CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

B4a. Raad van State - Brief Verweerschrift Plakse Weide Duiven

Raadsavond 27 mei 2025, gemeente DuivenBij agendapunt: - overige informatie ter kennisname11.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast is de Stichting van mening dat de gemeente de belangen van de omwonenden moet meewegen en de geluidbelasting op omliggende woningen moet verlagen tot 53 dB. Dit is volgens de Stichting noodzakelijk gezien de huidige geluidbelasting van ongeveer 63 dB op de woningen aan de Achterste Weide 2 tot en met 10a , en het ontbreken van geluidluwe buitenruimten. De Stichting voert verder aan dat de voorkeurswaarden in het plangebied worden overschreden. De Stichting verwijst naar paragraaf 2. 3 van hun plan Verkeersveiligheid en Geluid en voert aan dat de daarin genoemde effectieve maatregelen om de geluidbelasting te beperken niet serieus in overweging zijn genomen. De Stichting stelt dat , op basis van het gemeentelijk geluidbeleid , de werkelijke geluidbelasting moet worden gehanteerd. Volgens de Stichting ligt deze geluidbelasting voor veel woningen boven de grenswaarde van 50 dB. Het Addendum Gemeentelijk geluidbeleid mag , gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet , niet met terugwerkende kracht worden toegepast. Volgens de Stichting is het addendum een opportunistische noodgreep van de gemeente om zich niet aan gemeentelijk beleid te houden en de eerder gestelde voorwaarden terzijde te schuiven. Reactie Over de bestaande woningen merkt de raad het volgende op. Het plangebied wordt via twee ontsluitingen op de Rijksweg aangesloten.

Uit het akoestisch onderzoek volgt dat de toename van de geluidbelasting op bestaande woningen door de realisatie van het

4094581/2

1-ler'ffkorl Pagina

26/31 bestemmingsplan maximaal 13, dB bedraagt. 39 De toename van de geluidbelasting bedraagt dus minder dan 2 dB , waardoor de fysieke wijziging van de Rijksweg geen reconstructie is in de zin van de Wet geluidhinder. De toename van de geluidsbelasting bij de bestaande woningen is daarmee aanvaardbaar. Voor de bestaande woningen zijn daarom geen maatregelen nodig. Over de woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt , merkt de raad het volgende op. Het klopt dat de voorkeurswaarde bij bepaalde woningen wordt overschreden. In het akoestisch onderzoek is , op basis van de stedenbouwkundige schets , de geluidsbelasting op de gevels van de woningen bepaald. Voor een aantal woningen wordt , afhankelijk van de fase van de ontwikkeling , de voorkeurwaarde van 48 dB overschreden. Dit is in onderstaande afbeelding in beeld gebracht. Met blauw zijn de woningen in fase 1 gemarkeerd , waarbij de voorkeurswaarde van 48 dB wordt overschreden. Met oranje zijn de woningen in fase 1 gemarkeerd , waar de voorkeurswaarde van 48 dB wordt overschreden , maar die voldoen aan de voorkeurswaarde na de realisatie van fase 2. Met rood zijn de woningen in fase 2 gemarkeerd waar de voorkeurswaarde wordt overschreden.

Afbeelding 6: woningen waarbij de voorkeurswaarde wordt overschreden (bron: Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai (bijlage 4 bij de plantoelichting)). Dit betekent dat voor de woningen hogere waarden nodig zijn. De raad stelt voorop dat de regeling in de Wet geluidhinder ertoe strekt dat in een hogere waardenbesluit wordt vastgesteld welke geluidbelasting , na het zo mogelijk treffen van maatregelen , bij de te 39

Idem , p. 42.

4094581/2

I/

\

Pagina

27/31

bouwen woningen maximaal mag optreden. Deze regeling strekt daarmee tot bescherming van de belangen van de toekomstige bewoners van de te bouwen woningen. Gelet op wat de raad in paragraaf 2 van het verweerschrift naar voren heeft gebracht , kan de Afdeling niet toekomen aan een inhoudelijke beoordeling van deze beroepsgrond. De Wet geluidhinder strekt op dit punt niet tot bescherming van de belangen van de omwonenden voor wier belangen de Stichting opkomt. De maatregelen die de Stichting voorstelt , heeft de raad niet in overweging hoeven nemen , omdat met het hogere waardenbesluit en de geluidwal langs de N810 , die op basis van het akoestisch onderzoek wenselijk maar niet noodzakelijk is4° , een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied wordt geborgd. Aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening wordt voldaan. De raad stelt , op basis van het akoestisch onderzoek41 , vast dat voor de nieuwe woningen , zowel in fase 1 als in de situatie dat beide fasen gerealiseerd worden , wordt voldaan aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB. Op basis van het Gemeentelijke geluidbeleid Duiven is het mogelijk hogere waarden tot 63 dB te verlenen. Van strijd met het gemeentelijk beleid is dan ook geen sprake. Het beroep van de Stichting over het Addendum Gemeentelijk geluidbeleid mist feitelijke grondslag.

De raad heeft dit addendum op 28 mei 2024 vastgesteld , op grond van zijn bevoegdheid om beleidsregels vast te stellen. Het bestemmingsplan is vastgesteld nadat het addendum door de gemeenteraad was vastgesteld. Daarom is er geen sprake is van terugwerkende kracht. Dat de Omgevingswet in werking is getreden op 1 januari 2024 , maakt het bovenstaande niet anders. De Omgevingswet staat er niet aan in de weg dat de gemeenteraad geluidbeleid vatstelt of geluidbeleid dat vóór 1 januari 2024 is

vastgesteld , wijzigt. De beroepsgrond slaagt niet. 5. 5 Landschappelijke inpassing De Stichting heeft een ontwerp aangedragen om , in overeenstemming met lokaal en regionaal beleid , een passende landschappelijke overgang naar het buitengebied te realiseren. Ook zorgt dit ontwerp volgens de Stichting voor een reductie van het geluid van verkeer. Het ontwerp is niet overgenomen en volgens de Stichting is er geen sprake van een

goede landschappelijke inpassing.

Reactie De Stichting maakt niet

duidelijk waarom de landelijke inpassing niet in overeenstemming zou zijn met lokaal en regionaal beleid. Anders dan de Stichting ziet de raad geen (andere) benodigde overgang naar het buitengebied. Tussen het plangebied en het buitengebied ligt de provinciale weg Oostsingel (N810). De raad ziet de 40

de 41

De Milieuadviseur , Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai , 1 februari 2024 , p. 27 (bijlage 4 bij

plantoelichting).

Idem , p. 1

4094581/2

1o k ko [I ii-i'n ...

Pagina

28/31 provinciale weg als een logische scheiding tussen de woonwijken en het buitengebied , waarbij het plangebied aansluit op de bestaande woonwijken. De beroepsgrond slaagt niet. 5. 6 Uitvoerbaarheid De Stichting voert aan dat de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid niet zijn gegarandeerd. In dit kader vermeldt de Stichting dat de varkenshouder voornemens is om zijn bedrijfsvoering voort te zetten en dat de ontwikkelaar de noodzakelijke verkeeren geluid maatregelen niet heeft begroot. Reactie De raad

verwijst naar de reactie onder 3. 1 van het verweerschrift , waarin de wijzigingsbevoegdheid in relatie tot de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan

aan de

orde is gesteld , en naar de reactie onder 3. 3 van het verweerschrift voor wat betreft de financiële uitvoerbaarheid. De beroepsgrond slaagt niet. 5. 7 Tussenconclusie Het beroep van de Stichting is ongegrond. 5. 8 Zorgvuldigheid De Stichting voert aan dat de geluidbelasting inzake het hogere waardenbesluit is onderschat. Volgens de Stichting is sprake van strijd met artikel 83 van de Wet geluidhinder omdat de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt overschreden en een aantal woningen niet beschikt over een geluidluwe buitenruimte. Volgens de Stichting is er ook sprake van strijd met het gemeentelijk geluidbeleid , omdat voor meer dan 10% van de woningen een hogere waarde is vastgesteld en omdat veel woningen niet beschikken over een geluidluwe buitenruimte , terwijl dat in het geluidbeleid wel is voorgeschreven. Reactie De Wet geluidhinder strekt ertoe dat bij besluit wordt vastgesteld welke geluidbelasting , na het zo mogelijk treffen van maatregelen , bij de te bouwen woningen vanwege de weg maximaal mag optreden. Deze regeling strekt daarmee tot bescherming van de belangen van de toekomstige bewoners van de te bouwen woningen. Gelet op wat burgemeester en wethouders in paragraaf 2 van het verweerschrift naar voren hebben gebracht , kan de Afdeling niet toekomen aan een inhoudelijke beoordeling van deze beroepsgrond.

De Wet geluidhinder niet tot bescherming van de belangen de omwonenden voor wier belangen de Stichting opkomt. Voor zover uw Afdeling daarin niet zou meegaan , voeren burgemeester en wethouders het volgende aan.

4094581/2

sj Fl

[1, [ke-_-?)

Iny 11 • Pagina

29/31 Burgemeester en wethouders stellen , op basis van het akoestisch onderzoek42 , vast dat fase de situatie voor de nieuwe woningen , zowel in 1 als in van een geheel gerealiseerd plan (fase 1 en 2) , wordt voldaan aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB. Op basis van artikel 83 van de Wet geluidhinder en het Gemeentelijke geluidbeleid Duiven is het verlenen van hogere waarden op deze locatie tot een bovengrens van 63 dB mogelijk. Van strijd met de Wet geluidhinder en het gemeentelijk beleid is dan ook geen sprake. Burgemeester en wethouders merken op dat het aantal woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld niet is uit te drukken in een percentage , omdat dit afhankelijk is van de fasering van de woningbouwontwikkeling zoals aangeven in afbeelding 6 van het verweerschrift. Met het hogere waardenbesluit is voor maximaal 163 woningen een hogere waarde verleend. Anders dan de Stichting stelt , is er geen sprake van strijd met het gemeentelijk geluidbeleid , omdat de eis dat voor maximaal 10°/0 van de woningen een hogere waarde mag worden vastgesteld is losgelaten met de vaststelling van het Addendum Gemeentelijk geluidbeleid. Burgemeester en wethouders hebben het hogere waardenbesluit genomen nadat het beleid was gewijzigd. De beroepsgrond slaagt niet. 5.

9 Maatregelen , strijd met de Wet geluidhinder en het Gemeentelijk beleid De Stichting voert aan dat het hogere waardenbesluit in strijd is met artikel 110a van de Wet geluidhinder , omdat er voorafgaand aan het vaststellen van de hogere waarden geen afweging is gemaakt met betrekking tot brongerichte- en overdrachtsmaatregelen. Om dezelfde reden is er volgens de Stichting sprake van strijd met het Gemeentelijk

geluidbeleid. Reactie

Burgemeester en wethouders menen dat ook deze beroepsgrond afketst op het relativiteitsvereiste om dezelfde reden zoals genoemd onder 5. 8 van het verweerschrift. Voor zover uw Afdeling daarin niet zou meegaan , voeren burgemeester en wethouders het volgende aan. Burgemeester en wethouders wijzen op het akoestisch onderzoek , 43 waarin onderzoek is verricht naar geluidreducerende maatregelen. Hieruit volgt dat het toepassen van een stiller wegdek niet doelmatig is , omdat dit slechts een beperkte geluidreductie tot gevolg heeft. Het verlagen van de maximale snelheid op de Oostsingel (N810) , Vergertlaan en Rijksweg is ongewenst , vanwege filevorming en het sluipverkeer dat hierdoor zal ontstaan. Verder volgt uit het onderzoek dat de geluidreductie door een diffractor zeer beperkt is , namelijk 02, dB. Dit komt doordat de afstand tussen de weg en de woningen voor een diffractor te klein is om een relevante geluidreductie te bewerkstelligen. De maatregelen die bij de nieuwe woningen kunnen worden genomen , zijn erop gericht om

42 43

Idem , p. 15. De Milieuadviseur , Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai , 1 februari 2024

plantoelichting).

4094581/2

(bijlage 4 bij de

lOlS 11

Pagina

30/31 te voldoen aan de binnenwaarde van 33 dB. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning zal worden getoetst aan het binnenniveau van 33 dB uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. De Stichting kan dan ook niet worden gevolgd in haar standpunt dat er geen brongerichte- en overdrachtsmaatregelen zijn afgewogen. Aangezien de hiervoor genoemde maatregelen niet doeltreffend zijn , hebben burgemeester en wethouders in redelijkheid de hogere waarden kunnen vaststellen. Van strijd met artikel 110a van de Wet geluidhinder en het gemeentelijk beleid is geen sprake. De beroepsgrond slaagt niet. 5. 10 Gemeentelijk beleid niet juist toegepast De Stichting wijst erop dat er conform gemeentelijk beleid aan de werkelijke geluidbelasting moet worden getoetst. Verder voert de Stichting aan dat er ten onrechte is getoetst aan de norm van 58 dB , de bovengrens voor woningen langs de hoofdinfrastructuur. Volgens de Stichting is de norm 53 dB , de bovengrens voor wijken , van toepassing. De Stichting wijst erop dat op grond van het Gemeentelijk geluidbeleid moet worden getoetst aan de werkelijke geluidbelasting. Dit is volgens de Stichting niet

gebeurd. Reactie

Burgemeester en wethouders menen dat ook deze beroepsgrond afketst op het relativiteitsvereiste om dezelfde reden zoals genoemd onder 5. 8 van het verweerschrift. Voor zover uw Afdeling daarin niet zou meegaan , voeren burgemeester en wethouders het volgende aan. Burgemeester en wethouders hebben geen aanleiding om aan te nemen dat er in het akoestisch onderzoek niet van de werkelijke geluidbelasting is uitgegaan. De Stichting heeft geen contra-expertise overgelegd. Burgemeester en wethouders wijzen erop dat de Oostsingel (N810) , de Vergertlaan en de Rijksweg behoren tot de hoofdinfrastructuur van de gemeente. Op deze drie wegen is sprake van een hogere verkeersintensiteit. De nieuwe woningen worden omringd door deze wegen. Er is terecht uitgegaan van de norm van 58 dB. De beroepsgrond slaagt niet. 5. 11 Cumulatieve geluidbelasting , strijd met de Wet geluidhinder en het Gemeentelijk beleid De Stichting merkt op dat , voorafgaand aan de vaststelling van hogere waarden , op grond van artikel 110f van de Wet geluidhinder , moet worden uitgesloten dat de cumulatieve geluidbelasting als gevolg van wegverkeer onaanvaardbaar is. Ook uit het Gemeentelijk geluidbeleid volgt dat de cumulatieve geluidbelasting moet worden meegewogen in de besluitvorming. Dit is volgens de Stichting niet gebeurd.

4094581/2

Hekkel man, Pagina

31/31 Reactie

Burgemeester

wethouders

en

relativiteitsvereiste.

burgemeester

Voor

menen

zover

wethouders

en

uw

het

dat ook

deze daarin

Afdeling volgende aan.

beroepsgrond niet

zou

afketst

meegaan,

het

op

voeren

woningen liggen nabij diverse wegen. Burgemeester en wethouders wijzen op het akoestisch onderzoek, waaruit volgt dat bij de berekening van de cumulatieve geluidsbronnen alle relevante geluidsbronnen (Oostsingel (N810), Vergertlaan, Rijksweg, Laarstraat en Schapenweide) zijn meegenomen.“ Het onderzoek ligt ten grondslag het hogere waardenbesluit, de beroepsgrond van de Stichting mist daarom feitelijke grondslag. De

nieuwe

De

beroepsgrond slaagt

5.12

Conclusie

Het

beroep

6.

Conclusie

van

de

niet.

Stichting

is

ongegrond.

burgemeester en wethouders verzoeken de Afdeling om de beroepen ongegrond te verklaren, en het bestemmingsplan en hogere waardenbesluit geheel stand te laten. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De

raad

en

in

Met

vriendelijke groet, (geanonimiseerd) EN

Ac

T.E.P.A.

Lam

Advocaat

44

de

(geanonimise rd)

Milieuadviseur, Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai, plantoelichting).

De

4094581/2

1 februari

2024,

p.

28

(bijlage

4

bij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=f4a854f0-b5fe-4b79-b0ba-8dca10a9989d