CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan

Gemeenteraad 9 september 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop28.619 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

Bestemmingsplan Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop Vastgesteld

Opdrachtgever

Opdrachtnemer Eelerwoude E info@eelerwoude.nl I www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: 8526 Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: © Eelerwoude 2021, niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder schriftelijke toestemming van Eelerwoude bv. De opmaak van dit rapport gaat uit van dubbelzijdig afdrukken

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding voor het bestemmingsplan

6

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

6

1.3

Huidige planologisch regime

7

1.4

Bij het plan behorende stukken

8

1.5

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Het initiatief

9

2.1

Inleiding

9

2.2

Gebiedsbeschrijving

9

2.3

Planbeschrijving

11

Hoofdstuk 3

Beleidskader

21

3.1

Inleiding

21

3.2

Rijksbeleid

21

3.3

Provinciaal beleid

25

3.4

Regionaal beleid

36

3.5

Gemeentelijk beleid

37

3.6

Conclusie

40

Hoofdstuk 4

Waardentoets

41

4.1

Inleiding

41

4.2

Natuurwaarden

41

4.3

Archeologische waarden

43

4.4

Cultuurhistorische waarden

45

4.5

Water

46

4.6

Conclusie

49

Hoofdstuk 5

2

5

Milieuaspecten

50

5.1

Inleiding

50

5.2

Bodem

50

5.3

Geluid

51

5.4

Luchtkwaliteit

52

5.5

Lichtreflectie

53

5.6

Elektromagnetische straling

53

5.7

Externe veiligheid

53

5.8

Brandveiligheid

55

5.9

Leidingen

55

5.10

Bedrijven en milieuzonering

55

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

5.11

Warmteontwikkeling

56

5.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

56

5.13

Verkeer en parkeren

57

5.14

Conclusie

58

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording

59

6.1

Inleiding

59

6.2

Opzet van de regels

59

6.3

Verantwoording van de regels

60

Hoofdstuk 7

Uitvoerbaarheid

62

7.1

Inleiding

62

7.2

Ruimtelijke uitvoerbaarheid

62

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid en procedure

62

7.4

Economische uitvoerbaarheid

64

7.5

Conclusie

64

Bijlagen bij toelichting

65

Bijlage 1

66

Profijtplan Zonnepark Maria Hoop

Bijlage 2 Communicatie-, participatie- en procesplan en Verslag Omgevingsproces 73 Bijlage 3

Technische overzichtstekening

148

Bijlage 4 Quickscan flora en fauna Zonnepark Maria Hoop Putbroekerbosweg

150

Bijlage 5

Stikstofberekening Zonneveld Maria Hoop

181

Bijlage 6

Historisch vooronderzoek bodem

206

Bijlage 7

Archeologisch bureauonderzoek

221

Bijlage 8

Toestemmingsbrief met voorwaarden Tennet

225

Bijlage 9

Schitteringsonderzoek

234

Bijlage 10

Vormvrije mer Beoordelingsnotitie

239

Bijlage 11 ordening

Overlegnotitie artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke 266

Regels Hoofdstuk 1

283 Inleidende regels

284

Artikel 1

Begrippen

284

Artikel 2

Wijze van meten

291

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

293

Artikel 3

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden

293

Artikel 4

Leiding - Hoogspanningsverbinding

297

Artikel 5

Waarde - Archeologie 3

299

Hoofdstuk 3

Algemene regels

302

vastgesteld

3

Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

302

Artikel 7

Algemene bouwregels

303

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

304

Artikel 9

Algemene aanduidingsregels

305

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

307

Artikel 11

Algemene procedureregels

308

Artikel 12

Overige regels

309

Hoofdstuk 4

4

Overgangs- en slotregels

310

Artikel 13

Overgangsrecht

310

Artikel 14

Slotregel

311

Bijlagen bij de regels

313

Bijlage 1

314

Inrichtingsplan Zonnepark Maria Hoop

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

T oelichting

vastgesteld

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding voor het bestemmingsplan

Het Kabinet heeft met het nationale klimaatakkoord een centraal doel gesteld: het terugdringen van de uitstoot van broeikassen in Nederland met 49% ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Het centrale doel van het Klimaatakkoord raakt aan het leven van alledag. Huishoudens zullen worden gedwongen bewuster met energie om te gaan en alternatieve vormen van energieproductie worden zichtbaar in het landschap. Ook de provincie Limburg en de gemeente Echt-Susteren willen het aandeel duurzame opgewekte energie laten toenemen. Zo wil de gemeente Echt-Susteren in 2040 energieneutraal zijn. LC Energy is een bedrijf dat zich inzet voor de opwekking van zonne-energie om zo haar steentje bij te dragen aan de energietransitie. Om haar potentie te vergroten heeft LC Energy zich als dochteronderneming aan Low Carbon verbonden, een Britse investeringsmaatschappij gespecialiseerd in duurzame energieprojecten. Daarnaast is LC Energy een samenwerking aangegaan met QING, een ervaren Nederlands adviesbureau in duurzame energie (QING heeft o.a. de bouw van Zonnepark AVRI op de vuilstortplaats van Geldermalsen begeleid). LC Energy en haar partners hebben al meer dan 400 MW aan duurzame energie projecten ontwikkeld, gefinancierd en gerealiseerd in binnen- en buitenland. In Nederland heeft LC Energy inmiddels 9 zonneparken vergund gekregen.

LC Energy wil nu, in samenwerking met een grondeigenaar, een zonnepark realiseren in het buitengebied van de gemeente Echt-Susteren tussen de dorpen Montfort, Posterholt en Maria Hoop, bij Putbroek. Het betreft een zonnepark waar duurzame energie wordt opgewekt. Het plangebied heeft een oppervlakte van bruto circa 22,3 hectare en is momenteel in gebruik als akker. Afbeelding 1 bevat een weergave van het plangebied. Aangezien de ontwikkeling niet in overeenstemming is met bestemmingsplan, moet een bestemmingsplanherziening plaatsvinden.

1.2

het

geldende

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied voor dit zonnepark ligt in het buitengebied van de gemeente Echt-Susteren tussen de dorpen Montfort, Posterholt en Maria Hoop bij Putbroek. Het plangebied ligt tussen de Putbroekerbosweg en de Verlengde Spikweg in Maria Hoop, en is momenteel in gebruik als akker. Aan de noordoostzijde loopt een hoogspanningsverbinding door het plangebied (er staat ook een mast) en aan de westzijde ligt een houtwal, welke doorloopt tot middenin het plangebied. Aan de noordoostzijde van het plangebied, ligt een bosgebied (buiten het plangebied). Ook liggen er verspreid enkele woningen rond het plangebied (aan de oost- en zuidzijde).

6

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

Afbeelding 1: Ligging en begrenzing plangebied in de omgeving, weergegeven binnen rode kader.

1.3

Huidige planologisch regime

Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Echt-Susteren. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 14 december 2017. Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden' (lichtgroene arcering op de uitsnede van de verbeelding, zoals weergegeven in afbeelding 2). Het grootste deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarden – Archeologie 3'. Voor het hele plangebied geldt de gebiedsaanduiding 'milieuzone stiltegebied', en midden door het gebied (en aan de westzijde) loopt een strook met de gebiedsaanduiding 'overige zone – landschapselementen'. Op deze plek is ook een houtwal aanwezig. Aan de noordoostzijde ligt ook een strook met de gebiedsaanduiding 'overige zone - landschapselement'. Op deze plek ligt echter geen houtwal. Tot slot loopt aan de noordoostzijde een hoogspanningsverbinding door het gebied (dubbelbestemming 'Leiding – Hoogspanningsverbinding'). Naast het bestemmingsplan 'Buitengebied', gelden de Facetbestemmingsplannen 'Deregulering' en 'Sport- en/of recreatieve voorzieningen' en het bestemmingsplan 'Cultuurhistorie Echt-Susteren'.

vastgesteld

7

Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Echt-Susteren (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl), met rode contour is het plangebied indicatief weergegeven.

1.4

Bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop' bestaat uit de volgende stukken: a. verbeelding (tek. nr. NL.IMRO.1711.BP20200073-VG01) en een renvooi; b. regels; c. toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van het plangebied weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van de voorliggende toelichting.

1.5

Leeswijzer

De toelichting is opgebouwd uit 7 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt eerst ingegaan op het plangebied en de ontwikkeling. Dit betreft een gebiedsbeschrijving en een planbeschrijving. In hoofdstuk 3 komt het beleidskader aan bod. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het, van toepassing zijnde rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. De relevante randvoorwaarden die hieruit volgen worden getoetst aan het plan. Hoofdstuk 4 bevat een waardentoets. Hieruit blijkt welke waarden er in het plangebied aanwezig zijn en of deze worden aangetast door de ontwikkeling. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieuaspecten aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 een korte toelichting gegeven van de juridische aspecten en planverantwoording. In hoofdstuk 7 wordt tot slot ingegaan op de ruimtelijke, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.

8

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

Hoofdstuk 2 Het initiatief 2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de ligging en kenmerken van het plangebied en de omgeving. Daarnaast wordt de voorgenomen ontwikkeling beschreven.

2.2

Gebiedsbeschrijving

2.2.1 Landduinen Het landschap rondom het plangebied is door eeuwenoude processen van de Maas gevormd. Hierdoor is een landschap ontstaan met terrassen en zandige hoogtes. Zogenaamde landduinen. De woeste zandgronden met heide waren matig geschikt voor landbouw en lang onherbergzaam.

2.2.2 Jonge ontginningen Het plangebied ligt in de huidige situatie in een grootschalig landschap met rationele agrarische kavels. De omgeving is sterk gevormd door agrarische activiteiten wat op de historische kaarten is te zien. De woeste gronden werden uiteindelijk ontgonnen en door middel van productiebos en houtsingels vastgelegd. Het perceel is nu in gebruik als akker en het oorspronkelijk ontginningspatroon met singels is minder herkenbaar en beleefbaar geworden. Er is een opener landschap ontstaan dan in het verleden. Midden in het plangebied zijn relicten te vinden van de singels uit de tijd van de ontginningen. In de huidige situatie bestaan deze uit struweel met enkele solitaire bomen erin. Op de historische kaarten is het voormalige patroon van singels en ontgonnen gronden nog goed herkenbaar. De omgeving is aangemerkt als stiltegebied en door middel van twee (land)wegen en enkele wandelroutes is het gebied ontsloten. Tevens is het gebied in gebruik door jagers getuige de locaties van hoog zitten in de buurt. Daarnaast staat er een hoogspanningsmast in het plangebied.

vastgesteld

9

Afbeelding 3: Topografische kaart (1900) met woeste gronden, bos, akkers en herkenbare houtsingels.

Afbeelding 4: Topografische kaart (1950) met de ontginningen van de omgeving en houtsingels.

10

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

2.2.3 Nabije omgeving en zichtlijnen Rondom het plangebied zijn twee locaties met woningen (zie afbeelding 5) aan de Putbroekerbosweg. Op afbeelding 5 is de afstand tot de grens van het plangebied weergegeven. De zichtlijnen vanuit deze woningen zijn in beeld gebracht. Vanuit de omgeving zijn er vanuit andere woningen geen directe zichtlijnen op het zonnepark. Dit vanwege de lage dichtheid van bewoning en de aanwezigheid van blokkerende bebouwing of groenelementen. In het inrichtingsplan is rekening gehouden met deze zichtlijnen op het zonnepark vanuit de twee omliggende woningen, waarbij landschappelijke inrichting van het zonnepark met deze bewoners nader is afgestemd.

Afbeelding 5: Topografische kaart (2020) met daarop weergegeven restanten van houtsingels en omwonenden met zicht.

2.3

Planbeschrijving

2.3.1 Het initiatief voor het zonnepark LC Energy wil, in samenwerking met een grondeigenaar, een zonnepark realiseren binnen het aangegeven plangebied. Het betreft een zonnepark waar duurzame energie wordt opgewekt. Het plangebied heeft een oppervlakte van bruto circa 22,3 hectare. Het realiseren van zonneparken is noodzakelijk om de overheidsdoelstellingen m.b.t. het opwekken van duurzame energie te behalen.

2.3.2 De locatiekeuze De locatiekeuze voor het zonnepark is zorgvuldig tot stand gekomen. Het zonnepark kan van hieruit worden aangesloten op het elektriciteitsnet (het aansluitpunt ligt voldoende dichtbij), de gronden zijn beschikbaar, een zonnepark is hier landschappelijk goed inpasbaar binnen de aanwezige landschapsstructuren en op deze gronden kan de opwekking van duurzame energie samengaan met andere functies (meervoudig ruimtegebruik).

vastgesteld

11

2.3.3 Technische gegevens Het plangebied voor de realisatie voor het zonnepark bestrijkt een oppervlakte van bruto 22,3 hectare. Naast het opwekken van duurzame energie, wordt deze oppervlakte gebruikt voor landschappelijke inpassing en natuurlijke inrichting. Het zonnepark zelf bestaat uit meerdere elementen. Een ontsluitingsweg, inkoopstation (onderstation), transformatoren, omvormers, opslagcontainer, stellages met panelen, kabels- en leidingen, hekwerk en beveiligingscamera's. In Bijlage 3 van de toelichting van dit bestemmingsplan is de overzichtstekening van de technische installatie weergegeven. Zonnepanelen en hekwerk Voor het zonnepark wordt gebruik gemaakt van een type blauwe of zwarte zonnepanelen. Deze worden in zuid-opstelling (volgend aan de kavelrichting) op metalen stellages geplaatst. Tussen de rijen stellages is minimaal 2 meter ruimte voor regulier onderhoud en beheer in combinatie met een natuurlijke ondergrond. De panelen zijn 2x1 landscape met 6 panelen per tafel op 100. De hoogte van de panelen bedraagt 1,9 meter, wat lager is dan ooghoogte. Het maaiveld van het plangebied ligt overwegend lager dan omgeving. (niet aan de westkant). De bestaande houtwal in het plangebied ligt daarnaast ook hoger dan de percelen van het zonnepark en ongeveer op gelijke hoogte als de erven in de omgeving. Het hoogteverschilligt grofweg tussen de 1 en 2 meter.

Zie hiertoe ook de hoogtekaart op afbeelding 16 van het in Bijlage 1 van de regels opgenomen inrichtingsplan.

Afbeelding 6: Dwarsdoorsnede constructie met panelen

Om het veld met de zonnepanelen komt een hekwerk, met camerabewaking. Het betreft geen zichtbaar camerasysteem (vanaf de buitenzijde van het zonnepark). Voor het hekwerk is een transparante en natuurlijke uitstraling wenselijk. Er wordt een hekwerk (ongeveer 3.200 meter lengte) om de installaties toegepast van maximaal 2 meter hoogte met houten palen, zodat het landschappelijk karakter behouden blijft. Het hekwerk (zie afbeelding 7 voor een referentiebeeld) heeft een grove maas en is daarmee transparant te noemen. De landschapselementen en beplanting bevindt zich buiten deze hekken. In samenspraak met de omgeving (zie afbeelding 42 van het inrichtingsplan welke is bijgevoegd in de Bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan) wordt aan de zijdes van de woningen (zuid en oost) het hekwerk begroeid met klimop en kamperfoelie om het zicht op het zonnepark verder te filteren. In het midden van het plangebied kruist het onderhoudspad het hekwerk. Hier wordt een sluis geplaatst (twee poorten). Hierdoor kunnen dieren en mensen die voedsel plukken van de bestaande houtwal naar de nieuwe landschapselementen lopen zonder dat ze het zonnepark kunnen betreden. Kleine zoogdieren kunnen het hekwerk passeren doordat het gaas minimaal 10 centimeter boven maaiveld wordt geplaatst. Met deze hoogte is het voor wilde zwijnen niet mogelijk om het hek door te gaan.

Aan de rand van het Munnichsbos worden twee 'wild uitstappen' geplaatst. Dit om grotere zoogdieren, zoals reeën, in het geval dat ze tussen de hekken belanden een kans te geven om eruit te springen.

12

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

Afbeelding 7: Landschappelijk hekwerk, houten paken en schapengaas om panelen en bouwwerken

Transformatoren en onderstation De opgewekte stroom wordt vanaf de zonnepanelen getransporteerd naar omvormers, gemonteerd op stellages onder de panelen. Vanaf de omvormers wordt de stroom getransporteerd naar de 8 transformatorstations. Vanaf hier wordt de stroom naar het onderstation getransporteerd, buiten het hekwerk aan de Verlengde Spikweg. De stations hebben een maximale hoogte van 3 meter vanaf het maaiveld. Voor het onderstation van Enexis geldt een hoogte van 3,6 meter. Het onderstation en de transformatoren staan op ruime afstand van de woningen. Daarnaast worden er op het terrein containers geplaatst met reserveonderdelen bij de transformatoren en toegangspoort. De bouwwerken worden, evenals de panelen en onderhoudspaden, verwijderd als het zonnepark niet meer actief is. Ontsluiting voor beheer en onderhoud Het park wordt via het zandpad (Verlengde Spikweg) ontsloten. Het onderhoudspad naar het klantstation en transformatoren is groen doorlatend (grasbeton). Het pad is minimaal 3,25 meter breed en heeft minimaal 4,5 meter vrije breedte. Dit pad is ook toegankelijk voor onderhoud en beheer aan de hoogspanningslijnen. De beheerpaden (minimaal 2 meter breedte) tussen de stellages worden niet verhard. De zone rond de hoogspanningsmast wordt vrijgehouden van panelen voor onderhoud aan de hoogspanning.

Dit biedt ruimte voor de ontwikkeling van een grasland voor zadenwinning. Het moet voor onderhoud mogelijk zijn om de lijnen te laten zakken (op houten schragen). In de zone is daarom op gezette afstand ruimte vrijgehouden om deze schragen te plaatsen. Kleurgebruik De kasten, elementen en gebouwen op het terrein krijgen een 'gedekte', 'verzadigde' kleur. Ze voegen zich in het landschap en stralen kwaliteit uit. Groentinten, hoewel men hier vaak anders over denkt, zijn vaak niet passend in het landschap omdat zij feller, harder en niet natuurlijk ogen. Het is de bedoeling een grijstint toe te passen. Zowel de kwarts grijze tint (RAL 7039) als de blauwgrijs (RAL 7031) zijn kleuren die zich goed voegen in het landschap en ook kwaliteit en een zekere rust uitstralen. De RAL 7031 heeft een menging met blauw, oogt wat killer. De RAL 7039 heeft een menging met bruin, is wat 'warmer'. Informatiepaneel Ten zuidoosten van het plangebied wordt een (digitaal) informatiepaneel geplaatst. Langs dit punt bevindt zich de bestaande recreatieve route voor wandelaars. Het informatiepaneel verschaft extra informatie over de waarde en historie van het plangebied, de biodiversiteit en de ontwikkeling van het zonnepanelenveld met actuele elektriciteitsopwekking.

vastgesteld

13

2.3.4 Landschappelijke inpassing Ten behoeve van het plan is een inrichtingsplan opgesteld, welke is opgenomen in Bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan. In deze paragraaf wordt het inrichtingsplan beknopt weergegeven. 2.3.4.1 Schaal van het landschap Versterken landschapsstructuur Technische randvoorwaarden en elementen bepalen deels de uitstraling, inrichting en oriëntatie van het zonnepark. De landschappelijke inrichting gaat uit van de karakteristieken van het landschap en het versterken van de groene dooradering. Zoals de bestaande houtsingels en de bosrand. De nieuwe landschapselementen dragen enerzijds bij aan de strokenverkaveling als cultuurhistorisch waardevolle perceelsrandbeplanting. Anderzijds sluit de landschappelijke inrichting aan bij de groenstructuur in de omgeving. Als het zonnepark met haar technische elementen wordt opgeruimd aan het einde van de levensduur blijft de landschapsstructuur behouden als onderdeel van het buitengebied en natuurgebieden in de omgeving. De gronden waar de zonnepanelen en beheerpaden op staan worden dan weer in gebruik genomen door de landbouw. De compartimentering van het landschap wordt hiermee versterkt en de omgeving wordt groener zodat een samenhangend geheel wordt gevormd. Investeren in natuurwaarden van de jonge ontginningen De ontwikkeling geeft aanleiding om natuurwaarden te behouden en te versterken.

De toepassing van nieuwe beplanting dient te gebeuren met inheems plantsortiment behorende bij de bodemeenheid. Ook optimale inrichting en beheer van de gronden dragen bij aan toename in diversiteit in flora- en faunasoorten. Het zonnepark is onderdeel van de omgeving en daarom ook toegankelijk voor klein (en groter) wild. De landschapselementen vormen nieuw leefgebied voor soorten en bieden een meerwaarde ten opzichte van het huidige agrarische gebruik met gebruik van bestrijdingsmiddelen en bemesting.

14

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

Afbeelding 8: Overzichtstekening inrichtingsplan (in bijlage 1 van de regels is, in het inrichtingsplan, is een goed leesbare overzichtstekening opgenomen).

2.3.4.2 Schaal van de directe omgeving Bestaande randen versterken: bosrand en houtwal Ten noorden van het plangebied bevindt zich een bosrand die wordt versterkt. Door de aanplant en beheer van een mantel-zoom vegetatiezone buiten het hekwerk ontstaat er een graduele overgang met een ecologische en landschappelijke meerwaarde.

Afbeelding 9: Ontwikkelen bosrand (door beheer) met overgang van mantel-zoom vegetatie

vastgesteld

15

Het zonnepark kan een belangrijkere rol gaan spelen als leefgebied voor de vleermuis. Door het versterken van de bestaande singels (en bosranden) met bomen en heesters wordt het voedselaanbod vergroot (foerageergebied) en vliegroutes versterkt/gerealiseerd. Er worden daarnaast voor de vleermuizen 4 paalkasten en 3 boomkasten in en nabij de (bestaande) houtsingel geplaatst. Deze vleermuisverblijfplaatsen zijn vooral gericht op boombewonende vleermuizen. De soorten die sowieso van deze kasten gebruik maken, zijn: gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Daarnaast is de kast ook ontworpen voor soorten als kleine dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger etc. Al deze genoemde soorten komen in de omgeving van het plangebied al voor. Een verblijfplaats voor vleermuizen is er echter niet zomaar, die moeten met de tijd ontstaan. Door vleermuiskasten op te hangen wordt dit proces versneld. Belangrijk voor het ophangen van de kasten is: Bij voorkeur op verschillende windrichtingen; Plaatsing op minimaal 3 meter hoogte (uitvalhoogte vleermuizen is minimaal 2,5 meter). Opening vleermuiskast is vrij van belemmeringen en obstakels zoals takken/bomen/gebouwen etc. wat uit- of invliegen belemmerd. Opening vleermuiskast niet richten naar weg om botsingen met verkeer te voorkomen.

Houtsingels Nieuwe houtsingels worden toegevoegd om het zonnepark deels aan het zicht te onttrekken en de groenstructuur in combinatie met de bestaande houtsingel permanent te versterken. De nieuwe lijnvormige landschapselementen op cultuurhistorische locaties maken de agrarische functie en ontstaansgeschiedenis van de plek herkenbaar en beleefbaar. De singels bevatten vruchtdragende soorten die weer door bewoners en recreanten geplukt gaan worden als aansluiting op een te ontwikkelen voedselbos aan de Bergweg.

Afbeelding 10: Principe inrichtingsplan met versterken landschappelijke inrichting en aansluiten bij omgeving

16

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

De nieuw te planten houtsingels versterken de natuurwaarden en hebben een sortiment van inheemse soorten met een brede opbouw van mantel en zoom. Hierin worden ook boomvormers geplant ten behoeve van de diversiteit en massa. Door deze nieuwe landschapselementen wordt het zicht vanuit de omgeving op het zonnepark geblokkeerd op een gebiedseigen manier. Als het zonnepark ontmanteld wordt blijven deze houtsingels behouden.

Afbeelding 11: Realiseren houtsingels met struweel- en kruidenrand (mantel-zoom) en boomvormers in de kern

2.3.4.3 Kruiden- en faunarijk grasland Als onderbegroeiing, tussen de panelen en op de open plekken, wordt kruiden- en faunarijk grasland gerealiseerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van inheems zaad van de Stichting Het Levend Archief. Door bemesting te stoppen en kruiden- en faunarijk grasland in te zaaien zal het gras onder de zonneweide meer ecologische waarde krijgen voor flora en fauna. Omdat het nu nog niet duidelijk is hoe de vegetatie zich zal ontwikkelen onder de panelen moet het beheer regelmatig worden bijgesteld om daarmee vegetatiegroei en het bodemleven te stimuleren. In het inrichtingsplan is een beheerparagraaf opgenomen, waarbij ook monitoring plaatsvindt. De resultaten worden gemonitord in samenwerking met de Wageningen Universiteit (WUR), en of Stichting het Levend Archief (SLA). Dit zal wellicht plaatsvinden binnen het Eco-certified programma van Holland Solar, maar mochten de tijdslijnen van het project en het programma niet helemaal matchen dan zal het monitoring programma direct worden geregeld met WUR/SLA. 2.3.4.4 Groeninrichting als permanente impuls Samenvattend bestaat het plangebied van 22,3 ha uit de volgende onderdelen: Zonnepanelen op stellages (bovenaanzichtglas) = 11,8 ha. Landschapselementen versterken en aanleggen (stroken met bomen, struweel en kruidenrand) = 3,7 ha Grasland binnen hekwerk (om en onder panelen, tussen de rijen) = 18,2 ha.

Halfverharding grasbeton (onderhoudspad en rondom trafo's en onderstation) = 0,3 ha. Bouwwerken (8 trafo's, onderstation en bluswatervoorziening) = ongeveer 140 m². Hekwerk 2 m hoogte = 3.200 meter lengte.

vastgesteld

17

Als de vergunning afloopt en/of de technische elementen technisch/economisch worden afgeschreven worden de gronden weer in agrarisch gebruik genomen. De panelen, hekken, paden en bouwwerken worden verwijderd. De aangebrachte landschapselementen blijven behouden om daarmee het landschap en de natuur een permanente versterking te geven. 2.3.4.5 Beplantings- en beheerplan In het inrichtingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan, is een beplantings- en beheerplan opgenomen.

2.3.5 Multifunctioneel ruimtegebruik Bij het voorliggende plan is sprake van multifunctioneel ruimtegebruik. Naast het opwekken van duurzame energie, wordt de landschapsstructuur permanent versterkt (door o.a. de realisatie van houtwallen). Daarnaast wordt ingezet op biodiversiteit, educatie en recreatie. Biodiversiteit (natuur-inclusief) Met het voorliggende plan wordt, naast het opwekken van duurzame energie, ingezet op het versterken van de biodiversiteit (natuur-inclusief). Het zonnepark gaat een significante en blijvende meerwaarde betekenen voor de biodiversiteit. De samenwerking met de Stichting Het Levend Archief speelt hierin een belangrijke rol. De biodiversiteit in Nederland staat meer dan ooit tevoren onder druk. Grootschalige insectensterfte, gebruik van gifstoffen, meststoffen en de effecten van klimaatverandering leiden tot een toenemende zorg voor het behoud van de groene waarden om ons heen. De landbouw zal ingrijpend moeten veranderen en de overtuiging groeit dat we toe moeten naar een natuurinclusieve samenleving. Het schrikbeeld van een dode lente zonder het gezoem van bijen en de zang van vogels willen we inruilen voor een wereld waarin volop valt te genieten en te beleven, met een vanzelfsprekende rijkdom aan wilde planten en bloemen.

In dit verband is bij een groot aantal mensen en organisaties het plan gerezen om te komen tot een ambitieus programma dat op beide zaken inspeelt: het behoud van onze biodiversiteit en de vernieuwde belangstelling bij een breed publiek voor natuur in het algemeen en planten in het bijzonder. Planten staan aan de basis van ecosystemen en veel van hun functies, of het nu gaat om voedsel, bouwmaterialen, veiligheid of simpelweg beleving en inspiratie, zijn erg belangrijk voor ons. Hiertoe is een programma opgezet welke wordt aangestuurd door de Stichting Het Levend Archief. Doel van de stichting is het opzetten van een zadencollectie om de genetische diversiteit van wilde planten veilig te stellen. Dit wordt bewerkstelligd door zaden te verzamelen van alle inheemse plantensoorten, te beginnen met de meest bedreigde soorten, en deze op te slaan in de Nationale Zadencollectie. Wanneer een soort achteruit dreigt te gaan kunnen de zaden uit de Nationale Zadencollectie worden gebruikt voor populatieherstel. Zo kunnen kleine populaties worden versterkt met genetisch materiaal dat eerder is verzameld in dezelfde populatie of in de regio. In samenwerking met de Stichting Het Levend Archief en andere stakeholders wordt de bodem van Zonnepark Maria Hoop (o.a. de beheerpaden) ingezaaid met inheems zaad (bloem- en/of kruidenrijk mengsel).

Dit wordt vervolgens jaarlijks geoogst wat een landbouwproduct met marktwaarde betreft. Middels informatiepanelen in het zonnepark wordt uitleg gegeven, wat goed is voor het toerisme, educatie en publieke betrokkenheid. Daarnaast wordt minimaal één zaadhofje gerealiseerd, voor de kweek van bedreigde soorten. Deze methode lijkt op het jaarlijks oogsten van specifieke inheemse zaden, echter gaat het hier om bedreigde soorten. Hiervoor zijn de standplaatseisen hoger. Daarnaast vereist het beheer, de monitoring en het onderzoek meer betreding en is de exploitatiewaarde beperkt. Echter is de bijdrage aan de landelijk biodiversiteit zeer relevant. De samenwerking met wetenschappers en natuurbeschermers biedt hierbij nieuwe kansen.

18

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

Deze vorm kan op kleine schaal al nuttig zijn en zou ook buiten de hekken uitgevoerd kunnen worden. Recreatie en educatie Het plan speelt in op het bevorderen van recreatie en educatie. Langs de bestaande wandelroute worden informatiepanelen gerealiseerd met informatie over de bijdrage van het zonnepark aan de doelstelling m.b.t. het opwekken van duurzame energie en aan de doelstelling m.b.t. biodiversiteit (met informatie over Het Levend Archief). Ook worden er vruchtdragende landschapselementen aan randen van het zonnepark toegevoegd, mede ook in aansluiting op een voedselbos welke wordt gerealiseerd aan de zuidzijde van het plangebied (buiten het plangebied). Omwonenden en recreanten kunnen dit fruit plukken.

2.3.6 Bouwfase De start van de bouw is afhankelijk van het moment waarop de vergunningen zijn verleend, de benodigde rijkssubsidies zijn toegewezen en wanneer de netaansluiting opgeleverd kan zijn met voldoende transportcapaciteit. Het uitgangspunt is om in 2022 te beginnen met de bouw- en vervolgens de exploitatiefase. De periode voor het installeren van de zonnepanelen en het plaatsen van bijbehorende bouwwerken, beslaat een periode van ongeveer 6 maanden.

2.3.7 Omgevingsproces LC Energy heeft de omwonenden en andere belanghebbenden zorgvuldig geïnformeerd over het plan, en laten meedenken in het ontwerp. Naast 'informeren', was sprake van 'raadplegen' en co-productie' (als participatievormen). Gedurende het proces zijn diverse keukentafelgesprekken gevoerd met direct omwonenden, er zijn informatieavonden gehouden (digitaal) en er is bijvoorbeeld een themasessie gehouden over 'biodiversiteit en herstel van landschapsstructuren'. Waar mogelijk is rekening gehouden met de inbreng, wensen en belangen van omwonenden en andere belanghebbenden. Het document 'Verslag van het Omgevingsproces Zonnepark Maria Hoop', zoals zit opgenomen in het document 'Communicatie-, participatie en procesplan & Verslag van het Omgevingsproces', zoals opgenomen in Bijlage 2 van de toelichting van dit bestemmingsplan, geeft een weergave van het doorlopen omgevingsproces.

2.3.8 Profijtplan Voor het voorliggende plan is een Profijtplan opgesteld, welke is opgenomen in Bijlage 1 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Hierin is weergegeven dat sprake is van financiële participatie, en in welke vormen. Zo is er sprake van gedeeltelijk lokaal eigendom. Energie coöperatie Echt-Susteren zal 50% van de aandelen van het zonnepark in bezit krijgen. Via een STAK (Stichting Administratie Kantoor) geeft de energiecöoperatie de aandelen (of eigenlijk de certificaten van aandelen) weer door aan hun leden investeerders. Ook is er sprake van een bijdrage in het gemeentelijk Kwaliteitsfonds-zonneparken. De exploitant van het zonnepark dient jaarlijks gedurende het zonnepark in bedrijf is, een afdracht te doen op basis van het aantal geproduceerde MWh uit de exploitatie van het zonnepark die gestort dient te worden in dit fonds. De afdrachten die binnenkomen, worden door de gemeente ingezet ten behoeve van lokale gemeenschappen, wonende in de nabijheid van gerealiseerde zonneparken. De afdracht bedraagt € 0,40 per jaarlijks geproduceerde MWh door het zonnepark. Uitgaande van de te verwachten opbrengst zal de bijdrage ingeschat jaarlijks € 9.600,- (24.000 MWh) bedragen.

vastgesteld

19

Tijdens de bouw van het zonnepark kunnen inwoners van de gemeente via de Energie coöperatie de gelegenheid krijgen om een zonne-energie systeem met korting voor hun dak aan te schaffen via een lokale installateur. Deze korting komt voort uit de schaalvoordelen die worden gerealiseerd op de inkoop van de panelen. Deze korting wordt één-op-één doorgezet aan de lokale installateur.

20

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid dat betrekking heeft op het plangebied en de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Het wordt benaderd vanuit het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Uit het beleid volgen randvoorwaarden die worden getoetst aan het voorgenomen plan.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In 2012 is deze visie officieel in werking getreden. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen, zijn opgenomen in 14 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken.

Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld. Relevant voor de ontwikkeling van het zonnepark in Echt-Susteren is dat de vraag naar elektriciteit blijft groeien. Vanwege de ambities voor beperking van de CO2-uitstoot is een transitie naar duurzame, hernieuwbare energievoorziening nodig. Voor het opwekken van energie moet voldoende ruimte gereserveerd worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen (waaronder zon) in de totale energievoorziening moet omhoog en deze bronnen hebben relatief veel ruimte nodig. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de SVIR wordt de ambitie uitgesproken dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. De ontwikkeling van het grondgebonden zonnepark Maria Hoop draagt bij aan de ambities van de SVIR en doet daarbij geen afbreuk aan de overige nationale belangen.

vastgesteld

21

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro worden de volgende onderdelen besproken: Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Kustfundament. Grote rivieren. Waddenzee en waddengebied. Defensie. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer en is het onderwerp duurzame verstedelijking in regelgeving opgenomen. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op de voorgenomen ontwikkeling. Wel is de term 'Ecologische Hoofdstructuur' gewijzigd naar 'Natuurnetwerk Nederland' (NNN).

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het voorgenomen plan past binnen het Barro en het Bro. Wel moet worden afgewogen of de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is op de voorgenomen ontwikkeling. Ladder voor duurzame ontwikkeling In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij ook een nieuwe 'Laddersystematiek' wordt toegepast. Deze nieuwe regeling is opgenomen in artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen. De toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Het aanleggen van een zonnepark op de huidige agrarische percelen is geen nieuw stedelijke ontwikkeling.

Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State1 blijkt dat soortgelijke projecten die niet tot leegstand van bestaande bebouwing leiden, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro kunnen worden aangemerkt. Voorbeelden hiervan zijn de aanleg van een weg, windpark of een hoogspanningsleiding. Ook de Rechtbank Overijssel heeft in april 2018 geoordeeld dat een zonneveld geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreft (zaaknummer akzwo_17_2460 en ak_zwo_17_2461). Een toets aan de Ladder is daarom niet van toepassing. Vanuit het principe van een goede ruimtelijke ordening wordt hierna wel ingegaan op de onderbouwing van de behoefte en de argumentatie achter de omvang en de locatie. 1. Er bestaat een behoefte om te komen tot een duurzame energievoorziening.

22

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

Dit is o.a. beschreven in de Omgevingsvisie van de Provincie Limburg, en de Concept-RES Noord- en Midden Limburg en in het gemeentelijke 'Beleidskader zonneparken en windparken'. 2. Binnen bestaand bebouwd gebied van de gemeente Echt-Susteren zijn geen locaties beschikbaar met een omvang van aaneensluitend 22,3 hectare grond. Wel is er binnen de bebouwde omgeving ruimte voor zonnepanelen op daken. Echter zijn de daken veelal in particulier eigendom, waardoor de eventuele realisatie van zonnepanelen afhankelijk is van het initiatief van de eigenaar. De realisatie van zonnepanelen op daken is sterk afhankelijk van de wil van de particulier en draagt in beperkte mate bij aan de ambitieuze duurzaamheidsambitie. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om op het eigen dak zelf in eigen duurzame elektriciteitsopwekking te voorzien. Er zijn diverse redenen waarom daken niet geschikt zijn en ook nog vele ogenschijnlijk geschikte daken toch niet geschikt blijken te zijn. Dit zijn bijvoorbeeld esthetische bezwaren, de aanwezigheid van rieten daken, constructietechnisch bezwaren, te klein dakoppervlak, hinderlijke schaduw, en netwerkaansluiting-beperkingen. Om te kunnen voldoen aan de duurzaamheidsambities van het Rijk, de provincie Limburg en de gemeente Echt-Susteren, zijn daartoe ook zonneparken noodzakelijk.

Voor een economisch rendabel zonnepark dat substantieel bijdraagt aan de duurzaamheidsopgave is een grote oppervlakte nodig die effectief gebruikt kan worden. Een zonnepark met een dergelijke omvang is niet te realiseren op gronden binnen de kernen van de gemeente Echt-Susteren. Er zijn geen gronden met een dergelijke omvang binnen de kernen beschikbaar, waarbij de realisatie ook financieel uitvoerbaar is. Over het algemeen is er reeds bebouwing aanwezig of is de betreffende grond voorzien voor andere functies. Voorliggend plangebied is geschikt voor de realisatie van een zonnepark. De locatie van het plangebied is financieel en ruimtelijk geschikt voor de realisatie van een zonnepark. De kwaliteit van de omgeving kan gewaarborgd worden en het zonnepark kan uit het zicht blijven van omwonenden. Het is niet gelegen in een natuurgebied. Daarnaast kan het aangesloten worden op het elektriciteitsnetwerk. Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt het zonnepark planologisch mogelijk gemaakt. Na ontmanteling van het zonnepark wordt de grond hersteld naar de huidige staat, zodat deze weer in gebruik genomen kan worden als agrarische gronden (behoudens gerealiseerde landschapselementen als de houtwallen). 3. Voornamelijk in de aanleg- en ontmantelingsfase moet het zonnepark bereikt worden via de ontsluitingswegen.

Voor beheer en onderhoud zijn de ontsluitingswegen beperkt benodigd. Dit kan op een veilige wijze via het bestaande zandpad (Verlengde Spikweg). Het zonnepark is niet openbaar toegankelijk. 1 Uitspraken RvS, zie: ABRvS 18 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:448, ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016: 465. ABRvS 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:708, ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724.

3.2.3 Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 is het klimaatakkoord vastgesteld. Het Kabinet heeft met het nationale klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikassen in Nederland met 49% ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Een van de doelstellingen van het Rijk is om in 2030 maar liefst 70 procent van de elektrische energie op te wekken met hernieuwbare energiebronnen.

vastgesteld

23

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling levert een bijdrage aan de doelstellingen van het Rijk, met als resultaat een reductie in de uitstoot van broeikasgassen.

3.2.4 Rijk investeert in duurzame energie Het Rijk heeft de afgelopen jaren doelstellingen geformuleerd voor het opwekken van duurzame energie. Om deze doelstellingen te behalen stimuleert het Rijk initiatieven die duurzame energie opwekken. Dit doet zij middels een subsidie. Voor de realisatie van zonneparken kan SDE++ subsidie worden aangevraagd. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De initiatiefnemer is voornemens een subsidie aan te vragen middels de subsidieregeling.

3.2.5 Nationale omgevingsvisie (NOVI) Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een 'omgevingsinclusief' beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuze weloverwogen te maken worden drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven, gehanteerd namelijk: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. b. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. c. Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI wordt gesteld dat de klimaatdoelstelling in lijn is met de Parijse klimaatdoelstelling: in 2050 vrijwel geheel klimaatneutraal. De ambitie is dat de omslag naar 100 procent circulair in 2050 gerealiseerd is en dat een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in de leefomgeving is. In 2050 is Nederland erin geslaagd al deze ontwikkelingen zorgvuldig in te passen of nieuwe landschappen te creëren, met zo min mogelijk hinder of overlast voor mensen en het ecosysteem. De NOVI ziet het van nationaal belang om de internationale afgesproken doelen te behalen. De opgave is dan ook om de broeikasgassen ten opzichte van 1990 te reduceren met tenminste 49 procent in 2030 en met 95 procent in 2050. Een andere opgave is het vervangen van fossiele

24

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

energiebronnen door duurzame bronnen. Bovenstaande opgaven manifesteert zich rond een van de vier prioriteiten, namelijk prioriteit 1 'Ruimte voor klimaatadaptatie energietransitie'. In beleidskeuzes van deze prioriteit wordt benoemd dat overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het bijtijds halen van doelstellingen, die in het Klimaatakkoord zijn bepaald. Het Nationaal Programma RES vormt een platform voor onderling samenwerken, vergelijken, leren en uitdagen. De energietransitie kan een hefboom zijn voor kwaliteitsverbetering, zowel ruimtelijke als bijvoorbeeld voor ecologische, economische of sociale verbeteringen. Zonneparken kunnen bijvoorbeeld economische dragers voor het landelijk gebied worden. Daarnaast moeten zonneparken in het landschap worden ingepast. De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat ook locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Voorliggend plan draagt bij aan de (inter)nationale doelstellingen om in 2050 klimaatneutraal te zijn.

Daarnaast draagt het zonnepark, met de bijbehorende landschappelijk inpassing bij aan de ruimtelijke en ecologische kwaliteitsverbeteringen van het landschap, en is sprake van meervoudig ruimtegebruik. Met voorliggend plan wordt bijgedragen aan de ambities, opgaven en prioriteiten van de NOVI en wordt geen afbreuk gedaan aan het streven van een zo hoog mogelijke kwaliteit van de leefomgeving.

3.2.6 Conclusie Rijksbeleid De voorgenomen ontwikkeling past binnen de beleidskaders benoemd in de SVIR, Barro, de Bro en de NOVI. Vanuit deze beleidsdocumenten en regelgeving zijn geen randvoorwaarden of uitgangspunten die rechtstreeks doorwerken op het voorgenomen plan. Zonnepark Maria Hoop draagt bij aan de doelstellingen van het Rijk om de uitstoot van broeikassen te reduceren, zoals beschreven is in het Klimaatakkoord. De initiatiefnemer dient een aanvraag in voor het gebruik van de SDE++ subsidieregeling.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Geconsolideerde Omgevingsvisie (POL 2014) In de geconsolideerde versie Omgevingsvisie POL 2014, geconsolideerd in augustus 2018, beschrijft de provincie Limburg de fysieke aspecten van het leef- en vestigingsklimaat. De provincie Limburg onderstreept een aantal belangrijke uitdagingen, zo ook duurzame energie. De realisatie van zonneparken, windturbines, ect. vergt de nodige ruimte. Ook brengt klimaatveranderingen de nodige problemen met zich mee. De provincie Limburg streeft naar een leveringszekere, betaalbare, schone energievoorziening die samengaat met innovatie, regionale economische ontwikkeling en werkgelegenheid en aanpak van het klimaatprobleem. De provincie Limburg sluit zich aan bij de nationale doelstellingen voor de energietransitie. In de Omgevingsvisie wordt gesteld dat de ambitie vraagt, hoe bescheiden de percentages voor 2020 ook lijken, om een ingrijpende transitie op de energiemarkt. Ingrijpen in de huidige energievoorziening is noodzakelijk. Die transitie bestaat uit: een forse besparing op het gebruik van energie; een sterke toename van het aandeel duurzaam opgewekte (hernieuwbare) energie;

vastgesteld

25

flexibilisering van het netwerk. De provincie Limburg stelt dat de opgave groot en uitdagend is: geen mogelijkheid, optie of gebied kan op voorhand worden uitgesloten. Gelet op de opgave, acht de provincie een brede en grootschalige toepassing van beschikbare technieken noodzakelijk met de gelijktijdige ontwikkeling van nieuwe technieken. Daarbij geldt als voorwaarde dat de bestaande leveringszekerheid geborgd blijft, de omgevingskwaliteit de aandacht heeft, kosten acceptabel zijn en de maatregelen bijdragen aan een duurzame ontwikkeling. Dit sluit aan bij de landelijke aanpak zoals geschetst in het Nationaal Energie Akkoord. De provincie zet in op een regionale en lokale aanpak. In de Omgevingsvisie van Limburg wordt de energietransitie in de gebouwde omgeving, bij bedrijf, de maakindustrie, verkeer en vervoer en in de land- en tuinbouw gestimuleerd. Een concretere uitwerking van de energietransitie verwerkt zij in samenwerking met gemeenten en partijen daarom in de Regionale Energiestrategie (RES). Kwaliteiten van Limburg De grote variatie in omgevingskwaliteiten is een kenmerk en sterk punt van Limburg. Een Limburgse kwaliteit is een diversiteit in karakteristieken en eigenschappen van de ruimtelijke omgeving. De provincie beoogt zowel een versterking van de steden als op het landelijk gebied.

Tevens zet zij in op het 'verweven' van functies, oftewel het creëren van meervoudig ruimtegebruik. Voorbeelden hiervan zijn het recreatief gebruik van natuur en het gebruik van tijdelijk leegstaande terreinen voor de energievoorziening. Om recht te doen aan de variatie in omgevingskwaliteiten, wordt er in het POL onderscheid gemaakt in zeven globaal afgebakende gebiedstypen. Dit zijn zones met elk een eigen karakter, herkenbare eigen kernkwaliteiten, en met heel verschillende opgaven en ontwikkelingsmogelijkheden. Binnen het bebouwd gebied onderscheid de provincie Limburg de volgende zones: stedelijk centrum; bedrijventerrein; overig bebouwd gebied. In het landelijk gebied gaat het om de zones: goudgroene natuurzone; zilvergroene natuurzone; bronsgroene landschapszone; buitengebied.

Afbeelding 12: Kaart provinciale Omgevingsvise met gebiedszonering, waarbij plangebied Zonnepark Maria Hoop is aangeduid als 'Buitengebied' (bron: Geconsolideerde Omgevingsvisie Limburg 2014).

Het plangebied is gelegen in het 'Buitengebied' en wordt aan de noord en oostkant omsloten door 'Goedgroene natuurzone' en 'Bronsgroene landschapszone' (zie afbeelding

26

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

12). De ligging in 'Buitengebied' brengt geen directe beperking mee voor de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling.

3.3.2 Geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg 2014 In de Omgevingsverordening Limburg 2014 heeft de provincie regels van de belangen uit de Omgevingsvisie vastgelegd. Het wordt ingezet om bepaalde essentiële onderdelen van het beleid juridisch te borgen. In de geconsolideerde Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn geen specifieke regels opgenomen voor de realisatie van een grondgebonden zonnepark.

3.3.3 Omgevingsvisie provincie Limburg De Omgevingsvisie Limburg vervangt in 2021 het POL 2014. De ontwerp versie is op 25 augustus 2020 vastgesteld door de Gedeputeerde Staten. In december 2020 vindt besluitvorming plaats door Gedeputeerde Staten en in februari 2021 door Provinciale staten over de Omgevingsvisie. Om te voldoen aan toekomstig beleid is de ontwerp Omgevingsvisie meegenomen in dit bestemmingsplan. De provincie Limburg wil naar eigen vermogen bijdragen aan de Rijksdoelstellingen om te komen tot een duurzame energievoorziening. Gezien de ligging van de provincie en het grondgebruik zijn de mogelijkheden voor het komen tot een duurzame energievoorziening in Limburg beperkt. De provincie stelt geen eigen doelstellingen en plannen op ten aanzien van de energietransitie, maar neemt een ondersteunende rol aan bij nieuwe innovaties en ontwikkelingen. Dit doet zij onder andere bij de verduurzaming van Chemelot en de uitvoering van de Regionale Energiestrategie. De provincie baseert haar handelen bij nieuwe initiatieven op draagvlak en wil haar inwoners daarbij maximaal betrekken. De basis voor de energietransitie ligt voor de provincie Limburg bij de 'trias energetica', wat betekent: 1. energieverbruik verminderen door verspilling in te perken; 2. energieopwekking vanuit duurzame bronnen (niet-fossiel), zoals water, wind en zon; 3.

gebruik van zo efficiënt en schoon mogelijke fossiele bronnen bij de energiebehoefte die niet op een duurzame manier ingevuld kan worden. Op het gebied van zonne-energie pleit de provincie Limburg voor zorgvuldigheid bij ruimtelijke inpassing. Voor dergelijke ontwikkelingen is de Limburgse zonneladder van toepassing (niet volg tijdelijk). Deze is te zien in afbeelding 13.

vastgesteld

27

Afbeelding 13: Limburgse zonneladder (bron: Ontwerp Omgevingsvisie Limburg).

Eind 2020 zijn moties door Provinciale Staten ingediend. Realisatie van ZonPV (Photo Voltaic) op goede landbouwgrond en binnen kwetsbare natuur moet, conform de ingediende moties, als uitzonderingsmogelijkheid worden gebruikt bij de inpassing van zonne-energie. Het dictum van deze moties luidden verder als volgt: “In de Provinciale Omgevingsvisie het 'nee, tenzij-principe' dat wordt gehanteerd bij de Limburgse zonneladder nader te omschrijven en te duiden en op te nemen in de nog op te stellen Omgevingsverordening. Zo uit te leggen dat goede landbouwgrond en kwetsbare natuur als uitzonderingsmogelijkheid worden gebruikt bij de inpassing van zonne-energie; In de Omgevingsverordening een motiveringsplicht op te nemen zodat gemeenten en de provincie moeten motiveren waarom er wordt gek ozen voor een bepaalde trede van de zonneladder.“ Het college van Gedeputeerde Staten heeft aangegeven deze motie uit te voeren en de strekking van het dictum te verwerken in zowel de Provinciale Omgevingsvisie als ook de Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening wordt bepaald hoe de provincie toeziet op een juiste toepassing van de Limburgse zonneladder en op kwalitatief goede afweging en onderbouwingen bij initiatieven voor grondgebonden zonneparken.

Het 'nee, tenzij' principe van de zonneladder zal via de instructieregels nader geduid worden en vergt een nadere motivatieplicht bij initiatieven rondom zonneparken. Daarbij gaat het om een goede ruimtelijke integrale afweging, de instandhouding van de landschapsstructuur en bijbehorende kenmerken, het combineren van meerdere functies, aandacht voor lokaal draagvlak en participatie en het doorlopen van zorgvuldige procedures. De gemeente Echt-Susteren vult voor het behalen van haar duurzaamheidsdoelen de treden 1 en 4 van de Limburgse zonneladder gelijktijdig in. Het is zon op dak, zon op land en wind tegelijkertijd. De gemeente haalt anders de duurzaamheidsdoelen niet. Deze lijn is ook door de verantwoordelijk gedeputeerde C. Brugman steeds zo uitgedragen. Door het feit dat voor de realisatie van het voorliggende zonnepark landbouwgronden (trede 4) worden ingezet, is op basis van het 'interim-beleid', zoals door de provincie Limburg medegedeeld per brief van 23 februari 2021, het 'nee, tenzij' principe van toepassing.

28

Zonnepark Putbroekerbosweg Maria Hoop

Motivering 'nee, tenzij' principe' De voorgenomen ontwikkeling betreft ZonPV op landbouwgrond. Hierna wordt nader op de gemeentelijke werkwijze ingegaan en hoe hiermee invulling wordt gegeven aan het 'nee, tenzij' principe. Uit het beleidskader 'Zonneparken en windparken gemeente Echt-Susteren', vastgesteld door de raad op 26 september 2019, blijkt dat de gemeente Echt-Susteren inzet op het opwekken van duurzame energie en dat zij in 2040 energieneutraal wil zijn. Op basis van de cijfers in 2016 (bron: klimaatmonitor) gebruikt de gemeente Echt-Susteren 4% (0,16 PJ) duurzaam opgewekte energie. Indien de gemeente Echt-Susteren aan de doelstellingen van het Regeerakkoord wil voldoen, zijnde 49% reductie van de uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990, dan moet de gemeente in 2023 16% (0,65 PJ) van haar energie duurzaam opwekken. Deze inhaalslag staat gelijk aan het additioneel plaatsen van circa 20 windmolens of 490.000 zonnepanelen, zoals blijkt uit de Energievisie Echt-Susteren 2018-2022 pag. 18. Om beter bij te dragen aan de landelijke opgave en de bijbehorende doelen te realiseren, zijn aanvullende inspanningen noodzakelijk. De gemeente ziet mogelijkheden om te versnellen en stevigere stappen te zetten richting energieneutraliteit. De gemeente zet daarom in op nieuwe initiatieven en projecten.

Hiertoe is onder andere de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 - 2022' opgesteld en vastgesteld in februari 2019. In de volgende 3 tabellen zijn de initiatieven en projecten geprioriteerd opgenomen. Tevens is waar nu al kan worden ingeschat de potentiële impact in PJ genoemd. De exacte bijdrage dient na vaststelling van deze energievisie nader te worden uitgewerkt.

Waarom zijn zonneparken noodzakelijk? Energieverbruik In de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 - 2022' is onderbouwd aangegeven dat het energieverbruik in de gemeente 4,08 Peta Joule (PJ) per jaar bedraagt (bron: provinciaal

vastgesteld

29

Energiedashbord geraadpleegd juli 2018). Dat komt overeen met het energieverbruik van 65.280 gemiddelde Nederlandse huishoudens (de gemeente telt 14.181 huishoudens). Dit verbruik is voor 50% te koppelen aan mobiliteit, voor 35% aan gas (voor verwarming, warm tapwater en deels productieprocessen) en voor 15% aan elektriciteit. Deze 4,08 PJ is ook vergelijkbaar met 14 km2 zonnepanelen. Potentie energiebesparing De potentie energiebesparing is vastgesteld op 0,83 PJ in 2050. Dit moet voornamelijk behaald worden door het isoleren van woningen en gebouwen, door het gebruik van energie-efficiënte apparaten en aangepast gebruikersgedrag. Echt – Susteren kent 14.556 woningen. Meer dan de helft heeft een laag energielabel, hetgeen inhoudt dat er onnodig veel energie verbruikt wordt. Potentie duurzame opwekking Primair gebaseerd op het Energiedashboard van de provincie Limburg komt naar voren dat er binnen de gemeentegrenzen van Echt-Susteren de volgende potentie aanwezig is voor het opwekken van duurzame energie om te voorzien in haar huidige energievraag (zie de volgende tabel):

Deze hoeveelheid zonnepanelen (ZonPV) neemt ruim 5 km² aan oppervlak in beslag. De daken van woningen en bedrijfsgebouwen in de gemeente Echt-Susteren beschikken over te weinig geschikt dakoppervlak (geschikt = minimaal 10 zonnepalen van 360 Wp) om de gevraagde hoeveelheid aan duurzame elektriciteit op te wekken met zonnepanelen. Ook is niet elk huishouden in staat om zonnepanelen op zijn/haar dak te plaatsen. Zo is er bijvoorbeeld sprake van complexwoningen, appartementen, flats en hebben veel woonadressen geen eigen dak. Ook zijn veel daken van woningen niet geschikt door schaduwvorming en/of obstakels. Daarnaast worden deze daken niet vanzelfsprekend door de eigenaren vol gelegd met ZonPV installaties. Stimuleringsprojecten zijn nodig en helpen om de aanleg op daken van particulieren en bedrijven te versnellen. Particuliere woningeigenaren zijn in de praktijk moeizaam te mobiliseren tot het nemen van duurzame maatregelen vanwege de vele drempels die er zijn en de vrijblijvendheid. De gemeente kan het nemen van deze maatregelen niet afdwingen. Om lokaal te voorzien in een deel van de elektriciteitsbehoefte is het daarom noodzakelijk om te onderzoeken in hoeverre de mogelijkheid bestaat om grootschalige ZonPV installaties (z.g. zonneparken) en windmolens te plaatsen, zo blijkt uit de 'Energievisie en uitvoeringsprogramma 2018 2022'.

Waarom dienen er nu al snel zonneparken te worden gerealiseerd? Zoals hier voor reeds aangegeven wordt de in het Regeerakkoord uitgesproken ambitie van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=8ccb72b8-3388-446c-a90c-a908d3e075ad