CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 1 - Reactienota Beleidskader initiatieven grootschalige opwekking wind- en zon - 201539183.pdf

Raadsavond 15 februari 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: Beleidskaders initiatieven grootschalige opwek zon en wind22.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Reactienota Beleidskader Initiatieven grootschalige opwekking wind- en zonne-energie Gemeente Duiven

Gemeente Duiven, 30 november 2021

Inhoud 1.

Aanleiding reactienota .................................................................................................................... 2 1.1

2.

Doelstelling en opbouw reactienota ....................................................................................... 2

Verslagen informatiebijeenkomsten .............................................................................................. 3 2.1

Verslag van vragen en discussies tijdens de informatiebijeenkomst voor grondeigenaren .. 3

2.2 Verslag informatiebijeenkomst voor inwoners en overige belanghebbenden ............................ 6 3.

Adviezen ........................................................................................................................................ 10

4.

Zienswijzen en beantwoording ..................................................................................................... 18

1

1. Aanleiding reactienota Op 12 mei 2020 heeft de gemeenteraad van gemeente Duiven besloten de ontwikkeling van zonneparken en windturbines mogelijk is in het gemeentelijk geschikte zoekgebied in en rond InnoFase/Centerpoort-Noord. Het goed plannen en inpassen van locaties en het begeleiden van het proces rond de totstandkoming van zonneparken en windturbines is een belangrijke taak. Door duidelijke voorwaarden te stellen aan projectontwikkelaars, wil de gemeente Duiven zoveel mogelijk houvast bieden aan grondeigenaren, bewoners en ondernemers. Deze voorwaarden zijn opgenomen in het ontwerp ‘Beleidskader Initiatieven grootschalige opwek wind- en zonne-energie gemeente Duiven’ . De ‘Ruimtelijke studie zon en wind gemeente Duiven’ van SAB en Pondera is ook onderdeel van dit beleidskader. Het ontwerp-Beleidskader is op 19 mei 2021 gepubliceerd. Inwoners en andere belanghebbenden hebben de gelegenheid gekregen om in de periode tot 14 juli 2021 zienswijzen in te dienen. Daarnaast zijn er informatiebijeenkomsten gehouden op 3 en 16 juni 2021.

1.1 Doelstelling en opbouw reactienota Deze reactienota geeft in hoofdstuk 2 een indruk van de informatiebijeenkomst voor grondeigenaren en de brede informatiebijeenkomst. Hoofdstuk 3 toont het gezamenlijke advies van de Erfgoedcommissie Duiven-Zevenaar en het Gelders Genootschap en de reacties van Provincie Gelderland en de gemeente Rheden. In hoofdstuk 4 staan de overige ingebrachte zienswijzen. en is de reactie en beoordeling van de gemeente Duiven hierop te lezen, met de eventuele wijzigingen in het beleidskader en de ruimtelijke studie.

2

2. Verslagen informatiebijeenkomsten Na bekendmaking van het ontwerp beleidskader zijn er twee bijeenkomsten georganiseerd. De eerste informatiebijeenkomst op 3 juni 2021 was specifiek voor grondeigenaren in het voorkeursgebied InnoFase/Centerpoort-Noord. Alle grondeigenaren zijn hier per brief voor uitgenodigd. Vervolgens is er een brede informatiebijeenkomst georganiseerd op 16 juni 2021. Deze informatiebijeenkomst is onder de aandacht gebracht via social media, de website www.samen1nergie.nl en de gemeentebladen van Duiven, Westervoort, Rheden en Zevenaar. Een ieder was welkom tijdens deze bijeenkomst. In beide bijeenkomsten is het beleidskader en de ruimtelijke studie gepresenteerd en was er ruimte voor vragen, zorgen en suggesties.

2.1 Verslag van vragen en discussies tijdens de informatiebijeenkomst voor grondeigenaren Datum: 3 juni 2021 Locatie: digitaal (Teams) Aantal deelnemers: 10 Aanvullende informatie: powerpoint-presentaties gemeente en onderzoeksbureau SAB/Pondera. Vraag: Het lastig worden met de komst van zonne- en windparken om de kwaliteit van het landschap en de biodiversiteit te verbeteren. Klopt dat? •

•

Er is geprobeerd te zoeken naar hoe het landschap en de natuurwaarde in het gebied verder kan worden versterkt dan nu het geval is. Het voorgestelde landschappelijke raamwerk zoals gepresenteerd (zie slides SAB/Pondera) ligt er op dit moment nog niet. Het is belangrijk dat als je zonnevelden plaatst, het gebied ook ecologisch beheerd wordt, zoals met kruidenrijk grasland. We begrijpen goed dat de eventuele komst van zonneparken of windturbines zeer ingrijpend zijn in het landschap. We hebben alleen wel de opgave gekregen om te kijken hoe we grootschalig duurzaam energie kunnen gaan opwekken met de bewezen technieken voor zonneparken en windturbines. De gemeente Duiven heeft met andere regio-gemeenten en de provincie vastgesteld dat het gebied op en rond InnoFase/Centerpoort-Noord de meest passende plek zou zijn hiervoor. En nu willen we met grondeigenaren, inwoners en overige belanghebbenden in gesprek over hoe dit op een zo acceptabel mogelijke manier kan.

Vraag: We zijn benaderd door de gemeente voor uitbreiding industrie. Eventuele uitbreiding zou op onze gronden kunnen. Nu is de optie er dus ook voor deze zon/wind plannen, zoals windturbines, maar dat kan niet allebei tegelijk en bovendien zou uitbreiding effect hebben op deze mogelijkheden voor zon/wind. Wordt dat goed afgestemd binnen de gemeente? •

Uiteraard is er intensief contact met collega’s die bezig zijn met bedrijventerreinen. Begin 2022 neemt de gemeenteraad een definitief besluit over uitbreiding van Centerpoort-Noord. Mocht die uitbreiding er komen dan moeten eventuele projectontwikkelaars voor zon/wind

3

zich uiteraard houden aan de minimale afstandseisen tot deze gebouwen. Bovendien wordt van nieuwe bedrijven geëist dat zij aan opwek van duurzame energie doen. Vraag: Het lijkt alsof er in de presentatie geen rekening gehouden wordt met de gezinnen die in het zoekgebied wonen. Ik ben al eerder benaderd door bedrijven die zonneparken willen plaatsen, maar heb tot nu toe nog niks van de gemeente gehoord. •

Begrijpelijke zorg. Er is in Nederland strenge wetgeving over waar wel en niet wind- en zonneparken geplaatst mogen worden. De GGD houdt bijvoorbeeld ook behoorlijk de vinger aan de pols over de geluidsnormen en andere gezondheidsnormeringen. Er zullen dus nooit windturbines of zonneparken worden geplaatst die niet aan die normen voldoen.

Vraag: Er wordt over draagvlak van bewoners gesproken. Maar veel bewoners wonen op afstand terwijl wij in het gebied wonen. Hoe kan het dat er op de kaartjes dingen zijn ingetekend op mijn percelen terwijl ik daar nog niks vanaf weet? •

De ingetekende plekken zijn plekken waar wet- en regelgeving het zou toelaten dat er zich initiatieven voor windturbines of zonneparken melden. Maar: de grondeigenaar heeft altijd het laatste woord; die mag zelf beslissen of hij toestemming geeft aan eventuele initiatiefnemer(s). Zo niet, dan komt er ook geen windturbine of zonnepark. Bovendien zal er altijd op projectniveau (dus per initiatief) nog apart, nader onderzoek moeten worden gedaan wat precies de effecten op de omgeving zijn (overlast, gezondheidseffecten bewoners, effect op natuur etc). Dit is wettelijk verplicht.

Vraag: Wordt ook onderzocht hoe de biodiversiteit er 25 jaar na plaatsing aan toe is? (als zonneparken en windturbines weer worden afgebroken) • • •

Er is niet op voorhand onderzocht in deze studie hoe het gebied er over 25 jaar uit moet zien, dat is afhankelijk van hoe de grond dan gebruikt gaat worden. Je kunt afspraken maken in overeenkomsten met initiatiefnemers over hoe het gebied weer opgeleverd moet worden. Verder blijft het landschappelijke raamwerk er wel liggen

Vraag: Wat gebeurt er als een initiatiefnemer failliet gaat? Wie brengt ons perceel dan weer in oude staat terug? En is het een optie dat daarvoor een verzekering wordt genomen om dat te laten dekken? • • •

•

Dat is de reden dat per initiatief de financiële haalbaarheid aangetoond moet worden. Dit is onderdeel van het ontwerp-beleidskader. Het voorstel voor een regeling hierop nemen we mee. Een andere grondeigenaar geeft aan dat hij in het contract met de initiatiefnemer heeft vast laten leggen dat er jaarlijks van de opbrengst geld apart wordt gezet op een speciale rekening (met behulp van een notaris) waar niemand bij kan. Dit geld wordt dan gebruikt om de windturbine of het zonnepark weer op te ruimen als het contract afloopt. Vraag die nog verder uitgezocht kan worden is of het inderdaad zo is dat als een initiatiefnemer failliet gaat en een ander bedrijf het park/windturbine overkoopt, zij dan ook de voorwaarden automatisch overkopen.

Vraag: Hoe kan het woongenot van bewoners van het gebied InnoFase/Centerpoort-Noord worden behouden in deze scenario’s?

4

•

Hierover kunnen gesprekken worden gevoerd met bewoners van het gebied. Het landschappelijk inpassingsplan zou daarop aangepast kunnen worden. We nemen deze suggesties mee t.b.v. het ontwerp-beleidskader.

Vraag: Is het mogelijk dat de gemeente de directe bewoners en grondeigenaren in het gebied persoonlijk op de hoogte houden van de ontwikkelingen? •

•

•

•

Het beleidskader moet nog door de raad worden vastgesteld eind dit jaar. Tot half juli 2021 is het nog mogelijk zienswijzen in te dienen. Alle input wordt samengevat en meegenomen in een reactienota die ook naar de Raad gaat. Het is gangbaar dat initiatiefnemers zich zelf kenbaar maken. Nogmaals, de gemeente zelf geen initiatief nemen voor zon of windparken in het gebied. Dit is aan de grondeigenaren zelf of aan projectontwikkelaars, en in het laatste geval nemen die dus contact op met de grondeigenaren om te kijken of die daarvoor open staat. Zo nee, dan komt er dus ook geen zon of windpark op een perceel. Wat de gemeente wél doet is beoordelen of eventuele initiatiefnemers, in het geval de grondeigenaar mee wil werken, voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in het beleidskader. Als er een zorg is dat er allerlei initiatiefnemers tegelijk zich melden, waarvan niet duidelijk is wie het zijn, dan kan de gemeente daar wel duidelijkheid in geven. Op dit moment zijn er 3 partijen bekend bij de gemeente die van plan zijn initiatieven in te dienen: o IXZON o Dutch Solar Parks o Sunvest Ze hebben waarschijnlijk al contact gezocht met een aantal eigenaren in het gebied, misschien zijn er al onderhandelingen gaande of zijn er zelfs al contracten gesloten. Het beleidskader eist echter dat ze ook in gesprek gaan met omwonenden, dus dat zullen ze ook moeten doen.

Vraag: Hoe wordt het lokaal eigendom in de praktijk geregeld? •

•

•

Initiatiefnemers moeten aantonen hoe zij het streven naar 50% lokaal eigendom hebben vormgegeven, omdat dat in het beleidskader is opgenomen. De projectontwikkelaars anticiperen daar ook al op. Op dit moment is er al een initiatief voor een energiecoöperatie in de regio. Dat vinden projectontwikkelaars prettig, omdat dan makkelijker aan die voorwaarde voor lokaal eigendom kan worden voldaan. Het kunnen bewoners van de gemeente Duiven zijn of een omwonenden regeling in het gebied. Het geld dat het project oplevert vloeit dan deels lokaal terug. Hoe dit wordt geld besteed word dan in gesprek met bewoners besproken bij de participatierondes. De direct omwonenden moeten daarin zeker gehoord worden.

Vraag: De bal komt nu erg bij de grondeigenaren te liggen. Initiatiefnemers kloppen bij ons aan en beloven een zakje geld, maar wij moeten er zelf voor waken dat we niet met de verkeerde partijen in zee gaan of te weinig geld krijgen. Is er niemand vanuit de gemeente die ons daarbij kan helpen om te voorkomen dat we allemaal met verschillende partijen en onder verschillende voorwaarden in zee gaan?

5

•

•

De gemeente zal daar kritisch bij mee kijken en ingrijpen om die duidelijkheid te verschaffen als blijkt dat er veel verschillende partijen zijn. Maar de gemeente gaat daar niet op voorhand op sturen. Mochten grondeigenaren wel de hulp van de gemeente nodig hebben in het proces met de initiatiefnemers, dan zijn ze altijd vrij die te vragen.

Vraag: Is de gemeente actief om initiatieven binnen te halen? •

Nee de gemeente probeert zelf geen zon- of windinitiatieven binnen te halen.

Vraag: Lusten voor velen en lasten voor een aantal. We wonen hier met 5 à 6 gezinnen in de straat (Kivietstraat) en voor ons voelt het toch alsof er zonder overleg met ons ideeën worden gemaakt voor dit gebied. Wij moeten straks maar zien hoe het eruit komt te zien. We staan daardoor ook nog eens zelf aan de lat in de gesprekken met initiatiefnemers, omdat de gemeente zich op dat punt terugtrekt. •

•

De gemeente gaat in het proces tussen grondeigenaar en initiatiefnemer inderdaad niet sturen, tenzij er volstrekte onduidelijkheid is en jullie als grondeigenaren niet weten waar jullie aan toe zijn. Dan kun je bij de gemeente aankloppen. Verder willen we nogmaals benadrukken dat er strenge voorwaarden zijn opgenomen in het beleidskader die van initiatiefnemers eisen dat de direct omwonenden, zoals aan de Kivietstraat, een belangrijke stem krijgen (wensen, bedenkingen, etc). Hier controleert de gemeente strikt op dat ze dit ook daadwerkelijk doen. Naast wensen die de initiatiefnemers kunnen inwilligen kunnen er ook wensen zijn waarvoor je bij de gemeente aan moet kloppen.

2.2 Verslag informatiebijeenkomst voor inwoners en overige belanghebbenden Datum: 16 juni 2021 Locatie: digitaal (Teams) Aantal deelnemers: 16 Aanvullende informatie: Powerpoint-presentaties gemeente en onderzoeksbureau SAB/Pondera. Vraag: In het beleidskader wordt verwezen naar een bijlage op p. 23. Deze pagina ontbreekt, als ook de bijlage. •

Er wordt verwezen naar de verdiepende ruimtelijke studie over InnoFase/CenterpoortNoord rapport van SAB/Pondera. Dat rapport is hier te vinden: https://samen1nergie.nl/wpcontent/uploads/2021/05/ruimtelijke-studie-zon-en-wind-Duiven.pdf

Vraag: In het beleidskader wordt gesproken over de ‘directe omgeving’, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen windturbines en zonnevelden. Bij windturbines hoort een bandbreedte van 1,2 tot 1,6 km. Voor zon van 600 tot 800 meter. Het zou onze voorkeur hebben daar concreter in te zijn in het beleidskader, omdat het anders tot discussies gaat leiden. •

Deze suggestie nemen we mee in de reactienota. Zie antwoord respondent 4, Beleidskader, antwoord 6.

Vraag: Wij hebben een initiatief langs de snelweg. Als daaromheen een cirkel van … meter (niet te verstaan in opname) wordt getrokken, dan liggen daarbinnen alleen bedrijven en geen huizen. Dat geeft een hele andere dynamiek qua communicatie. Hoe staat de gemeente daar in? 6

•

Het gaat om het betrekken van de directe omgeving. Dat kunnen ook bedrijven zijn.

Vraag: Valt onder de straal van omwonenden ook de nieuwbouwwijk Ploen-Noord? •

•

Bij windturbines geldt een grotere straal waarbinnen huizen ‘omwonenden’ genoemd worden dan bij zonneparken. In geval van windturbines ligt niet alleen de wijk Ploen-Noord binnen die straal van ongeveer 1,5km (afhankelijk van hoogte en gemeten vanaf de exacte plek van de windturbine). Een vertegenwoordiger van de energiecoöperatie geeft aan dat het hem opvalt dat er binnen die 1,5 km gelukkig relatief weinig mensen wonen ten opzichte van andere delen van Nederland.

Vraag: Als ik het goed heb gelezen is er in het beleidskader niet specifiek aandacht voor innovatie? •

Dat klopt. We gaan in het beleidskader uit van zonne- en windenergie, omdat dit op dit moment de bewezen technieken zijn en dit ook in lijn is met het Klimaatakkoord en de opdrachten voor de RES. o Maar is het mogelijk in het beleidskader iets op te nemen dat maakt dat initiatiefnemers worden uitgedaagd ook op het gebied van zonne- en windenergie te innoveren? Bijvoorbeeld als het gaat om de techniek die je kunt gebruiken, de vorm, en de landschappelijke inrichting. En deze aspecten hoeven niet per definitie duurder te zijn, zoals vaak wordt gedacht. ▪ We nemen de suggestie mee.

Vraag: Het verdient de voorkeur om het landschappelijk raamwerk te versterken en verbinding met toerisme te maken. Dit past binnen de huidige visie van de gemeente om meer met toerisme te doen. Wordt dit gedeeld door de gemeente en zo ja, kan dit ook als aparte passage in het beleidskader, waarmee het een integraal beleidskader wordt, voor zon en wind? o

•

We helpen de initiatiefnemers ermee, omdat het duidelijker wordt wat wordt verwacht. En de energiecoöperatie kan een bijdrage leveren, samen ook met provincie. SAB: Zeker de zones langs het bedrijventerrein, door het bedrijventerrein en langs de Wijde Wetering, lenen zich goed voor een recreatief wandelpad. o Dank voor de reactie. Ik doelde meer op recreatie waarbij de verbinding wordt gelegd tussen Westervoort, Duiven en Zevenaar, en waarbij de mooie omgeving meer onder de aandacht wordt gebracht van toeristen die vanaf de Veluwe de IJssel oversteken. Dus dat het beleidskader ook echt economie en toerisme meeneemt.

Vraag: Zijn in de berekeningen opstelmogelijkheden voor windturbines ondergeschikt aan zonnevelden? Om maximaal te profiteren van duurzame energie zou er twee keer zoveel vermogen voor wind moeten zijn dan voor zon. Dit vraagt de minste aanpassing aan het energienet. •

Er zijn geen windturbines opgeofferd ten faveure van zon. Er is in de scenario’s uitgegaan van de maximale hoeveelheid windturbines (die past bij de verschillende hoogtes) in het gebied en daar zijn de zonnevelden als het ware bij ‘gelegd’.

Vraag: Waarom zijn de opbrengsten van de zonnevelden in de scenario’s Zuid-gericht berekend en niet volgens de Oost-West opstelling? Oost-West opstellingen geven iets minder opbrengst maar minder piekbelasting op het net. Vanwege die piekbelasting van Zuid-gerichte opstellingen worden zonnevelden aangesloten voor minder capaciteit dan ze maximaal kunnen opbrengen. Alternatief is ‘cable-pooling’ met windturbines, of dus een Oost-West-opstelling. 7

•

•

•

•

Met betrekking tot de toekomstbestendigheid van het elektriciteitsnet zijn we in gesprek met Liander. Daarnaast zijn we een onderzoek gestart naar mogelijkheden van een ‘energiehub’ op InnoFase. Oost-West opstelling heeft grote impact op thema's als biodiversiteit, bodemgesteldheid, waterberging etc. Met een meer zuidelijke opstelling krijgt de natuur meer de ruimte. o Ik wil de gemeente graag meegeven dat halfdoorlatende panelen ook een optie zijn en goed zijn voor de biodiversiteit. Daar kun je zelfs fruit onder kweken, dat doet een kweker Groessen of Loo al! Verder hebben we in het beleidskader voor deze, in feite ‘Zuid-Oost’, opstelling gekozen, omdat we vanuit het oogpunt van landschappelijke inpassing de verkavelingsrichting willen volgen. Doordat het niet een precieze Zuid-opstelling is, is het energetisch verschil niet groot. o De verkavelingsrichting kun je ook volgen met velden die in die richting gelegd zijn, maar waarop de panelen dan in een andere richting staan. Oost-West panelen worden veel platter gelegd dan Zuid-gerichte panelen. Dus het valt ook nog eens minder op. Wat we ook belangrijk vinden als gemeente, is dat niet iedere initiatiefnemer de panelen in een andere optelling legt. Dus dat het wel een geheel blijft. o Gaat de gemeente dat afdwingen? ▪ Ja, via dit beleidskader.

Vraag: We hebben het over zoekgebieden, maar ik weet niet hoeveel windturbines daar gepland zijn? •

Dat wordt in de presentatie van SAB/Pondera nader toegelicht. Er zijn vooralsnog geen nieuwe windturbines gepland.

Vraag: Is de energiecorporatie waarover gesproken wordt alleen voor Duiven en Westervoort of is die Liemers breed? Want Zevenaar heeft ook zijn eigen zoekgebieden…. •

•

•

Alle gemeenten hebben ingestemd met het zoekgebied waar we het hier over hebben. Ook door Zevenaar wordt dat onderschreven. Slechts een klein gedeelte van het zoekgebied beslaat Zevenaar. Zevenaar heeft overigens besloten dat ze daar op korte termijn nog geen invulling aan gaan geven. Er zijn in andere Liemerse gemeenten ook initiatieven voor energiecorporaties, maar die zijn nog niet zo concreet in oprichting als in Duiven en Westervoort. Ze hebben ook geprobeerd het samen op te pakken vanuit de Liemers, maar dat gaat op korte termijn nog niet lukken. De contacten met andere Liemerse gemeenten hierover worden wel warm gehouden. Hoewel de energiecorporatie voor zowel Duiven en Westervoort en zelfs de hele Liemers is, moet worden opgemerkt dat dit beleidskader alleen door het college en de raad van Duiven wordt vastgesteld. Dit komt omdat het zoekgebied InnoFase/Centerpoort-Noord grotendeels op Duivens grondgebied ligt.

Vraag: Een aantal mensen uit Duiven en omgeving draaien al een tijdje mee in de Omgevingsadviesraad voor de windturbines die door het Waterschap geplaatst worden. Daar worden dezelfde vragen gesteld als hier en ook gesproken over de landschappelijke inpassing, gebiedsfonds, en gesproken met omwonenden. Kan dat niet samen? Doen we geen dingen dubbel? •

Daar hebben we als gemeente zeker naar gekeken en krijgt ook aandacht in de ruimtelijke studie van SAB. Maar wat we niet willen is dat we het Waterschap voor de twee 8

windturbines die ze volgend jaar gaan plaatsen afhankelijk maken van nog meer nieuwe initiatieven, waarvan we nog helemaal niet zeker weten of ze er wel of niet gaan komen. Ze hebben nu al verplichtingen via de Omgevingsadviesraad, waar wij overigens ook als gemeente in deelnemen als toehoorder. Die betreffende collega, landschapsdeskundige, heeft overigens ook bijgedragen aan dit beleidskader. Dus er wordt wel meegekeken. Vraag: Het voelt dubbel dat er aan de ene kant al heel goed na is gedacht over het beleidskader, maar dat er aan de andere kant voor initiatiefnemers bijna geen ruimte meer over is voor eigen invulling. Alles ligt al vast. • •

Het beleidskader is geen wetgeving, dus er blijft in concrete gevallen ruimte voor andere ideeën of verbeteringen in de ogen van de gemeente. Een vertegenwoordiger van de energiecoöperatie geeft aan dat hij daarom ook de opmerking over innovatie had gemaakt. Niet alleen in technische zin, maar in brede zin. Dus ook op het gebied van landschapsinrichting. Als je met omwonenden, energiecoöperatie, en de initiatiefnemer(s) bij elkaar gaat zitten dan kom je misschien wel tot nieuwe, creatieve oplossingen waar in het beleidskader nog niet eens aan gedacht is. Wat wel fijn is aan deze presentatie vanavond is dat we wat beelden hebben kunnen zien van hoe het in theorie kán worden.

Opmerking van de vertegenwoordigers van de energiecoöperatie: Iedereen die is geïnteresseerd in Energie De Liemers, coöperatie voor Zevenaar, Westervoort en Duiven, jullie zijn allen welkom! www.energiedeliemers.nl. Vragen over de coöperatie kunnen naar info@energiedeliemers.nl.

9

3. Adviezen Gezamenlijk advies van de Erfgoedcommissie Duiven-Zevenaar en het Gelders Genootschap 1. In algemene zin heeft de commissie waardering voor het feit dat het beleidskader leunt op een ruimtelijk kader en dat gekozen is voor concentratie. De relatie met de energieinfrastructuur is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Wel wordt opgemerkt dat de commissie over een dergelijke grootschalige ontwikkeling met grote impact op de (wijde) omgeving graag in eerder stadium had geadviseerd. In algemene zin worden twee grote zorgpunten geconstateerd: - Het landschappelijk kader is niet sterk genoeg en stimuleert medegebruik en dubbelgebruik van het gebied onvoldoende. - De interferentie (visuele onrust) die ontstaat door de plaatsing van turbines van verschillende grootte in een relatief klein gebied. In onderstaande notitie wordt puntsgewijs meer in detail ingegaan op deze aspecten. Vooraf: Enerzijds is gekeken of de ruimtelijke kwaliteit voldoende geborgd is in het beleidskader, zodanig dat bij nadere uitwerking nieuwe ontwikkelingen met ruimtelijke kwaliteit ontworpen kunnen worden. Anderzijds is geconstateerd dat de verdiepende studie “Ruimtelijk studie zon en wind Duiven” (SAB/Pondera) die onderdeel uit maakt van het beleidskader, al redelijk concreet is. Sommige inpassingsprincipes staan ruimtelijke kwaliteit in de weg.

Wij waren graag in de gelegenheid geweest eerder een dialoog aan te gaan over het beleidskader en de ruimtelijke studie, dat was wellicht constructiever geweest. 2. Het landschappelijk raamwerk gaat uit van beleid dat gericht is op buitengebied met landelijke functies. Daarentegen is de voorgenomen concentratie van zon- en windenergie in WZ5 een transformatie naar een energielandschap dat vraagt om een gebiedsontwikkeling. Het voorgestelde landschappelijke raamwerk oogt mager en de diverse koppelkansen worden onvoldoende ingezet en/of toegelicht. Het gaat hier om een verstedelijkingsopgave dichtbij de rivier en de kernen die meer vraagt dan alleen inpassing conform de aanbevelingen van het LOP. Het open landschap komt op veel grotere afstand te liggen van de kernen. De barrière werking is een aanslag op de leefbaarheid van de kernen Duiven en Westervoort. Een robuust landschappelijk raamwerk is noodzakelijk. Inzet op recreatief medegebruik is van belang: transformatie naar een gebied dat dooraderd wordt door verschillende soorten recreatieve routes (lopen, fietsen, evt. watergebonden). Gemist wordt een o.a. een recreatieve route van de Giesbeeksestraat/Jochemstraat naar de Brinkenweg / Lathumse Bandijk en langs de Wijde Wetering. 3. Alle mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik verdienen onderzoek.

In de ruimtelijke studie is vooral verbetering van de biodiversiteit uitgewerkt. Te denken valt aan ook bv waterretentie, kleinschalige stadslandbouw/volkstuinen, recreatie/manege etc. zodat een landschapspark ontstaat met circulaire en duurzame economie als thema (bijv. Landschafspark Duisburg-Nord) Plant InnoFase (waterzuivering) niet weg maar betrek ze in deze ontwikkeling. Laat ze zich van hun beste kant tonen (voorkant i.p.v. achterkant). Maak een aantrekkelijk overgangsgebied naar Lathum voor uitloopfuncties voor de omliggende kernen. 4. Bij een dergelijke grootschalige gebiedsontwikkeling passen landschappelijke begrenzingen, zoals sloten, geen 2 meter hoge hekwerken. 10

5. Deze ontwikkeling vraagt om een overkoepelende en integrale visie voor het open komgebied ten noorden van de A12, zijnde een landschappelijk samenhangend gebied, waarin de energie-opgave met buurgemeenten wordt bezien naast andere ruimtevragen (verduurzaming landbouw, waterbuffering, uitloopgebied van aangrenzende gemeenten met verbindende langzaam verkeerroutes naar de Veluwe, ecologisiche verbindingen, implicaties doortrekken A15, etc.). Wat is de relatie met o.a. Rivierklimaatpark IJsselpoort, windturbines Angerlo? De kom functioneert als de longen van de KAN regio en de openheid blijkt zeer kwetsbaar. Betrek boeren in het gesprek. UITVOERINGSSTRATEGIE LANDSCHAPPELIJK RAAMWERK 6. Een Uitvoeringsstrategie voor gebiedsontwikkeling ontbreekt. 7. Respondent adviseert eerst de hoofdstructuur te realiseren voordat de invulling met zon en wind start. Hierdoor blijft het open landschap afleesbaar voordat het zich vult met zonnevelden. 8. De bestaande infrastructuur bestaat uit smalle wegen. Wat is de ontginningsas van het gebied? Kan deze as een nieuwe, aantrekkelijke en misschien zelfs wel een hoger gelegen hoofdroute door het gebied worden (bijvoorbeeld een dijk als ontwerpmiddel)? 9. Tekstvoorstel p. 14: ‘… wordt van initiatiefnemers verwacht dat hun project een goed landschappelijk inpassingsplan met ruimtelijke kwaliteiten bevat…..’. INPASSINGSPRINCIPES ZONNEVELDEN 10.

Positief is de keuze voor (gedraaide) noord-zuidopstelling vanwege de bereikbaarheid van de bodem voor zon en regen (bodemleven). 11. Op p. 18 staat: de hoogte van de zonnepanelen is maximaal 1.80 meter. Deze hoogte past bij het open karakter van het kommenlandschap. Respondent geeft aan dat dat alleen klopt bij de randvoorwaarden voor afstand tussen openbare weg en het eerste zonnepaneel. 1.80 meter is boven ooghoogte, 1.50 onder ooghoogte. Om het open kommenlandschap afleesbaar te maken moeten de bomenrijen in de verte zichtbaar zijn. Daar voldoen niet alle profielen aan. Respondent geeft aan dat er is gekozen voor ‘groene gangen’. Men zal kijken naar struweel boven ooghoogte op korte afstand, naar de lucht of toppen bomen. De openheid zal hierdoor niet afleesbaar zijn. Respondent adviseert grotere afstanden (betekent minder energieopbrengst) of een maximale hoogte van 1.50 meter, boven ooghoogte. Deze hoogte is beter passend in het open kommenlandschap. Dat betekent aanpassing van de energieproductie. 12. Struweel van 5 meter hoog en breed is niet passend in het kommenlandschap. Deze hoogte belemmert het vergezicht. In een energielandschap mogen zonnevelden op afstand best gezien worden. Beplanting en beheer om zicht op stellages te ontnemen die niet hoger wordt dan hoogte zonnepanelen. 13.

Onwenselijk om struweel te plaatsen ter hoogte van de langgerekte, noord-zuid gerichte perceelgrenzen om oorspronkelijke landschap afleesbaar te maken. 14. Onderverdeling zonnevelden in 10 ha te grootschalig. Aansluiten bij huidige perceelgrootte van 2,5 tot 4 ha (60-100 meter breed). 15. P. 15: verhouding 80-20 verduidelijken. Wat hoort bij techniek? 16. Respondent adviseert een percentage op te nemen voor blijvende natuur- en landschapsversterking, bv 10%. De begrenzing van het landschappelijk raamwerk is niet duidelijk aangegeven. INPASSINGSPRINCIPES WINDTURBINES 17. Er is weinig aandacht voor de ruimtelijke impact van windturbines. Iets terug doen voor het landschap (natuur en cultuurhistorie) kan acceptatie vergroten. 11

18. Windturbines zijn landschap overstijgend. Ze zijn ruimtelijk niet in te passen. 19. De groepering van windturbines in WZ5 zal altijd visueel onrustig beeld geven. Voorkom erger. Advies om nieuwe windturbines op dezelfde hoogte te houden als de nog te plaatsen windturbines van het waterschap (scenario 1 en 2). 20. Onderzoek de ruimtelijke impact in de landschap overstijgende gebieden, met name bij woningen en vanuit waardevolle gebieden en landschappen. 21. P. 16 beleidskader, stap 2: ‘in gesprek met omgeving’ ‘omgeving’ definiëren. Advies om bij windturbines 10 maal tiphoogte aan te houden. 22. Projectgebied bij zon- en windinitiatieven definiëren. Bij wind zou het WZ5 kunnen zijn. 23. Goede visualisaties geven een realistisch beeld. 24. Hoe groter de impact, hoe groter de landschapspijn, hoe meer landschappelijke en kwaliteitsbijdragen verwacht mogen worden, zowel binnen als buiten het projectgebied. Pleit voor een apart Landschapsfonds op te richten om landschappelijke en kwaliteitsbijdragen te borgen en te realiseren. RICHTLIJNEN VOOR HET PROCES VAN CONCRETE INITIATIEVEN 25. P. 16 beleidskader. De richtlijnen voor het proces van concrete wind- en zonprojecten zijn in dit hoofdstuk nog onvoldoende beschreven. Dit geldt met name voor windprojecten. Aanvulling met onder andere eerdergenoemde punten is wenselijk. 26. P.

16 beleidskader, stap 3: “De gemeente toetst het projectvoorstel aan het beleidskader” In deze fase zal de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de Erfgoedcommissie om een onafhankelijk advies gevraagd worden in het kader van de omgevingsvergunning. Bij voorkeur worden de commissies, in mandaat, in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken (stap 2) om tijdig de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Een vermelding bij stap 2 en 3 is wenselijk. Reactie gemeente 1. De keuze van de gemeenteraad voor clustering en concentratie is in mei 2020 al genomen. Dit was ook het vertrekpunt vanuit de lokale inbreng in de RES 1.0. En dit is ook opgenomen in de (ontwerp) Omgevingsvisie. LANDSCHAPPELIJK GROENBLAUW RAAMWERK 2. Het landschappelijk raamwerk is gebaseerd op de onderliggende landschapsstructuren: de wegen en weteringen. Dit zijn de structuren die het verhaal vertellen van het ontstaan van het landschap in Duiven. In het kommenlandschap zijn die landschapsstructuren zichtbaar door de begeleidende beplanting. In het Landschapsontwikkelingsplan en het (ontwerp-)Omgevingsvisie Duiven is de ambitie vastgelegd dat de oude landschapsstructuren als landschappelijk raamwerk versterkt worden met beplanting. De zonnevelden moeten zich gaan voegen binnen het casco van het landschappelijk raamwerk. Dat is het uitgangspunt in het ruimtelijke beleidskader.

Het is evident dat zonnevelden een grote invloed zullen hebben op de beleving van het landschap. Maar het landschappelijke raamwerk zorgt er voor dat de oorspronkelijke structuren van het landschap duidelijk herkenbaar en beleefbaar blijven. Het landschappelijk raamwerk is een blijvende versterking van het landschap waar de zonnevelden een tijdelijk karakter hebben. In het landschappelijk raamwerk is plaats voor een recreatieve route. Het raamwerk legt een verbinding met de hoofdgroenstructuur van het bedrijventerrein. Hierin is een aaneengesloten groene wandelroute van noord naar zuid, bijvoorbeeld vanaf de Giesbeeksestraat naar de Bandijk, zeer goed mogelijk, net als een wandelroute langs de Wijde Wetering. Dit recreatieve medegebruik is een van de nevendoelen van het landschappelijke raamwerk en wordt in overleg met belanghebbenden uitgewerkt. De

12

bestaande wegen zijn en blijven toegankelijk voor fietsen. De Giesbeeksestraat en de Galstraat zijn opgenomen in het fietsknooppuntennetwerk. Dat blijft zo. De potentiële wandelroutes zullen in de kaart van het landschappelijk raamwerk worden opgenomen. De gemeenteraad van Duiven heeft in 2020 bewust gekozen voor clustering van zon en wind in dit gebied. In de RES is deze keuze overgenomen. Door de keuze van clustering in één gebied wordt versnippering met een lappendeken van ontwikkelingen door de hele gemeente heen voorkomen. 3. Mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik voor allerlei andere doeleinden zijn niet onbeperkt. Wel is er voor gekozen om een andere belangrijke opgave, namelijk versterken van de biodiversiteit, in het gebied mee te nemen. Recreatief medegebruik kan bij de uitwerking van het landschappelijk raamwerk een plek krijgen. Het beleidskader biedt voldoende ruimte voor innovaties in eventueel landbouwkundig medegebruik en waterretentie. 4. In het ruimtelijk beleidskader wordt aangegeven dat hekwerken zo beperkt mogelijk moeten worden toegepast en dan met een agrarisch uitstraling. De bestaande kavelsloten en watergangen langs wegen worden toegepast als landschappelijke begrenzingen. Eventuele hekwerken kunnen worden ingepast in de afschermende beplanting. 5. De keuze voor dit zoekgebied vloeit voort uit regionale afspraken.

De gebiedsuitwerking is aan de lokale gemeente. Er is daarin inderdaad afstemming gezocht met buurgemeenten. Maar elke gemeente blijft een eigen bevoegd gezag houden met een eigen besluitvorming. UITVOERINGSSTRATEGIE LANDSCHAPPELIJK RAAMWERK 6. De gemeente Duiven houdt de regie over de gebiedsontwikkeling en maakt daarvoor afspraken met de toekomstige ontwikkelaars. 7. Het landschappelijk raamwerk zal gelijktijdig met de ontwikkeling van energiewinning in het gebied plaatsvinden. 8. Zoals in antwoord 2 wordt aangegeven zijn de oorspronkelijke landschappelijke structuren de basis voor het landschappelijk raamwerk. Juist door het versterken van deze structuren is het landschap beter leesbaar. De Wijde Wetering is de natuurlijke as in het gebied. Dat wordt versterkt door de aanleg van brede groene zones langs de watergang. De iets later aangelegde Nieuwgraafsewetering wordt beter beleefbaar door de aanleg van een natuurvriendelijke oever. De oude wegen worden beter zichtbaar door aanleg - of aanvullen van bomenrijen. De aanleg van een nieuwe dijk is niet passend in het kommenlandschap wat het in de basis blijft. 9. De tekstsuggestie wordt overgenomen. De tekst wordt veranderd in “…wordt van initiatiefnemers verwacht dat hun project een goed landschappelijk inpassingsplan met ruimtelijke kwaliteiten bevat…” INPASSINGSPRINCIPES ZONNEVELDEN 10.

De opmerking is voor kennisgeving aangenomen. 11. Zoals eerder aangegeven in punt 2 is er gekozen voor clustering van de energieopwekking in dit zoekgebied. Daarbij is wel een ruime afstand aangehouden van zonnevelden tot wegen en watergangen, ingevuld door open bloemrijk grasland en afschermende beplanting. De hoogte van de zonnepanelen is maximaal 1.80 meter, 1.50 meter is ook mogelijk. 12. Deze opmerking is terecht. Doel van de beplanting langs de zonnevelden is enerzijds afscherming van de stellages van de zonnepanelen, anderzijds de bevordering van de biodiversiteit. Voor de beplanting is een hoogte van 1.50-1.80 voldoende. Met de soortkeuze en beheer moet daarmee rekening gehouden worden. 13

13. Voor de noord-zuid gerichte perceelgrenzen wordt aangegeven dat de (bestaande) kavelsloten met de daarlangs karakteristieke rietbeplanting als natuurlijke grens van de zonnevelden. 14. De grootte van 10 hectare is opgenomen als maximum. Wij zijn van mening dat dit een landschappelijk aanvaardbare grootte is die past bij de keuze voor concentratie van energieopwekking in dit gebied. Wel is voorwaarde dat wordt aangesloten bij de onderliggende, langgerekte verkavelingsstructuur 15. Onder ‘techniek’ wordt verstaan de zonnepanelen en daarmee samenhangende installaties en bouwwerken. 16. Voor dit gebied wordt uitgegaan van een kwalitatieve bijdrage aan het landschap in de vorm van een robuust landschappelijk raamwerk. Voor de Giesbeeksestraat, Kosterstraat, Galstraat en Kievitstraat bestaat het uit bomenrijen. Langs de Wijde Wetering is dat een zone aan weerszijden van de watergang, zo mogelijk met een natuurvriendelijke oever. Langs de Nieuwgraafsestraat een bomenrij en een natuurvriendelijke oever. Zie ook de profielen in het rapport. De exacte invulling wordt nader uitgewerkt in overleg met belanghebbenden. INPASSINGSPRINCIPES WINDTURBINES 17. We erkennen dat windturbines een grote impact hebben in het gebied. In de bijlage van het SAB-rapport zijn visualisaties van windturbines met een verschillende hoogte opgenomen.

Daarin is te zien dat turbines van ver zichtbaar zullen zijn. Dit is een onvermijdelijk gevolg van deze vorm van energieopwekking Versterking van het landschappelijk raamwerk is een blijvende bijdrage aan het gebied. 18. De beperkte mogelijkheden voor plaatsing van windturbines zijn in dit gebied bepalend voor de keuze voor een locatie. Ruimtelijke inpassing richt zich vooral op maatregelen op het maaiveld. Een strakke lijnopstelling is in dit gebied niet mogelijk. Wel moet zoveel mogelijk een lijnopstelling ten opzichte van de bestaande en vergunde turbines benaderd worden. 19. We begrijpen de zorg om de visuele onrust. Dit gebied is een concentratie gebied, waarbij we gaan voor maximale opbrengst en clustering ter voorkoming van versnippering elders in het landschap met verspreid liggende zonneparken en windmolens. 20. Bij een concreet verzoek voor de plaatsing van een windturbine in het zoekgebied zal dit onderdeel zijn van de benodigde onderzoeken. 21. Het advies om in geval van windmolens als directe omgeving de maat van ‘10x tiphoogte’ op te nemen, wordt overgenomen. 22. Het zoekgebied in de gemeente Duiven zoals dat gedefinieerd is in de RES regio Arnhem – Nijmegen is zoekgebied WZ5. Op p. 4 van het ruimtelijk beleidskader is het zoekgebied aangegeven. 23. Bij de visualisaties in het rapport zijn foto’s van Google Maps als basis genomen.

Er zijn 3D visualisaties mogelijk. Bij toekomstige initiatieven zullen deze visualisaties waarschijnlijk gebruikt worden om een realistisch beeld te geven. 24. We willen nu niet het ‘middel’ landschapsfonds voorschrijven. Ontwikkelaars doen zelf een substantiële bijdrage in realisatie van het landschappelijk raamwerk. Dat kan door rechtstreeks te investeren of via een collectief beheerd fonds. En in specifieke gevallen is het denkbaar dat de ontwikkelaar voorkeur heeft voor een bijdrage aan de gemeente. RICHTLIJNEN VOOR HET PROCES VAN CONCRETE INITIATIEVEN 25. Alles wat we in deze reactienota aangeven om aan te passen, wordt aangepast in het beleidskader. 26. We willen de erfgoedcommissie/Gelders genootschap graag in het voortraject betrekken, dus ook in de ontwerpfase( fase3). Ook voor de adviescommissies geldt vanzelfsprekend dat het gemeentelijk beleidskader daarbij leidend is. 14

Advies Provincie Gelderland Het ontwerp beleidskader en ruimtelijke studie In het ontwerp beleidskader initiatieven zon en wind schetst u voorwaarden die de gemeente Duiven stelt aan initiatiefnemers op het gebied van zonneparken en windmolens in het gemeentelijke voorkeursgebied van de gemeente Duiven. Hierbij gaat het om het gebied rondom bedrijventerrein InnoFase/Centerpoort-Noord. Wij vinden het mooi om te zien dat u beleid heeft opgesteld voor de opwek van energie in uw gemeente en dat u ruimte geeft aan participatie. Graag maken wij gebruik van de mogelijkheid om te reageren op het ontwerp beleidskader en daarover advies uit te brengen. Voorkeurslocatie en ruimtelijke claims In uw ontwerp beleidskader beschrijft u de voorkeur voor de locatie voor de opwek van energie op en rondom bedrijventerrein InnoFase/Centerpoort-Noord. U heeft een onderzoek laten doen naar de potentieel geschikte gebieden voor de opwek van energie binnen uw gemeente. Dit is ook op te maken uit het rapport van Arcadis “verkenning naar mogelijke locaties grootschalige opwek”. Hieruit volgen meerdere geschikte locaties. Na een participatietraject is er voor gekozen om het gebied op en rond InnoFase/Centerpoort-Noord aan te wijzen als voorkeurslocatie.

In het ontwerp beleidskader geeft u echter ook aan dat direct in aansluiting op het bedrijventerrein Centerpoort-Noord in de toekomst mogelijk sprake is van uitbreiding van het bedrijventerrein. 1. Verzoek Wij worden graag door u geïnformeerd over hoe deze ruimtelijke claims, namelijk de uitbreiding van bedrijventerrein Centerpoort-Noord en de ruimte voor energie opwek, zich tot elkaar verhouden. Ganzenrustgebied In en rondom het zoekgebied InnoFase/Centerpoort-Noord bevindt zich een ganzenrustgebied. In gebieden die zijn aangewezen als ganzenrustgebied staat het rustgebied voor overwinterende ganzen centraal. In deze gebieden moeten ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst aan de provinciale verordening. Voor de vraag of een nieuwe activiteit of ontwikkeling binnen een ganzenrustgebied kan plaatsvinden is de locatiekeuze bepalend. Gezocht moet worden naar die locatie in het rustgebied waar de nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden beperkt. 2. Advies Om de meest optimale locatie te bepalen is onderzoek naar de rust en foerageermogelijkheden van de ganzen nodig. Uit het onderzoek moet blijken hoe de ganzen het rustgebied gebruiken, waar de concentratie ganzen hoog of laag is, waar de ganzen eten en rusten en waar bestaande activiteiten zijn binnen het rustgebied. Wij adviseren u hier rekening mee te houden bij concrete initiatieven binnen het ganzenrustgebied.

Brief zonne-energie in Gelderland en provinciaal beleid Op 2 december 2020 heeft ons college van Gedeputeerde Staten van Gelderland u een brief gezonden om aandacht te vragen voor de ontwikkeling en locatiekeuze van zonne-energie in Gelderland. Als vervolg hierop zijn in actualisatie 8 van de omgevingsverordening benoemd welke punten door de provincie van belang zijn bij de locatiekeuze voor initiatieven. Dit zijn: - De behoefte aan energieopwekking met zonne-energie; - De mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied en op daken van gebouwen in die behoefte te voorzien; 15

-

De mogelijke nadelige gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van gebieden of locaties waar zonneparken mogelijk zijn; - De samenhang met het omliggende landschap; - De consequenties voor het elektriciteitsnetwerk; - Het huidige grondgebruik. 3. Advies Wij adviseren u dan ook om bij concrete initiatieven en ontwikkelingen die passen binnen uw beleidskader met deze punten rekening te houden. Reactie gemeente 1. Als de gemeente begin 2022 besluit tot medewerking aan een uitbreiding met 15 ha. van Centerpoort-Noord dan blijft er in dit gebied potentie voor de opwek van zonne-energie op gebouwen. Bij de uitgifte worden duurzaamheidseisen aan bedrijven gesteld. 2. De gemeente Duiven is zich bewust van het ganzenrustgebied. In de ruimtelijke studie is een eerste verkenning van de mogelijkheden tot het plaatsen van zonnevelden en windturbines gedaan. Hierbij is ook aandacht besteed aan rustgebieden voor winterganzen. Ook in het beleidskader wordt naar de Omgevingsverordening verwezen. Op concreet projectniveau en met nader onderzoek en eventueel te nemen maatregelen dienen initiatiefnemers te onderbouwen dat er geen overwegende beletselen zijn. 3. Dit advies neemt de gemeente ter harte. In hun projectvoorstel en de ruimtelijke onderbouwing zullen initiatiefnemers moeten onderbouwen hoe hun project in lijn is met de provinciale omgevingsverordening.

Dit wordt toegevoegd in het beleidskader. Advies Gemeente Rheden 1. Continuering overleg Wij willen onze willen onze waardering uitspreken over de wijze waarop de gemeente Duiven onze gemeente heeft betrokken bij de ontwikkeling van de ruimtelijke studie zon en wind en de bovengemeentelijke afstemming over het ‘regionale zoekgebied wind-zon’ (WZ. 5) in Duiven en het nabij gelegen ‘verkenningsgebied extra windturbines’ de Beemd-Velperwaarden (RES 1.0). Daarvoor onze hartelijke dank. Wij zien dit als een mooi begin van bestuurlijke en ambtelijke samenwerking over deze gebieden en wij zetten dit graag in de komende jaren met u voort. 2. Lokale en regionale clustering Zowel in het ontwerp beleidskader als de ruimtelijke studie wordt gesproken over ‘clustering’. (p. 14-15 ontwerp beleidskader en p. 9 ruimtelijke studie). Over de reikwijdte van deze clustering hebben wij een opmerking. Wij zien in de stukken graag terug dat de clustering verder reikt dan de gemeentegrenzen van Duiven. Het ‘verkenningsgebied extra windturbines‘ de BeemdVelperwaarden zoals bij u bekend, sluit hier op aan. Dit vraagt bij zowel de uitwerking van het regionale zoekgebied WZ. 5 als het te onderzoeken verkenningsgebied de Beemd-Velperwaarden afstemming over de ruimtelijke, milieutechnische, landschappelijke en maatschappelijke impact. 3.

Borging regionale afspraken Met het benoemen van deze ruimtelijke relatie borgen wij de ruimtelijke afspraak groepering windturbines’ uit de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES 1.0) en spelen wij in op de provinciale brief (d.d. 19 januari 2021) aan de Regio Arnhem Nijmegen waarin het gebied Duiven-DoesburgWestervoort-Rheden-Zevenaar expliciet is genoemd als kansrijk cluster voor windenergie. Betrokken partijen worden gevraagd elkaar hierover op te zoeken. Daarnaast heeft de gemeente Rheden in het vastgestelde beleidskader Energie en Landschap (d.d. juni 2021) aangegeven zoveel mogelijk aan te sluiten bij regionale clusters. Over de afstemming tussen WZ.5 en het verkenningsgebied de Beemd-Velperwaarden blijven wij graag met u in gesprek met dien verstande dat wij er ons van bewust zijn dat de gemeentelijke processen in tempo en dynamiek 16

van elkaar verschillen. 4. Betrokkenheid inwoners Wij zijn blij dat u de inwoners van Velp als belanghebbende gaat betrekken bij mogelijke projecten (ontwerp beleidskader, p. 9). Uiteraard zullen wij in overleg met u ook Duiven betrekken bij ontwikkelingen ten aanzien van het verkenningsgebied de Beemd-Velperwaarden. Reactie Gemeente Duiven 1. De gemeente Duiven waardeert het dat gemeente Rheden een reactie heeft ingestuurd en zet ook graag de bestuurlijke en ambtelijke afstemming voort. 2. De clustering heeft in eerste instantie betekenis op de lokale schaal van de gemeente Duiven. In onze gemeente is er sprake van één clustergebied dat zich bevindt in het regionale zoekgebied WZ5. Dat zoekgebied grenst inderdaad aan een ‘verkenningsgebied’ in Rheden. Zoals bekend is het niet zeker dat dit verkenningsgebied de status als RESzoekgebied zal krijgen. Dat komt aan de orde in het traject naar de RES 2.0. Dan zal ook de relatie met bestaande zoekgebied WZ5 aan de orde zijn. 3. De gemeente Duiven vindt dit eveneens belangrijk en blijft hier graag met de gemeente Rheden en andere partners over in gesprek. 4. Er wordt van initiatiefnemers verwacht dat ze belanghebbenden, conform het beleidskader, blijven betrekken. De gemeente Duiven vindt dit belangrijk.

Wij zijn blij om te horen dat gemeente Rheden ook de inwoners uit gemeente Duiven zal betrekken bij de eventuele ontwikkelingen t.a.v. het verkenningsgebied de Beemd-Velperwaarden.

17

4. Zienswijzen en beantwoording Respondent 1 Zienswijze/reactie De respondent geeft aan dat het aan zijn/haar hart gaat dat kostbare grond besteed wordt aan zonneparken, terwijl er mensen zijn op de wereld die honger lijden. Daarnaast wordt aangegeven dat, als we toch grond willen besteden aan duurzaam worden, we beter een bos kunnen planten en zonnepanelen op dak van gebouwen te leggen, zoals het gemeentehuis en scholen. Reactie gemeente De gemeente onderschrijft het belang dat er zorgvuldig met de grond om gegaan dient te worden. Om de doelen van het klimaatakkoord en de RES te halen is echter óók opwekking van zonneenergie op land als opgave noodzakelijk. Náást de opgave om veel meer zonnepanelen op daken te realiseren. Respondent 2 Zienswijze/reactie De respondent geeft aan de voorkeur te hebben voor het plaatsen van zonnepanelen op daken en zo het groen te behouden. Daarnaast wordt benoemd dat windturbines storend zijn in het landschap en dat deze beter op zee geplaatst kunnen worden. De reactie benadrukt het belang van woongebieden en de bewoners. Reactie gemeente Zie antwoord respondent 1. Naast windturbines op zee, zijn ook windturbines op land nodig om de ambities te behalen. Bij de inpassing van windturbines is goede landschappelijke inpassing en het gesprek met de omgeving belangrijk. Dit beleidskader stelt hier voorwaarden aan. Respondent 3 Zienswijze/reactie 1.

Indieners komen op voor de belangen van de bewoners aan de Kievitstraat. Zij vinden dat tot nu toe onvoldoende gewicht is toegekend aan deze belangen. Zij zijn van mening dat de gemeente al op een eerder moment met hen gesproken zou moeten hebben. Insprekers hebben nu al zicht op vier windturbines en daar komen binnenkort nog twee nieuwe turbines bij van het Waterschap. Zij maken zich zorgen over de grote hoeveelheid zonneparken die op én naast hun percelen zijn geprojecteerd. 2. De insprekers zijn van mening dat te veel agrarische gronden verloren dreigen te gaan aan zonnepanelen. Bovendien geven zonneparken in hun directe omgeving visuele hinder en verlies aan landschapskwaliteit. 3. Als suggestie voor het gemeentelijk Beleidskader wind/zon geven zij het voorbeeld van het beleid gemeente Olst-Wijhe in overweging: daar is als voorwaarde gesteld dat alleen medewerking wordt verleend als de ontwikkelaar een akkoord heeft van alle direct omwonenden.

18

Reactie gemeente 1. De gemeente respecteert de belangen van bewoners van het gebied. Bij behoefte aan extra gesprek staat de gemeente hier voor open. De gemeente heeft in 2019 een participatietraject doorlopen over de verschillende potentiële locaties binnen de gemeente. Hier is voorkeursgebied InnoFase/CenterpoortNoord ook aan de orde gekomen. De gemeente heeft daarnaast een informatiebijeenkomst specifiek voor de grondeigenaren georganiseerd. Bij concrete initiatieven is het aan de initiatiefnemers om het gesprek met bewoners te voeren. 2. De gemeente neemt kennis van deze zorg en heeft begrip voor de belangen van bewoners van het voorkeursgebied. Het toevoegen van zonne- en windenergie heeft visuele gevolgen. Door het opstellen van het beleidskader schept de gemeente voorwaarden voor een gedegen proces rondom initiatieven en de landschappelijke inrichting. Het is aan de initiatiefnemers om aan te tonen hoe hun initiatief zorgvuldig ingepast kan worden en hier nader over in gesprek te gaan met o.a. de bewoners van het gebied. 3. Bij initiatieven voor duurzame energie opwekking is een zorgvuldige belangenafweging essentieel (zeker ook de belangen van de bewoners van het gebied). De gemeente kan niet vooraf toezeggen welke belangen hier de doorslag in geven. Respondent 4 Zienswijze/reactie Bijlage A: Ruimtelijke studie 1. Uitgangspunten/Beperkingen (p.

7): Van de RWZI ligt een persleiding in oostelijke richting. De consequenties hiervan m.b.t. het beoogde zonnepark zijn niet in kaart gebracht en in het document opgenomen, hetgeen wij een grote omissie vinden en gecorrigeerd dient te worden. 2. Landschappelijk Raamwerk (p. 9, 10, 12): er wordt niet aangegeven wat de ruimtelijke impact is van de ondergrondse infrastructuur. Wij verzoeken dat alsnog te doen. 3. Op de kaart op p. 10 staat een bomenlaan aan de Nieuwgraafsestraat getekend. In Duiven is van een bomenlaan nog geen sprake. Gaat de gemeente deze bomenlaan aanleggen? 4. Is m.b.t. hetgeen vermeld staat op de ecologische kaart op p. 12 recentelijk onderzoek gedaan naar vleermuizen, roeken, zangvogels, vlinders, kleine vogels en kleine zoogdieren? Zo ja, dan verzoeken wij de gemeente deze informatie aan ontwikkelaars te verstrekken. Zo nee, waarom staat dit op deze kaart vermeld? Overigens missen wij andere belangrijke fauna, zoals roofvogels, reigers, ooievaars en ganzen met hun impact t.a.v. windturbines en onderliggende zonnevelden. 5. Ruimte voor biodiversiteit (p. 13-14): De groenstructuur op en langs het bedrijventerrein vermeldt op p. 14 de verantwoordelijkheid van de gemeente en niet die van de ontwikkelaar, zo ook over de bomen langs de verschillende straten. Wij verzoeken de gemeente dit te bevestigen. 6. Mogelijke locaties van zonnevelden (p.

16): de totale omvang van de mogelijke locaties is ca. 93 ha bruto. Los van de vraag of alle perceeleigenaren hieraan mee willen werken, vragen wij ons af of het adviesbureau of de gemeente een minimum-maximum bandbreedte qua bruto omvang stelt? Indien dit het geval is verzoeken wij deze bandbreedte m.b.t. de vier locaties – Nieuwgraafsestraat Noord, Nieuwgraafsestraat Zuid, Wijde Wetering Zuidwest en Wijde Wetering Zuidoost. Nergens staat vermeld wat de impact van de dalende SDE++ en de afstand van het onderstation op de (totale) omvang van het zonnepark InnoFase heeft. Dat is een omissie die gecorrigeerd dient te worden. 7. Zon en Wind in het Zoekgebied/Zon in het Zoekgebied (p. 17): waarom is er in de eerste alinea sprake van eerste mogelijkheden? Het voordeel van een oost-westopstelling, namelijk de momenten waarop pieken in de energielevering van panelen naar het net 19

komen (2x bij oost-west en 1x bij zuidopstelling), is niet aangegeven noch de negatieve impact t.a.v. grondkwaliteit! 8. Zon en Wind in het Zoekgebied/Wind in het Zoekgebied (p. 18): Waarom staat in de derde kolom niet de (negatieve) impact van lage/hogere windturbines t.a.v. onderliggende zonnevelden vermeldt? Wij verzoeken deze aanvulling toe te voegen. Ook staat niet in de eerste kolom de (negatieve) impact van de huidige vier bestaande windturbines (en de toekomstige vervanging) t.a.v. de onderliggende zonnevelden zal zijn. Wij verzoeken ook deze informatie toe te voegen. 9. Inpassingsprincipes Zon en Wind/Indicatie Inpassing Zonnevelden (p. 24): onderliggende infrastructuur (gas- en persleidingen) en de implicaties daarvan zijn niet in deze kaart aangegeven. De kaart dient dus aangepast te worden. Welke afstanden tussen windturbines en zonnepanelen moeten ontwikkelaars rekeninghouden? 10. Inpassingsprincipes Zon en Wind/Inpassingsprincipes Zonnevelden (p. 25-26): is een zonneveld alleen de opstallen binnen het hekwerk of ook de groene ruimte tussen de rijen panelen? Waarom moet (regen)water worden opgevangen? Wij snappen dit niet. Infiltratie in de bodem en natuurlijke afwatering via de weteringen vindt plaats via de tussenliggende watergangen/lopen. Er is geen verharding, dus geen kolken, noch riool. 11. Zijn de principes voor inpassing vermeld op p.

27-34 een harde eis of een gewenste indicatie? Waarom laat men dat niet over aan de landschapsarchitect van de ontwikkelaars i.s.m. landschapsarchitect van de gemeente? De creativiteit van landschapsarchitect van de ontwikkelaars wordt daardoor niet beperkt. Wij verzoeken dit aan te passen! M.b.t. p. 34 merken wij op dat wat hier voorgesteld wordt, niet rijmt met wat Het Gelders Landschap onder Kommenlandschap verstaat! 12. Scenario’s Zon en Wind/Energiepotentie in drie scenario’s (p. 35): wat wordt met het WTG oppervlak op deze kaarten bedoeld? Waarom staan die dan niet reeds bij de bestaande vier windturbines ingetekend? 13. Scenario’s Zon en Wind (p. 37-38): in totaal zijn er 13 velden geselecteerd die beschikbaar worden geacht voor zonne-energie. Zijn deze velden bindend (harde eis) of slechts indicatief? Argument is dat grondpercelen niet met deze indeling matchen. Om die reden kan het niet bindend zijn. En de grondeigenaar moet willen. Wij verzoeken dat in de tekst aan te passen! Zijn de tafelopstellingen bindend of indicatief? Wij pleiten voor het laatste en ontwikkelaars daarin niet te beperken! Een opstelling onder hoek van 20 graden is verledentijd. Eerder in de tekst was er sprake van 2 meter tussen-rijen afstand, nu staat er 2,5 meter. In deze context verwijs ik naar hetgeen in de vorige alinea is gesteld en dat hier niet te herhalen. M.b.t.

het berekenen van de energieproductie hanteren wij nieuwe, meer geavanceerde systemen met een hogere opbrengst die tijdens aanvang bouw beschikbaar komen. M.a.w. de daadwerkelijke productie is in ons geval hoger dan aangegeven. De voetafdruk van de windturbines in de kaart van scenario 1 matcht niet met de 25 meter straal in de vorige p. genoemd. Het vierkant is hier groter getekend! 14. Effect van de bestaande vier windturbines: men heeft dit niet in de studie opgenomen, hetgeen gecorrigeerd dient te worden. Vervanging van de bestaande vier windturbines: men heeft dit niet in de studie opgenomen, hetgeen gecorrigeerd dient te worden. 15. Locatie en soorten windturbines: zonontwikkelaars hebben de voorkeur voor een minder aantal en hogere windturbines omdat deze minder impact (slagschaduw) op een zonnepark hebben. 16. Effecten van verschillende bouwfasen zon & wind: men heeft dit niet in de studie opgenomen, hetgeen gecorrigeerd dient te worden. Zonnepark wordt eerder gebouwd dan windpark en dat heeft implicaties. 17. Wat bedoelt de gemeente met: ”plaatsing van zonnevelden zijn richtafstanden kleiner dan bij windturbines.”

20

18. Potentiële energieproductie (p. 45-47): er wordt op p. 45 aangegeven dat in het oostelijk deel van het gebied een bedrijventerrein van ca 15 ha wordt ontwikkeld zonder dit op de kaart aan te geven. Wij verzoeken dat alsnog te doen. 19. Wij kunnen ons niet vinden in de zonnestroomproductie berekeningen, omdat de impact van de vier bestaande windturbines niet is meegenomen en van huidige systemen wordt uitgegaan. Wij missen ook de tijdsdimensie. Immers de ontwikkelingstijd van windparken zijn minimaal tweemaal langer dan voor zonneparken. Ook is geen verband gelegd tussen duurzame e-productie en e-vraag in de gemeente en RES-regio. 20. Bijlage 1 Gehanteerde Milieukundige Contouren (p. 49-51): wij missen de risicokaarten zoals vermeldt in de tabel op p. 50 in het rapport. Tevens missen wij de ondergrondse buisleidingen vermeldt in de tabel op p. 51 in het rapport. 21. Andere punten die wij in dit rapport missen zijn: • Schade impact van windturbines m.b.t. het onderliggende zonneveld (b.v. ijsafzetting, wiekbreuk, brand, e.d.); • Impact op de omvang van het totale zonnepark InnoFase als men niet voor windturbines kiest, zoals in omliggende gemeenten het geval is; • Waarom de gemeente Zevenaar niet aansluitend wil meedoen hoewel zij zich in RES-regio verband daartoe wel verplicht heeft; • De rol van de provincie m.b.t. 50+ MW energieparken; • Netaansluiting (bijv.

locatie, omvang en inbedrijfstelling van het nieuwe onderstation). Bijlage B: Beleidskader 1. Scope/Andere technologie (p. 3): wij zien graag een bevestiging dat opslag, op/ontladen, conversie en e-management en andere soortgelijke technologieën niet worden uitgesloten. Liever nog dat innovatieve technologieën worden aangemoedigd, waarbij InnoFase, als Smart Energie Hub, wordt gedragen door gemeenten, provincie en RES en als regionaal voorbeeld dient. 2. Algemene voorwaarden/inleiding (p. 6): wij missen natuurinclusiviteit (biodiversiteit) en klimaatadaptatie in deze alinea. 3. Algemene voorwaarden/tijdsduur functie zon/wind opwek (p. 6): opbouw en afbouw duurt 2 x 6 maanden ofwel 1 jaar en verzoeken derhalve de omgevingsvergunning met 1 jaar te verlengen tot 26 jaar plus een verlengingsoptie van 5 jaar. Door intensieve landbouw is de grond verarmd. Ons natuurinclusieve zonnepark zorgt voor grondverrijking en willen dit niet terug brengen naar de oude verarmde staat. Er dient dus te staan dat initiatiefnemers aan grondverrijking moeten voldoen. 4. Algemene voorwaarden/economische haalbaarheid (p. 7-8): waarom moet de initiatiefnemer inzage in de economische haalbaarheid/business case geven? Is dit een eis of een wens? In hoeverre wil de gemeente inzage hebben? 5. Algemene voorwaarden/herkomst financiering (p.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=1221aae8-4e6b-4e83-8eec-5ff8fe2907b4