6b. 201672278-Bijlagen 1 tm 22 bij toelichting BP De Ploen-Noord, Duiven
Tekst van het document
BTW NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
Nederland
Nederland
Parkeeronderzoek Ploen Noord www.goudappel.nl IBANDeNL09 INGB 0001Duiven 2746 32- 12 juli 2024
3801 7479
16
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Van Wanrooij Projectontwikkeling BV WAN012-0001 13 december 2023
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
Van Wanrooij Projectontwikkeling BV WAN012-0001 20231213-WAN012-RAP-AKO-WVL 2.3 Definitief 13 december 2023
Opsteller: MEV
-+C0MEV+-
Verificatie: T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
JSCHU Validatie: RVHE
© 2023 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
-+R0JSCHU+-
-+V0RVHE+-
INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.4
Situering .................................................................................................................................................................. 5 Omschrijving ............................................................................................................................................................. 5 Verkeersgegevens ...................................................................................................................................................... 6 Verkeersgeneratie ...................................................................................................................................................... 6 Rekenmethode .......................................................................................................................................................... 7
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.3 3.4
Wet geluidhinder........................................................................................................................................................ 8 Algemeen ................................................................................................................................................................. 8 Wegverkeerslawaai .................................................................................................................................................... 8 Cumulatie ................................................................................................................................................................. 9 Goede ruimtelijke ordening .......................................................................................................................................... 9 Gemeentelijk geluidbeleid .......................................................................................................................................... 10 Bouwbesluit ............................................................................................................................................................ 10
4.1 4.1.1 4.1.2 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3
Wet geluidhinder...................................................................................................................................................... 11 Cumulatie ............................................................................................................................................................... 11 Maatregelen ........................................................................................................................................................... 11 Goede ruimtelijke ordening ........................................................................................................................................ 13 30 km/uur-weg ...................................................................................................................................................... 13 Cumulatie ............................................................................................................................................................... 13 Nota geluidbeleid en nota hogere waarde ..................................................................................................................... 14
BIJLAGEN
3
1
INLEIDING In opdracht van Van Wanrooij Projectontwikkeling BV is door Kragten een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Aanleiding is het woningbouwplan gelegen aan de Westsingel in het noorden van Duiven. In verband met de realisatie van het plan wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is conform het gestelde in de Wet geluidhinder (Wgh) een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige geluidbronnen waarvan de zone het plangebied overlapt. De geluidbelasting is getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de relevante 30 km/uur-wegen in de directe nabijheid van het plan in het onderzoek betrokken. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven. Dit onderzoek is uitgevoerd onder toepassing van de wet- en regelgeving op datum van uitgifte van dit rapport. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Vanaf dan kunnen andere rekenmethodes, normen en toetsingen van kracht zijn waardoor dit onderzoek mogelijk (op onderdelen) dient te worden geactualiseerd.
4
2
UITGANGSPUNTEN
2.1
Situering Het plan is, ten tijde van het onderzoek, gelegen in buitenstedelijk gebied aan de Westsingel in het noorden van Duiven. In verband met het plan wordt de komgrens verplaatst waardoor het gehele plan binnen de bebouwde kom komt te liggen. Door de gemeente is aangegeven dat op basis van het bestemmingsplan hierover een besluit wordt genomen. Hier wordt in dit onderzoek ook van uitgegaan. In afbeelding 1 is de geografische ligging van het plan weergegeven.
Afbeelding 1 (paarse lijn)
Geografische ligging plangebied (rood kader) met ligging huidige planologische komgrens
Het plan is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de A12, Westsingel en de Graafsingel. Binnen het plangebied wordt een weg aangelegd. Deels wordt deze weg 50 km/uur en deels 30 km/uur. Het wegvak met 50 km/uur wordt meegenomen in het kader van de Wet geluidhinder; het wegvak met een snelheid van 30 km/uur wordt meegenomen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Het plan is verder niet gelegen binnen de wettelijke geluidzone van overige (spoor)wegen of industrieterreinen.
2.2
Omschrijving Het plan betreft de realisatie van een nieuw woongebied met diverse woningtypen. In totaal worden maximaal 130 woningen met bijbehorende wegen, groenstructuren en parkeerplaatsen gerealiseerd. In navolgende afbeeldingen is de indeling van het plangebied weergegeven.
5
Afbeelding 2 Beoogde indeling plangebied (bron: bestand 3460_VK_Ploen noord - Concept Ruimtelijk model 230830.pdf d.d. 30-08-2023)
2.3
Verkeersgegevens Voor de verkeersgegevens van Rijksweg A12 is gebruik gemaakt van het geluidregister1 van Rijkswaterstaat 2311-2023. Ook de aanwezige afschermende objecten zijn hieruit overgenomen. De verkeersgegevens voor de Westsingel en Graafsingel zijn gebaseerd op informatie verstrekt door de gemeente Duiven. De etmaalintensiteiten hebben betrekking op 2031 en zijn met 1% autonome groei per jaar opgehoogd naar het representatieve peiljaar 2035. In navolgende tabel zijn de verkeersgegevens samengevat. In bijlage B1 is een volledig overzicht van de verkeersgegevens weergegeven. Tabel 1
Verkeersgegevens (2035) Etmaalintensiteit Wegvak [mvt/etm] Westsingel 13.080 Westsingel – rotonde 12.841 Graafsingel 13.001
Type wegdek SMA 0/11* SMA 0/11* SMA 0/11*
A12 *Komt overeen met referentie wegdek
2.3.1
Snelheid [km/uur] 80 50 80 (rotonde – komgrens)
Geluidregister
Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie met bijbehorende snelheden is gebaseerd op het verkeerskundige onderzoek van Kragten2 en bedraagt 824 motorvoertuigen per etmaal (weekdag). Het woon-werk verkeer zich voornamelijk zal richten op de snelweg A12, waardoor de verdeling van het verkeer over noord en zuid naar inschatting 60% - 40% zal bedragen.
1 http://www.rws.nl/geotool/geluidsregister 2 Notitie ‘Verkeer en Parkeernotitie De Ploen Duiven’ d.d. 24-11-2023
6
Binnen het plan wordt een nieuwe weg aangelegd. De snelheid op deze weg zal tussen de aansluiting met de Westingel en de eerste kruising/T-splitsing 50 km/uur bedragen. Aangezien op deze weg alleen bestemmingsverkeer voor de nieuw te realiseren woningen wordt verwacht, is voor het aantal voertuigen op deze weg de totale verkeersgeneratie aangehouden. Voor de verdeling is aangesloten bij het VI lucht & geluid versie 4.0. Voor de wegdekverharding is uitgegaan van een standaard referentiewegdek. Vanaf de T-splitsing wordt de binnenplanse weg 30 km/uur en wordt voor de intensiteit 50 % van de verkeersgeneratie aangehouden. Dit deel van de weg is in het onderzoek meegenomen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Voor de verdeling is aangesloten bij het VI lucht & geluid versie 4.0. Voor een worstcase situatie is uitgegaan van een klinkerverharding in keperverharding De in het akoestisch onderzoek gehanteerde gegevens (verkeersgeneratie en autonoom) zijn in onderstaande tabel samengevat. Tabel 2
Verkeersgeneratie (2035) Wegvak
Westsingel Noord Zuid Westsingel – rotonde Graafsingel Nieuwe weg (50 km/uur wegvak) Nieuwe weg (30 km/uur wegvak)
2.4
Autonoom [mvt/etm]
Verkeersgeneratie [mvt/etm]
Autonoom + verkeersgeneratie [mvt/etm]
12.823 12.823 12.744 12.588 -
494 330 494 824 412
13.152 13.317 13.239 12.588 824 412
Rekenmethode De te verwachten geluidbelastingen vanwege het wegverkeer zijn bepaald conform Standaard Rekenmethode II zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Hiervoor is gebruik gemaakt van het computerprogramma Geomilieu, versie 2023.12. De omgeving van het plan is gemodelleerd overeenkomstig de aangeleverde tekeningen, de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Zachte gebieden, zoals groenstroken en bos, zijn ingevoerd als akoestisch absorberend (bodemfactor 1,0). Erven en tuinen zijn vanwege de combinatie van bestrating en beplanting als half-verhard gebied gemodelleerd (bodemfactor 0,5). Buiten de gemodelleerde bodemgebieden wordt gerekend met een standaard reflecterende bodem (bodemfactor 0,0). De geluidbelastingen zijn invallend bepaald op een rekenhoogte van 1,5 meter boven iedere verdiepingsvloer (uitgaande van een verdiepingshoogte van 3 meter). De ligging van de beoogde bebouwing is conform de beoogde indeling van het plangebied (zie afbeelding 2). De hoogte van de bebouwing en de rekenhoogten zijn afgestemd op de maximale bouwhoogte uit de verbeelding (11,5 meter voor de reguliere woningen en 17 meter voor de gestapelde woningen). In bijlage B2 zijn de ligging van de rekenpunten en de ingevoerde gebouwen weergegeven.
7
3
TOETSINGSKADER
3.1
Wet geluidhinder
3.1.1
Algemeen Conform het gestelde in de Wet geluidhinder wordt de geluidbelasting van een weg in de Europese dosismaat L day-evening-night (Lden, in dB) bepaald. De Wet geluidhinder geeft grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de geluidzone.
3.1.2
Wegverkeerslawaai Geluidzones Overeenkomstig artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft een weg een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de weg. De breedte van de zone wordt, overeenkomstig artikel 75 van de Wet, aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. De ruimte boven en onder de weg behoort ook tot de zone van de weg. Een weg is niet zoneplichtig indien deze is gelegen binnen een woonerf, of als voor de weg een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken (exclusief voorsorteer-, invoeg, of uitvoegstroken) van de weg en de stedelijke of buitenstedelijke ligging van de weg. In tabel 3 zijn de zonebreedtes samengevat. Gebieden binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de gebieden binnen de bebouwde kom gelegen binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, worden als stedelijk aangemerkt. Als buitenstedelijk gebied worden gebieden buiten de bebouwde kom, evenals het bovengenoemde uitgezonderde gebied binnen de bebouwde kom aangemerkt. Tabel 3 Breedte geluidzones aan weerszijden van de weg in meters Gebied Aantal rijstroken Stedelijk Buitenstedelijk
1 of 2 rijstroken 3 of meer rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Breedte geluidzones in meter (art. 74) 200 350 250 400 600
De A12 is buitenstedelijke gelegen en heeft 5 of meer rijstroken (zone breedte 600 meter). De Graafsingel en de Westsingel zijn buitenstedelijk gelegen en hebben 2 rijstroken (zonebreedte 250 meter). De binnen het plan aan te leggen weg (wegvak 50 km/uur) is binnenstedelijk gelegen met maximaal 2 rijstroken (zonebreedte 200 meter). Voorkeurswaarde en ontheffingswaarden In onderhavige situatie is sprake van nieuwe woningen in stedelijk gebied. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel van woningen bedraagt 48 dB (art. 82 Wgh). Onder bepaalde voorwaarden kunnen door het bevoegd gezag hogere waarden worden vastgesteld. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 63 dB in stedelijk gebied (art. 83, lid 2 Wgh). De maximale ontheffingswaarde bedraagt 53 dB voor de woningen ten gevolge van de A12 (art. 83, lid 1 Wgh). Indien niet aan de maximale ontheffingswaarde kan worden voldaan en maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de maximale ontheffingswaarde onvoldoende doeltreffend zijn of stuiten op
8
overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard, is het mogelijk om woningen te realiseren door het toepassen van dove gevels of gevels van geluidwerende schermen te voorzien. Aftrek artikel 110g Op grond van verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluidreducerende maatregelen aan de motorvoertuigen is te verwachten dat het wegverkeer in de toekomst minder geluid zal produceren dan momenteel het geval is. Binnen de Wet geluidhinder is in artikel 110g juncto artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 de mogelijkheid geschapen om deze vermindering van de geluidproductie in de geluidbelasting door te voeren.
Deze aftrek bedraagt: - 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; - 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; - 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de eerdergenoemde waarden; - 5 dB voor de overige wegen; - 0 dB bij de bepaling van de geluidwering van de gevel. De snelheid op de A12, Graafsingel en Westsingel bedraagt meer dan 70 km/uur, waardoor de aftrek afhankelijk is van de geluidbelasting. Op de binnen het plan aan te leggen weg bedraagt de snelheid maximaal 50 km/uur, waardoor de aftrek 5 dB bedraagt.
3.1.3
Cumulatie Artikel 110f van de Wet geluidhinder schrijft voor dat bij het vaststellen van hogere grenswaarden rekening gehouden dient te worden met cumulatie van meerdere geluidbronnen. De wijze waarop de cumulatieve geluidbelasting dient te worden bepaald is beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Deze rekenmethode wordt toegepast als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron. Allereerst dient te worden vastgesteld of van een relevante blootstelling door meerdere bronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die te onderscheiden bronnen wordt overschreden. In dat geval berekent de methode de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in hinderbeleving van de verschillende geluidsbronnen.
3.2
Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen van de relevante 30 km/uur-wegen inzichtelijk gemaakt. Tevens zijn de gecumuleerde ongecorrigeerde geluidbelastingen door het wegverkeer berekend. Voor de 30 km/uur-wegen worden de geluidbelastingen ter vergelijking beoordeeld aan de hand van de voorkeursgrenswaarde (48 dB) en de maximale ontheffingswaarde (63 dB) uit de Wet geluidhinder die geldt voor vergelijkbare gezoneerde (50 km/uur-)wegen, maar die formeel niet gelden voor deze wegen. Er wordt op deze manier getoetst of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De hoogste toelaatbare geluidbelasting voor nieuwe woningen in binnenstedelijk gebied bedraagt 63 dB (artikel 83 lid 2 van de Wgh). Tevens wordt aangesloten bij artikel 110g uit de Wet geluidhinder met betrekking tot de wettelijke aftrek. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt inzichtelijk gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op basis van de cumulatieve geluidbelasting. Voor de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de ‘methode Miedema’. In deze MilieuKwaliteitsMaat wordt de gecumuleerde ongecorrigeerde geluidbelasting geclassificeerd en beoordeeld op basis van klassen van 5 dB.
9
Tabel 4
Lden classificering volgens de methode Miedema
Geluidklasse Lden < 50 dB Lden 50 - 55 dB Lden 55 - 60 dB Lden 60 - 65 dB Lden 65 - 70 dB Lden > 70 dB
Beoordeling Goed Redelijk Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht
Indien de milieukwaliteit als goed of redelijk wordt beoordeeld is er sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Bij de beoordeling matig of slecht dient te worden bezien of met maatregelen de geluidbelasting doelmatig kan worden teruggedrongen.
3.3
Gemeentelijk geluidbeleid Het gemeentelijk geluidbeleid wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website of op de overheidswebsite voor lokale wet- en regelgeving (www.overheid.nl). De gemeente Duiven heeft een beleidsplan op 19 januari 2010 een beleidsplan opgesteld. Hierin3 is vastgelegd onder welke voorwaarden kan worden meegewerkt aan het vaststellen van een hogere waarde.
3.4
Bouwbesluit Overeenkomstig artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 volgt dat een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering heeft met een minimum van 20 dB. Conform artikel 3.3, eerste lid van het Bouwbesluit 2012, blijkt dat bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit, de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie bepaald volgens de NEN 5077 niet kleiner mag zijn dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidbelasting voor wegverkeer en 33 dB. Artikel 3.3. van het Bouwbesluit is niet van toepassing op woningen die niet zijn gelegen binnen een zone van een weg.
3 Gemeentelijk geluidbeleid Duiven | Nota hogere grenswaarde | gemeente Duiven | 19 januari 2010 en Gemeentelijk
geluidbeleid Duiven | Nota geluidbeleid | gemeente Duiven | 19 januari 2010
10
4
RESULTATEN
4.1
Wet geluidhinder In tabel 5 zijn de maatgevende geluidbelastingen per gebouw en per weg weergegeven inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. Voor een volledig overzicht van de rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage B2. Tabel 5 Weg
Geluidbelasting 2035 (Lden, inclusief aftrek artikel 110g Wgh) Gebouw Lden (dB) G01 59 G02 56 G03 57 G04 49 Westsingel G06 52 G07 50 G22 53 Overige gebouwen <48 Graafsingel Alle <48 G01 50 G03 50 G06 49 A12 G07 49 G10 49 G13 49 Overige gebouwen <48 Nieuwe weg G03 53 Overige gebouwen <48
Ten gevolge van het wegverkeer op de Westsingel, de A12 en de nieuw aan te leggen weg (wegvak met snelheid 50 km/uur) wordt de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder overschreden. De maximale ontheffingswaarden voor stedelijk gebied (63 dB) en voor de A12 (53 dB) worden gerespecteerd. Ten gevolge van verkeer op de Graafsingel wordt de voorkeursgrenswaarde wel gerespecteerd. In paragraaf 4.1.1. zijn maatregelen beschouwd ter reductie van de geluidbelasting. Voor een volledig overzicht van de rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage B2.
4.1.1
Cumulatie Ter plaatse van een aantal gebouwen wordt de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van meerdere wettelijke geluidbronnen niet gerespecteerd. Ter plaatse van het plangebied is de cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van alle gezoneerde geluidbronnen berekend. De maximale cumulatieve geluidbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt 61 dB. Er is geen wettelijk toetsingskader voor de beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatieve geluidbelasting (inclusief 30 km/uur-weg) in paragraaf 4.2 berekend. Daarbij wordt de cumulatieve geluidbelasting beoordeeld aan de hand van methode Miedema (beschreven in paragraaf 3.2).
4.1.2
Maatregelen De voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt ter plaatse van het plangebied door het verkeer op de A12, de Westsingel en de nieuwe weg niet gerespecteerd.
11
Bronmaatregelen A12 De Rijksweg A12 is een autosnelweg. Het terugdringen van de verkeersintensiteit en/of het verlagen van de maximumsnelheid op deze weg stuit op bezwaren van verkeerskundige aard, bovendien is hiervoor de medewerking van Rijkswaterstaat benodigd. Beide maatregelen kunnen als onrealistisch worden aangemerkt. Het wegdek van de is reeds voorzien van een geluidreducerend wegdek (1 en 2 laags zoab). Westsingel Het terugdringen van de verkeersintensiteit en/of verlagen van de maximumsnelheid de Westsingel (een buitenstedelijke weg) stuit op bezwaren van verkeerskundige aard. Door toepassen van geluidreducerend wegdek, zoals een dunne deklaag B, kan de geluidbelasting met maximaal 3 dB worden verlaagd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt dan nog steeds overschreden. Vanuit financieel oogpunt is de aanleg van stiller wegdek nabij een kruising (die wordt aangelegd om het plangebied te ontsluiten) niet wenselijk in verband met de snelle slijtage door afslaand verkeer (met een lengte van circa 200 meter met een wegbreedte van 7 meter). De levensduur van een stiller wegdek bedraagt gemiddeld 8 jaar en voor een standaard wegdek gemiddeld 15 jaar. De kosten voor een stiller wegdek zijn daarmee twee keer zo hoog als bij een normaal wegdek, op basis van een projectlevensduur van 50 jaar.
De berekening van de kosten van het vervangen van het wegdek is weergegeven in bijlage B3. Tevens wordt gezien de functie van Westsingel (toegangsweg van het dorp Duiven van en naar de A12) het niet gewenst geacht dat deze weg vaker dan nodig voor bepaalde tijd open wordt gebroken en niet toegankelijk is. Tevens wordt opgemerkt dat de ontwikkelaar geen invloed heeft op het aanbrengen van een nieuw wegdek op de Westsingel en hier medewerking vanuit de gemeente voor nodig is de gemeente dien hier verder afwegingen in te stellen of het aanleggen van een stiller wegdek gewenst is. Nieuwe weg De verkeersintensiteit op deze weg volgt uit de verkeersgeneratie van het plan. Enkel door het aanleggen van een extra ontsluiting van het plan kan de intensiteit op het relevante wegvak verlaagd worden. Dit is binnen de beoogde stedenbouwkundige opzet geen optie. Het verlagen de snelheid op de ontsluitingsweg van het plangebied naar de Westsingel is vanuit verkeerskundige onderbouwing van het CROW niet wenselijk. Het snelheidsverschil (80 km/uur naar 30 km/uur) is daarin vanuit verkeersveiligheid niet wenselijk. Dit is tevens beschreven in de “Verkeer en Parkeernotitie De Ploen Duiven” behorende bij dit onderzoek2.
Vanuit financieel oogpunt is de aanleg van stiller wegdek nabij een kruising (die wordt aangelegd om het plangebied in te gaan) niet wenselijk in verband met de snelle slijtage door afslaand verkeer. De levensduur van een stiller wegdek bedraagt gemiddeld 8 jaar en voor een standaard wegdek gemiddeld 15 jaar. De kosten voor een stiller wegdek zijn daarmee twee keer zo hoog als bij een normaal wegdek, op basis van een projectlevensduur van 50 jaar. Door toepassen van geluidreducerend wegdek, zoals een dunne deklaag B, kan de geluidbelasting met maximaal 3 dB worden verlaagd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt dan nog steeds overschreden. Het aanbrengen van een stiller wegdek zal de exploitatie van het project dusdanig beïnvloeden dat hiermee de haalbaarheid van het project mogelijk in het geding komt. Overdrachtsmaatregelen A12 Het is mogelijk om nabij de A12 een scherm te plaatsen. De afstand tot de hoofdrijbaan van de A12 bedraagt circa 600 meter. De relevante akoestische zichthoek bedraagt 127° en zal sprake zijn van een onderzoeksgebied voor de schermen van meer dan 2 km. Bij een schermhoogte van 2 meter bedragen de kosten
12
dan al minimaal 1 miljoen euro en bedraagt de geluidbelasting ten gevolge van de A12 nog steeds meer dan de voorkeursgrenswaarde (maximaal 49 dB). Westsingel Om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeurswaarde kan afscherming worden gerealiseerd aan de oostzijde van de Westsingel. Met een scherm van 7,5 meter hoog en 150 meter lang wordt nog steeds niet voldoende reductie bereikt om bij alle woningen te voldoen aan de voorkeurswaarde (maximale geluidbelasting bedraagt dan 54 dB). De initiatiefnemer beschikt niet over alle gronden waar het geluidscherm gerealiseerd dient te worden (alleen het perceel A-2092 en het perceel van de gemeente A-1057). Het plaatsen het scherm is alleen mogelijk als medewerking wordt verleend van de eigenaren van deze gronden. Met het plaatsen van het scherm wordt een mogelijke toegang naar het plangebied geblokkeerd en wordt het zicht vanuit het plan ontnomen en stuit daarmee op bezwaren van landschappelijke aard. Het plaatsen van geluidschermen van dergelijke afmetingen is in stedelijke situaties meestal ongewenst en stuit op bezwaren van stedenbouwkundige aard en is het niet voldoende doelmatig. Tevens zullen de kosten van een dergelijke afscherming (ingeschat op € 562.500,- uitgaande van € 500,-- per m2) stuiten op bezwaren van financiële aard.
Het is wel mogelijk om ter plaatse van de woningen lokale erfafscherming te realiseren (tevens verwerkt in afbeelding 2). Een erfafscherming heeft een gemiddelde hoogte van 2 meter en is volgens de planindeling circa 10 meter lang. Aan de oostzijde ter hoogte van de grens van de parkeerplaatsen met het groen (100 meter lang) is het mogelijk om een scherm te plaatsen van circa 2 meter hoog. Dit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt nog wenselijk. De kosten van een dergelijk scherm worden ingeschat op €100.000. De geluidreductie bedraagt maximaal 3 dB ter plaatse van de begane grond; ter plaatse van de overige verdiepingen vindt geen geluidreductie plaats. De geluidbelasting ter plaatse van de begane grond bedraagt daarmee maximaal 54 dB (ter plaatse van gebouw G01) en is nog steeds sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Daarmee wegen de mogelijke kosten niet op tegen de geluidreductie en is een dergelijk scherm niet doelmatig. Bij bebouwing op minimaal 150 meter van de Westsingel wordt voldaan aan de voorkeurswaarde. Het verplaatsen van het plangebied circa 90 meter naar het oosten en zal vanuit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst zijn. Nieuwe weg Het plaatsen van een geluidscherm tussen de nieuwe weg en bebouwing binnen het plan stuit op bezwaren van stedenbouwkundige aard, gezien de afstand tot het gebouw en de weg dermate klein is.
4.2
Goede ruimtelijke ordening
4.2.1
30 km/uur-weg In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting op de nieuwe woningen ten gevolge van de nieuwe binnenplanse weg (wegvak 30 km/uur) berekend. De maximale geluidbelasting ten gevolge van deze weg (49 dB ter plaatse van de westgevel van gebouw G13) bedraagt meer dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar minder dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB die de Wet geluidhinder voor 50 km/uur-wegen stelt. Deze geluidbelastingen zijn ruimtelijk aanvaardbaar, maar zijn in het kader van de vereiste gevelwering conform het Bouwbesluit 2012 meegenomen in de cumulatieberekeningen. Ter plaatse van de overige gebouwen wordt de voorkeursgrenswaarde wel gerespecteerd en is ten gevolge van de nieuwe 30 km/uur-weg sprake van een goede ruimtelijke ordening.
4.2.2
Cumulatie In navolgende tabel is per gebouw de hoogste cumulatieve geluidbelasting met de beoordeling van methode Miedema weergegeven.
13
Tabel 6 Cumulatieve geluidbelasting inclusief 30 km/uur-weg (exclusief aftrek artikel 110g Wgh) Gebouw Rekenpunt Gevel Lden (dB) Beoordeling geluidklasse G01 G01.T14 West 61 Tamelijk Slecht G02 G02.T02 West 59 Matig G03 G03.T02 West 59 Matig G04 G04.T18 West 54 Redelijk G05 G05.T14 Zuid 50 Goed G06 G06.T12 Noord 57 Matig G07 G07.T14 Noord 56 Matig G08 G08.T10 Zuid 51 Redelijk G09 G09.T13 Oost 50 Goed G10 G10.T10 Noord 56 Matig G11 G11.T01 West 51 Redelijk G12 G12.T16 Oost 53 Redelijk G13 G13.T01 West 56 Matig G14 G14.T05 West 48 Goed G15 G15.T06 West 48 Goed G16 G16.T01 Noord 52 Redelijk G17 G17.T07 West 49 Goed G18 G18.T01 Noord 52 Redelijk G19 G19.T07 Noord 51 Redelijk G20 G20.T02 Noord 51 Redelijk G21 G21.T03 Oost 48 Goed G22 G22.T04 West 56 Matig Ter plaatse van de woningen met een beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting van goed of redelijk is volgens Miedema sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De woningen met een beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting van matig hebben allen minimaal 1 gevel die te beoordelen is als goed of redelijk waardoor er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Geadviseerd wordt om wel zoveel mogelijk verblijfsruimtes (zoals slaapkamers) en buitenruimtes aan deze gevels te situeren. Voor gebouw G01 is de cumulatieve geluidbelasting te beoordelen als tamelijk slecht.
Niet voor alle rug-aan-rug woningen is het mogelijk om een gevel te hebben waar de cumulatieve geluidbelasting te beoordelen is als goed of redelijk. Geadviseerd wordt om ter plaatse van deze woningen maatregelen te treffen zoals lokale afscherming (bijvoorbeeld voorzetramen). Deze voorzetramen dienen te zorgen voor minimaal 4 tot 11 dB geluidreductie zodat ter plaatse van de achterliggende gevels voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Achter deze ramen is het mogelijk ramen of spuivoorzieningen te realiseren. Bij de opbouw van de woningen dient hier rekening mee gehouden te worden.
4.3
Nota geluidbeleid en nota hogere waarde In het gemeentelijk geluidbeleid zijn voorwaarden opgenomen waaraan moet worden voldaan voor het aanvragen van een hogere waarde procedure. Hoofdcriteria In artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder is bepaald dat een hogere grenswaarde alleen kan worden verleend als: ‘Toepassen van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, de weg of spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen onderscheidenlijk aan de grens van de betrokken geluidsgevoelige terreinen tot de ten hoogste toelaatbare
14
geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.’ Dit artikel houdt de gemeente Duiven aan als hoofdcriteria. De maatregelen ter verlaging van de geluidbelasting zijn beschreven in paragraaf 4.1.1 en stuiten op overwegende bezwaren. Gebiedsklasse De gemeente Duiven hanteert een gebiedsgerichte aanpak. Ieder gebied type heeft een geluidsklasse. De verschillende geluidsklasse zijn in afbeelding 3 weergegeven.
Afbeelding 3
geluidsklasse volgens het gemeentelijk geluidbeleid
Het plangebied is gelegen in het gebiedstype `Woongebied kern Duiven’. Voor wegverkeerslawaai geldt de geluidsklasse (bovengrens) ‘zeer onrustig’ (maximale geluidbelasting 58 dB) voor de eerstelijns bebouwing die langs een hoofdinfrastructuur, waar conform de Nota geluidbeleid Duiven de Westsingel onderdeel van uitmaakt. De bouwblokken G01, G02 en G03 (zie afbeelding 4) kunnen als gelegen langs deze hoofdinfrastructuur aangemerkt worden.
Afbeelding 4
Bebouwing langs hoofdinfrastructuur
Voor de overige woningen geldt de geluidklasse (bovengrens) ‘onrustig’ (maximale geluidbelasting 53 dB). De maximale geluidbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt 59 dB ter plaatse van de westgevel van gebouw G01 op een hoogte van 7,5 meter en valt daarmee in de geluidklasse “lawaaiig”.
15
Voor de woningen waar een hogere waarde voor aangevraagd dient te worden en vallen binnen de geluidklasse “onrustig” gelden de volgende voorwaarden; Indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stiller asfalttypen treffen). In paragraaf 4.1.1 zijn maatregelen beschouwd. Het toepassen van een stiller wegdek stuit op bezwaren van financiële aard of is niet voldoende doelmatig aangezien de voorkeurgrenswaarde ter plaatse van het plan nog steeds wordt overschreden. De maximaal toelaatbare geluidbelasting voor geluidklasse onrustig (ter plaatse van gebouw G01 t/m G03) wordt ten gevolge van de Westsingel dan nog steeds overschreden. Indien mogelijk de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woningen vergroten Voor het voldoen aan de voorkeursgrenswaarde dienen de woningen op minimaal 150 meter van de Westsingel af worden geplaatst. Vanuit stedenbouwkundige aspecten is dit niet wenselijk. In ieder geval dient bij de woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied (“rustig”: 43 dB) Voor iedere woning met een geluidbelasting tussen de 48 en 53 dB is dit mogelijk. Voor gebouw G01 t/m G03 is dit niet mogelijk. Ter plaatse van deze woningen is het wel mogelijk om lokale afscherming te realiseren (geluidluwe gevel), zoals een afgesloten balkon ter plaatse van het appartementengebouw.
Tevens worden diverse groenvoorzieningen aangelegd waar bewoners in een geluidsluwe omgeving (geluidbelasting <48) buiten kunnen zijn. Getracht wordt het stedenbouwkundig ontwerp zodanig vorm te geven om zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggend gebied te creëren. Gebouw G03 is een hoog appartementengebouw (maximaal 17 meter). Dit gebouw kan voor extra afscherming zorgen naar de achterliggende woningen. Vanaf de geluidklasse onrustig dient bij een aanvraag om bouwvergunning voor een woning en andere geluidgevoelige bestemmingen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het bouwbesluit. Dit kan worden uitgevoerd zoals in paragraaf 4.2 is aangegeven, wordt geadviseerd om hier uit te gaan van de cumulatieve geluidbelasting inclusief 30 km/uur-weg. Voor de woningen waar een hogere waarde voor aangevraagd dient te worden en vallen binnen de geluidklasse “zeer onrustig” (de rug-aan-rug woningen in gebouw G01 en G02 de appartementen in gebouw G03; zie afbeelding 4) gelden de volgende aanvullende voorwaarden; Rekening houden met de indeling van de woning: bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal een verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde (geluidbelasting bedraagt niet meer dan 48 dB) te worden gesitueerd; bij eengezinswoningen minimaal drie verblijfsruimten in de woning aan de geluidsluwe zijde.
Voor de woningen waar een hogere waarde van 54-58 voor aangevraagd dient rekening te worden gehouden dat verblijfsruimtes aan de geluidsluwe zijde gelegen dienen te worden. Een geluidluwe zijde kan worden gerealiseerd door lokale afscherming. Wanneer de woning een balkon heeft dan moet deze bij voorkeur afsluitbaar zijn zodat men zelf kan kiezen of men zich wil afzonderen van de hoge geluidbelasting. Bij de indeling van de gebouwen G01 t/m G03 dient hier rekening mee gehouden te worden. In het ontwerp van de gebouwen. Voor de woningen die geen balkon hebben is het mogelijk om lokale afscherming te realiseren zoals voorzetramen. Achter deze ramen is het mogelijk om te openen delen, zoals spuivoorzieningen of (kiep)ramen, te realiseren. Niet alle rug-aan-rug woningen in gebouw G01 en G02 hebben een geluidluwe buitenruimte gezien deze woningen alleen een “voortuin” hebben. Er worden echter wel diverse groenvoorzieningen aangelegd zoals tussen gebouw G22 en G18/G19. Hier kunnen diverse parkvoorzieningen worden aangelegd waarbij bewoners buiten kunnen zitten. Bij een aanvraag om bouwvergunning voor een woning en andere geluidgevoelige bestemmingen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het bouwbesluit.
Dit kan worden uitgevoerd zoals in paragraaf 4.2 is aangegeven wordt geadviseerd om hier uit te gaan van de cumulatieve geluidbelasting (inclusief 30 km/uur-weg). De buitenruimtes tuin of balkon worden bij voorkeur aan de geluidluwe zijde gesitueerd.
16
Zoals bij het tweede punt is beschreven, dient rekening te worden gehouden met afgesloten balkons. Wanneer de balkons worden afgesloten is het mogelijk om daar mee geluidluwe gevels(delen) ter realiseren. Zoveel mogelijk verblijfsruimtes (zoals slaapkamers dienen aan deze geluidluwe zijde te liggen Voor de woningen waar een hogere waarde voor aangevraagd dient te worden en vallen binnen de “lawaaiig” is volgens het gemeentelijk geluidbeleid geen hogere waarde mogelijk. Wanneer de geluidbelasting niet omlaag kan worden gebracht door maatregelen zoals in paragraaf 4.1.2 is beschreven is het mogelijk om ter plaatse van deze rekenpunten een dove gevel ter realiseren. Onder een dove gevel wordt verstaan; Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn. De karakteristieke gevelgeluidwering (zoals bedoeld in de NEN 5077) dient ten minste gelijk te zijn aan de geluidbelasting van de constructie minus 33 dB; Een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzonering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte. Een niet geluidgevoelige ruimte is bijvoorbeeld een verkeersruimte of opslagruimte. In het gemeentelijk geluidbeleid is het volgende beschreven over een dove gevel “De gemeente Duiven wil in beginsel geen dove gevels toelaten uit oogpunt van leefbaarheid.
In bijzondere situaties is maximaal één dove gevel toelaatbaar”. In onderhavige situatie gaat het om één geveldeel (3e bouwlaag gebouw G01). Hierbij gaat het om een mogelijke zolderverdieping, die en een gebruik als niet zijn verblijfsruimte (washok, opslagruimte, technische ruimte etc.). Ter plaatse van de overige gevels van deze verdieping (noord- en zuidgevel van gebouw G01) is het wel mogelijk om te openen delen te realiseren Naast mogelijke akoestisch maatregelen zoals hierboven beschreven zijn ook niet akoestische maatregelen mogelijk, zoals het aanleggen van groen, extra parkeerplaatsen. Binnen het plangebied worden diverse groene gebieden en fietsverbindingen aangelegd naar hoofdfietsstructuren. Hierdoor wordt het plangebied duurzaam ingericht voor de bewoners en heeft een positieve landschappelijk inrichting naar de aangrenzende woongebieden. Bij de aanvraag om een Omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen dient een onderzoek naar de geluidwering van de gevel gevoegd te worden waarbij de geluidwering van de gevel getoetst wordt aan de eisen uit het Bouwbesluit en het gemeentelijk geluidbeleid.
17
5
CONCLUSIE In opdracht van Van Wanrooij Projectontwikkeling BV is door Kragten een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Aanleiding is het woningbouwplan gelegen aan de Westsingel in het noorden van Duiven. In verband met de realisatie van het plan wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is conform het gestelde in de Wet geluidhinder (Wgh) een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige geluidbronnen waarvan de zone het plangebied overlapt. De planlocatie is gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zone van de Graafsingel, de Westsingel en een deel van de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg van het plangebied. De geluidbelasting is getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarden en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. A12, Westsingel en de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg Ten gevolge van het wegverkeer op de A12, Westsingel en de nieuw aan te leggen ontsluitingsweg bedraagt de geluidbelasting meer dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde (53 dB en 63 dB) wordt wel gerespecteerd. Maatregelen ten einde het verlagen van de geluidbelasting zijn onderzocht en stuiten op overwegende bezwaren.
Ter plaatse van een aantal gebouwen wordt de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van meerdere gezoneerde geluidbronnen niet gerespecteerd. Ter plaatse van het plangebied is de cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van alle gezoneerde geluidbronnen berekend. De maximale cumulatieve geluidbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt 61 dB. Er is verder geen wettelijk toetsingskader voor de beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting. Uit een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel zal moeten blijken of de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel (GA;k) voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit en het gemeentelijk geluidbeleid. Graafsingel Ten gevolge van het wegverkeer op de Graafsingel bedraagt de geluidbelasting niet meer dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting ten gevolge van de nieuwe binnenplanse weg (wegvak 30 km/uur) berekent. De maximale geluidbelasting bedraagt 49 dB ter plaatse van gebouw G13. Ter plaatse van alle overige gebouwen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Tevens is de cumulatieve geluidbelasting inclusief 30 km/uur-weg ter plaatse van het plangebied berekend.
Ter plaatse van het plangebied is de cumulatieve geluidbelasting te beoordelen in de volgende geluidsklasse volgens methode Miedema; De woningen met een beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting van goed of redelijk is volgens Miedema sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. De woningen met een beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting van matig hebben allen minimaal 1 gevel die te beoordelen is als goed of redelijk waardoor er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat, geadviseerd wordt om wel zoveel mogelijk verblijfsruimtes (zoals slaapkamers) en buitenruimtes aan deze gevels te situeren. Voor gebouw G01 is de cumulatieve geluidbelasting te beoordelen als tamelijk slecht. Niet voor alle rug-aan-rug woningen is het mogelijk om een gevel te hebben waar de cumulatieve geluidbelasting te beoordelen is als goed of redelijk. Geadviseerd wordt om ter plaatse van deze
18
woningen maatregelen te treffen zoals lokale afscherming, zoals voorzetramen. Achter deze ramen is het mogelijk kiepramen of spuivoorzieningen te treffen. Geluidbeleid en hogere waarde In het gemeentelijk zijn tevens geluidklasse beschreven voor het verlenen van een hogere waarde. Het plangebied is gelegen in het gebiedstype `Woongebied kern Duiven’. Voor onderhavig plan zijn de volgende geluidsklasse van toepassing: ‘Zeer onrustig’ (maximale geluidbelasting 58 dB) voor de eerstelijns bebouwing Voor deze categorie zijn aanvullende voorwaarden van toepassing. Aan deze voorwaarden kan worden voldaan. Bij de indeling van de woningen dient hierbij rekening te worden gehouden met een geluidluwe gevel. Deze kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld afgesloten balkons of lokale afscherming zoals voorzetramen ‘Onrustig’ (maximale geluidbelasting 53 dB) Voor deze categorie zijn aanvullende voorwaarden van toepassing. Aan deze voorwaarden, zoals een geluidluwe gevel en buitenruimte, kan per gebouw zonder extra maatregelen worden voldaan. De maximale geluidbelasting waar een hogere waarde voor aangevraagd dient te worden is 59 dB ter plaatse van gebouw G01 op 7,5 meter hoogte. Deze geluidbelasting is te beoordelen als Lawaaiig.
Voor deze geluidklasse zijn extra aanvullende eisen van toepassing en mogelijke niet akoestisch compenserende maatregelen, zoals het bevorderen van de landschappelijke indeling van het plangebied. De gevels op deze hoogte van de woningen kunnen ook mogelijk als dove gevel worden uitgevoerd (geen te openen delen of geluidgevoelige ruimtes achter de te openen delen). Mogelijke maatregelen (zoals lokale afscherming, afgesloten balkons en indeling van de woningen) waarmee voldaan kan worden aan het gemeentelijk geluidbeleid zijn onderzocht. Deze dienen met de planontwikkelaar worden afgestemd en vastgelegd worden in het bestemmingsplan/regels zodat deze gewaarborgd zijn. Na het verlenen van een hogere waarde door het bevoegd gezag, de gemeente Duiven, voor de A12 (maximaal 50 dB), de nieuwe binnenplanse weg (maximaal 53 dB) en de Westsingel (maximaal 58 dB) vormt het aspect wegverkeerslawaai geen belemmering voor het plan.
19
BIJLAGEN
B1 INVOERGEGEVENS
B1-1
Bijlage B1 Rapport: Model:
Invoergegevens
Lijst van model eigenschappen Wegverkeerslawaai
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
Wegverkeerslawaai mev #2|Wegverkeerslawaai|RMG-2012, wegverkeer|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
mev op 25-7-2023 mev op 6-12-2023 Geomilieu V2023.1
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Rekenoptimalisatie aan Zoekafstand [m] Aandachtsgebied Max.refl.afstand Standaard bodemfactor Openingshoek Max.refl.diepte Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Groepsresultaten Groepsresultaten Ja 5000 5000 -0,00 2 1 Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50
Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Kragten BV
6-12-2023 10:56:52
Bijlage B1
Invoergegevens
Commentaar 04-12-2023 15:04: Importeren Geluidregister Weg
Geomilieu V2023.1 rev 2 Licentiehouder: Kragten BV
6-12-2023 10:56:52