CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

19. Gelderse bedrijventerreinen - klaar voor de toekomst.pdf

Politieke Avond 16 februari 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: bijlagen bij beantwoording vragen PvdA d.d. 9 februari11.783 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gelderse bedrijventerreinen: klaar voor de toekomst?

1

2

Gelderse bedrijventerreinen: klaar voor de toekomst? Rapport

Auteur(s): Joost Hagens Rutger van Raalten Jos van Heest Martijn van den Berge Projectnummer: 1307

Aangeboden aan: Provincie Gelderland 21-02-2019

3

Inhoudsopgave Samenvatting

5

1

Inleiding

8

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Doelstelling onderzoek Bedrijventerreinen in Gelderland Opbouw rapport

8 8 9 10

2

Definitie toekomstbestendig bedrijventerrein

3 3.1 3.2 3.3 3.4

3.5 3.6

Beschikbaarheid van data Dashboards

16 17

4

Resultaten

18

12

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Koplopers, peloton en achtervolgers Resultaten per regio Grootverbruikers energie Resultaten per segment Potentie

18 24 25 25 27

Methode nulmeting

14

5

Conclusies

32

Dataverzameling en -verwerking Dataverwerking Scores Weging

14 14 15 16

6

Aanbevelingen en discussie

34

Bijlage 1 Thema’s, subthema’s en indicatoren Bijlage 2 Kaarten met bedrijventerreinen per regio

36 39

4

Samenvatting Op naar toekomstbestendige Gelderse bedrijventerreinen De provincie Gelderland heeft zich in de Omgevingsvisie als doel gesteld dat in 2050 alle werklocaties in de provincie duurzaam zijn ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke productiestromen. Bedrijventerreinen leveren daarmee een belangrijke bijdrage aan het behalen van de energie-, klimaat- en circulaire transitie ambities. Tegelijkertijd blijft de provincie inzetten op het kwalitatief verbeteren van de fysiek-ruimtelijk inrichting en het herstellen van het marktevenwicht op bedrijventerreinen via regionale programmeringen. Tezamen bepalen de duurzame, fysiek-ruimtelijke en sociaaleconomische aspecten de toekomstbestendigheid van een bedrijventerrein. Samen met de regio’s en diverse experts is in dit onderzoek het begrip toekomstbestendigheid uitgewerkt en zijn de Gelderse bedrijventerreinen in een nulmeting langs de lat gelegd om te kijken hoe toekomstbestendig zij nu zijn en waar de potentie ligt om toekomstbestendiger te worden. Definitie toekomstbestendig bedrijventerrein In dit onderzoek is toekomstbestendigheid breder benaderd dan enkel vanuit het begrip duurzaamheid. Toekomstbestendigheid op bedrijventerreinen is opgedeeld in drie pijlers: duurzaam & gezond, fysiekruimtelijk en sociaaleconomisch.

Naast dat een toekomstbestendig bedrijventerrein een goed vestigingsklimaat moet bieden en een positieve bijdrage dient te leveren aan de economie, moet het terrein ook gezond zijn om te werken en een bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen. Daarnaast moet het er fysiek-ruimtelijk goed bij liggen.

De drie pijlers van toekomstbestendige bedrijventerreinen

Duurzaam en gezond

Fysiek-ruimtelijk

Sociaaleconomisch

De volgende definitie van toekomstbestendige bedrijventerreinen is gehanteerd: ‘Toekomstbestendige Gelderse bedrijventerreinen zijn terreinen waar bedrijven, overheden en beheerders samenwerken aan toekomstige kansen en aanpak van knelpunten op het gebied van economie, duurzame energie, klimaat, gezondheid en ecologie, waarmee een aantrekkelijker vestigingsklimaat wordt gecreëerd en wordt toegewerkt naar energieneutrale en klimaatbestendige bedrijventerreinen in 2050’. Dit houdt in dat toekomstbestendige bedrijventerreinen een bepaalde organisatiegraad om maatregelen te organiseren kennen, ze bieden passende werkgelegenheid, hebben groei van economische toegevoegde waarde en beschikken over voldoende gekwalificeerd personeel. Infrastructuur voor verkeer, vervoer, data en uitwisseling van energie, grondstoffen en kennis wordt geoptimaliseerd en er wordt zoveel mogelijk hernieuwbare energie opgewekt en energie bespaard. Grondstofgebruik in producten, processen en gebouwen wordt geminimaliseerd en de fysieke inrichting is aangepast aan verwachte klimaateffecten. En toekomstbestendige bedrijventerreinen hebben een positieve invloed op de gezondheid, veiligheid en kwaliteit en op de biodiversiteit op en rond het terrein.

5

Brede nulmeting toont huidige positie en potentie terreinen Circa 30% van de Gelderse banen zijn te vinden op bedrijventerreinen. Samen zijn de goed voor 40% van het Bruto Regionaal product. In totaal telt Gelderland bijna 530 bedrijventerreinen, verdeeld over zes regio’s: Noord Veluwe, FoodValley, Stedendriehoek, Achterhoek, Rivierenland en ArnhemNijmegen. In de nulmeting zijn 265 terreinen meegenomen, door planfases samen te voegen en (kleinere) bedrijventerreinen waar niet of nauwelijks grond is uitgegeven buiten beschouwing te laten. Voor deze terreinen zijn gegevens uit diverse databronnen, kaartbeelden en een fysieke schouw aan elkaar gekoppeld. Dit resulteerde in 65 indicatoren die samen per terrein een score geven van de huidige stand en de potentie van de terreinen binnen de thema’s duurzaam & gezond, fysiek-ruimtelijk en sociaaleconomisch. Nog veel verbeterruimte, grootste opgave duurzaam & gezond Op basis van de scores is een indeling gemaakt in koplopers, peloton en achtervolgers. Circa 16% van de bedrijventerreinen behoort tot de koplopers, 67% tot het peloton en 17% tot de achtervolgers. In alle groepen is echter een slag naar toekomstbestendigheid nodig: met een gemiddelde score van 3,2 op een maximale score van 5 ligt ook bij de koplopers nog veel verbeterruimte.

De grootste slag moet gemaakt worden op het thema duurzaam & gezond; de Gelderse bedrijventerreinen scoren op dit thema het laagst. Op bepaalde subthema’s is er echter ook veel potentie om toekomstbestendiger te worden op het thema duurzaam & gezond. Zo ligt er veel potentie op het gebied van energietransitie, waarbinnen zonne-energie de meeste potentie voor verbetering heeft, en klimaatadaptatie. Als een bedrijventerreinen zichzelf georganiseerd heeft door middel van parkmanagement of een BIZ zijn maatregelen die toekomstbestendigheid ten goede komen eenvoudiger door te voeren.

Verschillen toekomstbestendigheid binnen regio’s, en niet tussen regio’s De scores op toekomstbestendigheid verschillen nauwelijks tussen de regio’s, de variatie zit vooral binnen de regio’s zelf. Wel valt op dat de Achterhoek en Stedendriehoek achterblijven op fysiek-ruimtelijk vlak, door een hoger aantal verouderde terreinen. De regio FoodValley scoort binnen dit thema aanzienlijk beter. Grotere verschillen bestaan er tussen de typen terreinen. Hoogwaardige bedrijventerreinen zijn het meest toekomstbestendig, de grootste opgaven liggen op kleinere terreinen met voornamelijk industrie. Dit komt vooral doordat zij achter blijven op fysiekruimtelijk vlak. Hierbij past wel de opmerking dat voor dergelijke terreinen een functionele inrichting volstaat. Nulmeting is eerste fase naar toekomstbestendige terreinen De grote hoeveelheid verzamelde en geanalyseerde data in deze nulmeting geven een bruikbaar eerste beeld van de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen in Gelderland. Periodiek kan de meting geactualiseerd en uitgebreid worden met meer en beter beschikbare additionele data. Vervolgonderzoek kan ook meer inzicht bieden in toekomstbestendigheid op kleiner schaalniveau, bijvoorbeeld op bedrijfsniveau, waar dit onderzoek gericht was op het niveau van het bedrijventerrein.

Systematisch inzicht in de mate waarin individuele bedrijven bijvoorbeeld duurzame energie produceren, energie besparen of gebruiken ontbreekt nog. Aanbevelingen voor vervolgfase(n) De uitkomsten van dit onderzoek zullen nog geen antwoord bieden op alle voorliggende vragen rondom toekomstbestendige werklocaties. Dit onderzoek dient dan ook als een eerste fase. In de tweede fase wordt verder ingegaan op hoe de geconstateerde ontwikkelingskansen op de bedrijventerreinen in Gelderland te verzilveren en welke rol de provincie Gelderland daarin kan en wil pakken. Zo ligt er een rol voor de provincie als wetgever en handhaver, maar ook op het gebied van communicatie, inspiratie, monitoring, kennisdeling, het bij elkaar brengen van partijen in de regio en beschikbaar stellen van procescapaciteit. Ook kunnen subsidies,

6

leningen of garanties worden verstrekt. Daarnaast worden de volgende aanbevelingen gedaan: - Verbreed de herstructureringsaanpak tot een verduurzamingsaanpak bedrijventerreinen - Richt de verduurzamingsaanpak op gebundelde subthema’s (energie, klimaat, milieu en mobiliteit) met een focus op energie. Hier valt de grootste ‘winst’ te boeken doordat de score nu laag is, maar de potentie relatief hoog ligt. Vanzelfsprekend mag een dergelijke aanpak geen negatief effect hebben op de economische kracht van een terrein. - Stimuleer organiserend vermogen op bedrijventerreinen en maak de inzet van andere capaciteit/middelen/instrumenten hiervan afhankelijk. Uit het onderzoek blijkt dat een vorm van organisatie op terreinen een essentiële voorwaarde is om collectieve maatregelen te organiseren die de toekomstbestendigheid van het terrein kunnen bevorderen, zoals collectieve inkoop van zonnepanelen en herstructurering. De resultaten van dit onderzoek laten ook zien dat terreinen met parkmanagement of een BIZ toekomstbestendiger zijn. Inzet van provinciale middelen en menskracht kan mogelijk conditioneel gemaakt worden op het hebben van een helder organisatorisch aanspreekpunt. - Werk met getrapte inzet gericht op koplopers en het peloton, mits er sprake is van samenwerking/organisatie, en alleen voor achtervolgers indien daar stevige samenwerking tot stand komt.

- Benut bestaande organisaties en overlegstructuren: de RPW structuren vormen een goed startpunt om de huidige activiteiten te verbreden naar een gezamenlijk verduurzamingsaanpak. Ook het takenpakket van de Ontwikkelings- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland kan uitgebreid worden met verduurzaming, in het bijzonder gericht op de energietransitie. Daarnaast is het zaak goed aan te sluiten op lopende initiatieven in de provincie (zoals het GEA) en bij bedrijven, ondernemersverenigingen, onderwijs en energieallianties. De kunst is om inzet en instrumentarium zodanig te richten dat het aanvullend wordt en tot versnelling leidt.

7

1 Inleiding De provincie Gelderland gaat aan de slag met het toekomstbestendig maken van de bedrijventerreinen binnen de provincie. Om hier op een doeltreffende manier mee te starten is het allereerst van belang om grip te krijgen op het begrip toekomstbestendigheid: wat maakt een bedrijventerrein toekomstbestendig? Bovendien is het belangrijk om antwoorden te krijgen op de vragen in hoeverre terreinen al toekomstbestendig zijn en op welk type terreinen en op welke thema’s de meeste impact te generen is. 1.1 Aanleiding Bedrijventerreinen kunnen een belangrijke rol spelen in het behalen van de energie-, klimaat- en circulaire transitie ambities. In de afgelopen jaren heeft de focus van het bedrijventerreinenbeleid gelegen op ‘de basis op orde’ krijgen. Er is vooral veel aandacht, tijd en geld gegaan naar kwalitatieve verbetering van de bedrijventerreinen en het herstellen van het marktevenwicht via regionale programmeringen. Recentelijk is er in Gelderland naast de aandacht voor herstructurering meer aandacht gekomen voor duurzaamheid op werklocaties. De provincie Gelderland heeft zich in de Omgevingsvisie het volgende doel gesteld: “In 2050 zijn alle werklocaties duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke productiestromen”.

1.2 Doelstelling onderzoek Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te krijgen in de huidige situatie, het potentieel en wat nodig en mogelijk is om bedrijventerreinen in Gelderland toekomstbestendig te maken. De focus ligt daarbij op duurzaamheid, fysiek-ruimtelijke en sociaaleconomische aspecten. Deze doelstelling is op te delen in twee onderdelen: A. Begripsbepaling toekomstbestendige bedrijventerreinen B. Nulmeting toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen Gelderland De uitkomsten van dit onderzoek zullen nog geen antwoord bieden op alle voorliggende vragen rondom toekomstbestendige werklocaties. Dit onderzoek dient dan ook als een eerste fase. In de tweede fase wordt verder ingegaan op hoe de geconstateerde ontwikkelingskansen op de bedrijventerreinen in Gelderland te verzilveren. In dit rapport zijn wel aanbevelingen voor de tweede fase opgenomen. Figuur 1: De kern van de Omgevingsvisie Gelderland

Dit rapport gaat in op de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen. Duurzaamheid is daar een onderdeel van, maar fysiek-ruimtelijke en sociaaleconomische aspecten van bedrijventerreinen vallen hier ook onder. Bron: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, 2018

8

1.3 Bedrijventerreinen in Gelderland Dit onderzoek richt zich op alle bedrijventerreinen in Gelderland die geheel of gedeeltelijk in gebruik zijn.

uiteindelijk analyseerbaar is, namelijk de analyse-sectie met 265 bedrijventerreinen. Figuur 2: Grafische weergave van geanalyseerde terreinen in Gelderland

Alle IBIS-bedrijventerreinen: 528 Volgens IBIS (2018) telt Gelderland 528 bedrijventerreinen. Hiervan zijn echter 49 terreinen in planfase1 en zijn dus nog niet in een analyse mee te nemen. Ook zijn er terreinen die al wel een onherroepelijk bestemmingsplan hebben, maar waar nog geen grond is uitgegeven. Deze terreinen nemen we ook niet mee in het onderzoek. Daarnaast onderscheidt IBIS sommige terreinen in bijvoorbeeld fase 1 en fase 2, terwijl deze eigenlijk als één terrein kunnen worden beschouwd. In dat geval hebben we de terreinen samengevoegd. Na het samenvoegen en verwijderen van de betreffende terreinen zijn er voor de nulmeting in dit onderzoek 361 bedrijventerreinen onderzocht. Hiervan zijn uiteindelijk 265 terreinen meegenomen in de analyse. Zie figuur 2 voor een grafische weergave. 96 kleine terreinen2 zijn buiten beschouwing gelaten, omdat deze bijvoorbeeld grotendeels nog niet uitgegeven waren of slechts één of enkele bedrijven bevatten. Hierdoor zijn sommige indicatoren niet in te vullen en zouden deze terreinen ruis veroorzaken in de dataset. Deze 100 kleine terreinen tellen 6,0% van het areaal aan uitgegeven bedrijventerrein in Gelderland en 1,8% van het aantal banen op bedrijventerreinen. Ze tellen gemiddeld 47 banen en zijn gemiddeld 4,6 ha groot.

Nulmeting: 361 Analyse-selectie: 265

Bron: Bureau BUITEN, 2019

Op de 265 bedrijventerreinen die in de analyse zijn meegenomen bevinden zich in totaal 252.000 banen (2017), ongeveer 30% van het totaal aantal banen in Gelderland. De toegevoegde waarde op bedrijventerreinen bedraagt €23,1 miljard, circa 40% van de totale toegevoegde waarde van Gelderland (zie tabel 1). Bedrijventerreinen zijn daarmee van wezenlijk belang voor de economie van Gelderland. Tabel 1: Bedrijventerreinen in Gelderland in cijfers

Samenvattend, figuur 2 geeft inzichtelijk weer welke proportie van het startpunt ‘alle bedrijventerreinen in Gelderland’ (528 bedrijventerreinen)

1

Hierbij gaat het om een ontwerp bestemmingsplan, plan in structuurvisie, of een vastgesteld bestemmingsplan waarbij de locatie in ontwikkeling is. 2 Terreinen kleiner dan 5 ha bruto of met minder dan 50 banen

Aantal terreinen Aantal banen 2017 Toegevoegde waarde 2016 Bruto ha Netto ha

Bedrijventerreinen in Gelderland 265 251.900 € 23,1 miljard 9.795 7.990

9

Bron: Bureau Economisch onderzoek Gelderland, IBIS 2018.

De 265 terreinen zijn verdeeld over de zes regio’s in Gelderland. De meeste terreinen en de meeste ha bedrijventerrein bevinden zich in regio ArnhemNijmegen. Het kleinste aantal terreinen en de minste ha bedrijventerrein bevinden zich in de regio Noord-Veluwe. Gemeten naar oppervlakte van de regio kennen Arnhem-Nijmegen en Rivierland de grootste dichtheid aan bedrijventerreinen. Het aantal terreinen per inwoner ligt verreweg het hoogst in Riviereland. Tabel 2: Aantal en netto areaal bedrijventerrein per regio in Gelderland

Regio

ArnhemNijmegen Rivierenland Achterhoek Stedendriehoek FoodValley Noord-Veluwe Totaal

Aantal terreinen

Netto ha

Aantal terreinen per 1.000 ha

Aantal terreinen per 1.000 inwoners

77

2.500

0,92

0,10

50 43 33 33 29 265

1.514 1.303 1.158 945 671 7.990

0,63 0,36 0,38 0,54 0,40 0,52

0,22 0,15 0,11 0,13 0,14 0,13

Bron: IBIS, 2018; CBS, 2018

Potentie verduurzaming bedrijventerreinen Het areaal van de bedrijventerreinen en het grote aantal werkzame personen geeft aan dat bedrijventerreinen, niet alleen economisch van groot belang zijn, maar ook een grote rol kunnen spelen in het halen van duurzaamheidsdoelen. Er ontstaan in toenemende mate initiatieven om bedrijventerreinen te verduurzamen, maar om echt toekomstbestendig te worden is er meer nodig. Professor Louise Vet, verbonden aan de WUR en #1 van de Trouw Duurzame Top 100 in 2018, zegt hierover:

“Bedrijventerreinen zijn op dit moment een blamage als je kijkt naar duurzaamheid, energie, circulariteit en biodiversiteit’’. Volgens Vet valt er dus nog veel te verbeteren aan de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen. In dit rapport wordt duidelijk in hoeverre dit ook echt zo is en op welke vlakken de meeste winst te behalen valt.

1.4 Opbouw rapport In dit rapport gaan we in op de begripsbepaling van toekomstbestendige bedrijventerreinen en op de nulmeting van toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen in Gelderland. In hoofdstuk 2 komt de definitie van een toekomstbestendig bedrijventerrein aan bod. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 aandacht besteed aan de methode van de nulmeting. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de nulmeting gepresenteerd. Hoofdstuk 5 beschrijft de conclusies en in hoofdstuk 6 doen we aanbevelingen voor de vervolgstappen die de provincie kan nemen om aan de slag te gaan met toekomstbestendige bedrijventerreinen. Om het rapport bondig en goed leesbaar te houden is er gebruik gemaakt van bijlagen. In bijlage 1 en 2 onderaan het rapport zijn overzichten te zien van de indicatoren en de kaarten met bedrijventerreinen per regio. In de technische bijlage, een afzonderlijk document, wordt dieper ingegaan op de totstandkoming van de scores. In deze technische bijlage is verdere uitleg over de selectie van indicatoren, manier van scoren en weging terug te vinden.

10

Figuur 3: De regio indeling gehanteerd in dit rapport. Zie bijlage 2 voor kaarten met de bedrijventerreinen per regio

11

2 Definitie toekomstbestendig bedrijventerrein Voordat we kunnen meten hoe toekomstbestendig de bedrijventerreinen in Gelderland zijn, is het van belang om te bepalen wat we precies onder toekomstbestendigheid verstaan. Samen met verschillende stakeholders is de definitie van een toekomstbestendig bedrijventerreinen opgesteld, welke thema’s en indicatoren hierbij horen en hoe deze gemeten kunnen worden. In dit onderzoek is toekomstbestendigheid breder benaderd dan enkel vanuit het begrip duurzaamheid. Toekomstbestendigheid op bedrijventerreinen is opgedeeld in drie pijlers: duurzaam & gezond, fysiekruimtelijk en sociaaleconomisch. Naast dat een toekomstbestendig bedrijventerrein een goed vestigingsklimaat moet bieden en een positieve bijdrage dient te leveren aan de economie, moet het terrein ook gezond zijn om te werken en een bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen. Daarnaast moet het er fysiek-ruimtelijk goed bij liggen. Figuur 4: De drie thema’s van toekomstbestendige bedrijventerreinen

Er zijn op diverse manieren stakeholders betrokken om de definitie van toekomstbestendige bedrijventerreinen verder uit te denken:  Gesprekken met specialisten van de provincie Gelderland  Regio-sessies met beleidsmedewerkers vanuit de gemeenten en ondernemers  Sessie begeleidingsgroep provincie Gelderland  Gesprekken met experts  Gesprekken met parkmanagers Samen met de stakeholders is tot een breed gedragen definitie van toekomstbestendige bedrijventerreinen gekomen: Toekomstbestendige Gelderse bedrijventerreinen zijn terreinen waar bedrijven, overheden en beheerders samenwerken aan toekomstige kansen en aanpak van knelpunten op het gebied van economie, duurzame energie, klimaat, gezondheid en ecologie, waarmee een aantrekkelijker vestigingsklimaat wordt gecreëerd en wordt toegewerkt naar energieneutrale en klimaatbestendige bedrijventerreinen in 2050 Eigenschappen toekomstbestendige bedrijventerreinen Als we de definitie van toekomstbestendige bedrijventerreinen nader uiteenleggen, volgt hieruit een aantal eigenschappen waar een toekomstbestendig bedrijventerrein aan moet voldoen. Op een toekomstbestendig bedrijventerrein:  

Duurzaam en gezond

Fysiek-ruimtelijk

wordt samengewerkt: er is een bepaalde organisatiegraad aanwezig, waardoor collectieve maatregelen en onderlinge uitwisseling gemakkelijker gerealiseerd kunnen worden; is er een passende werkgelegenheid en groei van economische toegevoegde waarde en beschikken over voldoende gekwalificeerde arbeid;

Sociaaleconomisch

12

wordt de infrastructuur voor verkeer, vervoer, data en uitwisseling van energie, grondstoffen en kennis geoptimaliseerd; produceren bedrijven individueel en/of collectief zoveel mogelijk hernieuwbare energie en besparen ze zo veel mogelijk energie; wordt grondstofgebruik in producten, processen en gebouwen geminimaliseerd door hergebruik van onderdelen en (hoogwaardige) grondstoffen en door het toepassen van biobased alternatieven; is de fysieke inrichting aangepast aan verwachte klimaateffecten; is er sprake van een positieve invloed op de gezondheid, veiligheid en kwaliteit van de werklocatie en op de biodiversiteit op en rond de bedrijventerreinen.

Om de subthema’s meetbaar te maken, zijn deze geoperationaliseerd in één of meerdere indicatoren. Zo is het subthema klimaatadaptatie bijvoorbeeld opgedeeld in vier indicatoren die iets zeggen over de huidige stand van klimaatadaptatie op een bedrijventerrein.

Deze brede definitie van toekomstbestendige is samen met de stakeholders uitgewerkt in 21 subthema’s die onder de drie thema’s vallen. In figuur 5 is een overzicht van deze subthema’s te zien.

Voor de huidige stand van klimaatadaptatie kijken we naar de grondsoort en de doorlaatbaarheid van deze grondsoort, de waterbergingscapaciteit in mm regen van de ondergrond, aanwezige infiltratiemaatregelen en hittestress (indicatie van het gemiddelde luchttemperatuur verschil tussen de stedelijke en omliggende landelijke gebieden). Deze indicatoren worden voor ieder terrein in kaart gebracht en krijgen een score toegekend. De scores van de indicatoren tezamen vormen de score van de huidige stand op het gebied van klimaatadaptatie op een terrein. Over de manier van het toekennen van een score volgt in het volgende hoofdstuk meer. In bijlage 1 is een volledig overzicht opgenomen van thema’s, subthema’s en indicatoren en bijbehorende bronnen.

 

 

Figuur 5: overzicht van thema’s en subthema’s

Fysiek-ruimtelijk

Duurzaam & gezond -

Energietransitie Klimaatadaptatie Circulaire economie Luchtvervuiling Geluidshinder Biodiversiteit CO2-footprint Verkeer en vervoer

-

-

Openbare ruimte Vastgoed Bereikbaarheid Digitale bereikbaarheid Veiligheid

Sociaaleconomisch -

-

Werkgelegenheid Economisch toegevoegde waarde Marktdynamiek Onderwijsarbeidsmarkt Next Economy Organisatiegraad Ontmoeting Clustering

Tabel 3: Voorbeeld, subthema klimaatadaptatie met bijbehorende indicatoren. Subthema Indicator Klimaatadaptatie

Doorlatendheid grondsoort

Klimaatadaptatie

Waterberging

Klimaatadaptatie

Infiltratiemaatregelen

Klimaatadaptatie

Hitte-stress

Bron: Bureau BUITEN, 2019

13

3 Methode nulmeting

Figuur 6: Excel rekenbestand

In dit hoofdstuk beschrijven we de gehanteerde methode voor de nulmeting op hoofdlijnen. In de technische bijlage is een uitgebreidere beschrijving van de methoden te vinden. 3.1 Dataverzameling en -verwerking Elk van de subthema’s uit het vorige hoofdstuk zijn geoperationaliseerd naar één of meerdere indicatoren die het subthema meetbaar maken. In totaal zijn er 65 indicatoren gebruikt om de toekomstbestendigheid van een bedrijventerrein te meten. De indicatoren vinden hun oorsprong in verschillende bronnen. Gegevens over o.a. de oppervlakte, milieucategorie en beschikbare modaliteiten komen uit IBIS. Data over de werkgelegenheid en toegevoegde waarde komen uit de provinciale werkgelegenheidsenquête (PWE) van Gelderland. Daarnaast zijn er verschillende kaartlagen gebruikt, die vanuit uiteenlopende bronnen komen. Bronnen van deze kaartlagen zijn bijvoorbeeld de Klimaateffectatlas, Atlas voor de Leefomgeving en Atlas Natuurlijk Kapitaal. De indicatoren die niet in beschikbare databases zijn opgenomen, zijn aangevuld via een schouw van de bedrijventerreinen. Voor de schouw zijn alle 361 terreinen bezocht, dus ook de circa 100 kleine terreinen die uiteindelijk niet zijn meegenomen in de analyse. De schouwindicatoren zijn gescoord van 1 tot en met 5. Zie voor een uitgebreid overzicht van alle indicatoren en bijbehorende bronnen bijlage 1.

Door middel van berekenen zijn gegevens vanuit verschillende bronnen in Excel gekoppeld aan de bedrijventerreinen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de sectorale indeling en het aantal banen op een bedrijventerrein. Figuur 7: Voorbeeld van GIS-analyse

3.2 Dataverwerking De dataverweking is op drie manieren gebeurd; via het slim koppelen van data en het uitvoeren van berekeningen, GIS en de fysieke schouw.

14

Veel van de data zijn via GIS verwerkt. Via het GIS-programma ArcMap zijn verschillende datasets geanalyseerd en aan de bedrijventerreinen gekoppeld.

vervolgens ingedeeld worden in 5 groepen, waardoor een score op een 1-5 schaal ontstaat.

Figuur 8: Schouw-app overzicht

Fysieke schouw 361 bedrijventerreinen Hoewel veel van de indicatoren met behulp van desk research gemeten kunnen worden, laten een aantal indicatoren zich moeilijk van achter een computer meten. Voor het scoren van bijvoorbeeld de kwaliteit van de openbare ruimte en het vastgoed is veldwerk vereist. Alle 361 bedrijventerreinen in Gelderland zijn geschouwd. Tijdens de schouw is gebruik gemaakt van een app om gegevens van het betreffende terrein direct in te voeren. Dit biedt naast voordelen ten aanzien van efficiëntie en effectiviteit, ook het voordeel dat vanaf afstand direct meegekeken kan worden naar de bevindingen op de terreinen. De app is zo ingericht dat ingevoerde gegevens eenduidig en daarmee vergelijkbaar zijn. Op deze manier zijn de 361 terreinen efficiënt en nauwkeurig geschouwd.

Door middel van een fysieke schouw zijn alle 361 terrein gescoord op indicatoren die niet op basis van de andere bronnen geanalyseerd konden worden. Zie het kader over de schouw op deze pagina voor een uitgebreidere uitleg van de aanpak.

3.3 Scores Alle indicatoren zijn omgerekend naar een score van 1 tot en met 5. Hierdoor kunnen alle indicatoren met elkaar vergeleken worden en kunnen de indicatoren worden geaggregeerd naar scores per subthema en thema niveau. Het omrekenen naar de score op de 1-5 schaal is op verschillende manieren gedaan:  

Schouw: de indicatoren die met de schouw zijn gemeten, zijn van 1 tot en met 5 gescoord en staan dus reeds in 1-5 schaal; Z-scores: een Z-score is een gestandaardiseerde waarde, die zich met andere Z scores laat vergelijken. De Z-scores kunnen

Op basis van bureau-expertise: een indicator kan ook op basis van bureau expertise een waarde toegekend krijgen. Zo hebben we de verschillende categorieën van parkmanagement (KVO, BIZ, parkmanagement) op basis van bureau-expertise een score toegekend. Op basis van inschatting expert: voor bepaalde indicatoren hebben we hulp gehad van experts met het bepalen van een score voor een bepaalde waarde. Dit geldt bijvoorbeeld voor de klasse-indeling van de indicator ‘afstand tot Natura 2000’.

15

0 – 1 of ja / nee: bij een variabele waarbij de waarde ja / nee of 0 – 1 is, zoals de aanwezigheid van winturbines, is een waarde aan de ja en aan de nee toegekend. Op basis van legenda: kaartlagen zijn vaak al opgedeeld in categorieën. In sommige gevallen was dit al in 5 categorieën. In dat geval hebben we simpelweg een score 1 tot en met 5 toegekend. Bij meer dan 5 categorieën hebben we categorieën samengevoegd.

vinden. Zo is binnen duurzaam & gezond het subthema energietransitie zwaarder gewogen dan de geluidshinder. Energietransitie is een thema dat veel beleidsaandacht heeft en bovendien de komende jaren urgenter zal worden. Daarom krijgt dit subthema een zwaardere weging mee dan geluidshinder, dat niet op ieder terreinen een rol speel, en als het een rol speelt slechts op een gedeelte van het terrein en daardoor minder impact heeft op de toekomstbestendigheidsscore.

Zo kan ieder terrein op iedere indicator een score krijgen van 1 t/m 5, waarbij 1 de laagste score is, 5 de hoogste en 3 een gemiddelde score is (zie scorebalk). In de technische bijlage is voor iedere indicator opgenomen op welke manier de scores zijn toegekend.

In de totaalscore op toekomstbestendigheid is ieder thema even zwaar meegewogen. We gaan er dus vanuit dat de thema’s duurzaam & gezond, fysiek-ruimtelijk en sociaaleconomisch alle drie van hetzelfde belang zijn voor een toekomstbestendig bedrijventerrein.

3.5 Beschikbaarheid van data 1

2

3

4

5

Niet iedere indicator is dusdanig verdeeld dat de gemiddelde score van alle terreinen op een 3 uitkomt. Een voorbeeld hiervan is de indicator ‘aanwezigheid van windenergie’. Hier scoren veel terreinen een 1, omdat op deze terreinen geen windturbines aanwezig zijn. De gemiddelde score van de indicator windenergie komt hierdoor dus lager uit dan een 3.

3.4 Weging Niet ieder subthema heeft een even grote impact op de toekomstbestendigheid van een terrein. Daarom is ervoor gekozen om weging toe te passen, waardoor het ene subthema zwaarder meeweegt in de themascore dan het andere subthema. Daarbij is samen met de begeleidingsgroep beoordeeld welke subthema’s de grootste bijdrage leveren aan de toekomstbestendigheid op een terrein. Een overzicht van de toegepaste wegingen is in de technische bijlage te

Al in de aanloopfase van het project bleek dat er veel data beschikbaar zijn op het schaalniveau van een bedrijventerrein waarmee er een goed beeld kan worden geschetst van de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen in Gelderland. Er bleken echter ook subthema’s en indicatoren te zijn die lastiger in beeld te krijgen zijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanwezigheid van warmtekrachtkoppeling installaties (WKK’s) en warmte-koudeopslag (WKO’s). Informatie over de aanwezigheid van de installaties op bedrijventerreinen zou een mooie toevoeging zijn om de huidige stand op het subthema energietransitie te bepalen. Omgevingsdiensten beschikken over overzichten van WKK en WKO installaties. Op dit moment is er echter geen volledige informatie beschikbaar over WKK’s en WKO’s, waardoor deze indicatoren nu niet zijn meegenomen in dit onderzoek. Wellicht dat met een nieuwe inspanning vanuit de Omgevingsdiensten de gegevens in een later stadium aan de analyse kunnen worden toegevoegd.

16

Andere voorbeelden van niet volledig beschikbare data op provincie niveau zijn het aanbod van vastgoed, de gemiddelde verhuurprijs en de grondprijzen, die gezamenlijk het subthema marktdynamiek vormen. Deze gegevens zijn voor veel bedrijventerreinen niet beschikbaar omdat makelaars deze gegevens in veel gevallen niet willen verstrekken.

Figuur 9 Dasboard toekomstbestendige bedrijventerreinen Gelderland

De methodiek van de nulmeting is dusdanig ingericht dat aanvullende indicatoren relatief eenvoudig kunnen worden toegevoegd en dat de data eenvoudig kan worden vernieuwd.

3.6 Dashboards De resultaten van de nulmeting zijn ontsloten in een interactief online dashboard. Het dashboard biedt inzicht in de scores per (sub)thema en per indicator. Zowel op het regionale schaalniveau als bedrijventerreinniveau zijn de scores zichtbaar, zodat je zelf een ‘factsheet toekomstbestendigheid’ op het door jou gewenste schaalniveau kunt selecteren. Het dashboard maakt het mogelijk om snel en gebruiksvriendelijk de score op toekomstbestendigheid van de werklocaties in Gelderland te bekijken en te vergelijken. Ook is het dashboard zo ingericht dat deze gemakkelijk aangevuld kan worden met nieuwe indicatoren en/of geactualiseerd kan worden bij een volgende meting.

17

4 Resultaten 4.1 Koplopers, peloton en achtervolgers Op basis van de omschreven methodiek krijgt ieder bedrijventerrein op iedere indicator een score toegekend. Vervolgens kunnen scores per terrein, per thema, subthema of (groep) van indicatoren worden uitgerekend. Dat kan voor alle terreinen, maar ook voor regionale of thematische selecties (bijvoorbeeld: alle logistieke bedrijventerreinen).

3,0. Fysiek-ruimtelijk zijn de bedrijventerreinen in Gelderland beter op orde. De gemiddelde score ligt hier met 3,3 hoger en de koplopers op dit thema scoren een 4,0. Ook op sociaaleconomisch gebied doen Gelderse bedrijventerreinen het over het algemeen beter dan op het thema duurzaam & gezond met een gemiddelde score van 2,7. Figuur 10: Percentage en totaalscore van koploper, peloton en achtervolgers

Als de scores van alle bedrijventerreinen bij elkaar worden genomen, blijkt dat de gemiddelde score van de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen in Gelderland uitkomt op een 2,8. Dit is lager dan de 3,0, die in deze analyse als ‘lat’ wordt gehanteerd. Uiteraard kunnen de provincie of regio’s de ‘lat’ ook hoger leggen en zo de ambitie aanscherpen. Hierbij kan differentiatie worden aangebracht in de verschillende thema’s en de verschillende typen bedrijventerreinen. De bedrijventerreinen zijn opgedeeld in drie groepen: koplopers, peloton en achtervolgers. De koplopers betreffen die terreinen die meer dan 1 standaarddeviatie boven het gemiddelde liggen. De achtervolgers zijn die terreinen die meer dan 1 standaarddeviatie onder het gemiddelde liggen. De koplopers, waarbinnen 17 % van het aantal terreinen vallen, scoren gemiddeld een 3,2. Het peloton omvat 68 % van de bedrijventerreinen en deze scoren gemiddeld een 2,8 op toekomstbestendigheid. 16 % van de terreinen behoort tot de achtervolgers. De achtervolgers scoren gemiddeld een 2,4.

Figuur 11: Gemiddelde score per thema

Als we naar de scores per thema kijken valt op dat de scores op het thema duurzaam & gezond relatief laag zijn. Gemiddeld is de score hier met 2,3 onvoldoende en zelfs de koplopers scoren met gemiddeld een 2,8 onder de

18

Een terrein dat koploper is op het thema duurzaam & gezond hoeft overigens niet ook koploper te zijn op de andere thema’s. Een terrein kan zelfs koploper zijn op het ene thema, maar achtervolger op het andere.

Figuur 13: Percentage terreinen per thema per groep

In figuur 13 is een uitsplitsing te zien van het percentage terreinen dat behoort tot koplopers, peloton en achtervolgers per thema. Zowel de groep koplopers als de groep achtervolgers is bij het thema duurzaamheid & gezond het kleinste, terwijl het peloton hier juist het grootst is van alle thema’s. Als we kijken naar de verdeling van het areaal over de koplopers, peloton en achtervolgers dan valt op dat bij de koplopers het percentage areaal hoger ligt dan het percentage terreinen. Dit betekent dat de koploper terreinen gemiddeld gezien een groter areaal hebben dan de terreinen in de overige twee groepen.

Figuur 14: Percentage areaal per thema per groep

Uit figuur 15 blijkt verder dat het percentage van de banen op bedrijventerrein op de koploperterreinen hoger is dan het percentage areaal. Dit betekent dat de koploperterreinen relatief arbeidsintensief zijn en relatief veel banen huisvesten. Dit geldt met name voor terreinen die koploper zijn op het thema sociaaleconomisch. Figuur 12: thema’s en subthema’s nogmaals weergegeven

Figuur 15: Percentage banen per thema per groep

19

4.1.1 Koplopers Duurzaam & gezond: Lorentz Een terrein dat koploper is op het thema duurzaam & gezond is terrein Lorentz in de gemeente Harderwijk. Lorentz scoort een 3,6 op dit thema en scoort daarmee ook binnen de koplopers relatief hoog. Lorentz scoort op ieder subthema binnen thema duurzaam & gezond (behalve klimaatadaptatie) hoger dan gemiddeld in Gelderland. Met name in de subthema’s circulaire economie, luchtvervuiling en verkeer en vervoer is het verschil met het gemiddelde in Gelderland groot. De hoge score van circulaire economie op Lorentz is te verklaren door de aanwezigheid van restwarmte van de aluminiumfabriek Hydro Extrusion en waterschap Vallei en Veluwe. Luchtvervuiling is in de gehele Noord-Veluwe regio relatief weinig aanwezig, zo ook op terrein Lorentz. Dit is te verklaren door de lagere bevolkingsdichtheid en lagere dichtheid van wegen. Het subthema verkeer en vervoer is rechtsonder in figuur 16 verder uitgesplitst naar de indicatoren die binnen dit subthema vallen. Hierin is te zien dat Lorentz vooral op de indicatoren modaliteit (kade en overslagfaciliteiten aanwezig), aantal bushaltes en elektrisch laden (aantal laadpalen) goed scoort.

Figuur 16: Factsheet Lorentz duurzaam & gezond 5 4 3 2 1 0

5 4 3 2 1 0

Lorentz Gelderland

Lorentz Gelderland

Figuur 17: Factsheet bedrijvenpark Medel fysiek-ruimtelijk

Fysiek-ruimtelijk: Bedrijvenpark Medel Bedrijvenpark Medel is koploper op het gebied van fysiek-ruimtelijk met een score van 4,3 op dit thema. Bedrijvenpark Medel ligt in gemeente Tiel en is een logistiek terrein. Onder andere Simon Loos en distributiecentra van H&M en Lidl zijn hier gevestigd. Op alle subthema’s binnen het thema fysiek-ruimtelijk scoort bedrijvenpark Medel hoger dan gemiddeld in Gelderland. In figuur 17 zijn de indicatoren binnen het subthema vastgoed weergegeven. Aan de indicatoren bouwjaar gemiddeld en oude bebouwing is te zien dat het om een relatief modern terrein gaat.

5 4 3 2 1 0

5 4 3 2 1 0

Medel Gelderland

Medel Gelderland

20

Sociaaleconomisch: Harselaar Op sociaaleconomisch gebied is bedrijventerrein Harselaar één van de koplopers. Dit terrein in de gemeente Barneveld heeft een relatief groot aantal banen en een relatief hoge arbeidsproductiviteit (toegevoegde waarde per baan). Harselaar is een gemengd terrein waarbij de bedrijvigheid voornamelijk bestaat uit logistiek, productie en (auto)handel. Voorname productiebedrijven op Harselaar zijn Paperfoam (koploper op gebied van duurzaam verpakkingsmateriaal, biobased verpakkingen) en Lagerwey (producent van windturbines). Opvallend hoog scorende subthema’s zijn next economy (zowel smart als circulair) en organisatiegraad. Next economy scoort hoog doordat er relatief veel banen in de HTSM3 en circulaire economie te vinden zijn op Harselaar. Ook is er glasvezel aanwezig en zijn er potentiele anchor bedrijven op Harselaar aanwezig. De hoge score voor organisatiegraad is te verklaren door de aanwezigheid van een BIZ op Harselaar. Het subthema ontmoeting scoort tevens hoger dan gemiddeld in Gelderland. In figuur 18 is dit subthema uitgesplitst in de drie indicatoren die samen de score voor ontmoeting bepalen. Heruit is af te leiden dat er relatief veel horeca aanwezig is op Harselaar en dat het aanbod van voorzieningen in de omgeving een fractie hoger ligt dan gemiddeld.

3

Figuur 18: Factsheet Harselaar sociaaleconomisch 5 4 3 2 1 0

Harselaar Gelderland

5 4 3 2 1 0 horeca

voorzieningen terrein Harselaar

voorzieningen omgeving

Gelderland

High Tech Systemen en Materialen

21

4.1.2

Achtervolgers

De resultaten van dit onderzoek geven een benadering voor de toekomstbestendigheid op bedrijventerreinen in Gelderland. Waar koplopers zijn, bestaan ook achtervolgers. We laten uit de groep van achtervolgers voorbeelden per thema zien van zaken waarop terreinen in de groep van achtervolgers minder goed scoren. Duurzaam & gezond Terreinen die achterlopen op het gebied van duurzaam & gezond scoren vaak op meerdere van de subthema’s ondermaats. In veel gevallen is er weinig groen aanwezig, waardoor er weinig ruimte is voor biodiversiteit op het terrein. Veel verharding zorgt daarnaast dat water moeilijk in de bodem kan infiltreren bij veel neerslag. Dit ontbreken van infiltratiemogelijkheden is ook een beperking die we tegenkomen bij terreinen die in de groep met achtervolgers vallen. Het ontbreken van mogelijkheden om te fietsen en te wandelen op bedrijventerreinen is ook iets dat we vaak tegenkomen bij achtervolgers op het thema duurzaam & gezond. Fysiek-ruimtelijk De achtervolgers op het thema fysiek-ruimtelijk scoren met gemiddeld een 2,8 hoger dan de achtervolgers op de andere thema’s. Dit betekent dat de staat van achtervolgers op het gebied van fysiek-ruimtelijk minder problematisch is dan bij de thema’s duurzaam & gezond en sociaaleconomisch. Dit is (deels) te verklaren door de focus op herstructurering van bedrijventerreinen die er de afgelopen jaren is geweest.

Desalniettemin zijn er nog steeds zaken die in negatieve zin opvallen op achtervolgerterreinen. Dit zijn bijvoorbeeld hoge parkeerdruk, matige kwaliteit van het vastgoed en matige of slechte kwaliteit van de openbare ruimte.

Figuur 19: Voorbeelden achtervolgers duurzaam & gezond

Ontbreken van groen

Ontbreken van fietspaden

Gebrekkige infiltratiemaatregelen

Figuur 20: Voorbeelden achtervolgers fysiek-ruimtelijk

Hoge parkeerdruk

Matige kwaliteit vastgoed

Matige staat openbare ruimte

22

Sociaaleconomisch 9% van de bedrijventerreinen valt bij het thema sociaaleconomisch binnen de groep met achtervolgers. Voorbeelden van zaken die kunnen spelen op deze terreinen zijn in de figuur rechts te zien. Een terrein kan bijvoorbeeld te maken hebben met een ongunstige marktdynamiek, waardoor vastgoed op het terrein leeg komt te staan. Daarnaast kan een terrein in de achtervolgergroep kampen met dalende werkgelegenheid. Als bedrijven krimpen of vertrekken van een terrein heeft dat een negatieve impact op de werkgelegenheid en dus de sociaaleconomische rol van het bedrijventerrein. Ook de afwezigheid van parkmanagement kan de score op het thema sociaaleconomisch negatief beïnvloeden.

Figuur 21: Voorbeelden achtervolgers sociaaleconomisch

Ongunstige marktdynamiek

Geen parkmanagement aanwezig

Uit gesprekken met experts, beleidsmedewerkers en parkmanagers blijkt dat de aanwezigheid van een vorm van parkmanagement niet alleen voor het thema sociaaleconomisch een belangrijke factor is, maar voor toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen als geheel. Zo zijn collectieve duurzaamheidsmaatregelen op een terrein beter te organiseren als het terrein actief parkmanagement heeft. Dit zelfde geldt voor fysiekruimtelijke ingrepen zoals herstructurering. De resultaten van dit onderzoek onderstrepen dit. In figuur 22 is te zien dat terreinen zonder parkmanagement een lagere totaalscore hebben dan terreinen die wel parkmanagement of een BIZ4 hebben.

Aantal banen

Dalende werkgelegenheid

2007 2009 2011 2013 2015 2017 Figuur 22: Score per thema per type parkmanagement 5,0 4,0 3,0

Geen parkmanagement

2,0

KVO

1,0 0,0

4

Parkmanagement

Parkmanagement en KVO / BIZ

Bedrijven Investeringszone

Bron: IBIS, 2018; Bureau BUITEN, 2019

23

Verschillen in de totaalscore van bedrijventerreinen op toekomstbestendigheid bestaan dus vooral binnen regio’s en in mindere mate tussen de regio’s.

4.2 Resultaten per regio Tabel 4: Scores op toekomstbestendigheid per regio Regio

Aantal banen

Netto ha

83.760

2.500

2,8

31.320

1.514

2,7

34.100

1.303

2,8

41.600

1.158

2,8

39.590

945

2,9

Noord-Veluwe

77 50 43 33 33 29

21.520

671

2,9

Totaal Gelderland

265

251.900

7.992

2,8

Arnhem-Nijmegen Rivierenland Achterhoek Stedendriehoek FoodValley

Aantal terreinen

Score

Bron: IBIS, 2018; Bureau Economisch onderzoek Gelderland, 2018

Tot dusverre is er in dit rapport enkel ingegaan op het schaalniveau van de gehele provincie Gelderland. In deze paragraaf gaan we in op regionale verschillen in de resultaten.

Bij een uitsplitsing naar de verschillende thema’s worden de verschillen tussen die regio’s iets groter, maar nog steeds beperkt. Zo komen de terreinen in regio FoodValley er relatief goed uit op het thema fysiekruimtelijk (3,5), terwijl terreinen in de Achterhoek en Stedendriehoek hier met een score van gemiddeld 3,1 lager op scoren. Sociaaleconomisch scoren de bedrijventerreinen in regio’s Noord-Veluwe en FoodValley het hoogst van alle regio’s, hoewel er op dit thema minder variatie bestaat tussen de regio’s dan bij het thema fysiek-ruimtelijk. Op het thema duurzaam & gezond scoort de regio Stedendriehoek het hoogst (2,5 ten opzichte van 2,3 gemiddeld). Dit komt voornamelijk doordat de subthema’s klimaatadaptatie en biodiversiteit in deze regio relatief hoog scoren. Figuur 23: Gemiddelde score per thema van terreinen per regio 5,0 4,0

Zoals we al eerder concludeerden is Arnhem-Nijmegen de regio met de meeste bedrijventerreinen, het hoogste aantal netto hectare aan bedrijventerrein en het hoogste aantal banen. Gezien de omvang en het aantal inwoners van Arnhem-Nijmegen is dit niet gehele verassend. De regio FoodValley heeft de hoogste arbeidsintensiteit op bedrijventerreinen: hier zijn relatief veel banen in verhouding tot het aantal hectare bedrijventerrein. Noord-Veluwe heeft zowel het laagste aantal terreinen, het laagste aantal banen als het laagste aantal hectare van alle regio’s. In Rivierenland is de arbeidsintensiteit op bedrijventerreinen het laagst. Als we naar de score op toekomstbestendigheid kijken dan valt als eerste op dat de variatie tussen de regio’s niet groot is. Er is geen regio die er in positieve zin bovenuit steekt en ook geen regio die in negatieve zin opvalt.

3,0

Arnhem-Nijmegen

2,0

Achterhoek

1,0

Rivierenland

0,0

Stedendriehoek Noord-Veluwe FoodValley

Bron: Bureau BUITEN, 2019

24

Tabel 6: Vijf grootste gasverbruikers in m3 per jaar

4.3 Grootverbruikers energie

Terrein

Uit de gegevens over energieverbruik blijkt dat een relatief groot deel van de energie op een relatief klein deel van de terreinen verbruikt wordt. Zo wordt een derde van alle elektriciteit op bedrijventerreinen in Gelderland op slechts vijf terreinen verbruikt. Zie hiervoor tabel 5. Tabel 5: Vijf grootste elektriciteitsverbruikers in kWh per jaar

Terrein Winkelsteeg (Nijmegen) Soerense Zand-Eerbeek Zuid (Eerbeek) Parenco (Renkum) InnoFase (Duiven) Zuid West Poort (Apeldoorn)

Jaarverbruik in kWh (x 1 mln)

% van totaal verbruik op BT 367 9,7% 338 8,9% 335 146 84

8,8% 3,8% 2,2%

Bron: Alliander, 2018

Op terreinen die de meeste elektriciteit verbruiken bevinden zich in veel gevallen grote fabrieken die veel energie nodig hebben. Zo bevindt zich op Winkelsteeg in Nijmegen NXP Semiconductors, de grootste chipfabriek is van Europa. Op Soerense Zand-Eerbeek Zuid en Parenco bevinden zich grote papierfabrieken die een grote hoeveelheid aan energie nodig hebben. Bij het gasverbruik is het gebruik iets minder scheef verdeeld, maar wordt toch ook 23% van het totale verbruik van gas op bedrijventerreinen op slechts vijf terreinen verbruikt. Veruit de grootste verbruiker is Steenderen Aviko, een van de grootste aardappelverwerkende producenten ter wereld. Voor beleid gericht op het terugbrengen van de CO2 footprint van bedrijventerreinen lijkt een focus op deze grootverbruikers nuttig. Qua besparing is er op deze terreinen de grootste slag te slaan.

Jaarverbruik in m3

Aviko (Steenderen) Veldzicht (Ermelo) Tiel West (Tiel) Arkervaart OostNijkerkerpoort (Nijkerk) Lorentz (Harderwijk)

36 19 12 11

% van totaal verbruik op BT 9,0% 5,0% 3,0% 3,0%

10

3,0%

Bron: Alliander, 2018

In de technische bijlage is een overzicht met de tien grootste energie verbruikende terreinen per regio terug te vinden.

4.4 Resultaten per segment Bedrijventerreinen zijn er in verschillende soorten en maten. Grootschalige en hoogwaardige terreinen hebben een ander karakter dan een kleinschalig gemengd bedrijventerrein. In deze paragraaf gaan we in op de mate waarin het segment de toekomstbestendigheid van een bedrijventerrein kan beïnvloeden. In dit onderzoek onderscheiden we de volgende typen terreinen:  Gemengde bedrijventerreinen zijn bestemd voor reguliere bedrijvigheid in milieuhindercategorie 1, 2, 3 en eventueel 4. Deze terreinen hebben een gevarieerd aanbod aan bedrijvigheid. Het gaat voornamelijk om lichte moderne industrie en overige (‘modale’) industrie.  Op Industrieterreinen is overwegend (zware) industrie gevestigd. Bedrijvigheid in hindercategorie 4 of 5 is toegestaan.

25

  

Logistieke terreinen huisvesten (grootschalige) logistieke en distributieactiviteiten. Ze worden gekenmerkt door relatief grote kavels en een goede ontsluiting over weg, spoor, en/of water. Dienstenterreinen worden gekenmerkt door grootschalige retailen/of kantoorontwikkelingen, eventueel aangevuld met leisure- en onderwijsfaciliteiten. Hoogwaardige bedrijvenparken kenmerken zich door een hoog kwaliteitsniveau en een representatieve uitstraling. Ze zijn specifiek bestemd voor bedrijven met hoogwaardige activiteiten, onderzoek en zakelijke dienstverlening. Grote (semi)solitaire bedrijfsvestigingen zijn terreinen groter dan 5 hectare die gedomineerd worden door één bedrijf.

Figuur 24: Gemiddelde score van terreinen per type terrein 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0

Duurzaam en gezond Fysiek-ruimtelijk

0,0

Sociaaleconomisch Totaal

Uit tabel 7 is af te leiden dat de verschillende segmenten inderdaad ook verschillend scoren op het gebied van toekomstbestendigheid. Zo is te zien dat industrieterreinen gemiddeld gezien lager scoren dan gemiddeld, terwijl dienstenterreinen en hoogwaardige bedrijvenparken een hogere score op toekomstbestendigheid hebben dan gemiddeld. Tabel 7: Scores op toekomstbestendigheid per type terrein Aantal terreinen

Aantal banen

Netto ha

Score

Gemengde terreinen

111

117.860

3.550

2,8

Industrieterreinen

78

63.960

2.230

2,7

Logistieke terreinen

33

27.540

1.200

2,8

Dienstenterrein

17

19.180

350

3,0

Hoogwaardige bedrijvenparken

13

20.130

430

3,2

Grote (semi)solitaire 13 3.220 230 2,8 bedrijfsvestigingen Eindtotaal 265 251.900 7.992 2,8 Bron: IBIS, 2018; Bureau Economisch onderzoek Gelderland, 2018; Bureau BUITEN, 2019

Bron: Bureau BUITEN, 2019

Hoogwaardige bedrijvenparken scoren op alle thema’s relatief hoog ten opzichte van de overige segmenten. De naam ‘hoogwaardig’ geeft al aan dat er op dit type bedrijventerreinen aandacht is voor een hoogwaardige uitstraling. Hoogwaardige terreinen scoren op het thema fysiek-ruimtelijk dan ook ruimschoots hoger dan de overige segmenten. Ook op sociaaleconomisch vlak en op het thema duurzaam & gezond scoort dit type bedrijventerrein hoog. Industrieterreinen zijn op dit moment het minst toekomstbestendig, waarbij vooral het thema fysiek-ruimtelijk achterblijft ten opzichte van de andere typen terreinen. Tegelijkertijd past hierbij de opmerking dat voor

26

dergelijke terreinen een functionele inrichting volstaat. Met andere woorden, een lagere score – in vergelijking tot andere segmenten - hoeft helemaal geen probleem te zijn.

4.5 Potentie Naast indicatoren die een indicatie geven van de huidige stand van de thema’s en subthema’s, zijn er ook indicatoren die een beeld kunnen schetsen van de potentie die een bedrijventerrein heeft om toekomstbestendiger te worden. Het is niet voor ieder subthema mogelijk of relevant om de potentie te meten. Meer informatie hierover in bijlage 1 en de technische bijlage.

duidelijk dat er op het schaalniveau van bedrijventerreinen nog veel te winnen valt op het gebied van duurzame energie. In figuur 25 is de huidige situatie op het subthema energietransitie afgezet tegen de potentie die verschillende duurzame energiebronnen bieden om de score op energietransitie te verbeteren. Figuur 25: Huidige stand en potentie voor subthema energietransitie

Huidige situatie

Energietransitie

In deze paragraaf komen per thema de subthema’s aan bod die op potentie gescoord kunnen worden.

–

Zonne-energie

Duurzaam en gezond De lage score van bedrijventerreinen in Gelderland op het thema duurzaam & gezond geeft aan dat er veel winst valt te behalen op dit thema. In dat opzicht klopt de uitspraak van Louise Vet die in hoofdstuk 1 werd aangehaald: “Bedrijventerreinen zijn op dit moment een blamage als je kijkt naar duurzaamheid, energie, circulariteit en biodiversiteit’’. Er valt dus inderdaad nog veel te verbeteren aan de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen, zeker op het gebied van duurzaamheid en gezondheid.

–

Windenergie

–

Geothermie

De potentie op het gebied van duurzame energie is hier een goed voorbeeld van. Op het subthema energietransitie scoren bedrijventerreinen in Gelderland een onvoldoende. Daarbij moet worden opgemerkt dat de focus van dit onderzoek ligt op het niveau van het bedrijventerrein. Systematisch inzicht van de mate waarin individuele bedrijven bijvoorbeeld duurzame energie produceren of gebruiken (zon, wind, geothermie, biomassavergisting, ...) ontbreekt nog. Maar uit dit onderzoek blijkt wel

Potentie

De gemiddelde score voor het subthema energietransitie is met 1,4 zeer laag. Door de potentie voor zonnedaken, windmolens en geothermie5 te benutten kan de score uitkomen op een gemiddelde van 3,2. Uit de resultaten blijkt dat vooral zonne-energie veel potentie biedt. De winst valt vooral te halen door het plaatsen van zonnepanelen op 5

Informatie over de aanwezigheid van WKK’s en WKO’s op bedrijventerreinen zou een mooie toevoeging zijn om de score en de potentie op het subthema energietransitie te bepalen. Op dit moment is er echter geen volledige informatie beschikbaar over WKK’s en WKO’s.

27

bedrijventerreinen. Veel van de platte daken, waarvan doorgaans een groot oppervlakte aanwezig is op bedrijventerreinen, zijn geschikt voor het opwekken van zonne-energie, zo blijkt uit de analyse van de data van Zonatlas. Bij het berekenen van de potentie van zonne-energie is rekening gehouden met de instraling en het dakoppervlak van een pand. De dakconstructie en draagkracht van de daken is niet meegenomen bij het berekenen van de potentie. Windenergie heeft minder potentie, zo blijkt uit de resultaten. Deze gebrekkige potentie is door twee zaken te verklaren. Als eerste voert de provincie beperkend beleid tegen het plaatsen windmolens. Op veel plaatsen waar bedrijventerreinen liggen wordt het plaatsen van windmolens niet toegestaan (Omgevingsverordening). Daarnaast is de windkracht in Gelderland op veel plaatsen niet optimaal, waardoor de potentie voor windenergie laag uitvalt. Momenteel wordt er nog geen warmte gewonnen uit diepe geothermie in Gelderland. Uit de analyse blijkt dat de potentie hiervoor ook niet erg hoog ligt. Dit komt doordat de ondergrond hiervoor in grote delen van Gelderland niet erg gunstig lijkt te zijn. Nader onderzoek naar de bodem in Gelderland, waarbij de ‘blind spots’ over de potentie rondom Arnhem en Nijmegen worden ingevuld zouden kunnen leiden tot nieuwe inzichten en een hogere potentie.

Klimaatadaptatie is een ander thema waar nog veel winst valt te behalen op bedrijventerreinen. Om iets te zeggen over de potentie van bedrijventerreinen op het gebied van klimaatadaptatie hebben we twee onderwerpen uitgelicht: wateroverlast en hittestress. We kijken hierbij naar de huidige stand, het risico op overlast en de oplossingsmogelijkheden. In figuur 26 is dit voor het risico op wateroverlast uitgewerkt. De score op de huidige situatie wordt bepaald door de indicatoren doorlaatbaarheid van de grondsoort, de waterbergingscapaciteit van de ondergrond (in millimeters) en aanwezige infiltratiemaatregelen. Vervolgens is er gekeken naar de kans

op piekbuien in 2050; het risico op wateroverlast. Daaruit blijkt dat er weliswaar een opgave bestaat om wateroverlast op bedrijventerreinen te voorkomen, maar dat deze relatief beperkt is. Bovendien blijkt dat er hiervoor voldoende oplossingsmogelijkheden zijn. Zo zijn er op bedrijventerreinen veel mogelijkheden om infiltratiemaatregelen te nemen, zoals het aanleggen van wadi’s en waterdoorlatende parkeerplaatsen. Bij een relatief grote omvang van de openbare ruimte op een bedrijventerrein zijn de mogelijkheden hiertoe groter. Figuur 26: Wateroverlast op bedrijventerreinen: huidige situatie, risico en oplossingsmogelijkheden Voldoende oplossingsmogelijkheden

Beperkte opgave

Huidige situatie

- Grondsoort - Waterberging - Infiltratiemaatregelen

Kans op wateroverlast

- Kans op piekbui

Oplossingsmogelijkhede n

- Infiltratiemaatregelen - Omvang openbare ruimte

Figuur27: Hittestress op bedrijventerreinen: huidige situatie, risico en oplossingsmogelijkheden Voldoende oplossingsmogelijkheden

Beperkte opgave

Huidige situatie

Kans op hitte

Oplossingsmogelijkhede n

- Hitte-stress / verharding

- Kans op hitte

- Uitgeefbare grond - Omvang openbare ruimte - Score biodiversiteit

28

 

De fase waarin een terrein zich bevindt wordt bepaald door de score op het thema fysiek-ruimtelijk. Terreinen met een score hoger dan een 3,2 vallen in fase 1, terreinen met een score tussen een 3,0 en een 3,2 vallen in fase 2, een terrein valt in fase 3 bij een score tussen de 2,8 en 3,0 en een terrein valt in fase 4 bij een score onder de 2,8.

9%

5%

6%

ZWARE REVITALISERING

HERPROFILERING

Fase 1: terreinen die geen of nauwelijks veroudering kennen. Enkel lichte maatregelen als een facelift en beheer om toekomstbestendigheid te vergroten. Fase 2: Er sprake van veroudering van (een deel van) het terrein. Revitalisering om de kwaliteit van het vastgoed en openbare ruimte te verbeteren.

OP ORDE

80 %

REVITALISERING

Figuur 28: Percentage terreinen in verschillende fasen van veroudering met bijbehorende oplossingsmogelijkheden

Fysiek-ruimtelijk Binnen het thema fysiek-ruimtelijk benaderen we de potentie op een andere manier dan op het thema duurzaam & gezond. We kijken naar de mate van veroudering van een terreinen en de bijbehorende oplossingsmogelijkheden. Terreinen met geen of weinig veroudering kunnen als toekomstbestendig worden beschouwd, terwijl terreinen die veel verouderingskenmerken vertonen dat in mindere mate zijn. Voor dit onderzoek hebben we de bedrijventerreinen van Gelderland in vier fasen van veroudering ingedeeld:

Fase 3: Het gehele terrein is verouderd. Er is zware revitalisering nodig om het terrein weer toekomstbestendig te maken. Fase 4: Het terrein is zwaar verouderd. Bij dit type terrein zijn zware maatregelen nodig om toekomstbestendig te kunnen zijn. Herprofilering, sloop en nieuwbouw, functiewijziging en transformatie zijn maatregelen die op dit type terrein nodig zijn.

FACELIFT

Op het gebied van hittestress op bedrijventerreinen is een vergelijkbaar beeld te zien: er is zeker een opgave, maar deze is van een andere orde dan bij energietransitie. Bedrijventerreinen kunnen in de zomer erg heet worden. Door het grote oppervlak (zwarte) daken, veel asfalt/bestrating en de relatief lage hoeveelheid groen kan de temperatuur erg oplopen, terwijl het ’s nachts nauwelijks afkoelt. Hoewel op bedrijventerreinen in Gelderland hittestress relatief beperkt blijft, is er wel degelijk sprake van een stedelijk hitte-eiland effect op een deel van terreinen. Bovendien zal de kans op hittestress door klimaatverandering niet afnemen. Hittestress heeft effect op prettig werken en op het energieverbruik (airco’s) op bedrijventerreinen vereist dus maatregelen. Belangrijk hiervoor is de aanleg van groen voor het creëren van schaduwplekken voor overdag en verdamping ten behoeve van afkoeling ’s nachts. Terreinen met een groot oppervlak uitgeefbare grond en meer openbare ruimte hebben meer mogelijkheden om dergelijke maatregelen te nemen.

29

Zoals al eerder in het resultatenhoofdstuk werd geconstateerd zijn de meeste bedrijventerreinen in Gelderland fysiek-ruimtelijk goed op orde. 80% van de terreinen valt dan ook in Fase 1. Deze terreinen omvatten 82% van het totale areaal van bedrijventerreinen in Gelderland. Voor de overige 20% van de terreinen geldt dat er maatregelen nodig zijn om deze toekomstbestendig te houden. Voor iets meer dan de helft van deze terreinen, die gezamenlijk 10% van het areaal omvatten, geldt dat er zware maatregelen in de vorm van zware revitalisering en herprofilering nodig zijn.

Sociaaleconomisch Om toekomstbestendig te zijn en te blijven is het van belang dat een bedrijventerrein economisch goed functioneert. Eerder in dit hoofdstuk hebben we gezien dat bedrijventerreinen in Gelderland hier over het algemeen redelijk op scoren (een score van 2,7) en dat er minder urgentie is om met dit thema aan de slag te gaan dan met het thema duurzaam & gezond. De kanttekening hierbij is dat de gemiddelde score onder een 3,0 blijft. De nulmeting biedt dus zeker aanknopingspunten om met dit thema aan de slag te gaan.

In figuur 29 is de veroudering per regio weergegeven. Hieruit blijkt dat de bedrijventerreinen in FoodValley goed op orde zijn. 94% van de terreinen bevindt zich hier in fase 1. Ook in regio’s Noord-Veluwe, Arnhem-Nijmegen en Rivierenland scoren veel terreinen hoog op fysiek-ruimtelijk vlak. In de Achterhoek en de Stedendriehoek zijn er meer terreinen die met veroudering te maken hebben. In de Achterhoek is in totaal 40% van de terreinen verouderd, waarbij 15% in fase 4 zit. In de Stedendriehoek valt 38% onder de verouderde terreinen, waarvan bijna de helft in fase 4. In deze regio’s is dus naast aandacht voor duurzaam & gezond ook blijvend aandacht voor het fysiek ruimtelijke aspect van bedrijventerreinen nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=c4625b54-8ffd-4137-a963-91482a2d039a