19. Gelderse bedrijventerreinen - klaar voor de toekomst.pdf
Tekst van het document
De potentie van een terrein om toekomstbestendiger te worden op het thema sociaaleconomisch hangt onder andere af van het type terrein en de bedrijven die gevestigd zijn op het terrein. Zo biedt de aanwezigheid van een ‘anchor6’ bedrijf potentie voor het aantrekken van gerelateerde bedrijven en dus een hogere werkgelegenheid en toegevoegde waarde op een terrein. Ook de maximale toegestane milieuhinder categorie is een indicator die de potentie op het thema sociaaleconomisch beïnvloed, vooral op het gebied van het subthema next economy circulair. Veel van de circulair gerelateerde bedrijvigheid bevindt zich namelijk in een hogere milieucategorie. Het gaat hierbij om recycling, nieuwe productie en het refurbishen van producten. De vraag naar ruimte vanuit dit type bedrijvigheid zal in de toekomst toenemen. Terreinen die deze ruimte kunnen bieden hebben dus meer potentie om op het vlak van circulaire economie toekomstbestendig te worden. De potentie om de circulariteit van bedrijventerreinen te vergroten valt ook tevens te benutten door nieuwe bedrijfsruimten circulair te bouwen. Circulair bouwen bevindt zich op dit moment nog in een beginstadium. Er komen echter steeds meer voorbeelden van circulaire gebouwen en ook op bedrijventerreinen zal dit
Figuur 29: Veroudering van bedrijventerreinen per regio 100% 80% 60% 40%
Fase 4
20%
Fase 3
0%
Fase 2 Fase 1
6
Een anchor is een bedrijf dat grootschalig bedrijf dat een aanzuigende uitstraling heeft op andere, kleinere bedrijf in dezelfde of gerelateerde sector. Bij winkels gaat het bijvoorbeeld om IKEA. Bron: Bureau BUITEN, 2019
30
zijn intrede gaan doen. Ook voor het meten van de circulariteit van gebouwen komen steeds meer tools beschikbaar.
Next Economy Circulair: InnoFase InnoFase is een bedrijventerrein in de gemeente Duiven, regio Arnhem-Nijmegen. InnoFase richt zich op ondernemingen die actief zijn in de circulaire economie. Samen met het bedrijfsleven en kennisinstellingen probeert de gemeente Duiven synergiewerking tussen bedrijven te realiseren op InnoFase. Door de specifieke bedrijven op InnoFase zijn er veel mogelijkheden voor de circulaire economie op dit terrein. Zo is het Waterschap Rijn en IJssel gevestigd op InnoFase. Afvalcentrale AVR gebruikt het afvalwater van het waterschap als koelwater. Ook petflessen hergebruiker 4PET neemt deel aan de synergie. De pulp van de papieren labels gaat naar AVR, die dit weer omzet tot waardevolle duurzame energie en grondstoffen. 4PET neemt elektriciteit en warmte rechtstreeks van AVR af. InnoFase is een mooi voorbeeld van hoe de aanwezigheid van specifieke bedrijven en een goede samenwerking kan leiden tot een toekomstbestendig terrein op sociaaleconomisch vlak.
Een goed voorbeeld van een terrein dat dankzij de aanwezigheid van specifieke bedrijven goed scoort op het thema sociaaleconomisch is Synergiepark InnoFase. Zie het kader op de volgende pagina. Eén van de belangrijkste indicatoren van dit thema en tevens van het begrip toekomstbestendig bedrijventerrein als geheel is de organisatiegraad van een bedrijventerrein. Als een bedrijventerreinen zichzelf georganiseerd heeft door middel van parkmanagement of een BIZ zijn maatregelen die toekomstbestendigheid ten goede komen eenvoudiger door te voeren. Circulaire economie is een lastig thema om te meten op het schaalniveau van een bedrijventerrein. De transitie naar een circulaire economie speelt zich voornamelijk af in de keten en niet zozeer op een bedrijventerrein. Synergieconcepten, zoals op InnoFase wordt gedemonstreerd, hebben wel degelijk potentie op bedrijventerreinen. Een relevant subthema binnen het thema sociaaleconomisch dat niet is meegenomen in de nulmeting is het subthema arbeidsmarkt. Het tekort aan werknemers en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt laat zich lastig meten op het niveau van een bedrijventerrein. Bovendien bevinden de oplossingen voor deze vraagstukken zich slechts in een beperkte mate op het niveau van een bedrijventerrein.
Maatregelen die de spanning op de arbeidsmarkt moeten oplossen zouden zich vooral op regionaal schaalniveau moeten focussen.
5 4 3 2 1
InnoFase
0
Gelderland
31
5 Conclusies In dit onderzoek is door middel van een uitgebreide nulmeting de toekomstbestendigheid van de Gelderse bedrijventerreinen in beeld gebracht. Hierbij is ingegaan op duurzaamheid, fysiekruimtelijke en sociaaleconomische aspecten. Ook het potentieel hieromtrent en wat nodig en mogelijk is om bedrijventerreinen in Gelderland toekomstbestendig(er) te maken is aan bod gekomen. Hoewel bij het onderzoek een aantal kanttekeningen te plaatsen zijn, waar in het volgende hoofdstuk op wordt ingegaan, zijn er een aantal interessante conclusies af te leiden uit de resultaten. (Big) data levert een bruikbaar eerste beeld voor een groot aantal terreinen In dit onderzoek is een grote hoeveelheid data verzameld over een groot aantal bedrijventerreinen. Op deze manier is er een bruikbaar eerste beeld gevormd van de toekomstbestendigheid op bedrijventerreinen in Gelderland. De manier waarop het databestand is opgebouwd biedt bovendien mogelijkheden om de meting periodiek up te daten en verbeteringen door te voeren. Er komt steeds meer data beschikbaar, waardoor de meting steeds nauwkeuriger kan worden. Naar ons idee een goede eerste aanzet om toekomstbestendigheid in beeld te krijgen, met potentie voor de toekomst.
De grootste opgaven binnen thema duurzaam & gezond Uit de resultaten blijkt dat binnen het thema duurzaam & gezond de grootste slag te maken is op de bedrijventerreinen in Gelderland. De bedrijventerreinen scoren hier op dit moment niet goed op, en er valt veel winst te behalen. Hierom ligt het voor de hand dat de provincie de focus
legt op dit thema als men aan de slag wil met de toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen. Hierover meer in het volgende hoofdstuk over de aanbevelingen. Maar ook voldoende potentie op subthema’s energietransitie en klimaatadaptatie De nulmeting wijst uit dat op het thema duurzaam & gezond de grootste uitdaging ligt. Met name voor de subthema’s energietransitie en klimaatadaptatie geldt dat er veel potentie is om de score te verbeteren en daarmee bij te dragen aan de doelstelling zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie. In de aanbeveling in het volgende hoofdstuk worden concrete handvaten gegeven om hiermee om te gaan. Organisatiegraad belangrijke voorwaarde voor toekomstbestendigheid Uit de gesprekken met de betrokken stakeholders blijkt dat de aanwezigheid van een vorm van organisatie een essentiële voorwaarde is voor een toekomstbestendig bedrijventerrein. Op georganiseerde terreinen is het eenvoudiger om collectieve maatregelen te organiseren die de toekomstbestendigheid van een terrein te kunnen bevorderen, zoals collectieve zonnepanelen of herstructurering. Ook de resultaten van dit onderzoek laten zien dat terreinen met parkmanagement of een BIZ hoger scoren op toekomstbestendigheid dan terreinen die dat niet hebben. Weinig variatie in toekomstbestendigheid tussen de regio’s De scores op toekomstbestendigheid verschillen nauwelijks tussen de regio’s.
De variatie in toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen zit hem vooral binnen regio’s en niet zo zeer tussen regio’s. Op het thema fysiek-ruimtelijk zijn er wel opvallende verschillen. De Achterhoek en de Stedendriehoek blijven hier achter. In deze regio’s bevinden zich relatief veel verouderde terreinen waar maatregelen nodig zijn om toekomstbestendig te worden.
32
Grote en moderne terreinen scoren goed op toekomstbestendigheid Op alle drie de thema’s scoren terreinen in het segment hoogwaardige bedrijvenparken hoger dan de overige segmenten. Daarnaast blijkt dat de koplopergroepen in alle thema’s uit terreinen bestaat met een relatief groot oppervlak. Kleinere terreinen met voornamelijk industrie zijn op dit moment het minst toekomstbestendig, waarbij vooral het thema fysiekruimtelijk achterblijft ten opzichte van de andere typen terreinen. Hierbij past wel de opmerking dat voor dergelijke terreinen een functionele inrichting volstaat.
33
6 Aanbevelingen en discussie Het is verleidelijk om op basis van dit onderzoek stevige aanbevelingen voor de tweede fase – beleidsmatige inzet, provinciale rollen en te hanteren/ontwikkelen instrumenten – te formuleren. Daar zijn ook aanknopingspunten voor, omdat uit de nulmeting blijkt dat met name op het vlak van duurzaamheid er nog een flinke slag is te maken op de bedrijventerreinen in Gelderland (en elders overigens). Vooraf passen niettemin twee nuancerende opmerkingen: Dit onderzoek richt zich op bedrijventerreinen. Voor de nulmeting zijn in het algemeen data gebruikt die betrekking hebben op het bedrijventerrein als geheel. Sommige indicatoren zijn afgeleid uit micro-gegevens van de gevestigde bedrijven, maar het gaat vooral om gegevens op het niveau van het terrein als geheel. Dat betekent dat het bijvoorbeeld goed mogelijk is dat er bedrijven zijn gevestigd die zelf heel veel aan energiebesparing doen of warmte-koudeopslag benutten, maar dat dat niet of nauwelijks is terug te zien in data op terreinniveau. Ook kan niet alles worden gemeten wat je mogelijk zou willen weten. Veel bedrijven, bedrijventerrein-‘organisaties’ (ondernemersverenigingen, ondernemersfondsen, BIZ-s, parkmanagers), branches, gemeenten en regio’s zijn al bezig om op het vlak van energie en klimaat nieuwe initiatieven en projecten te ontplooien.
Daarbij zijn een veelheid aan partijen betrokken. Het is uiteraard niet de bedoeling om dergelijke acties en de betrokken partijen in de wielen te rijden. De kunst is om inzet en instrumentarium zodanig te richten dat het aanvullend wordt en tot versnelling leidt. Met deze twee opmerkingen in het achterhoofd komen wij tot de volgende aanbevelingen:
1. Verbreed herstructureringsaanpak tot een verduurzamingsaanpak bedrijventerreinen Kijkend naar de resultaten van de nulmeting en naar de urgentie van maatschappelijke opgaven (energie en klimaat), adviseren wij om de ‘klassieke’ herstructurering van bedrijventerreinen te verbreden naar een verduurzamingsaanpak gericht op het thema ‘duurzaam & gezond’. 2. Richt de verduurzamingsaanpak op gebundelde subthema’s met een focus op Energie Binnen ‘duurzaam en gezond’ zien wij drie samenhangende pakketten van subthema’s, te weten: a. Energie: productie en gebruik van duurzame energie, energiebesparing, benutting restwarmte en broeikasgasreductie b. Klimaat: klimaatadaptatie en biodiversiteit c. Milieu en mobiliteit: luchtvervuiling, geluidshinder en verkeer en vervoer Wij adviseren om inhoudelijk prioritair in te zetten op het pakket ‘Energie’ – in al zijn facetten. Hier is de grootste ‘winst’ te boeken. Gemiddeld gezien scoren terreinen hier laag op, terwijl de potentie relatief hoog is. Prioritering en focus laten onverlet dat daar waar dan vervolgacties tot stand komen, juist ook een integrale blik moet worden gehanteerd, zodat ook andere thema’s en subthema’s uit dit rapport worden meegenomen. 3.
Stimuleer organiserend vermogen op bedrijventerreinen en maak inzet andere capaciteit/middelen/instrumenten hiervan afhankelijk Alle gesprekspartners geven aan dat het hebben van een of andere vorm van samenwerking of organisatie op een bedrijventerrein een voorwaarde is om succesvol aan verduurzaming te kunnen werken. Dat komt overeen met onze eigen proces- en projectleiderservaring bij herstructureringsprojecten. Het versnipperde eigendom en de logische
34
focus van ondernemers op de operationele kant van hun bedrijf blijken in de praktijk van herstructurering van bedrijventerreinen een beperking voor progressie. Dat geldt ook of wellicht zelfs meer voor een verduurzamingsaanpak. Het laagdrempelig – maar tijdelijk en beperkt – faciliteren van de organisatiekracht op bedrijventerreinen kan de eerste jaren deel uitmaken van de aanpak. We adviseren dringend om eventuele verdere inzet van menskracht en middelen vanuit de provinciale aanpak conditioneel te maken op het hebben van een helder organisatorisch aanspreekpunt op een bedrijventerrein. Het gaat niet om de specifieke vorm of juridische aard van de samenwerking of organisatie, maar die samenwerking dient wel zodanig stevig te zijn dat die de vrijblijvendheid voorbij gaat. 4. Werk met een getrapte inzet gericht op koplopers en peloton We adviseren verdergaande inzet van provinciale faciliteiten te richten op het ‘peloton’ en de ‘koplopers’ – mits er sprake is van samenwerking/organisatie – en alleen voor ‘achtervolgers’ indien daar stevige samenwerking tot stand is gekomen. Omdat ook op koploperlocaties nog veel duurzaamheidswinst kan worden geboekt en zij als inspirerend voorbeeld voor andere terreinen kunnen dienen, is ook stimulering van koplopers relevant. 5.
Benut bestaande organisatie(s) en overlegstructuren: RPW’s, OHMG en GEA Voor de planning en programmering van werklocaties beschikt Gelderland over Regionale Programma’s Werklocaties (RPW’s). Gebruik de RPW structuren om verduurzamingsbeleid te vormen en uit te dragen en de voortgang op verduurzaming te initiëren en te monitoren. Het regionale schaalniveau is bovendien nuttig voor betrokkenheid en kennisoverdracht. De provinciale RPW-coördinator dient tevens een aanjagende en doorverwijzende rol op zich te nemen. Voor de ‘klassieke’ herstructureringsaanpak heeft Provinciale Staten afgelopen jaar besloten de ‘Ontwikkelings- en
HerstructureringsMaatschappij Gelderland’ (OHMG) op te zetten. In het businessplan van Oost NL is deze uitgewerkt in termen van formatie, werkwijze en financiering. Wij adviseren de provincie om de taken voor de OHMG uit te breiden met verduurzaming, in het bijzonder gericht op de energietransitie. We adviseren de provincie het daartoe mogelijk te maken om twee (duurzame) energie-experts toe te voegen aan het beoogde OHMG-team. Daarmee worden kennis en capaciteit vergroot, zodat gemeenten en terreinorganisaties sneller plannen kunnen maken voor verduurzaming van bedrijventerreinen. Betrek de interdisciplinaire klankbordgroep ook bij het vervolgtraject om zo de brede definitie van toekomstbestendige bedrijventerreinen intern te kunnen borgen. Ook bij het uitvoering van projecten die bijdragen aan toekomstbestendigheid is het van belang dat de brede blik van toekomstbestendigheid wordt gehanteerd en dat hierbij de juiste partners worden gezocht of toegevoegd. Sluit verder kort met partijen en sluit aan op initiatieven die in GEAkader worden ondernomen. 6.
Uiteenlopende provinciale rollen invullen De toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen heeft betrekking op verschillende provinciale kerntaken: duurzame ruimtelijke ontwikkeling, milieu, energie en klimaat, natuurbeer en ontwikkeling van natuurgebieden, regionale bereikbaarheid en regionaal openbaar vervoer en regionale economie. Er is een breed scala aan provinciale rollen/activiteiten relevant, bijvoorbeeld: a. Makelaar, facilitator: regionale partijen bij elkaar brengen en het beschikbaar stellen van procescapaciteit (kennis en menskracht) b. Regelgeving: in de omgevingsverordening c. Handhaving: provincie, maar ook gemeenten, waterschappen, omgevingsdiensten d. Communicatie: voor verspreiding van kennis maar ook in een aanjagende rol
35
e. Inspiratie: bijvoorbeeld door het organiseren van expertsessies of het uitlichten van pilots bij koplopers stimuleren en/of subsidiëren) f. Subsidie/leningen/garanties verstrekken: aan bedrijven (maatregelen) en koepelorganisaties bedrijven/parkmanagement (opzetten en uitvoeren actieplan) g. Kennis bundelen: best practices identificeren en informatie daarover te verspreiden, data over bedrijventerreinen o.a. uit deze nulmeting toegankelijk te maken h. Monitoring van voortgang, o.a. door voortgang ten opzichte van de nulmeting uit dit rapport in beeld te brengen Al deze rollen zijn relevant, maar wij verwachten de grootste behoefte aan en meerwaarde van het meerjarig beschikbaar stellen van kennis en capaciteit, bijvoorbeeld via de OHMG, zodat regio’s een vast aanspreekpunt hebben die de taal van overheden en ondernemers spreekt en er een constante drijvende kracht actief is die de regio’s kan ondersteunen en aanjagen waar nodig.
(of daar in ieder geval niet dwars doorheen lopen). Aandacht voor de andere invalshoeken en het betrekken van logische partijen en afstemmen op en met anderen vormt een randvoorwaarde voor een succesvolle versnelling. 8. Ruimte voor ondernemerschap en creativiteit Last but not least merken wij op dat bedrijventerreinen een belangrijke economische functie vervullen binnen Gelderland: ca. 30% van de banen is er gelokaliseerd en 40% van het Bruto Regionaal Product wordt op bedrijventerreinen geproduceerd. Bedrijventerreinen zijn in de eerste plaats plekken om te ondernemen, uiteraard binnen maatschappelijke randvoorwaarden. De hier voorgestelde aanpak moet de economische functie van de terreinen in ieder geval niet ondermijnen. Sterker nog, een toekomstbestendig bedrijventerrein moet zodanige concurrentievoordelen bieden dat het een aantrekkende werking heeft op bedrijven.
7. Stakeholderanalyse en aanvullende gebiedsgerichte aanpak Naast al genoemde partijen (bedrijven, bedrijventerrein-‘organisaties’, brancheorganisaties, gemeenten, regio’s, OHMG, GEA (als platform)), zijn er nog diverse andere stakeholders relevant of kunnen dat zijn. Zonder volledigheid te pretenderen noemen we organisaties als VNONCW, de Omgevingsdiensten, Waterschappen, RVO, Alliander, energieallianties (bv. Groene Allianties De Liemers) en onderwijsorganisaties (HAN, WUR, Saxion, Radboud). Op lokaal niveau zijn er vaak nog aanvullende partijen. Daarnaast kunnen verduurzamingsinitiatieven op verschillende manieren/niveaus tot stand komen: bedrijf, bedrijventerrein, branche, gemeente, regio etc. De bedrijventerreinbenadering is een gebiedsgerichte aanpak. Die gebiedsgerichte aanpak moet aanvullend zijn op lopende initiatieven
36
Bijlage 1 Thema’s, subthema’s en indicatoren Legenda: Indicator huidige stand Indicator potentie
Duurzaam & gezond Subthema Energietransitie Energietransitie Energietransitie Energietransitie Energietransitie Energietransitie Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie Circulaire economie Luchtvervuiling Luchtvervuiling Geluidshinder Geluidshinder Biodiversiteit
Variabele Aanwezigheid windturbines Aanwezigheid bio-installatie PV op maaiveld PV potentie daken Windturbines mogelijk Aardwarmtepotentie Waterbergend vermogen grondsoort Maximale waterberging in grondwater Infiltratiemaatregelen Kans op piekbuien Hitte-stress Percentage uitgeefbaar Omvang openbare ruimte Restwarmte Fijnstofconcentratie Roetconcentratie Geluidshinder Geluidsmaatregelen Tijdelijke natuur op braakliggende kavel
Bron Kaart Provincie Energieatlas Schouw Zonatlas Kaart Provincie Warmteatlas Atlas natuurlijk kapitaal Atlas natuurlijk kapitaal Schouw Klimaateffectatlas Hittestress kaart IBIS IBIS Warmteatlas RIVM RIVM Atlas leefomgeving Atlas leefomgeving Schouw
37
Biodiversiteit Biodiversiteit Biodiversiteit Biodiversiteit CO2-footprint Verkeer en vervoer Verkeer en vervoer Verkeer en vervoer Verkeer en vervoer Verkeer en vervoer Verkeer en vervoer Verkeer en vervoer
Percentage groen Kwaliteit groen Zichtbaarheid groen Afstand tot ecologische hoofdstructuur co2footprint Wandelen Gemiddelde afstand tot treinstation Spoorwateroverslag Aantal bushaltes binnen 500m Fietspaden Elektrische laadpalen Waterstoftank
Kaart Provincie Schouw Schouw EHS Alliander Schouw Kaart Provincie Ibis Kaart Provincie Schouw Oplaadpunt.nl Waterstofwerkt.nl
Fysiek-ruimtelijk Subthema Openbare ruimte Openbare ruimte Openbare ruimte Openbare ruimte Openbare ruimte Openbare ruimte Openbare ruimte Openbare ruimte Openbare ruimte Openbare ruimte Openbare ruimte Vastgoed Vastgoed Vastgoed Vastgoed
Variabele Zwerfafval Onderhoud groen Kwaliteit bestrating Onderhoud bestrating Onderhoud straatmeubilair Vandalisme Buitenopslag op straat Samenhang Parkeerdrukauto parkeerdrukvrachtauto's Omvang openbare ruimte BREAAM certificaat Gemiddelde bouwjaar vastgoed Kwaliteit vastgoed Invullingleegstand
Bron Schouw Schouw Schouw Schouw Schouw Schouw Schouw Schouw Schouw Schouw Schouw DGBC Bag-viewer Schouw Schouw
38
Vastgoed Bereikbaarheid Digitale bereikbaarheid Veiligheid Veiligheid
Potentie
Bebouwingspercentage Afstand tot snelweg Internet type Beveiliging Verlichting
Bag-viewer GIS IBIS Schouw Schouw
Fasering veroudering
Sociaaleconomisch Subthema Werkgelegenheid Werkgelegenheid Economische TW Clustering Next Economy Next Economy Next Economy Next Economy Next Economy Organisatiegraad Ontmoeting Ontmoeting Ontmoeting
Variabele Banendichtheid Banengroei Arbeidsproductiviteit Clustering Banen recycling Banen HTSM Anchor Glasvezel Milieuhinder Parkmanagement type Horeca Voorzieningen terrein Voorzieningen omgeving
Bron PWE PWE PWE PWE PWE PWE PWE IBIS IBIS Schouw / websites Schouw Schouw Schouw
39
Bijlage 2 Kaarten met bedrijventerreinen per regio Achterhoek
Arnhem-Nijmegen
40
FoodValley
Noord-Veluwe
41
Rivierenland
Stedendriehoek
42
43