CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

18. Langjarige_prognose_ruimtevraag_bedrijventerreinen_provincie_Gelderland.pdf

Politieke Avond 16 februari 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: bijlagen bij beantwoording vragen PvdA d.d. 9 februari13.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

24

30

IBIS Gelderland, juni 2019

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

Figuur 13 Historische uitgifte in de Rivierenland 2000-2018 40 35

Jaarlijkse uitgifte (ha)

30 25 20 15 10 5 0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

3.6.2 Geldende regionale afspraken Rivierenland In het RPW Rivierenland 2016 is binnen de regio de focus gelegd op drie economische speerpunten, zodat de krachten binnen het werkveld beter gebundeld kunnen worden 25. Deze speerpunten zijn Agribusiness, Economie & Logistiek en Recreatie en Toerisme. Voor de verschillende speerpunten zijn specifieke doelstellingen bepaald om een betere focus te creëren. Voor Agribusiness ligt de focus op de ontwikkeling van agribusinesscentra voor innovatie en kennis op het gebied van productontwikkeling, biobased- en circulaire economie en duurzame energie. Het speerpunt Economie & Logistiek is gericht op de ontwikkeling van innovatieve logistieke concepten en centra om transport en logistiek slimmer, sneller en schoner te maken. Daarbij is specifieke aandacht voor technologische ontwikkeling en duurzaamheid. Tevens moet het kwaliteitsnetwerk goederenvervoer verbeterd worden, waarbij gestreefd wordt naar optimale bereikbaarheid door middel van alle modaliteiten. Het speerpunt Recreatie en Toerisme is voor bedrijventerreinen minder van belang. Het huidige RPW gaat uit van een autonome uitbreidingsvraag van 100-105 hectare voor de periode 2016-2025. Daarbij komt nog een vervangingsvraag van 10,5 hectare en een verwachte bovenregionale vraag van 50 hectare vanuit de logistiek. Dit resulteert in een totale ruimtebehoefte van circa 160-165 hectare.

Deze ruimtevraag is vervolgens onderverdeeld naar kavelgrootte. Hieruit is gekomen dat er een vraag van circa 75 tot 80 hectare wordt verwacht naar grootschalige kavels (> 3 ha) die met name voor logistiek zijn bedoeld. In het RPW is geconstateerd dat het aanbod voor deze doelgroep niet toereikend is. Daarom is geconcludeerd dat de ontwikkeling van een of meerdere terreinen met grootschalige kavels wenselijk is. Voor het kleinschalige kavels/terreinen is bepaald dat het aanbod voldoende aansluit op de vraag. Wel bestaat er een kans voor knelpunten op lokaal niveau. Verder is geconstateerd dat er behoefte is aan locaties voor specifieke doelgroepen, met name locaties voor de clustering van agrogelieerde bedrijvigheid.

3.6.3 Ruimtevraag Rivierenland 2019 – 2030 met een doorkijk naar 2050 De vraagraming voor het RPW 2016 is gebaseerd op het TM-scenario waar steeds uitgegaan werd dat er na 2025 geen sprake zou zijn van een uitbreidingsvraag. Ter vergelijking met de nieuwe prognoses is oorspronkelijke raming volgens het TM-scenario opgenomen.

25

RPW 2016 Regio Rivierenland

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

31

Figuur 14 Vraagraming Rivierenland 2000 1900 1800

Ruimtevraag (ha)

1700 1600 1500 1400

1.410

1300 1200 1100 2006

2010

2015

2019

Historisch cumulatief

2025

2030

2035

TM-scenario

2040

Scenario Laag

2045

2050

Scenario Hoog

Uit Figuur 14 blijkt een grote bandbreedte tussen scenario Hoog en scenario Laag. De autonome ruimtevraag volgens het TM-scenario ligt hier tot 2030 binnen, om daarna te dalen onder het niveau van scenario Laag. In scenario Laag bedraagt de ruimtevraag in de periode 2019-2030 31 hectare. In scenario Hoog is dit 172 hectare. Dit is gemiddeld 3 tot 11,5 hectare per jaar. Voor de periode 2030-2050 bedraagt de ruimtevraag 38 tot 359 hectare. In de periode vanaf 2030 bedraagt de gemiddelde jaarlijkse ruimtevraag dus 1,5 tot 18 hectare. Wat opvalt is de grote bandbreedte en beperkte ruimtebehoefte in scenario Laag. In Tabel 5 is de geprognosticeerde ruimtevraag per vijf jaar weergeven. Tabel 5 Ruimtebehoefte naar WLO-Scenario per 5 jaar Rivierenland Rivierenland

2019-2025

2025-2030

2030-2035

2035-2040

2040-2045

2045-2050

WLO-scenario Laag

15

16

9

10

9

10

WLO-scenario Hoog

86

86

90

90

89

90

3.6.4 Werkmilieus Rivierenland In deze paragraaf zoomen we voor zowel scenario Hoog als scenario Laag in op de werkmilieus. Wat als eerst in het oog springt is het verschil in ruimtebehoefte tussen beide WLO2-scenario’s. In beide scenario’s is de ruimtevraag voor logistiek en klassiek-gemengd werkmilieu het grootst. Ook vanuit agrifood, het werkmilieu hoogwaardig/kantoren is sprake van ruimtevraag (zie Figuur 15). Voor scenario Laag is er sprake van een geringe groei. Het verschil met scenario Hoog is te verklaren door een sterke groei in de logistiek, die een groot aandeel heeft in Rivierenland. De sterke toename van de toegevoegde waarde die gecreëerd wordt in de logistiek in scenario Hoog is hier de reden van. Ook het klassiek, kleinschalig werkmilieu profiteert hiervan mee. Voor WLOscenario Hoog komt de groei van de werkmilieus meer overeen met de raming uit het huidige RPW. Het huidige RPW verwacht en stimuleert een ruime groei in de logistieke sector. Dit blijkt ook uit de

32

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

Figuur 15 Verdeling werkmilieus Rivierenland 2019-2030

Hoogwaardig/ Kantoren

180 160

Agrifood

140 120 Klassiek - gemengd

100 80 60 40

Logistiek

20 Scenario Laag 2019 -2030 Logistiek

Klassiek - gemengd

Scenario Hoog 2019 - 2030 Agrifood

Hoogwaardig/ Kantoren

Industrieel

vraagraming van WLO-scenario Hoog, waar een vraag van circa 80 hectare wordt verwacht, wat overeenkomt met de verwachting uit het huidige RPW. In dit programma wordt een vraag naar grootschalige kavels verwacht met name voor logistieke bedrijven van circa 75 tot 80 hectare.

3.6.5 Beleidsmatige consequenties Rivierenland In het huidige RPW is een autonome uitbreidingsvraag opgenomen van 100 hectare met nog een additionele beleidsimpuls van 50 hectare en 10,5 hectare vervangingsvraag26. De verwachting is dat 75 tot 80 hectare van deze vraag ingevuld wordt door logistieke bedrijven, wat min of meer overeenkomt met de raming van het logistieke werkmilieu uit scenario Hoog. De gehele geraamde autonome uitbreidingsvraag van scenario Hoog is 172 hectare en die van scenario Laag is 31 hectare. Deze grote bandbreedte heeft invloed op het bepalen van mogelijke beleidsmatige consequenties. In het geval van scenario Hoog komt de autonome raming meer overeen met de autonome raming plus beleidsimpuls van het huidige RPW. In het huidige RPW ligt de focus op vraag en aanbod in de drie economische speerpunten. Per speerpunt is bepaald wat de ruimtevraag is. Deze aanpak is vergelijkbaar met de aanpak op basis van werkmilieus. Om de analyse van het aanbod aan te sluiten op de nieuwe vraagraming is een verdieping van het aanbod naar werkmilieus nodig. In het geval van scenario Laag is het van belang om het huidige aanbod per werkmilieu in kaart te brengen met een kwalitatieve verdieping om te bepalen welke bedrijventerreinen wel een invulling krijgen en welke niet.

Voor de bedrijventerreinen die te maken kunnen krijgen met overaanbod, is het van belang te bepalen of transformatie of herprofilering een oplossing biedt.

26

RPW 2016 Regio Rivierenland

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

33

3.7

De autonome ruimtebehoefte in de Cleantech regio

3.7.1 Beschrijving Cleantech regio De Cleantech regio bestaat uit de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Voorst, Zutphen en Deventer. De regio herbergt in totaal zo’n 198.500 arbeidsplaatsen. De regio richt zich op sectoren in relatie tot cleantech. De netto voorraad bedrijventerreinen bedraagt 1.195 hectare, waarvan 1120 hectaren uitgegeven is27. In Figuur 16 is de historische uitgifte in de regio vanaf het jaar 2000 weergeven. Dit geeft een beeld van de conjuncturele golven op de bedrijventerreinenmarkt. De uitgifte in de gemeente Deventer (Overijssel) is hierin niet opgenomen. Figuur 16 Historische uitgifte in de Cleantech regio 2000-2018 25

Jaarlijkse uitgifte (ha)

20

15

10

5

0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

3.7.2 Geldende regionale afspraken Cleantech regio Het huidige RPW dateert uit 2017 en is geldig voor de periode 2016-2025. Het RPW 2016-2025 gaat uit van een autonome ruimtevraag van 96 hectare voor diezelfde periode. Daarnaast is een vervangingsvraag van 16 hectare geïdentificeerd, waarmee de totale ruimtevraag 112 hectare bedraagt. Daartegenover staat een aanbod van 143 hectare, wat betekent dat er een overaanbod geconstateerd is van 31 hectare. In het RPW is tevens onderscheid gemaakt in de ruimtevraag naar kavelgrootte. Zo is bepaald dat de vraag naar grootschalige kavels (> 3 ha) rond de 55 hectare ligt en dat deze voornamelijk bedoeld is voor de industrie, logistiek en groothandel. Voor kleinere kavels, in het RPW gedefinieerd als modern-gemengde bedrijvigheid (2 à 3 hectare), wordt een totale vraag van 40 tot 45 hectare verwacht. Om het overaanbod te verminderen heeft de regio in het RPW afgesproken om circa 26 hectare tijdelijk anders te gebruiken of om ze te ‘ijskasten’. Hierdoor blijft er een hard planaanbod van 117 hectare over. Voor de ijskasten is bepaald dat er per 1-7-2020 een ladderproof programmering is opgesteld28.

3.7.3 Ruimtevraag Cleantech regio 2019 – 2030 met een doorkijk naar 2050 De vraagraming voor het RPW 2016 is gebaseerd op het TM-scenario waar steeds uitgegaan werd dat er na 2025 geen sprake zou zijn van een uitbreidingsvraag. Ter vergelijking met de nieuwe prognoses is oorspronkelijke raming volgens het TM-scenario opgenomen. 27 28

34

IBIS Gelderland, juni 2019 Ladder voor duurzame verstedelijking 2017

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

Figuur 17 Vraagraming Cleantech regio 1500 1400

Ruimtevraag (ha)

1300 1200 1100

1116

1000 900 2006

2010

2015

2019

Historisch cumulatief

2025

2030

TM-scenario

2035

2040

Scenario Laag

2045

2050

Scenario Hoog

Uit Figuur 17 blijkt een relatief geringe bandbreedte tussen scenario Hoog en scenario Laag. Het TM-scenario wordt na 2019 vrij snel negatief en daalt onder het niveau van scenario Laag. In scenario Laag bedraagt de ruimtevraag in de periode 2019-2030 114 hectare. In scenario Hoog is dit 162 hectare. Dit is gemiddeld 10,5 tot 14,5 hectare per jaar. Voor de periode 2030-2050 bedraagt de ruimtevraag 115 tot 175 hectare. In de periode vanaf 2030 bedraagt de gemiddelde jaarlijkse ruimtevraag dus 6 tot 9 hectare. In Tabel 6 is de geprognosticeerde ruimtevraag per vijf jaar weergeven. Tabel 6: Ruimtebehoefte naar WLO-Scenario per 5 jaar Cleantech regio Cleantech regio

2019-2025

2025-2030

2030-2035

2035-2040

2040-2045

2045-2050

WLO-scenario Laag

58

56

33

30

28

24

WLO-scenario Hoog

89

73

61

47

37

30

3.7.4 Werkmilieus Cleantech regio In deze paragraaf zoomen we voor zowel scenario Hoog als scenario Laag in op de werkmilieus. Het verschil tussen scenario Hoog en scenario Laag komt hierin goed naar voren. In WLO-scenario Hoog neemt de ruimtebehoefte voor het industriële werkmilieu sterker toe in vergelijking met de andere werkmilieus (zie Figuur 18).

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

35

Figuur 18 Ruimtebehoefte naar werkmilieu 2019-2030 Cleantech regio

180

Hoogwaardig/ Kantoren

160

Agrifood 140 Logistiek

120 100

Industrieel

80 60 40

Klassiek - gemengd

20 0 Scenario Laag 2019 -2030 Klassiek - gemengd

Industrieel

Scenario Hoog 2019 -2030 Logistiek

Agrifood

Hoogwaardig/…

Uit de verdieping naar werkmilieus blijkt dat de geraamde ruimtebehoefte voor logistiek en het (maak)industrieel werkmilieu grotendeels overeenkomt met de ruimtebehoefte zoals die geraamd is in het huidig RPW. Daar is namelijk 55 hectare geraamd voor de sectoren logistiek, industrie en groothandel.

3.7.5 Beleidsmatige consequenties Cleantech regio In het huidige RPW is met een vraag van 112 hectare (incl. 16 hectare vervangingsvraag) voor de periode 2016-2025 en een aanbod van 143 hectare een overprogrammering van 31 hectare geconstateerd. Om dit overaanbod te verminderen is besloten om 26 hectare tijdelijk een andere functie te geven of om ze te ‘ijskasten’, waardoor een aanbod van 117 hectare resteert. Uit de raming van WLO-scenario Laag komt een autonome ruimtebehoefte van 114 hectare. Dit betekent dat de vraag 18 hectare hoger is dan in het huidige RPW is gesteld. Dit betekent dat het huidige beleid gecontinueerd kan worden. We adviseren echter wel in de analyse van het aanbod aansluiting te zoeken op de hier gehanteerde indeling in werkmilieus. Dit vergemakkelijkt het ladderproof maken van de bedrijventerreinenprogrammering. In scenario Hoog ligt de ruimtevraag hoger dan het uitgeefbaar aanbod. Dit resulteert in een potentieel tekort aan bedrijventerreinen. Om te bepalen voor welk type bedrijvigheid dit tekort ontstaat is ook wanneer uitgegaan wordt van scenario Hoog een verdieping van het aanbod naar werkmilieus wenselijk.

3.8

De autonome ruimtebehoefte in provincie Gelderland

3.8.1 Beschrijving provincie Gelderland De prognose van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen in de zes wgr-regio’s komt in dit hoofdstuk samen in een ruimtevraag voor de gehele provincie. Allereerst is ook voor de provincie Gelderland de historische uitgifte vanaf het jaar 2000 weergegeven. De historische uitgifte bevat enkel de cijfers voor Gelderse gemeenten. De gemeente die buiten de provincie liggen, maar wel tot een van

36

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

de wgr-regio’s behoren zijn hierin dus niet opgenomen. Figuur 19 geeft echter wel een goed beeld van de conjuncturele golven op de bedrijventerreinenmarkt. Figuur 19 Historische uitgifte in de provincie Gelderland 2000-2018 200 180

Jaarlijkse uitgifte (ha)

160 140 120 100 80 60 40 20 0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018

3.8.2 Ruimtevraag provincie Gelderland 2019 – 2030 met een doorkijk naar 2050 In Figuur 20 is de ontwikkeling van de ruimtevraag in de gehele provincie Gelderland weergeven. In scenario Laag bedraagt de ruimtevraag in de periode 2019-2030 652 hectare. In scenario Hoog is dit 1.248 hectare. Dit is gemiddeld 59 tot 113,5 hectare per jaar. Voor de periode 2030-2050 bedraagt de ruimtevraag 731 tot 1768 hectare. In de periode vanaf 2030 bedraagt de gemiddelde jaarlijkse ruimtevraag dus 36,5 tot 88,5 hectare. In Tabel 7 is de geprognosticeerde ruimtevraag per vijf jaar weergeven. Tabel 7 Ruimtebehoefte naar WLO-Scenario per 5 jaar Gelderland Gelderland

2019-2025

2025-2030

2030-2035

2035-2040

2040-2045

2045-2050

WLO-scenario Laag

347

305

216

193

172

150

WLO-scenario Hoog

681

567

586

467

385

330

Figuur 20 Vraagraming provincie Gelderland 11000 10500 10000

Ruimtevraag (ha)

9500 9000 8500 8000

7761

7500 7000 6500 6000 2006

2010

2015

Historisch

2019

2025

2030

Scenario Laag

2035

2040

2045

2050

Scenario Hoog

.

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

37

4

Conclusie

4.1

Inleiding Dit afsluitende hoofdstuk geeft een overzicht van de resultaten van vraagraming per regio en de gehele provincie Gelderland. Daarnaast worden de mogelijke beleidsmatige consequenties van de nieuwe vraagraming samengevat. Het hoofdstuk wordt afgesloten met aanbeveling aan de Provincie Gelderland. Dit advies is met name gericht op de vraag te beantwoorden hoe om te gaan met de bandbreedte tussen scenario Laag en scenario Hoog.

4.2

Uitkomsten prognose autonome ruimtevraag Uitgaande van de nieuwe WLO-scenario’s, is in deze prognose onderscheid gemaakt tussen scenario Laag en scenario Hoog. De prognose van de ruimtevraag voor de gehele provincie bedraagt 652 tot 1.248 hectare voor de periode 2019-2030 en 731 tot 1.768 hectare voor de periode 2030-2050. De prognose van de ruimtevraag op provinciaal niveau geeft een algemeen beeld van de ontwikkeling van de ruimtevraag. Van groter belang zijn de prognoses op regionaal niveau. De vraagraming is namelijk voor iedere regio afzonderlijk uitgevoerd. Door deze regiospecifieke vraagramingen te voorzien van een kwalitatieve verdieping op basis van werkmilieus, is er naast een beeld van de kwantiteiten (hoeveelheid ruimtebehoefte), ook een beeld van het type ruimtebehoefte en de daarmee samenhangende vestigingseisen ontstaan. Toelichting: verschillende uitkomsten oude en nieuwe behoefteraming De uitkomsten tussen de TM en de WLO2-scenario’s wijken af. De voornaamste verschillen ontstaan door het hanteren van andere indicatoren en groeipaden. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen zijn een reden geweest om de WLO2-scenario’s te ontwikkelen. Voorbeelden van deze ontwikkelingen en inzichten zijn bevolkingsontwikkeling, economische groeicijfers, arbeidsproductiviteit en technologie.

Zo geldt voor TM, op lange termijn, een bevolkingsdaling terwijl dit voor de WLO-scenario’s beperkt afneemt of zelfs fors stijgt.

Achterhoek Voor de Achterhoek bedraagt de ruimtevraag 98 tot 231 hectare voor de periode 2019-2030 en 175 tot 287 hectare voor de periode 2030-2050. De ruimtevraag in de Achterhoek is verdeeld over de werkmilieus klassiek-gemengd, (maak)industrieel, agrifood, logistiek en hoogwaardig/kantoren. Omdat het vigerende regionale bedrijventerreinenbeleid dateert uit 2011, adviseren wij om het, ter vaststelling voorliggende RPW uit 2019, te volgen waarin de vraag en aanbod kwalitatief zijn verdiept naar werkmilieus. Hierdoor kan de regio de invulling van de bedrijventerreinvoorraad beter onderbouwen. Arnhem-Nijmegen De ruimtevraag voor de regio Arnhem-Nijmegen is geraamd op 213 tot 369 hectare voor de periode 2019-2030 en 107 tot 485 hectare voor de periode 2030-2050. De ruimtevraag in de regio is verdeeld over de werkmilieus klassiek-gemengd, (maak)industrieel, agrifood en logistiek. In het huidige RPW is een overprogrammering van 147 hectare geconstateerd 29. Hierdoor heeft de regio besloten om een voorzienbaarheidsprocedure in te laten gaan voor verschillende terreinen in 29

RPW Arnhem-Nijmegen 2017

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

39

de regio. Vanaf 1 januari 2021 worden deze bedrijventerreinen, mits deze nog niet zijn uitgegeven, geschrapt. De nieuwe vraagraming kan, afhankelijk van het scenario, aanleiding geven deze afspraken ten dele te herzien. Om hierover een goede beslissing te kunnen nemen, is een kwalitatieve verdieping van het aanbod van groot belang. Op die manier kunnen vraag en aanbod beter op elkaar afgestemd worden. Foodvalley Voor de regio Foodvalley is een ruimtevraag berekend van 141 tot 199 hectare voor de periode 2019-2030 en 124 tot 297 hectare voor de periode 2030-2050 gekomen. De ruimtevraag in de regio Foodvalley is verdeeld over de werkmilieus klassiek-gemengd, (maak)industrieel, agrifood, logistiek en hoogwaardig/kantoren. In het huidige RPW wordt de focus gelegd op een te verwachte (beleids)impuls30. De autonome uitbreidingsvraag inclusief additionele beleidsimpuls uit het RPW is echter lager dan de autonome uitbreidingsvraag zoals die geraamd is volgens de WLO2-scenario’s. Hierdoor kan gesteld worden dat de beleidsimpuls uit het RPW past binnen de scenario’s. Bovendien geeft scenario Hoog aanleiding uit te kijken naar nieuwe ontwikkellocaties. Noord Veluwe Voor Noord Veluwe bedraagt de ruimtevraag 50 tot 115 hectare voor de periode 2019-2030 en 77 tot 165 hectare voor de periode 2030-2050.

De ruimtevraag in Noord Veluwe is verdeeld over de werkmilieus klassiek-gemengd, (maak)industrieel, agrifood, logistiek en maritiem. Als wordt uitgegaan van het aanbod uit het vigerende RPB (225,4 hectare) kan het beleid omtrent de stoplichtenconstructie aangehouden worden. Het RPB dateert echter uit 2011 en is opgesteld voor de periode 2011-2020. Het is daarom logischer de nieuwe vraagraming mee te nemen in de besluitvorming omtrent het nog vast te stellen RPW uit 2019, waarin de laatste aanbodcijfers zijn meegenomen. Rivierenland Voor de regio Rivierenland is de ruimtevraag op 31 tot 172 hectare voor de periode 2019-2030 en 38 tot 349 hectare voor de periode 2030-2050 geraamd. De ruimtevraag in de regio is verdeeld over de werkmilieus klassiek-gemengd, agrifood, logistiek en hoogwaardig/kantoren. Wat opvalt is de grote bandbreedte tussen scenario Hoog en scenario Laag. De autonome ruimtevraag uit het RPW 2016 ligt hier ongeveer in het midden. De totale ruimtevraag waarop de afspraken in het RPW 2016 zijn gebaseerd, is vergelijkbaar met scenario Hoog. Inclusief vervangingsvraag komt de ruimtevraag in scenario Hoog dus hoger uit. Uitgaande van scenario Hoog betekent dit dat er meer ruimte nodig31. In scenario Laag bedraagt de ruimtevraag in de periode 2019-2030 slechts 31 hectare, gemiddeld 3 hectare per jaar.

In het geval van scenario Laag komt de autonome uitbreidingsvraag 70 hectare lager uit dan de vastgestelde autonome uitbreidingsvraag in het RPW. Indien scenario Laag waarheid wordt, kan dit consequenties hebben voor nieuwe ontwikkelingen. Cleantech regio De ruimtevraag voor de Cleantech regio is geraamd op 114 tot 162 hectare voor de periode 20192030 en 115 tot 175 hectare voor de periode 2030-2050. De vraag in de regio is verdeeld over de werkmilieus klassiek-gemengd, (maak)industrieel, agrifood, logistiek en hoogwaardig/kantoren.

30 31

RPW FoodValley 2017 RPW 2016 Regio Rivierenland

40 Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

In het huidige RPW is besloten om een overaanbod van 31 hectare voor een groot deel te ‘ijskasten’ of te herbestemmen32. In het geval van scenario Laag blijft het overaanbod ongeveer dezelfde grootte, waardoor het beleid uit huidige RPW kan worden gecontinueerd. Voor scenario Hoog wordt echter een tekort verwacht in het aanbod van 19 hectare, waardoor het mogelijk gewenst is herbestemming te heroverwegen of bepaalde plannen uit de ijskast te halen.

32

RPW Cleantech regio 2017

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

41

4.3

Aanbevelingen Het resultaat van dit onderzoek is een bandbreedte die aangeeft waarbinnen de autonome ruimtevraag naar bedrijventerreinen zich kan ontwikkelen binnen de provincie Gelderland. Deze bandbreedte is het resultaat van de toepassing van de landelijke WLO-scenarios Laag en Hoog op de wgr-regio’s in de provincie Gelderland.

4.3.1 Hoe om te gaan met de bandbreedte tussen scenario Laag en scenario Hoog De eerste belangrijke vraag die hieruit voortkomt, is de vraag waarop (binnen de gehanteerde bandbreedte) het regionaal bedrijventerreinenbeleid gebaseerd moet worden. Het antwoord op deze vraag is dat dit met name een beleidsmatige keuze is. De bandbreedte die we met dit onderzoek aanleveren geeft richting aan deze beleidsmatige keuze. Een richting die soms afwijkt van de prognoses waarop op dit moment geldende regionale afspraken op zijn gebaseerd. Ook dit heeft mogelijk beleidsmatige consequenties. De WLO-scenario’s zijn opgesteld om inzicht te bieden in de mogelijke ontwikkeling van Nederland op de langere termijn. Hetzelfde geldt voor de langjarige prognoses van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen. Het is daarom goed mogelijk dat de daadwerkelijk uitgifte gedurende een of enkele jaren hoger of lager is dan de geprognosticeerde ruimtevraag. Op de langere termijn zorgen mindere of juist betere jaren ervoor dat de uitgifte binnen de bandbreedte tussen scenario Hoog en Laag uitkomt. In tegenstelling tot prognoses bevatten RPW’s regionale afspraken op de kortere termijn, over een periode van maximaal vier jaar. Voor dergelijke afspraken werken we idealiter met één getal voor de gemiddelde jaarlijkse ruimtevraag naar bedrijventerreinen.

Dit getal is in de meeste gevallen een bestuurlijke keuze, gebaseerd op langjarige prognoses. In twee regio’s in de provincie Gelderland, de Achterhoek en Arnhem-Nijmegen, heeft Ecorys inmiddels de nieuwe prognoses toegepast. In beide regio’s is een andere aanpak gekozen om van scenario’s te komen tot regionale afspraken. Beide vormen nemen we hier als voorbeeld. Daarbij benadrukken we dat de keuze voor een bepaald (tussen)scenario een bestuurlijke keuze is, waarbij in overleg tussen de regio en de Provincie bepaald kan worden waar (binnen de bandbreedte) de regionale afspraken op worden gebaseerd. In dit advies benadrukken we de voorkeur die we geven aan regionaal maatwerk boven de keuze voor een lijn voor de gehele provincie. Hoewel de keuze voor eenzelfde scenario voor de hele provincie zorgt voor eenduidigheid, komen regionale economische vooruitzichten en ambities beter tot hun recht wanneer de economische prognoses en – daaruit voortvloeiend – de gemiddelde jaarlijkse ruimtevraag naar bedrijventerreinen per regio wordt berekend. Hiervoor zijn verschillende argumenten. Ten eerste blijkt uit onderzoek en ervaring dat een landelijk scenario, ongeacht het groeipercentage, niet voor iedere regio dezelfde ontwikkeling betekent.

Met shift-and-share analyse zorgen we dat de landelijk verwachte groei op de juiste manier wordt vertaald naar de regio (zie hieronder het voorbeeld van de regio Arnhem-Nijmegen). Ten tweede heeft niet iedere regio binnen Gelderland dezelfde economische (beleids)ambities, eigenschappen en ontwikkelingsrichting. De Achterhoek wordt gekenmerkt door MKB-bedrijven en een sterke maakindustrie richt zich sterk op de ontwikkeling van de lokale en regionale economie met het oog op behoud van de leefbaarheid in kernen in relatie tot de demografie. De regio Noord Veluwe kiest daarentegen heel bewust voor het faciliteren van lokale bedrijvigheid en richt zich niet op het aantrekken van (grootschalige) bedrijvigheid. Daarnaast heeft iedere regio verschillende sterke en minder sterke eigenschappen en daarmee andere speerpunten. Dit komt ook tot uiting in de toedeling naar werkmilieus. De onderstaande voorbeelden uit de Achterhoek en de regio Arnhem-Nijmegen maken verder duidelijk waarom wij de voorkeur geven aan een aanpak per regio.

42 Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

Achterhoek – scenario Hoog in de RPW-periode, daarna een bandbreedte Wegens de gunstige economische vooruitzichten bij aanvang van het onderzoek ten behoeve van het RPW Achterhoek 2019-2023 is door de provincie Gelderland en de regiogemeenten besloten voor de periode van het RPW uit te gaan van scenario Hoog en om daarna, van 2023 tot 2030, de bandbreedte tussen scenario Hoog en Laag aan te houden. Scenario Hoog betekent in het geval van de Achterhoek een gemiddelde jaarlijkse ruimtevraag van circa 20 hectare per jaar. De historische uitgifte over 2018 laat, met 35 hectare, zien dat deze keuze gerechtvaardigd is en, vooral, dat het goed mogelijk is dat een groot gedeelte van de geraamde ruimtevraag voor een langere periode in een of enkele jaren uitgegeven wordt33. Arnhem-Nijmegen – een tussenscenario In de regio Arnhem-Nijmegen geven de nieuwe prognoses aanleiding de in het RPW 2017 gehanteerde ramingen op basis van het oude TM-scenario opnieuw te bekijken. De prognoses voor scenario Laag en scenario Hoog resulteren in de regio Arnhem-Nijmegen in een aanzienlijke bandbreedte qua ruimtevraag. Bovendien is het nieuwe scenario Laag min of meer gelijk aan de vraagraming waarop het RPW 2017 is gebaseerd. Dit is voor de provincie Gelderland aanleiding geweest om een tussenscenario te berekenen.

Op die manier kunnen plannen worden getoetst aan een onderbouwde ruimtevraag die binnen de bandbreedte ligt. Scenario Laag gaat uit van een jaarlijkse groei van 1%. Scenario Hoog hanteert een economische groei van 2% per jaar. Op basis van de korte termijnverwachtingen van instanties als het CPB en DNB, is ervoor gekozen het tussenscenario te baseren op een landelijke economische groei van 1,5% per jaar34. Dit betekent niet automatisch dat de prognose op basis van het tussenscenario in het midden uitkomt. De groei van 1,5% wordt namelijk middels shift-and-share-analyse vertaald van landelijke naar regionale groei. Hierdoor heeft een eventuele keuze voor een tussenscenario op basis van 1,5% landelijke groei in de komende jaren per regio een andere uitwerking. Zie ook ons onderzoek voor de regio Arnhem-Nijmegen. Voor Arnhem-Nijmegen betekent de toepassing van 1,5% landelijke groei een gemiddelde jaarlijkse ruimtevraag van 27 hectare voor de periode 2019-2030. Voor die periode bedraagt de totale ruimtevraag in het tussenscenario daarmee 299 hectare. Ter vergelijking: de ruimtevraag in scenario Hoog bedraagt 393 hectare. In scenario Laag is dit 237 hectare voor de periode 20192030.

4.3.2 De kwalitatieve verdieping naar werkmilieus geeft houvast De toedeling van de kwantitatieve ruimtevraag in werkmilieus biedt regio’s houvast om beleidsmatige consequenties van nieuwe prognoses te identificeren. De indeling in werkmilieus laat namelijk duidelijk zien van welk type bedrijvigheid de ruimtevraag afkomstig is. Op basis van die kwalitatieve verdieping kan uiteindelijk het aanbod beter afgestemd worden op de vraag. Om de ontwikkelingen in de ruimtevraag te kunnen (op)volgen, is (periodieke) monitoring op basis van kwalitatieve inzichten van groot belang. We adviseren daarom om de jaarlijkse uitgifte blijvend te monitoren, in relatie tot de geraamde autonome ruimtebehoefte voor bedrijventerreinen. Door de toedeling van de ruimtevraag in werkmilieus ook toe te passen op het aanbod, kunnen regio’s zelf met een goede onderbouwing komen over mogelijke tekorten of overschotten in bepaalde marktsegmenten (werkmilieus). Tenslotte is het van belang potentiële vervangings- en verplaatsingsvraag nauwgezet in kaart te

33 34

IBIS Gelderland, juni 2019. Bron: Groeicijfers periode 2019-2021 DNB, CPB, 2019

Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

43

brengen. Door deze stappen te zetten – periodieke monitoring, kwalitatieve verdieping aanbrengen in vraag en aanbod in werkmilieus én het nauwgezet in kaart brengen van alle facetten van de ruimtevraag – worden daadwerkelijke beleidsmatige consequenties van de nieuwe prognoses duidelijk en kunnen regionale afspraken daarop afgestemd worden.

4.3.3 Advies Een belangrijk aandachtspunt bij het bepalen van de langjarige prognose ruimtevraag naar bedrijventerreinen in provincie Gelderland, is de vraag waarop (binnen de gehanteerde bandbreedte tussen scenario Laag en scenario Hoog) het regionaal bedrijventerreinenbeleid gebaseerd moet worden. Het antwoord op deze vraag is dat dit met name een beleidsmatige keuze is. De bandbreedte die we met dit onderzoek aanleveren geeft richting aan deze beleidsmatige keuze. Deze keuze wordt idealiter op regioniveau gemaakt, omdat op die manier de (specifieke) regionale economische situatie, historische/recente ontwikkelingen in uitgifte van bedrijventerreinen en vooruitzichten het meest tot hun recht komen in de afspraken. Wij adviseren daarom om: 

in overleg tussen de provincie Gelderland en de regio’s te bepalen op welk scenario (binnen de bandbreedte) de regionale bedrijventerreinenprogrammering wordt gebaseerd.

per regio een kwalitatieve verdieping van het aanbod per werkmilieu uit te voeren;

de uitgifte van bedrijventerreinen blijvend te monitoren (onder andere op basis van kwaliteiten);

alle facetten van de ruimtevraag (dus inclusief potentiele vervangings- en verplaatsingsvraag en bovenregionale vraag) in beeld te brengen.

Door dit advies te volgen worden de daadwerkelijke beleidsmatige consequenties van de nieuwe prognoses duidelijk en kunnen de provincie en de deelregio’s hier beter op inspelen bij het maken van regionale afspraken.

44 Langjarige prognose ruimtevraag bedrijventerreinen provincie Gelderland

Postbus 4175 3006 AD Rotterdam Nederland

Watermanweg 44 3067 GG Rotterdam Nederland

T 010 453 88 00 F 010 453 07 68 E netherlands@ecorys.com K.v.K. nr. 24316726

W www.ecorys.nl

Sound analysis, inspiring ideas

BELGIË – BULGARIJE – INDIA – KROATIË - NEDERLAND – POLEN – SPANJE – TURKIJE - VERENIGD KONINKRIJK

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=67254ee3-1580-491b-b599-6bfc9ecfb4c7