CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

3. 201642686-Toelichting bestemmingsplan Groessen, Dorpstraat 54B, d.d. 04-01-2024

Raadsavond 27 februari 2024, gemeente DuivenBij agendapunt: Bestemmingsplan Dorpstraat 54B Groessen (versnelde procedure)12.961 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

29

De navolgende tabel laat zien hoe de functies kunnen worden gecategoriseerd op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Daarnaast geeft de tabel de minimaal aanbevolen richtafstanden (in meters) aan voor deze functies tot een gemengd gebied: Functie

Geur

1. Kinderopvang 0 2. Bouwmarkten, tuincentra, hypermarkten 0 3. Detailhandel in vuurwerk tot 10 ton 0 verpakt

Stof

Geluid

Gevaar

0 0 0

10 10 10

0 10 10

Grootste afstand 10 10 10

Werkelijke afstand circa 40 m circa 20 m circa 20 m

Ten noorden van het plangebied is een kinderopvang (milieucategorie 2) gevestigd op de Dorpstraat 54C. Deze ligt op meer dan 40 meter. Hiermee wordt aan de richtafstand van 10 m (gemengd gebied) voldaan uit de VNG Handreiking bedrijven en milieuzonering. Er zijn daarnaast meerdere woningen op kortere afstand gelegen en daarmee maatgevend voor eventuele beperkingen voor de kinderdagopvang. Ten zuiden van het plangebied is een tuincentrum (Dorpstraat 55,milieucategorie 2) gelegen, met een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De bestemming detailhandel met functieaanduiding tuincentrum ligt op een afstand van circa 20 meter van de gevel van de beoogde woning. Dit voldoet aan de richtafstand. Gelet op de feitelijke situatie, er direct tegen de detailhandelbestemming van het tuincentrum reeds een andere woonbestemming ligt en de te verplaatsen nieuwe woning niet dichterbij komt, is geen onevenredige beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van het tuincentrum te verwachten of aan te nemen dat het ter plekke niet aanvaardbaar is om te wonen. Volgens de Kamer van Koophandel is op het hetzelfde adres een vuurwerkverkooppunt aanwezig. Het gaat om een opslag van minder dan 10 ton. De richtafstand bedraagt 10 meter. Dit vormt geen belemmering. Andere bedrijven liggen op ruim voldoende afstand, er zijn geen intensieve veehouderijen in de nabije omgeving.

Bedrijven worden met de ontwikkeling niet belemmerd in de (toekomstige) bedrijfsvoering. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat de woningen goed ingepast kunnen worden in een gemengd gebied. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen aanwezig zijn voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.9

Water

Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Voor het waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier

30

thema's. Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen. Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd.

Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. Situatie plangebied Door Buro Ontwerp & Omgeving is in juli 2023 een quickscan water uitgevoerd voor het plangebied. Het onderzoek is als Bijlage 2 bijgevoegd. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld. Uit de analyse blijkt dat: De bodem van onderhavig plangebied bestaat tot minimaal 1,5 m-mv en maximaal 1,9 m-mv uit klei.

De diepere ondergrond bestaat tot circa 3,2 m-mv uit matig grof, zwak siltig zand bestaat, hieronder bevindt zich weer zwak siltige klei; De kleilaag plaatselijk niet geschikt wordt geacht voor infiltratie, k-waarde betreft daar circa 0,4; De zandlaag in de verzadigde zone niet geschikt wordt geacht voor infiltratie, k-waarde betreft daar circa 0,5; Het maaiveld grotendeels gelegen is op een hoogte van circa 11 m + NAP; De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied ingeschat wordt op circa 1,3 m-mv (circa 9,7 m +NAP); Op basis van het beleid van het waterschap en de gemeente er circa 95 m3 water geborgen dient te worden; Gezien er in de huidige situatie ook sprake is van twee woningen wordt geen toename van de DWA (droogweerafvoer) verwacht.

31

Te realiseren berging Binnen het plangebied dient minimaal 95 m3 hemelwater geborgen te worden. De initiatiefnemer is voornemens hiervoor een wadi te realiseren op het achterterrein. De wadi wordt op de noordkant van het perceel over de gehele breedte van het perceel aangelegd. Bij een breedte van circa 2,4 meter van de bodem en 5,4 meter van de gehele wadi, een talud van 1:3 en een bergingsdiepte van 0,5 m kan circa 100 m3 water worden geborgen in de wadi. Er kan ook gekozen worden voor een talud van 1:1, een bodembreedte van 3,5 meter en een totale breedte van 4,5 meter. In de wadi kan dan ook circa 100 m3 geborgen worden.

De wadi wordt gedimensioneerd op de bergingseis van 60mm en 80mm. Om overstroming van de wadi tijdens sterkere regenval te voorkomen kan een noodoverloop worden gerealiseerd. De noodoverloop van de wadi mag, in overleg met de gemeente, worden aangesloten op de hemelwaterriool mits de maximale lozing vanuit de overloop van de berging 2 x de afvoernorm is (1,6 liter/seconde/ha). De koppeling van de overloop dient wel aan de particuliere zijde gerealiseerd te worden. Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van onderhavige analyse worden er met de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied geen negatieve gevolgen verwacht voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Het hemelwatersysteem dient in een latere fase verder gedimensioneerd en civieltechnisch uitgewerkt te worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de drain welke binnen het plangebied aanwezig is en de huisaansluitingen aan de voorzijde van de te handhaven woning. Aanbevolen wordt om het vloerpeil circa 20 tot 30 cm hoger te realiseren dan de Dorpsstraat. Hiermee wordt voorkomen dat water de woning binnenstroomt als er bij heftige buien water-op-straat staat. Digitale watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel.

Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het initiatief relevant zijn. Voor dit initiatief is op 8 juni 2023 de digitale watertoets doorlopen. Deze is als Bijlage 3 bijgevoegd. Ten aanzien van wateradvies geldt er voor het initiatief een normale procedure. Conclusie

32

Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen initiatief.

4.10 Archeologie en cultuurhistorie Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de 'Wet op de archeologische monumentenzorg' (Wamz), die op 1 september 2007 in werking is getreden. Het belangrijkste doel van de Wamz is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. Toetsing Archeologie Het plangebied ligt volgens het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' in een zone met de dubbelbestemming 'Waarde - Hoge archeologische verwachting'. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en indien deze dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden. In voorliggend plan worden twee twee-aaneengebouwde woningen gesplitst in twee vrijstaande woningen. De nieuw te bouwen woning zal een vloeroppervlakte van circa 120 m2 krijgen. Hiermee wordt de grens van 500 m2 niet overschreden. Het uitvoeren van archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Cultuurhistorie Het bestaande woonhuis heeft geen specifieke cultuurhistorische waarde. De ontwikkeling heeft eveneens geen negatief effect op eventuele cultuurhistorisch waardevolle elementen in de omgeving.

Om deze reden is verdere toetsing aan het aspect cultuurhistorie niet noodzakelijk. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.11 Ecologie Algemeen Voordat ruimtelijke ingrepen mogen plaatsvinden, dienen de gevolgen voor beschermde natuurwaarden en de consequenties in het kader van de geldende natuurwet- en regelgeving in beeld te zijn gebracht. Bij de natuurwetgeving kan een tweedeling worden gemaakt in soort- en gebiedsbescherming. Toetsing Quickscan natuurtoets Door Buro Ontwerp & Omgeving in juli 2023 een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 4. De conclusies van het onderzoek worden hieronder kort behandeld. Gebiedsbescherming

33

Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft de Rijntakken dat zich op circa 1,1 kilometer van het plangebied bevindt. Het enige andere Natura 2000-gebied dat zich binnen 10 kilometer vanaf het plangebied bevindt is de Veluwe (circa 8,1 kilometer). Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat drie Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand van het plangebied liggen vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen van deze gebieden. Er zijn een aantal factoren die meespelen bij de stikstofdepositie van woningen op Natura 2000-gebieden. Dit betreft de sloop en bouw van de woning, en in de gebruiksfase betreft dit voornamelijk de verkeersbewegingen en of een woning wel of niet gasgestookt is. Omdat er in de huidige situatie ook sprake is van stikstofdepositie, kan er gebruik worden gemaakt van intern salderen.

In paragraaf 4.12 wordt beschreven dat er per saldo sprake is van een toename van 0,8 verkeersbewegingen per etmaal. Dit betreft een zeer kleine toename. Daarnaast zal de toekomstige woning niet langer gasgestookt zijn, terwijl de huidige woning dit nog wel is. Verwacht wordt dan ook dat in de gebruiksfase de stikstofdepositie afneemt. Daarnaast is de sloop en bouw van een woning een zeer kleinschalige ontwikkeling waar niet veel bouwmaterieel voor noodzakelijk zal zijn. Mede door de interne saldering is de verwachting dat er geen sprake zal zijn van stikstofdepositie in de realisatiefase. Kortom, gezien er sprake is van een zeer kleinschalige ontwikkeling, namelijk de sloop en bouw van één woning, en er sprake is van interne saldering, zal er naar verwachting geen stikstofuitstoot plaatsvinden op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt op 1,1 km afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en circa 850 meter van de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Soortenbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden.

Vleermuizen Tijdens het veldbezoek werden potentiële invliegopeningen waargenomen in het woonhuis en de aanbouw bij de nokvorsten, kantpannen, loodslabben en boeiboorden. Deze openingen en ruimtes zouden kunnen dienen als potentiële verblijfplaats voor vleermuizen. De herontwikkeling van het woonhuis tot twee vrijstaande woonhuizen zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als de bebouwing als verblijfplaats fungeert voor vleermuizen. De aanwezigheid van vleermuizen moet daarom nader worden onderzocht. Gierzwaluw Tijdens het veldbezoek zijn potentiële invliegopeningen aangetroffen in het woonhuis. De herontwikkeling van het woonhuis tot twee vrijstaande woonhuizen zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als het woonhuis als nestplaats fungeert voor de gierzwaluw. Daarom dienen de sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen van de gierzwaluw (15 april t/m 30 augustus) plaats te vinden. Als deze maatregel niet gewaarborgd kan worden moet de

34

aanwezigheid van de gierzwaluw nader worden onderzocht. Huismus In de bebouwing werden ruimtes onder de dakpannen aangetroffen die de huismus kan gebruiken als nestplaats. De herontwikkeling van het woonhuis tot twee vrijstaande woonhuizen zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Hieruit volgt dat nader onderzocht moet worden of de huismus nestelt in het plangebied en of de levensbomenhagen tot het functioneel leefgebied van de huismus behoren. Nader onderzoek Gezien het aanvullend onderzoek pas afgerond zal zijn in juni 2024, zal in de regels behorende bij dit bestemmingsplan moeten worden geborgd dat er niet gesloopt kan worden, tenzij vaststaat dat uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn en/of voldoende gemitigeerd wordt op basis van een verleende ontheffing door het bevoegd gezag (provincie Gelderland). Om deze reden is een dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie' opgenomen over het gehele plangebied, met uitzondering van de gronden die zijn bestemd als 'Agrarisch', gezien deze gronden consoliderend zijn opgenomen.

Middels de regels behorende bij deze dubbelbestemming wordt dan voorkomen dat zonder omgevingsvergunning gestart mag worden met werkzaamheden, en de omgevingsvergunning voor bouwen pas verleend mag worden nadat uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn en/of voldoende gemitigeerd wordt op basis van een verleende ontheffing door het bevoegd gezag (provincie Gelderland). Hiermee worden beschermde diersoorten die zich mogelijk in het plangebied bevinden beschermd en wordt er niet in strijd met de Wnb gehandeld. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het voorgenomen initiatief.

4.12 Verkeer en parkeren Algemeen Bij ruimtelijke initiatieven moet worden aangetoond dat het initiatief geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. Toetsing Verkeer In de huidige situatie is er sprake van twee twee-aaneengebouwde woningen. Volgens de kengetallen van het CROW is het aantal verkeersbewegingen, uitgaande van de verstedelijkingsgraad 'matig stedelijk' en het gebiedstype 'buitengebied', gemiddeld 7,8 verkeersbewegingen per woning. Dit komt voor de huidige situatie, uitgaande van twee woningen, neer op 15,6 verkeersbewegingen per dag. In de toekomstige situatie is er sprake van twee vrijstaande woningen. Volgens de kengetallen van het CROW is het aantal verkeersbewegingen, uitgaande van de verstedelijkingsgraad 'matig stedelijk' en het gebiedstype 'buitengebied', gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per woning. Dit komt in de toekomstige situatie, uitgaande van twee woningen, neer op 16,4 verkeersbewegingen per dag. Dit betekent dat met de ontwikkeling het aantal verkeersbewegingen per dag stijgt met 0,8. De omliggende wegen hebben voldoende capaciteit om deze zeer beperkte stijging van het aantal verkeersbewegingen op te vangen.

35

Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het initiatief voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is er gekeken naar de Parkeernormennota van de gemeente Duiven. Deze nota is vastgesteld op 3 februari 2018. In de huidige situatie is er sprake van twee twee-aaneengebouwde woningen. Volgens de Parkeernormennota is het benodigde aantal parkeerplaatsen, uitgaande van 'woning midden (tussen 90 en 135 m2 gbo) in het buitengebied, 2,2 per woning. In de huidige situatie wordt er volledig op eigen terrein geparkeerd. In de toekomstige situatie is er sprake van twee vrijstaande woningen. Volgens de Parkeernormennota is het benodigde aantal parkeerplaatsen, uitgaande van 'woning midden (tussen 90 en 135 m2 gbo) in het buitengebied, 2,2 per woning. Het aantal benodigde parkeerplaatsen neemt met de ontwikkeling niet toe. Zoals in de huidige situatie het geval is, zal ook in de toekomstige situatie het parkeren volledig op eigen terrein worden opgelost. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief.

4.13 Economische uitvoerbaarheid Algemeen Gelet op het bepaalde in artikel 3.1 Wro moet in het kader van een bestemmingsplan onder andere inzicht worden verschaft in de economische uitvoerbaarheid van het plan. In verband daarmee is eerst onderzocht of voor het onderhavige bestemmingsplan op grond van artikel 6.12, eerste lid Wro de verplichting bestaat om één of meer exploitatie plannen vast te stellen. Op grond van artikel 6.12, lid 1 van de Wro stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) aangewezen bouwplan is voorgenomen. Dit zijn de volgende bouwplannen: de bouw van één of meer woningen; de bouw van één of meer gebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.000 m2 bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2.

Op grond van artikel 6.12, lid 2 Wro kan van deze verplichting worden afgezien, indien (globaal) sprake is van de volgende factoren: het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is, en; het bepalen van een fasering en/of het vastleggen van locatie-eisen niet noodzakelijk is. Voor de beoordeling van de vraag of het kostenverhaal anderszins verzekerd is, is de eigendomsituatie van belang. In het geval dat alle gronden binnen een exploitatiegebied eigendom zijn van de gemeente, kan de gemeente de kosten van de grondexploitatie verrekenen in de prijs van de uit te geven bouwrijpe kavels. In dat geval is het kostenverhaal afdoende anderszins verzekerd en is het vaststellen

36

van een exploitatieplan niet verplicht. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente in een overeenkomst met de ontwikkelaar heeft vastgelegd hoe de kosten van de grondexploitatie worden verrekend. Ook in dat geval is het vaststellen van een exploitatieplan niet verplicht. Toetsing Voorliggend project betreft een particulier initiatief dat op particulier grondeigendom plaatsvindt. Met initiatief zijn geen kosten voor de gemeente gemoeid, anders dan kosten die op basis van de gemeentelijke legesverordening in rekening zullen worden gebracht. Daarnaast wordt met de initiatiefnemer een planschade overeenkomst gesloten, teneinde eventuele kosten voor de gemeente te kunnen verhalen op initiatiefnemer. Het initiatief betreft geen ontwikkeling die exploitatieplanplichtig is. Conclusie Het aspect economische uitvoerbaarheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.14 Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Ten behoeve van de maatschappelijke uitvoerbaarheid zijn de direct omwonenden op de hoogte gesteld van de plannen. De direct omwonenden zijn op 15 juni 2023 via een huis-aan-huis brief geïnformeerd over het voornemen van de initiatiefnemer om een planologische procedure te starten. In die informatiebrief is het plan toegelicht alsmede de voorgestelde bebouwingsmogelijkheden. Om dit te verduidelijken is een schetstekening en de concept verbeelding van het bestemmingsplan bij de brief bijgevoegd. Omwonenden zijn tot uiterlijk zondag 25 juni 2023 in de mogelijkheid gesteld om eventueel vragen te stellen en/of opmerkingen te maken. De reacties zijn samengevat in een memo, bijgevoegd als Bijlage 5. Hiermee is de maatschappelijke uitvoerbaarheid van de ontwikkeling aangetoond.

37

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Plansystematiek

De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Daarom stelt onder andere de Wro eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

5.2

Opbouw regels

De regels zijn onderverdeeld in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangsen slotregels. De inleidende regels vormen Hoofdstuk 1 en bevatten de begrippen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hierin zijn de regels bij de in het plan voorkomende bestemmingen opgenomen. Onder algemene regels, Hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen die niet beperkt zijn tot een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele plangebied, zoals de anti-dubbeltelregel en algemene afwijkingsregels. Tot slot zijn in Hoofdstuk 4 de overgangsregels en de slotregel opgenomen.

5.3

Verbeelding

In deze paragraaf worden de op de verbeelding voorkomende bestemmingen benoemd en wordt kort toegelicht wat hiervoor in de regels vastgelegd is. Artikel 3 Agrarisch De bestemming 'Agrarisch' (artikel 3) is toegekend aan de gronden van het weiland ten westen van de huidige woningen. Dit is omdat er op deze gronden nog een tuin- en woonbestemming ligt welke niet op deze locatie gewenst is. Er bevindt zich hier namelijk een weiland waarop een schuilgelegenheid voor dieren staat. Het is dan ook logisch dat aan deze gronden de bestemming 'Agrarisch' zal worden gegeven. Er zullen geen fysieke wijzigingen plaatsvinden op deze locatie, behalve de bestemmingswijziging van 'Tuin' en 'Wonen' naar 'Agrarisch'. In de regels is bepaald dat de gronden met deze bestemming zijn bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf of grondgebonden veehouderij, agrarisch natuurbeheer, extensief recreatief medegebruik, onverharde paden, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Voor de schuilgelegenheid is een bouwvlak opgenomen, met daarbij de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid'. Op deze manier is alleen het bouwen van een schuilgelegenheid voor dieren mogelijk. Tevens zijn voor dit bouwwerk maatvoeringen opgenomen.

Artikel 4 Tuin De bestemming 'Tuin' (artikel 4) is toegekend aan de gronden gelegen bij de woonbestemming, het gedeelte tussen de bouwvlakken en de Dorpstraat, zoals deze in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2013' ook is vastgelegd. Op gronden met deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en uitbouwen in de vorm van erkers (behorende bij de aangrenzende woningen in de bestemming ‘Wonen - 1’) toegestaan. Bij omgevingsvergunning kunnen via een afwijkingsbevoegdheid meer bouwmogelijkheden worden toegestaan.

38

Artikel 5 Wonen - 1 De bestemming 'Wonen - 1' (artikel 5) is van toepassing op de woonpercelen, met uitzondering van de gronden voor de woningen die als ‘Tuin’ zijn bestemd. Woningen kunnen alleen vrijstaand worden gebouwd. Artikel 6 Waarde - Ecologie De dubbelbestemming Waarde - Ecologie (artikel 6) is opgenomen zodat wordt voorkomen dat zonder omgevingsvergunning gestart mag worden met werkzaamheden, en de omgevingsvergunning voor bouwen pas verleend mag worden nadat uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn en/of voldoende gemitigeerd wordt op basis van een verleende ontheffing door het bevoegd gezag (provincie Gelderland). Hiermee worden beschermde diersoorten die zich mogelijk in het plangebied bevinden beschermd en wordt er niet in strijd met de Wnb gehandeld. Artikel 7 Waarde - Hoge archeologische verwachting De dubbelbestemming 'Waarde - Hoge archeologische verwachting' (artikel 7) regelt dat bij een verstoringsoppervlakte groter dan 500 m2 een omgevingsvergunning vereist is. Het is verboden om zonder deze vergunning werkzaamheden (met een oppervlakte van meer dan 500 m2) uit te voeren die dieper de bodem ingaan dan 50 cm. Overig Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht.

Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

39

Hoofdstuk 6

Procedure

Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende de periode van 23 november 2023 tot en met 3 januari 2024 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad van de gemeente Duiven. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Tevens zijn er geen ondergeschikte wijzigingen doorgevoerd.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=574d7f0d-e917-47d7-8e95-34a794b2aa5b