Agendabundel
Tekst van het document
In zowel Duiven als Westervoort is op inspirerende wijze gestart met het proces om tot een gemeentelijke Omgevingsvisie te komen. De opgestelde startdocumenten bieden een goed inzicht in wat het ontwikkelen van een Omgevingsvisie aan inhoud en dilemma’s op kan leveren. In Doesburg moet het proces om tot een gemeentebrede Omgevingsvisie te komen nog gestart worden. Het kan de raad van Doesburg helpen kennis te nemen van de Omgevingsvisie-producten en -ervaringen in Duiven en Westervoort. Reactie:
Tot slot rond u uw adviezen af met wat de gemeenten Duiven en Westervoort kunnen leren van Doesburg en Doesburg van ons. Zowel ambtelijk als bestuurlijk zij wij goed op de hoogte van elkaars processen. Duiven en Westervoort hebben gekozen om ervoor te zorgen dat op 1 januari 2021 de gemeenten minimaal klaar zijn en voldoen aan de minimale eisen. De lijn die daarvoor is uitgezet betreft de lijn van de kerninstrumenten, procesafspraken in de keten en de samenwerking met al onze stakeholders. In 2021 komen wij steeds dichter bij de realisatie en zullen wij gebruik maken van de ervaringen die in Doesburg zijn opgedaan. Fijn dat u de aanpak van ons m.b.t. omgevingsvisie als inspirerend betiteld. Het mag voor zich spreken dat wij deze kennis graag delen met Doesburg.
Met vriendelijke groeten, burgemeester en wethouders van Duiven
ing. C.J. (Chris) Papjes secretaris
mr. H.B. (Huub) Hieltjes burgemeester
1 B12a. Rekenkamer DDW - Raadsbrief onderzoeksprogramma 2020 Doesburg Duiven Westervoort.pdf (LIS 10-12)
RAADSBRIEF VOOR DE GEMEENTEN DOESBURG, DUIVEN, WESTERVOORT Geachte leden van de raad, In het 2e kwartaal 2018 hebben wij bij de raadsfracties van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort mogelijke onderwerpen geïnventariseerd voor door ons in de komende periode uit te voeren onderzoek. In deze brief informeren wij u over de het onderzoeksprogramma 2020 – 2021 van de rekenkamer van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort. Selectie onderzoeksonderwerpen Voor het programma van 2020 is, na overleg met de klankbordgroep, gekozen voor de volgende onderwerpen:
Verkenning implementatie omgevingswet
Positie en sturing in samenwerkingsverbanden
Daarnaast zijn er twee onderwerpen op termijn gezet : -
Duurzaamheid en energietransitie
-
Burgerparticipatie
Daarvoor volgt in de tweede helft van 2020 nog een nadere uitwerking. In overeenstemming met ons onderzoeksprotocol werken wij het onderzoeksplan voor de bovengenoemde onderwerpen uit. Tot slot Het onderzoeksprogramma sturen wij ter kennisneming naar de drie gemeenteraden en in afschrift naar de colleges van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort.
Met vriendelijke groet, Namens de rekenkamer van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort René Janssen Honny de Gucht Corine Sluiter – Kuilwijk
1 B12b. Onderzoeksprogramma 2020 Doesburg Duiven Westervoort.pdf (LIS 10-12)
ONDERZOEKSPROGRAMMA 2020
INHOUD Onderzoeksprogramma 2020 .............................................................................................. 1 1.
Introductie............................................................................................................. 3
2.
Samenstelling rekenkamercommissie .......................................................................... 3
3.
Ontmoeting met de fracties....................................................................................... 3
4.
Resultaat van de inventarisatie onderzoeksonderwerpen ................................................ 3
5.
Toets aan selectiecriteria .......................................................................................... 4
6.
Resultaat van de inventarisatie onderzoeksonderwerpen ................................................ 4
7.
Onderzoeken 2020 en 2021 ....................................................................................... 4
8.
Opzet onderzoek..................................................................................................... 5
9.
Financiën............................................................................................................... 6
Bijlage A .......................................................................................................................... 7 Criteria ........................................................................................................................ 7 Bijlage B .......................................................................................................................... 8 Concept onderzoeksvoorstellen ........................................................................................ 8
2
1. Introductie De rekenkamer van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort is een onafhankelijke commissie benoemd door de gemeenteraden van de desbetreffende gemeenten. De rekenkamer onderzoekt of het gemeentebestuur haar werk doelmatig (efficiënt), doeltreffend (effectief) en rechtmatig (conform de wet) uitvoert. De rekenkamer heeft een onafhankelijke positie met als doel om de gemeenteraad te ondersteunen in haar kaderstellende en controlerende functie. De rekenkamer voert onderzoek uit naar de realisatie en doelmatigheid van het gemeentelijk beleid en naar de efficiency en de effectiviteit van het beleid en de beleidsuitvoering. De rekenkamer voert onderzoeken zelf uit of laat deze, onder haar verantwoordelijkheid, door externen uitvoeren. Voor elk onderzoek staat voorop dat het doel is om te leren van het verleden. Daarmee wil de rekenkamer een bijdrage leveren aan het versterken van de rol en het functioneren van de raad. Jaarlijks stelt de rekenkamercommissie een onderzoeksprogramma op waarin wordt aangegeven welke onderwerpen in aanmerking kunnen komen voor onderzoek en welke specifieke onderzoeken worden uitgevoerd. In dit programma voor het jaar 2020 worden de onderzoek werkzaamheden voor de komende periode geschetst. 2.
Samenstelling rekenkamercommissie De rekenkamer bestaat uit drie externe leden: René Jansen (voorzitter) Honny de Gucht Corine Sluiter – Kuilwijk 3. Ontmoeting met de fracties De rekenkamer stelt het contact met de raadsleden zeer op prijs. Van juni tot september 2018 heeft de rekenkamer een bezoek gebracht aan de raadsfracties. Deze gesprekken hadden een tweeledig doel: de nadere kennismaking van de rekenkamer met de raadsleden en het ophalen van input voor mogelijke onderzoeksonderwerpen voor het komend jaar. Deze gesprekken zijn door de rekenkamer als zeer open en plezierig ervaren en dragen bij aan de verdere invulling van onze taak. 4. Resultaat van de inventarisatie onderzoeksonderwerpen Op basis van suggesties van de verschillende raadsfracties heeft de rekenkamer een zogenoemde groslijst van mogelijke onderzoeksonderwerpen opgesteld. Met genoegen hebben wij kunnen constateren dat deze input ook dit jaar nog actueel en toereikend is voor de te onderzoeken onderwerpen. Uit deze groslijst heeft de rekenkamer een selectie van een viertal onderwerpen gemaakt. Voor deze onderwerpen is een onderzoeksopzet gemaakt (zie punt 4 Selectiecriteria). In het gesprek met de klankbordgroep op 7 november 2019 heeft de rekenkamer deze onderwerpen en voorstellen voorgelegd en de klankbordgroep gevraagd een prioritering aan te geven ten behoeve van de uit te voeren onderzoeken in 2020.
3
5. Toets aan selectiecriteria De rekenkamer heeft de onderzoeksonderwerpen zoals opgenomen op de groslijst getoetst aan de vastgestelde selectiecriteria: 1. Het organisatorisch, bestuurlijk, maatschappelijk belang van een onderwerp; 2. De mate van risico met betrekking tot doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid; 3. Het financiële belang van een onderwerp In bijlage A is een nadere toelichting te vinden op de selectiecriteria en daarbij bijbehorende aandachtspunten. Na toetsing aan de selectiecriteria komen wij tot de volgende vier onderwerpen voor 2020 – 2021 :
Verkenning aanpak implementatie omgevingswet Positie en sturing van gemeenten in samenwerkingsverbanden Burgerparticipatie ‘Van inspraak naar invloed Duurzaamheid en energietransitie
Deze onderwerpen en onderzoeksvoorstellen zijn opgenomen als bijlagen bij dit onderzoeksprogramma, waarbij tevens de centrale onderzoeksvraag en de deelvragen benoemd zijn. 6. Resultaat van de inventarisatie onderzoeksonderwerpen Op basis van suggesties van de verschillende raadsfracties heeft de rekenkamer een zogenoemde groslijst van mogelijke onderzoeksonderwerpen opgesteld. Met genoegen hebben wij kunnen constateren dat deze input ook dit jaar nog actueel en toereikend is voor de te onderzoeken onderwerpen. Uit deze groslijst heeft de rekenkamer een selectie van een viertal onderwerpen gemaakt. Voor deze onderwerpen is een onderzoeksopzet gemaakt (zie punt 4 Selectiecriteria). In het gesprek met de klankbordgroep op 7 november 2019 heeft de rekenkamer deze onderwerpen en voorstellen voorgelegd en de klankbordgroep gevraagd een prioritering aan te geven ten behoeve van de uit te voeren onderzoeken in 2020. 7. Onderzoeken 2020 en 2021 De afweging van de rekenkamer om tot een keuze van onderzoeksonderwerpen te komen wordt niet alleen bepaald door de aangedragen suggesties vanuit de raadsfracties, maar kan ook worden bepaald door kennis te nemen van reacties van inwoners, beleidsstukken, raadsstukken en politieke actualiteit. Tevens kan de insteek zijn dat aangehaakt wordt bij de voorbereiding om nieuw beleid vast te stellen en daar adviezen over te geven.
Het onderzoek heeft dan een pro actief karakter in plaats van reflecterend. De rekenkamer maakt tevens de afweging of een onderwerp als onderzoek behapbaar is en binnen een redelijke termijn kan worden afgerond. Ook houdt de rekenkamer rekening met onderzoeken die het college verricht. De rekenkamer neemt de gemeenteraad graag mee in de overwegingen van de rekenkamer ten aanzien van de relevantie en mogelijkheid tot onderzoek. Binnen het huidige budget ziet de rekenkamer mogelijkheden om 3 onderzoeken per 2 jaar uit te voeren. Afwisselend een groot (extern) onderzoek en twee kleinere onderzoeken dat wordt uitgevoerd door de leden van de commissie.
4
Bij de vier hiervoor genoemde onderwerpen heeft de rekenkamer een nadere afweging gemaakt. De volgende onderwerpen zijn geselecteerd voor onderzoek in 2020: 1. Verkenning aanpak implementatie omgevingswet 2. Positie en sturing van gemeenten in samenwerkingsverbanden Hiervoor zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: Verkenning aanpak implementatie omgevingswet
Hoe geven de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort vorm aan de invoering van de omgevingswet?
Met de volgende deelvragen ten behoeve van de centrale vraag en het onderzoek:
Op welke worden de vastgestelde ambitiedocumenten gehanteerd als richtinggevend kader? Hoe worden de gemeenteraden (formeel en informeel) betrokken bij de implementatie van de omgevingswet? Is helder wat de formele bevoegdheden van de gemeenteraden worden? Is er zicht op hoe en wanneer de gemeenteraden invulling kunnen geven aan hun bevoegdheden? Hoe worden de gemeenteraden meegenomen in de overige aspecten van de invoering van de omgevingswet?
Positie en sturing van gemeenten in samenwerkingsverbanden
Hebben de gemeenteraden van Doesburg, Duiven en Westervoort zicht en grip op de verschillende samenwerkingsverbanden waarin de gemeenten participeren?
Met de volgende deelvragen ten behoeve van de centrale vraag en het onderzoek:
Aan welke samenwerkingsverbanden nemen de gemeenten deel? Hoe is de besluitvorming om deel te nemen tot stand gekomen? Wat zijn de doelen en ambities van de samenwerkingsverbanden en hoe is hierin de betrokkenheid van de gemeenteraden geregeld? Op welke wijze in de informatievoorziening richting de gemeenteraden over de verbonden partijen geregeld? In hoeverre is de informatie vanuit de samenwerkingsverbanden voldoende als het gaat om evaluatie en toetsing van de resultaten?
Beide onderzoeken worden in 2020 aan de gemeenteraden voorgelegd. In bijlage B vindt u de onderzoeksvoorstellen zoals deze ook besproken zijn met de klankbordgroep. 8. Opzet onderzoek De vraagstelling zoals verwoord bij de geselecteerde onderwerpen is nu nog algemeen gesteld. In het in te stellen vooronderzoek en de onderzoeksopzet krijgt dit een verdere vertaling. Dit om te borgen dat het uiteindelijke onderzoek en advies toepasbare handvatten zal opleveren voor de uitvoeringspraktijk van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort.
5
Hiervoor zal de rekenkamer een vooronderzoek verrichten door bestudering van relevante documenten. Daarna zal de rekenkamer in overeenstemming met het onderzoeksprotocol een onderzoeksopzet opstellen. De onderzoeksopzet wordt ter kennisname van de gemeenteraad, het college en de gemeentesecretaris gebracht. Daarbij wordt ook informatie opgenomen over degene die het onderzoek gaat uitvoeren (intern door de rekenkamer of extern door een onderzoeksbureau). Vanzelfsprekend kan de rekenkamer, indien gewenst, de onderzoeksopzet nader toelichten in de raadscommissie(s). 9. Financiën Voor de totale werkzaamheden van de rekenkamer is voor 2020 door de gemeenteraden een budget ter beschikking gesteld van circa € 25.000,-. Uit dit budget worden onder meer de onderzoekskosten en de vergoedingen aan de leden van de rekenkamer betaald. Het resterend budget 2019 wordt in overeenstemming met de klankbordgroep overgeheveld naar 2020.
22 November 2019 De rekenkamer van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort René Janssen Honny de Gucht Corine Sluiter – Kuilwijk
6
BIJLAGE A
Criteria De Rekenkamercommissie beoogt bij de keuze van haar onderwerpen een zo groot mogelijke bijdrage aan haar missie en doelstelling. Hierbij worden in overeenstemming met het onderzoeksprotocol de volgende criteria gehanteerd: 1. Het organisatorisch, bestuurlijk, maatschappelijk belang van een onderwerp 2. De mate van risico met betrekking tot doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid 3. Het financiële belang van een onderwerp Toelichting op de selectiecriteria: Maatschappelijke relevantie Het is van belang om bij de keuze van de onderzoeksonderwerpen aandacht te schenken aan de maatschappelijke relevantie van het onderwerp. Hierbij kan gedacht worden aan frequent voorkomende klachten van burgeres, thema's die aandacht krijgen van de landelijke politiek en dergelijks. Risicoprofiel Financieel belang en risicoprofiel gaan niet altijd samen. Er kunnen beleidsterreinen of onderwerpen zijn waar weinig of zelfs geen geld aan wordt uitgegeven, maar waar wel hoge risico's mee gepaard gaan. Naast deze criteria wordt bij de selectie van een onderzoeksonderwerp ook rekening gehouden met enkele specifieke aandachtspunten, zoals: De lengte van de beleidsperiode Het leren voor de toekomst Een evenwichtige verdeling van onderzoeken over de sectoren Heeft het onderzoek voldoende toegevoegde waarde? a.
Rechtvaardigen de te verwachten leereffecten en nieuwe inzichten de onderzoeksinspanning? b. Is het onderwerp niet onlangs onderzocht door anderen? Is er sprake van subsidiariteit : is de onderzoeksvraag niet op een andere meer eenvoudige wijze te beantwoorden? Is het voor de rekenkamer haalbaar en past dit binnen de financiële en organisatorische mogelijkheden? Zijn de onderwerpen en de onderzoeken communiceerbaar naar de samenleving?
7
BIJLAGE B
Concept onderzoeksvoorstellen
8
VERKENNING AANPAK IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET DOOR DE REKENKAMER VOOR DUIVEN, DOESBURG EN WESTERVOORT Onderwerp Aanpak van de implementatie van de Omgevingswet in de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort. Aanleiding Op 1 januari 2021 wordt de nieuwe Omgevingswet van kracht. Deze wet vormt een ingrijpende stelselherziening die als doel heeft het omgevingsrecht te verbeteren. Gemeenten hebben daarin een belangrijke verantwoordelijkheid. Zij vervullen nadrukkelijk de rol van “eerste overheid”. De nieuwe wet betekent voor elke gemeente dat ze actief moet worden op meerdere fronten. Ze moet haar nieuwe instrumentarium (o.a. Omgevingsvisie en Omgevingsplan) vormgeven. Ze moet zich een andere manier van werken eigen maken. Ze moet – meer dan in het verleden- ingericht zijn op het digitaal ondersteunen van plan- en besluitvorming en aangehaakt zijn op de landelijke voorziening. De nieuwe omgevingswet kan ook behoorlijke consequenties hebben voor de rolverdeling tussen raad en college. Alle drie de gemeenten hebben al in een vroegtijdig stadium op ambitieniveau kenbaar gemaakt hoe ze de implementatie van de Omgevingswet willen aanpakken. Doesburg heeft in de loop van 2016 en 2017 gewerkt aan een koersdocument voor de invoering van de Omgevingswet.
Dit werd gestart met een Plan van Aanpak en kreeg eind 2017 zijn beslag in de vorm van een Uitgangspuntennotitie die door de raad is vastgesteld. Duiven en Westervoort hebben medio 2017 een Koersdocument Implementatie Omgevingswet vastgesteld. Hierin worden ambities uitgesproken op alle relevante aspecten van de implementatie. Ook is een globale tijdsplanning opgenomen. Deze was echter gebaseerd op de op dat moment van kracht zijnde invoeringsdatum van 1 januari 2019. Inmiddels zijn we alweer enkele jaren verder en begint de invoeringsdatum dichterbij te komen. Een goed moment om te spiegelen op het algehele proces, op de tot dusverre behaalde resultaten, de concrete plannen voor de aankomende periode, en de rol van de gemeenteraad. Onderzoeksvragen -
Hoe geven de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort vorm aan de invoering van de omgevingswet?
9
-
Op welke wijze worden de vastgestelde ambitiedocumenten gehanteerd als richtinggevend kader?
-
Hoe worden de raden (formeel en informeel) betrokken bij de implementatie van de Omgevingswet? Is helder wat de formele bevoegdheden van de raad worden? En is er al zicht op hoe en wanneer de raad hier invulling aan kan geven? Hoe wordt de raad meegenomen in de overige aspecten van de invoering van de Omgevingswet (de onderdelen waarin ze beperkter bevoegdheid heeft maar die wel van invloed zijn op de wijze waarop de dienstverlening naar inwoners en initiatiefnemers eruit zal zien)?
Wijze van onderzoek
10
Analyse van de drie coalitieakkoorden en actuele beleidsstukken Gesprek met de drie wethouders en trekkers Omgevingswet van elke gemeente Vergelijking met handelwijze van enkele vergelijkbare gemeenten door literatuurstudie (en /of telefonische verkenning) Geschatte duur onderzoek: 2 – 3 maanden. Geschatte tijdsbesteding: 80 uur
POSITIE EN STURING VAN GEMEENTEN IN SAMENWERKINGSVERBANDEN Onderwerp In de zomer van 2018 heeft de Rekenkamer Duiven, Doesburg, Westervoort bij alle fracties in de gemeenteraden onderzoeksonderwerpen opgehaald. Uit deze inventarisatie is tevens de positie van de gemeenten en de sturing van de gemeenteraden in de verschillende samenwerkingsverbanden naar voren gekomen. Aanleiding De laatste jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest omtrent de samenwerkingsverbanden in en tussen gemeenten. Dit is mede ingezet door de verschillende decentralisaties. Doordat het takenpakket van de gemeenten in rap tempo uitgebreid is en nog steeds wordt, zoeken steeds meer gemeenten de samenwerking op. Dit stelt de gemeenten in staat proactief met grote lokale en regionale veranderingen aan de slag te gaan. Toch staan in de maatschappelijke discussies rondom het thema samenwerkingsverbanden en de positie van de gemeente en de gemeenteraad deze voordelen ook ter discussie. Dit omdat samenwerkingsverbanden doorgaans op een wat grotere afstand staan van zowel college als gemeenteraad. En is de basis; waarvoor deden we het ook al weer, een mogelijke bron van zorg, ontevredenheid en gevoel van ongrijpbaarheid geworden. Dit wordt versterkt door een ontwikkeling die bij vele gemeenten gezien wordt dat niet zelden gemeenten moeten opdraaien voor onverwacht extra kosten.
Samenwerkingsverbanden zijn er in het land in vele soorten en mate te vinden. Hiermee verschilt ook de reden om samen te werken sterk. En de ervaren afstand verschilt ook per samenwerkingsvorm. Coalitieakkoorden Alle drie de gemeenten hebben in de coalitieakkoorden voor de periode 2018 - 2022 een paragraaf verbonden partijen. Dit komt als dusdanig terug in de begroting hetgeen wettelijk geregeld is in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten. Als er sprake is van een verbonden partij dan leggen de deelnemende gemeenten haar taak als het ware neer bij die verbonden partij. Wel is en blijft de gemeente verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen. De drie gemeenten hebben hun opgaven rondom de samenwerking als volgt verwoord in hun coalitieprogramma’s:
11
Duiven: ‘we staan open voor samenwerking met andere gemeenten daar waar het meerwaarde oplevert’ (in het coalitieprogramma - Ruimte en Vertrouwen)
Westervoort: ‘als gemeente werken we steeds nauwer samen met onze buurgemeenten in de Liemers, maar ook met de grotere regio Arnhem - Nijmegen .Op deze wijze proberen we samen krachtig invulling te geven aan de opgaven die gemeenten hebben op allerlei terrein’ (in het coalitieprogramma – Regionale Samenwerking) Doesburg: ‘we hechten grote waarde aan de zelfstandigheid van Doesburg en we willen dit o.a. bereiken door regionale samenwerking blijvend te bevorderen’ (in het coalitieprogramma – Vol energie)
Doel van het onderzoek Met dit onderzoek wil de rekenkamer van Duiven, Doesburg en Westervoort de gemeenteraden meer zicht geven op de verschillende samenwerkingsverbanden waarin de gemeenten participeren en inzicht bieden in de mogelijkheden van de gemeenteraad voor de uitvoering van zijn kaderstellende en controlerende taken ten aanzien van de samenwerkingsverbanden. Onderzoeksvragen Centrale onderzoeksvraag: “Hebben de gemeenteraden van Duiven, Doesburg en Westervoort zicht en grip op de verschillende samenwerkingsverbanden waarin de gemeenten participeren?” Ten behoeve van de centrale onderzoeksvraag worden de volgende deelvragen/aanvullende onderzoeksvragen gehanteerd: a. Aan welke samenwerkingsverbanden nemen de gemeenten deel? b. Hoe is de besluitvorming om deel te nemen tot stand gekomen? c. Wat zijn de doelen en ambities van de samenwerkingsverbanden en hoe is hierin de betrokkenheid van de gemeenteraden geregeld? d. Op welke wijze in de informatievoorziening richting de gemeenteraden over de verbonden partijen geregeld? e.
In hoeverre is de informatie vanuit de samenwerkingsverbanden voldoende als het gaat om evaluatie en toetsing van de resultaten? Met deze onderzoeksvragen wordt op de volgende onderwerpen het onderzoek gestalte gegeven: Inventarisatie van de samenwerkingsverbanden Aangaan en vormgeving van de samenwerkingsverbanden Beheersing, sturing, controle en verantwoording samenwerkingsverband Evaluatie van de samenwerking
Drie samenwerkingsverbanden nader bekeken Aan samenwerking met andere partijen ligt altijd een reden of doel ten grondslag. Interessant is echter na te gaan of dit beoogde doel, bij de start van het samenwerkingsverband, ook daadwerkelijk is bereikt. Oftewel, heeft de samenwerking ook het gewenste resultaat opgeleverd? Zijn de verwachtingen uitgekomen? Zo nee, waarom niet en kunnen de gemeenteraden hier iets van leren? In dit onderzoek gaat het met name om de vraag hoe tot samenwerking wordt gekomen, waar de grootste risico’s liggen en waar de sturingsmogelijkheden voor de gemeenteraad liggen. Wat weet de gemeenteraad en welke mogelijkheden heeft de gemeenteraad voor grip op het (doel van het) samenwerkingsverband.
12
Wijze van onderzoek
13
Analyse van de drie coalitieprogramma’s Analyse van de beleidsdocumenten en documenten omtrent de samenwerkingsverbanden Gesprek met de drie wethouders en trekkers regionale samenwerking en verbonden partijen Vergelijking met handelwijze van enkele vergelijkbare gemeenten door literatuurstudie en/of telefonische verkenning Duur onderzoek: 3 tot 4 maanden Geschatte uren: 80 uur
VERKENNING AANPAK DUURZAAMHEID EN ENERGIETRANSITIE DOOR DE REKENKAMER VOOR DUIVEN, DOESBURG EN WESTERVOORT Onderwerp Beleid van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort op het gebied van duurzaamheid en energietransitie Aanleiding Alle drie de gemeenten hebben in de coalitieakkoorden voor de periode 2018-2022 een belangrijke plaats ingeruimd voor het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en energietransitie. Naast inhoudelijke ambities worden daarbij ook uitspraken gedaan over de wijze waarop deze moeten worden gerealiseerd. De aanpak in elk van de drie gemeenten toont (althans volgens de teksten van de akkoorden) een aantal gelijkenissen. In het coalitieakkoord van de gemeente Doesburg wordt vooral aandacht gevraagd voor het verduurzamen van de woningvoorraad. Dit moet in samenwerking met de woningstichting en particuliere huiseigenaren gebeuren. In het coalitieakkoord voor de gemeente Duiven wordt vooral ingezet op bewustwording van de samenleving. De gemeente ziet zich vooral als initiator en aanjager. Men wil werken met een aantal pilots. In het coalitieakkoord voor de gemeente Westervoort wordt uitgesproken dat het college “op alle mogelijke manieren” inwoners en bedrijven zal wijzen op de noodzaak tot verduurzaming. Daarbij wordt ingezet op informatie en voorlichting.
Subsidiëring in bij voorbeeld de vorm van een duurzaamheidslening wordt daarnaast als benaderingswijze voorgesteld. Samenvattend kan gesteld worden dat er veel aandacht is voor aanjagen en stimuleren. Er moet veel aandacht zijn voor een bottom up aanpak en het aanhaken bij lokale initiatieven. Er worden nog concrete of gekwantificeerde ambities uitgesproken. De verkiezingen waren in maart 2018. Deze akkoorden zijn vervolgens opgesteld in het voorjaar van 2018. Sindsdien hebben zich (op nationaal niveau) een aantal ontwikkelingen voorgedaan. Mede door de discussies over bevingsschade in Groningen is er landelijke regelgeving gekomen die de afkoppeling van aardgas moet versnellen. Zo moeten bouwaanvragen vanaf juli 2018 in beginsel uitgaan van gasloze woningen. In het najaar van 2018 zijn de concept-afspraken van het nationale klimaatakkoord (onder voorzitter van oud milieuminister Nijpels) verschenen. Deze worden waarschijnlijk dit najaar definitief gemaakt en bieden op tafel van onderdelen kaders voor de duurzaamheidsaanpak van gemeenten. Zo vloeit wat de energietransitie betreft uit dit akkoord voort dat gemeenten in een gezamenlijke RES (Regionale EnergieStrategie) gaan duidelijk maken welk deel zij in de regio voor hun rekening kunnen nemen van de duurzame energieopwekking.
14