CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan dakpannenlocatie Cuijpers

Commissie Omgeving 29 november 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan Herontwikkeling dakpannenlocatie Cuijpers26.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

HERONTWIKKELING DAKPANNENLOCATIE CUIJPERS Echt-Susteren bestemmingsplan 15 december 2021

1/2

Herontwikkeling dakpannenlocatie Cuijpers

Echt‐Susteren

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.1711.BP20210912‐VG01

30 april 2021 1 juli 2021 15 december 2021

concept ontwerp vastgesteld

projectnummer:

20201327 opdrachtleider:

Mr. S.P.A. van Bogget

Torenallee 20 Gebouw SFJ (Videolab) 5617 BC Eindhoven T: 040-4022734 E-mail: info@rho.nl

2

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding en doel

9

1.2

Ligging plangebied

9

1.3

Geldend bestemmingsplan

10

1.4

Leeswijzer

12

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

13

2.1

Huidige situatie

13

2.2

Stedenbouwkundig plan

14

Hoofdstuk 3

Beleidskader

17

3.1

Inleiding

17

3.2

Rijksbeleid

17

3.3

Provinciaal beleid

21

3.4

Regionaal beleid

23

3.5

Gemeentelijk beleid

25

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

27

4.1

Waterhuishouding

27

4.2

Verkeersaspecten

29

4.3

Archeologie

35

4.4

Cultuurhistorie

36

4.5

Bodemkwaliteit

37

4.6

Niet gesprongen explosieven

38

4.7

Wegverkeerslawaai

39

4.8

Milieuhinder en bedrijven

40

4.9

Luchtkwaliteit

43

4.10

Externe veiligheid

45

4.11

Ecologie

50

4.12

Kabels en leidingen

53

4.13

Duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie

53

4.14

Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

54

Hoofdstuk 5

Financiële uitvoerbaarheid

55

Hoofdstuk 6

Juridische uitvoerbaarheid

57

6.1

Algemeen

57

6.2

Verbeelding

57

6.3

Planregels

57

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

4

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

59

7.1

Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

59

7.2

Omgevingsdialoog

59

7.3

Zienswijzen

59

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 2

Nader onderzoek asbest

Bijlage 3

BUS‐melding

Bijlage 4

Vooronderzoek conventionele explosieven

Bijlage 5

Risicoanalyse ongesprongen oorlogsresten

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek

Bijlage 7

AERIUS aanlegfase

Bijlage 8

AERIUS gebruiksfase

Bijlage 9

Memo stikstofberekening

Bijlage 10

Quickscan ecologie

Bijlage 11

Aanvullend ecologisch onderzoek

Bijlage 12

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling

Bijlage 13

Advies veiligheidsregio

Bijlage 14

Bezonningsstudie bestaand

Bijlage 15

Bezonningsstudie nieuw

Bijlage 16

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

5

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

97

Artikel 1

Begrippen

97

Artikel 2

Wijze van meten

103

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

105

Artikel 3

Groen

105

Artikel 4

Verkeer

107

Artikel 5

Wonen

109

Hoofdstuk 3

Algemene regels

117

Artikel 6

Anti‐dubbeltelregel

117

Artikel 7

Algemene bouwregels

118

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

120

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

121

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

122

Artikel 11

Algemene wijzigingsregels

123

Artikel 12

Algemene procedureregels

124

Artikel 13

Overige regels

125

Hoofdstuk 4

Overgangs‐ en slotregels

127

Artikel 14

Overgangsrecht

127

Artikel 15

Slotregel

128

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Aan huis verbonden beroepen en bedrijven

Bijlage 3

Parkeerkencijfers

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

6

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

TOELICHTING

9

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De initiatiefnemer is voornemens om op de locatie van de voormalige dakpannenfabriek Cuijpers en het gemeenschapshuis Blomenhoaf te Echt woningbouw te realiseren. Dit braakliggende perceel wordt ingesloten door de Kerkveldsweg Oost, (de woningen aan de) Seringenstraat, Tulpenstraat en (de woningen/bedrijfsbebouwing aan de) Rijksweg Noord. De woningen worden gerealiseerd voor de behoefte in de wijk Schilberg. De ontwikkeling betreft een gevarieerd woonaanbod voor diverse doelgroepen. Het aanbod bestaat uit maximaal 64 woningen (koop, huur, grondgebonden en appartementen). De beoogde ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken, wordt voor de betreffende locatie dit bestemmingsplan opgesteld.

Figuur 1.1.1

1.2

Foto voormalige dakpannenfabriek (bron: presentatie Frencken|Scholl architecten)

Ligging plangebied

De ontwikkeling vindt plaats tussen de Kerkveldsweg Oost en de Tulpenstraat in Echt. In figuur 1.2.1 is de ligging van de locatie in beeld gebracht. In figuur 1.2.2 is het plangebied aangeduid. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Echt sectie K, percelen 1189, 4516, 1643, 3530 en 5767 (ged.).

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

10

Figuur 1.2.1

Ligging plangebied in omgeving (bron: basisviewer.rho)

Figuur 1.2.2

Begrenzing plangebied (bron: basisviewer.rho)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het plangebied is momenteel juridisch‐planologisch geregeld in het bestemmingsplan 'Stedelijk Gebied'. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Echt‐Susteren vastgesteld op 26 mei 2016. Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

11

Tevens is het paraplubestemmingsplan 'Cultuurhistorie Echt‐Susteren' (vastgesteld op 22 september 2016) van toepassing. Voor het grondgebied van de gemeente Echt‐Susteren, waar binnen het plangebied is gelegen, zijn verder de facetbestemmingsplannen 'Sport‐ en/of recreatieve voorzieningen', 22 februari 2017, en 'Deregulering', 6 november 2019, vastgesteld. Het plangebied heeft volgens het geldende bestemmingsplan de bestemmingen 'Bedrijf', 'Maatschappelijk', 'Verkeer' en 'Wonen', zie figuur 1.3.1. Binnen de bestemmingen 'Bedrijf' en 'Maatschappelijk' zijn een bouwvlak en maatvoeringsaanduidingen opgenomen. Binnen de gronden met de bestemmingen 'Verkeer' en 'Wonen' zijn geen hoofdgebouwen toegestaan. De gebiedsaanduiding 'milieuzone ‐ roerdalslenk' legt beperkingen op ten aanzien van grondwerkzaamheden. De gronden binnen de enkelbestemming 'Bedrijf' zijn bestemd voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de categorieën 1 en 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied'.

De gronden binnen de bestemming 'Maatschappelijk' zijn bestemd voor educatieve, (para)medische, sociaal‐culturele, levensbeschouwelijke, onderwijs, kinderopvang, religieuze voorzieningen, algemene nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening met daaraan ondergeschikt ten dienste van voornoemde voorzieningen detailhandel en horeca. Binnen de bestemming 'Verkeer' zijn ten eerste wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeers‐ en verblijfsfunctie toegestaan. Daarnaast zijn hier andere paden en openbare voorzieningen zoals parkeer‐ en groenvoorzieningen toegestaan. Binnen het deel bestemd als 'Wonen' is geen bouwvlak opgenomen. De realisatie van woningen is binnen deze bestemmingen dan ook niet toegestaan. Op basis van het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie Echt‐Susteren' gelden geen aanvullende regels voor het plangebied. De beoogde woningbouwontwikkeling is in strijd met de bouw‐ en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan.

Figuur 1.3.1 Geldend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

12

1.4

Leeswijzer

De toelichting op het bestemmingsplan heeft de volgende opzet.  In hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen toegelicht. Direct daaropvolgend is aangegeven op welke wijze de nieuwe situatie planologisch‐juridisch is geregeld in voorliggend bestemmingsplan.  In hoofdstuk 3 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan vastgesteld en voorgenomen beleid van verschillende overheden.  In hoofdstuk 4 is het plan getoetst aan sectorale wetgeving en aspecten.  In hoofdstuk 5, 6 en 7 wordt ingegaan op de financiële, juridische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

13

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

De ontwikkellocatie ligt in het oosten van Echt in de wijk Schilberg. De ontwikkeling vindt plaats ten noorden van het centrum van Pey, tussen het spoor en de provinciale weg N276, Rijksweg Noord. Het plangebied is gelegen in een bestaande woonomgeving. Grenzend aan het plangebied zijn voornamelijk woningen, zie figuur 2.1.1 en bedrijven gevestigd, maar is ook sprake van detailhandelsvestigingen. Nabij de N276 zijn met name auto gerelateerde bedrijven gevestigd. Iets ten zuiden van het plangebied aan de Bosstraat‐Houtstraat zijn de centrumvoorzieningen van Pey, zoals detailhandel, supermarkten, dienstverlenende functies en horeca gelegen. Het plangebied vormt een door bebouwing ingekaderd perceel en ligt enigszins uit het zicht en verscholen. Het plangebied is gelegen tussen de bebouwing van de Kerkveldsweg Oost, de Seringenstraat, de Tulpenstraat en de Rijksweg Noord. Tussen deze wegen ligt het terrein van de voormalige dakpannenfabriek Cuijpers en het gemeenschapshuis Blomenhoaf. Deze bebouwing is gesloopt en het volledige plangebied is momenteel braakliggend. De locatie is bereikbaar via de Tulpenstraat. De voormalige toegang van de dakpannenfabriek aan de Kerkveldsweg Oost is momenteel afgesloten. Vanuit het plangebied is de achterzijde van de omliggende bebouwing goed waarneembaar, zoals de achterzijde van de woningen aan de Tulpenstraat, zie figuur 2.1.2.

Figuur 2.1.1 Zicht op de bebouwing aan de Kerkveldsweg Oost (bron: streetview.google.com, september 2016)

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

14

Figuur 2.1.2. Zicht op de achterzijde van de woningen aan de Tulpenstraat (bron: streetview.google.com, september 2016)

2.2

Stedenbouwkundig plan

Planvoornemen Het terrein van de voormalige (en gesloopte) dakpannenfabriek Cuijpers ligt al jaren braak. Hetzelfde geldt voor het naastgelegen terrein waar eerder buurthuis Blomenhoaf stond. Vof ’t Thaal, eigenaar van de gronden van de voormalige dakpannenfabriek, is voornemens de locatie tot ontwikkeling te brengen met woningbouw. De gemeentelijke eigendommen ter plaatse zullen grotendeels in de ontwikkeling worden ingebracht. Voor de locatie van de voormalige dakpannenfabriek zijn in het recente verleden diverse plannen gemaakt. Telkens bleken deze niet haalbaar te zijn. De locatie ligt er momenteel allesbehalve fraai bij en vraagt sterk om een kwaliteitsverbetering. De ontwikkeling die Vof 't Thaal beoogt, zal deze kwaliteitsverbetering brengen en zal ook inspelen op de vraag van de raad om te bouwen voor specifieke doelgroepen als senioren en starters. Het feit dat de locatie na al die jaren nu versneld kan worden opgepakt én er wordt gebouwd voor de behoefte, heeft er ook toe geleid dat de ontwikkeling is opgenomen in de samenwerkingsagenda die de gemeente met de provincie Limburg is aangegaan in het kader van het provinciale programma Kwaliteit Limburgse Centra (KLC). De provincie draagt vanuit de samenwerkingsagenda bij aan de versnelling van een aantal woningbouwprojecten in de gemeente, waaronder de ontwikkeling van de dakpannenlocatie Cuijpers.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

15

Figuur 2.2.1 Inrichtingstekening (versie 11‐10‐2021) Ruimtelijke opzet Vof 't Thaal heeft een stedenbouwkundig plan aan de gemeente voorgelegd, dat voorziet in de bouw van maximaal 64 woningen. De verdeling van de woningen is als volgt:  20 grondgebonden koopwoningen, bedoeld voor brede doelgroepen (starters, gezinnen, senioren);  44 (sociale en midden‐) huurwoningen (appartementen), bedoeld voor brede doelgroepen (met name bedoeld voor starters en senioren). Voor de ontwikkeling van de locatie is een inrichtingsplan opgesteld, zie figuur 2.2.1. De woningen zijn gesitueerd in het middengebied tussen de Tulpenstraat, de Seringenstraat, de Kerkveldsweg Oost en de Rijksweg Noord. Hierdoor is er sprake van een echte inbreidingslocatie. Kijkend naar de huidige situatie, krijgt het gebied een enorme opwaardering. De toekomstige woningen zullen in een groene omgeving worden gerealiseerd. De grondgebonden woningen liggen met de achtertuinen tegen de bestaande achtertuinen aan van de woningen aan de Tulpenstraat en de Seringenstraat. De huurwoningen worden gebouwd in de vorm van twee gestapelde bouwblokken, in het oostelijk deel van het plangebied. De ontsluiting van het gebied zal geschieden via de Kerkveldsweg Oost. Het gebied is voor fietsers en voetgangers ook vanaf de Tulpenstraat bereikbaar. De ruimte rond de twee woonblokken wordt landschappelijk ingericht.

De groene inrichting biedt ruimte aan ontspanning voor bewoners en mogelijkheden voor de opvang en berging van hemelwater. De nadere invulling wordt in een later stadium uitgewerkt. Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

16

Parkeren vindt voornamelijk plaats in de openbare ruimte door middel van langs‐ en haaksparkeerplaatsen aan de ontsluitingsweg en parkeerhofjes. Voor de hoekwoningen bestaat de mogelijkheid te parkeren op eigen terrein. De kavelgrootte van de rijwoningen varieert tussen de 127 en 258 m2. De woningen bestaan hier uit twee bouwlagen met kap. De maximale goothoogte bedraagt 7,0 m, de maximale bouwhoogte 10,0 m, aansluitend bij de bebouwing uit de omgeving. De woningen hebben een maximaal bebouwd oppervlakte van 55 m2. De twee appartementenblokken bestaan uit maximaal drie bouwlagen, met een maximale bouwhoogte van 11,0 m. De appartementen hebben een gevarieerde grootte van 60, 85 of 123 m2 en zijn voorzien van een balkon. De gebouwen zijn bereikbaar via de te realiseren ontsluitingsweg.

Figuur 2.2.2

Globaal 3D aanzicht (bron: Frencken|Scholl architecten)

Figuur 2.2.3 Globale doorsnede oost‐west (bron: Frencken|Scholl architecten) Privacy en bezonning Voor het beoordelen van de effecten van privacy en beschaduwing gelden er geen algemene eisen in Nederland. Door de architect is een zicht‐ en beschaduwingsstudie van de uitgevoerd. Hierin is de huidige planologisch toegestane situatie afgezet tegen de toekomstige situatie, zie bijlagen 14 en 15 bij deze toelichting. Uit de studie blijkt dat de privacy binnen omliggende tuinen met het planvoornemen niet volledig te niet wordt gedaan, noch dat de privacy onevenredig wordt aangetast. Door de toevoeging van groen worden de gebouwen bovendien grotendeels uit het zicht onttrokken. Daarnaast blijkt dat met de inpassing van het planvoornemen meer rekening wordt gehouden met de omliggende functies dan in de huidige planologische situatie het geval is.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

17

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Tot slot wordt in paragraaf 3.4 en 3.5 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het regionaal en gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: a. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie b. Duurzaam economisch groeipotentieel c. Sterke en gezonde steden en regio's d. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win‐win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; b.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing De NOVI wordt gekenmerkt door een hoog abstractie‐ en schaalniveau. Eén van de nationale belangen die relevant is voor het voorliggende bestemmingsplan is een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Hier wordt aan voldaan. Voor het overige is geen concreet beleid op nationaal niveau geformuleerd dat van belang is voor het voorliggend bestemmingsplan. De in de NOVI genoemde nationale belangen worden door de voorgenomen ontwikkelingen niet geschaad.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

18

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie‐ en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. In het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. De reden hiervoor is om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland te bevorderen. Een stedelijke ontwikkeling houdt in dat er nieuwe bebouwing wordt toegevoegd aan de huidige bebouwing. De ladder bestaat uit twee stappen: de eerste stap bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. De tweede stap omvat, indien de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toetsing Op het plangebied zijn op basis van het Barro geen voorwaarden van toepassing.

3.2.3 De ladder voor duurzame verstedelijking De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is vastgelegd als vereiste in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel bepaalt dat bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen de behoefte daaraan moet worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet bovendien worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Het toevoegen van meer dan 12 woningen of meer dan 500 m2 aan stedelijke functies wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Vertrekpunt bij de beoordeling of iets een nieuwe stedelijke ontwikkeling is, zijn de geldende planologische mogelijkheden. Toetsing Het programma bestaat uit:  44 appartementen (sociaal en middenhuur)  20 koopwoningen (alles regulier wonen) Het programma is gericht op een brede doelgroep (starters, gezinnen, senioren). In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Daarom is hierna de behoefte beschreven. Beschrijving behoefte De woningbehoefte blijkt uit diverse beleidsstukken en onderzoeken, die hierna worden behandeld.

Structuurvisie Wonen Midden‐Limburg (Regio Midden‐Limburg, actualisatie 2019) In het kader van de Structuurvisie Wonen Midden‐Limburg zijn met de Midden‐Limburgse gemeenten en de provincie afspraken gemaakt over de kwantitatieve en kwalitatieve woonopgaven in de gemeente Echt‐Susteren. De achterliggende doelstellingen zijn vooral het versnellen van de doorstroming op de woningmarkt, het betaalbaar houden van woningen in het sociale en middeldure huur‐ en koopsegment en het voorzien in de woonbehoefte van een aantal specifieke doelgroepen. Voor de gemeente Echt‐Susteren zijn en blijven senioren (al dan niet met zorg), starters, alleenstaanden en gezinnen de belangrijkste doelgroepen voor de nabije toekomst. Daarnaast heeft de gemeente ook een kwantitatieve woonopgave die vooral als doel heeft om de woningbehoefte en –voorraad binnen afzienbare tijd meer in balans te brengen.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

19

Centrale thema's in de woonvisie zijn de bouwambities voor de komende jaren en de nog steeds noodzakelijke sanering van plancapaciteit. De gemeente Echt‐Susteren beschikt op basis van de Structuurvisie gemaakte afspraken nog over een bouwvolume van 274 woningen. Gelet op het aantal gerealiseerde woningen in de voorgaande jaren is dit voldoende. Als grondslag voor het opstellen van de Structuurvisie is in 2018 een onderzoek uitgevoerd naar de behoefte aan woningen. Gebleken is dat de meeste behoefte bestaat aan grondgebonden seniorenwoningen of appartementen met lift in de prijsklassen laag tot midden. Daarnaast blijkt uit regelmatig overleg met makelaars, ontwikkelaars en binnen de gemeente werkzame woningcorporaties, dat er een bescheiden vraag bestaat naar luxere appartementen en woningen voor starters. De Regionale Structuurvisie Wonen is in 2019 geactualiseerd en daarbij is de bouwcapaciteit per gemeente opnieuw vastgesteld op basis van de toen geldende prognose van de huishoudensontwikkeling en het daadwerkelijk gerealiseerde aantal woningen in de afgelopen jaren. Op basis van de geactualiseerde afspraken heeft de gemeente een overcapaciteit van 117 woningen waarvan er 47 dienen te worden geschrapt. De gemeenteraad heeft in juli 2019 de geactualiseerde regionale structuurvisie vastgesteld.

Op basis hiervan bepalen gemeenten zelf hoe zij de sanering van de overcapaciteit invullen. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 64 woningen (grondgebonden en appartementen). De appartementen zijn in beginsel gericht op en geschikt voor starters en senioren, waarbij de ligging in de wijk Schilberg in de buurt van het centrum van Pey, met diverse voorzieningen in de nabijheid, een sterke meerwaarde vertegenwoordigt. Op basis van voorgaande kan gesteld worden dat het planvoornemen zowel vanuit kwalitatief als kwantitatief oogpunt aansluit bij de uitgangspunten van de regionale structuurvisie. Bevolkings‐ en huishoudensprognose Progneff (Provincie Limburg, 2019) Periodiek wordt de bevolkings‐ en huishoudensprognose Progneff uitgevoerd. Progneff bevat gegevens over bevolkingsomvang, leeftijdsopbouw van de bevolking en huishoudensomvang naar leeftijd en huishoudenstype. De meest recente prognose Progneff 2019 wordt gepresenteerd via het Dataportaal Demografie. De prognose (Etil 2019) gaat uit van een toename van het aantal huishoudens van 14.293 in 2020 naar 14.391 in 2030. Hieruit blijkt dat er in kwantitatief opzicht geen grote woningbehoefte is in de gemeente Echt‐Susteren.

Plancapaciteitsmonitor en dataportaal Limburg (Provincie Limburg) In de plancapaciteitsmonitor Limburg zijn (per 12 april 2020) binnen de gemeente Echt‐Susteren plannen opgenomen voor 542 woningen en onttrekkingen voor 4 woningen. De aantallen voor de beoogde locatie zijn hierin nog niet opgenomen, de locatie 'Dakpannenfabriek Cuijpers‐Schilberg, (Schilberg)' is wel in de monitor opgenomen. Volgens het dataportaal van de provincie Limburg is de netto plancapaciteit 581 woningen (per 12 april 2021). In de gegevens voor de dit jaar te actualiseren structuurvisie is aangegeven dat de plancapaciteit voor de gemeente Echt‐Susteren is toegenomen met 200 woningen. De harde plancapaciteit komt daarmee (na vaststelling van de bestemmingsplannen) op 651 woningen. Een recente beleidswijziging van de provincie Limburg heeft de harde eis tot het schrappen van plancapaciteit losgelaten. Wel dient er aandacht te zijn voor de juiste woning op de juiste locatie op het juiste moment. Voor de gemeente Echt‐Susteren geldt dat in het verleden slechte plannen reeds zijn gesaneerd.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

20

Kader Kwaliteit Limburgse Centra (Provincie Limburg, 2020) Dit kader richt zich op het verbeteren van de woon‐ en leefomgeving in centra in Limburg. Het kader voorziet in een integrale aanpak, vertrekkend vanuit het beleidsveld Wonen. Het kader KLC is alleen van toepassing op door gemeenten ingediende voorstellen om een integraal en samenhangend pakket aan maatregelen te realiseren. Onder centra verstaat de provincie niet alleen stadscentra, maar ook wijken, dorpen en buurten die een herkenbare entiteit vormen. Bij kwaliteit denkt de provincie aan aspecten als passende en betaalbare woonruimte in een veilige, aantrekkelijke en gezonde omgeving met voldoende voorzieningen (of de mogelijkheid om deze te bereiken). Kader Kwaliteit Limburgse Centra (KLC): integraal en samenhangend pakket aan voorstellen gemeente Echt‐Susteren (Gemeente Echt‐Susteren, december 2020) Transformatie ligt aan de basis van het samenhangend pakket aan voorstellen dat de gemeente Echt‐Susteren heeft ingebracht voor de samenwerkingsagenda KLC met de provincie Limburg. Hierbij gaat het zowel om de transformatie van leegstaand vastgoed als om de herontwikkeling van “rotte plekken” die al lange tijd om een passende invulling vragen.

In het samenhangend pakket zijn een aantal kleinere projecten die elk op hun eigen manier een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de kernen en een invulling geven aan behoeften die in elke kern spelen. Belangrijk hierbij is de versnelde uitvoering van woningbouwplannen om te kunnen voorzien in de actuele woonbehoeften. Daarnaast speelt hier ook de transformatieopgave. De locatie valt binnen het samenhangend pakket van het KLC. Het plangebied betreft een 'rotte plek' die om een passende invulling vraagt. De ontwikkeling voorziet in de woonbehoeften van de kern en draagt bij aan de uitvoering van de transformatieopgave. Gebiedsvisie Pey en locatie dakpannenfabriek Cuijpers In 2017 is de Gebiedsvisie Pey opgesteld om sturing te geven aan een aantal ontwikkelingen, zoals woningbehoefte voor ouderen, hoge parkeerdruk in het centrum en transformatie van leegstaande detailhandelslocaties. Een analyse vanuit meerdere beleidsvelden geeft mogelijke oplossingen aan waarbij het uitgangspunt is: Wat is goed voor Pey? De oplossingsrichtingen worden in nauw overleg met betrokken partijen uitgewerkt in realiseerbare plannen die zich over meerdere jaren uitstrekken. Om dit ook mogelijk te maken zijn er financiële middelen gereserveerd.

In het kader van het samenhangend pakket aan voorstellen voor de samenwerkingsagenda KLC wil de gemeente Echt‐Susteren graag 20 woningen (verspreid) in de kern Pey inbrengen en daarnaast de projecten pannenfabriek Cuijpers en de locatie Sterrendael (voormalige Star Potato). De locatie dakpannenfabriek Cuijpers betreft een voormalige bedrijfslocatie die al jaren wacht op een invulling met woningbouw. De locatie zal vooral in trek zijn bij mensen die nu al in de wijk Schilberg wonen en leent zich voor een invulling met verschillende typologieën van woningen. De totale ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast in de nu al groene omgeving. De belangrijkste doelgroepen zijn starters, alleenstaanden en senioren. Van belang is dat de diverse doelgroepen kunnen doorgroeien binnen de eigen wijk. Dit bestemmingsplan maakt de gebiedsvisie voor dit deelgebied planologisch mogelijk.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

21

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Geconsolideerde versie Omgevingsvisie POL2014 Op 13 augustus 2019 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie POL2014 vastgesteld. De provincie Limburg wil bijdragen aan een gevarieerde en optimale kwaliteit van de leefomgeving in steden, dorpen en op het platteland, rekening houdend met de diversiteit van de inwoners van Limburg: oud en jong, allochtoon en autochtoon, valide en minder valide. Belangrijke elementen daarin zijn woningen van goede kwaliteit en op de juiste plaats, herstructurering van de woningvoorraad en passende en bereikbare voorzieningen. Dit alles stelt ook hoge eisen aan de milieukwaliteit, de ruimtelijke inrichting en de zorg voor sociale en culturele voorzieningen. Dynamisch voorraadbeheer Om bovenstaande uitdaging aan te kunnen is dynamisch voorraadbeheer benodigd om de omslag naar gewenste kwaliteit te maken. Door het creëren van schaarste, in onder andere de woningmarkt, krijgt de markt prikkels om de benodigde kwaliteit te realiseren. Essentie hiervan is dat in regionaal verband door gemeenten niet‐vrijblijvende afspraken worden gemaakt over noodzakelijke interventies. De precieze aanpak kan per onderwerp en regio uiteenlopen. Werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad (bijvoorbeeld renovatie, herstructureren, energiemaatregelen, duurzaamheid). Onderdeel hiervan vormt de aanpak van de bestaande leegstand.

Waar mogelijk schrappen (verkleuren of van functie veranderen) van harde plannen die niet de beoogde toevoeging van kwaliteit opleveren. Het kan ook gaan om tijdelijke andere functies. Onder voorwaarden (bijvoorbeeld echte toevoeging kwaliteit, principes duurzame verstedelijking) ruimte bieden voor het toevoegen van goede nieuwe voorraad, maar dan wel in combinatie met het schrappen van bestaande voorraad. Het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM) is overgedragen aan de gemeenten, zodat gemeenten zelf invulling gegeven aan het kwaliteitsbeleid (Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM)). Hierdoor wordt voorkomen dat er stapeling ontstaat met andere compensatieregelingen of regelingen met een vergelijkbaar karakter. Desalniettemin dienen er minimale drempelbedragen te worden gehanteerd. In paragraaf 3.5 Gemeentelijk beleid wordt hierop ingegaan met een vertaling naar het voorliggend planvoornemen.

Figuur 3.1: Uitsnede kaart "Zonering Limburg" Omgevingsvisie POL2014 (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

22

Toetsing In het POL is het plangebied op themakaart 1 (Zonering Limburg) aangeduid als "overig bebouwd gebied". Het realiseren van een woningen past binnen het gebiedstype "overig bebouwd gebied". Deze gebieden zijn bestemd voor gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. Op themakaart 12 (Ondergrond) van het POL is voor deze locatie, en geheel Echt, de aanduiding 'boringsvrije zone' opgenomen. Deze leidt niet tot belemmeringen voor het project en is op de verbeelding en in de regels ook opgenomen. Op de overige themakaarten zijn geen specifieke zaken opgenomen die nader aandacht behoeven in deze toelichting. Conclusie is dat het planvoornemen past binnen de beleidskaders van de Omgevingsvisie POL2014. 3.3.2 Geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg 2014 Op 12 december 2014 is de 'Omgevingsverordening Limburg 2014' vastgesteld. De laatste versie (geconsolideerde versie) van de Omgevingsverordening Limburg is vastgesteld op 22 november 2019. Hierin staan de regels die het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding geven. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd.

Toetsing Op kaart 2 (Duurzame verstedelijking en wonen) is het plangebied aangeduid als "bebouwd gebied".

Figuur 3.2: Uitsnede kaart 2 Omgevingsverordening Limburg 2014 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

23

Onderzocht is of er regels van het hoofdstuk Ruimte van toepassing zijn op het plangebied. Het thema "Duurzame verstedelijking" is van toepassing, dit volgt tevens uit het Besluit ruimtelijke ordening. Aangezien het planvoornemen voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking noodzakelijk, dit is nader uitgewerkt in paragraaf 3.2.3. Volgens artikel 2.2.2, lid 2 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 dienen bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumenten en beeldbepalende gebouwen te worden onderzocht. In het voorliggende geval is sprake van een braakliggend terrein waar reeds verouderde en niet monumentale of beeldbepalende bebouwing is gesloopt, waarbij ter plaatse wordt voorzien in hoogwaardige nieuwbouw ten behoeve van een woonfunctie. Het herbenutten van leegstaande monumenten en/of beeldbepalende gebouwen is hierbij niet aan de orde. In artikel 2.4 wordt verwezen naar de Bestuursafspraken regionale uitwerking POL 2014. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden‐Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden‐Limburg.

In paragraaf 3.4 wordt daar nader op ingegaan. Alle boringen (en roeren grond) dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklein zijn in het gebied Roerdalslenk I verboden. Voor boringen dieper dan 20 meter beneden het maaiveld dient een melding te worden gemaakt bij de Provincie Limburg. Aangezien geen grondboringen zijn voorzien, vormt dit geen belemmering. Alle boringen (en roeren grond) dieper dan de bovenkant van de Bovenste Brunssumklein zijn in het gebied Roerdalslenk I verboden. Voor boringen dieper dan 20 meter beneden het maaiveld dient een melding te worden gemaakt bij de Provincie Limburg. De voorziene infiltratieboringen hebben een diepte van 15 meter. Aangezien geen grondboringen zijn voorzien dieper dan 20 meter, vormt dit geen belemmering. Voor het overige zijn er geen regels waar specifieke aandacht aan besteed hoeft te worden in deze toelichting. Conclusie is dat het planvoornemen past binnen de regels van de Omgevingsverordening Limburg.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Structuurvisie Wonen Midden‐Limburg In deze structuurvisie worden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting ten aanzien van het beleidsveld 'Wonen' voor de korte termijn (2018 tot en met 2021) en er wordt een doorkijk gegeven op de verwachte behoefte tot 2030. De regio heeft ervoor gekozen de structuurvisie vorm te geven via een praktische en concrete aanpak. Op basis van analyse‐uitkomsten is samen met belanghouders een regionale visie geformuleerd en op basis van ervaring zijn beleidsmatige uitgangspunten opnieuw uitgewerkt in afwegingskaders. Lokale afwegingen die richting geven voor de opgaven op het gebied van wonen zijn mogelijk. De gewenste kwalitatieve afstemming van woningbouwplannen in de regio wordt daarnaast ook concreet gemaakt. De speerpunten zijn opnieuw verankerd in opgaven en de bijbehorende afwegingskaders en instrumentaria zijn geactualiseerd. Centrale thema's in de woonvisie zijn de bouwambities voor de komende jaren en de nog steeds noodzakelijke sanering van plancapaciteit. De gemeente Echt‐Susteren beschikt op basis van de Structuurvisie gemaakte afspraken nog over een bouwcapaciteit van 117 woningen. Gelet op het aantal gerealiseerde woningen in de voorgaande jaren is dit voldoende.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

24

Als grondslag voor het opstellen van de Structuurvisie is in 2018 een onderzoek uitgevoerd naar de behoefte aan woningen. Gebleken is dat de meeste behoefte bestaat aan grondgebonden seniorenwoningen of appartementen met lift in de prijsklassen laag tot midden. Daarnaast blijkt uit regelmatig overleg met makelaars, ontwikkelaars en binnen de gemeente werkzame woningcorporaties, dat er een bescheiden vraag bestaat naar luxere appartementen en woningen voor starters. Toetsing Het voorliggende bestemmingsplan maakt de bouw van grondgebonden woningen en appartementen met lift inclusief voorzieningen zoals parkeren mogelijk. Dit betreffen zowel huur als koopwoningen voor onder andere starters en ouderen. Dit past binnen de eerder beschreven behoefte aan woningen. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van maximaal 64 woningen (grondgebonden en appartementen). De appartementen zijn in beginsel gericht op en geschikt voor starters en senioren, waarbij de ligging nabij het centrum van Pey, met diverse voorzieningen in de nabijheid, een sterke meerwaarde vertegenwoordigt. Op basis van voorgaande kan gesteld worden dat het planvoornemen zowel vanuit kwalitatief als kwantitatief oogpunt aansluit bij de uitgangspunten van de regionale structuurvisie.

3.4.2 Het Oog van Midden‐Limburg De stuurgroep Gebiedsontwikkeling Midden‐Limburg (GOML) heeft de uitgangspunten voor de toekomstige regionale samenwerking vastgesteld. Het gebied Midden‐Limburg omvat de gemeenten Echt‐Susteren, Leudal, Maasgouw, Nederweert, Roerdalen, Roermond en Weert. De eerste stap voor de ontwikkeling van het gebied was het opstellen van een gezamenlijke visie waarin de ambitie van de regio Midden‐Limburg voor de komende jaren is opgenomen. Deze Regiovisie 2008‐2028 kreeg de naam mee: 'Het oog van Midden‐Limburg'. De gebiedsvisie van de Gebiedsontwikkeling Midden‐Limburg richt zich op het creëren van Sterke Steden en Vitaal Platteland. Het platteland in Midden‐Limburg ondergaat een transformatie. In de landbouw is sprake van schaalvergroting en een verdere professionalisering. De intensieve landbouw is een vitale, toekomst bestendige economisch tak van formaat. De extensieve landbouw ontwikkelt zich, maar stuit op grenzen van beleid en regelgeving. Nieuwe economische dragers dienen zich aan. Het buitengebied wordt in toenemende mate een 'groene ruimte' waarin de functies wonen, werken, landschap, natuur en recreatie nauw verweven zijn. De transformatie van het platteland vraagt om nieuwe condities (ontsluiting, inpassing, ruimte voor groei).

De uitdaging: ervoor zorgen dat de verschillende functies elkaar versterken, zodat de economische vitaliteit, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van het platteland behouden blijven. Echt‐Susteren De gemeente Echt‐Susteren vormt een knooppunt en scharnierpositie tussen noord en zuid, maar ook tussen oost en west. Het wordt ook wel de taille van Limburg genoemd. Echt‐Susteren is een gemeente die veel kwaliteiten kent: kleine en grote kernen, een stevige economische ontwikkeling en tegelijkertijd veel waardevolle natuur en een aantrekkelijk landschap. Haar scharnierpositie biedt vele kansen. De kern Echt is een sub‐regionale kern, met een sterke centrumfunctie. Het voorzieningenniveau is breed met speciale aandacht voor werken, wonen, winkelen, zorg en ook secundair onderwijs. De verbinding met het omliggend achterland moet goed zijn en er moet ruimte zijn voor de verdere ontwikkeling van het voorzieningenniveau en het economisch potentieel.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

25

Toetsing Het plangebied is gelegen binnen het stedelijk gebied van Echt in de wijk Schilberg en nabij het centrum van Pey. Het planvoornemen voorziet in de ontwikkeling van grondgebonden woningen en twee appartementengebouwen. De beoogde woningen dragen bij aan het draagvlak voor en behoud van voorzieningen in de omgeving en passen binnen de actuele behoeften uit de woningmarkt. Het plan past daarmee binnen de uitgangspunten van de regionale visie 'Het oog van Midden‐Limburg'.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Structuurvisie Echt‐Susteren 2025 Algemeen De gemeenteraad heeft op 18 december 2012 de Structuurvisie Echt‐Susteren 2025 vastgesteld. De visie geeft op hoofdlijnen de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting aan voor de hele gemeente. De gemeenteraad moet zich aan deze visie houden en mag er slechts gemotiveerd van afwijken. Voor de inwoner geeft de visie inzicht in de ontwikkelingsmogelijkheden die er zijn in een bepaald gebied. De delen A en B van de structuurvisie geven de hoofdlijnen aan waarbinnen ruimte wordt gelaten aan voorziene, maar vooral ook aan nog niet te voorziene ontwikkelingen. Daarvan zijn de thema's wonen en recreatie & toerisme verder uitgewerkt. Wonen Het algemeen beleidsuitgangspunt is dat er in principe geen toevoegingen of vergrotingen plaatsvinden in het buitengebied. In het stedelijk gebied ligt de nadruk op inbreiden, herstructureren en temporiseren met extra inzet op reductie van (onbenutte) particuliere bouwrechten. Het aantal woningen in Echt‐Susteren bedraagt op dit moment ruim 14.000. Het merendeel hiervan ligt in het stedelijk gebied, de rest in het buitengebied. De gemeente neemt de regie om de kwaliteit van de woonomgeving, zowel in bestaande woongebieden alsook bij nieuwe projecten, te verbeteren c.q. garanderen. Op die manier blijft de gemeente aantrekkelijk als woongebied en als vestigingsgebied.

Kwantitatief gezien dient in de kleine kernen alleen te worden gebouwd voor de natuurlijke behoefte, en in de grote kernen (Echt en Susteren) is er meer behoefte. Kwalitatief gezien dient er meer voor de huursector te worden gebouwd, en minder voor de koopsector. Met name in het segment duurdere eengezinswoningen moet gereduceerd worden om ruimte te maken voor zorg‐ en levensloopbestendige nultredenwoningen. Deel C Het te realiseren beleid wordt in deel C vertaald naar ruimtelijke ontwikkelingen, plannen en projecten. In deel C is tevens het (dynamische) uitvoeringsprogramma opgenomen. Dit uitvoeringsprogramma betreft de zogenaamde speerpuntprojecten stedelijk gebied en de kwaliteitsverbeterende projecten. Het uitvoeringsprogramma kan frequent (circa tweejaarlijks) geactualiseerd en vastgesteld worden binnen de kaders van de structuurvisie. Op 31 mei 2018 heeft de raad het geactualiseerde uitvoeringsprogramma (bijlage 7 en 8 van de structuurvisie) vastgesteld. De locatie van de voormalige pannenfabriek is expliciet opgenomen in de bijlage "Speerpunten Stedelijk gebied". Toetsing In tabel 4 en de bijbehorende kaarten zijn de "Speerpunten Stedelijk gebied" benoemd. De voormalige dakpannenfabriek Cuypers is onder nummer 9 expliciet genoemd als speerpunt.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

26

Deze locatie is gelegen aan de oostzijde van de kern Schilberg. Het terrein wordt aan alle kanten omringd door woningbouw. Aan de oostzijde ligt de Rijksweg‐Noord. Hierdoor heeft het gebied momenteel een gesloten karakter en is het niet verweven met de ruimtelijke structuur van Schilberg. Op grond van de structuurvisie Wonen Zorg en Woonomgeving moet de gemeente zijn planvoorraad reduceren. In dat kader moet bekeken worden of deze locatie nog voor ontwikkeling in aanmerking komt. Vooralsnog zijn er geen concrete plannen voorhanden en zijn er geen contingenten voor deze planontwikkeling beschikbaar gesteld. Gezien de taakopdracht die de gemeente heeft, in het kader van de regionale structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving, om de bestaande planvoorraad terug te dringen, is de verwachting dat deze locatie niet op de korte termijn ontwikkeld wordt. In de gebiedsvisie Pey, door de Raad besproken in de vergadering van december 2017, is deze locatie aangeduid als herontwikkelingslocatie zonder concrete planontwikkeling en zonder toegekende contingenten. Het onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van de locatie van de voormalige dakpannenfabriek met woningbouw. Uit de ladderonderbouwing, zie paragraaf 3.2.3, is gebleken dat er sprake is van een woningbehoefte, waarmee het gestelde in de visie reeds achterhaald is.

Middels dit concrete plan wordt invulling geven aan de kaders van de gemeentelijke structuurvisie.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

27

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Waterhuishouding

Algemeen In artikel 3.1.6, lid 1 onder b van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving dient te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op het waterbeleid op verschillende overheidsniveaus en vervolgens wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Nationaal waterbeleid In de afgelopen decennia heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft geresulteerd in een omslag in het waterbeleid en het denken over water. Het kabinet heeft in 2000 voor het Waterbeleid 21e eeuw drie uitgangspunten opgesteld, te weten anticiperen in plaats van reageren, niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van vasthouden‐bergen‐afvoeren en meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. Belangrijk onderdeel in het waterbeleid is de watertoets. Nieuwe plannen en projecten moeten worden getoetst aan de effecten op veiligheid, wateroverlast en verdroging. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen.

Het waterbeleid 21e eeuw richt zich derhalve primair op het voorkomen van wateroverlast door overstroming vanwege veel neerslag in een korte tijd. Hieruit volgen richtlijnen voor de ruimtelijke ordening van het gebied om wateroverlast tegen te gaan en de mogelijk technische maatregelen die kunnen worden ingezet. De doelstelling van deze maatregelen is een afvoer te krijgen die niet groter is dan de landbouwkundige afvoer. In 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot de directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het Wabo bevoegde gezag (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de Rijkswateren). De directe lozingen zijn opgegaan in de Wet milieubeheer (Wm) en vallen inmiddels onder de omgevingsvergunning (Wabo). Provincie Limburg Het provinciaal beleid is onder andere verwoord in het Provinciaal Waterplan Limburg 2016‐2021. Het Provinciaal Waterplan vormt de strategische basis voor het Limburgse waterbeleid en waterbeheer, voor de korte en lange termijn. Het waterplan houdt rekening met duurzaamheid en klimaatveranderingen.

Het is een breed gedragen beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met veel belanghebbende (water)partijen in Limburg.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

28

Waterschap Limburg Het Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het waterbeleid in en om de gemeente Echt‐Susteren. Het Waterschap zorgt ervoor dat er voldoende water is en dat dit water een goede kwaliteit heeft. Om deze taak goed uit te voeren zijn wettelijke regels nodig, ook op en langs het water. Deze regels, met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater, staan in de 'Keur Waterschap Limburg 2019'. Hierin wordt tevens het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Het Waterbeheerplan 2016‐2021 is op 14 oktober 2015 vastgesteld door de Algemeen besturen van Waterschap Roer en Overmaas en Waterschap Peel en Maasvallei. Dit plan was, vooruitlopend op de fusie in 2017 tot Waterschap Limburg, een gezamenlijk plan van beide waterschappen. Met dit Waterbeheerplan zetten de waterschappen de koers uit voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg; hoe invulling gegeven wordt aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. Gestimuleerd wordt via de Watertoets het afkoppelen van regenwater onderdeel van te maken van duurzaam waterbeheer in ruimtelijke plannen. Uitgegaan wordt van de voorkeursvolgorde vasthouden‐bergen‐afvoeren en schoonhouden‐scheiden‐schoonmaken.

Door klimaatverandering worden meer heftige buien en hitte verwacht. Daarnaast is er minder acceptatie van wateroverlast door grondgebruikers, inwoners en bedrijven. Meer ruimte voor water kan bijdragen aan:  meer waterveiligheid ‐ minder wateroverlast bij heftige buien;  betere ontwikkeling van natuur en landbouw ‐ door overstroming en verdroging tegen te gaan;  een betere woon‐ en leefomgeving ‐ meer water(ruimte) in de stad, gecombineerd met groen en recreatie, biedt ruimte aan het opvangen, bergen, infiltreren en afvoeren van regenwater, zorgt voor verkoeling tijdens hittegolven en verhoogt de belevingswereld van water in de stad;  minder overbelasting van onze beken ‐ door water langer in de stad en in zijwateren vast te houden, wordt voorkomen dat benedenstroom meer water komt dan de beken kunnen verwerken. Gemeentelijk beleid Sinds 2008 zijn gemeenten binnen de bebouwde gebieden verantwoordelijk voor het hemelwater, het afvalwater en het grondwater. De gemeente Echt‐Susteren neemt hierbij deel aan het convenant 'samenwerken in de afvalwaterketen Noord‐Limburg'. Een uitvloeisel van dit convenant is dat de gemeente aansluit bij het samenwerkingsverband Limburgse Peelen en een, overbruggende, gezamenlijk notitie GRP (Gemeentelijk Rioleringsplan) heeft opgesteld met de gemeente Roerdalen en Roermond.

Het 'Gemeentelijke rioleringsplan Echt‐Susteren 2017‐2021' (hierna: GRP) verantwoordt aan de inwoners van de gemeente Echt‐Susteren de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. Met het GRP geeft de gemeente invulling aan de gemeentelijke zorgplicht en op het gebied van (grond)water. Het document bevat zowel de geplande activiteiten voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel als maatregelen ter verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel. Deze maatregelen bestaan vooral uit het afkoppelen van verhard oppervlak. Daarbij wordt regenwater gescheiden van afvalwater ingezameld en afgevoerd naar het oppervlaktewater. Waar mogelijk dient regenwater eerst te worden geborgen en geïnfiltreerd binnen het plangebied. Indien infiltratie niet of onvoldoende mogelijk is, kan alsnog vertraagd worden afgevoerd. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie worden maximaal 64 wooneenheden gerealiseerd. Het totale verhard oppervlak in het plangebied bedraagt circa 6.750 m2. Dit bestaat uit het verhard oppervlak van de woningen, appartementencomplexen en openbare ruimte.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

29

Voorstel hoe om te gaan met het hemelwater in de toekomstige situatie Het water afkomstig van het totale verhard oppervlak binnen het plangebied wordt verzameld door middel van een RWA rioleringsstelsel waarna het wordt afgevoerd naar twee centraal gelegen buffers c.q. wadi's in het plangebied. Het eerste regenwater en ook de kleinere buien worden in de buffer geborgen en via de ondergrond geïnfiltreerd. Gelet op de slecht waterdoorlatende ondergrond worden zwaardere buien c.q. grote hoeveelheden hemelwater (buien‐regenreeksen tot 100 mm) na berging in de buffers op diepte in de ondergrond (grindpakket) geïnfiltreerd door middel van een infiltratiekoker. De goede waterdoorlatende ondergrond zit op een diepte van ongeveer 15 meter. Via de kolken (met tweeledige zandvang) en buffers vindt een bezinking van zand en eventuele andere mineralen plaats waardoor het relatief schone hemelwater in de diepe ondergrond wordt geïnfiltreerd. Deze wijze van bergen en infiltratie van hemelwater betreft een duurzame methode waarbij minimale hoeveelheden bouwstoffen worden toegepast. Bovengenoemde bewezen uitvoeringsmethodiek is afgestemd met de gemeente Echt‐Susteren. Voor het toekomstige beheer en onderhoud vindt nadere afstemming plaats.

Vuilwater Het huishoudelijk afvalwater afkomstig van de woningen zal worden aangesloten op het bestaande gemeentelijk rioolstelstel in de aangrenzende wegen. Conclusie Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

4.2

Verkeersaspecten

Beleid en normstelling Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De gemeente Echt‐Susteren kent geen eigen parkeernormen. Hiervoor maakt zij gebruik van de CROW publicatie 381. In de publicatie 381 van het CROW is beschreven hoe voor de ontwikkeling de parkeernorm te bepalen is via de parkeerbalans. Conform dit beleid wordt het gemiddelde van de bandbreedte aangehouden. Voor het te hanteren kencijfer / parkeernorm wordt een ligging van 'rest bebouwde kom' aangehouden, de locatie heeft een stedelijkheidsgraad van 'matig stedelijk'. Onderzoek Ontsluiting Het plangebied betreft een ingekaderd perceel gelegen tussen de Kerkveldsweg Oost, Tulpenstraat, Seringenstraat en Rijksweg Noord. Bij het opstellen van het inrichtingsplan zijn verscheidene varianten voor de ontsluiting van het plangebied onderzocht. Uiteindelijk is gekozen voor de variant met een ontsluiting voor (bijna) al het verkeer via de Kerkveldsweg Oost en voor langzaam verkeer en calamiteitenverkeer via de Tulpenstraat.

Aan de Tulpenstaat zijn daarnaast, ter hoogte van de aanwezige garages, enkele parkeerplaatsen gelegen die op de Tulpenstraat ontsluiten. Deze variant voldoet onder andere qua verkeersbewegingen, verkeersveiligheid en parkeervoorzieningen. Aan de keuze voor de genoemde variant ligt een aantal overwegingen ten grondslag. Ten eerste is de Rijksweg Noord een regionale gebiedsontsluitingsweg. Deze weg leent zich niet om een erfontsluitingsweg op aan te sluiten. Dit heeft negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid. Daarnaast is de Rijksweg Noord niet direct bereikbaar vanaf de gronden van het plangebied.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

30

Ten tweede is de situatie rondom de Tulpenstraat erg krap en onoverzichtelijk. Bovendien zou de Tulpenstraat gewijzigd moeten worden, wat als gevolg heeft dat bestaande bomen ter plaatse moeten worden gekapt. Deze ingreep is dan ook niet gewenst. Een tweede argument is dat het gewenst is sluipverkeer door de nieuwe wijk bewust te voorkomen. De wijk krijgt in de toekomstige situatie een eigen identiteit en geborgenheid. De wijk wordt gerealiseerd in de vorm van een intiem hofje met een sociaal veilige omgeving. Sluipverkeer past niet binnen deze filosofie. Ontsluiten via de Kerkveldsweg Oost op de oude locatie van de ontsluiting van de dakpannenfabriek ligt dan ook het meest voor de hand. Het aantal verkeersbewegingen zal ook beperkt zijn, mede gelet op de doelgroepen die in het plangebied zullen gaan wonen (vooral senioren). Een ontsluiting voor al het verkeer aan twee zijden is daarom ook niet nodig. De Kerkveldsweg Oost is momenteel een doodlopende straat voor autoverkeer. De huidige intensiteiten zijn zodoende relatief laag te noemen. De intensiteiten die het plan genereert, passen in het toekomstige wegbeeld waarbij geen onevenredige verkeersdruk zal ontstaan. Om het plangebied en de wijk te verlaten rijdt het grootste deel van het verkeer via de Peijerstraat naar de A2 en via de Rijksweg N276 naar de A2/A73.

In de beoogde situatie wikkelt het grootste deel van het verkeer af via de Kerkveldsweg Oost, ten zuiden van het plangebied. De Rijksweg Noord, ten oosten van het plangebied, is vanaf de Kerkveldsweg Oost voor gemotoriseerd verkeer afgesloten. De Kerkveldsweg Oost is richting het westen, via de Burgemeester Meuwissenstraat/het Doctor Poelsplein en de Heerweg, en Bosstraat verbonden met de Rijksweg Noord en de Peijerstraat. De andere optie om de Rijksweg Noord te bereiken is via de Seringenstraat en de Wilhelminalaan richting het noorden. Een klein deel van het verkeer ontsluit aan de noordzijde van het plangebied via de Tulpenstraat/Hyacintenstraat, die in verbinding staan met de Seringenstraat. In westelijke richting is het centrum van Echt bereikbaar via de Kerkveldsweg Oost zelf. In figuur 4.2.1 is een globale spreiding van het verkeer weergegeven. Het verkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld van de omliggende straten. Dit is het geval op het moment dat het aan‐ en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij‐ en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.

Op grond van jurisprudentie worden de gevolgen voor het milieu van het af‐ en aanrijdend verkeer niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

31

Figuur 4.2.1 Globale spreiding verkeer van en naar het plangebied

Figuur 4.2.2 Wijze van ontsluiting plangebied

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

32

Parkeren Op basis van het beoogde programma is de parkeerbehoefte berekend volgens de CROW publicatie 381. Binnen het plangebied worden diverse type woningen gerealiseerd. Uitgegaan is van 20 koopwoningen, 12 middenhuur appartementen en 32 sociale huur appartementen. De parkeernorm in de CROW publicatie 381 kent een minimale en een maximale norm. Voor deze ontwikkeling is vanwege de doelgroepen en de ligging van het plangebied de gemiddelde parkeernorm gehanteerd. Vanwege de doelgroepen starters en ouderen is de parkeerbehoefte lager dan bij reguliere gezinnen. Bij starters en ouderen is het zeer aannemelijk dat zij minder dan twee auto's bezitten. Voor starters (jongeren) is dit vanwege de extra kosten van een tweede auto. Bij ouderen is dit vanwege de minimale behoefte aan een tweede auto. Oudere stellen gaan vaak samen op pad en in veel gevallen is één van de twee niet (meer) in het bezit van een rijbewijs, of niet meer in staat om te rijden. Daarnaast zijn ouderen in veel gevallen alleen, waardoor een tweede auto sowieso niet noodzakelijk is. Het plangebied is gelegen nabij het voorzieningencentrum van Pey, met twee supermarkten en een variatie aan horeca als belangrijkste trekkers, en op circa 1,5 km van het centrum van Echt. Ten noorden van het plangebied zijn op circa 500 meter afstand sportvoorzieningen en een zwembad aanwezig.

Daarnaast is het treinstation van Echt op minder dan 1,0 km gelegen. Met enkele basisvoorzieningen op loop‐/fietsafstand neemt het gebruik van de auto voor de specifieke doelgroepen af en daarmee de behoefte voor het bezit van een tweede auto. Voor de categorie 'rest bebouwde kom', in het gebied 'matig stedelijk' bedraagt de gemiddelde parkeernorm voor grondgebonden koopwoningen 1,9 per woning. De middenhuur en sociale huur appartementen vallen volgens de CROW publicatie 381 in dezelfde categorie. De gemiddelde norm voor middenhuur en sociale huur appartementen bedraagt 1,4. De parkeerbehoefte is in figuur 4.2.3 uitgewerkt. Functietype

Koop, huis, tussen/hoek Huur, appartement midden/goedkoop Figuur 4.2.3

Hoeveelheid Norm Aanwezigheids‐ Aantal percentage bewoners 20 1,9 100% 38 44 1,4 100% 61,8 afgerond 100

Parkeerbalans

Uit de parkeerbalans blijkt dat voor het planvoornemen 100 parkeerplaatsen noodzakelijk zijn. Dit is inclusief de parkeerbehoefte voor bezoekers. In figuur 4.2.4 is de verdeling van de parkeervoorzieningen opgenomen. parkeerplaatsen op eigen terrein (grondgebonden) nog te voorzien in openbaar gebied Figuur 4.2.4 Locatie parkeervoorzieningen

10 90

De benodigde parkeerplaatsen worden binnen het plangebied gerealiseerd. Bij de koopwoningen wordt bij de 10 hoekwoningen elk één parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd. De overige parkeerbehoefte, 90 parkeerplaatsen, wordt in de openbare ruimte gerealiseerd. Een groot deel van de parkeerplaatsen wordt aan de nieuwe ontsluitingsweg binnen het plangebied gerealiseerd. Daarnaast worden aan de zuid‐ en noordzijde van het plangebied en ten noorden van het noordelijkste appartementengebouw parkeerhofjes gerealiseerd. Met de aanwezigheid van 100 parkeerplaatsen wordt voldaan aan de invulling van de parkeerbehoefte en worden geen knelpunten verwacht aangaande het parkeren.

Rho adviseurs voor leefruimte

20201327

33

Verkeersgeneratie Met kencijfers van CROW publicatie 381 kan voor verschillende functies de verkeersgeneratie bepaald worden. De kencijfers zijn eveneens gerelateerd aan de ligging van de planontwikkeling en de mate van stedelijkheid van het gebied. Op basis van het autobezit binnen de gemeente Echt‐Susteren in vergelijking met die in andere gemeenten met eenzelfde stedelijkheidsgraad, kan worden uitgegaan van het gemiddelde van de door het CROW gegeven bandbreedte. Daarnaast is onder het aspect parkeren beschreven dat voor de beoogde doelgroepen en vanwege de ligging van het plangebied de gemiddelde norm gehanteerd kan worden. Functie benaming

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=c95e9cbf-c376-497d-bd87-c5399be6260d