CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2025

Commissie Algemene Zaken 15 mei 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: GR Servicecentrum MER22.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programmabegroting Servicecentrum MER 2025 Met meerjarenraming 2026-2028

Definitief Dagelijks bestuur: 3 april 2024 Algemeen bestuur: 3 juli 2024

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................... 4 1.1 Ontwikkelingen ................................................................................................................... 4 1.2 Doelen en acties.................................................................................................................. 5 1.3 Financiële kaders ................................................................................................................ 5 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................................... 7 Programma Omgevingsdienst ................................................................................................... 8 2.1 Inleiding.............................................................................................................................. 8 2.2 Wat willen we bereiken? ..................................................................................................... 8 2.3. Wat gaan we daarvoor doen? ........................................................................................... 13 2.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................

17 Programma Sociaal Domein .................................................................................................... 19 3.1 Inleiding............................................................................................................................ 19 3.2 Wat willen we bereiken? ................................................................................................... 19 3.3 Wat gaan we daarvoor doen? ............................................................................................ 27 3.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................ 28 Programma Bedrijfsvoering .................................................................................................... 30 4.1 Inleiding............................................................................................................................ 30 4.2 Wat willen we bereiken? ................................................................................................... 30 4.3 Wat gaan we daarvoor doen? ............................................................................................ 33 4.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................

39 Programma Bestuur & Organisatie .......................................................................................... 42 5.1 Inleiding............................................................................................................................ 42 5.2 Wat willen we bereiken? ................................................................................................... 42 5.3 Wat gaan we ervoor doen?................................................................................................ 43 5.4 Wat gaat dat kosten? ....................................................................................................... 44 Paragrafen.............................................................................................................................. 45 6.1. Inleiding........................................................................................................................... 45 6.2. Paragraaf bedrijfsvoering ................................................................................................. 45 6.3. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer ............................................................... 46 6.4. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................ 52 6.5.

Paragraaf financiering ...................................................................................................... 52 6.6. Verbonden partijen .......................................................................................................... 54

Pagina 2 van 65

6.7. Openbaarheid .................................................................................................................. 55 7. Financiële Begroting 2025-2028 .............................................................................................. 57 7.1 Geprognosticeerde balans ................................................................................................. 57 7.2 Staat van Reserves ............................................................................................................ 58 7.3 Recapitulatie programma’s................................................................................................ 58 7.4 Overzicht incidentele baten en lasten ................................................................................ 59 7.5 Taakvelden ...................................................................................................................... 60

Pagina 3 van 65

Inleiding De begroting 2025 ligt nu voor. De begroting van het SC MER is opgebouwd uit vier programma’s. Alle programma’s bestaan grotendeels uit personele lasten voor uitvoering van werkzaamheden. Alleen het programma bedrijfsvoering omvat daarnaast inhoudelijke budgetten voor uitvoering van ICT en telefonie voor zowel het SC MER als de deelnemende gemeenten. De baten van SC MER bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. De Omgevingsdienst voert daarnaast werkzaamheden uit voor de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Limburg-Noord, waarvoor ook baten worden ontvangen. Met de middelen die ons ter beschikking worden gesteld, voert SC MER taken voor de deelnemende gemeenten uit. Voor de duidelijkheid vermelden we hier dat legesopbrengsten en uitvoeringsbudgetten voor participatie en Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) niet in deze begroting staan. Deze middelen zijn niet aan SC MER overgedragen en berusten bij de deelnemende gemeenten.

1.1 Ontwikkelingen Veel nieuwe ontwikkelingen en opgaven SC MER bevindt zich in een steeds sneller veranderende omgeving. Maatschappelijke, economische en technologische ontwikkelingen zorgen voor een veranderende vraag aan de drie gemeenten en SC MER. Inspraak en inbreng vanuit de gemeenschappen zijn steeds belangrijker geworden. Gemeenschappen willen meer invloed uitoefenen op hun leefomgeving, op de inrichting van hun gemeenschap en op vraagstukken op het gebied van (sociale) veiligheid. Gelijktijdig zien we een toename van het aantal taken voor de drie gemeenten en SC MER. Denk baan de rol bij de opvang van vluchtelingen en bij de inburgering van nieuwe inwoners. Ook zien we landelijke opgaven ten aanzien van de inrichting van de taken van SC MER, de landelijke eisen die worden gesteld aan de organisatie van de RUD in Limburg en de arbeidsmarktinfrastructuur die men landelijk en regionaal effectiever wil inrichten. Parallel hieraan zien we grote en zeer ingrijpende technologische veranderingen in onze maatschappij.

Een krappe arbeidsmarkt Met ruim 300 medewerkers in SC MER en bijna 900 medewerkers in de MER organisaties samen, zijn we een van de grootste non-profit werkgevers in de regio. De arbeidsmarkt is in beweging. Deze dynamiek leidt ertoe dat het verloop in SC MER en de MER organisaties toeneemt. In de komende jaren neemt de beroepsbevolking af (bron CBS). Dit leidt tot een nog grotere spanning op de huidige arbeidsmarkt. We zien nu al dat het steeds moeilijker wordt om bepaalde functies in te kunnen vullen, waardoor er een toenemende druk ontstaat op onze medewerkers. We zien dat onder meer terug in de oplopende verzuimfrequentie en in de gesprekken die we voeren met onze medewerkers. Met regie vanuit SC MER en in samenwerking met de drie gemeenten zullen we toekomstgericht werkgeverschap organiseren.

Pagina 4 van 65

Intensivering samenwerken als MER partners De vier MER-organisaties pakken steeds meer koers samen. Met de vier organisaties is een positiebepaling van de vier organisaties uitgevoerd. Vervolgens is met de managementteams gezamenlijk aan de slag gegaan met de doorontwikkeling op basis van deze positiebepalingen. Grote opgaven zoals de implementatie van de Wet Open Overheid zijn samen opgepakt. Maar ook op andere terreinen zoeken we elkaar steeds meer op. Dit leidt tot betere resultaten en uiteindelijk ook tot meer efficiëntie. Opgaven kunnen in een keer worden opgepakt, in plaats van voor iedere organisatie afzonderlijk. Deze samenwerking vereist echter ook extra investeringen, want samenwerken betekent bijvoorbeeld ook meer coördinatie tussen de vier organisaties.

1.2 Doelen en acties Focus op kwaliteit en klantgerichtheid door samenwerking We zullen de uitdagingen gezamenlijk met de vier MER organisaties dienen op te pakken. We staan samen voor de dienstverlening voor onze inwoners, voor onze bedrijven en voor onze instellingen. In 2025 ligt de focus naar de verdere ontwikkeling van kwaliteit & klantgerichtheid. Dit doen we door: • • • • • • • • • • • •

We ontzorgen door een goede betrouwbare partner te zijn. We nemen verantwoordelijkheid door toegevoegde waarde te leveren op onze vakgebieden. We adviseren onafhankelijk vanuit de uitvoering over het beleid op het gebied van Sociaal Domein en Omgevingsdienst beleid. We adviseren onafhankelijk en initiëren ontwikkelingen op bedrijfsvoerings-gebied vanuit een gezamenlijk strategisch kader op basis van ambities, behoeften en prioritering. We werken continu aan de verbetering van de dienstverleningsprocessen. We kennen onze ‘klanten’, we kennen de gemeentelijke ambities en onze klanten kennen ons. We pakken de regie op de gezamenlijkheid. We organiseren ambtelijke en bestuurlijke nabijheid. We investeren in de kwaliteit van advisering. We gebruiken uitvoeringsprogramma’s als de basis van ons handelen en rapporteren. We professionaliseren onze organisatie verder door harmonisatie van werkprocessen. We anticiperen op de arbeidsmarkt-ontwikkelingen.

1.3 Financiële kaders Kostenverdeelsleutels De begroting 2025 is voor wat betreft de totalen gelijk aan de jaarschijf 2025 van BW 2024-1. De bijdrage per gemeente verschilt echter. Dit heeft te maken met de kostenverdeelsleutel. Voor de programma’s Sociaal Domein en de Omgevingsdienst is de kostenverdeelsleutel gebaseerd op de output van T-2. Als verdeelsleutel voor het programma Bedrijfsvoering hebben de gemeenten gekozen voor het aantal gebruikersaccounts. Het aantal gebruikersaccounts geeft een goede indicatie van de producten en diensten die door bedrijfsvoering worden geleverd aan onze klanten. Het aantal accounts dat voor de kostenverdeling wordt gebruikt (T-1) is gewijzigd t.o.v. de aantal accounts dat gehanteerd is bij begroting 2024. Dit heeft te maken met instroom en uitstroom van

Pagina 5 van 65

medewerkers in de vier organisaties. In onderstaande tabel is weergegeven wat het verschil is tussen BW 2024-1 jaarschijf 2025 en de begroting 2025. De totalen zijn gelijk maar de verdeling tussen de gemeenten is gewijzigd.

Loonkosten op basis van functieboeken Vanaf 2020 hebben we een realistische financiële basis voor de toekomst gelegd door de personeelsbegroting op basis van de functieboeken te begroten, gewaardeerd tegen het maximum functieschaal. Deze lijn wordt in 2025 doorgetrokken.

Buffer voor inhuur capaciteit bij ziekte Vanaf 2020 volgt het SC-MER de landelijke Personeelsmonitor Gemeenten (A+O fonds gemeenten) voor wat betreft het budget dat kan worden aangewend om in te huren bij langdurig ziekteverzuim. Ook in 2025 volgen we deze landelijke personeelsmonitor (2022), die aangeeft dat 4,8 % van de loonsom nodig is voor vervanging van langdurig verzuim (> 43 dagen).

Pagina 6 van 65

Maximaal twee begrotingswijzingen per jaar In 2021 is de financiële basis voor het SC-MER op orde gemaakt. Daarmee hoeft de begroting minder vaak tussentijds te worden aangepast. Toch kunnen zich altijd ontwikkelingen blijven voortdoen op basis waarvan aanpassingen noodzakelijk zijn. Dit zijn aanvullende dienstverlening aan de gemeente(n) en autonome ontwikkelingen die nog niet bij het opstellen van de begroting waren voorzien. De begroting kan maximaal twee keer per jaar wijzigen: in het voorjaar om eventuele gevolgen van de UPs (aanvullende dienstverlening) te verwerken en na de zomer op basis van de halfjaarrapportage.

1.4 Leeswijzer Deze begroting kent 4 programma's, te weten het programma Omgevingsdienst, het programma Sociaal Domein, het programma Bedrijfsvoering en het programma Bestuur & Organisatie. Deze programma’s zijn te vinden in de hoofdstukken, 2, 3, 4, en 5. De programma’s worden opgebouwd aan de hand van de drie 3 W- vragen: ‘Wat willen we bereiken?’, Wat gaan we ervoor doen? en Wat mag het kosten? Bij de eerste W-vraag wordt ingegaan op de 5 ambities (de 5 “K’s”: kwaliteit, kwetsbaarheid, klant, kosten, kleur lokaal). Hoofdstuk 6 omvat de paragrafen. Het laatste hoofdstuk omvat de financiële begroting met de geprognotiseerde balans en de staat van de reserves en voorzieningen.

Pagina 7 van 65

Programma Omgevingsdienst 2.1 Inleiding Dit programma bevat een beschrijving van de activiteiten van de Omgevingsdienst. Het gaat niet alleen over uitvoerende taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, maar ook over de wijze waarop wij kwaliteit, klantgerichtheid, kostenreductie, wetsbaarheidsvermindering en (daar waar gewenst) couleur locale willen realiseren.

2.2 Wat willen we bereiken? De missie van de Omgevingsdienst is realisering van de vijf K’s: . kwaliteit, kwetsbaarheidvermindering, klantgerichtheid, kostenreductie en couleur locale. We willen kostenefficiënte, klantgerichte en kwalitatief hoogwaardige service verlenen op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving, zodat de gemeenten hun ambities op dit terrein kunnen bereiken. Die ambities hebben betrekking op het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving, het beperken van de overlast en het waarborgen van de veiligheid. We willen voldoen aan de (landelijke vereiste) kwaliteit en de afspraken die we met de gemeenten hebben gemaakt over klantgerichtheid (= kwaliteit van dienstverlening) en kostenreductie.

Kwaliteit en kwetsbaarheidsvermindering Kwaliteit manifesteert zich op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een goed gestroomlijnd en efficiënt werkproces, de inhoudelijke kwaliteit van de producten en de tevredenheid van de klant zowel intern als extern. Kwaliteit blijkt ook uit het aantal (on)gegronde bezwaar- en beroepsprocedures. Door de samenwerking tussen de Omgevingsdienst en de netwerk-RUD voldoen de gemeenten aan de landelijke kwaliteitscriteria op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Hierdoor zijn de gemeenten in staat de gewenste kwaliteit, robuustheid (= kwetsbaarheidsvermindering) en continuïteit te leveren. Uitwisseling van kennis en het investeren in de ontwikkeling van medewerkers (middels een eigen opleidingsinstituut, de RUD-academie), alsmede het aan elkaar bieden van ondersteuning bij capaciteitsvraagstukken zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De Omgevingsdienst investeert in medewerkers die ruimte krijgen om te werken aan de verbetering van de kwaliteit van dienstverlening. Door steeds meer in verbinding te komen met onze burgers en bedrijven (nabijheid van dienstverlening) kunnen hierin noodzakelijke en/of wenselijke stappen worden gezet. De Omgevingsdienst toetst in toenemende mate ook intern de kwaliteit van de te leveren producten en diensten.

Daartoe worden – zowel binnen de Omgevingsdienst als in breder RUD-verband – kwaliteitsaudits uitgevoerd. De audits zijn een terugkerend onderdeel van het binnen de Omgevingsdienst gehanteerde principe van continu verbeteren. De audits zullen – net als in 2024 – in 2025 vooral gericht zijn op het verbeteren van het gebruik van de nieuwe applicatie RxMission. Dit is de applicatie die het nieuwe werken in het kader van de op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet moet faciliteren. Dat verbeteren van het gebruik van Rx.Mission dient meerdere doelen. Niet alleen de kwaliteit van het te leveren product (een omgevingsvergunning, een controlerapport, een juridische brief, etc.) en daarmee de dienstverlening wordt beter, ook de

Pagina 8 van 65

datakwaliteit en daarmee de kwaliteit van de informatievoorziening (bijv. met het oog op de kwartaaldashboards) neemt toe. Landelijk zijn er kwaliteitscriteria opgesteld (set kwaliteitscriteria 2.3) die het fundament vormen voor een adequate uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van het Omgevingsrecht. Inmiddels zijn deze landelijke kwaliteitseisen geborgd in de Wet VTH en de gemeentelijke Kwaliteitsverordeningen. De criteria gaan over kritieke massa, proces en inhoud. De criteria voor kritieke massa geven een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid, die nodig is om activiteiten in continuïteit te kunnen uitvoeren. In het Uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst is per deskundigheidsgebied met deze ondergrens rekening gehouden. Deze vorm van robuust organiseren draagt bij aan de 4e K van kwetsbaarheidsvermindering. Om te toetsen of de RUD LN en de gemeenten voldoen aan deze landelijke kwaliteitseisen worden periodiek zogenoemde EVP-metingen uitgevoerd (EVP = ervaringsprofiel). Middels een EVP-meting worden medewerkers aan de hand van de landelijke kwaliteitscriteria getoetst op hun specialistische deskundigheden.

Het resultaat van deze geactualiseerde EVP-metingen geeft een beeld van het opleidings- en kennisniveau van onze medewerkers en is rechtstreeks input voor de individuele ontwikkeltrajecten van ons personeel en het opleidingsprogramma van onze RUD-academie. Er zijn ook landelijke procescriteria geformuleerd, waaraan gemeenten - en dus ook onze Omgevingsdienst - moeten voldoen. Het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst, alsmede de bestuurlijke kwartaaldashboards en jaarverslag zijn daar onder meer het resultaat van. In december 2022 is door het Algemeen Bestuur van de RUD LN een Beleidskader VTH vastgesteld: een beleidsplan voor de (milieu)basistaken die onder de reikwijdte van de RUD LN vallen. In Q2-2024 wordt het door de Omgevingsdienst opgestelde Beleidsplan Uitvoering & Handhaving voor de overige taken (onder andere bouwen, apv, juridisch) ter besluitvorming aangeboden aan de colleges van de drie gemeenten. Een Beleidsplan Uitvoering & Handhaving is een verplichting op grond van de kwaliteitscriteria. De MER-gemeenten beschikken momenteel niet over een actueel Beleidsplan. In de IBT-beoordeling van de provincie over het jaar 2021 en 2022 is dit nadrukkelijk als aandachtspunt meegegeven aan de drie gemeenten. In tabel 3.2.1 op de volgende bladzijde zijn drie belangrijke kwaliteitsindicatoren voorzien van een cijfer.

Voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria zal nooit 100% zijn. Onze Omgevingsdienst werkt binnen haar eigen taakveld aan continue verbetering van de kwaliteit van de producten en daarmee ook aan haar klantgerichtheid. Onder meer wordt hiertoe sinds 2015 gebruik gemaakt van de Netto Promotor Score (NPS). De NPS is een instrument om op een vrij eenvoudige, maar effectieve wijze de klant te vragen naar zijn waardering van de door de Omgevingsdienst geleverde dienstverlening, waarbij naast het kale rapportcijfer een grote hoeveelheid verbeterpunten wordt opgehaald.

Pagina 9 van 65

Tabel 3.2.1 Prestatie-indicatoren Kwaliteit en kwetsbaarheidsvermindering

Omschrijving Voldoen aan landelijke kwaliteitscriteria 2.3

Realisatie 2023 95%

Raming 2024 95%

Raming 2025 95%

Klanttevredenheid bij vergunningverlening (NPS)

7,3

7,5

7,5

Percentage ongegrond verklaarde bezwaar- en beroepzaken

91%

95%

95%

Klantgerichtheid De Omgevingsdienst heeft tot taak te werken aan realisatie van de met de opdrachtgevers afgesproken dienstverleningsafspraken en –uitgangspunten. Bij klantgerichtheid staan de klantprocessen centraal. Een klantvraag dient zoveel mogelijk integraal te worden benaderd; de vraag wordt meteen vanuit de verschillende beleidsvelden bekeken en beoordeeld. Het is van belang de klantvraag binnen de daarvoor afgesproken dienstverleningsnormen af te handelen, tegen een zo hoog mogelijke kwaliteit en met vaste contactpersonen binnen de organisatie. Binnen het in 2024 opgestarte Gezamenlijke Programma Dienstverlening wordt door de vier organisaties samengewerkt aan verbetering van de (digitale) dienstverlening vanuit de in MER-verband omarmde gezamenlijke visie op dienstverlening. Gemeenten en Omgevingsdienst staan samen – mede in het licht van de aangekondigde wetten – voor een complexe en grootse dienstverleningsopgave. Er komt meer ruimte voor particuliere ideeën en er is meer ruimte voor lokale afweging. En daarmee ligt de opgave er om nu beter onze burgers en bedrijven van dienst te zijn. Daarbij volstaat het niet om uitsluitend de nieuwe complexe inhoudelijke kennis op te doen. Het gaat vooral over verbinding. Verbinding tussen vakgebieden, tussen medewerkers, medewerkers van de Omgevingsdienst en gemeenten.

Verbinding die noodzakelijk is, omdat we steeds meer integraal moeten gaan werken. Maar integraal is ook complex. Op basis van de huidige wetgeving zijn nu al vaak meer dan tien verschillende hoogopgeleide specialisten aan zet in een dossier. Specialisten die moeten samenwerken voor de beantwoording van de ogenschijnlijk makkelijke vragen als “Mag ik hier bouwen?” of “Kan ik hier ondernemen?”. En daar komt de opgave bij dat wij – vaak onder regie van de initiatiefnemer (onze burgers en bedrijven die een plan indienen) – dat meer samen moeten gaan doen. Participatief: dus meer samen met buren, inwoners en andere belanghebbenden. Daarbij gaan we ervaren hoe we als overheid met onze eigen nieuwe rol (moeten) omgaan. Ook gaan we zien hoe de initiatiefnemer in relatie met de andere stakeholders in zijn omgeving als ‘strategisch partner’ omgaat. Vandaar dat we spreken over een complexe en grootse dienstverleningsopgave. Het kunnen aanpakken van deze complexiteit begint bij dialoog. Dialoog tussen initiatiefnemers en Omgevingsdienst/gemeenten, dialoog tussen medewerkers van Omgevingsdienst en gemeenten. Het onderkennen van de relaties en verbindingen die in dit nieuwe speelveld aan de orde zijn. De afgelopen jaren – in de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1-1-2024 – is er aan deze opgave gewerkt.

Pagina 10 van 65

Veel professionals van de vier organisaties hebben naast hun drukke reguliere werk nagedacht over de vraag hoe we op een andere, meer dienstverlenende manier kunnen gaan werken binnen SC-MER én de MER gemeenten. Er ligt nu voor de vier organisaties één gezamenlijk opgesteld werkproces, het zogenoemde initiatievenproces, waarmee we voldoen aan de inhoudelijke eisen van de nieuwe wetten. We werken met de vier organisaties samen in één gezamenlijk systeem (procesapplicatie Rx.Mission). Er kan op deze manier niet alleen meer integraal, maar ook sneller en klantgerichter worden gewerkt. In bepaalde gevallen moeten processen van vergunningverlening immers sneller worden afgerond, de termijn onder de Omgevingswet is verkort van 26 naar 8 weken. Daarvoor investeren we niet alleen in systemen en processen, maar vooral in de ontwikkeling van professionals/specialisten dienstverlening. Burgers en bedrijven spreken zo meteen voor de beantwoording van hun vragen met één contactpersoon. Dit is in de meeste gevallen een specialist dienstverlening: de zogenoemde Omgevingswet gastvrouwen en gastheren. Voor complexe aanvragen zetten we zogenoemde Omgevingsregisseurs in. Dat kan in een enkel geval (dossiers met hoge complexiteit qua ruimtelijke ordening) ook een regisseur vanuit de gemeente zijn.

Eén regisseur gedurende de initiatieffase en vergunningverlening en één regisseur voor de fase van toezicht en handhaving. Deze zorgen voor een goede overdracht van de kennis en verwachtingen naar elkaar en naar de initiatiefnemer. We investeren meer in het uitleggen van wat er van de initiatiefnemer wordt verwacht als deze de vergunning heeft gekregen. Ook tijdens de toezichtfase, dit met als doel om handhaving te voorkomen. De Omgevingsdienst is van mening dat ze met deze nieuwe werkwijzen en afspraken goed is uitgerust om de nieuwe wetgeving adequaat te kunnen uitvoeren, maar verneemt dit bij voorkeur van onze burgers en bedrijven zelf. Met het klanttevredenheidsinstrument NPS onderzoekt de Omgevingsdienst gericht vanuit de insteek dat we ons continu moeten blijven verbeteren en ontwikkelen. Hiertoe wordt verwezen naar hetgeen daarover hierboven onder 3.2.1 in relatie tot kwaliteit is opgemerkt. De andere prestatie-indicatoren op het gebied van klantgerichtheid, zoals hieronder in tabel 3.2.2 vermeld, gaan over doorlooptijden in de afhandeling van klantvragen en het aantal van rechtswege verleende vergunningen.

Pagina 11 van 65

Tabel 3.2.2 Prestatie-indicatoren Klantgerichtheid *

Omschrijving Percentage afgehandelde klantvragen binnen Service Level Agreement (SLA)*: Dienstverlening Eenvoudig (<24u) Dienstverlening Specialistisch (<2dgn) Dienstverlening Complex (<5dgn) Backoffice (<5dgn) Van rechtswege verleende vergunningen Proactief contact met aanvrager tijdens procedure

Realisatie 2023

Raming 2024

Raming 2025

85% 67% 75% 74%

95% 85% 85% 85%

95% 85% 85% 85%

1,9% 75%

0% 100%

0% 100%

Kostenreductie (efficiency) De visie – de wijze waarop de missie van de Omgevingsdienst wordt gerealiseerd – luidt: “De Omgevingsdienst is een moderne overheidsorganisatie die resultaten boekt en kosten bespaart door te investeren in haar professionals, die met plezier (samen)werken en ontwikkelen”. Net als in alle voorgaande jaren zal de Omgevingsdienst ook in 2025 gaan opereren binnen de haar beschikbaar gestelde middelen. Alleen daar waar additionele dienstverlening vanuit de opdrachtgevers nodig is (extra klantvraag, projecten) zal ook additionele financiering aan de orde zijn. Dit wordt in beeld gebracht middels het Uitvoeringsprogramma 2025.

Couleur locale Vraagt een gemeente méér werkzaamheden dan er middelen beschikbaar zijn op basis van de gemeentelijke basisbijdrage, dan wordt dit additionele dienstverlening genoemd. Dit is aan de orde indien een gemeente veel lokale projecten wenst. Voor deze additionele dienstverlening worden – op basis van het aantal geraamde extra uren – dienovereenkomstig extra financiële middelen beschikbaar gesteld door de gemeente. Uiteindelijk worden de kosten voor deze extra werkzaamheden op basis van werkelijke uren op het eind van het jaar afgerekend. Ook in 2024 kan zich een dergelijke situatie met de wens voor additionele dienstverlening voordoen. Dit zal eerst blijken bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma 2025. De financiële consequenties van de gevraagde additionele dienstverlening (lasten: extra kosten Omgevingsdienst; baten: door gemeenten aan Omgevingsdienst beschikbaar gestelde extra middelen) worden tevens – middels een begrotingswijziging – verwerkt in de begroting van het Servicecentrum MER. Zie ook hierboven hetgeen is opgemerkt over de gerealiseerde herijking van de gemeentelijke basisbijdrage aan de Omgevingsdienst. Voor wat betreft de ‘couleur locale’ in werkprocessen en werkafspraken met de drie opdracht gevende gemeenten is MER-breed de lijn ingezet om meer te komen tot harmonisatie daar waar dat kan en alleen lokaal af te wijken daar waar het moet.

Pagina 12 van 65

Kwetsbaarheid Zie hierboven bij kopje ‘Kwaliteit en kwetsbaarheidsvermindering’.

2.3. Wat gaan we daarvoor doen? Wij voeren voor de deelnemende gemeenten met in achtneming van de kaders voor kwaliteit, klantgerichtheid en kosten uit: a. de reguliere wettelijke taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van de Omgevingswet, (de nog lopende zaken obv) Wabo, de APV en een aantal bijzondere wetten; Zie voor de specifieke producten hieronder de productgroepen Vergunningverlening en Toezicht/Handhaving; b. specifieke projecten, deels MER-breed en deels lokaal gewenst (aanvullende dienstverlening). Zie hieronder de productgroep Projecten/specifieke wensen. De producten/diensten van de Omgevingsdienst kunnen worden onderverdeeld in drie hoofdgroepen. Onderstaand zijn deze hoofdgroepen weergegeven. In de paragraaf 3.4 wordt weergeven wat de verwachte kosten zijn voor het leveren daarvan.

Productgroep Vergunningverlening Vergunningverlening Onder dit product vallen de activiteiten met betrekking tot vergunningverlening die de Omgevingsdienst in 2025 gaat uitvoeren. Door de Omgevingsdienst worden – op grond van de per 11-2024 in werking getreden Omgevingswet – vergunningen verleend voor zogenoemde omgevingsplanactiviteiten (bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, brandveiligheid, sloop, aanleg, uitweg/inrit, kappen en monumenten), alsmede voor de technische bouwactiviteit voor zover het bouwplan niet valt onder de reikwijdte van Gevolgklasse 1 van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Is dat laatste wél het geval, dan wordt de technische bouwactiviteit beoordeeld door een private kwaliteitsborger en beoordeelt de Omgevingsdienst de bouwmelding en het borgingsplan. Ook worden vergunningen verleend en meldingen afgehandeld op grond van de APV en enkele Bijzondere wetten (bijvoorbeeld Drank- en Horecawet, Winkeltijdenwet). Specialisten adviseren Daaronder wordt begrepen de specialistische advisering in het vergunningsproces, zoals constructie, bouwfysica, welstand, brandveiligheid, bodem, externe veiligheid, geluid, archeologie/cultuurhistorie, energie, groen/ecologie, milieu/agrarisch.

Daarnaast worden door de specialisten op verzoek adviezen verstrekt aan de gemeenten, bijvoorbeeld in het kader van het opstellen van een omgevingsplan, een ruimtelijk project of een civieltechnisch werk. Dienstverlening Een specifiek onderdeel betreft de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De Omgevingsdienst vormt – na de in 2022 doorgevoerde herinrichting van het telefoniekanaal, waarbij klanten nu direct contact opnemen met de Omgevingsdienst zonder tussenkomst van het KCC van de gemeente – de 1e lijn in de afhandeling van telefonische en digitale klantvragen. Daartoe zijn binnen de Omgevingsdienst dienstverleningsspecialisten opgeleid, die zoveel mogelijk klantvragen moeten kunnen afhandelen. Daar waar nodig wordt de backoffice ingeschakeld. Per 1-1-2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze ingrijpende nieuwe wetgeving heeft geleid tot het – in nauwe samenwerking tussen de drie gemeenten en de Omgevingsdienst –

Pagina 13 van 65

vormgeven van een volledig nieuw dienstverleningsproces voor het behandelen van initiatieven van burgers en bedrijven, het zogenoemde initiatievenproces. Voor meer toelichting wordt verwezen naar het onderdeel hierna: ‘Omgevingswet, Wkb en Rx.Mission’.

Productgroep Toezicht en Handhaving Toezicht objectbericht In deze categorie vallen de wettelijke taken alsmede de lokale wensen van de 3 gemeenten voor 2025 ten aanzien van de toezicht- en handhavingsinspanningen op het gebied van milieu, bouwen, brandveiligheid, ruimtelijke ordening en APV/Bijzondere Wetten. De belangrijkste taken in deze productgroep betreffen het toezicht op de bedrijven, het bouwtoezicht, toezicht op bestaande gebouwen (brandveiligheid), het energietoezicht op grootverbruikers en toezicht op evenementen. Met name het energietoezicht zal worden geïntensiveerd, mede op basis van extra beschikbare middelen vanuit het Rijk (SPUK THE-regeling). Die middelen komen overigens rechtstreeks ten goede aan de RUD LN, en dus niet aan de individuele gemeenten. Vanuit de RUD LN zal dit energietoezicht dan ook worden gecoördineerd. Toezicht gebiedsgericht Het gebiedsgerichte toezicht bestaat hoofdzakelijk uit het toezicht dat door de buitengewoon opsporingsambtenaren van de Omgevingsdienst wordt uitgevoerd in het openbaar gebied van de drie gemeenten. Hierin wordt specifiek aandacht besteed aan thema’s die door de gemeenten belangrijk worden gevonden, zoals foutparkeren, afvaldumpingen en het zichtbaar patrouilleren in woonwijken Meldingen Een van de meest tijdrovende aspecten van het toezicht, is het afhandelen van ingekomen meldingen.

Meldingen worden onderscheiden in meldingen openbare ruimte en objectgerichte meldingen op het gebied van (illegaal) bouwen en (overlast) bedrijven. De meldingen openbare ruimte hebben merendeels betrekking op de gebruikelijke items als parkeeroverlast, hondenpoep, afvaldumpingen en burengerucht, maar kunnen ook heel specifiek zijn (bijvoorbeeld klachten over hangjongeren). Juridische werkzaamheden De juridische werkzaamheden bestaan – grofweg – uit twee delen: het afhandelen van bezwaren en beroepen, gericht tegen besluiten van de Omgevingsdienst, en het treffen van handhavingsmaatregelen bij het constateren van overtredingen door een toezichthouder (aanschrijven, last onder dwangsom/bestuursdwang, bouwstop). In het UP’25 zal per specifiek taakonderdeel worden aangegeven wat de exacte inhoud van de activiteit is, het aantal activiteiten per taakonderdeel, het kengetal en de benodigde personele capaciteit. Ook voor toezicht en handhaving zal de Omgevingswet wijzigingen met zich meebrengen. En ook hier geldt dat deze wijzigingen pas concreet kunnen worden gemaakt in het UP’25 en – voor zover nodig – financieel in de begrotingswijziging 2025-1.

Projecten / Specifieke wensen De projecten verschillen per jaar. Alle projecten worden opgenomen in het UP’25 en worden – mede afhankelijk van bijvoorbeeld seizoensinvloeden en ‘couleur locale’ - in de gemeenten uitgevoerd. Hierdoor is het ook mogelijk in te spelen op de actualiteit en bestuurlijke wensen. Voor de projecten

Pagina 14 van 65

wordt aan de hand van projectopdrachten gewerkt. Afhankelijk van het onderwerp worden de projectleiding en de regie bij de Omgevingsdienst dan wel de gemeente ondergebracht. Als voorbeelden kunnen worden genoemd: aanpak onrechtmatige bewoning, programmatische aanpak woonwagenlocaties, toezicht op locaties met huisvesting voor arbeidsmigranten en aanpak Ondermijning. De benodigde projecturen worden op voorhand gecalculeerd en opgenomen in de projectopdracht. Met de gemeenten vindt afrekening plaats op basis van werkelijk bestede uren. Twee specifieke projecten worden hieronder iets uitgebreider beschreven. Omgevingswet, Wkb en Rx.Mission In 2025 zal nog veel aandacht – en daarmee ook zeker nog capaciteit – uitgaan naar de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (OW) en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De afgelopen jaren hebben de drie gemeenten en Omgevingsdienst samen gewerkt aan een intensief voorbereidings- en implementatietraject, dat ervoor moest zorgen dat de vier organisaties (gemeenten en Servicecentrum) voorbereid zijn op deze nieuwe regelgeving. Belangrijk doel van de OW is het verbeteren van de dienstverlening aan onze klanten (burgers en bedrijven). Daarbij is veel aandacht voor de transitie van een louter toetsende overheid naar een meer proactieve en meedenkende overheid.

Veel meer dan nu zal van al onze medewerkers een meer oplossingsgerichte, adviserende en co-creatieve houding worden gevraagd. De implementatie van de OW en Wkb is daarmee niet alleen een technische, procedurele ‘operatie’, maar vraagt vooral ook ontwikkeling van onze medewerkers, inhoudelijk maar nog meer op het gebied van houding en gedrag. Zie hiervoor ook de toelichting op de onderdelen dienstverlening en klantgerichtheid in de vorige paragrafen van deze OD-begroting. De inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt digitaal ondersteund door de nieuwe software Rx.Mission. Met deze in 2023 in gebruik genomen procesapplicatie wordt tevens voorzien in de noodzakelijke aansluiting op het zogenoemde Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Doorontwikkeling van deze nieuwe applicatie zal ook in 2025 nog nodig zijn. Zo zal er, ook in 2025, nog veel werk zijn met het doorontwikkelen van het nieuwe stuurinformatiemodel (lees: kwartaaldashboards) voor de Omgevingsdienst. In 2024 worden de eerste ervaringen opgedaan met de Omgevingswet en Wkb, en dus ook met genoemd initiatievenproces. De mogelijke functionele en formatieve consequenties bij de Omgevingsdienst van deze nieuwe wetgeving en de nieuwe werkprocessen kunnen om die reden op zijn vroegst in het kader van het UP’25 en begrotingswijziging 2025-1 worden meegenomen. De primaire begroting 2025 komt hiervoor te vroeg.

Zie ook hierna bij het onderdeel ‘Kostenreductie’.

Ontwikkelingen Regionale Uitvoeringsdienst Limburg-Noord (RUD LN) Binnen de RUD LN werken de 15 Noord-Limburgse gemeenten samen in de uitvoering van (met name) de wettelijke milieutaken (bijv. het milieutoezicht op bedrijven). Deze regionale samenwerking is in Limburg Noord georganiseerd op basis van een netwerkconstruct. De uitvoerende medewerkers zijn ‘gewoon’ in dienst van de betreffende gemeenten (cq de MER-OD) en werken vooral aan professionalisering, uitwisseling van kennis en ondersteunen elkaar bij de uitvoering van de milieutaken. In 2019 heeft de RUD LN een zelfevaluatie uitgevoerd naar haar functioneren. Deze evaluatie is aanleiding geweest voor een verbetertraject, dat in 2020 is ingezet en in de afgelopen jaren verder vorm heeft gekregen. Dit RUD-eigen verbetertraject is in 2023 ‘ingehaald’ door de landelijke ontwikkelingen, die voortvloeien uit het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (het

Pagina 15 van 65

IBP), een landelijk programma ter versterking van het stelsel van omgevingsdiensten in Nederland. Vanuit dit programma – waarin wordt samengewerkt tussen de diverse bestuurlijke koepels (ministerie, IPO, VNG, omgevingsdiensten) – worden 6 pijlers uitgewerkt voor de versterking van het VTH-stelsel en versteviging van de omgevingsdiensten. Inmiddels is het Eindrapport van pijler 1 (‘Robuuste omgevingsdiensten’) verschenen en vastgesteld in de IBP-stuurgroep. In dit Eindrapport worden 6 robuustheidscriteria geformuleerd (inmiddels dus door stuurgroep IBP vastgesteld) met betrekking tot robuuste omgevingsdiensten. Bij criterium 1 dat gaat over omvang van de omgevingsdienst en personeel in vaste dienst is vermeld – en nadien bekrachtigd in een brief van de staatssecretaris – dat een netwerk daar niet aan kan voldoen. Alle omgevingsdiensten, ook de RUD LN, hebben in het najaar ’23 een zelfevaluatie moeten uitvoeren op deze robuustheidscriteria. Op basis van deze zelfevaluatie moet een plan van aanpak worden opgesteld (vóór 1-4-2024). Op 28-32024 wordt het plan van aanpak vastgesteld door het AB van de RUD LN en aangeboden aan de staatssecretaris. Tot 1-4-2026 heeft de RUD LN vervolgens om het plan van aanpak uit te voeren en te gaan voldoen aan de robuustheidscriteria.

Door alle betrokkenen wordt onderschreven dat de verworvenheden van onze netwerksamenwerking niet verloren mogen gaan. In hoeverre het plan van aanpak en de besluitvorming door het AB RUD gaat leiden tot een formele aanpassing van de GR, en welke personele en financiële consequenties dit bijgevolg heeft voor de MER Omgevingsdienst en het Servicecentrum MER in de breedte, is op dit moment nog niet duidelijk. Afgezien van benodigde extra personele inzet ten behoeve van de uitwerking/implementatie van het vastgestelde plan van aanpak (op te nemen in het UP’25) is nog geen concreet zicht op de meer structurele consequenties en risico’s op personeel, organisatorisch of financieel vlak. De nieuwe robuuste RUD LN zal immers op zijn vroegst in uitvoering zijn per 1-4-2026. Op de begroting 2025 heeft deze ontwikkeling dan ook geen impact. Kostenreductie De Omgevingsdienst stelt zich ten doel om de afgesproken taken zo kostenefficiënt mogelijk uit te voeren. Door een deel van het werk – dat veelal sterk afhankelijk is van de wisselende klantvraag – flexibel te organiseren, kunnen kosten worden beperkt.

Bovendien werkt de Omgevingsdienst aan het effectief reduceren van kosten bijvoorbeeld door regelmatig gebruik te maken van werkervarings- en stageplekken, maar ook door het genereren van inkomsten: inkomsten uit werkzaamheden voor partners binnen de RUD Limburg Noord en inkomsten uit de RUD-academie (die grotendeels draait op de inbreng van docenten van de MER-OD). Bepalend voor de exacte omvang van de gemeentelijke bijdrage aan de Omgevingsdienst is het (jaarlijks op te stellen) Uitvoeringsprogramma (UP). Immers, in het UP wordt duidelijk of en zo ja voor welk bedrag de basisbijdrage van de drie gemeenten aan de Omgevingsdienst wordt verhoogd met additionele middelen. Ten aanzien van dit UP en de benodigde middelen vanuit de gemeenten ter realisatie van dit programma is van belang op te merken dat in 2023, in aanloop naar 2024, een herijking van de benodigde basisbijdrage per gemeente aan de Omgevingsdienst heeft plaatsgevonden. De belangrijkste reden hiervoor is dat er nagenoeg vanaf de start van de Omgevingsdienst in 2013 jaarlijks extra middelen nodig zijn geweest voor realisatie van de taken en lokale ambities van de gemeenten (de zogenoemde additionele dienstverlening).

Het was dan ook gerechtvaardigd om in overleg met gemeenten te bezien of het niet beter is dat (een deel van) deze additionele middelen een structureel karakter krijgen, met als doel het gat tussen structurele primaire basisfinanciering en jaarlijkse additionele UP-middelen te verkleinen. Of met deze per 2024 gerealiseerde bijstelling van de basisbijdrage ook de formatieve gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (per 1-1-2024) kunnen worden afgedekt, kan nog niet worden bepaald. De

Pagina 16 van 65

formatieve impact van de Omgevingswet (en de daaraan gekoppelde Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) is voor een groot deel nog niet in te schatten. Daartoe zal er een periode onder het nieuwe wettelijke regime moeten worden gewerkt. De concrete formatieve gevolgen zullen dan ook pas – op basis van de eerste ervaringen – in 2e helft 2024 zichtbaar worden en ook dan pas kunnen worden vertaald in functieboek en begroting. Bij het vormgeven van deze nieuwe formatieve en financiële basis zijn overigens keuzes te maken in ambitie, bijvoorbeeld in het risico gestuurd uitvoeren van (bouw)toezicht. Ondanks de bijstelling van de basisbijdrage zoals hierboven beschreven, bestaat derhalve de kans dat middels het UP’25 toch nog in meer of mindere mate een additionele financiering nodig zal zijn om de kosten van de totale taakuitvoering van de Omgevingsdienst af te dekken.

2.4 Wat gaat dat kosten? OMGEVINGSDIENST

Realisatie 2023

Begroting 2024 na wijzigingen t/m 2024-1

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Vergunningen

Omgevingscommissie Externe adviseurs Inhuur flexibele schil Proceskosten Totaal

€ € € € €

31.262 € 49.841 € 1.836.761 € 19.418 € 1.937.282 €

30.000 € 50.000 € 635.548 € 10.000 € 725.548 €

30.000 € 50.000 € 494.761 € 10.000 € 584.761 €

30.000 € 50.000 € 494.761 € 10.000 € 584.761 €

30.000 € 50.000 € 494.761 € 10.000 € 584.761 €

30.000 50.000 494.761 10.000 584.761

Toezicht & Handhaving

Autokosten/Lease auto's

€

47.888 €

95.000 €

95.000 €

95.000 €

95.000 €

95.000

Totaal

€

47.888 €

95.000 €

95.000 €

95.000 €

95.000 €

95.000

Kosten Personeel Overige personeelskosten Stelpost langdurig ziekteverzuim Stelpost onvoorzien Stelpost RUD ontwikkelingen Totaal

€ €

6.473.966 € 276.737 € 310.750 € 25.000 € 25.000 € 7.111.453 €

6.547.964 € 276.737 € 314.302 € 50.000 € 50.000 7.239.003 €

6.547.964 € 276.737 € 314.302 € 50.000 €

6.547.964 € 276.737 € 314.302 € 50.000 €

6.547.964 276.737 314.302 50.000

€

5.395.008 € 348.028 € € € € 5.743.036 €

7.189.003 €

7.189.003 €

7.189.003

Doorbelasting bedrijfsvoering Bijdrage Maasgouw Bijdrage Echt-Susteren Bijdrage Roerdalen

€ € € €

1.718.743 € -632.841 € -665.498 € -420.404 €

2.247.564 € -814.067 € -891.834 € -541.663 €

1.899.658 € -640.565 € -785.319 € -473.775 €

1.883.255 € -635.034 € -778.538 € -469.684 €

1.883.255 € -635.034 € -778.538 € -469.684 €

1.883.255 -635.034 -778.538 -469.684

Totaal

€

-

€

-

-

-

-

€

7.728.206

€

7.932.001 €

7.918.764 €

€ € €

2.219.082 € 2.333.591 € 1.474.163 €

2.632.424 € 2.883.893 € 1.751.557 €

Personeel

Doorbelasting

Totale lasten

€

€

€

€

-

7.868.764 €

7.868.764 €

7.868.764

2.493.737 € 3.057.268 € 1.844.419 €

2.476.877 € 3.036.598 € 1.831.949 €

2.476.877 € 3.036.598 € 1.831.949 €

2.476.877 3.036.598 1.831.949

Bijdrage gemeenten

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen

Doorbelasting

Doorbelasting Maasgouw Doorbelasting Echt-Susteren Doorbelasting Roerdalen

Overige baten

Inkomsten RUD / Acad. Detachering personeel

€ €

129.867 € 43.058

100.000 €

100.000 €

100.000 €

100.000 €

100.000

Totaal

€

6.199.761 €

7.367.874 €

7.495.424 €

7.445.424 €

7.445.424 €

7.445.424

UP

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Totaal

€ € € €

314.595 € 677.728 € 262.782 € 1.255.105 €

-14.366 € 292.939 € 12.214 € 290.787 €

51.800 € 58.800 € 39.400 € 150.000 €

51.800 € 58.800 € 39.400 € 150.000 €

51.800 € 58.800 € 39.400 € 150.000 €

51.800 58.800 39.400 150.000

Bijdrage VVGB

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Totaal

€ € € €

171.490 € 70.048 € 31.802 € 273.340 €

171.490 € 70.048 € 31.802 € 273.340 €

171.490 € 70.048 € 31.802 € 273.340 €

171.490 € 70.048 € 31.802 € 273.340 €

171.490 € 70.048 € 31.802 € 273.340 €

171.490 70.048 31.802 273.340

Totale baten

€

7.728.206 €

7.932.001 €

7.918.764 €

7.868.764 €

7.868.764 €

7.868.764

Saldo

€

-

-

-

-

-

€

€

€

€

€

-

Pagina 17 van 65

Toelichting De lasten bestaan uit personeelskosten: loonkosten, inhuurkosten en overige personeelskosten. Onze baten bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten, bijdragen inzake aanvullende dienstverlening en de inkomsten uit werkzaamheden voor derden (RUD). Hieronder wordt de begroting verder toegelicht.

Bijdrage gemeenten Voor de uitvoering van de reguliere wettelijke taken, jaarlijks vast te leggen in een Uitvoeringprogramma, ontvangt de Omgevingsdienst jaarlijks een bijdrage van de drie gemeenten. Tot en met het begrotingsjaar 2018 was deze bijdrage voorts gebaseerd op een vaste kostenverdeelsleutel, voortvloeiend uit de onderlinge verhouding van de door de drie gemeenten in 2013 in de Omgevingsdienst ingebrachte personele middelen. Met ingang van het begrotingsjaar 2019 wordt de gemeentelijke bijdrage bepaald op basis van de werkelijke output T-2; voor de gemeentelijke bijdrage aan de Omgevingsdienst in 2025 is derhalve de output van het jaar 2023 bepalend. Inkomsten RUD-werkzaamheden en MER/RUD-Academie Binnen de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) wordt samengewerkt door de deelnemende gemeenten. Deze samenwerking kan uitmonden in het door een gemeente feitelijk ondersteunen van een andere gemeente door het leveren van capaciteit. Deze werkzaamheden worden binnen de RUD uitgevoerd tegen een vast uurtarief (2024: € 99, uurtarief 2025 is nog niet vastgesteld). De Omgevingsdienst heeft de afgelopen jaren inkomsten kunnen genereren als gevolg van het leveren van capaciteit aan een aantal RUD-partners. Het inschatten van deze inkomsten voor 2025 is lastig.

Er is een ontwikkeling aan de orde waarbij steeds meer gemeenten – onder financiële druk – kiezen voor herprioritering van toezichttaken. En als gevolg daarvan de ondersteuning vanuit de Omgevingsdienst niet of in mindere mate nodig hebben. Anderzijds zien we wel een toenemende behoefte aan specialisten (energie, bodem, groen, externe veiligheid, geluid). Op deze vakdisciplines kan de Omgevingsdienst mogelijk wat meer – beter gesteld: nog meer dan nu reeds het geval is – gaan betekenen voor de regio. Resumerend worden de inkomsten uit de RUD-samenwerking vooralsnog voor 2025 wederom ingeschat op € 100.000.

Pagina 18 van 65

Programma Sociaal Domein 3.1 Inleiding Dit programma geeft een overzicht van het taakveld Sociaal Domein en met name van de in- en externe ontwikkelingen op het gebied van de Wmo, de Participatiewet, de wet Inburgering en aanverwante regelingen. De nadere uitwerking vindt jaarlijks plaats in een uitvoeringsprogramma dat concreet richting geeft aan alle taken en projecten die het team voor de drie gemeenten uitvoert. Door vaak in gesprek te zijn kunnen we inspelen op de belangrijkste bestuurlijke doelen en de gewenste klantgerichtheid. Op het vlak van bedrijfsvoering focussen we op budgetbeheersing enerzijds en een goede balans tussen kwaliteit en efficiency anderzijds. In onze verbeterteams zijn we continu bezig te zijn met procesverbeteringen, waarbij we gebruik maken van de Leansystematiek.

3.2 Wat willen we bereiken? Kwaliteit Onze missie is het leveren van kwalitatief goede service en dienstverlening in alle taken die we uitvoeren. Kwaliteit kent natuurlijk meerdere facetten: het voldoen aan wet en regelgeving (rechtmatigheidseis) en aan gemeentelijke of organisatie doelstellingen én last but not least aan de verwachtingen van de klant (klanttevredenheid). In onze uitvoeringspraktijk willen wij zoveel mogelijk bijdragen aan het bereiken van belangrijke maatschappelijke effecten: • • • • • • • •

Zorgen voor een basisinkomen voor inwoners die (tijdelijk) niet zelfstandig in hun bestaansonderhoud kunnen voorzien; Het ondersteunen van inwoners met financiële problemen; De zelfredzaamheid van inwoners vergroten; De participatie verhogen zowel op werk- als maatschappelijk gebied, iedereen kan meedoen; De integratie en participatie van inburgeraars vergroten; Voorzien in een laagdrempelige en toegankelijke zorg / ondersteuning; Inwoners ondersteunen zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen; Geïndiceerde voorzieningen zoveel mogelijk te transformeren naar laagdrempelige ondersteuning en eigen kracht van inwoner en samenleving.

Om dit te kunnen realiseren hebben we onze processen ingericht vanuit het klantperspectief en hebben we kwaliteitscriteria en werkinstructies opgesteld om dit ook te borgen. Daarnaast vindt borging in onze uitvoeringspraktijk plaats door middel van gerichte controles op zowel team- als medewerker niveau. Hierbij is ook aandacht voor aspecten zoals doelmatigheid, omgekeerde toets en positieve gezondheid. Elk kwartaal wordt een kwaliteitsrapportage met resultaten en verbeterpunten opgesteld en met de medewerkers besproken. In ons opleidingsplan is opgenomen welke opleidingen we nodig vinden voor de doorontwikkeling van onze organisatie én van onze medewerkers. De opleidingen en trainingen die we aanbieden zijn enerzijds gericht op het ontwikkelen en bijhouden van kennis en anderzijds op de ontwikkeling van competenties en inzicht.

Pagina 19 van 65

Op het gebied van de sturings- en managementinformatie hebben we een standaard ontwikkeld die ons in staat stelt om optimaal in positie te blijven als het gaat om het sturen, managen en uitvoeren van alle taken binnen de kaders van Begroting en Uitvoeringsprogramma. De kwaliteit meten wij aan de hand van de volgende indicatoren: • • • •

Doorlooptijden; Aantal klachten; Aantal ontvankelijk en gegronde bezwaar- en beroepsschriften; Klanttevredenheid.

Klantgerichtheid In onze dienstverleningsprocessen streven we een voor de klant zo prettig mogelijk contact met de gemeente na. We communiceren in heldere taal en hanteren een informele en oplossingsgerichte aanpak met aandacht voor de menselijke maat. Inwoners willen op een eerlijke en respectvolle manier behandeld worden. Zij willen goed worden geïnformeerd, begrijpen waarom de overheid een bepaald besluit neemt en een eerlijke afweging ervaren. Wij zijn toegankelijk en dichtbij de inwoners georganiseerd. We werken gebiedsgericht, waarbij de klantmanagers Wmo, inburgering en werk en inkomen per gebied actief zijn. Onze klantmanagers zijn voor zowel de klant als voor de ketenpartners het bekende gezicht in één of meerdere kernen. Waar gebundelde kennis en kunde efficiënter is, werken we in MER-brede teams. Een voorbeeld hiervan is het team bijzondere verstrekkingen voor de bijzondere bijstand en minimaregelingen. We springen in op de snel veranderde vraag en zijn daarmee flexibel in onze dienstverlening voor onze klanten. De ontwikkeling van “focus op rechtmatige en efficiënte afhandeling op basis van wet- en regelgeving” naar een “faciliterend optreden waarbij we vraag- en oplossingsgericht werken” is grotendeels gemaakt, met name op het taakveld Wmo.

Op het taakveld werk en inkomen loopt deze ontwikkeling eveneens en hebben we zeker ook al stappen gezet maar is er nog een weg te gaan, met name omdat wet- en regelgeving hierin nog onvoldoende ondersteunen. De verwachting is dat de aangekondigde wetswijziging onder de noemer “Participatiewet in balans” hiertoe ruimere mogelijkheden gaat bieden. Voor ons is de vraag of het probleem van de inwoner het uitgangspunt. We verdiepen ons in de vraag en de leefwereld van onze inwoners en beoordelen vervolgens samen met de inwoner wat er nodig is. Vanzelfsprekend blijven we ook oog hebben voor de eigen verantwoordelijkheid, de eigen kracht en de mogelijkheden van (het netwerk van) de inwoner zelf. Klanttevredenheid is voor ons ook een prestatie-indicator die wij elk kwartaal actief meten. Na afhandeling van elke aanvraag informeren we bij de inwoner hoe de dienstverlening werd ervaren en of de oplossing naar tevredenheid is. Daarnaast hebben wij in het Wmo-proces de stap ‘nazorg’ ingevoerd. Daarbij worden de klanten circa 6 weken na afronding van het proces door de klantmanager gebeld met de vraag of alles is conform afspraak en wens is. Dit wordt door de klanten bijzonder op prijs gesteld. De informatie die wij hiermee ontvangen zetten wij in voor de verdere verbetering van onze kwaliteit.

Pagina 20 van 65

Kosten efficiency Wat betreft kosten efficiency sturen we in hoofdzaak op de volgende thema’s: • • • •

Kostenbeheersing door te werken conform onze Begroting, dus budgetdiscipline; Kostenbeheersing middels onze managementinformatie (monitoren realisatiecijfers); Kostenbeheersing door sturing op normtijden; Kostenbeheersing d.m.v. procesoptimalisatie: geen onnodige processtappen en/of overlap in taken van medewerkers.

We blijven actief op zoek naar meer efficiency en naar het optimaliseren van de balans tussen beschikbare capaciteit en de hoeveelheid uit te voeren taken en werkzaamheden. Medewerkers worden flexibel ingezet en we werken actief aan verdere automatisering van ondersteunende processen. Omdat we werken met een structuur van verbeterteams voor onze primaire processen kunnen we continu blijven bouwen aan het optimaliseren van processen en systemen. Dit leidt tot het creëren van meer klantwaarde c.q. verbeteren van onze dienstverlening. Hiermee is een cultuur gecreëerd waarbij het team Sociaal Domein structureel een focus heeft op verbeteren.

Kwetsbaarheid Door het samenbrengen van de werkzaamheden van de drie gemeenten binnen het team Sociaal Domein is de eerdere kwetsbaarheid grotendeels opgeheven. Doordat afgelopen jaren het beleid grotendeels is geüniformeerd kan het Sociaal Domein efficiënter werken, is dienstverlening verbeterd en de kwetsbaarheid verminderd. Doordat we actief sturen op een integrale aanpak, kunnen we onze medewerkers flexibeler inzetten; dit helpt ingeval er zich een piek in het aantal aanvragen voordoet alsook bij het verminderen van kwetsbaarheid ingeval van het uitvallen van medewerkers. Ontwikkelingen 2025 Er zijn een aantal in- en externe ontwikkelingen voor 2025. Voorbereiding en implementatie van alle ontwikkelingen en wijzigingen gebeurt overwegend middels een projectmatige aanpak en zal worden meegenomen in ons Uitvoeringsprogramma. Ontwikkeling dienstverlening In onze huidige manier van (samen)werken binnen het sociaal domein bepalen regels en wetten vaak in eerste instantie of en zo ja, welke ondersteuning er wel of niet gegeven kan worden. We gaan daarbij veelal uit van reguliere oplossingen die we met elkaar hebben afgesproken en vastgelegd. Deze werkwijze leidt echter niet altijd tot een goede oplossing voor onze inwoners.

Redenen hiervoor zijn de veranderende maatschappij, de grote maatschappelijke opgaven waar we als samenleving voor staan en het feit dat deze opgaven steeds meer impact hebben op personen en de samenleving. Samen (Servicecentrum en MER-gemeenten) willen we graag toewerken naar een omslag in onze manier van (samen)werken om onze inwoners de hulp en ondersteuning te kunnen bieden die nodig is. De gewenste andere manier van werken vraagt om een andere grondhouding, om een ander mensbeeld. Een grondhouding waarbij regels (verordeningen, werkinstructies) ondersteunend zijn aan bedoeling en resultaat.

Pagina 21 van 65

De MER gemeenten en het Servicecentrum gaan deze andere manier van (samen)werken in de periode 2024/2025 samen ontwikkelen, met de bedoeling om vanaf 2025, met alle betrokken ketenpartners, klaar te zijn voor toepassing in de verschillende taakvelden. Voortgang digitale dienstverlening Om de dienstverlening aan onze inwoners verder te verbeteren, willen wij de mogelijkheden op het gebied van e-diensten graag verruimen. Inmiddels kunnen inwoners via Mijn Inkomen inzicht krijgen in hun dossier en ook documenten doorgeven en ontvangen. Vanaf eind 2024 / begin 2025 wordt het voor onze inwoners ook mogelijk om tijd en plaats onafhankelijk aanvragen digitaal te kunnen indienen op het gebied van (bijzondere) bijstand en minimaregelingen. Naast de verruimde bereikbaarheid is onze verwachting dat dit ook zal leiden tot kortere doorlooptijden voor klanten en tot meer efficiency van de betreffende processen. De effecten worden meegenomen in onze kwartaalrapportages en in het Uitvoeringsprogramma.

Zorg en Ondersteuning Ontwikkeling dienstverlening Wmo In het kader van Toekomstbestendige Zorg wordt komend jaar door de MER-gemeenten een toekomstvisie ontwikkeld met als doel het verder verbeteren van de dienstverlening aan burgers alsook van de lokale sociale basisinfrastructuur. De doelstellingen zijn dat vanaf 2024/2025: 1. 2. 3. 4.

de zelfredzaamheid van inwoners verbetert; de participatie van inwoners wordt vergroot; inwoners elkaar meer helpen/ ondersteunen; meer inwoners positief, gezond en veilig leven.

Deze visie zal naar verwachting ook impact hebben op de toegang voor het sociaal domein en de doorontwikkeling van de sociale wijkteams en zal ook raken aan de lokale/regionale inkoop van ondersteuningsarrangementen binnen het sociaal domein. De concrete impact voor de werkzaamheden van het team sociaal domein wordt meegenomen in ons uitvoeringsprogramma. Implementatie abonnementstarief Hulp bij het huishouden (2026) Het kabinet is voornemens om het abonnementstarief voor aan te passen. Een wetswijziging hiertoe is in voorbereiding. In het coalitieakkoord was afgesproken om dit per 1 januari 2025 te realiseren. Door het nieuwe besluit om de inkomensafhankelijke eigen bijdrage te verbreden naar alle Wmovoorzieningen, waarvoor nu het abonnementstarief geldt, wordt de invoeringsdatum een jaar opgeschoven. Dit betekent dat er een nieuw wetsvoorstel Passende eigen bijdrage Wmo 2015 komt met ingangsdatum 1 januari 2026. De voorbereidingen hiervoor zullen plaats vinden in 2025. We houden hierbij rekening met veel klantvragen, het opzeggen van voorzieningen en wellicht ook wat commotie vanuit de groep inwoners die een hogere eigen bijdrage moeten gaan betalen. Gezien de dubbele vergrijzing in Limburg, betekent dit niet automatisch dat we minder meldingen hoeven te verwachten maar wel dat het dan minder hard gaat dan bij een financieel aantrekkelijk abonnementstarief.

Pagina 22 van 65

Wetswijziging t.a.v. starten abonnementstarief Met de wijziging van de eigen bijdrage/abonnementstarief, is ook een voorstel om een landelijke verplichte startdatum van die eigen bijdrage te hanteren. De startdatum zou gelijk moeten zijn aan de startdatum van de zorgaanbieder/leverancier (iWmo). Dit is niet conform onze huidige werkwijze. Die is: ingangsdatum beschikking is ingangsdatum start eigen bijdrage conform het gemeentelijke beleid. Met de wetswijziging verandert dit, wat een wijziging in onze werkprocessen en ook van de gemeentelijke verordeningen betekent. PGB 2.0 We verwachten in 2025 starten met de voorbereidingen van PGB 2.0. Dat is de nieuwe verbeterde versie van het trekkingsrechtsysteem. Enkele gemeenten zijn in 2022/2023 overgestapt en daarna bleek dat het systeem toch nog verder aangepast moet worden wat weer de nodige vertraging opleverde. Het ziet er naar uit dat wij in 2026 kunnen overstappen. Hulp bij het huishouden In maart 2025 loopt het contract met voor hulp bij het huishouden af waardoor we samen met de gemeente meedenken om dit voor de periode daarna te gaan invullen. Afhankelijk van de uitkomst zal dit betekenen dat wij als uitvoeringsorganisatie onze processen en systemen zullen aanpassen op de nieuwe situatie. Trapliften Er is momenteel een contract voor trapliften. Dat loopt per 1 november 2024 af en kan evt. nog 1x 2 jaar verlengd worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=11bf242d-5ccb-4afc-989f-d87405aa2b33