A6c. 201572076 - Regionaal beleidskader huisvesting internationale werknemers.pdf
Tekst van het document
We ontwikkelen een regionaal digitaal nachtregister waar huisvesters elke 24 uur hun internationale werknemers registreren;
•
We heffen, met de gemeenten die dit willen, een uniforme verblijfsbelasting waarmee inkomsten gegenereerd worden over tijdelijke internationale werknemers;
•
We stimuleren inschrijving in de BRP van internationale werknemers die langer dan vier maanden in de gemeente blijven door het opzetten van een goede informatieverstrekking, het samenstellen van een Welkomspakket; het maken van op maat gemaakte afspraken met huisvesters om inschrijving in BRP te vergemakkelijken; het faciliteren van een uitschrijfformulier en het sluiten van een convenant met marktpartijen over hun verantwoordelijkheid in het registratieproces.
28
3.3 De internationale werknemer centraal Internationale werknemers behoren tot een kwetsbare groep burgers doordat zij vaak de Nederlandse of Engelse taal onvoldoende machtig zijn, vaak deels buiten de samenleving staan en soms niet staan ingeschreven bij de gemeente waardoor zij informatie over hun verblijf mislopen. Dit vergroot hun afhankelijkheidsrelatie met de werkgever/huisvester. Ondanks dat de regio huisvesting en arbeid contractueel gaat scheiden, betekent het verlies van een baan voor veel internationale werknemers uiteindelijk ook verlies van huisvesting. Doordat arbeidsmigranten geen recht hebben op daklozenopvang komen zij letterlijk in de kou te staan. De regiogemeenten vergroten de zelfredzaamheid van internationale werknemers zodat zij minder afhankelijk zijn van hun werkgever/huisvester en beter hun weg in onze regio weten te vinden. Communicatie met de internationale werknemer Vanwege de taalbarrière vraagt een goede informatievoorziening richting de internationale werknemer extra aandacht. De regiogemeenten gaan een gerichte informatieverstrekking in de moedertaal van internationale werknemers oprichten om hun afhankelijkheidsrelatie te verkleinen en hen welkom te laten voelen in onze regio. Wat gaan we doen (actiepunten): •
We stellen een korte digitale enquête in meerdere talen op die de behoefte naar informatie en ondersteuning onder internationale werknemers inventariseert;
•
We ontwikkelen een applicatie voor de telefoon die internationale werknemers kunnen gebruiken om aanvullende informatie op te zoeken en de regio te leren kennen;
•
We verspreiden een (digitale) informatieflyer onder huisvesters en werkgevers met informatie over de regio(gemeente) en rechten en plichten van de internationale werknemer. Toegang tot zorg en maatschappelijke voorzieningen
Internationale werknemers die zich niet inschrijven in de RNI/BRP ontvangen geen activeringscode waarmee zij een DigiD en, de facto, een zorgpas kunnen aanvragen. Hierdoor wordt hun toegang tot zorg en maatschappelijke voorzieningen bemoeilijkt. Het Rijk werkt aan nieuwe initiatieven die het verkrijgen van een DigiD en een zorgpas moeten vereenvoudigen. Tot die tijd, gaan de regiogemeenten werkgevers en huisvesters ondersteunen om het proces voor internationale werknemers te vergemakkelijken.
29
Wat gaan we doen (actiepunten): •
We ontwikkelen een kort instructiefilmpje voor het aanvragen DigiD en zorgpas;
•
We sluiten een convenant met marktpartijen waarin afspraken worden gemaakt over ondersteuning van internationale werknemers bij het aanvragen van een DigiD en zorgpas en de mogelijkheid zich vrijwillig te laten vaccineren tegen o.a. COVID-19; het aanstellen van een vertrouwenspersoon.
•
We verkennen de mogelijkheden voor een centraal (digitaal) medisch centrum;
•
We gaan een structurele samenwerking aan met stichting Barka13. Onderwijs en scholing
Uit onderzoek van I & O Research blijkt dat slechts 19% van de internationale werknemers die aan het onderzoek meedeed, een baan heeft op het niveau van de opleiding die in het thuisland gevolgd is. Het potentieel van internationale werknemers wordt dus onvoldoende benut. Daarnaast is er, naast een grote behoefte aan praktisch geschoold personeel, ook behoefte aan middelbaar geschoold personeel dat deels door internationale arbeidskrachten kan worden opgevangen 14. Om het voor internationale werknemers aantrekkelijk te maken in de regio Arnhem-Nijmegen te komen en blijven werken, zetten de regiogemeenten in op de talentontwikkeling van internationale werknemers. Wat gaan we doen (actiepunten): •
We onderzoeken de mogelijkheden voor een pilot Learn @ ArnhemNijmegen: een netwerk van bedrijven en organisaties die internationale werknemers sectorspecifieke cursussen en training aanbiedt en het inrichten van een pilot waarmee eerste ervaringen met het bij/omscholen van internationale werknemers worden opgedaan.
13
Stichting Barka is een organisatie die dakloze internationale werknemers ondersteunt om sociaal en beroepsgericht te remigreren naar het land van herkomst of hen begeleidt naar nieuw werk. Op deze manier probeert de stichting het aantal dakloze internationale werknemers terug te dringen. Voor meer informatie kijk op: https://barkanl.org/ 14
De inzet op talentontwikkeling van internationale werknemers kan op den duur de toestroom van internationale werknemers vergroten, omdat het voor internationale werknemers aantrekkelijker wordt om in onze regio te (blijven) werken. De mogelijke toestroom wordt nog niet op de korte termijn voorzien, omdat de pilot nog ontwikkeld moet worden en de mate van succes invloed heeft op de hoogte van de toestroom. Een mogelijke toestroom is daarnaast niet onwenselijk vanwege de grote tekorten op de arbeidsmarkt.
30
3.4 Communicatie en participatie Het spreekwoord ‘onbekend, maakt onbemind’ vat treffend samen hoe er tegen internationale werknemers wordt aangekeken. Het NIMBY-effect (not in my back yard) wat huisvesting van internationale werknemers bij veel mensen oproept, ontstaat uit onwetendheid of slechte verhalen die men over internationale werknemers hoort. Daarnaast voelen omwonenden zich vaak overvallen door nieuwe initiatieven. Een goede voorlichtingscampagne en een interactief participatieproces zijn daarom cruciale succesfactoren voor het realiseren van nieuwe huisvesting. Als regiogemeenten gaan we stimuleren dat de realisatie van huisvesting voor internationale werknemers niet langer op groot verzet van omwonenden en gemeenteraadsleden stuit, door hen goed bij het proces te betrekken en als gemeenten regionaal van elkaar te leren door kennis en ervaringen met elkaar te delen. Communicatie en participatie van omwonenden Uit onderzoek van Nieuwsuur blijkt dat landelijk slechts 10% tot 15% van de huisvestingsinitiatieven voor internationale werknemers daadwerkelijk wordt gerealiseerd. De regiogemeenten gaan het realisatieproces van nieuwe huisvestingsinitiatieven bespoedigen door het inrichten van een gericht communicatieen participatieproces met omwonenden. Wat gaan we doen (actiepunten): •
We versterken het imago van internationale werknemers door het opzetten van een voorlichtingscampagne en het organiseren van open dagen;
•
We stellen een participatiehandreiking op dat als leidraad fungeert voor het betrekken van omwonenden en raadsleden bij nieuwe huisvestingsinitiatieven.
31
Kennisvermeerdering Het dossier huisvesting internationale werknemers is complex vanwege het integrale karakter en de unieke processen die gemeenten moeten doorlopen waardoor deze foutgevoelig zijn. De regiogemeenten gaan kennis en ervaring uitwisselen zodat gemeenten niet opnieuw het wiel hoeven uit te vinden. Wat gaan we doen (actiepunten): •
We richten een regionale kennisbank op waar regiogemeenten kennis, ervaring en documenten met elkaar kunnen delen;
•
We sluiten ons aan bij het Regionaal Expertiseteam dat regio Rivierenland wil ontwikkelen: hierin worden samen met Rijk en Provincie en marktpartijen maatwerkoplossingen ontwikkeld voor draagvlak en participatie voor de huisvesting van internationale werknemers.
32
3.5 Controle en handhaving Door het gebrek aan goede, legale huisvesting en het gebrek aan inzicht waar en hoeveel internationale werknemers in de regio wonen, ontstaan er ongewenste huisvestingssituaties waar internationale werknemers hoge prijzen betalen voor slechte huisvesting of een lange pendelafstand moeten afleggen naar hun werk. Daarnaast vormen de 18 gemeenten samen een waterbed wat inhoudt dat wanneer de ene gemeente streng handhaaft en de ander niet, malafide partijen verhuizen naar de gemeente waar zij nog de meeste ruimte krijgen. Hiermee verplaatst het probleem zich alleen en wordt het niet opgelost. De regiogemeenten gaan door een zo uniform mogelijke controle en handhaving een veilige woonsituatie voor alle internationale werknemers creëren, waardoor overlast vermindert en de leefbaarheid in de wijken wordt verhoogd. Controle en handhaving Het stellen van kwaliteits- en beheereisen heeft weinig zin als deze niet gecontroleerd en gehandhaafd kunnen worden. Daarom pakken de regiogemeenten de handhaving samen efficiënt op om de negatieve effecten van een waterbed te beheersen. Wat gaan we doen (actiepunten): •
We stellen een gezamenlijke handhavingsstrategie op dat regionaal een overzicht biedt van alle locaties waar internationale werknemers worden gehuisvest en wanneer deze gecontroleerd worden;
•
We stellen een uitvoeringsplan op dat inzicht biedt in welke locaties wanneer worden gecontroleerd;
•
We sluiten ons als regio aan op het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC) en Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI);
•
We stellen Regionale beleidsregels handhaving digitaal nachtregister vast dat richting geeft aan de handhaving van het digitaal nachtregister;
•
We richten (sub) regionale handhavings- en controleteams in waarmee handhaving gezamenlijk en efficiënt kan worden ingericht.
33
Een gezamenlijke vuist tegen malafide partijen Malafide partijen worden pas daadkrachtig onze regio uitgezet wanneer regiogemeenten dezelfde juridische instrumenten inzetten die malafide partijen weren en de kwaliteit van huisvesting in de regio bevorderen. De regiogemeenten gaan daarom zoveel mogelijk uniforme regionale juridische instrumenten inzetten. Wat gaan we doen (actiepunten): •
We stellen een (sub) regionale huisvestingsverordening vast;
•
We stellen een regionale verhuurdersvergunning in om de kwaliteit van bestaande verkamerde eenheden te verbeteren voor alle inwoners;
•
We doen onderzoek naar andere juridische instrumenten die wij gezamenlijk willen inzetten.
34
3.6 Regionale samenwerking In 2020 hebben de regiogemeenten een plan van aanpak opgesteld om uitgangspunten te formuleren voor een regionaal beleidskader internationale werknemers dat handvatten biedt om lokaal beleid goed te helpen uitrollen en een waterbedeffect in de regio te voorkomen. Dit vraagt om een intensieve en afgestemde samenwerking. De regiogemeenten richten daarom een lichte maar slagvaardige governance structuur in die geen extra overheidslaag vormt en leggen afspraken met elkaar én met markpartijen vast in respectievelijk een handelingsperspectief en convenant. Daarnaast zorgt een periodieke monitoring ervoor dat gemeenten op de hoogte blijven van wat er bij elkaar speelt, verrassingen worden voorkomen en dat er tijdig kan worden bijgestuurd. Governance Gezien het grote aantal gemeenten die de regio Arnhem-Nijmegen rijk is, is het gewenst om de bestaande governance structuur (stuurgroep en werkgroep) uit te breiden zodat het beleidskader gedragen blijft. Door ook onderwijspartijen en ondernemers in de samenwerking op te nemen, kunnen sommige taken bij deze partners belegd worden waardoor niet alles op het bordje van de gemeenten terecht komt. Wat gaan we doen (actiepunten): •
We intensiveren de samenwerking met de provincie Gelderland;
•
We intensiveren de samenwerking met Duitsland met als doel om voor deze pendelende internationale werknemers tot voldoende en kwalitatief goede huisvesting te komen, liefst zo dicht mogelijk bij het werk.
•
We breiden de stuurgroep uit van 3 naar 6 leden door per subregio een extra wethouder te laten deelnemen aan de overleggen;
•
We breiden de ambtelijke werkgroep uit van 4 naar 6 leden door per speerpunt een ambtelijk trekker aan te wijzen en een regionale regisseur aan te stellen;
•
We stellen projectwerkgroepen in geclusterd naar speerpunten die de uitvoering van de mogelijke uitwerking van de bouwstenen ter hand nemen;
•
We stellen een regionale regisseur aan;
•
We stellen op korte termijn een Aanjaagteam in waar partners uit het convenant aan deelnemen dat fungeert als adviesorgaan en kennis en kunde uit de markt inbrengt.
35
Monitoring en beleidsmatige rapportages Om de voortgang van het regionaal beleidskader te bewaken, richten de regiogemeenten een monitor in waarvan jaarlijks een update wordt verspreid zodat de inhoud van het beleidskader gedragen blijft en er tijdig kan worden bijgestuurd. Wat gaan we doen (actiepunten): •
We voeren een nulmeting uit naar de huidige situatie;
•
We stellen een monitor op, op drie niveaus: output, samenwerking en impact en voeren deze jaarlijks uit. Regionaal handelingsperspectief
De regiogemeenten formuleren met dit beleidskader een ambitieus maatregelenpakket en zoeken een mate van samenwerking op dat voor dit dossier nog niet eerder op deze schaal in de regio vertoont is. De regiogemeenten stellen daarom een samenwerkingsovereenkomst op waarin de afspraken zijn opgenomen. Wat gaan we doen (actiepunten): •
We sluiten met elkaar een regionaal handelingsperspectief dat bedoeld is als handvat om de vooropgestelde doelen te bereiken door concrete instrumenten en de verantwoordelijke partijen te benoemen.
36
4.
Organisatie en uitvoering
4.1 Governance Het programma komt pas echt tot uitvoering als deze gedragen wordt door de verschillende betrokken overheden, werkgevers, uitzendbureaus, verblijfsbieders en andere partners en iedereen zijn gedeelde verantwoordelijkheid in de keten pakt. Een lichte governance structuur is daarbij wenselijk waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de bestaande structuren. We richten een slagvaardige netwerkorganisatie in dat samen de schouders zet onder de uitvoering van het regionaal beleidskader. Hierbij worden zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande samenwerkingsstructuren. De uitvoering van het programma vindt plaats op drie niveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Op elk niveau werken de vertegenwoordigers van de gemeenten, de regio en de markpartijen samen. Gezien het grote aantal gemeenten dat de regio Arnhem-Nijmegen rijk is, is het gewenst om de governance structuur uit te breiden zodat het beleidskader gedragen blijft. De bestuurlijke stuurgroep, die wordt uitgebreid van één naar twee bestuurlijke vertegenwoordigers per subregio, zet op strategisch niveau de lijnen van het beleidskader uit, bewaakt de planning en de financiering. Per bouwsteen van het uitvoeringsprogramma wordt er een projectgroep georganiseerd die de uitvoering van de maatregelen van de desbetreffende bouwsteen onder hun hoede neemt.
Een projectgroep bestaat uit een team specialisten uit de verschillende regiogemeenten onder leiding van een ambtelijk trekker. De ambtelijke trekkers van de bouwstenen vormen samen met een regionale regisseur, die de ontwikkelingen op regionaal niveau aanjaagt, de coördinerende werkgroep. Vanuit de stuurgroep wordt een slagvaardig Aanjaagteam gevormd, samen met de overige convenantpartners. Dit betekent dat een of twee bestuurders vanuit de gemeenten – zo mogelijk samen met een vertegenwoordiging van de provincie – direct gaan samenwerken met marktpartijen en partners in het veld. Het Aanjaagteam komt regelmatig bij elkaar om de uitvoering van het gezamenlijke plan van input te voorzien, om de afstemming efficiënt in te richten en om vaart te maken met de uitvoering. Een belangrijke eerste prioriteit van het Aanjaagteam is het opstellen van locatiecriteria die vervolgens kunnen worden gebruikt in het onderzoek naar mogelijke voorkeurslocaties.
37
Figuur 5: Invulling van de regionale samenwerking (governance)
4.2 Uitvoering Een regionaal beleidskader is geen doel op zich, maar biedt de basis om maatregelen daadwerkelijk uit te voeren. Het uitvoeringsprogramma geeft aan welke maatregelen we gaan uitvoeren, op welke termijn dat gebeurt, welke partijen daarbij worden betrokken en welke kosten er indicatief mee gemoeid zijn. Onderstaande planning is indicatief en is afhankelijk van het moment van bestuurlijke accordering in de 18 gemeenten. Voldoende aanbod van goede kwaliteit Maatregel Regionale kwaliteitseisen vaststellen (beleidskader) Regionale beheereisen vaststellen (beleidskader) Subregionale afspraken (plan van aanpak) verdeling opgave Inzet Kadastertool: kansrijke voorkeurslocaties in beeld Vaststellen gemeentelijk lokaal beleid Registratie en informatie Maatregel Welkomspakket samenstellen
Partners Regiogemeenten
Planning Q2 2022
Regiogemeenten
Q2 2022
Subregio’s
Q3 2022
Regiogemeenten Aanjaagteam Regiogemeente
Q4 2022
Partners Regiogemeenten
Planning Q2 2022
Q4 2024
38
Vast formulier voor uitschrijving
Regiogemeenten
Q2 2022
Informatieverstrekking BRP/RNI
Q3 2022
Regionaal digitaal nachtregister opzetten
Regiogemeenten RNI Nijmegen Regiogemeenten
Informatiecampagne digitaal nachtregister
Regiogemeenten
Q1 2023
Uniformeren verblijfsbelasting (optioneel)
Regiogemeenten
Q1 2023
Lokale afspraken over inschrijving BRP
Regiogemeente Huisvester
Q3 2023
Partners Regiogemeenten Regiogemeenten Marktpartijen Regiogemeenten Extern bureau
Planning Q2 2022 Q3 2022
Regiogemeenten Regiogemeenten Extern bureau Regiogemeenten
Q4 2022 Q1 2023
Regiogemeenten Marktpartijen
Q2 2024
Regiogemeenten Marktpartijen
Q3 2024
Partners Regio GMAN Regiogemeenten Regiogemeenten
Planning Q4 2022
Regiogemeenten Huisvester Regiogemeenten Regiogemeenten
Q1 2023
Partners Regiogemeente Regiogemeente Regiogemeenten
Planning Q3 2022 Q3 2022 Q1 2023
Regiogemeenten Regiogemeenten Regiogemeenten (Sub) regio Regiogemeente Regiogemeenten Regiogemeenten
Q2 2023 Q2 2023 Q2 2023 Q1 2024
Internationale werknemer centraal Maatregel Opstellen enquête Informatie bij werkgevers/huisvesters Instructiefilmpje DidiD
Samenwerking stichting Barka aangegaan Regionale app ontwikkeld Mogelijkheden centraal (digitaal) medisch centrum + plan van aanpak opgesteld Mogelijkheden Learn @ Arnhem – Nijmegen onderzocht Pilot Learn @ Arnhem – Nijmegen Communicatie en participatie Maatregel Digitale kennisbank Voorlichtingscampagne Open dagen Participatiehandreiking Aansluiten op regionaal expertiseteam Riviereland Controle en handhaving Maatregel Aansluiten RIEC Aansluiten LSI Regionale beleidsregel handhaving digitaal nachtregister Handhavingsstrategie Uitvoeringsplan Onderzoek regionale instrumenten afgerond (Sub)regionaal controle- handhavingsteam (Sub) regionale huisvestingsverordening Regionale verhuurdersvergunning opgesteld Regionale samenwerking
Q1 2023
Q4 2022
Q3 2023
Q1 2023
Q1 2023 Q2 2023
Q1 2024 Q1 2024
39
Maatregel Inrichten aanjaagteam
Planning Q2 2022
Uitbreiden werkgroep
Partners Regiogemeenten Marktpartijen Regiogemeenten Provincie Regio Liemers Regiogemeenten Regiogemeenten
Uitbreiden stuurgroep
Regiogemeenten
Q3 2022
Handelingsperspectief tussen regiogemeenten gesloten Convenant met marktpartijen gesloten
Regiogemeente
Q4 2022
Regiogemeenten Marktpartijen
Q4 2022
Uitvoeren nulmeting monitoring
Regiogemeenten
Q4 2022
Aanstellen regionale regisseur
Regio GMAN Regiogemeenten
Q4 2022
Oprichten projectgroepen
Regiogemeenten Marktpartijen Regiogemeenten
Q1 2023
Samenwerking provincie Gelderland onderzoeken Samenwerking met Duitsland onderzoeken
Opleveren eerste monitoringrapportage
Q3 2022 Q3 2022 Q3 2022
Q1 2024
40
5.
Indicatieve begroting
In het onderstaande vindt u een eerste indicatieve begroting. De begroting is deels afhankelijk van de keuzes die de regiogemeenten samen maken. Zo is de prijs voor het ontwikkelen van de regionale app, afhankelijk van de ambitie die wij met deze app voor ogen hebben. Hoe meer functies wij toevoegen, hoe hoger de kosten immers uitvallen. Ook de regionale voorlichtingscampagne is een voorbeeld waarvan de kosten afhankelijk zijn van de keuze om ofwel zelf een campagne op poten te zetten, ofwel aan te sluiten bij de lopende campagne van stichting Ontmoet de Arbeidsmigrant. In onderstaande vindt men dan ook een indicatieve financiële raming die stapsgewijs concreter kan worden gemaakt. Voor een uitgebreide kostenraming, zie bijlage A bij het uitvoeringsprogramma Voor de eenmalige kosten die wij als regiogemeenten maken, wordt uitgegaan van € 223.000, verdeeld over € 55.000 personele kosten (ca. 0,7 FTE) en € 167.500 out of pocket kosten. De dekking van het budget zal door de regiogemeenten gedragen worden. Voor de structurele kosten wordt vooralsnog uitgegaan van een budget van € 391.000, waarvan € 237.000 (ca. 3,2 FTE) personele kosten en € 154.000 out of pocket kosten. Het uitbreiden van de stuurgroep en werkgroep en het inrichten van de projectgroepen, zal ongeveer 0,2 FTE per regiogemeente vragen.
Daarnaast wordt er een regionale regisseur internationale werknemers aangesteld met een waarde van 1 FTE. Voor de structurele kosten, worden de kosten gedeeld met marktpartijen.
Indicatieve kosten Speerpunt
Kosten eenmalig
Kosten jaarlijks
Registratie en informatie Communicatie en participatie Voldoende aanbod van goede kwaliteit Controle en handhaving Internationale werknemer centraal Regionale samenwerking
€ 80.000 € 10.000 € 25.000 € 30.000 € 68.000 € 10.000
€ 65.000 € 37.000 € 150.000 € 64.000 € 75.000
Totaal
€ 223.000
€ 391.000
€ 55.000 € 167.500
€ 237.000 € 154.000
-> waarvan personele kosten -> waarvan out of pocket kosten
41
6.
Monitoring
Een goede monitoring zorgt ervoor dat de inhoud van het regionaal beleidskader actueel, bekend en gedragen blijft. Om de regiogemeenteraden op de hoogte te houden van deze ontwikkelingen en initiatieven, wordt tenminste eenmaal per jaar een notitie aangeboden met daarin een overzicht. Dit overzicht wordt ook met de stakeholders, zoals werkgevers, uitzendbureaus, huisvesters en internationale werknemers gedeeld in het aanjaagteam en besproken in de bestuurlijke stuurgroep. Wat staat er in de jaarlijkse monitor? De monitor wordt op 3 niveaus uitgevoerd: output, samenwerking en impact. Worden de afgesproken projecten goed en op tijd uitgevoerd? Hoe verloopt de samenwerking, waar zitten de eventuele knelpunten en wat is de impact van de regionale samenwerking? • Aantal in- en uitgeschreven internationale werknemers in BRP naar nationaliteit. • Aantal overnachtingen door kort verblijvende internationale werknemers (korter dan 4 maanden) o.b.v. het digitaal nachtregister. • De opbrengsten van het digitaal nachtregister (verblijfsbelasting). • Aantal partners dat is aangesloten bij het convenant. • Aantal gerealiseerde huisvestingsplekken (short en mid stay) door nieuwbouw, verbouw of legalisering? • Aantal vrijkomende reguliere woningen dat weer op de markt wordt gezet? • De kosten van uitgevoerd onderzoek, controles en handhaving.
• Aantal meldingen van overlast en incidenten en uitkomsten van handhavingszaken met betrekking tot de huisvesting van internationale werknemers. • Ingediende initiatieven voor de huisvesting van internationale werknemers en de beoordeling door de desbetreffende gemeente hiervan. • Afgegeven (tijdelijke) omgevingsvergunningen voor de huisvesting van internationale werknemers en gerealiseerde projecten. • De belangrijkste resultaten van het bestuurlijk en ambtelijk overleg en aanjaagteam internationale werknemers in (boven-)regionaal verband • Zijn afgesloten convenanten en de individuele afspraken met huisvesters effectief gebleken en zijn de afspraken in voldoende mate nageleefd? • Hebben alle betrokkenen in voldoende mate bijgedragen aan het realiseren van de geformuleerde doelstellingen? Wat waren hierbij de succes- en faalfactoren? • Zijn onze inwoners, waaronder de internationale werknemers zelf, voldoende betrokken bij de voorbereiding en de uitvoering van het beleid? Zijn zij tevreden over het gevoerde beleid?
42
Bijlage 1: Kwaliteitseisen Stichting Normering Flexwonen (SNF) en verschil met Roemer De kwaliteitseisen die Stichting Normering Flexwonen (SNF) aan huisvesting internationale werknemers stelt beslaan vele elementen en zijn zeer gedetailleerd. Hieronder zijn de kenmerken van de norm opgenomen. Voor een compleet overzicht, zie: https://www.normeringflexwonen.nl/denorm/normen • •
• • • • • • • • • •
Periode controle (4x per jaar) Toegestane verblijfsvormen o Reguliere woning o Hotel/pension o Wooneenheden in gebouwencomplex o Woonunits o Huisvesting op recreatieterrein o Campus (locatie specifiek ingericht voor huisvesting arbeidsmigranten en beheerd door 1 organisatie Minimaal 10 m2 gebruiksoppervlak per persoon, in een woning is dit 12 m2 p.p. Slaapvertrek is minimaal 3,5 m2 p.p. Geen limiet op het aantal personen op een slaapkamer. Voor iedereen is er een bed en matras beschikbaar van minimaal 80 x 200 cm. Verblijfsruimte hebben minimaal 0,5 m2 directe daglichttoetreding. Verblijfsruimtes dienen verwarmd te worden. Minimaal 1 toilet en 1 douche op 8 personen. Aanwezigheid van brandblussers/schuimblussers, branddekens, rook- en CO-melders. Contactpersoon die 24/7 bereikbaar is in geval van calamiteit. Informatiekaart in Duits en Engels met belangrijke informatie.
Verschil SNF – Roemer In 2020 publiceerde het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (commissie Roemer) een set aanbevelingen waarmee de positie van internationale werknemers in Nederland verbeterd moet worden. Hieronder een overzicht van de belangrijkste aanbevelingen. Onderwerp
SNF
Roemer
Gebruiksoppervlak per persoon
10 m2, 12m2 in woningen
15 m2
Slaapkamergrootte
3,5 m2 per persoon
5,5 m2 per persoon
Personen per slaapkamer
Geen limiet
Op verzoek een eigen slaapkamer Samenvoegen AKF en SNF Ontkoppelen huur- en arbeidscontract
Van een groot aantal van deze aanbevelingen, heeft SNF al aangegeven daar op termijn bij aan te willen sluiten. Ook onderzoeken Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF) en SNF hoe zij hun eisen kunnen integreren in één keurmerk. We gaan uit van de kwaliteitseisen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Roemernorm). Ook willen wij daarbij een SNF-certificering als voorwaarde stellen. Deze kwaliteitsnorm ligt op onderdelen weliswaar op een lager niveau, maar deze zal naar verwachting worden geharmoniseerd met de Roemernorm.
43