CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de regels

Commissie Omgeving 19 mei 2025, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM)-Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Louerveld'32.543 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

56 Wat wel is gedaan is vooral het ensemble Marissen-’t Leen, waar de hoogste dichtheid aan cultuurhistorisch waardevol groen voorkomt. Grotendeels zal de waarde van beplanting dus ook getoetst moeten worden vanuit bovengenoemde dubbelbestemming voor een gebied als geheel. Bij toetsing moet dan de vraag worden beantwoord of deze specifieke beplanting passend is binnen het landschapstype en of amovering ervan

55 56

Zie http://www.omgevingsweb.nl/nieuwsomgevingsweb/templates/omgevingsweb.aspx?articleid=4531&zoneid=3. De gemeente beschikt al over erg veel informatie op dit vlak. De Stichting IKL heeft voor de gemeente Echt-Susteren een inventarisatie uitgevoerd voor wat betreft groene landschapselementen. Mogelijk wordt deze inventarisatie al als onderlegger voor het bestemmingsplan gebruikt. Hierin is ook veel cultuurhistorisch relevant groen opgenomen. Een bewerkingsslag zou moeten plaatsvinden om bij de relevante structuren ook de notitie ‘cultuurhistorisch waardevol’ te kunnen maken. Daarnaast kan er ook groen ontbreken in de database (bijvoorbeeld omdat er geen onderhoudscontract met IKL bestaat) terwijl het wel cultuurhistorisch waardevol is. Zo’n ‘groenmodule’ kan later nog aan de inventarisatie worden toegevoegd. Ook dit is feitelijk weer een verdieping van het niveau van ‘gebiedskenmerken’ naar het niveau van ‘individueel aangeduide objecten’.

69

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

de karakteristiek van een gebied in gevaar brengt. In een later stadium zou dit aspect in de CHW nader uitgewerkt kunnen worden, zodat er meer beplanting op elementniveau in de verbeelding kan worden opgenomen. 57 Uiteraard werkt bovenstaande náást de reeds bestaande monumentenwetgeving, zowel voor objecten als voor grotere eenheden zoals de buitenplaats Verduynen waarvan ook de parkaanleg beschermd is.

Nieuwe ontwikkelingen Er kunnen aanvragen komen voor ontwikkelingen die niet in het bestemmingsplan passen. Dergelijke ontwikkelingen hebben meestal een grotere impact op de ruimte, omdat ze niet passen binnen het doorgaans conserverende bestaande plan. Om daarop vanuit cultuurhistorisch perspectief grip te krijgen, kan het nuttig zijn om in beleid vast te leggen dat bij een dergelijke aanvraag binnen een specifiek gebied (we stellen ook hier weer de gebieden van zeer hoge en hoge waarde, de cultuurhistorische ensembles en de aardkundige ensembles voor) de aanvrager moet aantonen dat zijn plan op zijn minst geen schade berokkent aan de cultuurhistorische waarden van het gebied en bij voorkeur een meerwaarde voor de cultuurhistorische waarde vormt (formulering nader te kiezen). Dat aan te tonen kan bijvoorbeeld doordat men laat zien dat men een cultuurhistorische analyse heeft laten uitvoeren die mede de grondslag voor het ruimtelijk plan vormt. Uiteraard is het aan de gemeente om voorwaarden op te nemen vanaf welk moment een dergelijk onderzoek noodzakelijk is. Een aanbouw die de toegestane grootte met 10 m² overschrijdt, is natuurlijk van een andere orde dan wanneer een nieuwbouwproject in het landelijk gebied wordt uitgevoerd.

Er kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een oppervlakte van 30 m² in kernen en 200 m² daarbuiten; in tegenstelling tot ondergrenzen voor archeologisch onderzoek heeft zich hiervoor nog geen standaard ontwikkeld. Wanneer de gemeente wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan wil opnemen, kan hieraan uiteraard ook de voorwaarde worden verbonden dat ze geen afbreuk mogen doen aan de cultuurhistorische waarde, voor bovengenoemde delen van de gemeente of voor de gehele gemeente. 58

4.2 Algemene aanbevelingen Behoud of versterk contrasten in het landschap Elk landschapstype heeft zijn specifieke kenmerken, samenhangend met de context en periode waarin het is ontstaan. De open akkers kunnen worden gekenmerkt door hun openheid en de aanwezigheid van randbeplanting eromheen, de rationele landbouwontginningen door het ontbreken van bebouwing en opgaand groen. In de moderne agrarische bedrijfsvoering zijn deze contrasten soms vervaagd en zijn de grenzen tussen de historische landschapstypen onduidelijk geworden. Stimuleren van specifieke ingrepen, zoals het aanplanten van inheems groen in de vorm van singels waar dat eigen is aan het landschap, is een manier om het historisch karakter te herstellen 57

Een waardevolle toelichting op het bovenstaande wordt ook gevormd door de Handreiking Erfgoed en Ruimte van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Zie http://www.cultureelerfgoed.nl/handreikingerfgoedenruimte.

58

Dit is bijvoorbeeld zo opgenomen in het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Wijchen (Gelderland). Zie ruimtelijkeplannen.nl.

70

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

of contrasten aan te scherpen. Voor die contrasten kan uitgegaan worden van de hoofdlijnen (in de zes typen uit de structuurvisie) of van de verdere fijnmaziger uitsplitsing (in de 37 typen uit dit rapport).

Benut cultuurhistorische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen Nieuwe ruimtelijke projecten worden veel aantrekkelijker, wanneer kenmerken van het historische landschap worden gebruikt, dan wanneer het wordt ingericht als ‘neutraal’ project zonder lokale eigenheid. Let daarbij ook op de karakterisering van de omliggende landschapstypen. Maak indien mogelijk gebruik van (het verloop van) wal- en houtsingelstructuren, bestaande wegen structuren, etc. of kijk of er vanuit de kenmerkende nederzettingsstructuur gekomen kan worden tot een nieuwe vorm van nederzettingen, in plaats van opnieuw een woonwijk tegen een bestaande kom te plakken en daarmee het dorp verder te vervreemden van zijn omgeving. Het plannen van een ‘nieuw gehucht’ zou theoretisch tot de mogelijkheden kunnen behoren. 59

Breng cultuurhistorie in bij ontwerpprocessen Cultuurhistorie kan een discipline zijn om de kwaliteit en identiteit van een gebied bij gebiedsontwikkeling te versterken. Niet alleen voor het behoud van de intrinsieke cultuurhistorische kwaliteiten is een vroege inbreng van cultuurhistorici waardevol, maar ook om te komen tot ontwikkelingen die passen in het historische karakter van een gebied (behoud door ontwikkeling). Het is raadzaam een cultuurhistoricus met affiniteit voor ontwerp mee te laten lopen in het verdere planningsproce s. Een cultuurhistoricus kan bijvoorbeeld gevraagd worden om voorafgaand aan de specifieke invulling van een ruimtelijk voornemen (woningbouw, landinrichtingsprojecten) een document met een verdieping van de inventarisatie met daarbij ‘handreikingen voor ontwerp en inrichting’ op te stellen. Hiervan kan de landschapsarchitect of stedenbouwkundige vervolgens dankbaar gebruik maken, en op deze manier kan de ontwerpende partij ‘bouwen’ met zorgvuldige aandacht voor cultuurhistorie en landschap. Ook kan een dergelijk document nuttig zijn voor de gemeente bij het opstellen van randvoorwaarden voor ruimtelijke ingrepen in structuurvisies. Hiermee kan de gemeente vooraf eisen stellen aan een private partij die een plan wil gaan ontwikkelen.

Dynamiek van je cultuurhistorische bron De cultuurhistorische waardenkaart is bedoeld als dynamisch product. De resultaten van nieuw onderzoek en nieuwe inzichten over ‘wat cultuurhistorie is’ zouden bij een periodieke actualisatie (bijvoorbeeld eens per tien jaar bij herziening van een bestemmingsplan of zo vaak als er deelplannen worden gewijzigd) een plek kunnen krijgen in de achterliggende database en op de kaart. Zo groeit de kennisdatabase steeds verder en kan op basis daarvan het beleid ook worden ontwikkeld. Aanvulling of actualisatie kan ook gekoppeld worden aan de actualisatie van de archeologische kaart, bijvoorbeeld eens per twee jaar. Daarmee is de hele database in één keer up-to-date.

59

We zijn er ons van bewust dat deze wenk niet aansluit bij de uitgangspunten in de structuurvisie. We wilden dit idee toch noemen omdat het elders tot interessante ontwikkelingen heeft geleid. In het dorp Keijenborg (Achterhoek) wil men boerderijen met functieverlies bijvoorbeeld omvormen tot nieuwe gehuchtjes.

71

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

4.3 Specifieke aanbevelingen 4.3.1 Ruimtelijke inrichting Impulsen aan open akkers Open akkers, in de landschapstypologie een onderdeel van de droge kampontginningen, vormen op verschillende gebiedsniveaus in heel Nederland een belangrijk aandachtspunt voor het cultuurhistorisch beleid, zowel archeologisch als landschapshistorisch. De open akkers rondom Echt zijn dan ook plaatselijk goed herkenbaar en vormen de kern van de ‘oude ontginningen’ (zoals ze in de structuurvisie worden aangeduid). Nadeel is echter dat ze kwetsbaar zijn voor allerlei ontwikkelingen. De hoge, droge ligging maakt het vanouds goede bouwgrond, waardoor de nabijgelegen dorpen en steden zich veelal over de open akkers hebben uitgebreid. Dat brengt in de nabijheid van nieuwe bebouwing ook opgaande beplanting met zich mee, waardoor het open karakter sterk onder druk komt te staan. De fragmentarische, maar ten dele eeuwenoude verkaveling heeft bovendien vaak te lijden gehad onder ruilverkavelingen. Herstel van de openheid, het zicht op de aangrenzende nederzettingen en waar mogelijk het historisch grondgebruik als akker leveren een eerste bijdrage een herstel van de ruimtelijke kwaliteit. Met openheid wordt gedoeld op zowel de afwezigheid van opgaande beplanting als de afwezigheid van bebouwing.

Herkenbaarheid van beekdalen Naast open akkers zijn beekdalen een essentieel onderdeel van het oude cultuurlandschap in het westelijk deel van de gemeente. Met name door grootschalige herverkavelingen zijn zij in de 20e eeuw echter gereduceerd tot een geïsoleerde waterloop; het onderscheid tussen beekdal en de omgeving daarvan is nauwelijks meer te maken. Het herkenbaar maken van de beekdalen als geheel kan een goede aanvulling zijn op de activiteiten die de laatste jaren worden ontplooid als het gaat om de beken zelf. 60 De overgangen tussen het oude akkerland en beekdalgraslanden zouden bijvoorbeeld meer geaccentueerd kunnen worden, waardoor beekdalen weer ‘stroken door het landschap’ worden en het verhogen van landschappelijke contrasten wordt geconcretiseerd.

Kleine kernen in het groen Met name de kern Echt en in mindere mate Susteren heeft in de loop van de laatste decennia in toenemende mate de omliggende gehuchten ‘opgeslokt’ doordat nieuwbouw het stadje en de gehuchten aan elkaar verbond. Nog niet zo lang geleden overkwam dit het gehucht Hingen door de bouw van woningen aan de Thaalweg en omgeving. Dieteren en Susteren raken elkaar ook bijna. Het bestaan van al deze kleine gehuchten is een typisch kenmerk van de gemeente Echt-Susteren. Het valt dan ook aan te bevelen om rond de nog bestaande vrij gelegen kernen een groene buffer met een agrarisch karakter te behouden. Primair daarvoor in aanmerking komen Gebroek ten zuiden van Echt, Slek ten zuiden van Echt-Schilberg en in mindere mate Sint-Joost.

Stedelijk karakter van Echt, Susteren en Nieuwstadt Dat Echt, Susteren en Nieuwstadt stadjes geweest zijn, is (behoudens aan de naam van de laatste) nog maar zeer beperkt herkenbaar. De grachten die rondom en in de kernen aanwezig zijn 60

Op de ‘meanderingswerkzaamheden’ valt overigens wel wat af te dingen; de beken hebben hier nooit op die manier door het landschap geslingerd.

72

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

geweest, zijn nu zeer fragmentarisch aanwezig. Op de kaart zijn ze als waterlopen aangegeven en lopen ze in een donkerblauwe lijn rond de kernen. Water is echter altijd een geliefd fenomeen in de gebouwde omgeving, en is ook nog eens van belang voor het afvoeren van regenwater. Het meer integraal aanpakken van historische waterlopen in en nabij de kernen kan de structuur van de stadscentra sterk verbeteren. Volgen van het historisch tracé is dan wel een voorwaarde; het kiezen van een alternatief tracé verslechterd de afleesbaarheid van het stedelijk landschap eerder. Zo zijn er stukjes van vroeger prominente waterlopen die nu op privégrond schuilgaan achter een hoge heg, zoals de Rode Beek ten noorden van de Molenlaan. Hetzelfde kan behalve met water ook gedaan worden door de openbare ruimte van bijvoorbeeld Echt of Susteren binnen de vroegere grachten een ander aanzien dan daarbuiten te geven, waardoor de bewoner en recreant echt weer de indruk krijgt een aparte ‘eenheid’ te betreden. Zo zijn er ongetwijfeld meer manieren denkbaar om in de openbare ruimte de stedelijkheid (inclusief de vroegere harde grens tussen bebouwing en daarbuiten) te benadrukken. Een stadje als Huissen, net als Susteren zwaar beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog, lukt dat aardig.

Verder is het zinvol zorgvuldig om te gaan met vanouds open gebiedjes binnen de omwalling, zoals het volkstuinencomplex van Nieuwstadt. Daar kunnen we nog zien dat de stadjes nog lange tijd een ‘leeg’ karakter hadden.

Landduinen De landduinen van Montfoort, die binnen ensemble 3 vallen, zijn (als aardkundige waarde) waardevol, maar zeker ook kwetsbaar. Men dient er voorzichtig mee om te gaan, omdat het om een bijzonder aardkundig landschap gaat dat, zeker voor de gemeente Echt-Susteren, uniek is.

Maasdal Het Maasdal is ondanks de aantasting in het verleden door het Julianakanaal nog altijd van grote aardkundige en cultuurhistorische waarde. Dit wordt onder meer onderstreept door de ligging van enkele cultuurhistorische ensembles en aardkundig ensemble 5. Juist als ‘Maasprovincie’ kan Limburg toeristisch stappen zetten door voorzichtig om te gaan met (delen van) het kwetsbare Maasdal.

4.3.2 Vervolgonderzoek Alhoewel met deze studie een stevige basis is gelegd voor het behoud en de ontwikkeling van cultuurhistorisch erfgoed in de gemeente Echt-Susteren, is het vrijwel onmogelijk om op basis van één project alle mogelijke cultuurhistorische facetten te inventariseren en beschrijven. Daarvoor is de thematiek gewoon te breed. Er zijn dan ook voldoende thema’s denkbaar die op detailniveau verder uitgewerkt zouden kunnen worden.

‘Verdiepingsagenda’ In deze paragraaf worden enkele opties genoemd voor aanvulling van de cultuurhistorische inventarisatie. Om echter te komen tot een samenhangend idee over de verdere ontwikkeling van de cultuurhistorische waardenkaart en de toepassing daarvan binnen de gemeentelijke organisatie

73

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

zou allereerst een plan van aanpak kunnen worden opgesteld, zodat de aanvullingen ook gericht op een specifiek doel worden uitgevoerd. Uiteraard kunnen er nog vele elementen worden toegevoegd, maar als niet duidelijk is waartoe dat zal dienen, is het weinig efficiënt. Deze verdiepingsslag hoeft niet altijd in één keer voor het hele gemeentelijk grondgebied plaats te vinden. Bij concrete herinrichtingprojecten, bijvoorbeeld ten behoeve van een toeristische ontsluiting of een recreatiepark, kan er behoefte zijn aan aanvullende cultuurlandschappelijke data op een lager schaalniveau. Het is verstandig deze aanvullende inventarisatie vergezeld te laten gaan van een veldverkenning (indien niet al uitgevoerd) en een advies m.b.t. ‘handreikingen voor ontwerp en inrichting’. Op die manier is het mogelijk de cultuurhistorische inhoud en de praktische uitvoering op een gedegen manier met elkaar te verbinden. Uiteraard is het slim er een terugkoppeling te laten plaatsvinden naar de gemeentebrede kaart, zodat die daarvan ook profiteert.

Opgaand groen In het kader van het opstellen van deze cultuurhistorische waardenkaart is er beperkt aandacht besteed aan het opgaand groen. We hebben binnen de beschrijvingen van de landschapstypen hierover het nodige opgenomen, maar er ontbreekt dan nog wel het een en ander. Lanen, houtwallen, singels en andere historisch-landschappelijk belangrijke bosjes zijn niet ‘mee’ gekarteerd, met uitzondering van de elementen die specifiek door de heemkundekringen zijn aangedragen. Hieraan zou bij vervolgonderzoek de nodige aandacht kunnen worden geschonken. Het inventariseren van opgaand groen is een wenselijke module ter aanvulling van de cultuurhistorische waardenkaart.

Steenindustrie Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de steenindustrie een belangrijke stempel heeft gedrukt op het landschap van de gemeente Echt-Susteren. Dit industrieel verleden is zijdelings wel in kaart gebracht, maar een alomvattende inventarisatie met het oog op revitalisering, bijvoorbeeld voor recreatieve doeleinden, heeft nog niet plaatsgevonden. Wij adviseren om dat wel te doen. Een aansprekende studie kan vele initiatieven losmaken.

Straatmeubilair en andere kleine elementen Nog meer dan opgaand groen laten de ‘kleine landschapselementen’ zich lastig inventariseren op basis van een bureaustudie. Alleen wanneer het veldwerk door anderen is gedaan, kunnen de resultaten van de inventarisatie al in een vroeg stadium op de kaart worden geplaatst. Andere zaken, zoals natuurstenen trottoirbanden in oudere wijken, oude straatlantaarns of abri’s, om maar eens een selectie uit een brede variatie aan straatmeubilair te noemen, zouden op basis van veldwerk in kaart kunnen worden gebracht. Het loont de moeite om dit in het kader van reconstructies van de openbare ruimte (herbestratingen, vervanging van rioolsystemen, etc.) inzichtelijk te maken. Heemkundekringen kunnen in het kader van het vele te verrichten veldwerk hiervoor worden ingezet. Zij moeten criteria meekrijgen op welke elementen zij dienen te letten en hoe zij zaken kunnen herkennen. Het inventariseren van deze kleine elementen kan als optionele module worden beschouwd.

74

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

Historische bouwkunst Vanuit het rijk is er inmiddels het nodige uitgevoerd aan inventarisaties van historische bouwkunst. Al decennia geleden werd de oude bouwkunst (tot 1850) in beeld gebracht, waarbij de nadruk vooral lag op kerken en kastelen. Die inventarisatie is dus zeker niet compleet, maar dekt voor een groot deel de lading. Het MIP voor de bouwkunst uit de periode 1850-1940 was al veel completer. De heemkundekringen hebben aan de inventarisaties een verdere bijdrage geleverd door ontbrekende panden uit de genoemde perioden aan te dragen. Een aantal zaken is nog niet uitgevoerd, terwijl dit wel tot aanbeveling strekt. We denken hierbij vooral aan een aanvullende inventarisatie van historische bouwkunst uit de periode 1940-1965 door professionals, vooral vanwege de belangrijke rol van deze periode in de gemeente Echt-Susteren. De inventarisatie van naoorlogs gebouwd erfgoed is een belangrijke voorwaarde om de cultuurhistorische waarde van de kernen in de gemeente kunnen bepalen en hier een adequaat beleid op te kunnen voeren.

Stedenbouw Voor het aspect stedenbouw kunnen we twee aanbevelingen formuleren. Beide stedenbouwkundige aspecten zijn een noodzakelijk onderdeel om de cultuurhistorische waarde van de kernen te bepalen. Bij de waardering van de historische landschappen (zie kaartbijlage 3) hebben we een waardering van de historische kernen en de oude wijken daaromheen achterwege gelaten. Belangrijkste reden daarvoor was het feit dat het aanbevelenswaardig is hier veel meer mee te nemen dan we op basis van de nu beschikbare gegevens konden doen. Derhalve is het aanbevelenswaardig elke historische kern met aangrenzende wijken afzonderlijk door een stedenbouwhistoricus te (laten) waarderen op basis van de inventarisatie van huisplaatsen, bouwblokken, wegen- en waterlopenstructuur (kaartbijlage 2), de aanwezigheid van gewaardeerd gebouwd erfgoed (nog deels plaats te vinden) en het samenspel daartussen. De waardering van de kernen van de voormalige gemeente Susteren die in de provinciale database aanwezig is, kan daarbij een belangrijke rol spelen. Met name met de historische bouwkunde uit de naoorlogse periode, waarin uitbreidingswijken een belangrijke factor worden in de gemeente Echt-Susteren, komt ook de stedenbouw om de hoek kijken. Een inventarisatie daarvan voor dezelfde periode in samenhang met de inventarisatie van naoorlogse bouwkunst levert duidelijk een meerwaarde op.

Op die manier kunnen weloverwogen besluiten worden genomen bij de herstructurering van wijken. Bij welke wijken kunnen de waarden behouden blijven als alleen de ruimtelijke structuur gehandhaafd blijft en waar is behoud van de gebouwen zelf een voorwaarde? Inventarisatie hiervan past binnen de historisch-bouwkundige aandacht voor het wederopbouwerfgoed (zie hierboven). Beide stedenbouwkundige aspecten zijn een noodzakelijk onderdeel om de cultuurhistorische waarde van de kernen te bepalen en wenselijk om aan de geest van het Bro te voldoen als het om de bebouwde kommen gaat.

Verkaveling Binnen de landschapstypologie is weliswaar wat gezegd over de specifieke verkavelingstypen binnen bepaalde landschappen, maar de kavelgrenzen met historische betekenis zelf zijn niet in

75

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

een afzonderlijke laag opgenomen. Daardoor kan het bij grootschalige herverkavelingsactiviteiten lastig zijn om te bepalen welke (hoofd)structuurlijnen bepalend zijn en behouden moeten worden. Deze zouden met het oog hierop aanvullend gekarteerd kunnen worden. Dit onderdeel is naar ons idee echter een optionele aanvulling.

Toponiemen De historicus Cancrinus verwoordde het belang van toponiemen of veldnamen voor de huidige tijd in 1956 als volgt: In deze haastige tijd, waarin alles in snel tempo verandert, een tijd, waarin men jaarlijks honderden hectaren nodig heeft voor wegenaanleg, bouwterreinen, recreatieoorden, vliegvelden, sportparken, enz., een tijd, waarin bij de talrijke ruilverkavelingen hele groepen van historische namen letterlijk van de kaart geveegd worden en voortaan niet meer in de volksmond liggen, in deze tijd begint er gebrek aan kernachtige namen te ontstaan voor het benoemen van nieuwe straten, pleinen en woonwijken. 61 Ook al kwam hij uit een ander deel van Nederland, zijn beweringen gelden ook voor Limburg. Door het vervaardigen van heldere kaarten met veldnamen van de gehele gemeente wordt een deugdelijke basis gelegd voor straatnaamgeving of naamgeving van andere objecten. Ook dit is een optionele aanvulling.

Buurgemeenten Het intergemeentelijk cultuurhistorisch beleid wint natuurlijk aan kracht als ook de buurgemeenten op een identieke manier hun inventarisatie gaan vormgeven. Daardoor kan er bijvoorbeeld op gelijke gronden gemeentegrensoverschrijdend beleid worden geformuleerd, bijvoorbeeld voor de ensembles.

Actualisering Een kaart als deze is feitelijk nooit af. Bestaand erfgoed kan verdwijnen, landschappen kunnen veranderen en daardoor het gewenste beeld meer benaderen, maar ook kunnen er nieuwe vondsten gedaan worden of nieuwe thema’s op de agenda komen. Het is raadzaam hier opnieuw de heemkundekringen bij te betrekken, omdat zij over dergelijke informatie kunnen beschikken.

4.3.3 Toerisme en recreatie Een van de meest actieve gebruikers van het cultuurlandschap zijn de toeristen en recreanten. Die laten zich niet ‘zomaar’ verleiden om een gebied te bezoeken waar ze misschien nog niet eerder geweest zijn; daar moet een meerwaarde tegenover staan. Landschap en cultuurhistorie kunnen daarin een belangrijke rol spelen, zoals de Drentse hunebedden, de Veluwse zandverstuivingen en de Zuid-Limburgse mergelgrotten wel bewijzen. Bovendien kan toerisme en recreatie een middel zijn om krimp van de bevolking terug te dringen. Het gaat erom thema’s te kiezen die binnen de gemeente een rol spelen en die zowel qua PR als qua ruimtelijke ordening te benutten. Als de gemeente de ambitie heeft om actiever in te spelen op de behoefte van de recreant of toerist kan de gemeentelijke cultuurhistorie en aardkunde daarbij van dienst zijn. De volgende thema’s zouden in Echt-Susteren een rol kunnen spelen:

61

Cancrinus, 1956: 115

76

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

-

Echt, Susteren en Nieuwstadt: drie stadjes. Weinig gemeenten in Nederland hebben maar liefst drie middeleeuwse stadjes binnen de gemeentegrenzen. Alhoewel de hoeveelheid middeleeuwse bebouwing beperkt is, kan het thema ‘de middeleeuwse stad op het Limburgse platteland’ wel degelijk worden benut. Zoals een stad als Nijmegen zijn Romeinse verleden propageert zonder ook nog maar één Romeins gebouw te kennen, zo kunnen ook Echt, Susteren en Nieuwstadt uitstralen dat zij in de Middeleeuwen een stedelijk karakter droegen. De nog zeer gave ruimtelijke (wegen)structuur met de kerk in het midden kan daarbij als handvat worden gebruikt, ook voor ruimtelijke ordening. Zo zou gekeken kunnen worden of delen van de middeleeuwse grachten van de stadjes teruggebracht kunnen worden in het straatbeeld. Moderne vormgeving kan daarvoor worden gebruikt.

-

Niet veel gemeenten in Nederland grenzen zowel aan Duitsland als België. Toeristisch-recreatief kan er met deze internationale grensligging veel gedaan worden, bijvoorbeeld in de vorm van historische arrangementen: verkenning van het Belgische, Nederlandse en Duitse erfgoed op één dag met een culinaire drielanden-afsluiting. Dit kan het platteland betreffen, bijvoorbeeld door de unieke rol van de Maas voor de hele streek te benadrukken, maar ook kan er naar de stadjes gekeken worden. Met Maaseik en Waldfeucht kent Echt-Susteren in de omgeving grotere en kleinere steden.

-

Legenden en mythen doen het altijd goed in toerisme en recreatie. Zo zou Pepijn van Herstal, waar de Pepinusbrug naar genoemd is, een deel van het Echterbosch aan de ingezeten van Echt hebben geschonken. Pepijn van Herstal was een Frankische koning en de overgrootvader van Karel de Grote. Dat soort verhalen kunnen veel breder neergezet worden, onder meer door de Pepinusbrug in het landschap beter te markeren. Vooral door de ontginning van het omliggende broekgebied herinnert nu niets meer aan de bijzondere positie die deze brug vroeger in het Echter landschap had als plek waar de wegen samenkwamen en weer uitwaaierden.

-

Susteren heeft, als plaats waar een vroeg-middeleeuws klooster lag, een unieke plek in de Limburgse en zelfs landelijke geschiedenis. Internationaal vormen dergelijke locaties vaak het vertrekpunt voor tentoonstellingen en soms zelfs musea, die over de blootgelegde funderingen worden gebouwd. Zo heeft Keulen de resten van de Joodse wijk blootgelegd met het doel deze tentoon te stellen. Met Susteren als bedevaartsoord en abdijplaats kan ongetwijfeld meer gedaan worden naast de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart, ook in de vormgeving van de openbare ruimte en de toeristische ontwikkeling daarvan. Daarbij kan wellicht inspiratie geput worden uit de manier waarop Echternach dit heeft aanpakt en de manier waarop Paderborn de resten van de vroegere paltsen zichtbaar heeft gemaakt. Eventueel zouden samenwerkingsverbanden kunnen worden gelegd met andere plaatsen in Nederland, België, Luxemburg en Duitsland waar (al dan niet ondergronds) dergelijke kloostercomplexen voorkomen, zoals Echternach, Prüm, Paderborn, Werden en Essen. Bij de thema’s ‘Karolingers’ en ‘Ottonen’ zijn genoeg manieren te bedenken waarop dit ingevuld kan worden en die Susteren een unieke plek in Limburg kunnen bezorgen.

77

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

-

De gemeente Echt-Susteren heeft in totaal aardig wat (al dan niet verdwenen) kastelen, slotjes en landhuizen. Het standaardwerk Kastelen in Limburg noemt er al twaalf, waarmee Echt-Susteren de meeste kastelen en landhuizen kent van heel Noord- en Midden-Limburg en voor Limburg als geheel in de top 5 staat. Dat is ook niet verwonderlijk in een gebied waar de dynamische machtsverhoudingen vroeger zo’n cruciale rol hebben gespeeld voordat de relatieve rust van één provincie Limburg ontstond. Echt-Susteren mag dus met recht dé kastelengemeente van Noord- en Midden-Limburg worden genoemd, en dat zou zij kunnen gebruiken. Toeristisch/ recreatief en qua visualisatie in het landschap van verdwenen kastelen en buitenplaatsen is hiermee veel te doen. De publicatie Verborgen kastelen in zicht, uitgebracht door RAAP in het kader van het Jaar van het Kasteel (2005), biedt creatieve invalshoeken hoe verdwenen kastelen beleefbaar gemaakt kunnen worden.

-

Ook hoogteverschillen zijn interessant als ze beleefbaar zijn, het geeft de recreant het geval even niet in het typische vlakke Nederland te zijn. Zet in op waarneembaarheid van de bijzondere steilranden van het Hoog van Koningsbosch, bijvoorbeeld door rekening te houden met beplanting op bepaalde plekken.

-

Echt kent een belangrijk verleden van steenbakkersindustrie, waarvan nog verschillende relicten bewaard zijn gebleven. Door dit als totaalplaatje te presenteren kan dit ingezet worden voor toeristisch-recreatieve doeleinden.

-

TRAP-routes en klompenpaden zijn een beproefd middel om recreanten langs de cultuurhistorische parels te leiden. Door aan te sluiten bij deze initiatieven en ook in het knooppuntennetwerk aandacht te besteden aan cultuurhistorie kan de beleving ervan verhoogd worden.

De toeristisch-recreatieve exploitatie van cultuurhistorisch erfgoed is een optionele, maar zeer aanbevelenswaardige module om optimaal profijt te hebben van het vele erfgoed in de gemeente. De cultuurhistorische ensembles op kaartbijlage 3, waar gebouwd erfgoed, landschap en stedenbouw bij elkaar komen, kunnen verdere inspiratie bieden voor recreatief-toeristische ontwikkelingen.

4.3.4 Beleid Cultuurhistorie en ruimtelijke ordening Inventariseren is één, maar uiteindelijk gaat het erom dat deze waarden ook in de ruimtelijke ordening worden meegewogen. Dat is geen keuze, maar sinds 1 januari 2012 een wettelijke verplichting, opgenomen in het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan staat op het moment in de schijnwerpers als het document waarin cultuurhistorie een plek moet krijgen. Inderdaad kunnen in het bestemmingsplan vlakken, lijnen en punten worden opgenomen waaraan bepaalde ruimtelijke beperkingen worden verbonden. Vanuit de inventarisatie kan het zowel gaan om concrete elementen, zoals een specifiek object, als om gebieden: de beschermde dorpsgezichten of deelgebieden vanuit de kartering van landschaps-

78

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

typen. Een mogelijke bestemmingsplanregel kan het verzoek om een nader cultuurhistorisch onderzoek zijn, waarmee de basis gelegd kan worden voor een ontwerp. 62 Daarnaast kan de borging van waarden op andere manieren plaatsvinden, die eigenlijk onmisbaar zijn omdat het middel van het bestemmingsplan niet zaligmakend is en het niet overal voor geschikt is. Via het bestemmingsplan kunnen namelijk in principe alleen ruimtelijke karakteristieken worden geborgd, niet een object zelf. Een sloop- of kapvergunning kan op basis van een bestemmingsplanregel bijvoorbeeld niet worden geweigerd wanneer voldaan wordt aan bijvoorbeeld herplant. Bij een monumentaal pand zou men bovendien naast historische, oorspronkelijke kozijnen interieurs (antieke schouwen, originele deuren, oorspronkelijke keukens) volledig mogen verwijderen, omdat het bestemmingsplan geen handvaten biedt om interieurs te beschermen. Dat staat haaks op de basale uitgangspunten van monumentenzorg, namelijk dat zoveel mogelijk historisch materiaal (kozijnen, muurwerk, etc.) bewaard dient te blijven (behoud gaat voor vernieuwing). Dat daarbij op individueel niveau afwegingen gemaakt kunnen worden, is een vervolgstap die aan het principiële uitgangspunt niets afdoet.

De erfgoedverordening (die Echt-Susteren al heeft) en een eigen monumentenlijst (die de gemeente niet heeft) blijven belangrijke instrumenten, maar dat geldt zeker ook voor flankerend beleid. Zo kan het terugplanten van verdwenen historische singels in agrarisch gebied niet of nauwelijks via het bestemmingsplan worden afgedwongen, terwijl het bijvoorbeeld via een subsidieof stimuleringsregeling wel mogelijk is. Flankerend beleid blijft, zeker voor de gebieden waar niet teveel restrictief maar juist stimulerend te werk moet worden gegaan, van belang. Het volgende, door RAAP ontwikkelde stappenplan kan gebruikt worden voor de stap van inventarisatie naar borging van cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen. Met name de punten 1 en 3 zijn, zij het niet alleen vanuit cultuurhistorie, al in de structuurvisie van Echt-Susteren meegenomen. (Stap 2 is in § 4.1.2 nader uitgewerkt en behandelen we beknopt.) 1. Van elk landschapstype worden de specifieke karakteristieken opgenomen die informatie geven over de eigenheden van het betreffende landschap en de contrasten met andere gebieden in de gemeente [zie dit rapport]. Ook van (categorieën van) landschapselementen worden de karakteristieken beschreven.

Deze kenmerken kunnen als input gebruikt worden voor het formuleren van bestemmingsplanregels wanneer de cultuurhistorische waarden geborgd moeten gaan worden (en vormen het vertrekpunt voor de beleidsadvieskaart), maar zijn tevens zinvol voor het ontwikkelen van beleid op andere beleidsterreinen. Eventueel kan het formuleren van cultuurhistorisch gewenste ontwikkelingsrichtingen een stap zijn tussen het beschrijven van de kenmerken en het formuleren van planregels. Uiteraard dienen deze gewenste ontwikkelingsrichtingen afgestemd te worden met wat er in de structuurvisie op hoofdlijnen is opgenomen. 2. Op basis van de waardering [zie kaartbijlage 3] kan besloten worden of er voor de hele gemeente een vlakdekkende dubbelbestemming cultuurhistorie komt (conform archeologie in

62

In Winterswijk is met de eis voor cultuurlandschappelijk onderzoek voorafgaand aan de ontwerpfase al enige ervaring opgedaan.

79

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

veel gemeenten) met variabele regels (de ene plek soepeler dan de andere) of dat er gekozen wordt alleen de hoogste categorie(ën) uit de waardering een dubbelbestemming te geven en elders een ‘basiszorgvuldigheid’ bij bijvoorbeeld plantoetsing te betrachten (zie § 4.1.2). 3. De karakteristieken uit stap 1 worden benut om vervolgens per landschapstype in te gaan op de ‘gewenste ontwikkelingsrichtingen’, waarbij wordt aangegeven wat wenselijk is met betrekking tot openheid/geslotenheid van het gebied, de omgang met nieuwe of bestaande bebouwing, aandacht met betrekking tot de aanwezige verkaveling, de omgang met historische waterlopen, etc. Ook kan duidelijk worden gemaakt welke ontwikkelingen in een gebied juist niet wenselijk zijn vanuit cultuurhistorisch perspectief. Deze richtingen kunnen als handvatten voor beleid en planologische borging (specifieke bestemmingsplanregels) gebruikt kunnen worden. 4. In een beleidsmatig hoofdstuk zou vervolgens dieper ingegaan kunnen worden op de toepasbaarheid van deze ‘gewenste ontwikkelingsrichtingen’ (in de gekozen gebieden in stap 2) en de wijze waarop cultuurhistorie onderdeel kan worden van bestemmingsplannen en structuurvisies. Daarbij kan onder meer worden ingaan op hoe men verstandig omgaat met bestemmingen en dubbelbestemmingen.

Ook is het verstandig aan de orde te laten komen wat er nu zwaarder weegt bij planologische borging van cultuurhistorische waarden: de essentie van de gewenste ontwikkelingsrichtingen (welke kant wil je op met een gebied?) of de constatering dat het ene landschap een hogere waarde heeft dan een ander. Gaan we alleen hoog gewaardeerde gebieden en de bijzondere aardkundige en cultuurhistorische ensembles een cultuurhistorische dubbelbestemming geven (zie ook stap 2 en § 4.1.2) en zo ja: wat doen we dan planologisch met lager gewaarde gebieden? De insteek is daarbij in de eerste plaats gebiedsgericht en zou kunnen worden uitgewerkt per landschapstype. Op de beleidskaart zou vervolgens achter een type element of groep van elementen aangegeven kunnen worden welke beleidsmatige stap inpassing of positieve benutting bij ontwikkelingen tot gevolg kan hebben. RAAP adviseert om aan een specifiek aantal categorieën een bescherming te koppelen. Dat geldt in de eerste plaats voor de hoogste categorie, namelijk de gebieden van zeer hoge waarde en de ensembles. Die zijn van bovenlokale waarde en verdienen daarom sowieso een bescherming. Hetzelfde advies geldt eveneens voor de een-na-hoogste categorie, de gebieden van hoge waarde. Die zijn relatief gaaf en van speciaal lokaal belang: het zijn gebieden die lokaal zo bijzonder gaaf zijn dat ze een nadere borging verdienen.

Vaak gaat het om gebieden die ook nog eens kwetsbaar zijn, zoals de open akkers tussen Echt en Susteren. De gebieden van hooggemiddelde waarde en lager (waar geen ensemblewaarde geldt) zijn in sommige gevallen weliswaar lokaal relevant, maar voor een directe bescherming met onderzoeksplicht zijn ze niet bijzonder genoeg.

Gemeentelijke monumenten De gemeente Echt-Susteren heeft, in tegenstelling tot veel andere gemeenten in Nederland, geen gemeentelijke monumenten, terwijl zij die taak wel zelf kan oppakken door panden of gebieden (al dan niet in de bebouwde kom) waaraan waarde wordt gehecht een beschermde status te geven. Sittard-Geleen kende in 2010 bijvoorbeeld 230 gemeentelijke monumenten, Maasgouw kent er 111 en Roerdalen een onbekend aantal in de kernen Melick, Herkenbosch en Vlodrop. Leudal was in

80

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

2012 bezig met de aanwijzing van panden ten behoeve van een gemeentelijke monumentenlijst, 130 in totaal. 63 Gemeentelijke monumenten zijn in principe panden waarvan de architectuurhistorische en/of cultuurhistorische waarde op landelijk niveau wellicht te marginaal wordt geacht, terwijl zij voor de gemeente zelf wel van (groot) historisch belang kunnen zijn. De gewaardeerde beeldbepalende panden zouden hiervoor een vertrekpunt kunnen zijn. Het opstellen van een gemeentelijke monumentenlijst is geen verplichting vanuit een hogere overheid, maar kan wel wenselijk zijn omdat de rijksmonumentenlijst onvoldoende zekerheid biedt voor lokaal aanwezige historisch-bouwkundige waarden. Het is niet verplicht om een subsidiebudget te verbinden aan het opstellen van een eigen monumentenlijst. Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten is niet alleen belangrijk omdat hiermee bijzondere architectuurhistorische en historisch-bouwkundige waarden worden beschermd die het privébelang overstijgen en voor de maatschappij als geheel bijzonder zijn, ook kan het een eigenaar voordelen opleveren. Die voordelen betreffen onder meer een mogelijk betere verkoop in gebieden waar krimp aan de orde is (het pand is onderscheidend ten opzichte van andere) en mogelijkheden om de monumentencommissie mee te laten denken en daarmee de kwaliteit van de verbouwing van een pand te verhogen.

Gemeentelijke landschappen Naast de bekende nationale landschappen zou de gemeente Echt-Susteren, eventueel in overleg met de buurgemeenten, kunnen denken aan ‘gemeentelijke landschappen’, zoals het Oude Maadal. Het ruimtelijk beleid ten aanzien van die gebieden zou daar dan natuurlijk op afgestemd moeten worden, maar bij de term ‘gemeentelijk landschap’ denken we in de eerste plaats aan een instrument om het beleid een ‘smoel’ te geven. Wat daar beleidsmatig aangehangen wordt op basis van bestaand instrumentarium is een andere discussie. Met een ‘gemeentelijk landschap’ kan Echt-Susteren zich provinciaal profileren als een gemeente waarin zorgvuldig beheer van landschappen hand in hand gaat met functioneel en economisch rendabel gebruik van landschappen. Deze ‘gemeentelijke landschappen’ kunnen gedefinieerd worden op basis van de weergeven bijzondere ensembles.

63

http://www.leudal.nl/index.php?mediumid=1&pagid=1649

81

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=a3c235c4-f30f-42fd-b156-ce6a30899aaa