Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan
BP Zonnepark Bosserheide Koningsbosch
Bestemmingsplan BP Zonnepark Bosserheide Koningsbosch
Projectnummer 0466049.100 Revisie definitief Datum 21 juli 2021
Auteur(s) T.J. Peelen
Opdrachtgever Solar Provider Group B.V. Vliegend Hertlaan 15 3526 KS Utrecht
datum vrijgave beschrijving revisie 21 juli 2021 vastgesteld
goedkeuring J.D. van den Broek
vrijgave P.J.H. Hoogerwerf
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
vastgesteld bestemmingsplan BP Zonnepark Bosserheide Koningsbosch
Gemeente Echt-Susteren Projectnummer 0466049.100
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
3
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
5
Bijlage 2
Natuurtoets Bosserheide
13
Bijlage 3
Communicatie- en participatieplan Bosserheide
59
Bijlage 4
Archeologisch bureauonderzoek Bosserheide
87
Bijlage 5
Archeologisch booronderzoek
125
Bijlage 6
Historisch bodemonderzoek Bosserheide
175
Bijlage 7
Toelichting Aerius Bouwfase
193
Bijlage 8
Communicatie- en participatieverslag Bosserheide
203
Bijlage 9
Vooroverlegnotitie
227
Bijlage 10
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
243
Bijlagen bij de toelichting
blad 3 van 264
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan BP Zonnepark Bosserheide Koningsbosch
Gemeente Echt-Susteren Projectnummer 0466049.100
blad 4 van 264
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan BP Zonnepark Bosserheide Koningsbosch
Gemeente Echt-Susteren Projectnummer 0466049.100
Bijlage 1
blad 5 van 264
Landschappelijk inpassingsplan
Ruimte - Antea Nederland B.V.
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING en MEERVOUDIG RUIMTEGEBRUIK akkoord, 30122020
Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E GEMEENTE ECHT-SUSTEREN Laatste aanpassing 29/12/2021
P L A N G E B I E D E N O M G E V I N G - Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E Gebiedskenmerken • Het plangebied is gelegen in de zilvergroene natuurzone en wordt omgeven door de goudgroene natuurzone. • Het plangebied is gelegen op de rand van het plateau, op de overgang naar het ten westen gelegen beekdal. • De cultuurhistorische waarden van dit gebied zijn beschreven in het bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren. Het plangebied is gelegen in het aardkundig ensemble Op d’n Berg. De specifieke waarden van dit gebied bestaan uit de overgang van het plateau naar het beekdal (van hoog naar laag). De steilrand loopt parallel aan de weg ‘ Bos en Broek’. Het plangebied is volledig op het plateau gelegen. Het hoogteverschil is daarmee ter plaatse van het plangebied niet merkbaar. • Het beekdal is gelegen op ca. 32 m + NAP, de westzijde van het plangebied is gelegen op ca 46 m + NAP, de oostzijde op 50 m + NAP. • Het plangebied is een droge heideontginning en werd vroeger ook al bijna volledig omsloten door bos. • De kwaliteit van het gebied is het mozaïek aan bos waarbinnen open ruimtes zijn gelegen. • Het open houden van de boskamers is daarmee de grootste kwaliteit van het gebied.
Plangebied en omgeving - zonnepark Schaal: 1:5000 Formaat: A3
2
|
L A N D S C H A P P E L I J K E I N PA S S I N G - Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E
O N T W E R P - Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E
A’
A
LEGENDA Zonnepanelen Inkoopstation Hekwerk B
Mantelvegetatie Zoomvegetatie
Landschappelijke haag Ecologische verbindingszone Informatie- en rustpunt
3
|
L A N D S C H A P P E L I J K E I N PA S S I N G - Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E
B’
Bloemrijk grasland
Ontwerp - zonnepark Schaal: 1:2500 Formaat: A3
P R O F I E L E N - Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E
LEGENDA Morfologie Kanaal xxx
4
|
L A N D S C H A P P E L I J K E I N PA S S I N G - Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E
Profielen - zonnepark Schaal: 1:150 Formaat: A3
U I T G A N G S P U N T E N O N T W E R P - Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E LANDSCHAPPELIJKE INPASSING De belangrijkste uitgangspunten bij de inpassing van het zonnepark, is de balans tussen inpassen van het zonnepark en behouden van de kernkwaliteiten van de droge heideontginning en de ligging binnen het aardkundig ensemble ‘Op d’n Berg’. Dit wordt op de volgende wijze ingevuld: Zuidrand Inpassing van de zuidrand met een landschappelijke haag en boomvormers. De grootste kwaliteit van het gebied (plateau) zijn de open boskamers. Bij het inpassen van de zuidrand wordt hiermee rekening gehouden door een landschappelijke haag te realiseren met een hoogte van ca. 2 meter. De zonnepanelen hebben een hoogte van 1.50 meter. Hiermee worden de panelen ingepast, maar blijft de openheid gewaarborgd. Hiermee worden ook de kernkwaliteiten van het aardkundig ensemble ‘Op d’n Berg’ behouden. Bos en Broek 2 Inpassing ter hoogte van Bos en Broek 2 met een landschappelijke haag en boomvormers. De hoogte van de haag is ca. 2 meter. Overige randen De overige randen van het plangebied worden omgeven door bos, landschappelijke inpassing is daarmee niet noodzakelijk. Er kan wel een kwaliteitsverbetering worden behaald door deze zones in te richten ter bevordering van ecologie en biodiversiteit.
De volgende inpassingsmaatregelen worden gerealiseerd: • Afronding van de bosrand: de bosrand is een van de meest waardevolle gradiënten in een bos. Door deze af te ronden met heesters, kruiden en grassen wordt een waardevol biotoop gecreëerd voor insecten e.d. • Bloemrijke randen die de biodiversiteit versterken. MULTIFUNCTIONEEL RUIMTEGEBRUIK • Recreatief medegebruik wordt bevorderd door het realiseren van een informatiepunt, waar meer vertelt wordt over het zonnepark, biodiversiteit en het omringende landschap. Verder wordt op deze plek een picknickbank geplaatst. • De realisatie van het zonnepark biedt mogelijkheden om ecologie & biodiversiteit in de omgeving te verhogen. Concrete maatregelen die hieruit voortvloeien zijn het inzaaien van het plangebied met een bloemrijk graslandmengsel en het functioneren van het plangebied als ecologische verbindingszone. In de volgende paragraaf wordt hier een nadere toelichting op gegeven.
Landschappelijke haag 5
|
L A N D S C H A P P E L I J K E I N PA S S I N G - Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E
Bloemrijk grasland
ECOLOGIE & BIODIVERSITEIT Bloemrijk grasland Om de biodiversiteit te bevorderen wordt buiten de zonnepanelen een bloemrijk graslandmengsel toegepast. Onder de panelen is over het algemeen veel schaduw, waardoor op deze locatie voor een standaard grasmengsel gekozen wordt. Op het overige gedeelte van het zonnepark, wordt een mengsel toegepast dat geschikt is voor zonnige omstandigheden. Ecologische verbindingszone Het plangebied is gelegen in de zilvergroene natuurzone en wordt omgeven door de goudgroene natuurzone. Als het zonnepark volledig wordt afgerasterd wordt het voor fauna lastig om te migreren naar andere locaties en wordt een deel van hun leefgebied afgesloten. Om die reden wordt een ecologische verbinding gerealiseerd over het zonnepark die vrij is van afrastering. Deze zone vormt de verbinding tussen de twee naastgelegen bosgebieden. De ecologische zone wordt ingevuld met zoom- en mantelvegetatie. Op deze manier wordt een natuurlijke overgang gecreëerd tussen de twee bosgebieden (zoommantel-kern). Onder zoom- en mantelvegetatie worden struwelen, kruiden en grassen verstaan. Die vervolgens weer langzaam overgaan in bosgebied. Deze landschapselementen zijn noodzakelijk om een veilige en beschutte zone te creëren voor lokale fauna.
Doelsoorten die gebruik kunnen maken van de ecologische zone zijn: • kleine zoogdieren veldmuis, bosspitsmuis, wezel, hermelijn; • bosrandvogels: grasmus, braamsluiper, tuinfluiter, nachtegaal, gekraagde roodstaart; • insecten: bijen, hommels, vlinders, zweefvliegen. Afronding bosrand (struweel, kruiden en grassen) Deze maatregel ligt in het verlengde van de ecologische verbinding en ziet toe op de natuurlijke afronding van de bosrand. Een bosrand bestaat idealiter uit een zoom en een mantel. De zoom is een zone met ruigtekruiden. De mantel bestaat voornamelijk uit (boomvormende) heesters. Na de mantel volgt de overgang naar het bos, de kern met volgroeide bomen. Bosranden kennen een grote biodiversiteit net zoals vele andere natuurlijke gradiënten: de mantel vormt een habitat voor vogels, de zoom zorgt voor schuilgelegenheid en voedsel voor vlinders en insecten. Op onderstaande afbeelding wordt een indicatie gegeven van zoom-mantel-kern vegetatie.
Bosrand (zoom-mantel-kern)
B E P L A N T I N G E N B E H E E R - Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E Landschappelijke haag met boomvormers Over de zuidzijde en ter hoogte van Bos en broek 2 wordt een landschappelijke haag met boomvormers aangeplant, de totale lengte bedraagt ca. 450 meter. De haag is ongeveer 2 meter hoog en 5 meter breed. De haag bestaat uit inheemse soorten, waaronder bes- en vruchtdragende heesters. Het plantverband is drie rijen met vier struiken per strekkende meter. Planten in groepjes van 3 tot 6 van dezelfde soort. De boomvormers gelijkmatig verdelen over de haag. De landschappelijke haag wordt aangeplant met inheemse gebiedseigen soorten. Ook zal er sprake zijn van spontane ontwikkeling van ruigtekruiden. De diversiteit aan vegetatie heeft een belangrijke functie voor allerlei insecten waaronder vlinders en bijen. De haag wordt 1 x per twee jaar geknipt of geschoren, om zo de vorm en doorzicht te behouden. Ned. naam Rode kornoelje Sporkehout Trosvlier Gewone vlier Veldesdoorn Krenteboompje Eenstijlijge meidoorn Boswilg Egelantier wilde lijsterbes Zomereik Zoete kers Vogelkers
wet. naam Cornus sanguinea Frangula alnus Sambucus racemosa Sambucus racemosa Acer campestre Amelanchier lamarckii Crataegus monogyna Salix caprea Rosa rubiginosa Sorbus aucuparia Quercus robur Prunus avium Prunus padus
percentage 15% 15% 14% 10% 5% 10% 14% 10% 5% 0,5% 0,5% 0,5% 0,5%
stuks 270 stuks 270 stuks 252 stuks 180 stuks 90 stuks 180 stuks 252 stuks 180 stuks 90 stuks 9 stuks 9 stuks 9 stuks 9 stuks
plantmaat maat 60-80 maat 60-80 maat 60-80 maat 60-80 maat 60-80 maat 60-80 maat 60-80 maat 60-80 maat 60-80 maat 10-12 maat 10-12 maat 10-12 maat 10-12
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer • Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; • Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; • Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart. • Bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Bloemrijk grasland Onder panelen Onder de zonnepanelen kan de zon beperkt toe treden en is over het algemeen veel schaduw. Bloemrijke mengsels kunnen onder panelen niet voldoende tot ontwikkeling komen. Om die reden wordt onder de zonnepanelen geen bloemrijk graslandmengsel toegepast, maar een standaard grasmengsel.
Buiten panelen Het gedeelte ter plaatse van de ecologische verbindingszone wordt ingezaaid met een bloemrijk mengsel dat geschikt is voor zonnige omstandigheden (B141 van Biodivers). Dit mengsel bestaat uit: akkerhoornbloem, beemdlangbloem, duizendblad, echte koekoeksbloem, gestreepte witbol, gewone hoornbloem, gewone margriet, gewoon biggenkruid, gewoon duizendblad, gewoon reukgras, gewoon struisgras, knoopkruid, moerasrolklaver, paardenbloem, pinksterbloem, ratelaar, rode klaver, rood zwenkgras, scherpe boterbloem, sint Janskruid, smalle weegbree, veldlathyrus, veldzuring, vogelwikke, witte klaver. In totaal wordt een oppervlakte van ca. 0.9 ha ingezaaid met dit mengsel. Voor het beheer van het bloemrijk grasland zijn twee opties: 1. Maximaal 2 en minimaal 1 maal per jaar maaien, het maaisel wordt binnen 15 dagen na het maaien afgevoerd; 2. Bloemrijk grasland en zoomvegetatie laten begrazen door schapen. Deze beheermaatregel is mogelijk ter plaatse van de ecologische verbindingszone. Indien gekozen voor de maatregelen, willen wij samenwerken met het Praktijknetwerk Geschperde Schaapskuddes. Het idee is om enkele schapen per jaar te laten grazen en te onderhouden. 6
|
L A N D S C H A P P E L I J K E I N PA S S I N G - Z O N N E PA R K B O S S E R H E I D E
Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer • Tussen 1 april en 1 juli is maaien niet toegestaan. • Het maaien van het zonnepark dient gefaseerd te worden uitgevoerd. De periode tussen twee maaibeurten is minimaal 3 maanden; • De rand wordt niet bemest en er wordt geen slootveegsel en/of – bagger opgebracht; • Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v. pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop; Bosrand (struweel, kruiden en grassen) Zoom - 1.2 ha De zoom bestaat uit de spontane ontwikkeling van ruigtekruiden. Door het juiste beheer onstaat na een aantal jaar een vegetatie bestaan uit: harig wilgenroosje, valse salie, vingerhoedskruid, boskruiskruid en diverse andere soorten. Er kan hierbij gekozen worden voor 1 X per 3 jaar gefaseerd maaien en afvoeren of begrazing door schapen. Indien er wordt gekozen voor het maaien van de zoom, dan zijn de algemene beheermaatregelen die bij het bloemrijk grasland staan vermeld, van toepassing. Mantel – 1.25 ha De mantel bestaat uit inheemse gebiedseigen heesters. Er wordt gekozen voor bosplantsoen maat 60/80 en een plantafstand van 1 X 1 m. Planten in driehoeksverband in groepjes van 3 tot 6 van dezelfde soort. De bomen verspreiden en plaatsen in het midden van de mantel. Dunning van de mantel vindt om de 5 jaar plaats.
Op deze manier krijgt de overige beplanting meer groeiruimte en licht. Verder vindt de dunning plaats door om en om een rij te verwijderen, hiermee wordt ruimte gecreëerd voor heesters om uit te groeien tot volwassen exemplaren. Ned. naam wet. naam percentage stuks plantmaat Rode kornoelje Cornus sanguinea 15% 1875 stuks maat 60-80 Sporkehout Frangula alnus 15% 1875 stuks maat 60-80 Trosvlier Sambucus racemosa 14% 1750 stuks maat 60-80 Gewone vlier Sambucus racemosa 10% 1250 stuks maat 60-80 Veldesdoorn Acer campestre 5% 625 stuks maat 60-80 Krenteboompje Amelanchier lamarckii 10% 1250 stuks maat 60-80 Eenstijlijge meidoorn Crataegus monogyna 14% 1750 stuks maat 60-80 Boswilg Salix caprea 10% 1250 stuks maat 60-80 Egelantier Rosa rubiginosa 5% 625 stuks maat 60-80 wilde lijsterbes Sorbus aucuparia 0,5% 20 stuks maat 10-12 Zomereik Quercus robur 0,5% 20 stuks maat 10-12 Zoete kers Prunus avium 0,5% 20 stuks maat 10-12 Vogelkers Prunus padus 0,5% 20 stuks maat 10-12 Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer • Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in het element is niet toegestaan m.u.v.
pleksgewijze bestrijding van akkerdistel, ridderzuring, Jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop en van ongewenste houtsoorten (Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik en Robinia) middels een stobbenbehandeling; • Bij beweiding van de aanliggende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat stammen en hakhoutstobben en betreding van het element wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigt zijn aan stammen van het element zelf; • Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen; • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.; bestrijding van ongewenste houtsoorten kan in de periode tussen 15 juli en 15 maart plaats vinden. Ecologische verbindingszone De ecologische verbindingszone heeft een afmeting van ca. 60 bij 180 meter en bestaat uit bloemrijk grasland en een bosrandzone. Samen vormen deze landschapselementen de ecologische verbindingszone. Voor de oppervlaktes, aantallen en afmetingen wordt verwezen naar deze landschapselementen.
Vestiging Oosterhout
Vestiging Maastricht
Vestiging Oosterhout
Beneluxweg 125
Wim Duisenbergplantsoen 21
Beneluxweg 125
Postbus 40
Postbus 959
Postbus 40
4900 AA Oosterhout
6200 AZ Maastricht
4900 AA Oosterhout
+31 (0) 162 487 500
+31 (0) 43 325 32 23
+31 (0) 162 487 000
info@croonenburo5.com
www.croonenburo5.com
info.nl@anteagroup.com
vastgesteld bestemmingsplan BP Zonnepark Bosserheide Koningsbosch
Gemeente Echt-Susteren Projectnummer 0466049.100
Bijlage 2
blad 13 van 264
Natuurtoets Bosserheide
Ruimte - Antea Nederland B.V.
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide Toetsing Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland
projectnummer 0466049.100 definitief revisie 01 11 maart 2021
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide Toetsing Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland projectnummer 0466049.100 definitief revisie 01 11 maart 2021
Auteurs R.T. Vermoolen
Opdrachtgever Solar Provider Group B.V. Haarstraat 25 4201 JA Gorinchem
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave 11 maart 2021
beschrijving revisie 01 definitief
goedkeuring L.J.G. Koks
vrijgave J. Verhoeven
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 2 3 3
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
4
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.2.1 2.3.3
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Provinciaal natuurbeleid Natuurnetwerk Nederland (Goudgroene natuurzone) Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone
4 4 6 6 6 6 7
3
Methodiek
8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Algemeen Beschermde soorten Natura 2000 Provinciaal natuurbeleid Uitvoerbaarheid bestemmingsplan
8 8 9 10 11
4
Resultaten
12
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Provinciaal natuurbeleid
12 13 13 14 17 17 17 18
5
Toetsing
20
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.3 5.3.1 5.3.2
Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Amfibieën Conclusie beschermde soorten Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op provinciaal natuurbeleid
20 20 20 21 22 22 22 22 23
6
Bronnen
24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Bijlagen
25
Bijlage 1: Wettelijk kader
26
Bijlage 2 Jaarrond beschermde nesten Limburg
37
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Conclusies en advies Solar Provider Group B.V. is voornemens om in het buitengebied van Koningsbosch (gemeente Echt-Susteren, provincie Limburg) een zonnepark te realiseren. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het provinciaal natuurbeleid. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten – roofvogels en uilen (mogelijk nestplaatsen in directe omgeving, mogelijk essentieel foerageergebied binnen plangebied) Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen in directe omgeving); Vleermuizen (mogelijk essentieel foerageergebied) Grondgebonden zoogdieren – das (mogelijk essentieel leefgebied) Amfibieën – rugstreeppad (mogelijk voortplantingsplaatsen tijdens werkzaamheden). In Tabel 01 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 01. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Soort (groep)
Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten (roofvogels, uilen)
Overige broedvogels
Vleermuizen
Essentieel leefgebied in plangebied?
Mogelijk nesten in directe omgeving en foerageergebied binnen plangebied
Is er sprake van een overtreding?
Is een ontheffing noodzakelijk
Is het plan uitvoerbaar?
Nee, mits maatregelen worden genomen om verstoren van broedgevallen te voorkomen
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Mogelijk nesten in plangebied en directe omgeving
Nee, mits maatregelen worden genomen om verstoren van broedgevallen te voorkomen
Mogelijk foerageergebied langs bosranden
Nee, mits maatregelen worden genomen om verstoren van
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
foerageergebied te voorkomen
Grondgebonden zoogdieren (das)
Mogelijk foerageergebied
Nee, er blijft voldoende foerageergebied aanwezig
Nee
Ja
Amfibieën (rugstreeppad)
Mogelijk (tijdelijke) voortplantingsplaatsen tijdens werkzaamheden
Nee, ontstaan van geschikte voortplantingsplaatsen wordt niet verwacht tijdens werkzaamheden
Nee
Ja
Conclusies: Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden in de omgeving zijn mogelijk binnen de invloedssfeer van het plan aanwezig. Ten aanzien van eventueel aanwezige foeragerende ingekorven vleermuizen langs de bosranden rondom het plangebied zijn negatieve effecten te voorkomen door geen nachtelijke verlichting te gebruiken bij eventuele (aanleg)werkzaamheden tijdens de actieve periode van vleermuizen (globaal april-november). Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is er mogelijk sprake van een tijdelijke toename in stikstofdepositie. De mogelijke, tijdelijke toename in stikstofdepositie dient te worden berekend middels het rekenprogramma Aerius-calculator. Een Aerius-berekening kan inzicht geven of er mogelijk een extern effect van stikstofdepositie optreedt voor de hiervoor (zeer) gevoelige habitattypen die in nabij gelegen Natura 2000-gebied Roerdal aanwezig zijn. Zonder deze informatie kan niet met zekerheid gesteld worden dat de gebiedsbescherming de uitvoering van het plan niet belemmert. Een deel van het plangebied is onderdeel van de Zilvergroene natuurzone. Uit de effectbeoordeling blijkt dat significante effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de Zilvergroene natuurzone uitgesloten zijn. Tabel 02. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Ja
Effecten?
Mogelijk Ja, berekening in Aerius Calculator en voorkomen verstoring foeragerende vleermuizen langs bosranden
Vereiste vervolgstappen aan de orde?
Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Mogelijk
Provinciaal natuurbeleid Ja, Zilvergroene natuurzone Nee
Nee
Ja
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Solar Provider Group B.V. is voornemens om in het buitengebied van Koningsbosch (gemeente Echt-Susteren, provincie Limburg) een zonnepark te realiseren. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 en 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd). Bron: QGIS 3.2 (2020).
Blad 1 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Figuur 1.2: Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: QGIS 3.2 (2020).
1.2
Planvoornemen De initiatiefnemer is voornemens het zonnepark landschappelijk in te passen binnen het plangebied. Zie Figuur 1.3 voor een impressie van het voornemen.
Figuur 1.3: Schets planvoornemen. Bron: CroonenBuro5 (2020).
Blad 2 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Van de in totaal ca 8,6 ha oppervlak binnen het plangebied wordt ca 5,9 ha gebruikt voor de opstelling van zonnepanelen en ca 2,7 ha gebruikt als landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing is qua precieze invulling nog aan veranderingen onderhevig. De genoemde oppervlakten (voor zonnepark/landschappelijke inpassing) blijven hierbij het uitgangspunt.
1.3
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoerbaar is. De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.4
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.
Blad 3 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de voorliggende Natuurtoets wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden omdat deze niet aan de orde is aangezien er geen bomen worden gekapt in voorliggend plangebied. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).
In de provincie Limburg is afgeweken van de landelijke ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van LNV, 2009. In Limburg is niet langer een onderscheid tussen categorie 1-4 en categorie 5 vogelsoorten, maar worden de categorieën 1-4 gehanteerd (Provincie Limburg, 2017). Hierbij zijn de nesten van soorten vermeld op categorie 1-3 jaarrond beschermd. Categorie 4-nesten betreffen nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt, moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft. In Limburg zijn nesten van 20 (deels nieuwe soorten) aangewezen als jaarrond beschermd (cat. 13). Aanvullend op de Rijkslijst zijn de nesten van de boerenzwaluw, bosuil, huiszwaluw, raaf, rode wouw en torenvalk in de provincie Limburg ook jaarrond beschermd en staan vermeld op cat. 1-
Blad 4 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
3. In tegenstelling tot de Rijkslijst van LNV zijn in de provincie Limburg de nesten van de buizerd en de sperwer niet langer jaarrond beschermd en staan de soorten vermeld op cat. 4. Voor deze soorten en overige categorie 4 soorten (in totaal 19) geldt dat de functionaliteit van hun leefgebied behouden moet blijven. Zie bijlage 2 voor de lijst met vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in de provincie Limburg. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B (1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten.
In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan (mits dit niet ten koste gaat van de functionaliteit van essentiële onderdelen van het leefgebied zoals vaste rust- en verblijfplaatsen). Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Limburg bevoegd gezag. In aanvulling op de landelijk vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), geldt in de provincie Limburg voor de eekhoorn, hazelworm, levendbarende hagedis en steenmarter in bepaalde periodes van het jaar een vrijstelling. De eekhoorn is vrijgesteld in maart–april en juli t/m november, de hazelworm in juli t/m september, de levendbarende hagedis in 15 aug t/m 15 okt en de steenmarter in 15 aug t/m feb (Wijzigingsverordening,
Blad 5 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
provincie Limburg, 2017). In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.
2.3
Gebiedsbescherming
2.3.1
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
2.3.2
Provinciaal natuurbeleid
2.3.2.1
Natuurnetwerk Nederland (Goudgroene natuurzone) Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In de Omgevingsverordening 2014 van de provincie Limburg (geconsolideerde versie 2019) zijn regels voor het NNN opgenomen. In provincie Limburg wordt het NNN gevormd door de Goudgroene natuurzone.
Het beschermingsregime hieromtrent is opgenomen in paragraaf 2.6 (Goudgroene natuurzone) van de Omgevingsverordening. Voor de natuurgebieden die behoren tot de Goudgroene natuurzone geldt het ‘nee, tenzij’principe1. Het ‘nee, tenzij’-principe (Artikel 2.6.3) betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Limburg voor de gebieden die aangewezen zijn als Goudgroene natuurzone is vastgelegd in de Beleidsregel natuurcompensatie 2018. Deze beleidsregel is van toepassing indien voorafgaand aan de activiteit is vastgesteld dat de
1
Naast een Nee tenzij-afweging kan er sprake zijn van een kleinschalig ontwikkeling of een NNB/EHS-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het plan.
Blad 6 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd. Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Limburg geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer een ruimtelijk plan betrekking heeft op een NNN-gebied, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden.
2.3.3
Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone Naast de Goudgroene zone zijn er andere gebieden die een provinciale bescherming kennen: de Zilvergroene zone (beschreven in paragraaf 2.13 van de Omgevingsverordening 2014) en de Bronsgroene landschapszone (in paragraaf 2.7 van de Omgevingsverordening 2014). De Zilvergroene natuurzone bevat de agrarische gebieden en natuurgebieden rondom de goudgroene natuur die van belang zijn voor het goed functioneren van de goudgroene zones en/ of voor de beschermde soorten. De Bronsgroene landschapszone omvat landschappelijke waardevolle beekdalen – voor zover niet gelegen in goud- of zilvergroen – hellingen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden met de daarin gelegen (extensievere) landbouwgebieden, monumenten, kleinere landschapselementen, waterlopen en dergelijke. Ook het Nationaal Landschap Zuid-Limburg is onderdeel van de bronsgroene landschapszone. Voor de Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone zijn er regels opgesteld ter bescherming van de gebieden (respectievelijk in Artikel 2.13.2 en Artikel 2.7.2 van de Omgevingsverordening 2014). Het compensatiebeleid van provincie Limburg voor de gebieden die aangewezen zijn als Zilvergroen of Bronsgroen is vastgelegd in de Beleidsregel natuurcompensatie 2018.
Deze beleidsregel is van toepassing indien voorafgaand aan de activiteit is vastgesteld dat de kernkwaliteiten “groene karakter” van de Zilvergroene natuurzone, de Bronsgroene landschapszone en/of van het Beschermingsgebied Nationaal landschap ZuidLimburg worden vernietigd, verstoord en/of versnipperd.
Blad 7 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek zoals deze gehanteerd is bij voorliggende Natuurtoets. De methodiek wordt hieronder beschreven per onderdeel van de natuurtoets, beginnend met soortenbescherming (paragraaf 3.2), vervolgens Natura 2000-gebieden (paragraaf 3.3) en als laatste NNN en overig provinciaal natuurbeleid (paragraaf 3.4). Daarna wordt aangegeven hoe deze gegevens in een effectbeoordeling leiden tot de conclusies van de Natuurtoets over de uitvoerbaarheid van het plan (paragraaf 3.6).
3.1
Algemeen 1. 2.
Bureaustudie naar de aanwezige beschermde gebieden (Natura 2000, NNN en provinciaal beleid) en beschermde soorten in/nabij het plangebied; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (beschermde soorten, NNN en provinciaal natuurbeleid).
Onderstaand wordt per natuuraspect de methodiek en beoordeling uiteengezet. De methodiek betreffende beschermde soorten is beschreven in paragraaf 3.2 en de methodiek voor Natura 2000 is uiteengezet in paragraaf 3.3. In paragraaf 3.4 wordt de methodiek voor het provinciaal beleid uiteengezet en in paragraaf 3.5 wordt aangeduid hoe beoordeeld wordt of het plan uitvoerbaar is.
3.2
Beschermde soorten Bureaustudie Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Bij het raadplegen van NDFF is nagegaan of er in de periode 2015-2020 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied en of deze zijn ingevoerd door derden. Een dergelijke tijdsperiode biedt inzicht in de meest recente natuurgegevens in een gebied. In de Wet natuurbescherming worden bij ontheffingsverlening veldgegevens tot vijf jaar oud (voor soorten die onder artikel 3.10 vallen) gehonoreerd om de aanwezigheid van soorten aan te tonen. Voor soorten die vallen onder artikel 3.1 en 3.5 (Beschermingsregime Vogel- en Habitatrichtlijn) mag dit maximaal drie jaar zijn. Het zoekgebied voor het opvragen van de NDFF-data betreft een cirkelvormig zoekgebied rondom het plangebied met een straal van circa 2,5 kilometer. Zodoende worden ook alle mobiele soorten in beeld gebracht. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. In het bureauonderzoek is specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn en ‘andere’ beschermde soorten (welke niet in de provinciale vrijstellingslijst zijn opgenomen).
Bij vogels wordt met name speciale aandacht geschonken aan soorten met een jaarrond beschermd nest en die in het plangebied een essentieel leefgebied hebben. En algemene vogels die een nest hebben in het plangebied. Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden. Deze beoordeling wordt gebaseerd op een combinatie van waarnemingen van soorten (zicht of sporen), de aangetroffen biotoopkenmerken en aanwezig geschikt habitat in het plangebied. Het gaat hierbij om een deskundigenoordeel aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) van bepaalde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele
Blad 8 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen gedurende het terreinbezoek. Essentieel leefgebied Bij de beoordeling van de aanwezige biotopen wordt ingeschat wat het belang is van het plangebied voor beschermde soorten. Hierbij wordt aangegeven of essentieel leefgebied in het plangebied aanwezig is. Wanneer essentieel leefgebied aanwezig is, kunnen mogelijk verbodsbepalingen overtreden worden. Voorbeelden van essentieel leefgebied zijn verblijfplaatsen, overwinteringsplaatsen en belangrijke verbindingszones die leefgebieden met elkaar verbinden. Door in beeld te brengen of essentieel leefgebied aanwezig is, kan beoordeeld worden in hoeverre deze aangetast wordt (en of sprake is van een overtreding van de Wnb). Ook wordt er beoordeeld of er sprake kan zijn van het incidenteel voorkomen van een soort in het plangebied of dat de soort in het plangebied verblijft of zich hierin verschuilt (dit kan de mate van verstoring of zelfs het doden in beeld brengen). In dat laatste geval kunnen verbodsbepalingen uit de Wnb overtreden worden. Periode en methode terreinbezoek Op 13 oktober 2020 is vanaf circa 12.30 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij half bewolkt weer met een temperatuur van circa 12 °. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet belopen.
3.3
Natura 2000 Bureaustudie Natura 2000-gebieden Voor de Natura 2000-gebieden is middels de digitale kaartenviewer van de provincie, de gebiedendatabase op de website van het ministerie van LNV (natura2000.nl) en/of via AERIUS Calculator geïnventariseerd waar de Natura 2000-gebieden liggen ten opzichte van het plangebied. De instandhoudingsdoelstellingen zijn afgeleid uit de aanwijzingsbesluiten voor de Natura 2000-gebieden en worden geraadpleegd op de site van het ministerie van LNV. Ten behoeve van een eerste scan zijn met behulp van AERIUS Calculator de stikstofgevoelige habitats in beeld gebracht. Effectbepaling en beoordeling Voor Natura 2000-gebieden wordt beoordeeld of significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Er wordt op hoofdlijnen bepaald wat de storingsfactoren zijn die vrijkomen als gevolg van het plan en er wordt globaal beoordeeld wat de effecten kunnen zijn van deze storingsfactoren op de instandhoudingsdoelen van de betreffende Natura 2000-gebieden. Mogelijk effecten op de instandhoudingsdoelen kunnen ontstaan wanneer sprake is van: • verandering oppervlakte leefgebied soorten of oppervlakte habitattypen met instandhoudingsdoel; • verandering kwaliteit leefgebied soorten of kwaliteit habitattypen met instandhoudingsdoel; • verandering populatieomvang soorten.
De mogelijke effecten op natura 2000 zijn, indien relevant, kwantitatief (oppervlakteverlies) en/of kwalitatief (overige aspecten) beoordeeld. Vervolgens wordt aangegeven of vervolgstappen in het kader van de bescherming van Natura 2000 aan de orde zijn.
Blad 9 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
3.4
Provinciaal natuurbeleid Bureaustudie De wezenlijke kenmerken en waarden voor de Goudgroene natuurzone (NNN), Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone zijn vastgelegd in de geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg 2014 (november 2019) en geraadpleegd via de interactieve kaartenviewer van de provincie. Middels de natuurbeheertypen-kaart is bepaald welke natuur- en ambitiebeheertypen aangewezen zijn binnen de Goudgroene natuurzone. Middels het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg en/of het Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg is het ‘groene karakter’ bepaald dat aanwezig is binnen de Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone. Terreinbezoek Door middel van een terreinbezoek wordt aandacht besteed aan de wezenlijke kenmerken en waarden van de (natuur)zones om van daaruit de mogelijke effecten op deze waarden te kunnen bepalen. Bij het terreinbezoek wordt een inschatting gemaakt wat de effecten van het voornemen zijn op de wezenlijke kenmerken en waarden van het betreffende gebied, waar mogelijk gespecificeerd voor de kenmerkende soorten. Effectbepaling en beoordeling Voor de (natuur)zones is beoordeeld wat de (mogelijke) effecten zijn op de aanwezige wezenlijke kenmerken en waarden en de gestelde ambities.
De beoordeling voor de Goudgroene natuurzone vindt plaats aan de hand van de onderstaande aspecten: • Uitwisselingsmogelijkheden (doel 'verbinden'); • Natuurlijke eenheid en aaneengeslotenheid (doel 'vergroten'); • Kwaliteit van de (natuur)zones en van leefgebied van soorten (doel 'kwaliteitsverbetering). De kwaliteit wordt onder andere bepaald door de natuur- en ambitiebeheertypen, natuurdoelen en -kwaliteit, geomorfologische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van de bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde. Het regime ter bescherming van de Goudgroene natuurzone kent geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer een ruimtelijk plan betrekking heeft op gebied binnen de Goudgroene natuurzone, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op de Goudgroene natuurzone die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden.
De beoordeling voor de Zilvergroene natuurzone vindt plaats aan de hand van de onderstaande aspecten: • Het ‘groene karakter’ zoals beschreven in het Landschapskader Noord- en MiddenLimburg en/of in het Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg; • De waarde van het plangebied als ecologische verbinding tussen gebieden gelegen binnen de Goudgroene natuurzone; • De waarde van het plangebied met het oog op de instandhouding van de natuurdoeltypen in de aangrenzende gebieden van de Goudgroene natuurzone.
Blad 10 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
De beoordeling voor de Bronsgroene landschapszone vindt eveneens plaats aan de hand van het ‘groene karakter’ zoals beschreven in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg en/of in het Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg. De mogelijke effecten op de (natuur)zones zijn indien aan de orde kwantitatief (oppervlakteverlies) en/of kwalitatief (overige aspecten) beoordeeld.
3.5
Uitvoerbaarheid bestemmingsplan Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of dat vervolgstappen nodig zijn om te bepalen wat de effecten zijn om daarna de uitvoerbaarheid te kunnen beoordelen. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving. Indien natuurwaarden significant dreigen te worden aangetast, is de ontwikkeling niet zonder meer mogelijk. Een ontheffing of vergunning is dan noodzakelijk. Enkel wanneer deze door het bevoegd gezag kan worden verleend, is het plan uitvoerbaar. Bijvoorbeeld in het geval van soortbescherming kan ontheffing worden verleend wanneer bij het betreffende plan voldaan is aan drie criteria: • • •
Er vinden door de activiteiten geen wezenlijke effecten plaats op de gunstige staat van instandhouding van de soort(en); Er zijn voor het plan geen alternatieven voorhanden; Voor het plan is een uit de wet geldend doel aan de orde.
In voorliggende toetsing wordt een eerste scan gedaan of aan voorgaande voorwaarden voldaan wordt. Ook voor de beschermde gebieden geldt dat een vergunning/ontheffing verleend wordt (en het plan dus uitvoerbaar is) indien er voor het plan een geldend belang van toepassing is, er geen alternatieven voorhanden zijn die minder schadelijke effecten hebben en er geen wezenlijke aantasting plaatsvindt (eventueel na toepassing van mitigerende en/of compenserende maatregelen).
Blad 11 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN (en overig provinciaal natuurbeleid) in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt tussen de wegen Donnerskamp en Bos en Broek in het buitengebied van de plaats Koningsbosch (gemeente Echt-Susteren, Provincie Limburg). Het plangebied bestaat uit agrarische percelen, recentelijk ingezaaid met een groenbemester (mosterd). Het plangebied is grotendeels omsloten door bos. Aan de zuidzijde van het plangebied, ten zuiden van de Donnerskamp, liggen eveneens agrarische percelen. Aan de oostzijde grenst het plangebied over een beperkt deel aan een paardenweide. Hier is een raster langs aanwezig. Dit geldt eveneens voor de zuidwestzijde, waar een raster aanwezig is langs de bosrand. Voor de overige delen bevinden zich geen rasters langs het plangebied. Het plangebied grenst aan de noordwestzijde aan (een doodlopend deel van) de Haeselaarsweg waarlangs agrarische bebouwing (woonhuis en schuren) aanwezig is. Er bevindt zich geen oppervlaktewater, bomen, bebouwing en/of ander verhardingen binnen het plangebied. In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het plangebied.
Zuidwestelijk deel plangebied bezien vanaf de Donnerskamp
Bosrand en raster zuidwestelijk deel
Agrarische bebouwing noordwestelijk deel
Bosrand zuidwestelijk deel Figuur 4.1a. Impressie van het plangebied.
Blad 12 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Noordwestelijk deel langs Haeselaarsweg
Bosrand noordoostwestelijk deel
Paardenweide noordoostelijk deel
Bos zuidoostelijk deel
Figuur 4.1b. Impressie van het plangebied.
4.2
Beschermde soorten
4.2.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een zoekgebied 2,5km rondom het plangebied) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2015-2020).
Soortgroep
Vogels met een jaarrond beschermd nest of beschermd leefgebied
Soort
Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Draaihals Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw
Blad 13 van 24
JRB X X X X X X X X X X X
HR
A/B
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Zoogdieren
Amfibieën Reptielen Insecten - Dagvlinders Insecten - Nachtvlinders Insecten - Libellen Vissen Planten Overige soortgroepen
Kerkuil Oehoe Ooievaar Raaf Ransuil Roek Slechtvalk Steenuil Torenvalk Wespendief Zwarte wouw Bever Das Eekhoorn Vleermuizen* Steenmarter Wild zwijn Boomkikker Poelkikker Rugstreeppad Levendbarende hagedis Kleine ijsvogelvlinder Teunisbloempijlstaart Gewone bronlibel
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
Geen waarnemingen Geen waarnemingen Geen waarnemingen
*Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, grijze grootoorvleermuis, ingekorven vleermuis. Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
4.2.2
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Aangezien het plangebied gecultiveerd is, geen open water bevat en het verspreidingsgebied van een aantal soorten niet tot aan de hoger gelegen delen in het buitengebied van Koningsbosch loopt, zijn niet alle biotoop-kritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: vissen, libellen en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het plangebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen, nachtvlinders en flora.
Blad 14 van 24
Natuurtoets Zonnepark Bosserheide projectnummer 0466049.100 11 maart 2021 revisie 01 Solar Provider Group B.V.
Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Vanwege het ontbreken van bebouwing en opgaande beplanting bomen binnen het plangebied zijn broedplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uitgesloten. Het is echter niet geheel uitgesloten dat er nesten van enkele roofvogelsoorten (met name buizerd en havik) en uilen (bosuil en ransuil) in de (directe) omgeving van het plangebied aanwezig kunnen zijn. Voor deze soorten geldt eveneens dat het plangebied onderdeel kan uitmaken van de functionele leefomgeving (als foerageergebied) van broedplaatsen in de (directe) omgeving. Gevolgen van het plan op deze vogelsoorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Voor overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten ontbreken geschikte broedplaatsen in de (directe) omgeving van het plangebied en is de aanwezigheid van essentieel leefgebied (als onderdeel van de functionele leefomgeving van broedplaatsen) binnen het plangebied uitgesloten. Overige (algemeen voorkomende) broedvogels (artikel 3.1) De vegetatie (mosterdplanten) in het plangebied biedt nauwelijks geschikt broedbiotoop voor vogels.
Het is echter niet geheel uit te sluiten dat een grondbroedende soort als veldleeuwerik broedend aangetroffen kan worden in het plangebied. Daarnaast kunnen algemeen voorkomende soorten zoals houtduif, grote bonte specht, merel, gaai en vink broeden in de bomen direct grenzend aan het plangebied. Gevolgen van het plan op deze vogelsoorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld. Zoogdieren Vleermuizen Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal soorten vleermuizen waargenomen in de omgeving van het plangebied. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het voorliggende plangebied ontbreekt bebouwing en/of bomen die als vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen dienen voor vleermuizen. De aanwezigheid van (essentiële) vliegroutes voor vleermuizen is eveneens uitgesloten, vanwege het ontbreken van doorgaande lijnelementen in de directe omgeving van het plangebied. Het is echter niet uitgesloten dat de bosranden langs het plangebied onderdeel uitmaken van (essentieel) foerageergebied voor vleermuizen. Gevolgen van het plan op foeragerende vleermuissoorten wordt in Hoofdstuk 5 behandeld.
Overige (land)zoogdieren Zoals blijkt uit de bureaustudie zijn bever, eekhoorn, das, steenmarter en wild zwijn waargenomen in de omgeving van het plangebied. Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen (de directe omgeving van) het plangebied is het voorkomen van verblijfplaatsen van bevers uitgesloten. Tevens ligt het plangebied te ver weg om van waarde te zijn als foerageergebied voor bevers die in en langs de Pepinusbeek voorkomen.