6. 201722064-Bijlage bij toelichting 1 notitie spuitzonering Ploen-Noord
Tekst van het document
,
,
In de rechtsliteratuur 60 moet aan de hand van een drietal vragen worden bepaald wat de omvang is van het normaal maatschappelijk risico in een concrete situatie. Dit betreffen: 1. de vraag of sprake is van een normale maatschappelijke ontwikkeling ; 2. de vraag of die ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag en ; 3. de vraag of de schade in de vorm van waardevermindering onevenredig is in verhouding tot de waarde van de onroerende zaak. ,
In de eerste plaats lag de vraag voor of de schadeveroorzakende planologische ontwikkeling kwalificeerde als een normale maatschappelijke ontwikkeling. Het doel van deze vraag is niet door de Afdeling geëxpliceerd. Vermoedelijk diende het gemeentebestuur te motiveren of de betreffende ontwikkeling tot het ‘normale verwachtingspatroon’ van de benadeelde behoorde in die zin dat de ontwikkeling logischerwijs voortvloeide uit maatschappelijke tendensen en derhalve in algemene zin te verwachten was De Afdeling achtte in dit kader van belang dat aan een planologisch regime geen blijvende rechten konden worden ontleend. Het was dan ook een normale maatschappelijke ontwikkeling dat ruimtelijke inzichten en daaruit voortvloeiende bestemmingsplannen in de loop der 61 Verder heeft zij diverse ontwikkelingen als zodanig (normaal maatschappelijk) tijd wijzigden. ,
,
58 M. E. Stuiver , ‘Het normaal maatschappelijk risico bij directe schade onder de Omgevingswet’ , Gst. 2024/17 , p. 85. 59 Zie o. m. ABRvS 2 maart 2016 , ECLI:NL:RVS:2016:526 , r. o. 4.1 , ABRvS 11 januari 2017 , ECLI:NL:RVS:2017:18 , r. o. 36 , ABRvS 19 september 2018 , ECLI:NL:RVS:2018:3026 , r. o. 5.1 , ABRvS 26 juni 2016 , ECLI:NL:RVS:2019:1992 , r. o. 14.1 , ABRvS 17 maart 2021 , ECLI:NL:RVS:2021:554 , r. o. 10. 1 en ABRvS 26 mei 2021 , ECLI:NL:RVS:2021:1110 , r. o. 14. 1 60 M. E. Stuiver , ‘Het normaal maatschappelijk risico bij directe schade onder de Omgevingswet’ , Gst. 2024/17 , p. 86. 61 ABRvS 18 december 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:4287 , r. o. 53.
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
22
REN250236. 002/MRO
waaronder de concentratie van glastuinbouw 62 het bestemmen van laaggelegen agrarische gronden (in nabijheid van een watergang) ten behoeve van tijdelijke waterberging 63 het vergroten van geluidcontouren ten behoeve van de groeimogelijkheden van een bestaande regionale luchthaven 64 en het schrappen van onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen in een anticipeergebied. 65 Interessant is dat er ook niet-normale (of abnormale) maatschappelijke ontwikkelingen kunnen zijn. Zo heeft de Afdeling overwogen dat het aanwijzen van een privaat stuk grond voor een verblijfs- en verkeersbestemming en het wegbestemmen van bestaande bebouwing niet als een normale maatschappelijke ontwikkeling kan worden beschouwd. 66 Voor dat oordeel lijkt van belang te zijn geweest dat de door benadeelden ondervonden beperking van bouw- en gebruiksmogelijkheden geenszins te verwachten was. aangewezen ,
,
,
In de tweede plaats lag de vraag voor of de ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag. Uit het toetsingskader volgt dat in dat verband betekenis toekwam aan de mate waarin de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het in een reeks van jaren gevoerde ruimtelijke beleid paste. Hiermee werd bedoeld of de ontwikkeling naar aard en schaal aansloot bij de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvond en in lijn was met het tot dan toe gevoerde ruimtelijke beleid. Bij ruimtelijk beleid moest worden gedacht aan alle relevante ruimtelijke documenten op nationaal provinciaal en gemeentelijk niveau zoals structuurvisies verordeningen bestemmingsplannen en beleidsstukken die betrekking hadden op een bepaald onderwerp of bepaalde locatie. 67 In de derde en laatste plaats lag de vraag voor of de schade in de vorm van waardevermindering onevenredig was in verhouding tot de waarde van de onroerende zaak. Er kon namelijk weliswaar sprake zijn van een normale maatschappelijke ontwikkeling die in de lijn der verwachtingen lag maar dat betekende op zichzelf nog niet dat de gevolgen van de ontwikkeling geheel onder het normale maatschappelijke risico vielen. Zoals gezegd was in dat kader de aard en de omvang van het door de ontwikkeling veroorzaakte nadeel van belang.
Het nadeel kon naar zijn aard ingrijpend zijn bijvoorbeeld omdat het reguliere gebruik van de onroerende zaak of het gebruik waaraan de onroerende zaak zijn hoogste waarde ontleende werd wegbestemd. 68 Ook was mogelijk dat de omvang van het nadeel aanzienlijk was bijvoorbeeld omdat de onroerende zaak ruim de helft minder waard werd. 69 In dergelijke gevallen kon de schade ,
,
,
,
,
,
,
,
62 ABRvS
11 januari 2017 , ECLI:NL:RVS:2017:18 , r. o. 40-41. 26 september 2018 , ECLI:NL:RVS:2018:3120 , r. o. 19. 2-19. 3. 64 ABRvS 26 juni 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:1992 , r. o. 14. 6. 65 ABRvS 26 mei 2021 , ECLI:NL:RVS:2021:1110 , r. o. 14. 9. 66 Zie ABRvS 18 december 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:4337 , r. o. 52 en ABRvS 13 maart 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:777 , r. o. 7. 3-7. 4. 67 Zie bijv. ABRvS 27 september 2017 , ECLI:NL:RVS:2017:2598 , r. o. 8.6 , ABRvS 13 maart 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:776 , r. o. 7.2-7.3 , ABRvS 4 maart 2020 , ECLI:NL:RVS:2020:672 , r. o. 10. 5 en ABRvS 19 augustus 2020 , ECLI:NL:RVS:2020:1984 , r. o. 89 68 Zie ABRvS 27 september 2017 , ECLI:NL:RVS:2017:2598 , r. o. 8. 6-8. 8 en ABRvS 4 december 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:4098 , r. o. 14. 2-14. 3 69 Zie o. m. ABRvS 4 mei 2016 , ECLI:NL:RVS:2016:1200 , r. o. 10-10.1 , ABRvS 3 oktober 2018 , ECLI:NL:RVS:2018:3192 , r. o. 5 en ABRvS 26 juni 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:1992 , r. o. 7. 63 ABRvS
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
23
REN250236. 002/MRO
bestaande uit waardevermindering van de onroerende zaak onevenredig zijn in verhouding tot de waarde van die onroerende zaak. Tot dit oordeel kwam de Afdeling in twee planschadezaken. Daarbij bedroeg de schade circa 50% en 75% van de waarde van de onroerende zaak voorafgaand aan de planologische wijziging. 70 De Afdeling heeft aangegeven dat de hoogte van de drempel primair werd bepaald door het antwoord op de vraag of en zo ja in hoeverre de planologische ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag (vraag 2). 71 Met name het antwoord op de tweede vraag uit het toetsingskader was dus bepalend voor de hoogte van het drempelpercentage. ,
,
5. 2
,
Toepasselijk percentage normaal maatschappelijk risico in casu
Het bestemmingsplan ‘De Ploen-Noord’ (dat per 1 januari 2024 deel uit is gaan maken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Duiven dateert qua ontwerp uit december 2023 en is vastgesteld op 7 oktober 2025. In de toelichting van het bestemmingsplan kan in paragraaf 3. 1 worden gelezen dat de locatie al in de structuurvisie van 2009 genoemd werd als ‘reservelocatie’ voor woningbouw. Hoewel uiteraard de vraag kan worden gesteld of in de periode tussen 2009 en 2023 de verwachtingen dat De Ploen-Noord voor woningbouw zou worden aangewend op enig moment ook weer teniet zijn gegaan door tegengestelde ontwikkeling acht ondergetekende het in het kader van op grond van de genoemde structuurvisie voldoende aannemelijk dat woningbouw in het onderhavige plangebied in de lijn der verwachtingen lag zeker gezien de maatschappelijk ontwikkelingen die resulteren in een grote woningbouwopgave. ,
,
Daarnaast is een toetsingscriterium of het beperken van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan worden aangemerkt als een normale maatschappelijke ontwikkeling. Daarbij wordt overwogen dat het reeds sinds 2014 in de lijn der verwachtingen ligt dat er spuitvrije zones zouden kunnen/moeten worden opgericht tussen gevoelige functies als wonen en agrarische percelen. In 2014 heeft de Gezondheidsraad een rapport opgeleverd getiteld ‘Gewasbescherming en omwonenden’. 72 De hoofdboodschap is dat blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen vanuit de agrarische omgeving serieuze aandacht verdient en dat nader onderzoek en maatregelen ter beperking van de blootstelling op hun plaats zijn. De Gezondheidsraad heeft in 2020 73 geadviseerd om voorzorg toe te passen en door het streven naar vermindering van de afhankelijkheid van de landbouw van chemische gewasbeschermingsmiddelen te intensiveren. Uit buitenlands onderzoek komen immers aanwijzingen voor een verband tussen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en de kans op gezondheidsschade.
70 ABRvS
26 juni 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:1992 , r. o. 14.6 , ABRvS 17 maart 2023 , ECLI:NL:RVS:2021:554 , r. o. 10. 6. 26 mei 2021 , ECLI:NL:RVS:2021:1110 , r. o. 14. 8. 72 ‘Gewasbescherming en omwonenden’ , rapport Gezondheidsraad , 29 januari 2013 , kenmerk: I-82871 ABRvS
11/HvD/pm/887-K1
73 ‘Vervolgadvies gewasbescherming
en omwonenden’ , rapport Gezondheidsraad 29 juni 2020.
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
24
REN250236. 002/MRO
Daarnaast heeft de Tweede Kamer op 5 december 2019 een motie aangenomen waarin wordt uitgesproken dat juridische expertise wordt ingewonnen om de mogelijkheden tot het instellen van spuitvrije zones voor de Kamer in beeld te brengen. Achtergrond van de motie is de discussie die is gevoerd tussen de TK en de Minister van LNV over de juridische mogelijkheden om op rijksniveau regels te stellen betreffende spuitvrije zones. Daarbij wordt gedoeld op de bufferzone die in acht genomen zou moeten worden tussen enerzijds agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen wordt gebruikt (veelal ten behoeve van de fruitteelt de bloemen- of bloembollenteelt of de boomkwekerijen) en anderzijds gevoelige functies zoals wonen scholen kinderspeelplaatsen horeca en dergelijke. In die bufferzone is dan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. Die discussie is onder meer terug te vinden in het Algemeen Overleg dat op 31 oktober 2019 heeft plaats gevonden tussen de vaste commissie voor Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit met de Minister van LNV en de Staatssecretaris van I &W over het gewasbeschermingsbeleid. 74 In een Afdelingsuitspraak van 26 maart 2014 75 werd reeds overwogen dat een groot aantal woningen op een kortere afstand dan 50 meter ligt van de fruitboomgaard van appellant.
Het enkele gegeven dat een bestaande situatie aan de orde is betekent niet dat in het geheel geen betekenis behoeft te worden toegekend aan de milieu hygiënische gevolgen van de fruitboomgaard voor de omgeving. Het laten voortbestaan van een bestaande historisch gegroeide situatie kan onder omstandigheden in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening indien blijkt dat de nadelige gevolg hiervan zo groot zijn dat deze in redelijkheid niet langer aanvaardbaar kunnen worden geacht. Dit is met name het geval indien de gezondheid van omwonenden niet kan worden gegarandeerd. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt bovendien dat in het algemeen een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk wordt geacht. Het is toegestaan deze afstand te verkleinen als daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. In eerdere uitspraken heeft de Afdeling overwogen dat een kortere afstand kan worden gemotiveerd aan de hand van een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek. 76 ,
,
,
,
,
,
,
,
Een parallel kan in casu worden getrokken met de Afdelingsuitspraak van 6 februari 2019. 77 Deze uitspraak heeft betrekking op de toepassing van het normaal maatschappelijk risico bij het verlagen van een milieucategorie vanwege zonering bij de actualisatie van een oud bestemmingsplan. Volgens de Afdeling ligt het in de lijn der verwachtingen dat bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan zonering zou worden toegepast. Zonering wordt als een normale maatschappelijke ontwikkeling gezien en de Afdeling past uiteindelijk een percentage normaal maatschappelijk risico van 3% toe: ,
“Volgens de StAB kan de ouderdom
het uitbreidingsplan van betekenis zijn voor de vraag of de ontwikkeling in de lijn der verwachtingen lag. Als algemeen uitgangspunt geldt dat verwacht kan van
74 N. S. J. Koeman , ‘Juridisch
advies spuitvrije zones’ , advies d. d. 11 mei 2020 aan de Tweede Kamer der StatenGeneraal , p. 1. 75 ABRvS 26 maart 2014 , ECLI:NL:RVS:2014:1085. 76 ABRvS 10 februari 2021 , ECLI:NL:RVS:2021:276. 77 ABRvS 6 februari 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:322.
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
25
REN250236. 002/MRO
worden dat een bestemmingsplan dat ouder is dan tien jaar vervangen wordt. Dit uitgangspunt geldt nog sterker voor een uitbreidingsplan dat dateert van vóór de invoering van de Wet op de Ruimtelijke Ordening in 1965. Omdat het uitbreidingsplan uit 1960 dateert had al vanaf 1970 mogen worden verwacht dat een nieuw bestemmingsplan vastgesteld zou gaan worden waarbij geldt dat geen blijvende rechten kunnen worden ontleend aan onbenutte mogelijkheden. Bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan geldt als uitgangspunt dat de bestaande (legale) situatie positief wordt bestemd. Het is thans in het kader van een goede ruimtelijke ordening gangbaar dat bij het bestemmen van bedrijventerreinen een zonering wordt toegepast. Zonering bestaat uit het toekennen van bepaalde milieucategorieën aan de bedrijfsbestemming. Dicht bij woningen en andere gevoelige bestemmingen worden uitsluitend bedrijfsactiviteiten in lage milieucategorieën toegestaan. Op een grotere afstand worden bedrijfsactiviteiten in hogere milieucategorieën toegestaan. Het lag in de lijn der verwachtingen dat in dit geval bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan zonering zou worden toegepast. Zonering wordt als een normale maatschappelijke ontwikkeling gezien.
Gezien de ligging van het terrein ten opzichte van de nabijgelegen woningen , lag het voorts in de lijn der verwachtingen dat bij het wijzigen van een bestemmingsplan de bedrijfsbestemming aangepast zou worden op een zodanige wijze , dat hinder bij de nabijgelegen woningen zo veel mogelijk beperkt zou worden. Een deel van het terrein ligt op een afstand van minder dan 200 m tot de dichtstbijzijnde woningen. Gelet hierop was te verwachten dat bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan rekening zou worden gehouden met de afstand tot de nabij gelegen woningen en dat de milieucategorie hierop zou worden aangepast. Dat milieucategorie 5 zou worden uitgesloten lag daarbij in de lijn der verwachtingen maar dat geldt niet voor milieucategorie 4. Het provinciale ruimtelijke beleid voor de Drechtsteden is gericht op een verdere ontwikkeling van transport distributie en industrie. De Drechtsteden zijn geschikt voor onder andere watergebonden bedrijven. De gemeente Papendrecht sluit voor wat betreft het beleid ten aanzien van bedrijventerreinen aan bij het regionale beleid van de Drechtsteden. Daarnaast voorzag het gemeentelijke ruimtelijke beleid in een conserverende bestemming van het terrein. In de toelichting bij het bestemmingsplan is vermeld dat voor het terrein de bestaande bestemmingen worden aangehouden.
Uit het gevoerde planologische beleid is niet af te leiden dat het in de lijn der verwachtingen lag dat de milieucategorieën van bedrijfsactiviteiten afgewaardeerd zouden worden. Gelet op deze laatste vaststelling lag de ontwikkeling deels in de lijn der verwachtingen. Indien de ontwikkeling geheel in de lijn der verwachtingen had gelegen dan zou de omvang van het normale maatschappelijke risico gelet op de jurisprudentie van de Afdeling op vijf procent van de waarde van de onroerende zaak onmiddellijk vóór de peildatum zijn vastgesteld. Omdat de ontwikkeling slechts gedeeltelijk in de lijn der verwachtingen lag kan de omvang van het normale maatschappelijke risico in dit geval op drie procent van die waarde worden vastgesteld aldus de StAB. ” ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
26
REN250236. 002/MRO
Alles tegen elkaar afwegende lijkt een percentage normaal maatschappelijk risico van 3% in deze situatie ook aanvaardbaar. Ook in het Kennisdocument van de RVO van juni 2025 78 wordt uitgegaan van een percentage normaal maatschappelijk risico van 3% bij directe schade als gevolg van het opnemen van spuitzones op agrarische percelen.
78 R. E. Takens , P. S. A. Overwater , ‘Kennisdocument , Omgaan
met 50 meter spuitvrije zone bij nieuwbouw’ , RVO , juni
2025 , p. 10.
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
27
REN250236. 002/MRO
6
Impact voor grondeigenaren/gebruikers
6. 1
Ligging spuitzone De spuitzone waarbinnen de ‘geraakte’ gronden met agrarische bestemming zijn gelegen is gesitueerd in de noordelijke afronding van Duiven. Dit ten noorden van de eerdere uitbreiding zoals De Ploen Zuid en verder ten oosten en ten zuiden van de Westsingel. Ten westen en ten noorden van de Westsingel bevinden zich respectievelijk de bedrijventerreinen Graafstaete en bedrijventerrein Centerpoort-Nieuwgraaf en Centerpoort-Zuid. Het gebied laat zich op grond van de zich duidelijk aftekenende buitenste contouren van het stedelijk gebied van Duiven kenmerken als een toekomstige afronding van Duiven. Deze karakteristiek wordt bevestigd in de omgevingsvisie Duiven d. d. 15 februari 2022 waarin de locatie is aangewezen als uitbreidingslocatie wonen. Zie navolgende afbeeldingen. ,
Ligging t. o. v. verstedelijking
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
28
Paelmans
vaan
n
Fragment
6.2
uit Visiekaart
Geraakte Uit de
(integraal)
uit Omgevingsvisie
Duiven,
el =|
Uitbraidingstacatie Reserve
wanen
waningbouwtecatn
15-2-2022
percelen
ligging van de spuitzone onderstaande afbeelding.
vloeit voort dat een zestal kadastrale
percelen
worden
geraakt. Zie
(geanonimiseerd) NCRA
De
Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B.V.
29
REN250236. 002/MRO
Dit betreft de volgende kadastrale percelen. Zie onderstaande afbeelding en tabel waarin is aangegeven op welk deel (in m² en %) van het perceel de spuitzone van toepassing zal zijn.
Sectienr. m² A 2748 3772 A 2747 3775 A 2746 3772 A 2010 17125 F 607170920
6. 3
m² in zone% 336889% 198853% 147639% 459727% 13277 8%
Overwegingen per perceel Perceel A 2748 Dit perceel is in eigendom bij een particulier grondeigenaar wonende in de directe omgeving van het betreffende perceel.
,
Het perceel heeft een grootte van 00. 37. 72 ha. De (nieuw) te vestigen spuitvrije zone beslaat ca. 3. 368 m² zijnde ca. 89% van dit perceel waarop geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zouden mogen worden. ,
,
Op basis van de bij opname ter plaatse geconstateerde gebruikssituatie en inrichting van het perceel wordt geconcludeerd dat het perceel niet agrarisch geëxploiteerd wordt en dat er sprake is van een hobbymatig gebruik (paardenweide) of althans dat geen sprake is van een zodanig gebruik dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan de orde is/noodzakelijk is. Hoewel het voorgaande niet per definitie de conclusie rechtvaardigt dat het niet mogen gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen geen nadelen met zich meebrengt is ondergetekende van mening dat het gebruik niet zodanig wordt beperkt dat dit een negatieve invloed heeft op de waarde c. q. de exploitatiemogelijkheden. Hiervoor kan aansluiting worden gezocht bij de jurisprudentie:
https://uitspraken. rechtspraak. nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2024:4506
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
30
REN250236. 002/MRO
Daarbij komt voorts nog dat de ligging van deze grond: direct grenzend aan de bestaande bebouwing van de eerdere uitbreiding van Duiven en ten zuiden van de nog nieuw te realiseren uitbreiding van De Ploen – Noord maakt dat de hoogste waarde van dit perceel niet wordt bepaald door markt voor puur agrarische gronden maar dat waarde passend bij Highest and Best Use (HABU) van het perceel wordt bepaald door een toekomstige aanwending als woningbouwgrond c.a. welke niet beïnvloed wordt door de vraag of er wel of geen gewasbeschermingsmiddelen op het perceel worden ingezet. ,
Dat er sinds jaar en dag een ontwikkeling in het verschiet wordt gezien zoals bevestigd in de hiervoor genoemde omgevingsvisie blijkt eens te meer uit het feit dat al in 2003 ter zake van dit perceel een koop- voorovereenkomst tot koop is ingeschreven in het kadaster. ,
Perceel A 2747 Ten aanzien van dit perceel gelden exact dezelfde overwegingen als ten aanzien van voorgaand perceel. Het perceel heeft een grootte van 00. 37. 75 ha. De (nieuw) te vestigen spuitvrije zone beslaat ca. 1. 988 m² zijnde ca. 53% van dit perceel waarop geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zouden mogen worden. ,
,
Het perceel wordt niet agrarisch geëxploiteerd er is sprake is van een hobbymatig gebruik of althans niet van een zodanig gebruik dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan de orde is. Voorts is ook dit perceel ‘warm’ gelegen waardoor de voor de bepaling van waarde niet aan de agrarisch grondmarkt maar aan de markt voor ruwe bouwgronden dient te worden gerefereerd welke geen effecten ondervindt van het niet kunnen gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen. ,
,
,
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
31
Saelmans
vaan
Perceel A 2746 Zie
voorgaande percelen.
perceel heeft een grootte van 00.37.75 ha. De (nieuw) te vestigen spuitvrije zone beslaat ca. 1.476 m?, zijnde ca. 39% van dit perceel, waarop geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zouden mogen worden. Het
perceel wordt eveneens niet agrarisch geëxploiteerd, er sprake is van een hobbymatig gebruik, of althans niet van een zodanig gebruik Het
dat het
gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
aan
de orde
is.
Perceel A 2010
en
Perceel F 607
Deze
perceel zijn in eigendom van 3 particuliere personen die de grond naar alle waarschijnlijkheid regulier basis verpachten aan de eigenaar/exploitant van het aanliggende agrarische bedrijf aan de Hogeweg. Betreffende pachter wordt immers al genoemd in een 2003 gesloten overeenkomst waarbij de betreffende gronden t.b.v. woningbouwontwikkeling tegen een nader te bepalen prijs (afhankelijk van het aantal woningen) zijn verkocht aan een (naar het zich laat aanzien) op
ontwikkelaar. A 2010
1327m2
DMM00F607
(geanonimise rd) NCRA
Aelmans
De
Ploen-Noord Duiven
Rentmeesters
& Makelaars B.V.
3e
Paelmans De betreffende
grond
is de in
REN250236.002/MRO
afgelopen jaren benut
voor
de in onderstaande
afbeelding
teelten.
weergegeven
Gewasrotatie
e
MMS
4
&
#
2020
2021
2022
2023
2024
2025
iraszaad
Graszaad
Maïs
Gerst
Maïs
Tarwe
«
CD _
Ez
p
Gemeente Duiven, Gelderland
>
Er
Landbouwgebied: Oostelijk Veehouderijgebied Coördinaten: 51.95555, 6.01850
EM
(geanonimiseerd) Gewasrotatie
&
e
8
8
4
&
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Tarwe
Maïs
Tarwe
Maïs
Gerst
Maïs
«
a "
Gemeente Duiven, Gelderland
>
_
Ez |
Landbouwgebied: Oostelijk Veehouderijgebied Coördinaten: 51.95717, 6.01654
t,% B
NCRA
Aelmans
De
Ploen-Noord Duiven
Rentmeesters
& Makelaars B.V.
33
REN250236. 002/MRO
Het perceel A 2010 heeft een grootte van 01. 71. 25 ha. De (nieuw) te vestigen spuitvrije zone beslaat ca. 4. 597 m² zijnde ca. 27% van dit perceel waarop geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zouden mogen worden. Vanwege de vorm de ligging ten zuiden van een sloot en het feit dat een substantieel deel (27%) van het perceel geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt is de vraag gerechtvaardigd of het nog efficiënt is om op dit perceel twee verschillende teelten toe te passen. Eén teelt waarbij wel gewasbeschermingsmiddelen gebruikt kunnen worden en een andere teelt waarbij dat niet nodig is. ,
,
,
,
Feitelijke uitkomst zal naar verwachting zijn dat de gehele oppervlakte van perceel A 2010 niet meer geschikt is voor een reguliere/conventionele agrarische exploitatie en dat eventuele verminderde gewasopbrengsten voor het gehele perceel van toepassing zullen zijn en doorwerken in de agrarische waarde. Voor perceel A 607 ligt dit anders. Dit perceel heeft een grootte van 17. 09. 20 ha. De (nieuw) te vestigen spuitvrije zone beslaat ca. 13. 277 m² zijnde ca. 8% van dit perceel waarop geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt zouden mogen worden. In principe zou het voor dit perceel gezien de omvang en vorm praktisch gezien mogelijk moeten zijn e. e. a zo in te richten dat twee verschillende teelten toegepast kunnen worden. ,
,
Voor beide percelen komt echter ook de vraag op of de agrarische waarde voor dit perceel de waarde is die hieraan dient te worden toegekend indien wordt uitgegaan van het Highest And Best Use (HABU) principe. Immers de ligging van deze grond: direct grenzend aan de bestaande bebouwing van de eerdere uitbreidingen van Duiven maakt dat de hoogste waarde van dit perceel niet wordt bepaald door markt voor puur agrarische gronden maar dat waarde passend bij de Highest and Best Use (HABU) van het perceel wordt bepaald door een toekomstige aanwending als woningbouwgrond. Deze waarde wordt niet beïnvloed wordt door de vraag of er wel of geen gewasbeschermingsmiddelen op het perceel kunnen worden ingezet. Dat er sinds jaar en dag een ontwikkeling in het verschiet wordt gezien. Dit wordt bevestigd in de hiervoor genoemde omgevingsvisie en blijkt eens te meer uit het feit dat al in 2003 ter zake van deze percelen een zogenaamde ‘koop- voorovereenkomst tot koop zie Wet voorkeursrecht gemeenten’ is ingeschreven in het kadaster waaruit blijkt dat eigenaren de grond zoals hiervoor al aangegeven aan een ‘ontwikkelaar’ hebben verkocht. ,
Inkomensschade: Het voorgaande betekent echter niet per definitie dat er gedurende de jaren dat er geen sprake is van een ontwikkeling geen inkomensschade voor bijvoorbeeld de pachter aan de orde kan zijn. ,
Hoewel de jurisprudentie hier niet heel eenduidig over is is er in deze - vanuit de ‘worst-case’ gedachte - vanuit gegaan dat de pachter (gezien het regulier/langlopende karakter) aanspraak zou kunnen maken op nadeelcompensatie (voor huurder van woningen is dit bijvoorbeeld niet het ,
geval). Om tot een benadering te komen van de impact die het niet gebruiken van gewasbestrijdingsmiddelen heeft op de teeltopbrengsten is ondermeer relevant het rapport ‘Het
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
34
REN250236. 002/MRO
perspectief van biologische landbouw’ 79 Hierin wordt ondermeer ingegaan op het aspect .
bestrijdingsmiddelen en wel als volgt:
‘Om ziekten en plagen tegen te gaan maakt de biologische akkerbouw in eerste instantie gebruik van een ruime vruchtwisseling en mechanische teeltmaatregelen (schoffelen wieden). Voor onkruidbestrijding mogen geen chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen worden ingezet…’ ,
Biologisch telen van gewassen gaat verder dan het uitsluiten van chemisch-synthetische gewasbeschermingsmiddelen. Zo wordt bijvoorbeeld ook het gebruik van kunstmest uitgesloten. Het niet mogen spuiten met chemische gewasbeschermingsmiddelen heeft een grotere negatieve invloed op de gewasopbrengst dan het niet mogen gebruiken van kunstmest. In voornoemd rapport wordt ten aanzien van de gewasopbrengsten bij biologisch akkerbouw opgemerkt dat bijvoorbeeld voor de biologische granen en aardappelen er een opbrengst verschil is van 20 tot 40% 80 Zoals hiervoor aangegeven is het grootste aandeel daarvan toe te schrijven aan het niet kunnen gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen. Zie onderstaande tabel. .
Dit gelet op voorgaande informatie ten aanzien van de verminderde opbrengsten (worstcase 25 tot 30% voor tarwe). Bij een saldo per ha van circa € 1. 300 levert een vermindering van de opbrengst met 27% een daling op naar € 949- per ha. Dit betekent een inkomensschade van € 300- tot € 400per ha per jaar. Uitgaande van het totale oppervlakte van A 2010 ((1. 71. 25 ha) en de belaste zone op A 607 (1. 32. 77 ha) komt dit neer op een inkomensschade van maximaal 3. 04. 02 ha x € 400- = € 1.21608. ,
,
,
,
,
De vraag die vervolgens opkomt is of dit bedrag het normaal maatschappelijk risico overschrijdt. Voor vermogensschade wordt zoals eerder aangegeven een NMR van 3% reëel geacht voor inkomensschade zijn er echter geen vaste percentage aan de orde. In de rechtspraktijk worden percentages van 8 tot 13% van het bedrijfsresultaat als redelijk gangbaar bestempeld. ,
Indien we het hiervoor aangehouden saldo van € 1.300- per ha als uitgangspunt nemen over de ca. 188 ha die de betreffende pachter ter plaatse in exploitatie heeft dan zou dit op jaarbasis een resultaat opleveren van € 24.440-. Dit leidt tot de conclusie dat de verminderde opbrengstpotentie ,
,
,
79 80
Rapport 1417 mei 2023 Wageningen University & Research Oenema et al 2010 ,
,
,
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
35
REN250236. 002/MRO
van ca. € 1.216-, op
jaarbasis ca. 5% van het totaal bedraagt hetgeen ruim binnen de marges is van wat gangbaar is om als NMR te hanteren. ,
NCRA De Ploen-Noord Duiven
Aelmans Rentmeesters & Makelaars B. V.
36
Saelmans
vase
Conclusie Vermogensschade Naar de
mening
instellen
van
een
kader
van
in het
van
ondergetekende
spuitvrije
zone
rond
leidt
een
wijziging van het omgevingsplan strekkende
tot het
het bestemmingsplan De Ploen-Noord niet tot een risico dat
er
nadeelcompensatieverzoek door een van de eigenaren tot vergoeding van vermogensschade moet worden overgegaan. De waarde van de onderhavige grond wordt namelijk niet bepaalde door de agrarische exploitatiemogelijk, maar veeleer door het gegeven dat gronden zijn gelegen in een toekomstige volgende fase van Ploen-Noord. Dit op basis van de fysieke ligging én de aanwijzing van de grond als toekomstige woningbouwlocatie in de Omgevingsvisie Duiven. Inkomensschade Een deel
onderhavige gronden wordt agrarische geëxploiteerd door een ter plaatse gevestigde pachter. De verhouding tussen de omvang van het areaal dat ter plaatse in exploitatie lijkt te zijn tot de omvang van de geraakte gronden leidt tot de conclusie dat de eventuele gederfde inkomsten door bijvoorbeeld een (gedeeltelijk) meer biologische wijze van telen het te doen gebruikelijk te hanteren NMR (8 tot 13%) niet zal overschrijden. van
de
Al met al wordt het
Rosmalen,
nadeelcompensatierisico ingeschat
op nihil.
18-11-2025
(geanonimise rd) (geanonimiseerd)
kundige
NCRA
Aelmans
De
Ploen-Noord Duiven
Rentmeesters
& Makelaars B.V.
rd
Bijlagen: -
Foto-overzicht
Foto-overzicht: (Bijlage bij: REN250236. 002/MRO)
Foto 1: Duiven A 2748 en 2747
Foto 2: Zicht over plangebied in oost-westelijke richting naar Hogeweg 2 op de achtergrond.
Foto 3: Zicht vanuit plangebied in noordelijke richting
Foto 4: Zicht vanaf plangebied in westelijke richting (Westsingel)