CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording schriftelijke vragen over Kennisgeving financiele situatie gemeente Duiven.docx

Politieke Avond 8 juni 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: 19.30 – 21.00 - Krediet aanvraag nieuwbouw Remigius en Wereldwijzer/Wiekslag - ronde tafel14.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het lijkt er op dat het geld van oost naar west gaat vloeien en ook nog van dorp naar stad. De fondsbeheerders willen wel een maximum nadeel per inwoner invoeren. Als die bijdrage wordt vastgelegd op € 25 dan zou dat voor Duiven een structureel nadeel opleveren van € 625.000. Coronacrisis: Het corona virus heeft pijnlijk duidelijk gemaakt wat er de laatste jaren is gebeurd met de vitale beroepen. Mensen in de ziekenhuiszorg, de thuiszorg, de huishoudelijke hulp, toezichthouders, het onderwijs, schoonmakers, brandweer en beveiliging zijn jarenlang genegeerd en op de nullijn gehouden of in een ZZP constructie terecht gekomen. Er wordt van vele kanten geroepen voor een betere beloning van deze cruciale werknemers. Wat doet de gemeente Duiven om in voorbereiding van deze discussie al rekening te houden met een extra kostenverhoging binnen het sociaal domein. Verder zijn er op dit moment al toezeggingen gedaan aan verenigingen en ondernemers over het betalen van huur. Welke voorzorgsmaatregelen neemt het college in dit kader op financieel gebied? Het coronavirus heeft ook gevolgen voor de geestelijke gezondheidszorg, jeugdzorg en veilig thuis situaties.

Welke voorzorgsmaatregelen neemt het college om ook deze zorg te kunnen blijven garanderen? Antwoord: Voor wat betreft de financiën houdt het college alle regelingen goed in de gaten en wijst het college ook verenigingen en andere belanghebbenden op de mogelijkheden voor bijdragen in deze specifieke tijd. De rijksoverheid heeft belooft de gemeenten te compenseren van de daadwerkelijke kosten van de coronacrisis. Onze zorg dat zorgpartijen het hoofd boven water kunnen houden, heeft ertoe geleid dat we in regionaal verband hebben afgesproken dat wij facturen blijven betalen, ook als de zorg niet of minder is geleverd, mits de omzet anders substantieel beneden het niveau van vorig jaar zou uitkomen.

Kavels bedrijventerrein: zijn er nu al, als gevolg van de coronacrisis, overeenkomsten afgezegd? Antwoord: Tot op heden zijn er nog geen overeenkomsten afgezegd. Wel wordt er met Fresh & Fast (die zich op Seingraaf gaan vestigen) gekeken naar het afname tempo. De afname van de gronden zal langer duren. Dit betekent geen afstel! 1Stroom: wat betekent het wanneer 1stroom geen extra kwaliteitsimpuls krijgt? Heeft dit gevolgen voor de huidige dienstverlening? Hoeveel Fte (procenten) inhuur is er nu? Antwoord: Dat heeft geen invloed op de huidige dienstverlening, maar betekent dat een extra impuls voor de verdere verbetering van de dienstverlening niet door gaat. Daarbij moet dienstverlening breed worden opgevat als alle diensten die de organisatie aan bestuur en samenleving levert. Het reguliere inhuurbudget van 1Stroom bedraagt ongeveer € 150.000 per jaar. Andere inhuur, die nodig is wordt betaald uit projectbudgetten en vacaturegelden. Dat laatste meestal om de tijd die nodig is voor de vervulling van vacatures te overbruggen.

Vragen Lokaal Alternatief - Kennisgeving financiële situatie gemeente Duiven 1. We hebben een vraag over de financiering van alle geplande uitgaven, zoals deze nu bij de gemeente bekend zijn. Kunnen alle geplande uitgaven gerealiseerd worden op basis van de huidige liquide middelen en verwachte inkomstenstroom? Of moeten aanvullende leningen worden aangetrokken? Indien aanvullende leningen moeten worden aangetrokken is de vraag, in hoeverre is in de meerjarenbegroting al rekening gehouden met de rentelasten die hieruit voortvloeien? Antwoord: In de meerjarenbegroting wordt er een liquiditeitsbegroting gemaakt. In deze prognose worden alle verwachte inkomsten en uitgaven meegenomen. Het is moeilijk om hier reeds op te anticiperen omdat het ramingen zijn die nog wel eens afwijken. De opbrengsten uit de grondexploitatie of de verkoop van het Vitaal Centrum. Meestal wordt er een jaar op geanticipeerd om rente lasten op te nemen voor een verwachte aan te trekken lening. Dus veel maar als een jaar te moeilijk te plannen zeker. Ook de rente ontwikkeling is wat moeilijker in te schatten voor de komende jaren. Dus er is geen rekening gehouden met rentelasten voor nieuwe leningen. 2. Onder de alinea “inhoud van mededeling” wordt gerefereerd aan verschillende opdrachten die aan het college zijn gegeven bij de behandeling van de begroting 2020, zo ook de motie verbonden partijen.

Bij hoofdpunt 3 lezen we hierover niets terug. Graag horen we van het college welke interventies zijn gepleegd om mogelijke bezuinigingsmaatregelen van verbonden partijen in beeld te brengen? Welke resultaten heeft dit al opgeleverd en welke resultaten zijn nog te verwachten? Antwoord: De collegeleden hebben in hun rol van lid van het dagelijks en/of algemeen bestuur aangedrongen op bezuinigingen voor zover daar ruimte voor is. Voor het resultaat daarvan verwijzen wij u graag naar de begrotingen van de betreffende gemeenschappelijke regelingen, die u voor zienswijze zijn voorgelegd. 3. In de kennisgeving worden we meegenomen in de verschillende ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de financiële positie van de gemeente. De fractie van Lokaal Alternatief hoort ook graag of er nog ontwikkelingen zijn die een positief effect hebben op de financiële positie van de gemeente? Antwoord: Gelukkig zijn er inderdaad ook een aantal positieve ontwikkelingen. Al zijn die helaas niet van dezelfde hoogte als de tegenvallers. In de autonome ontwikkelingen die in de raad van juli zal worden voorgelegd zijn deze meevallers verwerkt. Daarnaast verwachten wij ook dat grondverkopen in de komende jaren nog tot een positief resultaat zullen leiden. 4. We lezen in de kennisgeving dat de nieuwe aanbesteding van het groenonderhoud €321.000 meer gaat kosten. Als oorzaak wordt o.a.

aangegeven de prijsinflatie en duurder onderhoud door verfraaiing van groen (bv heesters in plaats van gras in kader van revitalisering Nieuwgraaf/Centerpoort). a) Jaarlijks worden de budgetten van de gemeente (incl. onderhoudsbudget) geïndexeerd op basis van het Bruto Binnenlands Product. Kunt u aangeven waarom de prijsinflatie toch één van de oorzaken is dat het onderhoudsbudget onvoldoende is? Antwoord: Binnen het contract hadden we opgenomen dat gedurende de looptijd van het contract geen indexatie zou plaatsvinden. Nu er een nieuw contract is met de aannemer hebben we te maken met die prijsstijging.

b) Enige tijd geleden is in het kader van de revitalisering van Nieuwgraaf en Centerpoort een rondgang over het terrein georganiseerd. Tijdens de rondgang is toegelicht dat in samenwerking met een aantal bedrijven en een hovenier een groenplan is afgesproken. Enkele delen waren destijds al uitgevoerd en deze hebben we direct kunnen aanschouwen. De uitleg daarbij was dat er juist is gekozen voor bepaalde soorten heesters in verband met de plantdichtheid en dat dit op termijn juist leidt tot een besparing van het onderhoud. Waarom wordt dit dan nu als één van de oorzaken genoemd van de kostenstijging? Hoe kan dat? Antwoord: Deze beplanting is als pilot toegepast. Vaste planten toepassen in het openbaar groen was toen nog vrij nieuw. Onderhoudsarme beplantingen met vaste planten zijn goedkoper in onderhoud dan een heestervak of gazon door de toepassing van nieuwe soorten en beheermethoden was de veronderstelling. Variatie en biodiversiteit zijn een belangrijke maat voor de kwaliteit en de belevingswaarde van groenelementen en vaste planten bieden dit. Daarom zijn ze toegepast. De kwaliteitsverhoging van het groen zorgt voor meer beleving en een beter welbevinden. Inmiddels weten we dat vaste planten niet goedkoper zijn dan andere beheergroepen in onderhoud. Veel is afhankelijk van het type grond dat wordt toegepast, bemesting en het onderhoudsniveau dat wordt gehanteerd.

De droge zomers zorgen voor relatief veel uitval ondanks dat er pleksgewijs water gegeven wordt. Het is belangrijk om te blijven investeren in de beplanting om kwaliteitsverlies te voorkomen. 5. Heeft het college aanwijzingen dat de aanbevelingen uit de TaskForce het beoogde resultaat opleveren? U heeft dit vermeld onder de risico’s. Hoe groot schat u dit risico in? Antwoord: Het u bekende rapport van de taskforce jeugdzorg wordt nu geïmplementeerd in samenhang met bedrijfsvoeringsmaatregelen. Wij verwachten dat het in 2020 nog niet geheel lukt om het geraamde bedrag van € 500.000 te realiseren, maar dat dit vanaf 2021 wel lukt. 6. In 2019 was het tekort op de WMO € 250.000. U schrijft, wij verwachten dat dit een structureel karakter heeft. Kunt u toelichten waarom u dit verwacht? Antwoord: Dat was eerder de verwachting n.a.v. het abonnementstarief, wat een aantoonbare aanzuigende werking tot gevolg heeft zonder dat er sprake is van voldoende compensatie. 7. Ziet het college mogelijkheden om de uitgaven omtrent het abonnementstarief terug te dringen? Antwoord: Nee, het abonnementstarief is door de rijksoverheid opgelegd. Gemeenten kunnen dit niet terugdringen. Ook de aanzuigende werking hiervan is niet door gemeenten terug te dringen.

Gemeenten hebben een zorgplicht en als geconstateerd is dat iemand een beperking heeft en vraagt om een Wmo-voorziening, zal de gemeente dit moeten compenseren. Daar staat een zeer lage bijdrage (door de overheid vastgesteld abonnementstarief) tegenover. 8. Wat moeten we verstaan onder het “Deens” model. Antwoord: Het Deens model wordt ook aangeduid als ‘Reablement’ of ‘herstelgerichte zorg’. Kort gezegd gaat het hier om het principe ‘alles wat je zelf nog kan, zelf zolang mogelijk blijven doen’. Het primaire doel is om mensen zo onafhankelijk mogelijk van zorg te maken. Dat betekent dat de zorgvrager de tijd moet krijgen om de ADL (algemene dagelijkse levensbehoeften)- taken weer aan te leren, voor zover dit mogelijk is. Dit staat overigens in de bijbehorende notitie bij kennisgeving beheersbaarheid kosten huishoudelijke ondersteuning. 9. Het voorstel is om circulaire economie vanaf 2024 structureel op te nemen. Bij de begroting 2020 schrijft u, vanaf 2024 “zal de komende jaren naar inzicht en voortgang, mede ten aanzien van

mogelijke rijks- en provinciale middelen, een verdere onderbouwing volgen”. In de begroting 2020 schrijft u dat de eerste fase t/m 2023 concreet is gemaakt. Is dit voor de 2e fase nu ook concreet gemaakt, zodat het budget structureel geraamd kan worden? Is er ten opzichte van vorig jaar meer bekend over rijks- en provinciale middelen? Antwoord: Op dit moment loopt een artikel 2 procedure over de overdracht van nieuwe taken aan de gemeente voortvloeiend uit de klimaatwet. De Raad van Openbaar Bestuur heeft een overzicht gemaakt van alle afspraken uit het Klimaatakkoord die een nieuwe wettelijke taak, een resultaatverplichting of een inspanningsverplichting stellen aan de gemeente. De takenlijst is zeer omvangrijk. De eerste tussenresultaten uit de artikel 2 procedure laten zien dat er een grote regierol wordt verwacht van de gemeente op het gebied van CO2reductie, dmv grondstoffen- en energietransitie. Het eindresultaat van dit onderzoek wordt niet eerder dan november 2020 verwacht. Overigens is er in 2019 een financiële bijdrage vanuit de december circulaire 2019 ontvangen, te weten: Energieloket € 25.000 (resultaat verplichting) Transitievisie warmte € 202.101 (resultaat verplichting) Wijkaanpak € 9.997 + (inspanningsverplichting) Totaal: € 237.098 In 2020 worden ook weer Rijksbijdragen verwacht, details zijn nog niet bekend. 10.

U geeft aan dat de investering in de 2 nieuwe schoolgebouwen een extra kapitaallast vraagt van structureel € 438.000 per jaar. In het IHP is in 2018 een staatje gepresenteerd dat de kapitaallasten oplopen naar € 580.000. Voor alle investeringen in de verschillende schoolgebouwen van de gemeente Duiven. Voor de twee nieuwe schoolgebouwen was een kapitaallast in het IHP opgenomen van € 294.750. U schrijft dat de kapitaallasten voor de twee nieuwe schoolgebouwen oploopt naar € 438.000. Is dit correct of zijn dit de kapitaallasten voor alle investeringen in het integraal huisvestingsplan? Indien dit de kapitaalasten zijn voor het gehele IHP ontvangen wij graag een toelichting over de afwijking ten opzichten van de eerder gepresenteerde € 580.000,-. Antwoord: Het gaat hier om alle investeringen in het IHP. Dus ook de renovatie en verduurzaming van een aantal andere schoolgebouwen. De plannen zijn nog volop in bewerking en zullen te zijner tijd ter besluitvorming aan uw raad worden voorgelegd. In dit stadium proberen we een inschatting te maken van de te verwachten kosten zodat we hier in ons financieel perspectief alvast rekening mee kunnen houden. Zodat we op het moment van besluitvorming niet worden verrast door een extra last die gat slaat in onze begroting. 11.

Wat is de totale kapitaallast van de nieuwbouw van de Remigius of de Wereldwijzer? Kunt u daar bij het onderscheid maken tussen de afschrijvingslasten en rentelasten? Antwoord: Zodra de plannen klaar zijn zullen deze ter goedkeuring worden voorgelegd aan uw raad. Daarin zal dan ook een specificatie van de kosten zijn opgenomen. 12. Bij de vaststelling van het IHP in 2018 is bij het berekenen van de kapitaallasten rekening gehouden met een renteomslag percentage van 2%. Bij de begroting 2020 is een renteomslagpercentage gehanteerd van 0%. Is het op dit moment nog steeds reëel om een rente-

omslagpercentage te hanteren van 2%? Kunt u het verschillend toepassen van de renteomslag toelichten? Antwoord: Door alle commotie rondom corona is het op dit moment erg onrustig op de kapitaalmarkt. We proberen de ontwikkelingen zo goed mogelijk te monitoren. De renteomslag is mede gebaseerd op de leningenportefeuille die wij op dit moment al hebben met de daar aan verbonden rentepercentages alsook op een vaste doorrekening van rente aan bepaalde onderdelen zoals bijvoorbeeld de grondexploitatie. Met de gehanteerde 2% zitten we op dit moment wel aan de zekere kant. 13. Bij het behandelen van de begroting 2020 heeft Lokaal Alternatief vragen gesteld over nieuwe afspraken die door de VNG, het verpakkend bedrijfsleven en Ministerie van I&W zijn gemaakt binnen de raamovereenkomst verpakkingen. Een belangrijke verandering is dat het proces ná inzamelen (sorteren en vermarkten) door een regie-organisatie (die door de gemeente kan worden aangewezen) kan worden overgenomen. De kosten die gemoeid zijn met deze postcollection en vermarkten worden direct afgerekend tussen het Afvalfonds Verpakkingen en organisaties die verantwoordelijk zijn voor dat deel. De afrekening vindt dan niet meer plaats met de gemeente. Tevens vervalt de vergoeding voor post-collection en vermarkten, de inzamelvergoeding blijft gehandhaafd.

Per saldo moet deze verandering zorgen voor een lasten verlichting van de gemeenten. In uw reactie van destijds heeft u aangegeven dat de besluitvorming hierover nog niet geheel afgerond was en dat de gemeente Duiven nog een keuze moest maken. Kunt u toelichten wat de huidige stand van zaken is en of dit mogelijk in 2021 zorgt voor een lastenverlichting binnen het beleidsproduct afval? Indien dit laatste het geval is, horen we graag om welke omvang het gaat? Maar ook wat dit betekent voor de afvalstofheffing als je dit vertaald naar de afvalstofheffing per huishouden? Antwoord: De gemeente Duiven heeft er net als veel gemeenten voor gekozen haar rol in de kunststofketen te beperken tot inzameling. Nieuwe afspraken om de inzameling en recycling van verpakkingen te verbeteren en te vereenvoudigen zijn vastgelegd in ‘De Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029’. De ketenovereenkomst is op 29 november jl. tijdens de ledenvergadering van de VNG aangenomen waarna deze werd goedgekeurd en vastgelegd. De Ketenovereenkomst biedt keuzevrijheid ten aanzien van de rol die gemeenten willen innemen in de keten van inzameling tot recycling van verpakkingen. Gemeenten kunnen er vanaf 1 april 2020 namelijk voor kiezen om hun rol in de kunststofketen te beperken tot inzameling. Daarnaast kunnen ze ervoor kiezen zich aan te sluiten bij een samenwerkingsverband van gemeenten.

De gemeente Duiven heeft gekozen voor het bronscheidingsmodel. Zij zamelt het PMD in bij huishoudens, levert het in op een overslaglocatie. Zij draagt het geaccepteerde materiaal over aan samenwerkingsorganisatie Regie Kunststoffen Nederland (RKN) voor de sortering en de vermarkting. Zij houdt zo nog wel zicht op de sortering en de vermarkting. De voordelen: - Een vergoeding over al het ingezameld PMD (bruto) wordt gegeven aan de gemeente (voorheen over netto uitgesorteerd en afgezet materiaal) - De verrekening van kosten en vergoedingen voor het sorteren/recyclen/vermarkten is een zaak tussen Afvalfonds en het samenwerkingsverband. Hiermee ontstaat een transparanter systeem en verdwijnt het financieel risico voor gemeenten. - Administratieve last gemeente vermindert. (voorheen maandelijkse registratie van uitgesorteerd en afgezet materiaal)

De gemeente Duiven heeft inderdaad een financieel voordeel door de nieuwe vergoedingensystematiek. Ten opzichte van de begrotingcijfers 2020 bedraagt het voordeel ca. 120.000 Euro in 2020. (ingangsdatum nieuwe systematiek 1 april 2020). Het is nu nog niet te zeggen wat de invloed is op de hoogte van de afvalstoffenheffing omdat dit slechts 1 item uit de afvalstoffenheffing is. Er zijn diverse prijsdalingen en verhogingen die invloed op de afvalstoffenheffing hebben.

GroenLinks - Vragen naar aanleiding van financiële situatie Hierbij hebben wij meerdere ingekomen stukken betrokken om e.e.a. meer in samenhang te kunnen bekijken. Programmabegroting 2021-2024 1Stroom en jaarrekening 2019 1Stroom 1. Uit de jaarrekening 2019 blijkt dat de post 'overige personeelskosten', begroot op bijna 1,2 miljoen euro met ruim 3.4 miljoen euro (bijna een factor 4) is overschreden. Uit de omschrijving lezen wij dat dit voornamelijk gaat om inhuur van extra capaciteit/personeel (p20).  Hoe is het mogelijk dat dergelijke overschrijding pas wordt opgemerkt bij het opstellen van de jaarrekening (p19)? Antwoord: Tegenover de overschrijding van € 3.4 mln. staat een onderschrijding van € 2.1 mln. op de post reguliere loonkosten 1Stroom. De ruimte op de reguliere personeelskosten kunnen worden aangewend voor externe inhuur. De overschrijding ad € 1.3 mln. was bij de NJN nog niet voorzien omdat het totaalbeeld van de externe inhuur en de ruimte op formatie niet 1-op-1 aansloot en wel de noodzaak aanwezig was om vooral het sociaal domein en financiën extra te ondersteunen.  Wat wordt er gedaan om dergelijke overschrijdingen eerder te signaleren? Antwoord: De formatieoverzichten zijn per team op orde gebracht en afgestemd met de teamregisseurs. Deze overzichten geven inzicht in de mogelijk aanwezige formatietruimte.

De spelregels voor externe inhuur zijn aangescherpt en worden bewaakt door een regiegroep die de extra inhuur toetst op inhoud, de te leveren prestatie en geld. 2. Uit de tabel met indicatoren uit de jaarrekening 2019 (p6) lezen wij af dat de overhead ruim 50% bedraagt.  Klopt dit en wat zijn de (specifieke) redenen dat dit percentage zo hoog is? Antwoord: het percentage is juist berekend. Het is echter zo hoog, en geeft daardoor wellicht een vertekend beeld, omdat alle overheadkosten in 1Stroom verantwoord worden. Feitelijk zou je de begrotingen van Westervoort, Duiven en 1Stroom samen moeten voegen en dan het percentage opnieuw moeten berekenen. Percentage is dan aanzienlijk lager v.w.b. overhead en geeft dan een meer reëel beeld. Overigens heeft het Dagelijks Bestuur van 1Stroom de organisatie gevraagd met een nadere analyse te komen over dit overheadpercentage en de gemiddelde kosten per inwoner.  Is onze veronderstelling juist dat het overheadpercentage in 2021 toeneemt naar bijna 53% (14,25 miljoen/26,96 miljoen p23 programmabegroting 2021-2024)? Antwoord: Ja, dat klopt maar zie de reactie op voorgaande vraag. 

Wat zeggen de overig genoemde indicatoren bijvoorbeeld in vergelijking met andere (vergelijkbare) gemeenten? Antwoord: Een benchmark met andere gemeenten van vergelijkbare grootte is nog niet gemaakt. Is wel nadrukkelijk de wens om op te pakken met als doel om van elkaar te leren. Van belang is dan wel om vooraf goed stil te staan bij de opbouw en verdeling van directe en indirecte kosten zodat een goede vergelijking ook gemaakt kan worden. De kracht van een goede benchmark is om dit vooraf goed te analyseren en met elkaar te bespreken zodat de uitgangspunten en toebedeling uniform is.

Waarom zijn deze indicatoren niet in de programmabegroting 2021-2024 opgenomen? Antwoord: Dat zijn verplichte onderdeel voor de jaarrekening maar niet voor de begroting. Is het mogelijk deze indicatoren alsnog aan deze programmabegroting toe te voegen? Antwoord: Prima om dit alsnog op te nemen.

3.

Programmabegroting 1Stroom: Waardoor wordt het verschil tussen Begroting en Definitieve begroting veroorzaakt? Antwoord: Wat nu voorligt is een concept meerjarenbegroting. Daarop wordt een zienswijze gevraagd van de Raden. De zienswijzen van de beide gemeenten worden door het Dagelijks Bestuur van 1Stroom met een advies voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur stelt vervolgens de begroting definitief vast. Daar komt bij dat de begrotingen van beide gemeenten en de begroting van 1Stroom elkaar beïnvloeden. Afgesproken is dat nieuw beleidswensen worden afgewogen binnen de begrotingen van beide gemeenten. Pas op een later moment worden die wijzigingen dan doorgevoerd in een bijstelling van de begroting 1Stroom.

4.

In de programmabegroting 1Stroom lezen wij dat de formatie in 2021 met ruim 10 fte zal toenemen. Hiervan wordt aangegeven dat dit voortvloeit uit de voorjaarsnota’s en begrotingen, toename van 4,13 fte.  Om welke besluiten gaat dit concreet?  Waarom wordt er personeel in dienst genomen en vervolgens ‘uitgeleend’? Antwoord: Bij de voorjaarsnota/begroting worden diverse autonome ontwikkelingen en speerpunten aangegeven. Hierbij worden ook de financiële consequenties in beeld gebracht. In diverse gevallen gaat het daarbij ook om personele capaciteit. Het gaat concreet om de volgende uitbreidingen:  Capaciteit voor een schone en veilige leefomgeving (prgrbegr; programma 1) 1,5 fte;  Woonagenda en woningbouwprogramma (prgrbegr; programma 3) 0,6 fte;  Reparatie APV (voorjaarsnota; programma 1) 0,78 fte;  Basisregistratie ondergrond (voorjaarsnota; programma 3) 0,75 fte  Zwerfafval (voorjaarsnota; programma 3) 0,5 fte Door de gemeenten worden deze middelen geaccordeerd. De daadwerkelijke invulling van de capaciteit vindt plaats binnen 1Stroom.

5. Kennisgeving College 31 maart2020 De nieuwe aanbesteding voor groenonderhoud vraagt ruim 320 duizend euro extra per jaar. Een van de kostenverhogende posten die hier wordt genoemd is het verfraaien van groen in het kader van revitalisering Nieuwgraaf/Centerpoort.  Is er voor het revitaliseren van bedrijventerreinen geen bestemmingsreserve of subsidiepot waaruit dit betaald kan worden? Antwoord: Nee. Het project is in afronding en er zijn geen structurele middelen beschikbaar.  Betekent het verfraaien van groen op genoemde bedrijventerreinen dat het niveau van het groen daar hoger is dan in de kernen wordt toegepast? Wat is het verschil in kosten per eenheid tussen bedrijventerrein en kern?

Antwoord: Nee, het onderhoudsniveau van de vaste planten is in heel Duiven hetzelfde. Om kwaliteitsverlies te voorkomen worden deze op een hoger niveau onderhouden dan de andere beheergroepen. In verhouding zijn er wel meer vaste planten toegepast. Van de inwoners wordt meer zelfwerkzaamheid ten aanzien van het groenonderhoud verlangd. Hoe is dit op de bedrijventerreinen: geldt daar ook dat het onderhoud meer in handen van de bedrijven wordt gelegd door gebruik te maken van bijvoorbeeld parkmanagement? Antwoord: Op Nieuwgraaf is geen collectieve vorm van Parkmanagement. Onderhoud op particuliere grond wordt door de bedrijven gedaan. Op openbare grond door de gemeente.

6. Jeugdzorg: Tijdens de voorjaarsnota 2019 is een bedrag van 1,5 miljoen bijgeraamd. Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting wordt deze 1,5 miljoen in het tekort meegerekend.  Betekent dit dat deze 1,5 miljoen niet is opgenomen in de meerjarenbegroting 20202023? Antwoord: In de voorjaarsnota 2019 werd aangegeven dat er grote tekorten op de Jeugdzorg gingen komen. Daarom is er in diezelfde voorjaarsnota voor het 1e jaar een bedrag van 1,5 mln. opgenomen als nadeel. Daarna is in de najaarsnota 2019 ook nog € 435.000 bijgeraamd, dit was incidenteel. In totaal is voor 2019 bijna 2 mln. bijgeraamd. Voor de jaren daarna is een bedrag van 1 mln. opgenomen omdat dan de ombuigingsmaatregelen moeten werken. Na de vaststelling van de voorjaarsnota in juli 2019 is dit ook zo in de meerjarenbegroting 2020-2023 verwerkt. Deze is in november 2019 vastgesteld. In de ramingen waar nu mee wordt gewerkt zijn de genoemde tekorten verwerkt. Jeugdhulp Begroot 

2019 6.627.000

2020 6.021.607

2021 6.021.607

Is met genoemde tekorten al rekening gehouden met de maatregelen die moeten leiden tot een ombuiging van 500.000 euro? Antwoord: Ja.

7. WMO: vanaf 1 juli wordt een minimum tarief gehanteerd dat hoger ligt dan dat de gemeente hanteert. Dit veroorzaakt een tekort.  Wat is de oorzaak dat het gemeentelijk tarief kennelijk significant afwijkt dan het tarief dat vanaf juli as. geldt? Antwoord: De oorzaak is dat de Liemerse gemeenten voorheen een laag uurtarief aan de onderkant van de markt hanteerden. Door de AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) voor het hanteren van marktconforme tarieven zijn gemeenten gedwongen een veel hoger tarief te berekenen, waarbij ook de laatste CAO-afspraken meegenomen moeten worden. Door de nieuwe CAO-afspraken zijn de uurtarieven behoorlijk gestegen. De nieuwe uurtarieven zijn berekend door een deskundige op dat gebied. Hiermee kom je op een reëel uurtarief die voldoet aan alle normen. Deze gaan in met ingang van de nieuwe aanbesteding per 1 juli 2020. 8. Circulaire economie: Vanaf 2024 wordt hiervoor 250.000 euro structureel extra gaat kosten. Dit bedrag is tot stand gekomen op basis van berekeningen.

Hoeveel bedraagt het totale bedrag dat vanaf 2024 voor circulaire economie nodig is? Wat gaat men daar voor doen? Is er sprake van varianten waaruit een keuze mogelijk is en waarbij het nodige bedrag mee beweegt? Antwoord: Het is niet correct dat er een extra inspanning wordt gevraagd. Voor de energietransitie is berekend dat dit ons € 250.000/jaar (langjarig gemiddeld) zal kosten, zowel t/m als na 2023. Het vraagstuk dat nu voorligt is hoe deze kosten na 2023 te dekken   

9. IHP: Er is sprake van 2 nieuwe schoolgebouwen. In een eerdere behandeling is aangegeven dat het per nieuw schoolgebouw om 3 tot 4.5 miljoen euro gaat. Er wordt hier gesproken over een extra kapitaallast oplopend tot 438.000 euro in 2024. De onderstaande tabel geeft een overzicht van investeringen die we bij een aantal scholen willen gaan doen (zie ook het door uw raad vastgestelde IHP). Daarbij is een inschatting gemaakt van de hoogte van de investering en daar is een globale afschrijvingstermijn aangehangen. Bovendien hebben we een grove inschatting gemaakt van het jaar van oplevering. We zitten nu midden in het proces van onderzoek en ontwerp, dus de termijnen zouden nog kunnen gaan schuiven. Zoals ook in het IHP is aangegeven dragen de scholen ook bij (voor zover de mogen). Ook dit proces loopt nog volop. Eventuele extra bijdragen van de scholen zouden het investeringsbedrag mogelijk nog kunnen drukken. We zijn in de berekening uitgegaan van een heel laag rentepercentage afgaande op de huidige situatie op de kapitaalmarkt en de lage rentestand. Bij de definitieve goedkeuring van de investeringen zullen we de exacte investeringsbedragen en kapitaallasten kunnen berekenen. Dit is het overzicht:

 Wanneer heeft de keuze van de 2 nieuw te bouwen scholen plaatsgevonden?

Antwoord: Uw raad heeft met het vaststellen van het IHP primair onderwijs gekozen voor nieuwbouw voor zowel de Remigius als voor de combinatie Wereldwijzer/ Wiekslag. Als gevolg van dit besluit is samen met de schoolbesturen het proces naar nieuwbouw reeds ingezet. Dit heeft inmiddels geleid tot voorkeurslocaties en de opdrachtverlening aan 2 bureaus die aan de slag zijn met een functioneel programma van eisen. Zoals in de kennisgeving financiële situatie gemeente Duiven al is opgemerkt moeten voor deze investeringen de kredieten nog door de raad beschikbaar worden gesteld.  Boven op welke lasten komen deze extra lasten? Antwoord: Voor de investeringen in de scholen zijn tot dusver nog geen ramingen opgenomen. Pas bij de definitieve goedkeuring voor de plannen gaan we de ramingen aanpassen.  Wat zijn de kosten per nieuw te bouwen schoolgebouw?

Antwoord: Zie bovenstaande tabel.

 Waarom is het raadzaam nu al, voor de bouw, kapitaallasten op te nemen?

Antwoord: Zoals in de kennisgeving financiële situatie gemeente Duiven al is opgemerkt is het ondanks dat de kredieten nog door uw raad beschikbaar moeten worden gesteld voor het transparante en eerlijke beeld van de meerjarenbegroting toch raadzaam om ze op te nemen in de meerjarenperspectieven. 10. Risico's: Het college benoemt een aantal risico's.  Welke van de genoemde risico's heeft volgens het college de meeste impact op de financiële positie? Antwoord: Een verdere duiding van de genoemde risico’s met de kennis van nu is als volgt: - lukt het ons om de geplande ombuiging van de kosten jeugdzorg te realiseren? Het u bekende rapport van de taskforce jeugdzorg wordt nu geïmplementeerd in samenhang met bedrijfsvoeringsmaatregelen. Wij verwachten dat het in 2020 nog niet geheel lukt om het geraamde bedrag van € 500.000 te realiseren, maar dat dit vanaf 2021 wel lukt. - De kans dat de bijdrage van € 1 mld van de rijksoverheid voor de jaren 2019/2020/2021 niet vervolgd wordt door een structurele bijdrage van gelijksoortige omvang, achten wij gering. Het is onmiskenbaar dat de kosten zijn toegenomen en dat gemeenten in problemen komen. Lopende onderzoeken zullen dat ongetwijfeld uitwijzen, zodat de rijksoverheid daar naar onze verwachting niet om heen kan. - De kans dat de kosten van de jeugdzorg nog verder toenemen is moeilijk in te schatten.

De ontwikkelingen in het laatste kwartaal van 2019 en het eerste kwartaal van 2020 lijken daar niet op te wijzen. Voor wat betreft de Wmo hebben we belangrijke factoren nu goed in beeld, wel houden we rekening met een geleidelijke toename als gevolg van de vergrijzing. - De herverdeling van het gemeentefonds is voor niet-betrokkenen een black box, waarvan het op dit moment onmogelijk is in te schatten wat het effect zal zijn. De praktijk leert dat eventuele herverdeeleffecten via overgangsregelingen geleidelijk doorgevoerd zullen worden. De fondsbeheerders willen wel een maximum nadeel per inwoner invoeren. Als die bijdrage wordt vastgelegd op € 25 dan zou dat voor Duiven een structureel nadeel opleveren van € 625.000. 

Er is door het college aan diverse maatschappelijke en bedrijfsmatige activiteiten uitstel gegeven in het voldoen van hun financiële verplichtingen. Hoe wordt er omgegaan met het begrip uitstel, wat is de termijn die u voor ogen staat? Wat zijn de verwachtingen/gedachten over hoe en wanneer aan deze uitgestelde verplichtingen moet worden voldaan? Antwoord: Het college wil voor bedrijfsmatige activiteiten aansluiten bij werkwijzen en protocollen die voor de betreffende bedrijfstak worden opgesteld. Voor de verenigingen, wil het college aansluiten bij het geldende stimuleringsbeleid. Dat betekent maatwerk in het perspectief van een meerjarenplan voor de toekomstbestendigheid van de vereniging. Hoe is de stand van zaken m.b.t. de BBZ-regeling (uitgaven in relatie met vergoeding van rijk)? Antwoord: Graag verwijzen we u naar de bulletins van de RSD die u met enige regelmaat worden toegezonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=c4b530b1-3a87-494f-9cb4-51bd6b24af6a