvlinders
Reptielen
ingekorven vleermuis
gestreepte waterroofkever
Zoogdieren
kleine dwergvleermuis
juchtleerkever
vleermuizen
kleine hoefijzerneus
vermiljoenkever
laatvlieger
mercuurwaterjuffer
meervleermuis
bronslibel
mopsvleermuis
gaffellibel
noordse vleermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitlibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad
walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis
gladde slang
gestreepte dolfijn
muurhagedis
gewone dolfijn
zandhagedis
gewone spitsdolfijn
geel schorpioenmos
grijze dolfijn
Sporenplanten tonghaarmuts kleine vlotvaren
Vissen Weekdieren
Zaadplanten
hazelmuis
steur
kleine zwaardwalvis
Zoogdieren zeezoogdieren
narwal orka
houting
tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
liggende raket, zomerschroeforchis
butskop
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
groenknolorchis
griend, witte dolfijn
kruipend moerasscherm
spitsdolfijn van gray
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Tabel B (1). “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep
Nederlandse naam
Soortgroep
Beekdonderpad
Bruine kikker*
Beekprik
Gewone pad* Kleine watersalamander*
Vissen
Meerkikker* Vinpootsalamander Bosparelmoervlinder
Europese rivierkreeft Aardmuis*
Bruin dikkopje
Boommarter
Bruine eikenpage
Bosmuis*
Donker pimpernelblauwtje
Bunzing**
Duinparelmoervlinder
Damhert
Gentiaanblauwtje
Das
Grote parelmoervlinder
Dwergmuis*
Grote vos
Dwergspitsmuis*
Grote vuurvlinder
Edelhert
Grote weerschijnvlinder
Eekhoorn
Iepenpage
Egel*
Kleine heivlinder
Eikelmuis
Kleine ijsvogelvlinder
Gewone bosspitsmuis*
Kommavlinder
Gewone zeehond
Pimpernelblauwtje
Grote bosmuis
Spiegeldikkopje
Libellen
Gestippelde alver
Kwabaal
Weekdieren
Sleedoornpage
Reptielen
Elrits Grote modderkruiper
Middelste groene kikker*
Amfibieën
Nederlandse naam
Alpenwatersalamander
Grijze zeehond
Zoogdieren
Haas*
Veenbesblauwtje
Hermelijn**
Veenbesparelmoervlinder
Huisspitsmuis*
Veenhooibeestje
Konijn*
Veldparelmoervlinder
Molmuis
Zilveren maan Adder
Ondergrondse woelmuis*
Hazelworm
Rosse woelmuis*
Levendbarende hagedis
Steenmarter
Ringslang
Tweekleurige bosspitsmuis*
Beekkrombout
Veldmuis*
Bosbeekjuffer
Veldspitsmuis*
Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel
Vos* Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel**
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Ree*
Kempense heidelibel Speerwaterjuffer
Woelrat*
Kevers
Vliegend hert Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Tabel B (2). Per provincie vrijgestelde “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. (aangegeven met een ‘x’ of ‘*’). Provincie Soort
Friesland Groningen Drenthe Overijssel Gelderland Utrecht
Noord- ZuidNoordFlevoland Zeeland Limburg Holland Holland Brabant
Aardmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bastaardkikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bruine kikker
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bunzing
x
x
x
x
x
x
Dwergmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Haas
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Eekhoorn
(*)
x
Hazelworm
(**)
Hermelijn
x
x
x
Huisspitsmuis
x
x
x
x
x
x
Kleine watersalamander
x
x
x
x
x
x
Konijn
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Levendbarende hagedis Meerkikker
x (***)
x
x
x
x
x
x
x
Ondergrondse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
Ree
x
x
x
x
x
x
x
Rosse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
Steenmarter
x
Tweekleurige bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis
x
x
x
x
x
x
x
Vos
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Molmuis
x
(****)
x
x
Wild zwijn Woelrat
x x
x
x
x
x
x
(*) = vrijgesteld maart–april en juli t/m november (**) = vrijgesteld in juli t/m september, (***) = 15 aug t/m 15 okt, (****) = 15 aug t/m feb (Wijzigingsverordening, provincie Limburg, 2017)
x
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep
Planten
Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.
Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.
Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).
Ontheffingsgronden
1 2
3
Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang
Artikel 3.1
Artikel 3.5
Artikel 3.10
Soorten van de Vogelrichtlijn
Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern
Andere soorten
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
Nee
Nee
X
Nee
Nee
3.10 2a-g
Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.
Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.
Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.
Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.
Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.
Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen).
Stroomschema vergunningsprocedure Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Deze is ook van kracht onder de huidige Wet natuurbescherming. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoets een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Bijlage 2 Jaarrond beschermde nesten Limburg De provincie Limburg hanteert een andere indeling dan de landelijke lijst van jaarrond beschermde nesten. De provincie Limburg hanteert 4 categorieën: Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten. Categorie 2: Zeer plaatstrouwe broedvogel of afhankelijk bebouwing. Categorie 3: Zeer plaatstrouwe broedvogel die ieder jaar terugkeert naar specifiek nest. Categorie 4: Vogel die jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar voldoende flexibel om elders nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig kwetsbaar dat functionaliteit van leefgebied niet in het geding mag komen. In onderstaande tabel staan de vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn in de provincie Limburg met daarachter de categorieën waaronder de vogelsoorten vallen. Tabel A. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in provincie Limburg
Nederlandse naam Steenuil Roek Gierzwaluw Huismus Kerkuil Oehoe Grote gele kwikstaart Ooievaar Slechtvalk Boomvalk Havik Ransuil Wespendief Zwarte wouw Buizerd Boerenzwaluw Bosuil Huiszwaluw Raaf Torenvalk Blauwe reiger Draaihals
Categorie 1 1 2 2 1 1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 2 2 2 3 3 4 4
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Zutphenseweg 31D 7418 AH DEVENTER Postbus 321 7400 AH DEVENTER T. +31 6 20606920 E. jan.verhoeven@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
vastgesteld bestemmingsplan BP Zonnepark Bosserheide Koningsbosch
Gemeente Echt-Susteren Projectnummer 0466049.100
blad 58 van 264
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan BP Zonnepark Bosserheide Koningsbosch
Gemeente Echt-Susteren Projectnummer 0466049.100
Bijlage 3
blad 59 van 264
Communicatie- en participatieplan Bosserheide
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Communicatie- en participatieplan Zonnepark Bosserheide
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
Inleiding .......................................................................................................................... 2 1.1
Onze projectlocatie.................................................................................................. 2
1.2
Leeswijzer ............................................................................................................... 3
Stakeholderanalyse ........................................................................................................ 4 2.1
Inventariseren belanghebbenden ............................................................................ 4
2.2
Bevindingen stakeholderanalyse ............................................................................. 5
2.3
Invloed belanghebbenden ....................................................................................... 5
2.4
Vastlegging en monitoren afspraken ....................................................................... 7
Thema analyse ............................................................................................................... 9 3.1
Landelijke thema’s................................................................................................... 9
3.1.1. Omgevingswet ...................................................................................................... 9 3.2
Regionale thema’s................................................................................................... 9
3.3
Lokale thema’s .......................................................................................................11
3.3.1. Geluidshinder ......................................................................................................11 3.3.2. Zichthinder...........................................................................................................12 4.
5.
6.
Participatietraject ...........................................................................................................13 4.1
Onze aanpak ..........................................................................................................13
4.2
Proces per projectfase ...........................................................................................13
4.2.1
Fase 1: Voorbereiding / tenderfase .................................................................13
4.2.2
Fase 2: Uitwerken ...........................................................................................15
4.2.3
Fase 3: Realisatie ...........................................................................................19
4.2.4
Fase 4: Exploitatie ...........................................................................................20
Projectcommunicatie .....................................................................................................21 5.1
Communicatievisie .................................................................................................21
5.2
Communicatiestrategie per fase .............................................................................21
Onze samenwerking met u ............................................................................................24
Bijlage IV.I: Inventarisatie stakeholders Zonnepark Bosserheide ..........................................25 Bijlage IV.II: Analyse stakeholders Zonnepark Bosserheide .................................................26 Bijlage IV.III: Gesprekken stakeholders Zonnepark Bosserheide ..........................................27
Pagina 1 van 27
1. Inleiding Echt-Susteren wil in 2040 een energieneutrale gemeente zijn. Dit betekent dat energie die wordt
gebruikt,
van
hernieuwbare
bronnen
moet
komen,
opgewekt
binnen
de
gemeentegrenzen. De belangrijkste reden om dit te willen, is het tegengaan van klimaatverandering. Het stadium van goede voornemens is voorbij. Het gaat nu heel concreet over maatregelen die effect hebben op ons leven en onze leefomgeving. Huizen worden geïsoleerd of klimaatneutraal gebouwd, we gaan elektrisch rijden, er komen meer windmolens op land en we zetten meer zonnepanelen op daken en in velden. De energietransitie gaan we daardoor op steeds meer plekken zien. Toch komt de gemeente nog duurzame energieopwekking te kort om binnen Echt-Susteren evenveel duurzame energie op te wekken als er wordt verbruikt. 1.1 Onze projectlocatie Binnen de gemeentelijke grenzen hebben wij, de Solar Provider Group B.V. (SPG), naar de mogelijkheden gezocht voor een combinatie van het opwekken van zonne-energie en (het behoud van) landbouw, groen en water. De locatie Bosserheide, een agrarisch perceel, tussen Donnerskamp en Bos en Broek te Koningsbosch, komt als kansrijk naar voren (zie Afbeelding 1).
Afbeelding 1: Projectlocatie in rood weergegeven (bron: www.maps.google.com)
Pagina 2 van 27
Deze locatie is geschikt om een zonnepark te ontwikkelen, omdat het plangebied goed is afgeschermd door de omringende bossen. Dit maakt dat het initiatief minder visuele impact heeft op de omgeving. Voor omwonenden is dit een van de belangrijkste eisen wanneer er een zonnepark initiatief in hun omgeving wordt ontwikkeld. Natuurlijk brengt deze locatie uitdagingen met zich mee op het gebied van natuurversterking en soorten bescherming, maar hier houden wij rekening mee in de plannen. Verder is de afstand naar het aansluitingspunt van het elektriciteitsnet een belangrijke factor voor een potentiele locatie. Dit omdat de afstand mede bepalend is voor de realisatiekosten van het zonnepark. Voor dit initiatief ligt het aansluitingspunt op 2100 meter waardoor deze specifieke locatie lage maatschappelijke kosten heeft. Door de maatschappelijk kosten zo laag mogelijk te houden, kan er meer geïnvesteerd worden in de omgeving. Deze twee factoren maken dat wij als initiatiefnemer dit project als kansrijk zien voor het ontwikkelen van een zonnepark en daarom aangedragen bij de gemeente. 1.2 Leeswijzer Voor een soepele ontwikkeling van een nieuw zonnepark is het participeren en communiceren met de omgeving cruciaal. Een goede samenwerking met de omgeving verkleint de weerstand.
Minder weerstand betekent minder telefoontjes naar het bevoegd gezag die frustrerend kunnen werken, minder zienswijzen op vergunningen, minder klachten die om maatregelen vragen, etc. Goede communicatie helpt dus in een soepel projectverloop. In dit ‘Communicatieen participatieplan’ leest u op welke wijze hieraan invulling wordt geven. Allereerst hebben wij een stakeholderanalyse uitgevoerd, zodat we een volledig beeld hebben van de belanghebbenden in de omgeving, en welke invloed zij mogelijk op het project kunnen uitoefenen. De resultaten van deze analyse, alsmede de wijze waarop wij afspraken met de belanghebbenden vastleggen en monitoren treft u in hoofdstuk 2 aan. Vervolgens analyseerden we welke thema’s er in de omgeving spelen. Hierbij hebben wij verder gekeken dan de landelijke thema’s zoals natuur en beleid. In hoofdstuk 3 komt u daarom ook de lokale thema’s tegen die uit de stakeholdergesprekken naar voren zijn gekomen. In hoofdstuk 4 leest u op welke wijze wij de participatie met de omgeving inrichten en in hoofdstuk 5 hoe wij de projectcommunicatie richting de omgeving vormgeven. Als laatste gaan wij in hoofdstuk 6 in op onze samenwerking met u.
Pagina 3 van 27
2. Stakeholderanalyse Zonneparken zijn een nieuw landschapselement waar we als inwoner nog niet aan zijn gewend. Kenmerkend voor deze parken is dat ze relatief vaak in een open en landelijke gebied worden geplaatst. De combinatie van beide punten kan tot discussie leiden. Daarom kijkt SPG verder dan alleen de direct omwonenden. Voor deze stakeholder analyse hebben wij eerst de belanghebbenden in kaart gebracht. Hieruit zijn enkele objectieve bevindingen uit gekomen waar rekening mee moet worden gehouden. Vervolgens is de stakeholderanalyse verder verdiept naar aanleiding van de eerste gesprekken die zijn gevoerd met de stakeholders. 2.1 Inventariseren belanghebbenden Wij onderscheiden acht categorieën stakeholders bij Zonnepark Bosserheide, te weten 1) gemeente Echt-Susteren, 2) landeigenaar, 3) primair omwonenden, 4) secundair omwonenden, 5) belangenverenigingen, 6) lokale energie coöperatie, 7) netbeheerders en nutsbedrijven en 8) overige. Voor de categorieën primair en secundair omwonenden is gekeken naar een aantal elementen om deze van elkaar te onderscheiden. Van belang is de afstand van de omwonenden tot de projectkavel. Zo wonen primair omwonenden binnen een straal van 500m en secundair omwonenden binnen een straal van 750m. Naast de afstand houden wij ook rekening met de zichtlijnen vanaf de woonhuizen naar het zonnepark.
Zo kan het zijn dat omwonenden die verder van het project wonen, maar een open zichtlijn hebben naar het park, toch nog als primair omwonende worden geïdentificeerd. Op de onderstaande afbeelding zijn de landeigenaar, de primair omwonenden en de secundair omwonenden visueel weergegeven. De volledige inventarisatie van de belanghebbenden treft u in bijlage IV.I ‘Inventarisatie stakeholders Zonnepark Bosserheide’ aan.
Pagina 4 van 27
Legenda L: Landeigenaar PO: Primair omwonende SO: Secundair omwonende
Afbeelding 2: Overzicht primair en secundair omwonenden (bron: www.maps.google.com)
2.2 Bevindingen stakeholderanalyse Uit onze inventarisatie zijn een aantal bevindingen naar voren gekomen die wij in dit plan willen benadrukken, te weten: •
De panden PO5, PO6 en PO7 zijn onbewoond en PO1 is niet permanent bewoond.
•
De panden van SO1 en SO2 zijn gesloopt, maar nieuwe bebouwing is op korte termijn gepland.
•
De eigenaar van PO2 bezit veel grondgebied rondom zijn perceel. Zowel het bosgebied tussen Bos en Broek en Donnerskamp als ook de kadastrale percelen waar de panden SO1 en SO2 zich bevonden.
•
SO5, SO6 en SO7 betreffen bedrijven, te weten Xella Kalkzandsteenfabriek de Hazelaar, Sanders & Geraedts en Camping Bohmerwald.
2.3 Invloed belanghebbenden Medio januari en begin februari 2020 hebben wij persoonlijk contact opgenomen met de primair en secundair omwonenden om inzichtelijk te krijgen hoe zij staan tegenover een zonnepark nabij hun perceel. Uit deze gesprekken blijkt dat het merendeel van de bewoners positief is aangaande duurzame energie en de bouw van het zonnepark. Daar staat wel tegenover dat ze geen overlast willen ervaren in de vorm van geluid en zicht. De bewoners van PO3 en SO3
Pagina 5 van 27
waren iets kritischer, daar zij zich zorgen maakten over de natuur. In hoofdstuk 3 gaan wij nader op deze thema’s in. Verder blijkt uit onze analyse dat er vier belanghebbenden mogelijk negatieve invloed kunnen uitoefenen op de vormgeving, ontwikkeling en exploitatie van het zonnepark. Dit betreffen de volgende belanghebbenden: •
Xella Kalkzandsteenfabriek de Hazelaar o
Het zuidelijk deel van het projectgebied van ons zonnepark ligt in het potentieel uitbreidingsgebied van de fabriek. Dit gebied is circa 90 hectare. Burgermeester en wethouders zijn bevoegd om de huidige bestemming te wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf – Grondstoffenwinning’, mits er voldaan wordt aan diverse voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat maximaal 60% van de gronden gebruikt mag worden om te ontginnen.
o
Op dit moment lopen de gesprekken met dhr. Richard Parren (manager Xella). Daar de gesprekken nog lopen en een deel van het projectgebied overlappend is met het uitbreidingsgebied, hebben wij Xella een hoog invloed cijfer toegekend.
•
De eigenaar van perceel PO2 o
Het contact met de eigenaren van dit pand loopt zeer stroef. Op vrijdag 17 januari 2020 hebben wij met de eigenaresse van de woning gesproken, maar zij liet niks los aangaande ons zonnepark. Daarna zijn er tevergeefs verschillende e-mails verstuurd om feedback op te halen en een afspraak in te plannen. De laatste poging die wij hebben ondernomen om contact te leggen was op 14 april via de mail, maar hierop is geen reactie gekomen. Wij hebben deze belanghebbenden een hoog invloed cijfer toegekend, daar zij moeilijk bereikbaar zijn en mogelijk bezwaar tegen de omgevingsvergunning kunnen aantekenen op het moment dat de gemeente geen goedkeuring geeft voor hun eigen zonnepanelen.