CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

7. 201669883-Bestemmingsplan Plakse Weide - Toelichting

Raadsavond 18 september 2024, gemeente DuivenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan & beeldkwaliteitsplan Plakse Weide27.412 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Duiven

Bestemmingsplan “Plakse Weide” VASTSTELLING

622.135.70 KUIPERCOMPAGNONS Datum: juli 2024

TOELICHTING

1

Inhoudsopgave van de toelichting 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 3 3 4

2. 2.1 2.2. 2.3 2.4

Planbeschrijving Bestaande situatie plangebied Locatiekeuze Ontwikkelplan Vertaling naar bestemmingsplan

6 6 7 8 13

3. 3.1 3.2 3.3 3.3 3.4

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

15 15 18 22 23 24

4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Milieu- en omgevingsaspecten Milieueffectrapportage Verkeer en parkeren Luchtkwaliteit Geluid Bodemkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Duurzaamheid

25 25 26 32 34 42 44 47 53 59 62 63

5. 5.1 5.2

Juridische planbeschrijving Planvorm Artikelsgewijze toelichting

64 64 65

6. 6.1 6.2 6.3

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten

70 70 70 72

2

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15

KlaassenGroep / BPD (18 februari 2022) Ontwikkelplan Plakse Weide KuiperCompagnons (11 mei 2023) Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Goudappel (17 februari 2022) Verkeersafwikkeling woningbouwlocatie Plakse Weide Duiven De Milieuadviseur (1 februari 2024) Akoestisch onderzoek wegverkeer – Plakse Weide, Duiven ABO-Milieuconsult (8 december 2022) Historisch vooronderzoek bodem Kobessen Milieu B.V. (11 augustus 1998) Verkennend bodemonderzoek KuiperCompagnons (8 mei 2023) Onderzoek aspect externe veiligheid incl. advies Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (14 oktober 2022) De Roever Omgevingsadvies (12 mei 2023) Notitie geurbelasting Plakse Weide Duiven ABO-Milieuconsult (20 september 2022) Flora- en faunaonderzoek Plakse Weide Duiven KuiperCompagnons (13 december 2023) Stikstofdepositie-onderzoek RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. (februari 2004) Plangebied Plakse Weide, gemeente Duiven; een inventariserend archeologisch onderzoek Goudappel (11 mei 2023) Parkeeronderbouwing Goudappel (3 november 2023) Addendum Verkeersafwikkeling woningbouwlocatie Plakse Weide Duiven Sweco (8 november 2022) Netwerkanalyse verkeer Duiven Nota van beantwoording zienswijzen

3

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding Op de locatie Plakse Weide in Duiven worden de komende jaren maximaal 300 woningen gerealiseerd. De woningbouw draagt bij aan de geconstateerde vraag naar woningen in Duiven. Het geldende bestemmingsplan laat de ontwikkeling tot woningbouw niet toe. Door de vaststelling van voorliggend bestemmingsplan wordt de realisatie van woningen alsnog mogelijk gemaakt. Voorliggend bestemmingsplan beschrijft en onderbouwt de voorgenomen ontwikkeling en toont de haalbaarheid en uitvoerbaarheid ervan aan.

1.2

Ligging van het plangebied Het plangebied Plakse Weide ligt aan de oostzijde van Duiven, ingesloten tussen de provinciale weg Oostsingel (N810), de Vergertlaan en de Rijksweg. Het plangebied ligt op korte afstand van het dorpscentrum en sluit aan op bestaande woonwijken. Aan de oostzijde van het plangebied ligt het agrarisch buitengebied. Ten zuidoosten van het plangebied, in de hoek Plaksestraat (huisnummers 1 t/m 9) bevinden zich nog enkele agrarische kavels, woningen en bedrijfsgronden.

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied (wit omkaderd) ten opzichte van de dorpskern Duiven

De globale ligging van het plangebied is aangeduid in afbeelding 1.1. De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. 1.3

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’, dat is vastgesteld op 1 juni 2015 en het ‘Reparatieplan Buitenplan 2013’, vastgesteld op 20 november 2018. In beide bestemmingsplannen kent het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch’. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Lage archeologische verwachting’, ’Waarde – Hoge archeologische verwachting’ en ‘Leiding – Gas’.

4

De voorziene ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan. De geldende bestemming laat het gebruik van het plangebied als woongebied en de bouw van woningen niet toe. Om woningbouw mogelijk te maken in het plangebied, wordt met dit bestemmingsplan een nieuw planologisch kader vastgelegd op grond waarvan woningbouw kan plaatsvinden.

Afbeelding 1.2: Vigerende planologische situatie ‘Buitengebied 2023’(de rode contour geeft de grens van het plangebied weer)

Naast deze bestemmingsplannen zijn er ook twee zogenoemde parapluplannen van toepassing op het plangebied. Het betreft bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeren Duiven’ (vastgesteld op 18 april 2023) en het bestemmingsplan ‘Parapluplan afwijkingsregels en archeologie’ (vastgesteld op 23 april 2024). Deze bestemmingsplannen hebben tot doel om het gemeentelijk beleid met betrekking tot parkeren en archeologische waarden te vertalen in een bestemmingsplan. 1.4

Leeswijzer De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit zes hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de bestaande en de toekomstige situatie van het plangebied gegeven. In hoofdstuk 3 is het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan geformuleerd. De verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 4. Een toelichting op de juridische aspecten en bestemmingen van dit bestemmingsplan wordt gegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 ligt de focus op respectievelijk de uitvoerbaarheid en de procedure. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking is getreden. Het bestemmingsplan Plakse Weide valt, conform het overgangsrecht van artikel 4.6 van de Invoeringswet nog onder het oude recht (Wet ruimtelijke ordening), omdat het ontwerp bestemmingsplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd. Wetgeving die per 1 januari 2024 in werking is getreden, is daarom niet van toepassing en niet opgenomen en getoetst in het vast te stellen bestemmingsplan. Ook in de bijlagen (rapporten) bij deze

5

toelichting worden enkel de voor dit plan relevante kaders (onder de Wro) geschetst. De rapporten gaan niet in op wet- en regelgeving onder de Omgevingswet.

6

2.

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie plangebied Het plangebied bestaat uit open akkerbouwgebied, met twee langgerekte greppels. Landschappelijk gezien sluit de locatie aan bij de structuur ten noorden van de Oostsingel (N810): lange rechte kavellijnen die nog zichtbaar zijn in het gebied, afgewisseld met smalle watergangen en greppels die door het gebied lopen. Ook de grenzen van kavels bestaan vaak uit watergangen. Langs de randen staan hier en daar bomen op nabijgelegen gronden.

Afbeelding 2.1: Omgeving plangebied met karakteristieke structuren en elementen

De locatie Plakse Weide wordt in de huidige situatie vooral omringd door woningbouw. Aan de noordwestzijde, langs de Vergertlaan, staat een twintigtal vrijstaande woningen. Een deel van deze woningen heeft de voorzijde gericht naar Plakse Weide, het oostelijk deel heeft hier de achtertuinen georiënteerd. De woningen staan door een breed wegprofiel en groenzone met watergang op enige afstand van het plangebied (ca. 50-60 meter). Afbeelding 2.2. op de volgende pagina geeft dit weer. Ten zuidwesten en zuidoosten van de rotonde aan de Vergertlaan / Rijksweg staan enkele vrijstaande woningen. Langs de Rijksweg staan enkele geschakelde woningen die met de achterzijden zijn gericht naar Plakse Weide. Parallel aan de Rijksweg ligt de Plaksestraat, waar enkele vrijstaande woningen en kleinschalige bedrijfspercelen gesitueerd zijn.

7

Afbeelding 2.2: Thematische weergave bestaande situatie plangebied met de twee greppels en omliggende woningbouw

2.2

Locatiekeuze Plakse Weide is al geruime tijd in beeld als potentiële woningbouwlocatie. De locatie was al genoemd in de structuurvisie uit 2009 als ‘reservelocatie voor woningbouw’. De locatie is nooit tot ontwikkeling gebracht omdat de vraag naar woningen tot enkele jaren geleden kon worden ingevuld met het bestaande woningaanbod. Het woningmarktonderzoek dat in 2022 is uitgevoerd in de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (d.d. 14 maart 2023) laat zien dat er een grote vraag bestaat naar woningen in de regio ArnhemNijmegen en ook in Duiven. Op basis van dit onderzoek wordt een behoefte aan 41.850 extra woningen geconstateerd, die in de periode 2022 - 2030 aan de woningvoorraad in de Groene Metropoolregio toegevoegd moeten worden. Met name de vraag naar betaalbare koopwoningen is verder toegenomen. Een deel van de vraag naar betaalbare woningen richt zich op grondgebonden woonvormen. Vooral in de meer dorpse/landelijke woonmilieus is deze woonwens nog erg dominant. Maar ook de bouw van dure koopwoningen blijft belangrijk. Daarnaast neemt de vraag naar levensloopgeschikte woonvormen, woonruimte voor aandachtsgroepen en zelfstandige woonzorgconcepten toe. Om te voorzien in de geconstateerde vraag naar woningen voor de komende jaren is gemeente Duiven al enkele jaren bezig met verschillende ontwikkelingen op inbreidingslocaties.

Omdat met uitsluitend de benutting van inbreidingslocaties niet kan worden voldaan aan de geconstateerde vraag naar woningen, is aanvullend daarop door bureau SVP in juli 2020 een ruimtelijke verkenning gedaan naar drie mogelijke uitbreidingslocaties voor woningbouw, te weten Biezenkampen, Ploen Noord en Plakse Weide. Daaruit bleek dat op basis van een eerste analyse op hoofdlijnen woningbouw op deze locaties mogelijk is.

8

Op 1 juni 2021 zijn de locaties Plakse Weide en PloenNoord door de gemeenteraad aangewezen als uitbreidingslocaties voor woningbouw op de korte termijn. Belangrijke voorwaarde om medewerking te verlenen aan het mogelijk maken van woningbouw op deze locaties, is dat wordt voldaan aan de kaders en uitgangspunten die door de gemeenteraad zijn geformuleerd. Op 5 juli 2022 heeft de gemeenteraad besloten in principe medewerking te verlenen aan woningbouw op Plakse Weide onder de in het principebesluit geformuleerde voorwaarden. Het Ontwikkelplan, dat aan het raadsbesluit ten grondslag lag,dient als ruimtelijk en programmatisch kader voor de verdere uitwerking van het gebied en ligt ten grondslag aan voorliggend bestemmingsplan. 2.3

Ontwikkelplan

2.3.1 Kaders en uitgangspunten Op 26 januari 2021 heeft de gemeenteraad van Duiven de volgende kaders vastgesteld voor de ontwikkeling van Plakse Weide tot woningbouwlocatie: • De locatie biedt plaats aan 300 woningen: 180 woningen te realiseren voor 2026 en nog eens 120 woningen voor 2030. • Een woningbouwplan met minimaal 90% woningen in het betaalbare segment. • Een woonomgeving met ten minste 75 m2 groen per woning. • Het ontwikkelen en bouwen van de woonwijk mag de gemeente geen geld kosten. • In het plan moet aandacht zijn voor de thema’s duurzame energie, circulariteit, klimaatadaptatie, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. • Het plan dient te voldoen aan alle geldende wet- en regelgeving. • Er dient te worden voldaan aan de geldende parkeernormen, de gemeentelijke geurverordening en het gemeentelijk geluidbeleid. Hierbij dient een participatieproces met omwonenden te worden doorlopen. Ten behoeve van de planvorming is een Ontwikkelplan (18 februari 2022) opgesteld, dat als bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen. Het Ontwikkelplan geeft middels een structuurbeeld inzicht in de beoogde hoofdstructuur van de woningbouwontwikkeling (het Ontwikkelplan op hoofdlijnen, afbeelding 2.3), alsmede een suggestie van een mogelijke inrichting passend binnen deze hoofdstructuur (afbeelding 2.4).

Het Ontwikkelplan is tot stand gekomen op basis van onder meer een ruimtelijke, landschappelijke en stedenbouwkundige analyse van het plangebied en haar omgeving en een analyse van de Duivense woningmarkt. Bij de vormgeving van het Ontwikkelplan is de inbreng van omwonenden en belanghebbenden gewogen en deels meegenomen. Het Ontwikkelplan past nagenoeg geheel binnen de door de gemeenteraad op 26 januari 2021 vastgestelde, hiervoor genoemdekaders en binnen de gemeentelijke beleidsuitgangspunten. Het Ontwikkelplan wijkt echter af wat betreft het totale aantal woningen. Het ontwikkelplan voorziet in 280 woningen, waarvan 180 woningen voor 2026 worden gebouwd en nog eens 100 woningen voor 2030. Daarnaast bevat het Ontwikkelplan minimaal 70% woningen in het betaalbare segment, in plaats van minimaal 90%. Voor beide afwijkingen is gekozen omdat op die manier een ruimer opgezette woonwijk kan worden gerealiseerd met meer ruimtelijke kwaliteit en een woningbouwprogramma voor een bredere doelgroep. Hierdoor ontstaat een ook in sociaal opzicht een duurzame woonwijk en zijn er meer mogelijkheden tot doorstroming op de woningmarkt in Duiven. Dit komt de leefbaarheid van de toekomstige woonwijk ten goede. De uiteindelijke woningverdeling wijkt daarom iets af van de kwalitatieve woningverdeling die is meegegeven door de gemeenteraad.

9

2.3.2 Ontwikkelplan op hoofdlijnen Op 5 juli 2022 heeft de gemeenteraad het Ontwikkelplan op hoofdlijnen (18 februari 2022) vastgesteld. Dit Ontwikkelplan op hoofdlijnen vormt hiermee de basis voor verdere uitwerking in een stedenbouwkundig plan. Hierbij heeft de gemeenteraad een tweetal aanvullende onderzoeksopdrachten meegegeven ten aanzien van het woningbouwprogramma: 1. Onderzocht moet worden of het aandeel te realiseren woningen in het goedkope segment (te weten sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop) minimaal 50% van het totale woningbouwprogramma kan bedragen in plaats van de in het Ontwikkelplan opgenomen 45%. 2. Onderzocht moet worden of het totale aantal woningen in het plan geoptimaliseerd kan worden en daardoor alsnog kan voldoen aan de wens van de gemeenteraad om op Plakse Weide 300 woningen te realiseren. Voorliggend bestemmingsplan maakt het mogeljk om de door de raad voorgestelde aanpassingen te realiseren als hiertoe in de verdere uitwerking van het stedenbouwkundige plan mogelijkheden worden gezien. Om die reden worden in dit bestemmingsplan maximaal 300 woningen mogelijk gemaakt. Dit (maximale) woningbouwprogramma is getoetst op haalbaarheid en uitvoerbaarheid.

Daarnaast laat de in de regels van het bestemmingsplan opgenomen kwalitatieve verdeling van het woningbouwprogramma toe om in de praktijk ruimte te bieden aan de wens van de gemeenteraad om minimaal 50 in plaats van 45% goedkope woningen te realiseren. 2.3.3 Woningbouwprogramma Met voorliggend bestemmingsplan worden maximaal 300 woningen mogelijk gemaakt. Daarbij is voor de uitwerking van de plannen de volgende kwalitatieve woningverdeling meegegeven door de raad 1: • Sociale huur < € 633,25 per maand: 15%. • Middeldure huur, € 752,33 tot € 900,- per maand: 10%. • Betaalbare koop, < € 210.000,- V.O.N.: 20% • Middeldure koop, € 210.000,- tot € 355.000,- V.O.N. (NHG grens): 25%. • Dure koop, > € 355.000,- V.O.N.: 30%. In totaal moet dus minimaal 45% van de woningen in het goedkope segment worden gerealiseerd (sociale huur/middeldure huur/betaalbare koop). Dit is juridisch geborgd via de regels van dit bestemmingsplan. De overige woningen worden in de categorieen middeldure koop en vrije sector gerealiseerd.

1

Genoemde prijzen volgen de jaarlijks vastgestelde NHG-grens en wordt dienovereenkomstig aangepast. Deze woningverdeling

is conform het Ontwikkelplan en betreft prijspeil 2021.

10

2.3.4 Toelichting op het Ontwikkelplan

Afbeelding 2.3: Structuurschets ‘Ontwikkelplan op hoofdlijnen’

Hoofdopzet Het Ontwikkelplan voorziet in een woongebied, waarbij de hoofdstructuur wordt gevormd door een robuuste groene buitenrand en eenparkachtig middengebied als centrale ontmoetingsplek van de wijk. Vanuit dit middengebied lopen diverse groene ‘wiggen’ richting de buitenrand. Deze wiggen zorgen voor doorzichten naar de omgeving en bieden tegelijkertijd een functionele ontsluiting voor langzaam verkeer van en naar de diverse woonvelden. Het parkeren gebeurt zoveel mogelijk uit het zicht, op binnenterreinen en in parkeerkoffers met groene omheining. Belangrijk landschappelijk element in de hoofdstructuur wordt gevormd door de geluidwal aan de noordoostzijde van het plangebied. Het hoogteverschil kan aan de zijde van de wijk worden gebruikt voor een speelvoorziening. Langs de Vergertlaan en de Rijksweg komt een ruig gebied met water en groen, met een natuurlijke uitstraling. De nieuwe woonwijk voorziet in verschillende woningtypen, te weten vrijstaande en twee-ondereenkapwoningen, rijenwoningen en appartementen. Daarbij worden de eengezinswoningen gerealiseerd binnen de verschillende woonvelden. De drie appartementengebouwen worden gerealiseerd buiten de woonvelden: één nabij de rotonde Vergertlaan (als blikvanger en herkenningspunt) en twee solitaire gebouwen in het middengebied.

11

Afbeelding 2.4: Inrichtingssuggestie, zoals opgenomen in het vastgestelde Ontwikkelplan

Woonwijk Plakse Weide De nieuwe woonwijk Plakse Weide kent een dorpse structuur, met een hoofdontsluiting die door de wijk heen loopt. Deze ‘dorpsstraat’ verbindt de verschillende buurten met elkaar, met het groene middengebied van de wijk en met de Rijksweg. Verschillende buurtjes met eigen identiteit In het midden van het gebied komt een centraal, groen dorpsplein, met daarin twee beeldbepalende appartementengebouwen. Het parkachtig gebied is de ontmoetingsplek van de wijk met directe visuele en functionele verbindingen naar de verschillende buurtjes, de omgeving en het buitengebied. In de wijk komen rond het groene dorpsplein een zestal verschillende buurten die worden ontsloten door smalle voetpaden en woonstraatjes. Parkeren vindt deels plaats op de binnenterreinen, niet zichtbaar vanaf de openbare weg, en op eigen terrein. Tussen de buurtjes komen autoluwe groene wiggen, die een onderdeel vormen van de langzaamverkeerroutes van het centrale middengebied naar de omgeving. In deze groene ruimten is plek voor spelen en ontmoeten. Elke buurt bestaat uit een combinatie van rijwoningen, twee-onder-eenkapwoningen en vrijstaande woningen, waarbij iedere buurt zijn eigen identiteit krijgt. Hierdoor ontstaat ookop wijkniveau een mix van verschillende woningtypen. Uitstraling omgeving De verschillende woonblokken worden omsloten door een groene buitenrand.

Aan de zijde van de Vergertlaan ontstaat een gedifferentieerd beeld. Niet alleen door de verschillende woningtypes, maar ook door de inkijkjes in de wijk via de groenewiggen. Het zicht op de wijk wordt gefilterd door het natuurlijke groengebied. Langs de Rijksweg komen verschillende woningtypes, die door verspringingen in rooilijn en in architectuur aansluiten op het bestaande beeld langs de Rijksweg. Er lopen wandelpaden doorheen en er komen zitjes aan het water. Tussen de nieuwe wijk en de N810 (Oostsingel) komt een groene geluidwal.

12

Ontsluiting Het plangebied kent voor autoverkeer maximaal twee hoofdontsluitingen naar de Rijksweg. De realisatie van één ontsluiting op de Rijksweg is voldoende om alle woningen op Plakse Weide voor autoverkeer te ontsluiten. In de praktijk zal daarom in eerste instantie één aantakking vanuit de wijk op de Rijksweg worden gerealiseerd. De volgende inrichtingssuggestie laat een mogelijke inrichting van het plangebied zien binnen de kaders van het principebesluit van de raad en het Ontwikkelplan.

Afbeelding 2.5: Inrichtingssuggestie (datum 3 mei 2023)

Fasering Woningbouwlocatie Plakse Weide wordt in twee fasen gerealiseerd. Tot 2026 worden minimaal 180 woningen gebouwd, daarna tot 2030 de overige woningen. In totaal worden maximaal 300 woningen gerealiseerd. De aanleg van Plakse Weide wordt gestart aan de zuidwestzijde van het plangebied, in aansluiting op het bestaand stedelijk gebied. Fase 2 betreft het gebied dat is gelegen ter plaatse van de huidige geurcontour van het agrarisch bedrijf aan de Laarstraat 20. Voor deze gronden is in dit bestemmingsplan vooralsnog een groenbestemming opgenomen. In deze bestemming “Groen” is een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming ‘Wonen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ opgenomen. De bevoegdheid tot het wijzigen van de bestemming naar ‘Wonen’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ is gekoppeld aan diverse voorwaarden om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen.

13

Afbeelding 2.6: Fasering van de beoogde ontwikkeling Plakse Weide. De grens tussen fase 1 en 2 komt overeen met de geurcontour als gevolg van het agrarisch bedrijf aan de Laarstraat 20.

2.4

Vertaling naar bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan heeft voor wat betreft fase 1 de vorm van een ‘globaal eindplan’. Dit betekent dat in het plan directe, maar niet gedetailleerde bestemmingen zijn opgenomen, op grond waarvan een directe bouwtitel geldt. De bestemmingen hoeven dus niet eerst nog uitgewerkt of gewijzigd te worden. Enerzijds biedt het plan flexibiliteit voor de verdere uitwerking van het Ontwikkelplan in een stedenbouwkundig plan, anderszijds liggen de door de gemeenteraad gestelde kaders vast. Voor fase 2 is sprake van een wijzigingsbevoegdheid. Het Ontwikkelplan op hoofdlijnen, zoals opgenomen in afbeelding 2.4, alsmede de uitwerking ervan in de vorm van een stedenbouwkundig plan, zoals opgenomen in afbeelding 2.5 (d.d. 3 mei 2023), vormt de onderlegger voor de verbeelding van dit bestemmingsplan. Op deze verbeelding zijn binnen het plangebied de belangrijkste functies, namelijk Groen, Tuin, Wonen en Verkeer – Verblijfsgebied aangeduid. Binnen deze bestemmingen vindt de stedenbouwkundige uitwerking plaats. De grondgebonden woningen mogen – in tegenstelling tot de appartementengebouwen - overal binnen de bestemming Wonen worden gerealiseerd. Appartementen mogen alleen worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding ‘gestapeld’. Voor alle woningen is een maximale bouwhoogte voorgeschreven.

Voor grondgebonden woningen is een bouwhoogte van maximaal 11,5 meter vastgelegd. Voor de appartementengebouwen in het middengebied geldt een maximale bouwhoogte van 17 meter en voor het westelijke appartementengebouw bedraagt de maximale hoogte 14 meter. De groene ‘wiggen’ die zijn opgenomen in het Ontwikkelplan en het voorlopige stedenbouwkundige plan zijn aangeduid als bebouwingsvrije zone. In de regels van het plan is bepaald dat ter plaatse van deze aanduidingen een zone van 10 meter vrijgehouden moet worden van bebouwing. Zo worden de beoogde doorzichten in het plan juridisch geborgd.

14

Door het plangebied loopt een ondergrondse gastransportleiding. Hiervoor is een dubbelbestemming opgenomen, waarbinnen een bouwverbod geldt. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van het realiseren van voldoende waterberging. In voorliggend bestemmingsplan worden maximaal 300 woningen mogelijk gemaakt. Daarbij geldt het volgende kwalitatieve programma 2: • Sociale huur < € 633,25 per maand: 15%. • Middeldure huur, € 752,33 tot € 900,- per maand: 10%. • Betaalbare koop, < € 210.000,- V.O.N.: 20% • Middeldure koop, € 210.000,- tot € 355.000,- V.O.N. (NHG grens): 25%. • Dure koop, > € 355.000,- V.O.N. (NHG-grens): 30%. Bovenstaande verdeling laat zien dat minimaal 70% van het totale woningbouwprogramma moet worden gerealiseerd in het betaalbare segment. Minimaal 45% van het programma moet voorzien in het goedkope segment, bestaande uit de categorieen sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop. Dit is juridisch geborgd via de regels van dit bestemmingsplan. In de artikelsgewijze toelichting (paragraaf 5.2) wordt de juridische regeling per bestemming nader toegelicht.

2

Genoemde prijzen volgen de jaarlijks vastgestelde NHG-grens en wordt dienovereenkomstig aangepast. Deze woningverdeling

is conform het Ontwikkelplan en betreft prijspeil 2021.

15

3.

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio’s vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. Planspecifiek De NOVI heeft geen directe doorwerking op onderhavig bestemmingsplan.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AmvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan is in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgenomen. Planspecifiek Binnen het plangebied spelen geen nationale ruimtelijke belangen. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. 3.1.3 Ladder voor Duurzame Verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Op 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken.

Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

16

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 300 woningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is dus ladderplichtig. Planspecifiek Op 8 maart 2023 is de Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen ondertekend. De Woondeal 2.0 behelst een langjarige samenwerking tussen overheden, woningcorporaties en marktpartijen zoals beleggers, (bouw)ontwikkelaars, vervoersmaatschappijen en zorgverlening. Naast de gemeenten Arnhem en Nijmegen zijn ook gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar betrokken bij de Woondeal 2.0. Aanleiding voor de Woondeal 2.0 zijn de toenemende woningtekorten en de complexiteit van de stedelijke vraagstukken. De Woondeal 2.0 is een pakket met afspraken met het ministerie van BZK, de (gemeenten uit) regio Arnhem-Nijmegen en de provincie Gelderland. Doel van de Woondeal 2.0 is om tot een gezamenlijke inzet van instrumentarium en middelen te komen om opgaven op de woningmarkt op te pakken.

De Woondeal 2.0 bevat een zestal kernafspraken, waaronder de woningbouwopgave, en de versnelling en betaalbaarheid hiervan. De Woondeal 2.0 moet ervoor zorgen dat er sneller en meer betaalbare huur- en koopwoningen worden bijgebouwd. Nationaal wordt daarom ingezet op de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven dat hiervan minimaal 2/3 deel betaalbaar is. In vervolg op deze nationale ambitie zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en de provincie Gelderland over de realisatie van 100.000 woningen tot en met 2030. Aan de Woondeal 2.0 ligt een regionale woningmarktmonitor ten grondslag, evenals het woningmarktonderzoek Arnhem - Nijmegen (d.d. 14 maart 2023), waarin de woningbehoefte in de regio is gekwantificeerd en gekwalificeerd. Daarin is ook de woningbouwopgave per gemeente geduid. In onderstaande tabel is af te lezen dat de woningbehoefte in de gemeente Duiven in de periode tot en met 2030 in totaal 780 woningen bedraagt. Met ondertekening van de Woondeal 2.0 is door de betreffende gemeentebesturen afgesproken om plannen te maken voor 130% van de woningen die op grond van genoemd onderzoek tot 2030 nodig lijken te zijn. Dit is afgesproken omdat in het verleden is gebleken dat sommige woningbouwplannen na verder onderzoek niet door kunnen gaan en die plannen daardoor dus uitvallen.

Door nu plannen te maken en locaties te zoeken voor 900 tot 1.200 woningen, wordt meer zekerheid geboden om ook daadwerkelijk alle woningen te bouwen waar behoefte aan is. De gemeente monitort jaarlijks of dit aantal op koers ligt.

17

Tabel Woningbouwopgave per gemeente (Woondeal 2.0), opgave van de gemeente Duiven

In de gemeenten Duiven en Westervoort is de realisatie van woningen sterk achtergebleven bij het gemiddelde in de regio. In beide gemeenten is een aanzienlijke versnelling in de woningproductie nodig om in de ontwikkeling van de woningbehoefte te voorzien. Met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan de versnelling van woningbouw, door (maximaal) 300 woningen mogelijk te maken op de locatie Plakse Weide. In de Woondeal 2.0 wordt daarnaast gesproken over het realiseren van minimaal 50% betaalbare woningen. Op de locatie Plakse Weide wordt een aandeel van 70% betaalbare woningen gerealiseerd. Dit plan draagt bij aan de doelstellingen van de Woondeal 2.0 Regio Arnhem – Nijmegen door een antwoord te bieden op de actuele kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar woningbouw binnen de gemeente Duiven. Geconstateerd is dat de gemeente Duiven met uitsluitend de benutting van inbreidingslocaties niet kan voldoen aan de geconstateerde vraag naar woningen. Om die reden is in 2020 onderzoek gedaan naar uitbreidingslocaties voor woningbouw om zo wél aan de geconstateerde behoefte tegemoet te kunnen komen. In de door SVP verrichte ruimtelijke verkenning is onderzoek gedaan naar drie mogelijke uitbreidingslocaties voor woningbouw, te weten Biezenkampen, Ploen Noord en Plakse Weide.

Uit de verkenning bleek dat op basis van een eerste analyse op hoofdlijnen woningbouw op deze locaties mogelijk is. Op 1 juni 2021 zijn de locaties Plakse Weide en De Ploen-Noord door de gemeenteraad aangewezen als uitbreidingslocaties voor woningbouw op de korte termijn. Belangrijke voorwaarde om medewerking te verlenen aan het mogelijk maken van woningbouw op deze locaties, is dat wordt voldaan aan de kaders en uitgangspunten die door de gemeenteraad zijn geformuleerd. Op 5 juli 2022 heeft de gemeenteraad besloten in principe medewerking te verlenen aan woningbouw op Plakse Weide onder de in het principebesluit geformuleerde voorwaarden. Het Ontwikkelplan, dat aan het raadsbesluit ten grondslag lag,dient als ruimtelijk en programmatisch kader voor de verdere uitwerking van het gebied en ligt ten grondslag aan voorliggend bestemmingsplan.

18

Afbeelding 3.1 Woningbehoefte naar eigendom, woonvorm en prijsklasse 2022 t/m 2030 (Woonbehoefteonderzoek 2022-2040, Companen, 14 maart 2023)

Plakse Weide is, naast een aantal inbreidingslocaties, één van de twee aangewezen uitbreidingsbouwlocaties voor de korte termijn en de verwachting is dat de woningen op Plakse Weide de eerste nieuwbouwwoningen op een uitbreidingslocatie zullen zijn die worden toegevoegd. Het plan sluit aan bij de behoefte uit het woonbehoefteonderzoek en past binnen de lokale woningbouwafspraken uit het provinciale Actieplan Wonen (zie paragraaf 3.2.3) en de regionale woonagenda’s (zie paragraaf 3.3.1 en 3.3.2). Het plan voor Plakse Weide omvat 70% betaalbare woningen en 30% duurdere twee-onder-een kapwoningen en vrijstaande woningen. Dit sluit ook aan op de landelijke doelstelling uit de Nationale Woon- en Bouwagenda (2022) om tweederde van de nieuwbouwwoningen in het betaalbare segment te realiseren. Dit programma is een aanvulling op het bestaande aanbod in Duiven, waardoor de bestaande woningmarkt ontlast wordt. Er wordt ingespeeld op de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt en biedt kansen voor zowel starters als doorstromers. Dit leidt tot een betere balans van de woningvoorraad in de toekomst. Voor Plakse Weide wordt naast betaalbare woningen ook ingezet op doorstroom- en levensloopbestendige producten als twee-onder-een kapwoningen en vrijstaande woningen.

Het plangebied van Plakse Weide ligt weliswaar in het buitengebied van Duiven, maar wordt aan twee zijden omsloten door bestaande bebouwing. Daarnaast wordt het gebied aan de oostzijde begrensd door de Oostsingel (N810), waardoor het een logische afronding vormt van het stedelijk gebied van Duiven. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan op passende wijze invulling geeft aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland. Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor

19

forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat wil de provincie bereiken door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel wordt ingezet op 49% CO2 reductie in 2030. • Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. • Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. • Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief. Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden. Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt. Een krachtige economie De ‘oude’ economie van ongelimiteerde groei verandert in een economie die in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker. De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp.

Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie – clustering van economische activiteit, maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging. Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad als in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend. Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de economische kracht van de Gelderse regio’s. Daarnaast vraagt een goed vestigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Het uitnutten van de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en deze dragen duurzaam bij. • Het positioneren van Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers. Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben; • Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland.

Het versterken van de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. • Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken. De provincie zoekt actief naar interessante transformaties, zoals de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren naar woningen. Blijvend verbonden Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn. Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen

20

en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto’s en deelauto’s. Ook het belang van snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig. Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is. Systemen moeten meebewegen met nieuwe ontwikkelingen en deze ook faciliteren. Mobiliteit moet verder verduurzaamd worden. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Een optimale bereikbaarheid van Gelderland door onderlinge aansluiting van vervoersmogelijkheden en verplaatsingen te faciliteren. In 2050 dient de mobiliteit in Gelderland volledig duurzaam te zijn in termen van energie, klimaat, circulair en biodiversiteit. • Het creëren van slimme en duurzame oplossingen voor het verbinden van mensen, goederen en data. Daaronder wordt ook begrepen het beter benutten van bestaande infrastructuur en gedragsverandering. De opties tussen weg, rail en water worden zorgvuldig en duurzaam afgewogen. • Het stimuleren en faciliteren van nieuwe vormen van vervoer en verplaatsing. Dit kan bijvoorbeeld door autonoom rijden. Planspecifiek De Omgevingsvisie doet geen specifieke uitspraken met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling.

In de stedenbouwkundige uitwerking wordt rekening gehouden met de ruimtelijke, landschappelijke en groene kwaliteiten van de omgeving, waarmee recht wordt gedaan aan de locatie. De nieuwbouw in het plangebied wordt gasloos gerealiseerd. Zodoende wordt bijgedragen aan het realiseren van een duurzame en toekomstbestendige omgeving. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De regels in de Omgevingsverordening (geconsolideerd 1 mei 2024) vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van het onderwerp 'Wonen' relevant.

Wonen In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De regionale woonagenda draagt bij aan een passende en goede woningvoorraad in de provincie. Planspecifiek De regionale woonagenda stuurt op een passende en goede woningvoorraad in de provincie. Dit plan draagt bij aan deze ambitie door het voorzien in de vraag naar woningbouw binnen de gemeente Duiven. Vanuit kwalitatief oogpunt is gekeken naar de lokale behoefte en woningvoorraad. Daaruit is gebleken dat er grote vraag is naar sociale en betaalbare woningen, met daarnaast doorstroomproducten in het duurdere segment. Het woningbouwprogramma dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt (70% betaalbaar), draagt bij aan het huidige woningaanbod in de gemeente. Daarbij is het plan getoetst

21

aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en tevens passend binnen het regionale woningbouwprogramma, zie voorts paragraaf 3.3.2. De woningen worden volgens de laatste regelgeving rondom duurzaamheid gerealiseerd en wordt aandacht besteed aan een passend ontwerp dat recht doet aan de locatie. De ontwikkeling voldoet zodoende aan de randvoorwaarden en regelgeving van de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.3 Actieplan Wonen 2020 – 2025 Het Actieplan Wonen 2020-2025 'sneller, betaalbaar, flexibel' is in maart 2020 vastgesteld. De provincie Gelderland heeft te maken met een urgente vraag naar woonruimte. In de provincie moeten er tot 2030 ruim 80.000 nieuwe woningen worden gebouwd. De provincie wil met dit Actieplan Wonen een bijdrage leveren aan de uitvoering van de bouwopgave. Drie doelen staan in dit actieplan centraal: 1. versnelling van de woningbouw (sneller); 2. meer betaalbare woningen (betaalbaar); 3. meer flexibele woonvormen (flexibel) In de komende vijf jaar wil de provincie de bouw van ongeveer 45.000 woningen versnellen, waarbij 14 actiepunten zijn benoemd: Acties 'Sneller': 1. 50 bouwprojecten versnellen. 2. Zachte plannen omzetten in harde plannen in de Food Valley. 3. Procedures versimpelen, bijvoorbeeld met betrekking tot stikstof. 4. Van leegstand naar wonen met SteenGoed Benutten. 5. Ondersteunen bij herprogrammering. 6. Bouw Academie oprichten. 7.

Conceptbouw ondersteunen. Acties 'Betaalbaar': 8. Subsidieregeling betaalbare woningen instellen. 9. Samenwerking voor midden huur stimuleren. 10. Doorstroomregeling sociale huur. 11. Verkenning: KoopGarantfonds oprichten. 12. Starterslening meefinancieren. Acties 'Flexibel': 13. Handboek en projectsubsidies Flexwonen. 14. 25 flexibele woningbouwlocaties benoemen. Het actieplan zorgt voor een betere beschikbaarheid en betaalbaarheid van sociale en middeldure huur- en koopwoningen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen uit het Actieplan Wonen. Met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan de versnelling van woningbouw, door maximaal 300 woningen mogelijk te maken op de locatie Plakse Weide. Daarbij wordt nadrukkelijk ingezet op betaalbaarheid: in dit plan worden hoofdzakelijk betaalbare woningen (70%) gerealiseerd. De overige woningen voorzien in een lokale behoefte aan meer doorstroomproducten, waaronder tweekappers en vrijstaande woningen. De woningbehoefte per regio is nader uitgewerkt in de regionale woonagenda’s. Plakse Weide maakt onderdeel uit van het gemeentelijke ‘bod’ richting provincie en daarmee ook van het Gelderse ‘bod’ aan het Rijk.

22

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Liemerse Woonagenda: de koers voor 2020 - 2025 De regio Liemers bestaat uit de gemeenten Doesburg, Duiven, Montferland, Westervoort en Zevenaar. De uitgangspunten uit de Liemerse woonagenda zijn: 1. We leggen de prioriteit bij inbreiding en vullen dat aanbod aan met uitleglocaties. 2. We zetten in op verduurzaming en vernieuwing van de woningvoorraad. 3. We sturen op de ‘groene’ kwaliteit van nieuwbouw. 4. Ruimte voor goede woningbouwplannen: maatwerk per kern voor aanvullend woningaanbod. 5. Ruimte voor goede woningbouwplannen: opgave in betaalbare woningbouw. 6. Woningbouwopgave en versnelling. Planspecifiek De woningvraag in de Liemers concentreert zich in de kernen langs de A12. Hoe dichter bij Arnhem, hoe groter de extra woningvraag uit Arnhem, daar is de druk op de woningmarkt groter dan in de Liemers. De regio kiest er dan ook voor om in de kernen langs de A12 en de spoorlijn, Westervoort, Duiven, Zevenaar en Didam de bouwopgave in de komende jaren te concentreren. Plakse Weide wordt in de regionale woonagenda als potentieel geschikt genoemd als nieuwe uitleglocatie voor 250-300 woningen. Voorliggende ontwikkeling past dus binnen de afspraken uit de regionale woonagenda. 3.3.2 Woondeal 2.0 Regio Arnhem – Nijmegen Op 8 maart 2023 is de Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen ondertekend.

De Woondeal 2.0 regio Arnhem-Nijmegen behelst een langjarige samenwerking tussen overheden, woningcorporaties en marktpartijen zoals beleggers, (bouw)ontwikkelaars, vervoersmaatschappijen en zorgverlening. Naast gemeenten Arnhem en Nijmegen zijn ook gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Montferland, Mook en Middelaar, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar betrokken bij de Woondeal 2.0. Aanleiding voor de Woondeal 2.0 zijn de toenemende woningtekorten en de complexiteit van de stedelijke vraagstukken. De Woondeal 2.0 is een pakket met afspraken met het ministerie van BZK, de (gemeenten uit) regio Arnhem-Nijmegen en de provincie Gelderland. Doel van deze Woondeal 2.0 is om tot een gezamenlijke inzet van instrumentarium en middelen te komen om opgaven op de woningmarkt op te pakken. De Woondeal 2.0 bevat een zestal kernafspraken, waaronder de woningbouwopgave, en de versnelling en betaalbaarheid hiervan. De Woondeal 2.0 moet ervoor zorgen dat er sneller en meer betaalbare huur- en koopwoningen worden bijgebouwd. Nationaal wordt daarom ingezet op de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven dat hiervan minimaal 2/3 deel betaalbaar is.

In vervolg op deze nationale ambitie zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en de provincie Gelderland over de realisatie van 100.000 woningen tot en met 2030. In paragraaf 3.1.3 is ingegaan op de inhoud van de regionale Woondeal en de wijze waarop Plakse Weide hieraan invulling geeft.

23

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Duiven Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Duiven vastgesteld. Deze visie vervangt de structuurvisie Duiven 2015. In de Omgevingsvisie van Duiven staat dat de gemeente streeft naar het behouden en versterken van een gezonde, veilige, vitale, duurzame, leefbare en aantrekkelijke leefomgeving. Voor nu én voor de toekomst. Om dit te bereiken heeft de gemeente deze Omgevingsvisie opgesteld als stip op de horizon voor de fysieke leefomgeving van Duiven, Groessen en Loo in 2040. Duiven is een gemeente met een dorps karakter en een goed ontwikkelde sociale samenhang, waar ruimte is voor fijn wonen en prettig werken in een dynamische regio. Duurzaamheid, een landschappelijk, agrarisch en groen karakter en veel ruimte voor natuur en milieu maken Duiven tot een unieke gemeente. Er is ruimte voor recreatie én voor circulair ondernemen vanwege de ligging langs een netwerk van spoor­, water­ en wegverbindingen. Planspecifiek In de Omgevingsvisie wordt aandacht geschonken aan de lokale woonvraag en bovenlokale vraag uit de regionale woningmarkt Arnhem, waar Duiven onderdeel van uitmaakt, die leidt tot de vraag naar nieuwe woonlocaties, ook in Duiven. In de eerste plaats streeft de gemeente naar inbreiding. Gelet op de grote behoefte aan woningen is inzetten op alleen inbreidingslocaties niet voldoende.

Naast het benutten van de inbreidingslocaties vindt de gemeente het daarom noodzakelijk om op korte termijn woningen op uitbreidingslocaties te bouwen. Op 1 juni 2021 zijn daarom de locaties Plakse Weide en Ploen Noord door de gemeenteraad aangewezen als uitbreidingslocaties voor woningbouw op de korte termijn. Plakse Weide is op de ‘basiskaart wonen’ uit de Omgevingsvisie dan ook opgenomen als ‘uitbreidingslocatie woningbouw’. Het plan past zodoende binnen de ambities en uitgangspunten uit de Omgevingsvisie. 3.3.2 Woonvisie 2021-2030 In de Woonvisie 2021-2030 houdt de gemeente Duiven rekening met de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt en wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de huisvesting van arbeidsmigranten, woonwagenbewoners en spoedzoekers. Drie centrale thema’s De gemeente heeft de ambities voor wonen in overleg met inwoners en de bij het wonen betrokken partijen vastgelegd rondom drie thema’s. De bij het wonen betrokken partijen zijn onder andere woningcorporaties, zorginstellingen en ontwikkelaars. Het gaat in de eerste plaats om het verbeteren van de kwaliteit van bestaande woningen en de leefbaarheid van wijken en dorpen. Verder zorgt de gemeente voor passende woonruimte voor diverse doelgroepen als starters, ouderen, zorgbehoevenden en eerder genoemde groepen. En uiteraard gaat de visie ook over het toevoegen van woningen.

De ambities bij de thema’s in de Woonvisie zijn uitgewerkt in meer duidelijke doelen op de middellange termijn en in de Woonagenda zijn de maatregelen en acties opgenomen waaraan de gemeente wil gaan werken. Grotere woningbehoefte De woningbouw in Duiven wordt snel opgevoerd om aan de grote woningwens te kunnen voldoen. Tot 2025 wil de gemeente 520 woningen bouwen, tot 2030 in totaal 900 woningen en tot 2040 in totaal

24

1.200 woningen. De gemeente faciliteert de grotere woningbehoefte volgens het principe “de juiste woning voor de juiste doelgroep, op de juiste plaats en op het juiste moment”. Duiven ziet de grotere aantallen woningbouw als een mogelijkheid om het woningtekort in te kunnen halen en zo de kans om een woning te kunnen huren of kopen voor eigen inwoners te vergroten. Dat betekent dat er voor deze grotere woningbehoefte gezocht wordt naar nieuwe woningbouwlocaties. Daarbij gaan inbreidingslocaties vóór nieuwe uitbreidingslocaties. Maar met alleen inbreidingslocaties heeft de gemeente onvoldoende mogelijkheden om te kunnen bouwen. De Woonvisie bevestigt dat er ook uitbreidingslocaties nodig zijn. Planspecifiek De locatie Plakse Weide wordt in de Woonvisie genoemd als versnellingslocatie. Dit plan draagt bij aan deze ambitie door het voorzien in de vraag naar woningbouw binnen de gemeente Duiven. Vanuit kwalitatief oogpunt is gekeken naar de lokale behoefte en woningvoorraad. Daaruit is gebleken dat er grote vraag is naar sociale en betaalbare woningen, met daarnaast doorstroomproducten in het duurdere segment.

Het woningbouwprogramma dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, waarvan minimaal 70% in het betaalbare segment wordt gerealiseerd (sociale huur, middendure huur, betaalbare koop en middeldure koop) en minimaal 45% in het goedkope segment (sociale huur, middeldure huur en betaalbare koop) complementeert het huidige woningaanbod in de gemeente. Het plan heeft de ladder voor duurzame verstedelijking positief doorlopen. De ontwikkeling past daarnaast binnen de woningbehoefte uit de Woonvisie. 3.3.3 Welstandsnota De gemeente heeft gebieden en categorieën van bouwwerken aangewezen. Het plangebied is nu aangeduid als landelijk gebied. Voor Plakse Weide wordt een separaat beeldkwaliteitsplan opgesteld, met daarin richtlijnen voor de beeldkwaliteit van bebouwing, de openbare ruimte en de overgangen tussen de bebouwing en de openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan wordt net als het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Het beeldkwaliteitsplan vormt daarmee een herziening van de Welstandsnota voor uitsluitend het gebied Plakse Weide en wordt daarmee een toetsingskader voor Omgevingsvergunningaanvragen. Daarmee voldoet het uiteindelijke bouwplan aan de welstandseisen van de gemeente. De welstandscommissie het Gelders Genootschap controleert dit en geeft hierover advies aan de gemeente. 3.4

Conclusie Gezien het voorgaande voldoet het bestemmingsplan aan het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.

25

4.

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Milieueffectrapportage

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan te worden aangetoond en moet worden onderbouwd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de milieuaspecten beschreven die voor dit bestemmingsplan relevant zijn. De resultaten en conclusies van de onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.1.1 Kader Het inwerkingtredingsbesluit wijziging Besluit m.e.r. is op 7 juli 2017 in werking getreden. In dit gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure omtrent de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Het besluit is aangepast omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat de drempelwaarden voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten onvoldoende recht deden aan de vraag of er sprake is van "aanzienlijke gevolgen voor het milieu". Het besluit is aangepast en de drempelwaarden zijn nu indicatief. Dat betekent dat als een project (ruim) onder de drempelwaarden blijft er wel een toetsing moet worden gedaan. Het bevoegd gezag moet zich er van vergewissen dat er daadwerkelijk geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn. Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw kan sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in D 11.2, kolom 1, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De drempelwaarden in het Besluit m.e.r. (kolom 2-'gevallen' in de D-lijst) zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn: in bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Er zal een toets moeten worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus altijd nodig als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. 4.1.2 Beoordeling en conclusie De beoogde ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject en komt voor in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het Besluit m.e.r. (categorie 11.2).

Hoewel de drempelwaarde (kolom 2) (bij lange na) niet wordt overschreden, dient evenwel een vormvrije m.e.r.beoordeling plaats te vinden.

26

In het kader van voorgenomen woningbouw op Plakse Weide is een aanmeldnotitie opgesteld, waarin de verschillende milieuaspecten gezamenlijk gewogen zijn. In deze aanmeldnotitie wordt aan de hand van de drie criteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), inzicht gegeven in de mogelijke milieueffecten van dit plan. De notitie is opgenomen als bijlage 2 bij dit bestemmingsplan. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat er geen belangrijk negatieve gevolgen voor het milieu te verwachten zijn als gevolg van de realisatie van maximaal 300 woningen en bijbehorende voorzieningen in het plangebied van dit bestemmingsplan. Het opstellen van een miieueffectrapport is niet noodzakelijk. Bij besluit van 12 juni 2023 hebben burgemeester en wet de aanmeldnotitie vastgesteld. 4.2

Verkeer en parkeren Bij het realiseren van een nieuwe functie dient gekeken te worden naar verkeersaspecten, zoals ontsluiting en bereikbaarheid, parkeren en verkeersveiligheid.

4.2.1 Parkeren Parkeerbeleid en -normering In totaal worden op de locatie Plakse Weide maximaal 300 woningen gerealiseerd. Om het aantal benodigde parkeerplaatsen inzichtelijk te maken, is door Goudappel een parkeeronderbouwing opgesteld. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 12. De belangrijkste conclusies worden hierna toegelicht. Op 18 april 2023 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan Parapluplan parkeren Duiven vastgesteld. De gemeente Duiven heeft hiermee haar parkeernormen vastgelegd conform het beleidsdocument ‘Parkeernormennota Duiven’ d.d. 3 februari 2018. Afhankelijk van de ligging ten opzichte van het centrum gelden verschillende parkeernormen. Daarnaast is onderscheid gemaakt in parkeernormen voor de verschillende functies en woningtypen. . De parkeernorm voor woningen is opgebouwd uit een bewonersdeel en een bezoekersdeel. Voor de woningen geldt op grond van de gemeentelijke parkeernormering een gemiddelde parkeernorm van 1,9 parkeerplaatsen per woning, waarvan 1,6 parkeerplaats voor bewoners en 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers. Voor het bezoekersdeel is in overleg met de gemeente Duiven maatwerk gehanteerd, omdat uit diverse onderzoeken kan worden geconcludeerd dat de bezoekersnorm van 0,3 parkeerplaatsen per woning, die algemeen door veel gemeenten wordt gehanteerd, in de praktijk vaak te hoog blijkt c.q. niet nodig is.

Op grond van de uitgevoerde onderzoeken naar parkeernormen in relatie tot autobezit wordt door Goudappel voor een gebied in de rest bebouwde kom (niet-gereguleerd gebied) daarom een parkeernorm van 0,15 in plaats van 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers van woningen geadviseerd. Om zekerheidshalve toch een marge aan te houden, is ervoor gekozen om voor gestapelde woningen een bezoekersnorm van 0,2 parkeerplaatsen en voor grondgebonden woningen een bezoekersnorm van 0,3 parkeerplaatsen te hanteren. Goudappel concludeert dat op basis van deze uitgangspunten ‘passende parkeernormen’ voor Plakse Weide worden gehanteerd. Op basis van het functieprogramma en de te hanteren parkeernormen conform bovenstaande uitgangspunten is de parkeerbehoefte berekend voor de toekomstige woningen in Plakse Weide. In de berekening is rekening gehouden met woningen, waarbij het parkeren op eigen terrein plaatsvindt en woningen zonder parkeren op eigen terrein. Vervolgens is de parkeerbehoefte inzichtelijk gemaakt aan de hand van aanwezigheidspercentages.

27

Parkeerbehoefte Plakse Weide De toekomstige parkeerbehoefte op Plakse Weide is door Goudappel in vier scenario’s inzichtelijk gemaakt: ongewogen, de werkdagavond (maatgevend moment), de werkdagnacht (piek bewoners), en de zaterdagavond (piek bezoekers). Voor zowel parkeren op eigen terrein als in openbaar gebied is de parkeeropgave op het drukste moment maatgevend. Conform gemeentelijk beleid bedraagt de parkeerbehoefte, die op eigen terrein opgelost moet worden, 173 parkeerplaatsen. Deze parkeerbehoefte is gedurende de werkdag in de nacht het grootst. Wanneer maatwerk (de door Goudappel geformuleerde passende parkeernormen, zie bijlage 12) wordt toegepast, bedraagt de parkeerbehoefte die op eigen terrein opgelost moet worden 168 parkeerplaatsen. Conform gemeentelijk beleid is de parkeerbehoefte, die in openbaar gebied gefaciliteerd moet worden, op het maatgevende moment (werkdagavond) 333 parkeerplaatsen. Wanneer Maatwerk (de door Goudappel geformuleerde passende parkeernormen, zie bijlage 12) wordt toegepast is de parkeerkeerbehoefte op het maatgevende moment (werkdagavond) 273 parkeerplaatsen. Inpassing van parkeren in het stedenbouwkundig plan Op Plakse Weide kunnen op grond van dit bestemmingsplan maximaal 300 woningen worden gerealiseerd. In de rapportage van Goudappel is gerekend aan de hand van het stedenbouwkundig plan (versie d.d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=48117a1d-6d00-4d2a-93bf-de9e2cd3f13f