CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58

Gemeenteraad 21 april 2022, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 te Echt21.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het dichtstbijzijnde bedrijf is een winkel voor meubelen op de locatie Maasbrachterweg 54 en 54A. Deze winkel is in het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ bestemd tot ‘Detailhandel’. Vanwege deze bestaande bedrijvigheid in de omgeving dient rekening te worden gehouden met richtafstanden, overeenkomstig de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)’. Op onderhavige locatie is sprake van ‘Detailhandel voor zover n.e.g. (niet elders genoemd)’ met bedrijfsactiviteiten van de milieucategorie 1 met een maximale richtafstand van 10 meter met betrekking tot geluid. De afstand tussen onderhavig plangebied tot aan de locatie Maasbrachterweg 54 en 54A bedraagt 38 meter. Derhalve kan aan voorliggende richtafstanden worden voldaan. Tevens is de woning op het adres Maasbrachterweg 52 dichterbij gelegen en daarom maatgevend door dit bedrijf. De bedrijvigheid in de omgeving vormt derhalve geen belemmering voor voorliggend voornemen. Gelet op het vorenstaande vormt het aspect milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

29

M184847.004/ASA

5.3

Externe veiligheid Bij onderhavige planontwikkeling is sprake van het realiseren van een zogenaamd (beperkt) kwetsbaar object in het kader van externe veiligheid. Vandaar dat wordt ingegaan op het beleid omtrent externe veiligheid.

5.3.1

Beleid Het beleid in het kader van de externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving voor wat betreft handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen, als op het vervoer van deze stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de richtlijnen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, vloeit de verplichting voort om in het kader van ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied als gevolg van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s worden beoordeeld op twee soorten risico: het groepsrisico en het plaatsgebonden risico.

5.3.2

Groepsrisico Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijkertijd komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek. In het Bevi is een verantwoordingsplicht binnen het invloedsgebied opgelegd, i.c. het gebied binnen de zogenaamde 1%-letaliteitsgrens, zijnde de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf. Voor elke verandering van het groepsrisico, dit kan een af- of toename zijn, in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd. Deze verantwoording ziet toe op de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering van het groepsrisico in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico, worden ook andere aspecten meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Hieronder vallen onder meer de zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid van een calamiteit.

5.3.3

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans dat een onbeschermd individu in een jaar komt te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron. Voorbeelden van risicobronnen zijn bedrijven, wegen en spoorlijnen. De 10-6-contour is de maatgevende grenswaarde. Dit houdt in dat er een kans van 1 op 1 miljoen is op overlijden. (Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan de richtlijnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen, waarbij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten wordt toegestaan. Voorbeelden van dergelijke objecten zijn woningen, ziekenhuizen, scholen, hotels en restaurants.

30

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

Risicovolle bronnen Rond het plangebied zijn geen risicovolle bronnen gelegen waarvan de PR 10-6-risicocontour tot aan het plangebied reikt. Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen belemmering voor de planontwikkeling.

5.3.4

Transportassen Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Uit het Basisnet water blijkt dat voor de gehele Maascorridor een PR10-6 risicocontour geldt van 0 meter. De PR10-6 risicocontour reikt derhalve niet tot aan het plangebied. De Maascorridor ligt op 650 meter van het plangebied. Het maximale invloedsgebied ten gevolge van het transport van gevaarlijke stoffen over waterwegen bedraagt 1.070 meter. Derhalve reikt het invloedsgebied van deze waterweg wel tot de planlocatie. Transport over spoor Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In de buurt van onderhavig plangebied is geen sprake van transport over spoor. Transport over wegen De planlocatie is gelegen op een afstand van 200 meter van de A2. Uit de vervoersgegevens van Rijkswaterstaat blijkt dat over de A2 (wegvak L41) de stofcategorie GF3 wordt vervoerd. De toxische vloeistoffen bepalen in dit geval de begrenzing van het invloedsgebied.

Uit tabel 4-2 van de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART) volgt dat de grens van het invloedsgebied als gevolg van transport van GF3 355 meter bedraagt. Hiermee ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van de A2.

5.3.5

Transport-/ buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. Deze AMvB regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen, zoals aardgas. Situatie plangebied inzake transportleidingen In de omgeving van het plangebied bevindt zich, gelegen op een afstand van ca. 640 meter langs het Julianakanaal, een buisleiding voor transport van aardgas (GasUnie). De leiding heeft een diameter van 14,49” en een ontwerpdruk van 40 bar. De PR 10-6-risicocontour ligt ter plekke van de leidingsecties op de leiding zelf en bedraagt 0 meter. Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen belemmering voor het bouwplan.

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

31

M184847.004/ASA

5.3.6

Resultaten en conclusies externe veiligheid Door voorliggend voornemen neemt het aantal personen en daarmee groepsrisico zeer beperkt toe. Als gevolg van onderhavige planontwikkeling ontstaan er geen (extra) risico’s in het kader van externe veiligheid. Daarbij kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid in casu goed te noemen is. Ook is de bereikbaarheid van de locatie bij een eventuele calamiteit goed. Hierdoor is de planontwikkeling in het kader van de externe veiligheid verantwoord te noemen. Gelet op het vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

Uitsnede Risicokaart Limburg met aanduiding plangebied

5.4

Kabels en leidingen Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt.

5.5

Waterhuishouding

5.5.1

Nationaal Waterplan 2016-2021 In het Nationaal Waterplan 2016-2021 zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid beschreven. Met dit Nationaal Waterplan voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico`s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS).

5.5.2

Provinciaal beleid De provincie Limburg kent als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg

32

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied. Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.

5.5.3

Gemeentelijk beleid Daarnaast heeft de gemeente Echt-Susteren relevant beleid omtrent de waterhuishouding, namelijk het Waterketenplan Limburgse Peelen 2017-2021 en het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In het Waterketenplan Limburgse Peelen 2017-2021 hebben de gemeentes Maasgouw, Nederweert, Leudal, Echt-Susteren, Weert, Roermond, Roerdalen, Peel en Maas, Waterschap Roer en Oevermaas, Waterschap Peel en Maasvallei, Waterleidingmaatschappij Limburg en Waterschapsbedrijf Limburg hun ambities voor de waterketen verwoord. Hiermee wordt beoogd dat de waterketen als geheel en organisatie overschrijdend georganiseerd wordt. Naast dit plan heeft iedere gemeente ook een eigen gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De primaire doelen van het Waterketenplan zijn:  Het beschermen van de volksgezondheid;  Het bijdragen aan voldoende en schoon water (van “helder” naar “schoon” water);  Het zorgen voor droge voeten;  Het bijdragen aan een goed en duurzaam leefmilieu; Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) bevat beleid en normering voor het rioleringsstelsel in de gemeente en geeft aan wanneer vernieuwing en onderhoud plaatsvindt. In het GRP zijn de uitgangspunten voor het afkoppelen en inzamelen van hemelwater geformuleerd. Op basis van het GRP geldt bij nieuwbouw dat bij nieuwe ontwikkelingen geen verharde oppervlaktes worden aangesloten op een gemengd rioolsysteem.

5.5.4

Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap. Om te bepalen of een plan aan het watertoetsloket moet worden voorgelegd, is de ‘digitale watertoets’ ontwikkeld. Door middel van het intekenen van het plangebied en het beantwoorden

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

33

M184847.004/ASA

van vragen wordt bepaald welke procedure van toepassing is. Uit het doorlopen van de toets is gebleken het plangebied is gelegen buiten gebieden met een waterschapsbelang. Derhalve is een advies van het waterschap op voorliggend planvoornemen niet nodig.

Uitsnede waterkaart met aanduiding plangebied

5.5.5

Afvalwater en hemelwater Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet. Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Echt-Susteren. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Hemelwater van onverhard en semi-verhard terrein Het hemelwater dat valt op de onverharde en semi-verharde terreindelen binnen het plangebied zal, zo nodig na beperkte oppervlakkige afstroming, rechtstreeks infiltreren in de bodem. Hemelwater (dak)verhardingen Door voorliggend voornemen is per saldo sprake van een afname van (dak)verharding en ontstening. Een aanzienlijk deel van de agrarische opstallen wordt immers niet meer positief bestemd en dient binnen een periode van 5 jaar te worden gesloopt. Dit is een voorwaarde aan de principemedewerking van de gemeente. Daarnaast wordt door voorliggend bestemmingsplan de bouw van één nieuwe woning mogelijk gemaakt. Hemelwater vallend op de verharding zal worden afgekoppeld. De infiltratievoorzieningen zullen concreet worden uitgewerkt bij de vergunningaanvraag van de te bouwen woning.

5.5.6

Conclusie Gelet op het vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.

34

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

5.6

Archeologie

5.6.1

Archeologische monumentenzorg (Erfgoedwet) Archeologische waarden zijn bij wet beschermd. Daaromtrent zijn in de Erfgoedwet bepalingen opgenomen die de gemeenteraad in acht moet nemen.

5.6.2

Archeologische verwachtingswaarden Voor onderhavig plangebied is ten aanzien van het aspect archeologie de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de gemeente Echt-Susteren geraadpleegd.

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg met aanduiding plangebied

Op grond van de bovenstaande kaart is voor onderhavig plangebied sprake van hoge archeologische verwachtingswaarden. 5.6.3

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie De hoge archeologische verwachtingswaarde van het gebied heeft geleid tot het opnemen van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ in het geldende bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’. Op basis van deze dubbelbestemming is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek noodzakelijk, indien bodemverstorende activiteiten plaatsvinden bij een diepte groter dan 40 cm en als de oppervlakte meer bedraagt dan 500 m². Gelet op de eenvoudige constructie en wijze van funderen van de te slopen agrarische bedrijfsgebouwen, wordt deze ondergrens ruimschoots gerespecteerd. Ook het bouwvlak van de uit te werken woningbouwkavel blijft met een oppervlakte van circa 225 m² ruim onder de ondergrens voor een archeologisch onderzoek. Op basis van de Erfgoedwet geldt echter de verplichting dat, indien tijdens toekomstige graafwerkzaamheden desondanks archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden aangetroffen, deze per direct gemeld dienen te worden bij de gemeente Echt-Susteren. Tevens zal de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ worden overgenomen in de regels van

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

35

M184847.004/ASA

voorliggend bestemmingsplan, waardoor de (mogelijk aanwezige) archeologische waarden binnen het plangebied bij toekomstige werkzaamheden worden beschermd. 5.6.4

Conclusie archeologie Op basis van het vorenstaande vormt het aspect archeologie geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

5.7

Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg in werking getreden. Als gevolg van de MoKo is het Bro (artikel 3.6.1, lid 2) gewijzigd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Onderhavig planvoornemen voorziet in een omvorming van een agrarische bedrijfslocatie naar een burgerwoning en het mogelijk maken van een nieuwe woning op de naastgelegen kavel met een uit te werken woonbestemming. Daarbij worden bestaande agrarische opstallen gesloopt. Het betreft agrarische bedrijfsbebouwing zonder cultuurhistorische waarden. Tevens is in het paraplubestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ opgenomen dat de bebouwing op onderhavige locatie geen cultuurhistorische waarden heeft. Er worden derhalve geen cultuurhistorische waarden aangetast. Gelet op het vorenstaande geldt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

5.8

Flora en fauna Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. In deze wet zijn de onderdelen uit de Europese Habitatrichtlijn en onder meer de Vogelrichtlijn, die de bescherming van soorten betreft, geïmplementeerd. De wet biedt ook het kader voor de bescherming van inheemse dier- en plantensoorten die geen bescherming genieten op grond van de Habitatrichtlijn. Er gelden een aantal verboden ter bescherming van beschermde dier- en plantensoorten. Artikel 1.11 Wet natuurbescherming voorziet in een algemene verplichting voor een ieder om voldoende zorg te dragen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.

36

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

Blijkens de natuurgegevens blijkt dat binnen onderhavig plangebied geen beschermde flora en fauna voorkomen.

Kaart met aanduiding natuurgegevens provincie

Aanvullend is ten behoeve van onderhavige ontwikkeling de website www.waarneming.nl geraadpleegd welke recente data bevat met waarnemingen over flora en fauna. Uitgaande van waarneming.nl zijn tot voor kort geen beschermde flora en fauna aangetroffen ter plaatse van onderhavig plangebied. In onderstaande figuur wordt een en ander nader gevisualiseerd.

Uitsnede website www.waarneming.nl met aanduiding plangebied

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

37

M184847.004/ASA

Bovendien is voor voorliggende ontwikkeling de effectenindicator op de website van synbiosys (https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorsoortenappl2016.aspx?subj=soorten#effec ten) ingevuld. Daaruit blijkt dat voorliggende ontwikkeling gevolgen kan hebben voor de huismus en de soortgroep zoogdieren.

Middels een quickscan flora en fauna zal voorafgaand aan de sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen onderzocht moeten worden of het planvoornemen gevolgen heeft voor voorliggende soort(groep)en. Gelet op de beschikbare gegevens kunnen beschermde flora en fauna binnen het plangebied voorkomen. Vandaar dat voorafgaand aan de sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen onderzocht moet worden of het planvoornemen gevolgen heeft voor beschermde dier- en plantensoorten. Omdat de sloop binnen een periode van 5 jaar dient te worden uitgevoerd, is het uitvoeren van een quickscan flora en fauna in de planfase niet doelmatig. Het aspect flora en fauna vormt in beginsel geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.8.1

Natura2000 Natura2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd door de biodiversiteit te behouden. Natura2000 gebieden worden beschermd door de ‘Wet Natuurbescherming’. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied is het op 2,4 kilometer gelegen ‘Grensmaas’.

38

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

Kaart ‘Natuur’ OvL2014 met aanduiding plangebied

5.8.2

Mogelijke schadelijke effecten op Natura 2000-gebied Het Programma Aanpak Stikstof (hierna: het PAS) is in het leven geroepen om enerzijds ruimte te bieden voor economische ontwikkelingen, maar tegelijkertijd ook te voorzien in maatregelen die nodig zijn voor het behoud en herstel van Natura 2000-gebieden. Het PAS is op 1 juli 2015 in werking getreden. Recent heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Als een project significant negatieve effecten kan veroorzaken op stikstofgevoelige habitattypen en soorten in een Natura 2000-gebied als gevolg van stikstof of andere effecten is een vergunning op grond van de Wet Natuurbescherming vereist. De sloopfase, aanlegfase en de realisatiefase zijn met ingang van het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn), vastgesteld d.d. 1 juli 2021, en gebaseerd op de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), vastgesteld d.d. 1 juli 2021, vrijgesteld van vergunningplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze vrijstelling geldt echter niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase of voor andere emissies dan stikstof.

Rekening houdend met onderhavig planvoornemen is voor de gebruiksfase van de nieuw te realiseren woning een stikstoftoets opgesteld. Betreffende rapportage is bijgevoegd als bijlage 5. De nieuwe woning zal geheel gasloos gebouwd worden. Alleen de verkeersbewegingen die horen bij het gebruik van de nieuwe woning veroorzaken NOx-emissie. In de gebruiksfase is, op basis van normering CROW (Nr. 381; buitengebied, niet stedelijk), uitgegaan van 8,6 voertuigbewegingen per etmaal. De bijbehorende verkeersbewegingen in de gebruiksfase worden in de berekening meegenomen totdat het verkeer op gaat in het heersend verkeersbeeld. In dit geval zijnde de Maasbrachterweg.

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

39

M184847.004/ASA

Uit de berekeningen met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op een op voor stikstof gevoelige natuurgebieden. De depositie bedraagt 0,00 mol potentieel zuur/ha/jaar. Derhalve kunnen negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van N2000 gebieden ten gevolge van stikstof met zekerheid worden uitgesloten. Deze uitkomsten geven derhalve geen aanleiding een Wnb-vergunning aan te vragen of een verklaring van geen bedenkingen te vragen vanwege mogelijke effecten op N2000-gebieden. Bovendien is met inachtneming van de beoogde ontwikkeling de effectenindicator geraadpleegd.

Uitsnede effectenindicator

Onderstaand is per storingseffect beschreven of dit effect aan de orde is als gevolg van de activiteiten van de initiatiefnemer in het plangebied:  Oppervlakteverlies: Het plangebied ligt buiten het Natura 2000-gebied 'Grensmaas'. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten zijn er geen effecten op dit Natura 2000-gebied. Er is geen sprake van oppervlakteverlies of versnippering van habitat- of foerageergebied;  Verontreiniging: Verontreiniging kan plaatsvinden via bodem, water of lucht. Gezien de afstand van circa 2,4 kilometer heeft onderhavige ontwikkeling geen invloed op het meest nabijgelegen Natura2000-gebied 'Grensmaas'.  Verstoring door geluid: Ter plaatse van onderhavig plangebied zijn momenteel de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Wonen – Uit te werken 2’ van kracht. Het voornemen is om de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse te beëindigen en de agrarische bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’. Bovendien wordt beoogd om op de naastgelegen locatie, ter plaatse van de bestemming ‘Wonen – Uit te werken 2’ een nieuwe woning te realiseren. Met

40

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

 

inachtneming van de aard van de ontwikkeling en de ligging van onderhavig plangebied leiden deze niet tot een extra verstoring van geluid. De agrarische bedrijfsactiviteiten worden ter plaatse namelijk beëindigd. Verstoring door licht: Gelet op de ligging, het gebruik en de afstand van de nieuw te realiseren woning tot de Natura 2000 gebieden, hebben de activiteiten in en bij de woning geen verstoring tot gevolg op Natura 2000 gebieden voor wat betreft dit aspect. Optische verstoring: Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Dit leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. Onderhavig plangebied bevindt zich op circa 2,4 kilometer afstand van het Natura-2000 gebied en op een dergelijke afstand worden beschermde dieren niet verstoord. Verstoring door mechanische effecten: Er is geen sprake van mechanische effecten in de vorm van golfslag, luchtwervelingen etc.

Op basis van deze uiteenzetting wordt geconcludeerd dat onderhavig planvoornemen niet leidt tot oppervlakteverlies of verontreiniging op het meest nabijgelegen Natura2000-gebied ‘Grensmaas’. Bovendien zijn verstoring door geluid, verstoring door licht, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten niet aan de orde.

5.8.3

Conclusie flora en fauna Op basis van het vorenstaande vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

5.9

Natuur en landschap Blijkens de kaart ‘Natuur’ van het POL2014 is onderhavig plangebied gelegen buiten de ‘Goudgroene natuurzone’, ‘Zilvergroene natuurzone’ en/of ‘Bronsgroene landschapszone’ (zie tevens paragraaf 3.2.1). Tevens is het plangebied niet binnen een natuur- en of milieubeschermingszone van de provincie gelegen. Doordat sprake is van sloop van bedrijfsopstallen, zal voorliggend voornemen een overwegend positief effect hebben op de landschappelijke waarden ter plekke. Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmering voor voorliggende voornemen.

5.10

Verkeer en parkeren Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt.

5.10.1

Verkeersstructuur Door voorliggend voornemen wordt de agrarische bedrijfslocatie ter plekke beëindigd. Tevens wordt de bouw van één nieuwe woning mogelijk gemaakt op de naastgelegen uit te werken woningbouwkavel. Het extra verkeer als gevolg van de woonfunctie bedraagt op basis van de kencijfers van de CROW-publicatie 317 (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) gemiddeld 8 verkeersbewegingen per etmaal. Dit betreft een beperkte toename aan verkeer, welke de

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

41

M184847.004/ASA

Maasbrachterweg prima kan afwikkelen. Tevens verdwijnt als gevolg van deze planontwikkeling het agrarisch verkeer als gevolg van de agrarische bedrijfsvoering. Derhalve zal geen sprake meer zijn van bewegingen van (zwaar) agrarisch verkeer van en naar de locatie.

5.10.2

Parkeren Ter plekke van het plangebied krijgt de agrarische bedrijfswoning een woonbestemming. Nieuwe woonfuncties dienen op eigen terrein in de parkeerbehoefte te voorzien. Ter plekke is ruim voldoende gelegenheid om op eigen terrein twee auto’s te parkeren. Tevens wordt voor de aansluitend gelegen uit te werken woonbestemming mogelijk gemaakt dat één nieuwe woning kan worden gerealiseerd. Ter plekke dienen op eigen terrein twee parkeerplekken beschikbaar te zijn. Binnen onderhavig plangebied is voldoende ruimte om aan voorliggende parkeerbehoefte te voldoen.

42

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

6

Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

6.1

Grondexploitatie

6.1.1

Algemeen Afdeling 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6.2 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.

6.1.2

Exploitatieplan Afdeling 6.4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6.12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6.12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: -

het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

43

M184847.004/ASA

De gemeente Echt-Susteren heeft een anterieure (exploitatie)overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer van voorliggend plan. Het verhaal van kosten is hierdoor anderszins verzekerd.

6.2

Planschade Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6.4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. In de met de gemeente Echt-Susteren gesloten anterieure (exploitatie)overeenkomst zijn tevens afspraken met betrekking tot het verhalen van planschade vastgelegd.

44

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

7

Planstukken Het bestemmingsplan ‘Maasbrachterweg 58 Echt’ van de gemeente Echt-Susteren bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding schaal 1:1000.

7.1

Algemeen Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, worden met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket ‘RO Standaarden 2008’ ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende ‘Regeling standaarden ruimtelijke ordening’. Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: -

-

-

er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; er is een verplichte ‘analoge verbeelding’ voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan. Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; er is een verplichte ‘digitale verbeelding’ voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website).

Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.

7.2

Toelichting, regels en verbeelding Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

45

M184847.004/ASA

7.2.1

Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.

7.2.2

Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld, waarbij opgemerkt dient te worden dat niet elk bestemmingsplan alle elementen van navolgende opbouw bevat: -

-

-

-

Hoofdstuk 1: Inleidende regels o Begrippen o Wijze van meten Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels o Bestemmingen o Voorlopige bestemmingen o Uit te werken bestemmingen o Dubbelbestemmingen Hoofdstuk 3: Algemene regels o Anti-dubbeltelregel o Algemene bouwregels o Algemene gebruiksregels o Algemene aanduidingsregels o Algemene afwijkingssregels o Algemene wijzigingsregels o Verwezelijking in de naaste toekomst o Algemene procedureregels o Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels o Overgangsrecht o Slotregel

De regels van de verschillende bestemmingen worden als volgt opgebouwd, waarbij eveneens geldt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijken van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Afwijken van de gebruiksregels - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden - Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk - Wijzigingsbevoegdheid

46

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

In onderhavig geval zijn de regels gebaseerd op de regels van het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’. Daarnaast zijn de relevante regelingen van het facetbestemmingsplan ‘Deregulering’ overgenomen in de regels van voorliggend bestemmingsplan.

7.2.3

Verbeelding De ‘vroegere’ plankaart wordt in het kader van het huidige planologische regime aangeduid als ‘verbeelding’. Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven. De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1:1000 en digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer. Dit zijn verplichtingen in het kader van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

47

M184847.004/ASA

48

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

8

Vooroverleg, inspraak en formele procedure

8.1

Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.

8.2

Vooroverleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen. Bij onderhavige planontwikkeling zijn geen andere (overheids)belangen die vooroverleg vereisen.

8.3

Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in voornoemd artikel bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan, waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12, lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht en langs elektronische weg. De gemeente Echt-Susteren heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplanprocedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen.

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

49

M184847.004/ASA

8.4

Formele procedure

8.4.1

Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.

3. 4. 5.

6. 7.

8.4.2

Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 3 december 2021 gedurende zes weken voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingekomen.

50

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

M184847.004/ASA

9

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5.

Principestandpunt gemeente Echt-Susteren d.d. 21 juni 2018; Aanvullend principestandpunt d.d. 3 december 2019; Verkennende bodem- en asbestonderzoek (rapportnummer: E202943.005/HWO); Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting d.d. 25 maart 2021 (rapportnummer: M184847.001.001/GGO); Stikstofberekening d.d. 13 oktober 2021 (rapportnummer: M184847.005/GHO).

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV

51

Bestemmingsplan - Bijlagen bij de toelichting -

Maasbrachterweg 58 Echt Gemeente Echt-Susteren

Bestemmingsplan Maasbrachterweg 58 Echt Gemeente Echt-Susteren

Onderdeel:

Bijlagen bij de toelichting

IDN-nummer:

NL.IMRO.1711.BP20210163-VG01

Projectnummer:

M184847.004/ASA

Status:

vastgesteld

Datum:

17-01-2022

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Principestandpunt gemeente Echt-Susteren

6

Bijlage 2

Aanvullend principestandpunt

9

Bijlage 3

Verkennend bodem- en asbestonderzoek

12

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting

95

Bijlage 5

Stikstofberekening

129

bestemmingsplanMaasbrachterweg 58 Echt

3

4

bestemmingsplanMaasbrachterweg 58 Echt

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplanMaasbrachterweg 58 Echt

5

Bijlage 1 Principestandpunt gemeente Echt-Susteren

6

bestemmingsplanMaasbrachterweg 58 Echt

Bijlage 2

Aanvullend principestandpunt

bestemmingsplanMaasbrachterweg 58 Echt

9

Bijlage 3 Verkennend bodem- en asbestonderzoek

12

bestemmingsplanMaasbrachterweg 58 Echt

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Maasbrachterweg 58 te Echt (gemeente Echt-Susteren)

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Maasbrachterweg 58 te Echt (gemeente Echt-Susteren)

Rapportnummer:

E202943.005/HWO

Datum:

8 oktober 2020

Naam opdrachtgever:

Mevrouw S. Coenen

Adres opdrachtgever:

Zuiderpoort 40, 6101 KA te ECHT

Contactpersoon Aelmans Eco B.V.:

De heer ing. H.J.J.G.M. Wolfs

Monstername door:

Stan Ortmans en Jerômé Kroonen

Datum monstername:

21 augustus 2020

KvK 14048216 BTW NL8022.45.262.B.01 Bankrekening 15.48.06.137 BIC RABONL2U IBAN NL27 RABO 0154 8061 37

Aelmans Eco B.V. Kerkstraat 4 6367 JE Voerendaal T (045) 575 32 55

Kerkstraat 2 6095 BE Baexem T (0475) 459 260

info@aelmans.com

www.aelmans.com

Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Eco B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com

Inhoud 1

Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Opdrachtverlening .................................................................................................................. 1 1.2 Doel van het onderzoek.......................................................................................................... 1 1.3 Opzet van het onderzoek en de rapportage .......................................................................... 2

2

Vooronderzoek, hypothese en onderzoeksstrategie............................................. 3 2.1 Vooronderzoek ....................................................................................................................... 3 2.2 Onderzoekshypothese ............................................................................................................ 7 2.3 Onderzoeksstrategie .............................................................................................................. 8

3

Opzet veldonderzoek ........................................................................................ 10 3.1 Veldwerkzaamheden ............................................................................................................ 10 3.2 Resultaten veldwerkzaamheden .......................................................................................... 10

4

Resultaten en beoordeling chemische analyse ................................................... 13 4.1 Toetsing van de analyseresultaten ....................................................................................... 13 4.2 Interpretatie van de analyseresultaten ................................................................................ 15

5

Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 19 Figuur 1

Ligging onderzoekslocatie

Figuur 2

Situatie onderzoekslocatie met ligging boorpunten

Bijlage 1

Analysecertificaten grond

Bijlage 2

Profielbeschrijving boorpunten

Bijlage 3

Getoetste analyseresultaten grond conform BoToVa

Bijlage 4

Verklaring van functiescheiding

Bijlage 5

Asbestinspectierapport + analysecertificaten asbest

Bijlage 6

Certificaten

Bijlage 7

Kadastrale gegevens

Bijlage 8

Foto's

E202943.005/HWO

1 Inleiding 1.1

Opdrachtverlening Aelmans Eco B.V. heeft in opdracht van mevrouw S. Coenen, het verzoek gekregen een verkennend bodem- en asbestonderzoek te verrichten op het adres Maasbrachterweg 58 te Echt. Kadastraal is de onderzoekslocatie bekend als gemeente Echt, sectie S, kavelnummers 16 en 17. Aanleiding tot de uitvoering van het onderzoek vormt de beoogde bestemmingsplanwijziging van het te onderzoeken perceel. Het perceel aan de Maasbrachterweg 58 betreft een voormalige bedrijfslocatie (agrarisch bedrijf). Daar voornoemde bedrijfsactiviteiten grotendeels zijn gestaakt, dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Daarnaast is men voornemens om een nieuwe bouwkavel te realiseren voor de bouw van een woning. Hiertoe is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd conform de Nederlandse Normen NEN-5707 en NEN-5740. In dit rapport dient te worden nagegaan wat de chemisch-analytische kwaliteit van de grond is op de betreffende locatie.  Het onderzoeksrapport maakt deel uit voor de aanvraag van een omgevingsvergunning.  Daarnaast dient middels onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wbb. Aelmans Eco B.V. is gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen.

Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. Aelmans Eco B.V., of de overige aan dit bedrijf gelieerde ondernemingen binnen de Aelmans Adviesgroep, verklaren hierbij geen eigenaar van onderhavige locatie te zijn danwel op enige andere wijze een (privaatrechtelijke) relatie te hebben met onderhavige locatie. Op basis hiervan wordt voldaan aan de eisen van onafhankelijkheid uit de BRL-SIKB 2000. Een verklaring van functiescheiding is opgenomen in bijlage 4. In geval van een klacht over de uitvoering van onze werkzaamheden vragen wij u om dit, bij voorkeur via email (info@aelmans.com), aan ons te melden. Ook staat het u vrij om klachten te melden bij onze certificatie-instelling Normec Certificatie (info-cert@normec.nl).

1.2

Doel van het onderzoek Het doel van een verkennend bodemonderzoek is vaststellen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is verontreinigd, en zo ja of de concentraties van de onderzochte componenten aanleiding vormen voor het instellen van een nader onderzoek.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Maasbrachterweg 58 te Echt (gemeente Echt-Susteren) Aelmans Eco B.V.

1

E202943.005/HWO

1.3

Opzet van het onderzoek en de rapportage Onderhavig onderzoek is onder certificaat uitgevoerd volgens protocol 2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” en protocol 2018: “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen Bodem die eveneens bepalend zijn voor het uitvoeren van het bodemonderzoek. De belangrijkste hiertoe gehanteerde normen zijn als volgt:  “Bodem-Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek” (NEN-5725);  “Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek” (NEN-5740);  “Bodem-Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen” (NEN-5707). In onderhavige rapportage zijn de volgende onderzoeksonderdelen te onderscheiden: 1. vooronderzoek betreffende de terreinsituatie (hoofdstuk 2); 2. opstellen van een hypothese aangaande de eventuele aanwezigheid van bodemverontreiniging (hoofdstuk 2); 3. opzet onderzoek (hoofdstuk 3); 4. resultaten en beoordeling chemische analyses (hoofdstuk 4); 5. interpretatie van de onderzoeksgegevens (hoofdstuk 4). Het onderzoek wordt afgerond met conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5).

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Maasbrachterweg 58 te Echt (gemeente Echt-Susteren) Aelmans Eco B.V.

2

E202943.005/HWO

2 Vooronderzoek, hypothese en onderzoeksstrategie 2.1

Vooronderzoek 2.1.1 Algemene terreingegevens De ligging van de onderzoekslocatie is in figuur 1 weergegeven op een plattegrond (Google Maps) en op een overzicht van de boorlocaties in figuur 2. Het te onderzoeken terreingedeelte betreft een woonhuis met een stalling, diverse schuurtjes oprit, erf en omliggend weiland. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 6.800 m2. 2.1.2 Omgeving van het terrein De onderzoekslocatie is gelegen in het buurtschap “Berkelaar”. Voornoemd buurtschap is gelegen tussen de dorpen Echt, Maasbracht en Stevensweert. De oostzijde van de onderzoekslocatie wordt begrensd door percelen landbouwgrond c.q. weilanden. Voornoemde percelen grenzen uiteindelijk aan de autosnelweg (A2). De noordzijde van de onderzoekslocatie grenst aan de tuin en woning behorende tot het adres Maasbrachterweg 60. De westzijde van de onderzoekslocatie grenst aan de Maasbrachterweg. De zuidzijde van de onderzoekslocatie wordt begrensd c.q. ingesloten door een weiland. De omgeving kan worden beschreven als woonbebouwing omgeven door een agrarisch buitengebied. 2.1.3 Vroeger en huidig gebruik Omtrent de historische informatie van het terrein is gebruik gemaakt van de bouw- en milieudossiers, welke voorhanden waren bij de gemeente Echt-Susteren.

Daarnaast is gebruik gemaakt van de internetsite “Topotijdreis”, diverse eerder uitgevoerde bodemonderzoeken en de historische informatie van opdrachtgever. Naar aanleiding van voornoemde bronnen is het volgende omtrent de onderzoekslocatie naar vorengekomen.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Maasbrachterweg 58 te Echt (gemeente Echt-Susteren) Aelmans Eco B.V.

3

E202943.005/HWO

Topotijdreis 1900

Topotijdreis 1925

Topotijdreis 1950

Topotijdreis 1975

Topotijdreis 2000

Topotijdreis 2019

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Maasbrachterweg 58 te Echt (gemeente Echt-Susteren) Aelmans Eco B.V.

4

E202943.005/HWO

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Maasbrachterweg 58 te Berkelaar (gemeente Echt) en is opgericht medio 1958. Voor die tijd was de bodem in gebruik als landbouwgrond en heeft er volgens de website “Topotijdreis” ook nooit bebouwing gestaan tot de oprichting van de onderzoekslocatie. Momenteel betreft de locatie een agrarisch bedrijfslocatie, echter de bedrijfsmatige activiteiten worden langzaam afgebouwd gezien de leeftijd van de huidige eigenaar en het ontbreken van een opvolger. Voorheen werden er op het bedrijf schapen gehouden en gefokt. Vergunningen: -

Aanvraag milieuvergunning

15 mei 1995

Tanks: Op de onderzoekslocatie waren een 2-tal tanks in gebruik, beide tanks zijn gesaneerd. De bijbehorende certificaten zijn in de bijlage toegevoegd. -

bovengrondse dieseltank 500 ltr. ondergrondse HBO-tank 5000 ltr.

gesaneerd en afgevoerd gesaneerd en gevuld met zand

11 mei 2010. 4 juni 1996.

Op de locatie zijn in het verleden enkele bodemonderzoeken uitgevoerd, waarvan de relevantste delen hieronder verwoord staan. Verkennend bodemonderzoek Maasbrachterweg 58 te Echt, onderzoeksnr.: 76304, d.d. 9 juni 1997 uitgevoerd door BLGG Oosterbeek. Aanleiding voor het onderzoek vormt de voorgenomen bestemmingswijziging en bouw van een schapenstal. In de bovengrond is de bodem plaatselijk licht verontreinigd met PAK. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen boven de achtergrondwaarde op de onderzochte parameters. Bodemonderzoek Maasbrachterweg naast nr. 58 te Echt, projectnr.: 503942.a, d.d. 7 juni 2000 uitgevoerd door BLGG Oosterbeek. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging. Zowel in de boven- als ondergrond zijn er geen verontreinigingen aangetroffen boven de achtergrondwaarde op de onderzochte parameters. Er heeft geen grondwateronderzoek plaatsgevonden. Uit een eerder onderzoek uit 1997 op het naastgelegen perceel, was geen grondwater aangetroffen binnen 5 m-mv. Op de belendende percelen zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Onderstaand een korte samenvatting van de betreffende rapportages.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Maasbrachterweg 58 te Echt (gemeente Echt-Susteren) Aelmans Eco B.V.

5

E202943.005/HWO

Bodemonderzoek Maasbrachterweg tussen nr.: 54 en 58 te Echt (sectie S nr.: 18 ged.), rapportnr.: B-98626, d.d. 27 april 1999 uitgevoerd door DVL Milieu en Techniek. Aanleiding voor het onderzoek vormt de voorgenomen herziening van het bestemmingsplan betreffende de voorgenomen woningbouwbestemming. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen boven de achtergrondwaarde op de onderzochte parameters. In de ondergrond is de bodem plaatselijk licht verontreinigd met minerale olie. Vooronderzoek inzake een bodemgeschiktheidsverklaring locatie Maasbrachterweg naast nr. 58 te Echt, rapportnr.: 4111.LBS, d.d. 3 mei 2004, uitgevoerd door Lyons Business Support B.V. Aanleiding voor het onderzoek vormt de voorgenomen nieuwbouwplannen van een woning met garage. Daar in 1996 voor de onderzoekslocatie een bodemonderzoek is uitgevoerd, waaruit geconcludeerd is geworden dat in de bodem geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetroffen, werd de hypothese overdacht voor de locatie bevestigd. Tevens blijkt dat vanaf 1996 de activiteiten op de locatie ongewijzigd zijn gebleven (weiland). 2.1.4 Asbest Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie in het verleden geen bedrijven gestaan die mogelijk asbesthoudend materiaal hebben verwerkt of geproduceerd.

Daarnaast is niets bekend over mogelijke stortingen of ophogingen met asbesthoudend materiaal en/of asbestbuizen in de bodem. Voor zover bekend hebben zich in het verleden geen calamiteiten (bv. brand of explosies) voorgedaan, waarbij asbesthoudend materiaal is vrijgekomen. Om voornoemde bevindingen te kunnen bevestigen, zal tijdens het uit te voeren bodemonderzoek zintuiglijk onderzoek plaatsvinden naar mogelijke asbestresten in de bodem. Ter plaatse van de onderzoekslocatie bevinden zich echter wel diverse opstallen/schuurtje. Alhier zijn veelal asbesthoudende golfplaten opgebracht. Onder voornoemde daken is veelal geen sprake van een water afvoerende goten. Derhalve zal tijdens de uit te voeren terreininspectie en uitvoering van de werkzaamheden alhier extra aandacht aan besteed worden. 2.1.5 Terreininspectie Op 21 augustus 2020 is voorafgaande aan de grondboringen, door een medewerker van Aelmans Eco B.V. een terreininspectie verricht. Het te onderzoeken perceel betreft de ondergrond van een voormalig agrarisch bedrijf (schapenhouderij) bestaande uit diverse stallen, schuurtjes en een woonhuis. Het terrein tussen en rondom de bebouwing is veelal verhard met tegels of betonplaten. De stallen zijn veelal onverhard. In bijlage 7 van deze rapportage zijn diverse foto’s opgenomen van het te onderzoeken perceel.

Zoals op de foto’s is weergegeven blijkt, dat verspreid over het gehele terrein diverse (bouw) materialen, jerry-cans, emmers e.d. verspreid staan.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Maasbrachterweg 58 te Echt (gemeente Echt-Susteren) Aelmans Eco B.V.

6

E202943.005/HWO

Het gebied alwaar de ondergrondse tanks is gelegen is nog als dusdanig te traceren. Het gebied alwaar een bovengrondse dieseltank heeft gestaan is niet meer te traceren. Voornoemde tanks is ook niet aangegeven op de Hinderwet. Voornoemde deellocatie is ter plaatse aangewezen door opdrachtgever. Ten behoeve van het asbestonderzoek is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Tijdens de uitvoering van deze inspectie zijn eveneens geen asbestverdachte materialen aan het aardoppervlak aangetroffen. De inspectie-efficiëntie wordt geschat op 20%. De daken van de divers stallen schuurtjes zijn voorzien van asbesthoudende golfplaten. Voornoemde daken zijn wel nog in een redelijk staat (geen stukjes van afgebroken). Vanwege het ontbreken van de drupzone’s, zullen alhier specifieke inspectiegaten worden geplaatst. 2.1.6 Bodemsamenstelling en hydrologische gegevens De regionale bodemopbouw en geohydrologische schematisatie ter plaatse is als volgt. De gegevens van de bodemsamenstelling en de hydrologische gegevens zijn verkregen uit de TNOgrondwaterkaarten, Sittard, kaartbladen 60 west en 60 oost, december 1977. De onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 29 m +NAP. Aan het maaiveld bevindt zich een enkele meters dikke, matig goed doorlatende, deklaag bestaande uit fijn zand (Nuenen Groep), waaronder zich het eerste watervoerende pakket bevindt, tot een diepte van circa 30m-mv.

Het eerste watervoerende pakket bestaat uit grind en zand (Formaties van Kreftenheye, Veghel en Kedichem). Hieronder bevindt zich de circa 20 meter dikke, uit klei en bruinkool bestaande Bovenste Brunssum klei die als een afsluitende laag fungeert. Volgens de isohypsenkaart van TNO (eerste watervoerende pakket) ligt het grondwaterpeil op een diepte van circa 23 m +NAP. Afhankelijk van het jaargetijde kan de grondwaterstand fluctueren. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een bodem- of grondwaterbeschermingsgebied.

2.2

Onderzoekshypothese 2.2.1 Grond Gelet op het vroegere en huidige gebruik van het terrein, het historisch onderzoek en de terreininspectie luidt de onderzoekshypothese, dat er plaatselijk bodemverontreinigende activiteiten hebben plaatsgevonden (opslag oliën in tanks). Van beide tanks zijn echter saneringscertificaten voorhanden. Dit zou kunnen impliceren dat tijdens het verwijderen c.q. afvullen met zand geen onvolkomenheden (dus ook verontreinigingen) zijn aangetroffen.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek Maasbrachterweg 58 te Echt (gemeente Echt-Susteren) Aelmans Eco B.V.

7

E202943.005/HWO

Daarnaast heeft het te onderzoeken perceel veelal een diffuus verdacht karakter, vanwege de gebezigde bedrijfsactiviteiten, oftewel dat de (onderzoeks) locatie als “diffuus verdacht” kan worden beschouwd. 2.2.2 Asbest Op basis van de historische feiten kan worden geconcludeerd dat de locatie als “onverdacht” kan worden beschouwd voor asbest. Op de onderzoekslocatie zijn echter wel diverse drupzone’s aanwezig. Vanwege voornoemde zone’s dienen deze specifieke gebieden als verdacht beschouwd te worden. 2.2.3 PFAS De te onderzoeken (boven)grond is te allen tijde diffuus verdacht op aanwezigheid van PFAS. De bovengrond kan door middel van atmosferische depositie diffuus verontreinigd geraakt zijn met gehaltes boven de PFAS bepalingsgrens. Dit geldt met name voor de geroerde bovengrond, echter kan ongeroerde bovengrond niet worden uitgesloten. Op basis van de hier bovenstaande feiten kan worden geconcludeerd dat de locatie als “verdacht” kan worden beschouwd voor PFAS.

2.3

Onderzoeksstrategie 2.3.1 Grond Bij de onderzoeksstrategie is ondanks het diffuus karakter uitgegaan van de strategie voor nietverdachte locaties. Dit vanwege het feit dat tijdens de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken geen specifiek verontreinigingen zijn aangetroffen. Uitgaande van de terreinoppervlakte is conform de NEN-5740/A1 (tabellen 6 en 9.1) een keuze gemaakt voor het aantal boringen en grondmonsters De richtlijn met betrekking tot het uitvoeren van bodem- en grondwateronderzoek schrijft voor, dat grondwateronderzoek dient plaats te vinden indien het freatisch grondwater zich op minder dan 5,0 m-mv bevindt. Dit is op de onderzoekslocatie mogelijk het geval. Asbestonderzoek Bij de onderzoeksstrategie voor asbest is uitgegaan van de NEN-5707 (onverdacht). Ten behoeve van het asbestonderzoek zullen de te plaatsen boringen, indien mogelijk, in combinatie met asbest inspectiegaten van 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m-mv worden geplaatst. Naar aanleiding van onderhavig visueel asbestonderzoek zal de uiteindelijke analyse-opzet bepaald worden. Daarnaast zullen ter plaatse van de onverharde drupzone’s rondom de stallen/schuren aanvullende inspectiegaten worden gegraven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=766eef21-26f3-41c7-8f10-30f6c304c6ed