CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Bijlage 5 - 2015 43277 – Bestemmingsplan ‘Groessen en Loo’, toelichting.pdf

Raadsavond 15 februari 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Groessen en Loo'12.909 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan | Toelichting

Groessen en Loo

Gemeente Duiven

Datum: 22 december 2021 Projectnummer: 190134 ID: NL.IMRO.0226.BPGROESSENENLOO012-VS01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer

3 3 4 6

2

Bestaande situatie

7

2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding Ruimtelijke structuur Functionele structuur Beheer van de ruimte

7 7 11 14

3

Uitvoerbaarheid

18

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11

Inleiding Beleid Milieu Water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Verkeer en parkeren Externe veiligheid Luchtkwaliteit Economische uitvoerbaarheid Handhaafbaarheid

18 18 28 29 32 33 35 36 39 40 40

4

Wijze van bestemmen

41

4.1 4.2 4.3

Algemeen Methodiek Bestemmingen

41 41 42

5

Procedure

47

5.1 5.2 5.3

Voorbereiding Overleg Zienswijzen

47 47 47

Bijlage Bijlage 1 Advies veiligheidsregio Bijlage 2: Zienswijzennota

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Voor de kernen Groessen en Loo gelegen in de gemeente Duiven geldt het bestemmingsplan “Groessen en Loo” dat op 18 september 2007 onherroepelijk is geworden. Voorheen dienden bestemmingsplannen binnen 10 jaar te zijn geactualiseerd. Deze actualiseringsplicht is met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet echter vervallen. Omdat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet de gemeente Duiven wil beschikken over een up-to-date bestemmingsplan voor Groessen en Loo, vindt deze actualisering toch plaats. Daarnaast vormt het vigerende plan geen actueel beleidskader voor toekomstige ontwikkelingen en is het gebaseerd op de toen geldende inzichten voor wat betreft de regelgeving. Onderhavig bestemmingsplan heeft een geconsolideerd karakter, waarbij de huidige en/of actuele ruimtelijke situatie wordt vastgelegd. Hierdoor vinden er kleine wijzigingen plaats, zoals bijvoorbeeld bouwdieptes van woningen, aangezien de huidige situatie op enkele plekken afwijkt van het vigerende bestemmingsplan. Ook zijn verleende omgevingsvergunningen, daar waar nodig, vertaald in voorliggend bestemmingsplan.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied bestaat uit de woonkernen Groessen en Loo. Op onderstaande kaart zijn globaal de ligging en begrenzing van beide kernen weergegeven. Deze begrenzing vormt het plangebied. De woonkern Groessen is gelegen ten zuidoosten van de kern Duiven. De kern Loo ligt ten zuidwesten van Duiven. Loo is net als Groessen gelegen in het oeverwallengebied en grenst tevens aan de zuidelijke uiterwaarden.

Globale ligging kernen

3

1.3

Vigerende bestemmingsplannen Onderhavig bestemmingsplan vervangt het vigerende bestemmingsplan ''Groessen en Loo''. Het bestemmingsplan is onherroepelijk geworden op 18 september 2007.

Vigerend bestemmingsplan 'Groessen en Loo' (boven: kern Loo / onder: kern Groessen) Beide kernen hebben voornamelijk een woonbestemming, met verspreid liggend de bestemmingen 'Bedrijf', 'Maatschappelijk', 'Horeca', 'Detailhandel' en 'Groen'. Tevens vervangt onderhavig bestemmingsplan een klein gedeelte van bestemmingsplan "Buitengebied 2013", vastgesteld op 1 juni 2015.

4

Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' (gedeelte tussen Loostraat en Loodijk aan de westkant van Loo). Ook vervangt onderhavig bestemmingsplan gedeeltelijk het bestemmingsplan “Westreenen, Loostraat 40-42” vastgesteld op 14 maart 2011 voor zover het pand Loostraat 40, Schuttersveld 32 en Schuttersveld 34.

Vigerend bestemmingsplan ‘Westreenen, Loostraat 40-42’ rood omkaderd Loostraat 40, Schuttersveld 32 en Schuttersveld 34 In dit bestemmingplan wordt eveneens opgenomen fase 3 uit bestemmingsplan 'Diesfeldt' en kleine delen van bestemmingsplan 'Groessen' uit 1974 en uit 1984.

5

Voor de gemeente Duiven geldt ook het bestemmingsplan 'Archeologie', vastgesteld 31 mei 2009. Dit gemeentelijk archeologisch beleid blijft ter plaatse gelden naast dit bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 de beschrijving van het plangebied, waarin het ruimtelijk en functioneel aspect wordt besproken. In hoofdstuk 3 wordt de uitvoerbaarheid van het plan behandeld. Hierin wordt het beleid op Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk niveau beschreven. Daarnaast worden in dit hoofdstuk de milieuhygiënische aspecten behandeld. In hoofdstuk 4 is de wijze van bestemmen aangegeven. Er wordt beschreven hoe de verbeelding en de regels zijn opgebouwd en welke bestemmingen in het plan voorkomen. In het laatste hoofdstuk van dit bestemmingsplan wordt ingegaan op de procedure, die voorliggend bestemmingsplan doorloopt.

6

2 2.1

Bestaande situatie Inleiding Onderhavig bestemmingsplan omvat de bebouwde kom van de kernen Groessen en Loo in de gemeente Duiven. De kernen hebben beide een eigen karakteristiek en structuur. De ruimtelijke en functionele structuur worden in dit hoofdstuk beschreven.

2.2

Ruimtelijke structuur

2.2.1

Kern Groessen Groessen is een nederzetting gelegen op de oeverwal. Groessen heeft een zeer oude occupatiegeschiedenis (late IJzertijd en Romeinse tijd). Het huidige dorp is ontstaan in de Karolingische tijd. De nederzetting groeide tot aan 1900 zeer beperkt. Het omliggende landschap van Groessen is door zichtlijnen tussen de bebouwing vanuit het dorp merkbaar. De gemeenschappelijke weide ofwel 'gemeine Hütung' die vroeger de verbinding was tussen het dorp en de noordelijke weiden (De Veenslagen en Groessche Weide) is echter deels bebouwd met een garagebedrijf. De doorzichten en (het nog overgebleven deel van) de 'Hütung' zijn cruciaal voor de belangrijke relatie met het omliggende landschap en de ontstaansgeschiedenis van Groessen.

Luchtfoto kern Groessen (bron: www.google.nl)

7

Bebouwingsstructuur Kenmerkend voor Groessen is de historische lintbebouwing, met karakteristieke gebouwen, zoals de kerk, het karkas van de molen en de monumentale boerderijen (klein Rijswijk of Diesfeldt). De oude kerkpaden die de gebieden achter het dorpslint verbonden met het dorpshart zijn nog steeds herkenbaar. Het historisch dorpshart van Groessen ligt ter hoogte van de Dorpsstraat en is samen met de historische linten Leuvensestraat en Heiliglandsestraat beeldbepalend en karakteristiek voor Groessen. In de kern is sprake van een duidelijke verdichting van de historische bebouwing, die verder vrijwel alleen bestaat uit vrijstaande panden. In het centrum staat een van de oudste parochies uit de Liemers. De meest recente bebouwingsuitbreiding van Groessen, 't Diesfeldt, is te vinden in het zuidoosten van de kern.

Bebouwing Dorpstraat Groenstructuur De diverse entrees via de Heiliglandsestraat, Lijkweg en Achtergaardsestraat zijn allen op hun eigen wijze groen van aard. Het dorp is over het algemeen zeer groen door de ruime opzet en door de grote voortuinen. Groene plekken zijn tot diep in het dorp te vinden, zoals het park ten zuiden van de begraafplaats. Verkeersstructuur De verkeersstructuur van de kern Groessen bestaat met name uit de Dorpstraat, Heiliglandsestraat en de Achtergaardsestraat. De Dorpstraat is een ontsluitingsweg. Deze wordt niet alleen gebruikt door bestemmingsverkeer van en naar het Groessense hart, maar tevens door doorgaand verkeer vanuit de richting Zevenaar naar het Groessense buitengebied en Loo. Daarnaast ligt ten noorden van Groessen de spoorlijn Arnhem-Zevenaar. Tevens zijn door de aanleg van de Betuwelijn en langs sloten nieuwe fiets- en wandelpaden ontstaan. Parkeren vindt veelal plaats op eigen terrein of langs de openbare weg in de daarvoor bestemde parkeervakken. Op het Schuttersplein, aan de Dorpstraat ligt een ruime parkeerplaats.

8

Parkeerplaats Schuttersplein. 2.2.2

Kern Loo Net als Groessen is Loo een nederzetting gelegen op de oeverwal van de Nederrijn. De driehoekige structuur is kenmerkend langs bandijken. De ligging van de drie zijden van de driehoek - Loostraat, Husselarijstraat en Loodijk - bepaalt nog steeds de beleving van het dorp. Langs deze lijnen is het dorp ontwikkeld, waarbij het oudste deel rondom de kerk het dorpshart is. In dit (van oudsher) hart van Loo vindt vermenging plaats van bebouwing en het buitengebied.

Luchtfoto kern Loo (bron: www.google.nl)

9

Bebouwingsstructuur De relatie met het buitengebied is nog goed herkenbaar: het Looveld aan de noordzijde is door de ruimte tussen de bebouwing vanuit het dorp nog steeds zichtbaar. Bijzonder is dat het Looveld onbebouwd is gebleven. Aan de bebouwingslinten zelf is sprake van afwisselende bebouwing, met een verspringende rooilijn. De Loostraat en de Husselarijstraat zijn de belangrijkste bebouwingslinten, die vanaf de Loodijk landinwaarts naar elkaar toe lopen. De binnenkant van de driehoek is door toenemende bebouwing in de loop der tijd verdicht, maar kent nog steeds groene open plekken met zichtlijnen naar buiten toe. De linten vormen een duidelijk overgangsgebied van de kern Loo naar het buitengebied. De meest recente bebouwingsuitbreiding van Loo, Westreenen, is te vinden ten noorden van de Loostraat net buiten het plangebied.

Loostraat Groenstructuur Loo is een groen dorp. Het centrum van Loo kenmerkt zich door een aantal karakteristieke gebouwen, direct bij het huidige dorpsplein of daar dicht bij. Het dorpsplein is voorzien van enkele bomen met boomcirkels. Daarnaast zijn de meeste woningen voorzien van een voortuin, waardoor een groen straatbeeld ontstaat wat aansluit op het landelijke karakter van het gebied. Verkeersstructuur De hoofdstructuur van het plangebied wordt gevormd door de Loodijk, Loostraat en Husselarijstraat. De Loostraat is de verbindingsweg met Duiven. De overige wegen in Loo hebben veelal een lagere verkeersintensiteit en dienen met name ten behoeve van bestemmingsverkeer. Parkeren vindt voornamelijk plaats op eigen terrein of langs de openbare weg.

10

2.3

Functionele structuur

2.3.1

Kern Groessen Woonfunctie De woonfunctie is de meest voorkomende functie binnen de kern Groessen. Bij de woonfunctie bestaat de mogelijkheid om aan huis verbonden beroepen en bedrijven uit te oefenen. Dergelijke aan huis verbonden beroepen zijn niet milieuhinderlijk voor de omgeving. Bedrijven, dienstverlening, horeca en voorzieningen Tuinbouw is een agrarische bedrijfstak die van oudsher hoort in dit gebied. Deze bedrijfstak heeft echter vanuit economisch oogpunt te maken met een noodzakelijke opschaling. Sommige bedrijven in Groessen lopen tegen beperkingen aan in hun uitbreiding door omliggende bebouwing en wegen. Voor bestaande bedrijven is uitbreiding onder voorwaarden mogelijk. Grootschalige kassencomplexen tasten het kleinschalige karakter van Groessen teveel aan en zijn daarom niet gewenst. In het buitengebied Groessen floreert de verkoop aan huis. In de kern zijn met name rond de Dorpstraat enkele bedrijven en winkels te vinden. Zo is er een autobedrijf en een natuursteenverwerkingsbedrijf. Ook is er sprake van enige bedrijvigheid in de vorm van kantoren en dienstverlening in de vorm van een kapsalon en een psychologenpraktijk.

Joannesschool gezien vanaf de Kerkakkers Een belangrijke maatschappelijke voorziening binnen Groessen is de Joannesschool. De school wordt tevens gezien als een ontmoetingsplek. Andere ontmoetingsplekken binnen Groessen zijn de kerk, het dorpshuis en de scouting. In Groessen zijn twee horecagelegenheden aanwezig, namelijk een zalencentrum en een café.

11

Kerk

12

2.3.2

Kern Loo

Woningen gezien vanaf de Loodijk Woonfunctie Binnen de kern Loo is de woonfunctie de meest voorkomende functie. Binnen de kern is een gevarieerde woningvoorraad van grondgebonden woningen aanwezig. Zowel vrijstaande, als rijwoningen als twee-onder-één-kapwoningen komen voor. Bedrijven, dienstverlening, horeca en voorzieningen In het verleden was er veel agrarische bedrijvigheid en tuinbouw in Loo. Door de tendens naar grootschaligheid is het aantal agrarische- en tuinbouwbedrijven sterk teruggelopen. Net als in vergelijkbare dorpen zijn voorzieningen zoals winkels, postkantoor, bank en dergelijke verdwenen. De wel aanwezige voorzieningen zijn dan ook van groot belang voor Loo. Belangrijke voorzieningen in dit verband zijn met name de basisschool, de kerk en het verenigingsleven. Enkele van deze voorzieningen zijn gelegen ten noorden van de Loostraat, buiten het plangebied. De overige aanwezige bedrijvigheid is kleinschalig en meestal niet locatiegebonden. Ook is er in Loo een zalencentrum aanwezig.

Horeca aan de Loostraat

13

2.4

Beheer van de ruimte Onderhavig bestemmingsplan heeft een geconsolideerd karakter, waarbij de huidigeen/of actuele ruimtelijke situatie wordt vastgelegd. Hierbij wordt het vigerende bestemmingsplan zo veel als mogelijk overgenomen. De huidige situatie wijkt op enkele plekken af van het vigerende bestemmingsplan. Deze afwijkingen zijn hieronder beschreven. Woningbouwlocatie 'Diesfeldt, Groessen' In 2001 is het bestemmingsplan 'Diesfeldt' vastgesteld ten behoeve van de realisatie van 90 woningen. Het grootste gedeelte van het bestemmingsplan is in 2007 meegenomen in het bestemmingsplan 'Groessen en Loo', behalve fase 3. Fase 3 is inmiddels gerealiseerd (conserverend) en dient nu te worden geactualiseerd in onderhavig bestemmingsplan. De bestemmingen, bouwvlakken en aanduidingen worden toegekend conform de vergunde situatie, conform de systematiek van bestemmingsplan 'Groessen en Loo'. In verband met de verkoop van gronden dienen de gronden ten zuiden van de kavels 2 en 4 (zoals hieronder met geel is weergegeven) opgenomen te worden binnen de woonbestemming. De beoogde verkeersbestemming ter plaatse komt daarmee te vervallen.

Locatie 'Diesfeldt, Groessen'

14

'Onder de Toren, Groessen' Op de locatie 'Onder de Toren, Groessen' is tot op heden nooit woningbouw gerealiseerd, terwijl de geldende bestemmingsplannen Groessen 1974 en 1984 daarvoor wel de mogelijkheid bieden. De gronden zijn niet betrokken bij de actualisatie van het bestemmingsplan 'Groessen en Loo' in 2007. In de Structuurvisie 2015 is in de kern Groessen (grenzend aan het Dorpsplein) één kleine zoekzone 'wonen' opgenomen. Deze zone ligt niet meer op de locatie waarvoor de bestemmingsplannen uit 1974 en 1984 gelden. Doordat de wijziging van het zoekgebied 'wonen' in 2015 is vastgesteld, wordt voorzienbaarheid gecreëerd dat de bouwmogelijkheid komt te vervallen.

Uitsnede Structuurvisie 2015 kern Groessen Inmiddels is voor de locatie een bestemmingsplan in voorbereiding om woningbouw mogelijk te kunnen maken. Het plangebied van ‘Onder de Toren’ wordt daarom buiten dit bestemmingsplan gelaten.

15

Bestemmingsplangebied Behalve de toevoegingen van de woningbouwlocaties, wordt de grens van het plangebied ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan op enkele locaties aangepast.  Westkant kern Loo: de gronden aan de westkant van Loo, tussen de Loostraat en Loodijk, worden betrokken bij de kern Loo en opgenomen in dit bestemmingsplan. De bestemmingen uit bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' worden hier overgenomen.  Wethouder Nasslaan 2-8, Groessen: een deel van de achtertuinen valt binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013'. Deze gronden worden in dit bestemmingsplan opgenomen en bestemd als 'Tuin'.  Noordwestkant van kern Loo: de percelen met de adressen Loostraat 40, Schuttersveld 32 en Schuttersveld 34, worden betrokken bij de kern Loo en opgenomen in het bestemmingsplan. Het perceel wordt in dit bestemmingsplan openomen en bestemd als ‘Wonen’ en ‘Tuin’.  Hoflaan ong., Loo (voormalige kleuterschoollocatie): voor deze gronden is een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding ten behoeve van woningbouw. Deze gronden worden daarom niet meegenomen in voorliggende bestemmingsplan. Bestemmingswijziging De huidige situatie van een aantal percelen wijkt af van het vigerende bestemmingsplan. Dit betekent dat de huidige bestemming aangepast wordt gezien de huidige functie. Het gaat hier om onderstaande adressen.

 Loostraat 41, Loo; het perceel heeft de bestemming 'Wonen' met aanduiding 'Winkel'. Hier is echter geen sprake meer van een winkel. Zodoende kan de aanduiding 'Winkel' worden verwijderd.  Dorpstraat 41/43, Groessen; het perceel heeft de bestemming 'Detailhandel'. Op het perceel is een kapsalon en een psychologenpraktijk aanwezig. De bestemming 'Dienstverlening' sluit beter aan bij voorgenoemde functies.  Heiliglandsestraat 31, Groessen; het perceel heeft de bestemming 'Detailhandel'. Hier is echter geen sprake meer van een winkel. Zodoende kan de bestemming 'Detailhandel' worden gewijzigd in 'Wonen'.  Loostraat 40, Schuttersveld 32 en Schuttersveld 34 Loo: het perceel heeft de bestemming ‘Maatschappelijk’. Middels een omgevingsvergunning is het gebruik gewijzigd naar ‘Wonen’. Zodoende kan de bestemming ‘Maatschappelijk in het plan gewijzigd worden in ‘Wonen’. Bijgebouwen Na de terinzagelegging van het voorontwerp bestemmingsplan in 2017 is in het eerste kwartaal van 2019 een nadere inventarisatie uitgevoerd met betrekking tot het aantal vierkante meters aan bijgebouwen op de percelen binnen het plangebied.

Bij deze inventarisatie is beoordeeld of het aantal vierkante meters aan bijgebouwen op deze locaties past binnen de regels van dit geactualiseerde bestemmingsplan, toegestaan is op basis van een verleende vergunning, dan wel past binnen de huidige vergunningvrije regelgeving. Percelen waar het aantal vierkante meters aan bijgebouwen meer is dan in deze actualisatie of vergunningsvrij is toegestaan krijgen in dit geactualiseerde bestemmingsplan een specifieke aanduiding ('specifieke bouwaanduiding - 1'). Hiermee wordt geregeld dat ter plaatse van deze specifieke bouwaanduiding het maximaal aantal vierkante meters het bestaande aantal vierkante meters aan bijgebouwen

16

is. Voor overige percelen met te veel vierkante meters aan bijgebouwen en die op basis van de inventarisatie niet in aanmerking komen voor een specifieke aanduiding, wordt nu niets geregeld in het bestemmingsplan. Het gaat hier om tien situaties met overschrijding van enkele vierkante meters tot 25 vierkante meters. Evenementen Ter plaatse van het Schuttersplein in Groessen en het KDO-terrein aan de Commendereijstraat 20 in Groessen worden enkele keren per jaar evenementen georganiseerd. Op deze locaties wordt de aanduiding overige zone - evenementenlocatie' toegevoegd. Op het terrein nabij het KDO vindt de jaarlijkse feestweek Groessen plaats, dat twee weekenden omvat en incidenteel een ander feest. Daarnaast bevindt zich hier de natuurijsbaan, die afhankelijk van de vorst een beperkt aantal dagen per jaar aanwezig is. Het Schuttersplein is in gebruik voor onder andere de jaarlijkse schuttersfeesten en de kermis. De feesttent wordt geplaatst in het weiland achter het Schuttersplein. De kermis bevindt zich op het plein. Daarnaast is er een maal in de vijf jaar een feest van Rinoceros op het plein en incidenteel een ander feest. Voor de aangeduide evenemententerreinen wordt een beperkt aantal (grotere en kleinere) evenementen per jaar mogelijk gemaakt.

Hierdoor wordt het aantal evenementen op jaarbasis beperkt en voorkomen dat de locaties geregeld gebruikt kunnen worden voor (grote) evenementen. Verleende vergunningen Ten aanzien van verleende vergunningen op grond van artikel 4 onderdeel 9 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht wordt de vergunde situatie overgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Dit betekent dat het bestemmingsplan in overeenstemming wordt gebracht met het vergunde gebruik.

17

3 3.1

Uitvoerbaarheid Inleiding Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuw bestemmingsplan daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijk beleid van de hogere overheden en de gemeente zelf. Daarnaast speelt de uitvoerbaarheid op basis van milieuaspecten, zoals geluid, bodem en hinder van bedrijven, en overige aspecten, zoals water, archeologie en ecologie, een rol. Tenslotte wordt aangetoond dat het plan economisch uitvoerbaar is. Het onderhavig bestemmingsplan is, ondanks het overwegend conserverende karakter, getoetst voor wat betreft de uitvoerbaarheid ervan op bovengenoemde aspecten. In dit hoofdstuk is aangegeven wat hiervan de resultaten zijn.

3.2

Beleid

3.2.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Door het plangebied loopt een zoekgebied naar een nieuwe hoofdweg, het tracé van knooppunt Ressen naar Oudbroeken (de verlenging van de A15 naar de A12). Op 8 maart 2017 is het Tracébesluitgebied ViA15 vastgesteld. Dit is gelegen buiten het bestemmingsplangebied Groessen en Loo.

18

Conclusie Als gevolg van de actualisatie van het vigerende bestemmingsplan wijzigen de standpunten met betrekking tot dit beleidskader niet. Onderhavig bestemmingsplan is overwegend opgesteld om ervoor te zorgen dat wordt aangesloten bij de actuele ruimtelijke situatie. Hiervoor worden kleine aanpassingen doorgevoerd in het bestemmingsplan welke van ondergeschikte aard zijn. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat regels ter bescherming van nationale belangen. De keuze voor deze belangen is reeds gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en worden met het Barro en het Bro juridisch verankerd. In het kader van deregulering en decentralisatie is gekozen om de regels zoveel mogelijk door te laten werken op het niveau van de lokale besluitvorming. Door de nationale belangen in bestemmingsplannen te borgen, worden deze belangen reeds in een vroeg stadium vastgelegd, wat bijdraagt aan een versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke druk. Enkele bepalingen hebben echter beperking op provinciaal medebewind en ontheffingsmogelijkheden.

Uitsnede Barro (bron: wwww.ruimtelijkeplannen.nl) De onderwerpen in het Barro betreffen:  Project Mainportontwikkeling Rotterdam.  Kunstfundamenten.  Grote rivieren.  Waddenzee en waddengebied.  Defensie (met uitzondering van radar).

19

Conclusie Het plangebied grenst nabij Loo aan het buitendijkse deel van het Stroomvoerend rivierbed. Daarnaast loopt tussen Loo en Groessen een hoogspanningsverbinding. Over het plangebied loopt de Romeinse Limes. Dit is aangemerkt als erfgoed van uitzonderlijke waarde. Bij nieuwe bestemmingsplannen dient voorkomen te worden dat de kernkwaliteiten worden aangetast. Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Per 1 oktober 2012 geldt de gewijzigde Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Deze regeling bevat regels over aanwijzing radarverstoringsgebieden, reserveringsgebieden hoofdwegen en landelijke spoorwegen en militaire terreinen. Daarnaast is de eerste aanvulling van het Barro in werking getreden. Deze aanvulling gaat over hoofd infrastructuur (reserveringen rond hoofdwegen en hoofdspoorwegen, vrijwaring rond Rijksvaarwegen en hoofd-buisleidingen), de elektriciteitsvoorziening, het vereenvoudigde regime van de ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen. Voor het plangebied geldt het radarverstoringsgebied maximum bouwhoogte 114 meter en radarverstoringsgebied windturbines 90 meter. Binnen deze radarverstoringsgebieden dient voor alle hoge bouwwerken te worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. De mate van verstoring is afhankelijk van o.a.

de hoogte breedte en opstelling van objecten. Omdat er in dit bestemmingsplan geen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, die de radarzone beïnvloeden, is aanvullende toetsing niet nodig.

Uitsnede Tracébesluit ViA15 (bron: www.via15.nl) Ten zuiden van het plangebied geldt het tracé voor de nieuwe hoofdweg tussen Ressen en Oudbroeken, de ViA15. Het betreffende Tracébesluit is op 8 maart 2017 door de Minister genomen. Binnen het Tracébesluitgebied geldt een voorbereidingsbescherming waarbinnen geen nieuwe ontwikkelingen zijn toegestaan. Dit besluitgebied is gelegen buiten het plangebied, zie afbeelding hierboven. Op 20 januari 2021 deed 20

de Raad van State een tussenuitspraak over het project, waaruit volgt dat de Minister moet werken aan een betere onderbouwing van de stikstofuitstoot en aan verduidelijking van de werking van een faunapassage en amfibietunnel. Structuurvisie Buisleidingen Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft op 12 oktober 2012 de Structuurvisie Buisleidingen vastgesteld. In de gemeente Duiven is een buisleidingenstrook gelegen. Ten behoeve van de buisleidingen dient fysiek ruimte te worden gereserveerd binnen de buisleidingenstrook. Naast het directe ruimtebeslag van de leidingen is ook het indirecte ruimtebeslag door risicocontouren van invloed op het plangebied. Bij het vaststellen van de externe veiligheidscontouren rondom buisleidingen zijn twee waarden van belang, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen stelt op basis van deze twee risico's een basisveiligheidsniveau vast, dat gaat gelden voor buisleidingen, ook als deze in leidingstroken liggen. In de regio Arnhem-Nijmegen volgt het aanvankelijk voorgestelde tracé voor de leidingstrook de bestaande aardgastransportleidingen langs een dicht bevolkt gebied waarin diverse ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Bij onder andere het bedrijventerrein bij Duiven bleek een doorgaande verbinding niet mogelijk vanwege fysieke belemmeringen.

Daarom is een alternatief tracé voorgesteld. De buisleidingenstrook loopt daarbij bij Duiven en Zevenaar parallel aan het nieuwe tracé van de te verlengen A15. Op 8 maart 2017 is het Tracébesluit genomen. Op 2 mei 2017 is tevens het besluit genomen om de bestaande aardgastransportleidingen deels te verleggen. Deze verleggingen maken het alternatieve tracé voor de buisleiding mogelijk. Conclusie Beide tracés zijn onderling afgestemd en vallen buiten het plangebied van bestemmingsplan Groessen en Loo. Ladder voor duurzame verstedelijking Bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen een verantwoording te bevatten aan de hand van de zogenoemde 'Ladder voor duurzame verstedelijking', die is vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Dit afwegingskader verplicht overheden tot het maken van een zorgvuldige ruimtelijke afweging bij het mogelijk maken van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in een bestemmingsplan. Het doel is om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik en daarmee het voorkomen van (onaanvaardbare) leegstand en onnodig 'bouwen in de wei'. De Ladder is daarmee een belangrijk instrument voor een goede ruimtelijke ordening. Een toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet gezien het voorgaande een beschrijving bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Alvorens te toetsen aan de Ladder dient te worden vastgesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit begrip is in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit de tot dusver ge-

21

vormde jurisprudentie ten aanzien van dit begrip blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan dergelijke ontwikkeling als te kleinschalig worden aangemerkt om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. Conclusie Onderhavig bestemmingsplan is opgesteld om het vigerende bestemmingsplan te actualiseren zodat wordt aangesloten bij de huidige situatie. Hiervoor worden kleine aanpassingen in het bestemmingsplan doorgevoerd, welke van ondergeschikte aard zijn. Onderhavig bestemmingsplan maakt enkele nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Zoals woninguitbreiding Diesfeldt (bijna geheel gerealiseerd) en enkele solitaire woningen. Deze ontwikkelingen zijn reeds onderbouwd en vergund. Zodoende hoeft niet verder te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2.2

Provinciaal beleid Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld.  Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.  Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s:  Energietransitie: van fossiel naar duurzaam.  Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer.  Circulaire economie: sluiten van kringlopen.  Biodiversiteit: werken met de natuur.  Bereikbaarheid: duurzaam verbonden.

 Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio.  Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot

22

die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. In Groessen is rond de molenstomp 'De Welvaart' een molenbiotoop aangeduid. De ambitie van de provincie is dat de omgeving van molens zodanig zijn ingericht dat de molens kunnen blijven draaien. De molenbiotopen hebben een straal van 400 meter, gerekend vanaf het middelpunt van de molen. De bescherming van molenbiotopen betreft vooral het behoud van het functioneren van de molen door vrije windvang. De molen bestaat echter enkel nog uit een stomp. Na de brand in 1995 is de gietijzeren bovenas verwijderd. Het is niet aannemelijk dat de molen nog in gebruik genomen gaat worden.

Ook leert navraag bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) ons dat er de afgelopen decennia al veel molens gereconstrueerd zijn en de reconstructie van nog meer molens door de Rijksoverheid om diverse redenen niet wenselijk geacht wordt. De bescherming van de windvang door middel van een molenbiotoop is daarom niet meer noodzakelijk en is daarom niet overgenomen in dit bestemmingsplan. De monumentale waarde van de molenstomp wordt nader beschreven in paragraaf 3.6.3. Conclusies Provinciaal beleid Onderhavig bestemmingsplan is overwegend opgesteld om het vigerende bestemmingsplan te actualiseren en te zorgen dat wordt aangesloten bij de huidige situatie. Hiervoor worden kleine aanpassingen in het bestemmingsplan doorgevoerd, welke van ondergeschikte aard zijn. Daarnaast sluit het mogelijk maken van bredere functies in leegstaande winkels aan bij de ambitie van het transformeren van winkelcentra in dorpskernen. Deze doelstellingen van voorliggend bestemmingsplan passen binnen het provinciaal beleid. 3.2.3

Gemeentelijk beleid Structuurvisie gemeente Duiven Op 28 september 2015 is door de gemeenteraad de Structuurvisie Duiven 2015 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft duidelijkheid over de koers voor het gemeentelijk handelen en de ruimtelijke kaders die als gemeente worden gehanteerd bij het afwegen van initiatieven. Daarnaast biedt de structuurvisie een inspiratiefunctie voor partijen in de samenleving om initiatieven te doen ontplooien. In de structuurvisie is een deelgebiedsvisie opgenomen voor Groessen en Loo.

23

Uitsnede deelgebied Groessen In de deelgebiedsvisie van Groessen wordt aangegeven dat volgens de prognoses (Primos en Socrates) er nog zeer een beperkte behoefte is aan uitbreiding van de bestaande woningvoorraad. Grenzend aan het Dorpsplein is een kleinere zoekzone 'wonen' opgenomen. Deze zoeklocatie is inmiddels een van de locaties benoemd in het vastgestelde Woningbouwprogramma gemeente Duiven 2018-2027. Daarnaast zijn winkels en voorzieningen essentieel voor de vitaliteit van een dorp. Winkels (aan huis) en enige bedrijvigheid aan huis worden daarom gestimuleerd, mits het past bij de schaal, aard en karakter van het dorp. Het historische dorpshart en de bebouwingslinten worden in zijn geheel gezien als waardevol cultuurhistorisch kerngebied met beeldbepalende waarde, die naar de toekomst toe behouden dient te worden. Het moet echter geen beschermd gebied worden dat 'op slot' gaat, maar juist een vitale dorpskern, waar steeds met alle betrokkenen samen gezocht wordt naar een passende oplossing bij nieuwe ontwikkelingen. De waardevolle relatie tussen dorp en landschap biedt kansen voor met name recreatie. Daarnaast kan door middel van de realisatie van potentiële ecologische verbindingen de relatie tussen dorp en landschap worden versterkt.

24

Uitsnede deelgebied Loo Het gave dorpsgezicht van Loo langs de Loostraat met cultuurhistorische bebouwing, afgewisseld met karakteristieke groene ruimtes dient behouden en waar mogelijk versterkt te worden. Ook de doorzichten naar het buitengebied vanaf de dorpslinten worden als zeer waardevol ervaren. Dit maakt de relatie met het buitengebied voelbaar. In de deelgebiedsvisie van Loo wordt aangegeven dat het verdwijnen van agrarische bedrijven een nieuwe uitdaging vormt, omdat onder meer deze activiteiten mede bijdragen aan het huidige landelijke en dorpse karakter. Met het verdwijnen van die activiteiten, kan het dorpse karakter worden aangetast. Anderzijds worden er kansen geboden om op vrijkomende agrarische locaties door middel van de juiste ontwikkelingen het dorpse karakter te versterken. Het toekennen van een woonbestemming is hierbij een mogelijkheid. Daarnaast zorgt momenteel de ontwikkeling van de woningbouwlocatie Westreenen nog voor uitbreiding van het aantal woningen aan de rand van Loo. Woonvisie 2025 Op 28 maart 2017 zijn door de gemeenteraad de Woonvisie Duiven 2025 en de Woonagenda 2017 tot 2022 vastgesteld. Deze Woonvisie 2025 verwoordt de gezamenlijke aanpak van de betrokkenen van gemeenten om te komen tot een gezonde woningmarkt waarin inwoners het startpunt zijn.

25

De visie luidt dat in er in 2025 voor iedereen die hier woont of wil wonen een passende woning is in een vitaal, open, zorgzaam en duurzaam leefmilieu. Hier zijn dorpen waarin mensen graag willen verblijven en wonen ongeacht hun leeftijd, mobiliteit of gezondheid. Er zijn geschikte woningen voor jongeren die in hun eigen dorp willen blijven wonen. De vergrijzing is op een goede manier gefaciliteerd, waardoor mensen die te maken krijgen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in eigen woning en woonomgeving. Er zijn ook alternatieven in de gemeente voor hen die daar niet meer toe in staat zijn. De gemeente Duiven is een bewuste keuze voor gezinnen die de stad verlaten om in onze gemeente rust, ruimte en gemeenschapszin te zoeken. In de kern Duiven kunnen inwoners dorps wonen met een levendig centrum en een prachtig divers aanbod aan voorzieningen. In de kernen Groessen en Loo is het landelijk wonen in dorpen met een rijk verenigingsleven, een zorgzame gemeenschap en het gemak van Duiven vlakbij. Alle inwoners hebben het gemak van de stad Arnhem dichtbij, de pracht van de natuur binnen handbereik en het geluk van een robuuste werkgelegenheid in de regio Arnhem-Nijmegen. Deze visie omvat drie inhoudelijke pijlers waarbij meer passende woningen de grootste gemeenschappelijk deler vormt.

1 Meer woningen nodig: toevoegen & bestaande voorraad & matchmaking. 2 Een zorgzame gemeenschap en een geschikte woning. 3 Een energieke gemeenschap en duurzaam thuis. Om uitvoering te geven aan bovengenoemde pijlers zijn per thema de uitdagingen uiteengezet. Vervolgens vraagt dit om een gedifferentieerde strategie voor de korte en lange termijn. Hiervoor heeft de gemeente Duiven de te nemen stappen in de vorm van beleidsdoelen en een agenda uiteengezet. Conclusie Voor Groessen en Loo betekent dit dat met dit bestemmingsplan aandacht wordt gegeven aan de huidige woningvoorraad en de aanwezige functies binnen de kernen. Nieuwe woningen en voorzieningen worden, op het toevoegen van enige flexibiliteit na, niet mogelijk gemaakt. Dorpsvisie Groessen De Dorpsvisie van Groessen is vastgesteld in mei 2013. Voor de bewoners van Groessen zijn het behouden van het huidige voorzieningenniveau, de groene uitstraling van de kern en het inspelen op toekomstige ontwikkelingen als vergrijzing van groot belang. Onder andere het bundelen van uiteenlopende voorzieningen aan de Dorpstraat draagt hier aan bij. Door de levendigheid van het dorp te concentreren langs de ontsluitingsweg wordt het dorp aantrekkelijker. Door binnen dit bestemmingsplan flexibeler te bestemmen rond de Dorpstraat wordt de mogelijkheid geboden voor het omzetten van voorzieningen naar een andere functie.

26

Vlekkenplan Dorsphart (bron: Dorpsvisie Groessen) Dorpsplan Loo 2013-2025 'Ut geet Loos!' In het Dorpsplan Loo hebben de bewoners van Loo de visie voor de toekomst van Loo vastgelegd. In Loo is het eveneens van groot belang dat het huidige voorzieningenniveau blijft behouden. Daarnaast dient ingespeeld te worden op de vergrijzing en het teruglopen van de agrarische bedrijvigheid en de tuinbouw in Loo. Met name de vraag naar passende woningen is groeiende. De bebouwingsuitbreiding ‘Westreenen’ is te vinden net buiten dit plangebied. Ook blijven de beschikbare bouwtitels in dit bestemmingsplan behouden. Landschapsontwikkelingsplan Duiven (LOP) Een belangrijk beleidsdocument voor het behoud van natuur en landschap in de gemeente is hiernaast het Landschapsontwikkelingsplan Duiven (LOP), dat op 17 maart 2014 door de raad is vastgesteld. Het LOP is een uitvoeringsgericht plan. Met het LOP kan de ruimtelijke kwaliteit van het landschap worden geregisseerd en kan de uitvoering van landschapsprojecten voortvarend worden voortgezet. Thema's die daarbij aan de orde komen zijn onder meer de bestaande karakteristiek van het landschap, de randvoorwaarden bij landschappelijke ingrepen, particuliere natuurontwikkeling, bevordering van duurzaamheid en beheer en onderhoud.

Het LOP vormt de basis voor realistische en betaalbare natuur- en landschapsprojecten en het kader voor het beoordelen van aanvragen voor subsidies voor dergelijke projecten. Om deze reden is aan het LOP een uitvoeringsprogramma verbonden. Het LOP is een kaderstellend beleidsdocument. Hieraan dient getoetst te worden ten tijde van nieuwe ontwikkelingen. Dit is vooral gericht op het buitengebied, maar ook op ontwikkelingen nabij de dorpsranden. Conclusies gemeentelijk beleid Bovengenoemde beleidstukken stellen kaders op voor nieuwe ontwikkelingen. Met dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Onderhavig bestemmingsplan past zodoende binnen de bovengenoemde gemeentelijke beleidskaders.

27

3.3

Milieu

3.3.1

Milieuzonering Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt en mogen omliggende (agrarische) bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast. Onderhavig bestemmingsplan heeft overwegend een geconsolideerd karakter en maakt geen nieuwe bedrijven en/of milieuhindergevoelige functies mogelijk. Het plan bevat zodoende geen nieuwe belemmeringen op het gebied van bedrijvigheid. De bestaande situatie wordt vastgelegd en voorzien van een ruimtelijk-juridisch kader. Hierdoor komt het bijvoorbeeld voor dat bedrijven en woningen die vlakbij elkaar liggen zijn bestemd conform deze situatie, ondanks het feit dat zij op grond van de ruimtelijke-milieuregelgeving (bij voorkeur) verder van elkaar worden gesitueerd (bijvoorbeeld conform de richtlijnen van de uitgave 'bedrijven en milieuzonering' van de VNG). De bestaande situatie kan voor wat betreft de milieuzonering niet meer worden vastgelegd conform de gewenste indicatieve afstanden aangezien zij een feit is. Via de Wet milieubeheer wordt hinder op gevoelige functies voorkomen.

In het plangebied komen op het gebied van milieuzonering en de mogelijkheden in het kader van de Wet milieubeheer geen onoverkomelijke problemen voor. Tussen de (woon)bebouwing van Groessen en Loo liggen nog diverse solitaire bedrijven. Deze bedrijven zijn veelal vanuit een historische situatie op de betreffende locaties ontstaan. Meestal betreft het bedrijven in milieucategorie 1 en 2. Deze milieucategorieën zijn gezien de aard en omvang van de soort bedrijvigheid inpasbaar in een woonomgeving zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woningen. Er bevinden zich ook bedrijven van milieucategorie 3 tussen de bebouwing. Dit zijn de iets zwaardere bedrijven die bij voorkeur verplaatst zouden moeten worden naar een bedrijventerrein. Aangezien hier de financiële middelen niet voor zijn, is er voor gekozen om deze bedrijven overeenkomstig de bestaande situatie vast te leggen. Dit houdt in dat ter plaatse de bestaande bedrijfsactiviteiten voorgezet kunnen worden, maar dat na beëindiging van het bedrijf uitsluitend een gelijksoortig bedrijf met dezelfde bedrijfsactiviteiten of een bedrijf van milieucategorie 1 of 2 zich daar op nieuw mag vestigen. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig bestemmingsplan.

3.3.2

Bodem De bodemkwaliteit is in het kader van een bestemmingsplan van belang indien er sprake is van functieveranderingen of een ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de nieuwe functie. 28

Onderhavig bestemmingsplan betreft overwegend het vastleggen van de bestaande situatie. De aanpassingen zijn dusdanig klein van aard dat dit geen gevolgen heeft voor het aspect bodem. Zodoende is in het kader van het opstellen van dit bestemmingsplan geen milieukundig onderzoek uitgevoerd. Bij eventuele bebouwingsuitbreidingen die binnen de beheerskaders van dit bestemmingsplan mogelijk zijn, wordt vanuit de bouwverordening binnen de verlening van de omgevingsvergunning zorg gedragen voor een goede bodemkwaliteit. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig bestemmingsplan. 3.3.3

Geluid De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door inrichtingen, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder. De wet stelt dat in principe de geluidsbelasting op de gevel van woningen niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde, dan wel een nader bepaalde waarde (hogere grenswaarde). Aangezien onderhavig bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige functies toelaat, is het verrichten van een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk. In het geval van bestaande situaties waar geen functies zijn voorzien, wordt de geluidbelasting met betrekking tot de wettelijke normen voor binnenniveaus geregeld via het Bouwbesluit. Indien de wens bestaat om een bestaande woning of een ander geluidgevoelig object uit te breiden, wordt via het verlenen van de omgevingsvergunning in een aanvaardbaar binnenniveau van het geluid voorzien. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig bestemmingsplan.

3.4

Water

3.4.1

Rijksbeleid Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) verankert in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen zoals de bescherming van Rijksvaarwegen en Primaire waterkeringen. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ‘Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw’ (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:  vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd.

29

 schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zo veel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering’. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakteen grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In de integrale watervergunning gaan zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) op in één aparte watervergunning. 3.4.2

Waterschap Rijn en IJssel Watervisie 2030 De Watervisie geeft aan hoe het waterschap aankijkt tegen de gewenste ruimtelijke inrichting van het beheersgebied, om de wateropgaven waarvoor we staan duurzaam op te lossen. Er moet daartoe een betere afstemming worden gevonden tussen de waterwensen van de verschillende grondgebruiksvormen en het watersysteem zelf. Omdat ruimtelijke oplossingen op langere termijn duurzamer zijn, krijgen deze de voorkeur boven technische oplossingen. Bij het zoeken naar ruimtelijke oplossingen geldt het natuurlijk watersysteem als ideaalbeeld. Zo'n watersysteem heeft onder meer de mogelijkheid om (in geval van veel neerslag) voldoende water op te vangen en water (in geval van te zware belasting) voldoende te reinigen. Water moet richtinggevend zijn bij toekomstige stedelijke uitbreiding. Bij overschot wordt regenwater in de bodem geïnfiltreerd of naar het oppervlaktewater geleid. Het waterschap streeft ernaar regenwater niet meer via de riolering af te voeren. Het rioleringstelsel wordt aldus minder zwaar belast, waardoor de kans op overstorten van rioolwater op oppervlaktewater kleiner wordt. De visie voor de lange termijn zoals die in 2013 is opgenomen in de Watervisie 2030 is vertaald in het vastgestelde Waterbeheerplan 2016-2021.

Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterbeheerplan 2016-2021 beschrijft het beleid voor alle taakgebieden van Waterschap Rijn en IJssel. Het plan geeft aan welke doelen het waterschap nastreeft en met welke aanpak deze bereikt kunnen worden. De maatregelen die in de planperiode uitgevoerd gaan worden en de bijbehorende financiële middelen zijn op hoofdlijnen aangegeven. Het waterschap laat in dit waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten in de samenwerking met hun partners wor-

30

den gelegd. Vanuit die omgevingsverkenning wordt vervolgens het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor onze primaire taakgebieden:  Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water.  Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water.  Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water.  Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater.  Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Keur Waterschap Rijn en IJssel De Keur van waterschap Rijn en IJssel beschrijft wat wel en wat niet mag bij waterkeringen en oppervlaktewateren, de zogeheten waterstaatswerken, door het stellen van regels en het benoemen van het uit te voeren onderhoud. Het doel van de Keur is om deze waterstaatswerken in zijn algemeenheid veilig te stellen. De Keur geldt voor het gehele beheergebied van het waterschap, zowel stedelijk gebied (bebouwde kom), landelijk gebied als de waterkeringen. 3.4.3

Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is gericht op het scheiden van (afval)waterstromen. Relatief schoon regenwater hoeft niet te worden afgevoerd naar de zuivering, maar wordt zo lang mogelijk vastgehouden in het gebied middels retentievoorzieningen en/of infiltratie. Bij vervangingswerkzaamheden van het gemengde riool, zal worden bezien in hoeverre afkoppeling van verhard oppervlak mogelijk is, eventueel door het aanleggen van een apart regenwaterriool. Daar waar afkoppeling van, in meer of mindere mate verontreinigd, regenwater leidt tot onacceptabele belasting van het oppervlaktewater zullen in eerste instantie maatregelen met een lokaal karakter worden genomen. Situatie plangebied De primaire watergangen en de watergangen die ruimtelijk waardevol zijn, zijn voorzien van de bestemming water. De overige watergangen vallen bijvoorbeeld onder de groen of verkeersbestemming. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en de daarmee samenhangende te doorlopen ruimtelijke procedure, wordt er voor de watertoets vroegtijdig contact met het Waterschap Rijn en IJssel opgenomen. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen grootschalige ontwikkelingen mogelijk, welke een significante impact hebben op de waterhuishouding.

Er is geen reden om aan te nemen dat de huidige waterhuishoudkundige situatie dusdanig verandert dat een verslechtering van het waterkwantiteits- dan wel het waterkwaliteitssysteem waarneembaar is. Het is dan ook niet noodzakelijk de watertoets te doorlopen. Het plan is ten behoeve van het vooroverleg wel voorgelegd aan het betrokken waterschap Rijn en IJssel.

31

3.5

Ecologie Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor de natuur. Het natuurbeschermingsrecht is te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. In het vervolg van deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op respectievelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, inwerkingtreding 1 januari 2017, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning.

Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning. Verder moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale verordening. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.

Kaart natuurgebieden nabij plangebied

32

Het plangebied bevindt zich op relatief korte afstand van een beschermingszone als bedoeld in de Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Beide kernen zijn gelegen nabij het Gelders natuurnetwerk. Groessen ligt vlakbij het Rijnstrangengebied en de bebouwde kom van Loo grenst aan de uiterwaarden van de Rijn. Aangezien onderhavig bestemmingsplan consoliderend van karakter is en niet in nieuwe ontwikkelingen voorziet, worden er geen negatieve effecten veroorzaakt ten aanzien van de natuurwaarden in de omgeving. Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten is eveneens in de Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels in de zin van de Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten uit de Habitatrichtlijn en voor overige soorten. Kort gezegd is het verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Hun voortplantings- en rustplaatsen mogen niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield. Verder is het verboden beschermde plantensoorten te vernielen. Onder voorwaarden is ontheffing van de verbodsbepalingen mogelijk. Het bevoegd gezag voor het verlenen van een ontheffing zijn gedeputeerde staten van de provincie. Als eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, dan haakt de ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming daarbij aan.

Onderhavig bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die kunnen leiden tot significante effecten op beschermde soorten. Dit bestemmingsplan is overwegend opgesteld om het vigerende bestemmingsplan te actualiseren en te zorgen dat wordt aangesloten bij de huidige situatie. Hiervoor worden kleine aanpassingen in het bestemmingsplan doorgevoerd, welke van ondergeschikte aard zijn.

3.6

Cultuurhistorie en archeologie

3.6.1

Archeologische waarden en verwachtingen Op 31 mei 2009 is het bestemmingsplan 'Archeologie' vastgesteld. Dit bestemmingsplan is een thematische herziening oftewel een 'parapluplan'. In dit bestemmingsplan is in één keer voor heel de gemeente Duiven het thema archeologie van een passende bestemmingsregeling voorzien.

Uitsnede Archeologische verwachtingswaarde uit bestemmingsplan 'Archeologie'

33

Dit parapluplan blijft naast dit bestemmingsplan in werking. Dit betekent dat dit aspect niet op de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan “Groessen en Loo” terug komt. Dit wil echter niet zeggen, dat er bij eventuele ontwikkelingen geen archeologisch onderzoek meer noodzakelijk is. In de regels van het dit bestemmingsplan wordt immers verwezen naar het bestemmingsplan “Archeologie”. Het aspect archeologie speelt zodoende een rol bij de vergunningverlening. 3.6.2

Cultuurhistorische waarden Daarnaast zijn in de gemeente Duiven cultuurhistorische waarden aanwezig in de vorm van herkenbare landschapstypen, historisch-bouwkundige waarden, oude wegenpatronen en historische dorpskernen. Dat laatste geldt specifiek voor de dorpskernen van Groessen en Loo. De cultuurhistorische elementen in Duiven zijn nauw verbonden met de landschappelijke waarden van het gebied. De natuurlijke structuren hebben een belangrijke invloed gehad op de opbouw van de gemeente. De cultuurhistorische elementen - vaak straten, gebieden of gebouwen - bevinden zich vaak langs of op deze oude, natuurlijke structuren. In het algemeen worden de nog zichtbare historische wegen en gebouwen hoog gewaardeerd, omdat ze ons iets vertellen over de identiteit van het gebied. De mate waarin deze elementen bewaard zijn gebleven, wordt vertaald in de zogenaamde cultuurhistorische waarde. Het historisch wegenpatroon van doorgaande en lokale verbindingsroutes in Duiven is bijvoorbeeld van cultuurhistorische waarde. De situatie die omstreeks 1735 bestond, is nog goed herkenbaar met wegen zoals de Loostraat, Heiliglandsestraat, Dorpstraat en Kerkakkers, alsmede kerkepaden in Groessen en Loo.

Molenstomp zichtbaar vanaf Achtergaardsestraat 21

34

Aan de Achtergaardsestraat 17 in Groessen staat een molenstomp. Vanuit de omgevingsverordening kent een molen een beschermingszone voor vrije windvang van 400 meter gemeten vanaf het middelpunt van de molen. Hierbij moet tevens rekening gehouden worden met de belevingswaarde en het historische karakter van de molen. De molen bestaat slechts uit een stomp, in gebruik als silo. Na de brand in 1995 is de gietijzeren bovenas verwijderd. Het is niet aannemelijk dat de molen nog in gebruik genomen gaat worden. De stomp is enkel nog aan te merken als rijksmonument, maar is gelegen buiten het plangebied. 3.6.3

Monumenten De gemeente Duiven kent verschillende rijks- en gemeentelijke monumenten. In het plangebied zijn onderstaande monumenten gelegen. Rijksmonumenten:  Dorpstraat 7, Groessen, R.K. kerk St. Andreas;  Heiliglandsestraat 6, Groessen, boerderij. Gemeentelijke monumenten:  Dorpstraat 9, Groessen, pastorie;  Kerkakkers 1 t/m 19, Groessen, voormalige boerderij;  Loostraat 43 en 43a, Loo, woonhuis;  Loostraat 40, Schuttersveld 32-34, Loo, voormalige boerderij. Voor dit bestemmingsplan behoeft voor het behoud van monumenten geen bijzondere bouwaanduiding binnen de bestemmingscategorieën te worden opgenomen. De bescherming van gemeentelijke en rijksmonumenten is immers reeds via de Monumentenwet gewaarborgd. Het aspect erfgoed vormt geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig bestemmingsplan.

3.7

Verkeer en parkeren Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden aangetoond dat het initiatief geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. In de gemeente Duiven is daarom de 'Parkeernormennota Duiven' vastgesteld. Met het bestemmingsplan is geen sprake van nieuwe ontwikkelingen met een significante verkeersaantrekkende werking of een parkeerbehoefte. Toetsing aan de 'Parkeernormennota Duiven' is zodoende niet noodzakelijk. In de algemene gebruiksregels van dit bestemmingsplan is voor functiewijziging een verwijzing opgenomen naar deze nota. De bestaande infrastructuur wordt in plan conform het huidige gebruik van de gronden bestemd. Er is gekozen voor een brede verkeersbestemmingen, waarin onder andere (spoor)wegen, fiets- en wandelpaden, parkeervelden en kleine groenvoorzieningen zijn opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=821d5291-e292-4d18-909c-5e6b0836bb93