CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

3c. Bijlage Concept ontwerpprogramma Vitaal landelijk gebied Gelderland (deel A + B)

Politieke Avond 9 april 2024, gemeente DuivenBij agendapunt: 21.30 – 22.15 - uur - Ruimte voor Defensie - ronde & debattafel43.580 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Concept, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Ontwerpprogramma Vitaal landelijk gebied Gelderland – 2024-2035 Concept, maart 2024

Versie: 240319 – Delen A en B

1

Vooraf

Voor u ligt het concept van het ontwerpprogramma Vitaal landelijk gebied Gelderland (VLGG) 2024-2035. Met het programma willen we een bijdrage leveren aan een duurzame toekomst voor de inwoners en ondernemers in Gelderland en zorgen voor een gezonde natuurlijke leefomgeving en behoud van onze fraaie landschappen. Het programma richt zich daarbij op een deel van de opgaven en ontwikkelingen die essentieel zijn voor een vitaal landelijk gebied, te weten natuur, water, bodem, klimaat en perspectief voor agrarische ontwikkeling als onderdeel van de plattelandseconomie. Andere opgaven en ontwikkelingen zoals voorzieningenniveau, mobiliteit, woningbouw, energietransitie, werklocaties en recreatie komen in andere programma’s en perspectieven aan de orde. Alle opgaven en ontwikkelingen komen tezamen in regioarrangementen en in de actualisatie van de provinciale Omgevingsvisie. Dit programma beschrijft de huidige situatie, de verwachte ontwikkelingen, het perspectief op het vlak van natuur, water, bodem, klimaat en agrarische ontwikkeling, de opgaven voor dat perspectief en de wijzen waarop uitvoering kan worden gegeven aan het programma. Twee eerdere versies van dit concept hebben we in november 2023 respectievelijk februari 2024 besproken met bestuurders van de Gelderse waterschappen, gemeenten, natuurorganisaties en het Gelders landbouwcollectief.

Op basis van de uitkomsten van die gesprekken hebben wij als Gedeputeerde Staten van Gelderland dit concept van het ontwerpprogramma opgesteld. In het najaar communiceren wij met Gelderse inwoners en organisaties over dit concept. Wij bieden het concept ook aan de minister voor Natuur en Stikstof aan. Na vaststelling van het ontwerpprogramma eind dit jaar volgt tervisielegging en inspraak. Wij verwachten het programma begin 2025 vast te kunnen stellen.

Leeswijzer Het ontwerpprogramma VLGG bestaat uit vier delen A tot en met D. In deel A bevat het eerste hoofdstuk een algemene inleiding op hetgeen wij met dit programma beogen: een vitaal landelijk gebied Gelderland en op de thema’s in dit programma. Het tweede hoofdstuk geeft de vertrekpunten en kaders van dit programma. Daarna benoemen wij in hoofdstuk 3 de doelen en opgaven voor heel Gelderland. In hoofdstuk 4 schetsen we de uitvoeringsstrategie zoals we die voor de provincie als geheel en voor de delen van onze provincie voorzien: uitvoering in projecten waar dat kan en opzetten van gebiedsprocessen waar meerdere opgaven bij elkaar komen en doelen en belangen zorgvuldig en onderbouwd afgewogen moeten worden. Hoofdstuk 5 geeft zicht op het instrumentarium dat kan worden ingezet. Hoofdstuk 6 benoemt de sociaaleconomische impactanalyse waarvan de resultaten begin 2024 bekend worden. In hoofdstuk 7 hebben we een eerste ruwe en indicatieve raming gegeven van de kosten van de uitvoering van het programma in zijn geheel. Hoofdstuk 8 gaat over monitoring. Monitoring is van belang om de komende jaren goed in beeld te krijgen in hoeverre maatregelen leiden tot de beoogde doelen, wat neveneffecten zijn en waar eventueel bijsturing nodig is.

Deel B bestaat geven we in de hoofdstukken 9, 10 en 11 voor respectievelijk de VLGG-deelgebieden Veluwe en Valleien, de Achterhoek en Liemers en het Rivierengebied inzicht in de samenhangende gebiedsopgaven. We leiden die af van de algemene opgaven uit hoofdstuk 3. De hoofdstukken bevatten kwalitatieve en mogelijk kwantitatieve opgaven voor de deelgebieden en de bestuurlijke regio’s. In hoofdstuk 12 worden de kwantitatieve opgaven per bestuurlijke regio in Gelderland benoemd.

2

Deelt C bevat het uitvoeringsprogramma, met fiches met opgaven voor de zeven bestuurlijke regio’s van Gelderland en kaarten die kunnen worden gebruikt bij de uitvoering door partijen in de Gelderse gebieden. Het Uitvoeringsprogramma in deel C komt interactief tot stand met een essentiële inbreng vanuit de regio’s, gemeenten en waterschappen van voorstellen voor gebiedsprocessen en projecten en de programmering ervan, die gericht zijn op de doelen en opgaven van het VLGG.

Deel D tenslotte bevat de bijlagen van dit programma.

3

Inhoud Samenvatting van het programma ............................................................................. 6 Deel A: Naar een vitaal landelijk gebied in Gelderland.............................................. 15 1.

Vitaal en leefbaar Gelders Landelijk Gebied ...................................................... 15 1.1 Perspectief .................................................................................................. 15 1.2 Context van het Programma ........................................................................ 17 1.3 Participatie ................................................................................................. 19 1.4 Uitvoering ................................................................................................... 19

2.

Vertrekpunten ................................................................................................... 21

3.

Perspectief voor Gelderland ............................................................................. 23 3.1 Duurzaam perspectief voor de land- en tuinbouw in Gelderland ................ 23 3.2 Natuur in Gelderland: robuust systeemherstel .......................................... 29 3.3 Gelderse aanpak stikstof .............................................................................35 3.4 Water en bodem sturend ............................................................................ 42 3.5 Klimaat: broeikasgasreductie en CO2-vastlegging ...................................... 49 3.6 Doelen en opgaven voor Gelderland gekwantificeerd ..................................52 3.7 Gezonde leefomgeving ................................................................................. 56 3.8 Ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke versterking ................................ 56 3.9 Integrale aanpak .......................................................................................... 57

4.

Uitvoeringsstrategie ......................................................................................... 64

5.

Instrumenten ................................................................................................... 70

6.

Sociaaleconomische impactanalyse ................................................................... 73

7.

Financiën ........................................................................................................... 75

8.

Monitoring, evaluatie en bijsturen ..................................................................... 77

Deel B: Deelgebieden ............................................................................................... 80 9.

Veluwe en valleien ............................................................................................. 81 9.1 Opgaven voor Veluwe en valleien................................................................. 82 9.2 Veluwemassief ............................................................................................ 86 9.3 Gelderse Vallei .............................................................................................87 9.4 Agrarische enclave GEUS ............................................................................ 90 9.5 Noord-Veluwe .............................................................................................. 91 9.6 IJsselvallei .................................................................................................. 92 9.7 Veluwezoom ................................................................................................ 94 9.8 Opgaven ruimtelijk geïntegreerd ................................................................ 94

10. Achterhoek en Liemers ..................................................................................... 98 10.1 Opgaven ..................................................................................................... 99 10.2 Achterhoek: Oost-Nederlands Plateau en Middengebied .......................... 105

4

10.3 Liemers .................................................................................................... 107 10.4 Opgaven ruimtelijk geïntegreerd ..............................................................108 11. Rivierengebied................................................................................................. 112 11.1 Opgaven .................................................................................................... 113 11.2 Groene Metropoolregio met Stuwwal ........................................................ 115 11.3 Rijntakken en het westelijk Rivierengebied ............................................... 118 11.4 Opgaven ruimtelijk geïntegreerd............................................................... 120 12. Opgaven gekwantificeerd ................................................................................. 122 Deel C Uitvoeringsprogramma ............................................................................... 128 13. Uitvoeringsprogramma ................................................................................... 128 14. Fiches voor bestuurlijke regio’s ....................................................................... 128 15. Kaarten met indicatieve opgaven .....................................................................

128 Deel D Bijlagen ....................................................................................................... 128 Bijlage 1. Afkortingen en begrippen Bijlage 2. Vertrekpunten Provinciale Staten voor Vitaal landelijk gebied Gelderland Bijlage 3. Natura2000-beheerplannen en herstelprogramma's Bijlage 4. Documenten van de provincie Gelderland die bouwstenen zijn voor het Programma Vitaal landelijk Gebied Gelderland Bijlage 5. Doelen Vogel en Habitatrichtlijn Bijlage 6. Structurerende keuzen Bijlage 7. Ontwikkelingen en perspectief landbouwsectoren Bijlage 8. Maatregelen duurzaam bodembeheer Bijlage 9. Metrokaart programmering en realisatie Bijlage 10. Instrumenten Bijlage 11. Instrumenten actief grondbeleid Bijlage 12. Effecten maatregelen droogtebestrijding Achterhoek en Liemers Bijlage 13. Stand van zaken waterkwaliteitsopgave in het VLGG Bijlage 14. Wateropgaven waterschap Rivierenland Bijlage 15. Participatie-aanpak voor de totstandkoming van het programma Vitaal landelijk gebied Gelderland

5

Samenvatting van het programma Gelderland heeft prachtige steden, mooie dorpen en een uniek buitengebied met natuur en fraaie landschappen. De landbouw is kenmerkend voor grote delen van het Gelders landschap. Agrariërs zorgen voor voedselzekerheid, helpen de kwaliteiten van de leefomgeving te beschermen en zijn belangrijk voor de plattelandseconomie in Gelderland. Mensen willen graag wonen, werken en recreëren in de mooie streken van onze provincie. Maar de aantrekkelijkheid en kwaliteit van het landelijk gebied staan onder druk: er is klimaatverandering, en de natuur, het aantal soorten planten en dieren (biodiversiteit) alsmede de kwaliteit van het groene landschap gaan achteruit. Er zijn perioden met toenemende droogte en dan weer wateroverlast door veel regen. De kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater is niet goed genoeg. En boeren stoppen met hun bedrijf omdat ze geen opvolger hebben of vanwege onzekerheid over de toekomst. Om de kwaliteit van het Gelderse landelijk gebied te verbeteren werken we als Provincie Gelderland aan het programma Vitaal landelijk gebied Gelderland (VLGG) waarvan u hier het concept aantreft. Daarin staat oplossingen voor al de hierboven genoemde uitdagingen. De oplossingen die nodig zijn om het landelijk gebied te versterken gaan het landschap veranderen.

Door de eeuwen heen kregen de Gelderse streken een eigen landschap, identiteit en kwaliteit. Wij vinden het belangrijk om daarop voort te bouwen. We houden daarbij rekening met de unieke kenmerken van de drie deelgebieden van Gelderland: Veluwe & Valleien, Achterhoek & Liemers, Rivierengebied. Samen zorgen voor een sterk landelijk gebied De urgentie en de verandering zijn groot en vragen veel van iedereen. Dat vergt zorgvuldigheid en strekt zich uit over meerdere jaren. Niet alles is in één keer op te lossen. In dit conceptontwerpprogramma VLGG willen we met andere partijen in Gelderland samenwerken aan een duurzame toekomst voor de inwoners en ondernemers in Gelderland, een gezonde natuurlijke leefomgeving en behoud van de fraaie landschappen in onze provincie. Daarom maken we dit programma in overleg met gemeenten, waterschappen, land- en tuinbouworganisaties en natuurorganisaties. Zij hebben veel kennis van en ervaring met het Gelderse platteland en hun steun is nodig om de verandering tot een succes te maken. Samen zoeken we naar kansen die er zijn om het wonen, werken en recreëren in onze provincie verder te verbeteren.

Het programma richt zich op de opgaven en ontwikkelingen die nodig zijn voor een sterk en levendig landelijk gebied: natuur, stikstof, water, bodem, klimaat, landschappelijke versterking en een goed perspectief voor agrarische ontwikkeling als onderdeel van de plattelandseconomie. In dit programma staan doelen, opgaven, maatregelen en instrumenten, zoals subsidies, waarmee we samen aan de slag kunnen. Doelen halen met een stevige economische basis In het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) staan doelen voor natuur, water, bodem en klimaat die we moeten halen. Onder andere vanwege internationale afspraken. In dit VLGG geven we een Gelderse invulling aan deze doelen. Om de doelen te halen, is landbouw nodig die klaar is voor de toekomst en waar ondernemers een goede boterham kunnen verdienen. De landbouw is onderdeel van een krachtige plattelandseconomie. Een winstgevende en rendabele landbouw die bijdraagt aan het halen van de doelen voor natuur, water, bodem en klimaat is nodig om te komen tot een vitaal en leefbaar landelijk gebied. Ook recreatie in de mooie Gelderse streken helpt daarbij. De manier waarop we onze doelen bereiken, zorgt ervoor dat we ook de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van ons Gelderse landschap versterken.

6

De opgaven en doelen uit dit VLGG hebben ook te maken met andere doelen en opgaven van onze provincie. Denk aan de omschakeling naar hernieuwbare energie (zoals wind- en zonne-energie), meer woningen in dorpen en steden (verstedelijking), een goed vestigingsklimaat, verbetering van de bereikbaarheid van het landelijk gebied, versterking van recreatie en toerisme en bescherming tegen hoogwater. De verschillende opgaven wordt voor de 7 bestuurlijke regio’s van Gelderland uitgewerkt en tegen elkaar afgewogen in regioarrangementen. Programma VLGG op basis van bestaand beleid en onderzoeken In dit programma VLGG bouwen we voort op bestaand Gelders beleid voor natuur, stikstof, water en klimaat. En we gebruiken informatie uit kennisdocumenten die we voor dit VLGG hebben opgesteld en laten opstellen. Dat zijn resultaten van onderzoeken en analyses naar natuur, landschap, landbouw en effecten van maatregelen. In het programma leggen we de doelen en opgaven vast en geven we indicatief aan op welke plekken in de provincie we daaraan kunnen werken. We werken samen met ander waterschappen en gemeenten uit hoe en waar we samen met bedrijven en maatschappelijke organisaties de maatregelen kunnen nemen die nodig zijn om de doelen te halen.

Indeling van het programma Het VLGG bestaat uit 4 delen: • Deel A beschrijft onze kijk op de doelen en uitdagingen voor heel Gelderland en hoe we daaraan kunnen werken. • In Deel B gaan we daar dieper op in en beschrijven we dit voor de 3 deelgebieden van Gelderland: Veluwe en Valleien, Achterhoek en Liemers, en het Rivierengebied. • Deel C gaat over de uitvoering: hóé bereiken we die doelen? • In Deel D staan de bijlagen van dit VLGG.

Deel A: Perspectief voor heel Gelderland Landbouw De agrarische sector in Gelderland is in ontwikkeling. De komende jaren stoppen veel boeren vrijwillig, vanwege hun leeftijd, omdat ze geen opvolger hebben, om andere redenen geen toekomstperspectief zien en/of omdat ze besluiten gebruik te maken van de rijksregelingen voor bedrijfsbeëindiging. De agrarische sector kan helpen om doelen voor natuur, water, bodem en klimaat te halen. Maar dat kan alleen als boeren en tuinders perspectief hebben en hun bedrijven zich kunnen ontwikkelen. Dat kunnen zij doen door te innoveren, te verbreden, te extensiveren of op een andere plek verder te gaan met het boerenbedrijf. Met dit programma geven we agrarische ondernemers de ruimte om daarin zelf keuzes te maken. Die keuzes moeten mede bijdragen aan de doelen en kaders van dit VLGG. In de landbouw kunnen verschillende typen maatregelen worden genomen voor water doelen, natuurherstel en om stikstof te verminderen. Het gaat om managementmaatregelen (bedrijfsvoering aanpassen), technische maatregelen (technieken gebruiken) en structuurmaatregelen (zoals extensivering). Dit willen we met het Rijk, waterschappen en gemeenten ondersteunen en stimuleren. Daarvoor zijn regelingen nodig voor innovatie, managementmaatregelen, agrarisch natuurbeheer en bedrijfsbeëindiging.

We vragen vooral het Rijk om regelingen te bieden en te zorgen voor genoeg geld om maatregelen bij bedrijven mogelijk te maken. Ook komen we zelf met stimuleringsregelingen. Natuur Gelderland is de groenste provincie van Nederland. De Gelderse natuurgebieden zijn belangrijk voor gezondheid, welbevinden en voedselproductie. Mensen voelen zich verbonden met natuur in hun leefomgeving en willen daarom graag in Gelderland wonen, werken en recreëren. Onze natuurgebieden staan onder druk en er zijn steeds minder verschillende soorten planten en dieren

7

(biodiversiteit). Dat komt door onder meer droogte, stikstofneerslag en versnippering van de natuurgebieden. Om natuurgebieden weer gezond te maken, moeten we zorgen dat het hele systeem in en rond het natuurgebied op orde komt: robuust systeemherstel natuur. Zo verbeteren we de biodiversiteit en bereiken we de gunstige staat van instandhouding van de natuur. De eisen hiervoor staan in de Vogel- en Habitatrichtlijnen (VHR) en regels voor Europees beschermde natuur (Natura2000). Voor robuust systeemherstel natuur willen we verschillende maatregelen nemen: • Natura2000-gebieden en overige natuurgebieden, zoals gebieden met natte natuur, in het Gelders natuurnetwerk versterken; • de biodiversiteit en de beschikbaarheid en kwaliteit van het water verbeteren in de directe omgeving van Natura2000-gebieden; • de basiskwaliteit natuur verhogen in de rest van het Gelderlandse landelijk gebied door ervoor te zorgen dat er voldoende landschapselementen zoals struiken, hagen, bomenrijen, poelen, sloten, oevers en groenstroken langs sloten door het landschap komen (groen-blauwe dooradering) en de bestaande landschapselementen te versterken. We werken al aan versterking van de Gelderse natuur op basis van de bestaande Natura2000beheerplannen, de Veluwse herstelprogramma’s, het uitvoeringsprogramma Biodiversiteit en het uitvoeringsprogramma programma Bomen en bos.

We bouwen daarop verder door bos en natuur beperkt uit te breiden en meer natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer, vooral in de omgeving van natuurgebieden. Zo halen we de natuurdoelen, versterken we de biodiversiteit en verbeteren we de kwaliteit van het landschap. We combineren dit met andere uitdagingen in deze gebieden, zoals water vasthouden zodat er genoeg zoetwater voor natuur en productieve land- en tuinbouw. Stikstof Naast maatregelen in natuurgebieden werken we aan vermindering van stoffen die een structureel herstel van de biodiversiteit beperken. Er moet veel minder stikstof worden uitgestoten door landbouw, industrie, verkeer en bouwen en wonen. We hebben in 2020 met betrokken partijen een aanpak uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS). In dit VLGG gaan we door met deze Gelderse aanpak. In heel Gelderland moet de uitstoot van stikstof dalen om de ‘stikstofdeken’ te beperken. Iedereen moet hieraan bijdragen. We werken eraan dat de landbouw in 2035 gemiddeld 42% minder stikstof uitstoot (7,511 kiloton) dan in 2018. Hoeveel de uitstoot moet dalen, verschilt per regio in Gelderland. In het VLGG staat genoemd wat per regio naar verwachting nodig is (indicatieve opgave). De stikstofuitstoot beperken heeft het meest effect vlak bij natuurgebieden, op een afstand tot 500 à 1.000 meter. Dat blijkt uit wetenschappelijke studies.

In deze gebieden willen we ondernemers stimuleren en helpen om de uitstoot van stikstof extra te verminderen in combinatie met gebiedsspecifieke maatregelen om de biodiversiteit te verbeteren. Dat kan door aanpassing van de bedrijfsvoering en van agrarisch grondgebruik en natuurinclusieve landbouw en agrarisch natuurbeheer te bevorderen. Om de uitstoot van stikstof genoeg te verkleinen, zijn ook maatregelen voor de industrie, verkeer en vervoer en bouwen en wonen nodig om de stikstofdeken te verkleinen. Hiervoor zijn vooral op landelijk niveau beleid en regels nodig. Water en bodem 'Water en bodem sturend’ betekent dat natuurlijke kenmerken van water en bodem in een gebied bepalen wat er daar kan plaatsvinden aan gebruik van de grond en andere activiteiten, zoals bouwen en wonen. Het heeft gevolgen voor hoe we ons landelijk (en stedelijk) gebied inrichten. We gaan het watersysteem in natuurgebieden herstellen, de negatieve effecten in perioden van droogte en

8

wateroverlast verminderen, en de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater verbeteren. In 2027 moeten we als overheden (Rijk, waterschappen, provincie) gezamenlijk de doelen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) hebben gehaald. Daarmee zorgen we ervoor dat de kwaliteit van gronden oppervlaktewater goed is en blijft. Met de maatregelen die overheden en andere partijen nu al nemen en geprogrammeerd hebben, lukt dat waarschijnlijk niet op tijd en niet in voldoende mate. We moeten ervoor zorgen dat er minder stoffen in het water zitten die daar niet thuishoren. Herstel van beken en beekdalen helpt de hoeveelheid voedingsstoffen uit de landbouw (stikstof en fosfor) te verkleinen, vooral voor de beken in zandgebieden. Het Rijk wil zogenoemde bufferzones rond watergangen die niet aan de norm voor nutriënten voldoen. Samen met waterschappen laten wij de Wageningen Universiteit (WUR) onderzoeken wat hiervoor nodig is. Zodra dit bekend is in de loop van 2024, nemen we dit op in het programma. Verdere verbetering van de waterkwaliteit vergt ook maatregelen bij rioolwaterzuiveringsinstallaties in voor de wateren in de Achterhoek ook minder instroom van verontreinigingen vanuit Duitsland. Water vasthouden en herstel van het watersysteem rond natuurgebieden helpen om de natuurdoelen te halen.

Dat kan door onder bijvoorbeeld het grondwaterpeil te verhogen in de zandgebieden op en rond de Veluwe en in de Achterhoek. Droogte is al langer een probleem op zandgronden in onze provincie. Door de klimaatverandering met vier droge zomers de afgelopen jaren is het droogteprobleem groter en merkbaarder geworden. We moeten de droogte tegengaan en zoveel mogelijk voorkomen. Door maatregelen om water vast te houden, is er meer water beschikbaar voor landbouw, natuur, drinkwater en industrie. Het gevolg daarvan kan wel zijn dat landbouwgronden op lager gelegen plekken te nat worden voor het huidige gebruik. De oplossing is dan het landbouwkundig gebruik aan te passen, bijvoorbeeld door andere teelten. Een zeer klein deel (de allerlaagste delen) kan mogelijk niet meer voor landbouw worden gebruikt. Door klimaatverandering zijn er ook perioden met hevige regenval waardoor wateroverlast kan ontstaan. We moeten ervoor zorgen dat er langs beken en andere watergangen ruimte is om bij hevige regenval water tijdelijk op te slaan (te bergen). Water in grondwaterbeschermingsgebieden hebben we nodig voor drinkwater. We moeten maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van dat grondwater binnen de gestelde normen blijft. Dit kan consequenties hebben voor het agrarisch grondgebruik in die gebieden, met name voor de bemesting en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Door goed voor (landbouw)bodems te zorgen, verbetert de kwaliteit van de bodem. Daardoor leveren de landbouwgronden meer op, houdt de bodem meer water vast, wordt koolstof (CO2) opgeslagen in de bodem en verbetert de biodiversiteit. Daarvoor moeten boeren anders met hun grond omgaan. Met regelingen stimuleren we hen dit te doen. Klimaat Vanuit het landelijk gebied kan worden bijgedragen aan doelen voor minder klimaatverandering en aanpassing van grondgebruik aan de klimaatverandering. Dat kan door minder broeikasgassen uit te stoten zoals CO2, methaan en lachgas, en door CO2 vast te leggen in landbouwbodems en bossen. Er zijn landelijke klimaatdoelen voor 2030 en 2050. In dit VLGG richten we ons op het tussendoel voor 2030. In 2030 moet er in Gelderland 0,7 Mton CO2-eq minder worden uitgestoten dan in 2021. Net als stikstof kunnen ook hier technische, management- en structuurmaatregelen in landbouwbedrijven helpen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Dezelfde maatregelen kunnen leiden tot zowel minder stikstof als tot minder broeikasgassen. Het loont dus om rekening te houden met die samenhang. Ook hiervoor zijn landelijke regelingen en geld nodig en maatwerk in gebieden. Voor de periode na 2030 komen er waarschijnlijk extra doelen die Nederland moet halen om in 2050 klimaatneutraal te zijn.

Voor vastleggen van koolstof in landbouwbodems is er voor Gelderland een taakstelling van 54 kton CO2-eq per jaar.

9

Samenhang is nodig Er moet veel gebeuren. Laten we het daarom in één keer goed doen. We hebben de opgaven voor natuur, water, bodem, klimaat en perspectief voor de landbouw ruimtelijk en in onderlinge samenhang uitgewerkt. Wij geven prioriteit aan de gebieden waar deze opgaven samenkomen en zetten in op gecombineerde aanpak. Door te combineren (stapelen) en grond te gebruiken voor bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer, water vasthouden, water opslaan, beekdalherstel én realisatie van bos en natuur, is minder ruimte nodig dan wanneer we dit over meer plekken verdelen. Er is dan minder ruimte nodig, geld wordt slim besteed en maatregelen leveren meer op. In het programma zijn de zoekgebieden voor deze integrale opgaven op kaart weergegeven. Duidelijkheid over de omvang van de opgave In het VLGG geven we per onderdeel concreet aan wat er moet gebeuren. Dat doen we voor heel Gelderland en voor de deelgebieden Veluwe en Valleien, Achterhoek en Liemers, en het Rivierengebied. We geven daarmee kaders voor de verdere uitwerking in regioarrangementen, gebiedsprogramma’s en gebiedsprocessen en voor de uitvoering van maatregelen en projecten. We bouwen een monitoringssysteem, zodat we kunnen meten hoe het gaat met de natuur, stikstof, water en klimaat en of de doelen worden gehaald.

We kijken daarbij ook naar hoe het gaat met de voortgang van gebiedsprocessen en projecten en naar de resultaten ervan. Hierbij gebruiken we zoveel mogelijk bestaande monitoringssystemen. Op basis van de resultaten en inzichten kunnen we zo nodig aanpassingen doen aan de kaders, de inzet van instrumenten en te nemen maatregelen om de doelen voor natuur, water en bodem en klimaat te halen. Samen aan de slag Wij zien de uitvoering van dit programma als een van de grootste uitdagingen voor de komende twaalf jaar. Het is een ambitieus programma met maatregelen voor landbouw, natuur, water en klimaat die met elkaar te maken hebben. We vragen gemeenten, waterschappen, boeren, tuinders, terreinbeheerders, andere grondeigenaren en ondernemers om mee te doen. We willen en moeten dit samen doen, want we zijn samen verantwoordelijk voor de toekomst van ons Gelderse landelijk gebied. We bouwen voort op de Gelderse aanpak gebiedsprocessen en we nodigen iedereen uit om bij te dragen. Daarbij moeten we er wel op blijven letten dat we de doelen binnen de wettelijke termijnen en uiterlijk in 2035 halen. Als provincie pakken wij de regie door aan te geven binnen welke kaders kan worden gewerkt en door ook zelf gebiedsprocessen en projecten te starten of te ondersteunen.

En we voeren regie door voor gebiedsprocessen partijen bij elkaar te brengen en hen te ondersteunen in de samenwerking en te stimuleren de doelen te halen. We vragen Rijk, waterschappen en gemeenten om te helpen vanuit hun rol, bevoegdheid en verantwoordelijkheid en met hun specifieke instrumenten. Samenhang met andere opgaven Voor de zeven Gelderse regio’s maken provincie, gemeenten en waterschappen in regioarrangementen afspraken over onder meer ruimtelijke opgaven. De doelen en opgaven uit het VLGG worden in de regioarrangementen gecombineerd met andere doelen en opgaven waar wij met de andere overheden aan werken. Het gaat daarbij onder meer om de omschakeling naar duurzame energie (energietransitie), verstedelijking, woningbouw, bedrijfsvestigingen, bereikbaarheid en vervoer, recreatie en toerisme en gezonde leefomgeving. Hierbij worden afwegingen gemaakt, bijvoorbeeld over wat waar gebeurt. De regioarrangementen vormen daarmee de kaders voor de gebiedsuitwerkingen.

10

Uitvoering Wij werken de plannen uit het VLGG uit in een uitvoeringsprogramma per regio voor twaalf jaar (2024-2035) met projecten, maatregelen en gebiedsprocessen. Zo wordt zichtbaar welke maatregelen we plannen om de doelen te halen. We kunnen het uitvoeringsprogramma elk jaar aanpassen en aanvullen (dynamisch programmeren). Dit wordt de basis voor de uitvoeringsafspraken die we maken met het Rijk en onze uitvoeringspartners. We denken dat het VLGG het best via twee sporen kan worden uitgevoerd: met algemene, provincie brede maatregelen en projecten, en met gebiedsprogramma’s en gebiedsprocessen die passen bij de specifieke Gelderse gebieden. We stimuleren agrarische ondernemers, natuurbeheerders en andere partijen in heel Gelderland om maatregelen en projecten uit te voeren, onder andere om de uitstoot van stikstof te verminderen, de waterkwaliteit te verbeteren, natuur te verbinden en droogte aan te pakken. Gemeenten en waterschappen vragen we te helpen vanuit hun publieke verantwoordelijkheden, bevoegdheden en instrumenten onder andere om projecten uit te voeren deel te nemen in gebiedsprocessen. In gebieden waar verschillende opgaven samenkomen en samenhangen (en die daardoor prioriteit hebben), kijken we met gemeenten en waterschappen aan wat nodig is in zo’n gebied (het gebiedsgerichte spoor).

We gaan dan in gebiedsprocessen aan de slag, waarbij één van de overheden het initiatief heeft. In deze gebiedsprocessen zitten bij voorkeur alle betrokken publieke en private partijen bij elkaar. Om de gewenste resultaten te bereiken, zijn verschillende instrumenten nodig, zoals subsidies en andere financiële bijdragen. Meedoen is voor agrarische ondernemers in principe vrijwillig. We vinden het belangrijk dat de doelen leidend zijn. Overheden moeten bijvoorbeeld niet gaan voorschrijven welke maatregelen bedrijven moeten nemen. Partijen kunnen binnen de doelen zelf initiatieven nemen en zo is maatwerk in gebieden mogelijk. Er komen agrarische gebouwen vrij van boeren die hun bedrijf beëindigen. We overleggen met de gemeenten hoe daar mee kan worden omgegaan en welke ruimtelijke maatregelen gemeenten kunnen nemen vanuit hun verantwoordelijkheid en bevoegdheid en gelet op de wensen voor ontwikkeling van het landelijk en stedelijk gebied. Verder is grond nodig om agrarische bedrijfsvoering aan te passen (extensivering) en voor maatregelen voor natuurherstel en water. Daarvoor ontwikkelen we met onze Gelderse partners een grondstrategie. Om maatregelen door te zetten en te zorgen dat resultaten ook worden vastgehouden (geborgd) kunnen provincie, gemeenten en waterschappen juridische instrumenten inzetten. Denk aan afspraken, regels, normen en bestemmingsplannen.

We zijn daar terughoudend in en geven juist ruimte aan initiatieven van ondernemers en andere partijen. Als uit monitoring blijkt dat maatregelen en subsidies niet voldoende opleveren, willen we dit soort aanvullende maatregelen (kunnen) inzetten om de doelen te realiseren. Hierbij nemen we altijd zorgvuldigheid bij de besluitvorming in acht. Sociaaleconomische gevolgen Er zijn bij een aantal van onze gebiedspartners zorgen over het effect van dit programma op het landelijk gebied en specifiek voor de landbouw. Daarom hebben we onderzoek laten doen naar de sociaaleconomische gevolgen van opgaven en maatregelen uit dit programma. Het gaat om gvolgen op het vlak van economie, het sociale, gezondheid en welzijn (brede welvaart). Er worden voor de korte termijn vooral gevolgen voorzien voor de werkgelegenheid bij bedrijven die agrarische producten leveren aan en afnemen van boeren. Verder is er bij agrarische ondernemers die willen doorgaan met hun bedrijf onzekerheid over wat bijvoorbeeld innoveren, verbreden en extensiveren oplevert. Voor andere aspecten zoals gezondheid, wonen, welzijn en milieu, worden voor de langere

11

termijn juist positieve effecten voor inwoners en ondernemers in het landelijk gebied voorzien. Wij zullen de resultaten van het onderzoek delen met onze partners en met hen bespreken. We vinden het belangrijk dat de lokale sociaaleconomische gevolgen aandacht in de uitvoering, onder meer in de gebiedsprocessen. Leefbaarheid en brede welvaart zijn belangrijk voor een vitaal landelijk gebied. Wat we nodig hebben van het Rijk Om de doelen uit het VLGG te halen in Gelderland en daarmee bij te dragen aan de doelen van het ontwerp-NPLG van het Kabinet, is de komende 12 jaar in totaal ruim € 10 miljard van het Rijk nodig. Voor omschakeling in de landbouw en maatregelen voor minder stikstof, voor natuurherstel en maatregelen voor water en klimaat is geld nodig om partijen de stimuleren en te ondersteunen om maatregelen te nemen. Wij vragen het Rijk om met regelingen te komen waarin subsidies, vergoedingen en compensaties zijn opgenomen, of ons financiële middelen ter beschikking te stellen zodat wij als provincie ook aanvullende regelingen kunnen opstellen. Maar we vragen van het Rijk meer dan alleen geld. Het gaat vooral ook om duidelijkheid over doelen en regelingen en handelingsperspectieven voor ondernemers.

Het gaat er bijvoorbeeld ook om dat als er initiatieven zijn die passen bij de doelen van dit programma er geen juridische of financiële belemmeringen zijn die de maatregelen in de weg staan. De rijksoverheid moet hiervoor zorgen. Deel B: Gelderse deelgebieden: Veluwe en valleien, Achterhoek en Liemers en Rivierengebied In Deel B van het VLGG beschrijven we voor elk van de drie Gelderse deelgebieden wat daar nodig is om de doelen te halen. Veluwe en valleien De Veluwe, de inliggende enclaves en omliggende valleien zijn uniek met een mengeling van grootschalige natuur, verschillende vormen van recreatie, een sterke agrarische sector, en aantrekkelijke steden en dorpen voor wonen en werken. De Veluwe is in Nederland het grootste aaneengesloten Natura2000-gebied op land. Samen de andere natuurgebieden in dit deel van Gelderland levert de Veluwe een belangrijke bijdrage om de Nederlandse natuurdoelen uit de Vogel- en Habitatrichtlijnen te halen. Onze provincie neemt in dat verband een sleutelpositie in voor het realiseren van de Nederlandse doelen voor natuur en water. De natuurkwaliteit op het Veluwemassief kan worden verbeterd met maatregelen uit het Natura2000-beheerplan en de Natura2000-herstelprogramma’s voor de Veluwe. Ook voor de andere Natura2000-gebieden (Landgoederen Brummen, Arkemheen en Binnenveld) staan er maatregelen in Natura2000-beheerplannen.

Om te zorgen dat het hele systeem van de natuur blijvend op orde komt (robuust systeemherstel), zijn maatregelen nodig om de stikstofbelasting te verminderen. De omliggende valleien en inliggende enclaves kennen veel landbouwbedrijvigheid die van invloed is op natuurwaarden en op de kwaliteit en kwantiteit van water. Vooral in de Gelderse Vallei zijn er veel agrarische bedrijven die stikstof uitstoten en veel bedrijven liggen dicht bij kwetsbare natuur. De autonome ontwikkelingen in de landbouw met veel bedrijven die vrijwillig stoppen, bieden mogelijkheden om de blijvende boeren een duurzaam en bedrijfseconomisch rendabel perspectief te bieden en tegelijk te werken aan doelen voor natuur water, bodem en klimaat. De stikstofuitstoot verminderen, is daarom een belangrijke opgave voor dit deelgebied. Dat geldt voor alle de gebieden rond het Veluwemassief en specifiek voor delen van de Gelderse Vallei. Daarnaast zijn er in dit deelgebied opgaven voor beekherstel en beekdalherstel van beken die van het Veluwemassief afstromen. Dat helpt onder andere om de waterkwaliteit in de beken te

12

verbeteren. In dit deelgebied zijn ook diverse mogelijkheden om de landschapskwaliteit te verbeteren en verbindingen tussen de verschillende natuurgebieden te versterken. Binnen Veluwe en valleien zijn gebieden met eigen kenmerken en mogelijkheden om het landelijk gebied te versterken. In het hoofdstuk over dit deelgebied staat dit in meer detail beschreven voor de Veluwe, Gelderse Vallei, agrarische enclave GEUS, Noord-Veluwe, IJsselvallei en Veluwezoom. Achterhoek en Liemers Het deelgebied Achterhoek en Liemers is een gevarieerd gebied met veel landbouwgronden, afgewisseld met bos en natuur. De Achterhoek heeft overwegend een kleinschalig coulisselandschap met veel beken. De Liemers is onderdeel van het rivierenlandschap met diverse weteringen en broeklanden. De Natura2000-gebieden die gevoelig zijn voor stikstof, liggen in het gebied rond Winterswijk (Bekendelle, Korenburgerveen, Willinks Weust en Wooldse veen)en bij Borculo (Stelkampsveld). De grote rivieren in het zuidwesten en westen van dit gebied maken deel uit van het Natura2000-gebied Rijntakken. Die kennen minder voor stikstofgevoelige natuur. De belangrijkste uitdaging voor Achterhoek en Liemers is de aanpak van de gevolgen van droogte in dit deel van de provincie.

Door de balans te verbeteren tussen water vasthouden en afvoeren en het grondwaterpeil te verhogen, verbeteren natuurwaarden, landschapskwaliteiten en landbouwopbrengsten. Beekherstel en beekdalherstel kunnen een belangrijke bijdrage leveren om de kwaliteit van het water in beken te verbeteren. Daarnaast is ook voor dit deelgebied belangrijk dat de uitstoot van stikstof en broeikasgassen daalt om bij te dragen aan verkleining van de stikstofdeken en vermindering van CO2 in de lucht. De natuur en het grond- en oppervlaktewater rond de Natura2000-gebieden in het oosten van de Achterhoek kunnen verder worden verbeterd als bijdrage aan verbetering van de biodiversiteit. Hiervoor moeten maatregelen worden genomen, zoals het grondwaterpeil verhogen (water vasthouden), aanleg of verbetering van de natte en droge landschapselementen (groen-blauwe dooradering), agrarisch natuurbeheer en in sommige gevallen aanleg van bos en natuur. Dit verbetert de biodiversiteit in het landelijk gebied en vooral de landschappelijke kwaliteit van Achterhoek en Liemers. Naast verbetering van de situatie in en rond de Natura2000-gebieden gaat het onder meer om versterking van de landschappelijke en ecologische kwaliteit van de landgoederenzones en verbetering van natte landnatuur. De aantrekkelijkheid van de Achterhoek voor recreatie en toerisme wordt erdoor versterkt.

De Liemers biedt goede mogelijkheden om natuur buitendijks en binnendijks en de verschillende natuurgebieden met elkaar te verbinden. Dat versterkt de biodiversiteit en biedt (recreatieve) uitloopmogelijkheden voor de toenemende verstedelijking in dit gebied. In de Achterhoek en Liemers is de landbouw in ontwikkeling doordat bedrijven vrijwillig stoppen. Dat biedt mogelijkheden om landbouwkundig gebruik aan te passen en zo overgangen tussen cultuurgrond en natuurgrond te verzachten, stikstofuitstoot en nutriënten in de bodem en wateren te verminderen en maatregelen te nemen voor water vasthouden en water bergen. De ontwikkeling in de agrarische sector biedt ook goede mogelijkheden om economische perspectieven voor blijvende ondernemers te verbeteren. Rivierengebied Het Rivierengebied ligt tussen de grote rivieren Maas, Waal en (Neder-) Rijn. In het VLGG onderscheiden we twee delen: het stedelijke oostelijke deel met deels hoger gelegen zandgronden, en het overige deel van het Rivierengebied. Dat deel van het Rivierengebied bestaat uit kleiige en zavelige gronden die geschikt zijn voor fruitteelt, laanboomteelt en sierteelten naast akkerbouw en veeteelt.

Het Natura2000-gebied Rijntakken is dominant in dit gebied met daarnaast een aantal Natura2000-gebieden rond de stuwwal Nijmegen (de Bruuk en Sint Jansberg) en twee in het westen van het gebied (Lingegebied-Diefdijk Zuid en Loevestein).

13

Voor het Rivierengebied is hoogwaterveiligheid de grootste en belangrijkste uitdaging. Deze staat buiten de doelen en opgaven van dit VLGG, maar die doelen en opgaven zijn er wel mee verbonden. De projecten voor hoogwaterveiligheid en herinrichting van gronden langs de rivieren hebben gevolgen voor natuurwaarden en bieden kansen om natuurwaarden en landschapskwaliteiten te versterken. In het oostelijk deel rond de stuwwal Nijmegen zijn de vraagstukken van natuur, water en bodem vergelijkbaar met die in de Achterhoek en rond de Veluwe. Het gaat daar om natuurherstel, stikstofreductie en aanpak van droogte. Voor het gehele Rivierengebied is genoeg zoetwater voor laanboomteelt, fruitteelt, drinkwater en natuur een belangrijke opgave in dit VLGG. Er is veel natuur in de het Natura2000-gebied Rijntakken In dit VLGG richten we ons voor de natuurdoelen op betere verbindingen tussen buitendijkse en binnendijkse natuur. Hoewel de meeste natuurgebieden in het Rivierengebied zelf niet zo stikstofgevoelig zijn, is er wel een serieuze opgave om de uitstoot van stikstof te beperken. Ook de landbouw in dit gebied moet helpen de ‘stikstofdeken’ in Gelderland (voor de nabijgelegen Veluwe) en omliggende provincies te verminderen. Ook in het Rivierengebied is daarom transitie van verschillende vormen van landbouw nodig.

De land- en tuinbouwsector in dit gebied is een economisch gezonde sector die zich verder kan ontwikkelen en kan bijdragen aan doelen voor natuur, water, bodem en klimaat. De glastuinbouw in dit gebied is van plan om een belangrijke bijdrage te leveren aan vermindering van broeikasgassen door in 2040 klimaatneutraal te werken.

Deel C: Uitvoeringsprogramma Deel C van dit VLGG is gericht op de uitvoering van het programma. De komende maanden willen we in overleg met waterschappen en gemeenten en ook door natuurorganisaties en landbouworganisaties te betrekken het uitvoeringsprogramma maken. In deel C staan fiches met uitwerking van de doelen, kwalitatieve en kwantitatieve opgaven en maatregelen voor de zeven bestuurlijke regio’s van Gelderland. Ook is op kaarten te zien waar in de regio’s iets moet gebeuren om de gewenste resultaten te bereiken. In een tabel staat welke projecten en gebiedsprocessen de komende jaren worden gestart, met een doorkijk voor de gehele uitvoeringsperiode van dit programma tot 2035. Deel D: Bijlagen In Deel D staan de bijlagen waarnaar we verwijzen in de delen A en B van het programma VLGG.

14

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Deel A: Naar een vitaal landelijk gebied in Gelderland 1. Vitaal en leefbaar Gelders Landelijk Gebied 1.1 Perspectief Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Daar werken we aan door ons te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtige provincie. Gelderland kent prachtige steden en mooie dorpen en een uniek buitengebied met de veruit grootste oppervlakte landnatuur in Nederland en prachtige landschappen. In het landelijk gebied is de agrarische sector actief met de voedselproductie voor binnen- en buitenland. Agrariërs beheren mede de kwaliteiten van de leefomgeving en dragen in belangrijke mate de plattelandseconomie in Gelderland. Landbouw is kenmerkend voor grote delen van het Gelderse landschap. Op dit moment staan we voor grote opgaven die van invloed zijn op de aantrekkelijkheid van Gelderland: klimaatverandering, achteruitgang van natuur, biodiversiteit en kwaliteit van het groene landschap, toenemende droogte en perioden van juist wateroverlast als gevolg van veel regenval, onvoldoende waterkwaliteit in veel beken en plaatselijk matige luchtkwaliteit. Verschillende factoren zijn daarop van invloed, zoals agrarische en overige bedrijfsactiviteiten in het landelijk gebied, gemotoriseerd verkeer en recreatie. In dit programma Vitaal landelijk gebied Gelderland (VLGG) willen we een bijdrage leveren aan een mooier en vitaler landelijk gebied.

We benoemen de opgaven waar we voor staan en willen met de Gelderse samenleving werken aan een toekomstbestendig en vitaal landelijk gebied. Leidende principes zijn herstel van het natuurlijke systeem, water en bodem sturend, landschappelijke versterking en ruimtelijke kwaliteit, toekomstbestendige bedrijvigheid en die principes in onderlinge samenhang. “Ons perspectief is een gezond, vitaal en leefbaar landelijk gebied met een duurzame land- en tuinbouw, gezonde natuurgebieden, duurzame industrie, wonen, werken en recreëren met de natuur, schoon en voldoende water en voorbereid op de klimaatverandering. De kenmerken en de identiteit van onze Gelderse gebieden staan hierbij centraal.” (Provinciale Staten, juli 2023).

Afbakening We geven met het programma VLGG een Gelderse invulling aan de doelen die het Rijk eind 2023 in het ontwerp Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) heeft gesteld voor natuur, water en klimaat. De ontwikkelingen op het vlak van natuur, water en klimaat waren voor de rijksoverheid aanleiding om in 2022 de startnotitie NPLG op te stellen. Aan de provincies is gevraagd om de doelen uit die startnotitie op te nemen in de eigen provinciale programma’s, zoals dit VLGG. In het NPLG wordt gesteld dat de doelen een transitie van het landelijk gebied en specifiek van de landbouw vereisen. Werken aan de vitaliteit van het landelijk gebied vergt beleid en inzet van overheden, private organisaties en inwoners. Dit programma VLGG richt zich op een deel van de opgaven en ontwikkelingen die moeten bijdragen aan de vitaliteit, te weten natuur en biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit en identiteit, waterkwaliteit en -kwantiteit, gezonde bodem, omgaan met klimaatverandering en een gezonde platte landseconomie met onder meer een duurzame toekomstbestendige landbouwsector.

15

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Er zijn meer doelen, opgaven en ontwikkelingen dan die waarop dit programma zich richt, die bijdragen aan een vitaal landelijk gebied. In de regioarrangementen en in de actualisatie van de provinciale Omgevingsvisie komen de al deze doelen, opgaven en ontwikkelingen samen en wordt een integrale (ruimtelijke) afweging gemaakt tussen de opgaven. Daarbij zijn de VLGG-opgaven kaderstellend voor natuur, water en klimaat. Doelen voor natuur, water en klimaat Juist in onze provincie spelen de ontwikkelingen die in het NPLG staan genoemd in sterke mate omdat er in Gelderland veel gebieden zijn met stikstofgevoelige natuur, kwetsbare wateren, droogtevraagstukken en vraagstukken van waterveiligheid bij de grote rivieren. En Gelderland kent een sterke agrarische sector, industriële bedrijvigheid en grote verkeeraders: wegen en vaarwegen. Uit onderzoeken blijkt dat het natuurlijke systeem in Gelderland moet worden hersteld. De komende jaren is het de uitdaging om samen te werken aan zowel robuust natuurherstel, voldoende en schoon oppervlakte- en grondwater, gezonde bodem, klimaatadaptatie en klimaatbestendigheid en landschappelijke kwaliteit, als aan een duurzame, economisch rendabele en toekomstgerichte landbouw en andere bedrijvigheid om zo bij te dragen aan een vitaal en leefbaar landelijk gebied.

Om de doelen voor natuur, water en klimaat te bereiken zijn er naast maatregelen binnen de natuurgebieden van het Gelders Natuur Netwerk (GNN) maatregelen nodig die de druk op de gebieden en kwetsbare wateren verminderen. Het gaat daarbij onder meer op vermindering van emissies van stikstof en broeikasgassen en vermindering van af- en uitspoeling van nutriënten (stikstof en fosfor) en gewasbeschermingsmiddelen vanwege de landbouw naar grond- en oppervlaktewateren. Het gaat ook om verbetering van de biodiversiteit van agrarische gronden. Maatregelen kunnen door agrarische bedrijven in hun bedrijfsvoering en op hun gronden alleen maar worden genomen als er voldoende perspectief is voor een rendabele en toekomstbestendige land- en tuinbouw. De land- en tuinbouw in Gelderland is omvangrijk; alle sectoren zijn vertegenwoordigd en er zijn toeleverende, verwerkende en dienstverlenende bedrijven. Zij dragen wezenlijk bij aan de voedselproductie en hebben door de eeuwen heen het landschap en de sociaalmaatschappelijke structuur in onze prachtige provincie vormgegeven. Perspectief voor de landbouw De focus in ons programma VLGG ligt op de NPLG-doelen en op doelen voor de landbouw. Wij streven naar ‘landbouw met toekomst’ als onderdeel van de plattelandseconomie en die rekening houdt met de grenzen van de natuurlijke systemen.

De vitaliteit van het landelijk gebied is gebaat bij een kwalitatief goede natuur, aantrekkelijk landschap, gezonde leefomgeving, gezonde bodem, voldoende schoon water en afwezigheid van periodieke wateroverlast, alsook bij voldoende sociaaleconomische kracht. Deze thema’s dragen bij aan de leefbaarheid en brede welvaart. Door de opgaven in dit programma gaat het landschap veranderen. Wij vinden het belangrijk dat we daarbij kunnen voortbouwen op de (cultuur-) historisch gegroeide landschappelijke identiteit van de Gelderse streken. Figuur 1 toont de thema's van dit Programma Vitaal landelijk gebied Gelderland. De thema’s worden in de volgende hoofdstukken uitgewerkt.

16

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Figuur 1. Thema's van het programma Vitaal landelijk gebied Gelderland

1.2 Context van het Programma

Wettelijke context Het programma VLGG is een programma op grond van de Omgevingswet (afdeling 3.2). Dit betekent dat dit programma een omschrijving bevat van doelen en middelen, en dat verantwoording wordt afgelegd over de wijze van participatie. Gedeputeerde Staten stellen het programma vast door middel van de reguliere voorbereidingsprocedure (Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4). De juridische kaders voor het programma zijn de Wet natuurbescherming (Wnb) met daarin vertaald de Vogel en Habitatrichtlijn en opgenomen de wet Stikstof en Natuur, de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Klimaatwet. Het concept van het ontwerpprogramma zenden we ter informatie al naar de betreffende vakminister(s) van het kabinet. Na definitieve vaststelling bieden wij het programma aan betreffende vakminister(s) aan.

Programma VLGG, regioarrangementen en ruimtelijk voorstel Het NPLG wordt elke vier jaar geactualiseerd. De provinciale programma’s volgen telkens een jaar later met dan actuele doelen, opgaven en maatregelen die zich richten op de kaders, ontwikkelingen in het landelijk gebied, nieuwe kennis en inzichten en de resultaten van de uitvoering van de programma’s. Wij zullen de uitvoering en resultaten van ons programma monitoren op doelbereik.

17

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

De ambities die in dit programma VLGG naar voren komen zijn samen met onze ambities voor onder meer verstedelijking, energietransitie en infrastructuur onderdeel van het Ruimtelijk voorstel van de provincie Gelderland voor de ontwikkeling van Gelderland de komende 20 tot 30 jaar. Dat voorstel voor de hele provincie is gebaseerd op zeven regioarrangementen die de vier overheden Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen hebben opgesteld voor de zeven bestuurlijke regio’s in Gelderland.

Figuur 2. Zeven bestuurlijke regio’s in drie VLGG-deelgebieden in Gelderland.

De regioarrangementen in combinatie met ruimtelijk voorstel vormen de basis voor verdere gebiedsuitwerking om tot uitvoering te komen (het programmeren van doelen en maatregelen op regio/gebiedsniveau). Dit vormt tevens de basis voor de afspraken met het Rijk en de actualisatie van de Omgevingsvisie. Het programma VLGG stellen wij in de loop van 2024 vast. Het zal input zijn voor aanpassing van de regioarrangementen en de gebiedsprogramma’s. De (ruimtelijke) opgaven die wij in 2024 opnemen in het (ontwerp)-VLGG willen wij in 2024 uitwerken in de actualisatie van de regioarrangementen, de omgevingsvisie en het ruimtelijk arrangement van onze provincie met het Rijk. Voor het VLGG is essentieel dat hierbij naast waterschappen en gemeenten ook landbouw- en natuurorganisaties deelnemen in de gebiedsprocessen en projecten. Onderstaande figuur 3 geeft de verhouding weer tussen de verschillende kaders en programma’s van rijksoverheid tot concrete plannen van ondernemers en andere organisaties. Plannen en initiatieven worden zowel top-down als bottom-up gegenereerd. De gebiedsprogramma’s die in de figuur genoemd staan, zijn de producten van de gebiedsprocessen op lokaal niveau.

18

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Figuur 3: Overzicht programma’s van overheden

1.3 Participatie Verbinding met de Gelderlanders is een belangrijke rode draad voor de provincie Gelderland. In het coalitieakkoord ‘Gelderland: Gewoon doen’ zet de provincie in op meedoen. We luisteren naar en betrekken inwoners, ondernemers, kennis- en maatschappelijke instellingen en belanghebbenden in Gelderland wanneer dat relevant is. Van begin tot eind. Tijdig, eenvoudig en met goede informatie. Voor de totstandkoming van het VLGG sluiten wij aan bij de participatie-aanpak van onze provincie. In Bijlage 14 hebben wij de fasering van die aanpak beschreven. Het VLGG heeft belangrijke raakvlakken met andere provinciale programma’s met ruimtelijke consequenties. Maar het is een eigenstandig programma. Dat vraagt om een aparte aanpak voor communicatie en participatie. Het doel daarvan is om onze partners en burgers de gelegenheid te geven om een inbreng te hebben in het programma en ook om begrip te vergroten voor de doelen, opgaven en maatregelen van het programma VLGG. De communicatie en participatie gaat specifiek over de thema’s in dit programma. Wel is het van belang om bij de communicatie de samenhang met andere programma’s en ontwikkelingen zoals verstedelijking, energietransitie en hoogwaterveiligheid (Hoogwaterbeschermingsprogramma – HWBP) telkens goed weer te geven.

1.4 Uitvoering De afgelopen jaren zijn door diverse Gelderse partijen al veel stappen gezet die passen bij de doelen van dit programma VLGG. Door de landbouw zijn goede vorderingen gemaakt in het reduceren van emissies van stikstof, beperken van het gebruik van (grond-)water en van vervuiling van grond- en oppervlaktewateren. Wij hebben met andere overheden, terreinbeherende organisaties en particuliere grondeigenaren gewerkt aan de herstel en versterking van natuur in het landelijk gebied. Waterschappen werken hard aan de realisatie van doelen op het vlak van waterkwaliteit en waterkwantiteit. Maar er moet meer gebeuren om tot robuust systeemherstel voor de natuur en waterhuishouding te komen, voorbereid te zijn op klimaatverandering en de agrarische sector een toekomstperspectief te bieden. Daar gaan wij in dit programma VLGG op in. Succesvolle uitvoering vergt effectieve inzet van instrumenten en voldoende financiële middelen. Het gaat om een mix van generieke en gebiedspecifieke instrumenten. Daarnaast zal in de uitvoering samenhang met andere programma’s moeten worden gezocht. De regioarrangementen richten zich op de samenhang met verstedelijking en energietransitie.

Daarnaast is er een samenhang met programma’s van andere overheden die van invloed zijn op het landelijk gebied, zoals die landelijke programma’s voor hoogwaterveiligheid en natuurontwikkeling langs de grote rivieren. Het is van essentieel belang dat in de uitvoering van de programma’s de samenhang en synergie wordt gezocht. Daartoe worden in dit programma aanzetten gedaan.

19

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

20

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

2. Vertrekpunten Provinciale Staten hebben vertrekpunten meegegeven voor het opstellen van dit programma. Vertrekpunten Provinciale Staten voor het VLGG • Gelderse aanpak (volgens GMS) centraal, inhoudelijk en qua werkwijze. • Landbouwtransitie met ruimte voor alle transitiepaden. • Inzet op duurzame vormen van land- en tuinbouw. • Gidsprincipes voor situaties waarbij gebruiksfuncties conflicteren met draagkracht van water en bodem. • Natuurherstel door robuust systeemherstel van de Natura2000-gebieden en omliggende gebieden en door groen-blauwe dooradering. • Klimaatopgave volgens Gelders Klimaatplan 2021-2030 en Nationaal Klimaatakkoord. • De ruimtelijke keuzes voor VLGG wegen we in samenhang met de andere grote opgaven in het landelijk gebied zoals energietransitie en verstedelijking. Zie verder Bijlage 2 van dit programma. Onderbouwing en uitwerking van het VLGG Dit VLGG-programma bouwt voort op de bestaande provinciale beleidsprogramma’s op het gebied van landbouw, natuur, water en klimaat en op de Natura2000-beheerplannen. Voor de uitwerking van het VLGGprogramma zijn daarnaast nieuwe onderzoeken gedaan, zoals die naar de toestand van de natuur (de natuurdoelanalyses), de toestand van het water en de situatie en de perspectieven in de landbouw.

De kennisdocumenten die het resultaat van die onderzoeken zijn, zijn belangrijke inhoudelijke bouwstenen voor dit VLGG-programma. In de kennisdocumenten is onderbouwing voor de keuzes in dit VLGG te vinden. De kennisdocumenten bevatten voorts informatie die samen met vastgestelde programma’s en plannen kan worden gebruikt voor de uitwerking van matregelen in projecten en gebiedsprocessen. Een aantal kennisdocumenten is medio 2023 aangeboden aan Provinciale Staten en een aantal wordt aangeboden tezamen met dit conceptprogramma. De inhoud van de kennisdocumenten wordt gebruikt voor onderbouwingen in dit programma en is ook te gebruiken in de gebiedsprocessen in de uitvoering van het programma: als achtergrondinformatie en voor maatregelen die bijdragen aan het bereiken van de doelen van dit programma. Kennisdocumenten van het VLGG hebben betrekking op: • Natuurdoelanalyses voor de Natura2000-gebieden, Arcadis, maart/april 2023. • Doorrekening doelen en doelbereik Gelderlandse deelgebieden voor landbouw op basis van indicatieve maatregelen voor stikstof, waterkwaliteit en klimaat, WUR, mei 2023. • Uitwerking mogelijke natuurmaatregelen omgeving Natura2000-gebieden, TAUW, mei 2023. • Pilotonderzoek Groen-blauwe dooradering, mei 2023. • Landbouwperspectief provincie Gelderland, DLV Advies, juni 2023.

• Water en bodem sturend in Gelderland, Provinciaal handelingsperspectief, provincie Gelderland, 2022. •

Waterkwaliteit en waterkwantiteitsvraagstukken, waterschappen Rijn en IJssel, Vallei en Veluwe en Rivierenland en de provincie Gelderland, juli 2022.

•

Onderzoek grondwaterafhankelijke beken (in 2024).

•

Sociaaleconomische impactanalyse (in 2024)

•

Duurzaam bodembeheer (in 2024)

Zie verder Bijlage 4 van dit programma. De documenten zijn te vinden op de website van onze provincie: www.gelderland.nl/projecten/vitaal-landelijk-gebied-gelderland/belangrijke-documenten.

21

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

Na het sneuvelen van de programmatische aanpak stikstof (PAS)als gevolg van de uitspraak van de RvS in 2019, zijn er op rijksniveau nieuw beleid en regels vastgesteld zoals de Wet stikstof en natuur (opgenomen in de Wet natuurbescherming). De regels, de startnotitie NPLG en andere EU en rijkskaders die relevant zijn voor dit VLGG zijn opgenomen in de Handreiking NPLG van het Rijk voor de provinciale gebiedsprogramma’s. De documenten van de rijksoverheid zijn te vinden op de website van rijksoverheid.

22

CONCEPT, maart 2024

Vitaal landelijk gebied Gelderland

3. Perspectief voor Gelderland In dit hoofdstuk schetsten we het perspectief voor een vitaal landelijk gebied voor heel Gelderland, en koppelen we dat aan de uitdagingen die ons te wachten staan. In de hoofstukken 9, 10 en 11 verbijzonderen we perspectief en uitdagingen voor de drie Gelderse deelgebieden: Veluwe en valleien, Achterhoek en Liemers en Rivierengebied. Vitaal landelijk gebied Wij zetten in op een vitaal Gelders landelijk gebied waar het nu en in de toekomst goed leven, wonen, werken en recreëren is. Vitaal landelijke gebied is kenmerkt zich door: • een sterke plattelandseconomie waarvan de agrarische sector een belangrijk pijler is; • gezonde leefomgeving met goede luchtkwaliteit zonder overlast van geur en geluid; • veerkrachtige natuur, met robuuste en verbonden natuurgebieden en een variëteit aan habitattypen en diersoorten en een hoge biodiversiteit; • een aantrekkelijk en gevarieerd landschap; • schoon grond- en oppervlaktewater; • voldoende water voor verschillende functies: drinkwater, land- en tuinbouw en natuur; • afwezigheid van wateroverlast bij extreme regenbuien, binnen de daarvoor gestelde normen; • een gezonde bodem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=2d02c15f-854d-4065-891d-9161f7c237b5