Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Bijlagen bij de toelichting -
Abdij Lilbosch Gemeente Echt-Susteren
BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij de toelichting -
Abdij Lilbosch Gemeente Echt-Susteren
IDN-nummer:
NL.IMRO.1711.BP20230093-VG01
Status:
vastgesteld
Datum:
Maart 2024
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Quickscan Flora en Fauna
6
Bijlage 2
Aanmeldnotitie vormvrije mer beoordeling met bijlagen
41
Bijlage 3
Plan en vergunninginformatie ikv verantwoording bestemming IV
76
bestemmingsplan Abdij Lilbosch
3
4
bestemmingsplan Abdij Lilbosch
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Abdij Lilbosch
5
Bijlage 1
6
Quickscan Flora en Fauna
bestemmingsplan Abdij Lilbosch
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt Rapportnummer 20230250
www.starobv.nl
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging
Abdij Lilbosch te Echt November 2023
Rapportnummer:
20230250
Opdrachtgever:
Pouderoyen Tonnaer
Uitgevoerd door:
Staro Natuur en Buitengebied Lodderdijk 38a 5421 XB Gemert tel. 0492-450161 www.starobv.nl
Auteur:
Inhoud
1
Inleiding ............................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................3 1.2 Doel ..........................................................................................................................................3 1.3 Geldigheid onderzoek ...............................................................................................................3 1.4 Zorgplicht ..................................................................................................................................4 1.5 Leeswijzer .................................................................................................................................4
2
Plangebied .......................................................................................................................................5 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ..........................................................................................5 2.2 Voorgenomen plannen .............................................................................................................6
3
Methode ............................................................................................................................................7
4
Natuurwaarden ................................................................................................................................9 4.1 Beschermde gebieden ..............................................................................................................9 4.2 Beschermde soorten ............................................................................................................. 13 4.2.1 Flora ................................................................................................................................... 13 4.2.2 Vlinders en libellen ............................................................................................................ 13 4.2.3 Kevers en weekdieren ....................................................................................................... 15 4.2.4 Vissen ................................................................................................................................ 15 4.2.5 Amfibieën en reptielen ....................................................................................................... 16 4.2.6 Vogels ................................................................................................................................ 18 4.2.7 Zoogdieren.........................................................................................................................
19
5
Conclusies .................................................................................................................................... 22 5.1 Beschermde gebieden ........................................................................................................... 22 5.2 Beschermde soorten ............................................................................................................. 22 5.3 Advies en aanbevelingen ...................................................................................................... 24
Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................................... 26
Bijlagen Bijlage 1
Wet- en regelgeving
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens de procedure voor een bestemmingsplanwijziging te starten van de Abdij Lilbosch. Het voornemen is de bestemming van een deel van de abdij te wijzigen. Op de locatie van de Abdij vinden geen ontwikkelingen of werkzaamheden plaats. In verband met deze bestemmingsplanwijziging is het noodzakelijk inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde soorten en de mogelijke effecten van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging hierop. Door middel van onderliggende quickscan wordt in beeld gebracht of de bestemmingsplanwijziging in strijd is met de natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden. In 2022 is reeds een quickscan flora en fauna (Staro, 2022) opgesteld. Vanwege de doorlooptijd van het plan, is een actualisatie gewenst. Aangezien de voorloper van onderliggende rapportage relatief recent opgesteld is en de situatie bij Abdij Lilbosch ongewijzigd is, is een veldbezoek niet noodzakelijk geacht. Onderliggende rapportage is een actualisatie van de quickscan flora en fauna uit 2022 zonder veldbezoek waarin de bestemmingsplanwijziging wordt getoetst aan vigerende natuurwet- en regelgeving.
1.2
Doel Het doel van het onderliggende onderzoek is te bepalen of de bestemmingsplanwijziging binnen het plangebied mogelijk leidt tot overtreding van of strijdigheid is met de natuurwetgeving. Voor soortbescherming en gebiedsbescherming is sinds 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb) van belang. Daarnaast is gebiedsbescherming vastgelegd in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen EHS genoemd). In de provincie Limburg is het NNN verwoord in brons-, zilver- en goudgroene natuurzones. In bijlage 1 wordt deze wet- en regelgeving beknopt beschreven. Het in deze rapportage beschreven onderzoek stelt de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming vast. Tevens beoordelen we op welke wijze en in welke mate de voorgenomen ontwikkeling invloed kan hebben op het eventueel voorkomen van beschermde soorten. Op basis van de resultaten kan worden vastgesteld of de voorgenomen bestemmingsplanwijziging strijdig is met de vigerende natuurwet- en regelgeving.
1.3
Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezagen (provincies) hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 3
jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”. Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen leiden tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten en gebieden.
1.4
Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook de niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de voorgenomen ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 wordt de gebruikte onderzoeksmethode besproken. De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden en de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op aanwezige beschermde natuurwaarden worden beschreven in hoofdstuk 4. In het laatste hoofdstuk zijn de conclusies, adviezen en vervolgstappen uiteengezet.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 4
2
Plangebied
2.1
Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied ligt aan de Patersweg ten oosten van de bebouwde kom van Echt en betreft de Abdij Lilbosch. De abdij is omgeven door grote bomen en is gelegen temidden van landbouwgronden en een broekbos, het Haeselaarsbroek. Rondom het gebouwencomplex liggen enkele boscomplexen en landbouwgronden. De Abdij Lilbosch is een cisterciënzer abdij van de trappisten, gesticht in 1883. De abdij voorziet grotendeels in haar levensonderhoud door een eigen boerderij (ruim 110 ha.: akkerbouw, scharrelvarkens, zoogkoeien en een imkerij). De landbouw en teelttechnieken zijn zo veel mogelijk biologisch. Naast het landbouwareaal heeft de abdij nog zo’n 30 ha. natuur in beheer. De abdij maakt deel uit van het Natura 2000-gebied Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop vanwege de aanwezigheid van kraamkolonies van ingekorven vleermuis in de schuur en zolder. De abdij is opgebouwd uit het kloostergebouw, moestuin, diverse stallen en percelen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in figuur 1. De globale begrenzing van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 2
Figuur 1. Ligging Abdij Lilbosch in de rode cirkel (bron: PDOK Viewer)
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 5
Figuur 2. Globale begrenzing plangebied (geel omlijnd) (bron: PDOK Viewer
2.2
Voorgenomen plannen Voor Abdij Lilbosch wordt een bestemmingsplanwijziging voorzien. Momenteel heeft het gehele plangebied de bestemming “maatschappelijk” (zie figuur 3). De bestemmingsplanwijziging bestaat uit het deels wijzigen van de bestemming “maatschappelijk” naar “agrarisch met landschaps- en natuurwaarden” (zie figuur 3). Voor het deel “maatschappelijk” van het plangebied is de herbestemming ongewijzigd en wordt daarom buiten de toetsing gehouden.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 6
Figuur 3. Links het plangebied (rood omkaderd) met het actuele bestemmingsplan (enkelbestemming maatschappelijk = bruin) en rechts de nieuwe situatie waarbij het plangebied is verdeeld in maatschappelijk en agrarisch met natuur- en landschapswaarden (groen) (Ruimtelijke Plannen).
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 7
3
Methode In het kader van deze quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden waarbij gekeken is naar gebiedsgerichte bescherming en mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Voor het soortenonderzoek is gebruikgemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), de websites Vlinderstichting.nl, Waarneming.nl, EIS-nederland.nl, Zoogdiervereniging.nl en Verspreidingsatlas.nl en diverse verspreidingsatlassen. Voor de gebiedsgerichte bescherming is gekeken naar de aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving. De ligging van Natura 2000-gebieden (o.a. Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) en het Natuurnetwerk Nederland in de nabijheid van het plangebied zijn onderzocht. Daarnaast heeft een veldbezoek plaatsgevonden in 2021 voor de Quickscan flora en fauna update Livar Echt Susteren, waarbij alle op de locatie aanwezige habitats zijn opgenomen. De aanwezigheid van deze habitats vormt de basis voor de mogelijkheid tot het voorkomen van beschermde soorten. Naast de habitats zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Dergelijke aanwijzingen zijn bijvoorbeeld het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten en het aantreffen van holen, uitwerpselen, prooiresten, vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn destijds bij de beoordeling betrokken.
De aanwezige habitats zijn vergeleken met de habitateisen van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. Ook is gekeken of binnen het plangebied invasieve exoten voorkomen. Aangezien in het plangebied afgelopen jaren geen ontwikkelingen, werkzaamheden of veranderingen hebben plaats gevonden, is een veldbezoek niet noodzakelijk gevonden. Een veldbezoek voor een quickscan flora en fauna is nadrukkelijk geen volledige inventarisatie. Dat betekent dat op basis van het veldbezoek het voorkomen van beschermde soorten niet per definitie is uit te sluiten. De bevindingen van het huidige literatuuronderzoek zijn met de gegevens uit 2021/2022 gebundeld in deze rapportage.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 8
4
Natuurwaarden
4.1
Beschermde gebieden Natura 2000 Uit de kaarten van de provincie Limburg blijkt dat de abdij aangewezen Natura 2000gebied is. Het Natura 2000-gebied Abdij Lilbosch & voormalig Klooster Mariahoop, zie figuur 4, omvat gebouwen (abdij en stallen) en aangrenzende landbouwgronden.
Figuur 4. Ligging plangebied van het Natura 2000-gebied Abdij Lilbosch& voormalig klooster Maria Hoop (in geel alleen het deel van Abdij Lilbosch weergegeven) (bron: Atlas Limburg)
Instandhoudingsdoelstelling en kernopgave Abdij Lilbosch & voormalig klooster Maria-Hoop is aangewezen voor één instandhoudingsdoelstelling, namelijk H1321 Behoud omvang en kwaliteit leefgebied voor behoud populatie van de Ingekorven vleermuis. In de abdij zijn een aantal kraamkolonies van deze soort gevestigd. Met een kernopgave wordt aangegeven wat de belangrijkste bijdragen van een concreet gebied zijn aan het Natura 2000-netwerk. Voor Abdij Lilbosch & voormalig klooster Maria-Hoop geldt de kernopgave “6.15 Gebouwen zomerbiotoop Behoud kwaliteit zomerverblijven Ingekorven vleermuis H1321” (Provincie Limburg, 2014).
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 9
Effectbeoordeling Voor het deel van het plangebied met de toekomstige bestemming “agrarisch met natuur- en landschapswaarden” kunnen toekomstige ontwikkelingen of werkzaamheden een negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstelling of kermopgave van het Natura 2000-gebied Lilbosch & Voormalig klooster Mariahoop, door een afname van kwaliteit van foerageergebied of een negatieve beïnvloeding op de vliegroutes van ingekorven vleermuis. In de vergunning Wnb (bijlage 3) worden de voorwaarden beschreven ten aanzien van de instandhoudingsdoelstelling en kernopgave voor ingekorven vleermuis. Het naleven van deze voorwaarden wordt in het gewijzigde bestemmingsplan verankerd met regel 3.1.2 d (Voorwaardelijke verplichting mitigerende maatregelen vleermuizen, Het bouwen en gebruiken van het bouwvlak: 1. is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat de mitigerende maatregelen in verband met vleermuizen als vermeld in de Bijlage 2 Vergunning Wet natuurbescherming locatie Abdij Lilbosch). Bij uitvoering van werkzaamheden met materieel dat fossiele brandstoffen gebruikt, kan stikstofdepositie leiden tot negatieve effecten in Natura 2000-gebieden. Daarnaast kan de aanwezigheid van vee leiden tot negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie.
De regels ten aanzien van het aantal stuks vee in het gewijzigde bestemmingsplan (regel 3.1.2 c, bijlage 2) worden overgenomen uit de Vergunning Wnb (bijlage 3). De voorwaarden gesteld in deze vergunning leveren geen (significant) negatief effect op Natura 2000-gebieden. De Wnb vergunning dateert echter van 2018. Een actuele AERIUS-berekening is aanbevelingswaardig.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. De bescherming van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro: Stb 2016 nr. 351) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. De bescherming van de NNN is ruimtelijk vastgelegd en geborgd door middel van het bestemmingsplan. In de provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. In de provincie Limburg geldt momenteel de Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 (GC10). De provincie Limburg heeft het NNN verwerkt in goudgroene, zilvergroene en bronsgroene natuurzones met voorwaarden voor ingrepen in de natuurzone. De ligging van de verschillende natuurzones in de omgeving van het plangebied is weergegeven in figuur 5.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 10
Natura 2000-gebieden vallen onder de goudgroene natuurzones. In de goudgroene natuurzone zijn ingrepen in principe niet toegestaan tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden die staan beschreven in de Omgevingsverordening Limburg 2014. Voor de goudgroene zone wordt het volgende beschreven in de omgevingsverordening: + Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied dat deel uitmaakt van de Goudgroene natuurzone, maakt geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten (Artikel 2.6.2).
Figuur 5. Goudgroene natuurzones (licht groen) en bronsgroene natuurzones (licht blauw) in de omgeving van het plangebied (rood omkaderd).
Wezenlijke kenmerken en waarden zijn voor bestaande natuurgebieden de actueel aanwezige natuurbeheertypen en de nagestreefde natuurdoeltypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Provinciaal Natuurbeheerplan. Voor het plangebied is het natuurbeheertype en het ambitietype “kruiden- en faunarijk grasland” (N12.02) (figuur 6). Momenteel wordt het deel van het plangebied waar de bestemmingsplanwijziging betrekking op heeft, agrarisch gebruikt en is voor het grootste deel bebouwd en verhard.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 11
Figuur 6. Plangebied (lichtgroen) met beheer- en ambitietype N12.02 Kruiden- en faunarijkgrasland (Atlas Limburg)
Effectbeoordeling In het bestemmingsplan (bijlage 2) wordt de goudgroene zone (NNN) verankerd in de regels betreffende de bestemming “agrarisch met natuur- en landschapswaarden” onder de volgende regels: + 3.1.1 f en g (behoud, herstel en ontwikkeling van ecologische natuurwaarden), + 3.5 (het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) De plaatselijk begroeide delen van het plangebied voldoen aan het beheer- en ambitietype, waarbij opgemerkt moet worden dat het aandeel begroeid in het plangebied marginaal is. In het gewijzigde bestemmingsplan worden werkzaamheden beschreven die mogelijk negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene zone. In een omgevingsvergunning worden deze werkzaamheden of werken beschreven met mitigerende maatregelen zodat met werkzaamheden of werken geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden en/of functies. Conclusie De instandhoudingsdoelstelling en kernopgave voor Natura 2000-gebied Abdij Lilbosch & Voormalig klooster Mariahoop zijn verankerd in de vergunning Wnb en ondervinden door de bestemmingsplanwijziging van het zuidelijke deel van het plangebied (“maatschappelijk” naar “agrarisch met natuur- en landschapswaarden”) geen negatieve effecten door mogelijke ontwikkelingen.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 12
De voorwaarden die gesteld zijn in de Wnb vergunning ten aanzien van stikstofuitstoot en het aantal stuks vee is overgenomen in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan dateert van 14 december 2017. Geadviseerd wordt middels een AERIUS-berekening de vergunde uitstoot te controleren. De verwachting is dat een negatief effect door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is uitgesloten. De voorgenomen ontwikkeling (bestemmingsplanwijziging) heeft geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en is niet strijdig met de provinciale omgevingsverordening Limburg 2014, mits de ontwikkeling en werkzaamheden passen binnen bovenstaande regels. Door de bestemmingsplanwijziging zijn negatieve effecten op het beheer- en ambitietype kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) uitgesloten.
4.2
Beschermde soorten Deze paragraaf beschrijft het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten worden verwacht, wat de mogelijke effecten van de ingreep zijn en of het nemen van mitigerende maatregelen nodig is.
4.2.1
Flora Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat in het plangebied geen beschermde plantensoorten zijn waargenomen. Op een afstand van 2-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van de volgende beschermde plantensoorten: akkerogentroost, dreps, getande veldsla, glad biggenkruid, grote leeuwenklauw, Kartuizer anjer en ruw parelzaad. Door bouw- en graafactiviteiten kunnen mogelijk groeilocaties van bovenstaande beschermde plantensoorten verloren gaan. Bovenstaande soorten zijn groeien op akkers of op zeer open schrale grond. Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding en intensief gebruikte gras(bermen). In het plangebied ontbreekt het aan het juiste habitat van deze soorten. Negatieve effecten op deze soorten zijn uitgesloten. Mogelijke toekomstige ontwikkelingen ten gevolge van de bestemmingsplanwijziging hebben geen negatief effect op beschermde plantensoorten. De voorziene bestemmingsplanwijziging is niet strijdig met de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde flora.
4.2.2
Vlinders en libellen Vlinders Uit de gegevens van de NDFF zijn binnen één kilometer van het plangebied waarnemingen bekend van kleine ijsvogelvlinder (artikel 3.10). Op een afstand van één tot vijf kilometer van het plangebied zijn de volgende beschermde
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 13
vlindersoorten bekend: grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, teunisbloempijlstaart (artikel 3.5).
+ Grote vos is een zeldzame en kwetsbare soort die voorkomt in
+
+
+
+
vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. De waardplanten van deze soort zijn vooral iep, maar ook zoete kers en sommige wilgensoorten. Grote weerschijnvlinder is een tot voor kort zeldzame (nu een niet bedreigde) standvlinder die voorkomt in oudere, vochtige loofbossen, wilgenbroekbossen of groepen samenhangende bosjes in beekdalen. De waardplant van deze soort is vooral boswilg, soms grauwe wilg. Iepenpage is een zeldzame soort die op verschillende locaties in Nederland voorkomt bij iepen in bossen, bosranden, parken en grotere tuinen. De waardplanten van deze soort zijn diverse iepen zoals gladde iep, ruwe iep en sommige cultivars. Kleine ijsvogelvlinder is een kwetsbare standvlinder die in het zuidwesten van Nederland voorkomt in gevarieerde, vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos. De waardplant van deze soort is wilde kamperfoelie; soms rode kamperfoelie of gecultiveerde kamperfoelie. Teunisbloempijlstaart is een zeldzame soort die voorkomt in open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. De waardplanten zijn wilgenroosje, teunisbloem, bastaardwederik en kattenstaart.
Effect Kamperfoelie is de waardplant voor kleine ijsvogelvlinder. Indien graafwerkzaamheden plaatsvinden binnen het plangebied waarbij kamperfoelie wordt verwijderd, kan dit negatieve effecten hebben op de kleine ijsvogelvlinder. Voor de overige mogelijk aanwezige vlinders ontbreekt het juiste habitat binnen het plangebied (vochtige loofbossen en bosranden, solitaire grote bomen, iepen). Libellen Uit de gegevens van de NDFF en De Vlinderstichting blijkt dat op een afstand van één tot vijf kilometer van het plangebied beekrombout, bosbeekjuffer en gewone bronlibel zijn waargenomen. Binnen het plangebied is geen permanent oppervlaktewater aanwezig en daardoor ontbreekt het aan geschikt voortplantingshabitat voor libellen. Het voorkomen van essentieel habitat van (beschermde) libellen in het plangebied is uit te sluiten. Conclusie Graafwerkzaamheden waarbij kamperfoelie wordt verwijderd kunnen een negatief effect hebben op kleine ijsvogelvlinder. In het gewijzigde bestemmingsplan wordt middels de regels 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 omschreven
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 14
welke werken en werkzaamheden zijn toegestaan. Indien afgeweken wordt van deze voorwaarden, is een omgevingsvergunning noodzakelijk waarin beschreven wordt op welke wijze uitvoering aan de werken of werkzaamheden wordt gegeven, waarbij geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurlijke waarden en/of functies. De voorziene bestemmingsplanwijziging is niet strijdig met de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde vlinders en libellen.
4.2.3
Kevers en weekdieren Volgens de gegevens van de NDFF en EIS Nederland zijn op een afstand van één tot vijf kilometer waarnemingen bekend van vliegend hert en vermiljoenkever. Voor de beschermde kevers en weekdieren zijn weinig verspreidingsgegevens bekend, daarom wordt in deze paragraaf van alle beschermde kevers en weekdieren beoordeeld of ze in het plangebied kunnen voorkomen.
+ Vliegend hert (§3.3 Wnb) komt voor in (oude) eikenbossen, dit habitat is +
binnen het plangebied niet aanwezig. Het voorkomen van deze soort in het plangebied is uit te sluiten. Vermiljoenkever (§3.2 Wnb) is afhankelijk van oude, holle of vrijstaande bomen of (natte) gebieden met veel dood hout. Deze habitattypen zijn niet aanwezig in het plangebied. Het voorkomen van deze beschermde houtkever in het plangebied kan daarom worden uitgesloten.
In het plangebied ontbreken geschikte habitats voor overige beschermde kevers en weekdieren. Het voorkomen van deze soorten in het plangebied is derhalve uit te sluiten. De voorziene bestemmingsplanwijziging is niet strijdig met de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde kevers of weekdieren.
4.2.4
Vissen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op een afstand van één tot vijf kilometer waarnemingen bekend zijn van beekprik en kwabaal. Vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater is het voorkomen van (beschermde) vissoorten in het plangebied uit te sluiten. Uitvoering van voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde vissen en de bestemmingsplanwijziging is niet strijdig met de Wet natuurbescherming.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 15
4.2.5
Amfibieën en reptielen Amfibieën Uit de gegevens van RAVON, de NDFF en De amfibieën en reptielen van Nederland (Creemers & Van Delft, 2009) blijkt dat binnen één kilometer afstand van het plangebied bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, groene kikker (Onb.), kleine watersalamander, poelkikker en rugstreeppad zijn waargenomen. Op een afstand van één tot vijf kilometer van het plangebied zijn de Alpenwatersalamander, kamsalamander en meerkikker waargenomen. Poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander zijn soorten die beschermd zijn volgens de habitatrichtlijn ((§3.2 Wnb). In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig en daardoor ontbreekt het aan voortplantingshabitat voor amfibieën. De randen van het plangebied, de akkerranden en bermen en de bebouwing kunnen wel geschikt land- en overwinteringshabitat bieden voor algemene en niet-kritische soorten zoals bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Overige meer kritische soorten zijn gebonden aan specifieke habitats die ontbreken in het plangebied. Er kan echter niet worden uitgesloten dat deze soorten incidenteel gebruik maken van land- en overwinteringshabitat in en rondom de agrarische percelen en bebouwing in het plangebied.
Effect Door graafwerkzaamheden of het slopen van een bouwwerk gaat mogelijk land- en overwinteringshabitat verloren van algemeen voorkomende amfibieën en incidenteel meer kritische amfibieën. Bij de werkzaamheden kunnen individuen worden verwond, gedood of verstoord (dit laatste geldt alleen voor soorten van §3.2 Wnb). Reptielen Uit de gegevens van RAVON, de NDFF en De amfibieën en reptielen van Nederland (Creemers & Van Delft, 2009) blijkt dat binnen één kilometer afstand van het plangebied levendbarende hagedis is waargenomen. Op een afstand van één tot vijf kilometer zijn hazelworm en muurhagedis waargenomen.
+ Hazelworm komt voor op vochtige, met dichte vegetatie bedekte
+
+
gebieden in bossen, bosranden, heiden, schraal grasland en houtwallen op zand- en lössgronden. Het grootste deel van de dag leven ze onder de vegetatie en dood hout of ze verblijven in holen in de grond. Levendbarende hagedis komt voor op droge en vochtige heiden en hoogvenen, en venoevers. De soort komt daarnaast ook voor in open bossen, ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en een beperkt deel van de duinen. Levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Muurhagedis (§3.2 Wnb) komt voor op warme, stenige plekken, zoals rotswanden, muren en gebouwen. De muurhagedis komt van nature
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 16
uitsluitend rond Maastricht voor in ons land. Tegenwoordig komt de soort op steeds meer plekken voor door uitzetting. De akkerranden, bermen en bosschages bieden een geschikt onderdeel van het leefgebied van levendbarende hagedis. Deze soort heeft een duidelijke voorkeur voor structuurrijke overgangen van terreindelen. Het juiste habitat voor hazelworm ontbreekt in het plangebied, er is geen vochtige dichte vegetatie aanwezig. Muurhagedis komt voor aan de westkant van Echt. In het plangebied ontbreekt deze soort. Effect Door graafwerkzaamheden langs de randen van het plangebied (bermen, houtsingel, ruigte) kunnen individuen van levendbarende hagedis worden verwond of gedood. Conclusie Door graafwerkzaamheden of het slopen of het uitwendig veranderen van een bouwwerk gaat mogelijk land- en overwinteringshabitat verloren van algemeen voorkomende amfibieën en incidenteel meer kritische amfibieën. In het gewijzigde bestemmingsplan wordt middels de regels 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 omschreven welke werken en werkzaamheden zijn toegestaan. Indien afgeweken wordt van deze voorwaarden, is een omgevingsvergunning noodzakelijk waarin beschreven wordt op welke wijze uitvoering aan de werken of werkzaamheden wordt gegeven, waarbij geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurlijke waarden en/of functies.
In regel 3.6 wordt verwoord dat bij sloopwerkzaamheden of het uitwendig aanpassen van bouwwerken een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Onderdeel van de omgevingsvergunning is een ecologisch onderzoek naar aanwezige beschermde soorten. Indien beschermde soorten aanwezig zijn, dienen mitigerende maatregelen worden toegepast waardoor geen afbreuk aan de soort en zijn habitateisen optreedt. Door graafwerkzaamheden gaat mogelijk leefgebied (voortplantings-, land- en overwinteringshabitat) verloren en worden individuen verwond of gedood. In het gewijzigde bestemmingsplan wordt middels de regels 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 omschreven welke werken en werkzaamheden zijn toegestaan. Indien afgeweken wordt van deze voorwaarden, is een omgevingsvergunning noodzakelijk waarin beschreven wordt op welke wijze uitvoering aan de werken of werkzaamheden wordt gegeven, waarbij geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurlijke waarden en/of functies. Uitvoering van voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde amfibieën en reptielen en de bestemmingsplanwijziging is niet strijdig met de Wet natuurbescherming.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 17
4.2.6
Vogels Tijdens het veldbezoek in 2021 zijn de volgende soorten vogels in het plangebied waargenomen roodborst tapuit, holenduif, merel, huismus en zwarte kraai. Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat de volgende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en broedindicerend zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rondom het plangebied: boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, ringmus, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief. Bovengenoemde broedvogels met jaarrond beschermde nesten broeden in grote bomen of maken gebruik van wegkruipmogelijkheden in bebouwing. Voor grote gele kwikstaart en ooievaar ontbreekt het juiste habitat in het plangebied. Tevens is het plangebied geschikt als foerageergebied voor vogels. Effect Door het rooien van bomen of het slopen van een bouwwerk gaan mogelijk nesten en eieren verloren van algemene broedvogels en van broedvogels met jaarrond beschermde nesten. Door de uitvoering van werkzaamheden, werken of de sloop van bouwwerken gaat mogelijk foerageergebied van algemene vogels en van huismus verloren. Van overige broedvogels met jaarrond beschermde nesten is in de directe omgeving voldoende geschikt alternatief foerageergebied aanwezig en heeft de bestemmingsplanwijziging geen negatief effect op het foerageergebied.
Conclusie Door het rooien van bomen of het slopen of het uitwendig veranderen van een bouwwerk gaan mogelijk jaarrond beschermde nesten en eieren verloren. In het gewijzigde bestemmingsplan wordt middels de regels 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 omschreven welke werken en werkzaamheden zijn toegestaan. Indien afgeweken wordt van deze voorwaarden, is een omgevingsvergunning noodzakelijk waarin beschreven wordt op welke wijze uitvoering aan de werken of werkzaamheden wordt gegeven, waarbij geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurlijke waarden en/of functies. In regel 3.6 wordt verwoord dat bij sloopwerkzaamheden of het uitwendig aanpassen van bouwwerken een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Onderdeel van de omgevingsvergunning is een ecologisch onderzoek naar aanwezige broedvogels met jaarrond beschermde nesten die gebruik maken van gebouwen (huismus). Indien jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn, dienen mitigerende maatregelen worden toegepast waardoor geen afbreuk aan de soort optreedt. Indien werkzaamheden, werken of sloop van bouwwerken plaats vindt, heeft dit geen negatief effect op het foerageergebied van vogels, behalve mogelijk van huismus. In de directe omgeving is voldoende geschikt alternatief foerageergebied aanwezig.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 18
Uitvoering van voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op broedvogels met jaarrond beschermde nesten en de bestemmingsplanwijziging is niet strijdig met de Wet natuurbescherming.
4.2.7
Zoogdieren Vleermuizen Uit de Atlas van de Nederlandse vleermuizen (1997), Korsten en Regelink (2010) en gegevens van de NDFF blijkt dat in het plangebied de volgende waarnemingen bekend zijn: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone/grijze grootoorvleermuis, gewone/kleine/ruige dwergvleermuis, grijze grootoorvleermuis, ingekorven vleermuis en rosse vleermuis. Op een afstand tot één kilometer is aanvullend laatvlieger waargenomen. Op een afstand van één tot vijf kilometer zijn baardvleermuis / Brandts vleermuis, bosvleermuis, Brandts vleermuis, franjestaart, meervleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige bosspitsmuis, vale vleermuis en watervleermuis waargenomen. In de abdij zijn kraamkolonies van ingekorven vleermuis aanwezig. Hiervoor is in 2018 een vergunning afgegeven (bijlage 3). Bouwwerken in het deel van het plangebied waarvan de bestemming wijzigt, zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig (gebouwbewonende vleermuizen). Boombewonende vleermuizen kunnen verblijfplaatsen in holtes in bomen. Lijnvormige structuren worden door vleermuizen gebruikt als vliegroute. Het plangebied is geschikt als foerageergebied. Vleermuizen zijn lichtschuw. Effect Door het rooien van bomen, waardoor lijnvormige structuren verloren gaan, gaan mogelijk vliegroutes verloren. Tevens gaan mogelijk verblijfplaatsen verloren bij het verwijderen van bomen met holtes.
De sloop van bouwwerken of het uitwendig aanpassen van deze bouwwerken kan mogelijk leiden tot verlies van verblijfplaatsen of het onbereikbaar raken van verblijfplaatsen in de bouwwerken. Door verandering in de huidige verlichting kunnen mogelijk verblijfplaatsen, foerageergebied of vliegroutes ongeschikt raken. Conclusie Door het rooien van bomen, waardoor lijnvormige structuren verloren gaan, gaan mogelijk vliegroutes verloren. Tevens gaan mogelijk verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen verloren bij het verwijderen van bomen met holtes. In het gewijzigde bestemmingsplan wordt middels de regels 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 omschreven welke werken en werkzaamheden zijn toegestaan. Indien afgeweken wordt van deze voorwaarden, is een omgevingsvergunning noodzakelijk waarin beschreven wordt op welke wijze uitvoering aan de
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 19
werken of werkzaamheden wordt gegeven, waarbij geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurlijke waarden en/of functies. In regel 3.6 wordt verwoord dat bij sloopwerkzaamheden of het uitwendig aanpassen van bouwwerken een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Onderdeel van de omgevingsvergunning is een ecologisch onderzoek naar aanwezige vleermuizen en de functie van het plangebied voor vleermuizen. Indien verblijfplaatsen, onmisbaar foerageergebied of vliegroutes aanwezig zijn, dienen mitigerende maatregelen worden toegepast waardoor geen afbreuk aan de soort(en) optreedt. In de Wnb vergunning worden voor de ingekorven vleermuis restricties opgelegd ten aanzien van licht. Ingekorven vleermuis is zeer lichtgevoelig. Bij verandering of aanpassing van de verlichting in het plangebied dienen de gestelde voorwaarden in de Wnb vergunning te worden nageleefd. Door de gestelde voorwaarden ten aanzien van licht voor de ingekorven vleermuis, is een negatief effect op vliegroutes en foerageergebied van andere vleermuissoorten uitgesloten. Uitvoering van voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op de verschillende verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen, waardoor de bestemmingsplanwijziging niet strijdig is met de Wet natuurbescherming.
Overige zoogdieren Uit gegevens van de NDFF blijkt dat in een straal van een kilometer rondom het plangebied waarnemingen bekend zijn van de volgende overige zoogdieren: bever, das, eekhoorn, steenmarter, wild zwijn. Het deel van het plangebied waarop de bestemmingsplanwijziging betrekking heeft, is geschikt leefgebied voor algemeen voorkomende muizen, zoals huisspitsmuis, veldmuis. Voor bever, das en wild zwijn is het plangebied ongeschikt. Het ontbreekt aan water en voldoende rust. Steenmarter kan gebruik maken van de bouwwerken in het plangebied. Eekhoorn kan gebruik maken van de aaneengesloten bomenrijen. Effect Door het rooien van bomen, waardoor de aaneengesloten bomenrijen onderbroken worden, gaat mogelijk geschikt leefgebied van eekhoorn verloren. Door het slopen of het uitwendig aanpassen van bouwwerken gaan mogelijk rust- en voortplantingslocaties van steenmarter verloren. Door het uitvoeren van werkzaamheden of werken worden mogelijk individuen van algemeen voorkomende muizen gedood of verwond. Voor algemeen voorkomende muizen is vrijstelling van ontheffingsplicht. Echter geldt altijd de algemene zorgplicht, waardoor opzettelijk doden of verwonden een overtreding is van de Wnb.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 20
Conclusie Door het rooien van bomen of het slopen of het uitwendig veranderen van een bouwwerk gaat mogelijk leefgebied verloren van steenmarter, eekhoorn of algemeen voorkomende muizensoorten en worden individuen verwond of gedood. In het gewijzigde bestemmingsplan wordt middels de regels 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 omschreven welke werken en werkzaamheden zijn toegestaan. Indien afgeweken wordt van deze voorwaarden, is een omgevingsvergunning noodzakelijk waarin beschreven wordt op welke wijze uitvoering aan de werken of werkzaamheden wordt gegeven, waarbij geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en/of natuurlijke waarden en/of functies. In regel 3.6 wordt verwoord dat bij sloopwerkzaamheden of het uitwendig aanpassen van bouwwerken een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Onderdeel van de omgevingsvergunning is een ecologisch onderzoek naar aanwezige overige zoogdieren. Indien beschermde overige zoogdieren aanwezig zijn, dienen mitigerende maatregelen worden toegepast waardoor geen afbreuk aan de soort optreedt. Voor algemeen voorkomende muizensoorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht. Voor deze soorten geldt wel altijd de algemene zorgplicht. Uitvoering van voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op overige zoogdieren en de bestemmingsplanwijziging is niet strijdig met de Wet natuurbescherming.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 21
5
Conclusies
5.1
Beschermde gebieden Het plangebied maakt onderdeel uit van Natura 2000-gebied Abdij Lilbosch & voormalig klooster Mariahoop. Voor het zuidelijke deel van het plangebied is een bestemmingsplanwijziging voorzien. De bestemming verandert van “maatschappelijk” naar “agrarisch met landschaps- en natuurwaarde”. De instandhoudingsdoelstelling en kernopgave voor de ingekorven vleermuis voor Natura 2000-gebied Abdij Lilbosch & Voormalig klooster Mariahoop ondervinden door de bestemmingsplanwijziging van het zuidelijke deel van het plangebied geen negatieve effecten door mogelijke ontwikkelingen. De voorwaarden die gesteld zijn in de Wnb vergunning ten aanzien van stikstofuitstoot en het aantal stuks vee is overgenomen in het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ dateert van 14 december 2017. Geadviseerd wordt middels een AERIUS-berekening de vergunde uitstoot te controleren. De verwachting is dat een negatief effect door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is uitgesloten. De voorgenomen ontwikkeling (bestemmingsplanwijziging) heeft geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en is niet strijdig met de provinciale omgevingsverordening Limburg 2014, mits de ontwikkeling en werkzaamheden passen binnen de regels van het gewijzigde bestemmingsplan.
Door de bestemmingsplanwijziging zijn negatieve effecten op het beheer- en ambitietype kruiden- en faunarijk grasland (N12.02) uitgesloten.
5.2
Beschermde soorten In het plangebied komen mogelijk verschillende soorten voor die zijn beschermd onder paragrafen 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Het is uit te sluiten dat in het plangebied beschermde flora, libellen, kevers, weekdieren en vissen voorkomen. Wel geldt voor alle aanwezige soorten in het plangebied de algemene zorgplicht, zie §1.4 van dit rapport. Tabel 1 geeft een overzicht van de mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied. Soorten van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming Het plangebied kan worden gebruiken als foerageergebied en als nestgelegenheid door algemene vogels. In het plangebied kunnen broedvogels met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn die gebruik maken van grote bomen of bouwwerken (huismus, roofvogels). Het plangebied kan (onderdeel van het) leefgebied zijn van huismus (nestlocatie, foerageergebied en dekking). De regels 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 en 3.6 verplichten het uitvoeren van een ecologisch onderzoek bij beschreven werkzaamheden, werken of de sloop of uitwendig
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 22
aanpassen van bouwwerken, waarmee de voorgenomen bestemminsplanwijziging niet strijdig is met de Wnb voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten en algemeen voorkomende broedvogels. De in het gewijzigde bestemmingsplan beschreven werkzaamheden, werken en sloop of uitwendige aanpassing van bouwwerken hebben geen negatief effect op het foerageergebied van vogels, uitgezonderd mogelijk huismus. Soorten van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming In het plangebied komen diverse soorten vleermuizen, waaronder de ingekorven vleermuis, voor. Het plangebied is geschikt voor verblijfplaatsen van boombewonende en gebouwbewonende vleermuizen, vliegroutes en foerageergebied. Voor de ingekorven vleermuis is een vergunning Wnb verleend (bijlage 3). In de vergunning Wnb worden verplichtingen gesteld ten aanzien van verlichting. Bij wijziging van de huidige buitenverlichting, mag deze niet schijnen op de bomen en boomkruinen, dienen de armaturen naar beneden gericht te worden en dient gebruik gemaakt te worden van vleermuisvriendelijke verlichting.
De regels 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 en 3.6 uit het gewijzigde bestemmingsplan verplichten het uitvoeren van een ecologisch onderzoek bij beschreven werkzaamheden, werken of de sloop of uitwendig aanpassen van bouwwerken, waarmee de voorgenomen bestemminsplanwijziging niet strijdig is met de Wnb voor verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Soorten van paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming Het plangebied is geschikt als land- en overwinteringshabitat van algemeen voorkomende amfibieën. Het plangebied is geschikt als leefgebied voor levendbarende hagedis. Mogelijk aanwezige kamperfoelie kan een voortplantingsplaats zijn voor kleine ijsvogelvlinder. Het plangebied is geschikt als leefgebied voor algemeen voorkomende muizensoorten, steenmarter en eekhoorn. Bij het uitvoeren van werkzaamheden, werken of de sloop of uitwendige aanpassing van bouwwerken, kunnen (onderdelen van het) leefgebied verloren gaan en individuen worden verwond of gedood. De regels 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 en 3.6 uit het gewijzigde bestemmingsplan verplichten het uitvoeren van een ecologisch onderzoek bij beschreven werkzaamheden, werken of de sloop of uitwendig aanpassen van bouwwerken, waarmee de voorgenomen bestemminsplanwijziging niet strijdig is met de Wnb voor (onderdelen van het) leefgebied van de genoemde soorten.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 23
Tabel 1. Overzicht mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied waarvoor ecologisch onderzoek noodzakelijk is bij uitvoering van werken, werkzaamheden of sloop of uitwendige aanpassingen aan bouwwerken, zoals beschreven in de bestemmingsplanwijziging Soort(groep)
Bescherming
Functie plangebied Nestgelegenheid vogels
§3.1 Wnb Vogels
(nest niet jaarrond beschermd)
§3.1 Wnb Vogels
(nest jaarrond beschermd)
Kleine ijsvogelvlinder
§3.3 Wnb
Leefgebied huismus, nestlocaties van roofvogels Voortplantingslo catie Verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied
Vleermuizen
§3.2 Wnb
Algemeen voorkomende
Land- en §3.3 Wnb
amfibieën Levendbarende hagedis
overwinteringshabitat
§3.3 Wnb
Leefgebied
§3.3 Wnb
Leefgebied
Algemene spits-, woel- en ware muizen Steenmarter en eekhoorn
5.3
§3.3 Wnb
(onderdelen van het) leefgebied
Conclusie De bestemmingsplanwijziging van “maatschappelijk” naar “agrarisch met landschapsen natuurwaarden” van een deel van het plangebied is niet strijdig met de natuurweten regelgeving. In de regels van het gewijzigde bestemmingsplan zijn werkzaamheden, werken en sloop of uitwendige aanpassing van bouwwerken beschreven met mogelijk negatieve effecten op beschermde gebieden en soorten, waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Voor het verlenen van een
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 24
omgevingsvergunning is ecologisch onderzoek noodzakelijk. Middels de verankering van het uitvoeren van ecologisch onderzoek en het uitvoeren van mitigerende maatregelen zodat geen negatieve effecten optreden op de beschermde soorten of de gestelde doelen van de natuurgebieden, is strijdigheid met het vigerende natuurwet- en regelgeving uitgesloten.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 25
Geraadpleegde bronnen
Literatuur
+
+ + + + + + + +
, De Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Provincie Noord-Brabant, 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Zoogdiervereniging - rapport 2017.32. van Delft (RAVON) (redactie). 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey Nederland, Leiden. Herkennen van potentiële vleermuiswaarden: in het kader van quickscans en andere ecologisch vooronderzoek. Zoogdiervereniging - rapport 2010.44. Zoogdiervereniging, Nijmegen. 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Ministerie van Economische Zaken. Brochure: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3 december 2016. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Provincie Limburg, 2014. Beheerplan Abdij Lilbosch & voormalig klooster Maria-Hoop, maart 2014. Staro, 2022.
Quickscan flora en fauna Abdij Lilbosch en Zandweg 10 te Echt (concept). Februari 2022. Staro Natuur en Buitengebied
Internet
+ + + + + + + +
Natura 2000-gebieden, polviewer.nl, 15-06-2021 Natuurnetwerk Nederland, polviewer.nl, 15-06-2021 NDFF 05-10-2023_12-03-08 www.eis-nederland.nl www.vlinderstichting.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.verspreidingsatlas.nl
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 26
Bijlagen
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 27
Bijlage 1 Wet- en regelgeving
Wet natuurbescherming In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van soorten, gebieden en houtopstanden en vervangt daarmee de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en Boswet. Daarnaast geldt per provincie beleid voor de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd). Soortbescherming Op het gebied van soortbescherming is het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan; het ‘nee, tenzij-principe’. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De Wet natuurbescherming kent de volgende drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn; 2.
Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt; 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: + Er mag alleen van de verbodsbepalingen worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is; + Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn, zoals ruimtelijke ontwikkeling, volksgezondheid of openbare veiligheid; + Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen is bovendien vrijstelling mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 28
Tabel 1. Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten Categorie 1 (§ 3.1 Wnb)
Categorie 2 (§ 3.2 Wnb)
Categorie 3 (§ 3.3 Wnb)
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild levende
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk te
vogels opzettelijk te doden of te
natuurlijke verspreidingsgebied
doden of te vangen
vangen
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten,
Het is verboden de
Het is verboden de vaste
rustplaatsen en eieren van vogels te
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
vernielen of te beschadigen, of nesten
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadigen
van vogels weg te nemen
vernielen
of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art. 3.5 lid 3
-
Het is verboden eieren te rapen en
Het is verboden eieren van dieren in
deze onder zich te hebben
de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
-
Het is verboden vogels opzettelijk te
Het is verboden dieren opzettelijk te
storen, tenzij de storing niet van
verstoren
wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort -
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun
Het is verboden plantensoorten in hun
natuurlijke verspreidingsgebied
natuurlijke verspreidingsgebied
opzettelijk te plukken en te
opzettelijk te plukken en te
verzamelen, af te snijden, te
verzamelen, af te snijden, te
ontwortelen of te vernielen
ontwortelen of te vernielen
Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat voorafgaand aan handelingen inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden aanwezig zijn, de kwetsbaarheid hiervan en de mogelijke gevolgen die de handeling hiervoor kan hebben. Bij de uitvoering van de handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing.
Natura 2000 (bron: Rijksoverheid) In 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De wet biedt een beschermingskader voor de flora en fauna binnen de aangewezen beschermde gebieden, de zogenaamde Natura 2000gebieden en bijzondere nationale gebieden.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 29
De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Ook plannen moeten getoetst worden op hun gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt met de habitattoets. De habitattoets bestaat uit drie onderdelen: + oriëntatiefase (en vooroverleg); + verslechterings- en verstoringstoets; + passende beoordeling. De oriëntatiefase maakt geen deel uit van de in de wet geregelde procedures. In de praktijk is deze stap nodig. Gezamenlijk met het bevoegd gezag wordt bepaald of goedkeuring van het plan nodig is en welke verdere procedure doorlopen moet worden. Afhankelijk van de kans en omvang van de effecten op een Natura 2000-gebied bestaat de vervolgprocedure uit het uitvoeren van een verslechterings- en verstoringstoets, een passende beoordeling of geen enkele toetsing. Indien er geen kans is op negatieve effecten op een Natura 2000-gebied is geen goedkeuring voor de plannen of het project nodig. Als uit de oriëntatiefase is gebleken dat er kans is op significant negatieve effecten voor het Natura 2000-gebied, dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd.
Indien uit de passende beoordeling blijkt dat er kans is op een significant negatief effect moet aan de volgende criteria worden voldaan: + er zijn geen alternatieve oplossingen voor het project die minder of geen negatieve effecten hebben voor het Natura 2000-(deel)gebied; + er is sprake van dwingende redenen van groot openbaar belang; + er is voorzien in compenserende maatregelen. Alléén als aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan goedkeuring worden verleend. Indien uit de oriëntatiefase is gebleken dat er een kans is op (niet-significante) negatieve effecten, dient een verslechterings- en verstoringstoets te worden uitgevoerd. Met dit onderzoek wordt bepaald: + of deze kans reëel is en + of de verslechtering of verstoring aanvaardbaar is.
Natuurnetwerk Nederland / Ecologische hoofdstructuur (bron: Rijksoverheid) Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. Hierdoor zijn deze gebieden beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden. In grotere natuurgebieden kunnen bovendien meer soorten planten en dieren leven. Het doel van het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur is om de EHS als netwerk van natuurgebieden te beschermen tegen negatieve effecten van ruimtelijke ingrepen. Dat betekent niet dat ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid, verboden zijn. Door het doorlopen van het afwegingskader wordt vastgesteld of, en zo ja, onder welke voorwaarden een ontwikkeling in de Ecologische Hoofdstructuur kan worden toegelaten.
Quickscan flora en fauna Toetsing bestemmingsplanwijziging Abdij Lilbosch te Echt, november 2023 30
De bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur vindt plaats door het nee-tenzijregime uit de Nota Ruimte. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen in de EHS met een negatief effect op de EHS in principe niet zijn toegestaan. Onder voorwaarden kan hiervan worden afgeweken. De beleidsmatige basis voor het afwegingskader voor de Ecologische Hoofdstructuur is de Nota Ruimte. Daarnaast hebben Rijk en provincies een beleidskader Spelregels EHS opgesteld. Het beleidskader geeft een uitwerking, verduidelijking en aanscherping van de verschillende onderdelen van het afwegingskader. De provincies laten de inhoud van de Spelregels EHS doorwerken in het provinciaal ruimtelijk beleid. De bescherming van de EHS gebeurt via de regelgeving van de ruimtelijke ordening. Het beschermingsregime is onder de Wro door het Rijk vastgelegd in de AMvB Ruimte en werkt via provinciale verordeningen.