Jaarstukken 2025 technische vragen en toezeggingen.pdf
Tekst van het document
Dit effect werkt direct door in de financiële positie van de grondexploitaties, in tegenstelling tot de exploitatie waar sprake is van een herschikking via treasury.
56. Overhead (VVD) Vraag Overhead wijkt 481k af. Welke onderdelen veroorzaken dit? Welke KPI's worden voor overhead gehanteerd? (p. 8) Antwoord Bij de afwijkingen per pakket is aangegeven waardoor afwijkingen zijn veroorzaakt. Dit geldt ook voor de afwijkingen op pakket 0C Overhead.
Technische vragen Jaarstukken 2025
24
De kosten van overhead worden uitgedrukt in een percentage van het totaal van de lasten exclusief toevoegingen aan reserves. In 2025 is dit percentage in werkelijkheid minder dan het begrote percentage. Echter, het werkelijke percentage is over de jaren 2022 tot en met 2025 stabiel gebleven (13%).
57. Digitale dienstverlening en informatiehuishouding (VVD) Vraag Welke concrete deliverables zijn er in 2025 opgeleverd? (vb betere data kwaliteit) (p. 5) Antwoord Zie het antwoord op vraag 1.
58. Burgerzaken (VVD) Vraag Vraag over indicator 3: hoe wordt dit geïnterpreteerd? Wordt het antwoord 'we kunnen u helaas niet helpen' ook als een afgehandeld antwoord gezien? Hoe wordt er beoordeeld dat een inwoner geholpen is? (p. 18) Antwoord De vraag wordt als afgehandeld antwoord gezien als: 1. De vraag van de inwoner is beantwoord en opgelost. 2. We hebben aangegeven dat de vraag niet door de gemeente kan worden beantwoord of opgelost, maar we de inwoner hebben doorverwezen naar de juiste instantie. We vragen daarbij altijd of we nog iets voor de inwoner kunnen doen. Bij contact via chat of contactformulier kunnen inwoners feedback geven over hun tevredenheid. In 2026 willen we dit ook invoeren voor de kwaliteit van de telefoongesprekken.
59. Regionale samenwerking (VVD) Vraag Wat waren de concrete outputs (producten/besluiten), wat kostte dat (extern/intern) en welke kpi's gebruikt u om rendement te meten? (middelen, invloed, versnelling, dossiers) (p. 16) Antwoord De regionale samenwerking heeft in de afgelopen periode geleid tot concrete resultaten, waaronder de actualisatie van de uitvoeringsagenda SAF, de Drontense Regio Dealaanvraag, actieve deelname aan diverse programmalijnen en regionale trajecten (bijv. NOVEX, RIA, enz.), de gezamenlijke lobbybrief met Gemeente Kampen en betrokken overheden omtrent de N50, Defensie, enzovoorts. De inzet bestaat uit zowel interne ambtelijke en bestuurlijke capaciteit als externe bijdragen aan regionale samenwerkingsverbanden en trajecten. Een deel hiervan is zichtbaar via programmabudgetten en bijdragen; een ander deel maakt onderdeel uit van reguliere beleids- en bestuursprocessen en is daardoor niet afzonderlijk toe te rekenen.
Technische vragen Jaarstukken 2025
25
Het rendement van regionale samenwerking wordt beoordeeld op zowel concrete resultaten als strategische meerwaarde, afgeleid van het vigerende coalitieakkoord en staand beleid van uw raad. Daarbij wordt gekeken naar: • Verwerving van externe middelen; • Toegevoegde waarde van gezamenlijke trajecten (vanuit de MJA Zwolle en de SAF); • Voortgang en versnelling van regionale dossiers (bijvoorbeeld het dossier N50) en maatschappelijke vraagstukken (bv. netcongestie); • Bestuurlijke invloed en gezamenlijke agendering waardoor Drontense doelen effectiever worden bereikt; • Bijdrage aan gemeentelijke en regionale strategische doelen. Omdat regionale samenwerking ook gericht is op langetermijneffecten, zoals versterkte positionering en invloed op provinciale en landelijke besluitvorming, zijn veel van de opbrengsten niet direct financieel meetbaar. In de strategie regionale samenwerking die momenteel wordt opgesteld, wordt daarom expliciet aandacht besteed aan het in kaart brengen van mogelijkheden voor sturing, evaluatie en monitoring.
60. Dronten marketing (VVD) Vraag Wat is de opdracht die bij Dronten Marketing ligt? Welke opdracht krijgen ze van de gemeente? (geen paginanummer) Antwoord Dronten Marketing heeft als opdracht om het merk en het verhaal van Dronten structureel te ontwikkelen, te beheren en uit te dragen. Dronten Marketing werkt daarbij aan drie samenhangende doelstellingen: 1. Het versterken van de erkenning en herkenning van het verhaal van Dronten; 2. Het vergroten van de bekendheid en het (gewenste) imago van Dronten; 3. Het versterken van de verbinding en trots onder inwoners, ondernemers en organisaties. In de uitvoering van deze opdracht richt Dronten Marketing zich op het vergroten van de zichtbaarheid, samenhang en herkenbaarheid van Dronten als gemeente van vandaag en morgen. Daarbij vervult Dronten Marketing nadrukkelijk de rol van regisseur en verbinder: zij ontwikkelen en bewaken het gezamenlijke verhaal, faciliteren de bijbehorende (communicatie)platforms en zorgen voor consistentie en samenhang in de externe profilering van Dronten. Partners, ondernemers en organisaties worden uitgenodigd om binnen deze kaders aan te haken en eigen initiatieven te ontplooien.
61. BOA (PvdA/GL) Vraag Gelet op de komende jaren en de taken (nieuwe boa-bestel): is er voldoende capaciteit om dit uit te voeren? En vraagt dit om keuzes in prioriteiten? (PvdA/GL) Antwoord Binnen het nieuwe boa-bestel is op dit moment geen sprake van een uitbreiding van het takenpakket voor de boa’s. De dagelijkse werkzaamheden veranderen daardoor naar verwachting beperkt. Op basis van de huidige taken en beschikbare formatie is de capaciteit op dit moment voldoende om uitvoering te geven aan de reguliere werkzaamheden.
Technische vragen Jaarstukken 2025
26
Wel is het van belang om de ontwikkelingen binnen het nieuwe boa-bestel goed te blijven volgen. De nieuwe landelijke eisen aan boa’s, onder andere op het gebied van opleiding, training en geweldbeheersing, kunnen invloed hebben op de beschikbare inzetbare capaciteit. Opleidings- en trainingsuren gaan immers ten koste van de feitelijke inzetbaarheid op straat. De grootste impact ligt daarmee naar verwachting niet zozeer in extra taken, maar in de mogelijke gevolgen voor planning, inzetbaarheid en continuïteit van de boa-capaciteit. Deze ontwikkelingen worden, waar relevant, ook in regionaal verband gevolgd en besproken, zodat de implementatie van het nieuwe boa-bestel zorgvuldig kan plaatsvinden en ervaringen en aandachtspunten met elkaar kunnen worden gedeeld. Als blijkt dat deze ontwikkelingen structureel druk zetten op de beschikbare capaciteit, kan dit in de komende jaren aanleiding zijn om keuzes te maken in prioritering of om de benodigde capaciteit opnieuw te bezien. Vooralsnog is er dus geen directe aanleiding om prioriteiten te herzien. Wel blijft dit nadrukkelijk een aandachtspunt bij de verdere uitwerking van het nieuwe boa-bestel en de inzet van handhaving in de komende jaren.
62. Arbokosten (CDA/VVD) Vraag Vraag over de extra Arbokosten, deze waren € 118.000. Vraag is waar deze extra kosten in zitten. In de toelichting wordt aangegeven dat er veel spreekuren zijn geweest, extra SMT’s en een uitgebreide verzuimanalyse. Kan er in de kosten nog een onderscheid gemaakt worden, waardoor helder wordt wat de opbouw is? (p. 28) Antwoord De extra Arbokosten worden veroorzaakt door de extra inzet van deskundigen vanuit de ArboUnie en extra inzet van de bedrijfsmaatschappelijk werker. De kosten voor de bijdrage vanuit de ArboUnie voor de verzuimanalyse bedroegen in deze periode € 4.000, de extra kosten voor de ArboUnie zitten daarmee met name in de Arbodienstverlening (waaronder spreekuren en SMT's).
Technische vragen Jaarstukken 2025
27
Toezeggingen raad inzake Jaarstukken 2025 Onderstaand treft u de beantwoording van de vragen aan.
63. Effecten digitalisering Vraag Wat zijn zichtbare effecten omtrent digitalisering? Dit wordt namelijk benoemd in een antwoord op een technische vraag. Antwoord De effecten van digitalisering en de verbetering van de informatiehuishouding worden steeds concreter merkbaar (zichtbaar) zowel voor inwoners, medewerkers als bestuur onder andere in: • Snellere en consistenter verlopende processen Informatie is beter beschikbaar en processen zijn meer gestandaardiseerd, waardoor minder handmatige handelingen nodig zijn en doorlooptijden beter voorspelbaar worden. • Betere vindbaarheid en beschikbaarheid van informatie Medewerkers kunnen informatie sneller terugvinden en gebruiken, wat direct bijdraagt aan een snellere beantwoording van vragen (bijvoorbeeld bij Woo-verzoeken of klantvragen). • Minder fouten en herstelwerk Door betere dossiervorming en digitale vastlegging neemt het aantal fouten af en is minder correctiewerk nodig. • Betere samenwerking binnen de organisatie Digitale werkprocessen en een gedeelde informatiebasis zorgen ervoor dat teams efficiënter samenwerken en minder afhankelijk zijn van losse systemen of individuele kennis. • Meer grip op naleving van wet- en regelgeving Denk aan Woo, Archiefwet en AVG: informatie wordt structureler vastgelegd en beheerd, waardoor risico’s afnemen en verantwoording beter mogelijk is.
• Continuïteit van dienstverlening Digitale voorzieningen zijn stabieler en beter ingericht, waardoor dienstverlening minder afhankelijk is van individuele medewerkers en beter doorgaat bij piekbelasting of uitval.
64. Samenwerking regio Zwolle Vraag Samenwerking met regio Zwolle: hoe staat het met het voorstel tot evaluatie hierover? Antwoord In de jaarstukken wordt inderdaad verwezen naar het heroverwegen van deelname in de programmalijnen op basis van evaluatie. Voor de programmalijn Arbeid heeft inmiddels een gerichte evaluatie plaatsgevonden samen met de DUN gemeenten, waarbij is gekeken naar de bijdrage aan de opgaven en ambities van Dronten. Dat heeft geleid tot het besluit van het college om per 2027 uit deze pijler te stappen. Uw raad is hierover via een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Zoals in het coalitie akkoord is opgenomen wil het college gericht samenwerken en inzetten op belangenbehartiging die het meest bijdraagt aan de lokale opgaven. Zoals ook eerder met uw raad gedeeld, werken wij aan een position paper in 2026.
Technische vragen Jaarstukken 2025
28
Daarin willen wij scherper bepalen bij welke regionale en bovenregionale opgaven, samenwerking voor Dronten meerwaarde heeft en op welke wijze wij daarin participeren. Dat document biedt daarmee ook een logisch moment om in samenhang naar de samenwerking te kijken en het gesprek met uw raad te voeren over de regionale samenwerking. Aanvullend daarop loopt op dit moment een evaluatie van het proces rondom de aanvraag van de Regiodeal. In dat kader worden ook betrokkenen binnen de gemeente Dronten geïnterviewd. Dit proces is nog gaande en de gesprekken moeten deels nog plaatsvinden. De uitkomsten worden naar verwachting pas later dit jaar beschikbaar. In het meest recente algemeen bestuur van Regio Zwolle is vanuit de vertegenwoordigers van de DUN-gemeenten ook expliciet aandacht gevraagd voor deze evaluatie.
65. Ondernemerstevredenheid Vraag 1. In het 4e kwartaal van 2025 is onderzoek gedaan naar ondernemerstevredenheid. Er staat geen cijfer ingevuld, weet het college hoe de ondernemers de dienstverlening hebben ervaren? 2. Hoe zit het nu met wat er in de begroting staat? Is dat een streefwaarde? Antwoord 1. Bij het opstellen en invullen van de jaarstukken teksten was de definitieve uitkomst van het onderzoek helaas nog niet bekend, waardoor er op dat moment geen cijfer kon worden ingevuld. Inmiddels zijn de definitieve resultaten wel bekend en is het volledige onderzoeksrapport als bijlage bij deze beantwoording gevoegd. Het college heeft via de resultaten van deze brede ondernemerspeiling (104 respondenten) een goed en bruikbaar beeld gekregen. De algehele conclusie is dat de Drontense ondernemers de inzet van ons team Economische Zaken (EZ) goed waarderen. Deze waardering is door onderzoeksbureau Lexnova gekwalificeerd as vergelijkbaar met het cijfer 7. Het gaat hierbij om een samenvattende interpretatie van het totaalbeeld en niet om een expliciet gemeten rapportcijfer uit het onderzoek zelf. De belangrijkste resultaten op een rij: Positieve ervaringen: Ondernemers zijn zeer tevreden over de digitale en telefonische bereikbaarheid en de klantgerichtheid van de gemeente.
Ook de gemeentelijke investeringen in parkeervoorzieningen, evenementen en de aanpak rondom veiligheid en onderhoud van de bedrijventerreinen worden bovengemiddeld gewaardeerd. Aandachtspunten: De snelheid van de algehele dienstverlening, het nemen van initiatieven en het inlevingsvermogen in/begrip voor de ondernemerspraktijk scoren benedengemiddeld. Het proces rondom vergunningverlening komt hierbij naar voren als een specifiek aandachtspunt dat extra aandacht vraagt. Dit zal in nauw overleg met de afdeling vergunningverlening worden opgepakt. Het traditionele MKB-tevredenheidsonderzoek, zoals dat in het verleden door een externe partij met een landelijke ranglijst werd uitgevoerd, wordt landelijk niet meer als zodanig gedaan. Lexnova geeft geen rangorde in cijfers meer aan en er vindt geen vergelijking met andere gemeenten plaats. Wel is de methodiek van het landelijke onderzoek gebruikt als basis voor deze gerichte, lokale peiling.
Technische vragen Jaarstukken 2025
29
2. Het cijfer 7 is de formele streefwaarde die in onze beleids- en begrotingsstukken is vastgelegd. Op basis van de inmiddels bekende peiling concluderen wij dat deze gewenste streefwaarde met een zekere betrouwbaarheid is behaald. Voor de juiste interpretatie van deze score geldt de volgende nuancering: • Signaal- en richtinggevend: De 104 ingevulde enquêtes geven een waardevol indicatief beeld, maar vormen door de open, vrijwillige verspreiding geen volledig representatieve afspiegeling van alle ondernemers in Dronten. Op brancheniveau sluit de respons redelijk aan bij de populatie. • Afwijking in bedrijfsgrootte: Bedrijven met 10 of meer werknemers zijn duidelijk oververtegenwoordigd in de respons, terwijl kleine werkgevers (2 tot 9 werknemers) ondervertegenwoordigd zijn ten opzichte van de werkelijke populatie. Vervolg Het college gebruikt de signalen om onze dienstverlening verder te optimaliseren. De geconstateerde aandachtspunten – met name de combinatie van proactieve afstemming, klantgerichtheid en het tonen van initiatief – worden direct geïntegreerd in de lopende ambtelijke werkwijze. Ook wordt ingezet op nieuwe instrumenten waar ondernemers in de peiling positief op hebben gereageerd, zoals een periodieke kwartaalnieuwsbrief, een ondernemersagenda en de menukaart voor ondernemers ('het koffertje').
66. Basisvaardigheden Vraag Problemen met basisvaardigheden worden vaak van generatie op generatie doorgegeven, tegelijkertijd groeit de gemeente snel. Welk beeld heeft het college van de groep volwassenen die moeite heeft met taal, lezen of digitale vaardigheden, maar die nu nog nauwelijks in beeld is en hoe verhoudt dat zich tot de groei van Dronten? Antwoord Het college van Dronten heeft het beeld dat de groep volwassenen met beperkte basisvaardigheden groter is dan de mensen die daadwerkelijk gebruikmaken van het huidige taalaanbod. Een aanzienlijk deel van deze inwoners is werkzaam, heeft een gezin en functioneert ogenschijnlijk zelfstandig, waardoor zij nauwelijks in beeld zijn bij gemeente of hulpverlening. Kenmerken van deze groep zijn: • Ongeveer 11% van de inwoners van Dronten heeft moeite met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden. Dat komt neer op zo’n 3600 inwoners. Hoewel dit lager is dan het landelijke gemiddelde (22%), blijft het een substantiële groep. • Binnen deze groep heeft 41% kinderen jonger dan 18 jaar, een aandeel dat hoger ligt dan het landelijk gemiddelde (39%). • Daarnaast bestaat 45% uit werkenden. Wat een reden kan zijn waarom deze groep vaak niet vanzelf in beeld komt. Relatie met de groei van Dronten Het college ziet een relatie tussen deze doelgroep en de groeiambitie van de gemeente.
Dronten wil doorgroeien naar circa 60.000 inwoners in 2050, met duizenden nieuwe woningen en een groeiende beroepsbevolking. Deze groei brengt verschillende aandachtspunten met zich mee: • Nieuwe inwoners zullen bestaan uit verschillende doelgroepen, waaronder jonge gezinnen, arbeidsmigranten en mensen die zich vanuit andere regio's vestigen.
Technische vragen Jaarstukken 2025
30
•
Hierdoor neemt de diversiteit toe en groeit ook de behoefte aan taal-, reken- en digitale ondersteuning. Lage basisvaardigheden hebben invloed op participatie, werk, financiële zelfredzaamheid, gezondheid en ouderbetrokkenheid bij de ontwikkeling van kinderen. Daardoor kunnen problemen zich van generatie op generatie voortzetten.
Aandacht vanuit beleid • Vanuit dit beeld kiest het college ervoor om niet alleen te investeren in een toegankelijk formeel en informeel taalaanbod, maar ook in een gemeentelijke gezinsaanpak. Daarbij worden lage basisvaardigheden (waaronder laaggeletterdheid) via scholen, kinderopvang en ouders benaderd, zodat juist de verborgen doelgroep beter wordt bereikt en de overdracht van lage basisvaardigheden naar volgende generaties wordt doorbroken. Kort samengevat: het college gaat ervan uit dat een grote groep volwassenen met beperkte basisvaardigheden momenteel onder de radar blijft. In een groeiende gemeente als Dronten is het daarom noodzakelijk om deze inwoners vroegtijdig en laagdrempelig te bereiken, zodat de groei van de gemeente gepaard gaat met een groei van kansen en zelfredzaamheid voor alle inwoners.
67. Groene schoolpleinen Vraag Groene schoolpleinen: in de technische beantwoording wordt aangegeven dat er momenteel een voorstel in voorbereiding is. Hoe wordt het bedrag voor de groene schoolpleinen teruggezien in de P&C documenten? Het is meermaals overgeheveld. Hoe is dat bedrag verwerkt in deze jaarrekening en wat voor voorstel gaat de raad zien? Antwoord Het raadsvoorstel komt op 8 oktober op de raadsagenda. Hierin adviseren wij wat er met de overgebleven gelden gedaan kan worden. De verwerking van het bedrag in de P&C documenten kunt u teruglezen op bladzijde 77 van de jaarrekening 2025.
68. Bijsturingsmaatregelen afval Vraag Kan het college schetsen welke bijsturingsmaatregelen in 2025 zijn genomen om dichterbij het doel voor restafval te komen? Gezien de stijging van het afgelopen jaar. Antwoord In de evaluatie van het Grondstoffenbeleidsplan 2021–2025 is uw raad uitgebreid geïnformeerd over de gestelde doelen en de behaalde resultaten. De gemeente Dronten heeft alle maatregelen uit de routekaart uitgevoerd. De voorzieningen en de interne bedrijfsvoering zijn op orde, er is maximaal ingezet op communicatie en voorlichting, er wordt datagestuurd gewerkt en er ligt een actueel zwerfafvalbeleidsplan. Bijsturing op korte termijn naar aanleiding van een constatering dat de hoeveelheid restafval toeneemt, is niet mogelijk. In de evaluatie eind 2025 van het Grondstoffenbeleidsplan is uw raad daar uitgebreid over geïnformeerd. In haar algemeenheid wordt permanent ingezet op:
Technische vragen Jaarstukken 2025
31
1. Intensiveren van communicatie en voorlichting • Gerichte campagnes over het scheiden van gft, PMD en oud papier. • Wijkgerichte acties in buurten waar relatief veel restafval wordt aangeboden. 2. Verbeteren van de inzamelvoorzieningen • Extra of beter bereikbare containers voor PMD, glas en textiel. • Goede openingstijden van de milieustraat die aansluiten op het brenggedrag van inwoners. 3. Versterken van handhaving • Controles op vervuiling van gescheiden afvalstromen. • Aanspreken van huishoudens of verhuurders waar structureel verkeerd wordt aangeboden. 4. Gerichte aanpak hoogbouw en appartementen • Extra ondersteuning voor VvE’s en woningcorporaties. • Verbeteren van afvalvoorzieningen bij complexen waar afvalscheiding achterblijft. 5. Meer hergebruik stimuleren • Integratie en afstemming met kringloopvoorzieningen en repaircafé. Dit is onlangs geopend. • Bevorderen van hergebruik van meubels, elektrische apparaten en bouwmaterialen (2e kans container). 6. Analyse van de samenstelling van het restafval • Uitvoeren van sorteeranalyses om vast te stellen welke afvalstromen nog ten onrechte in het restafval terechtkomen. • Op basis daarvan gerichte maatregelen nemen. 7. Samenwerking met scholen en verenigingen • Educatieprogramma’s over afvalscheiding en circulariteit. • Lokale bewustwordingscampagnes via maatschappelijke organisaties.
69. Energiebesparende maatregelen Vraag De gemeente is verantwoordelijk om toe te zien op de verplichting om energiebesparende maatregelen toe te passen. De raad verneemt regelmatig dat in het gemeentehuis het licht aan is van boven naar beneden. Hoe reflecteert het college hierop? Ook naar aanleiding van het rekenkameronderzoek. Antwoord Voor de gemeentelijke gebouwen is er een taakstelling energiebesparende maatregelen. Bij team Services komen regelmatig vragen over de verlichting in het gemeentehuis. Het gemeentehuis is veel ‘doorzichtiger’ geworden met het verdwijnen van de cellenkantoren. Daardoor is ook de verplichte noodverlichting meer zichtbaar. Daarnaast kan er doordeweeks tot 23.00 uur gewerkt worden op de begane grond en de eerste verdieping; de gangverlichting brandt daar en ook het eventueel gebruikte kantoor. Ook is het gemeentehuis de basis voor de BOA’s. Veel gaat automatisch: als de beveiliger of één van de medewerkers van het Servicepunt het alarm inschakelt, gaat de verlichting uit, met uitzondering van die noodverlichting. Het heeft in ieder geval blijvend onze aandacht. Regelmatig kijkt een collega van het ServicePunt ’s avonds of in het weekeinde of het licht brandt en koppelt dat terug. Technische vragen Jaarstukken 2025
32