3. Rapport Integraal Huisvestingsplan Basisonderwijs 2026
Tekst van het document
INTEGRAAL HUISVESTINGSPLAN BASISONDERWIJS GEMEENTE DUIVEN 2027 – 2043 Definitieve versie 12 december 2025
IHP Duiven 1 / 36
Inhoud 1
Voorwoord wethouder ................................................................................................................................ 4
2
Inleiding ...................................................................................................................................................... 5
3
Wettelijk kader ............................................................................................................................................ 7
4
3.1
Wet primair onderwijs (WPO) en Wet voortgezet onderwijs (WVO) .................................................... 7
3.2
De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Duiven ............................................................. 8
3.3
Regelgeving passend/inclusief onderwijs ............................................................................................. 8
3.4
Wet kinderopvang ................................................................................................................................. 9
3.5
Frisse scholen en kwaliteitskader onderwijshuisvesting ...................................................................... 9
3.6
Verduurzaming schoolgebouwen ......................................................................................................... 9
3.7
Ontwikkelingen in wet- en regelgeving ................................................................................................. 9
Onderwijs- en huisvestingsvisie ............................................................................................................... 11 4.1
4.1.1
Passend en inclusiever onderwijs .............................................................................................. 11
4.1.2
Visie op IKC-vorming ................................................................................................................. 12
4.1.3
Multifunctionaliteit ...................................................................................................................... 13
4.1.4
Sport, bewegen en gezondheid ................................................................................................. 13
4.2
5
6
7
Onderwijsvisie en -ambitie .................................................................................................................. 11
Huisvestingsvisie en -ambitie ............................................................................................................. 14
4.2.1
Leegstandsbeleid ....................................................................................................................... 14
4.2.2
Beleid verhuur en medegebruik ................................................................................................. 14
4.2.3
Instandhoudingsnorm scholen ................................................................................................... 15
4.2.4
Renovatie/levensduurverlenging ............................................................................................... 15
4.2.5
Duurzaamheid ............................................................................................................................ 16
Onderwijsinfrastructuur gemeente Duiven ............................................................................................... 19 5.1
Leerlingenaantallen/-prognoses ......................................................................................................... 20
5.2
Ruimtebehoefte en capaciteit ............................................................................................................. 21
5.3
Ruimtebehoefte bewegingsonderwijs en capaciteit ........................................................................... 23
5.4
Basisscholen Duiven .......................................................................................................................... 23
5.5
Technische kwaliteit basisscholen ...................................................................................................... 25
Huisvestings- en investeringsagenda basisonderwijs Duiven ................................................................. 27 6.1
Passende onderwijshuisvesting Duiven ............................................................................................. 27
6.2
Spreiding en bereikbaarheid ............................................................................................................... 28
6.3
Huisvestingsagenda Duiven ............................................................................................................... 28
6.4
Investeringsagenda onderwijshuisvesting .......................................................................................... 31
Conclusies ................................................................................................................................................ 33
IHP Duiven 2 / 36
8
Bijlage ....................................................................................................................................................... 35
Bijlagen 1
Rapportage Duurzaamheid
IHP Duiven 3 / 36
1 Voorwoord wethouder Als gemeente hebben we een wettelijke zorgplicht om te voorzien in passende onderwijshuisvesting. In Duiven gaat het om 9 basisscholen, waarvan 7 een integraal kindcentrum (IKC) vormen met een kinderopvangorganisatie, en 1 school voor voortgezet onderwijs. Deze wettelijke verantwoordelijkheid voer ik graag uit, niet omdat de wetgever dat vraagt, maar vanwege het belang dat de gemeente Duiven hecht aan goede schoolgebouwen of gebouwen voor IKC’s. Alle leerlingen en medewerkers in onze scholen en IKC’s verdienen een veilige, toekomstbestendige en uitdagende leer- en werkomgeving. Dit is belangrijk zodat zij zich verder kunnen ontwikkelen en er een goede basis wordt gelegd voor hun verdere leven. Investeren in de onderwijshuisvesting zien wij dan ook als een investering in de ‘voorkant’ van de Duivense samenleving. De gemeentelijke verantwoordelijkheid gaat vanzelfsprekend verder dan de schoolgebouwen. Voor een doorlopende ontwikkeling van kinderen is de verbinding van het basisonderwijs en voorschoolse voorzieningen zoals kinderopvang van groot belang. De gemeente en de schoolbesturen ondersteunen de totstandkoming van IKC’s waar sprake is van een stevige organisatorische en inhoudelijke samenwerking tussen het basisonderwijs en de kinderopvang. In onze gemeente zijn bijna alle scholen ontwikkeld tot IKC.
Naast IKC’s zijn er ook solitaire kinderdagverblijven in onze gemeente, die niet fysiek gekoppeld zijn aan een school, maar wel samenwerken. Door te investeren in de vernieuwing van scholen dragen we bij aan de missie dat iedereen moet kunnen meedoen in Duiven. Met goede schoolgebouwen investeren we in de kwaliteit van onderwijs en in een kansrijke toekomst voor kinderen in onze gemeente. We willen toewerken naar een inclusieve(re) samenleving en inclusievere scholen in onze gemeente, zodat zoveel mogelijk kinderen en jongeren het onderwijs binnen onze gemeentegrenzen kunnen volgen. Het voorzien in passende onderwijshuisvesting is hierin een belangrijk instrument. Deze ambitie en opgave kunnen we echter niet alleen en ook niet in één keer realiseren. Het is een gezamenlijke maatschappelijke en onderwijskundige opgave van de gemeente en de schoolbesturen om door goed onderwijs en goede schoolgebouwen onze kinderen maximale ontwikkelingskansen te geven. Dit sluit aan bij ons coalitieakkoord 2023 – 2026 “Samen aan de slag”, waarin we onderstrepen dat we samen met o.a. scholen en schoolbesturen, onze ambities en doelen willen behalen. Met het nu voorliggende geactualiseerde integraal huisvestingsplan (IHP) zetten we als gemeente en schoolbesturen een nieuw beleidsmatig en inhoudelijk ijkpunt anno 2025.
Daarmee zetten we ook volgende stappen in de realisatie van onze ambitie en zorgen we ervoor dat we continu blijven werken aan de vernieuwing van de schoolgebouwen. Ik ben dan ook blij dat we in de afgelopen periode in overleg met de betrokken schoolbesturen Stichting Innerwaard en Stichting LiemersNovum consensus hebben bereikt over het voorliggende IHP basisonderwijs. We weten ook dat de komende periode er nog geen grootschalige vernieuwingsprojecten hoeven plaats te vinden. De huidige voorzieningen zijn in algemene zin nog passend en goed. Gezien het constructieve overleg in de afgelopen periode heb ik er veel vertrouwen in dat we in de toekomst gezamenlijk zullen blijven werken aan het investeren in kwalitatief goede schoolgebouwen voor de kinderen en jeugd van onze gemeente en alle medewerkers die zich dagelijks inspannen om de kinderen en jeugd een stevige basis te geven voor hun verdere leven. Iedereen verdient een omgeving waarin je het beste uit jezelf kunt halen. Daar draag ik graag aan bij. Joyce Zwaga-Komen, wethouder onderwijs
IHP Duiven 4 / 36
2 Inleiding De gemeente Duiven heeft de wettelijke plicht om te zorgen voor passende onderwijshuisvesting voor negen basisscholen1. De gemeente geeft dit samen met de twee schoolbesturen Stichting Innerwaard en Stichting LiemerNovum vorm. Het voorliggende IHP is onder andere gebaseerd op de verordening voorzieningen onderwijshuisvesting en het Strategisch Huisvestingsplan Basisonderwijs uit 2018. Sindsdien heeft de gemeente fors geïnvesteerd in de vernieuwing van de schoolgebouwen (o.a. vervangende nieuwbouw IKC De Droomgaard en IKC Remigius) en is de ontwikkeling van IKC’s gestimuleerd door o.a. te voorzien in huisvesting, waarin het basisonderwijs met een kinderorganisatie gezamenlijk vorm en inhoud kunnen geven aan de ontwikkeling van kinderen in de leeftijd van 0 – 12 jaar. De ambitie én opgave om passende en eigentijdse basisscholen en/of IKC’s te realiseren is een gezamenlijke en continue verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen. Om dit te bereiken heeft de gemeente nu met de schoolbesturen het bestaande IHP herijkt. In deze actualisering zijn ook de kinderopvangorganisaties, die nu al onderdeel zijn van diverse IKC’s, betrokken. Aandacht is besteed aan verschillende thema's zoals inclusiviteit, multifunctionaliteit en duurzaamheid.
Het geactualiseerde IHP Basisonderwijs kent een uitvoeringsfase voor de periode 2026 - 2030 en een doorkijk naar de jaren 2031 en verder. Het is de ambitie te werken met een geactualiseerd IHP dat een periode van circa 16 jaar bestrijkt en aansluit bij de lokale ambities en uitdagingen, waaronder o.a. de verdere groei van de gemeente (met name in Duiven Noord), het efficiënt omgaan met de beperkte ruimte en middelen, het toekomstbestendig maken van IKC’s en het vergroten van de multifunctionaliteit en flexibiliteit. Op basis hiervan moeten de komende jaren nodige ontwikkelingen plaatsvinden en is het van belang om een volgende kwaliteitsslag te maken in de vernieuwing en versterking van de lokale onderwijsvoorzieningenstructuur. De veroudering van het scholenbestand speelt hierin vanzelfsprekend ook een belangrijke rol. Voor de beoordeling van de kwaliteit van het scholenbestand is hiervoor een nieuw ijkpunt anno 2025 opgesteld. Naast de fasegewijze vernieuwing is de verwachting ook dat er capaciteitsvraagstukken ontstaan als gevolg van de woningbouw in met name Duiven Noord. In deze vernieuwing van de bestaande voorraad en de eventuele uitbreiding blijven de gemeente en de schoolbesturen het belangrijk vinden dat alle kinderen (zoveel mogelijk) thuisnabij onderwijs kunnen volgen, ook voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften.
Gestreefd wordt naar een sluitende en inclusievere onderwijsinfrastructuur. Het IHP Basisonderwijs is tot stand gekomen op basis van overleg met de schoolbesturen Stichting Innerwaard en Stichting LiemersNovum. Ook zijn de partners voor kinderdagopvang binnen de IKC’s, te weten Happy Faces, Puck & Co en Zonnekinderen, betrokken geweest bij de totstandkoming van het IHP. De inhoudelijke, beleidsmatige en huisvestelijke ambities en vraagstukken zijn geïnventariseerd door middel van overleggen, onderzoek en gezamenlijk overleg. Door de opstelling van dit IHP geven de gemeente en de schoolbesturen gezamenlijk invulling aan deze gedeelde verantwoordelijkheid. Hierbij dienen de wetgeving met betrekking tot onderwijshuisvesting en de onderwijsverordening van de gemeente als fundament en leidraad. Evaluatie Strategisch Huisvestingsplan 2018 (of SHO 2018) Dit IHP staat in een traditie van een planmatige aanpak voor de onderwijshuisvesting. Periodiek herijken schoolbesturen en gemeenten hun beleidsmatige en operationele ambities. In het SHO 2018 is o.a. de visie op IKC’s opgesteld. Ook is er gekomen tot een aanpak voor het verfrissen en verduurzamen van bestaande schoolgebouwen en tot een kader voor het reduceren van leegstand op bestaande scholen. Schoolbesturen en gemeente zijn tevreden over deze basis die nu geactualiseerd is.
In de afgelopen periode 2018 - 2025 hebben dan ook de nodige vernieuwingen plaatsgevonden: • Stichting Innerwaard heeft de locatie De Groene Ring Noord in 2022 gesloten. • Basisscholen De Wiekslag en De Wereldwijzer zijn gefuseerd tot IKC De Droomgaard. De school heeft in 2024 nieuwbouw in gebruik genomen. • Basisschool IKC Remigius heeft in 2025 nieuwbouw in gebruik genomen. • Basisscholen IKC Het Veer, IKC Joannes, IKC De Kameleon en IKC De Groene Ring zijn aangepast door het realiseren van mechanische ventilatie en evenredige duurzaamheidsmaatregelen. 1 In de gemeente Duiven is ook voortgezet onderwijs aanwezig. Voor het voortgezet onderwijs wordt een separaat
regionaal IHP opgesteld. Het voorliggende IHP heeft alleen betrekking op het basisonderwijs in de gemeente Duiven.
IHP Duiven 5 / 36
Wat moet er nog gebeuren? • IKC het Klokhuis; het SHO 2018 had de ambitie om de school te verduurzamen en de ventilatie te verbeteren. De Rijkssubsidie (SUVIS-regeling), die het schoolbestuur hiervoor heeft aangevraagd, is afgewezen. In 2024 is er vanuit de DUMAVA-regeling (subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed) subsidie voor het verduurzamingsdeel toegezegd. Gemeente en het schoolbestuur zijn momenteel in overleg om de oorspronkelijke ambitie te verwezenlijken. Status IHP Het IHP heeft op dit moment nog geen formele juridische rechtskracht. Wijziging van wetgeving is echter aanstaande die het opstellen van IHP’s verplicht maakt voor gemeenten. Ondanks het ontbreken van de wettelijke status en het feit dat de regelgeving nog steeds uitgaat van een bekostigingsgrondslag wanneer een voorziening is opgenomen op het huisvestingsprogramma, geldt dat wanneer een voorziening in het meerjarenprogramma van een IHP is opgenomen het schoolbestuur recht heeft op bekostiging. Daarmee is het IHP leidend voor de maatregelen en fasering van de huisvestingsprojecten. In het IHP leggen de gemeente en de schoolbesturen periodiek vast wat de speerpunten zijn voor de korte, middellange en lange termijn zodat we meer grip krijgen op de gezamenlijke planning in de onderwijshuisvesting.
Looptijd IHP Het IHP heeft een looptijd tot (circa) 2040, zodat wordt aangesloten bij de aankomende wettelijke verplichting om een IHP voor minimaal 16 jaar op te stellen. Deze looptijd stelt ook de gemeente en de schoolbesturen in staat tijdig middelen te reserveren voor de uitvoeringsagenda. Er kan door partijen ook tijdig worden geanticipeerd op diverse onderwijskundige en maatschappelijke ontwikkelingen. De gemeente en de schoolbesturen kunnen hiermee ook (strategisch) sturen op de instandhouding van de gebouwen i.c. de exploitatie alsmede de onderwijskundige vernieuwingen, het onderhoud en hiervoor benodigde aanpassingen in het gebouw. Vanzelfsprekend wordt het IHP periodiek geactualiseerd aan de dan aan de orde zijnde ontwikkelingen, leerlingenprognoses en vraagstukken. In die zin is sprake van een dynamisch IHP. Een dynamisch document Het IHP is een plan dat elke vier à vijf jaar wordt herijkt. Vanuit de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) vindt jaarlijks een monitor plaats hoe de leerlingenprognoses en kostenkengetallen zich verhouden tot de jaarlijkse leerlingentelling. Daarmee is het plan een dynamisch document wat kan mee veranderen met de tijd en de veranderende omstandigheden, waaronder bijvoorbeeld toename van woningbouw. Deze verwachte toename van de woningbouw is nog niet verwerkt in de leerlingenprognoses.
In de planvorming over de spreiding en bereikbaarheid van basisscholen of IKC’s en de fasegewijze vernieuwing van de basisscholen is in het voorliggende IHP echter al wel voorzichtig geanticipeerd. Leeswijzer IHP In het IHP Basisonderwijs wordt achtereenvolgens ingegaan op het wettelijk kader en de ontwikkelingen hierin (hoofdstuk 3) en (op hoofdlijnen) de onderwijs- en huisvestingsvisie (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de onderwijshuisvesting basisonderwijs in de gemeente Duiven wat betreft de voorzieningenstructuur, de leerlingenprognoses en ruimtebehoefte, en de kwaliteit. In hoofdstuk 6 worden de huisvestingsvraagstukken en de huisvestings- en investeringsagenda beschreven. Afsluitend staan in hoofdstuk 7 de conclusies. Dasboard basisonderwijs en Rapportage Duurzaamheid De feitelijke informatie van de 9 basisscholen, inclusief de resultaten van een technische schouw, is in een digitale dasboard weergegeven. Ook is op basis van een technische schouw en informatieverzameling en deskresearch een Rapportage Duurzaamheid opgesteld (inclusief Masterbestand Duurzaamheid IHP Duiven). Deze rapportages vormen een integraal onderdeel van het voorliggende IHP en bevat diverse informatie over het technisch presteren van de gebouwen, alsmede duurzaamheidsvoorstellen.
IHP Duiven 6 / 36
3 Wettelijk kader Scholen hebben een belangrijke positie in de samenleving en kunnen een brede maatschappelijke functie hebben. De scholen c.q. schoolbesturen zelf zijn verantwoordelijk voor de inrichting en organisatie van het onderwijsproces. De gemeente heeft de wettelijke plicht te zorgen voor voldoende (functionele) capaciteit en een goede kwaliteit van de gebouwen wat betreft o.a. veiligheid en het leer- en werkklimaat. Dit doet de gemeente op basis van gelijkheid in lijn met landelijke normen, uniforme regelgeving en financiering. Voor de zorgplicht hanteert de gemeente Duiven drie kaderstellende instrumenten 2, te weten: a) Verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Duiven waarin is vastgelegd welke verantwoordelijkheden de gemeente en de schoolbesturen hebben. De verordening geeft aan op welke voorzieningen de schoolbesturen aanspraak kunnen maken en welke procedures er gelden. In die zin is het primair een procedureel kaderstellend instrument. b) Voorjaarsnota en (meerjaren) begroting, dit is een financieel instrument om integrale afwegingen te maken. c) Het IHP Basisonderwijs hetgeen een inhoudelijk kaderstellend instrument is en een meerjarenperspectief voor de vernieuwing van de scholen. In dit hoofdstuk wordt op hoofdlijnen ingegaan op het wettelijk kader en de ontwikkelingen daarin.
3.1
Wet primair onderwijs (WPO) en Wet voortgezet onderwijs (WVO)
In de WPO en WVO zijn de verantwoordelijkheden van gemeenten en schoolbesturen belegd 3. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van de volgende voorzieningen: • (Vervangende) Nieuwbouw en eerste inrichting. • Uitbreiding. • Medegebruik (verhuur). • Constructiefouten en locatie gebonden kosten (o.a. asbest). • Herstel in geval van bijzondere omstandigheden/calamiteiten zoals brand, diefstal, storm- en waterschade. • Voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs. Met een nieuw wetsvoorstel wordt de voorziening renovatie i.c. levensduurverlenging van schoolgebouwen daar in de nabije toekomst (beoogde invoering 2026 – 2027) aan toegevoegd. Schoolbesturen kunnen dan ook een aanvraag voor renovatie indienen bij de gemeenten. In de dagelijkse praktijk van veel gemeenten is dit echter nu al mogelijk en worden al afwegingen gemaakt tussen nieuwbouw en levensduurverlenging, zo ook in de gemeente Duiven. Voor de taken ontvangen gemeenten middelen van het ministerie van Binnenlandse Zaken als onderdeel van de Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds. Voor de gemeente Duiven is anno 2025 sprake van een indicatieve uitkering van circa € 2 miljoen per jaar voor het basisonderwijs en voortgezet onderwijs 4. Reeds meerdere jaren worden door de VNG, PO- en VO-raad gepleit voor extra middelen voor het verbeteren én versnellen van de onderwijshuisvesting in gemeenten.
Om te komen tot een verantwoorde onderwijshuisvesting zou er circa € 1,2 miljard jaarlijks extra nodig zijn (extra structurele toevoeging aan het Gemeentefonds). De schoolbesturen hebben de verantwoordelijkheid onderwijs te verzorgen, de huisvesting inclusief de schoolterreinen in stand te houden en als goed rentmeester deze te onderhouden en te exploiteren. Ook moeten de schoolbesturen tussentijdse functionele aanpassingen en kwaliteitsverbeteringen zelf bekostigen en zijn ze verantwoordelijk voor de vervanging van de eerste inrichting. De schoolbesturen ontvangen voor deze verantwoordelijkheden middelen van het ministerie van OCW. Hoewel deze verantwoordelijkheid bij de schoolbesturen is neergelegd, is het ook bekend dat de middelen die schoolbesturen hiervoor krijgen veelal
2 Naast deze specifieke instrumenten voor de onderwijshuisvesting heeft de gemeente vanzelfsprekend te maken met
overige wet- en regelgeving die van toepassing is op meerdere beleidsterreinen. Te denken is in dit verband aan de Wet overheid en markt, de consequenties van de jurisprudentie waaronder het Didamarrest. 3 De Wet op de expertisecentra (WEC) is van toepassing op het gespecialiseerd onderwijs, dat echter niet aanwezig is in de gemeente Duiven. 4 Het betreft een indicatieve uitkering waar geen rechten aan ontleend kunnen worden. Het is aan de gemeente hierin keuze te maken als onderdeel van integrale afwegingen in de begrotingscyclus.
IHP Duiven 7 / 36
onvoldoende zijn om gebouwen aan te passen, zeker niet aan de huidige technische eisen m.b.t. binnenklimaat, duurzaamheid.
3.2
De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Duiven
De Verordening voorzieningen onderwijshuisvesting vertaalt de bovenstaande wetten naar de situatie in Duiven. De verordening bevat o.a. kaders over het gebruik van leerlingenprognoses, procedures en criteria voor de beoordeling van huisvestingsaanvragen, de berekening van de normatieve ruimtebehoefte en beschikbare capaciteit, bijbehorende noodzakelijke investeringen en klokuren bewegingsonderwijs. In de verordening staan ook de VNG-normbedragen voor de diverse voorzieningen en de gehanteerde indexering. Met de normbedragen wordt het maximaal te vergoeden investeringsbedrag berekend. Hoewel de VNG-normering de afgelopen jaren aanzienlijk verhoogd is, laten aanbestedingen nog steeds zien dat deze normbedragen onvoldoende zijn voor de vernieuwing van de onderwijshuisvesting. De daadwerkelijke kosten liggen als gevolg van ontwikkelingen in de bouwmarkt nog steeds boven de VNG-normeringen, waardoor veelal uitgegaan wordt van de werkelijke kosten (na eventuele optimaliseringsslagen om de kosten meer in overeenstemming te brengen met de beschikbare kredieten). Mede als gevolg van wijziging in wetgeving (o.a. invoering voorziening renovatie, verplichte opstelling IHP) zal de verordening aangepast worden. De VNG biedt hiervoor een modelverordening die op maat van de gemeente Duiven wordt aangepast. Deze nieuwe VNG-modelverordening is anno 2025 echter nog niet beschikbaar.
3.3
Regelgeving passend/inclusief onderwijs
Het Rijksbeleid is gericht op de realisering van een inclusievere onderwijsinfrastructuur 5. In de vernieuwing van de onderwijshuisvesting in Duiven wordt in overleg met de schoolbesturen ook bekeken welke aanpassingen en/of toevoegingen wenselijk of nodig zijn om de scholen inclusiever en passender te maken zodat leerlingen met diverse ondersteuningsbehoeften ook kunnen worden opgevangen in de reguliere scholen. Hierin moeten keuzes worden gemaakt vanwege financiële beperkingen. Dit kan betekenen dat schoolbesturen ook gezamenlijke afspraken moeten maken over het opvangen van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte op die locaties die daarvoor geschikt en/of aangepast zijn. Per school zal er gekeken moeten worden wat er mogelijk en betaalbaar is. De “natuurlijke” vernieuwingsmomenten van schoolgebouwen zullen aangewend worden om deze zo mogelijk tegelijkertijd passender en inclusiever te maken. Inclusief en passend onderwijs heeft gevolgen voor de onderwijshuisvesting voor zowel de leerlingenaantallen als de kwaliteit. Op termijn zullen meer leerlingen op de ‘reguliere’ school onderwijs volgen, waardoor er minder kinderen naar het SBO en (V)SO onderwijs gaan. Voor Duiven kan dit betekenen dat leerlingen, die nu buiten de gemeente gespecialiseerd onderwijs volgen, in de toekomst in Duiven onderwijs krijgen.
De schoolgebouwen moeten toegerust zijn op een eventuele veranderende ‘onderwijsvraag’ i.c. nieuwe ondersteuningsbehoeften, bijvoorbeeld voor wat betreft toegankelijkheid, veiligheid, MIVA-toiletten, lift, verzorgruimten etc. Dit alles heeft nog niet geleid tot aanpassingen van de regelgeving of de vergoedingen rondom onderwijshuisvesting; de eventuele aanpassingen moeten met de bestaande middelen bekostigd worden. In algemene zin kan voor de situatie in de gemeente Duiven geconcludeerd worden dat de nieuwe voorzieningen in voldoende mate toegankelijk zijn (o.a. door de aanwezigheid van liften, Miva-toilet, verzorgings-/verschoonruimte). Zo heeft IKC Remigius een 2-tal liften (1 verdiepingslift en 1 podiumlift). Voor bestaande schoolgebouwen kunnen er aanpassingen plaatsvinden indien daarvoor een noodzaak bestaat. In overleg met de schoolbesturen wordt gekozen voor maatwerk, omdat het inpassen van technische maatregelen (bijvoorbeeld het aanbrengen van traplift) ook consequenties heeft in een bestaande omgeving. Bijvoorbeeld een traplift vraagt ruimte in de verkeersroute en vraagt facilitair en technisch onderhoud. Indien de school geen noodzaak heeft voor de voorziening, dan kan zij daar voor kiezen. Belangrijk hierin is dat het geheel aan voorzieningen in Duiven voldoende voorzieningen heeft voor inclusiever onderwijs.
5 Het streven is dat in 2035 alle ‘reguliere’ scholen inclusief zijn. Dit vraagt echter lokale en/of regionale samenhang en
afstemming wat betreft de benodigde voorzieningen.
IHP Duiven 8 / 36
3.4
Wet kinderopvang
De Wet kinderopvang heeft tot doel de ontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren. Beoogd wordt ook doorgaande ontwikkelingslijnen te stimuleren voor kinderen (0 tot 13 jaar) en in het bijzonder kinderen met een risico op een onderwijsachterstand. Dit gebeurt onder andere door het aanbieden van een passend aanbod voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Het peuterspeelzaalwerk valt ook onder deze wetgeving, waardoor het onderscheid tussen peuterspeelzalen en kinderdagverblijven is verdwenen.
3.5
Frisse scholen en kwaliteitskader onderwijshuisvesting
Een frisse school is een schoolgebouw met een laag energiegebruik en een gezond binnenmilieu als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Om dit te verbeteren is het Programma van Eisen (PvE) Frisse Scholen ontwikkeld, dat tezamen met het landelijk kwaliteitskader onderwijshuisvesting 20256, gebruikt kan worden voor het ontwerpen van nieuwbouw of voor het verbeteren van bestaande schoolgebouwen. Het PvE Frisse Scholen onderscheidt drie ambitieniveaus voor de diverse thema’s, namelijk klasse A zeer goed, klasse B goed en klasse C acceptabel. Klasse C is het basisniveau, dat in het bouwbesluit tot 2012 van kracht was. In 2012 en 2015 zijn de eisen in het Bouwbesluit voor nieuwbouw zodanig verzwaard, dat bij nieuwbouw voor in elk geval de thema’s energie en lucht minimaal klasse B moet worden gerealiseerd (en indien mogelijk ook voor de andere onderdelen waaronder bijvoorbeeld akoestiek). Dit is ook het uitgangspunt in het voorliggende IHP. Voor vervangende nieuwbouw wordt echter gestreefd naar energieneutraal. In Duiven voldoen anno 2025 zeven van de negen scholen aan minimaal Frisse Scholen klasse C. Voor IKC Het Klokhuis wordt gewerkt aan een voorstel om ook de ambitie met betrekking tot Frisse Scholen te realiseren (zie ook opmerking hierover in hoofdstuk 2 onder Evaluatie SHO 2018).
Gezien het leerlingenaantal wordt IKC Toermalijn in deze IHP-periode in stand gehouden op het huidige kwaliteitsniveau.
3.6
Verduurzaming schoolgebouwen
Het Klimaatakkoord uit 2015 heeft als doelstellingen de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de opwarming van de aarde te beperken. Ook de gemeente Duiven wil minder en slimmer energie verbruiken. Bij vernieuwing van scholen wordt gekeken naar duurzaamheidsmaatregelen die aansluiten bij de gemeentelijke (en ook landelijke) ambities hierin, waaronder de reductie van de CO2-uitstoot in 2030 en 2050 (Klimaatwet en afspraken Routekaart PO en VO). Tevens zal in de vernieuwing rekening moeten worden gehouden met de afspraken uit het ook door de gemeente Duiven ondertekende convenant Schoon en Emissieloos Bouwen. Voor het te voeren duurzaamheidsbeleid wordt verwezen naar 4.2.5.
3.7
Ontwikkelingen in wet- en regelgeving
Een aantal belangrijke ontwikkelingen in de wet- en regelgeving betreffen onder andere de inwerkingtreding van de Wet ruimte voor nieuwe scholen (2021), de beoogde invoering van de wetswijziging planmatige en doelmatige onderwijshuisvesting en de invoering van bijna gratis kinderopvang. Wet ruimte voor nieuwe scholen De Wet ruimte voor nieuwe scholen moet het mogelijk maken dat scholen, die aantoonbaar op voldoende belangstelling van ouders en leerlingen kunnen rekenen (meer dan voorheen het geval was), ook daadwerkelijk voor bekostiging in aanmerking kunnen komen. Met deze wet wordt niet beoogd dat er meer scholen komen, maar dat het aanbod van scholen zich beter kan aanpassen aan de veranderende vraag vanuit de samenleving. Door middel van ouderverklaringen en/of een marktonderzoek moet deze behoefte worden aangetoond. Deze wetgeving heeft landelijk geleid tot het stichten van (veel) nieuwe scholen. In Duiven is dit (nog) niet aan de orde, maar niet uit te sluiten is dat door de woningbouwontwikkelingen er initiatieven komen.
6 Het Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting 2025 biedt richtlijnen en criteria voor de kwaliteit van schoolgebouwen, met
een focus op duurzaamheid, energieprestaties en inclusiviteit.
IHP Duiven 9 / 36
Wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting Het Wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting beoogt het stelsel van onderwijshuisvesting te optimaliseren door gemeenten te verplichten een IHP en schoolbesturen een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) op te laten opstellen. Tevens wordt door het voorstel het investeringsverbod in het primair en speciaal onderwijs versoepeld zodat ook het primair en speciaal onderwijs onder bepaalde voorwaarden eenvoudiger zelf kunnen investeren in de onderwijshuisvesting. Het wetsvoorstel voorziet ook in het opnemen van de voorziening renovatie in de wetgeving als gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw. Het voorstel wil een meer planmatige en doelmatige samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen bevorderen bij de bouw en het onderhoud van schoolgebouwen. De invoeringsdatum van dit wetsvoorstel, dat ter behandeling voorligt in de Tweede Kamer, is al meerdere keren uitgesteld (nu beoogde invoering in 2026 – 2027)7. In de dagelijkse praktijk werkt het overgrote deel van de gemeenten al jaren met een IHP voor de fasegewijze vernieuwing van de onderwijshuisvesting, zo ook de gemeente Duiven. Ook de schoolbesturen stellen al meerdere jaren MJOP’s op. Dit IHP Basisonderwijs is al voorbereid op het wetsvoorstel, zoals deze nu is geformuleerd.
Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting (OHV) Ondanks uitblijvende wetgeving vindt er de nodige innovatie in het werkveld plaats. Vanuit de ambitie dat in 2050 alle schoolgebouwen in Nederland een prettig en gezond binnenklimaat hebben, geschikt zijn voor modern en inclusief onderwijs, circulair, modulair en (onderwijs)adaptief zijn gebouwd en minstens energieneutraal en betaalbaar zijn in de exploitatiefase, is het landelijk innovatieprogramma OHV gestart (initiatief van de VNG en de onderwijsbrancheorganisaties). Goede schoolgebouwen maken het verschil: ze bevorderen leerprestaties, verminderen ziekteverzuim en geven leerlingen en onderwijspersoneel energie om het beste uit zichzelf te halen. In het programma wordt door samenwerking tussen diverse onderwijs- en adviesorganisaties een programmatische aanpak met ideeën, richtlijnen, tools ontwikkeld waarmee een versnelling en kwalitatieve verbetering van de portefeuille onderwijshuisvesting gerealiseerd kan worden. Wetsvoorstel (bijna) gratis kinderdagopvang. Het kabinet heeft een wetsvoorstel ingediend om de kinderopvang vanaf 2029 bijna gratis te maken voor werkende ouders. Dit gebeurt door de huidige kinderopvangtoeslag te vervangen door een inkomensonafhankelijke subsidie. De minister heeft het voornemen om de kinderopvangsector aan te wijzen als Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB).
De DAEB-aanwijzing maakt het mogelijk dat de overheid een groot deel van de kosten direct financiert. In Q2 2024 gaan in Nederland 920.000 kinderen naar een vorm van kinderopvang. De brancheorganisatie Kinderopvang heeft in september 2025 een brief gestuurd naar de Tweede Kamer waarin zij aangeven te verwachten dat de sector mede als gevolg van het wetsvoorstel zal groeien met 200.000 kindplaatsen en 40.000 nieuwe medewerkers. De gevolgen van het wetsvoorstel specifiek voor Duiven zijn op dit moment nog niet kwantitatief in te schatten, anders dan dat er waarschijnlijk sprake zal zijn van een groei van het aantal ouders dat gebruik wil maken van de kinderopvang. Dit zal leiden tot een eventuele toenemende behoefte en groei van het aantal kindplaatsen. Deze groei zal plaatsvinden bij kinderopvang in IKC’s (indien ruimte beschikbaar), de zelfstandige kinderopvanglocaties en gastouderopvang. Belangrijk vraagstuk is echter de beschikbaarheid van voldoende personeel (pedagogische professionals).
7 Er zijn ook door de Raad van State diverse vragen en/of vraagtekens gesteld over de uitvoerbaarheid van het
wetsvoorstel.
IHP Duiven 10 / 36
4 Onderwijs- en huisvestingsvisie In het Coalitieakkoord 2023 – 2026 “Samen aan de slag” wil de gemeente samenwerken met o.a. scholen en schoolbesturen om de gezamenlijke ambities en doelen te behalen, waaronder een inclusievere samenleving. Iedereen moet mee kunnen doen en zich veilig en geaccepteerd voelen in Duiven. Met het onderwijsveld wil de gemeente zich dan ook inzetten op inclusiever onderwijs waardoor meer leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte kunnen worden opgevangen in hun eigen leef- en woonomgeving. De gemeente en de schoolbesturen willen de kinderen en de jeugd optimale kansen bieden voor hun verdere ontwikkeling. Dit dient ook vorm te krijgen door een stevige sociaal-emotionele ontwikkeling, waarvoor het opgroeien in al zijn facetten in de eigen woonomgeving een belangrijke voorwaarde is. In dit hoofdstuk wordt op een aantal uitgangspunten met betrekking tot de onderwijsvisie en huisvestingsvisie verder ingegaan.
4.1
Onderwijsvisie en -ambitie
Het is van belang dat de vernieuwing van de huisvesting plaatsvindt vanuit een visie op toekomstig onderwijs-, opvang- en overig gemeentelijk beleid en de benodigde huisvesting daarvoor. Dit met elkaar vorm te geven beleid, dient in algemene zin ook antwoord te geven op een door de schoolbesturen gesignaleerde veranderende context, waarin sprake is van toenemende maatschappelijke problematiek en groeiende onderwijsachterstanden. Zo worden door de scholen in toenemende mate verminderde basisvaardigheden en laaggeletterdheid gesignaleerd. Dit leidt tot een toenemende onrust binnen de scholen waarbij de grens tussen onderwijs en opvoeding vervaagt en het appèl op het onderwijs groter wordt. De druk op het reguliere basisonderwijs wordt ook groter doordat het speciaal onderwijs in de regio Duiven op dit moment geen/minder leerlingen meer aanneemt. Het reguliere basisonderwijs behoudt of neemt deze leerlingen wel aan hetgeen leidt tot een toenemende druk en/of belasting van het primaire onderwijsproces. Scholen ervaren dat zij naast onderwijs ook steeds meer opvoedkundige taken op zich moeten nemen. Passend en inclusief onderwijs verhoogt deze druk. Hieronder wordt op een aantal actuele thema’s op hoofdlijnen ingegaan. 4.1.1 Passend en inclusiever onderwijs Voor ieder kind in de gemeente is er een passende plek om op te groeien en zich te ontwikkelen.
De ambitie is te komen tot inclusieve(re) kindcentra of voorzieningen waar opvang, onderwijs en eventueel zorg- en welzijnsfuncties programmatisch en organisatorisch samenwerken. Doelstelling is om leerlingen met en zonder ondersteuningsbehoeften vaker samen te laten leren op scholen dicht bij huis. Belangrijk is dat inclusiever onderwijs op een manier wordt vormgegeven waarop het van meerwaarde is voor leerling, ouders/verzorgers en professionele omgeving. Er dient blijvend worden gestreefd naar versterking van de onderwijs- of ontwikkelketen waarin voorzieningen in samenhang worden gebracht. Tegelijkertijd is er het besef dat het beste onderwijs voor sommige kinderen niet altijd het meest dichtbij is. Passend onderwijs kan ook betekenen dat sommige leerlingen een andere onderwijsomgeving vragen om zich te kunnen ontwikkelen. Het gespecialiseerd onderwijs elders buiten de gemeente Duiven in o.a. Zevenaar, Didam en Arnhem is soms beter passend 8. De onderwijshuisvesting moet bovenstaande ontwikkeling faciliteren en versterken, waarbij er vanzelfsprekend ruimte is voor maatwerk. Uitgangspunt is dat basisonderwijs maximaal thuisnabij en passend is, iedereen moet kunnen meedoen.
Dit sluit aan bij de ambities die de gemeente Duiven heeft met betrekking tot het (pilot-)project “Blijfwijk” dat beoogd wijken zo in te richten dat alle of veel voorzieningen op loop- en/of fietsafstand aanwezig zijn voor de bewoners van een wijk. De onderwijsvoorzieningen vallen hier ook onder. In de regio werkt het basisonderwijs samen met het samenwerkingsverband (SWV) Onderwijs op Maat De Liemers aan de landelijke werkagenda Route naar inclusief onderwijs 2035. In het ondersteuningsplan 2024 – 2028 van het samenwerkingsverband staat beschreven hoe passend onderwijs in de komende jaren wordt versterkt om leerlingen de best mogelijke ondersteuning te bieden. De komende periode gaan de scholen in 8 Op dit moment is verwijzing naar het gespecialiseerd onderwijs vanwege een leerlingenstop niet mogelijk. Hierdoor
worden leerlingen soms regulier opgevangen. Het samenwerkingsverband passend onderwijs ontwikkelt beleid om dit vraagstuk in de regio op te lossen.
IHP Duiven 11 / 36
de regio werken aan de vertaling van de thema’s uit het ondersteuningsplan naar de praktijk, zij kijken onder meer naar het versterken van basisondersteuning en extra ondersteuning, het verbeteren van de samenwerking met het primair onderwijs en gemeenten en de ontwikkeling van symbioselocaties. Het is daarbij voorstelbaar dat inclusiever onderwijs consequenties heeft voor de eisen voor de onderwijshuisvesting, zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van ruimten voor individuele begeleiding, verzorging dan wel overige onderwijsondersteuners. Voor het voorliggende IHP is het te vroeg om huisvestingsmaatregelen te nemen, die het inclusiever onderwijs op reguliere scholen faciliteren. Daarvoor is een gedragen beleidslijn nodig die richting geeft welke voorzieningen op een moment waar nodig zijn. Fysieke toegankelijkheid is hiervoor ook een belangrijke voorwaarde en het vraagt ook multifunctionele en flexibele leer- en werkomgevingen, die aangepast kunnen worden aan veranderende onderwijs- c.q. ondersteuningsbehoeften.
Belangrijk vraagstuk in de verdere ontwikkeling van inclusief beleid is in hoeverre de benodigde ruimtelijke voorzieningen op elke school gerealiseerd moeten worden, dan wel dat de benodigde voorzieningen in een netwerk van scholen moeten worden vormgegeven, waarbij school A zorgt voor voorziening A en school B voor voorziening B, met als resultaat dat er voor alle kinderen passende voorzieningen zijn in Duiven. Leidraad hiervoor is het Handboek voor toegankelijkheid. Afstemming en samenhang zijn hierin van belang om te komen tot een complementair en volledig geheel aan voorzieningen voor een inclusievere voorzieningenstructuur. 4.1.2 Visie op IKC-vorming Het streven naar een goede samenwerking tussen educatieve partners is vastgesteld in het Beleidsplan Onderwijskansen Duiven en Westervoort 2023 - 2026 (vastgesteld in het college van B&W en ter kennisgeving aan de raad). Onderdeel van dit beleid zijn de doorgaande ontwikkel- en leerlijnen binnen IKC’s waarbij onder andere de zorgstructuur voor kinderopvang en onderwijs op dezelfde wijze wordt georganiseerd. Het is ook een belangrijke ontwikkeling voor het versterken van de voor- en vroegschoolse educatie en gezamenlijke taalprogramma’s. De maatschappelijke opdracht wordt door de IKC-vorming ook verbreed.
Naast opvang en onderwijs krijgen zorg, taalontwikkeling en opvoedingsondersteuning ook een belangrijke plaats in de programmering. Ook de aandacht voor samenwerking met ouders door middel van extra inzet en interventies is hierin van belang. Reeds in het SHO 2018 is er een visie gevormd voor het creëren van IKC’s, waar onderwijs en kinderdagopvang onder één dak werken aan doorgaande ontwikkelings- en leerlijnen. Op een aantal locaties is leegstand bij het onderwijs benut om een IKC te vormen. Bij IKC De Droomgaard en IKC Remigius is extra ruimte gerealiseerd voor kinderdagopvang. Van de 9 basisscholen zijn er 7 reeds een IKC door het ruimtelijk combineren van kinderdagopvang, peuteropvang en basisschool. Basisschool Toermalijn huisvest het kinderdagverblijf zonder de organisatorische samenwerking. Basisschool Bernadette werkt samen met IKC Joannes op het vlak van kinderdagopvang. Door middel van de onderwijshuisvesting wil de gemeente Duiven binnen haar ruimtelijke en financiële mogelijkheden de vorming van IKC’s (verder) stimuleren. Per locatie is er sprake van maatwerk, waarbij onderzocht moet worden in welke omvang er behoefte is aan aanvullende kindfuncties en op welke wijze dit kan worden ingevuld. Ook solitaire kinderopvanglocaties die qua huisvesting niet gekoppeld zijn aan een school zijn en blijven onderdeel van het voorzieningenaanbod in Duiven.
De IKC’s zijn ook belangrijke instrumenten voor de in paragraaf 4.2 genoemde ambities inzake passend, inclusiever en thuisnabij onderwijs. Daarbij gaat het veel meer om afstemming van en samenhang tussen de verschillende scholen i.c. IKC’s in plaats van dat iedere school (maximaal) inclusief moet zijn. Het is van belang dat in de verdere ontwikkeling van de voorzieningenstructuur er sprake is van een onderwijskundig netwerk van scholen dat met elkaar maximaal invulling kan geven aan een bandbreedte van ondersteuningsbehoeften. Vanwege de specifieke en/of specialistische voorzieningen kan het nodig zijn dat a. de transformatie naar een inclusievere voorzieningenstructuur ook bovenlokaal wordt opgepakt en b. dat gekeken wordt welke voorzieningen reeds wel of niet aanwezig zijn op de diverse locaties. Zo kan de aanwezigheid van een lift en/of verzorgingsruimte(n) aanleiding zijn om bepaalde doelgroepen op die locaties op te vangen en elders, waar deze voorzieningen ontbreken, niet. De inhoudelijke samenwerking tussen partners in een IKC is erg belangrijk. Het schoolbestuur is dan ook leidend in de keuze voor een kinderopvangorganisatie of samenwerkingspartner. Gemeente Duiven stelt randvoorwaarden indien er gebruik wordt gemaakt van gebouwen, die initieel door haar zijn gefinancierd.
Bij vervangende nieuwbouw is een belangrijk vraagstuk welke partij investeert om de samenwerking mogelijk te IHP Duiven 12 / 36
maken. Per situatie wordt dit uitgewerkt, waarbij ook de mogelijkheid bestaat om voorzieningen voor maatschappelijke partners voor te financieren door de gemeente en deze via een kostprijs dekkende huur te verhuren (op basis van een n.t.b. huurperiode). Ook indien sprake is van de inzet van leegstand in bestaande scholen worden nadere afspraken gemaakt over de vergoeding van het medegebruik dan wel de huur van de leegstand. De verwachting is dat door de bijna gratis kinderopvang de druk op ruimte binnen scholen en/of IKC’s zal toenemen. Belangrijke beleidslijn is en blijft dat onderwijs prioriteit heeft in het ruimtegebruik. Hierdoor zal een verdere groei van de kinderopvang wellicht buiten de scholen moeten plaatsvinden. 4.1.3 Multifunctionaliteit Basisscholen en/of IKC’s kunnen meer zijn dan een plek voor onderwijs en opvang. Het zijn ook plaatsen waar mensen elkaar dagelijks (kunnen) ontmoeten, onder én na schooltijd. Zo zijn schoolgebouwen op avonden en weekenden voor het merendeel niet in gebruik, maar ook onder schooltijd zijn er soms mogelijkheden om activiteiten te huisvesten voor andere doelgroepen. Scholen kunnen dan een grotere maatschappelijke rol vervullen dan alleen onderdak bieden voor onderwijs en opvang (vergroten participatie). Vanzelfsprekend vindt dit plaats in overleg met de schoolbesturen, die juridisch eigenaar zijn van de gebouwen.
Het vergroten van de multifunctionaliteit draagt ook bij aan het versterken van inclusiviteit waarvoor een flexibele en multifunctionele school, een IKC, een belangrijke bijdrage kan leveren. Indien sprake is van vervangende nieuwbouw zullen flexibiliteit en multifunctionaliteit nadrukkelijk in de programmafase (opstelling programma van eisen) worden meegenomen ten behoeve van het vergroten van het medegebruik door andere (maatschappelijke) partners. In bestaande scholen kan onderzocht worden in hoeverre door functionele aanpassingen de mogelijkheden voor multifunctioneel medegebruik kunnen worden vergroot. Schoolbesturen en gemeente zijn bereid om binnen het in voorbereiding zijnde gemeentelijke integrale accommodatiebeleid te onderzoeken of de multifunctionaliteit voor aanvullende activiteiten versterkt kan worden. Het beleid met betrekking tot medegebruik en verhuur is de basis voor het vergroten van de multifunctionele inzet van de scholen en/of IKC’s onder en na schooltijd. Indien sprake is van medegebruik is de vergoeding minimaal kostendekkend voor besturen, rekening houdend met de dagelijkse kosten voor de instandhouding en exploitatie. Het medegebruik moet zich vanzelfsprekend verdragen met het onderwijsgebruik. Het huurrecht (volgens Burgerlijk Wetboek) is niet van toepassing.
Als er voor het medegebruik en de verhuur geen aanpassingen nodig zijn, vindt er geen afdracht plaats aan de gemeente. Wanneer wel aanpassingen nodig zijn, om, bijvoorbeeld een betere toegankelijkheid en/of zonering te realiseren of aanvullende facilitaire voorzieningen nodig zijn, dan worden de kosten hiervan doorbelast aan de gebruikers van de ruimten. In het op te stellen gemeentelijk accommodatiebeleid wordt dit conform bovenstaande beleidslijn verder uitgewerkt. 4.1.4 Sport, bewegen en gezondheid Schoolbesturen streven ernaar om met bewegen en spelen een goede gezondheid te stimuleren. Het vergroenen van de schoolomgeving kan daaraan bijdragen. Een aantal scholen heeft aangegeven dat zij een beperking ervaren in de ruimte voor buiten spelen en bewegen, ondanks het feit dat voldaan wordt aan de normatieve ruimtebehoefte hiervoor 9. Dit heeft soms twee oorzaken, enerzijds doordat sprake is van een geringe buitenruimte voor het aantal leerlingen (weliswaar normatief passend) en anderzijds doordat sprake is van een versnippering van de buitenruimte rondom het gebouw, waardoor er meerdere kleinere buitenruimten zijn. Voorgesteld wordt om in de uitvoering van dit IHP hier in overleg met de betrokken school en het schoolbestuur verder onderzoek te doen naar de optimalisering van de buitenruimte.
In het kader van de actualisering van de verordening voorzieningen huisvesting kan ook overwogen worden de normering voor het buitenspelen ook te herzien10.
9 De norm voor buitenspelen is 3 m2 per leerling met een minimum van 300 m2 en een maximum van 600 m2. Met name
bij grote scholen vormt het maximum een beperking voor spelen en bewegen. 10 In het kader van de wetswijzigingen m.b.t. de opstelling van IHP’s, de invoering van de voorziening renovatie e.d. dient de verordening opnieuw aangepast te worden.
IHP Duiven 13 / 36
Vanuit het belang van bewegen, sporten en spelen is het ook belangrijk dat er bij en nabij de scholen ook voldoende binnensportvoorzieningen (speelzalen/gymzalen/sportzalen) beschikbaar zijn. Dit is aan de orde in de gemeente Duiven; er is voldoende capaciteit voor het bewegingsonderwijs voor de groepen 3 tot en met 8 van de basisscholen11 (zie ook paragraaf 5.3).
4.2
Huisvestingsvisie en -ambitie
Goede schoolgebouwen zijn nodig voor de onderwijsprestaties van de leerlingen, het welbevinden van de medewerker en de leefbaarheid van de diverse kernen Duiven, Groessen en Loo. Goede scholen dragen in algemene zin bij aan de aantrekkelijkheid van Duiven als woon- en leefomgeving. Alle leerlingen en medewerkers moeten kunnen leren en werken in een aantrekkelijke, functionele, veilige, gezonde leer- en werkomgeving. Dit betekent voor de gemeente Duiven een tweeledige opgave: a. Het fasegewijs vernieuwen van de bestaande onderwijshuisvesting, en; b. De capaciteit passend maken qua ruimtebehoefte voor de huidige en toekomstige leerlingenaantallen en de onderwijskundige ambities inzake o.a. de (I)KC-vorming, passend en inclusiever onderwijs. Deze opgave vindt plaats vanuit een aantal uitgangspunten met betrekking tot het huisvestingsbeleid. Een belangrijk uitgangspunt is dat de huisvestingsverordening het formele toetsingskader blijft. In deze paragraaf wordt nog ingegaan op een aantal aanvullende uitgangspunten. 4.2.1 Leegstandsbeleid Net als veel andere gemeenten in de regio heeft Duiven in het verleden te maken gehad met een krimpende leerlingenpopulatie. De scholen hadden minder ruimte nodig dan de capaciteit van het schoolgebouw waarin zij gehuisvest zijn. Structurele leegstand dient voorkomen te worden.
Dit leidt tot onnodige kosten voor zowel de schoolbesturen als de gemeente. Anderzijds biedt overcapaciteit mogelijkheden voor andere beleidsdoelen. Er kunnen aanvullende functies toegevoegd worden die van belang zijn voor de talentontwikkeling van kinderen en jongeren. Zo zijn in het verleden ook de IKC’s ontstaan. Maatregelen voor leegstandreductie vinden plaats wanneer duidelijk is dat deze capaciteit (de komende jaren) niet nodig is voor het onderwijs van de betreffende school dan wel de scholen in een straal van 2 kilometer. De leegstand kan met instemming van het college van B&W worden verhuurd aan de kinderopvang dan wel andere organisaties. 4.2.2 Beleid verhuur en medegebruik De transformatie van basisscholen naar IKC’s betekent veelal inwoning van andere (maatschappelijke) partners in het schoolgebouw. In de verordening zijn procedures opgenomen over dit zogenaamde medegebruik of verhuur van ruimten. Tenzij anders is afgesproken (in bijvoorbeeld vaststellingsovereenkomsten) dienen schoolbesturen jaarlijks toestemming te vragen aan het college van Burgemeester en Wethouders voor ruimtegebruik derden in onderwijsgebouwen. Het kan zijn dat de gemeente dan voorwaarden stelt aan deze toestemming.
Als onderwijsleegstand is verhuurd aan een maatschappelijke, of commerciële organisatie, dan geldt op dit moment, op basis van de verordening, het uitgangspunt dat bij een uitbreidingsbehoefte van de school de hurende organisatie wordt uitgeplaatst of de huur wordt opgezegd. De betreffende ruimte is immers niet onttrokken aan de onderwijsbestemming. Schoolbesturen ervaren dit als een ongewenste situatie voor hun samenwerkingspartners binnen het IKC. In nieuwbouwsituaties zijn binnen de gemeente hiervoor maatwerkafspraken gemaakt zodat de gebruikers meer continuïteit verkrijgen. Voor bestaande gebouwen gelden deze afspraken nog niet. Voortaan geldt in het beleid verhuur en medegebruik dat: • vanaf 2026 als onderdeel van een gelijkwaardige huursituatie kostendekkende huur wordt berekend bij ingebruikname- en huurovereenkomsten. • huurders die samenwerken met het onderwijs binnen een IKC, voor meerjarige termijnen, niet worden uitgeplaatst bij een capaciteitstekort bij het onderwijs. • zowel in bestaande gebouwen als nieuwe gebouwen de ruimte van deze structurele huurders wordt onttrokken aan de capaciteit voor onderwijs. Daarmee wordt de fysieke nabijheid gewaarborgd; de huurder is geen tijdelijke gebruiker van het gebouw, maar een permanente samenwerkingspartner in het gebouw. 11 De groepen 1 en 2 i.c.
de onderbouw krijgt het bewegingsonderwijs (veelal) in het speellokaal (indien aanwezig) van
de basisscholen.
IHP Duiven 14 / 36
Gemeente en schoolbesturen gaan als uitwerking van dit kader in 2026 in overleg met de schoolbesturen werken aan een eenduidig medegebruik- en verhuurbeleid. Daarvoor worden afspraken gemaakt tussen de gemeente Duiven, de schoolbesturen en de maatschappelijke partners c.q. huurders zodat voor alle betrokkenen zekerheid bestaat over de continuïteit van de samenwerking en de bedrijfsvoering. Voor dubbelgebruik van onderwijsruimte geldt de Handreiking medegebruik en verhuur van de PO-Raad. Voor dit ruimtegebruik (geen leegstand zijnde) van onderwijsruimten vindt geen financiële afdracht plaats naar de gemeente. Indien echter sprake is van aanvullende investeringen om medegebruik en/of verhuur mogelijk te maken, zal wel sprake zijn van financiële afdracht naar de investeerder van de extra voorzieningen. Met andere woorden, indien de gemeente aanvullend investeert, dan zal de huurder de kosten hiervan vergoeden door middel van huurpenningen. Voor het in medegebruik of verhuur geven van onderwijsruimten dient vanzelfsprekend rekening te worden gehouden met wetgeving (o.a. Wet overheid en markt die publieke organen verplicht te zorgen voor een gelijk speelveld voor alle kinderopvangorganisaties in Duiven) en jurisprudentie (o.a.
het Didamarrest die publieke organen opdragen bij het ‘vergeven’ van locaties, voorzieningen, concessies alle mogelijke belanghebbenden hiervoor te benaderen). 4.2.3 Instandhoudingsnorm scholen Het ministerie van OC&W heeft voor elke gemeente een minimale omvang voor basisscholen ingesteld. Voor de gemeente Duiven is de opheffingsnorm voor de kernen Duiven en Groessen 118 leerlingen en voor de kern Loo 61. Behoudens OBS Toermalijn hebben alle scholen een leerlingenaantal dat boven de opheffingsnorm ligt. De Wet op het primair onderwijs biedt schoolbesturen ook mogelijkheden voor het open houden van scholen onder de instandhoudingsnorm. Door uit te gaan van de gemiddelde schoolgrootte van de onder LiemersNovum vallende scholen, wordt OBS Toermalijn in stand gehouden. Het schoolbestuur biedt extra ondersteuning aan OBS Toermalijn, van waaruit de verwachting is dat het leerlingaantal zich gaat herstellen. Schoolbesturen zijn autonoom in het wel of niet sluiten van scholen, dit is een bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. De schoolbesturen Innerwaard en LiemersNovum streven naar het in stand houden van de huidige voorzieningen en de spreiding van de scholen 12. Ook de scholen in de dorpen Loo en Groessen blijven in stand.
4.2.4 Renovatie/levensduurverlenging De huidige wetgeving onderwijshuisvesting en de gemeentelijke verordening voorzien alleen in (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding als gemeentelijke verantwoordelijkheid. Het is de bedoeling dat ook levensduurverlenging c.q. renovatie een voorziening wordt in de regelgeving, omdat het in bepaalde situaties een goed en volwaardig alternatief is voor vervangende nieuwbouw (zie 3.7). Renovatie is een grootschalige en integrale aanpak van een bestaand schoolgebouw, waarmee de levensduur (vergelijkbaar met vervangende nieuwbouw) wordt verlengd en het gebouw (weer) voldoet aan de technische en functionele kwaliteitseisen. De dekking van de kosten van renovatie ziet de gemeente als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen, waarbij schoolbesturen inbreng kunnen hebben vanuit hun meerjaren onderhoudsplan (MJOP), exploitatiegerichte bijdragen en middelen voor functionele aanpassingen. De hoogte van de bijdrage wordt per project uitgewerkt met als streven dat ook door renovatie er een bijna energieneutraal gebouw kan worden gerealiseerd. Per project wordt bekeken in hoeverre renovatie verantwoord is in relatie tot de benodigde investeringen en de te verwachten opbrengsten. De verordening onderwijshuisvesting zal worden aangepast door ook de voorziening renovatie op te gaan nemen zodra de wetgeving hierover is aangenomen.
12 In relatie tot de in de toekomst verwachte vernieuwing van basisscholen en de woningbouwontwikkeling willen de
schoolbesturen wel nagaan in hoeverre de huidige spreiding nog passend is. Wellicht dat in relatie tot vernieuwing van scholen ook gekomen kan worden tot een op dat moment betere spreiding van scholen.
IHP Duiven 15 / 36
4.2.5 Duurzaamheid Gemeente en schoolbesturen onderschrijven dat duurzaamheid een belangrijk thema is en dat zij een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben in het verwezenlijken van duurzaamheidsambities. Binnen de duurzaamheidsvisie wordt onderscheid gemaakt tussen ambities voor: •
Bestaande huisvesting Verduurzaming van bestaande huisvesting gebeurt veel via duurzame meerjaren onderhoudsplannen (MJOP’s). Schoolbesturen zijn vanuit hun verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van de gebouwen als eerste aan zet. Tegelijkertijd is er een realisme dat via onderhoud vergaande duurzaamheidsambities niet haalbaar zijn en dat gezamenlijke besluitvorming en wellicht ook financiering noodzakelijk is vanuit het duurzaamheidsbelang rekening houdend met de levensduur van een gebouw. Hierin is het van belang dat indien mogelijk gebruik wordt gemaakt van subsidiemaatregelen voor verduurzaming, zoals de zogenaamde DUMAVA-subsidie (duurzaam maatschappelijk vastgoed).
-
Nieuwe huisvesting (nieuwbouw en/of renovatie) In de komende IHP-periode 2027 – 2030 zijn er geen grootschalige huisvestingsmaatregelen, zoals nieuwbouw of renovatie, aan de orde. Dit lijkt eerst aan de orde in de periode 2031 en verder. Nieuwbouw zal vanzelfsprekend moeten voldoen aan het dan geldende Bouwbesluit en gasloos. Wat betreft het programma Frisse Scholen wordt gestreefd naar een score van Frisse Scholen klasse B (met als uitgangspunt dat per project de ambities in deze kunnen differentiëren). De duurzaamheidsvisie richt zich op het energievraagstuk, het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen en het implementeren van circulariteit in het bouwproces. Duurzaamheidsmaatregelen zijn boven normatieve maatregelen, die extra zijn op de gemeentelijke zorgplicht en het Bouwbesluit.
Voor nieuwbouw en renovatie van bestaande huisvesting wordt uitgegaan van bijna energieneutraal 13 en gasloos e.e.a. conform de huidige regelgeving. Voor nieuwbouw wordt in overleg met de schoolbesturen overlegd over eventueel aanvullende investeringen ten behoeve van de realisatie van energieneutraliteit (die op termijn – 2040 - verplichtend zal zijn voor nieuw te realiseren voorzieningen). Het spreekt voor zich dat bij vervangende nieuwbouw duurzaamheidsambities m.b.t. klimaatadaptatie, circulariteit en het vergroenen van de schoolomgeving waarschijnlijk makkelijker te realiseren zijn dan bij renovatie van bestaande bouw. Energievraagstuk Het Klimaatakkoord uit 2015 heeft als doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en de opwarming van de aarde te beperken. Ook de gemeente Duiven wil minder en slimmer energie verbruiken. Bij vernieuwing van scholen wordt gekeken naar duurzaamheidsmaatregelen die aansluiten bij de gemeentelijke (en ook landelijke) ambities hierin, waaronder de reductie van de CO2-uitstoot in 2030 en 2050 (Klimaatwet en afspraken verwoord in de Sectorale Routekaart Duurzaamheid Onderwijshuisvesting uit 2020). Anno 2025 werkt VNG met o.a. de PO-raad aan een actualisatie van deze Routekaart Duurzaamheid.
Bij de vernieuwing zal ook rekening moeten worden gehouden met de afspraken uit het ook door de gemeente Duiven ondertekende convenant Schoon en Emissieloos Bouwen (inclusief subsidieregeling). Het convenant is een inspanningsverplichting voor schoolbesturen, daar waar publieke middelen worden besteed. Het verduurzamen van de scholen en/of IKC’s vindt plaats op de “natuurlijke” vernieuwingsmomenten van renovatie en/of vervangende nieuwbouw. Schoolbesturen zijn vanzelfsprekend autonoom om ook binnen de financiële mogelijkheden maatregelen te nemen voor het verduurzamen van de eigen schoolgebouwen. Voor de opstelling van het voorliggende IHP is van alle schoolgebouwen een zogenoemd Weii-score en duurzaamheidsadvies opgesteld14. Het geeft na de duurzaamheidsinvesteringen uit het vorige IHP 2018 een nieuw ijkpunt. En er zijn per locatie verduurzamingsmaatregelen voorgesteld, die de schoolbesturen mee kunnen nemen in het opstellen van MJOP’s. Voor meer vergaande duurzaamheidsambities, zoals het realiseren van energieneutrale of gasvrije schoolgebouwen, zijn ingrijpende maatregelen nodig, zoals nieuwbouw of renovatie. De komende periode 2027 – 2030 is er geen noodzaak voor dit soort maatregelen. Dit is waarschijnlijk eerst aan de orde in het volgende geactualiseerde IHP. 13 Op dit moment geldt voor vervangende nieuwbouw de verplichting van bijna energieneutraliteit (BENG), vanaf 2040