CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 1 - Reactienota Beleidskader initiatieven grootschalige opwekking wind- en zon - 201539183.pdf

Raadsavond 15 februari 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: Beleidskaders initiatieven grootschalige opwek zon en wind22.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit geldt ook voor lokale besturen en het door hen beschikbaar gestelde budget. Welke risico's ziet het college v.w.b. de kwaliteit en snelheid van handelen door het ambtelijk apparaat, nu en in de komende 10-15 jaar? 4. Een ander punt van zorg is de onduidelijkheid over de opslag van energie aan de rand van het industrieterrein InnoFase. Duidelijkheid hierover is urgent en de rol van de lokale overheden gezamenlijk essentieel om samen met Waterschap en energieleverancier(s) te investeren in plan en uitvoering. Wanneer er zicht is op een oplossing op korte termijn, heeft dit een direct positief effect op de business cases voor zon en wind. En daarmee op de inkomsten van landeigenaren, projectontwikkelaars, inclusief de lokale economie en de energiecoöperatie met haar maatschappelijke doelen. 5. Het is voor lokale bestuurder belangrijk om zich te realiseren dat de kosten voor de baten uitgaan en wanneer we als lokale gemeenschap willen profiteren van de opgewekte energie en een schoner milieu nastreven, het de investering waard is. We zijn dit verplicht 38

6.

7.

8.

9.

aan de generaties die na ons komen. Is gemeente Duiven bereid om een prominente rol te spelen en extra budget vrij te maken om lokale opslag mogelijk te maken? En, werkt ze hierin samen met de provincie en Waterschap? De recente uitspraak van de Raad van State over windpark Delfzijl Zuid in Groningen leidt tot de vraag hoe gemeente Duiven en omliggende gemeenten hiermee omgaan. Welke effecten heeft de uitspraak op het beleidskader en/of de uitvoering ervan? Hoe gaat de gemeente Duiven hiermee om? Het beleidskader dient naast meer integraliteit ook ruimte te bieden om te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen en innovaties, zowel in technische zin m.b.t. zon, wind en andere mogelijkheden, als ook m.b.t. biodiversiteit, landschapsinrichting. Wij zien graag dat hierover in het definitieve beleidskader meer wordt beschreven, bij voorkeur in een apart hoofdstuk. Tijdens de informatiebijeenkomst op 16 juni jl. hebben we hier al uitgebreid bij stilgestaan. Onderdeel van de voorwaarden voor alle projectontwikkelaars en stakeholders, inclusief de energiecoöperatie, moet zijn dat circulariteit onderdeel van de business cases is. Oftewel, ook na gebruik van de middelen voor het opwekken zon- en windenergie, of andere vormen van energieopwekking en gebruik van grond, is hergebruik of andere toepassing zonder afval een vereiste.

Bijdrage Energie De Liemers Wij verwachten dat Energie De Liemers een belangrijke rol te kunnen spelen om hierover me mee denken en te participeren, zowel in proces als financieel en waar mogelijk bij de uitvoering ook door de leden. Verder hopen we dat ook direct omwonenden, waarvan een aantal ondernemer is, ruimte krijgen èn nemen om een bijdrage te leveren en tegelijkertijd een vorm van compensatie krijgen voor hetgeen zich in hun achtertuin afspeelt.

Reactie gemeente 1. De energiecoöperatie, de directe omgeving en andere belanghebbenden zijn een belangrijk onderdeel van het proces. In het beleidskader wordt de integraliteit tussen verschillende onderwerpen als duurzame energie en biodiversiteit ondersteund. Bij elk initiatief wordt een integrale afweging gemaakt door de gemeente. 2. Gemeente Duiven heeft gemeente Zevenaar benaderd tijdens het opstellen van dit beleidskader en de ruimtelijke studie. Daarnaast werken de gemeenten ook samen in o.a. het regionale overleg (RES). Elke gemeente blijft bevoegd over de eigen bestuurlijke besluitvorming en haar beleid. 3. Er komt inderdaad veel op de gemeente af vanuit de afspraken vanuit o.a. het nationale Klimaatakkoord. Hier is aandacht voor binnen de gemeentelijke organisatie. Verder is deze vraag inhoudelijk niet relevant voor het beleidskader. 4. Als de mogelijkheden voor opslag hier benut kunnen worden, staan we hier in beginsel positief tegenover. 5. Dat is op dit moment nog onbekend. Er kan dan ook nog geen uitspraak gedaan worden over de rol van de gemeente hierin. Als de kansen zich voordoen, kan de gemeente samen met bijvoorbeeld het bedrijfsleven, energiecoöperaties of initiatiefnemers kijken naar de mogelijkheden. 6. Dit heeft vooralsnog geen concrete gevolgen.

Gemeente Duiven zal de landelijke richtlijnen en wet- en regelgeving in acht nemen bij de behandeling van initiatieven voor zowel windenergie als zonne-energie. Zo nodig stelt de gemeente zelf regels op. 7. Dit punt wordt onderschreven. In het beleidskader wordt een apart kopje toegevoegd dat gericht is op innovatie.

39

8. Dit punt wordt in het beleidskader beschreven in de paragraaf ‘Levenscyclusplan’ op p. 6 – 7. 9. Het beleidskader onderschrijft het belang van proces- en financiële participatie. Wij verwachten van de initiatiefnemers dat zij aan de hand van het beleidskader ruimte bieden aan ideeën, zorgen en bijdragen van ondernemers en inwoners.

Respondent 11 Zienswijze/reactie 1. In het beleid wordt op p. 6 vermeld dat er tijdelijke vergunningen worden verleend voor zonneparken. Dat betekent dat na afloop van deze periode (of eerder indien het zonnepark eerder opgeheven zou worden) het land weer in gebruik wordt genomen voor agrarische doeleinden conform de onderliggende bestemming. Voor ons als grondeigenaar is het van belang dat de percelen dan weer ten volle kunnen worden benut. Echter ongeveer 20% van het areaal wordt in beslag genomen door landschappelijke inpassing. In sommige gevallen heeft de, in de ruimtelijke visie opgenomen, inpassing ook een redelijk duurzaam karakter zoals struweel en natuurvriendelijke oevers. Wij zijn bereid om mee te werken aan de verduurzaming van de gemeente Duiven, maar het kan en mag niet zo zijn dat wij daarvoor 'gestraft' worden doordat na afloop onze landbouwgrond gedeeltelijk natuur wordt. Wij verzoeken u het beleid dusdanig aan te passen dat hierin wordt toegezegd dat de grondeigenaren de grond na afloop weer ten volle in gebruik kunnen nemen als landbouwgrond. 2. Op dit moment wordt in het voorstel uitgegaan van een ruimtelijke inpassing per individuele kavel van circa 10ha.

Ons inziens kan de gemeente beter één intensief gebied creëren voor zon op land in plaats van veel ruimte in te tekenen voor landschappelijke inpassing en uiteindelijk te weinig opwekkend vermogen te kunnen realiseren om aan de RES te voldoen. Door een best passende inpassing aan te houden gebaseerd op het hele gebied inclusief de niet participerende grondeigenaren waar het land al groen van blijft is het gebied veel efficiënter en mooier aan te kleden in plaats van het minimum percentage van 20% voor landschappelijke inpassing per kavel. Er is dan minder schaarse grond nodig voor dezelfde landschappelijke inpassing. Met de huidige manier van intekenen zien wij een risico dat er ook nog een ander gebied wordt aangewezen voor zon en wind in Duiven. Wij verzoeken jullie derhalve de landschappelijke inpassing zoals hierboven omschreven toe te passen op het gebied als geheel, en niet op ieder individueel kavel. 3. De landschappelijke inpassing zoals geschetst door de gemeente lijkt ingegeven te zijn door het creëren van compenserende natuur, in plaats van het visueel inpassen in de omgeving. In een gebied dat afgebakend wordt door een drukke provinciale weg, industrieterreinen en van boven door windturbines wil de gemeente tijdelijk zonnepanelen plaatsen, maar wel definitieve natuur ontwikkelen.

De flora en fauna die nu aanwezig is zal echter minstens zo goed gedijen onder de zonnepanelen als op de huidige landbouwgronden. Dit wordt ook onderschreven in het rapport op p. 17. Door aanleg van o.a. kruidenrijke grasstroken tracht de gemeente een aantrekkelijk gebied te creëren voor buizerds, steenuilen en valken (ruimtelijke studie p. 14) . Echter, het leefgebied van deze dieren past niet bij de aanwezigheid van windturbines in het gebied. Ook zijn deze roofdieren de natuurlijke vijanden van de weidevogels die al wel aanwezig zijn in dit gebied. De zonnepanelen worden als tijdelijk iets gezien zodat er nadien weer de oude functie hersteld kan worden. Dat gaat niet als 20% van het areaal als landschappelijke inpassing en natuur wordt ingericht op de manier hoe het nu voorgesteld word in de ruimtelijke 40

studie. Ja, de panelen moeten visueel ingepast worden in de omgeving door middel van groen. Maar compleet natuur en recreatiegebied van maken lijkt ons uitermate ongewenst voor een tijdelijke bestemming! Accepteer dat er een energieopwekking gebied wordt gecreëerd waar ruimte is voor de dieren en planten die al aanwezig zijn maar ga geen natuur proberen te creëren in een gebied waar veel industrie en verkeer is, en waar bovendien tijdelijk additionele ‘bedrijvigheid’ gerealiseerd wordt middels de zonen windopwek. Reactie gemeente 1. De bestemming blijft agrarisch. De vergunning heeft een tijdelijke geldigheidsduur, inclusief de 20% groen die behoort bij de inrichting van het zonneveld. Het landschappelijk raamwerk dat geschetst wordt in het ruimtelijk kader heeft bij voorkeur een blijvend karakter. De precieze begrenzing van het landschappelijke raamwerk wordt nog vastgelegd in overleg met de partners in het gebied. 2. Naast een zo hoog mogelijk energieopbrengst vinden wij het ook belangrijk dat het landschap in de tijdelijke situatie aantrekkelijk blijft voor bewoners en bezoekers en dat er ruimte is voor het vergroten van de biodiversiteit. Daarom is er voor gekozen om minimaal 20% van de zonnevelden in te richten voor groen. 3. We realiseren ons dat het geen natuurgebied wordt, maar een gebied met zonnevelden.

Toch willen we in die situatie zo goed mogelijke omstandigheden creëren voor flora en fauna. De natuurwaarde van het landschappelijk raamwerk heeft bij voorkeur een blijvend karakter. Het is inderdaad goed mogelijk dat een deel van de natuur weer moet wijken als de tijdelijke vergunning ophoudt. Mogelijk kan in samenspraak met de eigenaar/gebruiker van dat moment afspraken gemaakt worden over de handhaving van het groen of delen van het groen bij agrarisch gebruik, bijvoorbeeld aan de randen. Respondent 12 Zienswijze/reactie De respondent heeft in de reactie – naast vragen – ook zorgen, aandachtspunten en suggesties benoemd. Hieronder worden deze kort samengevat. De RES Arnhem-Nijmegen en betreffende gemeenten willen de Natura2000-gebieden en de uiterwaarden ontzien. Een afweging dient op basis van een goede ruimtelijke ordening, met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken te worden gemaakt. De respondent geeft aan dat windturbines een grote visuele impact hebben. De situatie is dat er nu nog mooie zichtlijnen zijn vanaf bijv. de Posbank. Maar, daar zijn nu al de windturbines gemeente Duiven en Bijvanck gemeente Zevenaar duidelijk zichtbaar. Hier komen nog bij: windturbines bij Steenfabriek Caprice, Bronckhorst, de Pleij en Keppel. De respondent geeft aan bang te zijn dat de beleving van het landschap te veel aangetast wordt door de windturbines.

Er wordt aanbevolen om de ontwikkeling van windturbines en zonnevelden te combineren met de ruimtelijke kwaliteit en samenhang van het totale gebied. En om daarbij rekening te houden met het gebruik door lokale partijen en inwoners. Streef daarbij naar een integrale aanpak met koppeling regionale opgaven, andere opgaven in gebiedsprocessen en het benutten van meekoppelkansen bij de lokale inpassing. Borg met de participatiestrategie dat de energietransitie in Regio Arnhem Nijmegen zoveel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van de regio. En streef naar minimaal 50% eigendom en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Houdt rekening met zoveel mogelijk gezondheidsaspecten, milieueffecten en zorg dat natuurwaarden zoveel mogelijk behouden blijven. Denk aan het woon- en leefklimaat van de bewoners. Verdere concrete aanbevelingen zijn: 41

-

Gebruik de grond in het InnoFase-gebied voor de landbouw en benut juist de daken. Laat de grond onder een windturbine beschikbaar blijven voor andere doelen, zoals recreatie, natuur of landbouw.

Verder beschrijft de respondent enkele ontwikkelingen die hij/zij zag en ziet gebeuren in het proces naar RES 1.0 en in de gemeente, bijvoorbeeld rondom de systeemverkenning energiehub InnoFase. De respondent geeft aan bezorgd te zijn over verrommeling en aantasting van het landschap en daarom gemotiveerd is om betrokken te blijven. Ook kaart de respondent zorgen over geluidsoverlast, slagschaduw en gezondheidsrisico’s van windturbineparken aan. Er wordt aandacht gevraagd voor laag frequent geluid en voor geluid bij nacht. De respondent verwijst o.a. naar het Europees hof, het RIVM en de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 over het bestemmingsplan van Windpark Delfzijl. Vragen: 1. Waar zijn ideeën van de OAR gebleven, en de landschapsvisie vanuit Land-ID m.b.t. de windmolens WRIJ en het LOP over dit gebied? 2. Hoe wordt het LOP in de huidige RES plannen geïmplementeerd? 3. Is er onderlinge afstemming met het WRIJ in de keuze van de turbines? 4. Bij de presentatie van de windturbines en zonnevelden in de gemeente Duiven zagen wij een kant en klaar inpassingsplan. Is er over dit plan een overleg geweest met de bewoners, WRIJ en andere belanghebbenden? Of gaat dit nog komen? 5. Wat zijn de reële geluidsmetingen bij hoge windturbines van tiphoogtes 180, 211 en 240 m? ook in samenhang met andere windturbines. 6.

Wat is het programma van eisen voor de aanbesteding? En wat zijn de zorgen? 7. Wij wonen in een provincie die een groot belang heeft bij de recreatieve waarde van het landschap. Welke schade levert de energietransitie op aan het landschap en hoe wordt dit gecompenseerd? Zeker in deze Coronatijd blijkt hoe belangrijk het is om in de eigen omgeving te kunnen recreëren. 8. De respondent wijst ook naar onderzoek over de mortaliteit van vogels. Een aanbeveling is om een goed rentmeester mee te nemen in de aanbesteding. Omdat er sprake is van verschillende vogelsoorten in het gebied. Verdere vragen en aanbevelingen zijn: 9. Waardevermindering Landschap compenseren en het instellen van een gebiedsfonds. 10. Borg met de participatiestrategie dat de energietransitie in Regio Arnhem Nijmegen zoveel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van de regio. En streef naar minimaal 50% eigendom en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Houdt rekening met zoveel mogelijk gezondheidsaspecten, milieueffecten en zorg dat natuurwaarden zoveel mogelijk behouden blijven. 11. Wat is de afstand tot bestaande en nieuw te bouwen woningen? 12. Hoe is de financiële compensatie voor de omwonenden van een Windturbine park? 13.

Een deel van het bedrijventerrein valt onder de geluids- en risico contouren, wat betekent dit voor het bedrijventerrein? Vallen zij ook onder de regelingen? Zoals een Planschaderegeling? 14. Veiligheid Overtoeren: Een windturbine van 211 meter hoogte welke in overtoeren geraakt en zijn wieken verliest kan brokstukken tot zeker 800 meter werpen. Dit is reeds gebeurd in Denemarken in 2008 bij windturbines lager dan 240 hoogte. Ook bij een windturbine in Andijk, tiphoogte 135 m. –(gehoord dat er ook sprake kan zijn van metaalmoeheid) (https://www.medemblikactueel.nl/2015/01/10/wieken-waaien-vanmolen-andijk/) . 15. Wordt er een Sterkte berekening van de fundering van de windturbine gemaakt? 42

16. De sterkteberekening van de fundering van een 211 meter hoge windturbine waar substantiële krachten op worden uitgeoefend worden onderbouwd en gevalideerd met een rapport van de TUV nord van 21 april 2011 Vraag: Hoe is de sterkteberekening van het fundament van - een windturbine van deze omvang door beweging in de lucht? 17. Zijn er Grondboringen nodig? Een vraag is het risico van grondboringen op de uitstroom van de verontreiniging van de Bult van Putman. brengen we met het bewerken van de grond het gif niet naar boven. 18. Welke verdere omgevingseffecten en risico’s zijn er? 19. Fijnstof: Er zal tijdens de aanleg zeker een toename zijn van fijnstof naast de al aanwezige fijnstof door jarenlang personen- vrachtverkeer en bedrijvigheid in het gebied. 20. De plaatsing van windturbines ontsiert zeker 20 tot 25 jaar het Open Kommenlandschap. Zijn ze na deze periode recyclebaar? 21. Wat doet de gemeente aan het bevorderen van zonnepanelen op daken van de bedrijfsgebouwen op het bedrijventerrein? 22. Suggestie, is het mogelijk om op palen schuine schermen te plaatsen met daarop zonnepanelen op de vele parkeerterreinen en gebouwen op het bedrijventerrein, met als bijkomstigheid meer schaduwplekken voor de geparkeerde auto’s. 23. Suggestie: Het bedrijventerrein verder verduurzamen door meer groen. Op de hittestresskaart van Nederland licht het bedrijventerrein nu rood op. 24.

Aanbeveling: Er wordt te weinig aandacht besteed aan het verantwoord en zuinig omgaan met energie, in brede zin. Acties als bewust omgaan met energie zijn nodig. Wat kunnen mensen zelf doen in het kader van grondstoffen gebruik, keuze voor mobiliteit, ect. 25. Aanbeveling: momenteel worden er zowel door burgers en bedrijven veel airco’s aangeschaft. Die energie slurpen en warmte afstoten. De beste airco’s zijn bomen, ze geven beschutting en koelte bij hitte (kan wel 10 graden C schelen), reinigen de lucht van fijnstof en slaan CO2 op. 26. Zijn er mogelijkheden om de gevolgen van een mogelijke overschot aan elektriciteit op te vangen. Er wordt al gesproken dat overschot bij particulieren wat niet terug geleverd kan worden aan het net. Hoe zit dit bij de InnoFase/Centerpoort-Noord? 27. Evt. de resterende zonneweides omruilen voor 1 extra molen, gezien het enorme grondbeslag en de verwachte overcapaciteit van de zonneweides. 28. Inpassing ideeën land-ID en andere punten van de OAR 29. Is er nagedacht over de biodiversiteit onder en rond de zonneparken, voor zover bekend zijn hier twee positieve voorbeelden van in Nederland, de overige parken hebben een negatief effect op de biodiversiteit. 30. Grote biodiversiteit volgt wanneer panelen meer “plat” liggen t.o.v. eenzijdig diagonaal op het zuiden gericht. En wanneer ze omzoomd worden door b.v.

Sleeen meidoorns en andere gebiedseigen vegetatie. 31. Verdeling opbrengsten in bijvoorbeeld een coöperatie? Reactie gemeente 1. De uitwerking van de ruimtelijke kaders voor zon en wind in het zoekgebied zijn gebaseerd op de doelstellingen voor het landschap, zoals vastgelegd in het Landschapsontwikkelingsplan en in het Koersdocument Omgevingsvisie Duiven. De landschapsvisie die Land-ID heeft opgesteld met betrekking tot de windturbines van het Waterschap Rijn en IJssel is ook gebaseerd op die beleidsdocumenten. Ook deze visie is meegenomen bij het opstellen van de ruimtelijke kaders. De bouwstenen die Land-ID noemt in haar rapport komen ook terug in het ruimtelijk kader: ▪ Versterken wegbeplanting ▪ Versterken groenblauw raamwerk 43

▪ ▪ ▪

Landschappelijk inpassen randen bedrijventerrein Aandacht voor biodiversiteit Integreren recreatief routenetwerk in het landschappelijk raamwerk

Beplanting op erven is in het ruimtelijk kader open gelaten voor overleg bij concrete initiatieven. De uitwerking van de bouwstenen in het ruimtelijk kader blijft op hoofdlijnen, maar gaat op sommige punten iets verder dan het rapport van Land-ID. Maatregelen zijn: ▪ Realiseren en/of herstellen van de laanstructuren langs de wegen ▪ Versterken en beter beleefbaar maken van de weteringen: aanleg van een brede groene zone aan beide zijden van de Wijde Wetering, bij voorkeur met een natuurvriendelijke oever. Aanleg van een natuurvriendelijke oever langs de Nieuwgraafsewetering. ▪ Aansluiting op de hoofdgroenstructuur langs de rand van – en op het industrieterrein ▪ Ommetjes en struinroutes door het landschappelijke raamwerk. Een indicatie van een wandelroute wordt op de kaart aangegeven en wordt later in samenwerking met belanghebbenden uitgewerkt. 2. Dit is meegenomen als input in de RES en vervolgens aan de lokale partijen om daar uitvoering aan te geven, uiteraard binnen de richtlijnen die vanuit RES zijn meegegeven. Dit doen we in het beleidskader. Vervolgens bij concrete projecten wordt dit verder uitgewerkt. 3. De aanleg van zonnevelden en de plaatsing van windturbines zal effect hebben op het open kommenlandschap en de beleving daarvan.

Daarom zijn er, om een rommelige aanblik zoveel mogelijk te voorkomen, voorwaarden gesteld ten aanzien van de hoogte van windturbines en de plaatsingsrichting van zonnepanelen. – impact: Windturbines hebben inderdaad een visuele impact in de omgeving. De keuze voor een locatie, hoogte of aantal is echter nog niet gemaakt. Voor omwonenden wordt van de vuistregel uitgegaan van de door de Raad van State gehanteerde norm van tien maal de tiphoogte. Dit wordt aangepast in het beleidskader. – werkwijze: Windturbines hebben een eigen maat en schaal. De plaatsing ten opzichte van elkaar en de inrichting rond de voet van de windturbine zijn belangrijk voor de beleving in het landschap. Hier wordt dan ook aandacht aan besteed in het beleidskader. – De gemeente erkent dat het toevoegen van zonne- en windenergie visuele gevolgen heeft maar heeft ook de opdracht om bij te dragen aan het opwekken van energie. Door het opstellen van het beleidskader schept de gemeente voorwaarden voor een gedegen proces rondom initiatieven en de landschappelijke inrichting. 4. In de RES zijn de zoekgebieden gezamenlijk met de regio bepaald. De gemeenteraad van Duiven heeft gekozen voor clustering in het zoekgebied bij InnoFase. In het ruimtelijk kader is aangegeven dat er zoveel mogelijk moet worden gestreefd naar een opstelling in lijn met de bestaande windturbines en aansluitend bij de kavelstructuren.

Het ruimtelijk kader geeft randvoorwaarden voor de landschappelijke inpassing. Bij initiatieven moet dit worden uitgewerkt in concrete landschappelijke inrichtingsplannen. De precieze begrenzing van het landschappelijke raamwerk wordt nog vastgelegd in overleg met de partners in het gebied. In de scenario’s is uitgegaan van een maximale hoeveelheid windturbines en zonnevelden. Het is aan de initiatiefnemers om concrete plannen in te dienen voor zon en/of wind. 5. Bij een concreet voorstel voor het plaatsen van een windturbine dient altijd rekening gehouden te worden met de wet- en regelgeving. Daar horen ook milieuonderzoeken, waaronder een onderbouwing voor wat betreft akoestiek, bij. In deze ruimtelijke studie is 44

een richtafstand van 400 meter aan gehouden ten opzichte van woningen voor wat betreft het aspect geluid. 6. Een planning van de aanbesteding is niet van toepassing. Na vaststelling van het Beleidskader “Initiatieven grootschalige opwekking wind- en zonne-energie Gemeente Duiven” zijn initiatiefnemers vrij om initiatieven aan te dienen ter toetsing. Er wordt niet ingezet op een Europese aanbesteding. 7. Aan de ontwikkelaars van zon- en windenergie in het zoekgebied in Duiven wordt een bijdrage gevraagd aan het landschappelijke raamwerk. Daarnaast worden er in het beleidskader eisen gesteld aan de landschappelijke inpassing. Hiermee wordt niet alleen geïnvesteerd in het landschappelijke beeld maar ook in vergroting van de biodiversiteit en een recreatieve route in de groene structuren. 8. De aanbeveling voor de literatuur betreffende mortaliteit bij vogels wordt gewaardeerd. In dit stadium is nog niet naar aanvaringsslachtoffers van vogels en vleermuizen gekeken, maar dit zal per project wel getoetst worden. In deze toetsingen zal ook rekening gehouden moeten worden met de meest recente kennis over de impact van de mortaliteit op de vogelpopulaties. 9. De aanleg van zonnevelden en de plaatsing van windturbines zal effect hebben op het open kommenlandschap en de beleving daarvan.

Daarom is het ruimtelijk kader opgesteld om de bijdrage aan langdurige versterking van het landschap in de vorm van het landschappelijk raamwerk en de voorwaarden voor landschappelijke inpassing vast te leggen. Belangrijke doelstelling, naast versterking van de kwaliteit van het landschap, is vergroting van de biodiversiteit door het creëren van zoveel mogelijk diversiteit in leefomgevingen voor planten en dieren. Het landschappelijke raamwerk biedt plaats aan een recreatieve wandelroute of ommetje voor de werknemers op het industrieterrein. 10. De gemeente vindt het belangrijk dat niet alleen de lasten, maar ook de lasten ten goede komen aan de omgeving en andere belanghebbenden. Hoofdstuk 4 van het beleidskader gaat hier verder op in. Hier wordt ook het streven naar 50% lokaal eigendom in benoemd. 11. In dit onderzoek is een indicatieve richtafstand aangehouden van 400 meter voor wat betreft geluid voor een windturbine. Dit is indicatief en zal altijd met een onderzoek aangetoond dienen te worden. Hier gelden strikte geluidnormen voor. 12. Hier wordt in hoofdstuk 4 van het beleidskader op in gegaan. Verdere specificering volgt bij concrete initiatieven. 13. Voor een bedrijventerrein gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld een woning. Hier is in de analyse mee rekening gehouden. Zo is onder andere een bedrijventerrein niet geluidsgevoelig. 14. Voor kennis aangenomen.

Bij een concrete aanvraag voor een windturbine of zonneveld dient aan alle wet en regelgeving voldaan te worden. Ook aan de veiligheids- en constructie-eisen. 15. Voor kennis aangenomen. Bij een concrete aanvraag voor een windturbine of zonneveld dient aan alle wet en regelgeving voldaan te worden. Ook aan de veiligheids- en constructie-eisen. 16. Deze vragen behoren niet toe tot dit kader, maar volgen in een lader stadium. 17. Deze vragen behoren niet toe tot dit kader, maar volgen in een lader stadium. 18. Deze vragen behoren niet toe tot dit kader, maar volgen in een lader stadium. 19. Deze vragen behoren niet toe tot dit kader, maar volgen in een lader stadium. 20. De gemeente verplicht een levenscyclusplan met aandacht voor recycling. 21. Zie respondent 6, antwoord 3. 22. Deze suggestie is niet opgenomen in het beleidskader. In de tekst wordt wel een passage opgenomen over innovatie. De initiatiefnemer kan in zijn/haar plan onderbouwen dat dit onder innovatie valt. 23. Landschappelijke inpassing dient onderdeel te zijn van de plannen. 45

24. Het is inderdaad belangrijk om bewust met energie om te gaan. Dit wordt in de inleiding van het beleidskader toegevoegd. Daarnaast zet de gemeente Duiven in op bewustwording over dit onderwerp via de gemeentelijke communicatiekanalen, zoals Samen1nergie. 25. De gemeentelijke organisatie begrijpt het belang van de suggestie. Aangezien dit niet direct van toepassing is op de opwekking van duurzame energie in het zoekgebied, wordt deze suggestie niet toegevoegd aan de tekst. 26. Energie-opslag draagt zeker bij aan energie-efficiëntie. Initiatieven daartoe worden aangemoedigd. Bij de doorontwikkeling van de Energyhub InnoFase speelt dit mogelijk ook een rol. 27. De gemeente ziet kansen voor een combinatie tussen de opwek van wind en zonneenergie. Zo is dit RES-zoekgebied ook bedoeld. De gemeente wil hierin niet de toepassing van wind of zon uitsluiten. 28. Zie antwoord 1. 29. De zonnevelden zullen zo goed mogelijk natuurvriendelijk ingericht worden. Hier wordt rekening gehouden met een zuidelijke opstelling en wordt bloemen- en kruidenrijk grasland gerealiseerd. Op p. 15 van de ruimtelijke studie worden meerdere voorbeelden gegeven van hoe de zonnevelden zo natuurinclusief ingericht kunnen en zullen worden. 30. Zie reactie bij punt 35. 31. De initiatiefnemer maakt in dialoog met de omgeving en andere belanghebbenden een plan voor financiële participatie.

Een lokale energiecoöperatie is inderdaad een van de mogelijkheden om hier invulling aan te geven.

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=1221aae8-4e6b-4e83-8eec-5ff8fe2907b4