CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

201714775-Bijlage 6 Onderzoek ontplofbare oorlogsresten (geanonimiseerd)

Raadsavond 9 december 2025, gemeente DuivenBij agendapunt: Verzoek Adviesrecht BOPA Welleveldsestraat 2 Duiven15.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

luchtaanvallen

tot

de IJssel en in de IJssellinie

verdedigingswerken (575-serie)

Plattegrond verdedigingswerken verklaringslijst (koerier Spijker) National

Groene Serie

II / De

Relevant

Krijgsverrichtingen ten

Toeg.nr

2.11

Ja

van

Er

elk

onderzoek

de onderdelen

conflictperiode van

de

Britse

nagegaan

Royal

of

sprake

Air Force, welke

hierbij beschouwing genomen wordt onderzoek verricht in de relevante stukken

is

van

mogelijk

periode is die van 10 mei 1940

in

van

de vier

belangrijkste

de RAF, te weten:

Bomber Command; Coastal Command;

Fighter Command/Air ee Voor

Defence Great Britain;

Second Tactical Air Force.

elk onderzoek

conflictperiode wordt tevens Tactical Air Force, gezien de zeer grote spreiding Nederlands grondgebied vanaf september 1944. Het onderzoek

aantal, de

in de

hoofd-

(vliegtuigbommen) daarvan.

stukken

en

als

de

van

subsoort(en), raketten

die

onderzoek en

uitgevoerd in de collectie van de 2nd intensiteit van operaties van dit onderdeel op

Royal Air Force is met het

het

name

gericht

op

type ontsteker(s) gewicht tijdens luchtaanvallen zijn ingezet, maar en

het vaststellen

van

van

het

zowel

afwerpmunitie

ook

inslaglocaties

de

AIR 14 Air Ministry: Bomber Command: Registered Files. Toeg. nr AIR 14

Inv. nr 26652680

Omschrijving Night Bomb Raid Sheets (May 1940 – May 1945)

33603368

Day Bomb Raid Sheets (May 1940 – May 1945)

31623198

Summaries of Form E Reports of bombs dropped on targets

Relevant Nee , geen (aantoonbare) betrekking het op projectgebied. Nee , geen (aantoonbare) betrekking het op projectgebied. Nee , geen (aantoonbare) betrekking het op projectgebied.

AIR 15 Air Ministry and Admirality: Coastal Command: Registered Files Toeg. nr AIR 15

Inv. nr 766-771

Omschrijving Strike Sheets (April 1940 – September 1941)

Relevant Nee , geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

2

AIR 24 Air Ministry and Ministry of Defense: Operations Record Books , Commands Toeg. nr AIR 24

Inv. nr 217280

Omschrijving Bomber Command Intelligence Reports and Intelligence Narrative of Operations , May 1940 – June 1944

284321

Bomber Command Intelligence Reports and Intelligence Narrative of Operations , July 1944 – May 1945

625650

Appendices Fighter Command , September 1944 – April 1945

Relevant Nee , geen (aantoonbare) betrekking het op projectgebied. Nee , geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Nee , geen (aantoonbare) betrekking het op projectgebied.

AIR 27 Air Ministry and successors: Operations Record Books , Squadrons Toeg. nr AIR 27

AIR

Inv. nr 643 1741

Omschrijving No 74 Squadron No 345 Squadron

5 Relevant Ja Ja

37

Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force , later Supreme Headquarters Expeditionary Force (Air) , and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports Toeg. nr AIR 37

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

Inv. nr 715

Omschrijving Second Tactical Airforce Daily Log , September – October 1944

716

Second Tactical Airforce Daily Log , November – December 1944

717

Second Tactical Airforce Daily Log , January – February 1945

718

Second Tactical Airforce Daily Log , March – May 1945

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

26

Allied

Relevant Nee , geen (aantoonbare) betrekking het op projectgebied. Nee , geen (aantoonbare) betrekking het op projectgebied. Nee , geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied. Ja

BB25-297-OC-01

6

War Diaries geallieerde troepen

Behalve stukken met betrekking tot de luchtoorlog beheren de National Archives tevens rapporten en overige documenten van het Britse leger. Wanneer sprake is van het mogelijk plaatsvinden van geallieerde artilleriebeschietingen , maar bijvoorbeeld ook grondgevechten (al dan niet van geringe omvang) wordt conform het CS-VROO onderzoek verricht in de collectie War Diaries , als het plaatsvinden of uitblijven van deze artilleriebeschietingen of grondgevechten niet voldoende door andere bronnen kunnen worden bewezen. De relevante War Diaries konden worden geraadpleegd in het de collecties van het NIMH. 2. 12

Bundesarchiv/Militärarchiv

Conform aan het CS-VROO worden de collecties van de Luftwaffenführungsstab geraadpleegd voor

informatie over luchtaanvallen en bombardementen , al dan niet uitgevoerd door de Luftwaffe. Het gaat om onderstaande collecties , waarvan de RM7 een aanvulling vormt op de RL2. Deze collecties bevatten meldingen over bomafworpen op Nederlands grondgebied vanaf de Duitse inval op 10 mei 1940 tot 10 november 1941.

2

RL 2 Luftlageberichte Toeg. nr RL2

Inv. nr 205 t/m 269

Omschrijving Luftlageberichte mei 1940 - november 1941

Relevant Nee , geen (aantoonbare) betrekking het op projectgebied.

RM7 Luftwaffenführungsstab , Luftlageberichte Toeg. nr RM7

2. 13

Inv. nr 344 t/m 353

Omschrijving Luftlageberichte augustus - november 1940

Relevant Nee , geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

5

The National Archives and Records Administration , Washington D. C. (NARA)

Conform het CS-VROO wordt de toegang RG18 World War II Combat Operations Reports 1941-1946 geraadpleegd in de National Archives and Record Administration. Indien uit deze toegang of uit andere bronnen blijkt dat het onderzoeksgebied getroffen is door luchtaanvallen met afwerpmunitie uitgevoerd door de United States Army Air Forces , worden de relevante inventarisnummers

geraadpleegd , met als doel het vaststellen van het aantal , de hoofd- en subsoort , gewichtsklasse en het type ontsteker(s) van de afwerpmunitie die tijdens de desbetreffende luchtaanval is ingezet , en op de inslaglocaties daarvan. Toeg. nr. RG18

Inv. nr. -

Omschrijving Geen relevante stukken aangetroffen

Relevant -

In de collectie van NARA wordt tevens gekeken naar eventueel beschikbare geallieerde stafkaarten , waarop (Duitse) verdedigingswerken zijn ingetekend (zogeheten Defense Overprints). Indien beschikbaar zijn deze kaarten gebruikt ter ondersteuning bij de uitvoering van de analyse van het luchtfotomateriaal. Voor het projectgebied waren de volgende Defense Overprints beschikbaar:

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

27

BB25-297-OC-01

6

Toeg. nr RG 331

Inv. nr

Omschrijving Defence Overprint edition of 19 Mar 45 Zevenaar.

-

Relevant Ja

Indien sprake is van het mogelijk plaatsvinden van artilleriebeschietingen en/of grondgevechten door Amerikaanse troepen die niet (voldoende) beschreven worden door overige bronnen , worden eveneens War Diaries van de betrokken eenheden geraadpleegd. 2. 14

Getuigenverklaringen

In overleg met de opdrachtgever wordt bepaald of getuigen worden gehoord. Dit wordt conform het CS-VROO gerapporteerd. Indien getuigen worden gehoord dient een schriftelijke getuigenverklaring te worden opgesteld en getekend door de getuige en / of door een vertegenwoordiger van de opdrachtgever die bij het horen van de getuige aanwezig is. Een getuigenverklaring wordt opgenomen als bijlage bij het rapport. Deze getuigenverklaringen staan los van getuigenverklaringen aangetroffen in bijvoorbeeld literatuur of archiefstukken.

2

Voor het voorliggende onderzoek conflictperiode zijn er geen getuigen gehoord , daar er geen getuigen zijn aangedragen door de opdrachtgever/geen getuigen gevonden zijn. 2. 15

Kadaster

In het kader van het onderzoek naar contra-indicaties wordt in elk geval naoorlogs kaartmateriaal uit het archief van het kadaster geraadpleegd met het doel om naoorlogse ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen , conform het CS-VROO. 2. 16

Library and Archives Canada (LAC)

Wanneer uit het overige bronnenmateriaal blijkt dat binnen of in de nabijheid van het projectgebied sprake is van de mogelijke inzet van Canadese troepen , worden tevens Canadese War Diaries geraadpleegd. Wanneer mogelijk wordt dit gedaan via de website van Project 44 (https://map.project44.ca/) , waarbij via een kaartweergave de positie van verschillende Canadese eenheden op verschillende data wordt weergegeven , inclusief de War Diary op die datum. Indien er op deze manier geen War Diaries beschikaar zijn , wordt de collectie War Diaries – Second World War geraadpleegd op de website van Library and Archives Canada (LAC). Deze collectie bevat een veelheid aan War Diaries van Canadese eenheden die op het Europese vasteland zijn ingezet , op verschillende bevelniveaus. Daarnaast kan de collectie van Héritage Canadiana gebruikt worden voor dit doel. Voor voorliggend onderzoek conflictperiode zijn op project44. ca en/of in de collectie van het LAC en/of in

de collectie van Héritage Canadiana onderstaande stukken geraadpleegd: Reference RG 9 III-C-3

Box. Nr. 4021

Omschrijving Operations - Orders - British units - 49th Division

R112 , RG24

37831

11th Army Field Regiment , Royal Canadian Artillery

2. 17

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

Relevant Nee , geen (aantoonbare) betrekking het op projectgebied. Nee , geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied.

Overige bronnen

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

28

BB25-297-OC-01

5

6

Ter aanvulling van de bronnen geraadpleegd conform het CS-VROO

zijn tevens enkele relevante

persberichten , websites , landkaarten en andere aanvullende bronnen geraadpleegd: ahn. nl; beeldbankwo2. nl; gahetna. nl; google earth; hkdgl. nl; kadaster. nl; maps. google. com; pdok. nl; topotijdreis. nl; tracesofwar. com; vergeltungswaffen. nl; westervoort1940. nl; verliesregister. studiegroepluchtoorlog. nl.

2

5

6

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

29

BB25-297-OC-01

3.

BRONNENANALYSE

3. 1

Algemeen

In dit hoofdstuk is het resultaat opgenomen van de beoordeling en evaluatie van het in het vorige

hoofdstuk geïnventariseerde bronnenmateriaal. 3. 2

Chronologische gebeurtenissenlijst

Hieronder is een overzicht opgenomen van de verschillende oorlogshandelingen die , blijkens de geraadpleegde bronnen , hebben plaatsgehad in (de omgeving van) het projectgebied. In de kolom ‘relevantie’ wordt besproken in hoeverre de gebeurtenis is beschouwd als zijnde van invloed op het huidige projectgebied en daardoor kan worden beschouwd als een indicatie of contra-indicatie voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Conform het CS-VROO worden de verschillende oorlogshandelingen/indicaties vertaald naar een locatie in de huidige topografie. Waar sprake is van onduidelijkheid of onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing of andere elementen van een melding/oorlogshandeling wordt dit beschreven. Locatieverwijzingen uit geschreven bronnen worden ongewijzigd overgenomen , tenzij sprake is van een dergelijke verschrijving/afwijkende spelling dat deze onleesbaar of onduidelijk is. Wanneer sprake is van twijfel over de daadwerkelijke locatie en of dit betrekking heeft op het projectgebied wordt dit beschreven. Datum 10 mei 1940

Gebeurtenis In de vroege ochtend valt de Duitse Wehrmacht Nederland binnen. De IJsselbruggen bij Westervoort zijn een specifiek doelwit voor de Duitsers: ze hopen deze ongeschonden in te nemen om zo via Arnhem Nederland verder binnen te trekken. Daartoe stuurt de Duitse legerleiding Batallion zur besondere Verwendung 100 , vermomd als Nederlandse militairen , op pad richting Westervoort , maar zij 03:00 worden rond uur ontmaskerd en 3 gevangengenomen bij Didam. Kort daarna passeert de Duitse hoofdmacht de Nederlandse grens. De gemeentes op het Gelderse Eiland vallen ongeschonden in Duitse handen. 4 Pas bij Westervoort ontmoeten de Duitsers weerstand. Rond 04:45 uur besluit kapitein Heijnen de bruggen over de IJssel te laten springen: net op tijd , want er is al een Duitse pantsertrein verschenen voor de bruggen , en bovendien proberen tien á twintig Duitse militairen de bruggen te voet over te steken. Zij gaan mee de lucht in. Tegen de middag is de Nederlandse weerstand bij rond Westervoort gebroken en kunnen

3 https://www. westervoort1940. nl/ 4 NIMH , toeg. nr. 492 , inv. nr. 05; Janssen , Oorlog over het Gelders

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

Relevantie Relevant. Het uitblijven van grondgevechten rond Duiven vormt een contraindicatie voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

5

6

Eiland , p. 19-22.

30

3

BB25-297-OC-01

Datum

Gebeurtenis de Duitsers Arnhem bezetten. 5 De gemeente Duiven wacht vijf jaar Duitse bezetting.

Relevantie

11 juli 1940

De Commissie van Proefneming vindt een gat in de grond achter de katholieke kerk te Duiven. Er wordt

Niet relevant. De kerk bevindt zich op ca. 11, kilometer afstand van het projectgebied.

hierbij echter geen gevonden. 6

Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter , het betreft hier een officiële melding , welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

1941

Juli 1941

Een politierapport geeft aan dat er in de volgende in nachten juli 1941 bominslagen hebben

plaatsgevonden: 7 2-3 juli; 6-7 juli; 8-9 juli.

Niet aantoonbaar relevant. De exacte locaties van deze gebeurtenissen zijn niet bekend. Ook worden deze gebeurtenissen niet in omschreven andere zijn bronnen en er op het luchtfotomateriaal van 1944 geen verstoringen zichtbaar ter hoogte van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter , het betreft hier een officiële melding , welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

1942 1942

In

1942

vinden er , voor zover bekend , geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats binnen of in de omgeving van het projectgebied.

Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het OO achterblijven van binnen het projectgebied.

1943 1943

In

1943

Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het OO achterblijven van binnen het projectgebied.

vinden er , voor zover bekend , geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats binnen of in de omgeving van het projectgebied.

5 https://www. westervoort1940. nl/ 6 NA , toeg. nr. 2.13.210 , inv. nr. 23. 7 Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg , toeg. nr. 1024 , inv. nr. 355.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

31

BB25-297-OC-01

3

5

6

Datum 1944 13 juni 1944

Gebeurtenis

Relevantie

Het gemeentearchief geeft aan dat er een bominslag heeft plaatsgevonden in het buurtschap Loo. Hierbij wordt veel glasschade gemeld , waaronder ook in

Niet relevant. Loo bevindt zich op ca. 2 kilometer afstand van het projectgebied.

Duiven. 8

Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter , het betreft hier een officiële melding , welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

5 september 1944

Omstreeks 15:45 uur vallen meerdere vliegtuigen een trein aan bij het station van Duiven. Deze trein had meerdere wagons met benzine en olie bij zich die in brand vlogen. De trein komt tot stilstand bij het station waardoor zowel de trein als het station uitbrandt. 9 Een gecensureerde brief van een inwoner van Zevenaar geeft aan dat het spoor krom gesmolten is , het station waarschijnlijk vernield is en er grote rookwolken zichtbaar zijn. 10

Niet aantoonbaar relevant. Deze luchtaanval vindt plaats op ca. 390 meter afstand van het projectgebied. Het luchtfotomateriaal van 12 1944 september geeft echter geen gerelateerde verstoringen weer ter hoogte van het projectgebied.

3

Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

September 1944 1945

–

April

In november begeeft het II Canadian Corps zich in en ten zuiden van de Betuwe. De aangesloten artillerie-

Relevant.

eenheden krijgen de komende tijd de opdracht: from ‘…[diverse artillerie-eenheden] would , alternative positions , cover ‘in rotation’ and ‘to maximum possible depth:

maandenlang , 1945 , onder vuur genomen door geallieerde artillerie. Hierbij wordt vooral Loo getroffen en lijkt Duiven sporadisch onder vuur te liggen. Hierbij worden ook in Duiven straten genoemd , hoewel deze op ca. 600 meter afstand van het projectgebied Op bevinden. het luchtfotomateriaal zijn ook

The eastern end of Arnhem Island [overbetuwe] , and the east and north banks of the Neder-Rijn between and including Pannerden and Arnhem; The Reichswald , and; The north bank of the Neder-rijn , from excl. Arnhem to incl. Wageningen. ’ 11

8 Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg , toeg. nr. 1024 , inv. nr. 157. 9 Gerritsen , Duiven , Groessen , Loo. Uit de historie van drie Liemerse dorpen , 145;

Duiven

De

gemeente wordt tot april

Huurman , Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd , 1939-

’45 , 470. 10 NA , toeg. Nr. 2.13.25 , inv. nr. 1540 , 1568. 11 Spurr , The watch on the Maas , 14. ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

32

BB25-297-OC-01

5

6

Datum

Gebeurtenis Voor deze missie hebben de beschikking over het volgende: ‘… A total of 392 guns were then available to the Corps commander but , as long as the Corps remained on the defensive , ammunition as limited by the orders of 21 Army Group , to the following r. p. g [Rounds Per Gun ,

ofwel granaten per stuk geschut] per day: 25 pounder: 15 4. 5 inch: 8 5. 5 inch: 8 7. 2 inch: 10

Relevantie inslagen zichtbaar (zie 4. 2 Resultaat luchtfotoanalyse). Ook is aan de Parallelweg nabij het projectgebied ook een naoorlogse vondst gedaan van een verschoten 3. 7 inch brisantgranaat (zie MORAnummer in 3. 2

19920650 Ruimingen

ontplofbare oorlogsresten).

155-mm: 3’ De War Diaries geven aan dat er regelmatig gevuurd

wordt op doelwitten op de noordelijke oever van de Rijn. De exacte locaties hiervan zijn niet bekend. 12 Het doel hiervan was eenvoudig:

Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

3

‘… To inflict casualties and undermine the morale of the enemy by patrolling raids and limited offensive use of artillery. ’ 13

Dit soort beschietingen wordt in het vakjargon ook wel storingsvuur genoemd. Het projectgebied en omgeving zijn mogelijk beschoten met geschut van diverse kalibers.

5

Uit deze archiefstukken wordt dus duidelijk dat het projectgebied en de omgeving daarvan mogelijk beschoten zijn met diverse kalibers waaronder mogelijk 25 ponder , 3. 7 inch , 4. 5 inch , 5. 5 inch , 7. 2 inch en 155 mm. 14

6

Hoewel lokale literatuur melding maakt van de bestoking van het buurtschap Loo , wordt niet Duiven is. vermeld dat zelf beschoten Schademeldingen in Duiven schetsen echter een beeld dat het wel beschoten is , op zijn minst sporadisch. De oorzaak van de geleden schade wordt in de meeste gevallen omschreven als granaatvuur of granaatschade in de periode 1944-1945: 12 Canadiana , inv. nr. T-15905 , T-15910 , T-15919 en 13 Spurr , The watch on the Maas , 12.

T-16428.

14 Ook

zonder het gebruik van War Diaries is het plaatsvinden van artilleriebeschietingen reeds gebleken uit luchtfotoanalyse en de zeer grote hoeveelheid vondsten van geallieerde geschutmunitie binnen en in de directe omgeving van het projectgebied. Naast deze feiten is het algemeen bekend dat langs alle fronten langs de grote rivieren in Nederland maandenlange wederzijdse artilleriebeschietingen hebben plaatsgevonden in meerdere of mindere mate. ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

33

BB25-297-OC-01

Datum

Gebeurtenis Rijksweg D 113 [10] , D 131 [15] , D 134 [6];

Relevantie

Eng 217; Eng , D 104 , D 119 [18]; Ploen D 151 [15]. 15

Doordat het frontgebied de gemeente Duiven heeft bereikt besluiten de Duitse autoriteiten op 15 november de inwoners te evacueren. 16 11 november 1944

De verzetsgroep Albrecht geeft in een rapport aan dat er een er batterij luchtafweergeschut aanwezig is in Duiven. 17

Niet relevant. Deze batterij bevindt zich op ca. 350 meter afstand van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter , het betreft hier een officiële melding , welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

1945 20 1945

21 1945

januari

februari

Rond 11:40 uur wordt er een Hawker Typhoon jachtvliegtuig , serienummer RB317 , van No 439 Squadron beschoten door Duits luchtafweergeschut. Het toestel wordt door opgelopen beschadigingen gedwongen om een noodlanding te maken nabij Duiven en Groessen. De piloot heeft de beschieting en landing overleefd en is vervolgens krijgsgevangen gemaakt. 18

Niet relevant. De exacte locatie van deze crash is niet bekend.

Een North serienummer

De Niet relevant. genoemde locatie bevindt zich op ca. 14, kilometer afstand van het projectgebied.

American Mustang jachtvliegtuig , FB117 , van No 316 Squadron raakt

beschadigd door een ontploffende munitietrein. Hierdoor stort het toestel neer bij de Engestraat en de Graafsingel te Duiven. De piloot overleeft de crash en wordt krijgsgevangen gemaakt. 19

Deze gebeurtenis wordt in slechts een enkele secundaire bron genoemd. Echter , het betreft hier een bron geschreven door een als betrouwbaar beschouwde auteur. De gebeurtenis wordt als betrouwbaar ingeschat.

Deze gebeurtenis wordt in slechts enkele secundaire bron een genoemd. Echter , het betreft hier een bron geschreven door een als betrouwbaar beschouwde auteur. De gebeurtenis wordt als betrouwbaar ingeschat. 15 Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg , toeg. nr. 1024 , inv. nr. 1123-1124. 16 Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg , toeg. nr. 1024 , inv. nr. 887. 17 NIOD , toeg. nr. 190a , inv. nr. 43. 18 SGLO , T5681. 19 SGLO , T5273.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

34

BB25-297-OC-01

3

5

6

Datum

Gebeurtenis

Relevantie

5 maart 1945

Twaalf Supermarine Spitfires van No 74 en No 345 squadron voeren een luchtaanval uit op het spoortraject Arnhem-Zevenaar ter hoogte van Duiven (kaartvak qE8174). Het logboek van de 2nd Tactical Airforce meldt dat het spoor is vernield met bommen van 500 lb en 250 lb. 20

De Niet relevant. gebeurtenis vindt plaats op minstens 600 meter van het projectgebied. Er zijn op luchtfotomateriaal geen inslagen van afwerpmunitie zichtbaar of binnen nabij het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

19 maart 1945

Omstreeks 09:45 uur wordt een Supermarine Spitfire , serienummer MJ351 , van No 414 Squadron gedwongen om een noodlanding te maken door technische problemen. Hierdoor komt het toestel terecht tegenover Huize De Horst te Duiven. De piloot weet levend te ontkomen. 21

De Niet relevant. genoemde locatie bevindt zich op ca. 15, kilometer afstand van het projectgebied.

3

Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter , het betreft hier een officiële melding , welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

Voor

deze datum is een Defense Overprint beschikbaar waarop binnen en in de directe omgeving van het projectgebied op grote schaal 22 verdedigingswerken staan ingetekend.

De Relevant. defense overprint geeft aan dat er geen Duitse verdedigingswerken aanwezig zijn binnen het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter , het betreft hier een officiële melding , welke als betrouwbaar wordt beschouwd.

20 TNA , Air27/643 , AIR27/1741 , Air 37/718. 21 SGLO , T5401. 22 NARA , toeg. nr. RG 331 , Defence Overprint edition of 19 Mar 45 Zevenaar.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

35

BB25-297-OC-01

5

6

Datum

Gebeurtenis

Relevantie

Figuur 8: Duiven op de Defence Overprint , gedateerd op 19 maart , met het projectgebied (groen). De kaart geeft met blauwe pen de Duitse verdedigingswerken aan. Het betreft hier luchtdoelgeschutopstellingen en een zoeklichtopstelling , op het moment van het opmaken van de Defence Overprint onbezet. Bron: NARA , toeg. nr. RG 331.

3 april 1945

Pantserwagens van het 49th Reconnaissance Regiment steken de brug bij Emmerich over en rijden vervolgens door Duiven naar Westervoort. Ondertussen steekt het Britse 4th Battalion Lincolnshire Regiment van de Britse 49th Infantry Division met behulp van landingsvaartuigen de Nederrijn over bij het Looveer in de gemeente Duiven. Ook de zij rukken daarna op richting Westervoort. Het door de burgers verlaten dorp wordt zonder enige tegenstand bevrijd. Enkele uren daar voor hadden de Duitse bezetters zich al teruggetrokken richting Arnhem. 23

Het uitblijven grondgevechten vormt een contra-indicatie voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied. Echter de naoorlogse vondsten van granaten van een 4. 2 inch mortier nabij het projectgebied (zie 3. 4 Ruimingen ontplofbare oorlogsresten) lijken erop wijzen te dat er Geallieerde troepen toch Duiven met mortieren beschoten hebben. Dit staat echter niet in omschreven de geraadpleegde bronnen. zijn Mogelijk de Duitse verdedigingswerken nabij het projectgebied ook een doelwit geweest.

Relevant. van

23

Peters , 1940-1946 Herwen & Aerdt , p. 79; Janssen , G.B. , Oorlog over het Gelders Eiland (Zevenaar 1995) , p. 207-211. ; levenindeliemers. nl; liemershistorie. nl; map. project44. ca. ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

36

3

BB25-297-OC-01

5

6

Datum

Gebeurtenis

Relevantie Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

4-12 april 1945

Na de zuivering van het Gelders Eiland gaan de voorbereidingen voor operatie Quick Anger van start: de verovering van Arnhem. De naar Duiven teruggekeerde burgers moeten hun huizen opnieuw en

Relevant. De observatie vormt een indicatie voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied.

In dit kader verzamelt zich een grote troepenmacht Westervoort en Duiven. Een week lang worden

Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

verlaten , ditmaal Canadezen.

op

last

van

de

Britten

geschutopstellingen aangelegd , onder meer bij Parallelweg 16. Het is mogelijk dat de geallieerden ook gebruik maken van verlaten Duitse emplacementen , zo ook die nabij het projectgebied. Hier heeft de EODD namelijk niet-verschoten granaten van 25 ponder geruimd. Dat wijst er mogelijk op dat er munitie is achtergebleven nadat de Britten deze positie weer hadden verlaten.

3

Op 12 april 1945 om 20:40 uur is het zover. Operatie Anger gaat van start met een artilleriebeschieting waarbij honderden vuurmonden in twee uur tijd 70. 000 granaten afvuren richting Arnhem en Velp. Het Duitse tegenvuur is gering. Om 22:40 uur steken de eerste troepen in stormbootjes over. De overkant van de rivier is volledig omgeploegd door de granaatinslagen. Die nacht zijn de aanvalsdoelen

5

bereikt en kan de hoofdmacht worden overgezet. 24 1945 > Na de oorlog

Een statistische opgave laat zien dat de gemeente Duiven getekend uit de oorlog is gekomen. 43 panden zijn totaal vernield of zodanig beschadigd dat ze niet meer te repareren zijn. 145 panden hebben lichte schade en 275 gebouwen hebben glas- en

pannenschade. 25 De diverse schademeldingen binnen de gemeente bevestigen dit beeld. Van vele panden wordt

Relevant.

De gemeente heeft zwaar te lijden gehad om het zijn oorlogsgeweld en er op verschillende locaties in de gemeente nog OO aanwezig. Ook binnen het projectgebied , Welleveldsestraat 2 , is nog Duiven

24 W. F. W. M. van

Heugten , Th. M. J. Jonker en M. M. Rebholtz , Ik herinner me… Persoonlijke herinneringen aan de periode 19401945 , verzameld door de Historische Kring Duiven-Groessen-Loo bij de gelegenheid van de herdenkingen in mei 1995 van het einde van de Tweede Wereldoorlog (Duiven 1995) 30; Gerritsen , Duiven , Groessen , Loo. Uit de historie van drie Liemerse dorpen , 155-157; https://hkwestervoort. nl/hkwestervoort/operation-quick-anger---het-verhaal. html 25 Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg , toeg. nr. 1024 , inv. nr. 1154. ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

37

BB25-297-OC-01

6

Datum

Gebeurtenis

Relevantie

deze ondervonden te hebben gedurende de laatste zes maanden van de oorlog , de periode dat Duiven zich in het frontgebied bevindt. Bij het merendeel van deze schademeldingen is er geen echter specificatie van de exacte oorzaak van de schade en wordt deze zonder toelichting omschreven als ‘oorlogshandelingen ‘sept 44-april 45. ’ 26 Dit kan ook in verband staan met de evacuatie , waarbij de bevolking niet aanwezig was om de oorzaak en het tijdstip van het ontstaan van de schade waar te

OO aanwezig. Het is niet of is duidelijk dit

aangegeven

nemen.

Ook zijn er in de gemeente nog meerdere locaties waar munitie en andere artikelen aanwezig zijn: 27

achtergebleven door of Duitse Geallieerde troepen. Waarschijnlijk zijn deze granaten achtergelaten bij de Duitse verdedigingswerken. gebeurtenis wordt in Deze meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

Bij T. H. Franken , vele granaten en andere springstoffen op het erf; Bij Dolman , Veldstraat , enkele granaten

3

achter het huis op veld; Van Aalst , Duiven , enkele granaten in boomgaard op de Droo; Bij Gerritsen , D. 28 [Droostraat 2] , granaat in weide achter woning dr. Visser; Bij H. Jansen , D. 2a [Rijksweg 60] , granaat in Veldstraat; Bij J. Brouwer aan de Plak te Duiven , granaten langs de weg; Bij H. Wieleman , D. 98 [Welleveldsestraat 2] te Duiven , granaten langs de weg; Aan de Rijksweg ter hoogte van W. Willemsen , granaat in éénmansgat. 23 maart 1946

burgemeester van Duiven dringt bij de Commandant Opruimings- en Bergingsdienst aan tot het laten opruimen van explosieve oorlogsresten in zijn gemeente. 28 De

5 Relevant. Uit de melding blijkt dat er na de Tweede nog Wereldoorlog de nodige onontplofte munitie lag in de gemeente Duiven. Deze gebeurtenis wordt in slechts enkele secundaire bron een genoemd. De betrouwbaarheid van deze bron en van de gebeurtenis kunnen niet worden vastgesteld.

26 Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg , toeg. nr. 1024 , inv. nr. 956 , 977 , 1123-1124 , 1154 , 1163 , 1165-1171. 27 Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg , toeg. nr. 1024 , inv. nr. 895. 28 Gemeentearchief Duiven , inv. 895.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

38

BB25-297-OC-01

6

Datum

3. 3

Gebeurtenis

Relevantie

Mijnenvelden

In het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie is nagegaan of tijdens de verschillende oorlogshandelingen binnen of in de directe nabijheid van het projectgebied Duitse of geallieerde mijnenvelden zijn aangelegd. Voor zover bekend bevonden er zich geen mijnenvelden ter hoogte van

het projectgebied. 3. 4

Ruimingen ontplofbare oorlogsresten (1945-heden)

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende ruimingen van ontplofbare oorlogsresten die zijn geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en haar voorgangers , de M. M. O. D. en het korps Hulpverleningsdienst. Tevens worden eventuele incidentele vondsten uit overige bronnen vermeld. Ruimingen en meldingen M. M. O. D. (1945-1947) Voor de periode 1945-1947 zijn de volgende meldingen en ruimingen van ontplofbare oorlogsresten bekend. Datum 25 februari 1946 14 augustus 1945

20 augustus 1945

Locatie “Smalle straatje Nieuw Graaf , beide bermen”

Bijzonderheden Mijnen

T. H. Franken , Duiven Van Aalst , Duiven Th. van Huet , Rijksweg te Duiven M. v. d. Lugt , Duiven NB: en nog andere namen zonder adressering Duiven

Vele granaten en andere springstoffen op zijn erf Enkele granaten op de boomgaard op de Droo Munitie Munitie in de weide De mijnopruimingsdienst meldt dat het 2000 kg achtergelaten Britse geschutmunitie heeft vervoerd.

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (1971-heden) Voor ruimingen uitgevoerd door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) geldt dat er een verschil kan bestaan in de locatie van het daadwerkelijk aangetroffen OO en de door de EODD geregistreerde locatie. Zo registreert de EODD vondsten meestal op een adres , omdat dit het dichtstbijzijnde adres is. Het kan echter zo zijn dat het betreffende OO bijvoorbeeld op een weiland achter het perceel , op enige afstand van het adres is aangetroffen. Ook is het mogelijk dat de ruiming wordt geregistreerd op een politiebureau of een gemeentehuis. Munitie is in veel gevallen dan daar gebracht. Omdat de oorspronkelijke context van de vondst daarbij verloren gaat , worden deze meldingen niet verwerkt in onderstaande lijst , tenzij er elders in de melding een vindplaats staat vermeld Binnen- en in de directe nabijheid van het projectgebied zijn bij de Explosieven Opruimingsdienst Defensie de volgende meldingen en ruimingen van ontplofbare oorlogsresten bekend. MORA 19710116

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

Ligplaats Ploenstraat 18 , Duiven

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

Aantal 12

Benaming/soort Handgranaten

39

Bijzonderheden Aangetroffen bij sloop pand

BB25-297-OC-01

3

5

6

MORA 19710463

Aantal 1

Benaming/soort Raket 60 lb

Bijzonderheden Geen

19730088

Ligplaats Steenfabriek De Loowaard , Duiven Loostraat 62 Te Loo , Duiven

1

Brisantgranaat van 3. 7 inch

Geen

19740022

Nabij Veerpont Duiven

1

Brisantgranaat van 3. 7 inch

Geen

19760478

Steenfabriek De Loowaard

1

Raket 60 lb SAP

Geen

19760770

Waterzuiveringsinstallatie Duiven Waterzuiveringsinstallatie , Duiven

1

Rookgranaat van 25 ponder

Leeg

1

Brisantgranaat van 25 ponder

19763355

Waterzuiveringsinstallatie , Duiven

1

Fosforrubberbom van 30 lb

Met schokbuis 117 verschoten Zonder ontsteker ,

19781053

Heilweg , Duiven

1

Raket 60 lb SAP

Geen

19781065

Pont Looveer , Duiven

1

Brisantgranaat van 3. 7 inch

Met tijdbuis

19782488

Steenfabriek Loowaard , Duiven

1

Pantserbrandgranaat van 2 cm

Geen

19793249

Lijkweg 10 , Duiven

7

Brisantgranaten van 15 cm

19811614

Steenfabriek De Loowaard , Duiven

1

19812794

Vossendel te Groessen , Duiven

1

Gevechtslading 60 lb SAP van 3 inch raket Brisantgranaat van 3. 7 inch

Met AZ23 , niet verschoten Gevonden bij graven naar riolering Geen

19824177

Parallelweg , Duiven

1

Brisantgranaat van 4. 2 inch mortier

Geen

19830603

Eltensestraat , Duiven

1

Geen

19830707

Zwaanstraat 40 , Duiven

1

Lichaam van brisantgranaat van 4. 2 inch mortier Brisantgranaatpatroon van 37, cm

19832623

Engsestraat , Duiven Eltensestraat , Duiven

Restant staart van 4. 2 inch mortier Klein-kalibermunitie (diversen) 29 Brisantgranaat van 2 inch mortier

Geen

19841159

3 2500 1

19863114

Kosterstraat 20 Duiven

1

Brisantgranaat van 5 cm (Frans)

Zonder ontsteker

19881353

Engsestraat , Duiven

1

Stalen huls van 75, cm

Leeg

19882325

Helstraat 15 , Groessen , Duiven

1

Brisantgranaat van 105, cm

Met schokbuis AZ23

19882337

Het Buske 12 , Duiven Helhoek , Duiven

Handgranaat No. 36 Mk I Klein-kalibermunitie (diversen) Panzerfaust (klein model)

Zonder beugel

19882979

1 25 1

19891117

Bouwland Aan De Parallelweg , Duiven Bij Schuur Aan Loostraat 18 , Duiven

16

Hulzen van 25 ponder Springrookgranaat van 15 cm Rookvrij buskruit Brisantgranaat van 25 ponder Hulzen van 25 ponder Brisantgranaat van 4. 2 inch mortier Klein-kalibermunitie Brisantgranaat van 4. 2 inch mortier

Tijdens ploegen omhoog gekomen Niet verschoten

19762795

19893242

,

,

opengesprongen

3

Niet verschoten

Met schokbuis

Met schokbuis nr. 8001

19902758

Eltensestraat 5 , Duiven

19910640

Eltensestraat 7a , Duiven

19910692

Eltensestraat , Duiven

1 1 gram 1 2 1 2 1

19910778

Eltensestraat Duiven

1 1

19910989

Eltensestraat , Duiven

1

Brisantgranaat van 4. 2 inch mortier Springrookgranaat van 4. 2 inch mortier Brisantgranaat van 4. 2 inch mortier

19911417

Eltensestraat , Duiven

1

Brisantgranaat van 3 inch mortier

Met schokbuis No 152/162 , Verschoten Met restant ontsteker

19920650

Parallelweg , Duiven

1

Brisantgranaat van 3. 7 inch

Verschoten

19921043

Vlielandlaan , Duiven

1

Handgranaat fosfor No 77

Geen

29 Deze OO

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

,

Met restant ontsteker niet verschoten Met schokbuis Met restant ontsteker Zonder ontsteker Met schokbuis

zijn volgens het begeleidend schrijven bij deze MORA afkomstig van een in brand geschoten munitieauto.

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

40

BB25-297-OC-01

5

6

MORA 19921449

Ligplaats Rottumstraat 43 , Duiven

Aantal 1

Benaming/soort Brisantgranaat van 25 ponder

19970790

Kosterstraat 11 , Duiven

1

Rookpot van 25 ponder

19971209

,

Loostraat Duiven

1

Brisantgranaat van 3. 7 inch

19980738

Rijksweg 56b , Duiven

1

20041465

Westsingel , Shell Tankstation , Duiven

1

Restant brisantgranaat van 105, cm (type 324 , Frans) Brisantgranaat van 25 ponder

20041602

Weiland , Ratio , Duiven

1

Pantsergranaat van 17 ponder

Met schokbuis No 119 , Niet verschoten Niet verschoten

20050207

Ploenstraat , Duiven

1

Brisantgranaat van 75, cm

Verschoten

20060226

Driegaardensestraat 9 , Duiven

1

Scherfhandgranaat Mills 36

Compleet

20071013

Express 1 , Duiven

1

Brisantgranaat van 45, cm

20111748

Loostraat 18 , Duiven

1

Brisantgranaat van 15 cm

20121593

Parallelweg 20 , Duiven

2

Brisantgranaat van 4. 2 inch mortier

Met schokbuis ktm-1 , verschoten Met schokbuis AZ23 , niet verschoten Met restant schokbuis no 152/162 , verschoten

20141310

Loodijk 12 , Duiven

1

Scherfhandgranaat van Mk II A1

Geen

20142389

Roerdomppad 38 , Duiven

1

Pantsergranaat van 90mm M82

Verschoten

20150421

Looveerweg Duiven

1

Brisantgranaat van 3. 7 inch

20151398

Golden Delicious 107 , Duiven

20171751

Loostraat 18 , Duiven

1 1 1

Handgranaat Ei 39 Handgranaat Ei 39 Brisantgranaat van 155 mm (Frans)

20180590

Gabrielstraat 17 , Duiven

1

Pantserbrandgranaat van 20 mm

Met restant mechanische tijdbuis No 207/208 , verschoten Met restant ontsteker Zonder ontsteker Met schokbuis AZ23 nb (f) , niet verschoten Verschoten

20181038

Noordelijke Parallelweg , Duiven

1

Brisantpantsergranaat van 15 cm

,

Bijzonderheden Met restant ontsteker , verschoten Geen Met restant ontsteker verschoten Met restant ontsteker

Met bodembuis , niet verschoten

Hieronder worden de geografische locaties van de vondsten zo nauwkeurig mogelijk weergegeven. Indien bij een vondst ‘Straatniveau’ staat aangegeven , betekent dit dat wel bekend is langs welke weg of watergang de vondst is gedaan , echter niet de exacte locatie langs deze weg of watergang. Indien er bij een vondst ‘Indicatief’ staat aangegeven , bestaat er enige onzekerheid over de exacte locatie. Dit kan bijvoorbeeld in bos-of heidegebieden zijn waar geen meer nauwkeurige plaatsbepaling mogelijk was , of als de EODD zelf de locatie slechts globaal geregistreerd heeft.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

41

3

BB25-297-OC-01

5

6

Figuur 9: Meldingen van de EODD in de omgeving van het projectgebied. Bron satellietbeeld: World Imagery.

3

5

6

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

42

BB25-297-OC-01

Samenhang ruimingen tussen ontplofbare oorlogsresten en oorlogshandelingen Nabij het projectgebied , aan de Parallelweg is een verschoten 3. 7 inch granaat gevonden. De exacte locatie van deze vondst is echter niet bekend. Ook is er nabij het projectgebied een verschoten granaat van een 4. 2 inch mortier gevonden , deze is mogelijk het gevolg van een geallieerde beschieting. In de wijdere omgeving , met name rondom de Eltenseweg zijn ook meerdere granaten van 4. 2 inch mortier gevonden. Hier zijn echter geen details over te vinden in de geraadpleegde bronnen. De pantserbrandgranaat van 20 mm is waarschijnlijk afkomstig van een beschieting door het boordgeschut van een vliegtuig.

3

5

6

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

43

BB25-297-OC-01

$BeoBOM

4.

_LUCHTFOTOANALYSE

41

Ten

Algemeen behoeve

conflictperiode is een aantal luchtfoto’s door BeoBOM geanalyseerd. Deze luchtfoto's zijn zo nauwkeurig mogelijk gegeorefereerd met minimaal 10, maar zonodig meer referentiepunten. Hierna zijn ze geïnterpreteerd op de aanwezigheid van schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en militaire werken. In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto's weergegeven. van

dit onderzoek

Luchtfotonummer(s)

Sortie

(geanonimiseerd) ||

106G-2861

4365

106G-F12

25 december

3064

US

18 maart 1945

3092

106G/LIB302

Bij de classificatie niveaus

van

12

7GR/58D

september 1944

3 september

1944

1945

Kwaliteit

Dekking

Bron

Onbekend

Redelijk

100%

DOTKA

Onbekend

Goed

100%

DOTKA

Onbekend

Goed

100%

DOTKA

1:15.000

Redelijk

100%

LUFT

objecten

op luchtfoto's wordt de validiteit betrouwbaarheid, conform het CS-VROO: van

van

de classificatie

vastgelegd

in drie

_ Bevestigd. BeoBOM is nagenoeg zeker (299%) van de validiteit van de classificatie van het

®

object op de luchtfoto; ® _ Waarschijnlijk. BeoBOM is overwegend zeker (250%) van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto; ® _ Mogelijk. BeoBOM is overwegend onzeker (<50%) van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto. De betrouwbaarheid

object vastgelegd. Wanneer één of meerdere objecten met de betrouwbaarheid ‘mogelijk’ invloed heeft op de afbakening van één of meer verdachte gebieden wordt dit bij het resultaat van de luchtfotoanalyse omschreven. Bij

de

van

de classificatie is per

luchtfotoanalyse/interpretatie zijn de volgende deskundigen betrokken geweest. voor de classificatie van de objecten als van het betrouwbaarheidsniveau.

tevens

Deskundige

Functie

(geanonimiseerd) BA (geanonimiseerd) MA

Historisch

4.2

Resultaat

Uit de analyse het

Op

het

geldt

Onderzoeker

Senior Historisch

Onderzoeker

luchtfotoanalyse

van

het luchtfotomateriaal

projectgebied gesignaleerd.

25 december

Dit

Deze

zijn diverse verstoringen/objecten binnen-en in de omgeving verstoringen worden hier per datum omschreven.

1944

luchtfotomateriaal

verschillende inslagen

van

van

25

december

geschutmunitie

1944

zijn

waargenomen.

in

de

omgeving

van

het

projectgebied

Figuur 10: Het projectgebied (groen) op 25 december 1944. Ten noorden van het projectgebied zijn verstoringen zichtbaar die gelijken op inslagen van afwerpmunitie. Deze komen overeen met de verstoringen van de luchtfoto van 18 maart 1945. Bron satellietbeeld: World Imagery. Luchtfotonummer: 4365.

4 5

6 Figuur 11: Ten zuiden van het projectgebied op 25 december 1944 zijn meerdere verstoringen zichtbaar als gevolg van de beschieting van Loo door Geallieerde artillerie. Deze verstoringen lijken qua vorm en grootte op de verstoringen nabij het projectgebied. Luchtfotonummer: 4365.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

45

BB25-297-OC-01

Figuur 12: Het projectgebied (groen) op 18 maart 1945. Binnen en nabij het projectgebied zijn verschillende verstoringen en objecten zichtbaar die hieronder toegelicht worden. Luchtfotonummer: 3064.

4 5

6 Figuur 13: Het projectgebied (groen) op 18 maart 1945. Binnen en ten noorden van het projectgebied zijn verstoringen zichtbaar die gelijken op inslagen van geschutmunitie. Luchtfotonummer: 3064.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

46

BB25-297-OC-01

Figuur 14: Ten zuiden van het projectgebied op 18 maart 1945 zijn meerdere verstoringen zichtbaar als gevolg van de beschieting van Loo door Geallieerde artillerie. Deze verstoringen lijken qua vorm en grootte op de verstoringen nabij het projectgebied. Luchtfotonummer: 3064.

4 5

6 Figuur 15: Het projectgebied (groen) op 18 maart 1945. Ten zuiden van het projectgebied is militaire infrastructuur zichtbaar. De Duitse verdedigingswerken bestaan uit loopgraven (oranje omcirkeld) en geschutopstellingen (blauw omcirkeld). Luchtfotonummer: 3064.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

47

BB25-297-OC-01

Figuur 16: Het projectgebied (groen) op 3 september 1945. Ten zuiden van het projectgebied is militaire infrastructuur aanwezig. Naast de eerder toegelichte infrastructuur zijn er ook nieuwe geschutopstellingen (rood omcirkeld) zichtbaar. Deze zijn aangelegd na 18 maart 1945. Het is niet bekend of dit Geallieerde of Duitse geschutopstellingen zijn. Luchtfotonummer: 3092.

Objecten luchtfotomateriaal Object Inslagen geschutmunitie

Datum/Luchtfotonummer 25 december 1944/4365 18 maart 1945/3064

Betrouwbaarheid Waarschijnlijk

Geschutopstellingen

18 maart 1945/3064 3 september 1945/3092

Waarschijnlijk

Loopgraven

18 maart 1945 3 september 1945/3092

Waarschijnlijk

4. 3

Motivatie Goede luchtfotokwaliteit en door twee deskundigen als zodanig beoordeeld. Goede luchtfotokwaliteit , door Defence Overprint en door twee deskundigen als zodanig beoordeeld. Goede luchtfotokwaliteit en door twee deskundigen als zodanig beoordeeld.

5

Hoogteverschillen

Ter aanvulling van de luchtfotoanalyse wordt tevens middels LIDAR nagegaan in hoeverre sprake is van oorlogsgerelateerde verstoringen in het landschap. LIDAR staat voor Light Detection and Ranging of Laser Imaging Detection And Ranging , en houdt in dat hoogteverschillen in het landschap in kaart worden gebracht middels laserpulsen. Door hoogteverschillen te analyseren kunnen verstoringen zoals bomkraters of verdedigingswerken in sommige gevallen worden opgespoord. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan hoogteverschillen in het landschap die niet zichtbaar zijn op luchtfoto’s door bebossing of andere vegetatie. Ook hoogteverschillen die niet met het menselijk oog zichtbaar zijn worden soms zichtbaar als LIDAR wordt ingezet. Naast het in kaart brengen van mogelijke verstoringen als gevolg van oorlogshandelingen wordt LIDAR hier eveneens toegepast om de naoorlogse bodemroering in kaart te brengen. Naoorlogs opgehoogde gebieden onderscheiden zich duidelijk wanneer LIDAR wordt toegepast. Er zijn geen oorlog-gerelateerde verstoringen zichtbaar op LIDAR.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

4

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

48

BB25-297-OC-01

6

Figuur 17: Hoogtegegevens ter hoogte van het projectgebied (ditmaal ter verduidelijking weergegeven in rood). Bron: AHN4.

4 5

6

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

49

BB25-297-OC-01

5.

BEOORDELING

5. 1

Algemeen

EN

EVALUATIE

BRONNENMATERIAAL

Uit het onderzoek zijn meerdere indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten naar voren gekomen. Hieronder is een overzicht opgenomen van de verschillende indicaties , contra-indicaties , leemten in de kennis en conclusies voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied. Allereerst wordt een opsomming gegeven waarin specifiek wordt ingegaan op indicaties welke mogelijk leiden tot een verdacht gebied binnen- of in de directe omgeving van het projectgebied. Vervolgens worden de overige (contra)indicaties en leemten in de kennis genoemd. Hierna wordt , indien er voldoende indicaties voor zijn aangetroffen gedurende het onderzoek , het op OO verdachte gebied afgebakend. Dit gebeurt normaliter conform de richtlijnen uit het CS-VROO-02. Indien hier van wordt afgeweken , wordt dit beschreven en gemotiveerd. 5. 2

Indicaties

Op basis van het literatuur- en archiefmateriaal zijn de volgende indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in de omgeving van het projectgebied aangetroffen:

Uit de geraadpleegde literatuur en het archiefmateriaal is gebleken dat Duiven van oktober 1944 tot april 1945 in de frontlinie heeft gelegen; Op het luchtfotomateriaal zijn indicaties voor de aanwezigheid van OO gesignaleerd waaronder inslagen van geschutmunitie , loopgraven en geschutopstellingen; In de directe nabijheid en wijdere omgeving van het projectgebied zijn verscheidene naoorlogse vondsten van OO gedaan , met name in de vorm van verschoten geschutmunitie; Te Duiven is , zo blijkt uit schaderapporten , aanzienlijke schade ontstaan als het gevolg van beschietingen gedurende de laatste maanden van de oorlog. 5. 3

Contra-indicaties

De volgende contra-indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten zijn aangetroffen:

5

Duiven is zonder grondgevechten bezet en bevrijd; Ter hoogte van het projectgebied zijn , voor zover bekend , geen mijnenvelden aanwezig

geweest; In de directe omgeving van het projectgebied hebben , voor zover bekend , geen luchtaanvallen plaatsgevonden. 5. 4

Leemten in de kennis

De volgende leemten in de kennis zijn gesignaleerd:

Algemeen De ervaring leert dat niet alle archiefstukken de tand des tijds doorstaan , wat verschillende oorzaken kan hebben (onbewuste oorzaken zoals brand , of bewuste vernietiging van archiefstukken). Het is mogelijk dat ontplofbare oorlogsresten-gerelateerde informatie sinds 1945 verloren is gegaan. Hiermee samenhangend kan het eveneens voorkomen dat

bepaalde gebeurtenissen , door verdwijning van de oorspronkelijke bron , niet meer ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

50

BB25-297-OC-01

6

getoetst kunnen worden en er enkel nog sprake is van een interpretatie van de oorspronkelijke bron (bijvoorbeeld in de literatuur). Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog werden verder niet alle gebeurtenissen vastgelegd , simpelweg omdat deze onopgemerkt bleven , of omdat deze niet de moeite van het vastleggen waard geacht werden.

Specifiek voor het projectgebied Niet alle in de bronnen genoemde oorlogshandelingen , kunnen aan een specifieke locatie worden gekoppeld; Niet alle naoorlogs gevonden/gemelde ontplofbare oorlogsresten , konden aan een specifieke locatie worden gekoppeld. Ook voor sommige MORA’s geldt , dat het niet altijd bekend is waar deze precies geplaatst dienen te worden. Dit geldt voornamelijk voor vondsten ‘op het politiebureau’ etc; In grote delen van Nederland op verschillende momenten gedurende de oorlog luchtdoelgeschut opgesteld gestaan. Wanneer granaten van luchtdoelgeschut niet ontploffen , komen deze wijd verspreid in de omgeving van het geschut terecht. Deze spreiding is te groot om de aanwezigheid van blindgangers van luchtdoelgeschut binnen het projectgebied zowel te bevestigen als uit te sluiten. Hiervoor geldt dat het risico op het aantreffen daarvan niet groter is als in de rest van Nederland.

5. 5

Mogelijk aan te treffen (sub)soorten ontplofbare oorlogsresten

Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn diverse indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in de directe omgeving van het projectgebied naar voren gekomen. In onderstaande tabel wordt weergegeven welke (sub)soorten en typen ontplofbare oorlogsresten kunnen worden aangetroffen. Dit overzicht is niet limitatief: Hoofdsoort

Subsoort/type/ontsteker

Nationaliteit

Verschijningsvorm

Geschutmunitie

Brisantgranaat van 4. 2 inch mortier Brisantgranaat van 3. 7 inch Brisantgranaat 25 van ponder

Brits

Verschoten

Verwachte hoeveelheid 30 Onbekend

Brits Brits

Verschoten Verschoten

Onbekend Onbekend

Geschutmunitie Geschutmunitie

5. 6

6

Beoordeling indicaties en horizontale afbakening verdacht gebied

Bij de beoordeling van indicaties en de horizontale afbakening van het verdachte gebied is het

document ‘Nadere bepalingen beoordelen bronnenmateriaal en afbakening verdacht gebied , behorende bij het CS-VROO’ (CS-VROO-002) 31 als richtlijn gehanteerd. Hierin wordt onder meer gebruik gemaakt van onderzoeksvragen , die beantwoord dienen te worden om de afbakening van het verdachte gebied te beargumenteren. Indien van deze richtlijnen (deels) is afgeweken is dit gemotiveerd en zijn de daarbij gemaakte keuzes onderbouwd.

30 Het

vaststellen van de hoeveelheid mogelijk aanwezige OO is doorgaans alleen mogelijk in het geval van afwerpmunitie en/of raketten , wanneer nauwkeurig is vastgelegd hoeveel stuks er zijn ingezet en hoeveel er tot ontploffing zijn gekomen. 31 Stichting VOMES , CS-VROO-02 , versie 2023-01 , d. d. 19 juli 2023. ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

51

5

BB25-297-OC-01

In het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn enkele indicaties aangetroffen

welke wijzen op de

mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied. Geallieerde artilleriebeschietingen op Duiven , november 1944-april 1945 Uit het onderzoek is gebleken dat het projectgebied voor de bevrijding mogelijk onder artillerievuur heeft gelegen. Dit wordt bevestigd door het luchtfotomateriaal de naoorlogse vondsten van geschutmunitie. In

CS-VROO-02 het artilleriebeschietingen:

zijn

de

volgende

onderzoeksvragen

opgenomen

wat

betreft

Zijn de locaties van schademeldingen bekend? Zijn er luchtfoto’s beschikbaar waarop kraters en/of schade aan bebouwing en infrastructuur zichtbaar zijn? Is bekend welke eenheid of eenheden de beschietingen heeft/hebben uitgevoerd? Is bekend welke typen geschut en kalibers er zijn ingezet? Is bekend hoeveel granaten er zijn verschoten? Konden hier in relatie tot de bodemgesteldheid blindgangers onopgemerkt achterblijven? Vonden de beschietingen destijds plaats in landelijk of stedelijk gebied? Lag het onderzoeksgebied in een opmarsroute? Is het bekend wat de aard van de beschieting was? Is het bekend binnen welk tijdsbestek de beschietingen hebben plaatsgevonden? Lag het onderzoeksgebied aan een statisch front? Zijn er schademeldingen te relateren aan deze beschietingen? Zijn er munitievondsten te relateren aan deze beschietingen?

Niet alle bovenstaande vragen kunnen beantwoord worden. Bekend over de artilleriebeschietingen is het volgende: Er zijn schademeldingen door geheel Duiven , waaronder op 600 meter ten noorden van het

projectgebied; De luchtfoto’s laten meerdere inslagen van geschutmunitie zien in de directe omgeving van het projectgebied; Het II Canadian Corps gaf het bevel aan de aangesloten artillerie-eenheden het gebied ten noorden van de Rijn te bestoken; De War Diaries geven aan dat de artillerie-eenheden munitie gebruikten tot en met 5. 5 inch; Het is niet bekend hoeveel granaten er zijn geschoten , wel dat er 392 vuurmonden deze missie hebben gekregen voor het gehele frontgebied; De beschietingen vonden plaats in zowel landelijk als stedelijk gebied; De periode van de beschietingen duurde van november 1944 tot en met april 1945; Het onderzoeksgebied heeft van november 1944 tot en met april 1945 in een statisch front gelegen; Enkele schademeldingen zijn gevolg van granaatvuur. De meeste schademeldingen zijn echter vaag omschreven; Er zijn meerdere naoorlogse vondsten gedaan van brisantgranaten van maximaal 3. 7 inch in de directe omgeving van het projectgebied. Ook zijn er vondsten gedaan van brisantgranaten van 4. 2 inch mortier. Dit is mogelijk het gevolg van een beschieting tijdens de bevrijding van het ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

52

BB25-297-OC-01

5

6

projectgebied , gezien het kleinere vuurbereik van een mortier. Dit is echter niet concreet teruggevonden in de relevante bronnen en wordt dus in deze indicatie meegenomen. Net als het WSCS-OCE bevat het CS-VROO geen concrete richtlijnen ter afbakening van een gebied dat is getroffen door artilleriebeschietingen , maar laat de wijze van afbakenen over aan de onderzoeker. Vanwege de spreiding van de artilleriebeschietingen en gedane munitievondsten in de omgeving van het projectgebied heeft BeoBOM besloten het gehele projectgebied aan te merken als zijnde verdacht op verschoten geschutmunitie , Brits , van kalibers 25 ponder 32 , 3. 7 inch en 4. 2 inch. 5. 7

Verticale afbakening verdacht gebied

De diepteligging van de bovengenoemde ontplofbare oorlogsresten is als volgt bepaald:

Verdacht gebied geschutmunitie , 25 ponder , 3. 7 inch en 4. 2 inch verschoten (Brits) Het geheel van het projectgebied geldt als verdacht op verschoten geschutmunitie van , 25 ponder , 3. 7 inch en 4. 2 inch. De diepteligging van deze OO is bepaald aan de hand van bodemgegevens zoals sonderingen en informatie over de bodemsamenstelling. Sonderingen nabij het projectgebied zijn echter niet aanwezig gebleken. Een sondering op ca. 13, kilometer afstand is hiervoor genomen als voorbeeld. De bodemsamenstelling van de boringen nabij deze sondering lijkt echter op de bodemsamenstelling nabij het projectgebied. Het is aannemelijk dat de grond binnen het projectgebied gelijke waarden zal vertonen. Uit de LIDAR-gegevens is gebleken dat het projectgebied de gemiddelde hoogte van het projectgebied 9. 80m+NAP is en dit sinds de tophoogtemeting in 1966 ook het geval is. Historisch kaartmateriaal uit 1932 geeft aan de maaiveldhoogte toen ook al 9. 80m+NAP betrof. In onderstaande tabel is de maximale indringingsdiepte per kaliber weergegeven , vastgesteld aan de hand van hieronder weergegeven bodemgegevens en in overleg met een senior deskundige OOO: Type/kaliber Brisantgranaat van 4. 2 inch mortier Brisantgranaat 3. 7 inch Brisantgranaat van 25 ponder

Maximale diepteligging 2. 00m-MV/7. 80m+NAP , 1.80m-MV/800m+NAP 1.80m-MV/800m+NAP ,

5

6

32

Hoewel van dit type granaat in de directe omgeving van het projectgebied geen vondsten zijn gedaan , was dit het meest gangbare type in gebruik door Britse en Canadese troepen. Derhalve is deze voor de volledigheid ook meegenomen. ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

53

BB25-297-OC-01

Figuur 18: Deze boring is gemaakt net ten zuiden van het spoor op ca. 60 meter afstand van het projectgebied. De grond bestaat voornamelijk uit zware klei. Bron: DINOloket.

5

6

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

54

BB25-297-OC-01

5

6 Figuur 19: Deze sondering is gemaakt op ca. 13, kilometer afstand van het projectgebied aan de Maststraat. . Bron: DINOloket.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

55

BB25-297-OC-01

Figuur 20: Deze boring is genomen nabij de sondering aan de Maststraat. De bodemsamenstelling komt overeen met de bodemsamenstelling nabij het projectgebied. De informatie voortkomende uit de sondering derhalve dus ook. Bron: DINOloket.

5. 8

Advies

Wanneer er sprake is van een verdacht gebied waarbinnen bodemroerende werkzaamheden plaats gaan vinden , zijn vervolgstappen mogelijk noodzakelijk. Waaruit deze vervolgstappen bestaan is

afhankelijk van verschillende factoren , zoals de voorgenomen werkzaamheden , de typen ontplofbare oorlogsresten waarop het gebied verdacht is en eventueel plaatsgevonden naoorlogse bodemroering ter plaatse. In deze paragraaf wordt ingegaan op wat de meest passende vervolgstappen zijn voor de plaats te vinden werkzaamheden binnen het projectgebied. Uit het luchtfotomateriaal en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen blijkt dat het projectgebied slechts bepekte bodemroering heeft gezien sinds de Tweede Wereldoorlog. Derhalve adviseert BeoBOM het laten uitvoeren van een opsporingsproces conform het CS-OOO indien werkzaamheden plaats gaan vinden binnen de verdachte , niet-naoorlogs geroerde laag.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

56

BB25-297-OC-01

5

6

CONCLUSIE

EN

AANBEVELINGEN

Ten behoeve van het project ‘Welleveldsestraat e. o. Duiven’ in de gemeente Duiven staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet

worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt een onderzoek ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) conflictperiode genoemd. Het onderzoek is uitgevoerd conform het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: CSVROO versie 2024-01 , d. d. 1 maart 2024). Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Duiven zoals getoond in dit onderzoek. In de voor dit onderzoek conflictperiode geraadpleegde bronnen zijn diverse feitelijke indicaties voor

de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen. Artilleriebeschietingen Canadese troepen november 1944 – april 1945 Als gevolg van veelvuldige artilleriebeschietingen door Canadese troepen in de periode november 1944 – april 1945 geldt het gehele projectgebied als verdacht op verschoten geschutmunitie met kalibers van 25 ponder , 3. 7 inch en 4. 2 inch. Deze ontplofbare oorlogsresten kunnen worden aangetroffen tot een diepte van maximaal circa 2. 00m-MV ten tijde van de Tweede Wereldoorlog , ofwel circa 7. 80m+NAP.

Advies: Voorafgaande aan het uitvoeren van de geplande werkzaamheden in verdacht gebied , adviseert BeoBOM het volgende: Het laten uitvoeren van een opsporingsproces conform het CS-OOO indien werkzaamheden plaats gaan vinden binnen de verdachte , niet-naoorlogs geroerde laag. N. B. : op het kaartmateriaal in- en behorende bij deze rapportage worden mogelijk verdachte gebieden , indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond , welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens

Buiten de contouren van het projectgebied , zoals getoond , kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek. weergegeven.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

57

BB25-297-OC-01

5

6

BIJLAGEN BIJLAGE

1. BB25-297-OC-01-OT-01

GEBEURTENISSENKAART

(LOSBLADIG)

5

6

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

58

BB25-297-OC-01

197200

197400

197600

Legenda Projectgebied Loopgraaf Inslag geschutmunitie Geschutopstelling 0 02 0 44

0 02 0 44

Vondst OO Vondst EODD

0 00 04 4

0 00 04 4

Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000) , TK200 (t/m 1:192.000) , TOP50 (t/m 1:48.000) , TOP25 (t/m 1:6. 000)

197200

197400

Project:

50

100m

±

197600

BB25-297-OC-01 WELLEVELDSESTRAAT E. O. TE DUIVEN

Datum:

24-10-2025

Schaal:

1:1. 500

A3

Tekening naam:BB25-297-OC-01-OT-01

GEBEURTENISSENKAART Klant:

0

GEMEENTE DUIVEN

Revisie:

CONCEPT

Getekend door:

RS

Esri Nederland , Kadaster

BIJLAGE

2. BB25-297-OC-01-OT-02 BODEMBELASTINGKAART

(LOSBLADIG)

5

6

ONDERZOEK ONTPLOFBARE

OORLOGSRESTEN

CONFLICTPERIODE

59

BB25-297-OC-01

197200

197400

197600

Legenda Projectgebied Opsporingsgebied geschutmunitie diverse kalibers t/m 4. 2 inch , verschoten (Brits) tot maximaal 2. 00m-MV (oftewel 7. 80m+NAP) Verdacht gebiedgeschutmunitie diverse kalibers t/m 4. 2 inch , verschoten (Brits)

0 02 0 44

0 02 0 44

0 00 04 4

0 00 04 4

Beeldmateriaal. nl

197200

197400

Project:

50

100m

±

197600

BB25-297-OC-01 WELLEVELDSESTRAAT E. O. TE DUIVEN

Datum:

24-10-2025

Schaal:

1:1. 500

A3

Tekening naam:BB25-297-OC-01-OT-02

BODEMBELASTINGKAART Klant:

0

GEMEENTE DUIVEN

Revisie:

CONCEPT

Getekend door:

RS

Esri Nederland , Kadaster

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=a61aaaea-a355-44d6-b62c-dc504cab777d