CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Bijlage 4 - Notitie Beleidsstandpunt Duurzame Energie 2012 - 201539170.pdf

Raadsavond 15 februari 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: Beleidskaders initiatieven grootschalige opwek zon en wind10.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsstandpunt Duurzame Energie Toelichting op standpunt en handreiking uitvoeringskader

Eindrapport

Gemeente Duiven mei 2012

Beleidsstandpunt Duurzame Energie Toelichting op standpunt en handreiking uitvoeringskader

Eindrapport dossier : BA9879-101-100 registratienummer : MD-AF20120819/SU versie : definitief classificatie : Klant vertrouwelijk

Gemeente Duiven mei 2012

© DHV B.V. Niets uit dit bestek/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DHV B.V., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitssysteem van DHV B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001.

DHV B.V.

INHOUD

BLAD

1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7 1.7.1 1.7.2

INTRODUCTIE BELEIDSSTANDPUNT Aanleiding beleidsstandpunt Doelstelling van dit standpunt Scope van het beleidsstandpunt Algemeen standpunt Verantwoording standpunt Leeswijzer Quick scan beleidsstandpunten Duiven Standpunten / gebiedskansen Gemeentelijke aangrijpingspunten

3 3 3 3 3 4 4 5 5 5

2 2.1 2.2 2.3 2.4

FACTSHEET WINDENERGIE Toelichting op techniek Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen Wet- en regelgeving Aandachtspunten in ontwikkelfase

8 8 8 9 10

3 3.1 3.2 3.3 3.4

FACTSHEET ZONNE-ENERGIE Toelichting op techniek Gemeentelijke standpunten en gebiedskansen Wet- en regelgeving (zonne-energie) Aandachtspunten in de ontwikkelfase

11 11 11 12 13

4 4.1 4.2 4.3 4.4

FACTSHEET BODEM-ENERGIE Toelichting op techniek Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen Wet- en regelgeving Aandachtspunten in ontwikkelfase

14 14 15 15 18

5 5.1 5.2 5.3 5.4

FACTSHEET BIO-ENERGIE Toelichting op techniek Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen Wet- en regelgeving Aandachtspunten in ontwikkelfase

19 19 20 20 21

6 6.1 6.2 6.3 6.4

FACTSHEET WKK Toelichting op techniek Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen Wet- en regelgeving Aandachtspunten in ontwikkelfase

23 23 23 24 24

7 7.1 7.2 7.3 7.4

FACTSHEET WARMTE UITWISSELING Toelichting op techniek Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen Wet- en regelgeving Aandachtspunten in ontwikkelfase

25 25 25 25 26

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU -1Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

8 8.1 8.2 8.3 8.4

FACTSHEET DUURZAME MOBILITEIT Toelichting op techniek Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen Wet- en regelgeving Aandachtspunten in ontwikkelfase

27 27 27 28 28

9 9.1 9.2

UITVOERINGSPARAGRAAF BELEIDSTANDPUNT DUURZAME ENERGIE Gemeente als bevoegd gezag Gemeente als initiatiefnemer

29 29 29

10

COLOFON

31

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU -2Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

1

INTRODUCTIE BELEIDSSTANDPUNT

1.1

Aanleiding beleidsstandpunt Bij de behandeling van het Ontwikkelkader buitengebied (OKBG) op 6 februari 2012 is vanuit de gemeenteraad vraag gesteld om stelling op duurzame energie. Vanuit de portefeuillehouders burgemeester Zomerdijk en wethouder Nijland is de toezegging gedaan dat het standpunt op 12 juni 2012 opiniërend wordt besproken in de raadscommissie. Raadsbehandeling 2 juli 2012.

1.2

Doelstelling van dit standpunt Het doel is om te komen tot een door de gemeenteraad vastgesteld beleidsstandpunt over duurzame energie in Duiven. Het standpunt dient duidelijkheid te verschaffen over de mogelijkheden voor duurzame energie productie binnen de gemeente Duiven aan initiatiefnemers (marktpartijen) en de gemeente zelf (bestuurlijke en ambtelijk). Dit (beknopte) beleidsstandpunt wordt daarbij voorzien van een praktisch handvat voor energie initiatieven in de komende jaren. Het kader moet handvat zijn voor bestuur om te bepalen hoe om te gaan met duurzame energie bij ontwikkelingen en beheer. En ook handvat voor gemeentelijke medewerkers bij vragen van initiatiefnemers voor ontwikkelingen. Ze geeft de grenzen en overwegingen aan en biedt een handvat voor acties die ondernomen moeten worden (door initiatiefnemer, gemeente en/of andere actoren).

1.3

Scope van het beleidsstandpunt Het standpunt gaat in op zeven energietechnieken: wind-, zon- en bodemenergie, vergisting, WKK systemen, warmte uitwisseling en duurzame mobiliteit. Voor alle onderwerpen wordt het gemeentelijke standpunt beschreven waarbij onderscheid wordt gemaakt in de verschillende deelgebieden binnen de gemeente Duiven (aansluitend op de Structuurvisie Duiven 2010-2020). Er wordt onderscheid gemaakt tussen: – de kernen: Duiven, Loo en Groessen; – het buitengebied: Duivense Broek (het buitengebied ten Noorden van de A12), Oeverwallenzone en Randen van Duiven (buitengebied ten zuiden van de A12); – rijksinfrastructuur: spoorlijn Arnhem-Winterswijk, Betuwelijn, A12 en (toekomstige) A15; – bedrijventerreinen: Seingraaf, Centerpoort Noord en Zuid en Nieuwgraaf; en – Roelofshoeve: industrieterrein met status aparte waarbij specifieke doelstellingen voor Roelofshoeve leidend zijn.

1.4

Algemeen standpunt De klimaatdoelstellingen in de Structuurvisie luidden: vermindering van CO2-uitstoot door het realiseren van een duurzame energievoorziening. Hierbij wordt ingezet op de beperking van de energievraag, het uitbreiden van het gebruik van duurzame energiebronnen en het zo efficiënt mogelijk gebruiken van fossiele energiebronnen binnen Duiven. Een aanvullende organisatorische doelstelling luidt dat klimaat een vanzelfsprekend onderdeel wordt van de gemeentelijke beleidsvorming, planvorming, interne en externe advisering en van de eigen bedrijfsvoering.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU -3Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

Principe: “Ja, tenzij” Duiven staat in beginsel positief tegenover het opwekken van duurzame energie binnen haar gemeentegrenzen en het uitbreiden hiervan. Uitgangspunt is het ‘ja, tenzij’ principe waarmee Duiven duidelijk kiest voor een benadering waarbij het in principe toestemming wil verlenen voor alle vormen van duurzame energie productie. In het bijzonder worden zon-, bodem-, kleinschalige wind- en bio-energie positief bejegend omdat deze landschappelijk goed zijn in te passen. De gemeente Duiven voldoet aan haar inspanningsverplichting door met dit document duidelijkheid te bieden over de mogelijkheden die de gemeente Duiven biedt. De gemeente Duiven zet zich extra in op de bedrijventerreinen Roelofshoeve, Seingraaf, Centerpoort Noord en Nieuwgraaf. Rol van de gemeente Gemeente Duiven heeft twee rollen. Ze treedt in sommige gevallen op als toetsend orgaan en/ of bevoegd gezag (o.a. vergunningverlening), maar de gemeente participeert soms ook in duurzame energieprojecten (al dan niet als initiatiefnemer). In haar rol als toetsend orgaan legt de gemeente Duiven de onderzoeksen uitwerkingsplicht bij de initiatiefnemer. Dit uitgezonderd van enkele specifieke projecten die door de gemeente in het beleidsstandpunt als “kansrijk” zijn bestempeld. In haar rol als participant/initiatiefnemer zal ze per initiatief haar rol en bijdrage bepalen.

De gemeente zal per situatie of initiatief bekijken of zij zelf stimuleringsmaatregelen of subsidies beschikbaar stelt voor investeringen of onderzoek naar duurzame energie dan wel medewerking verleend aan een aanvraag voor subsidie voor duurzame energie bij een andere instantie of overheid. De gemeente zal in haar rol als bevoegd gezag conform het handboek Omgevingsvergunningen handelen.

1.5

Verantwoording standpunt Dit beleidsstandpunt is gebaseerd op de Structuurvisie Duiven 2010-2020: omgevingsvisie op een duurzaam Duiven,, het ontwikkelkader buitengebied (6 feb 2012), uitkomsten van de raadsbehandeling van het ontwikkelkader buitengebied op 6 februari 2012, klimaat- en energieagenda MRA – MARN en WKOrapport MRA, 26 mei 201o, de ontwerpnotitie “verruiming ruimtelijk beleid windenergie (raadscommissie 8 januari 2010 /raad 1 maart 2012) en de praktische toepassing Mini-windtubines, (Agentschap NL, november 2010).

1.6

Leeswijzer Dit beleidsstandpunt bestaat uit een “quick scan” (een globaal overzicht van de standpunten in vorm van een spreadsheet) en een toelichting erop per energietechniek (factsheets). Naast een toelichting / definitie en specificatie op de standpunt worden in de factsheets ook handreikingen geboden voor de vergunningverlening en of beleidsmatige aandachtspunten voor de energietechniek.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU -4Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

1.7

Quick scan beleidsstandpunten Duiven

1.7.1

Standpunten / gebiedskansen In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de standpunten van de gemeente Duiven ten aanzien van de verschillende energietechnieken in de verschillende gebieden. De standpunten zijn nader toegelicht in de navolgende hoofdstukken of factsheets per energietechniek. In Tabel 1 op de volgende pagina is in een samenvattend overzicht gegeven van de beleidsstandpunten en de uitvoeringskaders voor duurzame energie in Duiven. Toelichting tabel per deelgebied: • Positief: goede mogelijkheden, geen aanvullende gemeentelijk voorwaarden buiten bestaande wet- en regelgeving. ● Positief onder voorwaarden: Duiven stelt specifieke gemeentelijke voorwaarden (zie navolgende hoofdstukken). ● Ongewenst: Duiven zal geen toestemming verlenen voor duurzame energieopwekking in dat specifieke gebied. ● Nvt: standpunt niet relevant omdat energietechniek niet toegepast kan worden in het betreffende gebied.

1.7.2

Gemeentelijke aangrijpingspunten In Tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de gemeentelijke aangrijpingspunten als het gaat over het toetsende kader vanuit wet/regelgeving, aspecten met betrekking ruimtelijke ordening en specifiek beleid. De aandachtspunten zijn nader uitgewerkt in de navolgende hoofdstukken of factsheets per duurzame energietechniek.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU -5Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

Tabel 1 – Samenvattend overzicht van gemeentelijke beleidsstandpunten en uitvoeringskaders voor duurzame energie in Duiven

Duurzame energie techniek

Standpunt / Gebiedskans

Woonkernen

Buitengebied

Rijksinfrastructuur

Bedrijventerrein

Roelofshoeve

Deelgebieden: Kom, Randen van Duiven, Kernen: Duiven, Loo en Overwallenzone en Groessen. Uiterwaarden

A12, spoorlijn ArnhemWinterswijk, Betuwelijn en (toekomstige) A15

Bedrijvenzone langs A12: Seingraaf, Centerpoort Noord en Zuid en Nieuwgraaf.

Roelofshoeve

Ongewenst

Ongewenst

Ongewenst

Ongewenst

Ongewenst

Ongewenst

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Ongewenst

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Positief

Positief

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Kansrijk

Positief

Positief, onder voorwaarden

Positief

Positief

nvt

Positief

Positief

Positief

Positief

nvt

Positief

Positief

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

nvt

Positief

Positief

Ongewenst

Positief, onder voorwaarden

nvt

Ongewenst

Ongewenst

Ongewenst

Positief, onder voorwaarden

nvt

Ongewenst

Positief

Ongewenst

Ongewenst

nvt

Ongewenst

Kansrijk

Positief

Positief

nvt

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Ongewenst

Ongewenst

nvt

Positief, onder voorwaarden

Positief, onder voorwaarden

Positief

Positief

nvt

Positief

Positief

nvt

nvt

nvt

Positief

Kansrijk

Positief

Positief

nvt

Positief

Positief

Positief

Positief

nvt

Positief

Positief

1A - Wind grootschalig (mega)

1B - Wind middelgroot (midi)

1C - Wind kleinschalig (mini)

2A - Zon thermisch (zonneboilers)

2B - Zon elektrisch (PV)

3A - Bodem ondiep gesloten (WKO)

3B - Bodem ondiep open (WKO)

3C - Bodem diep open (geothermie)

4A - Mono-mest vergisting (kleinschalig)

4B - Co-vergisting (kleinschalig)

4C - Co-vergisting (grootschalig)

5A - WKK klein

5B - WKK grootschalig

6A - Warmteproductie (warmtenet)

6B - Warmtelevering (bedrijven)

7A - Alternatieve transportbrandstoffen

7B - Elektrische oplaadpunten

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU -6Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

Tabel 2 – Samenvattend overzicht van gemeentelijke aangrijpingspunten voor duurzame energie in Duiven Duurzame energie techniek

Gemeentelijk aangrijpingspunten

Toetsend kader vanuit algemene wet- en regelgeving

Voorbereiding ruimtelijke ordening / gebiedsontwikkeling

Specifiek gemeentelijk beleid

1A - Wind grootschalig (mega) Toetsing hoogte in bestemmingsplan.

Nvt als gevolg van standpunt

Notitie Windenergie in de gemeente Duiven (23 april 2002)

1B - Wind middelgroot (midi)

Omgevingsvergunningplichtig. Toetsing hoogte in bestemmingsplan. Vanaf 3 midi turbines geldt de vergewisplicht.

Afwijkingsbevoegdheid in bestemmingsplan buitengebied is nodig.

Onder specifieke voorwaarden toegestaan op agrarische bouwpercelen en op eigen bedrijventerreinen (Verruiming ruimtelijk beleid windenergie / raad - 1 maart 2012).

1C - Wind kleinschalig (mini)

Omgevingsvergunningplichtig, maar geen duidelijke andere wetgeving. Toetsing hoogte in bestemmingsplan (overschrijden maximale bouwhoogte).

Afwijkingsbevoegdheid in bestemmingsplan buitengebied is nodig.

Onder specifieke voorwaarden toegestaan op agrarische bouwpercelen en op bedrijfsgebouwen (Verruiming ruimtelijk beleid windenergie / raad - 1 maart 2012).

Zongeorienteerd bouwen: Noord-Zuid Schaduwvrij van bomen en gebouwen.

Voor cultuurhistorische kerngebieden zal toetsing plaatsvinden via het beeldkwaliteitsplan door de welstandscommissie. Apart ruimtebesslag (anders dan daken) voor zonne-energie is ongewenst.

Zongeorienteerd bouwen: Noord-Zuid Schaduwvrij van bomen en gebouwen.

Voor cultuurhistorische kerngebieden zal toetsing plaatsvinden via het beeldkwaliteitsplan door de welstandscommissie. Apart ruimtebesslag (anders dan daken) voor zonne-energie is ongewenst, uitzondering is het gebied "Groene Economie" waar meervoudig ruimtegebruik de eis is.

2A - Zon thermisch (zonneboilers)

2B - Zon elektrisch (PV)

3A - Bodem ondiep gesloten (WKO)

3B - Bodem ondiep open (WKO)

3C - Bodem diep open (geothermie)

Indien geintegreerd in bestaande bouwconstructie, vergunningsvrij. In geval van gemeentelijk monument, beschermd dorpsgezicht of cultuurhistorische centra, onder voorwaarden.

Indien geintegreerd in bestaande bouwconstructie, vergunningsvrij. In geval van gemeentelijk monument, beschermd dorpsgezicht of cultuurhistorische centra, onder voorwaarden.

Tot 1 jan 2013 vergunningsvrij, dan wordt de Besluit bodem Toepassing warmtepompen stelt eisen aan energie (Bbe) van kracht geldt een meldingsplicht. woning oa. LT-verwarmingssysteem

Geen aanvullend specifiek gemeentelijk beleid

Grondwaterwet: - indien >10 m3/uur: vergunningsplichtig Groot-schalig WKO: geen gasleiding, wel vaak - indien < 10 m3 uur: meldingsplichtig boilervat warmtapwater. Ruimterservering in Indien in boringsvrije zone: ontheffing aanvragen (provinciale ondergrond nodig. Maximum prijs voor warmte verordening) is niet wettelijk vastgelegd. Geen aanvullend specifiek gemeentelijk beleid

Mijnbouwvergunning en andere wet/regelgeving via ministerie EL&I.

Ruimtereservering in bestemmingsplan voor leidingen en bronnen (boven en ondergronds). Aandachtspunt: is concurrerend met warmtenet. Geen aanvullend specifiek gemeentelijk beleid

Toepassen omgevingsvergunning.

Plaatsing onder voorwaarden toegestaan mits op bestaand agrarisch terrein en onderdeel van eigen bedrijfsactiviteit.

4B - Co-vergisting (kleinschalig)

Toepassen omgevingsvergunning en inrichtingsvergunning (omzetting bio-chemisch afval).

Plaatsing onder voorwaarden toegestaan mits op bestaand agrarisch terrein en onderdeel van eigen bedrijfsactiviteit.

4C - Co-vergisting (grootschalig)

Toepassen omgevingsvergunning en inrichtingsvergunning (omzetting bio-chemisch afval).

4A - Mono-mest vergisting (kleinschalig)

5A - WKK klein

Zeggenschap verwerven over verwerking gemeentelijk groenafval (beheer openbare ruimte).

Plaatsing alleen toegestaan op Roelofshoeve.

Indien installatie geintegreerd in bestaande bouwconstructie, Ruimtereservering: in bestemmingsplan en geen omgevingsvergunning. Bouwvergunning is fysiek voor bouw en waarborgen toegang voor toetsingskader. onderhoud. Toegestaan mits gecombineerd met condenskoeling.

Via omgevingsvergunning. Indien behorend tot bedrijfsactiviteit opgenomen in milieuvergunning

Ruimtereservering: in bestemmingsplan en fysiek voor bouw en waarborgen toegang voor Alleen toegestaan op Roelofshoeve mits gebruik reststromen onderhoud. geen mogelijkheden biedt.

Concessie overeenkomst uit 1983 blijft geldig waarbij voor nieuwe ontwikkelingen, nieuwe aanvullende afspraken worden gemaakt.

Koppeling met Arnhemse warmtenet (1), of vergroenen van warmte door bijv geothermie (2)

Aansluiting warmtenet wordt afgewogen op beschikbaarheid reststromen.

Aanleg van infrastructuur (leidingen) via bouwvergunning.

Fysieke ruimtereservering

Sluit aan bij speerpunten programma Roelofshoeve: integraal ketenbeheer en verduurzing energie.

7A - Alternatieve transportbrandstoffen

Omgevingsvergunning en milieuvergunning voor bedrijfsactiviteiten.

Structuurvisie: groene economie

7B - Elektrische oplaadpunten

Geen vergunning voor installatie (op particulier terrein), vaak wel een parkeerbesluit voor oplaadpunten in openbare ruimte. Structuurvisie: groene economie

5B - WKK grootschalig

6A - Warmteproductie (warmtenet)

6B - Warmtelevering (bedrijven)

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU -7Klant vertrouwelijk

Er loopt een evaluatie naar pilot oplaadpunten. Gemeente neemt geen eigen initiatief voor nieuwe oplaadpunten.

DHV B.V.

2

FACTSHEET WINDENERGIE

2.1

Toelichting op techniek Duiven maakt wat betreft windturbines onderscheid in 3 typen, die variëren qua ashoogte en vermogen. Over het algemeen geldt, hoe hoger de ashoogte, hoe groter het opgestelde vermogen. De drie typen zijn hieronder toegelicht. 1A – Mega windturbines Mega windturbines zijn turbines met een ashoogte van >30 meter. In de praktijk heb je dan al snel te maken met een opgesteld vermogen van 1-3 MW maar het kan zelf oplopen tot 7 MW. 1B – Midi windturbines Midi windturbines zijn turbines met een ashoogte van 10 tot max 30 meter. De omgevingshinder van midi windturbines is door de beperkte ashoogte relatief gering waardoor deze makkelijker zijn in te passen. Het vermogen van een midi windturbine ligt tussen 100 – 500 kW. 1C – Mini windturbines Kleine windturbines of miniturbines maken het mogelijk om windenergie te benutten voor de elektriciteitopwekking op gebouwen of geïntegreerd in gebouwconstructies. Ze zijn speciaal ontwikkeld voor toepassing op en bij gebouwen in de bebouwde omgeving, maar kunnen ook in het buitengebied bij gebouwen geplaatst worden. De hoogte is afhankelijk van type mini windturbine en varieert van 3-12 m. Het opgestelde vermogen van deze turbines ligt circa tussen 0.5 en 6 kW.

2.2

Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen

1A – Mega wind turbine 1B – Midi wind turbine 1C – Miniwind turbine

Woonkernen Duiven, Loo en Groessen

Buitengebied Duivense Broek, Randen van Duiven en Overwallenzone

Rijksinfrastructuur A12 en (toekomstige) A15, spoorlijn ArnhemWinterswijk en Betuwelijn

Bedrijventerrein Seingraaf, Centerpoort Noord en Zuid en Nieuwgraaf

Roelofshoeve Roelofshoeve

Ongewenst

Ongewenst

Ongewenst

Ongewenst

Ongewenst

Positief, onder voorwaar-

Positief, onder voorwaar-

Positief, onder

Positief, onder

den

den

voorwaarden

voorwaarden

Positief, onder voorwaar-

Positief, onder voorwaar-

Positief, onder

Positief, onder

den

den

voorwaarden

voorwaarden

Ongewenst Ongewenst

Toelichting specifieke standpunten en gebiedskansen – Duiven levert met de 4 grote windturbines in Duivense Broek al een flinke bijdrage in de opwekking van duurzame energie. Het windpark in Duivense Broek heeft sinds 28 september 2011 een onherroepelijke bouwvergunning. Op plaatsen die in aanmerking zouden komen voor grote turbines zoals de A15 maken we de keuze te gaan voor een andere wijze van het duurzaam opwekken van energie. Hierbij denken we in eerste instantie aan zonnepanelen. De gemeente Duiven zal vanuit landschappelijk oogpunt (buitengebied en stad) geen toestemming meer verlenen voor het plaatsen van grote windturbines (ashoogte >30 meter).

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU -8Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

–

–

– –

Mini windturbines en midi windturbines zijn toegestaan op het eigen agrarische bouwperceel (m.u.v. Duivense Broek). Hiervoor is een afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan buitengebied nodig. De gemeente staat daarbij in beginsel positief tegenover mini windturbines (vermogen 0.5-6 kW) en midi windturbines (ashoogte 10-30m) windturbines, zowel solitair als geclusterd. Voor het plaatsen van midi windturbines in de verschillende gebieden gelden wel specifieke voorwaarden (zie voorwaarden in tekstbox, op basis van de ontwerpnotitie ‘Verruiming ruimtelijk beleid windenergie (raadscommissie 8 januari 2010 /raad van 1 maart 2010). Op bedrijfsgebouwen op bedrijventerreinen mogen (kleinschalige) windmolens max. 8 m boven het gebouw uitkomen. De gemeente zal aanvragen voor bundeling van mini windturbines als volgt behandelen o Indien de bundeling van miniwindturbines valt onder eigen bedrijfsvoering, zal gekeken worden naar de inrichting van het bedrijf en het bijbehorende activiteitenbesluit. Mogelijkerwijs gaat het bedrijf in een andere bedrijfscategorie vallen, waarvoor andere milieuwetgeving geldt. o Door te kijken naar de omgevingsvergunning en bestemming van het gebied in het bestemmingsplan. Binnen de omgevingsvergunning wordt de bundeling van miniwindturbines als een geheel beschouwd

Deze specifieke standpunten zijn gebaseerd op: – “Praktische toepassing van mini-windturbines” (Agentschap NL, 2010); – ontwerpnotitie Verruiming ruimtelijk beleid windenergie (raadscommissie 8 januari 2010/raad 1 maart 2012); – Handleiding ‘Notitie Windenergie in de gemeente Duiven’ (23 april 2002), en Amendement miniwindturbines op erf bij boerderijen in buitengebied. Voorwaarden middelgrote solitaire windturbines Middelgrote solitaire windturbines op een eigen bedrijventerrein inpasbaar bij een ashoogte van: –

≤30m op een afstand van ≤100m op het terrein zelf;

–

≤25m op een afstand van ≤50m op het terrein zelf;

–

≤20m als gevestigd op het bedrijventerrein.

In het buitengebied zijn molens met een ashoogte ≤20m toegestaan op een agrarisch bouwperceel (uitgezonderd Duivense Broek) en mits geplaatst op een afstand van niet meer dan 100m nabij een woning en/of bedrijf of vergelijkbare bebouwing. In het kleinschalige landschap ten zuiden van de spoorlijn zijn molens tot een ashoogte van ≤10m toegestaan mits geplaatst op een afstand van niet meer dan 50m nabij een woning en/of bedrijf of vergelijkbare bebouwing. Het Rijngebied en Loo en Groessen zijn hiervan uitgezonderd.

2.3

Wet- en regelgeving Mega windturbines Door gevolg van gemeentelijk standpunt is wetgeving irrelevant. Midi windturbines Voor oprichting van midi windturbines zal een omgevingvergunning moeten worden aangevraagd en daarnaast zullen de turbines binnen het vigerende bestemmingsplan (en streekplan/omgevingsplan) dienen te passen.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU -9Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

Milieutoets Vanaf 3 midi windturbines geldt de vergewisplicht sinds 1 april 2011 waarbij altijd een omgevingsvergunning beperkte milieutoets noodzakelijk is. Bij deze omgevingsvergunning wordt beoordeeld of gelet op de Europese richtlijnen toch een MER moet worden opgesteld. Als dat niet het geval is, wordt de omgevingsvergunning zonder voorschriften verleend en geldt het Activiteitenbesluit voor zover relevant voor midi turbines..Windturbineprojecten met 1 of 2 windturbines vallen geheel en rechtstreeks onder het Activiteitenbesluit. Een melding is dan voldoende. Mini windturbines Via omgevingvergunningplichtig, maar geen duidelijke wet- en regelgeving. De miniturbines zijn nog niet uitontwikkeld, waardoor de (bouw)kwaliteit, geluidsoverlast, robuustheid en energie opbrengst in de praktijk vaak tegen vallen. Er bestaan ook nog geen uniforme normen voor de technische kwaliteit en er is een gebrek aan onafhankelijke productinformatie. Door het ontbreken hiervan is het vergunningstraject voor gemeenten vaak complex, langdurig en duur. Soms moet het bestemmingsplan zelfs worden aangepast door het overschrijden van de toegestane bouwhoogte.

2.4

Aandachtspunten in ontwikkelfase Bestemmingsplan Mini windturbines en midi windturbines zijn toegestaan op het eigen agrarische bouwperceel (m.u.v. Duivense Broek). Hiervoor is een afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan buitengebied nodig.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 10 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

3

FACTSHEET ZONNE-ENERGIE

3.1

Toelichting op techniek De technologieontwikkeling en marktontwikkeling van energiesystemen verandert voortdurend. Momenteel zijn er bijvoorbeeld veel ontwikkelingen op gebied van zonneenergiesysteem als dak en gevelmateriaal. De meeste gangbare zonneenergiesystemen zijn hieronder toegelicht.

2A – Zon thermisch Hier heeft men het vaak over zonnecollectoren. In een zonnecollector lopen buizen met water die door het zonlicht worden verwarmd. Dit warme water wordt bewaard in een voorraadvat. Bij een geopende warmwaterkraan stroomt het koude leidingwater door het opgewarmde voorraadvat naar de kraanwater. Wordt het water niet warm genoeg, dan brengt de cv-ketel, geiser of warmtepomp het water alsnog op de gewenste temperatuur (naverwarming). De zonneboilers worden meestal toegepast op woningen en bedrijfsgebouwen. Zonnepanelen kunnen ook toegepast worden op werken in de openbare ruimte (o.a. lichtmasten en geluidsschermen). 2B – Zon elektrisch Een zonnecel is een elektrische cel die lichtenergie omzet in bruikbare elektrische energie. Er zijn twee soorten zonnecellen. De bekendste is de geheel uit vaste stof bestaande fotovoltaïsche cel, die met vele tegelijk wordt gemonteerd in zonnepanelen. Deze elektrische energie wordt opgeslagen in een accu. In veel gevallen is het systeem ook aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Op die manier gaat de energie die opgewekt wordt door naar het energiebedrijf. De energie die teruglevert wordt aan het elektriciteitsnet, wordt verrekend. Door slim te ontwerpen kunnen de PV-panelen in het ontwerp worden geïntegreerd. De tweede is de foto-elektrochemische cel, welke verwerkt kan worden in o.a. gevelmateriaal/dakpannen.

Zonnepanelen worden meestal toegepast op woningen en bedrijfsgebouwen. Zonnepanelen kunnen ook toegepast worden op werken in de openbare ruimte (o.a. lichtmasten en geluidsschermen).

3.2

Gemeentelijke standpunten en gebiedskansen Woonkernen Duiven, Loo en Groessen

Buitengebied Duivense Broek, Randen van Duiven en Overwallenzone

2A – Zon thermisch

Positief, onder

Positief, onder

voorwaarden

voorwaarden

2B – Zon elektrisch

Positief, onder

Positief, onder

voorwaarden

voorwaarden

Rijksinfrastructuur A12 en (toekomstige) A15, spoorlijn Arnhem-Winterswijk en Betuwelijn

Bedrijventerrein Seingraaf, Centerpoort Noord en Zuid en Nieuwgraaf

Positief

Positief

Kansrijk

Positief

Roelofshoeve Roelofshoeve

Positief, onder voorwaarden Positief, onder voorwaarden

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 11 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

Toelichting specifieke standpunten en gebiedskansen - Gemeente Duiven staat positief tegenover het plaatsen van zonnepanelen (PV-panelen) én zonneboilers op vrijwel alle daken en gevels van gebouwde objecten zoals huizen, bedrijfshallen en schuren in alle gebieden. De enige uitzondering waarbij de gemeente zonnepanelen niet toe zal staan is voor rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, zoals benoemd in de structuurvisie Duiven (december 2009). Voor het toepassen van zonnepanelen in en op gebouwen in de cultuurhistorisch waardevolle 1 kerngebieden is een door de welstandscommissie goedgekeurd beeldkwaliteitplan nodig. De gemeente ziet expliciete kansen voor toepassing van PV-panelen langs de lijninfrastructuren A12 en – in toekomst – A15 (bijv op geluidwerende constructies). De gemeente staat in beginsel niet positief tegenover zonne-energie projecten die een apart ruimtebeslag (anders dan dakvlakken) hebben. Binnen het gebied, direct aangrenzend aan bedrijventerrein Roelofshoeve, dat de aanduiding groene economie in de structuurvisie heeft zijn zonnepanelen toegestaan, mits er sprake is van meervoudig ruimtegebruik en op een agrarisch bouwperceel. Zonne-energie op agrarische percelen ten zuiden van de A12 zijn alleen toegestaan wanneer er sprake is van meervoudig ruimtegebruik.

Indien zonne – energiesystemen als dak of gevelmateriaal wordt toegepast, vindt er een toetsing plaats via de welstandcommissie.

3.3

Wet- en regelgeving (zonne-energie) Bouwvergunning Voor het plaatsen van zonnepanelen op daken van bestaande gebouwen is in het algemeen geen vergunning nodig, behalve als het gaat om beschermde stads- of dorpsgezichten en monumentale panden. Bij nieuwbouw is het zonnestroomsysteem onderdeel van de normale bouwvergunning. De zonnepanelen dragen als bouwelement ook bij aan bijvoorbeeld de bouwtechnische en energetische prestatie van het gebouw. Bouwtechnische eisen Zonnepanelen zijn vaak niet enkel energie-opwekker, maar ook een bouwelement. Het zonnestroomsysteem moet dus voldoen aan de normen voor veiligheid, duurzaamheid en waterdichtheid. Deze eisen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. De Nederlandse norm NVN 7250 voor de bouwkundige integratie van zonnepanelen in de gebouwschil geeft specifiek voor zonnestroomsystemen de eisen en bepalingsmethoden voor een adequate inbouw in de gebouwschil. Aansluiting op het elektriciteitsnet In Nederland is de aansluiting op het elektriciteitsnet geregeld in de Elektriciteitswet (1998) en Netcode. Hierdoor moet de aansluiting op het net vaak geregeld worden in overleg met de netbeheerder. Vanuit de Elektriciteitswet geldt voor zonnestroomsystemen in Nederland ook de zogenaamde Salderingsregeling voor vergoeding van aan het net geleverde zonnestroom.

1

Zie Structuurvisie Duiven 2010-2020.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 12 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

3.4

Aandachtspunten in de ontwikkelfase Zon – georiënteerd bouwen Bij ruimtelijke ontwikkelingen is raadzaam om zon georiënteerd te ontwerpen. Dat wil zeggen dat de ligging van het gebouw, respectievelijk dakoppervlak noord-zuid is. Daarnaast is van belang dat er weinig schaduwwerking is van bomen, cq andere gebouwen.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 13 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

4

FACTSHEET BODEM-ENERGIE

4.1

Toelichting op techniek Bodemenergie ofwel geothermische energie is een verzamelnaam voor energie die in de vorm van warmte onder het vaste aardoppervlak is opgeslagen. We maken onderscheid tussen diepe en ondiepe bodemenergie. Diepe bodemenergie wordt ook wel (diepe) geothermie of aardwarmte genoemd. Diepe bodemenergie is energie die dieper dan 500 meter onder het aardoppervlak ligt opgeslagen, bijvoorbeeld in watervoerende lagen. Ondiepe bodemenergie wordt ook wel Warmte Koude Opslag (WKO) genoemd. Ondiepe bodemenergie is energie die minder dan 500 meter onder het aardoppervlak zit. 3A – Bodem ondiep gesloten (WKO) Een gesloten systeem (bodem-warmtewisselaar) vormt een gesloten circuit waar water/glycol doorheen stroomt, wat een temperatuur van circa 12°C aanneemt. Het systeem kan uitgevoerd worden met verticale lussen in de grond, of geïntegreerd worden in de heipalen. Dit laatste systeem wordt ook wel aangeduid als energiepalen. Met een warmtepomp wordt de laagwaardige warmte vervolgens naar een hoger temperatuurniveau gebracht waarmee het geschikt is voor ruimteverwarming. Gesloten WKO systemen worden meestal per huis aangelegd, maar een collectief systeem voor een appartementencomplex of meerdere woningen kan ook. Er zijn horizontale en verticale bodemwisselaars. De verticale warmtewisselaars beslaan vrijwel geen (horizontale ) oppervlakte.

Ze worden geplaatst op 20-150 meter diepte afhankelijk van de capaciteit van de warmtepomp, bodemgesteldheid en beschikbare ruimte. 3B – Bodem ondiep open (WKO) In een open systeem wordt grondwater gebruikt om warmte en/of koude op te slaan. Opslag van koude en/of warmte vindt plaats in watervoerende zandlagen, aquifers genaamd. Het grondwater wordt gebruikt voor koeling en/of verwarming afhankelijk van de gewenste toepassing. Voor het oppompen en injecteren van grondwater worden bronnen geslagen en in de aquifers worden filters aangelegd. Deze techniek wordt toegepast bij uitwisselen van koude en warmte stromen bijvoorbeeld bij uitwisseling tussen kassenbouw en nabijgelegen woonwijk. 3C – Bodem diep open (geothermie) Geothermie, ook wel aardwarmte genoemd, wordt gedefinieerd als de winning van energie uit diepere bodemlagen. Vanaf circa 1,8 kilometer in de aardbodem zijn de watervoerende lagen (aquifers) in onze regio warm genoeg om water van 70°C of meer te produceren. Geothermie vergt hoge investeringskosten en is alleen geschikt voor projecten met grote warmtevraag (> ca. 2500 woningen) of in combinatie met kassen of industrie.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 14 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

4.2

Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen

3A –Bodem ondiep gesloten WKO 3B – Bodem ondiep open WKO 3C Bodem diep open Geothermie

Woonkernen Duiven, Loo en Groessen

Buitengebied Duivense Broek, Randen van Duiven en Overwallenzone

Rijksinfrastructuur A12 en (toekomstige) A15, spoorlijn Arnhem-Winterswijk en Betuwelijn

Bedrijventerrein Seingraaf, Centerpoort Noord en Zuid en Nieuwgraaf

Roelofshoeve Roelofshoeve

Positief

Positief

Nvt

Positief

Positief

Positief

Positief

Nvt

Positief

Positief

Positief, onder

Positief,

voorwaarden

voorwaarden

Nvt

Positief

Positief

onder

Toelichting specifieke standpunten en gebiedskans: – De gemeente staat in beginsel positief tegenover alle soorten bodemenergie projecten in de gemeente Duiven. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende deelgebieden alleen zijn deze vorm van energieopwekking niet geschikt voor plaatsing op of direct langs lijninfrastructuur. – De gemeente ziet het aanleggen van WKO systemen in de verharding van de rijkswegen (A12 en A15) als kansrijk mede door het feit dat de onderhoudsfrequentie geminimaliseerd kan worden. – Het toepassen van geothermische energie voor de woonkernen is toegestaan. – In het buitengebied is geothermie alleen toegestaan als de installatie s binnen een bebouwingsvlak ligt.

4.3

Wet- en regelgeving Per 1 januari 2013 wordt het Besluit bodemenergie (hierna Bbe) van kracht. Het Bbe is een uitwerking van de Taskforce bodemenergie en beoogt een aantal zaken: - Gelijk speelveld voor open en gesloten systemen. - Aanwijzing interferentiegebieden. - Masterplannen voor de ordening van bodemenergiesystemen. - Uniformering van voorschriften. - Handreikingen voor de uitvoering van het besluit (BUM en HUM). Interferentiegebieden kunnen door een gemeente aangewezen worden als men verwacht dat er drukte zal ontstaan in de ondergrond, waardoor ordening van die systemen nodig is, zodat ze elkaar niet negatief zullen beïnvloeden. Aangezien interferentiegebieden zowel voor open als gesloten systemen gelden, zal de gemeente dit dus altijd in samenspraak met de provincie doen. De gemeente Duiven heeft geen interferentiegebieden aangewezen. 3A – Gesloten WKO systemen Bij gesloten systemen is geen sprake van het onttrekken en weer in de bodem brengen van grondwater. Hierdoor is er op dit moment geen melding of onttrekkingsvergunning nodig. De verwachting is dat per 1 januari het Besluit Bodem Energie (Bbe) van kracht wordt.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 15 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

Daarmee worden gesloten systemen meldingsplichtig en gesloten systemen met een bodemzijdig vermogen van meer dan 70kW zijn dan altijd vergunningsplichtig. Heeft de gemeente interferentiegebieden aangewezen, dan zijn gesloten systemen,die binnen die gebieden vallen altijd vergunningsplichtig ongeachte het vermogen. 3B – Open WKO systeem Open systemen zijn altijd vergunningsplichtig, waarbij er een vergunning in het kader van de Waterwet aangevraagd wordt bij de provincie. Voor de MRA gemeenten is in 2010 een kansen kaart voor warmtekoudeopslag opgesteld voor open WKO-systemen. Hieronder worden op hoofdlijnen de conclusies geschetst. Conclusies WKO-kansenkaart (mei 2010) De fysische mogelijkheden voor toepassing van warmte- koudeopslag (WKO) in de gemeente Duiven zijn goed. Het tweede en derde watervoerend pakket is in het gehele gebied van de gemeente geohydrologisch gezien geschikt voor toepassing van WKO-systemen. Het eerste watervoerend pakket daarentegen is in zijn geheel ongeschikt. In het gebied bevinden zich geen drinkwateronttrekkingen of gebieden met een juridische beperking voor WKO-systemen. Wel zijn er verschillende overige grondwateronttrekkingen en één bestaande WKO waar rekening mee gehouden moet worden. Zowel de verontreinigingen als het bestaande wko-systeem bevinden zich voornamelijk in (de nabijheid van) bedrijventerreinen rond de A12.

Voorafgaand aan de verlening van de Watervergunning zullen de effecten en belemmeringen van een WKO op bestaande belangen en grondwatergebruikers onderzocht worden (zoals industrie, natuur, landbouw, vastgoed, infra, gebouwen, archeologie etc.). Ook moet er rekening worden gehouden met de aanwezige bodemvervuiling in het betreffende gebied en de mogelijke invloed van een wko-systeem hierop. Het zuiden van Duiven is aangemerkt als geomorfologisch waardevol gebied. Dit betekent dat het effect van een nieuwe WKO op de bodemkundige kwaliteiten meegenomen moet worden in de besluitvorming en bij de vergunningverlening. Daarnaast is de huidige bestemming en inrichting van een locatie van belang voor het bepalen van de geschiktheid voor het toepassen van een WKO. Er moet in meer detail (schaal minimaal 1:10.000) gekeken worden naar bestaande bebouwing, natuur, archeologische waarden en ondergrondse voorzieningen (zoals kabels en leidingen). Hiervoor zou een Masterplan voor de inrichting van de ondergrond opgesteld kunnen worden waarin deze aspecten wel meegenomen worden.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 16 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

Ontwikkelingsgebieden De gemeente Duiven heeft aangegeven een aantal bedrijventerreinen in de gemeente te ontwikkelen. Op basis van de kansenkaart lijken er mogelijkheden te zijn voor de toepassing van wko op meerdere bedrijventerreinen. Voor Roelofshoeve (ontwikkelingsgebied E, in figuur hiernaast) geldt dat er geohydrologisch geschikte bodemlagen aanwezig zijn en dat er geen juridische belemmeringen zijn, die het gebruik van wko in de weg staan. Wel moet rekening worden gehouden met het grote aantal onttrekkingen in het gebied. Voor de bedrijventerreinen Seingraaf en Corridor (ontwikkelingsgebieden C en D op de kaart) geldt eveneens dat er geschikte bodemlagen aanwezig zijn, maar in beide gebieden moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van bodemverontreiniging. Ook hier moet rekening worden gehouden met het grote aantal bestaande onttrekkingen in het gebied. De effecten op de huidige onttrekkingen zullen tijdens de effectenstudie onderzocht moeten worden. Voor bedrijventerrein Corridor komt daar nog bij dat er reeds een bodemsysteem is geïnstalleerd bij de nabijgelegen IKEA. Omdat met beide factoren rekening gehouden moet worden, kan dit tot extra kosten leiden bij de realisatie van nieuwe wko-systemen. Het realiseren van wko op bedrijventerrein Graafstaete (ontwikkelingsgebied B, Figuur hierboven) lijkt op basis van de kansenkaart goed mogelijk.

Er is sprake van geschikte geohydrologische bodemlagen en daarnaast komen op basis van de kansenkaart geen juridische of andere belemmeringen naar voren. Ook voor het realiseren van wko-systemen op de werkterp Ploen-Zuid (ontwikkelingsgebied A op de figuur hierboven) lijken op basis van de kansenkaart geen belemmeringen aanwezig te zijn. Melding of vergunning Een pomp met een bruto pompcapaciteit van 10 m3 per uur of meer, is vergunningsplichtig. Dit staat in de Waterwet. Als de pompcapaciteit minder is dan 10 m3 per uur dient, conform de Waterverordening Gelderland, de installatie bij de provincie te worden gemeld. Ligt de pomp in een boringsvrije zone, dan is daarnaast een ontheffing van de Provinciale milieuverordening Gelderland nodig. 3C – Geothermie Voor het opsporen en winnen van aardwarmte zijn volgens de Mijnbouwwet vergunningen nodig van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I). De aanvraagprocedure is opgenomen in de Mijnbouwregeling. Actuele informatie over wet- en regelgeving is te vinden op het NL Olie- en Gasportaal (NLOG) van het ministerie van EL&I en TNO.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 17 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

4.4

Aandachtspunten in ontwikkelfase WKO systemen Bij grootschalige WKO systemen op wijkniveau wordt er geen gas aangelegd in de wijk. Wanneer wordt afgezien van conventionele gasketels als bijstook is een gas-infrastructuur niet vereist, wel is een boilervat voor warmtapwater dan noodzakelijk. Ruimte in ondergrond voor leidingen is essentieel voor wel/niet aanleggen open WKO. Horizontale bodemwarmtewisselaars beslaan een relatief grote oppervlakte. Hoe groot dit oppervlak is, hangt af van de warmtevraag en de bodemgesteldheid. Over het algemeen is er meer ruimte nodig dan beschikbaar is bij compacte nieuwbouw. Dit geldt niet voor verticale bodemwisselaars De toepassing van warmtepompen stelt eisen aan de afwerking en kwaliteit van de woning, gebaseerd op het treffen van de maatregelen aan de schil (isolatie, luchtdichtheid), met een comfortabel binnenklimaat en een LTV verwarmingssysteem. Daarnaast is belangrijk om te kijken naar rendement en gebruik in de woning. Bij te lage dimensionering wordt via piekketel elektrisch bijgestookt wat vaak hoge energiekosten met zich meebrengt. Voor de prijs voor duurzame energie zoals electra en gas is een wettelijk maximum vastgelegd, het “niet meer dan anders” principe. De prijs voor warmte is niet geregeld en hoeft per definitie dus niet goedkoper /gelijk te zijn dan traditionele energie wat dus gevolgen kan hebben voor woonlasten.

De eigenaar van WKO-instrallatie kan de prijs bepalen. Geo-thermie systeem Voor een geothermische installatie is een centrale technische ruimte nodig voor de ingezette pompinstallatie en warmtewisselaar, de aansluiting op distributieleidingen en voorzieningen voor de back-up en piekbelasting. De bijbehorende schoorsteen in gebouw heeft hoogte 25-30m. Voor de warmtedistributieleidingen dient voldoende ruimte te worden gereserveerd in het plangebied. Gegeven het verlies bij warmtedistributie is aansluiting op compact gebouwde woonwijk de voorkeur.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 18 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

5

FACTSHEET BIO-ENERGIE

5.1

Toelichting op techniek Bio-energie is de verzamelnaam voor energie uit energiedragers die rechtstreeks, dan wel via een chemi2 sche omweg, zijn gewonnen uit organisch materiaal (biomassa ). Biomassa is vooral een begrip geworden omdat er op hernieuwbare basis elektriciteit mee kan worden opgewekt. Op basis van verschillende technieken zijn verschillende energie-producten mogelijk. Technologie Vergisten Pyrolyse /vergassing Torrificatie /vergassing Verbranden

Energie - product Biogas en digistaat Pyroliseolie en warmte Biococal (soort houtskool) Electriciteit en warmte

Steeds meer veehouderijen of groenafval verzamelaars vragen vergunningen aan voor het exploiteren van een biovergistinginstallatie. Technieken verbeteren met name op het te behalen rendement door exacte optimale samenstelling van toegevoegde biomassa. 4A – Mono mestvergisting Mono-mestvergisting heeft het laagste rendement. Dat ligt in orde van grootte van 60 kilowattuur (kWh). Met een beetje bijmenging van een ander materiaal ligt rendement snel rond 80 kWh. 4B – Co-vergisting (kleinschalig) Op de schaalgrootte van één bedrijf betreft het vaak een vergistinginstallatie, gekoppeld aan WKKinstallatie met verwerking van 10.000 ton biomassa en opbrengt 100 – 150 kWh electriciteit. Ruimtelijke 3 3 beslag is in orde van grootte vergistingstank van 18 -25 m tot grotere vergistingsinstallaties tot 1200 m 4C – Co-vergisting (grootschalig) Grotere installaties gaat het om verwerking van 30.000 ton biomassa of meer, en afhankelijk van het rendement een opbrengst van > 1 mWh electriciteit . Grootschalige vergistingsinstallaties hebben volume 3 van 2-3 x 1800 m .

2

In de 'Europese richtlijn betreffende de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen op de

interne elektriciteitsmarkt' (Richtlijn 2001/77/EG) wordt de volgende definitie voor biomassa gehanteerd: 'De biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval.’ Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 19 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

5.2

Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen Woonkernen Duiven, Loo en Groessen

4A – Monomestvergisting (klein) 4B – Covergisting (klein) 4C – Covergisting (groot)

Buitengebied Duivense Broek, Randen van Duiven en Overwallenzone

Rijksinfrastructuur A12 en (toekomstige) A15, spoorlijn ArnhemWinterswijk en Betuwelijn

Bedrijventerrein Seingraaf, Centerpoort Noord en Zuid en Nieuwgraaf

Roelofshoeve Roelofshoeve

Nvt

Ongewenst

Ongewenst

Positief, onder voorwaarOngewenst

den Positief, onder voorwaar-

Ongewenst

den

Nvt

Ongewenst

Positief

Ongewenst

Ongewenst

Nvt

Ongewenst

Kansrijk

Toelichting op specifieke standpunten en gebiedskansen Duiven staat in beginsel positief tegenover bio-energie projecten in het bijzonder in de vorm van kleinschalige vergistinginstallaties in het buitengebied. Voorwaarde is dat de vergister staat op een agrarische bouwperceel en de vergister in beginsel onderdeel is van een bedrijfseigen activiteit. Grootschalige vergisting is (alleen) mogelijk op industrieterrein Roelofshoeve. In dat geval betreft het dan co-vergisting van biomassa.

5.3

Wet- en regelgeving Voor het omzetten van groene reststoffen in brandstoffen zijn installaties nodig. Om een installatie te mogen oprichten en in werking te hebben zijn in veel gevallen vergunningen nodig. Regels opslag groenafval Het opslaan en het composteren van groenafval leidt tot vergunningplicht bij een capaciteit van meer dan 600 m3. Op grond van Bor bijlage I, categorie 28, onder 28° is een inrichting vergunningplichtig bij het opslaan, versnipperen en composteren van meer dan 600 m³ groenafval, afgedragen gewas of bloembollenafval ontstaan bij werkzaamheden die buiten de inrichting zijn verricht door degene die de inrichting drijft of niet afkomstig van buiten de inrichting, voor zover geen sprake is van gevaarlijke afvalstoffen. Het gaat hierbij dus om het opslaan, versnipperen en composteren van eigen materiaal. Zodra er sprake is van handelingen met ingezameld groenafval, dan is er een omgevingsvergunning voor het deelaspect milieu nodig. Op de opslag en het composteren van groenafval is paragraaf 3.3.6 van het Activiteitenbesluit van toepassing. Voor het composteren van groenafval geldt hetzelfde bodembeschermingsregime als voor landbouwbedrijven.

In artikel 3.40 Activiteitenbesluit zijn de afdelingen 2.2, 2.3 en 2.4 van het Besluit landbouw milieubeheer van overeenkomstige van toepassing verklaart op het opslaan van vaste mest en het composteren van groenafval, afgedragen gewas of bloembollenafval. Bevoegd gezag De gemeente is bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Er moet een verklaring van geen bedenkingen door de provincie af worden gegeven bij de volgende situaties: § Indien de opslagcapaciteit voor het groenafval meer dan 1.000 m3 bedraagt (categorie 28.4,a, 6o van bijlage I onderdeel C van het Bor).

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 20 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

Indien jaarlijks meer dan 15.000 m3 afvalstoffen (bijvoorbeeld bepaalde soorten co-substraten) afkomstig van buiten de inrichting wordt toegevoegd aan het vergistingsproces (categorie 28,4,c,1o van bijlage I onderdeel C van het Bor). Als de genoemde grenzen worden overschreden terwijl er wel sprake is van een gpbv-installatie (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) of het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is, dan is de provincie bevoegd gezag voor de vergunning. Dit zal in de praktijk niet voorkomen bij lokale verwerking door bedrijven uit de groene branche. §

Extra eisen vergunningaanvraag De eisen voor een vergunningaanvraag voor het bewerken van afvalstromen zijn strenger indien er sprake is sprake van afvalstoffenbewerking in de zin van categorie 28.4 t/m 28.6 van het Bor bjlage I. Hier vallen onder andere microbiologisch, anderszins biologisch en chemisch omzetten onder. Dat betekent dat los van de normale eisen aan een vergunning de volgende extra eisen gelden: De vergunningaanvraag bevat informatie over: § De aard, de samenstelling, de hoeveelheid en de herkomst van de inkomende afvalstoffen. § De procedures van acceptatie en controle van de inkomende afvalstoffen. § De wijze van financiering van de activiteiten, alsmede een schatting van de omvang van de investeringen die worden gedaan. § De tarieven die de aanvrager voor het nuttig toepassen of verwijderen wil vaststellen alsmede de wijze waarop de tarieven zijn samengesteld. § De beschikbaarheid en vakbekwaamheid van de in de inrichting werkzame personen. § De wijze waarop de inkomende afvalstoffen worden geregistreerd. § De wijze waarop de bij het proces van nuttig toepassen of verwijderen ontstane stoffen, preparaten of andere producten of afvalstoffen worden afgezet, afgevoerd, nuttig toegepast of verwijderd, alsmede de wijze van registratie daarvan.

§ De ondernemings- en organisatiestructuur,alsmede de regeling van de feitelijke leiding van de activiteiten in de inrichting. § De naam en het adres van degene die de feitelijke leiding van de activiteiten heeft in de inrichting. M.e.r. plicht De ingezamelde biomassa valt onder het begrip afval, waardoor vergistingsinstallatie met een capaciteit hoger dan 50 ton/dag onder de MER-beoordelingsplicht valt.(Categorie D 18.1). De beoordeling of een m.e.r. noodzakelijk is, gebeurt op grond van kenmerken van de activiteit, de plaats, de samenhang met andere activiteiten en de kenmerken van de milieueffecten.

5.4

Aandachtspunten in ontwikkelfase Bedrijfseigen activiteit Om onderscheid te maken tussen bedrijfseigen activiteit wordt onderscheid gemaakt tussen de categorieën A, B, C, en D: A. Het bedrijf verwerkt eigen geproduceerde mest en voegt eigen en/of van derden afkomstige cosubstraten toe. Het digestaat (de co-vergiste mest) wordt op de tot het bedrijf behorende gronden gebruikt. B. Het bedrijf verwerkt eigen geproduceerde mest en voegt eigen en/of van derden afkomstige cosubstraten toe. Het digestaat wordt op de tot het bedrijf behorende gronden gebruikt, of naar derden afgevoerd. C. Het bedrijf verwerkt aangevoerde mest geproduceerd door derden en voegt eigen en/of van derden afkomstige co-substraten toe. Het digestaat (de co-vergiste mest) wordt op de tot het bedrijf Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 21 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

behorende gronden gebruikt. D. Het bedrijf verwerkt aangevoerde mest van derden en voegt eigen en/of van derden afkomstige co-substraten toe. Het digestaat wordt als meststof afgeleverd aan derden. A, B en C worden als bedrijfseigen beschouwd en D niet. Bij A en B gaat het meestal om een veehouderij, bij C om een akkerbouwbedrijf. Voor A, B en C is er een duidelijke binding met de tot het bedrijf behorende agrarische activiteit of bedrijfsgronden: de aanvoer of de afvoer is "van" of "gaat naar" het eigen bedrijf. Om de systematiek niet te star te laten zijn, zal het hier moeten gaan om aan- of afvoer die in hoofdzaak van of naar het eigen bedrijf gaat voor de mest of de gronden. De categorieën A, B en C zijn een agrarische activiteit passend bij en gebonden aan een agrarische bestemming. Veel bestaande bestemmingsplannen bevatten al een specifieke of ingeperkte definitie van het begrip "agrarische bestemming" die co-vergisting uit kan sluiten. Let er bij actualisering van het bestemmingsplan dus op dat dergelijke algemene definities indien nodig worden aangepast.

Voor categorie A, B en C is het aan te bevelen een agrarische bestemming "met nevenactiviteit mestverwerking al dan niet gecombineerd met energieopwekking" expliciet op te nemen in het bestemmingsplan, en ook duidelijk aan te geven wat onder mestverwerking wordt verstaan Categorie D kan niet meer worden beschouwd als een bedrijfseigen agrarische activiteit en is van toepassing bij centrale mest/groenverwerking op een grotere schaal. Als een gemeente vestiging van een dergelijke grootschalige activiteit mogelijk wil maken is ruimtelijk maatwerk nodig. Maatwerk wil zeggen dat hier een locatie apart voor bestemd moet worden. De gemeente Duiven heeft Roelofshoeve aangewezen als gebied waar dit mogelijk is. Ruimtelijke ordening/WABO Bestemmingsplannen regelen welke activiteiten op welke locatie mogen plaatsvinden. Bewerken van groene reststoffen is niet automatisch een onderdeel van een hoveniers- en/of groenvoorzieningsbedrijf of mechanisch loonwerkbedrijf. De bestemming bepaalt of er door de overheid direct medewerking kan worden verleend aan het starten van een activiteit gericht op het hergebruik van groene reststoffen. Afhankelijk van de ligging van het bedrijf kan vergunning worden aangevraagd op basis van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO). Afhandeling van de aanvraag vindt plaats conform handboek Omgevingsvergunning.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 22 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

6

FACTSHEET WKK

6.1

Toelichting op techniek Warmtekrachtkoppeling (kortweg WKK) is de gecombineerde opwekking in één proces, op basis van een brandstof, van warmte en elektriciteit (of mechanische energie), waarbij de warmte nuttig wordt gebruikt. 5A Micro-WKK Warmte-krachtkoppeling tot 5 kW elektrisch voor huishoudens wordt microwarmtekrachtkoppeling genoemd. Micro-wkk, ook wel de HRe-ketel genoemd, is een cv-ketel die behalve warmte ook elektriciteit produceert. De WKK-installatie vervangt daarbij de cv-ketel en de boiler of geiser. De warmte wordt gebruikt voor verwarming van het huis en voor warmwater voor douchen. Indien er geen warmte nodig is, zet de micro-WKK de warmte om in electriciteit. Grotere toepassingen, voor gebruik in de utiliteitsbouw, worden mini-wkk genoemd. Bij nieuwbouw wordt als brandstof voor micro-WKK vaak electra opgewekt via zonnepanelen op dak om zo de kringloop te sluiten. Micro-wkk is op dit moment rendabel in woningen met een gasverbruik van 3 1.600 m per jaar. Vermogen is 1kWh (kilowatt uur) electra. 5B WKK-groot: Industriële WKK In een WKK-installatie wordt optimaal gebruikgemaakt van gas als brandstof voor de gecombineerde opwekking van warmte én stroom. Vermogen van elektra opwekking van 1,2 MWh (mega watt uur) en hoger.

Processen in de chemische, voedingsmiddelen- en zware industrie draaien grotendeels op WKK warmte; het teveel aan geproduceerde elektriciteit wordt geleverd aan het openbare net. De WKK installaties van de gezamenlijke Nederlandse industrie voorzien nu in 25% van de Nederlandse energiebehoefte. Niet alleen het gebruik van brandstof in een WKK is buitengewoon efficiënt, ook de CO2 uitstoot is minder dan de helft in vergelijking met een kolencentrale. Dat is winst voor de klimaatdoelstellingen. WKK-installatie wordt vaak gekoppeld aan een bio-vergister, waarbij het opgewekte biogas dient als brandstof voor de WKK-installatie, waardoor het een vorm van duurzame energie is.

6.2

Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen

5A – WKK klein 5B – WKK groot

Woonkernen Duiven, Loo en Groessen

Buitengebied Duivense Broek, Randen van Duiven en Overwallenzone

Rijksinfrastructuur A12 en (toekomstige) A15, spoorlijn ArnhemWinterswijk en Betuwelijn

Positief

Positief

Nvt

Ongewenst

Ongewenst

Nvt

Bedrijventerrein Seingraaf, Centerpoort Noord en Zuid en Nieuwgraaf

Roelofshoeve Roelofshoeve

Positief,onder

Positief,onder

voorwaarden

voorwaarden

Positief, onder

Positief, onder

voorwaarden

voorwaarden

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 23 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

Toelichting specifieke standpunten en gebiedskansen De gemeente Duiven staat in beginsel positief tegenover kleine WKK installaties, mits gecombineerd met condenskoeling. Een grote WKK-installatie is toegestaan op het bedrijfsterrein Roelofshoeve, mist is aangetoond, dat het gebruik van reststromen van eigen of ander bedrijven binnen het bedrijventerrein Roelofshoeve geen mogelijkheden biedt . Een grote WKK installatie wordt vaak gekoppeld aan een bio-vergister. Om de toevoer van biomateriaal uit de directe omgeving te bundelen om op die manier een rendabele toekomstbestendige bio-vergister te exploiteren, wijst de gemeente Duiven Roelofshoeve aan als enig gebied voor grootschalige WKK installatie in combinatie met een Bio-vergister.

6.3

Wet- en regelgeving 5A Micro-WKK Geen vergunning nodig. De bouwvergunning is toetsend kader voor micro-wkk. 5A WKK-groot: - Inpandig grote WKK -installatie valt onder de wet milieuvergunning voor de eigen bedrijfsvoering. - Zie verder onder wet/regelgeving factsheet biovergister.

6.4

Aandachtspunten in ontwikkelfase Ruimtereservering Voor het plaatsen van micro-WKK bij appartementencomplex is ruimtelijke reservering nodig in en nabij gebouw. Daarnaast is handig dat deze een vrije toegang heeft voor onderhoud. Voor plaatsen van WKK-groot in combinatie met bio-vergister is bestemmingsplan wijziging nodig en ruimtereservering in gebied.

Gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie gemeente Duiven/Beleidsstandpunt Duurzame Energie 7 mei 2012, versie definitief MD-AF20120819/SU - 24 Klant vertrouwelijk

DHV B.V.

7

FACTSHEET WARMTE UITWISSELING

7.1

Toelichting op techniek Het betreft hier geen techniek voor opwekking / productie van duurzame energie maar van uitwisseling van warmte. Dit is echter een belangrijk aspect van het omgaan van de warmte in Duiven, zeker gegeven het aanwezige warmtenet van Nuon gevoed door de AVR. – – –

7.2

Gemeentelijk standpunt en gebiedskansen

6A – Warmtelevering (voor warmtenet) 6B – Onderlinge warmtelevering (tussen bedrijven)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=cffcaf73-9036-44d5-b8ea-af490e1cf77e