CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

fa35e499-f79f-46ea-a259-61287a057fcb.pdf

Raadsvergadering 7 juli 2022, gemeente DrontenBij agendapunt: 6.f: AKKOORD Raadsvoorstel Jaarstukken, ontwerp programmabegroting en zienswijze Veiligheidsregio Flevoland (VRF)29.147 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In samenspraak met het algemeen bestuur worden in maart de exit-strategieën na een crisis besproken. Vervolgens worden in mei de bestuurlijke uitgangspunten voor de crisisbeheersing van de toekomst besproken. Van belang is een flexibele, toekomstgerichte crisisbeheersing, waarbij een duidelijk accent ligt op een stevige netwerk- en informatiepositie. Deze bestuurlijke uitgangspunten worden in december verbreed en verdiept. Zo worden de ontwikkelrichtingen voor het vervolgtraject bepaald, met o.a. de ontwikkelrichtingen voor een crisisorganisatie 2.0 en een versterking van een meer permanente informatievoorziening op de advisering. De crisisbeheersing van de toekomst wordt in 2022 verder uitgewerkt in een visiedocument.

Uitvoering reguliere activiteiten crisisbeheersing op hoofdlijnen Water en Evacuatie Gezamenlijk bereiden de Veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek zich nader voor op de bewustwording van de effecten van een overstroming. Hiervoor wordt een impactanalyse Overstroming opgesteld, die als basis dient voor een coördinatieplan en een generieke evacuatiestrategie. Ook wordt een e-learning gemaakt. Deze wordt binnen de organisatie en aan partners beschikbaar gesteld. In de tweede helft van 2021 worden bestuurlijke dilemmasessies gehouden. Na afronding van het project worden de resultaten aan het bestuur aangeboden.

Hoofdstuk 4

IRCC Het Veiligheidsbureau neemt deel aan de stuurgroep en de diverse werkgroepen bouw, technisch en beheer van het te bouwen politiebureau in Hilversum. Dit pand gaat ook onderdak bieden aan het Interregionaal Coördinatiecentrum (IRCC).

Bijlagen

Risicobeheersing en evenementenveiligheid Tijdens het bestrijden van de coronacrisis geven het veiligheidsbureau en Bevolkingszorg invulling aan het Informatieen adviescentrum (IAC). Vanuit dit centrum worden adviezen afgegeven en wordt er ondersteund in het opstellen van noodverordeningen. Het adviseren over evenementen staat ook grotendeels in het teken van de crisis. Wat is wel mogelijk en wat niet? Hierbij wordt samengewerkt met landelijke instanties en de Stichting Open Nederland (testen voor toegang).

30

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers 2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2021 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021 2.3 Speerpunten regulier werk 3. Paragrafen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

Incidentbeheersing De licentie van het crisisalarmeringssysteem van VRF en VRGV wordt conform landelijke afspraken in het eerste kwartaal aan de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) overgedragen. Het Regionaal Crisisplan (RCP) wordt geactualiseerd en wordt binnenkort ter besluitvorming voorgelegd. De pilot inzake de digitale operationele planvorming wordt succesvol afgesloten. Alle plannen worden de komende jaren op deze meer effectieve wijze vormgegeven. Vakbekwaamheid Vanwege de coronacrisis gaan de opleidingen en oefeningen door volgens het aangepaste opleiden, trainen en oefenen (OTO) programma van 2021. Hierbij ligt de nadruk op bijvoorbeeld e-learning en digitaal oefenen. Evaluaties In 2021 wordt de nieuwe evaluatiesystematiek uitgewerkt en geintroduceerd, waarbij o.a. gebruik wordt gemaakt van geavanceerde software. Voor de Grip 2 op 8 mei 2021 in Lelystad ‘Een vreemde lucht in de wijk Punter’ wordt een evaluatie vormgegeven en een multidisciplinaire leertafel gehouden.

Wat heeft het gekost Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Verschil 2021

Veiligheidsbureau lasten

148.771

320.318

102.364

-217.954

Veiligheidsbureau baten

-276.532

-53.880

0

53.880

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

-127.761

266.438

102.364

-164.074

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

-127.761

266.438

102.364

-164.074

Lasten en Baten Programma

Een toelichting van het verschil 2021 is opgenomen in paragraaf 4.5.

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

2.1 Ontwikkelingen 2021

2.3 Speerpunten regulier werk 3. Paragrafen 4. Jaarrekening 2021

Hoofdstuk 3

Bijlagen

Hoofdstuk 2

2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

31

2.3.2 Brandweer De brandweer vormt de grootste kolom van de veiligheidsregio en is de professionele partner in het voorkomen en bestrijden van brand, ongevallen en crises en draagt zo bij aan een veilige leefomgeving. De beleidsmatige ontwikkeling van de brandweer is opgenomen in het beleidsplan/het uitvoeringsprogramma. De brandweer heeft haar werkzaamheden georganiseerd in vijf taakvelden, te weten: risicobeheersing, operationele voorbereiding (inclusief koppeling met de meldkamer brandweer), incidentbestrijding, vakbekwaamheid en techniek en logistiek. Voor alle afdelingen bestaat inmiddels een nauwe samenwerking tussen Brandweer Flevoland en Brandweer Gooi en Vechtstreek en voor elk taakveld is éénhoofdige leiding gerealiseerd. De samenwerking zorgt voor efficiëntere taakuitvoering en verhoogt de kwaliteit van de dienstverlening voor beide regio´s. Specialistische functies kunnen gezamenlijk worden ingezet, uitvoerende capaciteit is flexibel inzetbaar, nieuw beleid wordt voor beide regio’s opgesteld en grotere projecten kunnen gezamenlijk worden uitgevoerd. Er wordt voortdurend gezocht naar vernieuwende ideeën om de dienstverlening te verbeteren.

Het gaat dan bijvoorbeeld om het versterken van de digitale informatievoorziening, innovaties op het gebied van opleiden, innovaties in kleding (bescherming) en materieel en het gebruik van nieuwe materialen zoals bijvoorbeeld het gebruik van drones.

De speerpunten 2021: wat hebben we gedaan

Hoofdstuk 4

Continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening conform dekkingsplan De dienstverlening van de brandweer vindt plaats conform de vastgestelde afspraken in het dekkingsplan. In Flevoland merken we doordat al lange tijd gesproken wordt over taakdifferentiatie en duidelijkheid over het toekomstperspectief voor gekazerneerde vrijwilligers tot voor kort ontbrak, er in 2021 al sprake is van een tekort aan gekazerneerde vrijwilligers. Hierdoor is er al langere tijd sprake van onderbezetting in het rooster. Hiervoor zijn tijdelijke maatregelen getroffen. Om de continuïteit en de kwaliteit van de dienstverlening op werkdagen tijdens kantooruren te kunnen garanderen wordt op steeds meer vrijwilligersposten dagdienstondersteuning ingezet.

Bijlagen

Vraag- en informatiegestuurde dienstverlening als uitgangspunt primaire processen brandweerzorg Binnen incidentbestrijding is dit jaar verder gewerkt aan het beter toegankelijk maken van data, onder andere door het repressief informatie systeem (RIS) in Flevoland en Gooi en Vechtstreek op alle uitrukvoertuigen te implementeren. Dit zorgt ervoor dat de informatievoorziening van betrokken functionarissen en voertuigen voldoet aan de hedendaagse eisen. Zo is naast de benodigde informatie over de melding vanuit de meldkamer ook direct andere relevante informatie beschikbaar om het incident te bestrijden.

32

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers 2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2021 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021 2.3 Speerpunten regulier werk

Er is een eerste versie van een dashboard incidentbestrijding ontwikkeld. Dit dashboard is een intern instrument dat gegevens uit diverse databases ontsluit en daarmee inzicht biedt in onze werkprocessen op de verschillende sturingsniveaus. Bij de doorontwikkeling worden steeds meer databronnen gekoppeld. Voor Risicobeheersing en Brandveilig Leven leidt het project Informatiegestuurd Werken ertoe dat prestatiecijfers eenvoudiger en meer betrouwbaar beschikbaar komen. Hiermee kunnen gemeenten goed geïnformeerd worden over de dienstverlening van de brandweer en de bereikte resultaten. Een verdere ontwikkeling is mogelijk, wanneer (in 2022) de nieuwe software voor Risicobeheersing operationeel wordt. Brandweerzorg anticipeert op ontwikkelingen en verandert daarin mee Voor de incidentbestrijding van gevaarlijke stoffen en waterongevallen wordt een inventarisatie van risicobronnen gemaakt en worden de risicogebieden bepaald. Hierin worden ook nieuwe bronnen en ontwikkelingen meegenomen, zoals de energietransitie. Deze risico-inventarisaties worden verder uitgewerkt naar operationele sterkte die nodig is om de risico’s af te dekken. Onderdelen hiervan worden, met het oog op de Meldkamer Midden-Nederland, op districtsniveau georganiseerd.

3. Paragrafen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

Ook wordt gekeken naar nieuwe technologische ontwikkelingen en hulpmiddelen. Zo worden de komende tijd de mogelijkheden van de inzet van een drone in beide regio’s verkend (proefjaar). Bij de aanbesteding van de red- en hulpverleningsvoertuigen wordt ingespeeld op de actualiteit en wordt geredeneerd vanuit een samenhangende visie. Er is allereerst een visie ontwikkeld op het gebruik en de inzet van dergelijke voertuigen en het benodigde redgereedschap en de bepakking. De energietransitie staat volop in de belangstelling. Een onderwerp waarin veel ontwikkelingen zijn. Van het rijden op alternatieve brandstoffen, het gasloos maken van wijken tot de bouw van een mega-accu of een groot datacentrum. Dergelijke ontwikkelingen vragen om innovatief denken en scenario-ontwikkeling. De veiligheidsregio geeft bij deze trajecten advies aan gemeenten en andere overheden over de fysieke leefomgeving om daarmee een veilige omgeving te kunnen waarborgen. In de huidige fase van de energietransitie ontbreken echter richtlijnen van wat veilig is en wat niet. De bestaande regelgeving is vaak ontoereikend. Ook in de repressie vraagt dit soms om een andere aanpak. Daarom participeren we in landelijke en regionale vakgroepen, zodat er eenduidige werkwijzen ontstaan en draagvlak voor de te nemen maatregelen in het kader van veiligheid.

Tevens informeren we onze repressieve collega’s over de getroffen maatregelen en de mogelijke wijze van optreden. We constateren dat incidenten qua brandontwikkeling en qua toxische verbrandingsproducten anders zijn dan incidenten waarbij fossiele brandstoffen zijn betrokken. De ontwikkelingen volgen elkaar daarbij zó snel op dat er een groot beroep wordt gedaan op kennisontwikkeling en kennisoverdracht.

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

2.1 Ontwikkelingen 2021

2.3 Speerpunten regulier werk 3. Paragrafen 4. Jaarrekening 2021

Hoofdstuk 3

Bijlagen

Hoofdstuk 2

2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

33 Paraat en voldoende opgeleid personeel binnen de organisatie Dit jaar maakt de brandweer een start met het opstellen van een gezamenlijk beleid paraatheid. Paraatheid heeft betrekking op een groep medewerkers die kwalitatief en kwantitatief (binnen een bepaalde tijd) een voertuig kan bemensen. Het doel is om de verschillende onderdelen van paraatheid beter te kunnen te monitoren, zodat hierop tijdig kan worden gestuurd en geanticipeerd. Ondertussen blijft de paraatheid een onderwerp van aandacht. Om de formatie te versterken, worden gericht vrijwilligers geworven. Daarnaast is in zowel Flevoland als in Gooi en Vechtstreek jeugdbrandweer actief. Hiermee zorgt de brandweer voor jeugdig enthousiasme voor het brandweervak, als kweekvijver voor de toekomst. Om personeel vakbekwaam te houden is de digitale leeromgeving een belangrijk leerinstrument tijdens de COVID19-crisis. Hierdoor kan door middel van webinars toelichting worden gegeven op ontwikkelingen in het vak. Om deze pijler in te toekomst te versterken en te borgen wordt een specialist digitale vakbekwaamheid geworven.

Hoofdstuk 4

Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is onlangs weer uitgesteld. De voorbereidingen van de veiligheidsregio liggen grotendeels op schema, maar zijn mede afhankelijk van de voortgang bij gemeenten. Er is voor verschillende gemeenten al overlegd over en geadviseerd op nieuwe planfiguren, die opgesteld worden vanwege de komst van de Omgevingswet, de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Verder wordt bij de afhandeling van complexere vergunningsaanvragen soms al gewerkt met een Omgevingstafel, waarin gemeentelijke afdelingen en externe adviseurs samen met een initiatiefnemer de randvoorwaarden voor een plan afstemmen. De betrokken medewerkers zijn getraind op de gewijzigde competenties, die deze werkwijze vraagt. De aanbesteding van nieuwe software (VTHsysteem) is bijna afgerond, waardoor de aansluiting op het landelijke Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) mogelijk wordt. Dit geeft tijd voor het oefenen met gemeenten, voorafgaand aan de introductie van de wet. Landelijk zijn de financiële gevolgen van de Omgevingswet voor de veiligheidsregio´s in beeld gebracht. Daaruit volgt een structurele kostenstijging voor risicobeheersing van gemiddeld 15 procent op termijn en (landelijk) eenmalige implementatiekosten van 20 tot 30 miljoen. Het is nog onduidelijk in hoeverre het Rijk zorgt voor een bijdrage in de dekking.

De Minister van BZK heeft aangegeven, dat eerst wordt bekeken hoe de ervaringen na implementatie van de Omgevingswet zijn. Daarna volgen besluiten over eventuele aanvullende middelen.

Bijlagen

Al enkele jaren bestaan er kwaliteitscriteria voor de uitoefening van taken m.b.t. vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze kwaliteitscriteria omvatten een set van spelregels om de kwaliteit te verhogen voor zowel de organisatie als de individuele medewerker. De eisen zijn opgesteld door gemeenten, provincies en Rijk samen. Behalve voor het bevoegd gezag zelf, gelden deze kwaliteitscriteria ook voor hun adviseurs, zoals de veiligheidsregio’s en de Omgevingsdiensten. De onderlinge samenwerking tussen beide veiligheidsregio’s is een belangrijke succesfactor om te kunnen voldoen aan de gestelde criteria. De samenwerking maakt minder kwetsbaar, met name op het deskundigheidsgebied van externe veiligheid.

34

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers 2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2021 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021 2.3 Speerpunten regulier werk 3. Paragrafen

Wat heeft het gekost Lasten en Baten Programma

Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Verschil 2021

Brandweer lasten

25.892.109

26.702.772

28.764.203

2.061.431

Brandweer baten

-26.088.242

-371.354

-2.921.874

-2.550.520

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

-196.133

26.331.418

25.842.329

-489.089

Storting in de reserves

363.364

0

0

0

Onttrekking aan reserves

-896.700

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

-729.469

26.331.418

25.842.329

-489.089

Een toelichting van het verschil 2021 is opgenomen in paragraaf 4.5.

2.3.3. Gemeenschappelijke meldkamer

4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

In september 2020 zijn de meldkamers Flevoland en Gooi en Vechtstreek fysiek samengevoegd in Lelystad. Dit is noodzakelijk tot de komst van de nieuwe Meldkamer Midden-Nederland, die voorzien is medio 2025. In 2022 wordt een project gestart op niveau Midden-Nederland met als doel om het brandweerpersoneel van de meldkamer tijdig en op de juiste manier over te dragen naar de nieuwe Meldkamer Midden-Nederland.

De speerpunten 2021: wat hebben we gedaan Samengevoegde meldkamer In 2021 vinden er verdere optimalisaties plaats binnen de samengevoegde meldkamer Flevoland en Gooi en Vechtstreek. Het gaat hierbij met name om maatregelen bij potentiële uitval van systemen en/of personeel. Daarnaast wordt de samenwerking geïntensiveerd binnen de schaal van Midden-Nederland en vindt er uitwisseling plaats van kennis en expertise. Zowel binnen Midden-Nederland als op landelijk niveau worden er stappen gezet om de samenwerking met de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) op het gebied van het beheer verder vorm te geven. Afbakening van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden is een doorlopend proces.

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021

35

Wat heeft het gekost Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Verschil 2021

Meldkamer lasten

911.362

840.381

684.597

-155.784

Meldkamer baten

-1.268.265

0

0

0

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

-356.903

840.381

684.597

-155.784

Storting in de reserves

0

0

0

0

2.1 Ontwikkelingen 2021

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

Gerealiseerd resultaat

-356.903

840.381

684.597

-155.784

2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden

3. Paragrafen 4. Jaarrekening 2021

Hoofdstuk 3

Bijlagen

Hoofdstuk 2

2.3 Speerpunten regulier werk

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Lasten en Baten Programma

Een toelichting van het verschil 2021 is opgenomen in paragraaf 4.5.

2.3.4. GHOR

Hoofdstuk 4

De GHOR valt onder de bestuurlijke verantwoordelijkheid van VRF. De uitvoering van de GHOR-taken is belegd bij GGD Flevoland, onder verantwoordelijkheid van de directeur Publieke Gezondheid. Deze wordt in haar taken met betrekking tot de GHOR ondersteund door het team GHOR. De GHOR werkt samen met haar partners aan de best mogelijke acute en publieke gezondheidszorg voor de inwoners van Flevoland in crisissituaties. De GHOR stuurt de geneeskundige hulpverlening aan tijdens rampen en crises en coördineert de voorbereiding hierop. Daarnaast adviseert en informeert de GHOR het openbaar bestuur en de partners vanuit het perspectief van (risico’s voor de) volksgezondheid en een gezonde leefomgeving.

De speerpunten 2021: wat hebben we gedaan

Bijlagen

Drijvende kracht achter een sterke crisisbeheersing in de witte kolom Ook in 2021 is binnen de GGD Flevoland een corona-crisisteam (conform het Crisisplan Publieke Gezondheid) operationeel. In dit team worden maatregelen uitgewerkt en gemonitord voor het handhaven van de continuïteit van zorg en de uitvoering van GGD- en GHOR-taken gedurende de COVID-19-crisis. De rol van de GHOR is hierbij tweeledig. Enerzijds heeft de GHOR richting de ketenpartners de regierol in de opgeschaalde zorg. Anderzijds heeft de GHOR binnen de GGD en richting de zorgpartners een ondersteunende, faciliterende rol.

36

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers 2. Verantwoording van de werkzaamheden 2.1 Ontwikkelingen 2021 2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021 2.3 Speerpunten regulier werk 3. Paragrafen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

Verbindende schakel tussen zorg en veiligheid binnen de veiligheidsregio In Flevoland is er een GGD-werkgroep die onder aansturing van de directie en het crisisteam GGD belast is met de voorbereiding en de uitvoering van de vaccinatiecampagne (incl. booster). De GHOR draagt zorg voor de afstemming en informatie-uitwisseling met zorgpartners die ook een rol hebben bij de vaccinaties. Daarnaast zorgt de GHOR voor de verbinding met de gemeenten voor het regelen van locaties en de verbinding met de veiligheidsregio voor de risicoanalyse en het borgen van de veiligheid op de locaties. Verbinder van gezondheidszorg met veiligheid en het openbaar bestuur Tijdens de gehele coronacrisis wordt zowel binnen de witte kolom (via het Regionaal Crisisteam Zorg) als met de multidisciplinaire partners en het openbaar bestuur via het ROT en RBT gezorgd voor een optimale informatieuitwisseling. Er wordt informatie uitgewisseld over de stand van zaken omtrent de bestrijding van het virus en de samenwerking en knelpunten in de witte kolom. Door de genomen maatregelen door de overheid gaan veel evenementen dit jaar niet door. De evenementen of bijeenkomsten die wel door gaan, krijgen een specifieke advisering vanuit de GHOR. Deze advisering is gebaseerd op de Handreiking Publieke Gezondheid en Veiligheid bij Evenementen, die voorzien is van een specifieke COVID-19-oplegger.

Bovendien neemt de GHOR zitting in het Informatie Adviescentrum Corona (IAC) van de veiligheidsregio waar vragen van burgers en ondernemers worden beantwoord naar aanleiding van de geldende noodverordeningen. Gelet op de onvoorspelbaarheid van nieuwe varianten van het COVID-19-virus houdt de GHOR er rekening mee dat het virus ook in 2022 impact heeft op de werkzaamheden en moet de GHOR, net als alle andere partijen, hierop blijven anticiperen.

Wat heeft het gekost Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Verschil 2021

GHOR lasten

1.806.632

1.959.472

1.688.132

-271.340

GHOR baten

-2.002.590

0

-50.844

-50.844

-195.958

1.959.472

1.637.288

-322.184

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

-195.958

1.959.472

1.637.288

-322.184

Lasten en Baten Programma

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

Een toelichting van het verschil 2021 is opgenomen in paragraaf 4.5.

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

2.1 Ontwikkelingen 2021

2.3 Speerpunten regulier werk 3. Paragrafen 4. Jaarrekening 2021

2.3.5. Programma Bevolkingszorg Bevolkingszorg is een gezamenlijk programma van de Veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. Bevolkingszorg is een netwerkorganisatie met een kleine staf met ambassadeurs voor Bevolkingszorg in de gemeenten in de beide regio’s. De kracht van de organisatie ligt in het gezamenlijk uitvoering geven aan de taak van Bevolkingszorg zoals het Veiligheidsberaad deze in de rapportage ‘Bevolkingszorg 2.0’ heeft aangegeven.

De speerpunten 2021: wat hebben we gedaan Toekomst Bevolkingszorg In de burap is aangegeven dat voor de doorontwikkeling van Bevolkingszorg aangesloten wordt bij de landelijke ontwikkelingen naar aanleiding van het Rapport van de Evaluatiecommissie Wet Veiligheidsregio’s (Wvr) en het kabinetsstandpunt. Landelijk is er een stuurgroep geformeerd die in opdracht van het Veiligheidsberaad deze doorontwikkeling en de rol van Bevolkingszorg (en crisiscommunicatie) daarin voorbereidt. Daarbij wordt teruggekoppeld naar een bestuurlijk portefeuillehoudersoverleg Bevolkingszorg, waarin ook de beide portefeuillehouders van Flevoland en Gooi en Vechtstreek zitting hebben. De directeur Bevolkingszorg neemt deel aan het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg (voorheen landelijk overleg coördinerend gemeentesecretarissen), waar dit onderwerp ook aandacht krijgt.

Hoofdstuk 3

Risicocommunicatie In december 2021 geeft Bevolkingszorg opdracht om 1 april 2022 te komen met een plan van aanpak wat betreft de implementatie van risicocommunicatie in de beide veiligheidsregio’s. De opdracht richt zich op de implementatie binnen de gehele veiligheidsregio. De verbinding naar crisiscommunicatie ontbreekt daarbij zeker niet. In de tweede helft van 2022 wordt een voorstel gedaan op welke wijze risicocommunicatie wordt geïmplementeerd met een verbinding naar crisiscommunicatie.

Hoofdstuk 4

Ondersteunen van gemeenten als lokale crisisorganisaties Na de zomervakantie zou een eerste stap gezet worden om Bevolkingszorg, in overleg met de ambtenaren rampenbestrijding, meer te richten op de invulling van de lokale crisisorganisaties, waarvoor de gemeenten zelf verantwoordelijk zijn. Het weer actief worden van het coronavirus leidt er echter opnieuw toe dat gemeenten zich meer hebben moeten richten op de bestrijding van COVID-19. Verwacht wordt dat dit in het tweede kwartaal van 2022 (als de pandemie vermindert) wel opgepakt kan worden.

Bijlagen

Bijlagen

Hoofdstuk 2

2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021

37

Verantwoordelijkheid en inbreng van Bevolkingszorg in strategische interregionale trajecten Het overleg van de ambtenaren rampenbestrijding in beide regio’s (het BFGV-overleg) is door COVID-19 nog steeds een wekelijks afstemmingsoverleg en is dat in het eerste kwartaal van 2022 naar verwachting nog steeds. Het zorgt enerzijds voor korte lijnen tussen Bevolkingszorg en de individuele gemeenten, maar betekent ook dat er weinig tijd en ruimte is voor visievorming voor de middellange en lange termijn. In het tweede kwartaal van 2022 wordt ook dit opgepakt.

38

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers 2. Verantwoording van de werkzaamheden

Voldoende interregionale crisisfunctionarissen Bevolkingszorg slaagt erin om voor 2022 voldoende interregionale crisisfunctionarissen aan te trekken. Voor de korte termijn is er daarmee een oplossing. Voor de middellange en langere termijn volgen er voorstellen voor een meer structurele borging. De veiligheidsregio neemt dit mee in de acties die volgen uit de voorstellen van de landelijke stuurgroep. Daarbij wordt ook meegenomen hoe om te gaan met een langdurige inzet bij een crisis, waarbij meer behoefte is aan beleidsmedewerkers dan aan de gebruikelijke kortdurende inzet van de crisisfunctionarissen.

Wat heeft het gekost Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Verschil 2021

Bevolkingszorg lasten

405.680

569.663

451.793

-117.870

Bevolkingszorg baten

-574.743

0

-59.558

-59.558

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

-169.063

569.663

392.236

-177.427

Storting in de reserves

0

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

0

Gerealiseerd resultaat

-169.063

569.663

392.236

-177.427

Realisatie 2020

Begroting 2021

Realisatie 2021

Verschil 2021

Algemene dekkingsmiddelen baten

0

-28.842.862

-30.167.628

-1.324.765

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

0

-28.842.862

-30.167.628

-1.324.765

Storting in de reserves

0

0

844.183

844.183

Onttrekking aan reserves

0

-1.124.510

-1.124.494

16

Gerealiseerd resultaat

0

-29.967.372

-30.447.939

-480.567

2.1 Ontwikkelingen 2021

Lasten en Baten Programma

2.2. Voortgang op de thema’s uit het beleidskader 2020-2021 2.3 Speerpunten regulier werk 3. Paragrafen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

Een toelichting van het verschil 2021 is opgenomen in paragraaf 4.5.

2.3.6. Algemene Dekkingsmiddelen Lasten en Baten Programma

Een toelichting van het verschil 2021 is opgenomen in paragraaf 4.5.

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

3. Paragrafen

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen 3.3 Financiering

Hoofdstuk 2

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.4 Bedrijfsvoering 3.6 Verbonden partijen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

Hoofdstuk 3

3.5 Financiële impact COVID-19

39

3. Paragrafen Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) staat hoofdstuk 3 in het teken van de verantwoording van de paragrafen weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering en verbonden partijen. De paragrafen vormen een dwarsdoorsnede van de begroting en geven een verdieping op een aantal cruciale onderwerpen. 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleid aangaande het weerstandsvermogen, de weerstandscapaciteit, de risico’s en beheersmaatregelen van VRF.

Algemeen Het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) schrijft voor dat gemeenten en gemeenschappelijke regelingen jaarlijks de weerstandscapaciteit en de risico’s inventariseren en hierover beleid formuleren.

Gewenste weerstandscapaciteit

Hoofdstuk 4

Op grond van artikel 11 BBV wordt een uitspraak over het weerstandsvermogen onderbouwd door een vergelijking van de resterende (i.c. niet-gedekte) risico’s met de beschikbare weerstandscapaciteit. Deze uitspraak wordt uitgedrukt in termen van gewenste weerstandscapaciteit, gelet op de aard en omvang van de resterende risico’s. De gewenste weerstandscapaciteit is het bedrag waarover de organisatie zou moeten beschikken op grond van de resterende risico’s (risicoprofiel). Voor de financiële positie van de organisatie is het van belang in hoeverre daadwerkelijk weerstandscapaciteit beschikbaar is om het gewenste weerstandsvermogen te vormen.

Beleid weerstandsvermogen

Bijlagen

Het beleid van VRF ten aanzien van het weerstandsvermogen is dat de niet-gedekte risico’s (met inachtneming van de beheersmaatregelen en de reeds opgenomen voorzieningen) worden gedekt door de algemene reserve. Dit beleid is in 2021 geactualiseerd en vastgelegd in de “Nota Weerstandsvermogen Veiligheidsregio Flevoland 2021”.

40

Jaarstukken 2021

Beschikbare weerstandscapaciteit 2021 In de inleiding is aangegeven wat onder weerstandscapaciteit wordt verstaan. Onderdeel van die capaciteit vormen de vrij aanwendbare reserves, die een bufferfunctie hebben voor onvoorziene risico’s. Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit wordt hieronder een overzicht gegeven van de stand van de vrij aanwendbare reserves per 31-12-2021.

2021 op hoofdlijnen

Algemene reserve per 1-1-2021

€ 3.528.640

Onttrekkingen 2021

€ 2.200.000

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Toevoegingen 2021

€ 1.287.660

Vrij te besteden bestemmingsreserves

0

3. Paragrafen

Bedrag voor onvoorzien

0

Stille reserves

0

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Totaal beschikbaar vanaf 31-12-2021

€ 2.616.300

3.3 Financiering

Risicoprofiel

3.4 Bedrijfsvoering

Een risico wordt gedefinieerd als ‘de kans op het optreden van een gebeurtenis met een negatief financieel gevolg voor de veiligheidsregio’. In de kolom ‘kans’ is geschat hoe groot de kans is dat de omschreven gebeurtenis zich zal voordoen. Het risicoprofiel komt uit op € 2.616.300 (benodigd in 2022-2023). Dit is tevens de minimaal gewenste omvang van het weerstandsvermogen.

3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden partijen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

Ratio weerstandsvermogen De totale meerjarige weerstandscapaciteit is voldoende om de ratio van 1 te realiseren. Door de extra storting van € 23.006, waartoe het algemeen bestuur bij de vaststelling van de kadernota 2023 heeft besloten komt het ratio weerstandsvermogen 2021 op 1,0. Deze score valt binnen de categorie 1,0 tot 1,4 en scoort daarmee “voldoende” volgens het voormalig Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR). Voor het inhoudelijke overzicht van het risicoprofiel verwijzen wij u naar bijlage 6.

Conclusie Voor de jaren 2022-2023 is de weerstandsratio 1,0 en daarmee voldoende.

1

1,0 tot 1,4

Beschikbare weerstandscapaciteit

Benodigde weerstandscapaciteit

Ratio weerstandsvermogen

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

3. Paragrafen

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen 3.3 Financiering

Hoofdstuk 2

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.4 Bedrijfsvoering 3.6 Verbonden partijen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

Hoofdstuk 3

3.5 Financiële impact COVID-19

41

Financiële kengetallen Om inzicht in de financiële positie te verschaffen, nemen we een aantal relevante kengetallen op. Deze kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en bieden inzicht bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. Financiele kengetallen

JR2020

PGB2021

JR2021

1A. Netto schuldquote

72%

51%

72%

1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

72%

51%

72%

2. Solvabiliteitsratio

52%

46%

52%

2,87%

0%

3,74%

3. Structurele exploitatieruimte

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van VRF ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Solvabiliteitsratio Dit geeft inzicht in de mate waarin VRF in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Deze wordt berekend door het totale eigen vermogen af te zetten tegen de totale passiva. Hoe hoger de ratio, des te hoger is de weerbaarheid van de organisatie.

Hoofdstuk 4

Structurele exploitatieruimte, Grondexploitatie, Belastingcapaciteit Dit zijn voorgeschreven kengetallen vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De norm structurele exploitatieruimte geeft de verhouding weer tussen de structurele baten en de structurele lasten. Op begrotingsbasis kent VRF geen structurele exploitatieruimte. De kengetallen inzake grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op VRF.

Bijlagen

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen Op grond van artikel 12 BBV kent de veiligheidsregio de volgende kapitaalgoederen: gebouwen en materiaal/ materieel, ICT-middelen en inrichting kazernes. Kapitaalgoederen hebben een aanzienlijk effect op de begroting en het gewenste onderhoudsniveau moet beleidsmatig vastgesteld worden.

42

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers 2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen 3.3 Financiering

Groot onderhoud gebouwen Medio 2012 heeft de VRF de brandweerkazerne in Zeewolde in eigendom en in gebruik genomen. In 2019 is het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) voor deze kazerne geactualiseerd en is het bedrag dat voor het groot onderhoud nodig is hierop aangepast. Begin 2022 wordt het MJOP weer geactualiseerd, waarbij ook duurzaamheidsmaatregelen geïnventariseerd worden. In 2016 is in Zeewolde het boothuis in gebruik genomen. De overige gebouwen zijn om niet in gebruik door de veiligheidsregio, conform het besluit van het bestuur uit december 2013. In 2015 en 2016 zijn overeenkomsten tussen de gemeenten en VRF afgesloten met nadere afspraken over beheer en onderhoud van de brandweerkazernes.

Roerende kapitaalgoederen In 2021 is het Meerjaren Investerings Plan (MIP) geactualiseerd, in samenwerking met de VRGV. In het MIP wordt gekeken naar de compleetheid, technische staat huidige voertuigen, reële vervangingstermijnen en vervangingsbedragen in relatie tot de visie en de technische staat. De vervangingen van de roerende zaken vinden conform het bestaande vervangingsschema en investeringsoverzicht uit de begroting plaats. Uiteraard wordt gekeken naar het meest economisch en technisch gunstigste moment om te vervangen.

3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19 3.6 Verbonden partijen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

3.3 Financiering Wettelijk kader De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de wettelijke kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), die op 1 januari 2001 is ingevoerd. In de wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt tot uitdrukking in een verplicht treasurystatuut en een financieringsparagraaf in de begroting en jaarrekening. Het treasurystatuut van VRF is in 2011 vastgesteld door het algemeen bestuur. In 2022 wordt het treasurystatuut geactualiseerd.

Ontwikkeling liquiditeitspositie In 2011 en 2012 heeft de VRF twee lineaire leningen afgesloten voor de overname en inrichting van de brandweerkazerne in Zeewolde. De ene lening heeft een looptijd van 20 jaar tegen 4,43% rente, jaarlijks wordt er € 37.500 afgelost. De andere lening heeft een looptijd van 18 jaar tegen 2.75% rente, jaarlijks wordt er € 65.789 afgelost. In 2019 is een nieuwe lening van € 6.500.000 afgesloten ten behoeve van het doen van investeringen en ter versterking van het werkkapitaal. De lening heeft een looptijd van 15 jaar tegen 0,855% rente, jaarlijks wordt er € 433.333 afgelost.

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

3. Paragrafen

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen 3.3 Financiering

Hoofdstuk 2

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.4 Bedrijfsvoering 3.6 Verbonden partijen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

Hoofdstuk 3

3.5 Financiële impact COVID-19

43

Kasgeldlimiet Voor 2021 is het begrotingstotaal bijna € 30,4 mln., dus is de toegestane kasgeldlimiet € 2,5 mln. Berekening kasgeldlimiet in mln. 1. Toegestane kasgeldlimiet in procenten van de grondslag in bedrag 2. Omvang vlottende schuld 3. Vlottende middelen Toets kasgeldlimiet 4. Totaal netto vlottende schuld (2-3) Toegestaan kasgeldlimiet Ruimte (+) c.q overschrijding (-)

1e kw

2e kw

3e kw

4e kw

8,20% 2,5 0,3 0,6

8,20% 2,5 0,8 0,6

8,20% 2,5 0,0 1,8

8,20% 2,5 0,6 4,0

-0,2 2,5 2,7

0,3 2,5 2,2

-1,8 2,5 4,3

-3,3 2,5 5,8

Conclusie: Er is in 2021 voldaan aan de kasgeldlimiet.

Renterisiconorm en renterisico’s vaste schuld De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd lening > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor de VRF komt het in 2021 neer op een bedrag van € 6.078.000.

Hoofdstuk 4 Bijlagen

Berekening renterisiconorm (x € 1.000)

2020

2021

Begrotingstotaal Renterisiconorm Toets renterisiconorm Renteherziening op leningen o/g Betaalde aflossingen Renterisico Ruimte renterisiconorm

29.398 20% 5.880 0 537 537 5.343

30.392 20% 6.078 0 537 537 5.541

Conclusie: Er is in 2021 voldaan aan de renterisiconorm.

44

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Rentetoerekening Bij de vernieuwing van de BBV is het advies opgenomen om de rentekosten op één post in de begroting op te nemen. Om er voor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten en de daaraan gekoppelde financieringsbehoefte inzichtelijk zijn, wordt in artikel 13 voorgeschreven dat de paragraaf financiering voortaan ook in ieder geval inzicht geeft in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties, en taakvelden worden toegerekend. JRR 2020

PGB 2021

JRR 2021

a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering

93

89

85

b. Externe rentebaten

0

0

0

Saldo rentelasten en rentebaten

93

89

85

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

c1. Rente over eigen vermogen (toevoegd aan exploitatie)

0

0

0

c2. Rente over voorzieningen

0

0

0

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

0

0

0

d. De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

93

89

85

3.3 Financiering

e. Renteresultaat op het taakveld Treasury

0

0

0

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen

Renteschema

3.4 Bedrijfsvoering 3.5 Financiële impact COVID-19

Rentekosten

3.6 Verbonden partijen

VRF heeft in 2021 de rentekosten ad € 85.056 inzake de leningen verantwoord in het overzicht van baten en lasten 2021 en toegerekend aan de taakvelden.

4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

3.4 Bedrijfsvoering Versterkingsmaatregelen ondersteunend proces In 2019 heeft het algemeen bestuur extra middelen ter beschikking gesteld om een aantal versterkingsmaatregelen uit te kunnen voeren. In 2021 is het AB regelmatig op de hoogte gebracht van de voortgang en de opbrengst. Voor wat betreft brandweerzorg is hierover gerapporteerd in 2.1 en 2.3.2. In de ondersteuning van de organisatie zijn diverse versterkingsmaatregelen uitgevoerd. Onderstaande zijn de belangrijkste: • Harmonisatie van de P&C-cyclus. Voor beide regio’s worden sinds 2020 de P&C-producten zoveel mogelijk vergelijkbaar opgesteld. Te denken valt hierbij aan de bestuursrapportage 2021 en de kadernota 2023. Deze jaarstukken zijn hier ook een voorbeeld van. Bovendien is begonnen met het digitaal beschikbaar maken van alle P&C-producten.

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

3. Paragrafen

3.2 Onderhoud kapitaalgoederen 3.3 Financiering

Hoofdstuk 2

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

3.4 Bedrijfsvoering 3.6 Verbonden partijen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

Hoofdstuk 3

3.5 Financiële impact COVID-19

45 • Bij VRGV is structurele formatie vrijgemaakt voor de administratieve organisatie-interne contole (AO/IC). Dit is noodzakelijk om de capacitaire consequenties voor de invoering van nieuwe wetgeving -waarbij de rechtmatigheidsbeoordeling verschuift van de externe accountant naar het dagelijks bestuur- op te kunnen vangen. Een kwartiermaker is begonnen met het opstellen van een Plan van Aanpak dat betrekking heeft op beide regio’s. Zie ook rechtmatigheids­verklaring. • De inkoop is verder geprofessionaliseerd. Zo heeft de functie inkoop een eigen positie gekregen binnen bedrijfsvoering en geldt de functie voor inkoop binnen de hele organisatie. Ten slotte is de inkoopkalender geprofessionaliseerd, bijvoorbeeld door een planning te koppelen aan elk inkooptraject en door de inkoopkalender periodiek te laten monitoren door het management. • Voor verbeteringen in de informatievoorziening verwijzen we naar het verslag over de vorderingen voor wat betreft informatievoorziening.

Verduurzamen organisatie Hoewel het opzetten van het programma rondom maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) vertraging heeft opgelopen, wordt wel aandacht besteed aan duurzaamheid en het verduurzamen van de organisatie. Daarmee draagt de veiligheidsregio haar steentje bij aan de milieudoelstellingen van Parijs. Veel hangt daarbij af van de rol die onze ketenpartners daarin willen spelen. De vernieuwing van brandweerauto’s, waarbij gestreefd wordt naar een verduurzaming van het wagenpark, is een goed voorbeeld van hoe vooruitgelopen wordt op het MVO-programma. De continue aandacht voor COVID-19 heeft een vertragend effect op het opzetten van een programmatische aanpak van MVO. In november 2021 herbevestigt het management dat MVO in 2022 een prominente plek verdient binnen de organisatie. Om die reden wordt besloten om een aanjager aan te trekken die, in samenwerking met een interne werkgroep, het programma volgend jaar gaat vormgeven.

Hoofdstuk 4

Informatievoorziening

Bijlagen

Er wordt in de eerste helft van 2021 een aantal grote stappen gezet om een verbetering aan te brengen in de integrale informatievoorziening. Met de (gedeeltelijke) uitbreiding van de formatie zijn de betrokkenheid, inzet en resultaten van projecten en regie verstevigd. Krapte op de arbeidsmarkt leidt ertoe dat pas met ingang van januari 2022 het team op sterkte is. Met tijdelijke krachten wordt in 2021 hard gewerkt aan het versterken van de integrale informatievoorziening in het programma Informatiegestuurd Werken. Eind november kan de eerste fase van het programma Informatiegestuurd Werken worden afgerond. Begin januari 2022 wordt definitief de opdracht voor de tweede fase verstrekt. Afgelopen jaar wordt een nieuw dataplatform opgezet. De informatie uit dit platform wordt benut om beter geïnformeerd te zijn bij uitrukken. Zo beschikt de veiligheidsregio over geo-informatie, waardoor omgevings- en gebouwinformatie kan worden gebruikt bij brandbestrijding. Daarnaast wordt een aantal dashboards ontwikkeld,

46

Jaarstukken 2021

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

om beter te kunnen sturen en monitoren op opkomsttijden bij incidentbestrijding. Deze dashboards zijn sinds half augustus gereed en de organisatie wordt nu verder getraind op het werken met deze dashboards. Door aangescherpte richtlijnen rondom inkoop en aanbestedingen is voor het project Digitaal Samenwerken besloten om Europees aan te besteden. De voorbereiding om de benodigde infrastructuur voor Digitaal Samenwerken te realiseren is in volle gang. Ten behoeve van de toekomstige advisering voor trajecten die vallen binnen de Omgevingswet is de keuze gemaakt voor ondersteuningssoftware, waarmee wordt aangesloten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Medio januari 2022 wordt begonnen met de implementatie.

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Beleidsindicatoren (BBV)

3. Paragrafen

In het vernieuwde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met ingang van begrotingsjaar 2018 van toepassing op gemeenschappelijke regelingen is opgenomen dat in de jaarstukken een set vooraf gedefinieerde beleidsindicatoren dient te worden opgenomen. Het betreft onderstaande set.

2021 op hoofdlijnen

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen

Resultaat JR2020

Resultaat JR2021

Fte per 1.000 inwoners (beroeps)

0,47

0,47

Bezetting

Fte per 1.000 inwoners (beroeps)

0,45

0,45

0. Bestuur en ondersteuning

Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

5,9%

8,7%

0. Bestuur en ondersteuning

Overhead

% van de totale lasten

19,5%

20,5%

Taakveld

Indicator

Eenheid

3.4 Bedrijfsvoering

0. Bestuur en ondersteuning

Formatie

3.5 Financiële impact COVID-19

0. Bestuur en ondersteuning

3.3 Financiering

3.6 Verbonden partijen 4. Jaarrekening 2021 Bijlagen

3.5 Financiële impact COVID-19 De veiligheidsdirectie heeft op 9 september 2020 ingestemd met het beschikbaar stellen van extra capaciteit en middelen voor de fysieke inrichting van de organisatieondersteuning COVID-19. De kosten die hiermee gepaard gaan worden conform een vastgestelde verdeelsleutel verdeeld tussen VRF, VRGV, GGD Flevoland, GGD Gooi en Vechtstreek en Bevolkingszorg. Naast de kosten die voor de organisatieondersteuning COVID-19 betaald zijn, zijn er kosten door COVID-19 gemaakt door Brandweer, GHOR en Bevolkingszorg. In totaal is € 340.037 uitgegeven. Dit bedrag is begin 2022 gedeclareerd bij het ministerie van VWS.

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten 4.6 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

4.8 Gebeurtenissen na balansdatum 4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

Hoofdstuk 4

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Hoofdstuk 3

4.4 Overzicht baten en lasten

Hoofdstuk 2

4. Jaarrekening 2021

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bijlagen

47

Verantwoording kosten COVID-19 Kostensoort

Opgave kosten

Coronahotels/centra

€

50.844

Inkoop en distributie PBM

€

14.691

Overige specifieke meerkosten

€

274.502

Overige Meerkosten

€

0

Subtotaal

€

0

Minder opbrengsten (verrekend met minder kosten)

€

0

Subtotaal

€

0

Totale kosten COVID-19 in 2021

€

340.037

3.6 Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke- of publiekrechtelijke organisatie waarin de VRF een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging, hetzij uit hoofde van stemrecht. Van een financieel belang is sprake als aan een verbonden partij een bedrag ter beschikking is gesteld dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat. In 2021 had VRF één verbonden partij, te weten het Instituut Fysieke Veiligheid. Naam: Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) te Arnhem. De financiële bijdrage aan het IFV van de VRF over het jaar 2021 was € 312.195.

Bijlagen

48

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers 2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 4. Jaarrekening 2021 4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.4 Overzicht baten en lasten 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten 4.6 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum 4.9 Vaststelling en resultaatbestemming Bijlagen

4. Jaarrekening In dit hoofdstuk presenteert de veiligheidsregio de jaarrekening die bestaat uit onder andere de balans met een toelichting, een overzicht van baten en lasten met toelichting en een bijlage met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. 4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten daarvoor geeft. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De jaarrekening is opgesteld vanuit de continuïteitsveronderstelling. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q.

schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden.

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 4.2 Balans 4.3 Toelichting balans

4.6 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum 4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (artikel 63 BBV). Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Termijn Algemeen Activa met een verkrijgingprijs < € 15.000,-

Niet

Immateriële activa • Kosten van onderzoek en ontwikkeling (max. termijn BBV) • Kosten van sluiten van geldleningen en disagio

5 Variabel

Materiële vaste activa Gronden en terreinen Woonruimten en bedrijfsgebouwen

Hoofdstuk 4

4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten

Grondslagen Balans

Hoofdstuk 3

4.4 Overzicht baten en lasten

Hoofdstuk 2

4. Jaarrekening 2021

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

49

• Voertuigen

• Nieuwbouw gebouwen (permanent)

Niet 40

• Renovatie en verbouw

20-25

• Technische installaties en inventaris

5-15

Vervoermiddelen 5-20

Machines, apparaten installaties: • Materiaal

3-8

• Persoonlijke bescherming

3-15

• Verbindingsmiddelen

3-10

Overige materiële vaste activa:

Bijlagen

Bijlagen

• ICT

3-10

• Oefenmiddelen

3-10

• Machines en overige materiële vaste activa

3-10

• Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Conform gebruiksduur actief

50

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers 2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen 4. Jaarrekening 2021 4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.4 Overzicht baten en lasten 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten 4.6 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum 4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

Vlottende passiva Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van geschatte inningskansen. De indeling die wordt gehanteerd is: • Vorderingen op openbare lichamen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk) • Verstrekte kasgeldleningen • Rekening courantverhouding met niet-financiële instellingen • Overige vorderingen • Overige uitzettingen Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorgeschreven indeling wordt gehanteerd te weten: • De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel • Overige nog te ontvangen bedragen • Vooruitbetaalde bedragen

Vaste Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen betreft het saldo van de bezittingen en de schulden. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het nog te bestemmen resultaat (artikel 42, lid 1 BBV). De reserves worden onderscheiden in de algemene reserve en de bestemmingsreserves (artikel 43, lid 1 BBV). De aard en reden van elke reserve, alsmede de toevoegingen en onttrekkingen, worden toegelicht conform artikel 54 BBV.

Bijlagen

Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd voor: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is doch redelijkerwijs te schatten. • Bestaande risico’s op balansdatum ter zake van verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is.

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten 4.6 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

4.8 Gebeurtenissen na balansdatum 4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

Hoofdstuk 4

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Hoofdstuk 3

4.4 Overzicht baten en lasten

Hoofdstuk 2

4. Jaarrekening 2021

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Bijlagen

51 • Kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt maar de oorsprong hebben in het begrotingsjaar of een eerder begrotingsjaar en de voorziening strekt tot kostenegalisatie. • Van derden verkregen middelen (niet zijnde EU, Rijk, Provincie, gemeenschappelijke regelingen) die specifiek besteed moeten worden. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer De waardering van vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer geschiedt tegen nominale waarde verminderd met gedane aflossingen.

Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De waardering van netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar geschiedt tegen nominale waarde (artikel 63, lid 7 BBV). Overlopende passiva De waardering van overlopende passiva geschiedt tegen nominale waarde (artikel 63, lid 7 BBV) De bepalingen voor overlopende passiva zoals gesteld in artikel 49 en 52a van het BBV worden toegepast. De voorgeschreven indeling wordt gehanteerd te weten: • Van overheidslichamen ontvangen maar nog niet bestede bedragen (gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, Rijk, EU) • Vooruit ontvangen bedragen • Nog te betalen bedragen • Vooruit gefactureerd

Schattingen

Bijlagen

Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat over verschillende zaken een oordeel wordt gevormd en dat schattingen worden gemaakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

52

Jaarstukken 2021

4.2 Balans ACTIVA

2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Stand per 31 december 2021

Stand per 31 december 2020

€

0

€

0

€

0

€

0

Vaste activa Immateriële vaste activa subtotaal

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Materiële vaste activa

3. Paragrafen

a. investeringen met een economisch nut

€

10.368.809

€

11.762.886

4. Jaarrekening 2021

b. investeringen in de openbare ruimte (maatschappelijk nut)

€

0

€

0

€

10.368.809

€

11.762.886

€

10.368.809

€

11.762.886

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

subtotaal Totaal vaste activa

4.2 Balans

Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar

4.3 Toelichting balans

a. vorderingen op openbare lichamen

€

2.203.105

€

1.683.709

4.4 Overzicht baten en lasten

b. overige vorderingen

€

130.701

€

36.190

4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten

c. schatkistbankieren

€

9.705.848

€

7.836.977

4.6 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

€

12.039.654

€

9.556.876

Liquide middelen

€

221.446

€

227.629

€

221.446

€

227.629

Totaal vlottende activa

€

12.261.100

€

9.784.505

Overlopende activa

€

1.022.398

€

945.840

Totaal overlopende activa

€

1.022.398

€

945.840

TOTAAL ACTIVA

€

23.652.307

€

22.493.231

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum 4.9 Vaststelling en resultaatbestemming Bijlagen

subtotaal

subtotaal

De tabel loopt door op de volgende pagina

Bestuurlijke samenvatting

Jaarstukken 2021 2021 op hoofdlijnen

2. Verantwoording van de werkzaamheden 3. Paragrafen

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening 4.2 Balans 4.3 Toelichting balans 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten 4.6 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

4.8 Gebeurtenissen na balansdatum 4.9 Vaststelling en resultaatbestemming

Hoofdstuk 4

4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Stand per 31 december 2021

Stand per 31 december 2020

a. algemene reserve

€

2.616.301

€

3.528.640

b. overige bestemmingsreserves

€

7.922.288

€

5.711.106

c. resultaat na bestemming

€

1.789.124

€

1.579.154

€

12.327.714

€

10.818.900

€

32.718

€

23.771

€

32.718

€

23.771

€

6.666.228

€

7.202.851

€

6.666.228

€

7.202.851

€

19.026.660

€

18.045.522

a. aan openbare lichamen

€

17.762

€

5.027

b. bank- en girosaldi

€0

€

0

c. overige schulden

€

623.878

€

515.214

€

641.639

€

520.241

a. nog te betalen bedragen

€

3.487.645

€

3.376.663

b. van overheidslichamen ontvangen maar niet bestede bedragen

€

494.863

€

549.755

c. vooruitontvangen bedragen

€

1.500

€

1.050

€

3.984.007

€

3.927.468

Totaal vlottende passiva

€

4.625.647

€

4.447.709

TOTAAL PASSIVA

€

23.652.307

€

22.493.231

PASSIVA Vaste passiva Eigen vermogen

subtotaal Voorzieningen subtotaal Vaste schulden a. onderhandse leningen subtotaal

Hoofdstuk 3

4.4 Overzicht baten en lasten

Hoofdstuk 2

4. Jaarrekening 2021

Hoofdstuk 1

1. Verantwoording van prestaties in cijfers

53

Bijlagen

Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden rentetypische looptijd < 1 jaar

subtotaal Overlopende passiva

Bijlagen

subtotaal

54

Jaarstukken 2021

4.3 Toelichting balans 4.3.1 Activa

2021 op hoofdlijnen 1. Verantwoording van prestaties in cijfers

Vaste activa De balanspost vaste activa betreft materiële vaste activa.

2. Verantwoording van de werkzaamheden

Omschrijving

3. Paragrafen

Gronden en Terreinen

4. Jaarrekening 2021

Bedrijfsgebouwen

4.1 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening

Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties

4.2 Balans

Afschrijving desinvestering

Totaal Afschrijving 2021

Saldo 31-12-2021

0

0

0

0

0

0

0

113.371

1.126.079

59.756

0

0

1.094.873

7.676.497

116.241

0

0

116.511

511.755

1.299.798

70.539

0

0

315.858

1.054.478

11.762.887

246.535

0

0

1.640.613

10.368.808

Saldo 31-12-2020

Vermeer­ dering 2021

0

0

1.239.450 8.711.614 512.025

Overige materiële vaste activa Totaal

Vermin­ dering 2021

4.3 Toelichting balans 4.4 Overzicht baten en lasten 4.5 Toelichting Overzicht baten en lasten 4.6 Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 4.7 Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen 4.8 Gebeurtenissen na balansdatum 4.9 Vaststelling en resultaatbestemming Bijlagen

Bedrijfsgebouwen: Dit betreft de kazerne in Zeewolde en het boothuis in Zeewolde. De afschrijving op deze activapost bedraagt in 2021 € 113.371. Vervoermiddelen: In 2021 is geïnvesteerd in een Groot Water Transportsysteem en bepakking van voertuigen (samen € 59.756). De afschrijving op deze activapost bedraagt in 2021 € 1.094.873. Machines, apparaten en installaties: In 2021 is in totaal € 116.241 geïnvesteerd in ICT hardware. De afschrijving op deze activapost bedraagt in 2021 € 116.511. Overige materiële vaste activa: In 2021 is geïnvesteerd in Mobiele Data Terminals t.b.v. het Repressief Informatie Systeem en persoonlijke beschermingsmiddelen. De afschrijving op deze activapost bedraagt in 2021 € 315.858.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api//v1/meetings/1002/documents/1905