CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

3. 201669879-Nota van beantwoording zienswijzen - Plakse Weide

Raadsavond 18 september 2024, gemeente DuivenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan & beeldkwaliteitsplan Plakse Weide29.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota van beantwoording zienswijzen – Ontwerpbestemmingsplan ‘Plakse Weide’

Ligging plangebied (wit omkaderd) ten opzichte van de dorpskern Duiven

Zaaknummer: Z/22/093948 Documentnummer: 201649694

Inhoud 1.

2.

Inleiding....................................................................................................................................... 4 1.1.

Aanleiding ........................................................................................................................... 4

1.2.

Procedure ............................................................................................................................ 4

1.3.

Ontvankelijkheid ................................................................................................................. 4

1.4.

Leeswijzer ............................................................................................................................ 4

Algemene beantwoording thema’s............................................................................................ 6 2.1.

Inleiding............................................................................................................................... 6

2.2.

Verkeer en verkeersontsluiting .......................................................................................... 6

2.2.1.

Verkeersintensiteitsberekening ................................................................................. 6

2.2.2.

Doorstromingsknelpunten kruisingen ....................................................................... 7

2.2.4.

Verkeersveiligheid ...................................................................................................... 9

2.3.

Geluid ................................................................................................................................ 10

2.3.1.

Verhoging geluidsbelasting bestaande woningen ................................................... 10

2.3.2.

Geluidsberekeningen houden geen rekening met overige plannen ....................... 11

2.3.3. Wet geluidhinder niet juist toegepast, maatregelafweging onvoldoende uitgevoerd ................................................................................................................................. 11 2.3.4.

Geluidsoverlast bouwperiode .................................................................................. 11

2.3.5.

Gemeentelijk geluidbeleid ....................................................................................... 11

2.3.6.

Bovengrens zonder juridische aftrek ....................................................................... 11

2.4.

Geur ................................................................................................................................... 11

2.4.1.

Uitgangspunten geuronderzoek ............................................................................... 12

2.4.2. Grens ‘Milieuzone – geurzone’ en Bouwverbod binnen 250 meter van bouwvlak varkenshouderij ........................................................................................................................ 12 2.4.3. 2.5.

3.

Schrappen afwijkingsbevoegdheid .......................................................................... 13

Parkeren ............................................................................................................................ 13

2.5.1.

Maatwerkberekening onvoldoende onderbouwd .................................................. 13

2.5.2.

Parkeerplaatsen op eigen terrein............................................................................. 13

2.5.3.

Gemeentelijk parkeerbeleid ..................................................................................... 14

2.6.

Participatie ........................................................................................................................ 14

2.6.1.

Participatie Ontwikkelplan ........................................................................................... 14

Zienswijzen samenvatting en beantwoording ......................................................................... 16 3.1.

Reclamant 1 ...................................................................................................................... 16

3.2.

Reclamant 2 ...................................................................................................................... 17

3.3.

Reclamant 3 ...................................................................................................................... 20

3.4.

Reclamant 4 ...................................................................................................................... 26

3.5.

Reclamant 5 ...................................................................................................................... 26

3.6.

Reclamant 6 ...................................................................................................................... 27

3.7.

Reclamant 7 ...................................................................................................................... 28

3.8.

Reclamant 8 ...................................................................................................................... 28

4.

Wijzigingen in vast te stellen bestemmingsplan ..................................................................... 31

5.

Zienswijzen integraal ................................................................................................................ 34

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding Op locatie Plakse Weide in Duiven wil de gemeente Duiven in samenwerking met ontwikkelaars KlaassenGroep en BPD maximaal 300 woningen realiseren. De woningbouw draagt bij aan de geconstateerde vraag naar woningen in Duiven. Om deze woningbouwontwikkeling op Plakse Weide mogelijk te maken is het ontwerpbestemmingsplan ‘Plakse Weide’ (NL.IMRO.0226.BPDUIVENNOORD010-ON01) in procedure gebracht en heeft het college van burgemeester en wethouders van Duiven het ‘Ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid Plakse Weide’ in procedure gebracht. Voor de zienswijzen tegen het ‘Ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid Plakse Weide’ wordt een aparte zienswijzennota opgesteld.

1.2.

Procedure Het ontwerpbestemmingsplan Plakse Weide heeft van donderdag 8 juni 2023 tot en met woensdag 19 juli 2023 voor iedereen ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn was iedereen bevoegd een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan in te dienen bij de gemeenteraad van Duiven. De formele aankondiging van de terinzagelegging is gepubliceerd in de Duiven Post en het digitale Gemeenteblad. Tevens zijn geïnteresseerden per e-mail door de gemeente op de hoogte gesteld. De gemeente heeft de terinzagelegging ook bekend gemaakt via haar website en social media kanalen.

1.3.

Ontvankelijkheid Alle ingediende zienswijzen zijn tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk.

1.4.

Leeswijzer In de navolgende hoofdstukken zijn de ingekomen zienswijzen samengevat en van een beantwoording voorzien. In hoofdstuk 2 worden enkele thema’s behandeld. Dit is gedaan omdat deze onderwerpen terugkomen in meerdere zienswijzen. Bij het beantwoorden van de individuele zienswijzen wordt waar relevant naar deze algemene beantwoording verwezen. In hoofdstuk 3 worden de individuele zienswijzen samengevat en beantwoord. In hoofdstuk 4 wordt een overzicht gegeven van de wijzigingen die zijn doorgevoerd in het bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 zijn de volledige zienswijzen opgenomen.

1.5.

Inleiding bestemmingsplan Veel mensen zoeken een woning in de gemeente Duiven. Daarom zijn er de komende jaren meer woningen nodig. Op 5 juli 2022 heeft de gemeenteraad van Duiven besloten om in principe in te stemmen met het Ontwikkelplan Plakse Weide. Op basis van het Ontwikkelplan Plakse Weide is het woningbouwplan voor deze locatie verder uitgewerkt. Bij de uitwerking van het woningbouwplan zijn inwoners uitgenodigd om mee te denken. Tijdens verschillende informatieavonden in 2022 en 2023 hebben inwoners de mogelijkheid gehad om te reageren op de plannen en suggesties mee te geven aan de ontwikkelaar. In het woningbouwplan Plakse Weide is waar mogelijk rekening gehouden met deze suggesties. Waar dat niet mogelijk was is aangegeven waarom niet. Om woningbouwplan Plakse Weide te realiseren is het noodzakelijk dat het bestemmingsplan wordt gewijzigd. Daarom is bestemmingsplan Plakse Weide opgesteld. De gemeente is van mening dat het bestemmingsplan Plakse Weide op alle punten voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Bij de totstandkoming van een bestemmingsplan spelen er altijd meerdere belangen die vragen om een afweging. Het algemene belang ‘woningbouw’, wat zowel nationaal,

provinciaal als regionaal een belangrijk speerpunt is, prevaleert daarom in dit bestemmingsplan op punten boven het belang van enkele individuen.

1.6.

Bijlagen In deze zienswijzennota wordt diverse keren verwezen naar bijlagen. De bijlagen waar naar wordt verwezen zijn de bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan, namelijk de volgende: Bijlage 1: Ontwikkelplan Plakse Weide, KlaassenGroep en BPD [18-02-2022] Bijlage 2: Aanmeldnotitie mer beoordeling, KuiperCompagnons [11-5-2023] Bijlage 3: Notitie verkeersafwikkeling, Goudappel [17-02-2022] Bijlage 4: De Milieuadviseur (1 februari 2024) Akoestisch onderzoek wegverkeer – Plakse Weide, Duiven Bijlage 5: Historisch vooronderzoek bodem, ABO milieuconsult [08-12-2022] Bijlage 6: Verkennend bodemonderzoek, Kobessen Milieu BV [1998] Bijlage 7: Externe veiligheid, KuiperCompagnons [8-5-2023] incl. advies Veiligheidsregio [1410-2022] Bijlage 8: Notitie geurbelasting, De Roever [12-5-2023] Bijlage 9: Flora- en faunaonderzoek, ABO Milieuconsult [20-09-2022] Bijlage 10: KuiperCompagnons (13 december 2023) Stikstofdepositie-onderzoek Bijlage 11: Inventariserend archeologisch onderzoek, RAAP [februari 2004] Bijlage 12: Parkeeronderbouwing, Goudappel [11-05-2023] Bijlage 13: Goudappel (3 november 2023) Addendum Verkeersafwikkeling Plakse Weide Bijlage 14: Sweco (8 november 2022) Netwerkanalyse verkeer Duiven In deze zienwijzen zullen de bijlagen bij nummer worden vermeld.

2.

Algemene beantwoording thema’s

2.1.

Inleiding In dit hoofdstuk komen enkele thema’s, waarover opmerkingen zijn gemaakt of vragen zijn gesteld in meerdere zienswijzen, aan de orde. Het betreft de volgende thema’s: • • • • •

Verkeer en verkeersontsluiting; Geluid; Geur; Parkeren; Participatie.

Deze thema’s worden in de navolgende paragrafen behandeld. Bij de beantwoording van de zienswijzen is aangegeven wanneer inhoudelijk wordt verwezen naar onderstaande, themagewijze beantwoording.

2.2.

Verkeer en verkeersontsluiting In de zienswijzen komen samengevat de volgende onderwerpen naar voren als reactie op het bestemmingsplan wat betreft de onderwerpen verkeer en verkeersontsluiting: • • • •

Reclamanten stellen dat bij de verkeersintensiteitsberekening geen rekening is gehouden met overige (woningbouw)plannen in Duiven; Reclamanten vrezen voor doorstromingsknelpunten op de kruisingen VergertlaanRijksweg en Vergertlaan-Schapenweide; Reclamanten stellen dat Plakse Weide rechtstreeks zou moeten worden ontsloten op de Oostsingel (N810); Reclamanten vrezen voor de verkeersveiligheid na realisatie van het plan.

Onder 2.2.1. t/m 2.2.4. worden achtereenvolgens ingegaan op bovengenoemde thema’s. 2.2.1.

Verkeersintensiteitsberekening Bij de berekeningen van de verkeersintensiteiten is in Bijlage 3 rekening gehouden met de op dat moment meest actuele verkeersintensiteiten. Dit betreft het aantal woningen uit de Regionale Verkeers- en MilieuKaart 2021 (hierna: RVMK 2021) met daarbij opgeteld de woningen die (maximaal) worden gerealiseerd op Plakse Weide. Bij deze berekening is gekeken naar de toekomstige situatie in 2030, hierbij is de A15 doorgetrokken en de A12 verbreed. Het RVMK 2021 houdt rekening met de toevoeging van 416 woningen in de gemeente Duiven op verschillende inbreidingslocaties tot en met 2030. In bijlage 3 is rekening gehouden met ook de toevoeging van Plakse Weide en dus met in totaal het toevoegen van 716 woningen in de gemeente Duiven. De gemeente heeft tussen de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan en de vaststelling van het bestemmingsplan de verkeersintensiteitsberekening geactualiseerd naar het aantal woningen uit de Regionale Verkeers- en Milieukaart 2023 (hierna: RVMK 2023). Hiervan is verslag gedaan in Bijlage 13. Het RVMK 2023 houdt naast de aantallen uit het RVMK 2021 rekening met de toevoeging van 300 woningen op Plakse Weide en 300 woningen op de Ploen Noord. In totaal houdt het RVMK 2023 rekening met het toevoegen van 1010 woningen in Duiven.

Bij deze berekening is gekeken naar de toekomstige situatie in 2032, hierbij is de A15 doorgetrokken en de A12 verbreed. Het verschil in het aantal

woningen tussen de twee onderzoeken is te verklaren door de toevoeging van 300 woningen op Ploen Noord. Het vast te stellen bestemmingsplan houdt derhalve rekening met de meest recente verkeerscijfers en daarnaast met de meest actuele prognose als het gaat om het toevoegen van nieuwbouwwoningen in de gemeente Duiven. Bij de verkeersintensiteitsberekening voor Plakse Weide is dus wel degelijk rekening gehouden met overige (woningbouw)plannen in Duiven. 2.2.2.

Doorstromingsknelpunten kruisingen De veranderingen in de toekomstige verkeersintensiteit ten gevolge van woningbouw op Plakse Weide zijn door Goudappel bekeken op basis het Regionale Verkeersmodel regio Arnhem-Nijmegen versie 2021 (RVMK 2021). De gemeente heeft tussen de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan en de vaststelling van het bestemmingsplan de verkeersintensiteitsberekening geactualiseerd naar het aantal woningen uit RVMK 2023. Door Plakse Weide te realiseren met een ontsluiting voor autoverkeer op de Rijksweg worden de omliggende wegen meer belast hetgeen invloed heeft op de afwikkelingskwaliteit van het verkeer. Kijkend naar de verkeersafwikkeling op de kruispunten betekent dit dat: •

•

•

Op de rotonde Vergertlaan – Rijksweg de verkeersafwikkeling net als in de referentiesituatie (situatie 2030, zonder Plakse Weide) matig is. Aandachtspunt bij de verkeersafwikkeling op de rotonde is het effect van aanwezige fietsers en voetgangers op de afwikkelingssituatie. Dit is onafhankelijk van de ontsluitingsvarianten, maar verdient nadere aandacht. In het addendum dat later is opgesteld) zijn fietsers ook gemodelleerd. Dit is onafhankelijk van de ontsluitingsvarianten, maar verdient nadere aandacht; Het kruispunt Vergertlaan – Schapenweide is in de referentiesituatie al zwaar belast. Op het kruispunt verschuift de kwaliteit van de verkeersafwikkeling als gevolg van de kleine extra bijdrage van het verkeer van Plakse Weide van een matige naar een onacceptabele verkeersafwikkeling; Het kruispunt Vergertlaan – Oostsingel (N810) kan het verkeer met de huidige vormgeving goed afwikkelen.

In Bijlage 13 (op basis van het RVMK 2023 model) wordt geconstateerd dat de conclusies ten aanzien van de ontsluiting van Plakse Weide op de Rijksweg, op basis van het actuele verkeersmodel (2023), overeenkomen met de conclusies op basis van het oude verkeersmodel (2021). Dit met uitzondering van de conclusies voor het kruispunt Vergertlaan – Schapenweide. Op dit kruispunt is, uitgaande van de meeste actuele verkeersgegevens (RVMK 2023),geen sprake meer van een onacceptabele verkeersafwikkeling. Het bestemmingsplan voorziet in een deugdelijke verkeerssituatie voor zover het de autonome ontwikkeling Plakse Weide betreft. De conclusie luidt dat de afwikkeling van het verkeer als gevolg van de ontwikkeling van alleen Plakse Weide niet op zichzelf leidt tot de noodzaak tot het nemen van maatregelen. Echter heeft de gemeente zich wel degelijk gerealiseerd dat alle mogelijke toekomstige woningbouwontwikkelingen in de gemeente Duiven en het effect van langzaam verkeer op de verkeersdoorstroming in combinatie met het project ViA15 tot problemen zou kunnen leiden op het gemeentelijke wegennet. In Duiven staan tot 2040 ca. 1200 woningen op de planning voor realisatie. Dit zijn meer woningen dan in het RVMK 2023 model zijn

opgenomen. Om te bepalen of het verkeersnetwerk het extra verkeersaanbod afkomstig van alle plannen samen (én project ViA15) aan kan, heeft de gemeente in 2022 een Netwerkanalyse Verkeer (SWECO, d.d. 8-11-2022) uitgevoerd (onder andere op verzoek van reclamanten), zie Bijlage 14. In Bijlage 14 is uitgegaan van een “worst-case” verkeerscenario en “best-case” woningbouwscenario, waarbij er circa 1300 woningen worden gerealiseerd en zijn de effecten van langzaam verkeer meegenomen. Wanneer veel woningen worden gebouwd zal de verkeersintensiteit toenemen. Vandaar “best-case” woningbouwscenario en “worst-case” verkeersscenario. Op die manier ontstaat er een betrouwbaar beeld richting de toekomst, waarbij eventueel te nemen infrastructurele maatregelen nog voldoende restcapaciteit hebben mochten de woningbouwambities nog iets toenemen (tot circa 1300 in plaats van de geplande 1200 tot 2040) Uit de analyse is gebleken dat op de kruispunten Vergertlaan-Rijksweg, VergertlaanSchapenweide en Rijksweg-Westsingel knelpunten ontstaan in de doorstroming. Wachtrijen worden langer en de doorstroming verslechtert. Er zijn voor ieder kruispunt meerdere oplossingsrichtingen verkend. Waaronder kruispuntoplossingen met een VRI, rotondes, turborotondes en ongelijkvloerse verbindingen voor het langzame verkeer.

Op basis van de resultaten uit Bijlage 14 heeft nog geen weging van de verschillende maatregelen plaatsgevonden en is nog geen definitieve keuze gemaakt voor één van deze maatregelen. Om te komen tot de meest optimale keuze, is een nadere uitwerking en detaillering noodzakelijk. Wel is voor de kruispunten Vergertlaan-Rijksweg en Vergertlaan-Schapenweide het globale ruimtebeslag van enkele mogelijke oplossingen in kaart gebracht. Het bestemmingsplan voorziet in een deugdelijke verkeerssituatie voor zover het de autonome ontwikkeling Plakse Weide betreft. Bovendien biedt het bestemmingsplan voldoende ruimte om in de toekomst mogelijk noodzakelijke maatregelen te treffen. Daarmee sluit het bestemmingsplan de realisatie van eventuele infrastructurele ingrepen, die in de toekomst noodzakelijk kunnen worden vanwege alle overige toekomstige ontwikkelingen en netwerkwijzigingen waaronder het project ViA15, niet uit. In 2024 voert de gemeente een variantenstudie uit naar de noodzakelijke infrastructurele aanpassingen om de mogelijk toekomstige knelpunten op de drie genoemde kruispunten op te lossen. De uitkomsten en aanbevelingen van deze studie worden onderbouwd voorgelegd aan de gemeenteraad tijdens het proces van de nieuwe Mobiliteitsvisie, die naar verwachting eind 2024 wordt voorgelegd ter vaststelling aan de gemeenteraad.

Over het opstellen van de nieuwe Mobiliteitsvisie zullen de inwoners in een apart traject worden geïnformeerd. Op deze manier zorgt de gemeente voor een onderbouwd plan voor de verkeerssituatie in Duiven richting de toekomst. 2.2.3. Autoaansluiting Plakse Weide op Oostsingel (N810) Bijlage 3 stelt het volgende: “Een ontsluiting van Plakse Weide op de Oostsingel, in combinatie met een aansluiting op de Rijksweg (ontsluitingsvariant 3) is voor wat betreft de afwikkeling op het kruispunt Oostsingel een mogelijkheid. Ook geeft deze oplossing de minste extra belasting van de Vergertlaan en zijn daar vooralsnog geen maatregelen nodig. Echter, vanuit oogpunt van doorstroming en verkeersveiligheid is een aansluiting op de Oostsingel niet wenselijk. In het kader van een verkeersveilig wegennet is een directe aansluiting van een woonwijk (30 km/h) op een 80 km/h-provinciale weg niet gewenst.” Ook past deze directe aansluiting op de Oostsingel (N810) niet in het beleid van de gemeente dat erop gericht is de

Oostsingel (N810) zo optimaal mogelijk te laten doorstromen om het verkeer om de kern Duiven te laten rijden. Een extra kruispunt toevoegen op de Oostsingel (N810) zorgt voor extra vertraging. Tot slot heeft de provincie aangegeven niet te kunnen instemmen met deze aansluiting. Hoewel reclamanten stellen dat de provincie heeft aangegeven voorstander te zijn van een ontsluiting op de N810 zijn de letterlijke woorden van de provincie als volgt: “We hebben vorig jaar overleg gehad over de (auto)ontsluiting van de woningbouwlocatie Plakse Weide. Toentertijd hebben we in dit overleg gemeld dat een rechtstreekse ontsluiting op de provinciale weg niet onze voorkeur had. … In principe volgen we in dit soort kwesties de provinciale verordening die stelt dat de ontsluiting van een woonwijk plaats moet vinden op het gemeentelijke net. Via dit gemeentelijk net kan gemotoriseerd verkeer vervolgens zijn weg vervolgen naar een (bestaande) aansluiting op de provinciale weg. Gezien vanuit louter de ontwikkelingen op de Plakse Weide zijn we daarom geen voorstander van een aparte aansluiting op de provinciale weg.” Vanuit de ontwikkeling Plakse Weide, waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld, is de provincie dus geen voorstander van het realiseren van een ontsluiting voor autoverkeer op de Oostsingel (N810).

Echter zijn zowel de provincie als de gemeente zich ervan bewust dat er in de toekomst mogelijk knelpunten kunnen ontstaan op het moment dat zowel project ViA 15 door zou gaan, en ook alle overige autonome en geplande ontwikkelingen. Daarom geeft de provincie in haar brief aan de gemeente aan ‘Gezien alle overige ontwikkelingen die in Duiven spelen, nemen de verkeersintensiteiten op het gemeentelijke wegennet echter fors toe, zoals uit voornoemd netwerkonderzoek blijkt. We zijn daarom akkoord dat bij de verdere uitwerking van varianten voor ontsluiting van de woningbouw in Duiven, waaronder Plakse Weide, ook de mogelijkheid voor een extra (auto)ontsluiting op de provinciale weg N810 nader wordt onderzocht. We worden graag betrokken bij een nadere variantenstudie en de mogelijke verkeerskundige oplossingen die daarbij in beeld komen.’ Na nadere navraag bij de provincie wordt met deze passage uit de brief de doortrekking van de Heiliglandsestraat bedoeld en niet de directe ontsluiting van Plakse Weide op de Oostsingel (N810). Zoals eerder aangegeven voert de gemeente in 2024 een variantenstudie uit naar de noodzakelijke infrastructurele aanpassingen om de genoemde knelpunten op te lossen. De mogelijkheid om de Heiliglandsestraat door te trekken wordt meegenomen in de variantenstudie.

De uitkomsten en aanbevelingen van deze studie worden onderbouwd voorgelegd aan de gemeenteraad tijdens het proces van de nieuwe Mobiliteitsvisie, die naar verwachting eind 2024 ter vaststelling wordt aangeboden aan de raad. Over dit proces worden de inwoners in een apart traject geïnformeerd, en wordt de provincie ook betrokken. Op die manier zorgt de gemeente voor een onderbouwd plan voor de verkeerssituatie in Duiven richting de toekomst. Echter deze studie staat los van de woningbouwontwikkeling op Plakse Weide, een mogelijke extra (auto)ontsluiting op de N810 is na realisatie van de woningen op Plakse Weide nog steeds mogelijk. De gemeente is daarom van mening dat voor de ontsluiting van Plakse Weide een ontsluiting op de Rijksweg voldoende is. De gemeente handelt daarmee in lijn met haar eigen beleid en met de provinciale verordeningen om woonwijken op de laagste orde weg binnen het gemeentelijke wegennet te ontsluiten. 2.2.4.

Verkeersveiligheid In Bijlage 3, is beargumenteerd waarom voor autoverkeer aansluiten op de Rijksweg de beste optie is. Een van de argumenten voor deze ontsluiting is de verkeersveiligheid. Bijvoorbeeld een ontsluiting van Plakse Weide op de Oostingel (N810) is vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid onwenselijk. In het kader van een verkeersveilig wegennet is een directe aansluiting van een woonwijk (30 km/h) op een 80-kmh-provinciale weg niet gewenst.

Daarnaast functioneren de kruispunten direct gelegen aan het plangebied van Plakse Weide in de huidige situatie goed vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid. Sinds dat we hierover gegevens bijhouden zijn er op de kruispunten Vergertlaan-Rijksweg en VergertlaanSchapenweide geen geregistreerde ongevallen met letsel of dodelijke afloop tot gevolg bekend. Er zijn wel een aantal ongevallen bij de gemeente bekend (5 in totaal), maar bij deze ongevallen zijn geen wandelaars, fietsers of bromfietsers betrokken. Dit betreffen dus ongevallen zonder letselschade. De gemeente is zich ervan bewust dat een toenemende verkeersdruk in de toekomst mogelijk invloed heeft op de verkeersveiligheid op de drie eerder genoemde kruispunten. De eerder genoemde variantenstudie volgend op de eerder genoemde Netwerkanalyse Verkeer neemt daarom in haar afwegingen om te komen tot de optimale oplossingen voor mogelijke toekomstige knelpunten op de eerder genoemde kruispunten ook het aspect verkeersveiligheid mee. Het toekomstige kruispunt Plakse Weide – Rijksweg moet nog verder in detail worden uitgewerkt. Verkeersveiligheid is daarbij een van de aandachtspunten.

2.3.

Geluid In de zienswijzen komen samengevat de volgende onderwerpen naar voren als reactie op het bestemmingsplan wat betreft het onderwerp geluid: • • • • • •

Reclamanten vrezen een hogere geluidsbelasting op bestaande woningen als gevolg van een toename van verkeer; Reclamanten stellen dat de geluidsberekening geen rekening houden met overige woningbouwplannen in Duiven; Reclamanten stellen dat de Wet geluidhinder niet juist is toegepast omdat volgens reclamanten de maatregelafweging onvoldoende is uitgevoerd; Reclamanten stellen dat er een plan moet worden gemaakt om geluidsoverlast tijdens de bouwperiode zoveel mogelijk te beperken; Reclamanten stellen dat de gemeente zich moet houden aan haar eigen geluidbeleid; Reclamanten stellen dat voor de woningen op Plakse Weide niet is getoetst aan de bovengrens van 53 dB zonder juridische aftrek van 5 dB, volgens reclamanten de bovengrens uit het gemeentelijk geluidbeleid.

Onder 2.3.1. t/m 2.3.6. worden achtereenvolgens ingegaan op bovengenoemde thema’s.

2.3.1. Verhoging geluidsbelasting bestaande woningen In het kader van het ontwerpbestemmingsplan is akoestisch onderzoek gedaan naar zowel de geluidseffecten op de nieuwe woningen als de toekomstige geluidsbelasting op de bestaande woningen. In de toelichting van het bestemmingsplan en in Bijlage 4 is dit onderzoek toegelicht. Bij de bestaande woningen is de toename door de realisatie van het plan Plakse Weide maximaal 1,3 dB. Door de realisatie van het plan is de toename minder dan 2 dB (onafgerond 1,50 dB). Hierdoor is er geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wgh. Uit Bijlage 4 blijkt dat een dergelijke toename van geluid acceptabel is. Voor de realisatie van het plan Plakse Weide zijn, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, dan ook geen aanvullende maatregelen noodzakelijk voor de geluidbelasting op bestaande woningen.

2.3.2. Geluidsberekeningen houden geen rekening met overige plannen Bij de berekeningen van de verkeersintensiteiten in Bijlage 4 is wel degelijk rekening gehouden met de op het moment dat dit onderzoek werd uitgevoerd meest actuele verkeersintensiteiten en bekend zijnde plannen. Het akoestisch onderzoek bij het ontwerpbestemmingsplan was gebaseerd op de verkeersintensiteiten uit het RVMK 2021 model. De gemeente heeft tussen de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan en de vaststelling van het bestemmingsplan de verkeersintensiteitsberekening geactualiseerd naar het aantal woningen uit RVMK 2023. Daarom is ook het akoestisch onderzoek geactualiseerd naar de meest recent bekende verkeersintensiteiten. Het akoestisch onderzoek (Bijlage 4) is gebaseerd op de gegevens uit het verkeersonderzoek (Bijlage 3 en Bijlage 13). De geluidsberekeningen houden daarmee rekening met overige (woningbouw)plannen in de gemeente Duiven. Voor het bestemmingsplan Plakse Weide geldt dat voor het akoestisch onderzoek alleen rekening hoeft te worden gehouden met de plannen waarover al een ontwerpbesluit is genomen. Desalniettemin zitten in het verkeersmodel ook toekomstplannen waarvoor dit nog niet het geval is, het akoestisch onderzoek is daarmee al uitgebreider dan noodzakelijk.

Voor het akoestisch onderzoek Plakse Weide kan dus worden geconcludeerd dat voldoende rekening is gehouden met overige plannen. 2.3.3. Wet geluidhinder niet juist toegepast, maatregelafweging onvoldoende uitgevoerd Het bestemmingsplan Plakse Weide voldoet wel degelijk aan de Wet geluidhinder. In paragraaf 4.3 van Bijlage 4 is onderzoek gedaan naar geluidreducerende maatregelen en de doelmatigheid van deze maatregelen, de conclusies zijn tevens opgenomen in paragraaf 4.2.2. van de toelichting van het bestemmingsplan. Uit deze afweging van maatregelen is de grondwal met geluidsscherm langs de Oostsingel (N810) overgenomen als maatregel in het plan. 2.3.4. Geluidsoverlast bouwperiode De stelling van reclamanten ten aanzien van geluidsoverlast tijdens de bouwperiode heeft geen betrekking op het bestemmingsplan zelf, maar op de uitvoering daarvan. Geluidshinder tijdens de bouw van de woningen ingeperkt door normen uit het Bouwbesluit 2012. Daarom is het opstellen van een plan om geluidshinder ten gevolge van bouwhinder te voorkomen op dit moment niet noodzakelijk. 2.3.5. Gemeentelijk geluidbeleid De gemeenteraad heeft op 28 mei 2024 het ‘Addendum‘Gemeentelijk geluidbeleid’ vastgesteld. Het bestemmingsplan Plakse Weide en het besluit hogere grenswaarden Plakse Weide passen in het nieuw aangevulde geluidbeleid.

Dit punt in verschillende zienswijzen is daarmee niet meer van toepassing. 2.3.6. Bovengrens zonder juridische aftrek Op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder wordt een aftrek toegepast. Dit is een gebruikelijke wijze van toetsen. Er is geen aanleiding om voor de afzonderlijke wegen deze aftrek buiten beschouwing te laten. Voor toetsing aan de normen van het gemeentelijk geluidbeleid wordt deze juridische aftrek ook toegepast. Daarom is de gemeente van oordeel dat het bestemmingsplan Plakse Weide (en het daarbij horende onderzoek in bijlage 4) voldoet aan de Wet geluidhinder op dit punt.

2.4.

Geur

In de zienswijzen komen samengevat de volgende onderwerpen naar voren als reactie op het bestemmingsplan wat betreft het onderwerp geur:

•

•

•

Reclamanten zijn van mening dat bij het geuronderzoek gebaseerd is op verkeerde uitgangspunten ten aanzien van de geurimmissie omdat niet is uitgegaan van het gehele bouwvlak van de varkenshouderij aan Laarstraat 20; Reclamanten vinden dat de grens van ‘Milieuzone – geurzone’ dient samen te vallen met de 2 OU/M3 contour en dat niet gebouwd mag worden binnen 250 meter van het bouwvlak van de varkenshouderij aan de Laarstraat 20; Reclamanten vinden dat de afwijkingsbevoegdheid van het bouwverbod binnen de ‘Milieuzone – geurzone’ uit het bestemmingsplan moet worden geschrapt.

Onder 2.4.1. t/m 2.4.3. worden achtereenvolgens ingegaan op bovengenoemde thema’s. 2.4.1. Uitgangspunten geuronderzoek Zoals in paragraaf 2.3. van Bijlage 8 (onderzoek geurhinder veehouderijen, Plakse Weide Duiven) is uitgelegd blijkt uit jurisprudentie[1] dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. In het geval van de varkenshouderij aan de Laarstraat 20 is daar sprake van. Zoals toegelicht in paragraaf 4.2 van Bijlage 8 loopt de geurcontour van 3 OU/m3 net niet over de bestaande geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom van Duiven. Deze geurcontour ligt op een afstand van ongeveer 11 meter van onder andere de woningen aan Achterste Weide 10a, 12 en 14. Voor elk van deze woningen geldt echter dat er nog mogelijkheden zijn om vergunningsvrij en binnen het bestemmingsplan verblijfsruimtes achter de bestaande achtergevel te realiseren.

Voor elk van deze woningen geldt ook dat er nog voldoende ruimte in toegestane oppervlakte is om uit te bouwen tot aan de ligging van de geurcontour. Daarnaast hebben de eigenaren van de woningen ook de mogelijkheid om overal binnen de woonbestemming vergunningsvrij een mantelzorgwoning te bouwen. De vergunningsvrij te realiseren en planologisch mogelijke verblijfsruimtes en mantelzorgwoningen zijn geurgevoelige objecten. De veehouderij heeft daarom geen mogelijkheden om de geurbelasting in de richting van de bestaande woningen en het plangebied te vergroten. Om deze reden wordt de varkenshouderij aan de Laarstraat 20 al begrensd door reeds bestaande geurgevoelige objecten. De toevoeging van de nieuwe woningen zorgt dus niet voor meer of andere beperkingen dan die er nu al zijn.

2.4.2.

Grens ‘Milieuzone – geurzone’ en Bouwverbod binnen 250 meter van bouwvlak varkenshouderij

Voor geurhinder moet de Wet geurhinder en veehouderij worden gehanteerd. Deze wet bepaalt de wettelijke grenswaarden voor geur. Bij die waarden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarmee worden bewoners beschermd, en deze waarden zijn ook het uitgangspunt voor het bepalen van de rechten van het bedrijf aan Laarstraat 20. Het verlagen van de geurnorm om aan de advieswaarde te voldoen leidt tot ingrijpende maatregelen en maken het plan Plakse Weide niet uitvoerbaar. Daarnaast zou het verlagen van de geurnorm ook ingrijpende effecten hebben op de bedrijfsvoering van het bedrijf aan Laarstraat 20. Er zouden dan maatregelen moeten worden genomen aan het bedrijf om deze waarde te behalen. Nu voldaan wordt aan de Wet geurhinder en veehouderij, is de gemeente van mening dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

[1]

ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014

De GGD adviseert daarnaast om geen woningen te bouwen binnen 250 meter van een stal. Dit is een advies en geen bouwverbod zoals reclamanten stellen. Het bedrijf aan Laarstraat 20 omvat vier stallen, waarbij het zwaartepunt van het bedrijf (stal A) op een afstand van ongeveer 280 meter van nieuwe woningen ligt. Gemeten vanaf de hoek van stal F (de meest zuidelijke stal) bedraagt de afstand tot de nieuwe woningen ongeveer 230 meter. Daaruit volgt dat enkele woningen binnen de afstand 250 meter liggen. Als gemeten wordt vanaf het emissiepunt van de stal bedraagt de afstand tot de woningen 250 meter. De emissie vindt plaats via het emissiepunt, het is daarom aannemelijk om van het emissiepunt uit te gaan. Gelet op bovenstaande is de gemeente van oordeel dat sprake is van een aanvaardbare situatie. De gemeente heeft een afweging gemaakt tussen de grote behoefte aan woningen, de beperkt beschikbare ruimte en de gezondheidsaspecten. Bovendien constateert de gemeente dat het bestemmingsplan Plakse Weide op dit punt voldoet aan de Wet geurhinder en veehouderij. 2.4.3. Schrappen afwijkingsbevoegdheid Op dit punt is het bestemmingsplan ambtshalve gewijzigd. In het gewijzigde bestemmingsplan is de zone ‘Milieuzone – geurzone’ bestemd als ‘Groen’ met de aanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’.

Voor deze gronden is een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemming ‘Wonen’ en ‘Verkeer – verblijfsgebied’ opgenomen. Zie hiervoor artikel 3.3 van de planregels van het gewijzigde bestemmingsplan. De bevoegdheid tot het wijzigen van de bestemming naar ‘Wonen’, en ‘Verkeer – verblijfsgebied’ is gekoppeld aan diverse voorwaarden.

2.5.

Parkeren In de zienswijzen komen samengevat de volgende onderwerpen naar voren als reactie op het bestemmingsplan wat betreft het onderwerp parkeren: • • •

Reclamanten stellen dat de maatwerkbenadering voor het aantal parkeerplaatsen onvoldoende is onderbouwd; Reclamanten stellen dat er te weinig parkeerplaatsen op eigen terrein zijn; Reclamanten stellen dat er een afzonderlijk raadsvoorstel moet komen om af te wijken van parkeerbeleid.

Onder 2.5.1. t/m 2.5.3. worden achtereenvolgens ingegaan op bovengenoemde thema’s. 2.5.1. Maatwerkberekening onvoldoende onderbouwd De gemeente is van mening dat het parkeren met Bijlage 11 voldoende is onderbouwd. Daarnaast is er rekening gehouden met drie overloopgebieden binnen het plan. Indien het parkeren in de toekomst alsnog een probleem blijkt te zijn (dit volgt uit de gemeentelijke parkeerdrukmeting die iedere vier jaar wordt gehouden) dan zullen deze overloopgebieden benut worden om extra parkeercapaciteit te creëren. Hiermee is naar oordeel van de gemeente voldoende buffer ingebouwd. De parkeerberekening gaat er van uit dat iedere woning binnen de vastgestelde acceptabele loopafstand van 200 meter een parkeerplek kan vinden conform het beleidsdocument “Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven houdende regels omtrent parkeren Parkeernormennota Duiven’ d.d. 3 februari 2018. Het aantal benodigde parkeerplekken binnen die 200 meter is uiteengezet in Bijlage 11. Een auto voor de deur kunnen parkeren is fijn, maar is geen recht. 2.5.2. Parkeerplaatsen op eigen terrein Er wordt gesteld dat er met de maatwerkbenadering een tekort is van 77 parkeerplaatsen op eigen terrein ten opzichte van het benodigde aantal van 168. Dit is onjuist. Binnen Plakse Weide beschikken 91 woningen over parkeren op eigen terrein.

Door reclamant lijkt de aanname te zijn

gedaan dat deze 91 woningen allemaal over één parkeerplek beschikken. In het geval deze aanname is gedaan, dan is dat onjuist. In Bijlage 11 wordt in tabel 4.1 en 4.2 uitgesplitst welk type woningen over welk type oprit en/of garage beschikken. Ook wordt uitgelegd welke rekenregels er worden gehanteerd voor het parkeren op eigen terrein. Zo telt een garage met dubbele oprit, waar theoretisch 3 auto’s kunnen staan, in de parkeertelling maar mee als 2 parkeerplekken. Een dubbele oprit, waar in theorie 2 auto’s kunnen staan, telt mee als 1 parkeerplek. Een enkele oprit, waar 1 auto kan staan, telt mee als 1 parkeerplek. Uiteindelijk resulteert de parkeertelling volgens deze rekenregels in 172 parkeerplekken op eigen terrein voor in totaal 91 woningen. Er is dus sprake van een overschot van 4 parkeerplaatsen ten opzichte van de 168 conform de maatwerkaanpak, als het gaat om parkeren op eigen terrein. De maatwerkbenadering wordt onderbouwd in hoofdstuk 3 van Bijlage 11. Deze data is weliswaar niet openbaar in te zien, maar in het rapport wordt de data die specifiek van toepassing is voor Duiven wel nader toegelicht in figuur 3.1. Kijkend naar dat die wél openbaar is (Bronvermelding 1 onderaan pagina 7) dan is te zien dat die data strookt met de maatwerkaanpak. 2.5.3.

Gemeentelijk parkeerbeleid De parkeernotitie (Bijlage 11) is opgesteld door middel van concrete onderzoekscijfers aangeleverd door onder andere het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS). Een nieuwe woonwijk heeft zelf geen harde getallen en cijfers omdat de woonwijk nog niet bestaat. Berekeningen en uitgangspunten moeten altijd onderzocht worden op basis van bestaande onderzoeken, kengetallen en cijfers uit vergelijkbare of naburige wijken. In het geval van Plakse Weide zijn er CBS gegevens gebruikt van bestaande wijken uit Duiven-Noord. Daarin is rekening gehouden met het daadwerkelijke autobezit en een groei van autobezit de komende 5 jaar, omdat dat de trend is in Duiven-Noord. De afwijking is geen wijziging van het beleid. Het College van Burgemeester en Wethouders is bevoegd om af te wijken van de vastgestelde gemeentelijke parkeernormen, mits dit voldoende gemotiveerd is. Het is dan aan de gemeenteraad om hier mee al dan niet in te stemmen door het bestemmingsplan Plakse Weide wel of niet vast te stellen. Hiermee wordt voldaan aan het rechtszekerheidsbeginsel omdat de gemeenteraad akkoord moet gaan met de afwijking.

2.6.

Participatie

In verschillende zienswijzen komt het onderwerp participatie en het doorlopen participatieproces naar voren. Hoewel het onderwerp participatie geen onderdeel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing voor het plan Plakse Weide wordt in dit hoofdstuk toch in het algemeen ingegaan op het doorlopen participatieproces. 2.6.1. Participatie Ontwikkelplan In pararaaf 2.3 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt het Ontwikkelplan uitvoerig beschreven. Het Ontwikkelplan is door de ontwikkelaar als principeverzoek voor de ontwikkeling van Plakse Weide ingediend bij de gemeente. In hoofdstuk 3 van het Ontwikkelplan is het participatieproces tot aan de indiening van het Ontwikkelplan bij de gemeente uitvoerig beschreven. Zo is als resultaat van het participatieproces een plan met andere stedenbouwkundige uitgangspunten ingediend bij de gemeente dan waar de ontwikkelaar mee is begonnen. Omwonenden en andere geïnteresseerden hebben tijdens dit proces de kans gehad om hun mening te geven over de plannen mede deze input van omwonenden en andere geïnteresseerden hebben geleid tot het plan zoals in het Ontwikkelplan is ingediend bij de gemeente. 2.6.2. Participatie bestemmingsplan

De wet- en regelgeving, in dit geval met name de Awb in afdeling 3.4 van die wet, geven regels voor de voorbereidingsprocedure van een bestemmingsplan. Die procedure begínt bij het ter inzage leggen van een ontwerpbesluit; alles wat daarvoor gebeurt maakt géén deel uit van de wettelijke procedure. De wet stelt dus geen regels over de wijze van participeren voor het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan. De wet verplicht wel om het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage te leggen, gedurende deze periode heeft eenieder ook de mogelijkheid een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Naast de wettelijke verplichting tot het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan heeft de gemeenteraad van Duiven, bij besluit van 26 januari 2021, besloten, dat bij de planvorming voor Plakse Weide een participatieproces met omwonenden diende te worden belopen. Tijdens dit participatieproces zijn diverse informatieavonden gehouden, is er mogelijkheid tot inspraak geweest, zijn geïnteresseerden betrokken geweest bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig ontwerp, zijn de geïnteresseerden periodiek middels een update schriftelijk op de hoogte gehouden van het proces en zijn er 1-op-1 gesprekken gevoerd met diverse bewonersgroepen.

De gemeente is dus van mening dat zowel aan de wettelijke vereisten als aan de raadsopdracht van 26 januari 2021 is voldaan en voldoende is geparticipeerd bij de totstandkoming van het bestemmingsplan.

3.

Zienswijzen samenvatting en beantwoording In dit hoofdstuk zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord.

3.1.

Reclamant 1 , wonende aan

, 6921 TE Duiven, bij brief van 6 juli

2023, kenmerk 201625121 Inhoud zienswijze 1. Reclamant geeft aan te vrezen voor aantasting van de privacy vanwege de beoogde ligging van het appartementengebouw op de hoek bij Vergertlaan-Rijksweg; 2. Reclamanten geven aan de het stedenbouwkundig ontwerp, en daarmee de locatie van het appartementengebouw als voldongen feit is gepresenteerd in het najaar van 2022 zonder de mogelijkheid te hebben gehad hierover te participeren; 3. Reclamanten vrezen voor een doorstromingsknelpunt op het kruispunt VergertlaanSchapenweide; 4. Reclamanten vrezen voor geluidsoverlast door toenemend verkeer; 5. Reclamanten vrezen voor de verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers. Beantwoording zienswijze 1. Het bestemmingsplan laat op de hoek Vergertlaan-Rijksweg een appartementengebouw toe van maximaal 14 meter hoog. Binnen die hoogte kunnen op grond van de bepalingen van het Bouwbesluit maximaal 4 bouwlagen worden gerealiseerd. De gemeente is van mening dat deze hoogte goed past binnen de maat en schaal van het dorp Duiven, waar vergelijkbare appartementengebouwen voorkomen. Dit geldt zeker voor de plek waar het appartementengebouw nu gepland is in het plan, bij de entree van het dorp en het dichtst bij het centrum gelegen. De afstand tot de bestaande omliggende bebouwing bedraagt ca.

40 meter voor de woning gelegen aan Rijksweg 110 en circa 80 meter van de dichtstbij gelegen woning aan de Fanfare. Tot aan de woning van reclamant bedraagt de afstand circa80 meter. De gemeente is van mening dat daarmee voldoende afstand wordt genomen tussen het toekomstige appartementengebouw en de bestaande woonbebouwing. Daarbij wordt opgemerkt dat de bouwhoogte van het appartementengebouw op deze locatie slechts 2,5 meter hoger is dan de maximale hoogte van de grondgebonden woningen in het plan en 4 meter hoger dan de maximale hoogte van de woning van reclamant volgens het daar vigerende bestemmingsplan. Mocht reclamant van mening zijn schade te lijden als gevolg van het bestemmingsplan dan staat het reclamant vrij om een verzoek tot planschade in te dienen. Planschade is geregeld bij wet (Artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening) en een aanvraag tot vergoeding van de planschade kan worden ingediend vanaf het moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. 2. Zie voor de beantwoording van dit punt paragraaf 2.6.1 en 2.6.2 van deze zienswijzennota. Naast deze beantwoording geldt specifiek voor het appartementengebouw dat deze al in de fase van het Ontwikkelplan was gesitueerd op ongeveer deze locatie.

Naar visie van de gemeente klopt de bewering van reclamant dat de locatie van het appartementengebouw als een voldongen feit gepresenteerd in het najaar van 2022 zonder de mogelijkheid om hierover te participeren dus niet. 3. Zie voor de beantwoording van dit punt paragraaf 2.2.2. van deze zienswijzennota. 4. Zie voor de beantwoording van dit punt paragraaf 2.3.1. van deze zienswijzennota. 5. Zie voor de beantwoording van dit punt paragraaf 2.2.4. van deze zienswijzennota.

Conclusie De zienswijze van reclamanten geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

3.2.

Reclamant 2 , namens de heer , wonende aan de 6923 DC Groessen en namens de ., gevestigd aan de , 6921 RP Duiven, bij brief van 13 juli 2023, kenmerk 201625749

,

Inhoud zienswijze 1. Reclamant is van mening dat in het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende blijk is gegeven van een deugdelijke motivering; 2. Reclamanten is van mening dat bij het geuronderzoek gebaseerd is op verkeerde uitgangspunten ten aanzien van de geurimmissie omdat niet is uitgegaan van het gehele bouwvlak van de varkenshouderij aan Laarstraat 20; 3. Reclamant is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan er ten onrechte vanuit gaat dat de varkenshouderij in de huidige situatie al wordt belemmerd door bestaande geurgevoelige objecten; 4. Reclamant stelt dat de geurnorm van 3 OU/m3 wordt overschreden; 5. Reclamant stelt dat er op grond van het bouwverbod uit artikel 11.1.1. geen woningen mogen worden gebouwd in de zone ‘milieuzone – geurzone’ terwijl hier wel de bestemming ‘wonen’ toepassing is en een afwijkingsmogelijkheid voor het college is opgenomen in artikel 11.1.2. Reclamanten stelt dat dit in strijd is met de rechtszekerheid; 6. Reclamant stelt dat de voorwaarden voor de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 11.1.2 onvoldoende concreet zijn geformuleerd; 7. Reclamant stelt dat het begrip ‘geurgevoelig object’ niet is gedefinieerd in de planregels; 8. Reclamant stelt dat er onvoldoende rekening is gehouden met de agrarische bedrijfsvoering op naastgelegen percelen; 9.

Reclamant stelt dat er een exploitatieplan moet worden opgesteld nu er geen overeenkomst is gesloten met de eigenaar van de gronden; 10. Reclamant geeft aan dat het bodemonderzoek onvolledig is en is verouderd; 11. Reclamant stellen dat de maatwerkbenadering voor het aantal parkeerplaatsen onvoldoende is onderbouwd; 12. Reclamant stelt dat in de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling ten onrechte is gesteld dat er geen concrete andere activiteiten gepland of in uitvoering zijn; 13. Reclamant stelt dat er bij het akoestisch onderzoek ten onrechte rekening is gehouden met de doortrekking van de A15; 14. Reclamant stelt dat er in het akoestisch onderzoek ten onrechte geen rekening is gehouden met de mogelijke bedrijfswoning aan de Laarstraat 20. Beantwoording zienswijze 1. Door reclamant wordt aangegeven dat door het college in het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende blijk is gegeven van een deugdelijke motivering. Echter wordt deze stelling door reclamant niet nader onderbouwd. In algemene zin stelt het college dat er wel degelijk een deugdelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden, en er ook een deugdelijke motivering is opgesteld. De gemeente is van mening dat het bestemmingsplan Plakse Weide op alle punten voldoet aan de geldende wet- en

2. 3. 4.

5. 6. 7. 8.

9.

regelgeving. Bij de totstandkoming van een bestemmingsplan spelen er altijd meerdere belangen die vragen om een afweging. Het algemene belang ‘woningbouw’, wat zowel nationaal, provinciaal als regionaal een belangrijk speerpunt is, prevaleert daarom in dit bestemmingsplan op punten boven het belang van enkele individuen. Voor de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf aan de Laarstraat 20 worden de belangen uitgebreid afgewogen in Bijlage 8. Hierbij is geconcludeerd dat de belangen van het bedrijf aan Laarstraat 20 niet worden geschaad door het bestemmingsplan. Conform de vereisten van Wet ruimtelijke ordening (Wro) is onderzoek gedaan naar de effecten van de komst van de woningen in het plangebied. Uit alle uitgevoerde onderzoeken, die als bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan zijn gevoegd, blijkt dat de effecten van de woningbouw op Plakse Weide voldoet aan de wettelijke normen die hiervoor gelden. De gemeente heeft dan ook geen reden om aan te nemen dat de realisatie van de woningen op Plakse Weide niet te verenigen is met een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor belanghebbenden / omwonenden in de omgeving. De regels waar het bedrijf aan de Laarstraat 20 aan moet voldoen wijzigen namelijk niet. Dit bedrijf zal met haar activiteiten te allen tijden moeten voldoen aan de vergunningen die aan dit bedrijf zijn verleend, en alle relevante wet- en regelgeving.

Het toevoegen van woningen verandert niks aan de bedrijfsvoering of geuremissie van dit bedrijf. De gemeente is van mening dat de realisatie van de woningen op Plakse Weide met een goede ruimtelijke ordening kunnen worden gerealiseerd en dat deze goede ruimtelijke ordening deugdelijk is gemotiveerd. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.4.1. van deze zienswijzennota. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.4.1. van deze zienswijzennota. Daar waar in het plangebied een grotere belasting optreedt dan 3 OU/m3 zijn de gronden bestemd met de bestemming ‘Groen’. Voor dit deel van het plangebied is in artikel 3.3 van de planregels een wijzigingsbevoegdheid naar de bestemmingen ‘Wonen’, en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ opgenomen. Voor het overige deel van het plangebied wordt voldaan aan een maximale belasting van 3 OU/m3. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.4.3. van de zienswijzennota. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.4.3. van de zienswijzennota. Artikel 11 uit het ontwerpbestemmingsplan is komen te vervallen. In het bestemmingsplan komt ‘geurgevoelig object’ nu niet meer voor. Het is de gemeente niet geheel duidelijk op welke agrarische bedrijfsvoering reclamant doelt.

De naastgelegen percelen in eigendom van reclamant aan de overzijde van de Oostsingel (N810) en perceel, kadastraal bekend als Gemeente Duiven, sectie G, nummer 615 hebben en houden een agrarische bestemming. Het gebruik van deze locatie wordt niet beperkt. Uit de zienswijze blijkt niet op welke wijze het vaststellen van het plan leidt tot een belemmering van de bedrijfsvoering, enkel dat reclamant klachten verwacht over zijn bedrijfsvoering. Daarnaast is het bestemmingsplan ambtshalve gewijzigd. In het bestemmingsplan Plakse Weide is een zone opgenomen van 50 meter vanaf naastgelegen agrarische gronden waar geen woningen mogen worden gebouwd in verband met het mogelijke gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De regels hiervoor zijn opgenomen in Artikel 11.2 van de regels van het bestemmingsplan. Dit betreft een wijziging ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Om een intentieovereenkomst of een anterieure overeenkomst te sluiten met de gemeente hoeft de partij met wie deze overeenkomst wordt gesloten geen eigenaar te zijn. Het gaat erom dat de gecontracteerde partij aanspraak heeft op levering van de gronden van het plangebied. De grondeigenaar en de ontwikkelaar hebben een

overeenkomst gesloten met een terugkooprecht voor de gronden in het plangebied. Deze overeenkomst is ingeschreven in de openbare registers van het kadaster. De huidige eigenaar van de grond heeft met ondertekening van de overeenkomst ingestemd met woningbouw daar deze doelstelling in de overeenkomst concreet is benoemd. In de overeenkomst is tevens de grondprijs bij terugkoop bepaald. De gemeente is daarom van mening dat zij de anterieure overeenkomst terecht heeft gesloten met de ontwikkelaar aangezien deze aanspraak kan maken op de gronden. Daarnaast is via de anterieure overeenkomst het kostenverhaal van door de gemeente gemaakte en te maken kosten voor deze ontwikkeling verzekerd. Het vaststellen van een exploitatieplan ex. artikel 6.12, tweede lid, onder a Wro is daarom niet nodig en niet aan de orde. 10. Het klopt dat het bodemonderzoek is verouderd. De gemeente constateert dat reclamant op dit moment (tevens) eigenaar is van de gronden waar het bestemmingsplan betrekking op heeft. Reclamant heeft schriftelijk aan de gemeente kennis gegeven van het feit dat hij op dit moment geen reden ziet om de ontwikkelaar toestemming te geven een bodemonderzoek uit te voeren op de gronden horend bij het plangebied. Ondanks het ontbreken van een actueel bodemonderzoek is de gemeente van oordeel dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van het aspect bodem.

Uit Bijlage 6 blijkt dat er in de grondmengmonsters van de boven- en ondergrond enkele licht verhoogde gehaltes voor nikkel en zijn aangetroffen, alsmede licht verhoogde gehaltes aan aromaten. In geen van de grondmengmonsters en/of het grondwatermonster is echter voor de onderzochte stoffen een overschrijding van het criterium voor nader onderzoek of de interventiewaarde geconstateerd, met uitzondering van het van nature in de omgeving van de locatie voorkomend licht tot sterk verhoogde arseengehalte in de grond en het grondwater. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een relevante verontreiniging. Daarnaast blijkt dat de gronden altijd onbebouwd zijn geweest. Daarnaast heeft de gemeente in artikel 7.4.1. van de planregels een voorwaardelijke verplichting bodemkwaliteit toegevoegd aan het bestemmingsplan. De gemeente is van oordeel dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van het aspect bodem. 11. Zie voor beantwoording van dit punt paragraaf 2.5.1. van de zienswijzennota. 12. De gemeente Duiven heeft verschillende plannen voor woningbouw. Sommige plannen hiervan zijn in realisatie, sommige plannen wordt nu de ruimtelijke procedure voor doorlopen en sommige plannen bevinden zich nog in de initiatieffase.

Plannen die zich in de initiatieffase bevinden, zijn plannen die nog in uitwerking zijn en waarvoor nog geen vastgesteld ruimtelijk plan ligt. Het nieuwbouwproject Ploen Noord, zoals dat nu is voorzien met 80-100 woningen, ligt op een afstand van 1200 m van de locatie Plakse Weide. Misschien dat de bouw van meer woningen mogelijk is op de beschikbare kavels, dat is een onderwerp in het ontwerp proces. Op termijn is de bouw van 300 of meer woningen mogelijk als de ontwikkelaar over meer gronden kan beschikken. De huidige plannen gaan echter over het kleinere gebied. De locatie Lombok ligt op 200 meter van de Plakse Weide. De locatie Lombok leent zich conform de eerste verkenningen voor de bouw van rond de 20 woningen. Gezien de afstand en omvang van de plannen zijn wij van mening dat er geen sprake is van cumulatieve effecten. 13. Het Tracébesluit ViA15 is op 7 september 2021 door de minister van Infrastructuur en Waterstaat vastgesteld. Omdat dit een vastgesteld besluit is moet dit besluit worden meegenomen bij de planvorming voor Plakse Weide. Door het Tracébesluit en de gevolgen ervan wél mee te wegen in de besluitvorming, is ten aanzien van Plakse Weide

juist rekening gehouden met een toekomstig ‘worstcasescenario’. Het is de gemeente dan ook onduidelijk hoe het niet meenemen van het Tracébesluit het belang van reclamant zou dienen. 14. Het klopt dat het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ en het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied 2013’ in theorie een bedrijfswoning bij de varkenshouderij aan de Laarstraat 20 mogelijk maakt. De exacte locatie van deze mogelijke bedrijfswoning wordt niet in deze bestemmingsplannen aangegeven. Indien er in de toekomst een verzoek tot realisatie van een bedrijfswoning komt dan dient voor die bedrijfswoning een locatie te worden bepaald aan de hand van alle aspecten van een goede ruimtelijke ordening. De toekomstige locatie van de mogelijke bedrijfswoning valt in ieder geval buiten het plangebied van bestemmingsplan Plakse Weide. Voor deze bedrijfswoning kan ook na vaststelling van het bestemmingsplan Plakse Weide een omgevingsvergunning worden aangevraagd. De gemeente heeft geen reden om aan te nemen dat de vaststelling van bestemmingsplan Plakse Weide dit verhindert gezien de aanwezigheid van meerdere woningen in de directe nabijheid van het plangebied Conclusie De zienswijze van reclamant leidt op de volgende punten tot een aanpassing van het plan: -

3.3.

Voor het actualiseren van het bodemonderzoek is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in artikel 6.3.2 van de planregels.

Reclamant 3 , wonende aan wonende aan , 6921 TE Duiven & , 6921 JA Duiven & , wonende aan van 18 juli 2023, kenmerk 201625775

, 6921 SH Duiven & , , wonende aan , 6921 JC Duiven, bij brief

Inhoud zienswijze 1. Reclamanten stellen dat het participatieproces niet goed is verlopen; 2. Reclamanten stellen dat het bepaalde in artikel 11.1.2. van de planregels in strijd is met de rechtszekerheid; 3. Reclamanten stellen dat de grens van de ‘milieuzone – geurzone’ moet worden bepaald door de 2 OU/m3 contour; 4. Reclamanten stellen dat er in overleg met hen een Plan Verkeer & Geluid moet worden opgesteld en deze met een voorwaardelijke verplichting aan het ontwerpbestemmingsplan moet worden gekoppeld; 5. Reclamanten stellen dat de groen bestemming te ruim is geformuleerd, dat de functies wegen, straten, speelplekken en uitkijkpunten hierin moeten worden uitgezonderd omdat de bestemming anders in strijd is met de rechtszekerheid; 6. Reclamanten stellen dat het historisch vooronderzoek onvolledig is 7. Reclamanten stellen dat er aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk is voor vaststelling van het bestemmingsplan en dat deze voor aparte besluitvorming moet worden voorgelegd aan de gemeenteraad; 8. Reclamanten stellen dat het ontwerpbestemmingsplan onduidelijk is over de vereiste waterberging;

9. Reclamanten stellen dat de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opnieuw moet worden samengesteld omdat deze is gebaseerd op volgens reclamanten onvolledige en onzorgvuldige rapporten verkeer en geluid; 10. Reclamanten stellen dat de adviezen van de VGGM ten aanzien van externe veiligheid en gezondheid moeten worden opgevolgd; 11. Reclamanten stellen dat de woon bestemming te ruim is geformuleerd, de volgende functies moeten worden uitgezonderd: a. Straten, wegen en parkeervoorzieningen; b. Aaneengesloten bebouwing langs Vergertlaan; c. Dove gevels langs Vergertlaan en Rijksweg; d. Appartementengebouwen hoger dan vier lagen. 12. Reclamanten vragen of het gemeentelijk geluidbeleid op het punt ‘geen dove gevels’ wordt gerespecteerd; 13. Reclamanten stellen dat de gemeenteraad een Beeldkwaliteitsplan moet vaststellen voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan; 14. Reclamanten stellen dat de onderzoeken verkeer en geluid geen rekening houden met de verkeersintensiteiten van overige plannen in Duiven; 15. Reclamanten stellen dat er in het onderzoek verkeer geen rekening is gehouden met langzaam verkeer; 16. Reclamanten stellen dat verkeersveiligheid niet is onderzocht; 17. Reclamanten stellen dat de ontworpen ontsluiting van Plakse Weide onveilig is; 18. Reclamanten stellen de maatregel ‘Afleiden verkeer voor’ a. Beter benutten Westsingel b.

Ontsluiting Plakse Weide op zowel de Rijksweg als op de Oostsingel (N810) c. Doortrekken Heiliglandsestraat naar Oostsingel (N810) 19. Reclamanten stellen dat de afwijking van het parkeerbeleid onvoldoende wordt gemotiveerd, ze stellen dat de raad apart moet besluiten over de afwijking van haar parkeerbeleid; 20. Reclamanten stellen dat voor de woningen op Plakse Weide niet is getoetst aan de bovengrens van 53 dB zonder juridische aftrek van 5 dB, volgens reclamanten de bovengrens uit het gemeentelijk geluidbeleid; 21. Reclamanten stellen dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar brongerichte en overdrachtsmaatregelen en dat deze onvoldoende zijn afgewogen; 22. Reclamanten stellen dat niet is voldaan aan de maximale belasting van de buitenruimte; 23. Reclamanten stellen dat de gemeente maatregelen moet nemen om de geluidsbelasting op de woningen aan de rand van Lommerweide en Vergert-Oost terug te brengen tot maximaal 53 dB; 24. Reclamanten stellen dat er een plan moet worden gemaakt om geluidsoverlast tijdens de bouwperiode zoveel mogelijk te beperken; 25. Reclamanten stellen dat niet binnen 250 meter van het bouwvlak van de veehouderij aan de Laarstraat 20 mag worden gebouwd; 26. Reclamanten stellen dat de economische uitvoerbaarheid niet kan worden aangetoond omdat de anterieure overeenkomst niet openbaar is; 27.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=f2285b9e-50be-4518-9ed4-63cfc015b309