CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Rapport Verkennend onderzoek belastingen Duiven definitief

Raadsavond 1 juli 2025, gemeente DuivenBij agendapunt: Voorjaarsnota 2025 gemeente Duiven9.580 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

​

Verkennend onderzoek belastingen Gemeente Duiven

​ Rapport | 17 januari 2025

Partners in verbetering

Verkennend onderzoek belastingen Gemeente Duiven Rapport

Verkennend onderzoek belastingen Duiven

Inhoudsopgave H1 | Inleiding​

1

1.1 Opdracht​

1

1.2 Aanpak​

2

1.3 Indeling rapport​

2

H2 | Huidige belastingen​

3

2.1 Onroerendezaakbelasting (OZB)​

3

2.2 Afvalstoffenheffing​

5

2.3 Rioolheffing​

7

2.4 Leges algemeen​

9

2.5 Leges omgevingsvergunning​

10

2.6 Lijkbezorgingsrechten​

11

2.7 Toeristenbelasting​

12

2.8 Reclamebelasting​

14

2.9 Marktgelden​

16

H3 | Mogelijk nieuwe belastingen​

18

3.1 Baatbelasting​

18

3.2 Vermakelijkhedenretributie​

20

3.3 Dagtoeristenbelasting​

21

3.4 Hondenbelasting​

22

3.5 Precariobelasting​

23

3.6 Parkeerbelasting​

25

3.7 Forensenbelasting​

27

3.8 Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten​

28

3.9 Reinigingsrechten​

28

3.10 Niet onderzochte belastingen​

30

H4 | Ter afsluiting​

31

Colofon​

32

Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.

Verkennend onderzoek belastingen Duiven

H1 | Inleiding 1.1 Opdracht Hieronder staat de opdracht beschreven die aan ons verstrekt is: Voer een verkennend onderzoek uit naar de mogelijkheden van invoering van de nieuwe of uitbreiding van de huidige belastingsoorten. Houd bij de uitvoering van de opdracht rekening met onderstaande aanvullende bepalingen: Voor elk van de nieuwe of uit te breiden belastingen de volgende aspecten behandelen. Voor de nieuwe belastingen en heffingen graag meer context en informatie geven. A. Een korte beschrijving van de rechtsgrond en het karakter (doel, is opbrengst vrij besteedbaar, is er een opbrengstlimiet), belastbaar feit (waarvoor), belastingplicht (van wie) en mogelijke heffingsmaatstaven (verdeling). B. Inschatting opbrengstpotentieel, waarbij we de volgende aspecten betrekken: • eenmalige kosten van invoering/uitbreiding; • structurele kosten van invoering/uitbreiding; • draagvlak, weerstand en conflictgevoeligheid; • effecten op gedrag; • eventuele bijvangsten naast opbrengst. ​ Bovenstaande uitkomsten van het verkennende onderzoek zullen uiteraard inschattingen zijn op basis van jullie expertise en ervaring en niet op basis van een diepgaand onderzoek naar het concrete opbrengstpotentieel van elke belasting in de gemeente.

Hanteer bandbreedtes bij onzekerheid over de potentiële opbrengst en kosten.​ De kosten en opbrengsten dienen weergegeven te worden in een meerjarige tabel (2026 t/m 2029) en waar mogelijk onderbouwd te worden (middels aantal eenheden keer tarief). C. Samenhang met andere belastingen, het is namelijk niet altijd mogelijk of gebruikelijk om bepaalde belastingen naast elkaar te heffen. D. Vergelijking met buurgemeenten en/of vergelijkbare gemeenten, naar gelang de relevantie. E. Indien mogelijk een inschatting maken of binnen de gestelde randvoorwaarden invoering of uitbreiding kansrijk is of niet.

| 1 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

1.2 Aanpak We hebben eerst de huidige situatie in kaart gebracht. Vervolgens is zowel inhoudelijk als financieel gekeken hoe de opbrengst van de huidige belastingen vergroot kan worden. Daarnaast is ook onderzocht of er nieuwe belastingen ingevoerd zouden kunnen worden en wat daarvan de potentiële opbrengst is. Draagvlak, weerstand en conflictgevoeligheid hebben we onder het kopje effecten op gedrag meegenomen. Qua vergelijk met gemeenten hebben we de gemeenten Arnhem, Doesburg, Doetinchem en Zevenaar in de vergelijking meegenomen.

1.3 Indeling rapport In hoofdstuk 2 gaan we in op de huidige belastingen, in hoofdstuk 3 op de mogelijk nieuwe belastingen om tenslotte in hoofdstuk 4 een korte afsluiting te geven van ons onderzoek.

| 2 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

H2 | Huidige belastingen Hieronder worden de huidige belastingen weergegeven en daarbij ingegaan op de huidige situatie en de mogelijkheid tot het verhogen van deze belasting.

2.1 Onroerendezaakbelasting (OZB) A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 220 van de Gemeentewet. -​ Doel: Inkomsten algemene middelen. -​ Vrij besteedbaar: Ja. -​ Opbrengstlimiet: Geen wettelijke limiet. -​ Belastbaar feit: Op 1 januari genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak of gebruiker van een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient. -​ Belastingplicht: De genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak, en de gebruiker van een onroerende zaak die niet hoofdzakelijk tot woning dient. -​ Heffingsmaatstaf: WOZ-waarde. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Mogelijkheden ophoging / aanpassing heffingsmaatstaf huidige belasting? Ja. -​ Zo ja, hoe en wat? OZB-verhoging eigendom en/of gebruik. -​ Motivering: De heffingsmaatstaf betreft de WOZ-waarde. Deze waardebepaling dient volgens de bepalingen uit de Wet-WOZ vastgesteld te worden. De gemeenteraad heeft dus geen invloed op de heffingsmaatstaf. Voor wat betreft het vaststellen van de tarieven onroerendezaakbelasting (OZB) heeft de gemeenteraad een aanzienlijke mate van autonomie. Een verhoging van deze tarieven is een relatief eenvoudige en directe manier om meer inkomsten te genereren voor de algemene middelen van de gemeente.

De OZB bestaat al, waardoor het geen nieuwe belasting betreft en de administratieve lasten voor de gemeente beperkt blijven. Aangezien de belasting wordt geheven op onroerende zaken, is het een stabiele inkomstenbron die relatief goed voorspelbaar is, gebaseerd op de WOZ-waarde van de onroerende zaken binnen de gemeente. Kiezen voor een verhoging van de OZB is dan ook een praktische keuze die geen nieuwe systemen of structuren vereist, maar wel zorgt voor een efficiënte manier om de gemeentelijke inkomsten te verhogen. Het kan ook worden gezien als een eerlijkere benadering, aangezien de belastinglast wordt verdeeld over een brede groep belastingplichtigen, namelijk alle eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. -​ Risico’s: De gemeente heeft een aanzienlijke mate van autonomie bij het bepalen van het belastingtarief, zolang dit niet in strijd is met hogere wetgeving of algemene rechtsbeginselen. Verhogingen moeten proportioneel zijn en goed gemotiveerd om in overeenstemming te zijn met de beoogde doelen en het evenredigheidsbeginsel. Het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2024:114) oordeelde dat een 98% verhoging van het OZB-tarief voor niet-woningen in Vlaardingen in strijd was met het evenredigheidsbeginsel en het verbod van willekeurige belastingheffing. -​ Opbrengstpotentieel: Afhankelijk van de wens van het college.

1% verhoging van het totaalbedrag is ongeveer € 75.000. De trend van de laatste jaren is dat gemeenten de OZB laten stijgen met percentages tussen een indexatiepercentage en meer dan 25%. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing.

| 3 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

-​

Effecten op gedrag: Draagvlak voor verhoging van belastingen is nooit zo hoog. Aan de andere kant is het wel relatief eenvoudig door te voeren. Een verhoging van de OZB kan leiden tot een toename van het aantal bezwaarschriften tegen de vastgestelde WOZ-waarden. Belastingplichtigen, zowel particulieren als bedrijven, kunnen zich sterker gestimuleerd voelen om bezwaar te maken in een poging hun belastingdruk te verlagen. Dit kan leiden tot een intensivering van de werkzaamheden binnen de gemeentelijke organisatie, met name bij de afhandeling van bezwaarschriften en beroepen. Daarnaast kan een hogere OZB een gunstig klimaat creëren voor no-cure-no-pay-kantoren, die actief inspelen op het aanbieden van diensten voor bezwaar en beroep tegen WOZ-beschikkingen.

C.​ Samenhang met andere belastingen Er is geen samenhang met andere belastingen. D.​ Vergelijk met andere gemeenten Tarieven OZB

Woning eigenaar

Niet-woning eigenaar

Niet-woning gebruiker

Arnhem

0,1115%

0,7279%

0,1820%

Doesburg

0,1342%

0,2114%

0,1406%

Doetinchem

0,0947%

0,3023%

0,2687%

Duiven

0,1087%

0,2098%

0,1606%

Westervoort

0,1458%

0,3214%

0,2457%

Zevenaar

0,1333%

0,3067%

0,2615%

E.​ Invoering kansrijk Niet van toepassing. ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​ ​

| 4 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

2.2 Afvalstoffenheffing A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. -​ Doel: Bekostigen afvalbeheer huishoudelijke afvalstoffen. -​ Vrij besteedbaar: Nee, opbrengsten zijn bestemd voor dekken afvalbeheer huishoudelijke afvalstoffen. -​ Opbrengstlimiet: Maximaal kostendekkend. -​ Belastbaar feit: Gebruik maken van een perceel waarvoor een verplichting tot afvalinzameling geldt. -​ Belastingplicht: Gebruiker van het perceel. -​ Heffingsmaatstaf: Vast plus variabel tarief. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Mogelijkheden ophoging / aanpassing heffingsmaatstaf huidige belasting? Ja. -​ Zo ja, hoe en wat? De Wet Milieubeheer geeft geen heffingsmaatstaf voor afvalstoffenheffing. De gemeente kan kiezen uit verschillende heffingsmaatstaven voor afvalstoffenheffing. Een vast tarief per huishouden is administratief eenvoudig, maar houdt geen rekening met verschillen in afvalproductie. Alternatieven zijn een tarief op basis van gezinsgrootte of een vast bedrag per perceel. Een gedifferentieerd tarief (diftar), waarbij wordt geheven op basis van de hoeveelheid aangeboden afval, stimuleert afvalscheiding maar brengt hogere administratieve kosten met zich mee. Ook een combinatie van een vast en variabel tarief of een tarief gekoppeld aan het woningtype behoort tot de mogelijkheden.

-​ Motivering: Een passende heffingsmaatstaf is nodig om te voldoen aan de eis van kostendekkendheid en om de lasten eerlijk te verdelen. Een gedifferentieerd tarief (diftar) sluit goed aan bij het principe dat de vervuiler betaalt en stimuleert afvalvermindering. Een vast tarief kan daarentegen eenvoudiger zijn in uitvoering, wat kosten en administratieve lasten beperkt. -​ Risico’s: Een gedifferentieerd tarief leidt in de regel tot hogere uitvoeringskosten en er is risico op meer afvaldumping. Een vast tarief kan als oneerlijk worden ervaren door huishoudens die minder afval produceren. -​ Opbrengstpotentieel: Stijging van de opbrengsten is niet mogelijk omdat de kostendekkendheid conform de Begroting 2025 100% is. Dat houdt in dat de opbrengsten geheel de kosten kunnen dekken. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing. -​ Effecten op gedrag: Een gedifferentieerd tarief kan afvalscheiding stimuleren, maar ook leiden tot ongewenst gedrag zoals afvaldumping. C.​ Samenhang met andere belastingen Er is geen samenhang met andere belastingen.

| 5 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

D.​ Vergelijk met andere gemeenten Afvalstoffenheffing Arnhem

Vastrecht 1-persoons

Vastrecht meerpersoons

€ 273,72

€ 364,92

Doesburg Doetinchem

Per perceel Restant Conform tarieventabel € 249,45 Conform tarieventabel

€ 249,60

€ 284,40

Conform tarieventabel

Duiven

€ 244,21 Conform tarieventabel

Westervoort

€ 188,20 Conform tarieventabel

Zevenaar

€ 211,50

E.​ Invoering kansrijk Niet van toepassing. ​ ​

| 6 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

€ 235,50

€ 173,50 Conform tarieventabel

2.3 Rioolheffing A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 228a van de Gemeentewet. -​ Doel: Bekostigen zorgplicht gemeentelijke watertaken (rioolstelsel/afvalwaterbeheer, hemel- en grondwater). -​ Vrij besteedbaar: Nee, opbrengst bestemd voor dekken kosten gemeentelijke watertaken. -​ Opbrengstlimiet: Maximaal kostendekkend. -​ Belastbaar feit: Gebruik van de voorzieningen. -​ Belastingplicht: Het gebruik van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. -​ Heffingsmaatstaf: Per m3. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Mogelijkheden ophoging / aanpassing heffingsmaatstaf huidige belasting? Geen verhoging, wel is aanpassing van de heffingsmaatstaf mogelijk. -​ Zo ja, hoe en wat? Momenteel wordt de heffing gebaseerd op gebruik, waarbij alleen percelen met een directe of indirecte aansluiting op het riool worden belast. Deze voorwaarde kan worden heroverwogen. Elk perceel profiteert namelijk van de gemeentelijke waterzorgtaken, zoals hemel- en grondwaterbeheer, ongeacht een directe aansluiting op het rioolstelsel. Een vast tarief per perceel kan als nieuwe maatstaf worden ingevoerd. Een combinatie van een vast tarief en een variabel deel, gebaseerd op gebruik, is een andere optie.

-​ Motivering: Het heroverwegen van de voorwaarde dat rioolheffing alleen wordt geheven bij percelen met een directe of indirecte aansluiting op het rioolstelsel is gerechtvaardigd. Alle percelen binnen de gemeente profiteren immers van de gemeentelijke waterzorgtaken, zoals hemelwaterafvoer en grondwaterbeheer. Een vast tarief per perceel biedt een eenvoudige uitvoering aan de verordening rioolheffing. Een gecombineerd vast en variabel tarief kan echter een rechtvaardiger verdeling van de lasten bevorderen. -​ Risico’s: Het loslaten van de voorwaarde van directe of indirecte aansluiting op het rioolstelsel kan leiden tot een toename van bezwaren vanuit de eigenaren van percelen zonder aansluiting, aangezien zij van mening kunnen zijn dat rioolheffing alleen geheven dient te worden als er sprake is van een directe of indirecte aansluiting. Een vast tarief kan door belastingplichtigen die relatief weinig gebruik maken van gemeentelijke voorzieningen als oneerlijk worden ervaren. Een gecombineerd vast en variabel tarief kan echter een rechtvaardiger verdeling van de lasten bevorderen. -​ Opbrengstpotentieel: Stijging van de opbrengsten is niet mogelijk omdat de kostendekkendheid conform de Begroting 2025 100% is. Dat houdt in dat de opbrengsten geheel de kosten kunnen dekken. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing.

-​ Effecten op gedrag: Het hanteren van een vast bedrag per perceel kan ervoor zorgen dat gebruikers minder bewust omgaan met hun waterverbruik, omdat het tarief niet afhankelijk is van het daadwerkelijke gebruik. C.​ Samenhang met andere belastingen Er is geen samenhang met andere belastingen.

| 7 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

D.​ Vergelijk met andere gemeenten Gemeente Arnhem: Heffing gebaseerd op tarieven van de WOZ-waarde op woningen en niet-woningen eigenaar en gebruiker. In totaal vier tarieven. Gemeente Doesburg: Per perceel per m3 € 3,-. Gemeente Doetinchem: Een vast bedrag per perceel van € 245,76. Gemeente Duiven: Per volle eenheid per m3 € 1,94. Gemeente Westervoort: Per perceel per eigenaar € 262,23. Gemeente Zevenaar: Bij een woning met een eenpersoonshuishouden is het tarief € 171,-. Bij een woning met een meerpersoonshuishouden is het tarief € 245,-. Bij een niet-woning is het tarief per 500m3 € 219,-. E.​ Invoering kansrijk Niet van toepassing. F.​ Aanvullende opmerkingen​ Volgens de nieuwe VNG-modelverordening is een directe of indirecte aansluiting op het riool niet langer vereist voor het heffen van rioolheffing. Dit sluit aan bij de bredere verantwoordelijkheid voor waterbeheer, ongeacht een fysieke aansluiting. We merken op dat deze eis nog wel in de verordening staat (artikel 3 lid 1). Op grond van de nieuwe VNG-modelverordening is deze eis niet langer noodzakelijk, omdat de rioolheffing kan worden gebaseerd op het gebruik of eigendom van een perceel dat bijdraagt aan bredere gemeentelijke waterbeheerdoelen, zoals grondwaterbeheer of hemelwaterafvoer, ongeacht een (in)directe aansluiting.

Percelen die wel profiteren van gemeentelijke maatregelen, zoals grondwaterbeheer of de afvoer van hemelwater, maar geen aansluiting op de riolering hebben, dragen zo niet bij aan de financiering.

| 8 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

2.4 Leges algemeen A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 229 van de Gemeentewet, Artikel 2 en 7 van de Paspoortwet. -​ Doel: Kosten dekken voor gemeentelijke diensten. -​ Vrij besteedbaar: Nee, opbrengst bestemd voor dekken kosten gemeentelijke diensten. -​ Opbrengstlimiet: Maximaal kostendekkend. -​ Belastbaar feit: Aanvragen van gemeentelijke diensten of vergunningen. -​ Belastingplicht: Aanvrager van de gemeentelijke dienst of vergunning. -​ Heffingsmaatstaf: Conform tarieventabel. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Mogelijkheden ophoging / aanpassing heffingsmaatstaf huidige belasting? Zeer beperkt. -​ Zo ja, hoe en wat? Bij de verordening leges algemeen zijn er beperkt mogelijkheden tot aanpassing van de tarieven, afgezien van het ophogen ervan om de kostendekkendheid te verbeteren. Tarieven kunnen worden gedifferentieerd op basis van bepaalde categorieën of doelgroepen. Dit biedt enige flexibiliteit, maar moet goed worden onderbouwd. Daarnaast kan de gemeente ervoor kiezen bepaalde diensten kosteloos of tegen een lager tarief aan te bieden, bijvoorbeeld eenvoudige administratieve handelingen. Dit kan echter de kostendekkendheid onder druk zetten. Naast de eis dat de totale opbrengsten de kosten niet mogen overstijgen, zijn er voor bepaalde gemeentelijke diensten maximumtarieven vastgesteld door het Rijk.

Gemeenten zijn verplicht deze maximale tarieven in acht te nemen bij de vaststelling van hun leges. -​ Motivering: De mogelijkheden tot aanpassing van de leges zijn zeer beperkt vanwege de kostendekkendheidseis. De totale opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de werkelijke kosten en voor bepaalde leges gelden door het Rijk vastgestelde maximumtarieven. Hierdoor is het noodzakelijk om de focus te leggen op het waarborgen van een adequate kostendekking. -​ Risico’s: Overschrijding van de kostendekkendheid kan leiden tot bezwaren van belanghebbenden en het onverbindend verklaren van de verordening door de rechter. Een te lage tariefstelling leidt tot een ontoereikende dekking van de kosten, wat een aanslag inhoudt op andere gemeentelijke middelen. -​ Opbrengstpotentieel: Onbekend of een stijging mogelijk is omdat de kostendekkendheid voor deze specifieke belasting niet is onderzocht. Potentieel is een inkomstenverhoging mogelijk. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing. -​ Effecten op gedrag: Door de kostendekkendheidseis is de ruimte voor het aanpassen van legestarieven beperkt, wat betekent dat er weinig mogelijkheden zijn voor wijzigingen die het gedrag van aanvragers beïnvloeden. C.​ Samenhang met andere belastingen Er is geen samenhang met andere belastingen.

D.​ Vergelijk met andere gemeenten De vergeleken gemeenten heffen de leges conform de tarieventabel in de verordening. E.​ Invoering kansrijk Niet van toepassing.

| 9 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

2.5 Leges omgevingsvergunning A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 229 van de Gemeentewet. -​ Doel: Kosten dekken voor gemeentelijke diensten. -​ Vrij besteedbaar: Nee, opbrengst bestemd voor dekken kosten gemeentelijke diensten. -​ Opbrengstlimiet: Maximaal kostendekkend. -​ Belastbaar feit: Aanvragen van gemeentelijke diensten of vergunningen. -​ Belastingplicht: Degene die de dienst, vergunning of document aanvraagt of aan degene waaraan de dienst verleend wordt. -​ Heffingsmaatstaf: Conform tarieventabel. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Mogelijkheden ophoging / aanpassing heffingsmaatstaf huidige belasting? Zeer beperkt. -​ Zo ja, hoe en wat? Bij de verordening leges omgevingsvergunning zijn er beperkt mogelijkheden tot aanpassing van de tarieven, aangezien de kostendekkendheid wettelijk niet meer dan 100 procent mag bedragen. Tarieven kunnen worden gedifferentieerd op basis van bepaalde categorieën of doelgroepen. Dit biedt enige flexibiliteit, maar vereist een zorgvuldige onderbouwing. De gemeente kan er ook voor kiezen om bepaalde vergunningen kosteloos of tegen een lager tarief aan te bieden, maar dit heeft wel invloed op de kostendekkendheid. -​ Motivering: De mogelijkheden tot aanpassing van de leges zijn zeer beperkt vanwege de kostendekkendheidseis. De totale opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de werkelijke kosten.

Hierdoor is het noodzakelijk om de focus te leggen op het waarborgen van een adequate kostendekking. -​ Risico’s: Overschrijding van de kostendekkendheid kan leiden tot bezwaren van belanghebbenden en het onverbindend verklaren van de verordening door de rechter. Een te lage tariefstelling leidt tot een ontoereikende dekking van de kosten, wat een aanslag inhoudt op andere gemeentelijke middelen. -​ Opbrengstpotentieel: Stijging van de opbrengsten is niet mogelijk omdat de kostendekkendheid conform de Begroting 2025 100% is. Dat houdt in dat de opbrengsten geheel de kosten kunnen dekken. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing. -​ Effecten op gedrag: Door de kostendekkendheidseis is de ruimte voor het aanpassen van legestarieven beperkt, wat betekent dat er weinig mogelijkheden zijn voor wijzigingen die het gedrag van aanvragers beïnvloeden. C.​ Samenhang met andere belastingen Er is geen samenhang met andere belastingen. D.​ Vergelijk met andere gemeenten De vergeleken gemeenten heffen de leges conform de tarieventabel in de verordening. De gemeenten Arnhem, Doesburg, Doetinchem en Zevenaar hebben geen aparte verordening leges omgevingsvergunningen. E.​ Invoering kansrijk Niet van toepassing.

| 10 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

2.6 Lijkbezorgingsrechten A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 229 van de Gemeentewet. -​ Doel: Het dekken van de kosten voor de exploitatie, het onderhoud en de dienstverlening op de gemeentelijke begraafplaats(en), inclusief de administratie en het beheer. -​ Vrij besteedbaar: Nee, de opbrengst is bestemd om de kosten van de dienstverlening en voorzieningen op de begraafplaats te dekken. -​ Opbrengstlimiet: Maximaal kostendekkend. -​ Belastbaar feit: Rechten voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. -​ Belastingplicht: Gebruiker van de begraafplaats of degene die diensten in verband met de begraafplaats afneemt. -​ Heffingsmaatstaf: Conform tarieventabel. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Mogelijkheden ophoging / aanpassing heffingsmaatstaf huidige belasting? Ja. -​ Zo ja, hoe en wat? Tariefaanpassingen binnen de grenzen van de kostendekkendheid stellen gemeenten in staat om de inkomsten beter af te stemmen op de werkelijke kosten van beheer, onderhoud en dienstverlening op de begraafplaats. Door hogere tarieven te rekenen voor luxere opties of voorzieningen, particuliere graven of urnenkelders met exclusieve rechten kan de kostendekkendheid verhoogd worden, terwijl algemene graven hierdoor betaalbaar blijven voor een breder publiek.

Daarnaast maken toeslagen voor bijzondere momenten, zoals begrafenissen of bijzettingen op zon- en feestdagen, het mogelijk om hogere operationele kosten direct toe te rekenen aan de gebruikers die hiervan profiteren. Dit voorkomt dat deze extra kosten op de algemene exploitatie drukken. -​ Motivering: Door de tarieven meer af te stemmen op de werkelijke kosten, wordt de kostendekkendheid verder vergroot. Dit maakt de exploitatie van begraafplaatsen financieel duurzaam en vermindert de bijdragen uit algemene middelen. -​ Risico’s: Het hanteren van hogere tarieven kan de toegankelijkheid tot het gebruik van bepaalde voorzieningen beperken. -​ Opbrengstpotentieel: Er is een stijging mogelijk van de opbrengsten omdat de maximale kostendekkendheid nog niet is bereikt. Deze stijging is ongeveer € 22.000. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing. -​ Effecten op gedrag: Aanpassing naar hogere tarieven voor luxere opties of extra diensten, zoals toeslagen voor bijzettingen op zon- en feestdagen, kan ervoor zorgen dat gebruikers minder vaak voor deze duurdere keuzes gaan. Dit kan leiden tot een betere spreiding van de vraag over standaardvoorzieningen en reguliere dagen, wat de druk op de exploitatie kan verlagen.

Tegelijkertijd kan een te grote prijsdifferentiatie weerstand oproepen bij bepaalde groepen gebruikers, vooral als de hogere tarieven als oneerlijk of buitensporig worden ervaren. C.​ Samenhang met andere belastingen Er is geen samenhang met andere belastingen. D.​ Vergelijk met andere gemeenten De vergeleken gemeenten heffen de leges conform de tarieventabel in de de verordening. De gemeente Arnhem heeft geen verordening leges lijkbezorgingsrechten. E.​ Invoering kansrijk Niet van toepassing.

| 11 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

2.7 Toeristenbelasting A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 224 van de Gemeentewet. -​ Doel: Inkomsten algemene middelen. -​ Vrij besteedbaar: Ja. -​ Opbrengstlimiet: Geen wettelijke limiet. -​ Belastbaar feit: Verblijf met overnachting tegen vergoeding door niet-ingezetenen. -​ Belastingplicht: Verblijfaanbieder. -​ Heffingsmaatstaf: Aantal overnachtingen en het aantal personen dat verblijf houdt. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Mogelijkheden ophoging / aanpassing heffingsmaatstaf huidige belasting? Ja. -​ Zo ja, hoe en wat? Het huidige vaste bedrag per nacht kan worden verhoogd of vervangen door een heffing die gebaseerd is op een percentage van de overnachtingsprijs. De meeste gemeenten waar toeristenbelasting wordt geheven hanteren een vaste tariefstelling per nacht per persoon die niet als ingezeten is opgenomen in de Basisregistratie Personen (BRP). Het begrip niet-ingezeten omvat meer dan alleen toeristen die recreatief overnachten. Hieronder vallen ook personen die tijdelijk verblijf houden in de gemeente als arbeidsmigrant of zakenreiziger. Deze personen maken net als toeristen gebruik van gemeentelijke voorzieningen. Het is daarom gerechtvaardigd dat ook deze niet-ingezetenen een bijdrage leveren. Dit kan al worden toegepast onder de huidige verordening.

Om de reikwijdte en het doel van de heffing duidelijker te maken, kan de naam van de verordening worden gewijzigd in 'Verordening verblijfsbelasting'. Verder kan worden verduidelijkt dat deze belasting ook van toepassing is op tijdelijk verblijf in een reguliere woning, door dit type verblijfsobject expliciet op te nemen in de verordening. Verder kan onder belastingplicht worden opgenomen dat tijdelijk verblijf met overnachting door personen die niet in de BRP zijn ingeschreven en beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen, eveneens wordt belast. -​ Motivering: De gemeente heeft een grote mate van autonomie bij het bepalen van het belastingtarief of de heffingsmaatstaf. Door een verhoging van de belasting of een uitbreiding van de reikwijdte kan een breder draagvlak gecreëerd worden voor de financiering van gemeentelijke voorzieningen. Deze voorzieningen worden immers niet alleen gebruikt door inwoners, maar ook door niet-ingezetenen, zoals toeristen en arbeidsmigranten. De voorgestelde titelwijziging van de verordening maakt duidelijk dat de belasting bedoeld is voor elk tijdelijk verblijf binnen de gemeente door niet-ingezetenen. De toevoeging van verblijf in een woning biedt duidelijkheid dat de belasting ook geldt voor tijdelijk verblijf in een reguliere woning.

De toevoeging dat tijdelijk verblijf met overnachting door niet in de BRP ingeschreven personen die beroeps- of bedrijfsmatige werkzaamheden verrichten voor of in opdracht van anderen, onder de belasting valt, zorgt eveneens voor meer duidelijkheid. Dit is met name van belang in gevallen waarin de vergoeding voor het verblijf niet expliciet wordt aangegeven, maar bijvoorbeeld is verwerkt in het salaris. -​ Risico’s: Hoewel de gemeente autonome vrijheid heeft om het tarief te bepalen, mag deze vrijheid niet in strijd zijn met hogere wetgeving of algemene rechtsbeginselen. Het is daarom essentieel dat een tariefsverhoging of uitbreiding van de heffing zorgvuldig wordt onderbouwd en gemotiveerd. Dit wordt ook bevestigd in de uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2024:1298). Heldere communicatie is van belang, vooral richting aanbieders die tijdelijk onderdak bieden aan arbeidsmigranten. Door deze doelgroep tijdig en duidelijk te informeren over de gewijzigde regels, kunnen mogelijke misverstanden en weerstand worden beperkt.

| 12 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

-​ -​ -​

Het is mogelijk dat niet volledig duidelijk is waar arbeidsmigranten verblijven. Dit kan rechtsongelijkheid veroorzaken, tenzij een inventarisatie wordt uitgevoerd om deze verblijfplaatsen in kaart te brengen. Opbrengstpotentieel: Afhankelijk van de wens van het college. € 0,10 verhoging van het tarief levert de gemeente € 5.830 op. De potentiële opbrengst uit verblijf door arbeidsmigranten is niet bekend omdat er geen indicatie is van hun aantallen. Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: De eenmalige kosten zijn berekend op € 6.500 en structureel op € 2.000. Dat is inclusief de kosten voor personeel. Effecten op gedrag: Draagvlak voor verhoging van belastingen is nooit zo hoog. Aan de andere kant is het wel relatief eenvoudig door te voeren. Een hoger tarief kan leiden tot een mogelijke daling in de vraag naar overnachtingen omdat de toerist voor een lagere overnachtingsprijs kiest in een naburige gemeente. Verder kan het opleggen van deze belasting aanbieders van verblijf voor arbeidsmigranten ertoe bewegen om naar locaties in naburige gemeenten te zoeken. Dit effect wordt echter als laag ingeschat, gezien de krapte op de woningmarkt.

C.​ Samenhang met andere belastingen Forensenbelasting en toeristenbelasting richten zich beide op niet-ingezetenen die in de gemeente verblijven. Een anti-samenloopbepaling in een van de verordeningen is niet verplicht. Beide belastingen kunnen cumulatief geheven worden. In de praktijk zal samenloop voor arbeidsmigranten zelden voorkomen, omdat zij vaak met meerdere personen in gedeelde accommodaties wonen. Hierdoor voldoet hun huisvesting niet aan de voorwaarde van 'zelf ter beschikking hebben,' die nodig is voor de heffing van forensenbelasting. D.​ Vergelijk met andere gemeenten (onbekend of ze ook verblijf arbeidsmigranten meenemen) Gemeente Arnhem: € 3,50 per nacht. Campers, vaste standplaatsen, boten, slaapzalen betalen € 2,00 per nacht. Gemeente Doesburg: € 2,90 per nacht. Vaartuigen of kampeermiddelen betalen € 1,85 per nacht. Gemeente Doetinchem: € 1,50 per nacht. Alles wat geen hotel is, betaalt € 1,00 per nacht. Gemeente Duiven: € 2,15 per nacht. Gemeente Westervoort: Niet van toepassing. Gemeente Zevenaar: € 1,05 per nacht. E.​ Invoering kansrijk Niet van toepassing.

​ ​

| 13 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

2.8 Reclamebelasting A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 227 van de Gemeentewet. -​ Doel: Inkomsten algemene middelen. -​ Vrij besteedbaar: Ja. -​ Opbrengstlimiet: Geen wettelijke limiet. -​ Belastbaar feit: Aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. -​ Belastingplicht: Bezitter, opdrachtgever, tussenpersoon, exploitant van het reclameobject. -​ Heffingsmaatstaf: Vast bedrag per vestiging per jaar binnen afgebakend gebied. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Mogelijkheden ophoging / aanpassing heffingsmaatstaf huidige belasting? Ja. -​ Zo ja, hoe en wat? Tarief naar grootte, tijdseenheid of WOZ-waarde. Ook is het mogelijk het gebied uit te breiden of aanvullend een gebied aan te wijzen waarbinnen belastingplicht geldt voor reclamebelasting. Ook kan in de verordening per gebied een ander tarief gerekend worden. In de praktijk wordt deze belasting meestal geheven binnen een specifiek afgebakend gebied, zoals een winkelcentrum, bedrijventerrein of de binnenstad. De gemeente heeft vrijheid bij het vaststellen van het tarief en kan differentiatie toepassen, bijvoorbeeld op basis van het soort, de afmetingen of de periode waarin de reclame-uiting zichtbaar is. Daarnaast is het mogelijk een vast bedrag per openbare aankondiging te hanteren.

-​ Motivering: Niet alleen in het centrumgebied zijn veel aankondigingen van ondernemers zichtbaar vanaf de openbare weg, maar ook op bedrijventerreinen komen dergelijke uitingen veel voor. Door de uitbreiding van de reclamebelasting naar deze terreinen wordt de belastingverdeling binnen de gemeente breder, zodat zowel ondernemers in het centrum als die op het bedrijventerrein een bijdrage leveren. Voor het bedrijventerrein kan een ander tarief of heffingsmaatstaf gelden, aangezien de aard en omvang van de reclame-uitingen daar vaak verschilt van die in het centrum. Het heffen op basis van vierkante meters, of een variatie daarvan, zorgt ervoor dat bedrijven proportioneel bijdragen op basis van de omvang van hun uitingen. Deze manier van heffen draagt bij aan een evenwichtige belastingdruk binnen de gemeente. -​ Risico’s: Het hanteren van een heffingsmaatstaf op basis van de omvang van de reclame-uitingen vereist een meer gedetailleerde vaststelling van de grootte en aard van elke uiting. Dit brengt hogere uitvoeringskosten met zich mee voor het verzamelen van gegevens, de controle van de naleving en de afhandeling van bezwaren. Het is belangrijk om te overwegen of de extra belastingopbrengst opweegt tegen de toegenomen administratieve en operationele kosten.

De uitbreiding naar een heffing op bedrijventerreinen leidt tot hogere uitvoeringskosten, zeker als de heffingsmaatstaf naar oppervlakte is. Dit zal de kosten van administratie en handhaving aanzienlijk verhogen. Onderzocht dient te worden of de extra opbrengsten van de uitbreiding volledig of overwegend opwegen tegen de stijgende uitvoeringslasten, waardoor de opbrengst algemene middelen beperkt blijft. Een ander risico is dat ondernemers binnen het afgebakende gebied de belasting als oneerlijk ervaren, omdat ondernemers buiten de zone deze belasting niet opgelegd krijgen. Dit kan leiden tot discussies over de exacte begrenzing van het gebied en druk om de zone uit te breiden of juist in te perken. -​ Opbrengstpotentieel: Afhankelijk van de keuze. Potentieel geschatte meeropbrengst tussen € 50.000 en € 100.000. Nader onderzoek noodzakelijk om de exacte opbrengst vast te stellen. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Afhankelijk van de keuze. Potentieel geschatte meerkosten tussen de € 25.000 en € 50.000. Nader onderzoek noodzakelijk om exacte eenmalige en structurele kosten te kunnen benoemen.

| 14 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

-​

Effecten op gedrag: Een ophoging of uitbreiding van de reclamebelasting kan leiden tot verschillende gedragsmatige reacties bij ondernemers. Een direct effect kan zijn dat ondernemers besluiten hun reclame-uitingen te verwijderen of te minimaliseren om belasting te vermijden. Dit kan met name voorkomen bij kleinere bedrijven of bedrijven met minder financiële ruimte, voor wie de kosten van de belasting zwaar wegen in verhouding tot de inkomsten die de reclame genereert.

C.​ Samenhang met andere belastingen Precariobelasting heeft betrekking op voorwerpen onder, op of boven de voor openbare dienst bestemde gemeentegrond. Ingeval de openbare aankondiging die valt onder reclamebelasting zich op en boven de gemeentegrond bevindt, is er sprake van samenloop tussen deze belastingen. Een anti-samenloopbepaling in een van de verordeningen is niet verplicht. Beide belastingen kunnen cumulatief geheven worden. Leges Omgevingsvergunning, aanvraag om de omgevingsplan activiteit reclame, artikel 1.8.1. D.​ Vergelijk met andere gemeenten Gemeente Arnhem: Niet van toepassing. Gemeente Doesburg: 0,26% van waarde onroerende zaak met minimum van € 515,- en maximum van € 697,-. 1 afgebakend gebied. Gemeente Doetinchem: 3 tarieven voor 1 reclame-uiting per jaar. 5 afgebakende gebieden. Gemeente Duiven: Tarief van € 750,- euro per vestiging. 1 afgebakend gebied. Gemeente Westervoort: Niet van toepassing. Gemeente Zevenaar: Vast bedrag van € 668,- voor reclame-uiting(en) per (on)roerende zaak. 1 afgebakend gebied. E.​ Invoering kansrijk Niet van toepassing.

| 15 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

2.9 Marktgelden A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 229 van de Gemeentewet. -​ Doel: Het dekken van de kosten voor het beheer, onderhoud en faciliteren van de markt, inclusief het ter beschikking stellen van standplaatsen en aanverwante diensten. -​ Vrij besteedbaar: Nee, de opbrengsten van de marktgelden mogen uitsluitend worden gebruikt om de kosten die samenhangen met de marktactiviteiten te dekken. -​ Opbrengstlimiet: Maximaal kostendekkend. -​ Belastbaar feit: Voor het ter beschikking stellen van een standplaats voor de uitvoering van markthandel en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de markt. -​ Belastingplicht: Degene is aan wie de standplaats ter beschikking is gesteld, of degene die in zijn plaats optreedt. -​ Heffingsmaatstaf: Tarieven voor een standplaats en inschrijving. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Mogelijkheden ophoging / aanpassing heffingsmaatstaf huidige belasting? Zeer beperkt. -​ Zo ja, hoe en wat? De mogelijkheden voor tariefaanpassingen bij marktgelden zijn beperkt door de wettelijke eis dat de totale opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de werkelijke kosten voor het beheer, onderhoud en het faciliteren van de markt. De inkomsten mogen uitsluitend worden aangewend voor marktgerelateerde kosten, zoals het onderhouden van de marktlocatie, de administratieve verwerking en het beschikbaar stellen van standplaatsen.

Binnen deze kaders kan de gemeente de tarieven differentiëren bijvoorbeeld voor plekken met een strategische ligging. Daarnaast is het mogelijk om tijdsgebonden tarieven toe te passen, zoals hogere tarieven voor piekdagen of drukbezochte tijdvakken. -​ Motivering: De aanpassing van de tarieven voor marktgelden kan bijdragen aan een eerlijkere verdeling van de kosten en een betere afstemming op de werkelijke gebruiksintensiteit van de markt. Differentiatie van tarieven, bijvoorbeeld voor strategisch gelegen standplaatsen, zorgt ervoor dat handelaren met een gunstige positie op de markt ook een hogere bijdrage leveren. Door de tarieven zorgvuldig aan te passen binnen de grenzen van de kostendekkendheidseis, blijft de markt aantrekkelijk voor handelaren en worden de inkomsten transparant en rechtvaardig verdeeld over de gebruikers. -​ Risico’s: Het aanpassen van de tarieven brengt het risico met zich mee dat handelaren weerstand bieden, vooral als de aanpassingen als oneerlijk of onnodig worden ervaren. Differentiatie kan leiden tot klachten van handelaren met standplaatsen die onder de hogere tariefcategorie vallen. Differentiatie in tarieven vergroot bovendien de complexiteit van het systeem en zorgt voor extra uitvoeringskosten. Een verhoging van tarieven kan ook ontmoediging veroorzaken bij handelaren, waardoor het aantal deelnemers aan de markt afneemt.

Dit kan niet alleen de diversiteit en aantrekkingskracht van de markt schaden, maar ook een negatieve impact hebben op de inkomsten. -​ Opbrengstpotentieel: Er is een zeer beperkte stijging mogelijk van de opbrengsten omdat de maximale kostendekkendheid bijna is bereikt. Deze stijging is maximaal € 1.000. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing. -​ Effecten op gedrag: Door de kostendekkendheidseis is de ruimte voor het aanpassen van tarieven beperkt, wat betekent dat er weinig mogelijkheden zijn voor wijzigingen die het gedrag van aanvragers beïnvloeden.

| 16 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

C.​ Samenhang met andere belastingen Ja, precariobelasting omdat door het innemen van openbare ruimte er een belastbaar feit ontstaat. D.​ Vergelijk met andere gemeenten Gemeente Arnhem: Niet van toepassing. Gemeente Doesburg: Conform tarieventabel per strekkende meter. Gemeente Doetinchem: Conform tarieventabel per vierkante meter. Gemeente Duiven: Dagplaats € 2,71 per strekkende meter met een minimum van € 10,84. Vaste plaats € 23,01 per strekkende meter met een minimum van € 92,04. Ook tarieven voor wachtlijst. Gemeente Westervoort: Losse plaats € 3,65 per strekkende meter met een minimum van € 14,60. Vaste plaats € 2,80 per strekkende meter met een minimum van € 11,20. Tarieven per marktdag. Gemeente Zevenaar: Conform tarieventabel per meter. E.​ Invoering kansrijk Niet van toepassing.

| 17 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

H3 | Mogelijk nieuwe belastingen Hieronder worden de mogelijkheden voor het invoeren van nieuwe belastingen uitgelegd met daarbij indien van toepassing het opbrengstpotentieel.

3.1 Baatbelasting A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 222 van de Gemeentewet. -​ Doel: Het dekken van de kosten van gemeentelijke werken die specifiek ten goede komen aan de belastingplichtigen, zoals de aanleg van wegen, riolering of andere voorzieningen. -​ Vrij besteedbaar: Nee, opbrengsten moeten worden aangewend voor het financieren van de voorzieningen waarvoor de baatbelasting wordt geheven. -​ Opbrengstlimiet: Maximaal kostendekkend op grond van een bekostigingsbesluit. -​ Belastbaar feit: Het genot hebben van een onroerende zaak die gebaat is door gemeentelijke voorzieningen. -​ Belastingplicht: De genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak die direct voordeel heeft van een gemeentelijke voorziening, zoals de aanleg van een weg, riolering of andere werken. -​ Heffingsmaatstaf: Wettelijk is er geen specifieke heffingsmaatstaf. Heffingsmaatstaf kan op grond van de WOZ-waarde, voordeel van belastingplichtige of andere relevante factoren die de mate van de baat bepalen waarbij rekening wordt gehouden dat de heffingsmaatstaf aansluit bij de mate van de "baat". Hierbij dient het tarief zodanig vastgesteld te worden dat de opbrengst van deze belasting het genoemde bedrag in het bekostigingsbesluit niet overschrijdt. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Opbrengstpotentieel: Zie onder kopje ‘invoering kansrijk’.

Aangezien de invoering niet kansrijk wordt geacht omdat er geen basis is, is het potentieel niet berekend. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing. -​ Effecten op gedrag: Invoering van baatbelasting kan leiden tot toename van bezwaarprocedures, aangezien belastingplichtigen de rechtmatigheid of proportionaliteit van deze belasting vaak aanvechten. C.​ Samenhang met andere belastingen Er is geen samenhang met andere belastingen. D.​ Vergelijk met andere gemeenten De vergeleken gemeenten heffen deze belasting niet. E.​ Invoering kansrijk -​ Is de invoering kansrijk? Nee. -​ Motivering: De invoering van baatbelasting is niet kansrijk, omdat deze heffing bedoeld is om kosten te verhalen voor specifieke voorzieningen waarvan bepaalde onroerende zaken aantoonbaar profiteren. Het invoeren van deze belasting is alleen gerechtvaardigd wanneer er een concreet gebaat project is, zoals de aanleg van een weg of riolering die direct ten goede komt aan specifieke percelen. In Duiven is momenteel geen dergelijk project aanwezig dat voldoet aan deze voorwaarden. Zonder een gebaat project ontbreekt de basis voor het opleggen van baatbelasting.

| 18 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

-​

Risico’s: De baatbelasting brengt aanzienlijke risico’s met zich mee. Het is een juridisch complexe en weinig flexibele belasting die om een zeer nauwkeurige uitvoering vraagt. De grondslag voor de baatbelasting vervalt volledig als uit bezwaar blijkt dat de gemeente iemand heeft gemist die wel aantoonbaar baat heeft bij de voorzieningen waarvoor de belasting wordt geheven.

| 19 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

3.2 Vermakelijkhedenretributie A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 229 van de Gemeentewet. -​ Doel: Het dekken van de kosten voor gemeentelijke voorzieningen die worden gebruikt voor recreatie- en vermakelijkheidsactiviteiten, zoals toezicht, infrastructuur of andere faciliteiten die de gemeente biedt. -​ Vrij besteedbaar: Nee, opbrengsten moeten specifiek worden aangewend voor het faciliteren van recreatieve en vermakelijke activiteiten. -​ Opbrengstlimiet: Geen kostendekkendheidsverplichting, wel moet de opbrengst worden gebruikt voor de gemeentelijke voorzieningen die voor het vermaak worden ingezet. Hiervoor moet aangetoond worden dat er uitgaven zijn voor deze voorzieningen. -​ Belastbaar feit: Het aanbieden van vermaak of amusement, zoals evenementen, rondvaarten of verhuur van boten, binnen de gemeente waarbij gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke voorzieningen. -​ Belastingplicht: De ondernemer die vermaak, amusement, verstrooiing, ontspanning aanbiedt, zoals bijvoorbeeld een organisateur van evenementen of een attractiepark. Dit kan ook de persoon zijn voor wiens rekening en risico de vermakelijkheid wordt gegeven. Uitgesloten bijeenkomsten voor wetenschap, godsdienst of politieke aard. -​ Heffingsmaatstaf: Een tarief per betalende bezoeker van de vermakelijkheid, oppervlakte of het aantal stoelen.

B.​ Opbrengstpotentieel -​ Opbrengstpotentieel: Zie onder kopje ‘invoering kansrijk’. Aangezien de invoering niet kansrijk wordt geacht vanwege het ontbreken van grote evenementen, is het potentieel niet berekend. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing. -​ Effecten op gedrag: Vanwege dat er binnen de gemeente geen evenementen of andere vormen van vermaak plaatsvinden waarvoor vermakelijkhedenretributie van toepassing is, is effect op gedrag niet van toepassing. C.​ Samenhang met andere belastingen Toeristenbelasting en vermakelijkhedenretributie sluiten elkaar uit. Kan ingevoerd worden als aanvulling. D.​ Vergelijk met andere gemeenten De vergeleken gemeenten heffen deze retributie niet. E.​ Invoering kansrijk -​ Is de invoering kansrijk? Nee. -​ Motivering: De exploitant van een evenement of andere vorm van vermaak wordt belast indien hierbij gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke voorzieningen. Dit betreft zowel algemene voorzieningen, zoals het onderhoud van wegen en de inzet van politie, als specifieke maatregelen, zoals het afsluiten van straten voor een concert. In de gemeente ontbreken dergelijke grootschalige evenementen, waardoor de invoering van vermakelijkhedenretributie niet zinvol is. -​ Risico’s: Het niet invoeren van de vermakelijkhedenretributie brengt geen risico's.

| 20 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

3.3 Dagtoeristenbelasting A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 224 van de Gemeentewet. -​ Doel: Inkomsten algemene middelen. -​ Vrij besteedbaar: Ja. -​ Opbrengstlimiet: Geen wettelijke limiet. -​ Belastbaar feit: Het tegen vergoeding dagverblijf houden binnen de gemeente door personen die daar niet als ingezetene zijn ingeschreven en geen overnachting hebben, met uitzondering van inrichtingen tot het geven van vermakelijkheden. -​ Belastingplicht: Aanbieder tot gelegenheid dagverblijf binnen de gemeente, niet zijnde een inrichting tot het geven van vermakelijkheid. -​ Heffingsmaatstaf: Per bezoek. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Opbrengstpotentieel: Zie onder kopje ‘invoering kansrijk’. Aangezien de invoering niet kansrijk wordt geacht om diverse redenen, is het potentieel niet berekend. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing. -​ Effecten op gedrag: Vanwege het zeer beperkte aantal dagtoeristen is het effect op gedrag niet relevant. C.​ Samenhang met andere belastingen Er is geen samenhang met andere belastingen. D.​ Vergelijk met andere gemeenten De vergeleken gemeenten heffen deze belasting niet. E.​ Invoering kansrijk -​ Is de invoering kansrijk? Nee. -​ Motivering: De invoering van een dagtoeristenbelasting is niet kansrijk, omdat er binnen de gemeente geen systeem of infrastructuur beschikbaar is om deze belasting effectief te heffen.

Er zijn geen grootschalige activiteiten of voorzieningen, zoals veerdiensten, rondvaarten of de verhuur van strandstoelen, die in andere gemeenten worden gebruikt om belasting te heffen via exploitanten. Deze exploitanten bieden namelijk door hun diensten gelegenheid tot dagverblijf binnen de gemeente. Daarnaast trekt de gemeente weinig dagtoeristen, wat de opbrengst minimaal maakt en de invoering niet rendabel maakt. -​ Risico’s: Het niet invoeren van de dagtoeristenbelasting brengt geen risico's.

| 21 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

3.4 Hondenbelasting A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 226 van de Gemeentewet. -​ Doel: Inkomsten algemene middelen. -​ Vrij besteedbaar: Ja. -​ Opbrengstlimiet: Geen wettelijke limiet. -​ Belastbaar feit: Het houden van een hond. -​ Belastingplicht: Houder van een hond. -​ Heffingsmaatstaf: Aantal honden dat wordt gehouden. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Opbrengstpotentieel: De geschatte opbrengst van hondenbelasting is maximaal € 200.000. Dit is een schatting op basis van vergelijking met andere gemeenten. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: De eenmalige kosten bestaan uit het inrichten van het heffingssysteem en het inventariseren van het aantal honden. De eenmalige kosten bedragen naar verwachting maximaal € 50.000. De structurele kosten bestaan voornamelijk uit handhaving. De structurele kosten bedragen naar verwachting maximaal € 50.000 per jaar. -​ Effecten op gedrag: De invoering van hondenbelasting kan aanzienlijke weerstand oproepen bij hondenbezitters, vooral gezien de landelijke trend waarbij steeds meer gemeenten deze belasting afschaffen. C.​ Samenhang met andere belastingen Er is geen samenhang met andere belastingen. D.​ Vergelijk met andere gemeenten Gemeente Arnhem: Niet van toepassing. Gemeente Doesburg: 1 hond kost de bezitter € 57,25 en 2 honden € 85,40. Meer dan 2 kosten kost de bezitter € 128,75. Een kennel kost € 285,75.

Gemeente Doetinchem: Niet van toepassing. Gemeente Duiven: Niet van toepassing. Gemeente Westervoort: 1 hond kost de bezitter € 104,80 en 2 honden € 143,39. Meer dan 2 kosten kost de bezitter € 277,54. Een kennel kost € 247,88. Gemeente Zevenaar: Niet van toepassing. E.​ Invoering kansrijk -​ Is de invoering kansrijk? Ja. -​ Motivering: De invoering van hondenbelasting stelt de gemeente in staat om extra inkomsten te genereren voor het onderhouden van openbare voorzieningen zoals hondenuitlaatplaatsen en parken. Deze inkomsten dekken de kosten die anders uit algemene middelen zouden worden bekostigd. Eventuele surplus- opbrengsten vloeien naar algemene middelen, wat de gemeentelijke financiën verder kan ondersteunen. -​ Risico’s: Er is een landelijke trend waarbij steeds meer gemeenten besluiten de hondenbelasting af te schaffen. In 2025 heffen slechts 113 van de 342 gemeenten deze belasting. Het invoeren van hondenbelasting kan leiden tot verhoogde weerstand en onbegrip bij hondenbezitters, zeker gezien de landelijke trend waarbij steeds meer gemeenten deze belasting afschaffen. Daarnaast vereisen de handhaving en controle van de belasting een zorgvuldige kosten-batenanalyse, aangezien deze kosten vaak een aanzienlijk deel van de opbrengsten opslokken.

| 22 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

3.5 Precariobelasting A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 228 van de Gemeentewet. -​ Doel: Inkomsten algemene middelen. -​ Vrij besteedbaar: Ja. -​ Opbrengstlimiet: Geen wettelijke limiet. -​ Belastbaar feit: Het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. -​ Belastingplicht: Degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. -​ Heffingsmaatstaf: Wettelijk geen specifieke heffingsmaatstaf. De gemeente is hier dus vrij in. Vaak wordt als heffingsmaatstaf de oppervlakte, lengte van het voorwerp, vast bedrag of een bedrag per tijdseenheid gehanteerd. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Opbrengstpotentieel: De geschatte opbrengst van precariobelasting is maximaal € 50.000. Dit is een schatting op basis van vergelijking met andere gemeenten. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: De eenmalige kosten bestaan uit het inrichten van het heffingssysteem. De eenmalige kosten bedragen naar verwachting maximaal € 10.000. De structurele bestaan uit het afgeven van de vergunning en het opleggen van de aanslagen. Vaak worden de structurele lasten binnen de bestaande begroting gevonden.

-​ Effecten op gedrag: De invoering van precariobelasting kan bij belastingplichtigen het gevoel creëren dat zij dubbel moeten betalen, vooral wanneer er sprake is van samenloop met een vergunning op grond van artikel 2:10 APV of reclamebelasting. C.​ Samenhang met andere belastingen Er kan sprake zijn van samenloop tussen precariobelasting, reclamebelasting en marktgelden. Precariobelasting wordt geheven voor voorwerpen die zich onder, op of boven openbare gemeentegrond bevinden, terwijl reclamebelasting specifiek betrekking heeft op openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Wanneer een aankondiging is geplaatst op, onder of boven openbare gemeentegrond, kunnen beide belastingen tegelijkertijd van toepassing zijn. D.​ Vergelijk met andere gemeenten Gemeente Arnhem: Niet van toepassing. Gemeente Doesburg: Conform de tarieventabel in de verordening. Gemeente Doetinchem: Niet van toepassing. Gemeente Duiven: Niet van toepassing. Gemeente Westervoort: Niet van toepassing. Gemeente Zevenaar: Conform de tarieventabel in de verordening. E.​ Invoering kansrijk -​ Is de invoering kansrijk? Ja. -​ Motivering: De invoering van precariobelasting biedt de gemeente een kans om extra inkomsten te genereren voor de algemene middelen door het belasten van voorwerpen die gebruikmaken van de openbare gemeentegrond.

Voorbeelden hiervan zijn terrassen, uitstallingen, bouwmaterialen of reclameborden.

| 23 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

Voor voorwerpen zoals bouwmaterialen en bouwcontainers kan het heffen van precariobelasting eenvoudig worden gekoppeld aan de vergunningverlening op grond van artikel 2:10 APV. De gegevens uit afgegeven vergunningen geven aan wie belastingplichtig is en waarvoor de vergunning afgegeven is. Op basis hiervan kan een aanslag precariobelasting opgelegd worden. -​

Risico’s: Precariobelasting kan alleen worden geheven wanneer de gemeente juridisch bevoegd is om het gebruik van de grond te verbieden. Dit betekent dat voorwerpen die de gemeente verplicht is te gedogen, zoals openbare elektronische communicatienetwerken op basis van artikel 5.1, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, buiten de reikwijdte van precariobelasting vallen. Hoewel deze beperking niet expliciet in de wet is opgenomen, vormt zij een belangrijke randvoorwaarde bij de toepassing van deze heffing. Daarnaast is het niet meer toegestaan om precariobelasting te heffen over netwerken die door nutsbedrijven in, op of boven gemeentegrond worden geëxploiteerd. Samenloop tussen precariobelasting en reclamebelasting kan een ander risico vormen. Het heffen van beide belastingen op dezelfde objecten, zoals openbare aankondigingen op gemeentegrond, kan leiden tot weerstand en onbegrip bij ondernemers en andere belastingplichtigen. Zij kunnen dubbele belasting als oneerlijk ervaren, wat niet alleen het draagvlak voor deze heffingen kan verminderen. De dubbele belasting kan leiden tot toename van juridische geschillen.

| 24 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

3.6 Parkeerbelasting A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 225 van de Gemeentewet. -​ Doel: Inkomsten algemene middelen. -​ Vrij besteedbaar: Ja. -​ Opbrengstlimiet: Geen wettelijke limiet. -​ Belastbaar feit: Het parkeren van een voertuig op de door de gemeente aangewezen plaatsen, tijden en wijze, en voor het verlenen van parkeervergunningen voor het parkeren van voertuigen op specifieke locaties. -​ Belastingplicht: Bestuurder van het geparkeerde voertuig en in geval van een parkeervergunning de aanvrager. -​ Heffingsmaatstaf: Het tarief kan variëren op basis van de parkeerduur, het tijdstip van parkeren, de gebruikte oppervlakte en de locatie van de parkeerplaats. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Opbrengstpotentieel: De geschatte opbrengst van parkeerbelasting is tussen de € 500.000 en € 1.000.000. Dit is een grove, niet verder onderbouwde schatting op basis van vergelijking met andere gemeenten. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: De eenmalige kosten bestaan uit het inrichten van het heffingssysteem, de aanschaf van parkeerautomaten en bebording en het mogelijk aannemen van handhaving. De structurele kosten bestaan uit jaarlijkse lasten van de ICT, onderhoud parkeerautomaten en handhaving. De geschatte eenmalige kosten bedragen tussen de € 150.000 en € 300.000. De geschatte structurele kosten bedragen maximaal € 100.000 per jaar.

Dit is een grove, niet verder onderbouwde schatting op basis van vergelijking met andere gemeenten. -​ Effecten op gedrag: Voor consumenten kan het betalen van parkeerkosten een drempel zijn, wat kan leiden tot een afname van het aantal bezoekers aan winkelgebieden. Weerstand bij ondernemers omdat de concurrentiepositie door invoering van parkeerbelasting verzwakt. C.​ Samenhang met andere belastingen Er is geen samenhang met andere belastingen. D.​ Vergelijk met andere gemeenten Gemeente Arnhem: 2 tarieven per uur en een dagtarief. Overige tarieven conform de tarieventabel in de verordening. Gemeente Doesburg: € 1,55 per uur. Overige tarieven conform de tarieventabel in de verordening. Gemeente Doetinchem: 4 gebieden met uurtarieven en dagtarieven. Overige tarieven conform de tarieventabel in de verordening. Gemeente Duiven: Niet van toepassing. Gemeente Westervoort: Niet van toepassing. Gemeente Zevenaar: 2 tariefcodes met uitzonderingen en maximale tarieven. Overige tarieven conform de tarieventabel in de verordening.

| 25 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

E.​ Invoering kansrijk -​ Is de invoering kansrijk? Ja, afhankelijk van een aantal factoren. -​ Motivering: De invoering van parkeerbelasting biedt de mogelijkheid om aanzienlijke extra inkomsten te genereren. Door het aanwijzen van betaalde parkeerzones kan de gemeente zowel het gebruik van parkeerplaatsen reguleren als de financiële middelen verkrijgen. Van de opbrengst uit deze belasting kunnen parkeervoorzieningen en infrastructuur onderhouden worden die anders vanuit algemene middelen bekostigd werden. Als er meeropbrengst is, kan dit vloeien naar algemene middelen en gebruikt worden voor andere doelen. Het af te bakenen gebied en de tariefstelling bepalen hoeveel inkomsten gegenereerd kunnen worden. -​ Risico’s: De mate van opbrengst uit parkeerbelasting is sterk afhankelijk van het af te bakenen gebied en de tariefstelling. Het is essentieel dat deze zorgvuldig worden afgestemd om zowel voldoende inkomsten te genereren als negatieve effecten op de lokale economie en het bezoekersgedrag te voorkomen. Een te hoog tarief kan leiden tot minder bezoekers of een afname in lokale bedrijvigheid, wat uiteindelijk kan resulteren in minder opbrengsten uit zowel parkeerbelasting als andere gemeentelijke inkomsten, zoals onroerendezaakbelasting gebruikersheffing door vertrek ondernemers waardoor er leegstand kan ontstaan.

Door de tariefstelling goed af te stemmen en het gebied zorgvuldig af te bakenen, kan dit risico gemitigeerd worden. Het is belangrijk dat de invoering van de belasting niet leidt tot onverwachte negatieve effecten, zoals het verplaatsen van bezoekers naar nabijgelegen gemeenten.

| 26 | Verkennend onderzoek belastingen Duiven

3.7 Forensenbelasting A.​ Korte beschrijving -​ Rechtsgrond: Artikel 223 van de Gemeentewet. -​ Doel: Inkomsten algemene middelen. -​ Vrij besteedbaar: Ja. -​ Opbrengstlimiet: Geen wettelijke limiet. -​ Belastbaar feit: Het feit dat door een natuurlijke persoon, die geen hoofdverblijf in de gemeente heeft, meer dan negentig nachten per jaar nachtverblijf wordt gehouden, of dat er meer dan negentig dagen per jaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar wordt gehouden. -​ Belastingplicht: De natuurlijke persoon die geen hoofdverblijf heeft in de gemeente heeft en er meer dan negentig nachten per jaar nachtverblijf houdt of er meer dan negentig dagen per jaar voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houdt. -​ Heffingsmaatstaf: Wettelijk geen specifieke heffingsmaatstaf. De gemeente is hier dus vrij in. Heffingsmaatstaf kan op grond van de WOZ-waarde, vast bedrag, oppervlakte woning of brandverzekeringswaarde. B.​ Opbrengstpotentieel -​ Opbrengstpotentieel: Zie onder kopje ‘invoering kansrijk’. Aangezien de invoering niet kansrijk wordt geacht omdat de relevante doelgroep ontbreekt, is het potentieel niet berekend. -​ Eenmalige/structurele kosten van uitbreiding: Niet van toepassing. -​ Effecten op gedrag: Invoering van forensenbelasting is niet praktisch, omdat er nauwelijks belastingplichtigen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=697fd27b-ccbc-4fb2-aa0a-792433d8bff9