CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

6e. 201672278-Bijlagen 1 tm 22 bij toelichting BP De Ploen-Noord, Duiven

Politieke Avond 1 oktober 2024, gemeente DuivenBij agendapunt: 19.30 – 21.30 - Vaststelling bestemmingsplan De Ploen-Noord Duiven - ronde tafel21.509 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.15

Kadaster .......................................................................................................................................... 26

2.16

Library and Archives Canada (LAC) ........................................................................................ 26

2.17

Overige bronnen ........................................................................................................................... 27

3.

BRONNENANALYSE .......................................................................................................................... 28 3.1

Algemeen ........................................................................................................................................ 28

3.2

Chronologische gebeurtenissenlijst ....................................................................................... 28

3.3

Mijnenvelden .................................................................................................................................. 36

3.4

Ruimingen ontplofbare oorlogsresten (1945-heden) ....................................................... 36

4.

LUCHTFOTOANALYSE ..................................................................................................................... 40 4.1

Algemeen ........................................................................................................................................ 40

4.2

Resultaat luchtfotoanalyse ....................................................................................................... 40

4.3

Hoogteverschillen ........................................................................................................................ 45

5.

BEOORDELING EN EVALUATIE BRONNENMATERIAAL ....................................................... 46 5.1

Algemeen ........................................................................................................................................ 46

5.2

Indicaties ......................................................................................................................................... 46

5.3

Contra-indicaties .......................................................................................................................... 46

5.4

Leemten in de kennis .................................................................................................................. 46

5.5

Mogelijk aan te treffen (sub)soorten ontplofbare oorlogsresten .................................. 47

5.6

Beoordeling indicaties en horizontale afbakening verdacht gebied ............................ 47

5.7

Verticale afbakening verdacht gebied .................................................................................... 51

5.8

Advies ................................................................................................................................................ 51

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN .......................................................................................................... 52 BIJLAGEN ......................................................................................................................................................... 53

MANAGEMENTSAMENVATTING Ten behoeve van project De Ploen Noord in de gemeente Duiven staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. Binnen de kaders van het projectgebied zal een nieuwe woonwijk verrijzen. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt in de regelgeving een onderzoek ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) conflictperiode genoemd. Het onderzoek is uitgevoerd conform het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: CS-VROO-02, d.d. 19 juli 2023). Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied in Duiven zoals getoond in dit onderzoek. In de voor dit onderzoek conflictperiode geraadpleegde bronnen zijn enkele feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen. Geschutopstellingen, mangaten en/of andere militaire objecten Uit archiefstukken en luchtfoto’s blijkt dat de Duitse bezetter gedurende de oorlog in en rondom het projectgebied geschutopstellingen, mangaten en andere militaire objecten heeft aangelegd.

Het is aannemelijk dat ook de geallieerden tijdens de voorbereidingen op operatie Quick Anger in de eerste week van april 1945 gebruikt hebben gemaakt van dezelfde posities. Daarom kan op sommige plekken binnen het projectgebied achtergelaten geschutmunitie, klein-kalibermunitie, hand- en geweergranaten, alsmede munitie voor granaatwerpers worden aangetroffen. Op basis van EODDgegevens is het kaliber van de eventueel achtergelaten geschutmunitie 25 ponder (Brits), maar het is mogelijk dat ook Duitse kalibers (2 cm en 8,8 cm) worden aangetroffen. De maximale diepteligging van deze soorten ontplofbare oorlogsresten is bepaald op 2,50m-MV ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, ofwel 7,80m+NAP. Advies: Daar waar er bodemroering gaat plaatsvinden, zijn er beheersmaatregelen noodzakelijk. Afhankelijk van de voorgenomen werkzaamheden adviseert BeoBOM het volgende: Het laten uitvoeren van een opsporingsproces binnen de verdachte gebieden, zoals beschreven in het CS-OOO. Ten slotte adviseert BeoBOM ten zeerste om voorliggend rapport te overleggen aan de gemeente(n) waarbinnen het projectgebied is gelegen en waarop het onderzoek conflictperiode betrekking heeft. N.B.: Omwille van de volledigheid worden op het kaartmateriaal in en behorende bij deze rapportage mogelijk verdachte gebieden, indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond.

Deze signaleringen zijn niet noodzakelijkerwijze van invloed op de conclusies van dit rapport, maar tonen wel aan dat buiten de contouren van het projectgebied niet kan worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

5

BB23-417-OC-01

5 6

INLEIDING Projectnaam

Onderzoek OO - Conflictperiode

Project

De Ploen Noord

Opdrachtgever

Kragten B.V.

Projectadres

Westsingel, ter hoogte van perceel 14 te Duiven

Besteknr./opdrachtnr.

BB23-417-VO-01

Werkomschrijving

Uitvoering onderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode en samenstellen bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten conflictperiode conform het CS-VROO

Doelstelling

Uitvoering onderzoek OO conflictperiode

Uitvoerder

BeoBOM

Autorisatie rapportage en bodembelastingkaart Naam F.G.J. Barink

Functie Adviseur, senior deskundige opsporing ontplofbare oorlogsresten, bevoegd lid management

Paraaf

Naam T.D. Duurland MA

Functie Historisch Onderzoeker

Paraaf

J. Boelen MA

Senior Historisch Onderzoeker

Auteur(s)

5

Bodembelastingkaart Naam T.D. Duurland MA

Functie Historisch Onderzoeker/ Steller

J. Van der Velden MA MSc

GIS-operator

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

Paraaf

6

6

BB23-417-OC-01

1.

ALGEMEEN

1.1

Aanleiding

Ten behoeve van project De Ploen Noord in de gemeente Duiven staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. Binnen de kaders van het projectgebied zal een nieuwe woonwijk verrijzen. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal zoals gesteld in de Arbeidsomstandighedenwet gezorgd moeten worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient voorafgaande aan de geplande werkzaamheden een onderzoek naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten te worden uitgevoerd. Een dergelijk onderzoek wordt in de regelgeving een Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Conflictperiode (1939-1945) genoemd.

1

Voorliggend onderzoek is opgesteld conform de bij opdrachtverstrekking meest actuele versie van het vrijwillig CS-VROO (19 juli 2023). 1.2

Begrenzing onderzoeks- en projectgebied

Het projectgebied is begrensd op basis van de door opdrachtgever verstrekte gegevens en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Deze begrenzing wordt getoond in onderstaande figuur. Alle afbeeldingen waarop het projectgebied te zien is, zijn noord-zuid georiënteerd. Aan enkele afbeeldingen is ter verduidelijking een schaallat toegevoegd. Dit is gedaan om ook bij uitsneden de afstanden goed te kunnen inschatten. Tevens is een noordpijl toegevoegd aan de afbeeldingen waarbij dit als wenselijk wordt gezien.

5 6 Figuur 1: De begrenzing van het projectgebied te Duiven (groene kader).

1.3

Doel

Voorliggend onderzoek betreft een Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Conflictperiode. Een onderzoek conflictperiode heeft als doel te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen (indicaties) voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, en indien deze ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

7

BB23-417-OC-01

aanwijzingen bestaan, het verdachte gebied af te bakenen. Een dergelijk onderzoek bestaat zowel uit het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Het eindresultaat is voorliggende rapportage en een bijbehorende Gebeurtenissenkaart en Bodembelastingkaart OO Conflictperiode, waarop de op OO verdachte en onverdachte gebieden op basis van het onderzoek conflictperiode worden weergegeven. 1.4

Beperkingen

1

Met de opdrachtgever zijn geen beperkingen overeengekomen wat betreft de uitvoering van het onderzoek. 1.5

Terminologie

Voor het opstellen van Onderzoeken Conflictperiode en Na-Conflictperiode worden voor alle ontplofbare oorlogsresten-gerelateerde werkvlakken vijf gebieden onderscheiden. Voor de verduidelijking wordt dit onderscheid in onderstaande diagram weergegeven: Projectgebied – het gebied waarbinnen de reguliere werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit gebied wordt bepaald aan de hand van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Onderzoeksgebied – het gebied waarbinnen het onderzoek conflictperiode is uitgevoerd. Het CSVROO schrijft voor dat de rapportage tenminste de begrenzing van het onderzoeksgebied omvat. Als begrenzing van het te onderzoeken gebied heeft BeoBOM ervoor gekozen geen vaste buffer rond het projectgebied te nemen om te voorkomen dat gebeurtenissen over het hoofd worden gezien. Ten behoeve van ieder onderzoek conflictperiode wordt onderzocht op geografische relevante namen, dat wil zeggen dat de gebeurtenissen met betrekking tot de geografische locaties waarbinnen het projectgebied is gelegen worden onderzocht. Er wordt op die manier op bijvoorbeeld straat-, buurtschap-, plaats-, gemeente- en provincieniveau gezocht naar oorlogshandelingen en andere relevante gebeurtenissen.

De gevonden gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan een geografisch relevante locatie en mogelijk relevant zijn voor het projectgebied worden vervolgens gerapporteerd in het onderzoek conflictperiode. Ook wanneer deze gebeurtenissen na een nadere analyse geen invloed blijken te hebben op het projectgebied of de directe omgeving hiervan. Er wordt dus niet zozeer gekeken naar een vaste afstand (buffer) rondom het projectgebied, maar naar gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan bepaalde locaties die relevant zouden kunnen zijn voor het projectgebied. Omwille van het schetsen van een historische context (bijvoorbeeld het duiden van gebeurtenissen binnen een breder kader zoals een geallieerde operatie als Market Garden) kunnen ook gebeurtenissen op grote afstand van het projectgebied worden genoemd. Verdacht gebied conflictperiode – het deel van het onderzoeksgebied waarbinnen sprake is van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, op basis van het onderzoek conflictperiode. De totstandkoming wordt bepaald in hoofdstuk 5 (indien van toepassing). Opsporingsgebied – het gebied waar het verdachte gebied conflictperiode en het projectgebied elkaar overlappen.

Wanneer sprake is van een opsporingsgebied dienen aanvullende maatregelen te worden genomen, welke bijvoorbeeld kunnen bestaan uit een opsporingsproces als omschreven in het CSOOO, maar ook uit aanvullend bureauonderzoek (zoals een Onderzoek Na-conflictperiode) of andere beheersmaatregelen.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

8

BB23-417-OC-01

5 6

Onverdacht gebied conflictperiode – het gebied dat op de bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten niet als ‘verdacht gebied’ is aangemerkt, op basis van het onderzoek conflictperiode. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Figuur 2: Schematische weergave van de verschillende deelgebieden.

1

1.6 Niet gesprongen explosieven (NGE) vs. conventionele explosieven (CE) en OO In de praktijk worden vaak de termen NGE (Niet Gesprongen Explosieven) of CE (conventionele explosieven) gehanteerd wanneer men doelt op de omgang met ontplofbare oorlogsresten. NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. CE was de term waarmee binnen het WSCS-OCE gedoeld werd op: ‘Fabrieksmatig geproduceerde explosieven die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarop de richtlijnen van het WSCS-OCE van toepassing zijn.’ Binnen deze definitie vielen ook: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; wapens of onderdelen daarvan. Met de ingang van 2021 is het WSCS-OCE als het ware opgesplitst in twee nieuwe certificatieschema’s, te weten het CS-OOO (Certificatieschema Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten) en het CS-VROO (Certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten). Deze laatste heeft betrekking op het voorliggende onderzoek.

Onder ontplofbare oorlogsresten wordt verstaan alle achtergelaten ontplofbare munitie en nietgesprongen munitie zoals bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel d, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (1997). Artikel 4.10 luidt als volgt: Artikel 4.10. Ontplofbare oorlogsresten 1.

In dit artikel wordt verstaan onder: a. ontplofbare munitie: conventionele munitie die explosieve stoffen bevat als bedoeld in het protocol inzake ontplofbare oorlogsresten van 28 november 2003 (Trb. 2004, 227) met inbegrip van mijnen, valstrikken en andere mechanismen; b. achtergelaten ontplofbare munitie: ontplofbare munitie die tijdens een gewapend conflict niet is gebruikt, die is achtergelaten of gedumpt door een partij bij een gewapend conflict en al dan niet voor ontsteking zijn geprepareerd, van een ontsteking zijn voorzien, op scherp zijn gezet of anderszins voor gebruik zijn voorbereid;

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

9

BB23-417-OC-01

5 6

c.

niet-gesprongen munitie: in een gewapend conflict gebruikte ontplofbare munitie die ontstekingsgereed is, van een ontsteking is voorzien, op scherp is gezet of anderszins voor gebruik is voorbereid, en die niet tot ontploffing is gekomen; d. ontplofbare oorlogsresten: achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie. 2. In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld. 3. Indien het oriënterend onderzoek de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers niet uitsluit, wordt een nader onderzoek ingesteld. 4. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat gevaar bestaat voor de veiligheid of gezondheid van werknemers door de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, worden die ontplofbare oorlogsresten opgespoord of andere passende maatregelen getroffen om dit gevaar te voorkomen. 5.

Het opsporen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door een bedrijf dat voor de te verrichten arbeid in het bezit is van een certificaat opsporen ontplofbare oorlogsresten dat is afgegeven door Onze Minister [van Sociale Zaken en Werkgelegenheid] of een door hem aangewezen certificerende instelling. 6. De arbeid ten behoeve van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door een daarvoor gekwalificeerde persoon die is geregistreerd in het Register veilig werken defensiemedewerkers of het Register veilig werken met explosieve stoffen, bedoeld in artikel 1.5j, eerste lid, onderdelen b of d, dan wel door een persoon van wie de beroepskwalificaties zijn gecontroleerd en toereikend bevonden overeenkomstig de artikelen 23, 27 en 28 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties en die deze arbeid verricht onder voortdurend toezicht van een daarvoor gekwalificeerde persoon die is geregistreerd in het Register veilig werken met explosieve stoffen. 7. Het ruimen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door explosievenopruimingseenheden van het Ministerie van Defensie. 8. Een bewijs van registratie en herregistratie in het Register veilig werken met explosieve stoffen dan wel een afschrift van een dergelijk bewijs is op de arbeidsplaats aanwezig. 9. Artikel 1.5ha is van overeenkomstige toepassing. 10.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede tot en met vijfde lid. Er worden de volgende 16 hoofdsoorten van ontplofbare oorlogsresten onderscheiden: Klein-kalibermunitie (KKM); Geschutmunitie; Handgranaten; Geweergranaten; Munitie voor granaatwerpers; Raketten; Afwerpmunitie; Submunitie; Onderwatermunitie; Landmijnen; Valstrikken; ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

10

BB23-417-OC-01

1

5 6

Explosieve stoffen; Vuurwerken; Vernielingsmiddelen; Ontstekingsinrichtingen; Toebehoren van munitie. 1.7

1

Eerder uitgevoerde onderzoeken

In het kader van dit onderzoek is nagegaan of in het verleden in, of in de nabijheid van, het projectgebied reeds (voor)onderzoeken door derden zijn uitgevoerd. Hiervoor heeft BeoBOM de volgende bronnen geraadpleegd: De VEO bommenkaart; Gemeenten waarbinnen het onderzoeksgebied is gelegen; ProRail indien in het onderzoeksgebied railinfrastructuur aanwezig is; Rijkswaterstaat, waterschap en/of provincie indien in het onderzoeksgebied infrastructuur aanwezig is die in het beheer van één of meerdere van deze organisaties is; Andere explosievenopsporingsbedrijven.1 Uit deze inventarisatie zijn onderstaande (voor)onderzoeken naar voren gekomen: Geel Explosive Clearance Group BV, Zonder titel (kenmerk: 116-013 d.d. 8 mei 2013) De opsteller heeft het onderzoeksrapport niet met BeoBOM gedeeld. Dit heeft geen consequenties voor de conclusies van voorliggend onderzoek, aangezien het rapport van Explosive Clearance Group BV is opgesteld volgens verouderde richtlijnen.

5 6

Figuur 3: De ligging van de verschillende (voor)onderzoeken van derden t.o.v. het huidige projectgebied (groen).

1 Onderzoeken uitgevoerd door andere explosievenopsporingsbedrijven worden niet altijd op verzoek gedeeld.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

11

BB23-417-OC-01

2.

ONDERZOEK CONFLICTPERIODE (1939-1945)

2.1

Inleiding en methode

Het bronnenonderzoek voor het onderzoek conflictperiode vindt plaats op basis van een inventarisatie van gebeurtenissen en informatie over de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (indicaties) of juist de afwezigheid daarvan (contra-indicaties). Voor het onderzoek dienen de relevante bronnen te worden geïdentificeerd en geraadpleegd. In elk geval dienen te worden geraadpleegd de in onderstaande tabel als ‘verplicht’ (conform de eisen van het CS-VROO) aangemerkte bronnen. De als ‘aanvullend’ aangeduide bronnen worden geraadpleegd indien daarvoor aanleiding bestaat. Onderstaande tabel is niet limitatief. In het vervolg van deze rapportage wordt gemotiveerd waarom een aanvullende bron wel of niet is geraadpleegd. De eventuele leemten in de kennis zijn gespecificeerd in paragraaf 4 van hoofdstuk 5.

Bron

Verplicht (CSVROO)

Aanvulle nd

Geraadpleegd

Paragraaf

Literatuur

√

√

2.2.

Gemeentearchief en provinciaal archief

√

√

2.3.

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)

√

√

2.4.

Nationaal Archief Den Haag (NA)

√

√

2.5.

Semi-Statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk (SSA)

√

√

2.6.

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)

√

√

2.7.

Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh

√

√

2.8.

Krantenberichten

√

√

2.9.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 575

√

√

2.10.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 409

√

The National Archives te Londen, gegevens aangaande luchtaanvallen door de Royal Air Force

√

The National Archives te Londen, gegevens aangaande artilleriebeschietingen / grondgevechten

2.10. √

√

2.11.

√

√

2.12.

National Archives and Records Administration II (NARA College Park, VS)

√

√

2.13.

√

Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal)

√

Héritage Canadiana, gegevens aangaande artilleriebeschietingen / grondgevechten

2.2

√

2.14. √

2.15.

√

2.16.

Literatuur

Ten behoeve van een onderzoek conflictperiode worden diverse literatuurbronnen geraadpleegd, zowel enkele standaardwerken als eventuele specifieke regionale informatiebronnen (macro- en microniveau). Conform het CS-VROO zijn de volgende (standaard)werken geraadpleegd:

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

12

5

2.11.

Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg

Getuigenverklaringen

2

BB23-417-OC-01

6

Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (2 delen, Den Haag 1970). Nierstrasz e.a. (Ministerie van oorlog, hoofdkwartier van de chef van de generale staf, krijgsgeschiedkundige afdeling), De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II (diverse delen, Den Haag 1952-1963). Tevens worden voor elk onderzoek conflictperiode geraadpleegd: Amersfoort, H. en Kamphuis, P., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (‘s-Gravenhage 2012). Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011).

V-wapens

en

militaire

2

Foreman, J., The Fighter Command War Diaries volume 5: July 1944 to May 1945 (z.p. 2005). Klep, C. en Schoenmaker, B., De bevrijding van Nederland 1944-1945: oorlog op de flank (’s Gravenhage 1995). Korthals-Altes, A., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940 – 1945 (Wormer 1984). Middlebrook, M. en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 19391945 (Surrey 2011). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln., z.p., z.j.). Specifiek voor het huidige projectgebied zijn daarnaast onderstaande literatuurbronnen verzameld en geraadpleegd: Bollen, H. en Vroemen, P, Canadezen in actie (Warnsveld 1994). Copp, Terry, Cinderella Army. The Canadians in Northwest Europe 1944-1945 (Toronto, Buffalo en Londen 2006).

5

Gerritsen, Bob, Duiven, Groessen, Loo. Uit de historie van drie Liemerse dorpen (Zevenaar 2013). Heugten, W.F.W.M. van, Th.M.J. Jonker en M.M. Rebholtz, Ik herinner me… Persoonlijke herinneringen aan de periode 1940-1945, verzameld door de Historische Kring Duiven-Groessen-Loo bij de gelegenheid van de herdenkingen in mei 1995 van het einde van de Tweede Wereldoorlog (Duiven 1995). Janssen, G.B., Oorlog over het Gelders Eiland (Zevenaar 1995). 2.3

Gemeentearchief en provinciaal archief

Ten behoeve van dit onderzoek conflictperiode is conform het CS-VROO een aantal archiefstukken uit het provinciaal en de relevante gemeentelijke archieven geïnventariseerd en geanalyseerd. Gedurende de oorlog was het projectgebied gelegen in de gemeente Duiven. Derhalve zijn de stukken uit het archief van deze gemeente geraadpleegd. Verder zijn stukken uit het provinciaal archief te Arnhem (Gelders Archief) geïnventariseerd en geraadpleegd. Conform het CS-VROO wordt in deze archieven altijd geprobeerd stukken met betrekking tot luchtbescherming, stukken met betrekking tot het ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

13

BB23-417-OC-01

6

ruimen van munitie en stukken met betrekking tot oorlogsschade te raadplegen. Verdere relevante stukken zoals politierapporten, brandrapporten, verdedigingswerken of stukken met betrekking tot huisnummering en vernummering worden ook geraadpleegd indien beschikbaar. De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht opgenomen, met vermelding van toegangsen inventarisnummers. Indien er staat aangegeven dat een dossier als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contraindicaties2 kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contra-indicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving die verder niets zeggen over de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied. Indien relevant is de gevonden informatie weergegeven in de tabel met chronologische gebeurtenissen in hoofdstuk 3.

2

Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg, locatie Duiven Archief van de gemeente Duiven [1923] 1940-1969 [1982]: toegangsnummer 1024 Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

1024

4

Huisnummerlijst

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

157

Oorlogsschade

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

355

Politierapporten

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

895

Ruiming

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

956

Verwoeste boerderijen

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

977

Puinruiming

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

Provinciaal Archief Het Gelders Archief, Arnhem (GAA) 0044. Tijdelijk Provinciaal Bestuur te Nijmegen, 1944-1945

Onder indicatie wordt verstaan: gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het onderzoeksgebied, of een gedeelte daarvan, verdacht is op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Een contra-indicatie betreft een gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het verdacht gebied, of een gedeelte daarvan, als onverdacht kan worden aangemerkt. Een gebrek aan informatie over oorlogshandelingen binnen een projectgebied in een verder compleet lijkend archief kan ook als contraindicatie worden beschouwd, aangezien dit er expliciet op wijst dat er geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. 2

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

14

BB23-417-OC-01

5 6

Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

0044

132

Stukken betreffende luchtbescherming en brandweerwezen, 19441945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

143

Stukken betreffende de wederopbouw van door oorlogshandelingen verwoest gebied, 1944- 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

0081. Stichting Herstel Gelderland, 1945 Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

0081

8

Inlichtingenstaten ten behoeve van een rapport aan de Regeering over den toestand in het getroffen gebied in de Provincie Gelderland op medio Februari 1946

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

1037. Militair Gezag in Gelderland Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

1037

39

Brandweer en luchtbescherming. Correspondentie 1944-45

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

62

Economische aangelegenheden. Oorlogsschade 1944-5

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

69

Stukken betreffende schade aan en wederopbouw van woningen en andere gebouwen

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

93

Correspondentie met en betreffende (oud-)verzetsorganisaties, Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, 1944-1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

94

Correspondentie met en betreffende (oud-)verzetsorganisaties, Overige, 1944-1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

175

Stukken betreffende het begraven en identificeren van gesneuvelde militairen

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

191

Stukken betreffende het opruimen van mijnen en munitie

Ja

252

Correspondentie met en betreffende (oud-)verzetsorganisaties, Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten

Nee, geen betrekking op ontplofbare oorlogsresten.

260

Rapporten Dienst Burgermijnopruiming

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

261

Dag- en weekrapporten mijnenruimen 1945

Ja

265

Situatieschetsen mijnenvelden 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

286

Militair Gezag Duiven

Ja

286

Stukken betreffende door gemeenten verstrekte opgaven van aangetroffen explosieven, L-Z, 1945

Ja

358

DMC Doetinchem: Stukken betreffende de geschiedschrijving

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

372

Districts Militaire Commissaris te Doetinchem. Stukken betreffende brandweer, luchtbescherming en mijnopruiming, 1945

Ja

379

DMC Doetinchem: Stukken betreffende openbare werken en wederopbouw

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

15

BB23-417-OC-01

2

5 6

Toeg.nr

2.4

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

383

DMC Doetinchem: Stukken betreffende militaire zaken

Nee, geen betrekking op ontplofbare oorlogsresten.

387

Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS)

Ja

518

Stukken betreffende de algemene toestand in diverse gemeenten, 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

4655

Stukken betreffende de wederopbouw, 1945-1946

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)

Ten behoeve van het onderzoek conflictperiode worden conform het CS-VROO in het NIOD ten minste de collecties van het Departement van Justitie (toegangsnummer 216k) en het Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077) geraadpleegd. In de collectie van het Departement van Justitie bevinden zich processen-verbaal met betrekking tot bomafworpen en andere luchtoorloggerelateerde gebeurtenissen in een aantal Nederlandse gemeenten. In de collectie van het Generalkommissariat bevindt zich een relatief compleet overzicht van bomafworpen en overige luchtoorloggerelateerde gebeurtenissen in Nederland tussen september 1940 en april 1941. Indien gemeentelijke archieven met betrekking tot luchtbescherming, bominslagen en luchtaanvallen ontbreken, wordt dit gebrek aan informatie gedeeltelijk opgevangen door dit archief.

2

Behalve bovengenoemde toegangen worden standaard enkele collecties geraadpleegd welke mogelijk aanvullende informatie bevatten over bijvoorbeeld luchtaanvallen en/of de aanwezigheid van Duitse troepen, troepenposities of verdedigingswerken (Groep Albrecht, 190a). Waar van toepassing (vaak afhankelijk van de locatie) worden ook aanvullende toegangen geraadpleegd. 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West) Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

077

1328

Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

1332

Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijke vliegeniers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen, 1940-1943

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

190a Groep Albrecht Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

190a

42

Map, bevattende fotografische reproducties van diverse door de groep Albrecht vervaardigde berichten, rapporten en schetsen, alsmede enkele microfilms, afkomstig uit de achterhoek 1945

Ja

43

Map, bevattende fotografische reproducties van diverse door de groep Albrecht vervaardigde berichten, rapporten en schetsen, alsmede enkele microfilms, 1945

Ja

115

Map, bevattende fotografische reproducties van diverse door de groep Albrecht vervaardigde berichten, rapporten en schetsen, alsmede enkele microfilms, 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

16

BB23-417-OC-01

5 6

Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

116

Map, bevattende fotografische reproducties van diverse niet nader gerubriceerde notities en berichten (merendeels in handschrift), afkomstig van de groep Albrecht, z.d.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

117

Map, bevattende fotografische reproducties van diverse niet nader gerubriceerde notities en berichten (merendeels in handschrift), afkomstig van de groep Albrecht (vervolg), z.d.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

122

Portefeuille, bevattende door de groep Albrecht verzamelde of vervaardigde schetsen, tekeningen, plattegronden e.d. van bunkers en andere verdedigingswerken, z.d..

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

123

Portefeuille, bevattende door de groep Albrecht verzamelde of vervaardigde schetsen, tekeningen, plattegronden e.d. van bunkers en andere verdedigingswerken, z.d.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

124

Portefeuille, bevattende door de groep Albrecht verzamelde of vervaardigde schetsen, tekeningen, plattegronden e.d. van bunkers en andere verdedigingswerken, z.d.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

140

Bevrijdingsrapporten, 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2

216k Departement van Justitie Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

216k

178

Dagboek van de Inspectie Luchtbescherming, 10 augustus 1942 – 12 april 1945

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

180-185

Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 - 28 april 1944

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

186

Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

637

Register van ingekomen en uitgaande telefonische berichten, 28 oktober - 8 december 1944

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

2.5

5

Nationaal Archief Den Haag (NA)

In het Nationaal Archief worden conform het CS-VROO standaard diverse collecties geraadpleegd, in het bijzonder de beide verplichte toegangen 2.04.53.15 (Binnenlandse Zaken/Rijksinspectie Luchtbescherming te Den Haag 1940-1943) en 2.13.167 (Bunkerarchief). Daarnaast zijn verschillende overige collecties welke betrekking hebben op bombardementen, oorlogsschade, verdedigingswerken en diverse andere onderwerpen geraadpleegd. 2.04.53.15 Inspectie Bescherming Bevolking Luchtaanvallen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.04.53.15

38

Ingekomen minuten en uitgaande brieven van en aan diverse overheidsinstellingen 1940-1941: Commissaris van de koningin in de provincie Gelderland

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

71

Meldingen en processen-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten, 1940-1941, Gelderland

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

17

BB23-417-OC-01

6

2.13.167 Inventaris van het archief van het 2e Geniecommandement, Bureau Registratie Verdedigingswerken van het Ministerie van Defensie (zgn. ‘Bunkerarchief’) Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.167

272 284

-

Blokkaarten van werken 1A t/m 7U

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

285 296

-

Overzichtskaarten

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2.13.71 Ministerie van Defensie te Londen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

2.13.71

1846

Rapporten Gelderland

betreffende

Relevant verdedigingsstelsels

in

Nederland:

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2

2.08.88 Bureau Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.08.88

136

Stukken betreffende de vergoeding van de kosten die uitgegeven zijn voor de ruiming van explosieven door gemeenten, 1940-1979.

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

2.13.210 Commissie van Proefneming Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.210

23

Staten onontplofte projectielen (1940)

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

24 t/m 26

Stukken ruimen (land)mijnen (1940-1941)

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

28

Onschadelijk maken NGE en vliegtuigbommen (1941-1942)

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

2.13.25 Militair Gezag Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.25

1540

Stukken rubricering geheim archief of GA. Sectie IV

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

1568

Rapporten censuurdienst PTT betreffende bominslagen.

Nee, geen aantoonbare betrekking op het projectgebied

2.6

Semi-Statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk (SIB)

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

18

BB23-417-OC-01

5 6

In het Semi-Statisch Informatiebeheer (SIB) van Defensie te Rijswijk is conform het CS-VROO in de collectie MMOD (Mijn- en Munitieopruimingsdienst) nagegaan of binnen of in de directe nabijheid van het projectgebied in de periode 1945-1947 ruimingen van ontplofbare oorlogsresten zijn uitgevoerd. 2.7

Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden

Sinds 1971 worden meldingen van ruimingen (MORA’s) 3 van ontplofbare oorlogsresten centraal geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD). De MORA’s uit deze periode zijn eveneens ondergebracht in het SIB te Rijswijk en worden op aanvraag als scan aangeleverd. Meldingen van ruimingen van na 2010 worden door de EODD alléén digitaal geregistreerd en in een excelbestand verstrekt. Deze zijn conform het CS-VROO in de rapportage verwerkt. Ten behoeve van de nauwkeurigheid en volledigheid wordt bij de aanvraag van MORA’s te allen tijde rekening gehouden met eventuele wijzigingen in de gemeentelijke indelingen in de periode 1971-2010 en mogelijk niet geheel correcte/foutieve registratie van de locatie (plaats/gemeente).

2

Om na te gaan of binnen, of in de directe nabijheid van, het projectgebied tevens sprake is van de aanwezigheid van mijnenvelden, worden conform het CS-VROO standaard ook de gegevens uit de collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten van de EODD geraadpleegd. Deze informatie kan op zichzelf dienen als indicatie of contra-indicatie voor het plaatsvinden van oorlogshandelingen, of als aanvulling/ter verificatie van andere bronnen. 2.8

Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh

Op basis van luchtfotoanalyse kan in veel gevallen een nauwkeuriger beeld ontstaan van de oorlogshandelingen die op een bepaalde locatie hebben plaatsgevonden en de sporen die deze mogelijk hebben achtergelaten. Sporen die zichtbaar kunnen zijn op luchtfoto’s van goede kwaliteit zijn bijvoorbeeld kraters door artillerie- of bominslagen, aangelegde stellingen, versperringen of beschadigde of vernielde bebouwing. Als deze sporen (correct) worden geïnterpreteerd, kunnen bijvoorbeeld inslaglocaties nauwkeuriger worden vastgesteld dan op basis van literatuur- of archiefonderzoek mogelijk zou zijn. Interpretatie van luchtfotomateriaal is niet altijd eenvoudig: door weersomstandigheden, grote opnamehoogte en andere factoren kan de beeldkwaliteit onvoldoende zijn. Luchtfoto’s blijven bovendien momentopnamen. Een bominslag kan bijvoorbeeld na enkele dagen door herstelwerkzaamheden al niet meer zichtbaar zijn. Om deze reden wordt altijd geprobeerd diverse luchtfoto’s van verschillende data en van goede kwaliteit aan te schaffen. Hoeveel luchtfoto’s beschikbaar zijn verschilt sterk per locatie.

Ten behoeve van dit onderzoek conflictperiode is conform het CS-VROO het beschikbare luchtfotomateriaal met betrekking tot de datums waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden geïnventariseerd in onderstaande luchtfotocollecties: Collecties ‘JARIC’ en ‘ACIU’ van de Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland / National Collection of Aerial Photography te Edinburgh; Wageningen UR te Wageningen;

3 MORA staat voor Melding, Opdracht, Ruimrapportage en Afdoening.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

19

BB23-417-OC-01

5 6

Kadaster te Zwolle; Laurier Military History Archive (LMH), Waterloo (Canada). Indien volstaan kan worden met luchtfoto’s uit Nederlandse archieven (Wageningen UR en het Kadaster), dan worden alleen deze archieven geraadpleegd. Mocht er aanvullend luchtfotomateriaal nodig zijn, dan wordt gebruik gemaakt van buitenlandse archieven. Voor de inventarisatie van luchtfotomateriaal in de buitenlandse luchtfotocollecties (JARIC en ACIU) wordt al dan niet gebruik gemaakt van de diensten van de Luftbilddatenbank gevestigd in Estenfeld, Duitsland. Door deze instantie wordt op aanvraag een overzicht verstrekt van beschikbaar luchtfotomateriaal waarbij tevens de kwaliteit en schaal is vastgelegd. Uit de geïnventariseerde luchtfoto’s zijn de meest geschikte foto’s geselecteerd. Bij deze selectie is rekening gehouden met dekking, opnamedatum in relatie tot de oorlogshandelingen, kwaliteit (eigen beoordeling) van het fotobeeld en de schaal. Het streven daarbij is luchtfoto’s te gebruiken van (kort) vóór een relevante gebeurtenis/oorlogshandeling, en van zo kort mogelijk ná de gebeurtenis. Een belangrijke voorwaarde is dat de foto van zodanige kwaliteit is dat een interpretatie op oorlogsschade mogelijk is. Om de betrouwbaarheid van de conclusies te vergroten is zo mogelijk luchtfotomateriaal van meerdere verschillende opnamedata gebruikt.

Over het algemeen kan worden gesteld dat hoe meer sprake is van (mogelijk) relevante oorlogshandelingen, hoe meer luchtfoto’s worden geraadpleegd. Wanneer geen sprake is van relevante oorlogshandelingen, kan worden volstaan met fotomateriaal van twee verschillende datums waarop de situatie binnen het projectgebied duidelijk zichtbaar is. Meestal wordt geprobeerd om dan een foto aan te schaffen van vóór militaire operaties in Nederland (vanaf 14 september 1944) en van ná de bevrijding van het projectgebied (verschillende data).

2

In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s) Sortie

Datum

Schaal

3174, 4174, 4175

106G-2816

12 september 1944

Onbekend Goed

100%

DOTKA Om de situatie in het projectgebied voor de belangrijkste oorlogshandelingen te kunnen beoordelen.

4414, 4415

106G-2999

19 september 1944

Onbekend Goed

100%

DOTKA Om de situatie in het projectgebied voor de belangrijkste oorlogshandelingen te kunnen beoordelen.

3047, 3048

4/1965

15 maart Onbekend Goed 1945

100%

DOTKA Om de situatie in het projectgebied voor de belangrijkste oorlogshandelingen te kunnen beoordelen.

3092

106G/LIB302 3 september 1945

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

1:15.000

Kwaliteit Dekking Bron

Redelijk 100%

20

LUFT

Motivatie

De foto toont de situatie in het projectgebied enkele maanden na de Tweede Wereldoorlog.

BB23-417-OC-01

5 6

Dekking luchtfotomateriaal

2

Figuur 4: dekking 12 september 1944 ten opzichte van het projectgebied.

5 6 Figuur 5: dekking 19 september 1944 ten opzichte van het projectgebied.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

21

BB23-417-OC-01

2 Figuur 6: dekking 15 maart 1945 ten opzichte van het projectgebied.

5 6

Figuur 7: dekking 3 september 1944 ten opzichte van het projectgebied.

2.9

Krantenberichten

Voor het onderzoek naar contra-indicaties in de vorm van explosievenruimingen in de periode 19401972 is conform het CS-VROO gezocht naar krantenberichten via www.delpher.nl en via de verzameling krantenknipsels uit het archief van de Hulpverleningsdienst (NA, toegang 2.04.110, zie paragraaf 2.5.). Bovendien is via Google gezocht naar eventuele aanvullende krantenberichten uit regionale en nationale dagbladen. 2.10 Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) collecties 409 en 575 Conform het CS-VROO zijn in het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) verschillende collecties geraadpleegd. Voor elk onderzoek conflictperiode wordt standaard onderzoek uitgevoerd in

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

22

BB23-417-OC-01

de collectie 575 ‘Duitse verdedigingswerken’ om na te gaan of binnen of in de nabijheid van het projectgebied sprake is van de aanwezigheid van verdedigingswerken en militaire objecten. Daarnaast wordt nagegaan of er in de meidagen van 1940 mogelijk grondgevechten of artilleriebeschietingen hebben plaatsgehad. Hiervoor wordt allereerst onderzoek uitgevoerd in de collectie 492 ‘De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II’. Indien hier aanwijzingen worden aangetroffen voor het plaatsvinden van troepenbewegingen, beschietingen en/of grondgevechten, worden in de collectie 409 ‘Gevechtsverslagen en -rapporten’ de relevante gevechtsverslagen van de (mogelijk) daarbij betrokken Nederlandse eenheden geraadpleegd. Omdat er voldoende informatie is over het achterwege blijven van gevechtshandelingen in Duiven in de meidagen van 1940, is de collectie 409 niet geraadpleegd. Collectie 422 P. Vroemen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

422

416

War Diary van de 49th (West Riding) Infantry Division

Ja

2

Collectie 492 De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II / De Groene Serie Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

492

6

De Krijgsverrichtingen ten Oosten van de IJssel en in de IJssellinie

Ja

Collectie 575 Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken (575-serie) Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

575

465

Datum: 06-12-1944; Schaal/code/blz.: E/1887/45; Omschrijving: Plattegrond verdedigingswerken bij Duiven, bijgevoegd verklaringslijst (koerier Spijker)

Ja

2.11

National Archives, Kew, Surrey

Conform het CS-VROO wordt voor elk onderzoek conflictperiode nagegaan of sprake is van luchtaanvallen uitgevoerd door één van de onderdelen van de Britse Royal Air Force, welke mogelijk invloed hebben op het projectgebied. De hierbij in beschouwing genomen periode is die van 10 mei 1940 tot en met 8 mei 1945. Er wordt onderzoek verricht in de relevante stukken van de vier belangrijkste onderdelen van de RAF, te weten:

6

Bomber Command; Coastal Command; Fighter Command/Air Defence Great Britain; Second Tactical Air Force. Het onderzoek in de stukken van de Royal Air Force is met name gericht op het vaststellen van het aantal, de hoofd- en subsoort(en), het gewicht en het type ontsteker(s) van zowel afwerpmunitie (vliegtuigbommen) als raketten die tijdens luchtaanvallen zijn ingezet, maar ook de inslaglocaties daarvan.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

23

5

BB23-417-OC-01

AIR 14 Air Ministry: Bomber Command: Registered Files. Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

AIR 14

26652680

Night Bomb Raid Sheets (May 1940 – May 1945)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

33603368

Day Bomb Raid Sheets (May 1940 – May 1945)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

31623198

Summaries of Form E Reports of bombs dropped on targets

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2

AIR 15 Air Ministry and Admirality: Coastal Command: Registered Files Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

AIR 15

766-771

Strike Sheets (April 1940 – September 1941)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

AIR 24 Air Ministry and Ministry of Defense: Operations Record Books, Commands Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

AIR 24

217280

Bomber Command Intelligence Reports and Intelligence Narrative of Operations, May 1940 – June 1944

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

284321

Bomber Command Intelligence Reports and Intelligence Narrative of Operations, July 1944 – May 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

625650

Appendices Fighter Command (September 1944 – April 1945)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

5

AIR 27 Air Ministry and successors: Operations Record Books, Squadrons Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

AIR 27

2431

No 74 squadron (1943 Jan 01 - 1950 Dec 31)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

1741

No 345 squadron

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

(1944 Feb.-1945 Nov)

AIR 37 Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

AIR 37

715

Second Tactical Airforce Daily Log (september – oktober 1944)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

716

Second Tactical Airforce Daily Log (November – December 1944)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

24

BB23-417-OC-01

6

Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

717

Second Tactical Airforce Daily Log (januari – februari 1945)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

718

Second Tactical Airforce Daily Log (maart – mei 1945)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

War Diaries geallieerde troepen Behalve stukken met betrekking tot de luchtoorlog, beheren de National Archives tevens rapporten en operationele dagboeken van het Britse leger. Wanneer sprake is van het mogelijk plaatsvinden van geallieerde artilleriebeschietingen, maar bijvoorbeeld ook grondgevechten (al dan niet van geringe omvang), wordt conform het CS-VROO onderzoek verricht in de collectie War Diaries, als het plaatsvinden of uitblijven van deze artilleriebeschietingen of grondgevechten niet voldoende door andere bronnen kan worden bewezen. De relevante War Diaries konden worden geraadpleegd in het de collecties van het NIMH. 2.12

2

Bundesarchiv/Militärarchiv

Conform het CS-VROO worden de collecties van de Luftwaffenführungsstab geraadpleegd voor informatie over luchtaanvallen en bombardementen, al dan niet uitgevoerd door de Luftwaffe. Het gaat om de onderstaande collecties, waarvan de RM7 een aanvulling vormt op de RL2. Deze collecties bevatten meldingen over bomafworpen op Nederlands grondgebied vanaf de Duitse inval op 10 mei 1940 tot 10 november 1941. RL 2 Luftlageberichte Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

RL2

205 t/m 269

Luftlageberichte mei 1940 t/m november 1941

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

RM7 Luftwaffenführungsstab, Luftlageberichte Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

RM7

344 t/m 353

Luftlageberichte augustus-november 1940

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2.13

The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA)

Conform het CS-VROO wordt de toegang RG18 World War II Combat Operations Reports 1941-1946 geraadpleegd in de National Archives and Record Administration. Indien uit deze toegang of uit andere bronnen blijkt dat het onderzoeksgebied getroffen is door luchtaanvallen met afwerpmunitie uitgevoerd door de United States Army Air Forces, worden de relevante inventarisnummers geraadpleegd, met als doel het vaststellen van het aantal, de hoofd- en subsoort, gewichtsklasse en het type ontsteker(s) van de afwerpmunitie die tijdens de desbetreffende luchtaanval is ingezet, en op de inslaglocaties daarvan.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

25

BB23-417-OC-01

5 6

Toeg.nr. RG18

Inv.nr. -

Omschrijving Geen relevante stukken aangetroffen

Relevant

In de collectie van NARA wordt tevens gekeken naar eventueel beschikbare geallieerde stafkaarten, waarop (Duitse) verdedigingswerken zijn ingetekend (zogeheten Defense Overprints). Deze kaarten zijn waar mogelijk gebruikt bij de analyse van het luchtfotomateriaal. Voor het projectgebied waren de volgende Defense Overprints beschikbaar: Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

RG 331

-

Defense Overprint Sheet A Rhine (15 Oct 44)

Ja

-

Defense Overprint Millingen (16 Dec 44)

Ja

-

Defense Overprint Millingen (2 Feb 45)

Ja

-

Defense Overprint Millingen (19 Mar 45)

Ja

Indien sprake is van het mogelijk plaatsvinden van artilleriebeschietingen en/of grondgevechten door Amerikaanse troepen die niet (voldoende) beschreven worden in overige bronnen, worden eveneens War Diaries van de betrokken eenheden geraadpleegd.

2

2.14 Getuigenverklaringen In overleg met de opdrachtgever wordt bepaald of getuigen worden gehoord. Dit wordt conform het CS-VROO gerapporteerd. Indien getuigen worden gehoord dient een schriftelijke getuigenverklaring te worden opgesteld en getekend door de getuige en / of door een vertegenwoordiger van de opdrachtgever die bij het horen van de getuige aanwezig is. Een getuigenverklaring wordt opgenomen als bijlage bij het rapport. Deze getuigenverklaringen staan los van getuigenverklaringen aangetroffen in bijvoorbeeld literatuur of archiefstukken. Voor het voorliggende onderzoek conflictperiode zijn er geen getuigen gehoord, daar er geen getuigen zijn aangedragen door de opdrachtgever/geen getuigen gevonden zijn. 2.15

Kadaster

In het kader van het onderzoek naar contra-indicaties wordt in elk geval naoorlogs kaartmateriaal uit het archief van het kadaster geraadpleegd met het doel om naoorlogse ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen, conform het CS-VROO. 2.16

Library and Archives Canada (LAC)

Wanneer uit het overige bronnenmateriaal blijkt dat binnen of in de nabijheid van het projectgebied sprake is van de mogelijke inzet van Canadese troepen, worden tevens Canadese War Diaries geraadpleegd. Wanneer mogelijk wordt dit gedaan via de website van Project 44 (https://map.project44.ca/), waarbij via een kaartweergave de positie van verschillende Canadese eenheden op verschillende data wordt weergegeven, inclusief de War Diary op die datum. Indien er op deze manier geen War Diaries beschikbaar zijn, wordt de collectie War Diaries – Second World War geraadpleegd op de website van Library and Archives Canada (LAC). Deze collectie bevat een veelheid aan War Diaries van Canadese eenheden die op het Europese vasteland zijn ingezet, op verschillende bevelniveaus. Daarnaast kan de collectie van Héritage Canadiana gebruikt worden voor dit doel. Voor voorliggend onderzoek conflictperiode zijn op project44.ca en/of in de collectie van het LAC en/of in de collectie van Héritage Canadiana onderstaande stukken geraadpleegd: ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

26

BB23-417-OC-01

5 6

Toeg.nr

Volume

Omschrijving

Relevant

RG 9 IIIC-3

4021

Operations - Orders - British units - 49th Division

Nee, geen betrekking projectgbied.

aantoonbare op het

R112, RG24

37831

11th Army Field Regiment, Royal Canadian Artillery

Nee, geen betrekking projectgbied.

aantoonbare op het

2.17

Overige bronnen

Ter aanvulling van de bronnen geraadpleegd conform het CS-VROO zijn tevens enkele relevante persberichten, websites, landkaarten en andere aanvullende bronnen geraadpleegd: ahn.nl; beeldbankwo2.nl; gahetna.nl; google earth; kadaster.nl; maps.google.com; pdok.nl; topotijdreis.nl; tracesofwar.com; vergeltungswaffen.nl; westervoort1940.nl; verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl.

2

5 6

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

27

BB23-417-OC-01

3.

BRONNENANALYSE

3.1

Algemeen

In dit hoofdstuk is het resultaat opgenomen van de beoordeling en evaluatie van het in het vorige hoofdstuk geïnventariseerde bronnenmateriaal. 3.2

Chronologische gebeurtenissenlijst

Hieronder is een overzicht opgenomen van de verschillende oorlogshandelingen die, blijkens de geraadpleegde bronnen, hebben plaatsgehad in (de omgeving van) het projectgebied. In de kolom ‘relevantie’ wordt besproken in hoeverre de gebeurtenis is beschouwd als zijnde van invloed op het huidige projectgebied en daardoor kan worden beschouwd als een indicatie of contra-indicatie voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Conform het CS-VROO worden de verschillende oorlogshandelingen/indicaties vertaald naar een locatie in de huidige topografie. Waar sprake is van onduidelijkheid of onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing of andere elementen van een melding/oorlogshandeling wordt dit beschreven. Locatieverwijzingen in bronnen worden ongewijzigd overgenomen, tenzij die onleesbaar of onduidelijk zijn. Eventuele twijfel over de daadwerkelijke locatie en de mogelijke betrekking op het projectgebiedwordt altijd toegelicht. Datum 10 mei 1940

Gebeurtenis In de vroege ochtend valt de Duitse Wehrmacht Nederland binnen. De IJsselbruggen bij Westervoort zijn een specifiek doelwit voor de Duitsers: ze hopen deze ongeschonden in te nemen om zo via Arnhem Nederland verder binnen te trekken. Daartoe stuurt de Duitse legerleiding Batallion zur besondere Verwendung 100, vermomd als Nederlandse militairen, op pad richting Westervoort, maar zij worden rond 03:00 uur ontmaskerd en 4 gevangengenomen bij Didam. Kort daarna passeert de Duitse hoofdmacht de Nederlandse grens. De gemeentes op het Gelderse Eiland vallen ongeschonden in Duitse handen.5 Pas bij Westervoort ontmoeten de Duitsers weerstand. Rond 04:45 uur besluit kapitein Heijnen de bruggen over de IJssel te laten springen: net op tijd, want er is al een Duitse pantsertrein verschenen voor de bruggen, en bovendien proberen tien á twintig Duitse militairen de bruggen te voet over te steken. Zij gaan mee de lucht in. Tegen de middag is de Nederlandse weerstand bij rond Westervoort gebroken en kunnen de Duitsers Arnhem bezetten.6 De gemeente Duiven wacht vijf jaar Duitse bezetting.

Relevantie Relevant. Het uitblijven van grondgevechten rond Duiven vormt een contraindicatie voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

https://www.westervoort1940.nl/ NIMH, toeg.nr. 492, inv.nr. 05; Janssen, Oorlog over het Gelders Eiland, p. 19-22. 6 https://www.westervoort1940.nl/ 5

28

5 6

4

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

3

BB23-417-OC-01

Datum

Gebeurtenis

Relevantie

In 1941 vinden er, voor zover bekend, geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats binnen of in de omgeving van het projectgebied.

Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van OO binnen het projectgebied.

In 1942 vinden er, voor zover bekend, geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats binnen of in de omgeving van het projectgebied.

Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van OO binnen het projectgebied.

In 1943 vinden er, voor zover bekend, geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats binnen of in de omgeving van het projectgebied.

Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van OO binnen het projectgebied.

Auteur Zwanenburg schrijft dat rond 16:50 uur een trein met brandbare vloeistoffen tussen Westervoort en Duiven door twee vliegtuigen wordt beschoten, waarbij de machinist, een leerling-machinist en een Duitse soldaat gewond raakten.7

Niet aantoonbaar relevant. Het is niet bekend of er mogelijk sprake is van ontplofbare oorlogsresten.

1941 1941

1942 1942

1943 1943

3

1944 7 mei 1944

Een ooggetuige meldt: “Toen die ongeveer bij Horst was (overgang aan de Horsterstraat), kwamen er ineens van achter ons jagers, Spitfires denk ik, en die doken op die trein. De trein kwam op station Duiven tot stilstand. Enorme rookwolken stegen op en ook het station brandde af.”8

Deze gebeurtenis wordt in slechts een enkele secundaire bron genoemd. De betrouwbaarheid van deze bron en van de gebeurtenis kunnen niet worden vastgesteld.

6

7

Zwanenburg, En nooit was het stil, 210. W.F.W.M. van Heugten, Th.M.J. Jonker en M.M. Rebholtz, Ik herinner me… Persoonlijke herinneringen aan de periode 1940-1945, verzameld door de Historische Kring Duiven-Groessen-Loo bij de gelegenheid van de herdenkingen in mei 1995 van het einde van de Tweede Wereldoorlog (Duiven 1995) 1. 8

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

29

5

BB23-417-OC-01

Datum

Gebeurtenis

Relevantie

Figuur 8: Bij station Duiven gaat op 7 mei 1944 een trein in vlammen op. Bron: Gerritsen, Bob, Duiven, Groessen, Loo. Uit de historie van drie Liemerse dorpen (Zevenaar 2013).

17-25 september 1944

7 oktober 1944

Operatie Market Garden, en dan met name de poging om de strategisch vitale Rijnbrug in Arnhem in handen te krijgen, loopt voor de geallieerden uit op een fiasco. Het front stagneert in Overbetuwe, tussen de Nederrijn en de Waal. In Duiven is het kanongebulder de komende maanden hoorbaar.

Niet relevant. Op luchtfoto’s van 1944 zijn geen verdedigingswerken of geschutsopstellingen nabij het projectgebied te zien.

Op luchtfoto’s van 17 en 19 september 1944 is rond het projectgebied nog geen militaire aanwezigheid waar te nemen. De daaropvolgende maanden verstevigen de Duitse bezetters de verdediging. Veel inwoners worden geëvacueerd.9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=9189f73e-b52e-4847-8f6c-e29b8e786154