CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Politieke Avond 1 februari 2022, gemeente Duiven17.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

daarin de uiterwaarden, een dynamisch rivierenlandschap en het reliëfrijke stroomruggenlandschap (een kleinschalig oud cultuurlandschap met de dorpen Groessen en Loo);

Om de kennis van de vormende kracht van het water te bundelen en om te onderzoeken hoe water een belangrijke drager kan wor­ den voor de kwaliteit en samenhang in het Liemerse landschap van de toekomst, is de Waterbiografie van de Liemers gemaakt. In de waterbiografie wordt de verbinding gelegd tussen het watersysteem en de cultuurhis­ torie, waarbij inspiratiebeelden gegeven worden op de thema’s natuur, klimaat, energietransitie, landbouw, bouw, mobiliteit en recreatie. Deze waterbiografie helpt de gemeente Duiven bij het aanpakken van de wateropgave en het streven naar een vitale en aantrekkelijke toekomst van de regio. Bekijk de Waterbiografie (het inspiratiedocument).

2.3.3 Wonen De gemeente Duiven is een bewuste keuze voor gezinnen die de stad verlaten om in onze gemeente rust, ruimte en gemeenschapszin te zoeken. In de kern Duiven kunnen inwoners dorps wonen met een levendig en vitaal cen­ trum met een divers aanbod aan voorzieningen (zie kaart 6). In de kernen Groessen en Loo is het landelijk wonen in dorpen met een rijk vereni­ gingsleven, een zorgzame gemeenschap en de

34

kern Duiven die op één lijn ligt met de aangrenzende plaatsen Westervoort en Zevenaar; ● de noordelijke komzone gekenmerkt door

het karakteristieke, laaggelegen, open, jong agrarisch ontginningslandschap, zoals de Duivense Broek. Een zorgvuldige ruimtelijke ordening en de landschappelijke investeringen houden het landschap sterk. Dit geldt bijvoorbeeld voor het Looveld en de zichtlijnen vanaf de Loodijk. Het is een gebied met landschappelijke een­ heid, in het noorden begrensd door de Lee, met een onbebouwd en zeer weids karakter en gave verkavelingsstructuur. Daarnaast vormen de zichtbare overblijfselen van de dynamische waterhistorie van de Liemers een uniek deel van het rivierlandschap. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen zo veel moge­ lijk aan te sluiten bij hoofdzones, de open weids­ heid van bepaalde gebieden, de karakteristieke verkaveling en het respecteren van zichtlijnen. In uitwerking van het vastgestelde Ontwikkelingskader Buitengebied heeft de gemeente Duiven een ­

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

● de centrale lijnstadzone met daarin de

Landschaps­ontwikkelingsplan (LOP) opgesteld. In dit plan is de visie op gebied van natuur en landschap verder uitgewerkt en vertaald naar concrete uitvoeringsprojecten op het gebied van natuur en landschap. Daarnaast biedt het LOP een toetsingskader voor initiatieven in het buitengebied. Hieraan is een uitvoerings­ plan gekoppeld, waarin concrete uitwerking plaatsvindt. 2.3.5 Erfgoed Het erfgoed in de gemeente Duiven is onlos­ makelijk verbonden met de landschappelijke waarden. Nu is nog veel herkenbaar en herleid­ baar van de oudste (natuurlijke) structuren. Het historische wegenpatroon is hier een belangrijk voorbeeld van. De situatie die omstreeks 1735 bestond is nog goed herkenbaar met wegen zoals de Rijksweg, Heilweg-MolenstraatSchraleweidsestraat, Burgemeester Van Dordt tot Medlerstraat-Eltensestraat-Loostraat, Heiliglandsestraat, Dorpstraat-Lijkweg en Kerakkers-Leuvensestraat. Gebieden en gebouwen met een bijzondere betekenis zijn: ● In Duiven bijvoorbeeld de Remigiuskerk met

kerkhof, De Woerd en De Eng. De Woerd is zeer waardevol. In de loop van de Ploenstraat, Woerdstraat en Lombokstraat met de laanbeplanting komt dit tot uitdrukking. De Eng is nog een herkenbaar deel. De bebouwing ligt hier op de rand van een rivierdonk. Kenmerkend voor het centrum is de diversiteit in bouwwerken (woningen, villa’s, boerderijen, bedrijven en bijzondere bouwwerken) die omgeven zijn door bomen en hagen. Ook staan langs de Rijksweg enkele waardevolle panden. ● In het dorp Groessen geldt dat de historisch-

ruimtelijke opbouw goed bewaard is gebleven. Deze opbouw is goed herkenbaar aan de iets verhoogde ligging en aan het historische karakter van de lintbebouwing. De T-as boerderijen op terpen geven een goed beeld van de historische oriëntatie op hoger gelegen gronden.

● In het dorp Loo is de historische opbouw

van de Loostraat, Loodijk en Husselarijstraat herkenbaar gebleven. Haaks daarop takken stegen aan. De open weide tussen het kerkepad en de molenromp dragen bij aan het dorpse karakter. De Husselarijstraat en de Loostraat kennen aan weerskanten historische bebouwing met laanbeplanting. Kenmerkend voor de gemeenschap en haar geschiedenis is dat Duiven een van de weinige gemeenten in Nederland is waar elke dorpskern nog haar eigen eeuwenoude processie kent. Deze tradities hebben ook het wegenpatroon beïnvloed (processiepaden). Dit cultureel erf­ goed verleent de gemeente Duiven en de kernen een eigen, onderscheidende identiteit en een fundament om op te bouwen. Het staat echter niet vast: onze omgeving verandert voortdurend en dat geldt ook voor het cultureel erfgoed. Denk aan oude gebouwen die een nieuwe functie krij­ gen, situaties waar wordt afgebroken en nieuw­ bouw gepleegd, stukken land die bebouwd worden en wegen die worden doorgetrokken of ontsloten. Het erfgoed beschermen en verder versterken biedt kansen bij nieuwe ontwikkelingen in de leefomgeving en het realiseren van economi­ sche en maatschappelijke doelen. Een voorbeeld hiervan is de restauratie en herontwikkeling van monument Klein Rijswijk in Groessen. Of de verbindende kracht van water als belangrijke drager voor de kwaliteit en samenhang in het landschap.

Het erfgoed kan inspireren, draagvlak creëren en richtinggevende randvoorwaarden bieden. Bekendheid van het erfgoed is daarom belangrijk. We willen het cultureel erfgoed (laten) ontdekken, vertellen en verbinden, zodat dit op een goede wijze in stand gehouden kan wor­ den en een inspiratiebron en motor kan zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Dat doen we ook in het grotere verband met het erfgoedcentrum van de Achterhoek en de Liemers.

35

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

2 OVER DUIVEN

KAART 6

BASISKAART WONEN

36

37

BASISKAART CULTUURHISTORIE

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

2 OVER DUIVEN

KAART 7

38

39

De infrastructuurnetwerken worden optimaal benut en zitten aan de grenzen van de capaciteit. Congestie in het landelijke wegennet werkt door in het onderliggende wegennet. De sociale func­ tie van het openbaar vervoer is geborgd.

De komende decennia blijven veel ontwikkelin­ gen van buiten op Duiven af komen. De opgaven energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, beschikbaarheid van voldoende water en waterveiligheid zijn ook in 2050 nog relevant en nemen zelfs in belang toe. Het borgen van externe veiligheid in dit ontwikkelingsveld is een aandachtspunt. Daarnaast zal de transitie naar duurzame mobiliteit leiden tot een over­ gang naar elektrisch vervoer, de toepassing van nieuwe mobiliteitsconcepten en een verdere koppeling van verschillende modaliteiten en daarmee een totaal nieuw onderliggend net­ werk. Ook liggen er uitdagingen op het gebied van natuur inclusieve en kringlooplandbouw. Dit is slechts een greep uit de ontwikkelingen die op ons af komen waar we de komende jaren op in willen spelen. Leidraad bij alle ontwikkelingen is dat we ruimte willen bieden aan ontwikkelingen, maar graag kwaliteit willen toevoegen en daar­ bij de samenhang en de sociale functie van de fysieke leefomgeving voor de gemeenschap van Duiven niet uit het oog willen verliezen.

Vitale en circulaire economie

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

Wonen

-

-

-

2.3.7 Economie De gemeente Duiven heeft een groot areaal aan bedrijventerreinen langs de A12 met een bovenregionale functie. Denk aan Centerpoort Noord, Zuid, Nieuwgraaf, Innofase, Seingraaf en Graafstaete. Daarnaast de meer lokaal geo­ riënteerde bedrijventerreinen, 't Holland, De Nieuweling en Helhoek. Deze bedrijventerreinen variëren van industrie en logistiek tot detail­ handel en groothandel. De grote voordelen qua bereikbaarheid en ligging ten opzichte van de grote steden in zowel Nederland als Duitsland maken het dan ook een gewilde vestigings­ plaats. Deze bedrijvigheid zorgt voor circa 17.000 banen in de gemeente Duiven, goed voor 66% van de totale werkgelegenheid in de gemeente. De groei van de werkgelegenheid bedroeg gemiddeld 3% per jaar. Landelijke prognoses geven voor de komende jaren een verwachte groei van 1,5% per jaar.

2.4 TOEKOMSTPERSPECTIEF

-

2 OVER DUIVEN

2.3.6 Infrastructuur en mobiliteit De infrastructuur in de gemeente Duiven heeft zowel een lokale als bovenlokale component. De A12 heeft gezorgd voor verdere ontwikkeling en het vergroten van de bereikbaarheid van de gemeente. De ontwikkeling van de A15 in de komende jaren zal zorgen voor een betere bereikbaarheid van Duiven en zal een stimulans zijn voor de economie. Over het grondgebied loopt daarnaast de spoorverbinding Arnhem – Doetinchem/Winterswijk. Duiven beschikt over een station en over frequente busverbindingen met omliggende plaatsen en aansluiting op een snelfietsroute. Daarnaast wordt de bus voor interne verbindingen ingezet. De fiets­ infrastructuur is lokaal fijnmazig en goed op orde en regionaal verbonden met de snelfiets­ route De Liemers.

Bereikbaarheid & mobiliteit

Kerken DUIVEN

Energietransitie

Landbouw

Klimaatadaptatie & waterveiligheid

Natuur & biodiversiteit

Figuur 3 Ontwikkelingen

Het toekomstperspectief dat we nastreven ligt in lijn met het toekomstperspectief dat in de Nationale Omgevingsvisie wordt geschetst. Het toekomstperspectief voor Duiven is een dorp dat gezond en klimaatbestendig is en dat beschermd

40

is tegen overstromingen. Duiven is een sterk onderdeel van de regionale economie (met cir­ culariteit als einddoel) en in Duiven is het goed wonen, werken en recreëren. Duiven is een dorp dat weet waar het vandaan komt, zorgvuldig omgaat met de opgebouwde identiteit en het cultureel erfgoed op een verantwoorde manier onderdeel laat zijn van ontwikkelingen. Een dorp met een aantrekkelijk buitengebied, met een levensvatbare natuur en een productieve landbouw. De interne en externe bereikbaarheid van Duiven is voor alle modaliteiten (fiets, OV, auto) en voor alle doelgroepen (inclusief minder­ validen) goed. Verder vinden wij, mede gezien alle ontwikke­ lingen, duurzaamheid belangrijk. Duurzaamheid is daarom een van de uitgangspunten waar het onze visie op de leefomgeving betreft. Dit houdt in dat we richting de toekomst bij alle plannen, binnen alle ambities, rekening houden met duurzaamheid in de brede zin van het woord (denk hierbij aan klimaatadaptatie, circulariteit, biodiversiteit, etc.). 2.4.1 Uitgangspunten voor de toekomst Afhankelijk van het vraagstuk in de fysieke leefomgeving kan de gemeente Duiven verschil­ lende rollen vervullen in het handelen vanuit de ambities en beleidsdoelen uit de omgevings­ visie.

De gemeente Duiven hanteert hierbij de volgende principes: Ontwikkelingen mogelijk maken Initiatieven uit de samenleving die bijdragen aan een veilige, leefbare, duurzame en gezonde leefomgeving ondersteunen we. Hierbij stimule­ ren we inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties om actief te zijn in het verbeteren van de leefomgeving of met ideeën te komen voor het verbeteren van de leefbaarheid van de leefomgeving. Dit betekent concreet dat we graag actief betrokken worden bij initiatieven en deze de ruimte geven, mits ze bijdragen aan de beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in stand houden, dan wel versterken. Als gemeente werken we daarbij opgavegericht. Dat betekent dat concrete, maatschappelijke opgaven centraal staan in de manier waarop we

als gemeente werken. De omgevingsvisie vormt hiervoor een richtsnoer. Recht doen aan ruimtelijke kwaliteiten Het uitgangspunt bij ontwikkelingen is het versterken of toevoegen van ruimtelijke kwaliteit aan onze leefomgeving. We hechten dan ook veel waarde aan de aanwezige kwaliteiten. Zo waarderen we ons (cultureel) erfgoed, landschap en natuur en bewaken we het fundament van onze cultuur en identiteit. Daarom borduren we voort op het fundament van erfgoed om zo onze eigen identiteit blijvend uit te dragen. Ook heb­ ben we oog voor plaatsen waar verschillende waarden samenkomen, zoals bij de Romeinse Limes waar natuur, erfgoed, cultuur en recreatie een rol spelen. Daar willen wij integraal naar het gebied kijken en thema’s in samenhang versterken. Daarnaast beschermen en versterken we, waar mogelijk, de plekken die waardevol, kenmerkend en uniek zijn voor de inwoners van Duiven (zie kaart 1). Ook houden ruimte­ lijke ontwikkelingen rekening met en dragen zo mogelijk bij aan de ruimtelijke kwaliteiten van de Liemers. Dit doen we niet alleen, maar samen met onze inwoners, bedrijven en maatschappe­ lijke organisaties. Maatwerk op basis van leefomgevingskwaliteiten Onder de Omgevingswet is er ruimte om als gemeente eigen afwegingen te maken voor activiteiten in de leefomgeving.

Voor specifieke belangen, bijvoorbeeld veiligheid of gezondheid, nemen we deze ruimte om maatwerkregels in te zetten. In deze omgevingsvisie brengen we meer samenhang tussen deze afwegingen. Op basis van de na te streven kwaliteiten besluit de poli­ tiek, in overleg met de samenleving, of er een soepel of strenger regime van kracht moet zijn. Voor de verschillende gebieden houden we dus rekening met de verschillende gebiedskwalitei­ ten. Denk hierbij aan maatwerkregels voor activi­ teiten die cultureel erfgoed betreffen, regels voor bouwactiviteiten of andere normen met betrek­ king tot milieuaspecten zoals geluidsnormen. Samen verantwoordelijk voor de leefomgeving We delen de verantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving samen met alle gebrui­ kers van deze leefomgeving. We laten ons

41

BASISKAART NETWERKEN EN INFRASTRUCTUUR

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

2 OVER DUIVEN

KAART 8

42

43

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

2 OVER DUIVEN

KAART 9

BASISKAART WERKEN

44

45

2 OVER DUIVEN OMGEVINGSVISIE DUIVEN

inspireren door de Nationale Omgevingsvisie en Provinciale Omgevingsvisie en hebben oog voor (omgevings)visies van onze buurgemeenten en Waterschap Rijn en IJssel. We blijven in gesprek met provincie, waterschap, de regio’s (ArnhemNijmegen en de Liemers), buurgemeenten, veiligheidsregio en de regionale gezondheidsen omgevingsdiensten om met een open blik actief te verkennen hoe we elkaar kunnen versterken. We zoeken naar raakvlakken en verbindingen in de regionale opgaven (denk aan de energietransitie en mobiliteit) om deze samen op te pakken en gezamenlijk ambities voor de leefomgeving vorm te geven en te versterken. Zo zijn we samen met onze medeoverheden en uitvoeringsdiensten verantwoordelijk voor de leefomgeving. Zorg voor natuur en milieu Onze gemeente en heel het grondgebied is aan­ trekkelijk, gezond en in de basis schoon, intact en veilig. Behoud van onze gezonde en veilige fysieke leefomgeving staat dan ook voorop bij het mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelin­ gen. Daarom handelen we preventief om aantas­ ting van het milieu en de natuur te voorkomen. Daarbij houden we vast aan onze normering en volgen we waar mogelijk actief eventuele wijzigingen in de (aanscherping van) landelijke normering. We hanteren het principe dat de vervuiler betaalt en stellen waar nodig kaders aan de hand van vergunningen.

Ook houden we toezicht op en handhaven we een gezonde, schone en veilige fysieke leefomgeving. Zo beschermen we de leefomgeving(skwaliteit) om schade aan de gezondheid te voorkomen. Dit doen we door de blootstelling aan schadelijke factoren te beperken, schadelijke uitstoot terug te dringen, gevaarlijke situaties te saneren en ruimtelijke functies te scheiden daar waar de zorg voor natuur en milieu op het spel staat.

46

47

3

48

Omgevingsvisie Duiven

AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING

Een gezonde, veilige, vitale, duurzame, leefbare en aantrekkelijke leefomgeving is belangrijk voor nu en in de toekomst. Om dit te behouden en verder te versterken formuleren we op basis van onze waarden en kwaliteiten ambities en doelen voor de middellange termijn tot 2030 en voor de lange termijn na 2030. Deze ambities en doelen zijn geïntegreerd in vijf integrale thema’s voor fysieke leefomgeving.

49

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING

We zijn ons bewust van de wereld om ons heen en de veranderlijkheid van landelijke, regionale en autonome ontwikkelingen en trends. In de volgende paragrafen beschrijven we per thema de ambities en doelen voor de middellange en lange termijn van de gemeente Duiven voor de fysieke leefomgeving.

Een duurzaam thuis

3.1 EEN DUURZAAM THUIS Gezonde leefomgeving

De lokale woonvraag en bovenlokale vraag uit de regionale woningmarkt Arnhem, waar Duiven onderdeel van uitmaakt, leiden tot de vraag naar nieuwe woonlocaties. In de eerste plaats streven we naar inbreiding. Gelet op de grote woonbehoefte zijn inbreidingslocaties echter niet meer voldoende. Naast het benutten van de inbreidingslocaties is het noodzakelijk om op korte termijn woningen op uitbreidingslocaties te ontwikkelen. Op 1 juni 2021 zijn de Plakse Weide en de Ploen Noord door de gemeente­ raad aangewezen als uitbreidingslocaties voor woningbouw waarvoor de planontwikkeling wordt opgestart. De locatie Biezenkampen is op 1 juni 2021 aangewezen als reserve woning­ bouwlocatie (zie kaart 10: wonen & werken). Vanwege de grote woningbouwopgave voor 2030 kiezen we ervoor om de plantontwikkeling voor zowel de Plakse Weide als de Ploen Noord op te starten. Bij de planontwikkeling zal sprake zijn van een fasering voor beide locaties. Dit houdt in dat een deel van de woningen voor 2025 gebouwd zal moeten worden en het overige deel tussen 2025 en 2030. De locatie Biezenkampen is vooralsnog een reserve woningbouwlocatie voor de lange termijn. Mocht om onvoorziene redenen de woning­ bouwontwikkeling op de Plakse Weide of Ploen Noord niet door kunnen gaan, dan wordt de planontwikkeling voor de Biezenkampen eerder opgestart.

Dit uiteraard in nauwe verbinding en afstemming met regio de Liemers en de regio­ nale woningmarkt Arnhem. Daarbij houden we oog voor de kansen die het transformeren van bestaand vastgoed in onze woonkernen naar woningen biedt. ­

Bereikbaarheid

-

Vitale economie

-

­

-

-

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

-

Klaar voor de toekomst

50

Een duurzaam woningaanbod dat aansluit op de wensen en behoeften van de inwoners van de gemeente vraagt om een ander type wonin­ gen dan er op dit moment beschikbaar zijn in Duiven, Groessen en Loo. Het accent voor de aanvullende woonbehoefte in Duiven ligt voor de inbreidingslocaties voornamelijk op één- en tweepersoonshuishoudens zo dicht mogelijk bij de (centrum)voorzieningen. Dit speelt in op de vraag naar betaalbare tot middeldure (nieuwbouw)woningen voor één- en tweeper­ soonshuishoudens en betreft dus een ander type woningen dan de voornamelijk eengezinswonin­ gen in de bestaande voorraad. Voor de uitbrei­ dingslocaties in Duiven zal het accent liggen op een mix aan type woningen, waardoor het ook mogelijk is om vanuit de bestaande wijken in Duiven door te stromen naar een grotere woning. Tevens bestaat er een behoefte aan een flexibele schil van woningen om de grote groep van spoedzoekers, waaronder arbeidsmigran­ ten, passend te kunnen huisvesten. Verder is er aandacht voor de aanvullende woonwensen van woonwagenbewoners. De verduurzaming van de woonomgeving zal door het Klimaatakkoord verder gestalte krijgen. Concreet betekent dit het terugdringen van de energiebehoefte en het benutten van duurzame warmtebronnen. Ook klimaatadaptatie zal invloed hebben op de woningen en de openbare ruimte. Dit vraagt om rekening houden met droogte, piekbuien en de behoefte aan koelte.

● Verduurzaming van bestaande woningen en

duurzame nieuwbouw ● Vergroening van de woonomgeving als

bijdrage aan klimaatadaptatie en meer biodiversiteit ● Aandacht voor specifieke woonvragen van

spoedzoekers en woonwagenbewoners Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen: ● Blijven inspelen op de veranderende

woonbehoefte ● Duurzaam blijven inrichten van

woonomgeving en openbare ruimte ● Accommoderen van aanvullende

woonbehoeften, wat kan betekenen dat we op zoek moeten gaan naar geschikte, aanvullende nieuwbouwlocaties of dat we op bepaalde plekken moeten gaan ‘stapelen’ (appartementen) ● Combineren van functies (wonen, werken,

voorzieningen, natuur)

Op de middellange termijn hebben we de volgende ambities en doelen: ● Mogelijk maken van de aanvullende

woonbehoefte op inbreiding- en uitbreidingslocaties ● Realiseren van passende en betaalbare

woningen aansluitend op de woonvraag van de groeiende groep één- en tweepersoonshuishoudens ● Een toegankelijke woonomgeving en

woonmogelijkheden voor zelfstandig wonende ouderen en zorgdoelgroepen

51

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING

KAART 10

VISIEKAART WONEN & WERKEN

52

53

-

3.2 GEZONDE, SOCIALE EN VEILIGE LEEFOMGEVING Gezondheid is een randvoorwaarde voor het handelen, de ontwikkelingen en de plannen in de fysieke leefomgeving. We willen in het fysieke domein de gezondheid en veiligheid van inwo­ ners beschermen, bewaken en waar mogelijk bevorderen en versterken. Ons uitgangspunt is dat een ieder die wil maximaal gezond kan leven en wonen in de gemeente Duiven. Natuurlijk heeft de inwoner een eigen verantwoordelijkheid over zijn gezondheid, maar we sluiten niet onze ogen voor de toename van het aantal ouderen en afname van het aantal jeugdigen. We blijven inzetten op ons actieve verenigingsleven, cultuur­ voorzieningen en sport en jongerenvoorzienin­ gen om bewegen en ontmoeten te stimuleren. Buitenspelen voor kinderen willen wij daarbij stimuleren middels aantrekkelijke, toegankelijke en gevarieerde openbare ruimten met ruimte voor spelen en ontmoeten. -

­

3.2.1 Erfgoed We streven naar een aantrekkelijke leefomgeving die de inwoners herkennen en waar ze zich thuis voelen. Het erfgoed van het verleden, zoals geïllustreerd op de kaart met de waarden erf­ goed, landschap en cultuur (zie kaart 11) en meer gedetailleerd beschreven in o.a. het rapport ‘Zeldzaam Goed (2005) en de Cultuurhistorische Kaart (2011), geeft de kernen Duiven, Groessen en Loo en het buitengebied een eigen karakter en identiteit. Het geeft herkenning voor bewo­ ners en het verrast de bezoekers. Daarom is het van belang om dit erfgoed te herkennen, te behouden en te versterken en inspiratiebron te laten zijn bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

3.2.3 Groene leefomgeving Een belangrijk deel van de gezondheid wordt bepaald door omgevingsfactoren waar de inwoner geen invloed op heeft, zoals lucht­ kwaliteit en geluidsbelasting. Het blijft onze inzet om de negatieve effecten van luchtkwaliteit en geluidsbelasting op de gezondheid van inwo­ ners zo minimaal mogelijk te houden en waar mogelijk te verbeteren. Dit zal geen makkelijke opgave zal zijn. Denk aan publieke voorzienin­ gen met gevoelige bestemmingen en functies voor langdurig verblijf van gezondheidsgevoe­ lige groepen, of het creëren van afstand tussen nieuwe gevoelige bestemmingen en belangrijke bronnen van luchtverontreiniging.

54

Ook heeft natuur onze aandacht, mede gezien het effect van wandelen en fietsen in de natuur op de gezondheid. Door de groene leefomge­ ving te verbinden aan andere maatschappelijke vraagstukken, zoals klimaatadaptatie en het vergroten van biodiversiteit, is het mogelijk om een win winsituatie te creëren. Zeker als we groen als partner zien bij het behalen van onze doelen en ambities. -

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING OMGEVINGSVISIE DUIVEN

3.2.2 Sociale en inclusieve leefomgeving Daarnaast vinden we het belangrijk dat er aandacht is voor de medemens en we omzien naar elkaar. Denk aan de toenemende vraag om zelfstandig te kunnen blijven wonen; dit is niet makkelijk en we zien dat bepaalde groepen moeilijkheden ervaren om zelfstandig te wonen. Speciale aandacht gaat uit naar mensen met een beperking, in welke vorm dan ook, conform het VN verdrag voor mensen met een handicap. Deze aandacht gaat breder dan enkel het fysieke domein. We streven voor deze groep naar volwaardig participeren in de maatschappij. Voor het fysiek domein betreft dit thema’s als fysieke toegankelijkheid van gebouwen en de openbare ruimte, maar ook ten aanzien van bereikbaar­ heid. In al dit soort vraagstukken trekken het sociale en fysieke domein samen op, natuurlijk met participatie van inwoners en andere maat­ schappelijke partners.

Op de middellange termijn hebben we de volgende ambities en doelen:

Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen:

● Een gezonde samenleving met aandacht voor

● De leefomgeving zo inrichten dat het

de medemens en elkaar

bijdraagt aan een gezonde, sociale en veilige leefomgeving

● Participatie van inwoners en andere

maatschappelijke partners

● Zo nodig creëren van aanvullende

voorzieningen, onder andere om in te spelen op de vergrijzing

● Een groene omgeving die bijdraagt aan de

lichamelijke en geestelijke gezondheid ● Streven naar het zo volwaardig mogelijk ● Stimuleren en faciliteren van vitale wijken,

participeren in de maatschappij door mensen met een beperking in welke vorm dan ook.

dorpen en buurten ● Investeren in sport- en jongerenvoorzieningen

● Creëren van grootschalige

om beweging en ontmoeting te stimuleren

groenvoorzieningen (bijvoorbeeld een landschapspark of de aanleg van bossen)

● Stimuleren van buitenspelen voor kinderen in

de openbare ruimten met ruimte voor spelen en ontmoeten

● Kansen zoeken voor het verbeteren van

de omgevingswaarden, zoals geluid en de luchtkwaliteit.

● Zelfstandigheid bevorderen ● Erfgoed inzetten bij nieuwe ruimtelijke ● Positieve gezondheid als randvoorwaarde

ontwikkelingen, waarbij de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit verder worden versterkt.

voor alle ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving ● Met het beheer van de openbare ruimte waar

mogelijk bijdragen aan een gezonde, sociale en veilige leefomgeving ● In stand houden van de goede

omgevingswaarden, zoals het geluid en de luchtkwaliteit ● Behouden van het eigen karakter en de

(ruimtelijke) identiteit door bekendheid te geven aan het erfgoed van Duiven, Groessen en Loo en dit erfgoed te behouden en te versterken

55

VISIEKAART WAARDEN ERFGOED, LANDSCHAP EN CULTUUR

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING

KAART 11

56

57

-

3.3 VITALE ECONOMIE Duiven heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een vitaal economische gemeente die veel bijdraagt aan de lokale en regionale werkgelegenheid. Op het gebied van perifere detailhandel is Nieuwgraaf een (boven)regionale hotspot voor het thema "in en rond het huis". Deze kwaliteit dient behouden te blijven en vereist permanente aandacht voor uitstraling en bereikbaarheid. Er is winst te behalen in de relatie tussen duur­ zaamheid en economie. Het toekomstbestendig inrichten van werklocaties is de pijler van de economische ambitie. Dit betekent concreet: het hebben van aandacht voor de energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie, bio­ diversiteit en de kwaliteit van het vastgoed, de openbare ruimte en de bereikbaarheid. En met aandacht voor veiligheid, werkgelegenheid en onderwijs. Uitgaande van een beperkte toename van de behoefte aan nieuwe bedrijvigheid in de regio Arnhem Nijmegen, kan er in de A12 zone, op basis van toegevoegde waarde, ruimte worden gegeven aan (selectieve) uitbreiding. Deze uitbreiding betreft Centerpoort Noord voor regionale bedrijvigheid en Graafstaete voor lokale bedrijvigheid, zoals nader aangegeven als zoekgebied bedrijventerrein op de kaarten 9 (werken in Duiven) en 10 (visiekaart wonen en werken in Duiven).

58

3.3.2 Vrijetijdseconomie In sommige iconische steden zal door de groei in toerisme druk op de leefbaarheid kunnen ontstaan. De Liemers kan als nieuw toeristisch gebied hiervan profiteren. Het gezamenlijke doel is om een fysieke verbinding te realiseren tussen de grootschalige winkelbedrijven en de buitengebieden in de Liemers waarin natuur, landschap, cultuur(historie) dominant zijn met de thema’s water, vrijheid en Limes. Ook is het van belang om de toegankelijkheid van het buitengebied voor fietsers en wandelaars vanuit de wijken en dorpen te versterken. De branding van de Liemers, met één krach­ tige boodschap en met marketingacties om de bekendheid van de regio te vergroten, heeft prioriteit zodat de toeristen Duiven weten te vinden. Door het aanbod aan verblijfsrecreatie in de gemeente Duiven kan van de komst van extra toeristen volop geprofiteerd worden. De streek­ producten, mooie toegankelijke natuur, diverse woon en vrijetijdsbestedingswinkels en het horeca aanbod zorgen voor een divers aanbod aan de toeristen. -

Het versterken van de lokale economie en voorzieningen houdt de gemeente Duiven vitaal. Zo blijft de herontwikkeling van het centrum van Duiven, de spoorzone en de locaties voor de combinatie van wonen en werken ook de komende jaren op de agenda staan om de vitaliteit van de gemeenschap en voorzieningen verder te versterken.

We zijn ons ervan bewust dat er allerlei lande­ lijke en provinciale ontwikkelingen zijn die van invloed zijn op de agrarische sector. Daar hou­ den we rekening mee in de verdere uitwerking van de uitvoeringsprogramma's.

-

-

-

-

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING OMGEVINGSVISIE DUIVEN

3.3.1 Agrarische sector Duiven is de afgelopen decennia aanzienlijk verstedelijkt. Maar nog steeds zijn er volop agrarische bedrijven actief. Er is veeteelt en akkerbouw in het open kommen gebied en van oudsher zijn er in het oeverwallengebied rond Groessen tuinbouwbedrijven. Wel neemt het aantal actieve agrariërs af. En de verwachting is dat dit nog door zal zetten. In diverse Liemerse gremia worden gerichte projecten ingezet om de positie van de agrarische sector te versterken en onder de vlag van de Liemerse Ambassade wordt een integrale toekomstvisie op de agra­ rische sector opgesteld. Ook duurzaamheid in brede zin speelt hier een belangrijke rol in.

Op de middellange termijn hebben we de volgende ambities en doelen: ● Verder versterken van de economische

positie van de gemeente Duiven in de regio op basis van toegevoegde waarde ● Ruimte voor (selectieve) uitbreiding van

bedrijventerreinen in de toekomst ● Aandacht voor uitstraling en goede

bereikbaarheid van de bedrijventerreinen ● Aandacht voor de maatschappelijke

ontwikkelingen binnen de agrarische sector ● Behouden en versterken van de lokale

economie en voorzieningen in het centrum van Duiven ● Balans tussen ruimte voor economische

ontwikkeling, natuur, biodiversiteit en klimaat ● Versterken van de vrijetijdseconomie van de

Liemers als recreatiegebied met waterhistorie Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen: ● Behoud van de economische positie van de

gemeente Duiven in de regio op basis van toegevoegde waarde ● Balans tussen ruimte voor economische

ontwikkeling, natuur, biodiversiteit en klimaat ● Versterking van circulariteit in

bedrijfsprocessen

59

-

-

-

3.4 BEREIKBAARHEID Op lokaal niveau, zoals geïllustreerd op de kaart mobiliteit en infrastructuur (zie kaart 12), is er een kans om het netwerk verder te optimali­ seren voor langzaam verkeer. We zetten in op duurzaamheid door te richten op meer lopen, fietsen en gebruik van het openbaar vervoer. Daarom zullen we de loop en fietsroutes onder de loep nemen en verbeteren. Verbeteringen kunnen onder andere worden gezocht op het gebied van verkeersveiligheid, weginrichting, maar ook herkenbaarheid van routes en de bereikbaarheid van het buitengebied. Daarnaast hebben we aandacht voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte en de bereikbaarheid van voorzieningen voor verkeersdeelnemers met een beperking in welke vorm dan ook, zoals zij die gebruik maken van een rolstoel of rollator. We vinden het belangrijk dat iedereen in onze samenleving mobiel kan zijn. Er mag geen ‘vervoersarmoede’ optreden waardoor inwoners worden uitgesloten op het gebied van werk of sociale activiteiten. -

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING OMGEVINGSVISIE DUIVEN

We houden als gemeente ook de doorstroming van het verkeer in de gaten. Op de doorgaande wegen in Duiven en Westervoort is het druk (intensiteiten zijn hoog). Bij de ontwikkeling van inbreidings en uitbreidingslocaties voor bijvoorbeeld woningen en bedrijven hebben we aandacht voor de impact op de bereikbaarheid en de benodigde ruimte voor aanpassing of uit­ breiding van de infrastructuur. We ontmoedigen doorgaand verkeer door gebruik te maken van 30km zones. Daarbij hoort ook het beperken van regionaal sluipverkeer. Daartoe hebben we oog voor de relatie tussen de aanleg van de A15 en de lokale regionale bereikbaarheid van de regio Arnhem Nijmegen met de auto en via de nieuwe snelfietsroute.

Parkeren op eigen terrein heeft, wanneer fysiek mogelijk, de voorkeur. Met de realisatie van parkeerplaatsen op openbaar terrein wordt terughoudend omgegaan. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of herinrichting van de openbare ruimte wordt beschouwd in hoeverre het aantal parkeerplaatsen voldoende is om te kunnen voorzien in de parkeerbehoefte om daarmee oog te hebben voor de parkeerdruk in de directe omgeving.

60

Vanuit duurzame mobiliteit en de energie­ transitie willen wij ontwikkelingen stimuleren. Voorbeeld daarvan is de voorgenomen realisatie van een Clean Energy Hub bij de aansluiting van de A15 op de N810 (locatie Helstraat). Voor de langere termijn volgen we de nationale plannen voor transitie naar duurzame mobi­ liteit. Het aantal elektrische personenauto’s stijgt volgens het Klimaatakkoord van ongeveer 160.000 nu naar 1,9 miljoen in 2030. Het aantal elektrische personenauto’s in bezit van inwo­ ners in Duiven stijgt volgens eigen prognoses naar meer dan 6.000 in 2030, waarvan een deel laadbehoefte heeft in de openbare ruimte. In het tijdig opschalen van laadpunten in de openbare ruimte ligt een belangrijke rol voor de gemeente. Hiervoor stellen we, samen met de netbeheer­ der, exploitanten en inwoners, een integrale visie laadinfrastructuur op en een plaatsings­ beleid. Hiermee faciliteren we een slim, toegan­ kelijk, dekkend en betaalbaar laadnetwerk. Voor zwaardere voertuigen is nog niet zeker welk alternatief (elektrisch, waterstof, etc.) de fossiele brandstoffen gaat vervangen. We zetten in op clustering van voorzieningen voor de duurzame mobiliteit. Op deze wijze behouden we een kwalitatieve, schone, duurzame en gezonde leefomgeving.

Op de middellange termijn hebben we de volgende ambities en doelen:

Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen:

● De verkeersveiligheid in woongebieden

● Bereikbaarheid integraal meenemen bij

vergroten ● Verbeteren van loop- en fietsroutes, waar

ontwikkelingen in de leefomgeving ● Alleen nieuwbouw als bereikbaarheid is

nodig uitbreiden van de fietsinfrastructuur

gegarandeerd en past in de verduurzaming van de mobiliteit

● Toegankelijkheid van de openbare ruimte

en de bereikbaarheid van voorzieningen voor mensen met een beperking in welke vorm dan ook behouden en waar mogelijk versterken

● Infrastructuur aanpassen op verschillende

(duurzame) modaliteiten

● Doorgaand (sluip)verkeer ontmoedigen door

30km-zones in te stellen of de inrichting van bestaande 30km-zones te verbeteren ● Optimaliseren van de mobiliteitsketen door

het verbeteren van de aansluitingen en nieuwe vervoersconcepten ● Zorgen voor voldoende laadvoorzieningen

voor elektrisch vervoer en waterstofvoorziening voor wegtransport ● Versterken van OV-knooppunten, onder

andere door aanvullende voorzieningen

61

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING

KAART 12

VISIEKAART MOBILITEIT EN INFRASTRUCTUUR

62

63

In deze opgave werken we samen in met de regio aan de Regionale Energiestrategie (RES) waarin zoekgebieden voor grootschalige opwek zijn aangewezen (zie kaart 14). De gemeenteraad van Duiven heeft hiervoor een ‘lokaal aandeel’

64

-

-

-

-

3.5.1 Energietransitie De opgave in het kader van de energietransitie is groot: 54 % energie besparen, 7.000 wonin­ gequivalenten extra aansluiten op de stadsver­ warming of een ander alternatief voor aardgas en de realisatie van grootschalige opwek van hernieuwbare energie (zon en wind). Onze inzet is dat de gemeente in 2050 energieneutraal is in aansluiting op regionaal en nationaal beleid en wetgeving (Klimaatakkoord/Klimaatwet). Dat vraagt enerzijds om vergaande energie­ besparing waarbij op de doelstelling van 1,5% besparing per jaar wordt ingezet. Anderzijds is er meer opwek van duurzame (hernieuwbare) energie nodig, zoals het benutten van zo veel mogelijk dakoppervlak voor zonnepanelen. Daar ligt nog een aanzienlijke opgave, zeker op de bedrijventerreinen.

-

-

In het kader van de RES 2.0 zal ook de beno­ digde energie infrastructuur en opslag onder­ zocht worden. Als nieuwe technieken (zoals aquathermie) succesvol blijken, dan krijgen die ook een plek in de RES 2.0. Uitgangspunt blijft dat we onze bijdrage leveren aan de versnelling van de energietransitie; een bijdrage die past bij de ‘maat’ en de ruimtelijke kwaliteiten van onze gemeente. 3.5.2 Klimaatadaptatie Ook in onze gemeente merken we al de gevol­ gen van klimaatverandering. Denk alleen maar aan de toename van hoosbuien, periodes van stijgende temperaturen en toenemende droogte. Hoewel onze bijdrage als gemeente aan de klimaatcrisis maar relatief bescheiden is, willen we onze ogen niet sluiten voor onze verantwoor­ delijkheid en de gevolgen voor ons landschap en onze samenleving. Onze aanpak is gericht op het realiseren van een veerkrachtig en duurzaam water , natuur, en bodemsysteem. -

Als gemeente staan we voor tal van uitdagingen. We moeten CO2 uitstoot vergaand reduceren, ons aanpassen aan de gevolgen van klimaatver­ andering, er is een grondstoffentransitie nodig naar een circulaire economie en de biodiversi­ teit staat onder druk. Met andere woorden: we staan voor complexe opgaven die bij voorkeur integraal en in samenhang aangepakt moeten worden (zie kaart 13). In deze omgevingsvisie scharen wij ze onder het verbindende thema ‘Klaar voor de toekomst’. Hieronder worden de afzonderlijke opgaven nader toegelicht.

Bij de uitvoering van de RES 1.0 zoeken we, waar mogelijk en relevant, naar meekoppelkansen, zoals natuurontwikkeling en recreatie. We leggen steeds de verbinding met andere vraagstukken, zodat er ook in de uitvoering steeds integraal naar oplossingen wordt gezocht.

-

3.5 KLAAR VOOR DE TOEKOMST

-

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING OMGEVINGSVISIE DUIVEN

voor de RES 1.0 vastgesteld. Ook het opstellen van een regionale warmte infrastructuur voor de gebouwde omgeving valt onder de RES. We stellen in 2021 een gemeentelijke transitievisie warmte op met een tijdpad tot 2030 2050 om planmatig toe te werken naar aardgasvrije wijken. De inzet is om het bestaande warmtenet uit te breiden. In aansluiting op de warmtevisie moeten op wijk en buurtniveau warmte uitvoe­ ringsplannen worden opgesteld en deze krijgen een verplichte uitwerking in omgevingsplannen.

Onze inzet is om van de nood een deugd te maken door klimaatproblemen op het gebied van droogte, hitte(stress) en wateroverlast te voorkomen. Deze opgave noemen we klimaat­ adaptatie. Daarbij werken de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar intensief samen met het Waterschap Rijn en IJssel. Wij volgen de systematiek van het DPRA, het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Eerste stap

­

In oktober 2020 hebben alle samenwer­ kende partijen ingestemd met dit plan. De gemeenteraden hebben hiervoor de intergemeentelijke structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort vastgesteld (ga naar rivierklimaatpark.nl).

-

was het uitvoeren van een zg. stresstest waarin kwetsbaarheden in beeld zijn gebracht. Daarna is in 2020 een risicodialoog gevoerd met experts en met de samenleving. De uitkomsten van deze dialoog maken onderdeel uit van de stra­ tegische kaders die voorjaar 2021 aan de raad zijn voorgelegd. Voorbeeld van deze kaders is het benutten de (bergings ) capaciteiten van het natuurlijk bodemsysteem en het watersysteem. De strategie wordt vervolgens concreter uitge­ werkt in een uitvoeringsprogramma. Einddoel is om, conform het landelijke Deltaplan, in 2050, klimaatbestendig en waterrobuust te zijn inge­ richt. Vanaf nu zal daar met elk plan rekening mee worden gehouden. 3.5.3 Circulariteit De grote opgave in het realiseren van een circulaire economie is het sluiten van de kring­ lopen. We staan nog maar aan het begin van deze ontwikkeling. We streven naar minder afval, meer recycling en hergebruik. We moeten onze

-

-

In ons gemeentelijk grondstoffenplan volgen we de doelstellingen van het landelijk Afvalbeheerplan. Verder wordt de ingezette koers op preventie, scheiding en hergebruik geïntensiveerd.

-

3.5.4 Biodiversiteit Onze inzet is om de waarde van biodiversiteit te behouden en te versterken. Dat is een extra grote opgave omdat de variatie in planten en diersoorten in Nederland en in onze provincie daalt. Daarvoor is het allereerst nodig om uit te dragen welke functies de biodiversiteit ver­ vult voor milieu, luchtkwaliteit, waterberging, voedselproductie, gezondheid, sociale active­ ring, recreatie en beeldkwaliteit. Er moet meer natuur inclusief gewerkt en ontwikkeld worden. Meer en robuustere natuur in de dorpen, de bedrijventerreinen en buiten de woonkernen vraagt om extra gemeentelijke aandacht, inzet en middelen en in gezamenlijkheid met bedrijven, instellingen en bewoners. Waar mogelijk wordt aangesloten bij initiatieven uit de samenleving. Als gemeente geven we het goede voorbeeld door steeds natuur inclusief te denken bij alle beslissingen en investeringen. In de visiekaart ontwikkelingen (kaart 16) staan suggesties voor het koppelen van biodiversiteit aan gebieds­ ontwikkeling. De ambities vragen om uitwerking in een actieplan dat de huidige stand van zaken met betrekking tot biodiversiteit in beeld brengt, visie en strategie aangeeft, concrete maatrege­ len voorstelt, inzet op bewustwording en samen­ werking en in samenspraak met gebiedspartijen tot stand komt.

In het verdere proces van omge­ vingsvisie naar omgevingsprogramma’s zal dit nader uitgewerkt worden. -

De IJssel krijgt de noodzakelijke extra ruimte én we werken meteen aan meer biodiver­ siteit, agrariërs in het gebied krijgen meer toekomstperspectief door natuurinclusieve landbouw, er is ruimte voor bedrijvigheid en we geven recreatie een impuls. Het biedt ook mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie in de toekomst. Zo dragen we bij aan de klimaatdoelen: verminderen van broeikasgassen om onze planeet leefbaar te houden.

-

In het Rivierklimaatpark IJsselpoort werkt de gemeente Duiven, samen met andere over­ heden en met inbreng van inwoners, belan­ genvertegenwoordigers, agrariërs, andere ondernemers en Natuurmonumenten, aan een robuuste en klimaatbestendige inrich­ ting van de IJssel en de uiterwaarden van Arnhem tot Giesbeek. Met dit plan worden de gevolgen van de klimaatverandering voor langere tijd het hoofd geboden.

concrete ambitie voor de omslag naar een circu­ laire economie nog bepalen. Dat doen we met de ‘roadmap circulariteit’. Tegelijkertijd wordt op concreet niveau gewerkt aan circulaire pilots rondom bijvoorbeeld de inkoop van meubilair, de aanbesteding van de openbare verlichting en het boom en sportveld onderhoud. Ook binnen de sector grond, weg en waterbouw zien we kansen voor circulair aanbesteden.

-

Rivierklimaatpark IJsselpoort

3.5.5 Bodem en ondergrond Ontwikkelingen (zoals de toename van wonin­ gen, bedrijfsruimten en kantoren, infrastructuur,

65

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING

KAART 13

VISIEKAART ONTWIKKELINGEN 2050

66

67

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING

KAART 14

VISIEKAART ENERGIE

68

69

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING

KAART 15

VISIEKAART WATER

70

71

-

Gezien integrale ruimtelijke ordening steeds belangrijker wordt, dienen er in relatie tot bodem en ondergrond verschillende discipli­ nes bij projecten betrokken te zijn. Daarnaast moeten beheer en uitvoering van de openbare ruimte veel meer met het beleid van het fysiek domein verbonden worden. Kansen en risico’s in de ondergrond worden zo eerder benut en/of gesignaleerd en betrokken worden bij de plan of beleidsvorming.

-

­

­

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

-

In de openbare ruimte zijn nu al een groot aantal ondergrondse kabel en leidingnetten aanwezig. Naast de netten die door de gemeente wor­ den beheerd, zoals riolering, is er sprake van ondergrondse infrastructuur die in beheer is van derden. Denk aan netbeheerders zoals het drinkwaterbedrijf en telecom. Vanwege boven­ genoemde ontwikkelingen wordt de intensiteit van het gebruik van de ondergrond en het aantal gebruiksfuncties van de ondergrond steeds groter en ontstaat een almaar groter wordende druk op de beperkt beschikbare ruimte c.q. op de bodemkwaliteit. Daarnaast hebben werk­ zaamheden in de ondergrond meestal effect op de bovengrondse gebruiksfuncties van de openbare ruimte, zoals verkeerscirculatie, bereikbaarheid van gebouwen en groen. Dit is de reden dat bij bijvoorbeeld projecten vooraf een zogenaamde klic melding plaatsvindt. Door deze meldingen krijgen initiatiefnemers zicht op wat er in de ondergrond ligt en waar zij reke­ ning moeten houden. De regelgeving is onder andere verwerkt in de Telecommunicatiewet en is meegenomen in de door het college en gemeenteraad vastgestelde Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI).

72

Basisregistratie Ondergrond (BRO) Met alle opgaven die oplossingen zoeken in de ondergrond, waar het al heel druk is, spe­ len betrouwbare ondergrondgegevens een steeds belangrijkere rol. Daarom is er een Basisregistratie Ondergrond (BRO). De BRO staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van het stelsel basisregistraties. De Wet Bro bepaalt dat bestuursorganen ver­ plicht zijn om gegevens over de ondergrond aan te leveren wanneer deze zijn ontstaan door zelf uitgevoerde onderzoeken of onder­ zoeken die in opdracht van een overheid zijn uitgevoerd. Daarbij zijn overheden ook ver­ plicht om de gegevens te gebruiken. Als een bestuursorgaan vermoedt dat een gegeven ontbreekt of niet juist is, dan is het verplicht dat te melden bij de beheerder van de BRO. Als een bronhouder vervolgens de melding ontvangt dat een gegeven ontbreekt of niet juist is, dan moeten zij deze melding contro­ leren en indien nodig aanpassen. Daarnaast kan iedereen een terugmelding doen op de BRO. Ook dan is de bronhouder verplicht deze melding te onderzoeken in geval van gerede twijfel en indien nodig de gegevens aan te passen. De ontwikkelingen staan niet stil. De basis­ registraties zijn op zichzelf nu al nuttige en veelgebruikte instrumenten voor tal van processen binnen en buiten de overheid.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft het initiatief geno­ men om voor de geobasisregistraties (BAG, BRT, BGT, BRK en ook de BRO) verschillende ontwikkelingen op dit gebied gecombineerd op te pakken. Dit gebeurt onder de naam Doorontwikkeling in Samenhang (DiS GEO). -

-

-

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING

-

energieopwekking en opslag, water en recre­ atie) vragen ruimte, zowel boven als onder­ gronds. Voor een groot aantal maatschappelijke opgaven in stedelijk en landelijk gebied wordt een beroep gedaan op de ondergrond of moet rekening worden gehouden met de mogelijk­ heden en beperkingen van de ondergrond. Boven en ondergrond moeten daarom in samenhang worden bezien. De benoemde ont­ wikkelingen vragen daarbij om een zorgvuldig beheer, en zo nodig bescherming, van de bodem en ondergrond.

De BRO is op 1 januari 2018 in werking getreden, maar wordt op dit moment nog geïmplementeerd in de gemeente Duiven. Verwacht wordt dat deze achterstand eind 2021 volledig is ingelopen.

-

Wij volgen de uitgangspunten die in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) worden beschreven. In de NOVI wordt benadrukt dat een draagkrachtige bodem en een goed functionerend bodemwatersysteem zowel voor het stedelijk als het landelijk gebied van belang is, mede met het oog op het verminderen van de bodemdaling. Denk aan de zomer van 2018, die extreem droog was en waarbij de waterstanden in de Rijn en de IJssel historisch laag waren. Door de lage grondwaterstanden is op sommige plaatsen de deklaag van klei drooggevallen, waardoor de klei is gaan inklinken (krimpen). Ook tijdens de extreem droge jaren 1994 en 2006 zagen we schade door verzakking. Met het oog op klimaatverandering is het aanneme­ lijk dat we in de toekomst vaker met extreem droge perioden te maken krijgen. Met andere woorden: de NOVI stelt terecht dat draag­ kracht van de bodem en de waterhuishou­ ding belangrijke aandachtspunten zijn.

Op de middellange termijn hebben we de volgende ambities en doelen: ● Bijdragen aan de RES (energie en warmtetransitie) ● Biodiversiteit versterken ● Grondstoffen hergebruiken ● Water als kwaliteit inzetten ● Duurzaamheid als uitgangspunt hanteren in beleidsuitwerking en uitvoering Op de lange termijn na 2030 hebben we de volgende ambities en doelen: ● Periodieke herijking van de RES ● Klimaatadaptatie en klimaatbestendig en waterrobuust ontwikkelen ● Natuur inclusief werken en ontwikkelen ● Ruimte voor waterberging creëren -

NOVI

In de verdere programmering wordt altijd de dimensie van de ondergrond meegenomen als het om projecten van de gemeente gaat, zoals dit ook wettelijk is vastgelegd in de Wet Bro. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is ook een aspect dat dient te worden meegenomen, in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Overwogen zal worden of er een apart programma “Ondergrond, bodem en water­ kwaliteit” opgezet wordt om te waarborgen dat de kwaliteit van de bodem en waterhuishouding voldoende in beeld is en er sprake is van een evenwichtige belangenafweging tussen de verschillende, bestaande en nieuwe, gebruiks­ functies in de ondergrond.

73

VISIEKAART KANSEN VOOR INTEGRALE ONTWIKKELING

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

3 AMBITIES EN DOELEN LEEFOMGEVING

KAART 16

74

75

4

76

Omgevingsvisie Duiven

VAN VISIE NAAR UITVOERING

De omgevingsvisie anticipeert op invoering van de nieuwe Omgevingswet en is een samenhangende visie met strategische hoofdkeuzes op beleidsniveau over de fysieke leefomgeving. Deze visievorming wordt gezien als beleidsontwikkeling en is de start van een doorlopend proces. Zodra de visie is vastgelegd kan de gemeente onderdelen concreter maken en stevig juridisch vastleggen door middel van beleidsdoorwerking. Daarmee kunnen ook andere overheden worden gebonden om mee te werken aan de realisatie van het beleid. Dat kan bijvoorbeeld door eisen vast te leggen in omgevingswaarden of door een programma vast te stellen. De uitvoering vindt plaats door de initiatiefnemers van activiteiten en projecten: burgers, bedrijven of overheden die iets willen ontwikkelen.

77

4 VAN VISIE NAAR UITVOERING

Met toezicht en handhaving ziet de overheid ver­ volgens toe op naleving van de algemene regels en vergunningvoorschriften. De keuze voor de instrumenten bepaalt de monitoring en het soort terugkoppeling.

4.1 VERTALING IN PROGRAMMA’S Het vervolg op de omgevingsvisie (beleidsdoor­ werking) is het schrijven van programma’s die zorgen voor de vertaling van de omgevingsvisie naar uitvoering. Het programma is één van de zes kerninstrumenten binnen de beleidscyclus van de Omgevingswet. Het betreft, evenals de omgevingsvisie, een beleidsdocument dat flexibel van aard is en kan worden toegepast in de verschillende fases van de beleidscyclus.

Omgevingsvisie

Programma’s onder de omgevingsvisie De programma’s borduren, zoals gezegd, voort op de vijf thema’s uit deze omgevingsvisie. Daartoe is vooraf, voor al het bestaand beleid, beoordeeld of het verlaten, vastgehouden, ver­ sterkt of vernieuwd dient te worden. Daarnaast is gekeken hoe de ambities uit deze omge­ vingsvisie, geconcretiseerd kunnen worden in doelstellingen. Een duurzaam thuis

Vitale economie

Gezonde leefomgeving

Klaar voor de toekomst

Bereikbaarheid

De programma’s zijn zelfbindend en beogen zo te garanderen dat de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving daadwerkelijk wordt bereikt. Daarbij maken we een onderscheid tussen drie soorten programma’s: ● Voor omgevingswaarden uit het

Thema’s

A A

BB

CC

Gebieden

D D

A A

BB

CC

D D

gemeentelijke omgevingsplan dient een verplicht programma te worden opgesteld indien gestelde omgevingswaarden worden overschreden; ● Een programmatische aanpak voor

Uivoeringsprogramma’s

samenhangende activiteiten en maatregelen in een gebied waar omgevingswaarden of andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving onder druk staan;

Projecten

Figuur 4 Van visie naar uitvoering op basis van thema’s en gebieden

● Een vrijwillig programma voor het

gemeentelijk rioleringsprogramma, multi sectoraal beleid, gebiedsgericht beleid of een combinatie van het voorgaande. -

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

De te schrijven programma’s zullen voortbordu­ ren op de vijf thema’s uit deze omgevingsvisie. Vanuit de ambities en doelen wordt een pro­ gramma vormgegeven. Het gaat hierbij veelal om nieuw of veranderend (bestaand) beleid. Belangrijk is om te kijken naar alle thema’s en de ambities die worden bepaald. Hieruit zal, op basis van prioritering, een uitvoeringspro­ gramma worden geschreven. Dit uitvoerings­ programma is de basis om programma’s op (sub)thema niveau te schrijven.

De omgevingsvisie kent een lange doorlooptijd, terwijl het programma bedoeld is om inzichtelijk te maken hoe we kunnen komen tot uitvoering, gelet op benodigde middelen en weggezet in een duidelijk tijdspad.

78

Kostenverhaal en financiële bijdragen uit particuliere ruimtelijke projecten Onder de huidige Wet ruimtelijke ontwikke­ lingen is het mogelijk om het kostenverhaal te regelen en financiële bijdragen te vragen uit particuliere projecten ten faveure van bestedingsdoeleinden voor sociale huisves­ ting, infrastructuur, groen, e.d. Deze moge­ lijkheid is inhoudelijk verankerd in de nog geldende Structuurvisie 2015, maar zodra de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt vervalt de huidige regeling.

-

De Omgevingswet biedt een geheel nieuw instrumentarium voor zowel privaat als publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen. Het wetgevingsproces over de inhoud en vorm van dit nieuwe instru­ mentarium is nog in ontwikkeling. Door het demissionaire Kabinet is op 8 januari 2021 een ontwerp algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer aangeboden betreffende publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen in het kader van de zogenoemde voorhangprocedure. -

Proces Na het vaststellen van de ambities en doelen uit de omgevingsvisie kan worden gestart met enkele prioritaire programma’s. In overleg met de gemeenteraad zal worden bepaald welke thema's en programma's prioriteit krijgen. Immers, door beperkingen in capaciteit en middelen kunnen we niet met alles tegelijk beginnen. In het vierde kwartaal van 2021 wordt een uitvoeringsprogramma voor de program­ ma’s Omgevingswet gepresenteerd aan het college en de gemeenteraad. Het uitvoerings­ programma is een eerste stap om te komen tot uitvoeringsdocumenten om ambities, doelen en uitgangspunten te vertalen naar de praktijk. Hierin zal onder andere een afwegingskader worden gepresenteerd om prioritering mogelijk te maken.

De gemeenteraad wordt jaarlijks en waar nodig vaker geïnformeerd over de vorderingen bij de uitvoering van dit programma. We ontwikkelen daartoe een eenvoudig monitoringsysteem waarmee de voortgang van de realisatie van de ambities inzichtelijk gemaakt kan worden. Een voorstel hiervoor is onderdeel van het uitvoeringsprogramma van de programma's Omgevingswet.

4.3 FINANCIËN Uitvoering van de ambities vraagt om extra middelen. Voor een belangrijk deel zijn deze middelen gekoppeld aan reeds lopende trajecten (zoals de Woondeal). Maar ook binnen de eigen begroting zal aanvullend ruimte moeten worden gereserveerd. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven hoe de financiën onderdeel worden van de programma's Omgevingswet.

4.4 PARTICIPATIE IN DE UITVOERING VAN DEZE VISIE In het proces van de uitvoering van de visie in (uitvoerings)programma’s sluiten we aan bij de

Nadat dit wetgevingsproces is afgerond, kan in het kader van de omgevingsvisie (of eventueel in een programma) wor­ den toegespitst op de invulling van een privaat en publiekrechtelijk afdwingbaar kostenverhaal en financiële bijdragen bij gebiedsontwikkelingen. -

4.2 MONITORING EN HERIJKING VAN DE OMGEVINGSVISIE

eisen die vanuit de Omgevingswet gelden voor het onderdeel participatie. Hiervoor zal in ieder geval een soortgelijk traject worden gevolgd als voor het opstellen van de Omgevingsvisie, waarbij inwoners, organisaties, ondernemers en andere partijen en belanghebbenden in het voortraject worden betrokken. De gemeente gaat voor nu een onderdeel specifiek voor de implementatie van deze wetgeving opstellen. Hierin wordt ingegaan op onder andere de verplichte kennisgeving en motivatieplicht voor de gemeente bij de diverse instrumenten en is er aandacht voor aanvraag­ vereiste participatie voor een initiatiefnemer bij de Omgevingsvergunning, waar het gaat om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Op deze manier wordt aan de (minimaal noodzake­ lijke) verplichting voldaan.

79

Waarom participatie bij (uitvoerings)programma’s? Participatie moet ertoe leiden dat maat­ regelen beter uitvoerbaar zijn. Daarom verkent het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente) in een participatietraject welke maatregelen mogelijk zijn, wat de voor en nadelen ervan zijn en hoe maatregelen worden gewogen en gekozen. Het is goed om de rol van de gemeente bij de uitvoering van de maatregelen onder de loep te nemen. Daarnaast is het belangrijk duidelijk te stellen wat er wordt verwacht van burgers, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen. Werkvormen voor het bedenken van strategieën zijn hierbij een handig hulpmiddel. -

4 VAN VISIE NAAR UITVOERING

Wetgeving op het gebied van participatie

Motiveringsplicht

OMGEVINGSVISIE DUIVEN

Bij het maken van een programma moet de gemeente aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. En de gemeenten geeft aan hoe ze invulling geeft aan haar eigen participatie­ beleid. Deze motiveringsplicht is geregeld in artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit. De gemeente neemt de motivering op in het vaststellingsbesluit van het programma. Participatiebeleid Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (verwachting: 1 januari 2022) is het verplicht voor gemeenten participatie­ beleid te hebben. Hierin zal aandacht wor­ den besteed aan de visie op participatie en de uitgangspunten die daarvoor gelden. Bijvoorbeeld over de toegankelijkheid, de representativiteit, de betrokkenheid van( onder)vertegenwoordigde groepen, de eigen rol en hoe het resultaat wordt meegewogen in het uiteindelijke plan. Op deze manier is voor alle betrokkenen inzichtelijk hoe zij kunnen meedenken en meedoen.

80

Tevens wordt te zijner tijd aansluiting gezocht bij de nieuwe Participatieverordening. Dit bete­ kent dat de huidige Inspraakverordening wordt verbreed door hierin aandacht te geven aan de manier waarop de gemeente inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid gaat betrekken. De verordening heeft alleen betrekking op de juridisch regels. De gemeente besluit zelf hoe ze dit per beleids­ fase vormgeeft.

81

82

Omgevingsvisie Duiven

BIJLAGE A: KAARTEN

83

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=1790efc6-03ee-41cc-8f75-58a2f174cf37