Beantwoording schriftelijke vragen over Kennisgeving financiele situatie gemeente Duiven.docx
Tekst van het document
Beantwoording schriftelijke vragen over de kennisgeving financiën van 31 maart 2020 Van de fracties van VVD, CDA, D66, LA, SP en GL hebben wij vragen ontvangen over de kennisgeving over de financiën van onze gemeente. In onderstaand overzicht geven wij onze antwoorden per fractie. Voor de duidelijkheid zijn de antwoorden in rood afgedrukt. Zoals eerder afgesproken, is er op 26 mei een informele bijeenkomst over de kennisgeving waarbij mondeling verder kan worden ingegaan op de vragen en de kennisgeving. Het college gaat ervan uit dat het hier vooral gaat over de financiële kant van de zaak en bereidt zich daar op voor. Wij stellen ons voor dat inhoudelijke vragen op een ander moment aan de orde komen, zoals ook het geval voor vragen over de Wmo, die op een extra politieke avond van 2 juni gesteld kunnen worden. Graag willen wij nog benadrukken dat de kennisgeving van 31 maart het financiële perspectief van dat moment weergeeft. In de kennisgeving hadden we ook al vermeld dat we het niet uitgesloten achten dat er nog nieuwe ontwikkelingen richting de Voorjaarsnota te melden zouden zijn. Dat is ook het geval en de nieuwe ontwikkelingen zullen we op twee manieren verwerken: in de tussenrapportage en in de scenario’s. In de tussenrapportage zullen we autonome ontwikkelingen weergeven met een financieel effect.
Deze tussenrapportage zal de raad ook ter besluitvorming op 7 juli worden aangeboden. Het financiële effect van de tussenrapportage zal ook worden verwerkt in het raadsvoorstel dat ingaat op de mogelijkheden om het financiële gat te overbruggen. In dat raadsvoorstel zal een voorkeursscenario van het college worden opgenomen, met alternatieven in andere scenario’s. Voor wat betreft de financiële effecten van de coronacrisis, zijn in onze organisatie acties uitgezet om de kosten daarvan apart in beeld te krijgen en houden. Dit mede als onderbouwing van financiële claims bij rijk en provincie. Op dit moment hebben wij daarvan nog geen afgerond beeld. Zodra wij dat wel hebben, zullen we daarover de raad informeren. Burgemeester en wethouders van Duiven
29-4-2020 - Vragen VVD Kennisgeving financiële situatie gemeente Duiven Alvorens te komen tot onze gedetailleerde vragen over de kennisgeving willen wij vooraf een aantal algemene opmerkingen benoemen. We merken op dat de kennisgeving gaat over verschillende onderwerpen; De voorjaarsnota en begroting 2021, het is een soort tussenrapportage met een waarschuwing dat we een grote afwijking verwachten op het huidige begrotingsjaar en tot slot worden de gevolgen van de huidige crisis benoemd. De VVD wil graag vasthouden aan de sluitende begroting in 2023 en de jaren erna. De VVD heeft een aantal randvoorwaarden als uitgangspunt:
We moeten voorkomen dat we de geblokkeerde reserves aan moeten spreken. Iedereen draagt bij. Heroverwegen van (grote) investeringen. We moeten proberen de gemeenschapszin die in de huidige crisis is ontstaan vast te houden. Kostenbesparing gaat voor lastenverzwaring.
Verder vindt de VVD het belangrijk om inzicht te krijgen in de extra kosten die voortvloeien uit de maatregelen die genomen zijn tijdens de Coronacrisis. Zoals de het opschorten van de huur van gemeentelijk vastgoed, communicatie, opschorten van belasting en de extra capaciteit van de RSD. Ook zijn we benieuwd naar de inkomstenderving waar Corona de oorzaak van is. Wij hebben over de genoemde onderwerpen de volgende vragen: Het college benoemt in de kennisgeving Nieuwe ontwikkelingen: verdere tegenvallers en nieuwe investeringen. De VVD is benieuwd naar de noodzaak van de nieuwe investeringen en welke kosten zijn nog te beperken? Dit geldt ook voor de tegenvallers, welke zijn nog te beïnvloeden? Antwoord: In de aangehaalde paragraaf wordt een aantal posten genoemd. Daarvan is de enige investering waarover nog geen besluit is genomen de bouw van de twee nieuwe scholen. Wel is eind 2018 het Integraal Huisvestingsplan vastgesteld. De investering in de circulaire economie vanaf 2024 is het directe gevolg van het besluit van de gemeenteraad om de klimaatdoelen te halen in 2050 en de daarvoor benodigde middelen beschikbaar te stellen. Over de mogelijkheden de kosten in de jeugdzorg en Wmo te beperken bent u via verschillende documenten al geïnformeerd. Er wordt ook gesproken over risico’s die we al kenden, we hebben in Duiven een gemeenschappelijk probleem in het sociale domein.
Het college geeft aan dat het niet zeker is dat de beoogde bezuinigingen worden gehaald. Wij vragen ons af wat er nodig is om deze maatregelen tijdig te laten renderen. Antwoord: Het is een samenspel van meer regie op de werkwijze rond verwijzing naar jeugdhulp en op de eventueel benodigde aanvragen voor verlenging door de inzet van meer expertise aan de voorkant o.a. bij het Sociaal Loket. In combinatie met strakkere regie met ingang van 1 juli 2020 binnen de Inkoop van jeugdhulpvoorzieningen op de gecontracteerde zorgaanbieders. Het gaat hierbij om kwaliteit en rechtmatigheid, de inzet van passende jeugdhulp, afschaling van jeugdhulp wanneer dit mogelijk is, meer inzet op preventie, het bevorderen van samenwerking tussen zorgaanbieders met als doel wachtlijsten zoveel mogelijk te minimaliseren.
Corona-crisis Het is niet zeker dat de bijdrage vanuit de centrale overheid de BBZ-regeling dekt, De VVD gaat ervan uit dat deze regeling de gemeente Duiven geen extra geld kost. Hoe gaat het college hiervoor zorgen? Antwoord: Wij zien dat de VNG hier boven op zit en het rijk deze belofte heeft gedaan. Wij blijven dit nauwgezet volgen en hebben ook al een gezamenlijke brief met de regio verzonden. Ook de provincie volgt dit nauwgezet en pleit voor het belang van de gemeenten. Voor wat betreft het proces richting de voorjaarsnota en de begroting kunnen wij ons voorstellen dat de burgerbegroting met de daarbij behorende kosten heroverwogen worden. De VVD kan zich vinden in de voorkeur van het college met betrekking tot het proces richting de begroting. Het college heeft in overweging hoe invulling te geven aan het raadsbesluit over de burgerbegroting uit 2019
29-4-2020 Vragen CDA over kennisgeving 1. Nieuwe aanbesteding groenonderhoud: a) Wat houdt “op termijn zou dat tot een besparing moeten kunnen leiden” in en waar moeten we dan aan denken/van uit gaan? Antwoord: Op dit moment werken we aan het in beeld brengen van de Basis (de basis in beeld). We brengen in beeld welk vigerend beleid we hebben, welk areaal we onderhouden en welke financiële middelen we daarvoor hebben. Wij verwachten na de zomervakantie hiermee naar de gemeenteraad te komen. b) Volgens de memo van het college d.d. 07-11-2019 zou in het 1e kwartaal van 2020 gestart worden met het traject om te komen tot integraal beleid op de openbare ruimte en dat de raad in dit proces zal worden meegenomen. Hoe verhoudt deze memo zich met de Kennisgeving d.d. 31-3-2020 over dit onderwerp? Antwoord: Het zijn twee verschillende dingen. Vanwege het aanbestedingen beleid moesten we het reguliere onderhoud opnieuw aanbesteden. Die uitkomst is nu bekend. Daarnaast is er een proces bezig om te komen tot nieuw integraal beleid voor de openbare ruimte. Daarin zal ook groen worden meegenomen. c) Bij het groenonderhoud wordt gesproken over een ‘transformatie’ waarbij de samenleving meer wordt ingeschakeld.
Kan het college hier een toelichting op geven wat hiermee bedoeld wordt en op welke manier en termijn dit gaat spelen? Antwoord: Dat wordt verder vorm gegeven in het proces om te komen tot nieuw beleid openbare ruimte en is afhankelijk van de dialoog die we voeren met de samenleving en de kaders die de gemeenteraad mee gaat geven op basis van de uitkomsten van de Basis in Beeld. 2. Extra tekort jeugdzorg: a) Zie vraag bij punt 9 onder b. m.a.w. hoe realistisch zijn de kosten? Antwoord: Het is een inschatting op grond van ervaringscijfers van de inzet en de kosten van jeugdhulpvoorzieningen. Met daarbij de geschatte afname ervan bij een andere, nog meer nauwgezette, werkwijze bij verwijzing naar en verlenging van jeugdhulp. b) Graag ontvangt het CDA een overzicht van de inkomsten en uitgaven van de jeugdzorg en WMO sinds het in werking treden van de decentralisatie. Uit dit overzicht zou in ieder geval ons inziens het jaarlijkse overschot dan wel tekort moeten blijken. Antwoord: overzicht Duiven sociaal domein 2015-2018 wmo
2015
2016
2017
2018
rijksbijdrage uitgaven ZIN1/PGB2 diverse overige kosten3 saldo
€ 2.635.606 € -1.100.813 € -602.436 € 932.357
€ 2.949.703 € -1.053.624 € -655.510 € 1.240.569
€ 2.996.613 € -1.469.163 € -1.194.926 € 332.524
€ 3.214.861 € -1.714.527 € -947.927 € 552.407
1 Zorg in Natura
2 Persoonsgebonden Budget
3 Het betreft hier organisatiekosten, waaronder uitvoeringskosten
jeugd
2015
2016
2017
2018
rijksbijdrage uitgaven ZIN/PGB diverse overige kosten saldo
€ 6.280.226 € -4.810.085 € -688.806 € 781.335
€ 5.463.989 € -4.801.104 € -693.630 € -30.745
€ 5.331.591 € -5.074.758 € -495.148 € -238.315
€ 5.147.770 € -7.186.922 € -566.434 € -2.605.586
De hulpmiddelen (oude WVG) en HbH Hulp bij Huishouding ontbreken in dit overzicht want deze behoren niet bij de nieuwe taken sinds 2015. c) Bij de risico’s is aangegeven dat er vanaf 2020 een structurele ombuiging van € 500.000 is ingeboekt. Wat is de stand van zaken omtrent deze ombuiging? Antwoord: Het u bekende rapport van de taskforce jeugdzorg wordt nu geïmplementeerd in samenhang met bedrijfsvoeringsmaatregelen. Wij verwachten dat het in 2020 nog niet geheel lukt om het geraamde bedrag van € 500.000 te realiseren, maar dat dit vanaf 2021 wel lukt. d) Is de gemeente in staat dit (tijdig) te monitoren? Antwoord: Er zijn met vaste regelmaat tot en met 2021 updates en evaluaties ingepland binnen de projectduur van “Jeugdhulp in de hand”. 3. Tekort WMO: a) Een kennisgeving op dit onderwerp is 07-04-2020 toegestuurd. In de hierbij behorende notitie worden twee voorstellen gedaan: 1. Vanwege de beperkte mogelijkheden stellen wij voor de indicatiestelling stringenter uit te gaan voeren gebaseerd op het Deens model en zoveel mogelijk HO-cliënten gebruik te laten maken van de algemene voorziening HO vanaf 1 juli 2020, wat op termijn tot een beperkte beheersbaarheid van kosten kan leiden. 2. Verder lijkt er geen andere mogelijkheid te zijn dan structureel bij te ramen. Op basis van de doorrekening 2019 structureel € 600.000,00 bij ramen en dit in de voorjaarsnota op te nemen.
Vraag: Wat is de status van de twee voorstellen en zijn er nog specifieke maatregelen te verwachten om het tekort enigszins in positieve zin te kunnen beïnvloeden. Zo ja, waar moeten we dan aan denken en zo nee, wat is dan de verklaring hiervoor? Antwoord: Het college heeft inmiddels besloten om deze maatregelen vanaf 1 juli aanstaande door te voeren. Het zijn voorstellen die genomen kunnen worden om de kosten enigszins beheersbaar te houden. Dit zijn de enige reële maatregelen die genomen kunnen worden. Als er andere maatregelen waren hadden we ze benoemd in de notitie. 4. Circulaire economie a) Welke consequentie heeft het niet beschikbaar stellen van het geld voor de circulaire economie vanaf 2024 en voor 2021-2023 (dus terugkomen op hetgeen we bij de voorjaarsnota 2019 besloten hebben)? Antwoord: Het ter beschikking gestelde bedrag (aandeel Duiven € 250.000,-) is benodigd om de doelstelling ‘energieneutraal in 2050’ te behalen en is gebaseerd op ‘Energietransitie Duiven: programmatische aanpak’ zoals deze in 2019 aan u gepresenteerd is en middels kennisgeving met u gedeeld is. Kortweg: als wij dit geld niet ter beschikking stellen, is de doelstelling 2050 naar de huidige inzichten niet haalbaar. Deze doelstelling is overigens niet langer een lokale
ambitie maar is inmiddels verankerd in de Klimaatwet en daarmee verworden tot een wettelijke plicht. 5. Investering in twee nieuwe scholen: a) Dit vraagt een extra kapitaallast die zich opbouwt naar een bedrag van € 438K in 2024. Hoe verhoudt dit bedrag zich met de kennisgeving van het college d.d. 19-11-2019 waarin staat vermeld dat bij de twee nieuwe scholen geen/beperkte verzwarende financiële factoren aanwezig zijn? Antwoord: In de kennisgeving “Voortgang uitvoering IHP primair onderwijs” van 19-11-2019 wordt niet gesproken over financiën. b) Kan per school worden aangewezen wat de kapitaallasten zijn en zo ja, dan graag de specificatie hiervan inclusief de bedragen die voor de grond zijn meegenomen. Zo niet, waarom kan dit dan niet? Antwoord: Veel meer kunnen we nog niet specificeren omdat de plannen nog in bewerking zijn. c) Hoe kan het dat er nu een structurele last vanaf 2024 is voor twee nieuwe scholen terwijl bij het voorstel inzake het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs Duiven een extra structurele last van ongeveer € 574.000 werd voorzien voor alle scholen? Antwoord: Naast de investering in twee nieuwe scholen gaan we in het kader van ‘frisse scholen’ ook investeren in andere schoolgebouwen.
d) Is de extra last voor de twee nieuwe scholen inclusief de kapitaallast van de gezamenlijke boekwaarde van de drie te slopen scholen? Zo niet, zijn hier dan nog extra kosten in te verwachten? Antwoord: In de voorlopige berekeningen is nog geen rekening gehouden met de sloop. Bij sloop zal de resterende boekwaarde in 1 keer worden afgeschreven en deze waarde zal dan in dat jaar als verlies worden genomen. De kapitaallast die nu nog in onze ramingen zit gaat dan uit de boeken en zal een structureel voordeel opleveren. e) Kan voor de twee nieuwe scholen per school een uitsplitsing worden gegeven van de kapitaallasten? Antwoord: We zijn in de laatste berekeningen uitgegaan van investeringen van € 5,8 mln. en € 4,8 mln. die in 40 jaar worden afgeschreven. Het is op dit moment nog heel lastig daar een rentepercentage aan te hangen vanwege de onzekerheden op de kapitaalmarkt. f) Wat kost nieuwbouw c.q. wat bedragen de kapitaallasten als ‘slechts’ aan de minimale wettelijke eisen die gesteld worden aan nieuwe scholen wordt voldaan? Een uitsplitsing dus van de investering in een deel in verband met het wettelijk minimum en een deel met aanvullende wensen. Antwoord: Zoals al in het IHP is verwoord hanteert de gemeente Duiven voor wat betreft de bouwnormen (m2) de model huisvestingverordening (van de VNG), echter niet de daarbij genoemde normbedragen.
Reden daarvoor is dat ze in de praktijk niet of nauwelijks toereikend zijn, en zeker niet in het licht van de huidige kwaliteitsnormen “frisse scholen B” en de duurzaamheidsambities. In de toekenning van de financiering zijn in Duiven in het verleden altijd de marktconforme bedragen gehanteerd. Een lijn die zich nu ook landelijk ontwikkelt. De in het IHP genoemde bedragen sluiten daarop aan en worden derhalve ook gehanteerd in de ramingen. Een nieuwe school bouwen die niet passend is bij de huidige kwaliteitsnormen en duurzaamheidsambities is geld weggooien en kost uiteindelijk meer omdat die nieuwe gebouwen later alsnog moeten worden aangepast. We zetten die nieuwe
onderwijsaccommodaties voor tientallen jaren neer. Daarbij komt nog dat de schoolbesturen de verantwoordelijkheid van het realiseren van een schoolgebouw tegen “slechts” de normbedragen niet zullen accepteren. Zij kunnen daar immers geen accommodatie voor realiseren en zelf investeren in een gebouw dat mogen ze niet, wegens het investeringsverbod. Zie voor de gehele onderbouwing verder het IHP daarin staat prachtig onderbouwd waarom we bepaalde keuzes hebben gemaakt, waar ook uw raad mee heeft ingestemd. g) Is het mogelijk de investering te temporiseren dan wel helemaal te laten vervallen (dus geen nieuwbouw)? Antwoord: Uiteraard is dit mogelijk, de betreffende kredietvoorstellen komen nog naar de raad. Maar dit heeft vanzelfsprekend verregaande consequenties. Uw raad heeft met het vaststellen van het IHP primair onderwijs gekozen voor nieuwbouw voor zowel de Remigius als voor de combinatie Wereldwijzer/ Wiekslag. Ook is samen met de schoolbesturen het proces naar nieuwbouw al ingezet. Dit heeft inmiddels geleid tot voorkeurslocaties en de opdrachtverlening aan 2 bureaus die aan de slag zijn met een functioneel programma van eisen. Verder wordt er vanwege de keuze voor nieuwbouw door de schoolbesturen niet meer grootschalig geïnvesteerd in de bestaande accommodaties. De keuze voor nieuwbouw is via het IHP goed onderbouwd genomen.
Daar nu op terugkomen ontslaat ons als gemeente niet aan de investeringsplicht in goede onderwijsvoorzieningen. h) Heeft temporisering dan wel laten vervallen van nieuwbouw van de Remigius nog gevolgen voor het Woonpark (als onderdeel van het VCD)? Antwoord: In de kennisgeving “Voortgang Nieuwbouwlocaties” is onderstaande opgenomen: Totdat er een besluit genomen wordt of basisschool Remigius definitief verhuist naar de door het college en schoolbestuur aangewezen voorkeurslocatie (grenzend aan het Liemersplein) staat VCD Woonpark on hold. Een mogelijke woningbouwontwikkeling op deze locatie is volgend op de mogelijke inpassing van een school. i) Vindt er overleg plaats met de scholen over specifieke logistieke maatregelen die moeten worden genomen rondom coronavirus en onderwijs en zo ja, wat is de inhoud hiervan? Zo nee, is dit dan nog te verwachten? De logistieke maatregelen die moeten worden genomen door de scholen i.v.m. het coronavirus, zijn een verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. De gemeente steunt waar nodig en onderhoudt contacten. 6. a)
Corona-crisis Wordt er in VNG-verband gesproken met het kabinet over het vergoeden van de kosten die geschetst zijn onder het kopje ‘Corona-crisis’ in de kennisgeving? Zo ja, dan ontvangen wij graag een samenvatting dan wel de status van de denkrichting hierover. Antwoord: Jazeker, de VNG stuurt regelmatig een update van de gesprekken hierover met de rijksoverheid in de vorm van ledenbrieven. Deze brieven kunnen worden ingezien via de website van de VNG.
7. Jaarrekening gemeente Duiven 2019 a) Kan de raad dit jaar tijdig ( in juli 2020) de jaarrekening 2019 vaststellen inclusief accountantsverklaring zodat deze tijdig bij de Provincie Gelderland kan worden ingediend? Antwoord: Wij hebben vorig jaar de belofte gedaan dat de jaarrekening dit jaar op tijd zou worden behandeld. We steken er ook veel tijd en energie in om die belofte waar te kunnen maken. Het is nog steeds ons streven om op tijd klaar te zijn. Het besluit van de raad om dit jaar geen voorjaarsnota te maken levert lucht op in de planning. De zorgelijke financiële situatie zorgt er
echter wel voor dat we de julicyclus moeten gebruiken om, vooruitlopend op de begroting, van de raad te horen of zij in kunnen stemmen met de bezuinigingsmaatregelen. 8. Voortgang woningbouwprogramma a) De laatste tijd is veelvuldig gesproken over de nodige woningbouwplannen en de versnelling daarvan. Graag een reactie of de huidige ‘Corona-crisis’ daarbij voor vertraging zorgt en of er mogelijkheden zijn deze vertraging ongedaan te maken dan wel te beperken? Een update van de Kennisgeving d.d. 18-02-2020 (documentnummer 201444961) wordt hierbij op prijs gesteld. Antwoord: Het werken aan het woningbouwprogramma gaat ondanks de coronacrisis zo goed als mogelijk door en levert hooguit geringe vertraging op. Over de gehele voortgang melden we meer in een kennisgeving die naar verwachting nog voor het zomerreces, waarschijnlijk in de loop van juni, naar de raad komt. 9. N.a.v. brief Provincie Gelderland d.d. 15-04-2020: a) Is het college met al onze gemeenschappelijke regelingen in contact getreden om grip te houden op dit gedeelte van ons gemeentelijk beleid en financiën? Antwoord: In de gemeenschappelijke regelingen waar we in deelnemen zijn we ook vertegenwoordigd in de besturen. Op deze wijze proberen we onze invloed te laten gelden.
b) Kan worden voldaan aan oproep van de provincie om bij de begroting 2021 de kosten voor het sociaal domein realistisch te begroten? Antwoord: In het verleden hebben we de kosten voor het Sociaal Domein budgettair neutraal geraamd. Dus afhankelijk van we aan gelden vanuit het rijk ontvingen hebben we kosten opgenomen. Met de zinsnede die hier wordt aangehaald uit de brief van de provincie wil men daar eigenlijk aangeven dat deze handelwijze niet meer wordt geaccepteerd. Gedwongen door de grote tekorten waar we de afgelopen periode tegen aan zijn gelopen waren wij al van deze werkwijze afgestapt en zijn we realistisch gaan ramen. c) Het is niet langer toegestaan om bij onvoldoende financiële middelen een termijn van vier jaar te hanteren voor het vormen van een voorziening (dit was mogelijk om achterstallig onderhoud financieel in te lopen wanneer een gemeente onvoldoende middelen heeft om een dergelijke voorziening in één keer te vormen). Onze vraag hierover is of zich dit in onze gemeente voordoet en zo ja, wat de gevolgen hiervan voor de begroting 2021 zijn? Antwoord: Deze situatie doet zich in Duiven niet voor. 10. Budget Provincie noodhulp voor noodhulp aan gemeenten: a) Op 22-4-2020 heeft de Provincie Gelderland besloten om € 10 miljoen euro voor noodhulp beschikbaar te stellen waarvan een deel ook voor gemeenten.
Is er al contact tussen de gemeente Duiven en de Provincie hoe dit vorm wordt gegeven en wat en wanneer we hiervan iets kunnen verwachten? Antwoord: De provincie heeft ons van de gang van zaken op de hoogte gesteld. Duiven kan rekenen op een bedrag van ongeveer € 70.000. De provincie heeft ook aangegeven dat dit bedrag als subsidie moet worden aangevraagd en dat eind van dit jaar verantwoording moet worden afgelegd wat met dit geld is gedaan. Het aanvragen van de subsidie is al in gang gezet. Vorige week hebben wij een brief aan de Provincie gestuurd waarin we vragen om extra geld voor de korte en lange termijn.
11. Uitstel Investeringen a) In het verleden zijn een aantal investeringen genoemd, zoals een fietstunnel of het opknappen van de Van Dorth tot Medlerstraat/Eltensestraat. Graag ontvangt het CDA een overzicht van dergelijke investeringen met daarbij de mogelijke gevolgen van eventueel uit-of afstel. Antwoord: Fietstunnel Zuidsingel Voor de bijdrage van de gemeente Duiven van € 270.000,-- is een jaarlijkse kapitaallast van € 13.500,-- berekend. Echter, op dit moment wordt een kennisgeving voor de Raad voorbereid met de stand van zaken van dit project. De strekking hiervan is dat we samen met de provincie tot de conclusie zijn gekomen, dat deze tunnel niet uit te voeren is binnen de geldende (financiële) randvoorwaarden. Over de financiële afwikkeling van dit project worden momenteel afspraken gemaakt met de provincie Gelderland. Netto zal dit een lagere lastendruk betekenen. Een en ander is momenteel in voorbereiding. In overleg met de provincie wordt ook beoordeeld of een verkeersveilige oplossing op maaiveld niveau tot de (financiële) mogelijkheden behoort. Herinrichting Burgemeester van Dorth tot Medlerstraat en Eltensestraat. Het al of niet doorgaan van de herinrichting van de Burgemeester van Dorth tot Medlerstraat/Eltensestraat maakt onderdeel uit van het bezuinigingspakket.
De enige andere investering waar al wel toe besloten is, maar die nog niet is uitgevoerd is de herinrichting Rijksweg. Gelet op de grote subsidiebedragen die voor dit project zijn toegezegd, achten wij het onverstandig dit project nu te heroverwegen.
1-5-2020 – Vragen D66 Kennisgeving financiële situatie gemeente Duiven 1. In de "MEMO ter beantwoording van vragen vanuit de raad" d.d. 7 november 2019 [betreffende de aangehouden Motie nieuw groenbeleid] wordt in de laatste zin aangegeven dat de raad in het integraal beleid openbare ruimte zal worden meegenomen. Nu blijkt het college op 24 maart 2020 voor structureel € 321.000 per jaar het groot onderhoud openbaar groen opnieuw te hebben aanbesteed. Hoe vallen deze twee zaken met elkaar te rijmen, d.w.z. a. heeft het college hierbij a] haar actieve informatieplicht [zie art. 169 Gemeentewet]
naar de gemeenteraad geschonden, Antwoord: Voor wat betreft de informatieplicht, een week nadat het college heeft besloten tot de voorlopige gunning, is de raad bij kennisgeving van 31 maart geïnformeerd. Voor inhoudelijke informatie verwijzen wij naar de beantwoording van de vragen van GroenLinks en het CDA. b. is het college voorbijgegaan aan de kaderstellende taak van de raad die met de motie beoogd was, Antwoord: Zoals hiervoor al is gesteld, gaat het hier over het reguliere onderhoud en daarvoor gelden de huidige kaders van het groenbeleid. c. moet geconcludeerd worden dat het college het budgetrecht van de gemeenteraad [art. 189 Gemeentewet] heeft geschonden en Antwoord: Het college heeft tot taak de uitvoering van beleid ter hand te nemen, zoals het onderhouden van de openbare ruimte. Op het moment dat een bestaande reguliere taak na een aanbesteding meer geld blijkt te kosten dan het beschikbare budget, is de reguliere werkwijze om deze extra kosten te verantwoorden in de Voorjaarsnota/Najaarsnota of tussenrapportage. Gelet op recente afspraken over de P&C-cyclus in 2020, zal deze overschrijding worden gemeld in de tussenrapportage die voor de cyclus van 7 juli zal worden aangeboden aan de raad. d.
heeft het college, zonder de raad daarin te betrekken zoals toegezegd, het onderhoud openbaar groen voor een hoger bedrag aanbesteed dan enerzijds in de begroting 2020 - 2023 is toegestaan en anderzijds behoort bij de extreme prudentie t.a.v. budgetoverschrijdingen bij de huidige financiële situatie van de gemeente Duiven? Antwoord: Het college heeft uitvoerig stil gestaan bij de vraag of tot gunning van het groenonderhoud zou moeten worden overgegaan gelet op de overschrijding. Daarbij speelden de volgende factoren een rol: -
-
-
Als we de prijsstijgingen van de afgelopen jaren in ogenschouw nemen, is de prijsstijging goed te verklaren, zeker in combinatie met de veranderde marktomstandigheden. Het beschikbare budget voor het groenonderhoud is in de afgelopen 5 jaar niet gestegen. Een signaal daarvoor was al eerder zichtbaar: vorig jaar hadden we een geschil met de aannemer over de indexering van de kosten voor het groenonderhoud ter grootte van ruim € 150.000. We hebben toen ieder de helft daarvan betaald. In de Najaarsnota hebben we de raad daarover geïnformeerd. Ook forse bezuinigingen op de budgetten voor het groenonderhoud in 2011 en 2014 maken dat er geen gemakkelijke manieren zijn om het benodigde bedrag voor onderhoud nu binnen het beschikbare budget te houden. De verantwoordelijkheid van de gemeente voor de openbare ruimte brengen bepaalde werkzaamheden met zich mee.
Alles afwegende heeft het college toch tot gunning besloten, zich realiserende dat er betere omstandigheden denkbaar waren geweest voor deze boodschap. 2. Op p. 4 van de Kennisgeving [zie onderwerp] wordt gerept van deblokkeren van de "geblokkeerde reserves, naar wij aannemen betreft het hier de ca. € 12 miljoen geblokkeerde NUON-gelden. Betekent dit [ook o.g.v. eerder gedane uitspraken inzake een revolverend energiefonds/startersleningen]1 dat dit bedrag gewoon geleend moet worden en zeer zeker niet vrij opneembaar op de bank staat? Antwoord: Ja en dat betekent ook dat dit een extra structurele last met zich meebrengt voor de exploitatie. 3. In § 2 van de Kennisgeving worden nog een aantal risico's opgesomd zonder daarbij deze te kwantificeren. Kan het college hierover een risicocalculatie maken [financieel risico x kans dat gebeurtenis zich voordoet]? Van elk van deze risico's is toch een analoog risicoprofiel te maken als in de jaarlijkse begrotingen gemaakt wordt van elk risico dat de gemeente Duiven loopt? Antwoord: Een verdere duiding van de genoemde risico’s met de kennis van nu is als volgt: - lukt het ons om de geplande ombuiging van de kosten jeugdzorg te realiseren? Het u bekende rapport van de taskforce jeugdzorg wordt nu geïmplementeerd in samenhang met bedrijfsvoeringsmaatregelen.
Wij verwachten dat het in 2020 nog niet geheel lukt om het geraamde bedrag van € 500.000 te realiseren, maar dat dit vanaf 2021 wel lukt. - De kans dat de bijdrage van € 1 mld van de rijksoverheid voor de jaren 2019/2020/2021 niet vervolgd wordt door een structurele bijdrage van gelijksoortige omvang, achten wij gering. Het is onmiskenbaar dat de kosten zijn toegenomen en dat gemeenten in problemen komen. Lopende onderzoeken zullen dat ongetwijfeld uitwijzen, zodat de rijksoverheid daar naar onze verwachting niet om heen kan. - De kans dat de kosten van de jeugdzorg nog verder toenemen is moeilijk in te schatten. De ontwikkelingen in het laatste kwartaal van 2019 en het eerste kwartaal van 2020 lijken daar niet op te wijzen. Voor wat betreft de Wmo hebben we belangrijke factoren nu goed in beeld, wel houden we rekening met een geleidelijke toename als gevolg van de vergrijzing. - De herverdeling van het gemeentefonds is voor niet-betrokkenen een black box, waarvan het op dit moment onmogelijk is in te schatten wat het effect zal zijn. De praktijk leert dat eventuele herverdeeleffecten via overgangsregelingen geleidelijk doorgevoerd zullen worden. De fondsbeheerders willen wel een maximum nadeel per inwoner invoeren. Als die bijdrage wordt vastgelegd op € 25 dan zou dat voor Duiven een structureel nadeel opleveren van € 625.000.
Voor deze risico’s geldt dat bij de opstelling van de begroting ook een nieuwe risicoparagraaf zal worden gemaakt en dat dan bekeken zal worden of deze risico’s daar ook een plek in zullen krijgen. 4. Op p. 5 van de Kennisgeving wordt opgegeven dat het college een overzicht heeft gemaakt van de "knoppen waaraan gedraaid kan worden" alsook een aantal scenario's van besparingen i.c.m. verhoging v/d inkomsten heeft gemaakt. Waarom zijn deze gegevens niet met de raad gedeeld? De argumentatie die in de Kennisgeving verwoord is, is op z'n minst mager en zeker inhoudelijk zwak te noemen. Is het college van mening dat daarmee de actieve informatieplicht t.o.v. de raad [zie wederom art. 169 Gemeentewet] geschonden is? Antwoord: De knoppen waaraan gedraaid kan worden zijn ook bij de raad bekend. Deze zijn immers verwoord in de verschillende moties die door de raad zijn aangenomen bij de behandeling van de begroting op 12 november 2019: besparingen door verbonden partijen, vermindering taken van de organisatie en inkomstenverhoging. Daar komt bij het doorvoeren van bezuinigingen die
al in de vorm van diverse pakketten aan de raad waren aangeboden. Het college was voorbereid om in de eerder geplande stappen samen met de raad te komen tot maatregelen die nodig zijn om te komen tot een sluitende begroting. De coronacrisis zorgde voor een kink in de kabel en het college bereidt zich nu voor om in de nieuwe werkelijkheid opnieuw scenario’s aan uw raad voor te leggen. De informatieplicht van art 169 van de Gemeentewet gaat naar onze mening over informatie en niet over in de boezem van het college zich vormende gedachten over te kiezen scenario’s. 5. Bestudering van de Kennisgeving aan de raad d.d. 15 oktober 2019 inzake de gevolgen van de Septembercirculaire voor 2020 t/m 2023 leert dat deze circulaire een resultaat geeft van € 1,633.000 positief. Voor zover de cijfers bestendig zijn - en dat mogen we toch aannemen zijn hierin de cijfers van de Meicirculaire 2019 reeds verwerkt, wat ook blijkt uit het cijfer voor 2019.
Mogen we daarmee concluderen dat de tekorten voor 2019 voor slechts 4% veroorzaakt worden door beleid van de rijksoverheid dat verwoord wordt in de voor- en najaarscirculaires en dat voor 2020 t/m 2023 de tekorten volledig "intern"2 veroorzaakt worden? Antwoord: De door de fractie van D66 aangehaalde kennisgeving over de septembercirculaire bevat de volgende tabel over de ontwikkeling van de algemene uitkering: 2022 2023 Uitkeringsjaar 2019 2020 2021 -208.000 230.000 630.000 711.000 620.000 Totaal gevolg septembercirculaire t.o.v. meicirculaire Als wij deze getallen bij elkaar optellen kom wij op een totaal tekort van € 2.191.000. Terecht stelt u dat de rijksbijdrage die bedoeld is voor “medebewindstaken” voldoende zou moeten zijn voor de betreffende taakuitvoering. Deze stelling wordt ondersteund door artikel 2 van de Financiële Verhoudingswet. De praktijk leert echter dat er heel wat lobbywerk van allerlei verbanden van gemeenten voor nodig is om dit uitgangspunt onder de aandacht te brengen van de rijksoverheid met ook nog niet altijd het gewenste resultaat. Het is zoals Prof Elzinga eerder dit jaar in de pers opmerkte: deconcentratie betekent geen beleidsvrijheid, wel zekerheid van voldoende middelen en decentralisatie wil zeggen wel beleidsvrijheid en geen garantie van voldoende middelen.
Gemeenten verkeren op dit moment in het slechtste van deze twee werelden: steeds minder beleidsvrijheid en onvoldoende middelen. Al met al kunnen we dit onbegrijpelijk vinden, we hebben te maken met de situatie waarin besluiten van de rijksoverheid, met name in het sociaal domein grote invloed op de financiële positie van de gemeenten. De door u genoemde “interne oorzaken” van het tekort vallen qua grootte in het niet bij de ingrepen van de rijksoverheid en betreffen vooral de inzet van nieuw beleid voor woningbouw en circulaire economie. Daarbij kunnen we ook nog noemen de structurele verlaging van de OZB, waartoe de gemeenteraad in november 2017 heeft besloten.
1 Deze opmerkingen zijn gemaakt tijdens de Politieke avond d.d. 7 januari 2020 m.b.t. het onderwerp "Afwegingsnotitie leningen".
6.
Op 12 november 2019 is, naar aanleiding van de Begroting 2020 - 2023 gemeente Duiven, met 19 stemmen voor en 1 stem tegen een motie aangenomen van D66 Duiven en DOED inzake het doen van onderzoek door de gemeenschappelijke Rekenkamer naar de in- en externe factoren die hebben geleid tot en [naar verwachting] zullen leiden tot de tekorten binnen de gemeente Duiven over 2019 en de begrotingsjaren 2020 - 2023. Doel was om van dit onderzoek te leren en [hopelijk] de ernstige situatie tijdig te keren. Is het college van mening dat de raad hier een kans heeft laten liggen om haar controlerende taak naar behoren uit te voeren, uiteindelijk vanwege de - voor velen - té hoge kosten van ± € 10.00 [maximale kosten, wat over is wordt teruggestort naar de gemeente Duiven]? En mag dit dan vallen onder het kopje "penny wise, pound foolish"? D66 Duiven verzoekt het college bij deze vraag openheid te betrachten en zich niet uit te laten in bewoordingen als "het was een motie van de raad die gericht was tot de raad, dus het college vindt hier niets van": we zijn de tijd van ontwijkende en elkaar sparende uitspraken voorbij gezien de situatie waarin de gemeente Duiven zich bevindt. Antwoord: Of de raad een kans heeft laten liggen, laten wij graag ter beoordeling aan de raad. Voor het college was het geen raadsel waar de tekorten vandaan kwamen.
In zowel de Voorjaarsnota als de Najaarsnota is daar volstrekte helderheid over gegeven. Na de Najaarsnota werd een tekort verwacht over 2019 van totaal € 5,5 mln. Dat tekort werd veroorzaakt door factoren die door de gemeente niet beïnvloedbaar zijn, zoals de algemene uitkering, Cao-afspraken die doorwerken in de kosten 1Stroom en wachtgeld burgemeester. En daar zaten posten bij die wel in meer of mindere mate beïnvloedbaar zijn door de gemeente, zoals bv de jeugdhulp en de Participatiewet. Voor deze laatste twee posten is een analyses gemaakt in het rapport van de taskforce resp. een businesscase gemaakt en geaccordeerd door de raad om met extra inspanningen meer mensen aan het werk te helpen. Het college staat altijd open voor inzichten van anderen om mee te denken, maar had niet op voorhand de verwachting dat een onderzoek van de rekenkamer zoals in de motie was verwoord, voor het college nog onbekende inzichten zou opleveren.
7.
Volgens de Begroting 2020 - 2023 [p. 68 e.v.] is de onbenutte belastingcapaciteit in 2020 een bedrag van € 1.254.594, d.w.z. 18,5% van de "art. 12-OZB". In hoeverre overweegt het college deze onbenutte capaciteit [deels of geheel] in te zetten om de tekorten in 2020 e.v. te dekken? En in hoeverre wordt overwogen om ook andere belastingen en retributies die niet de eis van kostendekkendheid kennen te verhogen? Antwoord: De tarieven voor 2020 zijn al vastgesteld en kunnen niet in het lopende jaar worden aangepast. Voor de komende jaren is de verhoging van inkomsten een serieuze optie om tot een sluitende begroting te komen. Gerekend naar de omvang, gaat het dan vooral om de OZB. Maar andere belastingen en retributies zien wij ook als een serieuze mogelijkheid. In de scenario’s die op 7 juli bij uw raad zullen voorliggen komen wij daar op terug.
8.
De Kennisgeving meldt dat m.b.t. de Jeugdzorg een structureel tekort voor de komende jaren te verwachten is van ± € 1.750.000. Daarbij wordt opgemerkt dat in de Voorjaarsnota 2019 reeds geanticipeerd is op deze tekorten door € 1.500.000 bij te ramen. Echter, in de Voorjaarsnota 2019 [p. 67] blijkt dat voor 2019 inderdaad het genoemde bedrag is bijgeraamd, maar dat voor 2020 t/m 2023 slechts € 1 miljoen is bij-geraamd. Moet dat niet tot de conclusie leiden dat in ieder geval voor de jaren 2020 t/m 2023 nog een additioneel bedrag van € 500.000 per jaar moet worden bijge-raamd, er van uitgaande dat het jaarlijkse tekort op de Jeugdzorg vooralsnog geschat moet worden op € 1.750.000? Of gaat het college er vanuit dat dit bedrag dat nog moet worden bijgeraamd [€ 2 miljoen over 2020 - 2023] wel zal worden "opgelost"
door de maatregelen die de Taskforce Jeugdzorg [€ 500.000/jaar] moeten opleveren? Is het college niet, met D66 Duiven, van mening dat dit beleid gekenmerkt moet worden als "de huid al verdelen voordat de beer geschoten is" en derhalve geen teken is van prudent en zorgvuldig begrotingsbeleid? Het college geeft toch in de Kennisgeving zelf aan dat het nog maar de vraag is of de maatregelen die door de Taskforce Jeugdzorg zijn voorgesteld ook daadwerkelijk een besparing van € 500.000 per jaar zullen gaan opleveren? Antwoord: Gelet op de robuustheid van de maatregelen, heeft het college er voor gekozen het effect van de maatregelen uit de taskforce jeugdzorg alvast in te boeken en te wijzen op het risico dat het nog gerealiseerd moet worden. Een andere keuze zou ook zeker mogelijk zijn geweest, dan zou het tekort en dus de bezuinigingsopgave groter zijn geweest. Een ieder heeft het recht om deze keuze te karakteriseren, het college noemt dit realistisch ramen en geen offers van inwoners vragen die later niet nodig blijken te zijn. 9.
In de Kennisgeving eerder genoemd wordt een inschatting gemaakt van de tegenvallers structureel en incidenteel voor de periode 2020 - 2024. Wij hebben hiervan de volgende tabel gemaakt.
POSTEN Candea College Groenonderhoud Jeugdzorg Wmo Veilig Thuis Participatiewet Circulaire economie BO-scholen
Structureel € 929.735 € 1.605.000 € 3.750.000 € 3.000.000 € 1.485.000 € 500.000 € 876.000 € 12.145.735
Geprognotiseerd 2019 Totaal tekort 2020 2024
€ 4.332.238 € 16.477.973
Incidenteel
€ 50.000 € 828.000
Incidenteel 2020 2021 Vanafvanaf 2024en Exta 2024
€ 878.000
Totaal
€ 13.023.735
Niet
68% gepro Sociaal domein gnoti 74% Niet sociaalseerd 26% dome in
Daaruit blijkt dat de "tegenvallers en investeringen" [de incidentele tegenvallers niet meegerekend] de facto 68% van het tekort over de boekjaren 2020 - 2024 veroorzaakt en dat de geprognotiseerde tekorten van de Najaarsnota 2019 uitkomen op 32%. Van de structurele tekorten komt 74% voort uit tekorten [al geprognotiseerd dan wel nu blijkend] binnen het Sociaal domein. Bij de Jeugdzorg is voor 2020 e.v. een bedrag van € 1.000.000 bijgeraamd in de Voorjaarsnota 2019 [p. 40], waarbij nu de conclusie is dat de tekorten per jaar € 1.750.000 zijn: een tekort dus van 5 x € 750.000 dat in de komende jaren nog moet worden overbrugd [zie vorige vraag]. Leidt dit tot de conclusie dat de bezuinigingen - want dat die er moeten komen mag geen verrassing zijn - vooral gezocht moeten worden in het Sociaal domein of is het college van mening dat alle drie de programma's moeten bijdragen aan het tekort voor de komende jaren? 2 D66 Duiven beseft terdege dat de tekorten in de Jeugdzorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Participatiewet - alle drie "medebewindswetten
- voor een belangrijk deel samenhangen met budgettaire keuzes van de rijksoverheid. Het opvangen van die budgettaire keuzes is echter, vanuit de medebewindstaak, een taak van de lokale overheid. Als de gemeente Duiven van mening is dat voor de uitvoering van deze wetten onvoldoende financiële middelen [zie o.a. art. 193 Gemeentewet] beschikbaar worden gesteld door de rijksoverheid, dan is het toch zaak dat daarop actie ondernomen wordt via alle mogelijke kanalen [VNG, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, beroepsverenigingen voor raadsleden, wethouders en burgemeesters etc. etc.]?
Antwoord: Het college is van mening dat bezuinigingen moeten worden gevonden door bezuinigingen op de programma’s, inkomstenverhogingen en bezuinigingen op de bedrijfsvoering van 1Stroom. Daarbij willen we niet het principe hanteren van opvangen van tekorten binnen het programma, maar toewerken naar een samenleving die ruimte krijgt en invult om problemen aan te pakken. Dit in lijn met de noodzakelijke transformatie in het sociaal domein. Daarom zijn wij van mening dat de maatschappelijke infrastructuur zoals het verenigingsleven moet worden ontzien bij de bezuinigingen. 10. Met de huidige stand van de Algemene reserve [Memo inzake de Najaarsnota 2019: €
5.830139 ultimo 1-1-2020] en de tekorten die geraamd worden voor 2020 - 2024 conform de Kennisgeving [€ 13.464.238 negatief] komt volgens D66 Duiven de Algemene reserve ruim onder de € 0 uit. Voor zover wij hebben kunnen narekenen o.b.v. de door het college aangeleverde informatie komt ultimo 31-12-2024 begroot de Algemene reserve uit op € 7.634.099 negatief [zie onderstaand overzicht]. In eerdere vragen van D66 Duiven is al aangegeven dat er [zie p. 4-5 Kennisgeving] nog een aantal niet gekwantificeerde risico's [wel kwantificeren: maximaal financieel risico x kans dat het risico zich voordoet] benoemd zijn, die wellicht zelfs nog niet uitputtend benoemd zijn, mede door de corona crisis. Is het juist dat, zonder ingrijpen, de stand van de Algemene reserve per 31-12-2024 inderdaad € 7.634.099 negatief is? En is het tevens juist dat het college op dit moment geen enkel scenario [bedoeld wordt: de doorgerekende scenario's waaraan het college refereert op p. 5 van de Kennisgeving] voorhanden heeft om de tekorten die nu begroot zijn structureel op te lossen? Algemene reserve 1-1-2020
€
5.830.139
Ken nisgev ing * Begroot 2020 * Begroot 2021 * Begroot 2022 * Begroot 2023 * Begroot 2024
€ -4.105.133 € -2.906.073 € -2.478.302 € -1.752.365 € -2.222.365 € -13.464.238
Algemene reserve ultimo 31-12-2024 € -7.634.099 Antwoord: De door u berekende cijfers zijn voor ons niet helemaal herkenbaar. Wel herkenbaar is dat als we de komende vier jaren niets zouden doen, we halverwege die periode met onze Algemene Reserve in het rood zouden komen. Dit hebben we ook in de kennisgeving verwoord. Dat gevoegd bij de eisen van onze toezichthouder, de provincie, dat onze begroting voor de jaren 2023 en 2024 sluitend moet zijn, betekent dat we tot een volgend pakket van maatregelen moeten komen. Dit nadat we bij de begroting 2020 al een eerste pakket van maatregelen hebben doorgevoerd. Besluitvorming over dat volgende pakket was voorzien bij de Voorjaarsnota en het college was bezig met de voorbereiding daarvoor. Zoals bekend ziet de P&C-cyclus er dit jaar iets anders uit en bereidt het college nu scenario’s voor ten behoeve van besluitvorming door de raad op 7 juli. Die scenario’s zullen bestaan uit een verschillende mix van maatregelen om in de jaren 2023 en 2024 tot een sluitende begroting te komen. Als de betreffende maatregelen al eerder worden doorgevoerd, zullen in alle komende jaren de tekorten afnemen en zal de algemene reserve ook niet negatief worden. Daarnaast hebben wij goede hoop dat in de komende periode de nodige grondverkopen op
onze bedrijventerreinen zullen worden gerealiseerd. Dat zal in de komende jaren leiden tot positieve financiële resultaten, waardoor de algemene reserve weer zal kunnen worden aangevuld. 11.
Met de cijfers van vraag 10 in het achterhoofd: hoe groot schat het college de kans in dat voor 2020 e.v. de begroting dusdanig kan worden ingericht dat de Algemene reserve niet daalt maar - aangezien deze nu al onder de ondergrens ligt die in de Begroting 2020 - 2023 van € 10.300.000, zie p. 78 - juist stijgt zodat deze ultimo 31-12-2022 weer op of boven de ondergrens van de Algemene reserve die noodzakelijk is uitkomt? Wij refereren daarbij aan het Amendement Voorjaarsnota Duiven 2019 van CDA, Lokaal Alternatief, VVD en D66 Duiven d.d. 2 juli 2019 [met 13 stemmen voor en 6 stemmen tegen aangenomen]. Moet niet geconcludeerd worden dat het college niet aan het dictum van dit amendement heeft voldaan en derhalve een besluit van de gemeenteraad van Duiven met bindende opdrachten aan het college niet heeft opgevolgd? Antwoord: Bij het debat over de Voorjaarsnota 2019 heeft het college aangegeven de urgentie van de financiële problematiek te zien en daarom is eerder al opdracht gegeven aan de ambtelijke organisatie om een pakket bezuinigingsmaatregelen samen te stellen. Een eerste pakket maatregelen is al bij de begroting gepresenteerd en doorgevoerd. Overigens heeft de gemeenteraad besloten enkele maatregelen niet al op dat moment door te voeren en door te schuiven naar de bespreking van de Voorjaarsnota.
Tevens is afgesproken bij de Voorjaarsnota het debat te vervolgen en dan een volgend pakket af te spreken om te komen tot een sluitende begroting en het op peil brengen/houden van de algemene reserve. Er is een verband tussen maatregelenpakket en hoogte van de algemene reserve. Hoe ingrijpender de maatregelen, hoe minder een beroep behoeft te worden gedaan op de algemene reserve en het omgekeerde is natuurlijk ook het geval. Dat alles wel binnen de kaders van de provinciale toezichthouder: een sluitende begroting voor 2023 en 2024. Kortom, de keuze is aan de raad en het college bereidt die keuze voor.
12.
Hoe groot acht het college de kans dat de gemeente Duiven binnen twee tot drie jaar een zgn. "artikel 12-gemeente"3 moet worden vanwege een negatieve [< € 0] Algemene reserve en derhalve het gebrek aan mogelijkheden om a] de bestaande risico's van de gemeente Duiven af te kunnen dekken en b] te voldoen aan de eisen die de toezichthouder aan de begrotingen en jaarrekeningen van een gemeente stelt? En als vervolgvraag: acht het college het mogelijk dat, indien die situatie intreedt, de provincie Gelderland niet alleen het financieel beheer van de gemeente Duiven overneemt maar ook een bestuurlijke fusie in De Liemers - Westervoort, Duiven, Zevenaar en wellicht ook Doesburg - "af te dwingen"? Antwoord: Wij achten die kans niet groot en zien daarom ook geen noodzaak om te speculeren over het tweede deel van de vraag. 13. Heeft het college zelf een analyse gemaakt van de factoren die geleid hebben tot de
voorziene en in 2019 daadwerkelijk ontstane financiële problemen? In hoeverre is daarbij ook aandacht geschonken aan a] de financiële resultaten van 1Stroom en de te verwachten tekorten bij deze Gemeenschappelijke regeling, b] de inhoudelijke kwaliteiten van het college - en daarmee ook de organisatie die het college moet ondersteunen - om adequaat om te gaan met financiële tegenslagen, om proactief na te denken over hoe voorziene tekorten opgevangen kunnen worden door verlaging van kosten, verhoging van inkomsten en "opschoning" van de balans en reserves en c] de mate waarin het college "in control" is v.w.b. de financiële positie van de gemeente Duiven? Deze vraag is mede relevant gezien de “perikelen” rondom het opmaken van de Jaarrekening 2018, de vertraging die daarbij is opgelopen en de hoeveelheid correcties die moesten worden toegepast én het oordeel van
de onafhankelijke, namens de gemeenteraad van Duiven controlerende, accountant m.b.t. die jaarrekening. Antwoord: Het opmaken van de jaarrekening 2018 heeft de nodige moeite gekost en tot het oordeel van de accountant geleid dat er echt verbeteringen nodig zijn. Die verbeteringen zijn ingezet en over de voortgang daarvan wordt de raad eens per kwartaal geïnformeerd. De accountant heeft in gesprekken met ons college eerder dit jaar aangegeven, dat de organisatie met de goede dingen bezig is en dat we een stuk verder zijn dan een jaar geleden. Ook op dit moment is nog steeds de verwachting dat wij de jaarrekening 2019 kunnen aanbieden voor vaststelling op 7 juli 2020. Ook de administratie is op dit moment bij. Dat alles betekent dat de monitoring van de budgetten nu adequater kan worden aangepakt. Dat laat overigens onverlet dat er nog steeds tegenvallers kunnen voorkomen. Hoe goed wij ook zelf de budgetten bijhouden, de regelingen in het sociaal domein zijn ten principale open einde regelingen. We kunnen niet op enig moment zeggen het geld is op en we verlenen dus geen zorg meer. De factoren die hebben geleid tot de tekorten in 2019 zijn verder niet terug te voeren tot een gebrekkige administratie, maar op andere factoren. Wij voelen ons door de organisatie voldoende ondersteund bij de aanpak van de tekorten en het samenstellen van pakketten van bezuinigingsmaatregelen.
Daarbij hebben wij ook oog voor de vraag naar een gezond evenwicht tussen inhoudelijke inzet en bedrijfsvoeringsinzet. Er is altijd meer controle mogelijk, maar die leidt tot meer overhead en gaat ten koste van aandacht voor ons werk in de samenleving.
3 Art. 12 Financiële verhoudingswet. Daaraan voorafgaand zal ex. art. 203 Gemeentewet de provincie Gelderland zgn. preventief toezicht moeten instellen, hetgeen o.b.v. de financiële situatie van de gemeente Duiven volstrekt niet ondenkbaar is.
VERVOLGACTIES - AFHANKELIJK VAN BEANTWOORDING VRAGEN Met betrekking tot de ontstane situatie overweegt D66 Duiven, afhankelijk van de antwoorden op de door D66 Duiven gestelde vragen, de volgende acties voor de raadsvergadering van 7 juli 2020.
Het indienen van een "Motie van treurnis" vanwege de schending door het college van de actieve informatieplicht ex art. 169 Gemeentewet inzake de aanbesteding van het groot onderhoud openbaar groen. Het indienen van een "Motie van treurnis" vanwege de schending van het budgetrecht van de gemeenteraad van de gemeente Duiven ex art. 189 Gemeentewet inzake de aanbesteding van het groot onderhoud openbaar groen. Het indienen van een "Motie van treurnis" vanwege de schending door het college van de actieve informatieplicht ex art. 169 Gemeentewet inzake de op p. 5 genoemde informatie over de "knoppen waaraan gedraaid kan worden" en de verschillende scenario's met ingrepen op inkomsten en uitgaven van de gemeente Duiven. Het indienen van een "Motie van treurnis" vanwege het feit dat het college het amendement, genoemd in vraag 11, d.d. 2 juli 2019 van CDA, Lokaal Alternatief, VVD en D66 Duiven [aangenomen met 13 stemmen voor en 6 stemmen tegen] niet of in ieder geval niet voldoende heeft uitgevoerd. Het doen van een voorstel tot het instellen van een onderzoek ex art. 155a e.v. Gemeentewet [gemeentelijke enquête] naar de handelwijze van het college en andere betrokkenen, met als doel een antwoord te krijgen op de vraag waardoor de gemeente Duiven binnen enkele jaren van een financieel gezonde gemeente naar een gemeente met een acute financiële crisis is afgegleden.
Extra vragen D66 Kennisgeving financiële situatie gemeente Duiven (over en weer 6 mei 2020) Naar aanleiding van één van de vragen van DOED inzake stopzetting van het abonnementstarief Wmo1 [Binnenlands Bestuur, 27 april 2020] doen zich in het licht van het SARS-CoV-19 virus, naast deze "financiële tegenvaller" die wettelijk geregeld is nog andere zaken voor. D66 Duiven verwijst daarbij naar twee artikelen in de Volkskrant van 4 mei 2020 [p. 4 en p. 14-15, bijgevoegd]. Welke financiële tegenvallers verwacht het college als gevolg van: 1. het hierboven reeds genoemde start-/stopbeleid van het abonnementstarief Wmo, aannemend dat het gaat om een onderbreking van veel Wmo-zorg voor minimaal 3 maanden; 2.
het niet innen of inbaar zijn van huur en OZB bij ondernemers, verenigingen/stichtingen en [mogelijk] inwoners;
3. toeristenbelasting die wordt misgelopen door teruglopende omzet van o.a. Van der Valk en Hotel Gieling, maar ook andere overnachtingsplaatsen van toeristen; 4. extra handhavingskosten a.g.v. corona-maatregelen, waarbij gedacht kan worden aan voorkomen van samenscholing e.d.; 5. een toeloop op de Participatiewet, waardoor het aantal uitkeringen stijgt; 6. extra aanspraken op bijzondere bijstand als gevolg van financiële problemen bij inwoners; 7. m.b.t. de Tozo-regeling: a. kosten die wellicht niet of niet geheel worden gedekt door de landelijke overheid; b. het controleren van aanvragen [extra capaciteit/mensuren]; c. de overige uitvoeringstaken die met deze regeling gepaard gaan; 8. het opschalen van de activiteiten en werkzaamheden van de GGD Midden-Gelderland; 9. extra kosten op het gebied van ICT doordat veelal via videoconferencing vergaderd moet worden [en de RID moeite heeft om e.e.a. zelf te regelen, waardoor wellicht ook externe ondersteuning moet worden ingehuurd]; 10. de extra toeloop bij het afvalaanbiedstation "De Ploen"; 11. mogelijke dalende inkomsten uit de GREX? Graag vernemen wij, per onderdeel, van het college wat de te verwachten financiële tegenvallers zijn, uitgaande van - vooralsnog - het voortduren van de corona-crisis voor [minimaal] drie maanden, dus half maart tot half juni 2020. voetnoot 1. Het zgn.
start-/stopbeleid dat geregeld is in de Wmo.conform Stb.2019,185 en Stb.2019,319. Antwoord: Naar aanleiding van het ‘over en weer’ heeft u, als D66 fractie, vragen gesteld met betrekking tot de financiële tegenvallers als gevolg van een 11-tal onderwerpen. De door u gevraagde tijdvak van het inzichtelijk maken van de omvang is half maart 2020 tot en met half juni 2020. We zitten met ons allen in een bijzondere tijd maar bovenal, er nog midden in. Hoewel de eerste tekenen van versoepeling zich laten aankondigen zijn veel van de aangekondigde maatregelen (nog steeds) van kracht. De gevolgen van deze maatregelen komen langzaam aan in beeld, echter als het gaat om de omvang van de financiële impact dan zijn we nog niet zover dat dit allemaal in beeld is.
Ambtelijk wordt er hard gewerkt aan het in beeld brengen van deze omvang. Het team Financiën is druk bezig een overzicht te maken van deze mee- en tegenvallers. Om u een zo goed en volledig beeld te geven vragen wij u nog even geduld. Het komen met deel antwoorden geeft een te versnipperd beeld en leidt tot meer onduidelijkheid. Temeer om dat veel van de gevolgen een verband hebben met elkaar. De provincie Gelderland heeft steun toegezegd aan de Gelderse gemeenten. Daar maken wij gebruik van. Door de provincie zijn een drietal sporen van ondersteuning opgezet, te weten; acute noodhulp (spoor 1), monitoring van de gevolgen van de crisis op de verschillende beleidsterreinen (spoor 2) en ondersteuning in de fase van overbrugging en herstel (spoor 3). Met betrekkig tot het eerste spoor is een bedrag aan de gemeente Duiven overgemaakt van ongeveer € 70.000,- Dit om de eerste kosten te dekken als het gaat om extra personele inhuur op vitale functies, noodopvang voor kwetsbare groepen, gemeentelijke projecten op het gebied van sociale cohesie en door de gemeente te verlenen noodhulp aan gemeenschapsvoorzieningen, ook wel dorpshuis of Kulturhus genoemd, en aan culturele instellingen, sportverenigingen en instellingen op het gebied van recreatie en toerisme.
Als het gaat om de langere termijn heeft de provincie een subsidie portaal geopend waar de gemeente een aanvraag kan doen om een regeling. Hiervoor is € 2,83 per inwoner ter beschikking gesteld. De aanvraag kent dezelfde voorwaarden als de acute noodhulp. Hiervan zal de gemeente Duiven ook gebruik gaan maken daar waar het kan. Gelet op uw vragen en de beantwoording hiervan komen we dan ook graag in half juni 2020 terug met een zo volledig mogelijke overzicht van de gevolgen en de kosten van COVID-19. Daarnaast zullen wij de rest van 2020 de gevolgen blijven monitoren en u, als raad, op de hoogte hiervan houden. Dit omdat de meeste doorrekeningen pas later dit jaar volledig in beeld zijn.
Vragen SP - Kennisgeving financiële situatie gemeente Duiven Op 1 april is de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de meest recente financiële situatie van onze gemeente. Daarin zijn een aantal flinke financiële tegenvallers te lezen, ondanks eerdere bezuinigingsmaatregelen die op 12 november 2019 zijn vastgesteld. De fractie van de SP heeft deze kennisgeving besproken en heeft daar een aantal vragen over. Aanbesteding groenonderhoud: er is een nieuwe aanbesteding voor het groenonderhoud gedaan waarvoor er extra €321.000 vanaf 2020 betaald moet worden. Een verklaring voor deze kosten heeft te maken met prijsstijgingen, verfraaiing groen en marktomstandigheden. Met de vorige aanbesteding heeft er, om de kosten binnen de perken te houden, een verschraling van het groenonderhoud plaats gevonden, onder meer door het toepassen van vergrassing. Nu is te lezen dat hier weer van afgeweken wordt? Hoe verhoudt zich dat met elkaar? Antwoord: Om gebieden aantrekkelijk te maken zijn besluiten genomen om op enkele plaatsen mooier groen toe te passen, denk daarbij aan Nieuwgraaf. Dit is binnen de projecten gedaan. We komen nu in de beheerfase na afronding van de projecten. Daardoor moeten de budgetten voor beheer worden aangepast. Voor het overgrote deel van Duiven geldt nog steeds een sober onderhoudsniveau.
We verwijzen in dit kader ook naar de beantwoording op vragen van andere fracties. Daarnaast wordt gesproken over het meer inschakelen van de samenleving. Wat wordt hier precies mee bedoeld en wat wordt er dan van de samenleving verwacht? Kunt u hier voorbeelden van noemen? Antwoord: We kunnen nog niet aangeven wat we van de samenleving verwachten omdat dat afhangt van de resultaten die we krijgen uit het project de Basis in beeld. Dat wordt na de vakantie met de raad besproken. De kaders die we van de raad meekrijgen bepalen het vervolgtraject met de samenleving. Sinds de vorige aanpassing in het groenonderhoud is er destijds ook een beroep gedaan op inzet van de samenleving. Kunt u aangeven hoe dat verlopen is? Antwoord: We hebben de mogelijkheid aan burgers gegeven om zelf groen te onderhouden. Hier wordt wel gebruik van gemaakt maar niet heel intensief. Er zijn uitzonderingen. Zo begint de samenleving in een aantal situaties wel steeds meer de kar te trekken. Denk aan initiatieven van Wijkraad Duiven West die met verschillende werkgroepen bezig zijn. Daarnaast is Kleur uw Buurt nog steeds actief. Inwoners kunnen daarin kenbaar maken zelf groen te willen onderhouden. We ontvangen daar momenteel 5 a 6 verzoeken per jaar voor. Sociaal domein: wat opvalt is dat er grote tekorten zijn binnen het sociaal domein.
Een extra tekort jeugdzorg van €250.000, een WMO tekort van €600.000, tekort Veilig Thuis €50.000 en een participatiewet tekort van € 900.000 waarvan €300.000 structureel. Voor wat betreft de WMO vragen wij ons af of we ons in eerste instantie niet rijk gerekend hebben en onvoldoende rekening gehouden met de reële situatie. Is het college het met ons eens dat de WMO tekorten met name zijn ontstaan door het betalen van zeer lage tarieven voor huishoudelijke hulp waardoor we nu de rekening gepresenteerd krijgen?
Antwoord: Doordat het Rijk de regels omtrent de abonnementstarieven heeft ingevoerd worden we nu gedwongen tot extra uitgaven. Dit heeft bovendien een aanzuigende werking. De verantwoordelijkheid die wij voelen om goede zorg te leveren tegen voor de samenleving zo laag mogelijke kosten heeft geleid tot de prijsstelling die er was en daar staan wij nog steeds achter. Circulaire economie: er wordt een extra inspanning gevraagd waarvoor vanaf 2024 €250.000 structureel bijgeboekt moet worden en er via de voorjaarsnota t/m 2023 eenmalig af te dekken. Waar bestaat die extra inspanning uit? Is dat extra inhuur en zo ja over hoeveel Fte (procenten) gaat het dan? Antwoord: Het is niet correct dat er een extra inspanning wordt gevraagd. Voor de energietransitie is berekend dat dit ons € 250.000/jaar (langjarig gemiddeld) zal kosten, zowel t/m als na 2023. Het vraagstuk dat nu voorligt is hoe deze kosten na 2023 te dekken. Herverdeling gemeentefonds: wat is de huidige stand van zaken en wat zijn de mogelijke consequenties, waar moeten we concreet rekening mee houden? Antwoord: Pas in de decembercirculaire zal duidelijkheid worden gegeven over de gevolgen van de herverdeling. Op dit moment worden de gevolgen voor de verschillende gemeenten nog doorgerekend. De geluiden die we tot dusver horen zijn niet hoopgevend.