Woonvisie 2025 / woonagenda 2017 tot 2025 gemeente Duiven
Tekst van het document
Als gemeente zullen we onze nieuwe behoeftecijfers inbrengen om tot passende afspraken te komen. Uitgangspunten woningbouw De afgelopen jaren was sprake van stagnatie in de woningbouw en hebben we als gemeente ons woningbouwprogramma moeten bijstellen. Belangrijk is om de geplande woningbouwproductie voor de komende jaren daadwerkelijk te realiseren om zo adequaat te voorzien in de behoefte. We hebben hiervoor al laten zien dat dit niet alleen vraag of aantallen passend zijn, maar ook dat we nagaan of de plannen kwalitatief aansluiten bij de vraag van de verschillende doelgroepen en dat we monitoring welke meters we in de bestaande voorraad weten te maken. Ook staan we open voor nieuwe initiatieven. Onze uitgangspunten voor nieuwbouw op een rij: De lokale behoefte in de kernen is allereerst leidend, inclusief de inhaalslag van de huidige lokale onvervulde behoefte. Plannen dienen in aantallen en programmering aan te sluiten bij die behoefte (zie figuur 7 richtinggevend woonprogramma 2025 in paragraaf 3.2.3). Dat betekent dat we als gemeente opnieuw moeten kijken naar onze bestaande plannen. Prioriteit heeft hierbij de locatie Westreenen (Loo) en het programma in en rondom centrum kern Duiven. Wat zijn (on)mogelijkheden en consequenties van herprogrammeren? Dit vraagt een politieke keuze. Inbreiding gaat voor uitbreiding conform de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Nieuwbouw dient bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van de kernen. In de kleine kernen waar na 2020 al een afname van de groei van huishoudens wordt verwacht, reserveren we enige ruimte volgens manifeste lokale woningbehoefte . Flexibele woningen die geschikt zijn voor meerdere doelgroepen en zodoende voor meerdere levensfases. Dit kan door de indeling van de woning of door het bieden van ruime kavels met uitbouwmogelijkheden (denk aan slaapkamer op begane grond). Ruimte voor woningsplitsing vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit (behoud karakteristieke bebouwing) én om te voorzien in de vraag. Kleinschalige en gefaseerde woningbouw, zodat het mogelijk is om in te spelen op veranderingen in de vraag. Ook tijdelijke woningbouw is mogelijk en wenselijk.
23
Duurzaamheid en levensloopbestendigheid nieuwe woningen: leidend bij woningbouw zijn de
eisen van het Bouwbesluit voor de mate waarin woningen energiezuinig zijn. Daarnaast stimuleren we waar mogelijk het realiseren van energieneutrale of energieopwekkende woningen en het gebruik van duurzame materialen bij woningbouw. Ook stimuleren we dat nieuwe woningen levensloopbestendig zijn. (zie hoofdstuk 4 en 5). Voldoende betaalbare woningen voor speciale doelgroepen van belang, zie de uitwerking in volgende paragraaf. We gaan op zoek waar verder ruimte is voor versnelling en een tandje erbij in verband met extra behoefte vanuit regio Arnhem.
3.2.2 Meersporenbeleid sociale huurvoorraad Als gemeente zien we een actuele onvervulde vraag in de sociale huurvoorraad (zie ook paragraaf 3.1.1). We zien ook dat de kans bestaat dat er richting 2025 ontspanning optreedt en er meer sociale huurwoningen zijn dan nodig. Een glazen bol hebben wij niet. Gezond verstand wel. Monitoring van de vraagdruk en werkelijke ontwikkeling zal een belangrijk agendapunt zijn en blijven van ons periodieke overleg met de corporaties. Inhoudelijk vraagt het om passende instrumenten. Er zijn grofweg 3 richtingen denkbaar: 1) Realiseren van permanente woningen op bestaande en/of nieuwe locaties. 2) Realiseren van tijdelijke woningen op bestaande en nieuwe locaties. 3) Realiseren van meer verhuureenheden in de bestaande woningvoorraad: meerdere eenpersoonshuishoudens die in één woning kunnen wonen. Gemeente zet de stip, corporatie bestuurt het schip Als gemeente spreken we nadrukkelijk de ambitie uit om werk te maken van een flexibele woonschil, waarbij kleinschaligheid en verdeling over de kernen voor ons belangrijke uitgangspunten zijn. We zijn daarin (mede) afhankelijk van Vivare. Als gemeente willen we niet in de valkuil stappen door op de stoel van de corporatie te gaan zitten en hen te vertellen hoe ze iets voor elkaar moeten krijgen. Als gemeente zetten we de stip, de corporatie bestuurt haar eigen schip.
We zien de prestatieafspraken die we jaarlijks gaan maken tussen gemeente en woningcorporaties (Vivare en Woonzorg Nederland) in samenspraak met hun huurdersorganisaties als een essentieel instrument om onze ambities te verwezenlijken. Als gemeente zijn we er ons van bewust dat de mate van explicitering, toetsbaarheid en verantwoordelijkheid (tot uitdrukking komend in hoeverre tussentijds wordt gerapporteerd over voortgang) de kwaliteit van de prestatieafspraken mede bepalen. Een reden voor ons om in deze woonvisie en woonagenda concreet een aantal stippen zetten waarover we graag nadere afspraken maken met onze corporaties. Meersporenbeleid sociale huurvoorraad Passendheid is meer dan een match tussen de omvang van de kernvoorraad en de omvang van de sociale doelgroep. Meer woningen beschikbaar betekent niet een-op-een meer nieuwe woningen bouwen. Er is ook winst te behalen in de bestaande voorraad en met andere beleidsinstrumenten. Het vraagt een uitgekiend meersporenbeleid. We vragen aan Vivare extra inzet om de huidige vraagdruk te ontlasten en we nodigen Vivare van harte uit juist werk te maken van een effectief en gedifferentieerd beleid. Wij denken hierbij aan: Een gericht beleid op de aanpak van scheef wonen.
Graag onderzoeken we de mogelijkheid om in de gemeente te gaan werken met een passendheidsmakelaar , die met huurders samen bekijkt of er nog een match is tussen werkelijke behoefte en de huidige woning (inkomen, geschiktheid, grootte, ligging, sociaal netwerk).
24
Graag onderzoeken we (samen met de gemeenschap) of woningsplitsing (doelgroep jongeren t/m
23 jaar) en aanbieden van nieuwe type contracten bijdraagt als oplossing van de huidige vraagdruk. We vinden het belangrijk dat mensen die zich betrokken voelen bij een kern er kunnen blijven wonen. Vanwege het belang dat wij hechten aan de vitaliteit in onze kernen Groessen en Loo willen we heel graag bekijken of het instrument meer huurwoningen via loting in de kleine kernen een oplossing is/het mogelijk maakt dat meer jongeren in de eigen kern kunnen blijven wonen. Met als consequentie dat het aantal te verloten woningen in de kern Duiven daalt. Mochten we hiervoor kiezen, dan gaan we vanzelfsprekend meten wat het effect is van deze maatregel en of de slaagkansen van jongeren in de kernen Groessen en Loo hierdoor toenemen. Vanuit het belang aan vitaliteit in onze kleine kernen, houden we ook de mogelijkheid voor ogen om corporaties te vragen sociale huurwoningen toe te voegen in deze kernen, wanneer er een manifeste lokale woningbehoefte is (toevoegen kan ook via aankoop bestaande woning/vastgoed en splitsen).
Hieronder een definitie van manifeste lokale woningbehoefte : o Een vraag naar woonruimte die zich voordoet bij een natuurlijk persoon of een collectief van natuurlijke personen die op dat moment woonachtig is in een kern waar geen of nauwelijks bestaande woningen in de gewenste categorie te koop of te huur staan en waar er geen uitgeefbare plancapaciteit beschikbaar is.
3.2.3 Samenvattend: richtinggevend woonprogramma tot en met 2025 Figuur 7 Richtinggevend woonprogramma 2016 tot en met 2025
Behoefte aan woonruimte 2016 tot en met 2025
KERN
Sociale huur, tot €
DUIVEN
GROESSEN
LOO
,- (1)
Huur boven liberalisatiegrens, > €
,- (2)
Totaal gemeente Duiven 5 + 150-290 woningen Rond 2025 afname naar circa 2.300 sociale huurwoningen Vivare
0-50
0-50 woningen
Koop tot € 180.000,- (2)
25-100
Koop € 180.000,- - € 280.000,-
150-250
150-250 woningen
Koop boven € 280.000,-
25-50
Huishoudengroei 2016 tot en met 2025 (Primos 2016)
255
25-50 woningen 295 huishoudens (exclusief onvervulde vraag sociale huur)
20-30
20
20-30
20
75-150 woningen
Bron: Gemeente Duiven, Primos 2016, WoON 2015, jongerenenquête Atrivé, bewerking Atrivé
1) Op hele korte termijn (dit jaar en volgende 2 jaren) zijn ongeveer 150 tot 290 sociale huurwoningen nodig door benutten bestaande en door (tijdelijke) nieuwbouw te realiseren. De grote bandbreedte geeft direct de onzekerheid aan. Dat betekent wat ons betreft een voorzichtige benadering en goede monitoring. Tegen/rond 2025 zien we vermindering sociale 5
Voor een nadere duiding verwijzen we u naar pagina 16. En naar voetnoot 3.
25
voorraad, maar ook die ontwikkeling is met veel onzekerheden omringd. Ook daarvoor geldt: monitoring. Afname van de voorraad kent is mogelijk door verkoop, duurder verhuren, minder kamerverhuur. 2) Eerst toevoeging door nieuwbouw, richting 2025 meer betaalbare koop en huur boven liberalisatiegrens door verkoop huurwoningen en doorschuiven sociale huur tot boven deze huurgrens. 3) Inclusief toename woningvoorraad door beter benutten bestaande voorraad.
3.3 Dit gaan we doen: sturen, makelen en versnellen De vorige paragrafen hebben laten zien dat we als gemeente met onze woonpartners voor interessante uitdagingen staan. Het verschil tussen de korte en lange termijn vraagt een gedifferentieerde strategie en passende sturing. We zijn ons ervan bewust dat papier geduldig is. Hoe komen we van papier en mooie woorden tot uitvoering en daden? Als gemeente zijn we blij met de eerste allianties die rondom dit thema zijn gesloten: Diverse partijen (Rabobank, Vivare, Bosman-Rietbergen makelaars en gemeente hebben op de Woonalliantiefabriek aangegeven dat ze kansen zien om meer woonruimte te creëren zonder (permanente) toevoeging. Deze partijen gaan dit in een alliantie verder verkennen. Een andere alliantie start een onderzoek naar de toevoeging van de juiste woning op een specifiek beschikbare locatie van een particuliere partij. Locatie kan worden ingezet voor (tijdelijke) betaalbare woningbouw met Vivare als mogelijk bouwende partij. Gemeente is aangesloten bij deze alliantie. Vraag die we elkaar gaan stellen: wat heb je nodig om serieuze businesscase te maken? En de dorpsraad van Groessen en Loo gaat dit voorjaar in samenwerking met gemeente, Vivare en Rabobank een dialoogavond organiseren over de concrete en actuele behoefte van jongeren, jonge gezinnen en ouderen. Als gemeente nemen we ons het volgende voor: 1.
Voor de grote beweging hebben we in deze woonvisie een heldere stip neergezet. Vervolgstap vraagt van ons als gemeente om volop in te zetten op matchmaking . Een woningmarktregisseur gaat samen met alle betrokkenen behoefte, aanbod, grond, gebouwen, geld en concepten matchen. Zodat de woningbehoefte goed landt in het woningbouwprogramma. Als gemeente zullen we als een van de eerste acties opnieuw moeten kijken naar onze bestaande plannen. Prioriteit heeft hierbij de locatie Westreenen (Loo) en het programma in en rondom centrum kern Duiven. We zullen eerst goed zicht moeten krijgen op (on)mogelijkheden en consequenties van herprogrammeren. In de kleine kernen waar na 2020 al een afname van de groei van huishoudens wordt verwacht, reserveren we enige ruimte volgens manifeste lokale woningbehoefte . Bij het meewerken aan nieuwe initiatieven geven we een ontwikkelende partij voor een bepaalde duur de kans om een haalbaar plan te ontwikkelen. Als er binnen die periode geen haalbare businesscase (inclusief financiering) ligt, dan nemen we weer afscheid van elkaar. 2. In subregionaal verband scheppen we ruimte voor kansrijke projecten door stevig te prioriteren (allereerst in de periode tot 2025): Samen met de markt heel precies de meest kansrijke locaties voor nieuwe woonvormen voor vitale ouderen benoemen.
26
3.
4.
5. 6.
Benoemen welke kansrijke locaties prioriteit verdienen en welke we kunnen schrappen (sommige plannen blijven maar achteruit schuiven in de tijd). De projectenlijst wordt opgeschoond. Uiteraard steken we dit proces zorgvuldig in om initiatiefnemers de kans te geven hun plannen (indien kansrijk) tot uitvoering te brengen. Waar een match mogelijk lijkt, voeren we het gesprek over versnellen. Samen met de daar betrokken partijen komen we tot een koers: ophalen hoe zij denken tot versnelling te kunnen komen, wat dit van hen en van anderen vraagt, welke drempels nog verwijderd kunnen We vragen aan corporaties extra inzet om de huidige vraagdruk te ontlasten en willen hierover concrete prestatieafspraken maken met aandacht voor onder andere: o Voor de urgente huisvestingsnood is een flexibele woonschil nodig. o Verkennen en benutten concepten als woningsplitsing, friendscontracten. o Instrumenten doorstroming volop inzetten. o Verruiming loting sociale huurwoningen in de kernen Loo en Groessen. o Verkoop van sociale huurwoningen, nee tenzij. De effecten van de starterslening worden geëvalueerd en op basis van die evaluatie komen we tot besluit of we als gemeente de starterslening wel of niet continueren. Jaarlijkse monitoring vraagdruk: precieze aantallen van wat waar te bouwen geven een schijn van maakbaarheid en stuurbaarheid.
We weten dat de woningmarkt in de praktijk vele malen dynamischer en complexer is. Op hoofdlijnen kunnen we aangeven wat nodig is. Regelmatig monitoren, in dialoog daarover en bijsturen is echt onmisbaar om vraaggestuurd te bouwen.
27
Hoofdstuk 4 EEN ZORGZAME GEMEENSCHAP EN EEN GESCHIKTE WONING 4.1 Wat zien we? Toenemende diversiteit In onze gemeente zien we een grote groei van het aantal huishoudens van 75 jaar en ouder ontstaan. De verwachting is dat dit aantal tot 2040 toeneemt met circa 1.900 huishoudens (zie figuur 2). In 2040 is 29% van alle huishoudens in Duiven ouder dan 75 plus. Senioren hebben steeds langer een goede kwaliteit van leven. Dat kan de komende tien tot twintig jaar de kracht zijn van veel gemeenschappen: een vitale generatie met tijd en capaciteiten en steeds vaker het verlangen zich in te zetten voor hun gemeenschap. Doordat de medische ontwikkeling een langer leven mogelijk maakt, zien we tegelijkertijd ook mensen ongezonder (met meer klachten) oud worden. Het aantal alleenwonende 80-plussers stijgt (landelijk een verdubbeling tot 2040). Uit onderzoek blijkt dat het effect van eenzaamheid van grote invloed is op de gezondheid van ouderen. Langer zelfstandig thuis met meer zorgbehoefte: tekort aan geschikte woningen neemt toe Steeds meer mensen willen (maar moeten ook) steeds langer thuis wonen, ook als ze ouder worden of meer zorgbehoefte krijgen. Momenteel zijn er in Duiven 1.870 huishoudens met mobiliteitsbeperkingen. In 2025 is dit aantal met 300 huishoudens toegenomen tot 2.170 huishoudens.
In 2025 zijn hiervan 750 huishoudens met matige tot zware mobiliteitsbeperkingen (maken gebruik van rollator of rolstoel). Voor een deel van deze groep zal de huidige woning niet voldoende aanpasbaar zijn en is verhuizing, en ondersteuning daarbij, nodig om de woonsituatie afdoende te verbeteren. Er zijn in de gemeente Duiven circa 1.950 geschikte (nultreden)woningen. Dat betekent een theoretisch tekort van ruim 200 woningen in 2025. Het daadwerkelijk tekort is groter, omdat een aanzienlijk deel van deze woningen worden bewoond door huishoudens zonder mobiliteitsbeperkingen. Circa 30% van deze woningen (570 woningen) wordt bewoond door huishoudens van jonger dan 55 jaar, waarvan het overgrote deel niet te maken heeft met mobiliteitsbeperkingen. In de gemeente Duiven zijn verder ruim 5.700 eengezinswoningen potentieel geschikt voor huishoudens met beperkingen als hierin voorzieningen worden aangebracht.
28
Behoefte woonzorgwoningen neemt toe Verzorgd wonen betreft woningen, meestal voor ouderen, die gebouwd zijn in de directe omgeving of als onderdeel van een woonzorgcomplex. De bewoners wonen zelfstandig maar kunnen gebruikmaken van de gemeenschappelijke voorzieningen van het zorgcomplex zoals maaltijdvoorziening, alarmering en verzorgende diensten. De meest recente behoefteraming komt erop uit dat er, uitgaand van het huidige aanbod aan woonzorgwoningen, er tot nog voor zo n 85 ouderen woonzorgwoningen bij moeten komen (met doelgroep Wmo). Woonbehoefte bijzondere doelgroepen In hoofdstuk 3 van deze woonvisie hebben we benoemd welke behoefte aan betaalbare sociale huurwoningen wordt uitgeoefend door bijzondere doelgroepen, zoals mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek (de GGZ-doelgroep). Zij wonen vaker zelfstandig, vanuit het maatschappelijke perspectief: Je bent meer burger met je eigen voordeur. . Ook deze groepen moeten nu hun weg vinden op de reguliere woningmarkt. Het vraagt niet alleen woningen, maar ook goede begeleiding en alertheid van alle betrokkenen. Landelijk gezien leidt deze ontwikkeling de afgelopen jaren tot meer incidenten van overlast van verwarde mensen.
Hoe willen we als samenleving in Duiven hiermee omgaan? Betrokken partijen, zoals de RIBW duiden het belang van regionale afstemming en samenwerking tussen zorgpartijen – gemeenten – woningcorporaties. Kwetsbare jongeren Na de decentralisaties hebben gemeenten meer te maken met de ondersteuning voor een kwetsbare groep jongeren. Jongeren tussen de 16 en 27 die niet in staat zijn om zelfstandig en met steun van hun eigen netwerk volwassen te worden, hebben speciale aandacht nodig. Wanneer een jongere de leeftijd van 18 jaar bereikt, verandert de context: de betrokkenheid van voogden en instanties vanuit de jeugdhulp eindigt bij volwassenheid. Plotseling zit de jongere aan het stuur en moet hij zijn eigen hulpvraag formuleren en eigenlijk ook zijn eigen problemen oplossen. Dat kan een lastige opgave zijn voor jongeren die niet inzien dat ze een probleem hebben of wat voor soort probleem dat is. Als gemeente ervaren we dat deze groep ook lang niet altijd zit te wachten op bemoeienis uit de hulpverlening. De jongere belandt van de pedagogische en beschermende omgeving van school en de instanties van de jeugdwet nu in de vraaggerichte Wmo en de meer eisen stellende Participatiewet. Kortom, de overgang is abrupt en dit vraagt onze aandacht.
29
Figuur 7 Onderscheid in diverse bijzondere doelgroepen
6
De woningvraag van bijzondere doelgroepen is (net als voor de statushouders/vergunninghouders) als aanvullende woningvraag niet meegerekend in de prognoses. Deze in hoofdstuk 3 apart vermelde woonvraag is als volgt opgebouwd: Momenteel zijn er ongeveer 75 GGZ-cliënten in Duiven die zelfstandig wonen. Als gevolg van extramuralisatie zal dit aantal toenemen tot circa 85 zelfstandig wonende GGZ-cliënten tot 2025 (bron: CIZ, Primos 2016), een toename van 10 cliënten. Er zijn in Duiven ongeveer 60 (licht) verstandelijk gehandicapten die zelfstandig wonen. In 2025 zullen dit er naar verwachting ongeveer 70 zijn (bron: CIZ, Primos 2016), wederom een toename van 10 cliënten. e Er is een woonbehoefte van kinderen in de jeugdzorg (gezinshuizen) die ook na hun 18 behoefte + hebben aan begeleid wonen. Denk aan een gezinshuis voor 18 jongeren met zelfstandige + wooneenheden of een vergelijkbare woonvorm voor autisten (18 ). We hebben op lokaal niveau geen specifieke cijfers van deze woonbehoefte, maar wel initiatiefnemers die kansen zien (op dit moment circa 10 tot 20 wooneenheden). Over het algemeen geldt dat zij aangewezen zijn op sociale huurwoningen met een huur tot de (laagste) aftoppingsgrens € ,-). In deze behoefte kan worden voorzien door Vivare, maar ook door bijvoorbeeld gezinshuizen die zelf in wooneenheden investeren.
Intramurale zorg: ook hier meer behoefte Tot voor kort daalde de behoefte aan intramurale plaatsen (verblijf in een zorginstelling), als gevolg van het scheiden van wonen en zorg. Inmiddels is het effect van deze beleidsmaatregel niet zo groot meer (de groep die geen indicatie voor verblijf heeft, woont nauwelijks nog intramuraal). De voortgaande vergrijzing zorgt voor een weer toenemende behoefte.
6
De doelgroepen in onderstaande figuur zijn niet (geheel) dezelfde doelgroepen als bedoeld in artikel 10a van de vigerende Huisvestingsverordening 2016. In die verordening staat opgenomen welke groepen in aanmerking komen voor een urgentieverklaring: herstructureringsurgentie, vergunninghouders, woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, mantelzorgurgentie en noodurgentie. 30
Tot 2025 gaat het om een behoefte die groeit met zo n 30 personen: de helft van deze toename
(15 personen) betreft mensen met dementie (psychogeriatrische zorg). Dat betekent dat ook het karakter van de intramurale zorg verandert, met meer accent op kleinschalige woonvormen voor met name dementerenden (beschermd wonen) en minder op grootschalige (verpleeg)zorg. Verder is er een kleine toename de behoefte aan intramurale zorg voor verstandelijk gehandicapten (VG) voorzien (plus 5 tot 10 plaatsen tot 2025). De onderstaande tabel geeft een totaalbeeld van de groei van het aantal mensen met een zorg indicatie, zowel intramuraal als extramuraal. In de bovenstaande ramingen is meegenomen dat in Duiven 70 mensen wel een indicatie hebben voor intramurale zorg maar hier geen gebruik van maken, en liever zelfstandig blijven wonen. Met andere woorden: het recht op een verpleegplaats wordt niet verzilverd. Figuur 8 Raming ontwikkeling intramuraal en extramuraal totale groep, 2016-2030
Extramuraal Intramuraal Indicatie intra, woont extramuraal
2016 490 230 70
2020 520 240 70
2025 590 260 70
2030 670 280 70
Bron: CIZ, Primos2016, bewerking Atrivé (Woonzorgplanner), kolommen tellen niet op.
Samenvattend: inschatting groei woonbehoefte wonen en zorg tot 2025 We schatten in dat dan circa 700 tot 800 huishoudens (waarvan een gezinslid een beperking heeft) niet in een nultredenwoning woont. Aanpassing van woning of verhuizing kan nodig zijn. Voor 85 ouderen zijn extra woonzorgwoningen nodig (Wmo-doelgroep) Voor bijzondere doelgroepen zijn circa 20 extra woningen in de sociale huur nodig. e Initiatiefnemers zien kansen en behoefte voor kinderen in de jeugdzorg die nu hun 18 ook nog behoefte hebben aan begeleid wonen. Extra behoefte voor intramurale plekken voor circa 30 mensen.
4.2 Wat willen we? Volwaardig leven faciliteren! Ambitie gemeente Duiven: volwaardig leven Als gevolg van Rijksbeleid hebben we als gemeente steeds meer taken gekregen om op een passende wijze kwetsbare groepen zo volwaardig als mogelijk te laten participeren in de samenleving. Als gemeente Duiven willen we dat iedere inwoner (vitaal of zorgafhankelijk) waardig kan wonen in onze gemeenschap. Die ambitie waarmaken vraagt veel meer dan een passende woning (de focus van een woonvisie). Uit onderzoek blijkt dat het effect van eenzaamheid van grote invloed is op de gezondheid van ouderen. Het is dan ook essentieel dat zorgverleners signalen over eenzaamheid doorgeven aan welzijnsorganisaties. Net zoals het essentieel is dat buren met zorgen over buren terecht kunnen bij het in oprichting zijnde basisnetwerk Duiven. De komende jaren zal zich een ingrijpende verschuiving voordoen in de balans tussen vrijwillige en professionele zorg. Informele zorgnetwerken zijn nodig, die de vraag naar zorg opsporen en die organiseren dat informele zorg, ook als persoonlijke netwerken daar niet toe in staat zijn, toch geboden wordt. Sociale bereidheid in de gemeenschappen is hiervoor een randvoorwaarde. Een onderwerp dat we allemaal zullen moeten uitdragen. Een stevig vrijwilligersnetwerk is harde randvoorwaarde. Lokale initiatieven waar ouderen 31
elkaar ontmoeten helpen. Huishoudelijke hulp moet op orde zijn. Dagbesteding en respijtzorg zijn nodig om mantelzorgers te ontlasten. Enzovoort….Waardig wonen en waardig oud worden vraagt een gemeente die begrijpt hoe ze wat kan verbinden en welke stevige steunstructuren nodig zijn. Als gemeente zetten we hier volop in met de ontwikkeling en uitbouw van een basisnetwerk en de nieuwe WWZ-app als praktisch icoon van deze nieuw rol. De vraag is nu hoe we dit onderwerp verder willen agenderen in deze woonvisie. Veel van wat nodig is, wordt opgepakt via andere domeinen. Vanuit het wonen willen we bovenal inzetten op: 1) )nzetten op bewustwording en stimuleren van woningaanpassing Zo lang mogelijk zelfstandig thuis . 2) Faciliteren en ondersteunen van innovatieve woonvormen. 3) Adequaat inzetten juridisch ruimtelijk instrumentarium. 4) Toegankelijkheid woonomgeving. Bewustwording en stimuleren & eigenaar en gebruiker verantwoordelijk We vinden als gemeente allereerst dat woningeigenaren en gebruikers primair zelf verantwoordelijk zijn voor het meer levensloopgeschikt maken van hun woning. Wel vinden we dat we als gemeente een rol hebben in bewustwording: laten zien aan mensen wat er met weinig allemaal mogelijk is. In de huursector vinden wij het een gedeelde verantwoordelijkheid van corporaties en huurders om woningen aan te passen voor de ouder wordende bewoners.
Bij renovatie en mutatie kan Vivare huurders extra informeren over levensloopbestendige (en duurzame) maatregelen. Ook daarbij is realisme gewenst: niet iedere senior eindigt in een rolstoel, dus niet iedere woning hoeft rolstoelgeschikt te zijn. We willen in de prestatieafspraken graag nadere afspraken maken met onze woningcorporaties over hun inspanningen op gebied van wonen en zorg.
Op tal van plekken worden ervaringen opgedaan met
het
passend
wonen
voor
ouderen.
Huisbezoeken 75-plussers over passendheid, verbinding met zorgnetwerk, corporaties die bemiddeling en (tijdelijke) huurkorting aan te bieden. Hiernaast een beeld van wat corporaties in Nederland doen om ouderen te faciliteren om te verhuizen (bron: monitoring prioriteiten volkshuisvesting, BZK 2016)
Tijdige aanpassingen in de koopsector zijn moeilijker te realiseren. De meeste mensen gaan pas nadenken over woningaanpassing als de noodzaak zich voordoet door fysieke beperkingen. Als gemeente willen we graag stimuleren dat mensen eerder nagaan welke maatregelen genomen moeten worden. We willen dit graag ook vorm geven in combinatie met passendheid en duurzaamheid: duurzaam passend zelfstandig wonen . We willen verkennen welke partijen enthousiast worden van het idee van een Duurzaam Domotica huis . Daar kunnen bewoners ervaren wat een NOM en levensloopflexibele woning inhoudt. Faciliteren en ondersteunen van nieuwe woonvormen
32
Tijdens de afgelopen maanden hebben betrokkenen meerdere ideeën geopperd over nieuwe woonvormen. Als gemeente willen dit zeker faciliteren. Voorwaarde is wel dat het initiatief vanuit bewoners (en eventueel de markt) leidend is. Dat er werkelijk vraag naar is en er draagvlak voor is in de nabije omgeving. Er zijn namelijk grenzen aan draagkracht en draagvlak. Woonvormen die mogelijk zijn: Kansen voor combinatie jong en oud: vanuit de gedachte dat wanneer jong en oud samenleven er kansen op nieuwe zorgarrangementen ontstaan. Betaalbare woonruimte voor jongeren in ruil voor een stukje zorg voor. Kansen voor groepswonen: vanuit de zorggedachte maar ook vanuit sociale relaties kiezen sommige ouderen er voor te gaan wonen in groepen gelijkgestemden. Kansen voor begeleid wonen: vanuit de zorggedachte en het principe zo normaal mogelijk meedraaien in gezin is een derde vorm van wonen en zorg nadrukkelijk op tafel gekomen. Met als voorbeeld een Thomashuis, die woonmogelijkheid biedt aan mensen met een verstandelijke beperking. In Duiven komt een gezinshuis met jongvolwassenen met licht verstandelijke beperking. Er is ook een initiatief voor een begeleidwonengroep voor jongvolwassenen met autisme.
Uitgangspunt voor ons is dat er daadwerkelijk vraag is (we weten als gemeente wat de behoefte is en wat omvang aanbod is en sturen daar op) en dat nieuwe woonvormen worden gerealiseerd in samenspraak met gemeente, sociale wijkteams en zorgpartijen. Zij hebben meeste zicht op ontwikkelingen, vraag en draagkracht van een buurt. Adequaat inzetten instrumentarium, inclusief prestatieafspraken Mantelzorgers spelen steeds vaker een bepalende rol in het langer thuis wonen van senioren. Uit ons sociale netwerk ontvangen we regelmatig signalen dat de belasting van mantelzorgers hoog is. Als gemeente vinden we het essentieel dat partners op lokaal niveau gezamenlijk mantelzorgers voldoende faciliteren in de ondersteuning die zij bieden aan hun naaste. Dit betreft onder andere het mogelijk maken van (tijdelijke of structurele) specifieke woonvormen voor mantelzorgers in de nabijheid van de zorgvrager. Ook wanneer dit een aanpassing van regelgeving vraagt. Daarnaast willen we dit thema bij de corporaties agenderen, bijvoorbeeld ten aanzien van het met voorrang toewijzen van woningruimte aan mantelzorgers. De huidige wet- en regelgeving bieden in principe voldoende mogelijkheden voor het vergunningsvrij bouwen of plaatsen van mantelzorgwoningen. Als gemeente hebben we hierin een informerende rol. We kunnen als gemeente ruimtelijk ook mogelijkheden bieden voor mantelzorgwoningen.
Als gemeente Duiven willen we verkennen of we werk gaan maken van de blijverslening. De blijverslening is er voor eigenaar-bewoners om hun woning levensloopbestendig te maken of aan te passen aan hun zorgvraag. Toegankelijkheid woonomgeving Naast de geschiktheid van de woning, de kwaliteit van het sociale netwerk en het professionele vangnet, is ook de toegankelijkheid van de woonomgeving essentieel. Wij willen onze mensen van die actief zijn in het basisnetwerk in het bijzonder uitnodigen om obstakels op dit aspect te melden (via digitale kaart?). Het is duidelijk dat dit thema van ons en alle betrokkenen verbindingskracht vraagt: op strategisch en operationeel niveau. Verbinden met onze ambities op gebied van verduurzaming, passendheid, basisnetwerk, omgevingsvisie en netwerken. Want een zorgzame en levensloopvriendelijke gemeente vraagt ook om zoveel meer dan een passende woning en een toegankelijke woonomgeving
33
4.3 Dit gaan we doen: faciliteren en bemiddelen De allianties die zijn gesmeed Tijdens de Woonalliantie hebben betrokken partners (Huurdersorganisatie Vivare, KBO, dorpsraad Groessen Gezinshuis De Wilgenhof, Lloyd Veira projectontwikkeling in diverse samenstellingen vier allianties gesloten. De allianties laten zien hoe zeer dit thema veel meer raakt dan alleen het domein wonen. Als gemeente zullen we deze allianties volgen, vooral vanuit het sociale domein. 1) Een alliantiepartner (naam bekend bij gemeente) wil contact leggen met de dorpsraad Groessen om te bespreken of een gemengde woonvorm (jong en oud) interessant is om mee te nemen in de zoektocht van de dorpsraad naar het toevoegen van nieuwe woningen. 2) Initiatiefnemers van begeleid wonen (onder andere Gezinshuis De Wilgenhof) willen verbinding leggen met zorgnetwerk en met dagbestedingsaanbod. Gezinshuis neemt contact met gemeente. 3) Er moet een juiste balans zijn tussen nieuwe zorginitiatieven en bestaand aanbod en draagkracht van de buurt. De gedachte is niet dat strakke normen helpen, maar een goede monitoring en een stevige afwegingsdialoog wel. Gemeente Duiven neemt initiatief. 4) Er is bij betrokken partijen een grote behoefte om beter te weten wat er in de gemeente Duiven allemaal al aanwezig is helpende steunstructuren en voorzieningen.
Zodat ook duidelijk wordt of er witte vlekken zijn en of partijen daarin van betekenis kunnen zijn. De gemeente brengt onder andere KBO in contact met Mikado. Het basisnetwerk pakt dit op. Als gemeente gaan we verder met: Alle nieuwbouw is levensloopbestendig. We willen de campagne Vertrouwd Wonen opnieuw leven in blazen en dit verrijken met nieuwe kansen die we zien. We denken daarbij aan implementatie van de Blijverslening. We willen kansen verkennen om de campagne te verbinden met het thema verduurzamen. We raken geïnspireerd door de gedachte aan een Duurzaam Domotica (uis en de organisatie van een woonmarkt over het thema Langer Thuis Wonen. Toegankelijkheid openbare ruimte als integraal onderdeel van beheer en onderhoud openbare ruimte. We willen extra kijken naar verkeercirculatie en verkeersluw maken en veiliger inrichten (stoepen) van openbare ruimte in wijken met veel ouderen en rondom bestaande zorgvoorzieningen. Komen tot concrete prestatieafspraken met onze woningcorporaties Vivare & Woonzorg Nederland, met aandacht voor het volgende: Voldoende en passend aanbod voor bijzondere doelgroepen. Afspraken over betaalbaarheid, voorkoming huurachterstand en voorkoming ontruimingen hernieuwen en verstevigen. Waarbij we vragen meer focus te leggen op preventie en een sterkere signalerende rol.
We willen graag met Vivare in overleg over de kwetsbare groep jongeren, waarin we aandacht vragen voor: De raming van de aantallen De vraag naar de bemiddeling: wie draagt op welke manier voor aan de corporaties? Het afwegingskader: voor welke jongeren willen we dit organiseren? Het huurcontract: bij voorkeur op naam van jongeren zelf. Procesafspraken en raamovereenkomst.
34
Hoofdstuk 5 EEN ENERGIEKE GEMEENSCHAP EN DUURZAAM THUIS 5.1 Wat zien we? Verduurzamingsopgave De gemeente Duiven scoort op het brede terrein van duurzaamheid goed. Onder andere dankzij de stadsverwarming, windmolens en andere bronnen van hernieuwbare energie. Tegelijkertijd geven enkele partners aan dat zij de gemeente Duiven op het gebied van wonen niet ervaren als een enthousiaste ambassadeur van een duurzame en energieke samenleving. De gemeente wordt gemist als partner bij vernieuwende initiatieven en netwerken. Terwijl er voor de bestaande voorraad absoluut wel aanleiding is om ambitieus te zijn. Want alhoewel die voorraad niet slecht scoort is het ook zeker niet top . ‘Wijs’ omgaan met de bestaande voorraad: hoe creëren we een duurzaam thuis? Een groot deel van onze woningvoorraad dateert uit de groeikern periode, en dat is van invloed op de energieprestatie. Vergeleken met de regio Arnhem Nijmegen is de energieprestatie van de woningen in Duiven relatief goed. De onderstaande tabel laat zien dat in Duiven de bouwpiek in de periode 1985-1995 lag, zowel bij eengezinswoningen als appartementen. Figuur 9 Woningvoorraad naar bouwjaar en woningtype, 2016
Bron: CBS Statline, Duiven en COROP regio (CR) Arnhem Nijmegen
35
Hoe staat het met de energieprestaties van de bestaande voorraad? Van 37% van de woningen in de gemeente Duiven is een energielabel geregistreerd. De meeste van de geregistreerde woningen in de gemeente blijken een energielabel C of D te hebben. Er zijn weinig slechte labels (5% E t/m G, tegenover 18% van de woningen in de regio). Daar staat tegenover dat er ook relatief weinig woningen zijn met een goede energieprestatie (21% label A of B, tegenover 25% van de woningen in de regio). En hoe staat het met de hele woningvoorraad in Duiven? De geregistreerde woningen hiervoor een indicatie. We kijken ook naar de voorlopige energielabels, die voor alle woningen bekend zijn, en die vooral op basis van bouwperiode zijn toegekend. Dan heeft het grootste deel van de woningvoorraad in de gemeente Duiven een B of een C label. De geregistreerde woningen (daadwerkelijke energieprestatie) scoren dus slechter dan je op basis van de bouwperiode zou mogen verwachten (geschatte energieprestatie). In de regio is het juist andersom. Met andere woorden: de woningen in Duiven zijn relatief goed, maar er lijkt nog weinig aan gebeurd te zijn. De wet van de remmende voorsprong?
Aantal 1,67 11.944 20.020 40.984 30.432 13.643 6.928 2.779 126.730 39%
Arnhem/Nijmegen (CR)
Aantal 1,58 395 448 1.346 1.569 155 29 9 3.951 37%
Gemeente Duiven
Arnhem/Nijmegen (CR)
Gemiddelde Ei A++/A+/A B C D E F G Totaal Aandeel voorraad
Gemeente Duiven
Figuur 10 Geregistreerde energielabels in Duiven, vergeleken met de regio, 2016
%
%
10% 11% 34% 40% 4% 1% 0% 100%
9% 16% 32% 24% 11% 5% 2% 100%
Bron: klimaatmonitor.database.nl
Van de corporatiewoningen van Vivare is van de meeste woningen de energieprestatie aanvaardbaar (83% van de voorraad minimaal C). Maar het aantal woningen van Vivare met een goede energieprestatie is nog beperkt (20% A of B label). Er zijn in onze gemeente geen buurten waar de kwaliteit van de woningvoorraad echt onder druk staat. De behoefte aan kwaliteit gaat wel door. Op termijn kan dat betekenen dat vooral tussenwoningen uit de jaren 50 en 60, (gehorig, slecht geïsoleerd, smalle beukmaat, te lage kap voor zolderkamer, gedateerde inrichting) minder gewenst zijn, maar in de gemeente Duiven gaat dit niet om grote aantallen.
36
Tot slot, de kwaliteit en verduurzamingsopgave van de bestaande voorraad wordt versterkt door de aanpassingsopgave als gevolg van de vergrijzing en het veranderend zorglandschap. Dit krijgt aandacht in het hoofdstuk levensloopvriendelijke gemeente.
5.2 Wat willen we? Duurzame investeringen! Energiebesparing en duurzame opwekking: woonvisie als krachtig instrument In het SER Energieakkoord heeft een groot aantal partijen (onder andere ondertekend door gemeenten via VNG, corporaties via Aedes) afspraken gemaakt over energiebesparing en duurzame groei. Voor de sociale huursector geldt de afspraak dat woningen eind 2020 gemiddeld energielabel b (Energie-Index van 1,25) en na 2020 opnieuw forse stappen in energiesprongen (sinds 1 jan. 2015 wordt gebruik gemaakt van een meer exacte bepaling van de energieprestatie, de Energie-Index. Deze is vooral voor sociale verhuurders van belang).
Nieuwbouw moet vanaf 2021 bijna energieneutraal zijn, vanaf 2050 is de ambitie dat alle
woningen grotendeels energieneutraal zijn (de maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) en ligt vast in het Bouwbesluit). In 2020 moet sprake zijn van ten minste 14% duurzame opwekking en in 2023 16% duurzame opwekking. In het Convenant Energiebesparing Huursector staat dat huurwoningen van corporaties eind 2020 een gemiddelde EI (Energie-Index) van 1,25 moeten hebben; 80% van de huurwoningen van particuliere verhuurders moet dan gemiddeld label C of beter zijn. Gelders Energieakkoord De gemeente Duiven heeft de ambitie om echt werk te maken van energiebesparing en verduurzaming. Om deze woorden kracht bij te zetten, hebben we als gemeente besloten het Gelders Energieakkoord te tekenen. Gezamenlijk geven de ondertekenaars van het Gelders Energieakoord vorm aan de Gelderse energietransitie onder het motto samen komen we verder . Als gemeente Duiven willen we dat ook deze woonvisie een krachtig instrument is en heel helder stelt dat een energiezuinige woningvoorraad voor de gemeente Duiven prioriteit is, zodat een energieneutrale woningvoorraad in 2050 realiteit kan worden. Tempo moet omhoog Om deze ambitie waar te maken moet het tempo van verduurzamen van woningen omhoog. Er is een grotere inspanning nodig, bijvoorbeeld op het gebied van bewustwording van huurders en kopers.
Als gemeente willen we graag de opgave verduurzamen verbinden met de opgave zo lang mogelijk zelfstandig thuis . We denken aan een programmalijn passend zelfstandig wonen . Er is een grotere inspanning nodig om bij toekomstige renovaties en onderhoud van huurwoningen de sprong te zetten naar energieneutrale woningen. En er is een grotere inspanning nodig van tal van partijen om het benutten van duurzame bronnen, zoals zonne-energie en een gebiedsgerichte aanpak van warmte- en energieopwekking. We willen nadrukkelijk ook dat de woningcorporaties met bezit in onze gemeente stappen zetten om meer duurzame bronnen te benutten, zoals zonnepanelen en zonneboilers. De financiële (on)mogelijkheden van corporaties verschillen van elkaar. In de praktijk blijkt echter dat de duurzaamheidsambitie van een corporatie niet hoeft af te hangen van de beschikbare middelen. Ook corporaties die krap bij kas zitten, zetten hier volop in. Vaak in nauwe samenwerking met huurdersorganisaties, dat levert inspirerende voorbeelden op. We willen in de prestatieafspraken
37
met de corporaties een afspraak maken over het aandeel duurzame energie opwekking van de totale energieopwekking. Hypotheekverstrekkers geven wel leningen voor keukens, maar nog niet (altijd) voor duurzaamheidsmaatregelen. Daar willen we het gesprek met hen over voeren. Hoe krijgen wij het verder voor elkaar dat wanneer een nieuwe koper gaat verbouwen wij hem/haar ook direct kunnen adviseren over duurzaamheidsmaatregelen. Hoe kunnen we investeren in een duurzaam woningaanbod? Het is een vraag die we de afgelopen maanden in alle sessies op tafel hebben gehad. Er is een rijkdom aan strategieën te bedenken die ook in de gemeente Duiven passen. Door de oogharen heen zien we de volgende sporen voor ons: Slim financieren: goed benutten van subsidies en laagrentende leningen (ISDE (Investeringssubsidie Duurzame Energie), STEP (Stimuleringsregeling Energieprestatie huursector), FEH (Fonds Energiebesparing huursector)? Slim samenwerken; kennis en ervaringen delen (regionaal), inzetten vrijwilligers/energiecoaches, energiecoöperatie. Slimme techniek: van losse technieken tot geïntegreerde renovatieconcepten en nul-op-de-meter. Slim aanbod: woonlastenwaarborg voor huurders, 10 marketinglessen voor energiebesparing, Duurzaam Domotica Huis. Slim gedrag: volop inzetten op bewustwordingscampagnes en energiezuinig gedrag.
Tijdens de Woonalliantie hebben betrokken partners (Vivare, Koenders Bouw, Gaba, BosmanRietbergen makelaars, Rabobank) in diverse samenstellingen vier allianties gesloten die als vliegwiel kunnen fungeren bij het daadwerkelijk realiseren van onze ambities: 1. Buurt maken op gebied van verduurzamen: volop gebruik maken en aansluiten op plekken waar renovatie of andere aanpakken aan woning en in woonomgeving op de rit staan. 2. Het stimuleren van duurzame maatregelen, ook voor lagere inkomens door aan te sluiten bij LES en verder uit denken wat mogelijkheden van revolving fund zijn. 3. Inzetten op bewustwording voordelen energiezuinig wonen en leven: het bruist van de ideeën (energieloket, energiecoaches, concrete projecten (voorbeeld woningen), dag van de duurzaamheid, beursvloer, app). Welk idee maken we groot? 4. Dorpsraad Loo wil heel graag een energiecoöperatie opzetten (met hulp van milieuvrienden Duiven en wethouder). Tot slot zijn wij ons bewust van onze voorbeeldrol. Dat bekent dat we als gemeente in de gebiedsgerichte aanpak aansluiting zoeken met ons gemeentelijk vastgoed. Kunnen de daken van bijvoorbeeld onze scholen energieopwekker worden voor de buurt?
38
5.3 Dit gaan we doen: routekaart duurzaamheid De gemeente Duiven ondertekent het Gelders Energieakkoord en sluit aan bij de Groene
Allianties De Liemers. We gaan volop aan de slag met het energieloket, inclusief een overzicht van alle financiële regelingen. We maken met prestatieafspraken met woningcorporaties over energiebesparing (label B/Energie-Index 1,25 in 2020) en aandeel duurzame opwekking (investeringsopgave). We willen samen met Vivare en de huurdersorganisatie 2-stromenland de programmalijn Duurzaam passend zelfstandig wonen verkennen verbinden thema duurzaamheid en levensloopbestendig). In overleg met partners bespreken we hoe we onze gemeentelijke ambities op gebied van nieuwbouw (bijvoorbeeld GPR-gebouw) uitnodigend communiceren met projectontwikkelaars en partijen. WE willen op zoek naar partijen die met ons willen onderzoeken of de mogelijkheid van een voorbeeldwoning (Duurzaam Domotica Huis) waar bewoners kunnen ervaren wat een NOM en levensloopflexibele woning inhoudt, toegevoegde waarde kan hebben in Duiven. We voeren verkennend gesprek met gemeente, corporaties, sportverenigingen, et cetera over bijvoorbeeld beschikbaar stellen van daken.
39
Hoofdstuk 6 WOONAGENDA 2017 TOT 2022 VAN DE GEMEENTE DUIVEN Zoekend naar nieuwe onvermoede krachtige allianties: woonalliantie en Duivense dialoog & doorpak weken Aan het einde van deze woonvisie zal één ding u als lezer heel helder zijn geworden: antwoord geven op de nieuwe uitdagingen kunnen we als gemeente niet alleen. Smeden en verbinden van duurzame allianties is ons nieuwe adagium. We willen ten minste één keer per jaar een Woonalliantie organiseren, waarbij we corporaties, zorg en markt uitnodigen, maar zeker ook belangenbehartigers, informele netwerken, ondernemers en werkgevers. Om op die manier echt contact te houden bij hetgeen in de werkelijke leefwereld gebeurt. Luisteren, leren en inspireren van elkaar. We willen deze Woonalliantie volgend jaar samen smeden met de Duivense dialoog & doorpak weken. Prestatieafspraken als essentieel instrument Verder zien wij de prestatieafspraken die we jaarlijks gaan maken tussen gemeente en woningcorporaties (Vivare en Woonzorg Nederland) in samenspraak met hun huurdersorganisaties als een essentieel instrument om onze ambities te verwezenlijken. Als gemeente zijn we er ons van bewust dat de mate van explicitering, toetsbaarheid en verantwoordelijkheid (tot uitdrukking komend in hoeverre tussentijds wordt gerapporteerd over voortgang) de kwaliteit van de prestatieafspraken mede bepalen.
Om tot goede en concrete afspraken te komen, brengen corporaties (afgestemd met de huurdersorganisatie) vóór 1 juli van ieder jaar een goed en zo concreet mogelijk bod uit op de opgaven die wij in deze woonvisie en woonagenda hebben geformuleerd: wat kunnen zij in alle redelijkheid bijdragen? Deze biedingen vormen de basis voor het gesprek en uitwerking in nieuwe prestatieafspraken. De overlegcyclus in het kader van de nieuwe Woningwet ziet er als volgt uit:
40
Effectiviteit van beleid en kwalitatief goede monitoring Duidelijk is, dat we in dynamische tijden leven. Maakbaarheid en planbaarheid zijn steeds minder aan de orde. Willen we met de snelle veranderingen meebewegen, dan is een goede en praktische monitoring van de (markt)ontwikkelingen van belang. Zicht op de actuele marktvraag en de ontwikkeling van de woonopgaven is noodzakelijk om (bij) te kunnen sturen. We willen daarbij nadrukkelijk de effectiviteit van ons beleid meenemen. Lossen we de zaken op die we wilden oplossen, en zo niet, wat vraagt dit dan? Dit zicht vormt belangrijk input voor onder andere de jaarlijkse Woonalliantie. Jaarlijks bezien wij op basis hiervan, of we nog steeds op de juiste koers zitten, of dat bijstelling aan de orde is. Eind 2021/begin 2022 is een integrale evaluatie en actualisering van de woonvisie aan de orde. Prestatieafspraken en alliantieaanpak vragen nadrukkelijk ook om een kwalitatief goede monitoring van de effecten van beleid. (sub)regionale afstemming De woningmarkt houdt zich vanzelfsprekend niet aan de gemeentegrenzen. Een breder geografisch perspectief is belangrijk. Daarom blijven we in gesprek met de buurgemeenten in de subregio De Liemers, de subregio Arnhem e.o. en de provincie Gelderland.
Om onze regierol ten aanzien van de corporaties goed in te vullen hebben we bovendien periodiek overleg met die gemeenten waar Vivare ook huurwoningen heeft. Woonprogrammamateam Als gemeente zijn we samen met onze gemeenschap, initiatiefnemers en woonpartners gekomen tot deze ambitieuze visie en uitdagende woonagenda. Dat vraagt zondermeer politieke durf. Het vraagt ook dienend leiderschap. Meer dan ooit staan de publieke en maatschappelijke instituten ten dienste van de vrager zorg -vrager, woon -vrager, voorzieningen -vrager. Onze rol als overheid verandert mee. In tegenstelling tot wat soms wordt gedacht, vraagt dit eerder meer tijd en energie dan minder. En het vraagt ook in ons eigen gemeentehuis om integraal denken en handelen. De nieuwe Woningwet gaat verder uit van versterking van de regierol van de gemeente ten aanzien van de corporaties. Om de woonagenda al met al een werkende agenda te laten zijn, vraagt dit bestuurlijk en ambtelijk plezier, energie, tijd en geld. Eén van de eerste zaken die we als gemeente voor staan is het samenstellen van een woonprogrammateam. Met een programmaleider als initiator, stimulator en sturingskracht en minimaal drie ambtelijke ploegleiders vanuit thema s als wonen, samenleving, wonen en zorg en duurzaamheid die ook de schakels zijn met de opgestarte allianties.
In het programmateam is veder een essentiële rol weggelegd voor de woningmarktregisseur. Het is goed denkbaar dat dit programmateam wordt aangevuld met andere rollen en spelers van buiten onze organisatie, waaronder vanuit Vivare. Leidraad van handelen voor het woonprogrammateam is de Woonagenda 2017 tot 2022 zoals die op de volgende pagina s staat samengevat. Voor dit jaar ligt het voor de hand dat er prioriteit wordt gegeven aan: 1. Betekenisvolle en concrete prestatieafspraken met corporaties en huurdersorganisaties 2. Vol aan de slag met de woonallianties 3. Komen tot nieuwe passende afspraken in de regio Arnhem Nijmegen en de subregio De Liemers 4. Aan de slag met het vraagstuwmeer: meer (tijdelijke) woningen beschikbaar.
41
Visie
In de gemeente Duiven is er in 2025 voor iedereen die hier woont of wil wonen een passende woning in een vitaal, open, zorgzaam en duurzaam leefmilieu. Wij zien dorpen voor ons, waarin mensen graag willen verblijven en wonen ongeacht hun leeftijd, mobiliteit of gezondheid. Er zijn geschikte woningen voor jongeren die in hun eigen dorp willen blijven wonen. De vergrijzing is op een goede manier gefaciliteerd, waardoor mensen die te maken krijgen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in eigen woning en woonomgeving. Er zijn ook alternatieven in de gemeente voor hen die daar niet meer toe in staat. De gemeente Duiven is een bewuste keuze voor gezinnen die de stad verlaten om in onze gemeente rust, ruimte en gemeenschapszin te zoeken. In de kern Duiven kunnen inwoners dorps wonen met een levendig centrum en een prachtig divers aanbod aan voorzieningen. In de kernen Groessen en Loo is het landelijk wonen in dorpen met een rijk verenigingsleven en een zorgzame gemeenschap en het gemak van Duiven vlakbij. En alle inwoners hebben het gemak van de stad Arnhem dichtbij, de pracht van de natuur onder handbereik en het geluk van een robuuste werkgelegenheid in de regio Arnhem Nijmegen. In onze kernen is er in 2025 meer dan ooit sprake van eigen kracht en verantwoordelijkheid van onze inwoners.
Mensen zorgen voor elkaar en voor hun woonomgeving, en werken meer dan ooit samen. Er zijn verschillende coöperaties en samenwerkingsverbanden van inwoners ontstaan die zich richten op bijvoorbeeld zorg voor elkaar en gezamenlijke zorginkoop, energiebesparing en duurzame opwekking, gezamenlijk tuinonderhoud en het in particulier collectief verband realiseren van kleinschalige woonprojecten. Als gemeente hebben wij verdere stappen gezet als regievoerder, netwerkpartner, co-creator, stimulator en ondersteuner van initiatieven uit de samenleving.
Pijlers
Meer passende woningen
Zorgzame gemeenschap & geschikte woning
Energieke samenleving & duurzaam thuis
Beleidsdoelen
Passend wonen
Volwaardig leven
Duurzaam investeren Tempo omhoog.
Consument = vertrekpunt, geen sluitpost van instituties 300 woningen nieuwbouw 150 à 290 (betaalbare woningen) via meersporenbeleid Versnelling nieuwbouw, Inbreiding voor uitbreiding Toevoegen ontbrekende segmenten Beweging creëren: doorstroming Benutten bestaande voorraad Voldoende aanbod lage inkomens Voldoende aanbod bijzondere doelgroepen Vitaliteit kernen & lokale manifeste woningbehoefte faciliteren
Meer nultredenwoningen in bestaande voorraad en nieuwbouw. Voldoende woongelegenheden voor zorgdoelgroepen: o Voor bijzondere doelgroepen ca. 30 tot 40 woningen erbij o Voor circa 30 mensen extra intramurale plekken nodig o Voor ouderen ca. 85 extra woonzorgwoningen nodig Aandacht voor kwetsbare doelgroep jongeren Adequaat inzetten financieel juridisch ruimtelijk instrumentarium Toegankelijkheid woonomgeving
42
Sociale huur: label B (energie index 1,25) eind 2020 Nieuwbouw vanaf 2020 energieneutraal. Koopsector: in 2030 gemiddeld label A (energie index kleiner dan 1,2) Duurzame opwekking van energie Energieneutrale voorraad in 2050 Aanpak via o Slim gedrag o Slim samenwerken o Slim financieren o Slimme techniek o Slim aanbod
Agenda
Inzet gemeente Woningmarktregisseur Subregionale afstemming & agenda Versnellen programma Locatie Westreenen & centrum Flexibele woonschil Evaluatie starterslening Benutten bestaande voorraad en nieuwe concepten Loting woningen Groessen & Loo Doorstroming & passenheid ouderen
Inzet gemeente Nieuw leven in de campagne Vertrouwd Wonen Verkennen blijverslening Verbinden verduurzamen en levensloopbestendig: mogelijkheid Duurzaam Domotica Huis Ondersteunen nieuwe zorginitiatieven en afwegingsdialoog vraag - aanbod Toegankelijkheid woonomgeving: meldpunt en aanpak directe omgeving zorgvoorzieningen Doelgroep kwetsbare jongeren
Inzet gemeente Sociale huur gemiddeld label B eind 2020 Nieuwbouw in 2020 energieneutraal Groene allianties De Liemers Succesvol implementeren energieloket: volop aandacht voor subsidies Programmalijn Duurzaam passend zelfstandig wonen verkennen Verbinden verduurzamen en levensloopbestendig: mogelijkheid Duurzaam Domotica Huis
Prestatieafspraken met corporaties & huurdersorganisaties Betaalbaarheid voorraad Beschikbaarheid voorraad Huisvesting urgente doelgroepen
Prestatieafspraken met corporaties & huurdersorganisaties Wonen met zorg Aandacht voor bijzondere doelgroepen
Prestatieafspraken met corporaties & huurdersorganisaties Energiezuinige voorraad Duurzame opwekking
Allianties
Gemengde woonvorm Groessen Zorgnetwerk & dagbesteding Gezinshuis/Mikado/Zozijn/Veira Afwegingsdialoog vraag – aanbod nieuwe zorginitiatieven Gemeente neemt initiatief
Sturing
Woonprogrammateam – monitoring - jaarlijkse cyclus prestatieafspraken – allianties & jaarlijkse woonalliantie – (sub)regionale afstemming
Meer woonruimte zonder toevoeging Rabobank/Vivare/BosmanRietbergen/gemeente Locatie op zoek naar invulling Vierwind/Vivare/BosmanRietbergen/Wiba/gemeente Dialoogavond actuele woonbehoefte kernen Dorpsraden/Rabobank/Vivare/gemeente
43
Stimuleren & slim financieren duurzaam Vivare/Koenders/Gaba/Bosman-Rietbergen Investeren in duurzaam ook voor lage inkomensgroepen Vivare/Gaba/Bosman–Rietbergen/ Koenders/Rabobank Bewustwording & zichtbaar maken Vivare/Gaba/Bosman–Rietbergen/Koenders/ Rabobank Energiecoöperatie Dorpsraad Loo, milieuvrienden Duiven en wethouder
Bijlage 1 BRONNEN WONINGMARKTONDERZOEK DUIVEN Marktconsultatie Jacqueline Bosman (Bosman Rietbergen) Marcel Trienen (Trebbe) De heer Ummenthum, (Rabobank) Pitches Nacht van het vraagstuk Ruben Bosch (Jongerenraad Duiven) Maarten van Triest (RIBW) Ton de Vlieger (Stuurgroep Dorpsvisie Groessen) Christi-Mari Zonnenberg (Rabobank) Miriam Regnerus-Hoekstra (Vivare) Landelijke databestanden/bronnen CBS –Statline CIZ Convenant Datawonen Huizenzoeker.nl en NVM Klimaatmonitor Landelijk Energieakkoord Pearl 2014, 2016 Primos 2016 RVO Staat van de Volkshuisvesting BZK, 2016 Syswov WoON 2012, 2015 Regionale bronnen Rapport Betaalbaarheid wonen in beeld (Companen, 2014) CBS microdata 2009-2011 (Onderzoek verhuisbewegingen Stadsregio Arnhem Nijmegen) Gelders Energieakkoord Regionale woningmarktanalyse conceptversie factsheets subregio s, gemeente Lokale bronnen Gemeente Duiven (Duiven in Cijfers, BAG, WOZ, plancapaciteit, Huisvestingsverordening) Gesprekken in projectgroep Jongerenenquête Atrivé Pitches Nacht van Vraagstuk, Alliantiefabriek Vivare (woningvoorraad, woningtoewijzing, bod)
44
Bijlage 2 TABELLENBOEK
45