CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg _ Ploegschaar, Biddinghuizen_ontwerp_december_2023_gewijzigd_november_2024 (1).pdf

Raadsvergadering 27 februari 2025, gemeente DrontenBij agendapunt: 8: AKKOORD Raadsvoorstel Ontwerpverklaring van geen bedenking Ploegschaar Biddinghuizen12.912 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE DRONTEN

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg/Ploegschaar, Biddinghuizen

December 2023

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

2

EDOK-RO

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld  0342-422288 06 – 1395 0955 @ info@edok-ro.nl  www.edok-ro.nl

Documenttitel

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg/Ploegschaar, Biddinghuizen

Datum

28-12-2023 (gewijzigd 22-11-2024)

Gemeente

Dronten

Webadres gemeente

www.dronten.nl

Projectnummer

RHP-01

Opdrachtgever

Roelofs en Haase Projectontwikkeling B.V.

Contactpersoon

De heer N.L.J. Haase

Opsteller

EDOK-RO

Contactpersoon

De heer E. Dokter

3

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

4

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en doel 1.2 Vigerend bestemmingsplan 1.3 Ligging plangebied 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 10

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Biddinghuizen 2.2 Locatie 2.3 Dorpsgezicht 2.4 Verkeer 2.5 Water 2.6 Werkgelegenheid 2.7 Bedrijfsgebouw op maat 2.8 Parkeren

11 11 11 11 11 11 11 11 13

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 16 18

Hoofdstuk 4 Planologische- en milieuaspecten 4.1 Archeologie 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Externe veiligheid 4.5 Flora en fauna 4.6 Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Duurzaam bouwen 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

23 23 23 24 32 32 34 35 36 37 38 40 40

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid

43 43 43

Hoofdstuk 6 Afweging en conclusie 6.1 Aanleiding 6.2 Afweging 6.3 Conclusie

45 45 45 45

5

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

6

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Inleiding en doel

Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld als motivering voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor buitenplans afwijken van het bestemmingsplan en bouwen. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt het initiatief en de locatie getoetst aan de planologische randvoorwaarden uit het beleid dat voor de locatie en het initiatief geldend is Dit planvoorstel is opgesteld door EDOK-RO, in opdracht van Roelofs en Haase Projectontwikkeling B.V., eigenaar van het onbebouwde perceel grond aan de Stoppelploeg/Ploegschaar (ongenummerd) te Biddinghuizen. Initiatiefnemer heeft het voornemen een bedrijfsgebouw, bestaande uit een bedrijfshal met bijbehorend kantoor te realiseren. In 2009 is het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Bedrijventerreinen (9060)' vastgesteld. In 2013 is vervolgens het wijzigingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)" vastgesteld. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de bestemming 'Bedrijventerrein' en "Verkeersdoeleinden". Bij realisatie van het voorgenomen zal een gedeelte van de bedrijfshal op de huidige bestemming "Verkeersdoeleinden" gerealiseerd worden. Realisatie van dit voornemen past derhalve niet binnen het vigerende wijzigingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)" dat is vastgesteld op 15 februari 2013.

College van burgemeester en wethouders heeft aangegeven positief tegenover deze ontwikkeling te staan. Echter dient op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a, onder 3 Wabo een dergelijke aanvraag te zijn voorzien van een ruimtelijke onderbouwing.

1.2

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan (moederplan) "Bestemmingsplan Bedrijventerreinen (9060)" en het wijzigingsplan "Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)" welke door de gemeenteraad van de gemeente Dronten zijn vastgesteld op respectievelijk d.d. 6 mei 2009 en 15 februari 2013.

Afbeelding 1.1: Uitsnede vigerend bestemmingsplan

7

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen In dit wijzigingsplan "Verkeersdoeleinden".

heeft

het

plangebied

de

bestemmingen

"Bedrijventerrein"

en

De bestemming "Verkeersdoeleinden" houdt het volgende in, overeenkomstig artikel 9 van het vigerend bestemmingsplan: Doeleindenomschrijving De op de plankaart voor verkeersdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor: 1. het doorgaande verkeer; en daaraan ondergeschikt: 2. verblijfs- en parkeervoorzieningen; 3. groenvoorzieningen; 4. kunstobjecten; 5. haltevoorzieningen. Bebouwingbepalingen 1. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. er mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan ten behoeve van haltevoorzieningen; b. de hoogte van een gebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen; c. de oppervlakte van een gebouw zal ten hoogste 6 m2 bedragen. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 6,00 m bedragen. Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: 1. het bebouwingsbeleid; 2. de verkeersveiligheid; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.

1.3

Ligging plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de oostzijde van Biddinghuizen en wordt begrenst door de Ploegschaar (25), de Stoppelploeg (7) en agrarische gronden behorend bij de Oldebroekerweg 28 te Biddinghuizen.

Afbeelding 1.2: Ligging in Biddinghuizen (bron: Google Earth)

8

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen Het plan is gelegen in de onbebouwde grond rondom het bedrijfsgebouw gevestigd te Ploegschaar 25 Biddinghuizen.

Afbeelding 1.3: Ligging plangebied op bedrijventerrein (bron: Google Earth) De locatie is zeer goed bereikbaar: vanuit noordelijke en zuidelijke richting via respectievelijk de A6 en A28, en door de diverse provinciale wegen in het gebied waaronder de N709 en N305 vanuit alle richtingen.

Kadastraal Kadastrale gemeente

: Dronten

Sectie

:E

Nummer

: 3203 (gedeeltelijk) en 3387 (gedeeltelijk)

Afbeelding 1.4: Uitsnede kadastrale kaart (rode lijn = plangebied)

9

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding (Hoofdstuk 1) wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande en gewenste situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Flevoland en de gemeente Dronten beschreven. Vervolgens passeren in hoofdstuk 4 alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 6 geeft tot slot de conclusie weer.

10

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Biddinghuizen

Biddinghuizen, gelegen in de provincie Flevoland, maakt deel uit van de gemeente Dronten en telt zo'n 6.000 inwoners. Het dorp heeft een landelijke uitstraling met toegang tot uitgestrekte polders en natuur. De economische ontwikkeling vindt plaats op het bedrijventerrein De Toekomst, gestart in 2009.

2.2

Locatie

De ontwikkeling van bedrijventerrein De Toekomst richt zich op de nog niet bebouwde gronden op het bedrijventerrein. De locatie is voor verkeer goed bereikbaar vanuit alle delen van Nederland.

2.3

Dorpsgezicht

Bedrijventerrein De Toekomst is direct zichtbaar als men Biddinghuizen via de zuidoostelijke richting binnenkomt, via de N709 vanuit de plaats Elburg. Het (relatief) nieuwe bedrijventerrein heeft een representatieve uitstraling. Tevens blijft het dorpsaanzicht van Biddinghuizen onaangetast door de scheiding van de Baan. Er ligt een bosplantsoen waardoor het bedrijventerrein uit het zicht ligt als men aan komt rijden van buiten Biddinghuizen.

2.4

Verkeer

De locatie is voor verkeer goed bereikbaar en het plan beschikt over voldoendetal parkeerplaatsen op eigen terrein.

2.5

Water

Waterafvoer en waterberging zijn belangrijke thema's in de huidige maatschappelijke problematiek. Het bedrijventerrein "De Toekomst" in Biddinghuizen beschikt over een royale groenstrook voorzien van struweel- en bomenbeplanting en een kavelsloot, welke vrij afwatert in de Hoge Vaart. Binnen het plangebied is er een bewuste keuze gemaakt voor een ruime hoeveelheid groenvoorzieningen. De parkeerplaatsen zijn aangelegd met grasbetonklinkers, wat de infiltratie van regenwater bevordert. Er zijn waterbergingen voorzien ten behoeve van de opvang van het regenwater. Daarnaast is er veel aandacht besteed aan de inplanting rondom het terrein. Het ontwerp is natuurinclusief en klimaatadaptief, met strategisch geplaatste siergrassen en diverse andere beplanting. Dit niet alleen ter verfraaiing van het gebied, maar ook om de biodiversiteit te bevorderen en een gezonde leefomgeving te creëren.

2.6

Werkgelegenheid

Bedrijventerrein "De Toekomst" biedt ruimte aan grotendeels lokale ondernemers. Het bedrijventerrein bestaat uit meerdere fases en biedt naast enkel bedrijfslocaties ook woon-werkmogelijkheden. Het plan voorziet in de gevraagde uitbreiding van een ondernemer uit de nabije omgeving en biedt derhalve economische groei aan het dorp Biddinghuizen.

2.7

Bedrijfsgebouw op maat

De kavel is L-vormig en voegt zich daardoor qua maat goed in het huidige onbebouwde stuk grond tussen de bedrijfsgebouwen aan de Ploegschaar 25 en de Stoppelploeg 25. Tevens biedt deze vorm een ontsluiting aan zowel de Stoppelploeg als de Ploegschaar. Hierdoor is het mogelijk om kantoorfunctie (auto's en fietsers) gescheiden te houden van de industriefunctie (vrachtwagens).

11

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

Afbeelding 2.1: Situatietekening met beide ontsluitingen zichtbaar Het pand wordt duurzaam gebouwd volgens de technische mogelijkheden met een groot accent op energie neutrale gebouwen. De bouwhoogte van de bedrijfshal heeft een afwijkende maat ten opzichte van het kantoorgedeelte waardoor een ruimtelijk effect wordt gecreëerd. De maximum bouwhoogte bedraagt circa 14 meter. Hierna volgen de gevels

Afbeelding 2.2: Gevelaanzichten

12

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen Afbeelding 2.3 geeft de Indicatieve voorgevel vanuit de Stoppelploeg gezien, met op de voorgrond het nieuwe kantoor en op de achtergrond de bedrijfshal weer.

Afbeelding 2.3: 3D vooraanzicht (indicatief)

2.8

Parkeren

Voor het plangebied is de "Nota parkeernormen Dronten 2016" van toepassing. De locatie valt onder 'Overige kernen'.

Het parkeren vindt volledig plaats op eigen terrein, zie paragraaf 4.10.

13

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

14

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

Hoofdstuk 3

Beleid

Bij ruimtelijke plannen moet worden weergegeven hoe rekening is gehouden met relevant beleid. In de volgende paragrafen wordt het relevante beleid op nationaal, provinciaal en lokaal schaalniveau en de relatie van dit beleid met de voorgenomen ontwikkeling behandeld.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie.  Duurzaam economisch groeipotentieel.  Sterke en gezonde steden en regio's.  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen.

Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;  Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In dit geval is sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. 3.1.2

Besluit Algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.

15

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het Barro bevat geen regels die van toepassing zijn voor het onderhavige plan. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 juli 2017 gewijzigd. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Het voorgenomen plan vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied wat onder de wet wordt verstaan als een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. In dit plan is daarom geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Conclusie Toetsing aan de ladder van duurzame verstedelijking is voor dit plan niet aan de orde.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie FlevolandStraks

De Omgevingsvisie FlevolandStraks (vastgesteld op 8 september 2017) geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities we hebben voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de jongste provincie van Nederland vormt de basis van de visie. In de visie staan de belangrijkste onderwerpen en ambities voor de toekomst van Flevoland. In de Omgevingsvisie wordt onderscheid gemaakt in kernopgaven en strategische opgaven. Deze opgaven hebben een tijdshorizon van circa tien tot vijftien jaar. De drie kernopgaven zijn: het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving), krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving) en ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). De strategische opgaven zijn: regionale kracht, circulaire economie, landbouw: meerdere smaken. Kernopgave: Het verhaal van Flevoland. In deze opgave wil de provincie laten zien waar ze vandaan komen. In 2030 en verder wil Flevoland de kroon op de eeuwenlange Hollandse inpolderingstraditie zijn.

Dan staat Flevoland wereldwijd bekend als een 20e-eeuws wederopbouwlandschap met herinneringen uit een verder verleden De provincie wil dit bereiken door mensen het lef te laten hebben om de kansen voor nieuwe ontwikkelingen te pakken; zoals transformatie in de landbouw en duurzame energie. Kernopgave: Ruimte voor Initiatief De provincie wil er zijn voor zijn inwoners en wil de krachten vanuit de samenleving dan ook benutten. Hiervoor bieden ze ruimte voor ondernemers en mensen die hun droom willen realiseren. Iedereen die wil bijdragen aan een duurzame toekomst van Flevoland is van harte uitgenodigd.

16

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen Strategische opgave: Circulaire Economie Voor Flevoland ligt in de omschakeling naar een circulaire economie een kans. In een circulaire economie worden materialen eindeloos hergebruikt en zijn producten zoveel mogelijk gemaakt van hernieuwbaar materiaal. In 2030 en verder staat Flevoland bekend als de grondstoffenleverancier voor de circulaire economie. (Rest)stromen uit de landbouw, bedrijven en huishoudens worden geschikt gemaakt voor duurzaam (her)gebruik. Groene grondstoffen en gebruikte materialen worden zodanig bewerkt dat ze snel en gemakkelijk hun weg vinden naar bestaande en nieuwe afzetmarkten, in Flevoland, in Nederland en wereldwijd. Strategische opgave: Landbouw: Meerdere Smaken Flevoland is van oorsprong een landbouwprovincie. Ontwikkelingen in deze sector vragen een groot aanpassingsvermogen. In 2030 en verder staat Flevoland bekend om haar meerdere smaken in de agrosector, die door haar aanpassingsvermogen vernieuwingen en innovaties voortvarend en snel in praktijk brengt. De ontstaansgeschiedenis van de polder is terug te vinden in de kwaliteiten. Flevoland is sterk in techniek, technologie en primaire productie, zoals pootaardappelen en biologische landbouw.

Vanuit de lucht lijkt de landbouw in de provincie op elkaar, maar op het erf heeft elk bedrijf zijn eigen specialisatie, schaal en bedrijfsmodel. Er is veel variatie en deze neemt toe, van verwerking, energie, technologie tot stadslandbouw. Betekenis voor het plan In het voorliggende plan wordt een bedrijf gerealiseerd op een bedrijventerrein. Deze ontwikkeling is in overeenstemming met de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2

Omgevingsprogramma en Omgevingsverordening Flevoland

In het Omgevingsprogramma Flevoland, vastgesteld door de Provinciale Staten op 10 juli 2019, is ervoor gekozen al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving te bundelen in één programma. Op deze wijze zijn de provinciale beleidskeuzes compact beschreven en is de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen het beste gewaarborgd. De omgevingsverordening, vastgesteld op 22 april 2020 door de Provinciale Staten van Flevoland, zorgt voor de juridische borging van het programma. De provincie stelt dat zij de vitaliteit van het landelijk gebied wil vergroten en de gebruiksmogelijkheden ervan meer wil afstemmen op de maatschappelijke behoeften. Ten aanzien van agrarische activiteiten is ook in Flevoland sprake van schaalvergroting en herstructurering van de landbouw. De provincie wil agrarische bedrijvigheid die zich in de eerste plaats richt op duurzame productie en verwerking van landbouwproducten optimale ontwikkelingskansen geven. Bovendien wil de provincie ruimte bieden aan nieuwe functies in het landelijk gebied om het economisch draagvlak te verbreden en deze te verweven met de bestaande landbouwfunctie. In de beleidsregel kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied zijn de voorwaarden en maatvoering concreter uitgewerkt.

Verder moet er voldaan worden aan een goede ruimtelijke ordening, waaronder een landschappelijke inpassing en een goede verkeersafwikkeling. Stedelijk gebied Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Deze doelen worden gediend door de stedelijke ontwikkeling van de kernen te bundelen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoersknooppunten. Betekenis voor het plan Het plan voorziet bebouwing in bestaand stedelijk gebied van Biddinghuizen en er is dus sprake van inbreiding. De vestiging van het bedrijf op deze locatie zal het dorp Biddinghuizen ten goede komen.

17

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Gemeente Dronten 2030

Op 29 november 2012 heeft de gemeenteraad van Dronten de Structuurvisie Dronten 2030 vastgesteld. De structuurvisie schetst het ruimtelijk en economisch perspectief tot aan 2030 en beschrijft de toekomst van de gemeente op het gebied van wonen, recreatie, de agrarische sector, natuur, infrastructuur, economie en het voorzieningenniveau van de kernen. De visie geeft op al die ruimtelijk economische thema's een duidelijke richting en laat zien hoe de gemeente de kwaliteiten die zij heeft, toekomstbestendig maakt. Dit gebeurt onder meer door ruimte te bieden aan ondernemerschap met een speciale focus op uitbreiding en ontwikkeling van bestaande bedrijven en sectoren. Maar ook door het creëren van robuuste bedrijventerreinen waarbij een ruimtelijke kwaliteit aanwezig dient te zijn op de werklocaties, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Deze ondersteuning van de gemeente aan ondernemerschap wordt mede versterkt door de verbeterde bereikbaarheid via de N307 en de Hanzelijn. In de dynamische uitvoeringsparagraaf is vastgelegd hoe de doelen verwezenlijkt kunnen worden en hoe invulling gegeven kan worden aan de mogelijkheden te verevenen. De gemeente Dronten benoemd in haar structuurvisie tevens de ambitie voor het bereiken van een klimaatneutraliteit op gemeente niveau.

Zo bieden daken van industriegebouwen de mogelijkheid om als energieopwekker te fungeren door middel van het plaatsen van zonnepanelen en is er bijvoorbeeld voldoende regenberging nodig voor het veranderende klimaat. Conclusie: De realisatie van een nieuw bedrijfsgebouw voor een lokale ondernemer op een bestaand industrieterrein, past daarmee goed binnen het gemeentelijk beleid. 3.3.2

Groenbeleidsplan Dronten 2017

Het Groenbeleidsplan Dronten is in maart 2017 vastgesteld. Het betreft een integraal beleidsplan waarin het huidige groenbeleidsplan, beleidsplan dorpsbossen en bomenbeleidsplan zijn samengebracht tot 14 Ruimtelijke Onderbouwing Giekstraat 2 Dronten één beleidsdocument. In dit beleidsplan geeft de gemeente zijn ambities ten aanzien van inrichting en beheer van het openbaar groen weer. Dit openbaar groen is van en voor iedereen die in de gemeente woont, werkt of bezoekt. Hierbij stelt de gemeente het collectieve belang van het groen in algemene zin boven het individuele belang. Groen is belangrijk voor alle gebruikers van de openbare ruimte. Het wordt bijvoorbeeld gebruikt voor waterberging, recreatie, ontspanning, natuurontwikkeling en aankleding van de woonomgeving. Groen is gezond. Het zorgt voor schone lucht, nodigt uit tot beweging en is goed voor sneller lichamelijk en psychologisch herstel. Het brengt mensen samen en geeft hen de mogelijkheid om de natuur te beleven. Daarnaast is groen in de gemeente Dronten belangrijk voor de identiteit van de stad Dronten en de dorpen Swifterbant en Biddinghuizen. Groen zorgt voor een fijne woonomgeving voor inwoners, een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en een mooie toeristische bestemming voor toeristen. Daarom vindt de gemeente het belangrijk dat we zuinig zijn op het groen.

Met het integrale groenbeleidsplan legt de gemeente de groene waarden vast, met als doel deze op een toekomstgerichte wijze in stand te houden en te versterken. Voor de groenstructuur van de gemeente Dronten wordt onderscheid gemaakt in de hoofdgroenstructuur, de wijkgroenstructuur en het buurtgroen. Zoals op navolgende afbeelding is te zien, ligt het plangebied aan de bebouwd gebied.

18

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

Afbeelding 3.1: Groenstructuurkaart (rode cirkel = planlocatie) Bij nieuwbouwplannen is het streven om het huidige groene karakter te behouden. Daarom moet, waar mogelijk, volgroeide bomen en beplanting gehandhaafd worden. Het groen van de nieuwe inrichting moet qua beeld (vorm, structuur, etc.) zoveel mogelijk aansluiten bij de omgeving en de identiteit van de omgeving. Aangezien bomen tijd nodig hebben om te groeien is het van belang dat bomen zoveel mogelijk behouden blijven. Wanneer inpassing niet mogelijk blijkt, dan is verplaatsing binnen het plangebied het eerste alternatief. Om bomen zoveel mogelijk te beschermen tijdens werkzaamheden worden bomen beschermd doordat aannemers moeten houden aan de eisen voor werken rondom bomen uit het Handboek Bomen van het Norminstituut bomen. Betekenis voor dit plan In afbeelding 3.1 is te zien dat aan de oostzijde van het plangebied een groenstructuur is gewenst. Initiatiefnemer gaat deze strook grenzend aan zijn plan als een bosbeplantingsstrook in richtten. 3.3.3

Welstandsbeleid

De gemeente Dronten heeft welstandsbeleid geformuleerd in de Welstandsnota 2013 (geactualiseerd vastgesteld 27 juni 2013). Daarmee wil de gemeente aan burgers duidelijkheid geven over de koers die de gemeente voorstaat met haar welstandstoezicht. Het belangrijkste onderdeel van de Welstandnota 2013 bestaat uit de welstandscriteria. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in criteria 'op maat' en sneltoetscriteria. In de vernieuwde welstandsnota zijn er geen eensluidende welstandscriteria opgesteld voor de hele gemeente Dronten. De criteria zijn afgestemd op de karakteristiek van een gebied. Er is gekeken welke locaties beeldbepalend zijn (zichtlocaties zoals de centra van de kernen Dronten, Biddinghuizen en Swifterbant, de entreegebieden en de zones langs de belangrijkste ontsluitingswegen in de verschillende kernen en welke locaties niet beeldbepalend zijn. Voor beeldbepalende locaties geldt vervolgens een zwaarder welstandsregime dan voor niet beeldbepalende locaties. Daarnaast is er een aantal gebieden welstandsvrij verklaard.

19

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen De welstandsnota is uitsluitend opgesteld voor de gerealiseerde delen van het stedelijke gebied en voor de bebouwing in het buitengebied. Voor nieuw te ontwikkelen gebieden en bedrijventerreinen zijn of worden beeldkwaliteitsplannen opgesteld. Het plangebied aan de Ploegschaar/Stoppelploeg valt binnen de bedrijventerreinen van Dronten. Vanwege de ligging is hier een minimaal welstandsregime van toepassing.

Afbeelding 3.2: Welstandskaart (rode cirkel = planlocatie) De welstandsnota geeft voor het plangebied aan dat deze gelegen is in een gebied waarvoor geldt 'Open polderzone'. Het allesoverheersende kenmerk van dit deelgebied is de grote openheid. De ruimte is overweldigend en wordt slechts onderbroken door de houtsingels rond de erven, het groen rond de drie kernen en door de bossen van de Randzone. De rationele rechthoekige verkaveling strekt zich uit zo ver het oog reikt. Door een aantal knikken in de wegen en de kanalen is het verkavelingspatroon op een aantal plaatsen onregelmatig. De wegenstructuur is hiërarchisch en de functie van de verschillende wegen wordt benadrukt door de wijze van beplanting: Langs de hoofdverkeerswegen een dubbele rij boombeplanting, secundaire wegen met enkele rijen en de onbeplante tertiaire wegen. Het plangebied bevind zich echter niet meer in het buitengebied maar op een bedrijventerrein. Hiervoor geldt dat structuur en architectuur veelal functioneel van aard zijn. 3.3.4

Archeologie beleid

In 2009 heeft de gemeente Dronten het 'archeologiebeleid gemeente Dronten' opgesteld. De gemeente wil met het archeologiebeleid bereiken, dat:  Bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig wordt omgegaan met de archeologische waarden, zodat deze waar mogelijk behouden kunnen blijven voor toekomstige generaties.  Archeologische waarden meer worden ingezet ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de identiteit en de cultuurbeleving. Ten behoeve hiervan heeft de gemeente de archeologische waarden en verwachtingen die binnen de gemeentegrenzen voorkomen zoveel mogelijk geïnventariseerd en op een 'Archeologische waarden en verwachtingenkaart' gevisualiseerd. Deze kaart is doorvertaald in een archeologische beleidskaart en voorbeeldplanregels. De archeologische beleidskaart moet worden betrokken bij plan-m.e.r.'s, besluit-m.e.r.'s, gemeentelijke structuurvisies, bestemmingsplannen (inclusief uitwerkingen, wijzigingen en ontheffingen), beheersverordeningen, projectbesluiten en bouw& aanlegvergunningen. De implementatie en effectuering van het gemeentelijk archeologiebeleid in het ruimtelijk beleid vindt dus via deze planvormen en vergunningen plaats. Voor de vertaling van het archeologisch beleid in deze ruimtelijke onderbouwing verwezen naar paragraaf 4.1.

20

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen 3.3.5

Sociaal-economische visie Dronten: "Daadkracht door samenwerking"

De Sociaal Economische Visie (SEV, mei 2017) van Dronten schetst de gezamenlijke koers die de gemeente en ondernemers hebben uitgestippeld voor de economische ontwikkeling van de gemeente Dronten in de komende jaren. Het betreft hierbij een richtinggevend beeld, waarbij de regionale en lokale economie een integraal onderdeel vormt van de algehele economische ontwikkeling. De gemeente en het bedrijfsleven delen een gezamenlijke ambitie en verantwoordelijkheid voor de economische vitaliteit van bedrijven en kernen, met de nadruk op het streven naar toename van werkgelegenheid en welvaart. De SEV richt zich op het creëren van ruimte voor ondernemerschap en innovatie, het genereren van meer banen en het bevorderen van vitale kernen in de gemeente. De werkgelegenheidsgraad in Dronten is relatief laag. Groei van de werkgelegenheid kan voortkomen uit groei van bestaande bedrijven of van lokale starters. Het plan bevat een ontwikkeling van een lokale ondernemer en stimuleert de werkgelegenheid van de gemeente en past derhalve goed binnen het gemeentelijke beleid.

21

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

22

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

Hoofdstuk 4 4.1

Archeologie

4.1.1

Inleiding

Planologische- en milieuaspecten

Het Europees Verdrag inzake de bescherming van archeologisch erfgoed (het verdrag van Valletta, kortweg Malta genoemd) is in 1992 door twintig Europese staten, waaronder Nederland, getekend en werd in 1998 met een goedkeuringswet bekrachtigd. Vervolgens werd het verdrag op 1 september 2007 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Het Verdrag van Valletta (Malta) gaat uit van het in de bodem bewaren van archeologische waarden op de locatie zelf ('in situ'). De achterliggende gedachte is dat de bodem zich nog steeds als de beste bewaarplaats bewezen heeft. Een andere gedachte, die hierbij speelt, is het gegeven dat latere generaties mogelijk over betere technieken van opgraven kunnen beschikken. Malta wil verder bevorderen dat in een zo vroeg mogelijk stadium van ruimtelijke ordening al rekening wordt gehouden met archeologische waarden. Tenslotte gaat het verdrag uit van het beginsel 'de veroorzaker betaalt'. Dat wil zeggen dat degene die de bodem wil verstoren het archeologisch (voor)onderzoek en de eventuele opgraving zelf moet betalen. 4.1.2

Onderzoek

In het kader van wijzigingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)' is onderzoek gedaan naar archeologie. Het wijzigingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)' is te bekijken op www.ruimtelijkeplannen.nl. Uit het hiervoor uitgevoerde archeologisch onderzoek blijkt dat er in de toplaag zich geen archeologisch kostbare zaken te bevinden. Bebouwing met een fundering op staal is daarom hier toegestaan. Doordat er op grotere diepte niet onomstotelijk is bewezen dat zich hier geen historische materialen bevinden, is er door Arcadis een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het voorgenoemde wijzigingsplan. Conclusie van het rapport is dat het onwaarschijnlijk is dat in het plangebied (intacte) resten van prehistorische bewoning aanwezig zijn. Op basis hiervan wordt aanbevolen geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren en het gebied vrij te geven voor de verdere ontwikkeling. 4.1.3

Conclusie

Archeologie is geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ook voor vrijgegeven plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en/of vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 53 van de Monumentenwet 1988, laatste wijziging van 1 september 2007, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

4.2

Bodem

4.2.1

Inleiding

De bodem wordt op vele manieren gebruikt, voor bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, aanleg van wegen en winning van grondstoffen. Om te zorgen dat dit nu en in de toekomst mogelijk blijft, is een duurzaam beheer van de bodem belangrijk. Doordat mensen al vele eeuwen gebruik maakt van de bodem heeft zij overal sporen achtergelaten. Deze sporen zijn terug te zien in het landschap en te vinden op en in de bodem. Door bodemsanering worden de ernstige chemische verontreiniging van de bodem aangepakt. Bescherming van de bodem betekent bovendien het voorkomen dat schone grond verontreinigd raakt en het rekening houden met de eigenschappen van de bodem. Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak.

23

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen In artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. 4.2.2

Onderzoek

In het kader van wijzigingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)' is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het wijzigingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)' is te bekijken op www.ruimtelijkeplannen. Uit deze bodemonderzoeken blijkt dat gezien de vastgestelde bodemkwaliteit er geen risico's zijn voor de volksgezondheid en/of milieu. Voor geen van de gemeten stoffen wordt de interventiewaarde overschreden. Op basis van dit rapport is de grond vanuit milieuhygienisch oogpunt geschikt geacht voor de voorgenomen ontwikkeling. Aangezien er in de tussenliggende tijd geen wijzigingen of ander gebruik heeft plaatsgevonden, is het niet aannemelijk dat de kwaliteit van de bodem is verslechtert en is een nieuw bodemonderzoek niet noodzakelijk. 4.2.3

Conclusie

Het aspect bodem is geen belemmering voor de realisatie van dit plan.

4.3

Water

4.3.1

Inleiding

Het watertoetsproces is sinds november 2003 wettelijk verplicht door de verankering in het Besluit op de ruimtelijke ordening. De watertoets is een proces dat ervoor zorgt dat bij alle ruimtelijke plannen de waterhuishouding voldoende toekomstbestendig is ingericht en alle waterbelangen gewogen worden. In de waterparagraaf van het ruimtelijk plan staat hoe er binnen het plan omgegaan wordt met de waterhuishouding. Uit de waterparagraaf blijkt de betrokkenheid van de waterbeheerder in het planproces en de wijze waarop het wateradvies van de waterbeheerder is meegenomen in de uitwerking van het plan. In deze afweging worden de gevolgen van het plan voor het beheer van het watersysteem aangegeven en de benodigde maatregelen bepaald voor een toekomstbestendige waterhuishouding, waarin onder andere aspecten als waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit geborgd zijn. Ter kennisgeving: Er zijn drie mogelijke procedures voor de watertoets. De effecten van het plan op de waterhuishouding bepalen welke procedure geldt. Bij de procedure geen waterschapsbelang kan de toetsing volledig digitaal doorlopen worden. De korte procedure is voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding.

Bij de korte en normale procedure is informeel vooroverleg met Waterschap Zuiderzeeland nodig. Op basis van inhoudelijk beoordeling van de ontwikkeling is de normale procedure van toepassing voor de watertoets.

24

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

Wet- en regelgeving en beleid Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de implementatie van de Omgevingswet verandert de wet- en regelgeving voor ruimtelijke projecten. De wet vervangt vele wetten en gaat uit van een integrale benadering van alle aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals ruimtelijke ordening, milieukwaliteit, natuur, bodem én water. Water is een essentieel onderdeel van onze leefomgeving. Belangrijke opgaven zijn het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Zeker in samenhang met het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit. De Omgevingswet beschrijft wat onder het beheer van een watersysteem valt. Het beheer is gericht op: -

het voorkomen en waar nodig waterschaarste, in samenhang met;

beperken

van

overstromingen,

wateroverlast

en

-

het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en;

-

de vervulling van de aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies.

Het waterschap neemt regels over waterstaatswerken op in de waterschapsverordening. Hierin is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren, de zogenaamde waterstaatswerken, en staan regels over het beheer en onderhoud. Vanaf januari 2024 heeft deze de Keur en de Algemene regels bij de Keur vervangen. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de ‘watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De Waterwet is nagenoeg geheel opgegaan in de Omgevingswet.

25

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen Programma’s Water en Ruimte In een programma leggen het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten maatregelen vast om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken. Het onderwerp ‘ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water’ is daarbij een belangrijk onderdeel. Centraal hierin staat het werken aan schoon, veilig en voldoende water, dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de natuur, de landbouw en de scheepvaart. Programma’s zijn, in tegenstelling tot omgevingsvisies, meer gericht op uitvoering op korte termijn. En waar in de omgevingsvisie vooral een integrale benadering van belang is, richten programma’s zich vaak op slechts één of een paar onderdelen van de fysieke leefomgeving. De vastgestelde maatregelen in programma’s zijn een uitwerking van het globale beleid dat in omgevingsvisies over water en ruimte is opgenomen.

Er zijn een aantal verplichte programma’s waarin maatregelen over ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water kunnen staan: Nationaal waterprogramma (Rijk) – gericht op het beheer van rijkswateren Regionaal waterprogramma (provincie) – gericht op regionale oppervlaktewaterlichamen, grondwaterlichamen en waterwinlocaties Waterbeheerprogramma (waterschap) – gericht op de watersystemen in beheer bij het waterschap. Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema’s en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgen dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater. Thema Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een primaire waterkering.

Voor het onderdeel primaire waterkering zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Het plangebied ligt niet buitendijks. Voor het onderdeel regionale waterkeringen zijn geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Thema Voldoende Water Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunten Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat voldoet aan de normering voor wateroverlast. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. De situatie van het beheergebied begin 2013 is de nulsituatie. De compensatieplicht geldt voor de netto toename van het verhard oppervlak vanaf de nulsituatie.

26

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen Genoemde beleidsregel wordt herzien met een verwachte vaststelling rond 2027. Daarbij wordt ook de bergingsnorm geactualiseerd in lijn met de meest recente KNMI-klimaatscenario’s en neerslagstatistieken. De bestaande statistische norm maakt dan plaats voor de methodiek in de vorm van een universele norm die toepasbaar is voor open water én alternatieve waterberging. Voor een klimaatbestendige leefomgeving, nu en in de toekomst, is voldoende ruimte voor water cruciaal. In dit licht vragen wij initiatiefnemers uitdrukkelijk om nu al uit te gaan van de advies-bergingsnorm. Deze is gebaseerd op KNMI-klimaatscenario’s van 2023 en bijbehorende neerslagstatistiek: 11 m³/100 m² toename verhard oppervlak. Bij de aanleg van oppervlakkige berging in de vorm van bijvoorbeeld infiltratiebermen of wadi's is de bergingsnorm niet toepasbaar. Met behulp van een maatwerkberekening moet worden aangetoond dat de alternatieve berging bij maatgevende gebeurtenissen voldoende compensatie biedt. De huidige afvoersituatie mag niet verslechteren Het plangebied ligt in stedelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling toe. Deze toename is groter of gelijk aan 750 m². Hiervoor is compensatie noodzakelijk.

Op de huidige (onbebouwde) locatie wordt een bedrijfshal gerealiseerd ter grootte van circa 5.860 m², en er zal rondom terreinverharding worden aangebracht. Het totaal aan verhard oppervlak zal hierdoor toenemen met ongeveer 14.220 m². Waar mogelijk zullen (een gedeelte van de) 134 parkeervakken met waterdoorlatende verharding worden uitgevoerd waardoor de hoeveelheid verhard oppervlak mogelijk verlaagd kan worden met ongeveer 850 m 2. Voor de wijze van compensatie en de uitwerking van de benodigde hoeveelheid kubieke meter waterberging is rekening gehouden met de uitgangspunten in het vastgestelde wijzigingsplan ‘Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)’. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk “4.3.2 Onderzoek" van deze waterparagraaf. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties.

Randvoorwaarden goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. De beoogde ontwikkeling brengt mogelijk wijzigingen in het bestaande watersysteem tot stand zoals deze is vastgesteld in het wijzigingsplan ‘Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)’. Zie voor een nadere toelichting hoofdstuk “4.3.2. Onderzoek” van deze waterparagraaf. Thema Schoon water Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron.

27

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen Randvoorwaarden Conform de Waterwet (Ww) is het verboden om zonder vergunning afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in welke vorm dan ook te brengen in oppervlaktewateren. Schoon hemelwater mag zonder waterstaatswerk direct geloosd worden op oppervlaktewater. Als hiervoor een voorziening zoals een drain of buis wordt aangebracht is hiervoor een vergunning nodig. De voor demping van bestaande watergangen gebruikte materialen moeten voldoen aan de eisen uit het "Besluit bodemkwaliteit (BBK)" en/of de Waterbodemkwaliteitskaart van waterschap Zuiderzeeland. Aan lozingen in oppervlaktewater als gevolg van uitlogende materialen verwerkt in bouwwerken (bijvoorbeeld zinken of koperen daken) kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. Lozingen op kwetsbaar water van alle typen oppervlakken gemaakt van uitlogende materialen kunnen worden verboden door het waterschap. Bij de inrichting van het watersysteem zijn alleen milieuvriendelijke, niet-uitlogende en gecertificeerde materialen toegestaan. Voor beschoeiing geldt aanvullend dat de materialen niet-oxideerbaar zijn. Het verdient de voorkeur om bij de inrichting van nieuwe terreinen preventieve maatregelen te nemen die onkruidbestrijding met behulp van chemische bestrijdingsmiddelen zoveel mogelijk voorkomen.

Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op straatverharding dient uitsluitend volgens wettelijke gebruiksvoorschriften en met wettelijk verplichte DOB-methode te worden toegepast. Bij de DOB-methode wordt minder bestrijdingsmiddel gebruikt met als resultaat dat er minder verontreinigingen naar het oppervlaktewater afstromen. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de regulering of behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Verontreiniging van het oppervlaktewater door afvalwater (huishoudelijk afvalwater, vervuild hemelwater en bedrijfsafvalwater) wordt voorkomen. Uitgangspunt(en) Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt geloosd, zo nodig voorafgegaan door een lokale zuivering. Bij nieuwbouwgebieden (bijvoorbeeld woonwijk, industrieterrein) is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. Voor bestaand gebied wordt gestreefd naar het afkoppelen van niet-vervuild verhard oppervlak van het rioolstelsel. Het ombouwen van bestaande gemengde rioolstelsels naar gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur.

Afstromend hemelwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Het afstromend hemelwater van de daken en overige verharde oppervlakken (waaronder de parkeerplaatsen) zal worden aangesloten en/of afvloeien op het gescheiden rioleringsstelsel in de Stoppelploeg. Vanuit daar wordt het afgevoerd naar twee (reeds) gerealiseerde waterbergingen aan de zuidzijde van de Stoppelploeg, tegen de N709 gelegen. Het hemelwater wordt geborgen en/of geïnfiltreerd in deze bergingsvoorzieningen. Stoffen of deeltjes die met het hemelwater meegenomen worden, krijgen in de voorziening tijd om te bezinken, hierdoor wordt het water gezuiverd alvorens het in het watersysteem terecht komt. Vanuit de bergingsvoorziening stroomt het water richting de kavelsloot aan de oostzijde van het bedrijventerrein Oldebroekerweg. Deze kavelsloot is vervolgens aangesloten op de Hoge Vaart. Het afvalwater zal worden aangesloten op het huidig DWA-riool in de Stoppelploeg. Dit DWA-riool loopt via de Rister en is dan gekoppeld aan het DWA-riool in de Wentelploeg.

28

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

4.3.2

Onderzoek

De beoogde ontwikkeling maakt onderdeel uit van het bedrijventerrein Oldebroekerweg. In het kader van de watertoets is ten behoeve van het wijzigingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)' een berekening van de aan te leggen waterberging gemaakt op grond van het Waterkader van Waterschap Zuiderzeeland voor bedrijventerreinen waarvoor nog geen inrichtingsplan is uitgewerkt. Hierbij is het principe “waterneutraal bouwen” gevolgd. Het bedrijventerrein heeft een oppervlakte van 14.98 ha. Van dit oppervlak is de zone aan oost- en zuidzijde bestemd voor groen en water (totaal 1,78 ha). De oostzijde grenst aan de boogde ontwikkeling van dit plan. Voor het overige uitgeefbaar gebied van in totaal 13,2 ha, is daarbij uitgegaan van een verhard oppervlak van 90% van het uitgeefbaar terrein. De beoogde ontwikkeling van het huidige plan (groot ca. 15.860 m 2) maakt onderdeel uit van de 13,2 ha aan overig uitgeefbaar gebied. In de berekening van de compensatieopgave van het wijzigingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)' is dus rekening gehouden met 90% verharding van het huidige plangebied, wat neerkomt op 14.274 m 2 aan verharding. Voor de compensatieopgave van het in het huidige plangebied te realiseren verharding van ongeveer 14.274 m2 als omschreven in hoofdstuk “4.3.1.

Inleiding”, is dus al rekening gehouden in de bestaande waterbergingen aan de zuidzijde van het bedrijventerrein Oldebroekerweg. Deze waterbergingen hebben een bergingscapaciteit van ongeveer 7.093 m3 met een eis van 6.650 m3. Door het toepassen van waterdoorlatende verharding, zoals grasbetonklinkers ter hoogte van de 134 parkeervakken, zou de benodigde compensatieopgave nog kunnen worden verminderd. Op basis van de waterschapsverordening is compensatie noodzakelijk voor het plan waarbij rekening gehouden wordt met de reeds aangelegde waterberging. De berekening, het ontwerp en realisatie van de definitief benodigde compensatie zal nader worden uitgewerkt in afstemming met Waterschap Zuiderzeeland. Bij de uitwerking van het bouwplan wordt ook rekening gehouden met het aspect water door het bouwpeil voldoende hoog te leggen. Ook wordt bij de omgevingsaanvraag aangetoond dat hemelwater op eigen perceel wordt geïnfiltreerd of wordt afgevoerd naar de waterbergingen zuidelijk gelegen van het plangebied. Het wijzigingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)' is te bekijken op www.ruimtelijkeplannen.nl.

29

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

Afbeelding 4.1: Huidige plangebied (in rood omlijnd) met de gerealiseerde waterbergingen in de paarse cirkel voor berging van het hemelwater.

4.3.3

Conclusie

Het aspect water is geen belemmering voor de realisatie van de plannen.

30

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Inleiding

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. 4.4.2

Onderzoek

In de Risicoberekening behorend bij het wijzigingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)' zijn berekeningen uitgevoerd voor zowel het plaatsgebonden risico als het groepsrisico. Het wijzigingsplan 'Uitbreiding bedrijventerrein Oldebroekerweg Biddinghuizen (9062)' is te bekijken op www.ruimtelijkeplannen.nl. Dit heeft geleid tot het volgende.

31

Ruimtelijke onderbouwing Stoppelploeg / Ploegschaar, Biddinghuizen Voor de buisleiding is een plaatsgebonden risicocontour berekend. Dit is een grenswaarde voor de bouw van kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Op één plek in het plangebied ontstaat een plaatsgebonden risicocontour. Conclusie is dat het plaatsgebonden risico geen belemmering vormt voor het mogelijk maken van de nieuwe ontwikkelingen, mits op de locatie van de 10-6 risicocontour (bestemming 'Verkeersdoeleinden') geen kantoorpanden groter dan 1.500 m² worden gebouwd. Dit plan staat in het uiterste geval maximaal 2.000 m 2 kantoor bij een bedrijf toe binnen de bestemming 'Bedrijventerrein'. Aangezien het kantoorgedeelte van het initiatief grotendeels buiten de 10-6 risicocontour (bestemming 'Verkeersdoeleinden') valt, is de maximale oppervlakte kantoor minder dan 2.000 m 2 en derhalve geen belemmering. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit ten gevolge van het vrijkomen van toxische en/of brandbare stoffen zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1139/documents/19089