4. Bijlage 2 - 201545403 Regels en toelichting, inclusief bijlagen - Ontwerpbestemmingsplan ‘Eltensestraat 17.pdf
Tekst van het document
Door de omvang van de ontwikkeling (sloop gebouw en terugbouwen appartementengebouw) en de afstand tot het te beschermen gebied, kan het optreden van significante negatieve effecten worden uitgesloten. Dit is tevens getoetst met een Aeriusberekening. Het rapport hiervan is opgenomen in bijlage 8. Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zowel in de toekomstige gebruiksfase als in de aanlegfase niet meer is dan 0,00 mol/ha/j. Er is dus geen sprake van significante effecten op beschermde Natura 2000gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is voor dit project niet nodig.
30
Eltensestraat 17
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Soortenbescherming Voorliggend plan betreft de sloop van bestaande bebouwing en de realisatie van een appartementengebouw. Uit de quickscan blijkt dat niet kan worden uitgesloten dat de locatie een essentiële betekenis heeft voor vleermuizen. Geadviseerd wordt om in het voorjaar/zomer van 2021 aanvullend onderzoek uit te voeren. Mogelijk dient in het verlengde hiervan een ontheffing te worden aangevraagd. Overigens vormen de aanwezigheid van beschermde soorten en hun leefgebied geen bezwaar voor de beoogde ontwikkeling. Tevens dienen enkele maatregelen te worden getroffen ten aanzien van algemene broedvogels en de Algemene zorgplicht: Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes).
Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart t/m medio juli). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.
Eltensestraat 17
31
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plan betreft de realisatie van 24 sociale huurappartementen en -studio's op de locatie van een voormalig praktijk-/kantoorgebouw voor maatschappelijke organisaties. Het plangebied behoudt de bestaande ontsluiting aan de Eltensestraat. Op basis van de Parkeernormennota van de gemeente Duiven valt het plangebied onder 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom'. Voor de kleine sociale huurappartementen en studio's (max. 50 m²) kan worden uitgegaan van de verkeersgeneratie voor kamerverhuur (zelfstandig, nietstudenten). De gemiddelde verkeersgeneratie bedraagt daarmee met onderhavig plan 50,4 verkeersbewegingen per dag (24 * 2,1). In vergelijking met het gebruik als maatschappelijke voorziening kan het aantal verkeersbewegingen mogelijk beperkt toenemen. De Eltensestraat is een 50 km/uur-weg met voldoende capaciteit om een eventuele verkeerstoename op de vangen. Parkeren Wat betreft parkeren dient te worden voldaan aan de parkeernormen van de Parkeernormennota (2018) van de gemeente Duiven. Deze parkeernormen zijn afgeleid van de gemiddelde CROW-parkeerkencijfers. In overleg met de gemeente Duiven wordt een parkeernorm gehanteerd van 0,7 pp/woning voor de 12 studio's (0,7 x 12 = 8,4 pp) en 1,2 voor de appartementen (1,2 x 12 = 14,4 pp).
De totale parkeerbehoefte komt hiermee afgerond op 23 parkeerplaatsen. In het plangebied worden in totaal 24 parkeerplaatsen gerealiseerd. De 9 bestaande parkeerplaatsen aan de voorzijde van het plangebied blijven gehandhaafd. Aan de achterzijde van het gebouw worden 15 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm. Fietsparkeren De fietsparkeernormen in de Parkeernormennota van de gemeente Duiven zijn ook gebaseerd op de kencijfers van het CROW, waarbij dezelfde gebiedsindeling wordt toegepast als bij de parkeernormen voor de auto. Voor een niet-grondgebonden woning (tot 50 m² gebruiksoppervlakte) in de rest bebouwde kom geldt een fietsparkeernorm van 1,0. Met voorliggend plan komt de fietsparkeerbehoefte op 24 parkeerplaatsen. Aan de zijkant van het complex wordt een gezamenlijke fietsenberging gerealiseerd. Hierin is voldoende ruimte voor 24 fietsen, waarmee aan de fietsparkeernorm wordt voldaan. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.
32
Eltensestraat 17
Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie De bestaande bebouwing heeft geen cultuurhistorische waarde. Naast het plangebied staat een beeldbepalend pand, Villa Nova. Het nieuwe appartementengebouw komt op dezelfde bouwlijn te liggen als het te slopen pand. Hierdoor blijft de zichtlijn naar Villa Nova behouden. Archeologie Onderhavig plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' met de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van waarde - terrein van archeologische waarde 2'.
Hierbij geldt een onderzoeksplicht voor bodemingrepen groter dan 30 m² en dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld. Daarom is voor voorliggend plan een archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een gecombineerd bureau- en booronderzoek. Het rapport hiervan is opgenomen in bijlage 9. Uit het vooronderzoek blijkt dat het plangebied een hoge verwachting heeft op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Mesolithicum tot en met de Late Middeleeuwen. Deze archeologische resten zijn in twee verschillende archeologisch relevante niveaus aan te treffen, die beide nog intact aanwezig zijn in het plangebied. In het gehele plangebied is het archeologisch relevante niveau afgedekt met een modern ophoogpakket met een dikte van minimaal 60 cm. Omdat vooralsnog niet bekend is wat de diepte van de bestaande funderingen is, kunnen de archeologisch relevante niveaus ook ter plaatse van de bebouwing nog intact zijn. Geadviseerd wordt om een aanvullend onderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Voorafgaand aan dit onderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag, de gemeente Duiven. Ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden is in voorliggend plan de dubbelbestemming 'Waarde - Terrein van archeologische waarde 2' overgenomen.
Het bestemmingsplan is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
Eltensestraat 17
33
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek Onderhavig plan wordt ontwikkeld door de initiatiefnemer van onderhavig plan, een private ontwikkelaar. De plankosten zullen worden gedragen door deze initiatiefnemer. Er wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer inzake alle kosten; een grondexploitatieplan is dus niet nodig. In de anterieure overeenkomst zijn onder ander afspraken gemaakt over het verhalen van eventuele planschadekosten op de initiatiefnemer. De realisering van dit plan leidt dan ook niet tot kosten die voor rekening van de gemeente komen. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
34
Eltensestraat 17
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voor dit bestemmingsplan is aangesloten bij de plansystematiek van het bestemmingsplan "Duiven-Zuid" , vastgesteld op 31 mei 2010. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemming: 'Wonen'; waarbinnen een bouwvlak is opgenomen en de aanduiding 'gestapeld'. Het maximaal aantal toegestane woningen en de maximale goot- en bouwhoogte zijn aangegeven op de verbeelding. Dubbelbestemming 'Waarde - Terrein van archeologische waarde 2', mede bestemd voor behoud en bescherming van de archeologische waarden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Eltensestraat 17
35
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure).
6.2
Informatieavond
Op 9 juli 2020 heeft er een informatieavond plaats gevonden voor direct omwonenden en belanghebbende van de nieuwbouwlocatie. Tijdens deze avond is gesproken over de nieuwbouw van appartementencomplex aan de Eltensestraat 17 en bestond er de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Een aantal omwonenden heeft vervolgens per brief hun zorgen en bezwaren kenbaar gemaakt. Dit betrof met name de verkeersveiligheid, het parkeren en de privacy van de omwonenden. Dit was aanleiding om deze onderwerpen nader te bespreken en het plan op een aantal punten aan te passen. Zo wordt het achterterrein ingericht voor parkeren en is het plan voor een gezamenlijk tuin vervallen. Het realiseren van parkeerplaatsen aan de Achterstehoek is daarmee niet meer nodig. Met de privacy wordt rekening gehouden door de raampartijen aan met name de zijgevel klein te houden. In een digitale bijeenkomst op 3 februari 2021 is dit opnieuw met de omwonenden besproken. Een gespreksverslag van deze bijeenkomst is opgenomen in bijlage 10.
6.3
Vooroverleg
Het bestemmingsplan is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening toegestuurd aan bevoegde instanties.
6.4
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan 'Eltensestraat 17, gemeente Duiven' heeft van PM tot en met PM ter inzage gelegen. Gedurende de genoemde termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad.
36
Eltensestraat 17
Bijlagen bij de toelichting
Eltensestraat 17
37
38
Eltensestraat 17
Bijlage 1
Eltensestraat 17
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
39
40
Eltensestraat 17
VERKENNEND BODEMONDERZOEK EN VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN PUIN ELTENSESTRAAT 17 TE DUIVEN
Rapportage verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in puin Eltensestraat 17 te Duiven Opdrachtgever
CareLess Real Estate ''La Bastide'' Linie 578-D 7325 DZ Apeldoorn
Rapportnummer Versienummer
11014.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
29 januari 2020
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
W. van Eggelen
Paraaf
Kwaliteitscontrole
J.M. Rüssel, MSc en ing. H. Verheij
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1
3
VOORONDERZOEK................................................................................................................... 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4
4
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 5
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 6 5.1 5.2
5.3
6
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 9 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
Algemeen.......................................................................................................................... 6 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 5.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 5.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 7 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 8 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 8 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 8
Uitvoering analyses grond- en grondwatermonsters ........................................................ 9 Toetsingskader grond- en grondwatermonsters ............................................................. 11 Resultaten grond- en grondwatermonsters .................................................................... 12 Analyseresultaat asbest in puin ...................................................................................... 13 Analyseresultaat PAK in AGRAC ................................................................................... 13
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 14
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 5a. 5b.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Foto’s opgegraven materiaal inspectiegaten - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Regeling Bodemkwaliteit (bouwstoffen) 11014.001
1
INLEIDING
CareLess Real Estate ''La Bastide'' heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest in puin op de locatie Eltensestraat 17 te Duiven. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor een bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het verkennend onderzoek asbest in puin is uitgevoerd conform de NEN 5897+C1:2016/C2:2017 "Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat". De analyseresultaten van het fundatiemateriaal zijn eveneens indicatief getoetst aan de maximale samenstellings- en emissiewaarden (Regeling bodemkwaliteit).
Het fundatieonderzoek heeft tot doel een indicatie omtrent het milieuhygiënisch hergebruik te verkrijgen. Het betreft hier geen partijkeuring conform BRL SIKB 1002. Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Voor het veldwerk en bemonstering van asbest in puin is geen certificering van toepassing. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 1.851 m²) is gelegen aan de Eltensestraat 17 te Duiven (zie bijlage 1). De percelen, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, zijn kadastraal bekend gemeente Duiven, sectie D, nummers 1028 en 1030. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 10,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X= 197.700, Y= 439.750.
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 1 van 15
3
VOORONDERZOEK
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een vooronderzoek uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel I zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel I.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
CareLess Real Estate (contactpersoon : J. Jentink, buro SRO), d.d.24-10-2019
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
1 Stroom, gemeente Duiven/Westervoort (contactpersoon mevrouw A. Aalbers), d.d. 16-10-2019
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 18 oktober 2019
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat de onderzoekslocatie vanaf 1900 onderdeel is geweest van bebouwd en bewoond gebied van de gemeente Duiven. De onderzoekslocatie is momenteel gedeeltelijk in gebruik als parkeerplaats. De parkeerplaats is aan de voorzijde van het gebouw voorzien van een klinker-(± 163 m²) en asfaltverharding(± 320 m²). De parkeerplaats aan de achterzijde van het gebouw is voorzien van een klinkerverharding(± 290 m²). Het overige onbebouwde terreindeel is in gebruik als groenstrook. Op de onderzoekslocatie is verder een pand (± 500 m²) aanwezig, welke opdrachtgever voornemens is te slopen. Bij de Omgevingsdienst 1 Stroom zijn geen gegevens aanwezig waaruit blijkt of er asbesthoudende materialen zijn toegepast op of in de bestaande bebouwing. Bij aanleg van de parkeerplaats is mogelijk gebruik gemaakt van puingranulaat. Vooralsnog is dit echter onbekend en de veldwaarnemingen zullen dit moeten uitwijzen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 2 van 15
3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens op de locatie het bestaande pand te slopen om vervolgens een appartementencomplex met 24 woningen te bouwen. 3.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordzijde bevindt zich een huisartsenpraktijk; aan de oostzijde bevindt zich een verloskundigenpraktijk; aan de zuidzijde bevindt zich de straat Achterstehoek met aan de overzijde diverse villa’s; aan de westzijde bevindt zich de Eltensestraat met aan de overzijde daarvan het Candea College.
Op het perceel dat in zuidelijke richting aan de onderzoekslocatie grenst (het gebied rondom de toenmalige garage van Eltenseweg no.19) is in 2011 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Econsultancy, juli 2011, rapportnummer 11065662). In het grondwater zijn destijds licht verhoogde concentraties barium, 1.2 dichlooretheen en vinylchloride aangetoond. De bovengrond bleek licht verontreinigd te zijn met PAK. De ondergrond was licht verontreinigd met kwik, lood, zink en PAK. In voornoemd rapport wordt de conclusie getrokken dat er gezien de aard en mate van verontreiniging geen reden voor een nader onderzoek bestaat. Ook zijn er geen belemmeringen voor een bestemmingsplanwijziging alsmede de toendertijd geplande nieuwbouw. In augustus 2013 heeft ingenieursburo Haskoning/DHV een saneringsplan geschreven betreffende het kruisingsvlak Eltensestraat en het fietspad wat parallel ligt aan het spoorlijn. Ondanks herhaaldelijke verzoeken bij diverse instanties heeft Econsultancy geen informatie kunnen verkrijgen betreffende een uitgevoerde bodemsanering op voornoemde locatie. Voornoemde locatie ligt benedenstrooms van de onderzoekslocatie en 120 meter ten noorden van de onderzoekslocatie; een grensoverschrijdende verontreiniging vanuit voornoemde locatie is dus zeer onwaarschijnlijk.
De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten.
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 3 van 15
3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2 Tijdens de terreininspectie is het vulpunt van een ondergrondse HBO-tank aangetroffen (zie bijlage 2a). Aangezien de aanwezigheid van een ondergrondse HBO-tank een potentiële bron voor bodemverontreiniging betreft, is in overleg met de opdrachtgever de directe omgeving van deze HBO-tank op voorgeschreven wijze onderzocht. Verder is er tijdens de veldwerkzaamheden ter plaatse van boring 03 onder de asfalverharding een fundatielaag aangetroffen bestaande uit AGRAC (Asfaltgranulaatcement). Het fundatiemateriaal bestaat uit een mengsel van asfaltgranulaat, cement, natuurlijk zand en water. Vanwege de (mogelijke) toepassing van teerhoudend asfalt is dit type fundatiemateriaal verdacht voor de parameter PAK. In overleg met de opdrachtgever is de AGRAC-fundatielaag onderzocht op PAK. Ook is een volledig uit puin bestaande funderingslaag aangetroffen, deze is op asbest onderzocht. 3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
Uit de "Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart Milieu regio Arnhem" (Witteveen+Bos projectcode AH664-5/17-008.012, d.d. 6 juni 2017 blijkt dat de locatie zich met betrekking tot de bovengrond bevindt in deelgebied “B8 Arnhem – Overige bebouwing landelijke gemeente” en met betrekking tot de ondergrond in deelgebied “O23 Buitengebied klei”. De gemeente Arnhem hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde (AW) is gelegen, hanteert de gemeente de AW als de gebiedseigen bodemkwaliteit. Zowel de boven- als de ondergrond valt onder ontgravingsklasse “Landbouw/natuur”. 3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie is gelegen in het rivierengebied. Het watervoerende pakket heeft een dikte van ± 25 m en wordt gevormd door de matig grove tot zeer grove en grindrijke Formatie van Kreftenheye. Op deze fluviatiele formatie ligt de kleiige toplaag behorende tot de Formatie van Echteld, met een dikte van enkele meters. Het watervoerende pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiige afzettingen met een dikte van ± 10 m. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 9,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noord/oostelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 4 van 15
4
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het vooronderzoek blijkt dat er op een groot deel van de onderzoekslocatie geen sprake is van bodembelasting anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op dit deel van de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de achtergrondwaarde of boven het in het betreffende gebied geldende achtergrondgehalte. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat dit deel van de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Ter plaatse van de ondergrondse HBO-tank/dieseltank is sprake van een voormalige en/of huidige bodembelasting, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. De kern van de verwachte verontreinigingen is duidelijk. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn minerale olie en vluchtige aromaten. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat dit deel van de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met plaatselijk bodembelasting, één of meer ondergrondse opslagtanks" (VEP-OO).
Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is vast te stellen of de aanwezigheid van een ondergrondse opslagtank heeft geleid tot gehalten aan verontreinigende stoffen boven de achtergrondwaarde of het geldend achtergrondgehalte. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn onder de verharding diverse soorten funderingsconstructies aangetroffen waaronder AGRAC (meestal teerhoudend) en puingranulaat (vaak asbesthoudend). Gezien de voornoemde vermoedens van verontreiniging heeft Econsultancy opdrachtgever geadviseerd beide funderingsmaterialen te laten onderzoeken op de vermoedelijke verontreinigingen, hier heeft opdrachtgever mee ingestemd. PFAS Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Om deze reden is onderzoek naar PFAS in het kader van de aanvraag van een bouwvergunning niet aan de orde. Indien in de toekomst echter grondverzet van de locatie zal plaatsvinden, is onderzoek naar PFAS (middels uitvoering van een partijkeuring) mogelijk nog noodzakelijk.
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 5 van 15
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiegaten en de boringen opgenomen. 5.2 5.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 18 oktober 2019 (gehele terreindeel) en 14 november 2019 (asbestonderzoek en ondergrondse HBO-tank) onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer A.G.C. Rondeel. Deze medewerker van Econsultancy staat onder meer geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemen waterbodemonderzoek". Verkennend bodemonderzoek In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 11 boringen geplaatst; 7 boringen tot 0,5 m -mv, 1 boringen tot 1,0 m –mv, 2 boringen tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 3,0 m -mv. Deze diepe boring is afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Verkennend onderzoek asbest in puin NEN 5897 Ten gevolge van de aanwezigheid van een puinfundering zijn er 4 asbestgaten gegraven met een afmeting van 30x30 cm tot een diepte van 0,5 m -mv. Vervolgens zijn met behulp van een edelmanboor (diameter 12 cm), 4 boringen tot in de zintuiglijk schone laag geboord tot een maximale diepte van 1,0 m -mv.
Van het opgegraven en opgeboorde materiaal is een beschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest is het opgegraven materiaal gezeefd over een 20 mm zeef en zintuiglijk beoordeeld. Indien van toepassing is een schatting gemaakt van het asbestgehalte per gat. Indien er asbestverdacht materiaal is aangetroffen, is dit verzameld. Verkennend onderzoek ondergrondse HBO-tank De aanwezigheid van een ondergrondse HBO-tank heeft geresulteerd in het plaatsen van 2 boringen; met behulp van een edelmanboor zijn 2 boringen aan weerszijden van de tank geplaatst; 1 boring tot 2,2 m -mv ( = onderzijde tank) en 1 boring tot 3,0 m -mv. Deze diepe boring is afgewerkt als peilbuis. Gelet op het ontbreken van een ontluchtingspunt ontbreekt, is daar geen boring geplaatst. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Tevens is het opgeboorde materiaal middels een olie-waterreactie zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van olie(gerelateerde) producten.
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 6 van 15
5.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, zwak tot matig grindig, zeer fijn tot matig grof zand en plaatselijk zwak tot matig zandige klei. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak tot matig veenhoudend. Tijdens de veldwerkzaamheden is ter plaatse van het parkeerterrein (asfaltverharding) plaatselijk een stabilisatielaag (puin & AGRAC) aangetroffen. Op het overige terreindeel zijn plaatselijk bijmengingen met baksteen of beton waargenomen. In de grond nabij de ondergrondse HBO-tank is zintuiglijk een verontreiniging met minerale olie waargenomen; hier is over het traject van circa 0,9 m -mv tot 2,4 m -mv een matige tot sterke olie-waterreactie vastgesteld en over dit traject is tevens een sterke oliegeur waargenomen. Tabel II geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel II.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Boornummer
Einddiepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
02
1,0
0,14-0,20
volledig puin (beton, baksteen)
10
2,0
0,60-1,00
zwak baksteenhoudend
12
1,0
0,12-0,40
volledig puin (baksteenhoudend, grindhoudend)
13
0,7
0,60-0,70
volledig baksteen
14
0,8
0,13-0,30
volledig puin (baksteenhoudend, aardewerkhoudend)
15
0,8
0,15-0,30
volledig puin (baksteenhoudend, aardewerkhoudend)
16
2,2
0,13-0,25
volledig puin (baksteenhoudend, grindhoudend)
2,2
0,25-0,90
matig betonhoudend, zwak houthoudend
2,2
0,90-2,20
matige tot sterke olie-water-reactie, sterke oliegeur
3,0
1,60-2,40
zwakke tot sterke olie-water-reactie, zwakke tot sterke oliegeur
17
Rapport 11014.001 versie D1
Waargenomen verontreinigingen
Pagina 7 van 15
5.3
Grondwateronderzoek
5.3.1
Uitvoering veldwerk
Centraal op de onderzoekslocatie, en stroomafwaarts van de ondergrondse tank, is een peilbuis geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 18 oktober 2019 is ingeschat. 5.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering van peilbuis 08 (centraal gelegen op de onderzoekslocatie) is op 25 oktober 2019 uitgevoerd door de heer J.H.L. Vermorken. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. De grondwaterbemonstering van peilbuis 17 (gelegen naast de HBO-tank) is op 21 november 2019 uitgevoerd door de heer A.G.C. Rondeel. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011 Tabel III geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel III.
Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
08
centraal op onderzoekslocatie
2,0-3,0
1,67
17
benedenstrooms van de tank
2,0-3,0
1,50
Rapport 11014.001 versie D1
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
530
13
6,4
460
21,1
6,7
Pagina 8 van 15
6 6.1
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses grond- en grondwatermonsters
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De grondmengmonsters, puinmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
-
asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
-
De in boring 03 aangetroffen asfaltfundatielaag (AGRAC) is geanalyseerd op PAK.
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 9 van 15
Tabel IV geeft een overzicht van de samenstelling van de grond- en asbest-(meng)monsters en de analysepakketten. Tabel IV.
Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
Volledige onderzoekslocatie MM01
01 (7-50) + 03 (15-60) + 04 (7-50) + 06 (7-50) + 07 (30-50) + 08 (0-30) + 09 (7-50)
standaardpakket grond
bovengrond
MM02
02 (20-60) + 05 (7-50) + 07 (5-30) + 10 (10-60) + 11 (5-50)
standaardpakket grond
bovengrond
M03
10 (60-100)
standaardpakket grond
ondergrond (zwak baksteenhoudend)
MM04
02 (100-150) + 03 (60-100) + 08 (160-200) + 10 (160-200)
standaardpakket grond
ondergrond (zintuiglijk schoon)
Fundatie parkeerterrein ASB-MM1
12 (12-40) + 14 (13-30) + 15 (15-30) + 16 (13-25)
asbest in puin (NEN 5898 - 2016)
puinfundatie (uiterst baksteenhoudend, matig betonhoudend, zwak houthoudend)
FUN-M1
03 (9-15)
PAK 10 in asfalt
fundatielaag van freesasfalt/AGRAC (zintuiglijk schoon)
Minerale olie (C10-C40)
ondergrond (sterke oliegeur)
Ondergrondse HBO-tank M16-3
16 (120-180)
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 10 van 15
6.2
Toetsingskader grond- en grondwatermonsters
Verkennend bodemonderzoek: De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
Rapport 11014.001 versie D1
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Pagina 11 van 15
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
Toetsingskader asbest in puin: De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale hergebruikswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van puin bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in bodem (“interventiewaarde”) is tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, onafhankelijk van het bodemvolume waarin deze asbestgehalten zijn aangetoond. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in puin is sprake van een verontreiniging met asbest in puin en is mogelijk het Besluit asbestwegen Wms van toepassing. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde (50 mg/kg d.s.) is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de hergebruikswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de hergebruikswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Toetsingskader PAK in AGRAC: De analyseresultaten van het AGRAC zijn indicatief getoetst aan de maximale samenstellingswaarden (Regeling bodemkwaliteit (bijlage A, tabel 2), VROM, 2007).
Indien het PAK-gehalte groter is dan de maximale samenstellingswaarde voor bouwstoffen (75 mg/kg d.s.) is het fundatiemateriaal niet toepasbaar/herbruikbaar en dient het te worden afgevoerd naar een erkend verwerker. 6.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters
Tabel VIII geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel VIII.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Volledige onderzoekslocatie MM01
01 (7-50) + 03 (15-60) + 04 (7-50) + 06 (7-50) + 07 (30-50) + 08 (0-30) + 09 (7-50)
-
-
-
MM02
02 (20-60) + 05 (7-50) + 07 (5-30) + 10 (10-60) + 11 (5-50)
PCB
-
-
M03
10 (60-100)
PCB PAK lood
-
-
-
-
PAK
-
-
minerale olie
-
-
MM04
02 (100-150) + 03 (60-100) + 08 (160-200) +10 (160-200)
Ondergrondse HBO-tank M16-3
16 (120-180)
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 12 van 15
Tabel IX geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel IX.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster
Situering peilbuis
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd) +
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
08-1-1
centraal op locatie
-
-
17-1-1
benedenstrooms van de tank
minerale olie
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten. 6.4
Analyseresultaat asbest in puin
Tabel X geeft een overzicht van de mengmonsters en het analysepakket. Hierbij is rekening gehouden met de kritische parameters van het materiaal. Tabel X.
Vastgestelde asbestgehalten fijne fractie (< 20 mm)
(Meng)monster ASB-MM1
Traject (m -mv)
Asbestgehalte (< 20 mm)
12 (12-40) + 14 (13-30) + 15 (15-30) + 16 (13-25)
< 0,5 mg/kg d.s.
In zowel de fractie > 20 mm als in de fractie < 20 mm zijn geen asbesthoudende materialen geconstateerd. De fundatielaag onder de parkeerplaats is niet verdacht voor de parameter asbest. 6.5
Analyseresultaat PAK in AGRAC
Tabel XI geeft een overzicht van de uit AGRAC bestaande fundatie ter plaatse van boring 03 en een beoordeling ten aanzien van de teerhoudendheid. Tabel XI.
Overzicht van de samenstelling van de AGRAC(meng)monsters en de teerhoudendheid
Locatie
AGRAC(meng)monsters
Monsters (cm-mv)
Teerhoudend (PAK-gehalte > 75 mg/kg d.s.)
ontsluitingsweg/parkeervak/deellocatie B, boring 03
FUN-M1
03 (9-15)
nee
In het fundatiemonster is een PAK gehalte van 18 mg/kg d.s. aangetoond. De fundatielaag is hiermee niet teerhoudend.
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 13 van 15
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
CareLess Real Estate ''La Bastide'' heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek asbest in puin op de locatie Eltensestraat 17 te Duiven. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat het overgrote deel van de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Betreffende de ondergrondse HBO-tank/dieseltank is geconcludeerd, dat dit deel van de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdachte locatie met plaatselijk bodembelasting, één of meer ondergrondse opslagtanks" (VEP-OO). Ook is de fundatielaag onderzocht op asbest en indicatief onderzocht op PAK. De bodem op de onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, zwak tot matig grindig, zeer fijn tot matig grof zand en plaatselijk zwak tot sterk zandige klei. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak tot matig veenhoudend. Resultaten In de bodem op de onderzoekslocatie zijn plaatselijk bijengingen met baksteen of beton waargenomen.
Analytisch zijn in de bodem ter plaatse geen tot lichte verontreinigingen met PCB, PAK of lood aangetoond. Onder het parkeerterrein is plaatselijk (asfatverharding) sprake van een fundatielaag bestaande uit puin (baksteen, aardewerk, grind, AGRAC). De cementgebonden freesasfalt-houdende (AGRAC) funderingslaag is indicatief onderzocht op PAK en beoordeeld als teervrij. Op basis van de indicatieve toetsing is het AGRAC materiaal geschikt voor hergebruik. Het betreft hier geen partijkeuring conform BRL SIKB 1002. In de puinfundatie onder de parkeerplaats is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. In de grond nabij de ondergrondse HBO-tank is zintuiglijk een verontreiniging met minerale olie waargenomen; hier is over het traject van circa 0,9 m -mv tot 2,4 m -mv een matige tot sterke olie-waterreactie vastgesteld en over dit traject is tevens een sterke oliegeur waargenomen. Analytisch is zowel in de grond als het grondwater (vooralsnog) een lichte verontreiniging met minerale olie aangetoond. Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese dat het overgrote deel van de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte verontreinigingen met …. verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er voor dit terreindeel géén reden voor een nader onderzoek.
Gezien de aard en hoeveelheid van de ter plaatse aangetroffen bijmengingen met baksteen/beton, en de analyseresultaten van de puinfundatie onder de parkeerplaats, is de onderzoekslocatie niet verdacht ten aanzien van een bodemverontreiniging met asbest. De vooraf gestelde hypothese dat de ondergrondse tank als een "verdachte locatie met plaatselijk bodembelasting, één of meer ondergrondse opslagtanks" dient te worden beschouwd, wordt op basis van de onderzoeksresultaten bevestigd. Op basis van de analyseresultaten dient een nader onderzoek naar de bodemverontreiniging die is veroorzaakt door de ondergrondse tank te worden uitgevoerd. In dit bodemonderzoek zal de exacte ligging van de HBO-tank worden vastgelegd en worden de aard en omvang van de minerale olie verontreiniging die door deze tank is veroorzaakt in beeld gebracht.
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 14 van 15
Algemeen PFAS Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op het de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. Om deze reden is onderzoek naar PFAS in het kader van de aanvraag van een bouwvergunning niet aan de orde. Indien in de toekomst echter grondverzet van de locatie zal plaatsvinden, is onderzoek naar PFAS (middels uitvoering van een partijkeuring) mogelijk nog noodzakelijk. Van de locatie mag geen grond worden afgevoerd voordat het nader onderzoek naar de ondergrondse tank is verricht.
Econsultancy Doetinchem, 29 januari 2020
Rapport 11014.001 versie D1
Pagina 15 van 15
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Bijlage 3a Boorprofielen
Pagina1 van 3
Boorprofielen
01
Boring: 0
klinker
1
asfalt
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, bruinbeige, Edelmanboor
Kernboor
14 20
1
Volledig puin, baksteen, beton, Kernboor
2
50
50
02
Boring: 0 7
50
60
Klei, uiterst zandig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor
90
Klei, matig zandig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
3 100
Zand, zeer fijn, sterk siltig, zwak kleiïg, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
4 150
150 5
180
6
200
200
03
Boring: 1
asfalt
50
Kernboor
60
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak kleiïg, grijsbeige, Edelmanboor, geroerd
100
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak keien, donker grijsbruin, Edelmanboor
3 100
05
Boring:
1 50
50
groenstrook
50
50
06
Klei, matig zandig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
Projectcode: 11014.001 Projectnaam:Eltensestraat 17 Duiven
0 7
0
Volledig grind, grindlaag op worteldoek
klinker Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donkerbeige, Edelmanboor
1 50
klinker Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, bruinbeige, Edelmanboor
1
Boring: 0 7
0
0 7
0
Kernboor, BRAC fundatielaag 2
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor
04
Boring: 0 9 15
0
Klei, matig zandig, geen olie-water reactie, donkergrijs, Edelmanboor
50
Boormeester:
A.G.C. Rondeel
Getekend volgens NEN 5104
Pagina2 van 3
Boorprofielen
07
Boring: 0 1
30
2
50
50
08
Boring: 0 5
groenstrook
Klei, matig zandig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
groenstrook
0
0
Volledig grind, Schep, grind op worteldoek
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, Edelmanboor
1 30
50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donkerbeige, Edelmanboor
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donkerbeige, Edelmanboor
2 60
Klei, matig zandig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
3 100 120
Klei, zwak zandig, donkergrijs, Edelmanboor
4 150
160
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, lichtgrijs, Zuigerboor
5 200
240
250 270 290 300
300
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak veenhoudend, licht bruingrijs, Zuigerboor Klei, matig zandig, zwak humeus, matig veenhoudend, grijsbruin, Zuigerboor Klei, matig zandig, neutraalgrijs, Zuigerboor
09
Boring: 0
klinker
1 50
groenstrook
0 5
0
Volledig grind, grindlaag op worteldoek
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, donkerbeige, Edelmanboor
50
10
Boring: 0 7
1
Klei, matig zandig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
50
60
2 100
100
Klei, matig zandig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, grijsbruin, Edelmanboor Klei, matig zandig, donkergrijs, Edelmanboor
3 150
160
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
4 200
200
11
Boring:
Boring: 0 5
0
0
Volledig grind, Schep, grindlaag op worteldoek
1 50
groenstrook
50
Klei, matig zandig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
12 0
asfalt
12
Kernboor Volledig puin, Edelmanboor, edelmanboor doorsnee 15 cm (baksteenhoudend, grindhoudend)
40
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, beigegrijs, Edelmanboor 100
Projectcode: 11014.001 Projectnaam:Eltensestraat 17 Duiven
100
Boormeester:
A.G.C. Rondeel
Getekend volgens NEN 5104
Pagina3 van 3
Boorprofielen
13
Boring: 0
50
14
Boring: 0
asfalt
0
asfalt
17
Kernboor
13
Kernboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindig, neutraalgrijs, Edelmanboor
30
Volledig puin, Schep, baksteenhoudend, aardewerk, grindhoudend
50
60 70
0
60
Volledig baksteen, Edelmanboor, gestaakt, ondoordringbaar
Klei, sterk zandig, licht grijsbruin, Edelmanboor
80
Klei, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor
15
Boring: 0
16
Boring: 0
asfalt
0
asfalt
15
Kernboor
13
Kernboor
Volledig puin, Schep, baksteen, aardewerk, grind
25
Volledig puin, geen olie-water reactie, Schep, grindhoudend, baksteenhoudend
30
50
Klei, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor
0
50
1
80 90
100
2 120
150
Klei, matig zandig, matige olie-water reactie, sterke oliegeur, donkergrijs, Edelmanboor
3 180
200
4 220
0 7
0
20
100
Klei, matig zandig, sterke olie-water reactie, sterke oliegeur, neutraalgrijs, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, matige olie-water reactie, sterke oliegeur, neutraalgrijs, Edelmanboor
17
Boring:
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig kleiïg, matig betonhoudend, zwak houthoudend, geen olie-water reactie, geen oliegeur, beigegrijs, River, geroerd
80
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
120
Klei, sterk zandig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin, Edelmanboor, geroerd
2
3 160
4 5 200
180 200
6 240
250 7 280
8 300
Kernboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor
1
150
asfalt
300
Klei, matig zandig, zwak humeus, geen olie-water reactie, grijsbeige, Edelmanboor, geroerd Klei, matig zandig, zwakke olie-water reactie, zwakke oliegeur, donkergrijs, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, sterke olie-water reactie, sterke oliegeur, donkergrijs, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, matige olie-water reactie, zwakke oliegeur, lichtgrijs, Zuigerboor Zand, matig grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, geen oliegeur, neutraalgrijs, Zuigerboor Klei, matig zandig, zwak veenhoudend, bruingrijs, Zuigerboor, gestaakt ondoorlatendelaag?