Bestemmingsplan dakpannenlocatie Cuijpers
Tekst van het document
Rho adviseurs voor leefruimte
20201327
55
Hoofdstuk 5
Financiële uitvoerbaarheid
Volgens artikel 6.12 van de Wro dient tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld voor de gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. De gronden in bezit van de gemeente worden door de ontwikkelaar aangekocht. Het plangebied is daarmee volledig in eigendom van de initiatiefnemer. De kosten van deze ontwikkeling zijn derhalve volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Met de gemeente Echt‐Susteren is een anterieure overeenkomst gesloten waarin het aspect planschade is opgenomen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201327
56
Rho adviseurs voor leefruimte
20201327
57
Hoofdstuk 6
6.1
Juridische uitvoerbaarheid
Algemeen
De in deze toelichting beschreven aspecten hebben als basis gediend voor het opstellen van een juridisch plan, dat zoveel mogelijk is afgestemd op de geldende bestemmingsplannen binnen de gemeente Echt‐Susteren. Teneinde het voorgenomen initiatief te kunnen realiseren heeft een juridische vertaling van het plan in planregels en verbeelding plaatsgevonden. De planregels zijn gerelateerd aan de verbeelding. Verbeelding en planregels dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast conform de bepalingen in Wro, Bro en SVBP 2012.
6.2
Verbeelding
Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn opgenomen. Deze aanduidingen hebben juridische betekenis indien en voor zover deze daaraan in de planregels wordt gegeven. Een aantal aanduidingen heeft geen juridische betekenis en is uitsluitend op de analoge verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid, zoals kadastrale en topografische gegevens.
6.3
Planregels
De planregels zijn opgesteld op basis van de landelijke standaarden zoals vastgelegd in het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen. De planregels zijn conform deze standaard verdeeld in vier hoofdstukken, te weten hoofdstuk 1 'Inleidende regels', hoofdstuk 2 'Bestemmingsregels', hoofdstuk 3 'Algemene regels' en hoofdstuk 4 'Overgangs‐ en slotregels'. Voor de planregels is zoveel als mogelijk aangesloten bij het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Stedelijk Gebied' en facetbestemmingsplan 'Deregulering'. Regelingen die in dit kader niet relevant zijn, zijn achterwege gelaten. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen en de wijze van meten. In Hoofdstuk 2 zijn de regels opgenomen behorende bij de bestemmingen die op de verbeelding aan de gronden zijn toegekend. In Hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen die op het gehele plangebied van toepassing zijn dan wel aanduidingen die betrekking hebben op meer dan één bestemmingsvlak. In Hoofdstuk 4 zijn de regels opgenomen waarmee het overgangsrecht wordt geregeld en is een artikel opgenomen waarin de formele naamgeving van de planregels is vastgelegd. Hoofdstuk 1, 3 en 4 zijn vrij algemeen van aard en worden niet nader beschreven in deze paragraaf. Onderstaand zijn de gebruikte bestemmingen toegelicht, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de planregels.
Groen (Artikel 3) De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen, beplanting, bomen en parken en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201327
58
Verkeer (Artikel 4) De hoofdinfrastructuur, zoals wegen en parkeerplaatsen, is bestemd als 'Verkeer'. Deze gronden zijn tevens bestemd voor groen‐ en watervoorzieningen. Wonen (Artikel 5) De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aan‐huis‐gebonden beroepen, kleinschalige beroeps‐ en bedrijfsmatige activiteiten. Nieuwe grondgebonden woningen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en de aangegeven maatvoeringen. Daarnaast is het maximum aantal te realiseren nieuwe woningen opgenomen. Voor het woningen binnen de appartementengebouwen is de aanduiding 'gestapeld' opgenomen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201327
59
Hoofdstuk 7
7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Door de Veiligheidsregio Limburg‐Noord is advies uitgebracht op het aspect externe veiligheid, zie bijlage 13. Dit advies ziet deels op de aanwezigheid van zorgwoningen. Daar is met dit planvoornemen geen sprake van. Het nemen van verder gaande maatregelen voor deze doelgroep is dan ook niet noodzakelijk. De overige adviezen, zoals de realisatie van bluswatervoorzieningen, worden waar nodig verwerkt in het ontwerp van de inrichting en de bebouwing.
7.2
Omgevingsdialoog
Vanwege het feit dat het een inbreidingslocatie betreft, zal uitgebreid met omwonenden worden gecommuniceerd. Vanaf 3 mei 2021 zijn gesprekken met direct omwonenden aangegaan. Daarnaast hebber er 2 algemene informatiemomenten met direct omwonenden plaatsgevonden. Op 29 juni 2021 een informatieavond (digitaal) voorafgaand aan ter inzage legging ontwerp bestemmingsplan met informatie over locatie, programma, procedure, ontwerp (stedenbouw) planning en overige informatie. Op 15 juli 2021 een naar aanleiding van de bewonersavond op 29 juni 2021 om persoonlijk vragen te kunnen stellen. Beide waren aangekondigd via de weekkrant en in een brief aan directe omwonenden. Het plan is naar aanleiding van de terinzage legging van het ontwerp medio september 2021/ begin oktober 2021 separaat met enkele reclamanten van zienswijzen besproken. Daarnaast is de ontwikkeling met SBO De Horst besproken.
7.3
Zienswijzen
Met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan (voor de duur van zes weken) wordt de formele vaststellingsprocedure gestart. Gedurende deze periode kan iedereen op het ontwerp bestemmingsplan een schriftelijke of mondelinge zienswijze indienen. De zienswijzen worden samengevat en voorzien van beantwoording. Deze zienswijzen zullen worden beoordeeld op het feit of, en zo ja, in hoeverre het ontwerp aanpassing behoeft. Vervolgens zal het college van B&W de gemeenteraad voorstellen het bestemmingsplan al dan niet gewijzigd vast te stellen. Het ontwerp bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen vanaf 16 juli 2021 tot en met 28 augustus 2021. Van de mogelijkheid om op het ontwerp bestemmingsplan schriftelijk een zienswijze dan wel een vooroverlegreactie in te dienen, hebben 10 reclamanten gebruik gemaakt. De zienswijzen zijn beoordeeld en van een reactie voorzien in het ‘Zienswijzenrapport en ambtshalve wijzigingen’.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201327
60
Daarnaast hebben ambtshalve wijzigingen plaatsgevonden. Het ‘Zienswijzenrapport en ambtshalve wijzigingen’ is als bijlage 16 bij de toelichting opgenomen met daarin de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Naar aanleiding van ingebrachte zienswijzen en ambtshalve wijzigingen is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201327
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte
20201327
VERKENNEND BODEMONDERZOEK INCL. ASBEST KERKVELDSWEG OOST (ONG.) TE ECHT
Rapportage verkennend bodemonderzoek incl. asbest Kerkveldsweg Oost (ong.) te Echt Opdrachtgever
Rho adviseurs voor leefruimte Torenallee 20 5617 BC Eindhoven
Rapportnummer Versienummer
13620.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
24 november 2020
Vestiging
Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 5001600 swalmen@econsultancy.nl
Opsteller
Mevr. E.J.C. Kegel, MA
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer E. Zwerver
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 5 Terreininspectie ................................................................................................................ 5 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 5 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 6
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 6
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 7 5.1 5.2
6
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 9 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
Algemeen.......................................................................................................................... 7 Grondonderzoek ............................................................................................................... 7 5.2.1 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest ................................................... 7 5.2.2 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 8 5.2.3 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal .............. 8
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 9 Toetsingskader ............................................................................................................... 10 Resultaten grondmonsters verkennend bodemonderzoek ............................................ 12 Resultaten verkennend onderzoek asbest ..................................................................... 13 Interpretatie analyseresultaten ....................................................................................... 13
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 14
13620.001
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 4c. 5a. 5b. 6. 7.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Bodemprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Getoetste analyseresultaten Regeling bodemkwaliteit - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit - Berekening indicatief asbestgehalte - Eerder uitgevoerd bodemonderzoek 13620.001
1
INLEIDING
Rho adviseurs voor leefruimte heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek incl. asbest op de locatie Kerkveldsweg Oost (ong.) te Echt. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het onderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is. Tevens heeft het onderzoek tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem en het puin. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het verkennend onderzoek asbest in bodem en puin is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond".
Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2018. Voor het veldwerk en bemonstering van asbest in puin is geen certificering van toepassing. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering, aan de achtergrondwaarden voor grond. Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Tevens is rekening gehouden met de generieke maximale waarden voor de bodemfunctieklassen wonen en industrie, zoals deze in de provincie Limburg gehanteerd worden. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 10.480 m²) is gelegen aan de Kerkveldsweg Oost (ong.) te Echt (zie bijlage 1) en is kadastraal bekend gemeente Echt-Susteren, sectie K, nummers 1189 en 4546. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 30,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 189.830, Y = 345.730.
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 1 van 14
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever (contactpersoon de heer S. van Bogget), d.d. 29 september 2020
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Servicecentrum MER (contactpersoon mevrouw A. Genders), d.d. 29 september 2020
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door medewerker Econsultancy, d.d. 27 oktober 2020
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Uit historisch kaartmateriaal uit de periode tot 1900 blijkt dat de onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving ervan, destijds in gebruik is geweest als weiland en onbebouwd is geweest. In 1919 is op de onderzoekslocatie een dakpannenfabriek gerealiseerd (C.V. Gebrs. Cuypers Dakpannenfabriek). Deze fabriek is op het historisch kaartmateriaal zichtbaar vanaf 1937. Deze dakpannenfabriek is verder uitgebreid met twee loodsen tot circa 1988. In 1994 zijn de twee loodsen afgebrand (die tot dan gebruikt werden voor het stallen van caravans). Hierbij is alleen bluswater gebruikt en geen bluspoeder In het verleden is op het perceel een bovengrondse dieseltank (800 l) met handpomp aanwezig geweest. Deze is in de periode 1994-2004 verwijderd. Bij servicecentrum MER zijn hier verder geen gegevens van bekend. Op de locatie zijn in het verleden 3 bezinkputten voor afvalwater aanwezig geweest. Mogelijk is het terrein deels aangevuld met dakpanafval. Daarbij zijn vermoedelijk in het verleden plaatselijk assen uit kolengestookte ovens in de bodem gebracht. In 2004 is de fabriek gesloopt, hierbij is ook het terrein geëgaliseerd. Vanaf 2010 is er op het kaartmateriaal geen bebouwing meer zichtbaar. Sinds 2004 is de onderzoekslocatie niet wezenlijk meer veranderd.
De onderzoekslocatie is ingericht als openbaar gebied, welke grotendeels braakliggend is en voor een klein gedeelte geasfalteerd is. In de onderstaande figuur (afbeelding 1) zijn uitsneden van historisch kaartmateriaal van de onderzoekslocatie weergegeven.
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 2 van 14
Afbeelding 1.
Uitsneden historisch kaartmateriaal
Bij servicecentrum MER zijn geen gegevens aanwezig waaruit blijkt of er asbesthoudende materialen zijn toegepast op of in de voormalige bebouwing. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens om ± 60 woningen op de onderzoekslocatie te realiseren met parkeerplaatsen en groenvoorzieningen. De woningen zullen grondgebonden starterswoningen en sociale huur of zorgappartementen betreffen. 3.4
Calamiteiten
De brand, die in 1994 ter plaatse van de twee loodsen heeft gewoed, wordt beschouwd als een calamiteit met een bodembedreigend karakter. Uit het dossier van servicecentrum MER blijkt niet, dat er zich in het verleden andere bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Meldingsonderzoek, Intron-Bodemtech, augustus 1993 Op basis van het meldingsonderzoek van Intron-Bodemtech en de uitgevoerde terreininspectie konden de volgende potentiële bronnen van bodemverontreiniging worden onderscheiden: • lekkages of morsingen bij de bovengrondse dieseltank met handpomp; • lekkages van olie uit de graafmachine op niet vloeistofdichte bestratingen; • opslag productieafval op de locatie; • opvullen van delen van de locatie met productieafval en verbrandingsassen; • lekkage van de bedrijfsriolering; • lekkage van de bezinkputten
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 3 van 14
Bodemonderzoek, CSO, 1993/1994 Uit een door CSO uitgevoerd onderzoek (rapportnaam-, nummer en datum niet bekend) naar de samenstelling van de verbrandingsassen bleek destijds dat hierin sterk verhoogde gehaltes zink en koper, een matig verhoogd gehalte aan lood en licht verhoogde gehaltes cadmium, nikkel en EOX aanwezig waren. Gecombineerd bodemonderzoek, Cauberg-Huygen Raadgevende ingenieurs B.V., 1994 Op het voormalig terrein van Cuypers Dakpannenfabriek is in 1994 door Cauberg-Huygen Raadgevende ingenieurs B.V. (rapportnummer 970985-1, 20 september 1994) een gecombineerd bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage 7) naar de volgende deelonderzoeken: I. Aanvullend onderzoek verontreiniging bluswater: naar de effecten van afgespoeld bluswater naast een tweetal afgebrande caravanstallingen, waar op twee plaatsen matig tot sterk verhoogde concentraties zware metalen en minerale olie zijn aangetroffen. II. Verkennend bodemonderzoek ten behoeve van de herbouw van de loods: voor het verkrijgen van een bouwvergunning ter plaatse van één van de afgebrande caravanstallingen. III. Oriënterend bodemonderzoek: naar aanleiding van het door Intron-Bodemtech uitgevoerd meldingsonderzoek. Per deelonderzoek worden de resultaten besproken: I. Destijds zijn er voor deelonderzoek I in totaal 6 boringen geplaatst. Hiervan zijn 5 grondmengmonsters geanalyseerd.
Destijds is in de bovengrond ter plaatse van een aanwezige zwarte vlek een sterke verontreiniging aangetroffen met minerale olie en een lichte verontreiniging met zink. De omvang van deze verontreiniging werd door Cauberg-Huygen geschat op 1 m³. De overige door CSO aangetroffen metaalverontreinigingen zijn niet meer als zodanig aangetroffen. II. Destijds zijn er voor deelonderzoek II in totaal 11 boringen geplaatst, waarvan er 1 is afgewerkt als peilbuis. Hiervan zijn destijds 2 grondmengmonsters en 1 grondwatermonster geanalyseerd. Destijds zijn er in de bodem geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met tolueen. Destijds werd geconcludeerd dat er geen belemmeringen voor de voorgestane herbouw van de caravanstalling bestonden. III. Destijds zijn er voor deelonderzoek III in totaal 33 boringen geplaatst, waarvan er 1 is afgewerkt als peilbuis. Hiervan zijn destijds 5 grondmengmonsters en 1 grondwatermonsters geanalyseerd. Destijds is in de bovengrond ter plaatse van de voormalige tank en pomp een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In de bovengrond van het overig terreingedeelte is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond en plaatselijk licht verhoogde gehalten aan nikkel, koper, zink en cadmium. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met tolueen en xylenen.
Destijds werd geconcludeerd dat er geen bezwaar bestond met betrekking tot de voorgenomen bedrijfsactiviteiten.
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 4 van 14
3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordzijde bevinden zich braakliggend terrein en woonhuizen met bijbehorende siertuinen; aan de oostzijde bevinden zich woonhuizen en bijbehorende siertuinen een vleesgrossiersbedrijf en een autodealer; aan de zuidzijde bevinden zich woonhuizen met bijbehorende siertuinen, een parkeerterrein, een autobedrijf en een meubelwinkel; aan de westzijde bevinden zich woonhuizen en bijbehorende siertuinen.
Aan de noord- en zuidzijde van de onderzoekslocatie is in 2020 door Econsultancy (rapportnummer 13652.001, 13 oktober 2020) een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd in verband met de voorgenomen eigendomsoverdracht, alsmede de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Destijds zijn in totaal 24 boringen geplaatst, verdeeld over 2 deellocaties. Hierbij zijn geen peilbuizen geplaatst omdat het grondwater dieper lag dan 5,0 m -mv. Hiervan zijn destijds 7 grondmengmonsters geanalyseerd. Er zijn in de bovengrond van deellocatie A lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, koper, nikkel, zink, minerale olie, PAK en PCB aangetoond. Op deellocatie B zijn lichte verontreinigingen met zink, kobalt, lood, PCB en PAK aangetoond. De ondergrond van beide deellocaties vertoonde geen verontreinigingen. In de bodem (deellocatie A én B) en puinlaag (deellocatie A) zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm géén asbestverdachte materialen aangetroffen. De analytisch aangetroffen asbestconcentratie in de fractie < 20 mm viel tevens onder de detectielimiet. Tevens zijn er op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats.
Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. 3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bovengrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone “Wonen”, lokaal kunnen verhoogde gehalten aan zware metalen en PCB in de bovengrond voorkomen. De ondergrond is gelegen binnen de kwaliteitszone “Landbouw/Natuur”, hierin voldoen de gemiddelde gehalten aan de Achtergrondwaarden (projectnummer 349858, Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaar, Regio Limburg Noord).
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 5 van 14
Op 2 juli 2020 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd waarin enkele nieuwe toepassingswaarden zijn opgenomen, waaronder voorlopige achtergrondwaarden. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen. Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Voor het gebied waarin onderhavige onderzoekslocatie is gelegen, is géén asbestkansenkaart vastgesteld. 3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een holtpodzolgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Beegden. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 26 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 4,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordwestelijke richting. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt dat er sprake is van voormalige en/of huidige bodembelasting op de locatie, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. Dit in verband met de aangetroffen verontreinigingen (zowel zintuiglijk als analytisch) in de vorige onderzoeken. Doordat het terrein na de sloop geëgaliseerd is, is de in 1994 aangetroffen sterke olieverontreiniging (1 m³) niet meer als zodanig vindbaar. Vanwege het feit dat er alleen met bluswater is gewerkt tijdens de brand in 1994 en niet met blusschuim, is de locatie niet verdacht voor PFAS. Verwacht wordt, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn metalen, PAK, minerale olie en asbest. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming.
Tevens wordt vastgesteld of de vermoede verontreinigende stof de achtergrondwaarde, de interventiewaarde voor asbest of het geldend achtergrondgehalte overschrijdt.
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 6 van 14
Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek. Verkennend onderzoek asbest in puin (NEN 5897) Op basis van de huidige informatie is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor “halfverhardingslagen” vanwege het feit dat het terrein deels is aangevuld met dakpanafval (waarbij plaatselijk assen uit kolengestookte ovens in de bodem gebracht kunnen zijn). De doelstelling van het onderzoek is om na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest terecht is.
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiegaten en de boringen opgenomen. Bijlage 3b bevat enkele foto’s van de asbestinspectiegaten en het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal. Het veldwerk is op 29 en 30 oktober 2020 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer H.C. Nabben. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor de protocollen 2001 en 2018 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". 5.2
Grondonderzoek
5.2.1
Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest
Er zijn op het maaiveld asbestverdachte/asbesthoudende materialen aangetroffen. In tabel 2 zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel 2.
Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte van geïnspecteerde locatie
± 10.480 m²
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Geen inspectie mogelijk vanwege vegetatie
Weersomstandigheden
Neerslag < 10 mm/dag Zicht > 50 m
Zand, klei/leem en/of veen
Zand
Los of (deels) vastgereden
Los
Geen/matige vegetatie
sterke vegetatie
Geschatte inspectie-efficiëntie (tabel 2 NEN 5707)
0-10 %
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
ja (ter plaatse van boring 18)
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 7 van 14
5.2.2
Uitvoering veldwerk
In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 24 boringen geplaatst; 16 boringen tot 0,5 m mv, 2 boringen tot 1,0 m -mv, 5 boringen tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 2,8 m -mv. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest zijn met behulp van een schep 24 gaten gegraven met een afmeting van 30x30 cm tot een diepte van 0,5 m -mv. De boorpunten en gaten zijn gecombineerd. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest is het opgegraven materiaal gezeefd over een 20 mm zeef en zintuiglijk beoordeeld. Het aangetroffen asbestverdacht materiaal ter plaatse van boring 18 is verzameld. 5.2.3
Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal
De bodem bestaat voornamelijk uit matig tot sterk siltig, matig grof tot zeer grof zand. De bovengrond is bovendien zeer plaatselijk zwak humeus. De bovengrond is plaatselijk zwak betonhoudend, zwak tot matig slakhoudend, zwak tot matig dakpanhoudend, zwak tot matig baksteenhoudend en zeer plaatselijk matig huisvuilhoudend. Verder is de bovengrond bij boring 04 en 11 volledig dakpanhoudend. Tijdens de inspectie is er, afgezien van 2 stukken asbestverdacht plaatmateriaal ter plaatse van boring 18 (traject 0,0-1,0 m -mv) geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Gezien het feit dat het grondwater zich dieper dan 5,5 m -mv bevindt (Econsultancy, rapportnummer 13652.001, 13 oktober 2020), zijn de gestuite boringen niet dieper doorgezet en heeft er conform de NEN 5740 geen grondwateronderzoek plaatsgevonden. Tabel 3 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel 3.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Gat/boring
Einddiepte (m -mv)
Traject (m -mv)
03
0,50
0,00 - 0,20
zwak betonhoudend
08
0,50
0,00 - 0,50
matig slakhoudend
13
0,50
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
14
2,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
1,00 - 2,00
matig baksteenhoudend, zwak slakhoudend
15
0,50
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
16
0,50
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
17
0,50
0,00 - 0,50
matig slakhoudend
20
0,50
0,00 - 0,50
matig baksteenhoudend, zwak slakhoudend
21
2,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
22
0,50
0,00 - 0,50
zwak slakhoudend
23
0,50
0,00 - 0,20
zwak slakhoudend, zwak betonhoudend
24
0,50
0,00 - 0,50
zwak slakhoudend
Rapport 13620.001 versie D1
Waargenomen verontreinigingen
Pagina 8 van 14
Tabel 4 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen met asbestverdacht plaatmateriaal, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel 4.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen asbest
Traject (m -mv)
Gat/boring
18
6 6.1
Asbestverdachte materialen waargenomen?
Einddiepte (m -mv)
0,00 - 1,00
1,00
Waargenomen verontreinigingen
matig slakhoudend, matig huisvuilhoudend, zwak asbesthoudend
gewicht (gram)
soort
codering
10
vlakke plaat
ASB-M01
25
vlakke plaat
ASB-M02
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Alle grondmonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 7 grondmengmonsters samengesteld (5 grondmengmonsters van de bovengrond en 2 grondmengmonsters van de ondergrond). De zintuiglijk meest verontreinigde grondmonsters zijn gebruikt bij de samenstelling van de grondmengmonsters. De 7 grondmengmonsters zijn geanalyseerd op het volgende pakket: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie.
Tabel 5 geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten. Tabel 5.
Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM01
01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50), 05 (0,00 - 0,50), 06 (0,00 - 0,30), 09 (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM02
08 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,20), 22 (0,00 - 0,50), 24 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
bovengrond (matig slakhoudend, zwak slakhoudend)
MM03
13 (0,00 - 0,50), 15 (0,00 - 0,50), 16 (0,00 - 0,50), 21 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
bovengrond (zwak baksteenhoudend)
MM04
20 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,20)
standaardpakket grond
bovengrond (matig baksteenhoudend, zwak slakhoudend, zwak betonhoudend)
MM05
18 (0,00 - 0,50), 18 (0,50 - 1,00)
standaardpakket grond
bovengrond (matig slakhoudend, matig huisvuilhoudend, zwak asbesthoudend)
MM06
02 (1,50 - 2,00), 04 (0,50 - 1,00), 07 (1,00 - 1,50), 19 (0,50 - 1,00), 21 (0,50 - 1,00)
standaardpakket grond
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MM07
14 (1,00 - 1,50), 14 (1,50 - 2,00)
standaardpakket grond
ondergrond (matig baksteenhoudend, zwak slakhoudend)
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 9 van 14
Verkennend onderzoek asbest in bodem/puin NEN 5707/NEN 5897 Het aangetroffen asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) is aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie. In het laboratorium is het aangeboden asbestverdacht materiaal geanalyseerd op de volgende componenten: -
asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm; kwalitatief): serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
Ten aanzien van de parameter asbest zijn in het laboratorium in totaal 2 mengmonsters geanalyseerd op het volgende analysepakket: -
asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
Tabel 6 geeft een overzicht van de samenstelling de (meng)monsters en het analysepakket. Tabel 6.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analysepakket
(Meng)monster
Monsters (in m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
ASB-M01
18 (0,00 - 1,00)
asbest verzamel (NEN5897-2016)
vlakke plaat
ASB-M02
18 (0,00 - 1,00)
asbest verzamel (NEN5897-2016)
vlakke plaat
ASB-MM01
18 (0,00 - 1,00)
asbest in puin (NEN 5897-2016)
verdachte laag (matig dakpanhoudend, matig slakhoudend, matig huisvuilhoudend, zwak asbesthoudend)
ASB-MM02
04 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50)
asbest in puin (NEN 5897-2016)
verdachte laag (volledig dakpan)
ASB-MM03
03 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,50), asbest in bodem (NEN 5897-2016) 14 (0,00 - 0,50), 15 (0,00 - 0,50), 21 (0,00 - 0,50), 22 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,50)
verdachte laag (zwak betonhoudend, zwak tot matig baksteenhoudend, zwak tot matig dakpanhoudend, zwak slakhoudend)
ASB-MM04
08 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50), asbest in bodem (NEN 5897-2016) 16 (0,00 - 0,50), 17 (0,00 - 0,50), 20 (0,00 - 0,50), 24 (0,00 - 0,50)
verdachte laag (zwak tot matig baksteenhoudend, zwak tot sterk dakpanhoudend, zwak tot matig slakhoudend)
6.2
Toetsingskader
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 10 van 14
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
De omgerekende gehalten naar gehalten in een standaardbodem zijn tevens indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit. Dit opgenomen resultaat geeft een indicatie van de kwaliteit van de grond met betrekking tot grondverzet en/of (indien van toepassing) terugsaneerwaarden. Hierbij wordt grond ingedeeld in de klassen Achtergrondwaarde, Wonen, Industrie en Niet Toepasbaar. Verkennend bodemonderzoek asbest in bodem NEN 5707 en puin NEN 5897 De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering. De resultaten met betrekking tot het puin zijn getoetst aan de hergebruikswaarde uit de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage A), VROM, 2007. Het toetsingskader voor de beoordeling met betrekking tot asbest is als volgt omschreven. De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale hergebruikswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van grond en puin bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in bodem (“interventiewaarde”) is tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, onafhankelijk van het bodemvolume waarin deze asbestgehalten zijn aangetoond.
Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in puin is sprake van een verontreiniging met asbest in puin en is mogelijk het Besluit asbestwegen Wms van toepassing.
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 11 van 14
Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde (50 mg/kg d.s.) is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de hergebruikswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de hergebruikswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Van de (bodem)lagen waarin asbest is aangetoond, is een berekening gemaakt van het asbestgehalte. Hiertoe is gebruik gemaakt van de navolgende formule:
C
m,i
=
(MK %k,i /100) / V ns ds
waarin: V (in dm3) Mk (in mg) %k,i Ns (in kg/dm3) ds
6.3
: volume (V) van de sleuf of het gegraven gat. : massa van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type "k" (bijvoorbeeld asbestplaatjes). : gemiddeld % van asbestsoort "i" (bijv. chrysotiel) in de verzamelde asbesthoudende materialen van type "k". : (stort)gewicht van de grond/puin. : percentage droge stof
Resultaten grondmonsters verkennend bodemonderzoek
Tabel 7 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tevens is het resultaat van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit weergegeven. Tabel 7.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond mengmonster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Indicatieve toetsing Bbk (*A)
MM01
01 (0,00 - 0,50), 02 (0,00 - 0,50), 05 (0,00 - 0,50), 06 (0,00 - 0,30), 09 (0,00 - 0,50), 10 (0,00 - 0,50)
kobalt
-
-
AW
MM02
08 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,20), 22 (0,00 - 0,50), 24 (0,00 - 0,50)
cadmium kobalt PAK
-
-
Wonen
MM03
13 (0,00 - 0,50), 15 (0,00 - 0,50), 16 (0,00 - 0,50), 21 (0,00 - 0,50)
-
-
-
AW
MM04
20 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,20)
-
-
-
AW
MM05
18 (0,00 - 0,50), 18 (0,50 - 1,00)
kobalt
-
-
AW
MM06
02 (1,50 - 2,00), 04 (0,50 - 1,00), 07 (1,00 - 1,50), 19 (0,50 - 1,00), 21 (0,50 - 1,00)
kobalt nikkel minerale olie
-
-
Industrie
MM07
14 (1,00 - 1,50), 14 (1,50 - 2,00)
cadmium kobalt nikkel
-
-
Wonen
(*A)
De weergegeven indicatieve beoordeling geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem": AW = toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde wonen = toepasbaar (functieklasse wonen) industrie = toepasbaar (functieklasse industrie) NT = niet toepasbaar
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering. Bijlage 4c bevat de getoetste analyseresultaten aan de Regeling bodemkwaliteit (indicatief).
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 12 van 14
6.4
Resultaten verkennend onderzoek asbest
Tabel 8 geeft een overzicht van de asbesthoudendheid en karakterisering van de in het veld verzamelde (plaat)materialen (fractie > 20 mm). Tabel 8.
Zintuiglijk waargenomen asbestverdachte (plaat)materialen
Gat
Monsternaam
Traject (m -mv)
Toepassing/soort
18
ASB-M01
18 (0,00 - 1,00)
18
ASB-M02
18 (0,00 - 1,00)
Aantal stukjes
Gewicht (g)
vlakke plaat
1
21
vlakke plaat
6
40
(niet-)hechtgebonden
chrysotiel/ amosiet/ crocidoliet
Asbestgehalte
hechtgebonden
chrysotiel
10-15 %
hechtgebonden
chrysotiel
10-15 %
Tabel 9 geeft een overzicht van de analytisch vastgestelde asbestgehalten (fractie < 20 mm). Tabel 9.
Vastgestelde asbestgehalten fijne fractie (< 20 mm)
(Meng)monster
Traject (m -mv)
Asbestgehalte (< 20 mm)
ASB-MM01
18 (0,00 - 1,00)
41 mg/kg d.s.
ASB-MM02
04 (0,00 - 0,50), 11 (0,00 - 0,50)
< 0,5 mg/kg d.s.*
ASB-MM03
03 (0,00 - 0,50), 13 (0,00 - 0,50), 14 (0,00 - 0,50), 15 (0,00 - 0,50), 21 (0,00 - 0,50), 22 (0,00 - 0,50), 23 (0,00 - 0,50)
6,0 mg/kg d.s.
ASB-MM04
08 (0,00 - 0,50), 12 (0,00 - 0,50), 16 (0,00 - 0,50), 17 (0,00 - 0,50), 20 (0,00 - 0,50), 24 (0,00 - 0,50)
< 0,5 mg/kg d.s.*
* Kleiner dan de detectiebepalingslimiet
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten.
6.5
Interpretatie analyseresultaten
Tabel 10 geeft een overzicht van de berekende asbestgehalten. Voor de berekening van deze indicatieve asbestgehalten wordt verwezen naar bijlage 6a. Tabel 10.
Berekende asbestgehalten
Gat
Traject (m -mv)
Gehalte <0,5 x Interventiewaarde/hergebruikswaarde
Gehalte >0,5 x Interventiewaarde/hergebruikswaarde
Gehalte > Interventiewaarde/hergebruikswaarde
18
(0,00 - 1,00)
-
-
105,2 mg/kg d.s.
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 13 van 14
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van Rho adviseurs voor leefruimte een verkennend bodemonderzoek incl. asbest uitgevoerd aan de Kerkveldsweg Oost (ong.) te Echt. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. De bodem bestaat voornamelijk uit matig tot sterk siltig, matig grof tot zeer grof zand. De bovengrond is bovendien zeer plaatselijk zwak humeus. De bovengrond is plaatselijk zwak betonhoudend, zwak tot matig slakhoudend, zwak tot matig dakpanhoudend, zwak tot matig baksteenhoudend en zeer plaatselijk matig huisvuilhoudend. Verder is de bovengrond bij boring 04 en 11 volledig dakpanhoudend. Tijdens de inspectie is er, afgezien van 2 stukken asbestverdacht plaatmateriaal ter plaatse van boring 18 (traject 0,0-1,0 m -mv) geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De bovengrond is licht verontreinigd met kobalt, cadmium en PAK, waardoor de te verwachten bodemkwaliteitsklasse voor deze bovengrond “AW” en de bovengrond met de PAK verontreiniging “Wonen” betreft.
De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt, cadmium, nikkel en minerale olie, waardoor de te verwachten bodemkwaliteitsklasse voor de ondergrond met cadmium, kobalt en nikkelverontreiniging “Wonen” betreft en de kobalt, nikkel en minerale olie verontreiniging “Niet Toepasbaar” betreft. Gezien het feit dat het grondwater zich dieper dan 5,0 m -mv bevindt (Econsultancy, rapportnummer 13652.001, 13 oktober 2020), zijn de gestuite boringen niet dieper doorgezet en heeft er conform de NEN 5740 geen grondwateronderzoek plaatsgevonden. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er echter, voor wat betreft de parameters van het standaardpakket, géén reden voor een nader onderzoek. Verkennend onderzoek asbest in bodem/puin NEN 5707/NEN 5897 Tijdens de veldwerkzaamheden is in de puinlaag zintuiglijk in de fractie >20 mm asbestverdacht materiaal aangetroffen ter plaatse van boring 18 (traject 0,0-1,0 m -mv). Het materiaal betreft hechtgebonden chrysotiel asbest (10-15%). Analytisch is er 41 mg/kg d.s. asbest vastgesteld in de kleine fractie (<20 mm). Het asbestgehalte is op basis van een indicatieve berekening vastgesteld op 105,2 mg/kg d.s. Het berekende asbestgehalte van 105,2 mg/kg d.s.
overschrijd de interventiewaarde en daarmee het criterium voor nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt derhalve gesteld dat er aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem/puin. Econsultancy adviseert om op termijn de aard en omvang van de vastgestelde asbestverontreiniging nader te onderzoeken. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Econsultancy Swalmen, 24 november 2020
Rapport 13620.001 versie D1
Pagina 14 van 14
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Legenda Symbolen:
Polygonen:
Boringen:
Asfalt
Ontgravingsvak
Boring tot 0,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Klinker
Saneringslocatie
Boring tot 1,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Beton
Partij ontgraven grond
Boring tot 1,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Ontgravingsdiepte (m -mv)
Toekomstige bebouwing
Boring tot 2,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Partijhoogte (m +mv)
Voormalige bebouwing
Boring tot 2,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Opnamerichting foto
Asfaltverharding
Boring tot 3,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Vloeistofdichte vloer
Reparatievak asfalt
Boring tot 3,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Prefab betonnen vloerplaat
Opslagtank (bovengronds)
Boring tot 4,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Tegels
Opslagtank (bovengronds in lekbak)
Boring tot 4,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Golfplaat (asbest verdacht)
Opslagtank (ondergronds)
Boring tot 5,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Boom
Struweel
Peilbuis (diep)
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis (diep)
Bos
Haag
Peilbuis
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis
Boring voorgaand onderzoek tot 0,5 m -mv
Kernboring 80 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,0 m -mv
Kernboring 120 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 2,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv
Struiken Gras
Lijnen:
Water
Bebouwing
Braak
Grens onderzoekslocatie
Grind
Toekomstige bebouwing
Onverhard
Voormalige bebouwing
Puinverharding
Beschoeiing
Talud
Hekwerk
Boring voorgaand onderzoek tot 3,5 m -mv
Spoorlijn
Boring voorgaand onderzoek tot 4,0 m -mv
Wandmonster
Boring voorgaand onderzoek tot 4,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 5,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv
Spoorbaan Fietspad Parkeerplaats
Verontreiniging:
Trafo Pomp Olie/vetafscheider Mangat Riool inspectieput Zinkput Ontluchting Vulpunt Sleuf asbestonderzoek 200x40x50cm
Boring voorgaand onderzoek tot 3,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv
Peilbuis voorgaand onderzoek (diep)
Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv
Niet verontreinigd
Peilbuis voorgaand onderzoek
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv
Gehalte >AW/S-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv
Gehalte >T-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv
Gehalte >I-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,5 m -mv
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 5,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis (diep)
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis (diep)
Boring tot 0,5 m -waterbodem
Licht verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis
Boring tot 1,0 m -waterbodem
Matig verontreinigd
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm
Duiker Voormalige duiker
Boring voorgaand onderzoek tot 2,5 m -mv
Sterk verontreinigd Verontreinigingsgraad onbekend Vindplaats asbestverdacht materiaal op maaiveld
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
Bijlage 3a Bodemprofielen
Pagina 1 van 4
Profielen asbestinspectiegaten en boringen
Inspectiegat/Boring: 01 Datum veldwerk:
Inspectiegat/Boring: 02
30-10-2020 0
0
braak
1 50
50
Datum veldwerk:
30-10-2020 0
0
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, neutraalbruin, Schep
braak Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, neutraalbruin, Schep
1 50
50
Zand, zeer grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
2 100 3 150 4 200
200
Inspectiegat/Boring: 03 Datum veldwerk:
Inspectiegat/Boring: 04
30-10-2020 0
0 1
20
2 50
50
braak
Datum veldwerk:
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, neutraalbruin, Schep
30-10-2020 0
0
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, zwak betonhoudend, neutraalbruin, Schep
Volledig dakpan, neutraalbruin, El. ram
1 40
50
2
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
3 100
100
Zand, zeer grof, zwak siltig, matig grindig, donkerbeige, Edelmanboor, Gestuit op grind
4 150 5 200
250 280
Inspectiegat/Boring: 05 Datum veldwerk:
Inspectiegat/Boring: 06
30-10-2020 0
0
Datum veldwerk:
50
30-10-2020 0
0
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, neutraalbruin, Schep
1 50
braak
1 30
2 50
50
braak Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, zwak keien, neutraalbruin, Schep Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbruin, Schep
Projectcode: 13620.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 van 4
Profielen asbestinspectiegaten en boringen
Inspectiegat/Boring: 07 Datum veldwerk:
Inspectiegat/Boring: 08
30-10-2020 0
0
braak
1 50
50
Datum veldwerk:
30-10-2020
0
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, neutraalbruin, Schep
0
braak
50
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, matig dakpan houdend, matig slakhoudend, neutraalbruin, Schep
0
braak
1 50
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, neutraalbruin, Edelmanboor
2 100
100
Zand, matig grof, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
3 150 4
170
5 200
200
Zand, matig grof, matig siltig, matig kleihoudend, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
Inspectiegat/Boring: 09 Datum veldwerk:
Inspectiegat/Boring: 10
30-10-2020 0
0
braak
1 50
50
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, neutraalbruin, Schep
1 50
Inspectiegat/Boring: 12
30-10-2020
Datum veldwerk: 0
0
30-10-2020
0
50
Inspectiegat/Boring: 11 Datum veldwerk:
Datum veldwerk:
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, neutraalbruin, Schep
30-10-2020 0
0 Volledig dakpan, El. ram
1
20
1 2 50
50
50
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, sterk dakpan houdend, neutraalbruin, Schep
50
Zand, matig grof, matig siltig, neutraalbruin, Schep
0
braak
Volledig dakpan, Schep, Gestuit instorten
2
braak
90
Inspectiegat/Boring: 13 Datum veldwerk:
Inspectiegat/Boring: 14
30-10-2020
0
0
braak
50
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, matig dakpan houdend, zwak baksteenhoudend, neutraalbruin, Schep
1 50
Datum veldwerk:
30-10-2020
0
Zand, matig grof, sterk siltig, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, neutraalbruin, Schep
1 50
50
Zand, matig grof, sterk siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
2 100
100
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, matig baksteenhoudend, zwak slakhoudend, zwak dakpan houdend, donkerbruin, Edelmanboor
3 150 4 200
200
Projectcode: 13620.001 Getekend volgens NEN 5104
Pagina 3 van 4
Profielen asbestinspectiegaten en boringen
Inspectiegat/Boring: 15 Datum veldwerk:
Inspectiegat/Boring: 16
30-10-2020 0
0
braak
1 50
50
50
0
braak
50
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, zwak dakpan houdend, neutraalbruin, Schep
0
braak
1
Inspectiegat/Boring: 18
30-10-2020
0
30-10-2020
0
50
Inspectiegat/Boring: 17 Datum veldwerk:
Datum veldwerk:
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, neutraalbruin, Schep
0
braak
50
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, matig dakpan houdend, matig slakhoudend, neutraalbruin, Schep
Datum veldwerk:
30-10-2020
0 1 50
M18a
M18b
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, matig dakpan houdend, matig slakhoudend, matig huisvuilhoudend, zwak asbesthoudend, neutraalbruin, Schep
2 100
100
Inspectiegat/Boring: 19 Datum veldwerk:
Inspectiegat/Boring: 20
30-10-2020 0
0
braak
1 50
50
Datum veldwerk:
30-10-2020
0
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, neutraalbruin, Schep
0
braak
50
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, matig baksteenhoudend, zwak slakhoudend, neutraalbruin, Schep
0
braak
50
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, zwak slakhoudend, matig dakpan houdend, neutraalbruin, Schep