CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de regels

Commissie Omgeving 19 mei 2025, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM)-Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Louerveld'32.543 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

37

Roebroeck, 1967: 283; Renes, 1999: 195

46

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

Beekdal, onregelmatig verkaveld met verspreide bebouwing (Rbiv) Zowel in het zuiden als het noorden van de gemeente vinden we een soortgelijk landschapstype als hiervoor, maar dan met verspreid aanwezige bebouwing. Deels kwam er naast grasland ook akkerland voor. Het gaat dan ook om relatief smalle delen van het beekdal, waar de oevers elkaar dicht naderden. In het noordelijke detailgebied ligt de buurtschap Steil binnen dit landschapstype. Beekdal, overwegend onverkaveld (Rbn) Het merendeel van de beekdalen in de gemeente Echt-Susteren was in de 19e eeuw nog niet verkaveld. De historische achtergrond daarvan valt buiten het kader van dit onderzoek, maar mogelijk waren er afspraken over gebruik van gemeenschappelijke hooi- en weidegronden. De beekdalen, vrij van bebouwing en opgaand groen, bleven nog tot in de 20e eeuw onverkaveld. Tegenwoordig zijn ze wel verkaveld, maar plaatselijk door beplanting aan de randen van het beekdal nog herkenbaar als ruimtelijk besloten eenheid (o.a. bij Oud-Roosteren). Op veel andere plekken is het beekdal volledig in de verkaveling van de omliggende landschappen opgenomen en niet meer als zelfstandige eenheid herkenbaar. Beekdal, rationeel verkaveld (Rbr) Op één locatie in de gemeente vinden we een rationeel verkaveld beekdal, en wel ten noorden van Nieuwstadt.

Het gaat om een min of meer oost-west gestrekte strokenverkaveling, hier en daar afgewisseld door blokken, aan weerszijden van de beek. Tussen de stroken met percelen grasland kwam opgaande beplanting voor. Door het beekdal liep bovendien een weg, maar bebouwing ontbrak. De hoofdstructuur van het gebied is nog vrijwel intact en als zodanig nog herkenbaar, al is de beek (het meest structurerende element van het landschapstype) verlegd. Halfopen beekdal, onregelmatig verkaveld (Rbw) Ook het halfopen beekdal met onregelmatige verkaveling komt slechts één keer voor, namelijk ten westen van de nederzetting Slek. In het relatief smalle beekdal, waardoorheen de beek met flauwe meanders kronkelde, lagen blokvormige percelen grasland en loofbos, ingeklemd tussen twee akkercomplexen. Bebouwing en wegen ontbraken in het landschapstype; de nederzetting Slek was gepositioneerd aan twee zijden van een weg die het dal van deze beek doorstak. Het beekdal is als landschapstype nog relatief goed herkenbaar door de afwijkende verkaveling en in de kavelgrenzen bewaard gebleven begrenzing van het beekdal. De opgaande beplanting ligt nu overigens meer verspreid door het beekdal, terwijl dat eerder in blokvormige percelen gegroepeerd was. De ‘voordenederzetting’ Slek is als zodanig nog goed herkenbaar. Men heeft het beekdal gemeden bij de uitbreiding van het dorp.

Het smalste punt van het dorp bevindt zich dan ook nog altijd ter plaatse van de voorde.

Broeken Broekontginning, onregelmatig verkaveld (Rbo) De enige onregelmatig verkavelde broekontginning moet gezocht worden ten zuidoosten van de historische kern van Susteren-Veurth. De boerderij IJzerbos lag aan de rand van dit gebied, dat zich kenmerkte door een afwisseling van grasland, bouwland en boomgaarden. Bebouwing ontbrak in het gebied, maar opgaande beplanting tussen de percelen kwam wel voor. De onregelmatighei d

47

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

van de verkaveling uitte zich niet zozeer in allerlei bochtige vormen, maar in de verschillende grootte van de blokvormige percelen, mede door de kromme vorm van de noordgrens van het gebied. Op basis van vergelijkende kaartstudie kwam Renes hier tot de conclusie dat het moet gaan om een zogenaamde ‘geplande gewandverkaveling’. 38 De broekontginning bestaat nog steeds en ligt aan de zuidoostelijke rand van het dorp Susteren. De hoofdstructuurlijnen zijn bewaard gebleven, maar de opgaande beplanting is verminderd en de hoeveelheid bebouwing is toegenomen. Er bevinden zich diverse erven in het gebied. Grasland is nu het overheersende landgebruik. Broekontginning, onregelmatig verkaveld, deels bebost (Rbob) De beboste variant van de broekontginning beslaat een veel groter gebied. Ten zuiden van Susteren lagen twee uitgestrekte broekgebieden, die beide voor meer dan de helft met bos begroeid waren in 1840. De overige percelen, veelal blokvormig, waren in gebruik als weide- en akkerland. Bebouwing was afwezig. Tussen de beide broekgebieden stroomde een sterk meanderende beek, de Rode Beek. Het landschap heeft hier weinig aan karakter verloren. De beek is weliswaar rechtgetrokken, maar de uitgestrekte loofbossen zijn nog altijd aanwezig en met name aan de oostzijde zelfs nog uitgebreid.

De Vloedgraaf, een rechte waterloop aan de westzijde van de broekbossen, heeft zelfs, geheel tegen het historische karakter in, een meanderende loop gekregen.

Oude bossen 39 Oud loofbos, nu gemengd landgebruik (Ruo) De meeste oude bossen op drogere bodems zijn te vinden op het hoogterras, waar al vóór 1850 op grote schaal bos werd aangeplant (figuur 9). Op dat moment bestond het gebied voornamelijk uit droge heide, afgewisseld met struikgewas als relict van de oudere bossen die ooit op dit terras hadden gestaan en waarover we in de archieven veel informatie terugvinden. 40 Op de Tranchotkaart (1802-1828) zien we de eerste bossen, loofbossen, verschijnen op de heidevelden met struiken. Het Lackerbusch en Koningsbosch waren twee van dergelijke vroege loofbossen uit de eerste helft van de 19e eeuw of zelfs iets daarvoor. De Echterheide werd weer bebost. Bewoning ontbrak in deze gebieden. Aan het einde van de 19e eeuw was het beeld nog grotendeels ongewijzigd, zij het dat ook buiten de oude bossen aanplant plaatsvond. Het hoogterras werd, op de oude kampontginningen aan de grens na, voor een belangrijk deel met bos beplant. Het contrast met de tegenwoordige situatie is groot. Waar een deel van de jongere bossen aan de randen van het terras is blijven staan, hebben de oudere bossen voor een belangrijk deel plaats moeten maken. Slechts plaatselijk, zoals 38 39

Renes, 1988: 135 Zie ook Roebroeck, 1967 voor een uitgebreide geschiedenis van het beheer van de woeste gronden, waaronder de herbebossingsgeschiedenis van de 18e en 19e eeuw.

40

In de Middeleeuwen was ook al sprake van het Echterbosch. In 1477 wordt dit bos genoemd in het ‘Cleernis van der gemeynte van Echt’, en daarin wordt gesteld dat de inwoners van Echt het Echterbosch hadden gekregen van Koning Pepijn. Of dat waar was, laten we even in het midden. In de loop van de Middeleeuwen en daarna takelde het bos steeds verder af door overexploitatie en bosbrand, totdat er sprake was van heide met struiken: uitgangspunt voor de herbebossing in de 18e eeuw. Vanaf die 18e eeuw wordt ook wel de naam Koningsbosch voor een deel van het bos gebruikt, een naam die verwijst naar de Koning van Spanje uit de 16e eeuw. Echterbosch is dus de oudst bekende naam van het bos op het hoogterras. Roebroeck, 1967: 227-232 geeft een uitvoerige geschiedenis van het Echterbosch en de eigendomsgeschiedenis ervan.

48

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

341000

342000

341500

1:12.500 m 193000 LBS1/echcu_tmk_lufo

192500

192500

193000

0

250

193500

193500

500

194000

194000

2012

194500

341500

194500

342000

341000

Figuur 9. De oude bossen ten zuiden van de winningsplas op ’t Hoog zijn in het verleden vrijwel geheel omgezet in landbouwgrond.

bij Annendaal, heeft het bos zich kunnen handhaven. Elders heeft men het bos gekapt en de grond in gebruik genomen als landbouwgrond. Die combinatie (deels bos, deels landbouwgrond) hebben we vervat in de aanduiding ‘gemengd landgebruik’.

49

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

Oud loofbos, nu overwegend gemengd bos (Rug) Slechts plaatselijk zijn landschappelijke eenheden met oud loofbos volledig als bos bewaard gebleven. Bij Annendaal vinden we een voorbeeld, waar het loofbos overigens wel is omgevormd in een gemengd bos. Het contrast met het historisch zo aangeduide Vrouw Annadaals Bosch, nu bekend als het Annendaal, is daardoor overigens wel verloren gegaan. Oud loofbos, nu overwegend landbouwgrond (Rul) Er zijn ook zones waar het bos vrijwel volledig plaats heeft moeten maken voor landbouwgrond. Meer dan voorgaande bossen liggen ze niet op het hoogterras, maar op het middenterras. Kennelijk heeft bos daar gemiddeld genomen meer onder de omvorming tot landbouwgrond te lijden gehad. Het gaat voornamelijk om veel nattere (en vermoedelijk oudere) loofbossen dan de eerdergenoemde. Broekbossen doorstonden de tijd beter, omdat ze minder intensief werden benut voor houtoogst en begrazing ook niet aan de orde was. Toch sneuvelden ze in de 20e eeuw toen men behoefte had aan nieuw bouw- en grasland. Het Esbroek bij Annendaal is vrijwel volledig als landbouwgrond in gebruik, terwijl het een eeuw geleden nog een broekbos was. In enkele gevallen betreft het wel een droger bostype, zoals van Diergaarde.

41 Oud naaldbos, nu gemengd landgebruik (Rvo) Naaldbos is gemiddeld genomen veel jonger dan loofbos; het werd pas vanaf de laatste decennia van de 18e eeuw in Nederland aangeplant. Het zou tot in de 19e eeuw duren voor het op grotere schaal werd toegepast. In het laatste kwart van de 18e eeuw hebben we duidelijke aanwijzingen voor de aanplant van naaldbos ten oosten van Echt, onder meer bij Diergaarde. 42 Naaldbossen die later deels werden gekapt ten behoeve van landbouwgrond staan, net als de loofbossen met die toekomst, uitsluitend op het hoogterras. Daar vinden we ze als latere invulling tussen de oudere loofbossen. Ze zullen in de decennia vóór 1840 zijn aangeplant. In 1900 blijkt hun areaal enorm uitgebreid; men heeft definitief de overstap gemaakt van loof- naar naaldhoutaanplant, onder meer om te dienen als stuthout voor de Limburgse mijnen. In de 20e eeuw heeft, zoals eerder al aangegeven, het oude bos (zowel naald als loof) plaatsgemaakt voor landbouwgrond. Slechts hier en daar zijn bossen blijven staan, vooral aan de randen van het hoogterras. 43 Oud naaldbos, nu overwegend gemengd bos (Rvg) De naar gemengd bos omgevormde oude naaldbossen liggen op het middenterras, maar in de nabijheid van de grotendeels verdwenen oude naaldbossen (zie eenheid Rvo). Er zijn geen grotere eenheden met bos bewaard gebleven waar nog uitsluitend naaldbos te vinden is.

Oud naaldbos, nu overwegend landbouwgrond (Rvl) Een aantal kleinere boseenheden, voornamelijk op het hoogterras, werd vrijwel volledig gekapt en vervangen door agrarisch gebruikt land. Zij passen daarin bij een deel van de oude naaldbossen onder de eenheid Rvo. 41 42 43

De naam ‘Diergaarde’ wijst op het bestaan van een oud omheind jachtgebied (Renes, 1999: 188). Roebroeck, 1967: 18-19 Alhoewel er, door de snelle omlooptijd, geen naaldhout uit de vroegste periode bewaard zal zijn gebleven, is een continue functie van percelen naaldhout historisch wel waardevol en is omvorming naar natuurlijk bos cultuurhistorisch niet altijd wenselijk.

50

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

Buitenplaatsen en landgoederen Oud buiten (Rl) Onder de ‘oude buitens’ vatten we de grotere buitenplaatsen, al is de definitie daarvan soms lastig. In veel gevallen wijkt de ontginning van een landgoed immers niet af van bijvoorbeeld een kampontginning. In enkele gevallen bleek de landschappelijke inrichting zo afwijkend en zo ruimtelijk omvangrijk dat we gemeend hebben hier een aparte eenheid van te moeten maken. Het betreft de ontginningen bij Huis Wittem en die bij Wolfraeth, waarvan slechts een gedeelte binnen de grenzen van de gemeente Echt-Susteren valt. Karakteristiek is de rijke beplanting, vermoedelijk met boomgaarden, met grasland als ‘ondergroei’ en het voorkomen van lanen. Ook de ligging van bijen hoofdgebouwen komt uiteraard voor. Bij Huis Wittem zijn de halfronde vorm, de ligging tegen Nieuwstadt en de vele waterlopen en met de ronding meelopende wegen karakteristiek. Alhoewel de hoofdvorm en verschillende gebouwen van Huis Wittem intact zijn gebleven, is de inrichting van de buitenplaats sterk gewijzigd: de spoorlijn is door de buitenplaats heen gelegd, Nieuwstadt heeft zich langs een uitvalsweg uitgebreid en meerdere boomgaarden hebben voor kaal grasland moeten wijken. Aan de noordwestelijke rand is een voorheen licht meanderende waterloop met breed slingerende bochten direct langs de buitenplaats aangelegd.

Van het tot Echt-Susteren behorende deel van Wolfraeth is in de grootschalige verkaveling niets meer te herkennen.

Bebouwing Historische kern met huispercelen (Sh) De veelvormigheid van de verschillende historische kernen is te groot om deze hier uitputtend te kunnen beschrijven. In zijn algemeenheid kunnen we wel stellen dat er verschillende nederzettingen zijn met een stedelijke, wat complexere stedenbouwkundige structuur, waaronder ook verdedigingswallen. Bijzonder voor de gemeente Echt-Susteren is dat de verschillende stadjes nooit uitgroeiden tot echte, dichtbebouwde stadjes zoals we die elders zien. Vaak bleef er nog lange tijd, soms tot heden, landelijk gebied binnen de wallen, een teken dat de groei niet voorspoedig ging. In cultuurhistorisch opzicht betekent dit juist dat er stukjes landelijk gebied binnen de stadjes bewaard zijn gebleven. Heel goed zichtbaar is dat in Nieuwstadt, waar in het noordoostelijk deel van het stadje nog altijd volkstuintjes binnen de oude omwalling liggen. Dergelijke vanouds open gebiedjes zijn een zeer belangrijk historisch kenmerk van Nieuwstadt, Susteren en Echt (figuur 10), alhoewel ze in de twee eerstgenoemde plaatsen voor een belangrijk deel in de 20e eeuw toch zijn volgebouwd. De verschillende kleinere agrarische nederzettingen waren voornamelijk lintnederzettingen langs een weg of clusters van erven in de buurt van ‘verkeersknooppunten’, kruispunten van weg- en waterwegen.

De bebouwing in deze kleinere dorpen of buurtschappen bestond uit eenlaagse gebouwen met een kap. De erfinrichting was vaak sober en doelmatig, en een zekere vorm van wat we tegenwoordig als rommelig zouden ervaren, was de inrichting niet vreemd. Stoffige zandwegen of ongelijke klinkerpaden, ongemaaide grasbermen en de afwezigheid van een ingericht straatprofiel hoorden bij de ruimtelijke inrichting die tot ver in de 20e eeuw gangbaar bleef. Door modernisering zijn deze kernen vaak sterk veranderd, alhoewel de historische bebouwing en de stedenbouwkundige structuur vaak de band met de historische situatie nog wel levend houden.

51

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

188400

188800

189000

346400

346400

346600

346600

188600

346800

346800

188200

346200

346200

200

100 m

LBS1/echcu_tmk_lufo

188200

188400

188600

345800

345800

346000

346000

0

300 1:7500

2012 188800

189000

Figuur 10. De historische stadskern van Echt op de TMK van 1840. Het stratenpatroon is tussen de Middeleeuwen en nu nauwelijks gewijzigd.

Roebroeck deelde de verschillende dorpen en stadjes in typen in. Hij kwalificeerde Pey en Gebroek als esdorpen, Echt, Hingen, Slek en Sint-Joost als straatdorpen en Roosteren als een complex van esdorpen. 44 Naar ons idee heeft deze indeling niet zoveel meerwaarde, omdat elke historische kern op zijn eigen specifieke kenmerken beoordeeld dient te worden als daar aanleiding toe is. De variatie en achtergrond van de genese is namelijk groter dan deze indeling doet vermoeden. Opvallend is verder dat de hoeveelheid verspreide bebouwing in de gemeente beperkt is. De meeste bewoning bevond zich in de verschillende kernen. Andere verspreide bebouwing lag vooral

44

Roebroeck, 1967: 39

52

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

langs de verschillende typen droge kampontginningen. Deze verspreide bebouwing hebben we tot die eenheid gerekend. Bebouwing met opgaande beplanting aan Maasoever (Sm) Een bijzondere vorm van bebouwing vinden we aan de oevers van de Maas, waar enkele gebieden voorkomen met solitaire bebouwing, omringd door boomgaarden. Omdat we geen aanwijzingen hebben dat het om feitelijke buitenplaatsen gaat, hebben we hiervoor een aparte eenheid in het leven geroepen. Veel is tegenwoordig niet meer van deze bijzondere karakteristieken terug te vinden. De bebouwing is in beide gevallen verdwenen en ook de boomgaarden hebben plaats moeten maken voor grasland. Hier en daar staan nog bomen overeind, maar het is niet duidelijk in hoeverre dit resten van de oude fruitboomgaarden zijn.

Riviervlakteontginningen Maasgeulontginning met overwegend onregelmatige verkaveling (Rmw) Tussen Ohe en Echt lag een oude arm van de Maas (tegenwoordig onherkenbaar door het Julianakanaal en de grindwinningsgaten), ingesneden in zowel het midden- als het laagste terras van de Maas. Het landschap langs deze Oude Maas kenmerkte zich door een zeer kleinschalige verkaveling, waarbij de percelen grasland van elkaar werden gescheiden door opgaande beplanting. Naast blokvormige percelen kwamen er ook strookvormige percelen voor. In het noorden van het gebied lag een wat hogere zone, die als akkerland in gebruik was. Hier bevond zich ook een vonder over de Oude Maas. Bebouwing ontbrak in dit landschapstype. Zoals al opgemerkt is hiervan niets meer in het huidige landschap te herkennen. Ongeveer ter plaatse van de Oude Maas ligt nu het Julianakanaal. Ook de autosnelweg A2 loopt door dit landschapstype, en de afslag Echt van deze snelweg bevindt zich hier. Een belangrijk deel is verder bebouwd met het bedrijventerrein tussen Oude Lakerweg en Havenweg. Maasgeulontginning met overwegend ooibos (Rmo) Verder naar het zuiden vinden we smalle zones in geulen of op de overstromingsvlakte van de huidige Maas die zich voornamelijk manifesteren als ooibos. Het gaat om lagere, voor de landbouw minder interessante delen rond Roosteren die door natuurlijke opslag in bos konden veranderen.

In de 20e eeuw veranderden de waterstaatkundige toestand en de agrarische techniek, en waren de gronden alsnog geschikt voor agrarisch gebruik. Die staat hebben ze ook nu nog, waardoor ze sterk gewijzigd zijn ten opzichte van de situatie van 1840. Door de ligging van enkele wegen en waterlopen is de strekking van de oude geulen nog waarneembaar. Maasgeulontginning, onverkaveld (Rmk) In delen van de eerder genoemde geul van de Oude Maas vinden we delen die niet verkaveld waren, maar als onverkaveld en onbegroeid broekland in het landschap lagen. Ze werden vermoedelijk gemeenschappelijk gebruikt. Het gaat om zowel het middenstroomse gebied direct grenzend aan de historische kern van Echt als een uitgestrekt gebied aan weerszijden van de Oude Maas (figuur 11). Die onverkavelde toestand bleef tot in de 20e eeuw bestaan. Bebouwing kwam er, zoals ook in het verkavelde deel, niet voor. Evenals in de hiervoor genoemde Maasgeulontginningen is het landschap hier sterk veranderd. In het meest benedenstroomse deel is het landschap

53

RAAP-RAPPORT 2943

186800

186600

187000

187200

345200

345200

345400

345400

345600

345600

345800

345800

346000

346000

186400

346200

346200

Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

0

100

200 m

LBS1/echcu_tmk_lufo

186400

186600

300 1:7500

186800

2012 187000

187200

Figuur 11. Tegen de oude Maasmeander lag in 1840 nog een onverkaveld gebied. Door de verkaveling en de aanleg van het Julianakanaal zou dit gebied later onherkenbaar veranderen (bron: TMK 1840).

nog agrarisch, maar verkaveld. De Oude Maas volgt hier nog zijn oorspronkelijke loop, waardoor de hoofdstructuurlijn van het landschap nog herkenbaar is. Het noordelijke deel is door de aanleg van het kanaal en de uitbreiding van de bebouwing van Echt niet meer herkenbaar. Overstromingsvlakte met overwegend onregelmatige verkaveling (Rzw) In de enige ruime voormalige Maasmeander die de gemeente Echt-Susteren rijk is, bevinden zich twee lager gelegen delen van de overstromingsvlakte (in 1840 in gebruik als grasland), die destijds verkaveld waren. Het ene deel, ten westen van Berg-Maasheuvel (het huidige Roosteren), was een vierkant blokvormig perceel. Ten noorden ervan lag een ovaal gebied met kleinere percelen met randbeplanting. Hier kwam, hoewel beperkt, ook akkerland voor. Bebouwing kwam in dit land-

54

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

194500

195000

195500

345500

345500

346000

346000

346500

346500

194000

250

0

500

m LBS1/echcu_tmk_lufo

194000

1:15.000

194500

2012 195000

195500

Figuur 12. Het centrale broekgebied ten oosten van Echt is herkenbaar aan de regelmaat van de nog jonge verkaveling. De recent aangelegde meandering van de beek kwam hier historisch gezien niet voor. De oorspronkelijke waterloop is bij de ontginning als een rechte sloot aangelegd.

schapstype niet voor. Alhoewel de omliggende overstromingsvlakte inmiddels ook is verkaveld, is met name het complex met de ovale vorm door de gehandhaafde randbeplanting als geheel nog goed herkenbaar. De verkaveling erbinnen is wel verdwenen, en ook bevindt zich geen akkerland meer binnen deze eenheid. Overstromingsvlakte, overwegend onverkaveld (Rzk) In het zuidwestelijke deel van de gemeente, direct langs de Maas, lagen nog in 1840 enkele onverkavelde graslandarealen. Beplanting en bebouwing ontbraken hier. Al deze gebieden zijn nog als grasland in gebruik en kennen nog altijd geen bebouwing, maar inmiddels zijn ze wel verkaveld. Omdat zich geen randbeplanting op de kavelgrenzen bevindt, is het karakter van het gebied redelijk goed bewaard gebleven.

Jonge ontginningen Jonge broekontginning, nu overwegend landbouwgrond (Rjl) Een van de grootste aaneengesloten landschappelijke eenheden binnen de gemeente Echt-Susteren is het enorme voormalige broekgebied op het middenterras, tegen de steilrand van het hoogterras aan. Het gebied was in 1840 nog een open moerasgebied, met hier en daar broekbosjes en zonder bebouwing (figuur 12). Om efficiënt het gebied te passeren kwamen alle wegen aan de westzijde samen bij de Pepinusbrug en waaierden ze aan de oostzijde weer uit. 45 Hier en daar

45

Verhoeven e.a., 2010

55

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

waren drogere stukken, waar heide voorkwam. Tegen het eind van de 19e eeuw zien we de eerste ontginningen in het gebied, met name aan de noordzijde. Het betreft een uitbreiding van de ontginning van Putbroek. Onder meer Dominicus van Ophoven (1885) en kort daarna Reuten waren verantwoordelijk voor de ontginning, waarvoor zij de grond in pacht hadden van de gemeente Echt. Provinciaal gezien waren het vroege grootschalige broekontginningen. 46 Het nieuwe cultuurland werd zowel als akkerland als weidegrond gebruikt. Bij de planmatige indeling van het gebied werd ook een rechtlijnige wegenstructuur uitgedacht, die met name zuidwest-noordoost en (haaks daarop) noordwest-zuidoost loopt. Door de lange smalle vorm van het gebied en de bestaande ontginningen aan weerszijden heeft de landschappelijke inrichting, hoewel planmatig, de nodige onregelmatigheden. Van het oorspronkelijke broek is vrijwel niets meer terug te vinden. Jonge heideontginning, nu gemengd landgebuik (Rho) Op de rand van het hoogterras en op de flanken daarvan lagen nog in 1840 de drogere woeste gronden. Op de Tranchotkaart (1802-1828) zien we ze terug als een mozaïek van heide en struweel.

Het gebied werd, na een aanvankelijke bebossing met naaldhout tijdens de overgang van de 19e naar de 20e eeuw als gevolg van een gestegen behoefte naar mijnhout, gedeeltelijk ontgonnen tot landbouwgrond met een rationele, blokvormige verkaveling. Tegenwoordig vinden we er nog steeds een mix aan functies, zowel naaldbos, gemengd bos als winninglocaties voor delfstoffen (De Hazelaar). Jonge heideontginning, nu overwegend landbouwgrond (Rhl) Een aantal jonge heideontginningen werd volledig omgezet in landbouwgrond; hier bleef praktisch geen bos behouden. Het betreft twee gebieden op het middenterras ten zuidoosten van Sint-Joost. In 1840 vormde dit een hoger gelegen gedeelte van het grote broekgebied, dat we kunnen karakteriseren als een heideveld. Het gebied behoorde tot de eerste delen van het areaal aan woeste gronden dat in ontginning werd genomen, in eerste instantie als naaldbos. In de 20e eeuw werd het gebied vrijwel volledig in akker- en grasland met een rationele, blokvormige verkaveling omgezet. Aan de randen bleven kleine bosjes, overwegend naaldbos, bestaan. De landbouwkundige functie had echter een duidelijk overwicht ten opzichte van de bosbouwkundige. Jonge heideontginning, nu overwegend naaldbos (Rhn) Ten westen van het bovenstaande gebied werd nog na 1900 een areaal heide bebost, en dit bleef dan ook als naaldbos gehandhaafd. Die functie heeft het nog altijd.

Niet-ontgonnen gebieden Maas (M) Het gedeelte van de Maas dat binnen het gemeentelijk grondgebied valt, hebben we (met de ligging van 1840) op de kaart weergegeven. Niet-ontgonnen broekgebied (Rw) Er bevinden zich binnen de gemeente geen heiderelicten die altijd onontgonnen zijn gebleven. Wel ligt er bij Sint-Joost een klein gebied dat nog altijd als broekgebied herkenbaar is, ingesloten 46

Renes, 1999: 396

56

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

tussen hogere gronden. Het vormt een bijzonder relict in een verder volledig in cultuur gebracht grondgebied.

3.3 Historische landschapselementen en gebouwd erfgoed 3.3.1 Inleiding In deze paragraaf gaan we in op de kartering van de historische landschapselementen en de historische bouwkunst en stedenbouw. De gekarteerde eenheden zijn afgebeeld op kaartbijlage 2. De categorie ‘landschapselementen’ is zeer divers. De inventarisatie is niet alleen bedoeld om bestaande elementen te beschermen, maar vooral de landschapsstructuur inzichtelijk te maken en daarbij inspiratie te geven bij ontwikkelingen in een gebied. Herstel van een verdwenen hoofdstructuur kan daarbij bijvoorbeeld interessant zijn. Per type element zullen we in deze paragraaf de landschapselementen verder bespreken.

3.3.2 Historische landschapselementen Infrastructuur Een van de aspecten waar de actualisatie van de cultuurhistorische waardenkaart in 2015 een belangrijke invloed op heeft gehad, is op de laag met historische infrastructuur. Veel exacter dan op provinciaal schaalniveau zijn historische wegen in kaart gebracht en is aangeduid of de wegen nog bestaan of reeds verdwenen zijn. Hieruit kan inspiratie worden geput voor infrastructurele ontwikkelingen in de gemeente. Daarbij is ook een fasering aangebracht. Aangegeven is of een weg van vóór 1842 dateert of uit de periode 1842-1900. 47 Wegen die tussen 1842 en 1900 werden aangelegd maar inmiddels weer verdwenen zijn, hebben we niet meegenomen, omdat een deel daarvan lastig ruimtelijk te plaatsen was. Om consequent te zijn hebben we alle verdwenen jonge wegen weggelaten. Daarnaast hebben we de spoor- en tramlijnen uit de eerdere inventarisatie overgenomen. Aan de hand van het AHN2 zijn zones met in het terreinreliëf nog herkenbare karrensporen gekarteerd. Deze komen voornamelijk voor in bosgebieden op de rand van het plateau. We zien dat de wegenstructuur van Echt-Susteren eigenlijk nog grotendeels intact is. Vooral de schaalvergroting in de landbouw en de uitbreiding van de kernen heeft voor veranderingen gezorgd. Desalniettemin hebben we met een vrij gave wegenstructuur te maken.

Waterstaat Ten opzichte van de provinciale kaart heeft in 2012 een detailleringsslag plaatsgevonden voor de objecten die te relateren zijn aan waterstaat. Hierbij is vooral gepoogd de waterlopen, die deels ook al in de provinciale inventarisatie aanwezig waren, veel nauwkeuriger en vollediger in beeld te brengen. Dit betreft grachten (van kastelen, kerken en de verschillende stadjes; veelal nu verdwenen) en historische waterlopen. Er is onderscheid gemaakt tussen intacte waterlopen, (her)meanderde lopen, rechtgetrokken lopen en verdwenen waterlopen. 47

Strikt genomen moeten we hier het jaartal 1842 gebruiken, omdat pas in die periode het kadaster werd ingevoerd in Limburg. De kartering is echter ouder. Om die reden hebben we in de GIS-bestanden nog het ‘oude jaartal’ 1832 gehandhaafd.

57

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

Een van de opvallende conclusies is dat de waterlopen die in de afgelopen jaren vanuit ecologische motieven een meanderende loop hebben gekregen, historisch gezien vrijwel altijd recht waren omdat het reliëf in het landschap hier nauwelijks meandering teweeg heeft gebracht. De duidelijke meanders hebben dus geen historisch precedent en passen eigenlijk ook niet zo bij het landschap van Echt-Susteren. Op basis van historisch kaartmateriaal zijn verder de historische locaties van bruggen, vonders en voorden in kaart gebracht. Hiermee doen we expliciet geen uitspraak over de vraag of de huidige brug qua materialisering waardevol is, alleen dat de huidige brug op een oude bruglocatie ligt.

Oorlog en defensie De elementen die met oorlog en defensie te maken hebben, zijn onderverdeeld naar hun ouderdom. Uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd dateren diverse landweertracés alsmede stadswallen, schansen en een versterkt huis waarvan de grachten in het reliëf nog zichtbaar zijn. Zo is er een schanswerk aan de Maas bij Roosteren gekarteerd. De Schansberg staat afgebeeld op het kadastraal minuutplan en wordt tegenwoordig doorsneden door de weg naar Maaseik. Rondom de schans en het huis dat daar in 1842 al stond, is een kleine buurtschap gegroeid met de naam Schansberg. De schans is in het veld niet meer duidelijk waarneembaar. Uit de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) dateert een ander type erfgoed. Hieronder is bijvoorbeeld de linie opgenomen die in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog enige tijd de frontlijn vormde. De verwoesting en wederopbouw van Susteren hebben bijvoorbeeld een sterke relatie met deze frontlijn. Daarnaast hebben we in het kader van de actualisatie elementen opgenomen die nog in het reliëf herkenbaar waren met de nieuwste technieken, waarbij het vooral gaat om bomkraters, munitieopslagplaatsen, schuttersputjes en loopgraven. In alle gevallen is een toets in het veld wenselijk; vandaar dat het woord ‘vermoedelijk’ bij deze objecten in de legenda is opgenomen.

Enkele bekende kazematten en de Duitse vluchtbunker bij de abdij Lilbosch zijn eveneens in de database opgenomen.

Bestuur Het cultuurhistorisch thema ‘Bestuur’ bevat uitsluitend elementen afkomstig uit de inventarisatie van Renes die in de provinciale cultuurhistorische waardenkaart is opgenomen. We hebben daarbij een middeleeuwse laathof alsmede een aantal oude grenzen (al dan niet herkenbaar) overgenomen. In de vorige versie van deze cultuurhistorische waardenkaart waren ook grenspalen opgenomen; deze zijn nu als gebouwd object geïntegreerd in de database met beeldbepalende panden en komen onder dit thema niet meer terug.

Economie Economische motieven zijn de reden geweest dat er in het verleden op diverse plaatsen zanden grindwinning heeft plaatsgevonden. De heemkundekringen hebben diverse kuilen aangeduid waar deze winning heeft plaatsgevonden. Deze zijn onder het thema ‘Economie’ op de kaart opgenomen.

58

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

191500

192000

192500

192000

192500

344000

344000

344500

344500

345000

345000

345500

345500

346000

346000

346500

346500

191000

250

0

m LBS1/echcu_tmk_lufo

191000

500 1:15.000

2012 191500

Figuur 13. In de omgeving van de abdij Lilbosch (omcirkeld) bevindt zich nog een bijzonder gave structuur van houtwallen en lanen.

59

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

Opgaand groen Houtwallen, lanen etc. kunnen een belangrijke historische waarde in het landschap vertegenwoordigen. Ze laten ten dele nog zien hoe het historisch cultuurlandschap in het verleden was (en tegenwoordig is) aangekleed. De inventarisatie is verre van compleet en heeft met name betrekking op de omgeving van Hingen, ten oosten van Echt, en op de omgeving van Doort (figuur 13). Een verslag van de inventarisatie van houtwallen in het natuurgebied Het Marissen is opgenomen als bijlage 4 in dit rapport. Op basis van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart hebben we daarnaast ook een aantal hoogstamboomgaarden opgenomen, alsmede enkele bijzondere groene enclaves in Nieuwstadt. Verreweg de grootste aanvulling ten opzichte van de eerdere kaart is de toevoeging van een breed pallet aan groenstructuren, geïnventariseerd door de Stichting IKL Limburg. Alhoewel niet onderzocht is het uit ervaring aannemelijk te noemen dat het merendeel hiervan een historische betekenis heeft. De eerdere inventarisaties nabij Hingen overlopen ook met deze inventarisatie.

Religie Onder de categorie ‘religie’ hebben we kerkhoven opgenomen die door de heemkundekringen ter registratie zijn aangedragen. Kleine herdenkingsmonumenten, kerken en graftekens zijn opgenomen in de database met beeldbepalende panden.

3.3.3 Bouwkunst en stedenbouw Historische nederzettingslocaties in 1842 Op basis van de kadastrale minuutplans zijn alle historische nederzettingslocaties (erven) die bij de kartering omstreeks 1842 bestonden, in beeld gebracht. Ten opzichte van de eerste versie uit 2012 hebben we enkele items toegevoegd in een deel van de gemeente dat ooit tot de gemeente Born behoorde en eerder over het hoofd was gezien. Zoals al eerder aangegeven hebben we de historische kernen van Echt, Susteren en Nieuwstadt hierbij op een andere wijze in beeld gebracht dan de buitengebieden. In de buitengebieden gaat het uiteindelijk om 46 grote boerderijen, 873 middelgrote of kleine boerderijen of woonhuizen, 140 vrijstaande bijgebouwen, zes pastorieën, vijf kerken, twee kapellen, vier kastelen, een raadhuis, twee veerhuizen, vier watermolens en twee windmolens. De kartering van de bouwblokken in Echt, Susteren en Nieuwstadt laat ons zien hoezeer de kernen die historisch gezien als stadjes beschouwd worden, nog een dorpse opbouw lieten zien. De bebouwing was geconcentreerd langs enkele wegen en van een stedelijk patroon van steegjes en straatjes achter de hoofdstraten was nauwelijks sprake. Van het toenmalige ‘landelijk gebied’ binnen de stadjes is eigenlijk alleen binnen Nieuwstadt het een en ander bewaard gebleven. Dat maakt Nieuwstadt direct ook zeer bijzonder op landelijke schaal.

Beschermde monumenten De gemeente Echt-Susteren kent geen gemeentelijke monumenten, uitsluitend rijksmonumenten. Het gaat daarbij om zestig objecten in totaal, voornamelijk in de stadjes Echt, Susteren, Nieuw-

60

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

Figuur 14. Een van de rijksmonumenten in de gemeente Echt-Susteren: huis Verduynen in Echt (bron: Wikimedia Commons).

stadt en de verschillende dorpen (figuur 14). Daarnaast is de rijksmonumentale buitenplaats Verduynen opgenomen. Een vorm van provinciale bescherming op basis van een afzonderlijke provinciale monumentenlijst heeft de provincie Limburg niet. Monumenten die van provinciewege financiële ondersteuning ontvangen zijn doorgaans herkenbaar aan een provinciaal monumentenschildje. Voorbeeld hiervan is de Landricuskerk in Echt.

Beeldbepalende panden In het laatste decennium van de 20e eeuw werd een landelijke inventarisatie van bouwkunst uit de periode 1850-1940 uitgevoerd, het zogenaamde monumenteninventarisatieproject (MIP). Naar aanleiding van een vervolgstap, het monumentenselectieproject (MSP) werd een beperkt aantal gebouwen als rijksmonument aangewezen. Het stond aan andere overheden zoals provincies en gemeenten vrij om op basis van een verordening hieruit een selectie te maken om een eigen monumentenlijst aan te vullen of op te stellen, hetgeen in Echt-Susteren (nog) niet is gebeurd. De basislijst van het MIP is aangevuld met de eigen inventarisaties van de heemkundekringen en met de databases van kruisen, beelden en kapellen van de Monumentenwacht. Het geheel bevat naast een beschrijving ook een waardering. Op de kaart is een onderscheid gemaakt tussen alle objecten (wit rondje) en objecten die boven de gestelde ondergrens scoren en daarom van gemeentelijk belang worden geacht (wit rondje met gele stip). De inventarisatie van beeldbepalende panden door de heemkundekringen heeft geleid tot vele tientallen objecten, variërend van boerderijen met karakteristieke poorten in Nieuwstadt tot wederopbouwarchitectuur in Echt (figuur 15). Enkele objecten en panden die door de heemkundekring van Echt in beeld is gebracht, zijn gefotografeerd. De foto’s zijn opgenomen als bijlage 2.

In totaal zijn ruim 720 niet-beschermde, beeldbepalende gebouwde objecten in een database en op kaart opgenomen.

61

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

Figuur 15. De gemeente Echt-Susteren kent meerdere gebouwen die mogelijk een cultuurhistorische waarde hebben, zoals de inmiddels afgebroken Pius X-kerk in Echt (naoorlogs erfgoed). (bron: Geheugenvannederland.nl).

Kastelen, landgoederen en buitenplaatsen De provincie Limburg is rijk aan kastelen, landgoederen en buitenplaatsen. Uit meerdere bronnen, voornamelijk provinciale inventarisaties, hebben we deze database samengesteld. Hierin zijn zowel nog bestaande als verdwenen kastelen en kasteeldomeinen opgenomen.

Overige bebouwingslocaties In diverse provinciale databases kwamen objecten voor die we onder deze restcategorie hebben geschaard. Het gaat voornamelijk om thematische inventarisaties (kloosters, molens), waarbij een deel reeds verdwenen is en alleen de ‘plek’ nog aan het onderwerp herinnerd. Ook zijn hierin gewaardeerde nederzettingen overgenomen, via de provinciale kaart afkomstig uit de inventarisatie en waardering door Hans Renes. Interessant hierin, alhoewel vrij grof begrensd, is nog wel de ‘mate van verandering’ die in de achterliggende database is opgenomen. Aan deze waardering hebben we verder geen aandacht besteed. Deze waardering kan wel een goed vertrekpunt zijn als de historische kernen in de landschapswaardering alsnog worden betrokken.

3.4 Waardering van het cultuurlandschap 3.4.1 Landschapswaardering De waardering van onderscheiden cultuurlandschappen is weergegeven in kaartbijlage 3. De waarderingskaart spreekt voor zich: het blijkt duidelijk dat met name in het westelijk deel van de gemeente hoog gewaarde gebieden te vinden zijn.

62

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

nr.

naam

beschrijving

1

Echt

historische stadskern, stedenbouwkundig gaaf met historische bebouwing

2

Nieuwstadt

historische stadskern Nieuwstadt, stedenbouwkundig gaaf met historische bebouwing, karakteristieke open gebiedjes en buitenplaats (Witham)

3

Dieteren

middeleeuws gehucht met cultuurland en mottecomplex

4

Ophoven

relatief gaaf bewaard Maasdallandschap met historische gehuchten

5

Kokkelert, Visserweert en Illikhoven

relatief gaaf bewaard Maasdallandschap met historische gehuchten

6

De Pas en Oevereind

relatief gaaf bewaard Maasdallandschap met historische gehuchten

7

Baakhoven

middeleeuws gehucht aan Geleenbeek, omgeven door waardevol groen

8

Aesterberg

middeleeuws gehucht met unieke ligging aan Oude Maas

9

Gebroek-Horst

middeleeuws landschap in waardevol en gevarieerd historisch cultuurlandschap; open zone aan noordzijde kwetsbaar

10

Lilbosch

kloostercomplex in 17e-eeuwse ontginning, met monumentaal groen

11

Marissen-’t Leen

vrij authentiek en gaaf complex van houtwallen

12

Diergaarde-Bollenberg

middeleeuws leengoed met mottekasteel en houtwallenpatroon aan voet van het hoogterras

13

Spaanshuisken

bijzonder gehucht met veel historische bebouwing rond kapel, omringd door landsgrens

14

Oud-Roosteren

oud lintdorp langs beek, bij samenvloeiing Rode Beek en Geleenbeek

15

Susteren

middeleeuwse stadskern van Susteren met terrein voormalig klooster. Intacte stedenbouwkundige opzet, grotendeels herbouwd na WOII

16

Feurth

historisch lintdorp Feurth, complex van historische bebouwing

17

Mariaveld-Stationsstraat

uitbreidingswijk Mariaveld-Stationsstraat, relatie met spoorontwikkeling

18

Oude Rijksweg-Noord

bijzonder complex met woonhuizen aan oude doorgaande weg

19

Schrevenhof

leengoed van kasteel Montfort aan rand van moerasgebied

20

Berkelaar

middeleeuws gehucht aan Oude Maas

21

Pey-Dorpstraat

historische dorpsstraat van Pey met nog aanwezige agrarische bebouwing

22

Peijerstraat

oude verbindingsweg tussen Echt en Peij met veel waardevolle bebouwing uit de dertiger tot vijftiger jaren

Tabel 8. Waardevolle ensembles van landschap en gebouwd erfgoed in de gemeente Echt-Susteren.

3.4.2 Ensembles Op de kaart zijn tevens ensembles van cultuurhistorische waarden weergegeven, die op basis van de inventarisatie in overleg door RAAP, de gemeente Echt-Susteren en de heemkundekringen zijn opgenomen. Uit de aanvankelijke inventarisatie is een selectie gemaakt. 48 In het kader van de actualisatie in 2015 zijn bovendien twee ensembles toegevoegd, te weten Pey-Dorpstraat en Peijerstraat. Indien het omringende landschap sterk was veranderd maar de historische gebouwde kern toch waardevol werd geacht, is de grens relatief strak om de kern heen gelegd. Waar mogelijk werd een deel van het landelijk gebied binnen het ensemble betrokken. Uiteraard is, zeker bij een hoog gewaardeerd agrarisch cultuurlandschap, deze grens arbitrair. Er is bovendien bewust voor

48

In de stedenbouwkundige ensembles, aangedragen door de heemkundekringen, is zo min mogelijk geschrapt, met name omdat dit zinvolle informatie voor het vervolg kan zijn. Ensembles die wel vervallen zijn, zijn bijvoorbeeld Aan de Linde (Nieuwstadt), vanwege de geringe ensemblewaarde in relatie tot het landschap, en Heide, omdat dit reeds in zijn geheel binnen de hoogste waarderingscategorie voor landschap valt.

63

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

gekozen de grens soms te laten afwijken van de gebieden in de welstandsnota, met name vanwege een hoge of juist lage waardering van het omringende cultuurlandschap. Dat geldt bijvoorbeeld voor de omgeving Baakhoven-OudRoosteren-Ophoven, die als één zone in de Welstandsnota zijn opgenomen. Het omringende landschap is vanuit cultuurhistorisch perspectief niet zo waardevol, onder meer door alle infrastructurele werken in het gebied. Daarom zijn de drie kernen afzonderlijk begrensd. 49 De ensembles die op basis van bovengenoemde studie zijn benoemd, worden weergegeven in tabel 8. Uiteraard realiseren we ons dat de benoemde ensembles per definitie een zekere mate van subjectiviteit kennen, zowel in keuze voor gebieden als begrenzing daarvan. 50

3.5 Verantwoord gebruik van de kaartbijlagen De hoeveelheid informatie die geïnventariseerd is maakt het niet gemakkelijk om alle informatie op één papieren kaart weer te geven. De bijgevoegde kaartbijlagen laten daarom soms puntenwolken zien, waarbij de precieze plek van elk symbool niet duidelijk te herkennen is en het ene symbool soms achter het andere schuilgaat. Voor een verantwoord gebruik op perceelsniveau raden wij daarom altijd aan de gegevens in het digitale GIS te raadplegen.

49

Dat daarvan in de Welstandsnota één gebied is gemaakt, is vermoedelijk een afweging op basis van meer argumenten dan alleen maar cultuurhistorische.

50

Nog los van het feit dat stedenbouw maar in beperkte mate is meegenomen.

64

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

4 Aanbevelingen en wenken

4.1 Structuurvisie en bestemmingsplannen 4.1.1 Ten geleide In hoofdstuk 1 stelden we tot doel cultuurhistorisch erfgoed te inventariseren en te waarderen teneinde een basis te leggen voor planologische borging van cultuurhistorische waarden, met name voor de structuurvisie. Die doelstelling hebben we voor een belangrijk deel bereikt. Het uitgevoerde onderzoek had vooral een inventariserend en ten dele een waarderend karakter. Het project heeft voldoende informatie opgeleverd voor het opstellen van de structuurvisie, een ruimtelijke visie op hoofdlijnen. Zo is het mogelijk om a) de hoogst gewaardeerde landschappen, b) de aardkundige ensembles en c) de cultuurhistorische ensembles als ‘aardkundig-cultuurhistorische aandachtsgebieden’ op te nemen. Dit project, zoals dat in het projectplan in 2011 51 was uitgewerkt, voorzag nog niet in alle aspecten die nodig zijn om aan de letter van de verplichting in het Bro te voldoen. Dat betrof vooral kennis, noodzakelijk voor het detailniveau van bestemmingsplannen. Zo kennen we een groot aantal cultuurhistorische waarden in de gemeente, maar is de kennis over een aantal historisch-(steden) bouwkundige waarden in de bebouwde kommen niet volledig. Het Bro richt zich in de eerste plaats op het bestemmingsplan. Voor een goede toepassing is het noodzakelijk over alle gegevens op het juiste schaalniveau te beschikken.

De actualisatie in 2015 was er mede op gericht beide lacunes (deels) te vullen. Het is aanbevelenswaardig om, waar mogelijk, de in het Bro verplichte vertaalslag naar het belangrijkste planologisch instrument (het bestemmingsplan) te maken om rekening te houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden, zoals het Bro stelt. Zonder een cultuurhistorisch afwegingskader (wat nemen we wel over uit de inventarisatie, wat niet?) en kennis over de planologische vertaalslag is het onmogelijk er daadwerkelijk rekening mee te houden. De belangrijkste vervolgstap is daarom om, naast enkele deelinventarisaties, alle kennis die boven tafel is gekomen, te gaan inzetten voor het ruimtelijk beleid. Met name de gebiedsgerichte insteek van de cultuurlandschappen (kartering, waardering, ensemblevorming) biedt daarvoor belangrijke aanknopingspunten. Daaruit kan een keuze worden gemaakt op welke gebieden de nadruk gelegd gaat worden waar het gaat om aandacht voor cultuurhistorie. Die keuze is deels een inhoudelijke afweging, maar zeker ook een politieke: wat vindt de gemeente belangrijk waar het gaat om cultuurhistorie?

51

Het projectplan is gevoegd bij de offerte d.d. 12 januari 2012.

65

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

In tabel 9 hebben we voor de verschillende disciplines nog eens helder aangegeven wat reeds gedaan is, wat nog te doen staat en wat optionele vervolgstappen zijn. In het vervolg van dit hoofdstuk behandelen we een aantal individuele vervolgstappen die toelichting nodig hebben. discipline

reeds gedaan

nog te doen

optioneel

aardkunde

inventariseren en waarderen

beleid formuleren, borgen in bestemmingsplan

versterken, beleefbaar maken

cultuurlandschap

inventariseren en waarderen

beleid formuleren, borgen in bestemmingsplan

versterken, beleefbaar maken

bouwkunst en stedenbouw

inventariseren

waarderen van niet-gewaarde objecten (MIP, beeldbepalende panden)

maken van selectie ten behoeve van gemeentelijke monumentenlijst

waarderen van stedenbouw ter aanvulling op de cultuurlandschappelijke waardering (kaartbijlage 3)

actief stimuleren van restauratie etc.

beleid aanvullen, borgen in bestemmingsplan landschapselementen

inventariseren

herziening van provinciale databestanden naar gemeentelijke schaal

inventariseren van andere typen landschapselementen

bijhouden van provinciale updates databestanden

versterken, beleefbaar maken

selecteren (eventueel op basis van element-specifieke waardering) ten behoeve van beleidsvorming beleid formuleren borgen in bestemmingsplan

Tabel 9. Beknopt overzicht van taken m.b.t. erfgoedzorg (zie verder dit hoofdstuk voor concrete invulling en uitwerking).

4.1.2 Cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening De laatste twee jaar ligt de nadruk sterk op de verankering van cultureel erfgoed in het bestemmingsplan. Dit is het gevolg van een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening, door toevoeging van de volgende passage: De gemeente is verplicht op te nemen in nieuwe bestemmingsplannen ‘een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden’ (artikel 3.1.6., vierde lid onder a). De wijze waarop wordt door de rijksoverheid vrij gelaten, afhankelijk van de politiek-bestuurlijke keuzes en de beschikbare informatie. Kiest de gemeente voor de borging van cultuurhistorie in ruimtelijke plannen inclusief verwerking in de verbeelding en opname in de planregels, dan zijn er twee aspecten die een rol spelen: 1. Welke bestaande waarden willen we door middel van het nu geldende bestemmingsplan beschermen en waar bevinden zij zich? De gemeente kan kiezen voor een dubbelbestemming ‘Waarde - cultuurhistorie’ of ‘Waarde – aardkundige waarde’ en hieraan specifieke planregels verbinden, afhankelijk van de aanwezige waarden (zie hierna). Verwerking van deze dubbelbestemming kan plaatsvinden door middel van een parapluplan.

Het kan hierbij gaan om landschappen, maar bijvoorbeeld ook om karakteristieke bebouwing die geen monumentenstatus geniet.

66

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

2. Wanneer willen wij vanuit het beleidsveld cultuurhistorie meepraten wanneer het gaat om ontwikkelingen die niet binnen het bestaande bestemmingsplan passen? In dat geval kan de gemeente van de ontwikkelaar/initiatiefnemer eisen dat hij aangeeft (bijvoorbeeld door middel van een analyse en een daarop gebaseerd ontwerp) op welke wijze hij met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening heeft gehouden. (Advisering over) toetsing kan plaatsvinden door de betrokken ambtenaar, door de monumentencommissie of door een externe partij. Op beide aspecten is een keuze noodzakelijk om te voldoen aan de bepaling betreffende cultuurhistorie in het Besluit ruimtelijke ordening. Welke keuze (hoe ruim of smal) wordt gemaakt is door de wetgever niet bepaald. Belangrijk is te constateren dat een reeds bestaande (enkel)bestemming met betrekking tot ‘natuur’ of ‘landschap’ niet altijd voldoet omdat deze aspecten op gespannen voet met cultuurhistorie kúnnen staan (maar het hoeft uiteraard niet) en dus niet per se toegesneden zijn op een toetsing op cultuurhistorische gronden. Om juridisch volwaardig op basis van het aspect cultuurhistorie te kunnen afwegen is het gebruik van die dubbelbestemming wenselijk. We gaan achtereenvolgens in op de twee bovengenoemde zaken: bestaande of nieuw op te stellen bestemmingsplannen en ontwikkelingen die niet in het bestemmingsplan passen.

Bestaande of nieuw op te stellen bestemmingsplannen Het verwerken van cultuurhistorische waarden in een bestaand of nieuw op te stellen bestemmingsplan (zoals het bp agrarisch buitengebied of van bepaalde kernen als geheel) spelen in grote lijnen twee zaken naast elkaar: het gebruik van een dubbelbestemming om gebiedskenmerken te borgen en het gebruik van een (dubbel)bestemming of aanduiding om specifieke objecten te borgen. We gaan allereerst in op het gebruik van de dubbelbestemming ‘Waarde–cultuurhistorie’. Bij de afweging welke gebieden een dubbelbestemming dienen te krijgen, adviseren wij gebruik te maken van de waarderingskaart, die immers het cultuurhistorisch belang van gebieden aangeeft. Het betreft kaartbijlage 3 van de cultuurhistorische waardenkaart van Echt-Susteren. We adviseren om de twee hoogste waarderingscategorieën (zeer hoge waarde en hoge waarde) en de 21 ensemblegebieden (die soms overlappen) om te zetten in een dubbelbestemming ‘Waarde–cultuurhistorie’ of ‘Waarde–cultuurhistorische landschapswaarde’ op de verbeelding. De keuze voor deze selectie, waarbij aan gebieden binnen de vier lagere waarderingscategorieën geen beperkingen worden gekoppeld, is ons inziens een acceptabel compromis tussen cultuurhistorische belangen vanuit de wettelijke verplichting en de beperking van de regeldruk.

Welke planregels aan deze dubbelbestemmingen gehangen kunnen worden, hebben we in bijlage 6 verwoord op basis van het voorbeeld van het bestemmingsplan agrarisch buitengebied van de gemeente Ede (Gelderland). Voor bebouwde kommen is het bestemmingsplan Uden Centrum 2013 een goed voorbeeld (zie daarvoor ruimtelijkeplannen.nl). De gemeente/omgevingsdienst kan vervolgens bij concrete vergunningaanvragen zelf of met behulp van een externe adviseur op basis van haar cultuurhistorische waardenkaart en de daarin opgenomen gebiedskenmerken, zo nodig aangevuld met parate kennis, toetsen of de omgevingsvergunning verleend kan worden. Waarden die hiermee bijvoorbeeld beschermd kunnen worden, zijn de openheid/geslotenheid van het

67

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

landscha p, de spreiding en positionering van bebouwing (zie ‘historische nederzettingslocaties’ in de legenda), de specifieke wegen- en waterlopenstructuur met hun kenmerken (tracé, verharding of niet), de verkaveling, het grondgebruik, etc. Daarnaast adviseren we om een bouwhistorisch onderzoek verplicht te stellen bij ingrijpende verbouwingen of sloop in de 22 ensembles en in de zeer hoog of hoog gewaardeerde gebieden. Dit kan als regel aan de dubbelbestemming worden verbonden. 52 Veel panden zijn wellicht aan de buitenkant niet meer beeldbepalend/monumentwaardig of ze zijn sterk vervallen, maar kunnen zeer oude (tot wel laat-middeleeuwse) kernen (kapconstructies, muurwerk) met een hoge informatiewaarde bevatten en ons zo wat vertellen over de ontwikkeling van de stad. Bij sloop of een grondige verbouwing gaat deze informatie, die uniek en onvervangbaar is, ongezien verloren. 53 Dat geldt voor oude panden in de binnensteden van Echt, Susteren en Nieuwstadt, maar bijvoorbeeld ook voor de oude boerderijen in de verschillende gehuchten. Analoog aan de archeologische onderzoeksplicht kan daarom ook bouwhistorisch onderzoek verplicht worden gesteld. Daarbij kunnen de volgende criteria worden benoemd: -

het betreft uitsluitend bebouwing van vóór 1940 (op basis van referentiedatabase BAG);

-

het betreft niet de panden die na 1910 als volledig nieuw en in de ruimte vrijstaand object zonder gebruikmaking van oudere bouwresten zijn uitgevoerd, zoals karakteristieke burgerwoningen uit de jaren twintig en dertig.

-

het geldt alleen voor ingrijpende verbouwingen aan muurwerk of kapconstructies of voor gehele of substantiële sloop.

In lijn met voorgaande kan de initiatiefnemer, op het moment dat de resultaten van het bouwhistorisch onderzoek voorliggen, in zijn bouwplannen hier rekening mee houden. Ook dat sluit aan op de wijze waarop archeologisch onderzoek is ingestoken. Op basis van de voorliggende gegevens en de ingeslagen weg adviseren we om dit op dit moment op te pakken voor de 22 ensembles en de zeer hoog en hoog gewaardeerde gebieden. Daarbij valt echter (veel) bebouwing die buiten de ensembles ligt buiten de boot, bijvoorbeeld omdat de historische kernen an sich op de CHW niet zijn gewaardeerd (zie kaartbijlage 3) en niet alle historische kernen deel uitmaken van een ensemble. Indien er in de toekomst besloten wordt tot het verder uitbouwen van het cultuurhistorisch beleid, het opstellen van specifiek bouwhistorisch beleid 54 en het opstellen van een bouwhistorische verwachtingskaart, dan kan in de ensembles en de hoog en zeer hoog gewaardeerde gebieden worden besloten tot een verlichting van de onderzoeksplicht (er vallen immers ongetwijfeld panden af) en daarbuiten tot het aanduiden van die panden, die bouwhistorisch wel relevant zijn. Een algemeen sloop/bouwverbod is niet haalbaar omdat dit uiteindelijk tot planschade kan leiden. Het is wel verstandig om op andere manieren (bijvoorbeeld via bewustwording) te pleiten voor

52

Afhankelijk van de politiek-bestuurlijke steun hiervoor kan ook gekozen worden voor een bouwhistorische onderzoeksplicht in alleen de 21 ensembles; daar ligt de grootste nadruk.

53

Deze informatie kan ook commercieel interessant zijn: in Zutphen gebruikt een makelaar bijvoorbeeld de resultaten van bouwhistorisch onderzoek om de exclusiviteit van zijn panden (waar het bijvoorbeeld gaat om bouwjaar) aan te tonen. Dat trekt een nieuwe potentiële klantengroep aan.

54

Gericht op het veiligstellen van bouwhistorische informatie, niet per se op het tegengaan van sloop.

68

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

behoud van zoveel mogelijk historische (vooroorlogse) bouwmassa en waardevolle grafzerken. Veel ensembles ontlenen juist daaraan hun historische karakter en, hoe passend nieuwbouw ook is, het historische van de vooroorlogse bebouwing kan het nooit vervangen. Nauw met bovenstaande dubbelbestemming verbonden is de dubbelbestemming ‘Aardkundige waarde’, die voor de vijf aardkundige ensembles gebruikt kan worden (zie kaartbijlage 1 van de CHW Echt-Susteren). Op basis van de nadere beschrijving van de ensembles kan bepaald worden welke planregels hieraan verbonden zullen moeten worden. In de meeste gevallen zal dat een beperking van de mogelijkheden voor graafwerkzaamheden zijn en gerelateerd zijn aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘aanleggen’. Bij bovenstaande werkwijze moeten we een kleine maar niet onbelangrijke kanttekening maken. Doordat gaafheid het belangrijkste criterium is bij de afweging hoe hoog de cultuurhistorische waarde is, is de waarde over de tijd veranderlijk. Een nu laag gewaardeerd landschap kan door specifieke ingrepen over enkele jaren gemiddeld of hoog scoren. Daarbij komt dat als de hoog gewaardeerde gebieden wél cultuurhistorische aandacht krijgen en de lager gewaardeerde gebieden niet, het gevaar bestaat dat een zelfversterkend effect ontstaat: de lager gewaardeerde worden nóg slechter en de hoger gewaardeerde nóg beter.

Laag gewaardeerde landschappen vragen daarom vaak ook om specifieke aandacht als het gaat om de ruimtelijke kwaliteit. Die aandacht kan via het algemene landschapsbeleid van de gemeente worden gegeven. Naast de borging van gebiedskenmerken met de bovengenoemde dubbelbestemming(en) zijn er ook verspreid gelegen objecten die met een aanduiding of specifieke bestemming geborgd kunnen worden. Normaliter gebruiken we deze objectgerichte methode als slechts een deel van alle bestaande objecten van dat type waardevol geacht kunnen worden en er dus geen generieke beperking vanuit de dubbelbestemming hoeft te worden opgelegd. Dit geldt bijvoorbeeld voor de geselecteerde karakteristieke bebouwing, die van een aanduiding karakteristiek voorzien kan worden met daaraan gekoppeld een sloopverbod. 55 De borging als element kan ook gelden voor verspreid gelegen waardevolle beplanting, voor landweren en voor begraafplaatsen/kerkhoven met een cultuurhistorische waarde. Deze zaken zijn of worden in het kader van de cultuurhistorische waardenkaart geïnventariseerd, zij het dat de cultuurhistorisch waardevolle beplanting slechts voor een zeer beperkt deel op individueel elementniveau in kaart is gebracht, omdat de CHW in de eerste plaats voor de structuurvisie werd opgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=a3c235c4-f30f-42fd-b156-ce6a30899aaa