CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Heerweg 40-42

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan Heerweg 40-42 Echt22.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. In dat Besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op advies van de minister wordt bij de toetsing van externe veiligheidsrisico's van buisleidingen al enkele jaren rekening gehouden met deze risicobenadering. Op grond van het Bevb moet zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht worden gegeven in de afstand tot het plaatsgebonden risico en de hoogte van het groepsrisico als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Uitwerking Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen, moet beoordeeld worden of de situatie niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De 'verantwoording van groepsrisico' is ingevoerd met de inwerkingtreding van het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen).

Kort gezegd komt het er op neer dat het bevoegd gezag verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Dit onderzoek beschrijft derhalve vanuit de risicobronnen de consequenties voor het bestemmingsplan. Persoonsgebonden risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6 per jaar) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6 per jaar) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'. Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt in bepaalde gevallen een verantwoordingsplicht.

61/386

Zelfredzaamheid en beheersbaarheid De zelfredzaamheid geeft aan in welke mate de aanwezigen in het plangebied in staat zijn zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. Functie-indeling, infrastructuur, bebouwing, communicatie en alarmering kan op verschillende manieren op zelfredzaamheid inspelen. Zoals door het toepassen van luchtdichte afsluiting in de gebouwen, zodat mensen bij het vrijkomen van een toxische wolk veilig binnen kunnen blijven. Of het wegenplan zodanig inrichten dat de mensen van de risicobron weg kunnen vluchten. Met maatregelen en voorzieningen op het gebied van beheersbaarheid kan escalatie van een incident worden voorkomen. Hierdoor wordt het groepsrisico in positieve zin beïnvloedt, neemt de zelfredzaamheid van personen toe en zal het rest effect ook lager uit kunnen vallen. Beheersbaarheid richt zich op de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren en daarmee verdere escalatie van een incident kunnen voorkomen. Beoordeling Op basis van de professionele risicokaart (https://nederlandprof.risicokaart.nl) en ev-signaleringskaart (zie afbeelding 4.9) is in en/of directe nabijheid van het plangebied geen inrichting en/of transportleiding voor gevaarlijke stoffen aanwezig met een plaatsgebonden risico-contour danwel een invloedsgebied waar mee rekening gehouden dient te worden.

In de directe omgeving van het plangebied vindt bovendien geen vervoer plaats van gevaarlijke stoffen over de weg of het water. Wel is er sprake van een spoorlijn waar vervoer van gevaarlijke stoffen over plaatsvindt. Het betreft de spoorverbinding Roermond-Sittard die als transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is opgenomen in het Basisnet. Het plangebied ligt buiten de plaatsgebonden risicocontouren PR 10-6 van deze route (ter hoogte van plangebied gesitueerd op 1 meter) en ook niet binnen het plasbrandaandachtsgebied. Het nieuw te bouwen woonzorggebouw komt te liggen op circa 75 meter van de spoorlijn Roermond-Sittard en komt daarmee te liggen binnen het risicogebied, de zogenaamde· 100% letaliteitszone van het spoor. Dat betekent dat 100% van de aanwezige personen in de buitenlucht komen te overlijden bij een incident op het spoor -ter hoogte van het plangebied- waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. Op grond van de Beleidsvisie Externe Veiligheid Echt-Susteren heeft de gemeente de ontwikkeling van functies voor beperkt zelfredzame personen in de 100% letaliteitszone als onwenselijk betiteld. Uitgangspunt hiervoor is dat dit leidt tot veel aanwezigen met een lage zelfredzaamheid. Uit de beleidsvisie blijkt dat de hoogte van het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde ligt, overwegend zelfs lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde.

Als gevolg van de uitbreiding van het zorgcomplex zal de hoogte van het groepsrisico naar verwachting niet in betekenende mate toenemen en zeker niet leiden tot een overschrijding van de oriëntatiewaarde. Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, dient binnen de planlocatie rekening te worden gehouden met de verschillende scenario's.

62/386

Toxisch scenario Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als de tankwagon of -container met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een incident. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van een plas of een wolk. Bij een toxische plas zal deze vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Afhankelijk van de windrichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het plangebied drijven. BLEVE-scenario BLEVE is een afkorting voor "Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion" (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie). Er bestaat een koude en een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een brandhaard. Bij een toxisch scenario is het beste advies om binnen te schuilen, waarbij ramen, deuren en ventilatiesysteem gesloten is. Bij een BLEVE scenario dient gevlucht te worden zo ver als mogelijk van de risicobron af. Veiligheidsregio Voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. In overleg met de Veiligheidsregio is onderzocht welke maatregelen aan de orde zijn om uw ontwikkeling mogelijk te maken. Om toch medewerking aan het verzoek te kunnen verlenen, dient een gelijkwaardig veiligheidsniveau behaald te worden als beoogd in de beleidsvisie.

De grootste winst ten aanzien van het verlagen van het risico is te behalen door de ruimtelijke scheiding zo groot als mogelijk te maken. Aangezien het een uitbreiding van een bestaande locatie betreft, is dit hier geen optie, aangezien de locatie vast ligt. Om de veiligheid echter toch significant te vergroten, zijn aanvullende bouwkundige, installatie- technische en organisatorische maatregelen noodzakelijk. Onderstaand worden deze samengevat: het gehele complex voorzien van centraal afsluitbaar ventilatiesysteem; het beperken van het glasoppervlak aan risicozijde (spoorzijde); beglazing scherfwerend uitvoeren (klasse P2A conform EN356), zodat indien het glas breekt het wel in het kozijn blijft zitten; onbrandbare gevels aan spoorzijde (brandvoorplantingsklasse 2 conform NEN6065); opnemen van de relevante scenario's in het calamiteitenplan en hierop de ontruimingsoefeningen aanpassen Ten aanzien van het bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van het plangebied is gebleken dat er voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig zijn (er is een ondergrondse brandkraan gerealiseerd) en het plangebied is via twee afzonderlijke routes bereikbaar. Conclusie Het voornemen is de uitbreiding van een bestaand zorgcomplex door de realisatie vaan een aanhakend nieuw woonzorggebouw met 9 wooneenheden, gelegen op circa 75 meter van een spoorlijn voor transport van gevaarlijke stoffen.

Op grond van de beleidsvisie is het realiseren van een extra kwetsbaar object, waar een zorgcomplex onder valt, niet toegestaan binnen 75 meter van een spoorlijn waar transport van gevaarlijke stoffen over plaats vindt. Om toch medewerking te kunnen verlenen, zijn aanvullende bouwkundige,

63/386

installatietechnische en organisatorische maatregelen noodzakelijk, zodat een gelijk- waardig veiligheidsniveau behaald kan worden als beoogd door de beleidsvisie. De voornoemde maatregelen worden in het ontwerptraject van de gebouwen mee- genomen en voorgelegd ter beoordeling, waarmee de uitvoerbaarheid van de planontwikkeling wordt gewaarborgd.

64/386

Hoofdstuk 6

Juridische regeling

Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. Daarnaast wordt, aanvullend op de landelijke standaarden, gebruik gemaakt van de bestemmingsplan- systematiek binnen de gemeente Echt-Susteren. De indeling en inhoud van de regels bij dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de bestemmingsplansystematiek van de gemeente Echt-Susteren, die primair ten behoeve van het actualiseren van bestemmingsplannen (een autonoom proces waarbij uit de aard der zaak de nadruk ligt op beheer) door de gemeente is opgesteld. De plansystematiek is vastgesteld door het gemeentebestuur en wordt doorlopend aan veranderende regelgeving en beleidsinzichten aangepast. De plansystematiek is gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening).

Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: een verbeelding (een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer), die samenhang met de planregels dient te worden gelezen; regels; deze regels zijn in de SVBP2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en slotbepaling). Verbeelding De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van (plan)kaart en regels met de toelichting. Op de verbeelding zijn, met bijbehorende verklaringen, de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemming(en) en de regels. De verbeelding is opgebouwd volgens de landelijke richtlijn SVBP2012 en is getekend op schaal 1:1000.

65/386

Afbeelding 7.1: verbeelding behorende bij het bestemmingsplan Toelichting Een bestemmingsplan gaat voorts vergezeld van een toelichting, waarin een onderbouwing is opgenomen van de gemaakte beleidskeuzen inzake het bestemmingsplan. De toelichting betreft een niet-juridisch bindend deel uit van het bestemmingsplan. Regels De inrichting van de planregels is deels voorgeschreven door de SVBP2012. De groepering van de planregels, de naamgeving van een aantal planregels en zelf de inrichting van bestemmingen is deels bepaald door de ministeriële regeling. Een aantal planregels is zelfs geheel voorgeschreven: het overgangsrecht, de anti-dubbeltelregel en de slotregel. De regels zijn standaard ingedeeld in vier hoofdstukken. De regels zijn verdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels en bestaat uit twee artikelen. Artikel 1 geeft een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen. Artikel 2 geeft aan hoe bepaalde afstanden, maten, oppervlakte en inhoud gemeten moeten worden. In hoofdstuk 2 zijn de verschillende bestemmingen opgenomen. Per bestemming wordt aangegeven welke functies en doeleinden op de gronden toelaatbaar zijn en wat er hoe mag worden gebouwd. Ook eventuele dubbelbestemmingen zijn in dit hoofdstuk opgenomen.

In hoofdstuk 3 worden de algemene regels behandeld, waarbij onder andere gedacht moet worden aan de anti-dubbeltelbepaling en de algemene afwijkingsregels.

66/386

Hoofdstuk 4 bevat regels met betrekking tot het overgangsrecht en de slotregel.

6.1

Artikelsgewijze toelichting regels

In de volgende paragrafen is een toelichting opgenomen van de in de regels opgenomen bestemmingen. 6.1.1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel worden de begrippen nader omschreven die gebruikt worden in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Bouwperceel In feite is het bouwperceel het stuk grond, dat bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning moet worden aangemerkt als behorende bij de aangevraagde bebouwing. Meten dient beperkt te zijn tot de bestemming waarvoor de regeling geldt. Het begrip 'bouwperceel' kan nodig zijn om het toelaatbare bebouwingsareaal rechtvaardig per vestiging, per bedrijf, per beheerseenheid of per wooneenheid etc. te verdelen. Een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde bestemming kan in bepaalde gevallen meerdere bouwpercelen omvatten. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor bij huurcomplexen die als eengezinswoningen in een rij gerealiseerd zijn. In dit geval moet aan het begrip perceel en andere betekenis worden toegekend dan normaal in het eigendomsrecht geldt. Voorgevelrooilijn De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), die op 1 oktober 2010 in werking is getreden, regelt een groot aantal omgevingsvergunningsvrije bouwwerken.

Om te bepalen of een bepaald bouwwerk vergunningsvrij is, wordt in een aantal gevallen gebruik gemaakt van het begrip voorgevelrooilijn. De wet voorziet echter niet in een begripsbepaling, maar verwijst hierbij onder andere naar het bestemmingsplan. Daarom is het begrip voorgevelrooilijn opgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Het bestemmingsplan maakt gebruik van bouwvlakken, waarbinnen de hoofdbebouwing met bijbehorende bouwwerken gerealiseerd mag worden. De voorgevelrooilijn wordt gevormd door de grens van het bouwvlak die is gericht naar het openbaar gebied (bijvoorbeeld een weg of groenvoorziening) en het verlengde van die grens. Bij een hoekperceel wordt ook de zijdelingse bouwgrens die naar het openbaar gebied is gericht en het verlengde daarvan gezien als voorgevelrooilijn. Wijze van meten In dit artikel wordt beschreven op welke wijze de in de regels voorgeschreven maatvoeringen gemeten moeten worden. Goothoogte en bouwhoogte van een gebouw Het reguleren van bouwvolumes kan op verschillende manieren plaatsvinden. In dit bestemmingsplan is de maximale bouwhoogte voor het hoofdgebouw opgenomen op de verbeelding. Voor de bijbehorende bouwwerken is de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen in de planregels.

67/386

De regels in verband met de bestemmingen kennen een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Tevens is voorzien in specifieke gebruiksregels en/of een afwijkingsbevoegdheid. De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin de functies worden benoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan (het gebruik). In een aantal gevallen is een specificering opgenomen van de toegestane functie, die correspondeert met een functieaanduiding op de verbeelding. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen. 6.1.2 Bestemmingen In dit bestemmingsplan wordt de volgende bestemmingen gebruikt: Artikel 3 Groen Het plangebied bevat een strook grond waarop de bestemming 'Groen' rust. Dit plandeel is opgenomen omdat ten behoeve van het kunnen gebruiken van de wooneenheden met zorg een geluidscherm dient te worden opgericht in deze groenzone. In de planregels binnen de bestemming is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter waarborging van een verantwoord woon- en verblijfsklimaat in het woonzorggebouw.

Het gebruik van geluidsgevoelige objecten als bedoeld in artikel 4.1 onder a is binnen de geluidszone van de spoorlijn Sittard - Roermond alleen toegestaan als de noodzakelijke geluidoverdrachtbeperkende voorziening, zijnde een geluidscherm ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm', met een hoogte van 3 meter, is gerealiseerd en in stand wordt gehouden. De bestemming 'Groen' is daarnaast bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden, uitritten ten behoeve van aangrenzende functies, speelvoorzieningen, hondenuitlaatplaatsen, nutsvoorzieningen, kunstwerken, kortdurende activiteiten en evenementen, zoals een weekmarkt, rommelmarkt, antiekmarkt, braderieën en een kermis, waterlopen en waterpartijen en boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Artikel 4 Wonen Deze bestemming geldt voor het beoogde woongebouw met woonzorg woningen/wooneenheden in het plangebied met bijbehorende zij- en achtertuinen, erven, verhardingen, groenvoorzieningen, wegen en paden, voorzieningen van algemeen nut, waterhuishoudkundige voorzieningen waaronder mede begrepen (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. In het woongebouw zijn uitsluitend toegestaan woonzorgeenheden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen met zorg'. Hoofdgebouwen De hoofdbebouwing dient gebouwd te worden binnen het bouwvlak, met maximaal 1 hoofdgebouw.

Daarnaast is de maatvoering (bouwhoogte) vastgelegd. Ook het maximum aantal woonzorgeenheden (maximaal 9) binnen het woongebouw is vastgelegd. Ter plaatse van de aanduiding 's specifieke vorm van wonen - wonen met zorg' is zorg gerelateerde

68/386

dienstverlening toegestaan bij het wonen. Het gaat hierbij om een functionele dienstverlening van zorg, waarbij er sprake is en blijft van (nagenoeg) wonen. Dit wordt bereikt , doordat: de dagbesteding of het werk buitenshuis plaatsvindt; er geen sprake is van 24-uur zorg of therapie; er geen sprake is van verplichte aan de bewoning gekoppelde zorg; de begeleiding is gericht op de dagelijkse bezigheden van de bewoners; de begeleiding er niet op is gericht om bewoners te leren later zelfstandig te gaan wonen. Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bijbehorende bouwwerken, erfafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen zowel binnen als buiten het bestemmingsvlak worden gerealiseerd, met dien verstande dat wanneer het een garage betreft, de afstand van de garage tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5,00 meter bedraagt. De gezamenlijke oppervlakte van de, al dan niet met vergunning gebouwde, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt per bouwperceel maximaal 150 m², met dien verstande dat: 1. het achter de achtergevelrooilijn aanwezige erf voor maximaal 50% mag worden bebouwd, waarbij de oppervlakte van speeltoestellen, vlaggenmasten en zwembaden buiten beschouwing wordt gelaten; 2. de goothoogte maximaal 3,30 meter bedraagt; 3. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter bedraagt; 4.

de uiterste afstand van de voorgevel van bijbehorende bouwwerken tot de achtergevel van de woning maximaal 40,00 meter bedraagt. In het bestemmingsartikel zijn twee afwijkingsbepalingen opgenomen. Het betreft een regeling voor het oprichten van bijbehorende bouwwerken en overkappingen voor de voorgevelrooilijn. Het gebruiken van bijbehorende bouwwerken voor permanente of tijdelijke bewoning van is niet toegestaan. Evenals bewoning als afhankelijke woonruimte (inwoning) en arbeidshuisvesting. In de planregels behorende bij de bestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter waarborging van een verantwoord woon- en verblijfsklimaat in het woonzorggebouw bezien vanuit het aspect externe veiligheid vanwege het spoor (vervoer van gevaarlijke stoffen). In de voorwaardelijke verplichting is opgenomen dat het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van bouwwerken (woningen binnen de bestemming) alleen is toegestaan, indien deze zijn uitgerust en in stand gehouden worden, met bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter waarborging van een verantwoord woon- en verblijfsklimaat, te weten: een centraal afsluitbaar ventilatiesysteem; scherfwerende beglazing (klasse P2A conform EN356); onbrandbare gevels aan de spoorzijde (brandvoorplantingsklasse 2 conform NEN6065); danwel vergelijkbare maatregelen ter beoordeling en goedkeuring van het bevoegd gezag.

In de planregels behorende bij de bestemming is tevens een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter waarborging van een verantwoord woon- en verblijfsklimaat in het woonzorggebouw bezien vanuit het aspect Wet geluidhinder (geluid vanweg het spoor). In de voorwaardelijke verplichting is opgenomen dat het gebruikenen het (doen) laten gebruiken van de aanwezige bouwwerken voor woonzorg ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen met

69/386

zorg' aleen is toegestaan als er een dove gevel in het bouwwerk is aangebracht en in stand wordt gehouden, zoals bedoeld in artikel 1b, lid 4, sub a van de Wet geluidhinder. 6.1.3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de aanvullende, algemene regels opgenomen. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat de bepaling om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Het artikel is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en is daaruit overgenomen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van het parkeren en laden en lossen In dit artikel is een regeling ten aanzien van parkeren en laden en lossen op het perceel opgenomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor de oprichting of uitbreiding van een gebouw. Er dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Van toepassing zijn de gemeentelijke normen zoals opgenomen in het parkeerbeleid van gemeente. Artikel 7 Algemene gebruiksregels Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit plan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en).

Seksinrichtingen worden middels een algemene gebruiksregel uitgesloten, zodat bijvoorbeeld een prostitutiebedrijf niet mag voorkomen. Voor het begrip seksinrichting wordt verwezen naar de omschrijving onder artikel 1. daarnaast is als strijdig gebruik aangemerkt: het al dan niet ten verkoop opslaan van gebruikte, dan wel geheel of ten dele uit gebruikte onderdelen samengestelde motorrijtuigen of aanhangwagens, die bruikbaar en niet aan hun bestemming onttrokken zijn, behoudens voor zover zulks passend is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; opslag-, stort-, lozing- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voorwerpen en materialen, behoudens voor zover zulks passend is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels Er is een bepaling opgenomen ten aanzien van het waarborgen van de functie van de Roerdalslenk alsmede een bepaling ten aanzien van de vrijwaringszone behorende bij de spoorlijn. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen nog een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het bevoegd gezag kan hierbij tevens nadere eisen stellen. De belangen van waaruit die eisen worden gesteld, zijn ook nader opgesomd in dit artikel.

Op deze algemene afwijkingsregels kan een beroep gedaan worden, waar het gaat om bijvoorbeeld bepaalde overschrijdingen met 10%, voor het oprichten onder meer van gebouwtjes ten dienste van het verkeer of openbaar nut, voor antennes en zendmasten en voor bepaalde bouwwerken op of direct nabij de openbare weg.

70/386

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels Op deze algemene wijzigingsregels kan een beroep gedaan worden, waar het gaat om bijvoorbeeld bepaalde overschrijdingen met 10%, voor de in het plan aangegeven bestemmingsgrens, alsmede van bouwvlakken voor zover zulks bij de definitieve uitmeting, bij de verkaveling of bij de nadere detaillering noodzakelijk en/of wenselijk is. Artikel 11 Algemene procedureregels In dit artikel is de procedure opgenomen die gevolgd moet worden bij het stellen van nadere eisen, het toepassen van de afwijkingsregeling alsmede de wijzigingsbevoegdheid. Artikel 12 Overige regels In deze bepaling is opgenomen dat een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een activiteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning is vereist wordt gelijkgesteld met een zodanige omgevingsvergunning. 6.1.4

Overgangs- en slotregels

Artikel 13 Overgangsrecht De tekst uit dit artikel is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Het betreft een regeling voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het bestemmingsplan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Artikel 14 Slotregel In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

71/386

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Handhaving

Een van de uitgangspunten bij het ontwikkelen van een bestemmingsplan is dat het plan handhaafbaar dient te zijn. De begrippen toezicht en handhaving wordt daarbij gedefinieerd als "elke handeling van de gemeente die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding daarvan te beëindigen". Handhaving van het ruimtelijke beleid is een voorwaarde voor het behoud en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. Artikel 7.1 Wro bepaalt dat burgemeester en wethouders zorg dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wro. Uitvoering van de bestuursrechtelijke handhaving geschiedt conform de gemeentelijke handhavingsstrategie, die opgenomen is in het handhavingsbeleidsplan. Daarnaast vallen overtredingen van het bestemmingsplan onder de Wet op de economische delicten. Het betreft hier de activiteiten die in de planregels worden genoemd onder gebruiksverbod en bouwverbod. Deze strafrechtelijke handhaving is in het leven geroepen om ernstige onomkeerbare gevolgen, zoals het afbreken van monumentale panden, te voorkomen. Als een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld en op termijn een ander ruimtelijk rechtsregiem gaat gelden, dient de gemeente op een bepaald ijkmoment inzicht te hebben, wat er feitelijk aan bouwwerken in een gebied aanwezig is, hoe deze en de onbebouwde omgeving worden gebruikt.

Dit wordt bij het opstellen van het bestemmingsplan geïnventariseerd. Reeds bij de totstandkoming van een bestemmingsplan dient terdege aandacht te worden besteed aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. Om een goed handhavingsbeleid mogelijk te maken moeten doelstellingen duidelijk aangegeven worden. Op basis van een risicoanalyse en aandachtspunten worden prioriteiten gesteld en wordt de handhavingsorganisatie zodanig ingericht dat gestelde doelen bereikt kunnen worden. Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan. Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. Met het oog hierop heeft de wet in de bestemmingsplanprocedure in ieder geval een aantal verplichte inspraakmomenten ingebouwd. 2. Voldoende draagvlak voor het beleid en de regeling in het plan. De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling in grote kring ondersteund wordt door de gebruikers van het bestemmingsplan. Uiteraard kan niet een ieder zich vinden in elk onderdeel van het plan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is echter wel wenselijk. 3. Inzichtelijke en realistische regeling. Een juridische regeling dient inzichtelijk en realistisch te zijn.

Dit houdt in: helder van opzet, niet onnodig beperkend of inflexibel en goed controleerbaar. De regels behoren dan ook niet meer dan noodzakelijk is te regelen. 4. Actief handhavingsbeleid. Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de

72/386

regels worden overtreden. Indien deze maatregelen achterwege blijven, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. De rechtssituatie gaat specifiek een rol spelen als in het kader van toezicht en handhaving teruggegrepen moet worden op het overgangsrecht, zoals dat in het geldend bestemmingsplan is beschreven. Op grond van het overgangsrecht is met objectieve feiten vast te stellen hoe de rechtssituatie is en of er bouw- en of gebruiksregels worden overtreden. Door een inzichtelijk plan te maken is zoveel mogelijk evenwicht gezocht tussen de zeer diverse waarden die beschermd moeten worden, de verschillende ontwikkelingen die mogelijk zouden moeten zijn, de voorwaarden die daarbij dan gesteld moeten worden, en de afstemming met de beleidslijnen van bijvoorbeeld waterschap, provincie, etc.. Handhaving van gebruiks- en aanlegregels wordt algemeen als knelpunt ervaren. Teneinde de handhaafbaarheid te bevorderen worden de aanwezige kwaliteiten zo specifiek mogelijk op de verbeelding weergegeven.

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 3.1.6. van het Bro bepaalt dat in een vast te stellen bestemmingsplan een toelichting moet worden opgenomen, waarin (o.a.) de inzichten staan over de uitvoerbaarheid van het plan. Het onderhavige plan bevat een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatiewet (afdeling 6.4 van de Wro) is om die reden van toepassing en in beginsel is dus een exploitatieplan vereist. Gelet op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wro hoeft in casu echter geen exploitatieplan te worden opgesteld. Doordat met initiatiefnemer een realisatieovereenkomst is gesloten, is het verhaal van kosten die de gemeente moet maken 'anderszins verzekerd' door die overeenkomst. Met betrekking tot de gemeentelijke plan- en apparaatskosten ten behoeve van het opstellen van dit plan zijn door de initiatiefnemer leges betaald. Daarnaast is met de initiatiefnemer een overeenkomst inzake het verhaal van tegemoetkomingen in planschade gesloten. In deze overeenkomst is bepaald dat schade als gevolg van dit bestemmingsplan, die op grond van afdeling 6.1. Wro voor vergoeding in aanmerking komt, zal worden vergoed door de initiatiefnemer. Conclusie Gelet op het voorgaande is het plan economisch uitvoerbaar.

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.3.1 Burgerparticipatie 7.3.1.1 Omgevingsdialoog In kader van de omgevingsdialoog, is de buurt geïnformeerd over het ontwikkelvoornemen op de planlocatie. Door initiatiefnemer is met vrijwel alle direct omwonenden individueel gesproken over het initiatief en zijn de wensen, suggesties en aandachtspunten van de direct omwonenden ontvangen. Een verslag van de plaatsgevonden omgevingsdialoog is als Bijlage 5 bij de toelichting van het bestemmingsplan

73/386

gevoegd. 7.3.2 Overleg volgens artikel 3.1.1 Bro In artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) is aangegeven dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg dient te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschap en diensten van de provincie en het Rijk in zoverre belangen van deze overheden in het geding zijn. Vanwege hun belang bij onderhavig bestemmingsplan is dit plan ter vooroverleg toegestuurd aan het waterschap, de omgevingsdienst en de provincie Limburg. Zowel de provincie Limburg (21 augustus 2021) als het waterschap Limburg (13 augustus 2021) hebben per email aangegeven dat het plan is beoordeeld op de adequate doorwerking van de provinciale belangen c.q. waterschapsbelangen, en beide hebben aangegeven dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. De omgevingsdienst en de Veiligheidsregio hebben het plan ook beoordeeld. De Veiligheidsregio heeft aangegeven dat om het plan mogelijk te maken (uitbreiding van het woonzorg complex) in de nabijheid van een risicobron (spoor met transport gevaarlijke stoffen) er een gelijkwaardig veiligheidsniveau behaald dient te worden door middel van bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen.

Hiermee ontstaat als het ware voldoende ruimtelijke scheiding tussen bron en (bijzonder) kwetsbaar object, zodat er geen sprake is van een situering binnen de 100% letaalzone van een risicobron. Deze voorgestelde maatregelen zijn in de ruimtelijke onderbouwing van het plan opgenomen. 7.3.3 Procedure 7.3.3.1 Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening vanaf 19 mei 2022 gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen in het gemeentehuis, Nieuwe Markt 55 te Echt. Tevens is het plan, overeenkomstig het daartoe in de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht bepaalde, openbaar bekend gemaakt middels publicatie op 19 mei 2022 in de Nederlandse Staatscourant en het gemeenteblad, alsmede op de gemeentelijke website (www.echt-susteren.nl) en via www.ruimtelijkeplannen.nl. Hierbij is de mogelijkheid geboden binnen deze termijn schriftelijke en/of mondelinge zienswijzen in te dienen. Gedurende de terinzagelegging zijn géén zienswijzen ingediend. Wel is een amtshalve aanpassing in de planregels van het plan doorgevoerd door het begrip 'dove gevel' in de begripsbepalingen op te nemen alsmede een 'voorwaardelijke verplichting - dove gevel' bij de bestemming 'Wonen' ten behoeve van het realiseren en instandhouden van een dove gevel in het gebouw.

7.3.3.2 Vast te stellen bestemmingsplan Het bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Echt-Susteren.

74/386

Bijlagen bij toelichting

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1711.BPHeerweg4042-VG01

2021-07-08 2021-10-29 2022-04-27

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

20201627 opdrachtleider:

mr. A.J.C.A. van Zitteren

75/386

76/386

Bijlage 1

77/386

Stikstofberekening gebruiksfase

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RfQ1sXa2dJ5Q (26 oktober 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho adviseurs

Heerweg 40-42, 6101 NT Echt

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Heerweg echt

RfQ1sXa2dJ5Q

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

26 oktober 2021, 11:46

2023

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

< 1 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Gebruiksfase woonzorgcomplex met 9 wooneenheden

Situatie 1

RfQ1sXa2dJ5Q (26 oktober 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Bron Sector

Verkeer zorgcomplex Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RfQ1sXa2dJ5Q (26 oktober 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Resultaten

Verkeer zorgcomplex 189586, 345604 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

19,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Situatie 1

RfQ1sXa2dJ5Q (26 oktober 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RfQ1sXa2dJ5Q (26 oktober 2021) pagina 5/5

Bijlage 2

83/386

Bodemonderzoeken 2013 Heerweg 40-42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=7a6693f1-7fd4-4a76-83cf-c2e03cb1bad3