CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

3. 201669879-Nota van beantwoording zienswijzen - Plakse Weide

Raadsavond 18 september 2024, gemeente DuivenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan & beeldkwaliteitsplan Plakse Weide29.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Reclamanten stellen dat niet kan worden aangetoond dat de ontwikkelaar kan beschikken over de gronden in het plangebied.

Beantwoording zienswijzen 1. Zie voor de beantwoording van dit punt paragraaf 2.6.1 en 2.6.2 van deze zienswijzennota. De gemeente wordt gesterkt in haar standpunt dat er voldoende is geparticipeerd door de opmerking van reclamant 7 over de totstandkoming van het stedenbouwkundig ontwerp als een billijke uitkomst van het doorlopen participatieproces. Naar mening van de gemeente lijkt reclamant participatie in dit proces te verwarren met de plicht tot het overnemen van de inbreng van reclamant. 2. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.4.3. van deze zienswijzennota. 3. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.4.2. van deze zienswijzennota. 4. Zoals in paragraaf 4.2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan en Bijlage 3 is beschreven en onderbouwd zorgt de realisatie van Plakse Weide in combinatie met overige autonome ontwikkelingen in de regio niet op zichzelf tot de noodzaak tot het nemen van infrastructurele maatregelen. Wel wordt geconstateerd dat wanneer zowel Plakse Weide als alle andere autonome ontwikkelingen en netwerkwijzigingen (waarbij project ViA15 naar verwachting een grote invloed heeft) worden gerealiseerd dit leidt tot de noodzaak tot het nemen van infrastructurele maatregelen. In het voorliggende bestemmingsplan is daarmee rekening gehouden door ruimte te reserveren in het plangebied.

Dit geldt zowel nabij het kruispunt Vergertlaan-Rijksweg als bij het kruispunt Vergertlaan-Schapenweide. Deze ruimte biedt de gemeente de mogelijkheid om indien dit nodig blijkt te zijn in de toekomst bij deze twee kruispunten alsnog maatregelen te treffen. Daarom voert de gemeente in 2024 een variantenstudie uit naar de noodzakelijke infrastructurele aanpassingen op o.a. deze twee kruispunten. Het plan Plakse Weide op zichzelf leidt echter nog niet tot de noodzaak tot het nemen van infrastructurele maatregelen. Het college ziet dan ook niet in waarom een dergelijk Plan Verkeer & Geluid moet worden opgesteld voor bestemmingsplan Plakse Weide en waarom deze als voorwaardelijke verplichting aan het bestemmingsplan moet worden gekoppeld. Over het proces rondom de nieuwe Mobiliteitsvisie zijn de inwoners in een apart traject geïnformeerd. 5. Het staat de gemeente vrij om in een bestemmingsplan de bestemming ‘Groen’ zo te omschrijven als in het ontwerpbestemmingsplan is omschreven. Het is in belang van de omwonenden om de bestemming ‘Groen’ zo ruim te omschrijven. Dit maakt een mogelijk noodzakelijke infrastructurele ingreep in de toekomst, ten gunste van de verkeersdoorstroming, namelijk mogelijk op grond van het bestemmingsplan. Het uitkijkpunt is uit de bestemmingsomschrijving gehaald.

De gemeente heeft in het bestemmingsplan wel het uitzichtpunt van uit artikel 3.1 onder e van de planregels uit de bestemming ‘Groen’ verwijderd. Op dit punt leidt de zienswijze tot een aanpassing van artikel 3.1 van de planregels van het bestemmingsplan. 6. De ‘witte vlek’, kadastraal bekend als gemeente Duiven, sectie G, nummer 615, die door reclamant wordt genoemd, is inderdaad recent gesaneerd vanwege de aanwezigheid van lood en asbest. Echter is dit perceel geen onderdeel van het plangebied van Plakse Weide. Daarnaast heeft op dit perceel in het verleden een schuur gestaan met asbestdaken. Dit in tegenstelling tot de percelen die tot het plangebied Plakse Weide behoren. Deze percelen zijn, zoals uit het historisch vooronderzoek blijkt, altijd onbebouwd geweest. De gemeente is daarmee van mening dat het historisch vooronderzoek volledig is. 7. Het is niet gebruikelijk om voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan apart een bodemonderzoek separaat ter besluitvorming voor te leggen aan de

gemeenteraad. Ondanks het ontbreken van een actueel bodemonderzoek is de gemeente van oordeel dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van het aspect bodem. Uit Bijlage 6 blijkt dat er in de grondmengmonsters van de bovenen ondergrond enkele licht verhoogde gehaltes voor nikkel en zijn aangetroffen, alsmede licht verhoogde gehaltes aan aromaten. In geen van de grondmengmonsters en/of het grondwatermonster is echter voor de onderzochte stoffen een overschrijding van het criterium voor nader onderzoek of de interventiewaarde geconstateerd, met uitzondering van het van nature in de omgeving van de locatie voorkomend licht tot sterk verhoogde arseengehalte in de grond en het grondwater. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een relevante verontreiniging. Daarnaast blijkt dat de gronden altijd onbebouwd zijn geweest. Daarnaast heeft de gemeente in artikel 7.4.1. van de planregels een voorwaardelijke verplichting bodemkwaliteit toegevoegd aan het bestemmingsplan. De gemeente is van oordeel dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van het aspect bodem. 8. In paragraaf 4.8 van het ontwerpbestemmingsplan is uitgebreid ingegaan op het thema water en de vereiste waterberging. Daarnaast is in artikel 6.3.3 van de planregels een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van waterberging opgenomen.

De gemeente is van mening dat waterberging voldoende gewaarborgd is in het ontwerpbestemmingsplan. 9. De gemeente is van mening dat Bijlage 3, Bijlage 4 en Bijlage 13 volledig en op een zorgvuldige manier zijn samengesteld. De gemeente is daarom ook niet van mening dat de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opnieuw moet worden uitgevoerd. 10. Uit alle uitgevoerde onderzoeken, die als bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd, blijkt dat de effecten van de woningbouw op Plakse Weide voldoen aan de wettelijke normen die hiervoor gelden. De gemeente heeft dan ook geen reden om aan te nemen dat de realisatie van de woningen op Plakse Weide niet te verenigen is met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omwonenden in de omgeving. De gemeente is van mening dat bij de realisatie van de woningen op Plakse Weide sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat deze goede ruimtelijke ordening deugdelijk is gemotiveerd. Dat het plan niet op alle punten voldoet aan de adviezen van de VGGM wil niet zeggen dat er geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De gemeente volgt niet op alle punten de adviezen van de VGGM op en is dit ook niet verplicht. De gemeente is van mening voldoende te hebben onderbouwd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 11.

De gemeente mag zelf bepalen wat het toegestane gebruik binnen de bestemming ‘Wonen’ is, mits dit gebruik duidelijk is omschreven. De gemeente is van mening dat de bestemming ‘Wonen’ voldoende duidelijk is omschreven. 12. Er worden geen dove gevels gerealiseerd bij de woningen in het plangebied. Het plan voldoet dus aan het gemeentelijk geluidbeleid. 13. Voor het plangebied is het ‘Beeldkwaliteitsplan Plakse Weide – Duiven’ opgesteld. Dit Beeldkwaliteitsplan zal ter vaststelling worden aangeboden aan de gemeenteraad voordat het bestemmingsplan ter vaststelling wordt aangeboden aan de gemeenteraad. Na vaststelling van het beeldkwaliteitsplan door de gemeenteraad hoort dit plan bij het vigerende welstandsbeleid van de gemeente Duiven, en zullen aanvragen omgevingsvergunningen ook aan de hierin opgenomen welstandseisen worden getoetst. 14. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.2.1. van de zienswijzennota. Voor wat betreft het akoestisch onderzoek geldt dat deze is gebaseerd op de notitie verkeersafwikkeling en daarmee dus ook rekening houdt met overige plannen in Duiven.

15. In het onderzoek van Goudappel (Bijlage 3) is een aanname gedaan van 100 fietsers/uur per oversteek. Deze aanname wordt niet expliciet genoemd maar is wel meegewogen. Het is vaak het geval dat er geen gegevens beschikbaar zijn. Over aantallen fietsers. Om toch de invloed van fietsers mee te nemen in de berekeningen, doen we een aanname voor de hoeveelheid fietsers, in dit geval 100 fietsers per uur per oversteek. Met het nieuwe verkeersmodel (RVMK 2023) zijn er wel fietsaantallen beschikbaar, deze zijn meegenomen in Bijlage 13. Aanvullend hierop: In Bijlage 14 heeft de gemeente het langzame verkeer samen met het gemotoriseerde verkeer op die rotonde in beschouwing genomen. Het blijkt dat de rotonde Vergertlaan - Rijksweg dan van een matige in een slechte verkeersafwikkeling vervalt. De gemeente erkent dat dit kruispunt een knelpunt vormt richting de toekomst. Daarom voert de gemeente in 2024 een variantenstudie uit naar de noodzakelijke infrastructurele aanpassingen om de genoemde knelpunten op te lossen. De uitkomsten en aanbevelingen van deze studie worden onderbouwd voorgelegd aan de gemeenteraad tijdens het proces van de nieuwe Mobiliteitsvisie, die naar verwachting eind 2024 wordt voorgelegd ter vaststelling aan de gemeenteraad. Op die manier zorgt de gemeente voor een onderbouwd plan voor de verkeerssituatie in Duiven richting de toekomst.

Op het kruispunt VergertlaanSchapenweide is nu en in de toekomst enkel sprake van voetgangers, en niet van (brom)fietsers. De Vergertlaan en het laatste deel van de Schapenweide richting de Vergertlaan is gesloten verklaard voor (brom)fietsers door middel van RVV bord C15. De oversteek voor voetgangers van en naar de bushalte verdient richting de toekomst aandacht, ook vanuit de nieuwe woonwijk Plakse Weide. In de eerder genoemde variantenstudie wordt hier rekening mee gehouden. 16. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.2.4. van de zienswijzennota. 17. Dit kruispunt is enkel op schetsniveau uitgewerkt en dient nog verder ontworpen te worden. Aspecten als verkeersveiligheid, zichtbaarheid, richtlijnen van het CROW dienen allen nog in ogenschouw te worden genomen. Van de filevorming tussen de aansluiting Plakse Weide en de rotonde Vergertlaan-Rijksweg is enkel sprake in de ochtendspits én indien de gemeente geen maatregelen treft voor dat knelpunt. Daarnaast dient het kruispunt Plakse Weide - Rijksweg zó te worden ontworpen dat de gereden snelheid op de Rijksweg omlaag wordt gebracht richting de geldende maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Dit kan bijvoorbeeld door het toepassen van een drempelplateau op het kruispunt. Er is voldoende ruimte gereserveerd om een dergelijk veilige aansluiting fysiek in te kunnen passen.

Dit ontwerp volgt in een latere fase na vaststelling van het bestemmingsplan 18. De gemeente neemt kennis van de voorgestelde maatregelen. Maatregel “a” en “c” worden onderdeel van de eerder genoemde variantenstudie. Maatregel “b” niet omdat de ontsluiting van de Plakse Weide voorzien is met een enkele hoofdontsluiting op de Rijksweg en een calamiteitenontsluiting op de Rijksweg conform het advies van Goudappel in de Notitie Verkeersafwikkeling Plakse Weide. Onvoldoende duidelijk is op welke onderzoeken en bronnen de doorgerekende getallen uit de tabellen in bijlage 1 bij de zienswijze zijn gestoeld. In de tabel worden naast getallen uit de notitie verkeersafwikkeling van Goudappel aannames gedaan voor de verdeling van het verkeer. Getallen uit oude en nieuwere rapportages uit verschillende onderzoeken met verschillende uitgangspunten worden met elkaar vergeleken. Hier kunnen naar de mening van de gemeente geen conclusies aan worden verbonden. De gemeente zoekt in de variantenstudie uit welke oplossingen de voorkeur hebben door deze oplossingen met elkaar te vergelijken en af te wegen op verschillende criteria.

19. In het Parkeerbeleid van de gemeente Duiven staat opgenomen ‘Met een goed onderbouwd plan kan een ontwikkelaar afwijken van de parkeernormen zoals opgesteld in de Parkeernormennota Duiven 2018. Ook als de gemeente zelf aanvullende doelstellingen voor een ontwikkeling vaststelt, kan de gemeente onderbouwd een lagere parkeernorm hanteren.’ In het bestemmingsplan is naar oordeel van de gemeente voldoende onderbouwd waarom bij deze ontwikkeling wordt afgeweken van de parkeernorm. Dit wordt niet met een apart beslispunt voorgelegd aan de gemeenteraad maar zit verwerkt in het vaststellen van het bestemmingsplan. 20. Op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder wordt een aftrek toegepast. Dit is een gebruikelijke wijze van toetsen. Er is geen aanleiding om voor de afzonderlijke wegen deze aftrek buiten beschouwing te laten. Voor toetsing aan de normen van het gemeentelijk geluidbeleid wordt deze juridische aftrek ook toegepast. De rand van de ontwikkeling Plakse Weide ligt aan de hoofdinfrastructuur. Deze randen zijn toetst aan de bovengrens van 58 dB uit het gemeentelijk geluidbeleid. Het gebied centraal in de ontwikkeling Plakse Weide is getoetst aan de bovengrens van 53 dB uit het gemeentelijk geluidbeleid. 21. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.3.3. van de zienswijzennota 22.

Bij de buitenruimte (tuinen en balkons) is er sprake van een beperkt geluidsniveau blijkt uit het akoestisch onderzoek. Deze geluidsbelastingen zijn dusdanig laag dat er bij alle woningen sprake is van een geluidsluwe buitenruimte. Daarmee wordt voldaan aan de vereisten uit het gemeentelijke geluidsbeleid. 23. Deze stelling heeft geen betrekking op het plangebied Plakse Weide. Deze stelling kan niet als inhoudelijke zienswijze op het plan Plakse Weide worden behandeld. 24. Zie voor de beantwoording van dit punt paragraaf 2.3.4 van de zienswijzennota. 25. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.4.2. van de zienswijzennota. 26. De anterieure overeenkomst voor de ontwikkeling van Plakse Weide is ondertekend op 16 november 2023. Volgens artikel 6.2.12 van het Bro moet het college van Burgemeester en Wethouders binnen twee weken na het sluiten van een overeenkomst als bedoeld in artikel 6.24 van de Wro een zakelijke beschrijving van de inhoud van de overeenkomst ter inzage. Met ingang van 30 november 2023 lag deze zakelijke beschrijving voor een ieder ter inzage. De gemeente heeft daarmee voldaan aan haar plicht uit het Bro. Daarnaast zegt het wel of niet openbaar zijn van de anterieure overeenkomst niets over de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Het is aan de gemeenteraad om als bevoegd orgaan te oordelen over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

De gemeente is van mening dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. 27. De ontwikkelaar heeft een onherroepelijk en onvoorwaardelijk recht op levering van de gronden verkregen door het sluiten van een overeenkomst met de eigenaar van de gronden. De uitvoerbaarheid van het plan is daarmee voor de gemeente voldoende aangetoond. Conclusie De zienswijze van reclamanten leidt op het volgende punt tot een aanpassing aan het plan: -

Artikel 3.1 onder e en artikel 3.2.2. onder d van de planregels worden verwijderd. Daarmee is een uitzichtpunt niet meer mogelijk binnen de bestemming ‘Groen’. Voor het actualiseren van het bodemonderzoek is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 7.4.1 van de planregels.

3.4.

Reclamant 4 , 6921 SH Duiven & , wonende aan kenmerk 201625783

, namens deze: , wonende aan , wonende aan , 6921 TE Duiven & 6921 JA Duiven, bij brief van 18 juli 2023,

Inhoud zienswijze De zienswijze van reclamant 4 is een exacte kopie van de zienswijze van reclamant 3. Het enige verschil is dat deze zienswijze is ingediend door een stichting en niet op persoonlijke titel van enkele omwonenden. Voor de beantwoording van deze zienswijze wordt dan ook verwezen naar de beantwoording van de zienswijze van reclamant 3.

3.5.

Reclamant 5 Witte Rentmeesters en Makelaars, namens Bouwman B.V., gevestigd aan Germerswaard 2, 6923 CD Groessen, bij brief van 17 juli 2023, kenmerk 201625786 Inhoud zienswijze 1. Reclamant is van mening dat de gemeente eerst woningen op Biezenkampen moet bouwen alvorens te bouwen op Plakse Weide; 2. Reclamant stelt dat diverse ‘geitenpaadjes’ worden bewandeld om woningbouw op Plakse Weide te realiseren; 3. Reclamant is van mening dat de woningbouw op Plakse Weide beperkt moet blijven tot het bouwen van woning voor starters en senioren; 4. Reclamant is van mening dat de woningbouw op Plakse Weide beperkt alleen daar waar de geurnorm van 3 OU/m3 niet wordt overschreden; 5. Reclamant is van mening dat de woningbouw op Plakse Weide beperkt moet blijven tot de locaties daar waar de voorkeurswaarden van 48 dB niet wordt overschreden; 6. Reclamant stelt dat het bouwverbod uit artikel 11.1.1. van de planregels moet worden gehanteerd en stelt voor daarvoor geen afwijkingsmogelijkheid te bieden. Beantwoording zienswijze 1. Bij besluit van 26 januari heeft de gemeenteraad besloten planvorming voor Plakse Weide op te starten en te komen tot overeenkomsten met de ontwikkelaars. Bij besluit van 7 juni 2022 heeft de gemeenteraad besloten om voor locatie Biezenkampen voorlopig geen planvorming op te starten.

In april 2024 heeft de gemeenteraad de motie ‘mogelijkheden bouwen Biezenkampen besproken’. Na toezegging van de wethouder hier voortvarend mee aan de slag te gaan, is de motie ingetrokken. Er wordt nu gewerkt aan een projectplan voor het bouwen van ca. 100-150 modulair verplaatsbare woningen (het zgn. flexwoonproject) en daarnaast is de gebiedsvisie voor de totale locatie in ontwikkeling. Die visie gaat over het totale gebied Biezenkampen en welke functies waar in dit gebied kunnen landen. In totaliteit verwacht de gemeente hier zo’n 300 woningen (inclusief de 100-150 modulair verplaatsbare woningen) te kunnen bouwen. De gemeente werkt gelijktijdig aan diverse uitbreidingsplannen. Dit omdat uit de woningbouwevaluatie blijkt dat er, gelet op de prognoses aanvullende woningbouwlocaties nodig zijn. 2. Het bestemmingsplan voldoet aan alle geldende wet- en regelgeving. De gemeente is van mening dat er geen ‘geitenpaardjes’ worden bewandeld om de woningbouw op Plakse Weide mogelijk te maken. De keuze om op locatie Plakse Weide woningen te bouwen is

3.

4. 5.

6.

een besluit van de gemeenteraad, de gemeenteraad is bevoegd tot het maken van deze keuze. De hoofdopgave binnen de gemeente Duiven is om te bouwen voor 1-2 persoonshuishoudens. Mede daarom worden in het bestemmingsplan ook meerdere appartementsgebouwen mogelijk gemaakt. Door de grootte van de wijk vindt de gemeente differentiatie in soort en grootte van de woningen belangrijk, zo ontstaat er een leefbare wijk voor nu en in de toekomst. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.4.3. van deze zienswijzennota. Het bestemmingsplan voldoet op het gebied van geluid aan de geldende wet- en regelgeving. De gemeente is daarmee van mening dat is voldaan aan een goede ruimtelijke ordening op het gebied van geluid. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.4.3. van deze zienswijzennota.

Conclusie De zienswijze van reclamant leidt niet tot aanpassingen aan het plan.

3.6.

Reclamant 6 , namens , gevestigd aan de , 6921 PJ Duiven, bij brief van 17 juli 2023, kenmerk 201625791 Inhoud zienswijze 1. Reclamant vreest verkeers- en geluidsoverlast nabij de kruising Oostsingel (N810) – Broekstraat; 2. Reclamant stelt dat woningbouw beperkt moet blijven tot de woningen waarbij de voorkeurswaarde van 48 dB niet wordt overschreden. Beantwoording zienswijze 1. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.2.2. van deze zienswijzennota. Aanvullend hierop: In de Netwerkanalyse Verkeer (SWECO, d.d. 8-11-2022) zien we een afname van de intensiteit op de Oostsingel (N810) van circa 20.500 motorvoertuigen per werkdagetmaal nu (2022) naar circa 13.000 in het planjaar (2030) tussen de Vergertlaan en de Noordsingel (tracédeel nabij de Broekstraat). Op de Oostsingel (N810) tussen de Vergertlaan en de nieuwe aansluiting met de A15 blijft de verkeersintensiteit ongeveer gelijk met circa 15.000 motorvoertuigen per werkdagetmaal. De verklaring hiervoor is, dat een deel van het huidige verkeersaanbod van en naar de aansluiting A12 bij Duiven vanuit Zevenaar-West, Groessen, Pannerden, et cetera wordt afgevangen door de aansluiting op de A15. Dit verkeer rijdt dus niet meer over de Oostsingel (N810) richting de A12, maar via de A15.

Met de ontwikkeling van Plakse Weide neemt het verkeersaanbod op de Oostsingel (N810) dus nog steeds fors af op het tracédeel nabij de Broekstraat ten opzichte van de huidige situatie. De huidige verkeersregelinstallatie op de oversteek Broekstraat-Oostsingel (N810) wordt hiermee ook ontlast. Hierdoor wordt de doorstroming beter. Dit kruispunt (Oostsingel (N810)-Broekstraat) is in beheer van de Provincie. Er loopt een onderzoek naar de mogelijkheid om een veiligere oversteek te creëren voor het langzame verkeer op dit kruispunt. Dit onderzoeken de gemeente en de provincie gezamenlijk. Het volledig afsluiten van dit kruispunt is op dit moment niet aan de orde voor zover bekend bij de gemeente.

2. De gemeente neemt de voorkeur van reclamant voor kennisgeving aan. Het bestemmingsplan voldoet op het gebied van geluid aan de geldende wet- en regelgeving. Conclusie De zienswijze van reclamant leidt niet tot aanpassingen aan het plan.

3.7.

Reclamant 7 , wonende aan kenmerk 201625866

, wonende aan , 6921 TE Duiven & , 6921 TE Duiven, bij brief van 18 juli 2023,

Inhoud zienswijze 1. Reclamanten merken op dat het uiteindelijke stedenbouwkundig ontwerp een billijke uitkomst is van het doorlopen participatieproces; 2. Reclamanten merken op dat, als Plakse Weide zo wordt gebouwd als beschreven in het Beeldkwaliteitsplan, er voor hen weinig reden tot zorg is; 3. Reclamanten vragen om in de regels van het bestemmingsplan bij grondgebonden woningen op te nemen dat deze maximaal 3 bouwlagen hoog mogen worden; 4. Reclamant vraagt de afwijkingsmogelijkheid zoals is opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan strenger te formuleren. Beantwoording 1. De gemeente is content dat reclamant kan instemmen met het voorliggende ontwerp en zicht gehoord voelt. 2. De gemeente is content de zorgen bij reclamanten in ieder geval voor een groot deel te hebben kunnen wegnemen. Het beeldkwaliteitsplan wordt voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Na vaststelling van het beeldkwaliteitsplan door de gemeenteraad, geldt het beeldkwaliteitsplan als een herziening van de welstandnota en zullen aanvragen om omgevingsvergunning ook aan de hierin opgenomen welstandseisen worden getoetst. 3. De gemeente zal naar aanleiding van dit punt artikel 6.2.1 onder b van de planregels van het bestemmingsplan aanscherpen en een maximum aantal bouwlagen op de verbeelding toevoegen. 4.

Het is aan de gemeente om af te wijken van het beeldkwaliteitsplan, waarbij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een adviesorgaan voor de gemeente is. De ontwikkelaar kan dit dus nooit zo maar eenzijdig doen. Er blijft altijd een toetsende rol van de gemeente die conform haar rol altijd een goede belangenafweging zal maken. Conclusie De zienswijze van reclamanten leidt op het volgende punt tot een aanpassing aan het plan: -

3.8.

Artikel 6.2.1. onder b van de planregels wordt als volgt aangepast: de bouwhoogte bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte en maximaal aantal bouwlagen; Op de verbeelding wordt ter plaatse van de grondgebonden woning een maximum aantal bouwlagen van 3 toegevoegd;

Reclamant 8 , namens de heer , wonende aan , 6921 AJ Duiven, bij brief van 19 juli 2023, kenmerk 201626071

Inhoud zienswijze 1. Reclamant stelt dat zijn uitzicht richting landelijk gebied zal worden ontnomen; 2. Reclamant vreest voor een beperking in zijn bedrijfsactiviteiten; 3. Reclamant vreest zijn perceel niet meer te kunnen verlaten door toename van verkeer op de Rijksweg; 4. Reclamant vreest voor verzakking tijdens de bouw; 5. Reclamant vindt dat de gemeente op Biezenkampen moet bouwen. Beantwoording zienswijze 1. Het klopt dat het uitzicht van reclamant wezenlijk zal veranderen als gevolg van de komst van woningen op Plakse Weide. De wet kent geen echter recht op vrij uitzicht. Reclamant kan zich dus niet beroepen op zijn recht om vrij uitzicht te behouden. Mocht reclamant van mening zijn schade te lijden als gevolg van het bestemmingsplan dan staat het reclamant vrij om een verzoek tot planschade in te dienen. Planschade is geregeld bij wet en een verzoek tot vergoeding van planschade kan worden ingediend vanaf het moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. 2. Reclamant wordt niet beperkt in zijn bedrijfsactiviteiten. Voor het bedrijf met aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – aannemersbedrijf aan de Rijksweg 110 geldt milieucategorie 3.1 met bijbehorende richtafstand van 50 meter. Milieucategorie is een vakterm uit de planologie in Nederland. Het is een classificatie van de belasting die een (bedrijfs)activiteit kan leggen op het milieu.

Hoe hoger de klasse, hoe intensiever de belasting van het milieu. Voor milieucategorie 3.1 geldt dus een richtafstand van 50 meter tot naastgelegen woningen De afstand tot de nieuwe woningen voldoet aan deze richtafstand. 3. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.2.2. van deze zienswijzennota. Aanvullend hierop: De bouw van maximaal 300 woningen op locatie Plakse Weide op zichzelf zorgt in totaal maximaal voor circa 1800 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal in die zich vanaf de aansluiting met de Rijksweg verdelen over het wegennet. De Rijksweg is een Gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een geldende maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Deze toename van verkeersintensiteit als gevolg van Plakse Weide, kan met één hoofdontsluiting voor Plakse Weide door deze weg zonder problemen worden afgewikkeld. Dit blijkt uit tabel 4.5 op pagina 14 van Bijlage 3. De verliestijden en de intensiteit op de Rijksweg in verhouding tot de capaciteit die de weg aankan ligt ruim binnen het groene gebied (goede afwikkeling). Dit geldt zowel bij het onderzoek met de getallen van RVMK 2021 (Bijlage 3) als met getallen van RVMK 2023 (Bijlage 13). 4. Deze stelling van reclamant ten aanzien van de angst voor verzakking heeft geen betrekking op het bestemmingsplan zelf, maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten komen niet aan de orde in de bestemmingsplanprocedure.

5. Bij besluit van 26 januari heeft de gemeenteraad besloten planvorming voor Plakse Weide op te starten en te komen tot overeenkomsten met de ontwikkelaars. Bij besluit van 7 juni 2022 heeft de gemeenteraad besloten om voor locatie Biezenkampen voorlopig geen planvorming op te starten. In april 2024 heeft de gemeenteraad de motie ‘mogelijkheden bouwen Biezenkampen besproken’. Na toezegging van de wethouder hier voortvarend mee aan de slag te gaan, is de motie ingetrokken. Er wordt nu gewerkt aan een projectplan voor het bouwen van ca. 100-150 modulair verplaatsbare woningen (het zgn. flexwoonproject) en daarnaast is de gebiedsvisie voor de totale locatie in

ontwikkeling. Die visie gaat over het totale gebied Biezenkampen en welke functies waar in dit gebied kunnen landen. In totaliteit verwacht de gemeente hier zo’n 300 woningen (inclusief de 100-150 modulair verplaatsbare woningen) te kunnen bouwen. De gemeente werkt gelijktijdig aan diverse uitbreidingsplannen. Dit omdat uit de woningbouwevaluatie blijkt dat er, gelet op de prognoses aanvullende woningbouwlocaties nodig zijn. Conclusie De zienswijze van reclamant leidt niet tot aanpassingen aan het plan.

4. Wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Op de volgende punten leiden zienswijzen van reclamanten tot aanpassingen van het bestemmingsplan: -

-

-

Artikel 3.1 onder e en artikel 3.2.2 onder d van de planregels worden verwijderd. Daarmee is een uitzichtpunt niet meer mogelijk binnen de bestemming ‘Groen’. Artikel 6.2.1. onder b van de planregels wordt als volgt aangepast: ‘De bouwhoogte bedraagt maximaal de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte en maximaal aantal bouwlagen;’ Dit omdat naar aanleiding van een zienswijze op de verbeelding ter plaatste van de grondgebonden woningen een maximum aantal bouwlagen van 3 is toegevoegd In artikel 6.3.2 van de planregels is de volgende voorwaardelijke verplichting opgenomen: ‘Voor het gebruik genoemd in Artikel 6 geldt de voorwaardelijke verplichting dat de gronden pas in gebruik mogen worden genomen als de grond hiervoor geschikt is gemaakt. Dit is pas het geval wanneer het bevoegd gezag hierover uitsluitsel heeft gegeven middels een beschikking/goedkeuring ten aanzien van een uitgevoerd bodemonderzoek en eventueel benodigde en uitgevoerde bodemsanering.’ Op de verbeelding wordt ter plaatse van de grondgebonden woning een maximum aantal bouwlagen van 3 toegevoegd;

Regels Naast de wijzigingen die zijn doorgevoerd door ingediende zienswijzen heeft de gemeente geconstateerd dat er enkele wijzigingen in het bestemmingsplan noodzakelijk zijn. Tevens zijn er enkele gebreken uit het ontwerpbestemmingsplan hersteld. Daarom is het bestemmingsplan op de volgende punten nog ambtshalve gewijzigd: Artikel 1: -

-

-

Artikel 1.4: het begrip ‘Aaneengebouwde woningen’ is toegevoegd aan de planregels ter verduidelijking van artikel 6.1 onder a. Artikel 1.13: Om de definitie van het begrip 'betaalbare koopwoning' beter aan te laten sluiten bij de actuele omschrijving van betaalbare koopwoningen is artikel 1.13 van de planregels gewijzigd. o Deze definitie was in het ontwerpbestemmingsplan: “Een koopwoning met een koopprijs vrij op naam van maximaal € 210.000,-, uitgaande van het prijspeil van 1 januari 2021 geïndexeerd op basis van de BDB Bouw(kosten)data index.” o Deze definitie wordt in het definitieve plan: “Een koopwoning met een koopprijs vrij op naam van maximaal de prijsgrens voor een betaalbare woning in het lage segment als bedoeld in artikel 2 lid 1 van de Doelgroepenverordening gemeente Duiven 2023 of diens rechtsopvolger(s).” Artikel 1.22: Het begrip ‘bouwwerk, geen gebouw zijnde’ is in artikel 1.22 toegevoegd aan de planregels. Omdat elders in het bestemmingsplan dit begrip wordt gebruikt treedt deze in de plaats van het begrip ‘overig bouwwerk’ waarover in het bestemmingsplan verder niet wordt gesproken. Artikel 1.24: Het begrip ‘dure koopwoning’ is in artikel 1.24 toegevoegd aan de planregels ter verduidelijking van artikel 14.1.

Artikel 1.29: Het begrip ‘gevoelige functies voor gewasbeschermingsmiddelen’ is in artikel 1.29 toegevoegd aan de planregels ten behoeve van de 'specifieke vorm van groen spuitzone'.

-

-

Artikel 1.30 ‘Grondgebonden veehouderij’ is als begrip toegevoegd aan artikel 1.30 van de planregels ter verduidelijking van Artikel 3.3. Artikel 1.34: Om de definitie van het begrip ‘Middenhuurwoning’ beter aan te laten sluiten bij de actuele omschrijving van middenhuurwoningen is artikel 1.34 van de planregels gewijzigd. o Deze definitie (artikel 1.29 ontwerpbestemmingsplan) was in het ontwerpbestemmingsplan: “een huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste € 900,-“ o Deze definitie wordt in het definitieve plan: “Een huurwoning met een maximum van 186 punten conform het moderniseerde woningwaarderingsstelsel (WWS).” Artikel 1.35: Het begrip ‘middeldure koopwoning’ is in artikel 1.35 toegevoegd aan de planregels ter verduidelijking van artikel 14.1.

Artikel 3 -

Artikel 3.1: ‘parkeervoorzieningen’ is in artikel 3.1 onder e toegevoegd aan de bestemmingsomschrijving en uit de laatste zin van artikel 3.1 gehaald. Artikel 3.3: In artikel 3.3 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen van ‘Groen’ naar ‘Wonen’, en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Deze wijzigingsbevoegdheid komt in plaats van artikel 11 uit het ontwerpbestemmingsplan. Onder voorwaarden zijn burgemeester en wethouders bevoegd om ter plaatse van de aanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’ de bestemming te wijzigen.

Artikel 6 -

-

-

-

Artikel 6.2.1 onder c uit het ontwerpbestemmignsplan komt te vervallen omdat deze zone in het bestemmingsplan is bestemd als ‘Groen’. Artikel 6.2.1 onder c in het bestemmingsplan is aangepast naar: ‘de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 2 meter, met uitzondering van gestapelde woningen, hoofdgebouwen die aan twee zijden aaneen zijn gebouwd en aaneengebouwde woningen grenzend aan openbaar gebied.’ Artikel 6.2.6: De voorwaardelijke verplichting geluidwerende voorziening uit artikel 10.2 van het ontwerpbestemmingsplan is verplaatst naar artikel 6.2.6 omdat het hier een regel over de bestemming ‘Wonen’ betreft. Artikel 6.2.7: De voorwaardelijke verplichting geluidsbelasting uit artikel 6.3.1 van het bestemmingsplan is verplaatst naar artikel 6.2.7 omdat het een bouwregel en geen gebruiksregel betreft. Artikel 6.3.3: De voorwaardelijke verplichting watercompensatie uit artikel 10.3 van het ontwerpbestemmingsplan is verplaatst naar artikel 6.3.3 omdat het hier een regel over de bestemming ‘Wonen’ betreft. Het aantal m3 aan waterberging is aangepast aan het aantal woningen dat volgens het bestemmingsplan binnen de bestemming ‘Wonen’ mogelijk is. Voor de woningen die na wijziging volgens artikel 3.3 mogelijk zijn is een aparte voorwaarde voor waterberging opgenomen.

Artikel 8 -

Artikel 8 ‘Waarde – Hoge archeologische verwachting’ is toegevoegd om te borgen dat archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd. Dit omdat de eigenaar van het terrein belemmert dat archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het plangebied.

Artikel 11: -

Artikel 11: Artikel 11 uit het ontwerpbestemmingsplan is verwijderd, hiervoor is artikel 3.3 in het bestemmingsplan in de plaats gekomen; Artikel 11.2: Artikel 11.2 in het bestemmingsplan is toegevoegd. Op de verbeelding is de ‘specifieke vorm van groen – spuitzone’ aangeduid. Binnen deze zone is de bouw van woningen niet mogelijk zonder een planologische besluit die het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in een zone van 50 meter vanaf de ‘specifieke vorm van groen – spuitzone’ uitsluit. Met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen was in het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening gehouden. Nu is dat wel het geval.

Artikel 14: -

Artikel 14.1: Artikel 14.1 uit het ontwerpbestemmingsplan is verwijderd uit de planregels omdat Artikel 8 is toegevoegd. Artikel 14.1 onder b: In artikel 14.1 lid b zijn de afmetingen van de parkeerplaatsen aangepast naar een minimum van 2.00 meter breed omdat dit aansluit bij de parkeernormennota.

Verbeelding -

-

-

Omdat de zone waarvoor een bouwverbod gold in het ontwerpbestemmingsplan is gewijzigd naar de bestemming ‘Groen’ met in Artikel 3.3. een wijzigingsbevoegdheid is de bestemming ‘Groen’ op de verbeelding uitgebreid. Voor de zone waar de wijzigingsbevoegdheid geldt is de ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’ toegevoegd op de verbeelding. Om te borgen dat archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het plangebied is de bestemming ‘Waarde – hoge archeologische verwachtingswaarde’ is op de verbeelding toegevoegd ‘specifieke vorm van groen – spuitzone’ is toegevoegd op de verbeelding.

5. Zienswijzen integraal

Zienswijze 1

Gemeenteraad van de gemeente Duiven Koning Willem-Alexanderplein 1 6921

ES Duiven

Duiven, 6 juli 2023

Onderwerp: zienswijze ontwerpbestemmingsplan Plakse Weide NL.IMRO.0226.BPDU.IVENNOORD010-ON01 (mei 2023)

Geachte Raad, Recent namen wij kennis van het ontwerp bestemmingsplan van de nieuwe woonbuurt Plakse Weide

te Duiven. Als bewoners van de Fanfare zijn wij belanghebbend. Om die reden delen wij bij deze onze zienswijze op dit ontwerp en vragen we om deze in overweging te nemen in de verdere

besluitvorming.

1.

De locatie van de hoogbouw op de hoek Vergertlaan /Rijksweg.

Op de tekeningen zien wij een hoogbouwcomplex op de hoek Vergertlaan/Rijksweg. Tot onze verbazing is de ligging van (een deel van) de appartementen dusdanig, dat deze uitkijken op de wijk (geanonimiseerd) Lommerweide. Onze woning is gelegen aan de BOnze

woning is uniek vanwege de prachtige

serre die aan de voorzijde van de woning is gelegen. De serre maakt deel uit van onze woonkamer en met name in het voor- en najaar maken we er veel gebruik van. De serre is geheel van glas, ook het dak. Het is een zogenaamd “unique selling point” van ons huis, een echte blikvanger. En nu nog waardevermeerderend bij verkoop. Helaas vrezen we dat onze serre straks eerder een bron van last zal zijn gezien de plannen. In het licht van de huidige woningmarkt hebben we alle begrip voor de nieuwbouw van woningen in ons dorp, ook op Plakse Weide. Maar een (laagbouw) eengezins- of bijvoorbeeld seniorenwoning is wezenlijk anders dan hoogbouw. Immers, de nieuwe bewoners kijken straks recht in onze serre. We voelen ons daardoor aangetast in onze privacy. Wij kunnen ons voorstellen dat de huidige bouwplannen voor de toekomstige verkoop minder goed zal uitpakken. Op de onderstaande foto is onze serre te zien:

En vanuit de serre is het huidige uitzicht als volgt:

In het licht van het uitzicht willen we niet onvermeld laten dat ook de toekomstige bewoners van Plakse Weide waarschijnlijk een mooier uitzicht zouden hebben indien het complex gedraaid zou worden.

2.

Deze locatiekeuze is eind vorig jaar aan ons gepresenteerd als een voldongen feit.

Van enige inspraak over de locatie van dit appartementencomplex (en de stedenbouwkundige opzet van de rest van de buurt) is tot onze spijt geen sprake geweest. Dat steekt ons in het bijzonder, omdat in eerdere bewonersbijeenkomsten nog om onze input is gevraagd. Het huidige ontwerp is ons als voldongen feit gepresenteerd in het najaar van 2022. Onderwerp van die bijeenkomst was de

inrichting van het groen, desgevraagd was het uitdrukkelijk niet de bedoeling van die avond om nog in te gaan op het stedenbouwkundige aspect. Dat leek toen al vast te staan. Met een goede suggestie van een medebewoner van de Fanfare na afloop van die bijeenkomst om het appartementencomplex dan te draaien om in elk geval voor ons en voor de toekomstige bewoners een ander uitzicht te garanderen is tot onze teleurstelling klaarblijkelijk niets gedaan.

3.

Zoals ook benoemd door onze bewonersgroep vrezen we de toename van extra verkeer en geluid.

Wellicht ten overvloede: op sommige dagen is er nu al sprake van verkeers- en geluidsoverlast.

Invoegen op de Vergertlaan vanuit Lommerweide (Schapenweide) s soms lastig en er zijn momenten dat er files staan op de Vergertlaan. Dit levert geluidsoverlast (ronkende motoren) en stankoverlast en ook veel ergernis, om nog maar te zwijgen van de milieu aspecten (luchtkwaliteit). De gemeente heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan, maarop dit punt, het beter reguleren dan wel het verminderen van verkeersstromen op bepaalde plekken in Duiven, zien wij (nog) geen maatregelen. Het is evident dat dit door de nieuwbouw (mede in licht van andere woningbouwplannen en/ofde doortrekking van de A15) alleen maar toe zal nemen. Daarnaast maken we ons ook zorgen over de veiligheid bij toekomstige oversteekplaatsen en bij de rotonde van fietsers en wandelaars. Van de rotonde maken nu veel fietsers gebruik. Op dit drukke punt zijn al vaker (bijna)verkeersongelukken gebeurd tussen snelverkeer en fietsers. Nieuwbouw (en dus meer verkeersbewegingen) maken deze situatie er niet bepaald veiliger op.

Daarnaast: de geluidsbelasting op de gevel van onze woning is nu al bijzonder hoog. Te verwachten is dat deze nog verder toe zal nemen. Extra isoleren is gezien onze woning een lastige opgave (gezien de glazen serre) en zal in elk geval de nodige financiële consequenties hebben. Om nog maar te zwijgen

van de dalende waarde van onze woning door bovengenoemde zaken. 4.

Verzoek

Bovenstaande punten in ogenschouw genomen, vragen we u om het plän op een aantal punten in heroverweging te nemen:

-

Ten aanzien van de locatie/Iigging van het appartementengebouw op de hoek

-

Vergertlaan/Rijksweg Ten aanzien van de toename van verkeer en geluid (en als gevolg daarvan toename van stank, uitstoot en mogelijke milieu- en gezondheidsschade).

Wij vertrouwen erop dat u op basis van de genoemde informatie de juiste stappen zult zetten en tegemoet komt aan onze bezwaren. Graag ontvangen wij uw inhoudelijke reactie. Als u verdere informatie nodig heeft kunt u uiteraard contact met ons opnemen. Met vriendelijke groet,

(geanonimiseerd) e (geanonimiseerd) 6921 TE B

Zienswijze 2

GOORTS

Goorts+

:

Coppens advocaten|Adriveurs Gemeente

+ COPPENS

VOF

NLESSI9saeaBor IEA STNLIGRABOUI21A905P

Duiven

t.a.v. het college van burgemeester en wethouders Postbus 6 6920 AA

DUIVEN

AANTEKENEN

Helmond, 13 juli 2023

Onzeref. uwref.

(geanonimiseerd) _ : D20230394 W Gemeente Duiven (F) : 245840

Behandelaar : (geanonimiseerd) Emaildret (geanonimiseerd)

Geachte heer, mevrouw,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) wonende aan de 6923 (geanonimiseerd) Namens mijn cliënten, de heerl DC te B (geanonimiseerd) mede handelend namens de besloten vennootschap gevestigd aan de N (geanonimiseerd) (6921 RP) B beide ook in hun hoedanigheid als vennoten van de vennootschap onder firma (geanonimiseerd) M (hierna gezamenlijk in enkelvoud te noemen: cliënt), gevestigd op hetzelfde adres, dien ik hierbij zienswijzen in tegen het door u vastgestelde ontwerpbestemmingsplan “Plakse Weide” en het ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid.

Op 8 juni 2023 heeft u een ontwerp voor dit bestemmingsplan bekend gemaakt. Tot 19 juli 2023 kunnen zienswijzen op het ontwerp aan u kenbaar worden gemaakt. Van die gelegenheid maakt cliënt graag gebruik. Zienswijzen

Cliënt kan zich niet verenigen met het ontwerpbestemmingsplan. Cliënt licht dit hieronder nader toe.

1.

Inleiding

Cliënt is eigenaar van meerdere percelen rondom en in het ontwerpplan ‘Plakse Weide’. Het gaat om de percelen kadastraal bekend, gemeente Groessen, G-609, G-613, G-615, en gemeente Duiven 1-502, 1-223, -242. Tevens heeft hij een gedeelte van het perceel Groessen G 580 in gebruik.

INFORGCA.NL

088 0034 300

WWW.GCA.NL

POSTBUS 971 - 5700 AZ - HELMOND

EINDHOVEN - HELMOND - DEURNE

E

Goorts+

Coppens

Advocaten | Adviseurs

Op de percelen G-609 en G-613 is het ontwerpbestemmingsplan van toepassing. Het bestemmingsplan “Plakse Weide” maakt woningbouw op de betreffende locatie mogelijk. Beoogd wordt woningbouw te realiseren op de percelen van cliënt. De percelen zijn grofweg omlijnd op de volgende afbeelding:

Cliënt heeft verschillende percelen in en rondom de gronden waarop het ontwerpplan ziet. Cliënt

heeft daarnaast een intensieve veehouderij op circa 200 meter afstand van het woningbouwplan.

(geanonimiseerd) Duiven. Zie kadastraal perceel hieronder: Deze is gevestigd aan de e

(geanonimiseerd) e Duiven M

Op grond van het bestemmingsplan “Buitengebied 2013” vastgesteld op 1 januari 2015, hebben de

betreffende percelen de bestemming "Agrarisch” met aanduiding “Waarde — Lage archeologische verwachting”. Dit is tevens weergegeven op onderstaande afbeelding:

Goorts+

l

Coppens

aaroesten|

AAvaeuee

o“

‚

Bestemming “Agrarisch” onder het oude bestemmingsplan “Buitengebied 2013”

De bestemming “Agrarisch” blijft op het grootste deel van de percelen van cliënt gelden. Het ontwerpbestemmingsplan “Plakse Weide” heeft betrekking op zijn percelen G-609 en G-613. Het gaat om het volgende gedeelte:

\

Z

2

Bestemmingsplan "Plakse Weide”

Grotendeels krijgen de percelen de bestemming “Wonen”. Daarbij komt tevens de bestemming “Groen”. Cliënt kan zich niet met het ontwerpbestemmingsplan verenigen. t licht dit hieronder nader toe.

Vooraf merkt cliënt nog op dat hij niet uit is op een geschil. Hij is met de projectontwikkelaar in gesprek geweest om tot een oplossing te komen. De betreffende gronden zijn immers (nog) eigendom van cliënt. Er hebben verschillende gesprekken plaatsgevonden. Partijen zijn echter niet tot een minnelijke oplossing gekomen. Cliënt is niet per definitie tegen de betreffende woningbouw. Echter, cliënt wil niet beperkt worden in zijn bedrijfsvoering. Cliënt staat nog steeds open voor overleg met de projectontwikkelaar.

Goorts+

I

Coppens

Adroesen | lreesrs

2.

Goede ruimtelijke ordening

Ingevolge artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moeten bestemmingen in het bestemmingplan op basis van een goede ruimtelijke ordening worden aangewezen. De ruimtelijke ordening heeft als doel zo gunstig mogelijk voorwaarden te creëren voor het gebruik en de ontwikkeling van een gebied. Hierbij moet de vraag worden gesteld in hoeverre bestemmingen naast elkaar kunnen bestaan. Een goede belangenafweging van de verschillende met de

bestemming gemoeide belangen is noodzakelijk. Het momenteel in voorbereiding zijnde plan, ontbeert een deugdelijke motivering en daarmee ook een goede ruimtelijke ordening. Dit is in strijd met artikelen 3:46 en 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Op grond van het in artikel 3:2 van de Awb opgenomen zorgvuldigheidsbeginsel dient het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit alle nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen, te vergaren. De voor de belanghebbende nadelige gevolgen mogen op grond van artikel 3:4, tweede lid, van de Awb niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen

doel.

Uw college heeft in het ontwerpbestemmingplan onvoldoende blijk gegeven van een deugdelijke belangenafweging. Uw college heeft de belangen van cliënt, bij het ongestoord gebruik van zijn gronden, onvoldoende onderkend en meegewogen in de besluitvorming.

Cliënt is dus van mening dat de goede ruimtelijke ordening in het geding komt met de komst van het ontwerpplan, bestaande uit maximaal 300 woningen. Cliënt licht dit hieronder nader toe. 3.

Geur

(geanonimiseerd) ‘e Duiven, kadastraal bekend Op de locatief

is de varkenshouderij van

cliënt gevestigd. Dit is een intensieve veehouderij, die naast het toekomstige woningbouwplan is

gelegen. Ten opzichte van veehouderijen gelden nadere regels ten behoeve van geur. Veehouderijen zorgen namelijk voor de uitstoot van geur die schadelijk kan zijn voor omwonenden. Om een plan

vast te mogen stellen nabij een veehouderij, moet er een deugdelijk geuronderzoek worden gedaan. Cliënt is van mening dat geur niet afdoende is onderzocht. Cliënt is van mening dat het aan het ontwerpplan ten grondslag liggende geurrapport is gebaseerd op de verkeerde uitgangspunten. Om geur te berekenen, moet worden gekeken naar de regelgeving uit de Wet geurhinderen

veehouderij

en het Activiteitenbesluit. Ondanks de uitstoot van geur op de woningen, moet de

goede ruimtelijke ordening worden gewaarborgd.

Het bepalen van de geurcontouren is van een aantal factoren afhankelijk, namelijk de vergunde of aangevraagde aantallen en soorten dieren met van toepassing zijnde stalsystemen of de gemelde

aantallen en soorten dieren met van toepassing zijnde stalsystemen. Ook de ligging, hoogte en

Goorts+

E

Coppens

Advocaten | Adviseurs

diameter van de emissiepunten en de uittreesnelheid en de gebouwhoogte zijn van belang. 8ij de berekening van de geurhinder moet gekeken worden naar de vergunde situatie of naar de ‘worst

case’ uitgangspunten. Dit s afhankelijk van de aanleiding voor de berekening. Uit de jurisprudentie blijkt dat je voor berekening van de afstand van de geuremissie moet kijken naar de rand van het bouwvlak. Je moet immers uitgaan van de maximale mogelijkheden van het plan.

“De in artikel 3.117, eerste lid, van het Activiteitenbesluit voorgeschreven afstand wordt gemeten tussen de buitenzijde van het geurgevoelig object tot het dichtstbijzijnde emissiepunt. En

“Voor de vraag vanaf welk punt had moeten worden berekend of aan de afstand van [..]en de maximaal toegestane geurbelasting van [...] wordt voldaan is het volgende van belang. In beginsel dient als uitgangspunt te gelden de grens van het aangegeven bouwvlak van de veehouderij, aangezien binnen het gehele bouwvlak bedrijfsbebouwing tot stand kan komen waarin hinderveroorzakende activiteiten plaatsvinden.”! Voor het bepalen van de geurcontour wordt dus uitgegaan van de rand van het bouwvlak, tot aan

het geurgevoelige object. Dit omdat er uitbreiding mogelijk is binnen het bouwvlak. Als wordt gemeten vanafde feitelijke situatie, dan wordt het bedrijf beperkt in de uitbreidingsmogelijk. In het rapport is opgenomen dat niet uitgegaan hoeft te worden van het gehele bouwvlak, omdat de

locatie al door bestaande geurgevoelige objecten wordt belemmerd. Deze stelling is echter onjuist. De veehouderij wordt immers niet belemmerd door bestaande geurgevoelige objecten. Niet is gelegen in

Duiven-Noord op circa 300 meter afstand. De overige (bedrijfs)woningen in de omgeving zijn ook op

grote afstand gelegen. Daarvoor gelden ook andere normen dan voor burgerwoningen. Zoals op onderstaande afbeelding weergegeven zijn er in de omgeving van het bedrijf van cliënt

(weergegeven in paars) dan ook geen woningen of andere gevoelige objecten gelegen.

1 ECLI:NL:RVS:2013:3089.

:

Goorts+

Coppens

Advoeaten | Adviseurs

De omgeving van het bedrijf van cliënt

Het plangebied “Plakse Weide” betreft een concentratiegebied. De locatie is gelegen binnen de bebouwde kom. Gelet op jurisprudentie is de “Plakse Weide” gelegen binnen de bebouwde kom. Gelet op de aard en omvang van de omgeving kan worden gesteld dat hier sprake is van bebouwde

kom. Dat op dit moment de feitelijke bebouwing nagenoeg ophoudt, en het agrarisch gebied begint, maakt dit niet anders. Ter onderbouwing blijkt dit tevens uit onderstaande afbeelding. De “Plakse Weide” is met rood omcirkeld.

2 ECLI:NL:RVS:2014:1218.

Goorts+

[G+ Coppens

Op grond van artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet geurhinder en veehouderij, geldt in beginsel een geurbelasting van 3 odour units per kubieke meter. Als er dus een grotere belasting optreedt

dan 3 odour units per m’, dan is een goed woon- en leefklimaat niet gewaarborgd. Bij de geurberekening is echter uitgegaan van onjuiste standpunten en waarden. Aangegeven wordt dat de belemmering van meer dan 3 odour units aanvaardbaar is, omdat de veehouderij al wordt

belemmerd door bestaande geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom. Zoals hiervoor al weergegeven is dit niet juist. Er moet dus aan de norm van maximaal 3 odour units worden voldaan, die volgens de berekening van de deskundigen wordt overschreden. 4.

Strijd met de rechtszekerheid

In artikel 11.1.1 van de planregels is opgenomen dat op de gronden met de aanduiding ‘Milieuzone— geurzone’ het niet is toegestaan om nieuwe geurgevoelige objecten te bouwen, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen. Dit omdat de geurbelasting hoger is dan het gemeentelijke geurbeleid toelaat.

Over een deel van het plan loopt de aanduiding ‘milieuzone — geurzone’, zoals weergegeven op onderstaande afbeelding.

Hier mogen dus geen nieuwe geurgevoelige objecten worden gebouwd. Het begrip geurgevoelig object is niet gedefinieerd in de planregels, daarom wordt aangesloten bij de wet (art. 1 Wgv]: “Gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt].” Dit ziet dus ook op een woning. Er zou daar dus geen woning gebouwd mogen worden, terwijl wel

de bestemming ‘wonen’ van toepassing is. Daarbij komt dat in artikel 11.1.2 van de planregels is opgenomen dat van het bouwverbod afgeweken kan worden.

Goorts+

I

Coppens

Adroesen | Aaeeurs

“Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1.1 mits:

a.

ter plaatse van de op te richten geurgevoelige objecten ten tijde van de ingebruikname van de woning(en) sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, gelet op de geurbelasting door omliggende veehouderijen; en

b.

de gebruiksmogelijkheden van omliggende veehouderijen niet in onevenredige mate worden aangetast of belemmerd door de op te richten geurgevoelige objecten.”

Het is dus heel eenvoudig om af te wijken van het bouwverbod. Dit blijkt ook uit de toelichting. “In de eerste fase kunnen zonder belemmeringen minimaal 180 woningen worden

gerealiseerd (buiten de geldende geurcontour). Voor de tweede fase is in het bestemmingsplan een bouwverbod opgenomen, waarvan middels een afwijkingsbevoegdheid door het college van B&W mag worden afgeweken.” Deze keuze ligt bij het college. Hierdoor komt de rechtszekerheid in het geding. Er wordt een

bouwverbod opgenomen, maar daarvan kan ook worden afgeweken. Dit biedt dus geen enkele waarborg voor cliënt. Uit de jurisprudentie blijkt dat een afwijkingsbevoegdheid voorwaarden moet bevatten die voldoende concreet zijn om de rechtszekerheid te waarborgen.

“Gelet op de rechtszekerheid van belanghebbenden dient in een afwijkingsbevoegdheid in voldoende mate te worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden hiervan gebruik mag worden gemaakt. Een op artikel 3.6, eerste lid, aanhefen onder c‚ van de Wro

berustende regeling dient derhalve door voldoende objectieve normen te worden begrensd.”? In dit geval zijn de voorwaarden onvoldoende concreet. Ze zijn immers breed en open geformuleerd, waardoor er te eenvoudig aan wordt voldaan. De rechtszekerheid wordt met dit artikel niet

gewaarborgd. De afwijkingsbevoegdheid is dan ook ten onrechte, en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, opgenomen. 5.

Onvoldoende rekening gehouden met agrarische bedrijfsvoering op overige agrarische percelen grenzend aan het plangebied

Uit de planbepalingen en de toelichting is onvoldoende gebleken dat rekening is gehouden met de bedrijfsvoering op de overige gronden die cliënt bij zijn bedrijf in gebruik en eigendom heeft en die grenzen aan het plangebied. Cliënt is dan ook bevreesd dat hij n de toekomst geconfronteerd gaat worden met klachten uit de nieuwe woonomgeving die hem in zijn bedrijfsvoering gaan

belemmeren. Ook in dat opzicht stelt cliënt dat het college in strijd heeft gehandeld met artikel 3.1 van de Wro en de artikelen, 3:2, 3:4, 3:46 en 3:47 van de Awb.

3 ECLI:NL:RVS:2013:873386.

Goorts+

I

Coppens

adroeaten|Adwsours

6.

Economische

uitvoerbaarheid

In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is in paragraaf 6.1 opgenomen dat er tussen ontwikkelaars en de gemeente een intentieovereenkomst en een anterieure overeenkomst is

gesloten. Daarvan heeft cliënt geen kennis kunnen nemen. Echter, cliënt is eigenaar van de percelen kadastraal bekend G-609 en G-613. Op deze percelen is de projectontwikkelaar voornemens om het

woningbouwproject “Plakse Weide” te realiseren. Echter, de projectontwikkelaar, KlaassenGroup

B.V./BPD, is geen eigenaar van het betreffende perceel. Hij beschikt derhalve niet over de eigendommen. Cliënt, als zijnde eigenaar, stemt niet in met de ontwikkeling van het plan voor zover het zijn gronden betreft.

Zoals eerder aangegeven, is er overleg geweest tussen KlaassenGroup B.V./BPD en cliënt. Dit heeft echter niet tot overeenstemming geleid. Daarom is KlaassenGroup B.V./BPD geen eigenaar van de percelen en kan ook niet stellen hierover te kunnen beschikken.

Het regelen van het verhaal van kosten is verplicht bij bepaalde bouwplannen. De financiële (c.q.

economische) uitvoerbaarheid moet immers worden vastgelegd. In dit geval is het college (en KlaassenGroup B.V.) geen eigenaar van de grond waarop het bestemmingsplan gerealiseerd wordt. In beginsel geldt dat de kosten worden verhaald op de

initiatiefnemer door het vaststellen van een

exploitatieplan, artikel 6.12, tweede lid, onder 3, van de Wro. De Wro biedt gemeenten ook de mogelijkheid om hiervan af te wijken en voorafgaand een anterieure- of grondexploitatieovereenkomst op te stellen, artikel 6.23 e.v. Wro.

In dit geval ontbreekt een exploitatieplan, of een anterieure- of grondexploitatieovereenkomst tussen de gemeente en de eigenaar van de gronden (cliënt). Er s hier geen overeenkomst gesloten met de eigenaar van de gronden. Er is enkel een overeenkomst met de projectontwikkelaar. De projectontwikkelaar kan echter geen waarborgen geven over de financiering nu hij geen eigenaar is. Zolang cliënt eigenaar is van de betreffende landbouwgronden in het plangebied heeft hij belang bij

een exploitatieplan, en met name ook bij het vaststellen van de inbrengwaarden. 7.

Bodemonderzoeken onvolledig

Aan het ontwerpplan ligt een verkennend bodemonderzoek ten grondslag. De datum van het rapport is echter 11 augustus 1998. Dit rapport i te oud om toereikend te zijn. Dit onderzoek s immers bijna 25 jaar oud, waardoor het niet meer representatief is. Aangenomen wordt dat onderzoeken en gegevens circa 2 jaar oud mogen zijn, op grond van artikel 3.1.1a, van het Bro. Ook

is het onderzoekte summier. Er is te weinig informatie opgenomen over de (gesteldheid van de) bodem. Daarnaast is er ook een historisch vooronderzoek gedaan. Dit betreft dus enkel een vooronderzoek, wat tevens te summier is.

Goorts+

I

Coppens

adroesen | dreesrs

De aangeleverde onderzoeken ten behoeve van de bodem zijn dus niet toereikend om te

onderbouwen dat de milieu hygiënische kwaliteit van de bodem voldoende is om over te gaan tot woningbouw. De bodemkwaliteit is namelijk niet als zodanig gebleken, waardoor ook niet zonder meer gesteld kan worden dat er zonder gevaren gegraven kan worden. Met dit onderzoek kan het college dus niet volstaan. 8.

Parkeren

Cliënt stelt vervolgens dat het parkeren onvoldoende is gewaarborgd in het ontwerpplan. Op grond van het gemeentelijk beleid moeten er 173 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd en 333 in openbaar

gebied. 91 woningen beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein. In

openbaar gebied zijn 315 parkeerplaatsen aanwezig. Dit is dus te weinig. Er wordt dan ook niet aan de parkeerbehoefte voldaan. Daarvoor wordt een maatwerkbenadering toegepast. Dit omdat de parkeernorm uit het beleid aan

de hoge kant zou zijn. Beleid is een richtlijn, maar daarvan kan niet zonder meer worden afgeweken. Beleid is er immers niet voor niets.

In de parkeernota is het volgende opgenomen:

“Door uit te gaan van de maatwerkbenadering worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd voor de toekomstige gebruikers en blijft daarnaast ruimte over voor andere planambities.”

Met de maatwerkbenadering s echter nog steeds een tekort aan parkeerplaatsen. Volgens de

maatwerkbenadering zijn op eigen terrein 168 parkeerplaatsen nodig, en in openbaar gebied 273 parkeerplaatsen. Deze maatwerkbenadering wordt echter onvoldoende gemotiveerd. Derhalve kan

niet zonder meer worden afgeweken van het beleid. De maatwerkbenadering is niet goed uitgelegd. Er is weinig onderbouwing en de onderbouwing die er is, is enkel gebaseerd op niet openbaar

gemaakte cijfers. Daarbij komt dat nog steeds niet aan het aantal parkeerplaatsen kan worden voldaan. Er wordt aangegeven dat er een overschot van 42 parkeerplaatsen is, maar dit is onjuist. Er is nog steeds een tekort van 77 parkeerplaatsen op eigen terrein.

Tot slot is in de parkeernota* opgenomen dat de maatwerkbenadering aangenomen kan worden, omdat bij sociale huurwoningen het autobezit fors lager ligt. Er worden echter slechts 32 sociale huurappartementen gerealiseerd. Gelet op het feit dat er 300 woningen mogen komen, is de invloed hiervan gering. De maatwerkbenadering is dan ook onvoldoende onderbouwd. Er is dan ook onvoldoende parkeergelegenheid in en rondom de “Plakse Weide”.

* Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven houdende regels omtrent parkeren Parkeernormennota

Duiven.

Goorts+

I

Coppens

Advocaten | Adviseurs

9.

Onvoldoende rekening gehouden met andere plannen

Tot slot, merkt cliënt op dat er onvoldoende rekening is gehouden met overige plannen in de omgeving. Uit de toelichting blijkt dat op grond van de Europese richtlijn ook de cumulatieve

effecten bekeken moeten worden. Hieruit blijkt dus dat op grond van de MER en op grond van de Europese richtlijn ook gekeken moet worden naar cumulatieve effecten. In de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling is in paragraaf 2.3 cumulatie met andere projecten opgenomen. Daarin is opgenomen:

“Er zijn geen concrete andere activiteiten in de omgeving van het plangebied gepland of in uitvoering. Er wordt dan ook geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid.”

Deze stelling is echter onjuist. Er zijn immers andere bouwplannen in de omgeving, zoals het nieuwbouwproject de Ploen en nieuwbouw: Lombok aan de Lombokstraat en de Woerdstraat5. De

Ploen Noord is een nieuwbouwproject met circa 80-100 woningen. Dit plan kan worden uitgebreid

naar cira 300 woningen.? Lombok betreft een kleiner project. Desondanks zijn deze ten onrechte niet meegenomen bij het vaststellen van de cumulatieve effecten. Dit terwijl de Plakse Weideen de Ploen Noord c.q. Lombok relatief dicht bij elkaar zijn gelegen:

(geanonimise rd) Ligging nieuwbouwprojecten Ploen Noord en Plakse Weide Dit gaat immers om een afstand van 650 meter tussen Ploen Noord en Plakse Weide:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=f2285b9e-50be-4518-9ed4-63cfc015b309