CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2025 def incl controleverklaring

Beeld- en oordeelsvormende vergadering 18 juni 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 2: Jaarstukken 2025103.982 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 9 van 12

Door de grondexploitaties te actualiseren, geeft de meerjarenprognose het perspectief dat als aanvulling op de jaarrekening een instrument is, waarmee jaarlijks de grondexploitaties nauwlettend kunnen worden geanalyseerd en aangestuurd. Overzicht verschillenanalyse complexen Perspectiefnota 2025 met 2024 In onderstaande tabel is een verdeling gemaakt naar de functies van woningbouw, bedrijventerreinen en bijzondere bebouwing. Verder is per functie een overzicht gegeven van de exploitatieresultaten van de afzonderlijke complexen. Per complex wordt aangegeven wat de boekwaarde, de nog te realiseren kosten en opbrengsten, eindwaarde en startwaarde (01-01-2026) zijn. Behalve de boekwaarde betreft het hier geprognosticeerde waarden. Daarnaast wordt per complex aangegeven wat het verschil in resultaat op startwaarde tussen 01-01-2025 en 01-01-2026 geïndexeerd met 2% zijnde discontofactor is. Jaarstukken 2025 | 192 Nominaal | - = voordeel | + = nadeel | 2% t/m 2025 | + 2,0% disconto | + = verbetering - = verslechtering Complex | 01-01-2026 | Nog te realiseren | Resultaat 01-01-2026 | Res.

01-01-2025 | 1,02 | Verschil 2025 | -2026 Boekwaarde | Kosten | Opbrengsten | Eindwaarde | Jaar Startwaarde('26) | Startwaarde('25) | Startwaarde('25) Woningbouw 034 De Gilden - Het Palet | -2.751.906 | 3.054.972 | 480.000 | -221.152 2026 | -216.816 | -237.191 | -241.935 | -25.119 127 HZ-Havenkade | 967.512 | 1.236.898 | 847.155 | 1.490.102 2028 | 1.404.157 | 1.579.803 | 1.611.399 | 207.242 128 HZ-Rikken De Noord | -381.976 | 1.419.976 | 835.851 | 205.369 2027 | 197.394 | -200.286 | -204.292 | -401.686 129 HZ Havenkade fase 2 | 6.726.351 | 4.838.917 | 7.833.381 | 4.549.859 2030 | 4.120.947 | 4.938.156 | 5.036.919 | 915.972 231 De Graafschap 1e fase | 1.960.851 | 735.842 | - | 2.766.475 2026 | 2.712.231 | 3.194.955 | 3.258.854 | 546.623 232 De Graafschap 2e fase | 1.309.529 | 4.951.388 | 8.651.483 | -2.538.178 2029 | -2.344.884 | -1.721.743 | -1.756.178 | 588.707 Subtotaal | 7.830.362 | 16.237.995 | 18.647.869 | 6.252.475 | 5.873.029 | 7.553.693 | 7.704.767 | 1.831.738 Bedrijventerreinen 155 Delta 5e fase | 2.340.219 | 658.061 | 4.716.158 | -1.927.883 2035 | -1.581.535 | -1.321.026 | -1.347.446 | 234.089 161 Poort van Dronten fase 1 | -2.122.466 | 4.126.677 | 2.306.676 | -350.604 2030 | -317.553 | -375.084 | -382.586 | -65.033 162 Poort van Dronten fase 2 | -488.914 | 496.194 | - | - 2026 | - | - | - | - 285 Oldebroekerweg 1e fase | 502.260 | 79.823 | 598.479 | -4.706 2029 |

-4.348 | - | - | 4.348 382 Tarpan | 135.429 | 224.863 | 457.366 | -99.367 2027 | -95.509 | -54.842 | -55.939 | 39.569 Subtotaal | 366.528 | 5.585.617 | 8.078.679 | -1.998.945 | -1.750.953 | -1.785.972 | 212.973 Bijzondere bebouwing 012 ECU woon/ werk | 1.331.393 | 618.329 | 1.168.463 | 894.998 2029 | 826.839 | 579.526 | 591.117 | -235.722 015 Dronten west centrumgebied | -577.270 | 585.770 | - | -100 2027 | -96 | -2.992 | -3.052 | -2.957 123 HZ-Scholenzone | 2.243.203 | 787.440 | 4.240.052 | -1.301.898 2033 | -1.111.158 | -2.587.392 | -2.639.140 | -1.527.982 124 HZ-Spoorzone | 733.589 | 523.200 | - | 1.325.184 2027 | 1.273.726 | 1.137.133 | 1.159.875 | -113.851 241 GZH Biddinghuizen | 350.760 | 559.032 | 1.152.727 | -231.961 2028 | -218.582 | -231.785 | -236.421 | -17.838 271 Driehoek Baan woon/werk | 387.628 | 5.960 | 407.229 | - 2028 | - | - | - | - 371 Bloemenzoom woon/werk | - | - | - | - 2026 | - | -166.376 | -169.704 | -169.704 Subtotaal | 4.469.303 | 3.079.731 | 6.968.471 | 770.730 | -1.271.887 | -1.297.325 | -2.068.054 Totaal | 12.666.193 | 24.903.342 | 33.695.019 | 4.644.813 | 4.530.853 | 4.621.470 | -23.343 Jaarstukken 2025 | 97 193 194 Jaarstukken 2025 Perspectief grondexploitatie Met het Perspectief (meerjarenprognose) 2025 wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het grondbeleid en de doelstelling van de grondexploitaties.

Hiervoor is naast het verwachte resultaat van de gezamenlijke grondexploitaties bepaald welke risico’s op deze complexen worden gelopen. Aan de hand van de stand van de algemene reserve, voorzieningen, claims en de exploitatieresultaten van de gronden in exploitatie wordt de vermogenspositie (aanwezig weerstandsvermogen) bepaald. Het aanwezige en toekomstige vermogen wordt afgezet tegen het gewenste weerstandsvermogen om zodoende te kunnen bepalen hoe de grondexploitatie ervoor staat. Weerstandsvermogen De stand van de reserves, voorzieningen en claims gecorrigeerd met de exploitatieresultaten en de exploitatierisico’s geeft het toekomstig weerstandsvermogen van de grondexploitaties weer. Met deze uitgangspunten bedraagt het toekomstig weerstandvermogen € 10,7 miljoen positief. Vorig jaar was deze € 12,5 miljoen positief. Het gewenste weerstandsvermogen is per ultimo 2025 becijferd op € 5,3 miljoen. Deze is opgebouwd uit 3 jaar rentelasten over de laatst bekende boekwaarde en een component herontwikkelingskosten zijnde 75% van de personeelslasten voor een periode van 3 jaar. Jaarrekening 2025 / Perspectiefnota 1-1-2026 Stand per 31-12-2025 Verwacht resultaat grondexploitaties (zie 3.3.2) Woningbouw | 5.873.029 Bedrijventerreinen | -1.998.945 Bijzondere bebouwing | 770.730 Resultaat exploitaties | A | 4.644.813 | neg | 4.644.813 Risico's Algeheel expl.

risico's bij 1,0% kostenstijging | 371.000 Afzetrisico stagnatie woningbouw (3 jaar - 10%) | -100.000 Risico geen opbrengstenstijging woningbouw 10 jaar | 800.000 Risico algehele korting van 5% op woningbouw | 1.100.000 Beheersmaatregel risico 20% van de opbrengsten > 10 jaar | - 2.171.000 Projectgebonden risico's | 900.000 Subtotaal | B | 3.071.000 | neg | 3.071.000 Totaalstand exploitaties | 7.715.813 Reserves, voorzieningen en claims Algemene reserve grex 1-1-2025 (inclusief rente 2025) | - Resultaat grondexploitatie 2025 (na toepassing POC methode) | -2.061.055 Correctie bestem. reserve Niet afgesloten exploitaties (POC) | - Correctie bestem. reserve Hanzekwartier | -408.139 Resultaat voor dotatie | -2.469.194 Saldo(ont/dot) bestem. reserve Niet afgesloten exploitaties POC | - Dotatie reserve AD** | 2.469.194 Dotatie bestem.

reserve Hanzekwartier | - Stand algemene reserve per 31-12-2025 | - bestemmingreserves | -7.897.970 voorzieningen bouwgrondexploitatie | -10.535.294 Aanwezige vermogen per 31-12-2025/1-1-2026 | -18.433.264 Claims op algemene reserve | - Claims op bestemmingsreserve | - Subtotaal | C | -18.433.264 | pos | -18.433.264 Toekomstig weerstandsvermogen | A+B+C | -10.717.451 Gewenst weerstandsvermogen | -5.257.000 Saldo | -5.460.451 **Onder voorbehoud raadsbesluit Jaarstukken 2025 | 195 Resultaat Alle complexen in exploitatie genomen gronden kennen gezamenlijk een boekwaarde van € 12,7 miljoen. De gezamenlijke grondexploitaties laten een gecalculeerd negatief resultaat zien van circa € 4.6 miljoen. Complex | Boekwaarde 31-12-2025 | Nog te realiseren | Resultaat op startwaarde ('26) Kosten | Opbrengsten Woningbouw | 7.830.362 | 16.237.995 | 18.647.869 | 5.873.029 tekort Bedrijventerreinen | 366.528 | 5.585.617 | 8.078.679 | -1.998.945 overschot Bijzondere bebouwing | 4.469.303 | 3.079.731 | 6.968.471 | 770.730 tekort Subtotaal | 12.666.193 | 24.903.342 | 33.695.019 | 4.644.813 tekort Risico’s Om de risico’s die het exploiteren van gronden met zich meebrengen te kunnen opvangen, dient bij de huidige stand van de grondexploitaties een buffer aanwezig te zijn van € 3,1 miljoen, bestaande uit € 2,2 miljoen algehele exploitatierisico’s en € | 0,9 miljoen projectgebonden risico’s.

Voorzieningen en reserves Ten behoeve van de grondexploitaties welke een tekort vertonen, dient een voorziening getroffen te worden. Op basis van het Perspectief 2026 worden de te treffen voorzieningen per 31 | december 2025 verlaagd met € 1,1 miljoen tot € 10,5 miljoen. De stand van de reserves per 31 | december 2025 is € 7,9 miljoen en bestaat uit 2 reserves: bestemmingsreserve | Niet Afgesloten Exploitaties (POC) | en bestemmingsreserve | Hanzekwartier. In onderstaande tabel is weergegeven de stand van de huidige bestemmingsreserves en voorzieningen. Bestemmingsreserves | Stand | Mutaties | Rente 0,0% | Mutaties | Stand per 1-1-2025 | 1-1-2025 | 2025 | 31-12-2025 Bestemmingsreserve Niet | -5.000.000 | - | - | - | -5.000.000 afgesloten exploitaties (POC) Bestemmingsreserve HZ (rb | -3.306.109 | - | - | 408.139 | -2.897.970 grex 123) Totaal | -8.306.109 | - | - | 408.139 | -7.897.970 | -7.897.970 Voorzieningen | Stand | Benodigd | Discontovoet | Mutaties | Stand per voorz.

| 31-12-2025 | 2,00% | 2025 | 31-12-2025 1-1-2025 012 ECU woon/ werk | -579.527 | -826.839 | -11.591 | 235.722 | -826.839 124 HZ-Spoorzone | -1.137.133 | -1.273.726 | -22.743 | 113.851 | -1.273.726 127 HZ-Havenkade fase 1 | -1.579.803 | -1.404.157 | -31.596 | -207.242 | -1.404.157 128 HZ-Rikken De Noord | - | -197.394 | - | 197.394 | -197.394 129-HZ Havenkade fase 2 | -4.938.156 | -4.120.947 | -98.763 | -915.972 | -4.120.947 231 De Graafschap - 1e fase | -3.194.955 | -2.712.231 | -63.899 | -546.623 | -2.712.231 Totaal | -11.429.572 -10.535.294 | -228.591 | -1.122.870 | -10.535.294 -10.535.294 Jaarstukken 2025 | 196 197 Jaarstukken 2025 Paragraaf Wet open overheid (Woo) Algemeen Op 1 mei 2022 is de Wet Open overheid (Woo) in werking getreden. In artikel 3.5 van de Woo is voorgeschreven dat gemeenten in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen over de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. De openbaarheidsparagraaf Woo dient in de begroting en jaarrekening te worden opgenomen via een afzonderlijke paragraaf. Met deze paragraaf voldoen we aan de wettelijke voorschriften. Beleid Wat wilden we bereiken? In de Programmabegroting 2025 is opgenomen dat de minister een Woo-index ontwikkelt.

Deze Woo-index vereist een eigen publicatiemogelijkheid en zorgt voor een gecentraliseerde indexatie van openbaar gemaakte informatie van overheidsorganen. Vooralsnog maakt de gemeente gebruik van de gemeentelijke website voor het publiceren van Woo-informatie. Het doel voor 2025 was om te zorgen dat de gemeente Dronten voldoet aan de actieve openbaarmakingsverplichtingen van de Woo, gericht op het verkennen van een meer generieke publicatievoorziening die aansluit bij de verdere ontwikkeling van het informatielandschap van de gemeente Dronten. Aansluiting op de Woo-index was hierbij nadrukkelijk één van de mogelijke opties. Wat hebben we bereikt? Op 1 november 2024 is de eerste tranche van de Woo in werking getreden. In dit kader heeft de gemeente de eerste vier verplichte informatiecategorieën actief openbaar gemaakt. Het betreft de volgende categorieën: algemeen verbindende voorschriften, overige besluiten van algemene strekking, organisatie en werkwijze en de bereikbaarheidsgegevens. De categorieën Organisatie en werkwijze en Bereikbaarheidsgegevens worden ontsloten via het Register van Overheidsorganisaties (ROO). Voor gemeenten worden deze gegevens aangeleverd en beheerd via de VNG. Met ingang van 1 januari 2025 publiceert de gemeente alle Woo-besluiten online. Deze zijn te raadplegen via de volgende link: https://www.dronten.nl/ingediende-woo- verzoeken/.

Hiermee is invulling gegeven aan de doelstelling om Woo-informatie structureel en toegankelijk openbaar te maken. Paragraaf subsidies Algemeen De gemeente verleent subsidies om bepaalde doelen te bereiken. De doelen zijn terug te vinden in de programmabegroting, beleidsnota’s, themaplannen, projectplannen en andere kadernota's. De subsidieverlening moet voldoen aan de voorschriften van de Algemene wet bestuursrecht en de lokale Algemene subsidieverordening. Met een subsidie kunnen de kosten van een activiteit geheel of gedeeltelijk worden betaald. Beleid Voor het jaar 2025 is de lokale regelgeving vastgelegd in de volgende documenten: • | Algemene subsidieverordening; • | Subsidieregeling 2025. Per afzonderlijke subsidie worden de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend, de verplichtingen waaraan de subsidieontvanger moet voldoen en de wijze van betaling vastgelegd in een subsidiebesluit (beschikking). Waar mogelijk worden prestatieafspraken geformuleerd. De gemeente Dronten kent basissubsidies en activiteitensubsidies. In de begroting is geen rekening gehouden met indexering van subsidies. Indexering is geen automatisme en de wijze waarop mogelijke indexatie toegepast wordt, staat beschreven in de subsidieregeling.

Subsidies gemeente Dronten | Taakveld | Realisatie | Primitieve | Begroting | Realisatie 2024 | begroting | na wijziging | 2025 2025 | 2025 Jongerenparticipatie | 0.4 Overhead | 7 | 0 | 0 | 0 Buurtbus | 2.5 Openbaar vervoer | 8 | 8 | 8 | 8 Stichting DOES | 3.1 Economische ontwikkeling | 148 | 150 | 150 | 193 Cofinanciering LEADER | 3.1 Economische ontwikkeling | -15 | 0 | 92 | 50 VVV-activiteiten | 3.4 Economische promotie | 6 | 0 | 50 | 55 Peuterspeelzaal- en | 4.3 Onderwijsbeleid en | 1.203 | 1.211 | 1.788 | 1.434 schoolmaatschappelijk werk | leerlingenzaken Projecten lokaal onderwijsbeleid | 4.3 Onderwijsbeleid en | 227 | 123 | 186 | 141 leerlingenzaken Leerplichtwet | 4.3 Onderwijsbeleid en | 11 | 18 | 18 | -1 leerlingenzaken RMC / VSV | 4.3 Onderwijsbeleid en | 24 | 34 | 24 | 24 leerlingenzaken Volwassenen educatie | 4.3 Onderwijsbeleid en | 65 | 79 | 91 | 81 leerlingenzaken Bijdrage aan | 6.1 Samenkracht en | 374 | 426 | 374 | 292 peuterspeelzaalwerk | burgerparticipatie Sportevenementen en -promotie 5.1 Sportbeleid en activering | 150 | 152 | 152 | 90 Brede impulssubsidie | 5.1 Sportbeleid en activering | 248 | 196 | 263 | 263 buurtsportcoaches Basissubsidie | 5.3 Cultuurpresentatie, | 28 | 34 | 34 | 34 cultuurproductie en cultuurparticipatie Bijdrage aan lokale | 5.3 Cultuurpresentatie, | 13 | 15 | 490 | 478 (sport)evenementen | cultuurproductie en cultuurparticipatie

Bijdrage aan Wereldwinkel | 5.3 Cultuurpresentatie, | 16 | 16 | 16 | 16 cultuurproductie en cultuurparticipatie Jaarstukken 2025 | 198 Subsidies gemeente Dronten | Taakveld | Realisatie | Primitieve | Begroting | Realisatie 2024 | begroting | na wijziging | 2025 2025 | 2025 Bijdragen aan | 5.3 Cultuurpresentatie, | 52 | 12 | 12 | 14 kunst(evenementen) in | cultuurproductie en openbare ruimte | cultuurparticipatie Subsidie covid-19 compensatie | 5.3 Cultuurpresentatie, | 8 | 0 | 0 | 0 sport en cultuur | cultuurproductie en cultuurparticipatie Exploitatiesubsidie Stichting | 5.6 Media | 2.037 | 1.959 | 2.100 | 2.104 FlevoMeer Bibliotheek Lokale omroep | 5.6 Media | 29 | 29 | 29 | 29 Bijdragen aan Dorpsbelangen | 5.7 Openbaar groen en | 34 | 30 | 37 | 36 (openlucht) recreatie Stichting 4 mei Herdenking | 5.7 Openbaar groen en | 10 | 10 | 10 | 10 Dronten | (openlucht) recreatie Exploitatiesubsidie Stichting De | 5.7 Openbaar groen en | 3.978 | 4.188 | 2.816 | 2.816 Meerpaal | (openlucht) recreatie Exploitatiesubsidie Stichting | 5.7 Openbaar groen en | 200 | 200 | 205 | 205 MFG2 | (openlucht) recreatie Algemene voorzieningen, | 6.1 Samenkracht en | 613 | 642 | 1.163 | 1.082 waaronder Pas van Dronten, | burgerparticipatie Stichting Onder Dak, Mee, OBD etc.

Bijdragen aan jongerenwerk en | 6.1 Samenkracht en | 60 | 61 | 474 | 468 welzijn | burgerparticipatie Exploitatiesubsidie | 6.1 Samenkracht en | 490 | 606 | 755 | 728 Maatschappelijke | burgerparticipatie Dienstverlening Flevoland Jeugdgezondheidszorg, | 6.2 Toegang en | -1 | 14 | 14 | 0 waaronder Woonstart (2022) | eerstelijnsvoorzieningen Centrum Jeugd en Gezin | 6.2 Toegang en | 893 | 898 | 57 | 57 eerstelijnsvoorzieningen Buurtbemiddeling | 6.2 Toegang en | 44 | 48 | 48 | 48 eerstelijnsvoorzieningen Schuldhulpverlening | 6.3 Inkomensregelingen | 461 | 519 | 527 | 543 Participatietrajecten | 6.5 Arbeidsparticipatie | 96 | 104 | 0 | 0 schuldenpreventie Stichting Vluchtelingenwerk / | 6.5 Arbeidsparticipatie | 7 | 40 | 0 | 0 Financieel ontzorgen statushouders Hospice | 6.71 Maatwerkdienstverlening | 17 | 17 | 18 | 17 18+ Opvang en beschermd wonen, | 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ | 508 | 285 | 1.180 | 557 waaronder Woonstart (2023) Basistaken | 7.1 Volksgezondheid | 0 | 0 | 863 | 863 jeugdgezondheidszorg Gezonde leefstijl | 7.1 Volksgezondheid | 163 | 94 | 94 | 116 Bijdrage aan Stichting Nationale | 7.4 Milieubeheer | 0 | 1 | 1 | 0 Boomfeestdag Totaal | 12.211 | 12.209 | 14.131 | 12.849 Jaarstukken 2025 | 199 200 Jaarstukken 2025 Paragraaf informatisering Algemeen De rol van digitalisering en ICT in onze organisatie wordt steeds groter.

Nieuwe technologieën ontwikkelen snel en we zijn steeds meer afhankelijk van digitale systemen. Dat heeft invloed op hoe we werken en hoe we onze diensten aanbieden. We werken daarom vanuit een duidelijke visie op digitalisering (de Drontense i-visie) en gebruiken een i-leidraad om onze doelen te halen. We hebben ook een duidelijke visie op onze informatiehuishouding. Deze sluit aan op landelijke ontwikkelingen en regels. We hebben dit vertaald naar onze organisatie en naar wat dit oplevert voor onze inwoners. We werken daarbij op basis van een IM- ontwikkelplan aan ambities zoals: • Goede kwaliteit van gegevens • Een organisatie die flexibel kan werken • Systemen die klaar zijn voor de toekomst • Duidelijk eigenaarschap van data en systemen • Goede bescherming van gegevens Maatschappelijk effect Inwoners van de gemeente Dronten kunnen rekenen op een betrouwbare en behulpzame overheid. Dit komt doordat onze organisatie steeds beter wordt ondersteund met goede informatie en systemen. We zorgen dat gegevens van inwoners betrouwbaar, toegankelijk en veilig zijn en dat we volgens de wet werken. Volgens plan en begroting is capaciteit en zijn middelen ingezet om de informatiehuishouding goed en continu te laten werken.

Zo zorgen we ervoor dat met de informatiehuishouding: • Wordt voldaan aan kwaliteitseisen, wet- en regelgeving en ons eigen beleid (wetmatigheid); • Medewerkers hun werk goed kunnen doen en verspilling verminderen (efficiency); • Processen en informatiestromen duidelijk en efficiënt zijn (doelmatigheid); • Digitale samenwerking wordt verbeterd (effectiviteit). Uitdagingen Er zijn nog uitdagingen bij het goed inzetten en gebruiken van de informatiehuishouding. Zo kan het eigenaarschap van IT-risico’s, processen, data en systemen nog beter worden geregeld. Ook worden beleid en regels nog niet altijd goed vertaald naar de praktijk. Het controleren en volgen van deze afspraken kan ook nog beter. In 2025 is al wel gewerkt aan verschillende manieren om risico’s te beheersen, zoals: • Een risicoregister • Zelfevaluaties • Privacy-toetsen (DPIA’s) • Risicoanalyses van processen We blijven dit verder verbeteren door risico’s meer samenhangend te beheren en verantwoordelijkheden op de juiste plek in de organisatie en nog duidelijker te beleggen. 201 Jaarstukken 2025 i-Control Door snelle ontwikkelingen zoals artificial intelligence en nieuwe wetgeving (bijvoorbeeld NIS2) is een sterk team nodig voor sturing en controle op informatie.

Daarom zijn belangrijke functies ingevuld, zoals: • Chief Information Officer (CIO) • AI-adviseur • Informatiemanagers • Information Security Officer (ISO) • Adviseurs voor processen en kwaliteit • Adviseur voor proces-, informatie- en applicatie-architectuur Het is in 2025 nog niet gelukt om structureel een Chief Information Security Officer (CISO) aan te stellen door dit in te vullen door samenwerking met een deskundige partner. Dit is opgevangen door extra inzet van de CIO, ISO en ICT- specialisten van onze externe ICT-leverancier. Archief- en informatiebeheer De investeringen in mensen, middelen en kennis hebben goede resultaten opgeleverd. In 2025 zijn substantiële en structurele resultaten bereikt ten aanzien van de rechtmatigheid, verbeteringen van de dienstverlening en digitale duurzaamheid op het gebied van archief- en informatiebeheer. Er zijn achterstanden in archieven weggewerkt, zoals: • Ordenen en opschonen van archieven • Vernietigen en overbrengen van archiefbescheiden • Verbeteren van inventaris beschrijvingen en metadata Ook zijn maatregelen ingevoerd volgens het informatiebeleid en is een kwaliteitssysteem ingericht. Hiermee kunnen we het archief- en informatiebeheer blijven verbeteren.

Beheer en onderhoud Het grootste deel van de middelen en capaciteit voor informatisering en digitalisering gaat naar het beheren en in stand houden van onze ICT-omgeving en een informatievoorziening die de procesmatige bedrijfsvoering ondersteunt. Er is gezorgd voor: • Een stabiele ICT-omgeving • Ondersteuning van werkprocessen • Een digitale werkplek voor veilig samenwerken • Goede archief- en datavoorzieningen Ook hebben we geïnvesteerd in beter beheer en onderhoud van de informatiehuishouding en borging van kwaliteit. Informatieveiligheid Op basis van het strategisch informatieveiligheidsbeleid hebben we maatregelen genomen om onze informatie en ICT goed te beveiligen. Er is continu gewerkt aan: • Verbetering van beveiliging • Voldoen aan landelijke normen (BIO en ISO-normen) • Bescherming van privacy en gegevens Dit doen we om gegevens beschikbaar, betrouwbaar en vertrouwelijk te houden. 202 Jaarstukken 2025 Doelen informatiemanagement Datagedreven werken We willen meer werken met data en analyses om betere keuzes te maken. Daarom hebben we geïnvesteerd in: • Een datawarehouse • Een dataplatform • Beter datamanagement We zijn hierdoor beter in staat om stap voor stap digitale vernieuwing door te voeren en data-analyses uit te voeren voor beleid en besluitvorming. Datalab Dronten In 2025 zijn stappen gezet om een Datalab op te zetten.

Daarmee investeren we in kennis en middelen voor datamanagement, GEO-informatie en business intelligence. Dit helpt om meer op basis van data te sturen. Digitaal samenwerken met een digitale werkruimte We hebben geïnvesteerd in digitale systemen en platforms zodat medewerkers veilig en goed digitaal kunnen samenwerken. Er zijn stappen gezet om de digitale werkruimte te moderniseren en klaar te maken voor een toekomstgerichte, wetmatige, effectieve en doelmatige digitale samenwerking. Digitalisering van processen We hebben processen verder gedigitaliseerd, vooral om informatie beter te beheren en te archiveren. Dit helpt ons om te voldoen aan de nieuwe Archiefwet (inwerkingtreding is vertraagd en wordt nu verwacht in 2027). Ook hebben we geïnvesteerd in en gewerkt aan het in kaart brengen, analyseren en verbeteren van processen wat bijdraagt aan: • Rechtmatig werken • Efficiënter werken • Betere dienstverlening Rechtmatigheid en applicatiekosten In 2025 zijn we overgestapt naar het inkopen van software via een softwarebroker. Hierdoor werken we volgens de regels, verminderen we risico’s en is efficiency te bereiken. Maar, we zien wel dat nieuwe software (SaaS) vaak duurder is door abonnementen en prijsstijgingen door indexatie. Ook hebben we extra kosten doordat we nog geen afscheid kunnen nemen van de oude ICT-infrastructuur met een Citrix Desktop.

Paragraaf raadsbudgetten Algemeen Het gaat in deze paragraaf om de kosten die gemaakt worden voor de gemeenteraad en voor de ondersteuning van de gemeenteraad. Onder ondersteuning wordt verstaan: alles wat direct nodig is om de raad zijn werk als raad te laten doen met inbegrip van de kosten voor de ondersteuning door de griffie en de kosten voor onderzoek ten behoeve van de raad (accountant en Rekenkamer). Ook de kosten voor opleiding van raad en griffie behoren tot het zelfstandig raadsbudget. De doelstelling van de gemeenteraad omvat het waarborgen van een democratisch bestuur dat effectief, doelmatig, transparant en betrouwbaar functioneert. De betrokkenheid van de inwoner bij het bestuur van onze gemeente is daarbij van wezenlijk belang voor het draagvlak van genomen besluiten. De gemeenteraad staat aan het hoofd van de gemeente en vertegenwoordigt de inwoners en bepaalt de kaders waarbinnen het college van B&W het beleid voor Dronten uitvoert. Ook controleert de gemeenteraad of het college het beleid naar behoren uitvoert en (onvoorziene) problemen afdoende aanpakt. De raad heeft ten behoeve van het functioneren een eigen budget dat is uitgesplitst in een raadsbudget, een griffiebudget en een rekenkamerbudget.

Deze budgetten omvatten onder meer de (onkosten)vergoedingen en opleidingskosten voor raadsleden en burgerraadsleden, de salariskosten van het griffiepersoneel, de kosten van de accountant en het budget voor de rekenkamer. Per 1 januari 2025 zijn de vergoedingen voor raadsleden en burgerraadsleden met 7,3% gestegen, als gevolg van de indexatie van de cao-lonen. Daarnaast is ook de onkostenvergoeding voor raadsleden gestegen. Verder heeft 1 van de raadsleden gebruik gemaakt van de regeling voor tijdelijke vervanging (16 weken) bij ziekte. Dit heeft geresulteerd in hogere uitgaven op de post raad en raadscommissies. Tot slot is wegens vervanging van de griffier enige tijd een interim-griffier aangesteld (tot 1 april 2025).

Bedragen x €1.000 Lasten en | Realisatie 2024 | Primaire | Begroting na | Realisatie 2025 | Verschil Baten | begroting 2025 | wijziging 2025 Lasten Raad en | -776 | -818 | -882 | -896 | -14 raadscommissies Griffie | -450 | -422 | -461 | -405 | 55 Rekenkamer | -12 | -40 | -68 | -34 | 34 Totaal Lasten | -1.238 | -1.280 | -1.411 | -1.335 | 75 Gerealiseerd | -1.238 | -1.280 | -1.411 | -1.335 | 75 resultaat Jaarstukken 2025 | 203 Jaarrekening Balans per 31 december 2025 (voor bestemming van het resultaat) Activa (x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 Vaste activa Immateriële vaste activa Kosten onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief | 1.950 | 824 Bijdrage aan activa in eigendom van derden | 9.513 | 9.828 11.463 | 10.652 Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut | 61.330 | 55.387 Investeringen met een economisch nut welke zijn uitgegeven in erfpacht | 157 | 157 Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een | 7.370 | 6.858 heffing kan worden geheven Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut | 19.963 | 17.017 88.820 | 79.419 Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan deelnemingen | 38 | 38 Leningen aan deelnemingen | 2.142 | 2.142 Overige langlopende leningen | 13.492 | 13.809 Overige uitzettingen met een looptijd >= 1 jaar | 6.200 | 5.330 21.872 | 21.318 Vaste activa | 122.155 | 111.389

Vlottende activa Voorraden Onderhanden werk (incl. bouwgronden in exploitatie) | 2.131 | - 2.131 | - Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen | 9.086 | 9.036 Rekening courant verhouding met het Rijk | 74.395 | 81.764 Rekening courant verhoudingen overige niet-financiële instellingen | 2.068 | 2.184 Overige vorderingen | 2.528 | 9.660 88.077 | 102.644 Liquide middelen Kas- en banksaldi | 412 | 414 412 | 414 Overlopende activa Nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel van: - Het Rijk | 2.132 | 247 - Overige Nederlandse overheidslichamen | 353 | 571 Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste | 4.131 | 5.176 komen van volgende begrotingsjaren 6.615 | 5.994 Vlottende activa | 97.235 | 109.052 Activa | 219.390 | 220.441 Jaarstukken 2025 | 204 Passiva (x € 1.000) | 31-12-2025 | 31-12-2024 Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve | 59.667 | 41.169 Bestemmingsreserves | 48.952 | 60.003 Nog te bestemmen resultaat | 7.097 | 9.748 115.715 | 110.920 Voorzieningen Voorzieningen lopende verplichtingen en risico's | 4.015 | 3.055 Voorzieningen onderhoud en egalisatie | 12.098 | 12.958 Voorzieningen door derden beklemde middelen | 1.572 | 748 Voorzieningen toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt | 27.509 | 26.105 geheven 45.194 | 42.867 Vaste schuld

Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen | 7.000 | 8.982 Waarborgsommen | 995 | 1.076 7.995 | 10.058 Vaste passiva | 168.904 | 163.845 Vlottende passiva Netto vlottende schulden Overige vlottende schulden | 4.216 | 7.428 4.216 | 7.428 Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend | 12.710 | 15.639 begrotingsjaar tot betaling komen Ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren van: - Het Rijk | 33.543 | 33.333 Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren | 16 | 197 komen 46.269 | 49.168 Vlottende passiva | 50.485 | 56.597 Passiva | 219.390 | 220.441 Gewaarborgde geldleningen | 373.086 | 357.892 Jaarstukken 2025 | 205 206 Jaarstukken 2025 Algemene grondslagen Voor waardering en resultaatbepaling De Jaarrekening 2025 is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door de gemeenteraad op d.d. 17 december 2025 (raadsbesluit zaaknummer: 862207) de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

Voor het opstellen van de jaarrekening Bij het opstellen van de balans hebben wij de volgende uitgangspunten gehanteerd: De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Algemene uitkering De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Eigen bijdrage CAK Gemeente Dronten ontvangt overzichten van het CAK met diverse gegevens; door het ontbreken van inkomensgegevens op deze overzichten, is de informatie over de eigen bijdrage ontoereikend voor de gemeente om de juistheid op persoonsniveau en volledigheid als geheel vast te kunnen stellen.

Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdrage geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Gemeente Dronten kan hierdoor geen zekerheid geven over de omvang en hoogte van de eigen bijdrage. 207 Jaarstukken 2025 Voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de commissie BBV. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: - Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals door de raad d.d. 25-9-2025 is vastgesteld; - Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn.

Voor overschrijdingen van baten en/of onderschrijdingen van baten, lasten en investeringskredieten geldt dat deze als rechtmatig zijn aangemerkt indien ze tijdig aan de raad zijn gemeld. Melden en toelichten bij de jaarrekening wordt daarbij beschouwd als tijdig. • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording; • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: - Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde € 3.378.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; - Een rapporteringstolerantie van € 150.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

Grondslagen vaste activa Immateriële vaste activa Het BBV kent de volgende drie soorten immateriële vaste activa: • De kosten die zijn verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; • De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; • De bijdragen aan activa in eigendom van derden. De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 208 Jaarstukken 2025 De kosten van het sluiten van geldleningen (inclusief de betaalde boeterente) worden geactiveerd en over maximaal de looptijd van de lening volledig afgeschreven, te starten vanaf het moment van het in gebruik nemen van het gerelateerde materieel of financieel vast actief. Indien geen nieuwe lening wordt aangetrokken, zijn de kosten van vervroegde aflossing (boeterente) niet geactiveerd, maar als last verantwoord.

De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief zijn onder de volgende voorwaarden geactiveerd: 1. Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; 2. De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat vast; 3. Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereert; 4. De uitgaven die aan het actief toe te rekenen zijn, zijn betrouwbaar vast te stellen. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden volledig afgeschreven in maximaal vijf jaar. De onder de kosten van onderzoek en ontwikkeling geactiveerde voorbereidingskosten voor grondexploitaties voldoen aan de volgende voorwaarden: • De kosten passen binnen de kostensoortenlijst (artikel 6.2.4) van het Bro; en • De kosten blijven maximaal vijf jaar geactiveerd staan onder de immateriële vaste activa. Na maximaal vijf jaar hebben de kosten geleid tot een actieve grondexploitatie, verhaald op derden middels anterieure exploitatieovereenkomsten, dan wel worden deze afgeboekt ten laste van het jaarresultaat; en • Plannen tot ontwikkeling van de grond waarvoor de voorbereidingskosten worden gemaakt, hebben bestuurlijke instemming, blijkend uit een raads- of - indien gedelegeerd – collegebesluit.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden geactiveerd indien aan de volgende vereisten is voldaan: • Er is sprake van een investering door een derde; • De investering draagt bij aan de publieke taak; • De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen; • De bijdrage kan door de gemeente worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft, of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. Op de geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden wordt afgeschreven, waarbij de afschrijvingsduur maximaal gelijk is aan de verwachte gebruiksduur van de activa (bij derden) waarvoor de bijdrage aan derden is verstrekt. Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn fysiek aanwezige activa. Het BBV kent de volgende soorten materiële vaste activa: 1. Investeringen met een economisch nut; 2. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 3. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Alle investeringen met een economisch nut worden geactiveerd.

Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd en over de gebruiksduur afgeschreven. 209 Jaarstukken 2025 Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Ten aanzien van investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, geldt dat vanuit de spaarcomponent van heffingen gevormde voorzieningen voor toekomstige vervangingsinvesteringen met economisch nut in mindering zijn gebracht op de in het boekjaar gepleegde investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing is geheven. Over het resterende bedrag wordt afgeschreven.

De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen. De gehanteerde afschrijvingstermijnen maken onderdeel uit van de toelichting op de balans bij de jaarrekening 2025, conform de Financiële verordening. De afschrijvingen worden jaarlijkse berekend volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (de lineaire methode). Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven, tenzij de grond deel uitmaakt van een investering in de openbare ruimte met maatschappelijk nut. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate in de jaarrekening verwerkt. Duurzame waardevermindering van vaste activa Afwaardering van bedrijfseconomisch vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde. Lagere taxatiewaarden dan de boekwaarden van onroerende zaken zijn hierbij als duurzame waardedaling in aanmerking genomen.

Afwaardering van maatschappelijk vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde en er ten opzichte van de huidige functie geen (bestuurlijke) intentie is voor duurzame exploitatie. Buiten gebruik gestelde vaste activa Indien een vast actief buiten gebruik is gesteld, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde. Erfpacht De in erfpacht uitgegeven percelen zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs (i.c. de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen). Percelen waarvan de erfpacht eeuwigdurend is afgekocht, zijn tegen een geringe registratiewaarde opgenomen. Financiële vaste activa Het BBV kent de volgende soorten financiële vaste activa: kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen: • Leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen; • Overige langlopende leningen; 210 Jaarstukken 2025 • Uiteenzettingen in ‘s Rijks schatkist met rentetypische looptijd van één jaar of langer; • Uiteenzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; • Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid op de boekwaarde in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de marktwaarde van de aandelen daalt tot onder de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats. Grondslagen vlottende activa Voorraden De balanspost voorraden wordt onderscheiden in: • Grond- en hulpstoffen; • Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie; • Gereed product en handelsgoederen; • Vooruitbetalingen. 1. Grond- en hulpstoffen Grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, worden de grond- en hulpstoffen tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd. 2.

Onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie Het startpunt van een grondexploitatie is het raadsbesluit met de vaststelling van het complex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de grondexploitatie geopend en kunnen vervaardigingskosten worden geactiveerd. De onderhanden werken grondexploitatie zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de opbrengst wegens verkopen. Indien de boekwaarde de marktwaarde van de grond overschrijdt, wordt een afwaardering naar de lagere marktwaarde verantwoord / wordt een voorziening voor het verwachte negatieve resultaat op startwaarde getroffen. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten (limitatief opgesomd in de kostensoortenlijst zoals opgenomen artikel 6.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening), welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs wordt daarnaast een redelijk deel van de indirecte kosten opgenomen en is de werkelijk over vreemd vermogen betaalde rente over het boekjaar toegerekend. De rente is toegerekend over de boekwaarde van de grondexploitatie per 1 januari van het betreffende boekjaar.

Jaarlijks wordt per 1 januari van het jaar alle grondexploitaties op uniforme wijze in beeld gebracht en wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het grondbeleid en doelstelling van de grondexploitaties. Aan de hand v an de stand van de reserves, de voorzieningen, de algemene en specifieke risico’s en verwacht resultaat van de gronden in exploitatie, wordt de vermogenspositie bepaald. 211 Jaarstukken 2025 Het jaarresultaat van de grondexploitaties wordt bepaald aan de hand de mutaties in de voorzieningen, afwikkeling complexen, de tussentijdse winstneming op basis van de POC-methode en mutaties reserves. De waardering van de in exploitatie genomen gronden is gebaseerd op de inzichten van het komende jaar (2026). Na verwerking van de boekwaarde van het te verantwoorden boekjaar, worden de kosten en opbrengsten geactualiseerd. Voor grondexploitaties met een looptijd langer dan 10 jaar zijn op voorschrift van de nieuwe BBV-regels de volgende beheersmaatregelen van toepassing: 1. Indexering kosten +1% na 10 jaar; 2. Geen indexering opbrengsten na 10 jaar; 3. Risico ter hoogte van 20% van de geraamde opbrengsten na 10 jaar. Voor de berekening van het resultaat per 1 januari van de grondexploitaties gelden de volgende parameters en uitgangspunten (inclusief beheersmaatregelen): 1.

Parameter voor kostenstijging Voor de eerste 10 jaar geldt een parameter van 3%. Na 10 jaar wordt deze verhoogd met 1% tot 4% (1e beheersmaatregel). 2. Parameter voor opbrengstenstijging Voor de eerste 10 jaar is deze 2%, daarna 0% (2e beheersmaatregel). 3. Rentepercentage Op basis van de laatste BBV-regels dient de omslagrente te worden gehanteerd conform de notitie Rente van de commissie BBV of de rentelast van financiering die specifiek voor een grondexploitatie is aangetrokken (projectfinanciering). De rente voor 2026 is 3,0% (op basis berekening Programmabegroting 2026). 4. Disconteringsvoet De disconteringsvoet wordt gebruikt in de berekening van de contante waarde van de geprognosticeerde lasten en baten. De commissie BBV heeft een percentage van 2% voorgeschreven. Dit percentage is gebaseerd op het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone. 5. Prijspeil Uitgangspunt is het prijspeil per 1 januari 2026 voor alle kosten en opbrengsten. De investeringen en opbrengsten worden geacht medio het jaar plaats te vinden. 6. Woningbouwproductie Het college stelt jaarlijks een Uitvoeringsagenda Wonen vast voor een periode van vier jaar. De uitvoeringsagenda dient als instrument om de strategische doelen uit het Woonperspectief te realiseren en daarmee de groeiopgave van Dronten te ondersteunen.

Door jaarlijks de uitvoeringsagenda te actualiseren, kan ingespeeld worden op actuele omstandigheden. Afgesproken werd dat het college vanaf 2025 jaarlijks rapporteert over de voortgang van de strategische doelen uit het Woonperspectief middels een Woonrapportage. Een deel van de programmering is vertaald in de fasering van de nog te realiseren opbrengsten binnen de grondexploitatie (er zijn nog projecten in voorbereiding of projecten door derden waarvoor geen gemeentelijke grondexploitatie is of wordt opgesteld). De fasering van het aantal woningen is weergegeven in onderstaande tabel. Oplevering van de woningen is altijd 1 á 2 jaar erna. 212 Jaarstukken 2025 7. Uitgifteprognose bedrijventerrein Voor de uitgifte prognose voor bedrijventerreinen wordt 2,4 hectare per gemeente breed gehanteerd (raadsbesluit 2016). 8. POC-methode De tussentijdse winstneming op basis van de POC-methode gaat uit van het procentuele gewogen gemiddelde van de gerealiseerde kosten en opbrengsten keer het geprognosticeerde resultaat op eindwaarde.

Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voor grondexploitaties met een looptijd korter dan 10 jaar voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen: • Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én • De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én • De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd). 9. Grondopbrengsten De gemeente Dronten hanteert marktconforme grondprijzen, rekening houdend met de economische draagkracht van functies en gebruikers. Jaarlijks stelt het college in december voorafgaand het jaar een geactualiseerde Nota Grondprijsbeleid of aanvulling op de dan vigerende nota vast. De risico’s zijn nader toegelicht in de paragraaf Grondbeleid en de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing in het jaarverslag. Gelet op de planperiode en de geprognosticeerde omzetten, zijn aan het exploiteren van gronden risico’s verbonden. Afhankelijk van het stadium waarin de exploitatie c.q. uitvoering van het betreffende complex zich bevindt, zal het risico afnemen naarmate de einddatum van de grondexploitatie nadert. In mindere mate geldt dit ook voor het tijdelijke beheer van onroerende zaken die verhuurd/verpacht zijn. Uitgangspunt is dat de risico’s zo veel mogelijk binnen het totale resultaat van de gezamenlijke grondexploitaties (en reserves en voorzieningen) worden opgevangen.

In de perspectiefnota worden deze ‘bedrijfsrisico’s’ beschreven en zo mogelijk nader gekwantificeerd. Hierin hebben wij het onderscheid gemaakt tussen de algemene exploitatierisico’s (hierbij valt te denken aan het fluctueren van de rente- en inflatieparameters) en de locatie specifieke risico’s, welke per exploitatiegebied zoveel mogelijk in beeld zijn gebracht en omschreven. 3. Gereed product en handelsgoederen De voorraad eigen verklaringen is gewaardeerd tegen de laatst bekende verrekenprijzen van de leverancier. De overige voorraden worden gewaardeerd tegen historische kostprijs. Indien de marktwaarde lager is, dan wordt tegen marktwaarde gewaardeerd. 4. Vooruitbetalingen De vooruitbetalingen hebben betrekking op goederen die nog niet fysiek aanwezig zijn, maar waar al wel voor is betaald. Deze zijn, voor zover van toepassing, tegen de laatst bekende inkoopprijzen gewaardeerd. 5. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. 213 Jaarstukken 2025 Schatkistbankieren In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Het zogenaamde 'drempelbedrag' is hierop een uitzondering.

Dat is een minimumbedrag (afhankelijk van het begrotingstotaal van de gemeente) dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Dit bedrag staat verantwoord bij de toelichting op de rekening-courantverhouding met het Rijk. N.B. De drempel is gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen, is de drempel gelijk aan € 10 miljoen, plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1.000.000. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Grondslagen vaste passiva Eigen vermogen De post eigen vermogen wordt onderscheiden in: • Reserves, gespecificeerd naar: o Algemene reserve; o Bestemmingsreserves; • Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn.

De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is een zaak van de gemeenteraad. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene- en bestemmingsreserves. Zodra de raad aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming, dan wordt het de algemene reserve genoemd. Vreemd vermogen (voorzieningen) Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van de gemeente. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde (beheerplannen en grondexploitaties) of het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd indien sprake is van: 1. Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; 2. Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; 214 Jaarstukken 2025 3.

Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; 4. Bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven; 5. Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Aan voorzieningen ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht.

Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het ‘jaarlijks vergelijkbaar volume’ is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd. Rentetoevoegingen aan voorzieningen vindt alleen plaats bij voorziening op basis van contante waarde berekening. Na toevoeging van rente over de stand per 1 januari wordt de benodigde stand ultimo 2025 bepaald en vindt een dotatie aan c.q. vrijval van de voorziening plaats. Vaste schulden met een rentetypische looptijd langer dan één jaar De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Grondslagen vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende passiva De overlopende passiva wordt onderscheiden in: • Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; • De voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Toelichting op de balans Vaste activa Afschrijving vaste activa Investeringen verliezen naarmate de tijd verstrijkt hun waarde. Deze waardevermindering noemen we ‘afschrijven’. Afschrijven is het op methodische wijze boekhoudkundig verwerken van de waardevermindering van kapitaalgoederen.

De vaste activa als investeringen met economische en maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), worden lineair afgeschreven conform de onderstaande afschrijvingstermijnen: Afschrijvingstabel vaste activa Nr | Soort investering | Jaren | Nr | Soort investering | Jaren 1 Immateriële activa | 2.7 Wegen, straten, pleinen, bruggen en openbare verlichting 1.1 Ontwikkelings- en onderzoekskosten | 5 2.7.1 Rehabilitatie-investeringen wegen, straten | 60 en pleinen als bedoeld in het onderhoudsplan wegen 1.2 Kosten sluiten geldleningen/disagio | 5 | 2.8 Installaties | 10 1.3 Bijdragen aan activa in eigendom van derden | 2.9 Kantoorinrichting (afschrijving cf art.64 BBV, lid 6) 2 Materiële activa | 2.9.1 Inventaris | 10 2.1 Automatisering | 2.9.2 Telefooncentrale | 8 2.1.1 Minicomputer, applicaties en actieve | 5 | 2.10 Machines en gereedschappen | 10 netwerkcomponenten 2.1.2 PC's en printers | 3 | 2.11 Onderwijs 2.1.3 Programmatuur | 5 2.11.1 Noodlokalen | 15 2.3 Gebouwen (excl.

ondergrond) | 2.11.2 Eerste inrichting | 20 2.3.1 Stenen gebouwen | 40-60 2.11.3 Uitbreiding inrichting | 20 2.3.2 Andere gebouwen | 25 2.11.4 Leer- en hulpmiddelen | 8 2.3.3 Verbouwing (uitbreiding) | 25 | 2.12 Riolering 2.3.4 Renovatie gebouwen (onderhoud) | 25 2.12.1 Vrijvervalriolen | 90 2.3.5 Woonwagens/woonwagencentra | 25 2.12.2 Gemalen - bouwkundig deel | 45 2.3.6 Installaties (lift, CV, etc.) | 15 2.12.3 Gemalen - mechanisch/elektrisch deel | 15 2.4 Gronden en terreinen | 2.12.4 Persleidingen | 45 2.4.1 Sportterreinen | 15 2.12.5 Drukriolering - bouwkundig deel | 30 2.4.2 Speelterreinen | 14 2.12.6 Drukriolering - mechanisch/elektrisch deel | 15 2.5 Buitensport | 2.13 Speeltoestellen en voorzieningen | 14 2.5.1 Natuurgras | 15 | 2.14 Vervoermiddelen | 8 2.5.2 Kunstgras | 10 | 2.15 Openbare verlichting 2.5.3 Watervelden fundering | 30 2.15.1 Armaturen | 20 2.5.4 Watervelden toplaag | 10 2.15.2 Masten | 40 2.6 Ondergrondse containers voor | 2.15.3 Kabels | 40-60 afvalinzameling 2.6.1 Opbouw | 15 2.15.4 Kasten | 30 2.6.2 Betonnen bak | 30 Jaarstukken 2025 | 215 Immateriële vaste activa Het verloop van de balanspost "Immateriële vaste activa" is in onderstaande tabel weergegeven.

De investeringen/desinvesteringen op de balanspost "Immateriële vaste activa" in 2025 zijn: Verloop Immateriële vaste activa | Boekwaarde | Investering | Vermindering | Bijdrage van | Afschrijving | Afwaardering | Boekwaarde 1-1-2025 | 2025 | 2025 | derden 2025 | 2025 | 2025 | 31-12-2025 Kosten onderzoek en ontwikkeling | 823.879 | 1.309.318 | - | - | -183.026 | 1.950.171 Bijdrage aan activa van derden | 9.828.244 | 809.426 | -809.426 | - | -315.328 | 9.512.916 Totaal | 10.652.123 | 2.118.744 | -809.426 | - | -315.328 | -183.026 | 11.463.087 Mutaties Kosten onderzoek en ontwikkeling | Investering | Investering | Vermindering | Bijdrage van | Afschrijving | Afwaardering | Boekwaarde voorgaande | 2025 | 2025 | derden 2025 | 2025 | 2025 | 31-12-2025 jaren Voorbereidingskosten Hanzekwartier | 661.061 | 174.634 | - | - | - | - 183.026 | 652.669 Voorbereidingskosten Kindcentrum Dronten | - | 95.625 | - | - | - | - | 95.625 Voorbereidingskrediet sporthal 't Dok (2025) | - | 64.365 | - | - | - | - | 64.365 Voorbereidingskst.volkstuinen/paardenweiden | 45.663 | 16.010 | - | - | - | - | 61.673 Voorbereidingskst.

uitbreiding Poort van Dronten | 117.156 | 53.361 | - | - | - | - | 170.517 Voorbereidingskrediet Dronten-Zuid hoofdproject | - | 859.755 | - | - | - | - | 859.755 Voorbereidingskrediet Dronten-Zuid fase 1 | - | 11.950 | - | - | - | - | 11.950 Voorbereidingskrediet Sleutelproject Biddinghuizen | - | 33.618 | - | - | - | - | 33.618 Totaal Kosten onderzoek en ontwikkeling | 823.879 | 1.309.318 | - | - | - | -183.026 | 1.950.171 Mutaties Bijdrage aan activa van derden | Investering | Investering | Vermindering | Bijdrage van | Afschrijving | Afwaardering | Boekwaarde voorgaande | 2025 | 2025 | derden 2025 | 2025 | 2025 | 31-12-2025 jaren Nieuwbouw schoolgebouw stationszone | 6.697.166 | - | - | - | -229.592 | - | 6.467.574 Bijdrage aankoop grond onderwijszone | 1.160.119 | - | - | - | - | - | 1.160.119 Aanpassing bestaande gebouwen | 688.280 | - | - | - | - 40.037 | - | 648.243 Nieuwbouw sporthal stationszone | 1.278.561 | - | - | - | -45.699 | - | 1.232.862 Inrichting sporthal stationszone | 3.618 | - | - | - | - | - | 3.618 MFC Swifterbant aankoop grond | 500 | - | - | - | - | - | 500 Project Swifterbant Zuid | - | 750.000 | - 750.000 | - | - | - | - Project Zuiderweide AO | - | 59.426 | -59.426 | - | - | - | - Totaal Bijdrage aan activa van derden | 9.828.244 | 809.426 | -809.426 | - | -315.328 | - | 9.512.916 Jaarstukken 2025 | 216 Materiële vaste activa De materiële vaste

activa wordt onderverdeeld in vaste activa met een economisch nut en in vaste activa met een maatschappelijk nut. Investeringen met een economisch nut Het verloop van de "Investeringen met een economisch nut" is in onderstaande tabel weergegeven: Verloop Materiële Vaste Activa - Investeringen | Boekwaarde | Investering | Desinvestering | Bijdrage van | Afschrijving / | Afwaardering | Boekwaarde met een economisch nut | 1-1-2025 | 2025 | 2025 | derden / | Aflossing 2025 | 2025 | 31-12-2025 Inkomsten 2025 Gronden en terreinen | 8.354.877 | 2.733.633 | - | - | - | - | 11.088.510 Woonruimten | 42.406 | 361.111 | - | - | - | - | 403.517 Bedrijfsgebouwen | 29.540.300 | 5.122.913 | - | - | -1.582.860 | - | 33.080.353 Grond-,weg- en waterbouwk.werken | 4.793.270 | - | - | - | -278.942 | - | 4.514.328 Vervoermiddelen | 751.934 | 821.111 | - | - | - 138.174 | - | 1.434.872 Machines, apparaten en install.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1403/documents/22053