Bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop
Tekst van het document
Daarmee heeft de voorgenomen planontwikkeling geen invloed op de stikstofgevoelige gebieden.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
27
Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatieve effecten op deze Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland gebieden. Er is geen nader onderzoek nodig in het kader van gebiedsbescherming en er hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.
Soortenbescherming De gronden in het plangebied zijn moemnteel in gebruik als volkstuin en worden dus een groot deel van het jaar bewerkt. Gelet op de terreingesteldheid van de gronden is de locatie ongeschikt voor beschermde flora en/of fauna. Op basis hiervan lijkt van aantasting van leefgebied voor beschermde flora en fauna geen sprake, daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling lokaal. Op basis van deze gegevens wordt nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht.
4.9
Archeologie en Cultuurhistorie
Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Het plangebied ligt op basis van de Archeologische beleids- en advieskaart van de gemeente Echt-Susteren (zie figuur 4.4) in een gebied met een middelhoge archeologische verwachting. Toets Het voorliggende planvoornemen betreft de realisatie van een nieuwe woning op grond dat reeds bestemd is als ‘Wonen’. In het vigerende bestemmingsplan is een dubbelbestemming ‘Archeologie’ opgenomen. Ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan is het aspect archeologie reeds onderzocht en vormt het geen belemmeringen. Daarnaast vinden de beoogde bouwactiviteiten plaats binnen het bestaande bouwvlak. Op basis daarvan zijn archeologische vondsten niet waarschijnlijk. Het plangebied ligt in een gebied met een middelhoge verwachtingswaarde. Voor bodemverstoringen dieper dan 0,40 m beneden maaiveld en groter dan 500 m², is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Daarvan is hier geen sprake.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
28
Figuur 4.4 Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart (bron:www.sam-limburg.nl) Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
29
Figuur 4.5: Cultuurhistorische waardenkaart (bron: www.sam-limburg.nl) Toets Uit de Cultuurhistorische waardenkaart (zie figuur 4.5) kan worden afgeleid dat het plangebied ligt in het gebied dat is aangeduid als 'oud loofbos, nu gemengd landgebruik'. Er zijn geen specifieke cultuurshistorische waarden aangegeven. Derhalve wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling geen effect heeft op cultuurhistorische elementen, gezien het feit dat het nu is aangeduid als gemengd landgebruik. Het voorliggend plan heeft geen negatieve gevolgen voor het aspect 'cultuurhistorie'.
4.10
Verkeer / parkeren
Verkeer De planlocatie is een perceel die direct via de Diergaarderstraat West kan worden ontsloten. Het is een doorgaande weg in Maria Hoop, een kleinere kern. Het is een weg met een 30 km/uur-regime. Voor het aantal verkeersbewegingen kan de CROW publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren" worden gehanteerd. Voor deze locatie is 'rest bebouwde kom' en de stedelijkheidsgraad van 'matig stedelijk' aangehouden. Daar hoort een kencijfer bij van maximaal 8,6. Deze (beperkte) toename van verkeersbewegingen door de extra woning kan eenvoudig via de huidige weg worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Voor de parkeernormen is gekeken naar de parkeernormen uit de CROW publicatie 381. Daarin is 'rest bebouwde kom' en de stedelijkheidsgraad van 'matig stedelijk' aangehouden. Daaruit volgt een gemiddelde parkeernorm van 2,4. Het gaat hier om één woning, waarvoor dus voldoende parkeerruimte aanwezig moet zijn. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
30
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Planopzet en systematiek
De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2
Toelichting op de regels
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin aan de orde komen: de inleidende regels; de bestemmingsregels; de algemene regels; de overgangs- en slotregels. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen, wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemming ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving De omschrijving van de doeleinden.
Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
31
Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; Wonen In artikel 3 is de hoofdbestemming "Wonen" opgenomen. Binnen deze bestemming is toegestaan een woning met bijbehorende bouwwerken te realiseren. Omdat het hier gaat om een extra woning, is daarvoor een bouwaanduiding opgenomen.
Waarde - Archeologie 3 In artikel 4 is de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 3" opgenomen, ter bescherming en behoud van de archeologische waarden van de gronden gelegen in droge en natte landschappen met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
32
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a Wro besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
33
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Limburg In het kader van het wettelijk overleg zal onder meer overleg plaatsvinden met provincie Limburg. Waterschap Limburg Het Waterschap Limburg heeft besloten dat kleine ruimtelijke plannen niet meer voor een wateradvies naar het watertoetsloket hoeven te worden verstuurd. Hiervoor is een ondergrens ingesteld van 2.000 m² nieuw verhard oppervlak.
7.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ......... voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn ......... zienswijzen binnengekomen.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
34
Bijlage toelichting
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
35
Bijlage 1
Bodemonderzoek
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
36
RAPPORT VOORONDERZOEK conform NEN 5725 Diergaarderstraat West - Maria Hoop
Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: Diergaarderstraat West (ten zuiden van huisnummer 47) 6105 CJ Maria Hoop Januari 2022
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Tel: 0546 - 63 96 63
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Rapport Vooronderzoek conform NEN 5725 Diergaarderstraat West - Maria Hoop
Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: Diergaarderstraat West (ten zuiden van huisnummer 47) 6105 CJ Maria Hoop Projectcode: 22002325 Rapportagedatum: 31 januari 2022 Auteur: ing. J. Lammers Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2 2.1 2.2
Locatiegegevens Algemene gegevens Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2
3.1 3.2
Werkwijze Verzamelen van de historische en huidige gegevens Methodiek en beschikbare informatie
3 3 3
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Beschikbare informatie Historisch gebruik Milieudossiers Bodemdossiers Huidig gebruik van de locatie Toekomstig gebruik van de locatie
4 4 4 5 5 6
Conclusies
7
3
4
5
Bijlagen I II III IV
Luchtfoto met geografisch besluitvormingsgebied Historische topografische kaarten en luchtfoto’s Boorplan bodemonderzoek (Milieutechnisch Adviesburo Heel, september 2003) Fotoreportage terreininspectie
Kruse Milieu BV
Project: 22002325
1
Inleiding
In opdracht van Ad Fontem heeft Kruse Milieu BV een vooronderzoek conform norm NEN 5725 uitgevoerd voor de locatie aan de Diergaarderstraat West in Maria Hoop, ten zuiden van huisnummer 47. De aanleiding voor het vooronderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een woning. Voor de herziening van het bestemmingsplan en de aanvraag van een omgevingsvergunning is het vooronderzoek noodzakelijk. Het vooronderzoek dient om inzicht te krijgen in hoeverre verontreinigingen kunnen zijn ontstaan door huidige en/of voormalige (bedrijfs)activiteiten en of dat er mogelijk sprake is van een (historische) verontreiniging. Het doel van het vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit (aanleiding A uit norm NEN 5725). Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens norm NEN 5725:2017, “Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017.
Kruse Milieu BV
Project: 22002325
pagina 1 van 7
2
Locatiegegevens 2.1
Algemene gegevens
De algemene gegevens van het te onderzoeken terreindeel zijn: Adres
: Diergaarderstraat West (tussen huisnummer 43 en 47) 6105 CJ Maria Hoop
Kadastrale registratie
: Gemeente Echt, sectie X, nummer 430
Oppervlakte geografische besluitvormingsgebied
: 629 m2 (gehele kadastrale perceel)
Coördinaten RD-stelsel
: centrale punt
2.2
x = 195.33 en y = 344.30
Bodemsamenstelling en geohydrologie
De regionale geohydrologische situatie rond de locatie is als volgt: - Het maaiveld bevindt zich op circa 37 meter boven NAP. - De deklaag bestaat tot een diepte van circa 2.5 meter voornamelijk uit grof zand behorende tot de Formatie van Boxtel. Tot een diepte van circa 13 meter bestaat de bodem uit lagen grind en grof zand behorende tot de Formatie van Sterksel. De doorlatendheid van deze lagen betreft circa 500 tot 1000 m2/dag. - Hieronder bestaat de bodem tot een diepte van circa 55 meter voornamelijk uit matig fijn zand met afwisselend laagjes klei, veen en leem. De doorlatendheid van deze laag betreft circa 250 tot 500 m2/dag. - Tot een diepte van circa 80 meter is een slecht doorlatende kleilaag aanwezig behorende tot de Kiezeloöliet Formatie. - De grondwaterstand bevindt zich op een diepte van circa 33 meter boven NAP en stroomt in noordwestelijke richting. - Circa 2 kilometer ten noordwesten van de locatie stroomt de Pepinusbeek. Op circa 2.5 kilometer ten zuidwesten van de locatie is een zand- en grindwinplas gelegen. - De locatie is niet in een waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied gelegen. Het grondwaterbeschermingsgebied Susteren-Roosteren is op circa 6 kilometer ten zuidwesten van de locatie gelegen.
Kruse Milieu BV
Project: 22002325
pagina 2 van 7
3
Werkwijze 3.1
Verzamelen van de historische en huidige gegevens
Ten behoeve van het verzamelen van historische en huidige gegevens hebben de navolgende raadplegingen van bronnen plaatsgevonden: - informatie uit archief van de gemeente Echt-Susteren - vaststellen van het huidige en historisch gebruik op de locatie, binnen het geografisch besluitvormingsgebied. De hierbij geraadpleegde bronnen zijn: - www.pdok.nl/viewer - www.topotijdreis.nl - www.ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer - Atlas Limburg - Omgevingsrapportage Limburg - BAG-viewer - Bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord (Sweco, d.d. 24 mei 2019) - PFAS-bodemkwaliteitskaart Regio Limburg Noord (Sweco, d.d. 3 september 2020) - Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 (d.d. november 2019) - terreininspectie en interview met eigenaar op 28 januari 2022 - Brochure Diergaarderstraat West 47 (AB&P Vaassen Makelaardij - Taxaties, d.d. ca. 2013) De aldus verkregen informatie is samengevat en geïnterpreteerd in hoofdstuk 4.
3.2
Methodiek en beschikbare informatie
Alleen informatie, die betrekking heeft op het geografisch besluitvormingsgebied (met een buffer van 25 meter), wordt in dit vooronderzoek behandeld. Het geografisch besluitvormingsgebied betreft het gehele kadastrale perceel. In bijlage I is een luchtfoto opgenomen, waarop het geografisch besluitvormingsgebied is aangegeven.
Kruse Milieu BV
Project: 22002325
pagina 3 van 7
4
Beschikbare informatie
In dit hoofdstuk worden de verkregen resultaten en inzichten behandeld van informatie van de gemeente, opdrachtgever en historisch kaartmateriaal.
4.1
Historisch gebruik
Op de topografische kaarten vanaf 1850 is de huidige ligging van de Diergaarderstraat West al weergegeven. Het besluitvormingsgebied betreft een bos. Op de topografische kaarten vanaf 1900 is de locatie in gebruik als landbouwgrond. Vanaf 1937 is de woning aan de Diergaarderstraat West 47 op de topografische kaart weergegeven. Uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) blijkt dat de woning in 1933 is gebouwd. De woning ten zuiden van de locatie (Diergaarderstraat West 43) en de schuur zijn gebouwd in 1972 (bron: BAG). Het besluitvormingsgebied is in gebruik als tuin van de woning aan de Diergaarderstraat West 47. Het terreindeel ten westen van de locatie is in gebruik als tuin van de woning aan de Diergaarderstraat West 43. Op de luchtfoto van 2007 is te zien dat op het westelijke deel van het perceel overkappingen, een kas en een tuinhuisje aanwezig zijn. Het oostelijke deel van het terrein is onverhard en in gebruik als gazon en tuin. Centraal op het perceel is een kleine vijver aanwezig. Vanaf 2016 is het terrein opgeschoond en in gebruik als grasveld. Op het zuidwestelijke deel van de locatie is het tuinhuisje (circa 3 x 4 meter) nog aanwezig. Op de luchtfoto’s vanaf 2019 zijn op het westelijke deel van het perceel ook een kippenhok (circa 6 x 2 meter) en een kas (circa 8.5 x 3 meter) aanwezig. Een deel van de tuin is in gebruik als moestuin.
Sindsdien is huidige situatie weergegeven. De historische topografische kaarten en luchtfoto’s zijn weergeven in bijlage II.
4.2
Milieudossiers
Er is navraag gedaan bij de gemeente Echt-Susteren en er zijn geen (vervallen) Hinderwet- of milieuvergunningen bekend van het besluitvormingsgebied of de naastgelegen percelen. Bij de gemeente zijn geen (voormalige) brandstoftanks op de locatie bekend. Door de eigenaar van het perceel is aangegeven dat in het verleden een ondergrondse tank voor huisbrandolie is gesaneerd. De tank bevond zich onder de oprit van Diergaarderstraat West 47 aan de voorzijde van de garage. Door de erfgenamen van de vorige eigenaar is aangegeven dat er tijdens de tanksanering geen bodemverontreiniging is waargenomen. Voor zover bekend zijn ter plekke van het besluitvormingsgebied geen boven- of ondergrondse tanks aanwezig geweest. De eigenaar van het perceel heeft aangegeven dat de tuin in gebruik is geweest voor het kweken van fuchsia’s. Het betrof een hobbymatige kwekerij en er zijn geen Hinderwet- of milieuvergunningen bekend van een kwekerij. Verwacht wordt dat er daarom geen grootschalige opslag van bestrijdingsmiddelen heeft plaatsgevonden.
Kruse Milieu BV
Project: 22002325
pagina 4 van 7
4.3
Bodemdossiers
Binnen het besluitvormingsgebied is voor zover bekend niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. Ter plekke van de openbare weg ten oosten van het besluitvormingsgebied is een bodemonderzoek uitgevoerd. Deze wordt hieronder toegelicht: Milieutechnisch Adviesbureau Heel BV, bodemonderzoek Diergaarderstraat West te Maria Hoop, d.d. 24 september 2003 met projectnummer 416GES/03/R1 De aanleiding van het onderzoek was de voorgenomen herinrichting van de openbare weg. Ter hoogte van het besluitvormingsgebied zijn 2 boringen verricht (boring 5 en 105). Onder het asfalt (boring 5) is een funderingslaag van zwak sintelhoudend grind aanwezig. De berm (boring 105) is verhard met grind. Het zand onder de grindlaag is zwak sintelhoudend en bevat sporen puin. Uit de resultaten blijkt dat de asfaltverharding teerhoudend is. De funderingslaag (grind met sintels) is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met koper, nikkel en minerale olie. De grond onder de funderingslaag is niet verontreinigd. De grond ter plekke van de bermen is licht tot matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met minerale olie. Boring 101 (circa 325 meter ten noorden van het besluitvormingsgebied) is doorgezet tot een diepte van circa 4 meter. Het grondwater is aangetroffen op circa 2 m-mv. Er heeft geen grondwateronderzoek plaatsgevonden.
Bodemkwaliteitskaarten Regio Limburg Noord Op basis van de ontgravingskaarten uit de bodemkwaliteitskaart (Sweco, d.d. 24 mei 2019) en de PFAS-bodemkwaliteitskaart (Sweco, d.d. 3 september 2020) is de te verwachten kwaliteit voor de boven- en ondergrond klasse landbouw/natuur. Op basis hiervan wordt verwacht dat de bodem ter plekke van het besluitvormingsgebied niet verontreinigd is. De locatie is niet gelegen in een gebied dat verdacht is voor arseen. Tevens is de locatie niet gelegen in een mijnsteengebied (voormalige zand- of grindwinningen waar mogelijk verontreinigd mijnsteen is gestort).
4.4
Huidig gebruik van de locatie
In bijlage I is een luchtfoto van de huidige situatie opgenomen, waarop het besluitvormingsgebied is aangegeven. Van de terreininspectie is een fotoreportage weergeven in bijlage III. Het besluitvormingsgebied is in gebruik als moestuin. Rondom de tuin is een hek aanwezig met een poort aan Diergaarderstraat West. Het terreindeel is grotendeels onbebouwd en onverhard. Aan de westzijde van het perceel zijn een klein tuinhuisje, een kas en een kippenhok aanwezig. Het tuinhuisje is al tientallen jaren op de locatie aanwezig. Het houten tuinhuisje is voorzien van dakpannen. Aan de voorzijde van het tuinhuisje is het terrein deels verhard met grindtegels. De kas en het kippenhok zijn in 2019 geplaatst door de huidige eigenaar van het perceel. Tussen de moestuin en het gedeelte van het perceel met de bebouwing is een coniferenhaag aanwezig. Ter plekke van de heg zijn grindtegels rechtop geplaatst als border.
Kruse Milieu BV
Project: 22002325
pagina 5 van 7
Het regenwater van de daken wordt opgevangen in IBC’s (2x 1000 liter) en vaten (2x 200 liter) die naast de gebouwen staan en wordt gebruikt voor het besproeien van de tuin. Aan de zuidzijde van de garage van Diergaardestraat West 47 staan 2 IBC’s (2x 1000 liter) voor het opslaan van grondwater. Naast deze wateropslag is een bron aanwezig om grondwater op te pompen. Ten behoeve van de voormalige fuchsiakwekerij waren er een kas en een constructie met schaduwdoeken aanwezig. De kas en de constructie met schaduwdoeken waren gefundeerd op betonnen trottoirbanden. In 2019 is door de huidige eigenaar het gehele perceel geploegd en zijn nog enkele trottoirbanden opgemerkt en verwijderd. Er zijn op de locatie geen asbestverdachte daken aanwezig. Er zijn geen asbestverdachte materialen aanwezig in aan de buitenzijde van de gebouwen. Op het maaiveld is visueel geen asbestverdacht materiaal of puin waargenomen. Voor zover bekend is er in de voormalige bebouwing op het perceel geen asbest toegepast. De bodem wordt als onverdacht beschouwd voor de aanwezigheid van asbest.
4.5
Toekomstig gebruik van de locatie
Er zijn plannen voor de bouw van een woning op het oostelijke deel van het perceel. De locatie heeft al lange tijd een woonbestemming, maar om de bouw van een woning mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk en dient de locatie te worden voorzien van de aanduiding “specifieke bouwaanduiding - nieuwe woningen”. De woning zal op het oostelijke deel van het perceel gebouwd worden in lijn met één van de naastgelegen woningen. Er is momenteel nog geen ontwerp van de toekomstige woning en de exacte locatie van de woning is nog niet vastgesteld. Het overige deel van het terrein rondom de nieuwe woning zal in gebruik worden genomen als tuin.
Kruse Milieu BV
Project: 22002325
pagina 6 van 7
5
Conclusies
Het besluitvormingsgebied is in het verleden in gebruik geweest als bos en landbouwgrond en is vermoedelijk sinds circa 1972 in gebruik als tuin. Het westelijke deel van de tuin is momenteel deels bebouwd met een tuinhuisje, een kippenhok en een kas. Nabij het tuinhuisje is het terrein deels verhard met grindtegels. Het onbebouwde deel van het perceel is onverhard en in gebruik als moestuin. In het verleden is de locatie hobbymatig gebruikt als fuchsiakwekerij. Er zijn geen (vervallen) Hinderwet- of milieuvergunningen van de locatie bekend. Ten noorden van het perceel was, ter plekke van de oprit, een ondergrondse huisbrandolietank aanwezig. Door de vroegere eigenaar van het perceel is aangegeven dat de tank is verwijderd. Bij de gemeente Echt-Susteren en de eigenaar is geen tanksaneringscertificaat bekend. Ter plekke van de Diergaarderstraat West is een bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van de herinrichting van de weg (Milieu Adviesbureau Heel BV, september 2003). Uit de resultaten blijkt dat het asfalt teerhoudend is. De funderingslaag (grind met sintels) is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met koper, nikkel en minerale olie. De grond onder de funderingslaag is niet verontreinigd. De grond ter plekke van de bermen is licht tot matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met minerale olie.
Op basis van de ontgravingskaarten uit de bodemkwaliteitskaarten Regio Limburg Noord wordt verwacht dat de bodem ter plekke van het besluitvormingsgebied niet verontreinigd is. De te verwachten kwaliteit voor de boven- en ondergrond is klasse landbouw/natuur. Op de bijgebouwen op het westelijke deel van het perceel bevinden zich geen asbestverdachte daken en op het maaiveld zijn visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Ook de voormalige bebouwing was niet voorzien asbestverdachte daken. Teven is op het maaiveld geen puin waargenomen. De bodem kan als onverdacht worden beschouwd voor asbest. Er is geen informatie waaruit blijkt dat de bodem mogelijk verontreinigd is. Het besluitvormingsgebied kan daarom als onverdacht worden beschouwd. Vanuit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen herziening van het bestemmingsplan. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en het toekomstige gebruik (wonen met tuin). Conform de “Nota bodembeheer Limburg Noord 2020-2029” kan voor de aanvraag van de omgevingsvergunning dit vooronderzoek met de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring worden gehanteerd voor de bouwprocedure. Een verkennend bodemonderzoek kan daarom achterwege blijven.
Kruse Milieu BV
Project: 22002325
pagina 7 van 7
Bijlage I Luchtfoto met geografisch besluitvormingsgebied
N
Besluitvormingsgebied perceel
Bijlage II Historische topografische kaarten en luchtfoto’s
1850
1900
1937
1989
2004
2020
2007
2016
2019
Bijlage III Boorplan bodemonderzoek (Milieutechnisch Adviesburo Heel, september 2003)
Bijlage IV Fotoreportage terreininspectie
Besluitvormingsgebied vanaf openbare weg
Bebouwing westelijke deel perceel
Moestuin en IBC’s bij grondwaterbron.
Tuinhuisje met opvang regenwater in IBC
Kippenhok met opvang regenwater in IBC
Kas westelijke deel perceel
Bijlage 2
Projectberekening AERIUS calculator
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
57
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Ad Fontem Ruimtelijk Advies Stationsstraat, 37, 7622 LW Borne 21AF312 Gebruiksfase 1 woning
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RW7nkrc3kGv1 01 februari 2022, 12:32 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
Situatie 1 - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Hoogste depositie Hexagon Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RW7nkrc3kGv1 (01 februari 2022)
Emissie NOx < 0,1 ton/j Gebied
2/6
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
RW7nkrc3kGv1 (01 februari 2022)
Emissie NH3 < 0,1 ton/j
Emissie NOx < 0,1 ton/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RW7nkrc3kGv1 (01 februari 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RW7nkrc3kGv1 (01 februari 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RW7nkrc3kGv1 (01 februari 2022)
6/6
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
64
Regels
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
65
Hoofdstuk 1 Artikel 1
1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan "Diergaarderstraat west ong Maria Hoop" met identificatienummer NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01 van de gemeente Echt-Susteren. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan huis verbonden bedrijf
bedrijfsmatige activiteit voorkomend in milieucategorie 1 of 2 van Bijlage 1 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' zoals opgenomen bij de regels van een bestemmingsplan, dan wel een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woning, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend door de eigenaar(s)/gebruiker(s) van de woning dan wel een persoon met een verwantschap in de eerste graad met de eigenaar(s)/gebruiker(s), met uitzondering van een seksinrichting. 1.6
aan huis verbonden beroep
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de eigenaar(s)/gebruiker(s) van de woning dan wel een persoon met een verwantschap in de eerste graad met de eigenaar(s)/gebruiker(s), waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals arts, notaris, adviseur, therapeut, accountant of advocaat, evenwel met uitzondering van prostitutie. 1.7
achtererfgebied
erf aan de achterkant en niet naar het openbaar toegankelijke gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw. 1.8
achtergevelrooilijn
de achterste grens van een bouwvlak, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd, dan wel indien er geen sprake is van een bouwvlak, de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw, zonder bijbehorende bouwwerken.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
66
1.9
afhankelijke woonruimte
een onderdeel van het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding gehuisvest is. 1.10
antenne-installatie
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie. 1.11
antennedrager
antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.12
archeologische verwachtingswaarde
de kans (hoog, middelhoog of laag) op het aantreffen van archeologische waarden (vondsten en/of informatie) in een gebied, gebaseerd op onder andere bodemtypen, relatieve hoogtes en bekende archeologische vindplaatsen. 1.13
archeologische waarden
cultuurhistorische waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, dat als zodanig het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigt. 1.14
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.15
bebouwingspercentage
een percentage, dat de grootte van het bouwvlak en/of bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd, tenzij in de planregels anders is bepaald. 1.16
bed & breakfast
een kleinschalige overnachtings- en verblijfsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid van kortdurend toeristisch verblijf inclusief het serveren van een ontbijt, niet zijnde een hotel, pension of ander bedrijf, waarbij het aanbod zich beperkt tot overnachtingsmogelijkheid voor maximaal vier personen. Een bed & breakfast-voorziening is ondergeschikt aan de woonfunctie (binnen een woonbestemming of een agrarische bedrijfsbestemming), is gevestigd in een woonhuis of bijbehorend bouwwerk en wordt gerund door de eigenaar(s) en tevens hoofdbewoner(s) van de betreffende woning. Onder een bed & breakfast-voorziening wordt niet verstaan het overnachten noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.17
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.18
beeldbepalend pand
gebouw of bouwwerk dat gezien het karakter en de betekenis voor het stedenbouwkundig beeld ter plaatse van belang is.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
67
1.19
beperkt kwetsbaar object
een beperkt kwetsbaar object als bedoeld in art. 1 lid 1 Bevi. 1.20
bestaand
f.
bij bouwwerken: bestaand ten tijde van het inwerking treden van het bestemmingsplan, voor zover op een legale wijze tot stand gekomen, met dien verstande dat als bestaand bouwwerk ook worden aangemerkt bouwwerken die na dat tijdstip zijn of mogen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning waarvan de aanvraag voor dat tijdstip is ingediend; g. bij gebruik: gebruik zoals aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het plan, voor zover op een legale wijze tot stand is gekomen 1.21
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.22
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.23
bevoegd gezag
bevoegd gezag als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren). 1.24
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.25
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.26
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.27
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van zolder en kelder. 1.28
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten. 1.29
bouwperceelsgrens
een grens van een bouwperceel.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
68
1.30
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.31
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.32
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.33
dienstverlening
het verlenen van economische, (para-)medische en maatschappelijke diensten aan derden, waarbij een rechtstreekse relatie bestaat met het publiek, zoals reisbureaus, bankinstellingen, postkantoren, verzekerings- en/of administratiekantoren, makelaarskantoren, advocaten- en/of notariskantoren, uitzendbureaus, apotheken, praktijkvestigingen voor tandtechniek, kapsalons, schoonheidssalons, nagelstudio's, schoenmakerijen, kleermakerijen en video-/dvd-verhuurbedrijven, fotostudio's en hondentrimsalons. 1.34
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond 1.35
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.36
escortbedrijf
het bedrijfsmatig, of in een omvang alsof die bedrijfsmatig is, prostitutie aanbieden door een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend, zoals escortservices en bemiddelingsbureaus. 1.37
evenement
periodieke en/of incidentele manifestaties, zoals concerten, bijeenkomsten, voorstellingen, tentoonstellingen en shows, waarbij sprake is van onversterkte muziek dan wel van mechanisch versterkte muziek met een versterkt geluidniveau van maximaal 70 dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde woning van derden of van een ander geluidgevoelig gebouw. 1.38
functie
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan, is toegestaan. 1.39
garage
een gebouw ten behoeve van het overdekt stallen van (motor)voertuigen.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
69
1.40
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.41
hoofdgebouw
een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.42
horeca
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie. 1.43
huishouden
een persoon of een groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Bedrijfsmatige kamerverhuur en verhuur ten behoeve van arbeidsmigranten wordt daaronder niet begrepen. 1.44
internetwinkel
Een internetwinkel is een specifieke vorm van detailhandel, waarbij verkoop van goederen plaatsvindt na bestelling op internet. Er zijn vier verschillende categorieën internetwinkels (webwinkels) te onderscheiden, waarvan twee zonder fysieke bezoekmogelijkheid en twee met fysieke bezoekmogelijkheid: Internetwinkels zonder fysieke bezoekmogelijkheid categorie A: Een internetwinkel waar alleen een elektronische transactie tot stand komt en waar alle klantcontacten en transacties digitaal verlopen en er geen fysieke opslag en verzending van goederen plaatsvindt; categorie B: Een internetwinkel met opslag– en verzendfunctie; een internetwinkel als bedoeld onder A, waar tevens fysieke opslag en verzending van goederen plaatsvindt. Deze verzending geschiedt uitsluitend per post. Internetwinkels met fysieke bezoekmogelijkheid categorie C: een afhaalpunt: een locatie waar een klant uitsluitend via internet bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van uitsluitend bestelde goederen plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten behoeve van verkoop en/of overige activiteiten; categorie D:een internetwinkel met afhaalmogelijkheid en de mogelijkheid om goederen uit te stallen, te passen en/of te bekijken met de daarbij behorende opslag en logistiek. Functioneel is deze internetwinkel vergelijkbaar met reguliere detailhandel. 1.45
inwoning
het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, dan wel in met het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken. 1.46
kamerbewoning
het gebruik van een hoofdgebouw of met het hoofdgebouw verbonden bijbehorende bouwwerken door meer dan twee onzelfstandige huishoudens.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
70
1.47
kamerverhuur
het verhuren van (een) kamer(s) in een woning, waarbij de eigenaar het hoofdverblijf heeft in dezelfde woning als waar de kamerverhuur plaatsvindt. Kenmerkend voor kamerverhuur is dat de bewoner/huurder van een wooneenheid de toiletruimte, badruimte en de keuken deelt met de eigenaar/hoofdgebruiker van de woning. 1.48
kantoor-/praktijkruimte
een ruimte die door aard en indeling kennelijk is bestemd om uitsluitend of in hoofdzaak dienstig te zijn tot het verrichten van administratieve, (para)medische en/of ontwerptechnische arbeid. 1.49
mantelzorg
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. Huisvesting ten behoeve van mantelzorg vindt in of bij een woning plaats en is toegestaan voor één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.50
omgevingsvergunning
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.51
ondergeschikte functie
een functie die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomende (hoofd)functie en daarvan ten dienste staat c.q. daar functioneel mee verbonden is. 1.52
ondergronds bouwwerk
een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.53
openbaar toegankelijk gebied
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b., van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer. 1.54
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 1.55
parkeervoorzieningen
elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer. 1.56
perceelgrens
een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
71
1.57
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.58
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang als zij het bedrijfsmatig, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische- of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt tevens verstaan een seksbioscoop, escortbedrijf, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub, (raam)prostitutie(bedrijf) en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.59
seksuele dienstverlening
een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het verrichten van erotisch/pornografische vertoningen. 1.60
voorerfgebied
erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. 1.61
voorgevellijn
de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. 1.62
voorgevelrooilijn
de voorste grens van het bouwvlak die is gericht naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd. 1.63
voorzieningen van algemeen nut
voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.64
wabo
de wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.65
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en/of waterkwaliteit zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.66
wet/wettelijke regelingen
indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., worden de regelingen bedoeld zoals deze luidden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 1.67
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
72
1.68
(planologisch geregelde) woonfunctie
een woning binnen een woonbestemming dan wel een woning die in de regels en/of op de verbeelding als zodanig is aangeduid.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
73
Artikel 2
2.1
Wijze van meten
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
de loodrechte afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat perceel voorkomend bouwwerk. 2.2
het bebouwd oppervlak van een bouwperceel
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.3
het bebouwingspercentage
het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk
a. vanaf het peil loodrecht tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; b. in afwijking van het bepaalde onder a. wordt de bouwhoogte van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'railverkeer' gemeten vanaf de bovenkant van de spoorstaaf. 2.5
de breedte, diepte c.q. lengte van bouwwerken
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.6
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7
de goothoogte van een bouwwerk
loodrecht vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.8
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9
de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
loodrecht vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.10
de oppervlakte van een bouwwerk
voor bouwwerken met wanden: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; voor bouwwerken zonder wanden (open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde): de overdekte grondoppervlakte (gemeten loodrecht onder het dakoppervlak).
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
74
2.11
peil
voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; voor een woonwagen, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van de bestaande verharding van de standplaats; voor een bouwwerk ten behoeve van spoorwegdoeleinden: de bovenkant van de spoorstaaf. 2.12
ondergeschikte bouwdelen
bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,50 meter bedraagt. Tevens worden hieronder gevelisolerende of andere duurzaamheidsmaatregelen verstaan, mits de overschrijding niet meer dan 0,50 meter bedraagt.
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
75
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. bestaande, legaal aanwezige aan-huis-verbonden-beroepen of -bedrijven; met de daarbij behorende: c. tuinen, erven en verhardingen; d. bijbehorende voorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Nieuwe woningen mogen, met uitzondering van vervangende nieuwbouw, uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding – nw', met dien verstande dat maximaal het vermelde aantal wooneenheden ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' wordt gebouwd. b. De bestaande woningen mogen met inachtneming van de onderstaande planregels worden gehandhaafd, hersteld, vervangen, veranderd en uitgebreid. c. Het aantal woningen mag niet toenemen en splitsing van bestaande woningen in twee of meer afzonderlijke woningen is niet toegestaan. d. De woningen worden uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd en één gevel wordt geplaatst in, of tot maximaal 3,00 meter achter de voorgevelrooilijn. e. Ten aanzien van de goot- en bouwhoogte gelden de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' en 'maximum bouwhoogte' opgenomen maximale hoogten. f. Per bouwvlak mogen uitsluitend grondgebonden woningen worden gebouwd. g. De zijgevel wordt op, danwel minimaal 2,50 meter uit de zijdelingse bouwperceelsgrens geplaatst. 3.2.2
Bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde bij woningen en andere panden die geheel in gebruik zijn als woning gelden de volgende regels: a. deze mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. deze dienen in het achtererfgebied te worden gebouwd, met dien verstande dat wanneer het een garage betreft, de afstand van de garage tot de bestemming 'Verkeer' minimaal 5,00 meter bedraagt; c. de gezamenlijke oppervlakte van de, al dan niet met vergunning gebouwde, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt per bouwperceel maximaal 150 m², met dien verstande dat: 1. het achter de achtergevelrooilijn aanwezige erf voor maximaal 50% mag worden bebouwd, waarbij de oppervlakte van speeltoestellen, vlaggenmasten en zwembaden buiten beschouwing wordt gelaten; 2. de goothoogte maximaal 3,30 meter bedraagt, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' de opgenomen maximale goothoogte geldt; 3. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter bedraagt, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' de opgenomen maximale bouwhoogte geldt; 4. de uiterste afstand van de voorgevel van bijbehorende bouwwerken tot de achtergevel van de woning maximaal 40,00 meter bedraagt;
bestemmingsplan Diergaarderstraat west ong Maria Hoop NL.IMRO.1711.BP20220404-OW01
76
d. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2,00 meter en voor de voorgevelrooilijn maximaal 1,00 meter. e. De bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6,00 meter, met dien verstande dat per bouwperceel maximaal 1 vlaggenmast mag worden geplaatst. f. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3,30 meter. g. De bouwwerken geen gebouwen zijnde passen voor het overige naar aard en afmetingen bij deze bestemming. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing: h. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woonen leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; i. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de parkeermogelijkheden in de naaste omgeving; j. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; k. ter waarborging van de verkeersveiligheid; l. ter waarborging van de sociale veiligheid; m. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; n. ter waarborging van de externe veiligheid; o. ter voorkoming van onevenredige aantasting van beeldbepalende panden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'. 3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1
Uitbreiden van de woning voor de voorgevelrooilijn
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.1 onder d om bij realisering van voorgevels van hoofdgebouwen op enige afstand van de voorste bouwvlak- of bouwstrookgrens, de achterste grens van het bouwvlak of de bouwstrook met eenzelfde maat naar achteren te verleggen, tot een maximum van 3,00 meter, onder de voorwaarde dat er geen stedenbouwkundige bezwaren zijn. 3.4.2
Derde bouwlaag op de woning in plaats van kap
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.1 voor het realiseren van een derde bouwlaag op de woning in plaats van een kap, onder de volgende voorwaarden: a. De oppervlakte van de derde bouwlaag beslaat maximaal 2/3 van de oppervlakte van de onderliggende bouwlaag. b. De voorgevel van de derde bouwlaag ligt minimaal 2,00 meter achter de voorgevel van de onderliggende bouwlaag. c. De hoogte van de voorgevel van de onderliggende bouwlaag c.q. bouwlagen bedraagt maximaal 7,00 meter. d. De bouwhoogte bedraagt maximaal 10,00 meter. e. Het woon- en leefmilieu wordt niet onevenredig aangetast. f. Het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet onevenredig aangetast. 3.4.3