CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

3. 201590620 Toelichting GVS-BP – Vitaal Centrum, IKC Remigius’.pdf

Politieke Avond 20 december 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: 19.30 – 20.45 - Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan – ‘Vitaal Centrum, IKC Remigius’ & vaststelling bestemmingsplan ‘Droopad 1’ - ronde tafel12.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nee

2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel?

Nee Nee

4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren? Oppervlaktewaterkwaliteit

Nee

1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd?

Nee

2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

Nee

3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied? Grondwaterkwaliteit

1. Ligt het plangebied in de beschermingszone

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich over-

van een drinkwateronttrekking?

Nee Nee

storten uit het gemengde of verbeterde gescheiden stelsel?

Nee

2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij be-

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een

schermingszones voor natte natuur? natte EVZ?

Nee Nee Nee

2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur? Inrichting en beheer

Nee

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap?

Nee

2. Heeft het planherinrichting van watergangen tot doel?

Nee

29

AANDACHTSTHEMA’S Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Cultuurhistorie

Nee

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

*

Nee

als op één of meer vragen per waterthema Ja wordt geantwoord dan is het thema relevant en zal de toelichting bij het kopje 3 ingevuld en toegevoegd moeten worden in de ruimtelijke onderbouwing.

Uit voorgaande toetsing van de watertoetstabel blijkt dat er met voorliggend plan sprake kan zijn van een toename aan afvalwater en wateroverlast (oppervlaktewater) in het plangebied. Voor het vuilwater dient een riool aansluitvergunning aangevraagd te worden. Vuilwater kan daarna geloosd worden op een uitlegger. Wat betreft hemelwater geldt het uitgangspunt dat het op eigen terrein moet worden verwerkt (60 mm berging die in 24 uur beschikbaar is). De bodem is geschikt om hemelwater rechtstreeks in de bodem te laten infiltreren. Er komt een overloopvoorziening op het gemeentelijke HWA riool. Dit mag middels een boven- of ondergrondse voorziening. Hiervoor dient een wateradvies/plan voor opgesteld worden hoe omgegaan wordt met het hemelwater. Dit wordt bij de verdere uitwerking van de plannen opgepakt en afgestemd met het waterschap. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.8

Natuur Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Toetsing Middels een quick scan natuur7 is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan uiteengezet.

7

Foreest Groen Consult B.V. (2021). Quickscan natuuronderzoek IKC Remigius en Woonpark Duiven. 16 juli 2021. 30

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied Rijntakken ligt in de buurt van het plangebied. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Rijntakken is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. Daarom is een onderzoek stikstofdepositie 8 uitgevoerd, waarbij eveneens rekening is gehouden met de nabijgelegen ontwikkeling van het appartementengebouw behorende bij fase IV van het centrumplan. Uit het onderzoek volgt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Verder blijkt uit de quick scan dat in de omgeving van het besluitgebied geen Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het project dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving.

In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Voor het plangebied van de beoogde locatie van het IKC blijkt dat rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Verder blijkt uit de quick scan dat mogelijk verblijfplaatsen van marterachtigen en vleermuizen aanwezig zijn binnen het plangebied. Er wordt aanbevolen om nader onderzoek te verrichten naar deze soorten. Echter blijven de locaties geschikt voor marterachtigen met de voorgenomen ontwikkeling grotendeels intact, waardoor wordt aangenomen dat geen leefgebied wordt aangetast en vervolgonderzoek naar marterachtigen daardoor niet benodigd is.

Daarnaast zijn na het veldbezoek behorende bij de quickscan een aantal bomen binnen het plangebied gekapt, ten gevolge van stormschade. Hierdoor zijn vliegroutes van vleermuizen niet meer mogelijk en is een nader onderzoek naar deze soorten tevens niet meer van toepassing. Houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

8

SAB (2022). Onderzoek stikstofdepositie. Duiven, Centrum Duiven. Projectnummer: 210207. 8 juli 2022. 31

Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.

4.9

Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het project te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing De gemeente Duiven heeft specifiek archeologiebeleid in de vorm van het ‘Bestemmingsplan Archeologie’, zoals vastgesteld door de gemeente Duiven op 31 mei 2009. Op basis van dat plan heeft het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie’, inclusief gebiedsaanduiding ‘specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting 3’. Dit betekent dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en die dieper reiken dan 0,5 meter. De bodemingrepen voor voorliggend plan overschrijden deze onderzoeksgrens, waarmee archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Middels een proefsleuvenonderzoek 9 is onderzocht of in de bodem archeologische resten aanwezig zijn.

Hieruit volgt dat de gronden bedoeld voor de locaties van het IKC Remigius en het uit te werken woongebied ten noorden van de nieuwe locatie van IKC Remigius archeologische resten uit de Romeinse tijd bevatten. Hierdoor is vervolgonderzoek benodigd. In voorliggend plan is het ‘Bestemmingsplan Archeologie’ in de regels van toepassing verklaard. Dat betekent dat in het plangebied de archeologische dubbelbestemming van kracht blijft met bijbehorend aanlegvergunningenstelsel. De aanlegvergunning wordt uitsluitend verleend, indien is gebleken dat de werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal danwel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. Conclusie Met inachtneming van het voorgaande kan worden gesteld dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.

9

VUhbs (2022). Evaluatierapport Duiven-Centrumplan. Reg. nr.: 28951220. 32

4.10

Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het nemen van ruimtelijke besluiten. Toetsing In en rondom het plangebied bevinden zich geen monumentale en/of cultuurhistorische waarden. Daarmee wordt gesteld dat de ontwikkeling niet zorgt voor eventuele aantasting van aanwezige cultuurhistorische waarden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.11

Verkeer en parkeren Verkeer In het centrum van Duiven zijn verschillende plannen voor het realiseren van woningbouw en andere functies. Al deze plannen hebben invloed op het wegennet in- en om het centrum van Duiven. Al deze plannen zijn gezamenlijk bekeken voor wat betreft verkeer, omdat deze allemaal invloed hebben op het wegennet in het centrum en omgeving. In de analyse die is uitgevoerd is rekening gehouden met de ontwikkeling van 35 kleine appartementen bij het Remigiusplein, 13 kleine appartementen op de locatie Regina Pacis en 20 middelgrote appartementen in het woonpark achter het gemeentehuis. Dit resulteert in een verwachtte verkeersgeneratie van circa 380 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Er zijn geen aanwijzingen dat het bestaande wegennet deze verkeersbewegingen niet kan afwikkelen. Voor de komst van de nieuwbouw van IKC Remigius wordt geen extra verkeer verwachten ten opzichte van de situatie. Op basis van deze analyse kan gesteld worden dat het aspect verkeer geen belemmering vormt. Parkeren In het centrum van Duiven zijn verschillende plannen voor het realiseren van woningbouw en andere functies. Al deze plannen hebben invloed op de parkeerdruk in- en om het centrum van Duiven. Al deze plannen zijn gezamenlijk bekeken voor wat betreft parkeren, omdat deze allemaal invloed hebben op de parkeerdruk in het centrum en omgeving.

Uit de opgestelde parkeerbalans10 volgt dat de voorgenomen ontwikkelingen in het centrum met de huidige parkeerdruk niet zullen zorgen voor een tekort aan parkeerplaatsen. Ook indien de gemeente samen met ondernemers er in slaagt om de leegstand terug de dringen zal er op normale dagen geen capaciteitsprobleem ontstaan. Wel wordt verwacht dat tijdens evenementsituaties de parkeercapaciteit in het centrum ontoereikend zal zijn. Om de parkeerdruk tijdens evenementen tijdelijk te verlagen zijn er mitigerende maatregelen mogelijk, zoals het aanbieden van een bewaakte fietsenstalling of het geven van korting op toegang tot het evenement of op de 10

BVA Verkeersadviezen (2022). Parkeerbalans centrumgebied Duiven. Projectnummer: 22045. 1 juni 2022. 33

winkels in het centrum aan mensen die op de fiets komen. Op deze manier worden bezoekers verleid om niet met de auto naar het centrum te komen. Er wordt nog nader onderzoek verricht om de effecten van mitigerende maatregelen op de parkeerdruk in het centrum in kaart te brengen. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

34

5

Wijze van bestemmen

5.1

Algemeen

5.1.1

Wat is een bestemmingsplan? Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat: − de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en − de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden’ (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ). Een bestemmingsplan regelt derhalve: − het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: − het bebouwen van de gronden; − het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden.

Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de Bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.

5.1.2

Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1 Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.

35

2 Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3

Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3 Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels. 4 Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2

Dit bestemmingsplan

5.2.1

Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het

36

bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.2

De specifieke bestemmingen Voor onderhavig plan is bij de regeling aansluiting gezocht bij de bestemmingsplannen ‘Vitaal Centrum’ en ‘Duiven - Noord’. Het plan bevat de bestemmingen ‘Groen’, ‘Maatschappelijk’, ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ en ‘Woongebied - Uit te werken’. Groen De gronden aan de zuid- en oostzijde van het IKC zijn voorzien van de bestemming ‘Groen’. Deze bestemming voorziet voornamelijk in groenvoorzieningen, paden, watervoorzieningen en speelvoorzieningen. Gebouwen mogen niet in deze bestemming worden opgericht. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn maximum bouwhoogtes opgenomen. De aanwezige zend-/ontvangstinstallatie is aangeduid en heeft een maximum bouwhoogte van 30 meter. Maatschappelijk Het nieuwe IKC is bestemd als ‘Maatschappelijk’. Hier zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan, zoals een onderwijsinstelling. Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. Gebouwen moeten binnen het aangewezen bouwvlak worden gerealiseerd en voldoen aan de opgenomen maximum bouwhoogte. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn maximum bouwhoogtes opgenomen. Verkeer - Verblijfsgebied De bestaande parkeer- en ontsluitingsvoorzieningen hebben de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied' toegekend gekregen. Binnen deze bestemming is het niet toegestaan om gebouwen op te richten en zijn voor verschillende bouwwerken, geen gebouwen zijnde maatvoeringseisen opgenomen.

Het evenemententerrein is als zodanig aangeduid en via specifieke gebruiksregels zijn onder meer het aantal en de typen evenementen vastgelegd, waarbij geldt dat de ijsbaan uitsluitend op de aangeduide locatie is toegestaan. Woongebied - Uit te werken De resterende gronden van rondom het gemeentehuis zijn voorzien van de bestemming ‘Woongebied - Uit te werken’. Gebouwen mogen pas worden gebouwd, nadat een uitwerkingsplan is vastgesteld. Een uitwerkingsplan mag pas worden vastgesteld wanneer uit onderzoek blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast moet het uitwerkingsplan passen binnen de opgenomen uitwerkingsregels. In de uitwerkingsregels is onder meer vastgelegd dat het aantal woningen niet meer dan 20 mag zijn, waarbij geldt dat woningen niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘wonen uitgesloten’. Er zijn uitsluitend aaneengebouwde en/of gestapelde woningen toegestaan. Gestapelde woningen zijn alleen mogelijk verspreid over maximaal 2 bouwpercelen. De bouwhoogte is daarbij maximaal 17 meter. Voor aaneengebouwde woningen is een maximum goothoogte van 6 meter en een maximum bouwhoogte van 13 meter opgenomen. Op het gebied van parkeren is in de uitwerkingsregels opgenomen dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en dat minimaal 1 parkeerplaats per woning op eigen terrein moet worden voorzien.

37

5.2.3

Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht. Parkeren In de algemene regels is een parkeerregeling opgenomen. Deze regeling houdt in dat een omgevingsvergunning voor bouwen of uitbreiden van een gebouw slechts wordt verleend indien voldoende parkeergelegenheid is gerealiseerd, conform het meest recente gemeentelijk beleid ten aanzien van parkeren. Hier kan onder voorwaarden van worden afgeweken.

38

6 6.1

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het project. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door de ruimtelijke procedure moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Voorliggend plan maakt onderdeel uit van het project ‘Vitaal Centrum’ waarvoor de gemeente een eigen grondexploitatie voert. Het verhaal van kosten is derhalve verzekerd via de uitgifte van grond. In deze grondexploitatie is rekening gehouden met de diverse kosten voor de ontwikkeling alsmede de opbrengsten. De economische uitvoerbaarheid van dit plan is hiermee aangetoond.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Overleg en inspraak Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijke procedure, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van de ontwikkeling. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld.

6.2.2

Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Een ieder heeft in deze periode zienswijzen in kunnen dienen. In een bijlage bij dit bestemmingsplan zijn de binnengekomen zienswijzen samengevat en van een antwoord voorzien. Tevens zijn in de bijlage de doorgevoerde wijzigingen terug te vinden. Het plan is op een aantal punten aangepast.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=da282666-baf2-40b0-ac2d-cec209492fba