A6c. 201572076 - Regionaal beleidskader huisvesting internationale werknemers.pdf
Tekst van het document
Samen voor een goed vestigings- en leefklimaat voor internationale werknemers Regionaal beleidskader huisvesting internationale werknemers Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen
Voor en door de regiogemeenten van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen Versie: februari 2022
2
Inhoud 1. Samen naar een goed vestigings- en leefklimaat voor internationale werknemers 4 1.1 REGIONALE SAMENWERKING
5
1.2 AANTALLEN EN OPGAVE
7
1.3 DOORBAAK
9
1.4 LEESWIJZER
10
2. Speerpunten met een vitale coalitie
11
2.1 SPEERPUNTEN
11
2.2 MAATWERK PER SUBREGIO EN REGIOGEMEENTE
14
2.3 IN COPRODUCTIE MET PARTNERS IN HET VELD
15
3. Van ambitie naar regionaal beleidskader
20
3.1 VOLDOENDE AANBOD VAN GOEDE KWALITEIT Kwaliteit en beheer van huisvesting binnen de regio Voldoende huisvesting binnen de regio 3.2 REGISTRATIE EN INFORMATIE Registratie, registratie, registratie 3.3 DE INTERNATIONALE WERKNEMER CENTRAAL Communicatie met de internationale werknemer Toegang tot zorg en maatschappelijke voorzieningen Onderwijs en scholing 3.4 COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE Communicatie en participatie van omwonenden Kennisvermeerdering 3.5 CONTROLE EN HANDHAVING Controle en handhaving Een gezamenlijke vuist tegen malafide partijen 3.6 REGIONALE SAMENWERKING Governance Monitoring en beleidsmatige rapportages Regionaal handelingsperspectief
21 21 25 28 28 29 29 29 30 31 31 32 33 33 34 35 35 36 36
4. Organisatie en uitvoering
37
4.1 GOVERNANCE
37
4.2 UITVOERING
38
5. Indicatieve begroting
41
6. Monitoring
42
3
1.
Samen naar een goed vestigings- en leefklimaat voor internationale werknemers Internationale werknemers (arbeidsmigranten) zijn de onzichtbare kracht van onze economie. Of het nu gaat om de aardbeien die in de winkel liggen of het pakketje dat wordt thuisbezorgd, altijd komen er internationale werknemers aan te pas. Helaas worden zij niet altijd onder goede omstandigheden gehuisvest. Zo ook niet in de Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen. Het gaat hierbij met name om de internationale werknemers die minder hoog geschoold zijn en daarmee lager betaald werk verrichten, met name afkomstig uit de Midden-, Oost- en soms Zuid-Europese landen. Het beleidskader gaat niet over de positie van de hoog opgeleide ‘expats’ 1. De 18 gemeenten van de Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen hebben daarom de handen ineen geslagen om samen voldoende huisvesting van goede kwaliteit voor internationale werknemers die in de regio werken te faciliteren. Met deze ambitie willen de regiogemeenten internationale werknemers een goed vestigings- en leefklimaat bieden. Het tekort aan goede en veilige huisvesting van internationale werknemers leidt tot meerdere problemen in onze regio.
Allereerst leidt ondermaatse huisvesting tot gezonds- en veiligheidsrisico’s voor de internationale werknemer zelf en tot overlast voor omwonenden, waardoor de (ervaren) leefbaarheid (in voornamelijk de bebouwde kom) onder druk komt te staan. Een bijkomend probleem is dat, doordat werkgevers (al dan niet genoodzaakt) en huisjesmelkers (al dan niet bewust) woningen opkopen om daar internationale werknemers in te huisvesten, de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor andere inwoners van onze regio in het gedrang komt. Daarnaast is voldoende aanbod van huisvesting voor internationale werknemers een cruciale vestigingsfactor dat internationale werknemers doet besluiten al dan niet in onze regio de handen uit de mouwen te steken. En hun inzet is van groot belang om de economie van onze regiogemeenten in de benen te houden, vooral in die sectoren waar veel internationale werknemers werken. De aanwezigheid van stuwende sectoren als de fruitteelt, (glas)tuinbouwsector, logistiek (inclusief distributie), bouw, en industrie betekent ook dat onze regio in grote mate afhankelijk is van de inzet van internationale werknemers om onze economische motor draaiende te houden. Voor de logistieke sector alleen al, verwacht STEC-groep dat er tot 2030, 9.000 nieuwe logistieke medewerkers nodig zijn.
Wanneer gekeken wordt naar de Economische Transformatie Monitor (een tool dat het extra benodigd aantal werknemers inschat), die voor de regio is opgesteld, dan is de verwachting dat de regio tot 2030 in totaal 85.000 tot 117.000 nieuwe werknemers nodig heeft. Dit is voornamelijk vervangingsvraag. Onze regionale arbeidsmarkt staat vanwege vergrijzing te springen om personeel. Dit is echter in veel thuislanden waar internationale werknemers vandaag komen inmiddels ook het geval en door stijgende lonen en verbeterde
1
Internationale werknemers worden in dit stuk als volgt gedefinieerd: Personen die in Nederland legaal tijdelijk (tot 3 jaar) laaggeschoold werk verrichten of werkzoekende zijn, maar die niet de intentie hebben zich permanent in het werkland te vestigen.
4
arbeidsvoorwaarden, wordt het voor internationale werknemers steeds aantrekkelijker om in het thuisland te blijven. Echter de belangrijkste reden voor de regio om nu over te gaan op een regionaal beleidskader, is dat het gaat om mensen. Mensen die huis en haard verlaten om in onze regio tijdelijk werk te verzetten. Zij verdienen het, net als alle andere inwoners van onze regio, om goed en veilig in onze regio te kunnen wonen. Wij kiezen er daarom ook bewust voor om te spreken van internationale werknemers en niet van arbeidsmigranten, vanwege de negatieve connotatie en het vermeend discriminatoir karakter van dit woord. Alle werknemers in onze regio verdienen het om goed en veilig gehuisvest te worden. Hoe lang iemand in onze regio werkt of waar hij of zij vandaan komt, speelt daarin geen rol. 1.1
Regionale samenwerking
De 18 gemeenten in de regio werken al langer op verschillende dossiers samen door onder andere het uitwisselen van kennis en het voeren van regulier bestuurlijk overleg. Dat de regiogemeenten er nu voor kiezen om ook samen de schouders te zetten onder het faciliteren van voldoende en veilige huisvesting voor internationale werknemers, komt voort uit het besef dat de regiogemeenten alleen samen het probleem kunnen oplossen. De regio vormt immers samen een waterbed, wat inhoudt dat onwenselijke partijen/praktijken zich verplaatsen naar het punt waar zij nog de meeste ruimte krijgen. Hierdoor verplaatst het probleem zich, maar wordt het niet opgelost. Eind 2020 heeft de Groene Metropoolregio de samenwerking tussen en met de regiogemeenten geïntensiveerd met het sluiten van de Woondeal Arnhem – Nijmegen. Onderdeel van de Woondeal is het maken van afspraken over het huisvesten van specifieke doelgroepen, waaronder internationale werknemers vanwege de groeiende arbeidsvraag van werkgevers die niet door lokale arbeidskrachten kan worden ingevuld. Dit heeft geleid tot de ‘startnotitie internationale werknemers’ waarmee groen licht werd gegeven om te komen tot een regionaal beleidskader waarin regionale uitgangspunten worden geschetst voor de huisvesting van internationale werknemers.
Een beleidskader dat de ambitie heeft om voldoende huisvesting van goede kwaliteit voor internationale werknemers te faciliteren waardoor het vestigings- en leefklimaat voor internationale werknemers wordt verbeterd. Dit betekent niet dat het beleidskader alleen oog heeft voor de ruimtelijke kaders die bij huisvesting komen kijken, integendeel. Het regionaal beleidskader dat nu voorligt heeft een integraal karakter door niet alleen zorg te dragen voor het stellen van kwaliteit- en beheereisen van nieuwe huisvesting en de controle daarop, maar ook registratie in de RNI/BRP stimuleert; kennisvermeerdering tussen regiogemeenten bevordert; kaders schetst voor communicatie richting omwonenden én internationale werknemers; de
5
zelfredzaamheid en de ontwikkelkansen van internationale werknemers bevordert en de bestuurlijke en ambtelijke samenwerking versterkt. De regiogemeenten zijn te allen tijde aan zet. Het regionaal beleidskader tracht ontwikkelingen te versnellen door het faciliteren van de regionale samenwerking. De verantwoordelijkheid voor het faciliteren van voldoende locaties voor huisvesting en het verwerven van (politiek) draagvlak ligt uiteraard op lokaal niveau, maar de Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen faciliteert zoveel mogelijk door kaders te scheppen, kennis en ervaring in te brengen, het overleg met hogere overheden en marktpartijen te faciliteren en het genereren van gezamenlijke doorzettingsmacht. De regiogemeenten staan niet alleen aan het roer om de ambities waar te maken en pakken deze dan ook samen op met partners in de markt: werkgevers (waaronder uitzenders), huisvesters en andere verblijfsbieders. Met de partijen die dezelfde lat willen leggen als de regiogemeenten, gaan we op korte termijn een convenant (samenwerkingsovereenkomst) aan waarbij wordt ingezet op het samen realiseren van voldoende huisvesting van goede kwaliteit in de regio om zo internationale werknemers een goed vestigings- en leefklimaat te bieden. Ook wordt intensieve samenwerking gezocht met de provincie Gelderland, omliggende regio’s, het Rijk en Duitsland.
De opbrengst van gesprekken die gevoerd zijn met de overheids- en marktpartijen zijn verwerkt in dit voorliggend beleidskader en biedt de basis om verdere afspraken te maken met deze partners. Het regionaal beleidskader is in nauwe coproductie met stakeholders uit onze regio vormgegeven. Het vertrekpunt voor het regionaal beleidskader is de stand van zaken, de zogeheten foto, van de regio. De foto is gemaakt langs vier sporen: een beleidsscan, interviews, een cijfermatige analyse van het aantal wonende en werkende internationale werknemers en een analyse van de arbeidsmarkt van de toekomst. Op basis van de foto is er dialoog gevoerd met zowel bestuurders uit de regio Arnhem – Nijmegen als betrokken stakeholders in de vorm van een Regiodag in oktober 2021 en een Regionaal congres huisvesting arbeidsmigranten, georganiseerd door de provincie Gelderland, in december 2021. De concept bouwstenen die op basis van de foto en de dialoog zijn gevormd, zijn vervolgens voorgelegd aan stakeholders in een focusgroepbijeenkomst in januari 2022.
6
1.2 Aantallen en opgave Het regionaal beleidskader betekent een grote stap in de aanpak om te komen tot voldoende huisvesting van internationale werknemers van goede kwaliteit. Op basis van onderzoek naar het geactualiseerde aantal wonende en werkende internationale werknemers in de provincie Gelderland uit 2021, werd door bureau Figuur 1: Scenario's van de mogelijke ontwikkeling van het aantal werkende internationale werknemers in de regio Arnhem Decisio voor de Groene – Nijmegen (Decisio, 2021). Metropoolregio ArnhemNijmegen ingeschat dat het aantal internationale werknemers dat in de regio werkt eind 2019, op 29.245 internationale werknemers lag2. Het is daarbij belangrijk om te realiseren dat er aan dit soort kwantitatieve onderzoeken, haken en ogen zitten. Zo schrijven internationale werknemers zich, om verschillende redenen, niet altijd in, in de BRP. Daarnaast baseert de microdata waar in het onderzoek van Decisio gebruik van is gemaakt, zich op de plaats waar de loonbelasting wordt geheven. Maar de plek waar de loonbelasting wordt gegeven is niet altijd de woonplaats van de internationale werknemer. Hierdoor zullen de cijfers van werkzame internationale werknemers in gemeenten waar uitzendbureaus zijn gevestigd, relatief hoger uitvallen. De cijfers die wij nu voor handen hebben, zijn dus incompleet waardoor deze een stevige onzekerheidsmarge kennen.
Het is daarmee dus ook van groot belang dat de regiogemeenten de komende tijd actief samen met uitzenders en huisvesters afspraken maken over de registratie van arbeidsmigranten in hun gemeenten om het globale beeld wat het Decisio onderzoek biedt, verder aan te kunnen scherpen. Trend Wanneer de trend die zich tussen 2010 en 2019 voordeed wordt doorgetrokken, onderscheiden zich twee scenario’s die een doorkijkje bieden voor het aantal internationale werknemers dat de regio in 2030 nodig zal hebben: variërend van ongeveer 45.000 internationale werknemers (laagscenario) tot ongeveer 55.000 (hoog scenario) internationale werknemers.
2
Het onderzoek van Decisio richt zich op het aantal wonende en werkende arbeidsmigranten zoals gedefinieerd door de IND: buitenlandse mensen met een inkomensgrens tot een bepaalde hoogte (MBO niveau). Buitenlandse werknemers met een hogere inkomensgrens zijn kennismigranten en zijn als zodanig niet meegenomen in het onderzoek
7
Er is een aantal belangrijke achterliggende factoren die de ontwikkeling van het aantal internationale werknemers zal bepalen, die slechts beperkt door de stakeholders in de regio te beïnvloeden is, zoals: •
De mate van innovatie van bedrijfsprocessen: naar mate bedrijfsprocessen (zoals order-picking of pluk- en teeltwerkzaamheden) worden geïnnoveerd – bijvoorbeeld door robotisering, zijn minder internationale arbeidskrachten nodig;
•
De beschikbaarheid van internationale werknemers: De regio concurreert om schaarse arbeid met andere regio’s in Nederland en met andere landen zoals bijvoorbeeld Duitsland en Denemarken. Tegelijkertijd worden in het thuisland van internationale werknemers de arbeidsvoorwaarden steeds beter. De mate waarin de regio aantrekkelijk kan blijven voor internationale werknemers zal ook het aanbod ervan beïnvloeden. De beschikbaarheid van adequate huisvesting is daarin een belangrijke randvoorwaarde;
•
Het aantrekken door de regio van additionele bedrijvigheid waarvoor inzet van internationale werknemers nodig is. Zo wordt in andere regio’s nagedacht over een zogenaamde ‘bedrijfseffectrapportage’ bij nieuwe bedrijvigheid. Ook voor de regio als geheel ligt hier de vraag in het kader van de verstedelijkingsstrategie hoe het economische profiel verder te ontwikkelen in relatie tot de opgave om internationale werknemers te huisvesten;
•
De ontwikkeling van de tekorten op de arbeidsmarkt. In Nederland is een stevige vergrijzing op de arbeidsmarkt aan de orde. Hierdoor neemt de vervangingsvraag in allerlei beroepsgroepen toe. Dit is een autonome ontwikkeling die de sterkste aanjager voor de vraag naar internationale werknemers is. Daarbij zullen ook sectoren als de zorg en de energietransitie de komende jaren in toenemende mate gebruik moeten maken van internationale arbeidskrachten om onze economie draaiend te houden. Overigens zien we ook de tekorten op de Europese arbeidsmarkt vanwege vergrijzing en ontgroening toenemen wat de komende jaren de schaarste aan internationale werknemers zal vergroten.
Opgave Het aantal werkzame internationale werknemers dat anno 2020 in onze regio werkt, is als volgt over de subregio’s verdeeld. Van de ruim 29.000 werkzame internationale werknemers, werken er bijna 12.000 in de subregio Arnhem, 8.000 van hen werken in regio Liemers en een kleine 9.000 is werkzaam in subregio Rijk van Nijmegen.
8
Uit het geactualiseerde onderzoekt blijkt dat er bijna 11.000 internationale werknemers in onze regio wonen (gebaseerd op het aantal personen geregistreerd in de BRP). Zie figuur 2 voor een overzicht.
Figuur 2: overzicht werkzame internationale werknemers naar subregio
We kunnen hieruit dus concluderen dat de realisatie van nieuwe huisvesting van internationale werknemers geen gelijke tred houdt met de groei van het aantal werkzame internationale arbeidskrachten in de regio. Hier ligt de meest urgente opgave voor de korte termijn. Gecombineerd met de verwachte groei van het aantal werkzame internationale werknemers tot 2030 (15.000 in het laagscenario tot 25.000 werkzame internationale werknemers in het hoog scenario) ligt hier dus een stevige uitdaging. Voor circa 1.500 van hen liggen er in de verschillende gemeenten al plannen om tot een goede en veilige huisvesting te komen op nieuwe locaties 3. Het gaat hier vooral om zogenaamde short- en midstay huisvesting voor internationale werknemers die tijdelijk (tot 3 jaar) in onze regio werkzaam zijn. 1.3 Doorbaak Hoewel de verantwoordelijkheid voor de huisvesting natuurlijk primair bij marktpartijen ligt en gemeenten dit faciliteren, betekent het regionaal beleidskader ook dat er nu op regionaal niveau met marktpartijen gewerkt kan worden aan een versnelling van de realisatie van nieuwe locaties van goede kwaliteit. Het realiseren van aanvullende huisvesting voor internationale werknemers verlicht de druk op de bestaande woningvoorraad.
Daar waar nu bestaande woningen door marktpartijen veelal verkamerd aan de voorraad zijn onttrokken voor de huisvesting van internationale werknemers, kunnen deze op termijn weer beschikbaar komen voor bijvoorbeeld starters, spoedzoekers of bewoners met een zorgvraag. Dat vraagt uiteraard om goede afspraken met de uitzendbureaus en werkgevers die deze woningen hebben opgekocht. Hierdoor zal in wijken of kernen waar relatief veel
3
Gebaseerd op verschillende initiatieven uit de media, uitgesproken ambitie in beleidsplannen en concrete ontwikkelingen in de gemeenten.
9
internationale werknemers zijn gehuisvest de druk op de leefbaarheid afnemen. Een hoog aantal woningen dat verkamerd wordt aangeboden aan internationale werknemers (of elke andere doelgroep die snel van bezetting wisselt zoals studenten) is dan over het algemeen niet bevorderlijk voor de leefbaarheid. Tot slot streven de regiogemeenten naar een uniform beleidskader waarin regionale kaders voor onder andere de kwaliteitseisen van huisvesting van internationale werknemers, de registratie en de handhaving zijn opgenomen. Hiermee kunnen individuele gemeenten nader handen en voeten geven aan hun lokaal beleid. Voor marktpartijen ontstaat er duidelijkheid en ook een level playing field. Een level playing field waar de marktpartijen die het convenant willen ondertekenen en zich zo ook committeren aan onze eisen, samen met de overheid, vanuit een welbegrepen eigenbelang, gaan bijdragen aan een goed vestigings- en leefklimaat voor internationale werknemers. Maar ook een level playing field waarin die marktpartijen die zich niet aan het regionale beleidskader willen committeren, met een uniforme handhaving te maken krijgen. Hierdoor komt er binnen de regio ook een einde aan het zogenaamde waterbedeffect waarbij sommige marktpartijen bewust die gemeenten opzoeken met de minst strenge regels voor huisvesting.
Voor de internationale werknemer zelf wordt met dit beleidskader de kwaliteit van huisvesting en leefomgeving gewaarborgd, hun afhankelijkheid tot de werkgever/uitzendbureau of huisvester verminderd, wordt toegang tot zorg, (maatschappelijke) ondersteuning en onderwijs verbeterd en wordt hun zelfredzaamheid bevorderd. 1.4
Leeswijzer
In dit beleidskader vindt u een concrete uitwerking van onze bovengenoemde ambities. Allereerst gaan we in hoofdstuk 2 in op de speerpunten van het regionaal beleidskader dat ruimte biedt voor het lokale maatwerk dat nodig zal zijn. Vervolgens wordt een mogelijke uitwerking van de concrete maatregelen (bouwstenen), zoals in de bijlage opgenomen, kort samengevat in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de uitvoering van het beleid: wat zijn de belangrijkste maatregelen, wie gaat ze uitvoeren en wanneer en hoe ziet de samenwerkingsstructuur er straks uit? De kosten worden besproken in hoofdstuk 5. De monitoring wordt gepresenteerd in hoofdstuk 6.
10
2.
Speerpunten met een vitale coalitie
De gemeenten van de Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen hebben de ambitie om voldoende huisvesting van goede kwaliteit voor internationale werknemers te faciliteren, waarmee wij hen een goed vestigings- en leefklimaat bieden. De regiogemeenten willen dit samen met de marktpartijen in de regio en samen met de provincie Gelderland en het Rijk realiseren. Daarvoor hebben de regiogemeenten na uitgebreid bestuurlijk overleg en dialoog met regiogemeenten, marktpartijen en de provincie een aantal speerpunten geformuleerd (2.1.) die in hoofdstuk 3 van dit regionaal beleidskader verder worden uitgewerkt. Deze speerpunten worden ook uitgewerkt in een handelingsperspectief voor gemeenten in de regio. Ook zal op diverse regio-onderdelen zoals communicatie, registratie en handhaving en het aanjagen van de locatieontwikkeling gemeente-overstijgend worden samengewerkt. Dit haakt telkens op maat aan bij de lokale beleidsontwikkeling per gemeente (2.2). We verwachten dat marktpartijen die zich willen committeren aan dit beleidskader met ons een convenant voor goede en veilige huisvesting afsluiten en dat het Rijk en de provincie actief participeren in de uitvoering van het beleidskader. Kortom: een vitale coalitie (2.3).
2.1 Speerpunten Het regionaal beleidskader heeft een integraal karakter en is gebaseerd op een aantal speerpunten die ook de programmalijnen vormen die in hoofdstuk 3 nader worden uitgewerkt. Het regionaal beleidskader baseert zich op de volgende speerpunten: •
Voldoende aanbod van goede kwaliteit Het faciliteren van voldoende huisvesting voor internationale werknemers van goede kwaliteit door het stellen van uniforme kwaliteits- en beheereisen voor de huisvesting van internationale werknemers die tijdelijk (tot 3 jaar) soms met tussenpozen in onze regio werken. Dit betreft de groep short (tot 1 jaar) en mid-stay (tot 3 jaar) internationale werknemers. Voor hen stellen wij uniforme kwaliteitseisen aan de huisvesting gebaseerd op de aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (ook wel de Roemernorm genoemd). Voor internationale werknemers die zich langer dan 3 jaar of permanent in onze regio vestigen, dient deze opgave specifiek onderdeel te worden van het regulier woonbeleid en is de bouw van (sociale) huurwoningen en (betaalbare) koopwoningen nodig. Samen met marktpartijen bevorderen we de realisatie van de huisvestings- en integratiebehoefte van long-stay internationale werknemers.
11
4 5
•
Registratie en informatie Het in beeld krijgen van de actuele vraag naar huisvesting begint bij registratie. Inschrijving in de BRP4 voor internationale werknemers die langer dan vier maanden in Nederland verblijven. Bij een verblijf korter dan vier maanden vindt registratie plaats als niet-ingezetene in de RNI5. In het laatste geval wordt in een regionaal uniform digitaal nachtregister elke 24 uur door de huisvester bijgehouden welke internationale werknemers in de desbetreffende regiogemeente verblijven. Het stimuleren van inschrijving en het maken van tactische afspraken met markpartijen zijn hierin belangrijk.
•
De internationale werknemer centraal Doordat internationale werknemers vaak de taal onvoldoende machtig zijn, zijn de bestaande voorzieningen (waaronder mogelijkheden tot het leren van een taal of de mogelijkheden voor een bezoek aan de huisarts) lastiger te vinden. Daarnaast innoveren onze sectoren voortdurend wat steeds nieuwe vaardigheden vraagt van onze internationale werknemers. Een goede gerichte communicatie over hun rechten en plichten en de toegang tot medische en maatschappelijke voorzieningen, vergroot de zelfredzaamheid van de internationale werknemers in de regio. Door de toegang tot onderwijs te vergroten, blijven onze internationale arbeidskrachten gemotiveerd om zich voor onze regio in te blijven zetten en blijven nieuwe internationale werknemers ervoor kiezen om in onze regio te komen werken.
•
Communicatie en participatie Een goed communicatie- en participatieproces met omwonenden ten tijde van nieuwe huisvestingsinitiatieven is een cruciale succesfactor in het realiseren van nieuwe huisvesting. Het regionaal beleidskader stelt kaders voor het betrekken van omwonenden en biedt regiogemeenten de tools om samen kennis op te bouwen en van elkaar te leren.
•
Controle en handhaving Een actieve inzet op (uniforme) controle en handhaving om ongewenste huisvestingssituaties en malafide partijen tegen te gaan als sluitstuk van het regionaal beleidskader. Dit is in het belang van de internationale werknemers zelf en verschaft een eerlijke concurrentiepositie voor de goedwillende partijen. We trachten waakzaam te zijn bij het uitzetten van internationale werknemers uit hun huidige huisvestingssituatie om te voorkomen dat zij elders opnieuw illegaal gaan wonen. Zij verdwijnen daarmee van onze radar en komen mogelijk in nog slechtere woonomstandigheden terecht. Controle en handhaving kennen verschillende facetten: het er op toezien dat geen sprake is van illegale en slechte huisvesting, maar ook het tegengaan van overlast (die vaak het gevolg is van dergelijke huisvesting), eventuele
Basisregistratie Personen (BRP). Registratie niet-ingezetenen (RNI).
12
uitbuiting, ondermijning of andere criminele activiteiten. Bij de laatste worden ook andere overheidsorganisaties betrokken, zoals de Inspectie SZW, FIOD, enz. •
Regionale samenwerking Met dit regionaal beleidskader wordt de basis gelegd voor een intensivering van de bestaande samenwerking tussen de 18 regiogemeenten én marktpartijen. Een goede regionale samenwerking tussen de regiogemeenten, maar ook met marktpartijen (werkgevers en huisvesters) die samen de beleidsopgaven willen realiseren en waarin elke partij zijn eigen verantwoordelijkheid pakt. De opgave is integraal en complex en vraagt daarom om een goede governance waarbij de zaken die we afspreken slagvaardig kunnen worden uitgevoerd maar niet vrijblijvend zijn. Dit vraagt ook om een gedegen monitoring.
Figuur 3: speerpunten van het regionaal beleidskader
13
2.2 Maatwerk per subregio en regiogemeente Onze regio bestaat uit een divers palet van gemeenten verdeeld over drie subregio’s uiteenlopend van meer stedelijke gebieden (zoals Arnhem en Nijmegen) tot meer landelijke gemeenten zoals Mook en Middelaar, Zevenaar, Rheden en Heumen. Ook op economisch vlak zijn er verschillen in de (sub)regio aan te wijzen. Waar in Lingewaard, Beuningen, Duiven en Berg en Dal, de economische activiteit zich in belangrijke mate richt op fruitteelt, land- en (glas)tuinbouw, zijn voor Montferland, Overbetuwe en Nijmegen distributie, transport en logistiek bijvoorbeeld belangrijke sectoren. Onze internationale werknemers mogen dan werkzaam zijn in onze regio, veel van hen wonen hier echter niet. Sterker nog, een groot deel van onze internationale arbeidskrachten pendelt dagelijks tussen onze werkregio en Duitsland. Vanwege het gebrek aan voldoende goede huisvesting in onze regio, zijn internationale werknemers en huisvesters (werkgevers, uitzendbureaus en commerciële huisvesters) genoodzaakt om huisvesting buiten onze regio te zoeken, en in sommige gevallen zelfs buiten Nederland. De opgave om in de regio Arnhem – Nijmegen voldoende huisvesting van goede kwaliteit te faciliteren is complex, maar de urgentie om tot een gezamenlijke oplossing te komen wordt unaniem gedeeld.
Hoewel elke regiogemeente zich bewust is van de urgentie om de huisvesting van internationale werknemers goed te regelen, heeft nog niet elke individuele gemeente integraal beleid opgesteld. En ook tussen de subregio’s is er sprake van een tempoverschil waarin de regio Liemers op dit moment de meeste urgentie voelt en het verst is in het ontwikkelen van integraal beleid. Montferland stelde in 2019 al een uitgangsnotitie huisvesting arbeidsmigranten op, waarna in maart 2021 de beleidsnotitie huisvesting arbeidsmigranten is gepresenteerd. In het Coalitieakkoord 2018 – 2022 van de gemeente Rheden is opgenomen dat het college beleid ontwikkelt om de huisvesting van arbeidsmigranten en zorgcliënten beter te kunnen reguleren. Deze afspraak resulteerde in 2020 tot een verkenning en maart 2021 in beleidsregels afwegingskader voor huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente Rheden, met daarnaast een paraplubestemmingsplan. Ook Zevenaar heeft beleidsregels opgesteld voor het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning voor de huisvesting van arbeidsmigranten die eind 2020 het licht zagen. Overbetuwe ging in mei 2021 over tot een afwegingskader voor tijdelijke middelgrote en grootschalige huisvesting voor arbeidsmigranten waarmee in een pilot vier huisvestingsinitiatieven voor maximaal 200 internationale werknemers gerealiseerd kunnen worden.
Het beleidsplan huisvesting tijdelijke internationale werknemers van gemeente Lingewaard wordt begin 2022 verwacht. Kortom, de regio is al volop bezig met het onderwerp. Verschillende gemeenten hebben dus stappen gemaakt in de aanpak van de huisvesting van internationale werknemers. Het beleidskader doet recht aan de
14
verschillende tempo’s tussen subregio’s en regiogemeenten door de regiogemeenten kaders te bieden waar huisvesting internationale werknemers aan moet voldoen. Het kader biedt meer dan alleen handvatten voor de kwaliteit van huisvesting en besteedt ook aandacht aan beheer, communicatie met omwonenden én internationale werknemers en sociale aspecten zoals de behoefte van internationale werknemers om zich te blijven ontwikkelen en hun toegang tot maatschappelijke en medische voorzieningen. Het beleidskader zet daarmee de stip op de horizon waar alle regiogemeenten, op hun eigen tempo, naartoe werken om samen voldoende huisvesting van goede kwaliteit voor internationale werknemers te faciliteren en de negatieve effecten van het waterbed te beheersen (level playing field). De regiogemeenten zijn zich er namelijk terdege van bewust dat verschillen in beleid ook leiden tot een waterbedeffect in huisvesting binnen de regio. Zo zijn die gemeenten die het minst handhaven en de minst strenge regels hebben voor bijvoorbeeld verkamering soms het meest aantrekkelijk voor marktpartijen die van huisvesting hun verdienmodel hebben gemaakt en het liefst ‘onder de radar’ van de overheid willen blijven. Het belang van een ‘level playing field’ wordt dus volop onderschreven.
Dit beleidskader en het bijbehorende uitvoeringsprogramma (bouwstenen) zijn erop gericht om samen een aantal uitdagingen rond de huisvesting van internationale werknemers aan te pakken die alléén minder goed oplosbaar zijn. Regiogemeenten committeren zich daarom aan het plan en de ambitie. In de regio wordt kennis uitgewisseld, wordt de opgave voor short- en midstay afgestemd en wordt een ‘level playing field’ gecreëerd qua regelgeving en handhaving. Dit neemt echter niet weg dat regiogemeenten te allen tijde over hun eigen beleid en aard en omvang van de huisvesting gaan. Het beleidskader schetst de uniforme regionale spelregels, de individuele regiogemeente gaat over de specifieke invulling binnen de eigen gemeentegrenzen. 2.3 In coproductie met partners in het veld Tijdens het opstellen van het beleidskader en uitvoeringsprogramma is veel aandacht besteed aan de partners in en om de regio heen. Deze input is verwerkt in het beleidskader en het uitgewerkte maatregelenpakket (bouwstenen) van het uitvoeringsprogramma. Dit biedt kansrijke mogelijkheden tot samenwerking. Met de regiogemeenten Wij, als regiogemeenten, zien onszelf als marktmeesters met als taak: het creëren van een speelveld waarop marktpartijen aan de slag kunnen met het realiseren van huisvesting.
Omdat de 18 gemeenten van de Groene Metropoolregio ArnhemNijmegen op dit dossier nauw gaan samenwerken, wordt een handelingsperspectief opgesteld dat door alle regiogemeenten ondertekend wordt. In het handelingsperspectief worden de ambitie en doelen vastgesteld, de verschillende
15
mogelijkheden gepresenteerd en de taken van gemeenten benoemd. Het handelingsperspectief biedt daarmee handvatten om de vooropgestelde doelen te bereiken. Met marktpartijen Er zijn marktpartijen die graag onder de radar van de overheid blijven en bewust geen samenwerking zoeken, omdat de huisvesting van internationale werknemers voor hen een maatschappelijk niet aanvaardbaar verdienmodel is. Uitbuiting ligt dan op de loer waarbij vaak slechte en onveilige huisvesting tegen woekerprijzen in rekening worden gebracht. Regels worden met voeten getreden. Een dekkend en uniforme handhaving is daarvoor het enige recept. Er zijn gelukkig in de regio ook huisvesters, uitzenders en werkgevers die streven naar goede en veilige huisvesting en dat in de praktijk ook al doen. Zij zijn bereid om afspraken te maken met de regiogemeenten variërend van afspraken over de kwaliteit van huisvesting tot het ondersteunen van internationale werknemers om hun weg in onze regio te vinden. Voor hen is het een prangend probleem dat er onvoldoende locaties zijn waar nieuwe huisvesting voor internationale werknemers kan worden gerealiseerd.
In verschillende regiogemeenten liggen al concrete plannen om ca 1.500 plekken te realiseren, maar gezien de groeiende opgave en het feit dat nieuwe initiatieven maar mondjesmaat van de grond komen, is het zaak om samen met marktpartijen te werken aan een versnelling van de realisatie van nieuwe locaties van goede kwaliteit. Marktpartijen geven aan dat er meer tempo nodig is en dat er innovatieve oplossingen moeten worden ontwikkeld om te kunnen omgaan met (nieuwe) regelgeving (RO zoals spuitzones en stikstof), het verwerven van draagvlak bij bewoners in kernen en wijken, het imago van internationale werknemers en tot slot het politieke draagvlak in de diverse raden waar het ‘kerktoren-denken’ nog wel eens de boventoon voert. Hier ligt dus een geweldige kans om op dossiers als certificering van kwaliteit en het realiseren van locaties voor huisvesting internationale werknemers een grote doorbraak voor de regio te forceren. Het voornemen van de regio is hiervoor een samenwerkingsovereenkomst (convenant) af te sluiten met marktpartijen die dezelfde lat willen leggen als de regiogemeenten en waarin wij de spelregels definiëren zoals de kwaliteitseisen waaraan huisvesting moet voldoen en de plichten waaraan werkgevers en huisvesters zich moeten houden. Ondertekening van het convenant wordt een voorwaarde voor het verstrekken van de benodigde vergunningen.
Op partijen die het convenant niet willen tekenen, gaan we als regiogemeenten strenger handhaven. Zo faciliteren wij bonafide partijen en maken wij het malafide partijen steeds lastiger om in onze regio actief te zijn. Vertegenwoordigers van het convenant nemen vervolgens zitting in het ‘Aanjaagteam’ van de regio Arnhem – Nijmegen dat de regiogemeenten ondersteunt in de versnelling van het realiseren van huisvesting door actief mee te denken en input te leveren voor
16
de locatiecriteria waarmee kansrijke locaties kunnen worden gerealiseerd 6. Het streven van de regiogemeenten is, om op korte termijn (Q2 2022) het Aanjaagteam samen te stellen om gezamenlijk snel werk te maken van de zoektocht naar mogelijke locaties. Met de provincie De provincie heeft sinds 2020 een intensief programma opgezet om de huisvesting van internationale werknemers te faciliteren en aan te jagen. Ook is een procesregisseur aangesteld om dit te coördineren, met op de achtergrond een provinciaal team vanuit diverse disciplines bestuurlijk aangevoerd door gedeputeerde Peter Kerris. Regio’s worden met raad en daad ter zijde gestaan, er is informatieuitwisseling en daar waar mogelijk kan de provincie met haar ruimtelijke instrumentarium ondersteunen in de bestemming van locaties, uiteraard voor zover dit past in de provinciale kaders. In december 2021 organiseerde de provincie speciaal voor onze regio een digitaal congres, waar op het hoogtepunt bijna 100 stakeholders aanwezig waren, met als doel overheids- en marktpartijen te activeren en met elkaar te verbinden. Tot slot entameert de provincie onderzoek naar de huisvesting van internationale werknemers in de provincie dat begin 2022 verwacht wordt. Voor de gemeenten van de Groene Metropoolregio Arnhem - Nijmegen is de provincie een belangrijke partner op deze issues.
Specifieke aandacht zal de komende tijd uitgaan naar het samen met de provincie Gelderland scannen van potentiële locaties voor huisvesting van internationale werknemers en het stimuleren van de realisatie daarvan. De provincie stimuleert met name de ontwikkeling van grotere huisvestingsvormen in of aan de rand van de bebouwing. Daar waar huisvestingslocaties afwijken van de bestemmingsplannen is afstemming met de provincie aan de orde, tenzij er sprake is van een tijdelijke omgevingsvergunning. De regiogemeenten gaan met dit regionaal beleidskader ook een intensievere samenwerking met de provincie Gelderland aan. Er worden overleggen met provincie gevoerd over de mogelijke rol van de provincie bij de uitvoering. Met het Rijk Het Rijk zet sinds 2019 in op integrale beleidsontwikkeling om mistanden in de werken woonomstandigheden bij internationale werknemers tegen te gaan7. Naar aanleiding van misstanden die tijdens de coronacrisis aan het licht zijn gekomen, is het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer ingesteld. Het aanjaagteam heeft inmiddels aanbevelingen gedaan. Zo is een aanscherping van de eisen voor goede huisvesting voorgesteld. Daarnaast wordt een 6
Zie bouwsteen 3.1 van het uitvoeringsprogramma in de bijlage. Brief minister Koolmees c.s. aan de Staten-Generaal over arbeidsmigratie en sociale zekerheid (29861 nr. 48 d.d. 20 december 2019). 7
17
verhuurdersvergunning voorgesteld voor onder andere werkgevers en uitzendbureaus die woningen opkopen om internationale werknemers te huisvesten. Ook een certificeringsplicht voor uitzendbureaus kan bijdragen aan betere werk-, woon- en leefomstandigheden voor internationale werknemers. Tot slot zijn maatregelen voorgesteld om de inschrijving van internationale werknemers in de BRP beter te regelen, evenals de toegang van internationale werknemers tot de gezondheidszorg. Het is hierbij belangrijk te vermelden dat voor sommige ontwikkelingen (zoals vergunningsplicht uitzendbureaus) gemeenten afhankelijk zijn van landelijk beleid. De aanbevelingen die regiogemeenten echter zelfstandig kunnen oppakken, zijn in het beleidskader meegenomen. Zo wordt een ontkoppeling tussen het huur- en arbeidscontract de norm, waardoor een vorm van huurbescherming ontstaat, en streven de regiogemeenten naar de Roemernorm als het gaat om nieuwe huisvestingsinitiatieven. Om het realiseren van goede huisvesting voor internationale werknemers te stimuleren is er een nieuwe (2e) tranche van € 50 miljoen voor de gemeenten beschikbaar en is er een Regeling huisvesting aandachtsgroepen met een budget van € 32 miljoen in het leven geroepen8.
Daarnaast is er voor de woningcorporaties de tijdelijke stimuleringsregeling flexwonen, waarbij de investeringen in mindering gebracht mogen worden op de af te dragen verhuurdersheffing. Ook het nieuwe kabinet (Rutte IV) besteedt in haar coalitieakkoord aandacht voor internationale werknemers. Het kabinet heeft zich als doel gesteld om (arbeids)migratie zoveel mogelijk gestructureerd te laten verlopen en het draagvlak voor (arbeids)migratie in de Nederlandse samenleving te behouden en te versterken. Daarnaast gaat het nieuwe kabinet de aanbevelingen van commissie Roemer uitvoeren en komt er een nationaal programma Woningbouw waar huisvesting van aandachtsgroepen een eigen sub programma krijgt. De regiogemeenten zijn het eens geworden over de onderwerpen die zij regionaal gaan oppakken, waarbij ook taken bij het Rijk, de provincie of bij de gemeenten zelf (blijven) liggen. In de komende periode werken we aan het concreet maken van de maatregelen door een convenant te sluiten tussen de regiogemeenten, provincie en marktpartijen: huisvesters, uitzenders werkgevers en andere stakeholders. Iedereen die een bijdrage kan leveren aan goede en voldoende huisvesting voor internationale werknemers, en daarmee kan bijdragen aan de economische welvaart van de regio, zal bij dit proces worden betrokken.
8
Informatie over deze regelingen is te vinden op https://www.woningmarktbeleid.nl/.
18
Met Duitsland Een deel van de internationale werknemers dat in onze regio werkzaam is, woont in Duitsland. Dit is niet altijd wenselijk vanwege het feit dat de regio op deze manier geen grip heeft op de huisvestingssituatie waarin onze arbeidskrachten leven en de internationale werknemer grote pendelafstanden moet afleggen met alle gezond- en veiligheidsrisico’s van dien. Daarnaast hebben de Duitse overheden minder bevoegdheden om achter de voordeur te handhaven dan Nederlandse overheden, waardoor het ontstaan van slechte huisvestingssituaties sneller op de loer ligt. Zeker vanuit de grensgemeenten in onze regio geldt dat huisvesting in Duitsland niet per definitie onwenselijk is, zolang de internationale werknemers maar goed en veilig worden gehuisvest. Vanuit verschillende kanalen loopt er reeds overleg met diverse Duitse overheden. Gestreefd wordt naar een gezamenlijke inzet met als doel om ook voor deze groep internationale werknemers tot voldoende en kwalitatief goede huisvesting te komen, liefst zo dicht mogelijk bij het werk, om ook het waterbedeffect dat over de grens optreedt gezamenlijk maximaal te beheersen.
19
3.
Van ambitie naar regionaal beleidskader
Het regionaal beleidskader bestaat uit een samenhangend pakket van projecten waar overheden, werkgevers, en huisvesters zich gezamenlijk voor willen inzetten. Het regionaal beleidskader bestaat uit 13 maatregelpakketten (bouwstenen), verdeeld over 6 programmalijnen (gebaseerd op de 6 speerpunten) die samen de lat leggen voor huisvesting internationale werknemers in onze regio. De lat die we samen leggen is hoog en sluit aan bij de aanbevelingen van commissie Roemer en bij de ambitie van de regiogemeenten om voldoende huisvesting van goede kwaliteit voor internationale werknemers te faciliteren en daarmee voor hen het vestigings- en leefklimaat te verbeteren.
Dit gaan de regiogemeenten doen door; een uniform speelveld te creëren waarin marktpartijen huisvesting kunnen realiseren (programmalijn 1: voldoende aanbod van goede kwaliteit); door het aantal internationale werknemers ten behoeve van informatie en de communicatie beter in beeld te brengen (programmalijn 2: registratie en informatie); door de zelfredzaamheid van internationale werknemers te vergroten (programmalijn 3: de internationale werknemer centraal); door omwonenden beter bij het proces te betrekken en op deze en andere onderwerpen van elkaar te leren (programmalijn 4: communicatie en participatie); door malafide partijen te weren uit de regio (programmalijn 5: controle en handhaving); Voor de uitvoering van het programma richten de regiogemeenten een lichte governance structuur in (programmalijn 6: governance). Een overzicht van de programmalijnen en bijbehorende bouwstenen , is te vinden in onderstaand tabel. Een mogelijke uitwerking van de bouwstenen, is te vinden in het bijbehorend uitvoeringsprogramma.
Figuur 4: overzicht programmalijnen en bouwstenen
20
3.1 Voldoende aanbod van goede kwaliteit Het vestigings- en leefklimaat voor internationale werknemers in onze regio staat onder druk. Van de 29.000 internationale werknemers die in onze regio werken, staat slechts 10.800 ingeschreven in de BRP van de gemeenten waardoor zij hier ook officieel wonen9. Dit duidt mede op een tekort aan goede huisvesting in onze regio waardoor internationale werknemers lange pendelafstanden moeten afleggen om in onze regio te kunnen werken. Dit brengt gezondheidsrisico’s en veiligheidsrisico’s met zich mee en verhoogt de druk op de regionale infrastructuur. Daarnaast betekent dit ook dat internationale werknemers elders worden gehuisvest onder omstandigheden die de regio niet kan reguleren en controleren. Omdat onze welvaart afhankelijk is van de inzet van internationale werknemers, gaan de regiogemeenten voldoende huisvesting van goede kwaliteit in de regio faciliteren om het vestigings- en leefklimaat voor internationale werknemers verbeteren en onze economie vitaal en toekomstbestendig te houden. Kwaliteit en beheer van huisvesting binnen de regio Door het tekort aan voldoende goede huisvesting in de regio, komen sommige internationale werknemers te wonen in ondermaatse, verloederde huisvesting met weinig faciliteiten, waarvoor ze veel geld moeten betalen.
Naast de gezondheid- en veiligheidsrisico’s die dit met zich meebrengt, leidt dit ook vaak tot overlast voor omwonenden en een verslechterde leefomgeving voor iedereen. De regiogemeenten zijn van mening dat elke internationale werknemer, ongeacht hoe lang hij/zij in onze regio werkt, goed moet worden gehuisvest. De regiogemeenten stellen daarom uniforme eisen aan kwaliteit en beheer waar nieuwe huisvesting internationale werknemers aan moet voldoen. We gaan uit van de kwaliteitseisen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Roemernorm). Ook willen wij daarbij een SNF-certificering als voorwaarde stellen. Deze kwaliteitsnorm ligt op onderdelen weliswaar op een lager niveau, maar deze zal naar verwachting worden geharmoniseerd met de Roemer norm. Zie bijlage 1 voor een overzicht van het SNFkeurmerk en de aanvullende kwaliteitseisen van Roemer. Kwaliteitseisen nieuwe huisvesting internationale werknemers Nieuwe huisvesting voldoet aan: •
Lokaal omgevingsplan en Besluit bouwwerken leefomgeving;
•
Huisvesting voldoet aan de kwaliteitseisen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Roemernorm) en beschikt over een eigen slaapkamer van minstens 5,5 m2 per woonachtige internationale werknemer. In het geval een internationale werknemer een duurzame relatie onderhoudt met een andere internationale werknemer, kan een slaapkamer gedeeld worden.
•
Huisvesting beschikt over minimaal 15m2 gebruiksoppervlak (leefoppervlak) per internationale werknemer.
9
Deels is het verschil te verklaren doordat internationale werknemers die hier minder dan 4 maanden verblijven niet in de BRP ingeschreven hoeven te staan, maar in de RNI. Als vuistregel kan worden aangehouden dat het aantal werkelijk woonachtige internationale werknemers minimaal 2 keer zo hoog is als het aantal in de BRP ingeschreven internationale werknemers.
21
•
De huisvesting voldoet minimaal aan de meest actuele vereisten van het Keurmerk Stichting Normering Flexwonen (SNF);
•
De huisvester en de locatie dienen te zijn aangesloten bij en gecertificeerd door SNF;
•
Internationale werknemers beschikken over een zelfstandig huurcontract met een opzegtermijn van minimaal één maand. Indien de verwachting is dat het verblijf korter dan vier maanden zal zijn, volstaat een huurcontract ‘naar aard van korte duur’ met een opzegtermijn van minimaal 2 weken.
•
Uitzendbureaus dienen aangesloten te zijn bij brancheorganisaties ABU of NBBU;
•
Per complex zijn faciliteiten aanwezig voor ontspanning passend bij de aard en omvang van de locatie;
•
De huurprijs is gebaseerd op de maximale huurprijs volgens het woningwaarderingsstelsel voorkamerverhuur van het Rijk.
•
Huisvesting beschikt over huis- en gedragsreglement in de taal van de bewoners;
•
Verblijfplaatsen mogen per etmaal niet aan twee verschillende internationale werknemers verhuurd worden;
•
Huisvesting is qua aard en inrichting niet geschikt voor personen onder de 18 jaar of gezinnen met kinderen;
•
Huisvester maakt met de desbetreffende regiogemeente(n) sluitende afspraken over beheer, inschrijving BRP/RNI, het aanstellen van een contactpersoon.
•
Huisvester is een partij in het regionaal convenant waarin we waar we naast bovenstaande genoemde afspraken, afspraken maken met marktpartijen om stapsgewijs vanuit bestaande situaties toe te groeien naar de kwaliteitseisen uit het beleidskader. Dit is uiteraard maatwerk.
Beheereisen nieuwe huisvesting internationale werknemers Nieuwe huisvesting moet voldoen aan: •
De aanbevelingen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Roemernorm) als minimale ondergrens;
•
Per locatie wordt er een beheerder aangesteld die als vast aanspreekpunt dient voor bewoners, gemeente, politie en andere hulpdiensten en omwonenden;
•
Per locatie wordt er een beheerplan opgesteld;
•
Per locatie wordt er een calamiteitenplan opgesteld;
22
•
Bij locaties waar meer dan 100 personen worden gehuisvest, is 24/7 een fysieke beheerder aanwezig. Bij kleinere locaties, is digitaal toezicht op afstand afdoende;
•
Per locatie worden er afspraken met de huisvester gemaakt omtrent: het toezien op de veiligheid van de bewoners en het bijhouden van een adequate financiële en huuradministratie.
De bovengenoemde kwaliteits- en beheereisen vormen een kader voor de kwaliteit van huisvesting in de regio. Voor nieuwe locaties kunnen de eisen bijvoorbeeld verbonden worden aan de (tijdelijke) omgevingsvergunning. Maar ook voor de bestaande voorraad kunnen deze uitgangspunten voor gemeenten en marktpartijen dienen als voorwaarden voor bijvoorbeeld een exploitatievergunning of een verhuurdersvergunning. Onderstaand worden nog mogelijke aanvullende locatie-specifieke aandachtspunten besproken. Recreatieparken Huisvesting op recreatieparken wordt door sommige regiogemeenten onwenselijk geacht, vanwege de recreatieve functie van de parken. Toch staan enkele gemeenten in Nederland huisvesting op recreatieparken toe. Zeker wanneer de parken niet langer rendabel zijn, kan tijdelijke huisvesting van internationale werknemers op deze parken interessant zijn om de businesscase rond te krijgen voor toekomstige herontwikkeling. (Aan de rand van) bedrijventerreinen Gezien het feit dat veel internationale werknemers in distributiecentra werken (die doorgaans zijn gevestigd op bedrijventerreinen) en het streven is om internationale werknemers dicht in de buurt van het werk te huisvesten, kan huisvesting (aan de rand) van bedrijventerreinen een optie zijn, mits omliggende bedrijven geen hinder ondervinden van de huisvesting en vice versa.
Geconcentreerde huisvesting Met geconcentreerde huisvesting wordt doorgaans huisvesting bedoeld voor meer dan 40 personen. Deze huisvestingsinitiatieven kunnen zowel in de kern, als buiten de kern een plek vinden mits het beheer goed geregeld is (zoals opgenomen in de beheereisen). Doorgaans geldt wel dat hoe meer personen er op een locatie gehuisvest worden, hoe beter en voordeliger het beheer kan worden geregeld. Daarnaast zouden gemeenten kunnen nadenken over een maximum aantal personen als de locatie zich in de kern bevindt; spreidingscriteria tussen verschillende geconcentreerde initiatieven; en een goede verbinding met voorzieningen die zich doorgaans in de kernen bevinden.
23
Verkamerd in de bestaande voorraad Internationale werknemers vormen een onderdeel van onze samenleving. Om hen goed te kunnen betrekken bij deze samenleving, is huisvesting in de bestaande voorraad (veelal verkamerd) een optie. Om de leefbaarheid op peil te houden, kunnen gemeenten nadenken over een maximumaantal personen (internationale werknemers, maar ook studenten en andere doelgroepen) die per woning mogen worden gehuisvest: zoals maximaal 4 personen in een woning in de kern en 8 personen in een woning buiten de kern. Ook hier kan de gemeente nadenken over spreidingscriteria tussen verschillende verkamerde woningen. Op het terrein van de (agrarische) werkgever Veel internationale werknemers werken in de (glas)tuinbouw en worden in sommige gevallen gehuisvest op het terrein van de (agrarische) werkgever. Dit is een goede optie gezien de nabijheid van de woonlocatie tot de werklocatie. Aandachtspunt hier is de aanwezigheid van voldoende faciliteit voor ontspanning en het voorkomen van een afhankelijkheidsrelatie van werkgever en werknemer (zoals opgenomen in de kwaliteitseisen). Daarnaast huisvesten veel agrarische werkgevers volgens de AKFnorm (Agrarisch Keurmerk Flexwonen). Voor deze situaties zal er een overgangsregeling moeten komen waar geregeld wordt dat bij nieuwe ontwikkeling (nieuwbouw/renovatie) langs de Roemernorm wordt ontwikkeld. Wat gaan we doen (actiepunten) :
10
•
We stellen uniforme kwaliteitseisen aan nieuwe huisvesting voor internationale werknemers10;
•
We stellen uniforme beheereisen aan nieuwe huisvesting voor internationale werknemers;
•
We eisen van uitzendbureaus dat zij zich certificering door aan te sluiten bij brancheverenigingen ABU of NBBU.
Voor een volledig overzicht van de kwaliteits- en beheereisen, zie bouwsteen 3.1 van het uitvoeringsprogramma in de bijlage.
24
Voldoende huisvesting binnen de regio In onze regio is er een tekort aan betaalbare huisvesting van goede kwaliteit voor internationale werknemers, terwijl goede huisvesting een steeds belangrijkere voorwaarde voor internationale werknemers is om in onze regio te werken. De regiogemeenten gaan daarom de realisatie van nieuwe huisvesting aanjagen voor de internationale werknemers die tijdelijk in onze regio werken en dat voldoet aan de standaard die wij als regiogemeenten hanteren. De gehele regio profiteert van het werk dat door internationale werknemers wordt verzet. Het is daarom minder toepasselijk om de spreiding van huisvesting louter te baseren op de gemeente waar men werkt, omdat dit een onevenredige druk op een klein aantal ‘werkgemeenten’ legt. De regiogemeenten spreiden daarom de huisvesting over de regio om daarmee ook de lusten en de lasten te verdelen. Opgave Anno 2020, werken er 29.245 internationale werknemers in onze regio, verspreid over subregio de Liemers (8.310), regio Arnhem (11.940) en Rijk van Nijmegen (8.995). Uit onderzoek uit andere regio’s blijkt dat 25% van de internationale werknemers zich permanent in de regio vestigt (long-stay). Dit betekent dat 75% van de internationale werknemers tot 3 jaar in de regio blijft (short en mid-stay). Tegelijkertijd, zijn er 10.840 internationale werknemers die staan ingeschreven met een woonadres in onze regio.
1.255 van hen wonen in subregio Liemers, 5.120 zijn woonachtig in regio Arnhem en 4.470 internationale werknemers staan met een woonadres geregistreerd in Rijk van Nijmegen. Voor verdeling van het aantal werkzame en woonachtige internationale werknemers, zie onderstaande tabel. Spreiding De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen hanteert als uitgangspunt dat wij de internationale werknemers huisvesten, die in onze regio werkzaam zijn om zo een goed vestigings-en leefklimaat voor internationale werknemers te scheppen waarmee wij voor nu en in de toekomst voldoende internationale arbeidskrachten kunnen aantrekken. Daarbij ontstaat de volgende opgave per subregio: Tijdelijke internationale werknemers Short-stay Liemers Arnhem Nijmegen Totaal
4.496 6.460 4.866 15.822
Mid-stay 1.737 2.495 1.880 6.112
Permanente internationale werknemers Long-stay 2.077 2.985 2.249 7.311
Werken (2020)
Wonen (2020)
Totaal
Totaal 8.310 11.940 8.995 29.245
1.255 5.120 4.470 10.845
25
Bij de spreiding van de opgave hanteren we de volgende uitgangspunten: •
Tijdelijke internationale werknemers die tot drie jaar in onze regio werken (75% van de subregionale opgave11), gaan wij huisvesten dicht in de buurt van de werklocatie, buiten de kern en binnen een straal van maximaal 15 kilometer. Voor hen is deelname aan de lokale samenleving minder van toepassing, omdat internationale werknemers daar zelf weinig tot geen behoefte aan hebben gezien de tijdelijkheid van hun verblijf.
•
De zogenaamde ‘long-stay internationale werknemers’ die zich langer dan 3 jaar tot permanent in Nederland vestigen zijn aangewezen op de reguliere woningmarkt en de regionale afspraken daarover 12.
•
Onder short-stay internationale werknemers wordt verstaan: internationale werknemers die tot één jaar in onze regio werken. Onder mid-stay wordt verstaan: internationale werknemers die minimaal één jaar tot drie jaar in de regio werken.
•
Voor de huisvestingsopgave faciliteert dit beleidskader tijdelijke huisvesting voor internationale werknemers die tijdelijk in de regio werken (short- en mid-stay). Hiermee is overleg met marktpartijen noodzakelijk. Met hen worden afspraken gemaakt om internationale werknemers die op een gegeven moment de intentie hebben om langer dan 3 jaar te blijven, actief te informeren en ondersteunen in het vinden van alternatieve permanente huisvesting om een goede doorstroom van internationale werknemers die langer dan 3 jaar willen blijven naar de bestaande woningvoorraad te stimuleren.
Het is wenselijk dat voor de regio een plan van aanpak wordt opgesteld waarbij: •
De opgave op basis van lokale en subregionale actuele gegevens nader wordt gepreciseerd (immers wonen er meer internationale werknemers in de regio dan officieel geregistreerd).
•
Er een nadere invulling van de opgave wordt gemaakt op basis van de criteria, tijdelijk (short- en midstay) en permanente internationale werknemers (long-stay).
•
Er rekening wordt gehouden met de verdere groei van het aantal internationale werknemers tot 2030 (15.000 tot 25.000 internationale werknemers).
•
Er op de korte termijn kansrijke locaties in beeld worden gebracht om snel massa te maken en nieuwe huisvesting voor tijdelijke internationale werknemers (short-
11
Uit het geactualiseerde onderzoek van Decisio uit 2021 blijkt dat 54,1% van de internationale werknemers tot één jaar in onze regio verblijft. Uit onderzoek blijkt dat 25% van de internationale werknemers, permanent blijft. 20,9% van de internationale werknemers blijft dus langer dan 1 jaar en maximaal 3 jaar in de regio. 12
Voor de long-stay groep internationale werknemers is het zaak dat lokale gemeenten tijdig oog hebben voor de integratie van deze groep in de samenleving.
26
en mid-stay) te realiseren. De focus ligt hier op tijdelijke locaties waarbij in aanmerking wordt genomen dat marktpartijen aangeven dat wanneer men volgens de Roemernorm gaat bouwen, bedrijfsmatig een afschrijftermijn van 15 jaar noodzakelijk is. •
Doorstroming van internationale werknemers die langer dan 3 jaar in de regio willen blijven (long-stay) wordt bevorderd, om huisvestingsplaatsen voor tijdelijke internationale werknemers vrij te maken.
Wat gaan we doen: •
Elke individuele regiogemeente (die dit nog niet heeft gedaan) stelt een lokaal beleidsplan huisvesting internationale werknemers vast voor 2025, het beleidskader geeft hier handvatten voor;
•
De regiogemeenten sluiten met elkaar een handelingsperspectief waarin gemeenten zich committeren aan de afspraken die gemaakt worden;
•
We brengen mogelijke kansrijke voorkeurslocaties voor nieuwe huisvestingsinitiatieven in beeld door de inzet van de Kadaster Tool;
•
We maken afspraken (convenant) met marktpartijen over het zoveel mogelijk internationale werknemers die werken in onze regio, binnen de regio ArnhemNijmegen te huisvesten en waarin marktpartijen zich committeren aan de spreidingscriteria voor short-stay internationale werknemers die de regiogemeenten opstellen.
•
We maken afspraken over huisvesting internationale werknemers bij nieuwe vestigingen van bedrijven die afhankelijk zijn van de inzet van internationale werknemers (bedrijfseffectrapportage);
•
We huisvesten tijdelijke internationale werknemers in een straal van 15 km rondom de werklocatie;
•
Elke subregio maakt een plan van aanpak hoe zij de subregionale opgave gaan invullen.
27
3.2 Registratie en informatie Op dit moment werken er naar schatting minimaal 29.000 internationale werknemers in de regio Arnhem – Nijmegen, terwijl slechts ruim 10.800 ingeschreven staan in de BRP van de gemeenten en hier dus officieel wonen. Dat een deel van de internationale werknemers niet staat ingeschreven, veroorzaakt een aantal problemen. Ten eerste hebben de regiogemeenten onvoldoende zicht op waar men woont, waardoor er onwenselijke huisvestingssituaties kunnen ontstaan omdat gemeenten niet goed kunnen controleren en handhaven. Ten tweede weten de gemeenten in het geval van calamiteiten niet precies hoeveel mensen er in een bepaald pand zijn gehuisvest. Daarnaast is het voor regiogemeenten onbekend wat de actuele vraag naar huisvesting is. Voor de internationale werknemer geldt specifiek dat wanneer de gemeenten geen contact kunnen krijgen met ongeregistreerde internationale werknemers, de afhankelijkheidsrelatie tussen internationale werknemer en werkgever/uitzender wordt vergroot. Daarnaast ontvangen internationale werknemers als zij zich niet inschrijven geen activeringscode voor een DigiD, dat de toegang tot medische en maatschappelijke voorzieningen bemoeilijkt. Als regiogemeenten gaan we een sluitend registratieproces van in- en uitschrijving inrichten.
Op deze manier zijn straks alle internationale werknemers die in onze regio wonen in beeld, waardoor de regiogemeenten kunnen handhaven op malafide praktijken; voldoende huisvesting van goede kwaliteit kunnen faciliteren en internationale werknemers kunnen bijstaan met een goede informatieverstrekking. Registratie, registratie, registratie Het faciliteren van goede huisvesting begint met het in beeld brengen van het aantal internationale werknemers dat in de regio woont en waar zij wonen. Wat gaan we doen (actiepunten): •